|
Commissie
voor Landsverdediging |
Commission de la Défense nationale |
|
van Woensdag 1 april 2026 Voormiddag ______ |
du Mercredi 1 avril 2026 Matin ______ |
De openbare commissievergadering wordt geopend om 10.01 uur en voorgezeten door de heer Peter Buysrogge.
La réunion publique de commission est ouverte à 10 h 01 et présidée par M. Peter Buysrogge.
De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.
Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.
De voorzitter: Collega’s, het eerste agendapunt betreft een gedachtewisseling over het nieuwe militaire Kwartierplan. Het kazerneplan werd op 20 maart goedgekeurd door de regering. De minister heeft aansluitend het plan aan de commissie bezorgd. De minister en generaal Vanheste zullen een toelichting geven, waarna een vragenronde volgt.
01.01 Theo Francken, ministre: Bonjour à toutes et tous. Je suis heureux de vous présenter aujourd’hui le Plan quartiers, même si son élaboration aura pris un peu plus de temps que je ne l’aurais souhaité.
De bedoeling was om dat plan binnen het jaar klaar te krijgen, maar het is 14 maanden geworden. Er zit dus een beetje vertraging op, maar we zijn er finaal door geraakt. We hebben ook heel veel inspanningen gedaan ten aanzien van de burgemeesters.
Le plan a été adopté par le Conseil des ministres vendredi soir. Ce dernier devait normalement se terminer au début de l'après-midi mais il s'est prolongé vu qu'il restait quelques détails dont nous devions encore discuter. L'accord est tombé en début de soirée. Mon cabinet a ensuite téléphoné à 60 bourgmestres afin de les informer.
En tant que bourgmestre, je peux vous dire que le vendredi soir, la plupart d'entre eux ne sont ni à la maison, ni au bureau. C'est très intéressant, ils étaient vraiment en train de remplir leur rôle de bourgmestre, je peux le dire! Il y avait beaucoup de bruit sur la ligne. Je leur ai dit: "Ici Theo Francken, ministre de la Défense, je vous dérange?" Ils ont réagi ainsi: "C'est une blague?" Je leur ai rétorqué: "Non, c'est sérieux." Et ils m'ont répondu: "Attendez une minute, je vais aller dehors."
Het was best wel grappig. We hebben alleszins geprobeerd om iedereen te bereiken. Dat is mijns inziens relatief goed verlopen. Een of twee burgemeesters hebben in het weekend nog teruggebeld.
Dat bewijst overigens dat onze burgemeesters ongelooflijk goed bereikbaar zijn. Ik belde vrijdagavond om 21.30 uur een burgemeester uit een klein dorp in Luxemburg op en die nam op of belde onmiddellijk terug. Dat vind ik eerlijk gezegd echt knap. Het is ongelooflijk hoe betrokken zij zijn bij hun job. Dat is een positief punt voor de burgemeesters. Ik weet niet of ik zelf zo goed bereikbaar ben. Ik vrees dat dat in mijn geval als burgemeester van Lubbeek niet het geval was. Het is me alleszins sterk opgevallen hoe bereikbaar onze burgemeesters zijn, van alle leeftijden, van alle politieke partijen en uit elk dorp. Dat is echt mooi om te zien. Wat een betrokkenheid.
De burgemeesters zijn ook allemaal heel fier op hun militair kwartier. Ze zijn daar trots op. Dat maakt deel uit van hun identiteit, van het DNA van hun gemeente. Wanneer je een burgemeester belt over een militair kwartier, merk je dat zij heel trots zijn op dat kwartier en op de militairen die daar werken. Dat is ook wel mooi om te zien.
Nadat de Strategische Visie vorige zomer werd goedgekeurd door de regering, ben ik die visie hier komen toelichten. Zodra we die goedgekeurde Strategische Visie hadden, konden we de krachtlijnen ervan beginnen toe te passen op het infrastructuurpatrimonium van Defensie, in de vorm van het Kwartierplan. Dat Kwartierplan moet zorgen voor samenhang tussen de doelstellingen van de Strategische Visie en de inrichting en de bestemming van de militaire kwartieren in België. Ik heb vorige zomer beloofd dat we zo snel mogelijk met een nieuw Kwartierplan zouden komen en dat het Kwartierplan een vierde bijlage bij de Strategische Visie zou worden. Op 20 maart heeft de regering het Kwartierplan goedgekeurd. Sindsdien kan het plan worden geraadpleegd op de website van Defensie als bijlage D bij de Strategische Visie. Ik ben zeer tevreden dat we nu een langetermijnvisie hebben, gebaseerd op stabiele principes.
Mais le Plan quartiers reste un document conceptuel qui fixe les grands objectifs et pas encore les détails. Maintenant que les grandes lignes sont fixées, l'état-major va concrétiser cela dans un plan d'infrastructure qui reprendra l'ensemble des détails nécessaires au lancement des marchés.
Na het Kwartierplan komt er dus nog een Infrastructuurplan, met meer details. We weten per kwartier ongeveer waar we naartoe gaan, maar het Infrastructuurplan zal echt zeggen hoeveel gebouwen, slaapplaatsen en douches er komen, welk type keuken, hoeveel er wordt geïnvesteerd.
Het Infrastructuurplan komt er nog aan, maar dat is natuurlijk gedetailleerder en dat is werk voor de generaal en zijn team in de komende maanden.
Dans ce cadre, j’ai reçu de votre part de nombreuses questions détaillées concernant des données concrètes de planification par quartier telles que le début des travaux, les coûts estimés ainsi que le nombre de militaires et de civils présents sur le site. Ces données ne sont pas encore disponibles à ce stade.
Ik kan de details dus niet geven. Wanneer we bijvoorbeeld praten over een nieuw militair kwartier Luchtverdediging in Ursel, dan gaat dat niet over tien manschappen, maar over een grote basis met veel manschappen. Dat is evident.
Mocht ik echter meedelen dat het om 800 militairen zou gaan, terwijl het er finaal 1.000 of 1.500 worden, dan zou u opmerken dat ik had gesproken over 800 militairen. Om die reden zal ik dus geen aantallen noemen. Ik zal er geen cijfers op plakken. Dat moet de komende maanden nog verder worden uitgewerkt.
De bestaande kwartieren worden de komende jaren geleidelijk gerenoveerd en waar nodig uitgebreid binnen hun huidige grenzen. Parallel zetten we gericht in op nieuwe sleutelkwartieren waar dat strategisch noodzakelijk is.
De concrete bouwplanning en budgettering volgt in een latere fase en zal evenwichtig over het land worden uitgerold.
Le Plan quartiers constitue surtout un instrument visant à garantir la cohérence entre les objectifs de la vision stratégique, d'une part, et l'implantation et l'évolution de l'affectation des sites et quartiers militaires en Belgique, d'autre part.
Le Plan quartiers n'a pas pour objectif de détailler les travaux de construction à réaliser ni leur planification. Le domaine de l'infrastructure se caractérise par des détails de réalisation relativement longs, qu'il s'agisse de la recherche d'une implantation appropriée, de l'étude des besoins, de la contractualisation ou de la réalisation. Il est donc primordial de pouvoir se baser sur une vision à long terme qui s'appuie sur des principes stables. Le détail des travaux à réaliser dans les différents quartiers et leur planification seront le résultat de l'élaboration de masterplans détaillés pour ces quartiers, tenant compte de l'ensemble des besoins de la défense et des contraintes éventuelles.
Cet exercice peut désormais être entamé maintenant que les lignes directrices sont validées pour le Plan quartiers. Un point important sera le dimensionnement précis des unités qui devront être hébergées, en termes d'effectifs tant militaires que civils. Actuellement, ces chiffres ne sont pas encore arrêtés car ils dépendront, notamment pour les unités encore à créer, des concepts de mise en œuvre de celles-ci, concepts qui sont encore en cours d'élaboration.
De nodige werken en de activering van nieuwe kwartieren zullen gepland worden, rekening houdend met de voorziene groei van Defensie in de capacitaire ontwikkeling. De intentie is om snel en geleidelijk te starten met kleine voorbereidingswerken in de nieuwe kwartieren.
Je comprends néanmoins très bien que vous souhaitez recevoir plus d’informations, car une caserne militaire a bien sûr toujours un impact sur son environnement et sur les riverains; mais nous n’en sommes tout simplement pas encore là.
Sur la base du Plan quartiers, nous devons maintenant examiner concrètement, pour chaque site et en concertation avec les autorités locales, comment nous allons le mettre en œuvre.
De ministerraad heeft op 20 maart het Kwartierplan
van Defensie goedgekeurd. Een persbericht werd uitgestuurd. Samen met mijn
kabinet heb ik de burgemeesters persoonlijk op de hoogte gebracht. Het overleg
met lokale besturen en andere betrokken actoren kan nu worden opgestart.
Daarnaast hebben we eveneens telefonisch contact gehad met de
provinciegouverneurs. Onze
provinciecommandanten zijn ook geïnformeerd.
Pour certaines
communes, il ne s'agit pas nécessairement d'un changement radical comme le
serait une nouvelle installation, mais parfois du maintien et de la
modernisation des infrastructures existantes. En soi, cela constitue donc une évolution positive.
Niettemin, om in alle transparantie zoveel mogelijk informatie te kunnen verstrekken, heb ik luitenant-generaal Vanheste, hoofd van de Divisie Communicatie- en Informatiesystemen en Infrastructuur van het DGMR, gevraagd om hier aanwezig te zijn. Hij zal u verder briefen over de uitgangspunten van het Kwartierplan. Daarna zal hij de grote lijnen van het plan overlopen en, waar mogelijk, antwoorden op uw meer specifieke vragen. De generaal heeft een briefing voorbereid en kan die nu geven.
Wat ik daar nog over wil zeggen, is dat er, zoals ik aangaf, heel wat nieuws bijkomt. Er zullen ook asielcentra sluiten, maar dat hangt samen met de evolutie van de instroom. Als de instroom hoog is, zullen er vanzelfsprekend ook minder asielcentra kunnen worden gesloten, maar de bedoeling is wel degelijk om asielcentra te sluiten. We hebben Berlaar al gesloten. Koksijde en Ieper zullen normaal gezien nog dit jaar sluiten. Dat zijn er dus al drie. Er zullen er nog heel wat volgen, onder meer in Wallonië, op voorwaarde dat de instroom die momenteel relatief laag is zo blijft. Dat wilde ik nog meegeven.
Daarnaast wil ik nog iets heel belangrijks zeggen. Ik heb gisteren in Zaventem het defensiebedrijf THEON geopend. Dat is een Grieks bedrijf met een vestiging in Zaventem. Dat is een zeer positieve ontwikkeling. Velen onder u waren ook aanwezig op BEDEX en u hebt daar kunnen vaststellen dat onze defensie-industrie best goed draait.
Er zijn ook heel wat bedrijven die op zoek zijn naar ruimte. De bedoeling is daarom om per provincie één kwartier aan te duiden waar ook de defensie-industrie zich kan vestigen. De generaal zal toelichten waar dat precies zal zijn. Dat is momenteel nog niet gecommuniceerd, maar het is voor de parlementsleden bijzonder interessant om te weten dat er in elke provincie een dergelijke locatie zal komen.
Dans chaque province, un quartier militaire a
été identifié où des places sont disponibles pour des entrepreneurs actifs dans
l’industrie de la défense afin d’y installer une entreprise ou d’y construire
un site de production. Ceci
constitue une nouveauté.
Dat is een nieuwtje voor vandaag. De regering heeft dat beslist, maar er werd daarover nog niet gecommuniceerd. Dat kan ook positief nieuws zijn. Voor alle duidelijkheid, België is een klein en dichtbevolkt land. Als men wordt aangeklampt door een ondernemer die op zoek is naar plaats, en zo zijn er heel veel in België, dan moet het gaan over defensiebedrijven. Als Tupperware morgen vraagt of het in Peutie, een deelgemeente van Vilvoorde, een site mag openen, omdat er daar toch plaats is, dan is het antwoord neen, want Tupperware maakt geen defensieapparatuur. Het moet dus defensiegerelateerd zijn. Aan alle ondernemers zeg ik dus hold your horses. We gaan niet plots alle ondernemers op defensiesites plaats geven voor hun bedrijf. Ik weet dat er in Vlaams-Brabant een enorm tekort is aan betaalbare en goede industriegrond en kmo-zones, maar we zullen met Defensie niet alle problemen oplossen. We zullen dat doen voor defensiebedrijven. Het is heel belangrijk om dat te benadrukken.
01.02 Lieven Vanheste: Mesdames et messieurs, je vais vous présenter le Plan quartiers tel qu'il a été approuvé par le Conseil des ministres du 20 mars.
Tout d'abord, pourquoi un nouveau Plan quartiers? Tout simplement parce que l'actuel plan date de 2021. Bien entendu, celui-ci ne tenait pas compte du nouveau contexte géopolitique ni, assurément, de la croissance importante prévue pour la défense.
Quels sont les principes et les objectifs que prévoit la Vision stratégique pour le développement de notre patrimoine immobilier?
En premier lieu, celui-ci doit évoluer afin de pouvoir accueillir du personnel supplémentaire ainsi que les nouvelles capacités. Pour ce faire, nous allons devoir construire dans les quartiers existants, réactiver ceux qui ont existé par le passé et installer de nouveaux quartiers sur de nouveaux sites.
Un autre point important découle du nouveau contexte géopolitique, à savoir la résilience. Nous n'avons plus dû en tenir compte pendant des décennies, mais il importe à présent de repenser à une dispersion de nos capacités sur le territoire. Nous n'allons pas stocker toutes nos munitions en un seul endroit.
Un autre aspect qui était déjà connu et que nous conservons est l'objectif d'une répartition géographique équilibrée, en fonction de la démographie. Le succès du recrutement dépend fortement de la présence d'un quartier à proximité du domicile. L'ancrage sociétal est un domaine dans lequel nous continuons de travailler. Nous avons sous-investi dans notre infrastructure depuis des décennies. Par conséquent, nous devons poursuivre l'effort en vue de la mettre aux normes, aussi bien du point de vue de la durabilité que du bien-être et de la sécurité.
Le dernier point que prévoit la Vision stratégique est, comme M. le ministre vient de l'annoncer, la mise à disposition de l'industrie de la défense d'infrastructures et de terrains. À cette fin, nous avons identifié quelques sites que je vais vous présenter.
Quels étaient les points de départ pour élaborer ce plan? Pour qu'il soit réaliste sur le plan du timing et du coût, nous avons utilisé au maximum ce qui existait dans notre patrimoine. Sur la base de notre expérience, nous devons développer un nouveau quartier en partant de zéro, le réaffecter, acheter un terrain, etc. Cela prend beaucoup et même trop de temps au regard des objectifs assignés par la Vision stratégique.
Nous avons donc étudié le potentiel des quartiers et des sites existants. Puisqu'il y a un déséquilibre est-ouest, avec une sous-représentation dans l'ouest du pays, nous avons donné la priorité au développement des quartiers ou des sites existants dans l'ouest, en maintenant évidemment au maximum les unités dans leurs quartiers existants. Comme M. le ministre l'a déjà fait remarquer, le Plan quartiers est un concept, une vision, et non pas une programmation détaillée, laquelle interviendra au niveau "Implantations" dans notre plan Infrastructure.
Le plan précédent, qui date de 2021, prévoyait déjà deux nouveaux quartiers, les Quartiers du Futur nord et sud, mais il prévoyait surtout aussi la fermeture de toute une série d'autres quartiers, passant de 42 à 37 quartiers clés. Aujourd'hui, certains quartiers n'ont pas été fermés, ou pas encore. D'autres le sont déjà, mais restent dans le portefeuille. La possibilité existe donc de développer et de réactiver des quartiers.
Ik overloop kort de evolutie voor de verschillende machten en voor de joint kwartieren. Ik zal niet alles bespreken, zeker niet de bestaande kwartieren, maar toelichten wat nieuw is voor elke macht.
We beginnen met de Marine. De Marine blijft uiteraard aanwezig. De belangrijkste basis blijft Zeebrugge. Het kwartier in Oostende wordt behouden. Het kwartier in Sint-Kruis was in het vorige plan voorzien om te sluiten, maar dat wordt behouden. Dat wordt een kwartier voor vorming en voor de marinefuseliers. Een belangrijk nieuw element is dat we opnieuw een aanwezigheid voorzien in Antwerpen, door de heractivering van Fort Sint-Marie. Dat is een voormalige marinekazerne die al een dertigtal jaar gesloten is, maar waar nog potentieel aanwezig is.
Dan ga ik over naar de Luchtmacht. Ook daar blijven alle bestaande basissen behouden. Een nieuw element is de activatie op relatief korte termijn van het vliegveld Ursel in Aalter, om er de Air Defense-eenheid onder te brengen, namelijk de Surface-Based Air Missile Defense-eenheid. Op iets langere termijn voorzien we in Henegouwen een tweede kwartier voor Air Defense. We zijn ook in gesprek met de stad Tienen over de verwerving van het voormalige vliegveld van Goetsenhoven. Daarvan zal de Luchtmacht kunnen gebruikmaken als uitwijkmogelijkheid, als de basis van Beauvechain te sterk bezet is. Koksijde was al bekend en blijft behouden. Daar voorzien we ook plaats voor de Landmacht.
De Medische Dienst zal intern een reorganisatie doorvoeren wat betreft de inplanting van eenheden, met de komst van de Medical Hub, een project dat al enige tijd in voorbereiding is. Het hospitaal van Neder-Over-Heembeek wordt getransformeerd. Een nieuw kwartier is Goetsenhoven. Dat werd daarnet al aangehaald als mogelijke uitwijkbasis voor Beauvechain. In Goetsenhoven voorzien we het tweede bataljon, wat we Rol 2 noemen, een veldhospitaaleenheid.
L’évolution principale se situe au niveau de la Force Terrestre. Celle‑ci est déjà présente un peu partout dans le pays et compte déjà 25 sites. Il existe toutefois un besoin très important de redévelopper sa capacité logistique. Nous avons cédé un nombre important de quartiers à travers le pays qui hébergeaient auparavant des unités logistiques. Nous devons redévelopper cette capacité. Pour la Force Terrestre, un total de 11 nouveaux sites est prévu, dont certains sont déjà connus.
Le Quartier du Futur à Charleroi est maintenu. Nous avons partiellement réactivé le quartier de Berlaar, que nous avions fermé il y a moins d’un an. Nous prévoyons également de rétablir une fonction ou une unité logistique à Ypres, qui comptait déjà un bataillon logistique. Une présence de la Force Terrestre est en outre prévue à Coxyde.
Une autre fonction logistique est prévue pour le quartier de Geel, lequel assumera deux rôles: d’une part, accueillir les troupes en transit en Belgique – il faut prévoir des sites capables de recevoir les forces de passage – et, d’autre part, assurer une fonction logistique de dépôt – car nous devons évidemment acquérir beaucoup de matériel. Nous disposons déjà d’une quantité importante de matériel, mais lorsqu’il arrive, il faut pouvoir le stocker.
Il en va de même pour les munitions. Nous n’en avions presque plus et, l’année passée, nous en avons acquis un volume important. Lorsque ces munitions arriveront, nous devrons évidemment pouvoir les stocker dans des conditions de sécurité adéquates.
Pour ce faire, trois sites sont actuellement à l’analyse. Le premier est l’ancien dépôt de munitions d’Arendonk, abandonné depuis au moins 20 ans, mais où subsistent encore des magasins de munitions en bon état. Le deuxième se situe à Sugny, mais ce site ne nous appartient plus. Nous sommes donc en discussion avec la commune de Vresse‑sur‑Semois afin d’examiner la possibilité de l’acquérir. Le troisième se trouve à Zutendaal, pour lequel nous sommes en discussion avec les forces américaines. Nous avons concédé la totalité du quartier – qui était auparavant également un quartier logistique – aux États‑Unis. Il y a aussi une capacité de stockage de munitions. Les Américains ont répondu favorablement à notre demande de pouvoir réutiliser une partie de la capacité de stockage.
L’ancien quartier militaire de Helchteren est prévu pour une fonction logistique. Nous sommes assez avancés dans les discussions pour l'acquisition d'un site à Lessive, que nous allons aménager comme complexe d'entraînement. Saint-Hubert est prévu pour une fonction logistique également. Au total, ce sont 11 sites pour la Force Terrestre.
À plus long terme, nous avons acheté du matériel pour un bataillon de génie de franchissement. Pour ce bataillon, nous n’avons pas encore d’emplacement. Il est prévu – et nous allons commencer la prospection encore sous cette législature – d’ouvrir un quartier dans les environs de Cerfontaine. Mais l'opérationnalisation de ce quartier est prévue pour plus tard.
Glons offre aussi une capacité. Après la fermeture du centre d'asile, nous pouvons réutiliser Glons pour, entre autres, une unité d'appui direct – par exemple de l'artillerie. Voilà tout ce qui concerne les forces et leurs quartiers.
J'ai parlé aussi des besoins au niveau des terrains d'exercice. Actuellement, nous avons nos grands camps. Mais, c'est un fait géographique, tous ces grands camps sont situés à l'est du pays. Cela signifie que les unités à l'ouest doivent se déplacer pendant plusieurs heures pour aller s'entraîner dans ces camps.
L'objectif est d'abord d'identifier des terrains d'exercice situés plus à l'ouest du pays. Nous avons identifié un potentiel dans la région de Ghlin. Puisque nous allons construire un grand quartier à Charleroi, nous allons aussi chercher un site d'entraînement proche de ce quartier.
Il y a aussi un accord avec la police fédérale. L'accord de gouvernement prévoit aussi de développer un ancien quartier militaire, que nous avons vendu et qui est utilisé maintenant par la police fédérale. Il existe un accord pour développer ce quartier en tant que complexe d’entraînement partagé, ouvert à la défense, à Fedpol ou à d’autres services de sécurité. Cela offre donc un nombre important de possibilités supplémentaires dans l’ouest du pays.
Op het vlak van de inplanting van de scholen, is er eigenlijk geen wijziging.
Nous venons d’ouvrir une deuxième école de sous-officiers à Tournai.
De andere scholen zullen hun capaciteit moeten verhogen, omdat er meer leerlingen komen en er meer stagiairs moeten worden opgeleid. Ze blijven ingeplant waar ze vandaag zijn ingeplant.
Daarnaast zijn er nog een aantal zogenaamde joint kwartieren, waar een grote mix van machten aanwezig is en waar ook de stafdiensten ingeplant zijn. Ons hoofdkwartier bevindt zich in Evere. U weet wellicht dat we daar volop werken aan een nieuw hoofdkwartier. De behoeften voor dat nieuwe hoofdkwartier zijn in 2018 bepaald. Dat is eigen aan de lange doorlooptijden van grote infrastructuurprojecten. Vandaag stellen we vast dat, als Defensie moet groeien met 15.000 mensen tegen 2035 en nog eens 10.000 extra tegen 2040, het hoofdkwartier dat we nu bouwen, onvoldoende groot is. Daarom voorziet het Kwartierplan ook in een uitbreiding op de site, naast de plaats waar we nu het hoofdkwartier bouwen. Daarnaast wordt het joint kwartier in Peutie ter plaatse uitgebreid.
Voor het KHID zijn we vandaag een dossier aan het voorbereiden voor de huur van een gebouw, gelegen onmiddellijk naast de KMS, omdat ook de KMS uit haar voegen barst door de grote toename van het aantal leerlingen en stagiairs dat daar een opleiding moet volgen.
Ten slotte blijft het competentiecentrum Rollend Materieel en Bewapening van Rocourt ongewijzigd. We zijn daar vandaag wel bezig met een groot infrastructuurproject voor het onderhoud van landvoertuigen.
Voor de munitieopslag zoeken we bijkomende sites. Ook in de bestaande kwartieren zullen we bijkomende capaciteit moeten uitbouwen.
Voor de enablementfunctie worden twee grote corridors voor doortrekkende troepen voorzien, een noordelijke en een zuidelijke corridor. In Koksijde is er plaats op het vliegveld om doortrekkende troepen te ontvangen. Daar moeten we geen bijzondere infrastructuur voor realiseren. In een eerste fase hebben we Berlaar al uitgerust om dat te kunnen. Daar zijn in het verleden al Amerikaanse troepen opgevangen. In de toekomst zal Geel die functie overnemen.
Dit geeft dan het eindresultaat, wanneer alle bijkomende kwartieren effectief gerealiseerd zullen zijn. Dan evolueren we in plaats van de 36 actieve kwartieren van vandaag naar 49 kwartieren tegen 2035 en naar 51 kwartieren tegen 2040.
Ik kom dan tot de kwartieren waar we de mogelijkheid bieden aan de defensie-industrie om er een activiteit te ontplooien. Wat er concreet mogelijk is, hangt uiteraard af van de grootte van het kwartier en van de reserveplaats die er nog is. We zullen elke aanvraag moeten evalueren op basis van de mogelijkheden.
We hebben geprobeerd zoveel mogelijk kwartieren, verspreid over het hele land, te earmarken. Dat sluit niet uit dat er nog andere locaties in de toekomst kunnen worden geïdentificeerd, als daar een specifieke opportuniteit of vraag naar is.
Zoals gezegd, is een van de doelen van het Kwartierplan een betere geografische verdeling van de kwartieren op het grondgebied. We slagen daar grotendeels in. Het evenwicht noord-zuid blijft eigenlijk identiek. We zullen wel de aanwezigheid in het westen van het land een stukje kunnen verhogen. Daar komen we nog altijd niet aan een evenredigheid met het bevolkingsaantal, maar we doen toch een stap vooruit. We zullen meer mogelijkheden bieden aan de militairen om zowel in het noorden als het zuiden en het westen werk te vinden bij Defensie.
Zijn er voldoende middelen voor het Kwartierplan?
Voor het Kwartierplan zijn er zeker voldoende middelen, in die zin dat we maximaal gebruikmaken van het bestaande potentieel en dat de middelen voor de aankoop van bijkomende terreinen zijn ingeschreven. De concrete projecten zullen we inpassen in de beschikbare budgettaire enveloppen.
De oefening is ook gespreid in de tijd. We kunnen dat onmogelijk allemaal tegelijk realiseren. Het is niet zo dat we in 2027 overal beginnen te bouwen. Dat is gespreid in de tijd. Een aantal asielcentra moet eerst sluiten vooraleer we kunnen beginnen te bouwen. Dat maakt dat we de inspanning kunnen opnemen in de budgetten die zijn opgenomen in de Strategische Visie.
Er zijn ook veel vragen over de timing en dat is heel begrijpelijk. Steden en gemeenten willen weten wanneer we effectief activiteiten zullen ontplooien. Omdat we de detailanalyse, het masterplan en de projectplanning nog moeten opmaken – we zijn daarmee bezig –, kunnen we momenteel alleen een grote oriëntatie geven. De bedoeling is dat we op relatief korte termijn al voorbereidende werken uitvoeren in elk van die kwartieren. We zullen niet vandaag beslissen om een kwartier uit te werken en vervolgens vijf jaar niets doen. Voorbereidende werken zullen ongetwijfeld betrekking hebben op een betere bewaking, het herstellen van een omheining of het realiseren van een omheining waar er geen meer is. Daarmee willen we starten vanaf 2027.
Planmatig is het de bedoeling dat elk van die kwartieren operationeel is tegen 2035. Ik herhaal dat de doorlooptijden van grote infrastructuurprojecten de facto heel lang zijn. Het feit dat iets gepland is voor afwerking tegen 2035, betekent niet dat we nog alle tijd hebben. We moeten voor de meeste kwartieren nu al beginnen met de planning, de voorbereiding van studies en de uitvoering van werken.
Een aantal zaken is al opgestart. Charleroi is bijvoorbeeld gestart in 2021. Daar voorzien we momenteel dat vanaf 2031 een gedeeltelijke capaciteit kan worden aangeboden.
Nous atteindrons la pleine capacité du quartier dès 2033.
We kopen de NASAMS aan en eenmaal geleverd, moeten die ergens ondergebracht kunnen worden. Er wordt in elke grote luchtmachtbasis, Kleine Brogel, Beauvechain en Florennes, een batterij voorzien. De hoofdbasis van waaruit de eenheden zullen opereren, is gelegen op het vliegveld van Ursel. Daar moeten we dus sneller gaan en we mikken op 2032 of 2033 voor het operationele kwartier.
Dat beëindigt mijn presentatie.
01.03 Minister Theo Francken: Ter verduidelijking, de generaal is het hoofd van infrastructuur, dus hij kan ook een aantal meer technische vragen proberen te beantwoorden. Zoals ik al zei, op vragen over het concrete budget, dus met betrekking op het aantal troepen en de keuze van de gebouwen, kan ik niet antwoorden. Het is belangrijk dat mee te geven, anders zult u misschien heel veel concrete vragen stellen waarop u geen antwoord zult krijgen, waardoor u gefrustreerd zult zijn en de generaal misschien ook, omdat hij het Parlement geen antwoord kan geven. Dat is dus voor het Infrastructuurplan, dat er nog aankomt. Nu gaat het meer algemeen over de lijnen en in die zin is het een eerste grote stap.
De voorzitter: Mijnheer de minister, generaal, ik dank u voor de uitgebreide toelichting.
Collega’s, hoe zullen we de vragenronde aanpakken? Heel wat mensen hebben al vragen ingediend en ik ga ervan uit dat anderen zich daarbij zullen aansluiten. Normaal gezien krijgt men in een actualiteitsdebat twee minuten spreektijd per persoon, maar misschien is dat voor sommigen nu wat te kort. Ik stel dus voor om elk parlementslid drie minuten spreektijd te geven. Ik volg de sprekerslijst. Wie wil aansluiten, mag mij dat melden en ik zal die aan de sprekerslijst toevoegen. Akkoord? (Instemming) Aldus is beslist.
01.04 Peter Buysrogge (N-VA): Mijnheer de minister, mijnheer de generaal, ik dank u voor de uitgebreide toelichting.
Mijnheer de minister, u zei dat u uw doel niet binnen het jaar hebt gehaald. Met enige goede wil kan men wel zeggen dat uw plan voorligt binnen het jaar. De voorbije maanden hebben de commissie, de defensiestaf en u als minister hard gewerkt in geopolitiek moeilijke omstandigheden. Er zijn toch heel wat evoluties bij Defensie, met bijkomende capaciteiten en materieel. Er is een sociaal akkoord, er is overleg met de vakorganisaties en er is een uitbreiding van het personeel. Uiteraard is het dan noodzakelijk om die capaciteiten en de verschillende machten te versterken en om dat personeel onderdak te kunnen geven. Dat daaraan een Kwartierplan wordt gekoppeld, is een goede zaak.
De spreiding in het plan is interessant en opmerkelijk. Er is een goede spreiding over het integrale territorium – om het in legertaal te zeggen. Ook per macht is er een goede spreiding. Dat is belangrijk met het oog op rekrutering en in het kader van de uitval van personeel, waarmee we de afgelopen jaren werden geconfronteerd. Het is dus goed dat die spreiding er effectief is. Ook provincies die vroeger nagenoeg een blinde vlek waren, komen nu beter in beeld. Mijn eigen provincie, de tweede grootste provincie, had nagenoeg niets. Ik kan niet zeggen dat er niets was, want nadat Burcht-Zwijndrecht deel werd van Oost-Vlaanderen, was er wel al de kazerne van de Elfde Genie in Burcht. Verder is er momenteel echter weinig.
Dat verandert nu met dit kazerneplan, met de Landmacht in Burcht en nu ook de para’s in Gavere. Er komt een luchtmachtbasis in Ursel-Aalter. Het is goed dat die beslissing nu is genomen en dat er duidelijkheid is, zodat er geen onduidelijkheid meer is tussen Geraardsbergen en Aalter. Het is ook goed dat er in dit plan en in de verdere uitwerking voldoende aandacht is voor de omgeving en voor garanties in het kader van de waardevolle natuur die daar aanwezig is. Dat zit dus goed.
Natuurlijk komt er ook de nieuwe basis voor de marinefuseliers in Zwijndrecht. Die bevindt zich niet in Antwerpen, maar in Oost-Vlaanderen. Zij zullen mee instaan voor de beveiliging van de volledige haveninfrastructuur. Westakkers maakt ook deel uit van dit plan, wat een goede zaak is. De samenwerking met de federale politie maakt ook deel uit van dit Kwartierplan. Het is mij niet geheel duidelijk of dat nog een verdere uitwerking zal krijgen in een Infrastructuurplan, aangezien de federale politie in beeld is om de verantwoordelijkheid daar op te nemen.
Tot slot is er de uitwerking van Fort Brosius. Ik ben benieuwd hoe dat verder zal worden geconcretiseerd, maar ik denk dat we daar in de toekomst nog voldoende aandacht aan zullen besteden.
Collega’s, een belangrijke stap is nu gezet. Het vervolg betreft het Infrastructuurplan per site. Dat is heel belangrijk. De opdracht die ik u wil meegeven, mijnheer de minister, is om bij de uitwerking van de infrastructuurplannen voldoende aandacht te hebben voor betrokkenheid, niet alleen van de burgemeesters, maar in bredere zin ook van de lokale bevolking. Heel wat omwonenden vernemen nu dat er iets zit aan te komen. Het is daarom belangrijk om op geregelde tijdstippen voldoende informatie te laten doorstromen naar de gemeentebesturen. Op die manier kan er een ruim draagvlak ontstaan voor de verdere uitwerking van het Kwartierplan.
01.05 Brent Meuleman (Vooruit): Mijnheer de minister, generaal Vanheste, dank u voor de uitgebreide toelichting bij het nieuwe Kwartierplan, waarnaar u verwijst als een instrument en een visie. Dank ook voor de pluimen voor de burgemeesters. Ik ben zelf niet gebeld, maar ik heb dan ook geen infrastructuur op mijn grondgebied. Toch neem ik als burgemeester van Zelzate de pluimen graag aan. De nauwste band van Zelzate met Defensie betreft het peterschap over het ter ziele gegane tweede regiment Gidsen, waarmee we trouwens nog steeds goede contacten onderhouden.
Collega Weydts zal straks uitgebreider ingaan op het nieuwe Kwartierplan. Met de goedkeuring ervan is de principiële beslissing genomen om de militaire site in Ursel, in mijn provincie Oost-Vlaanderen, te ontwikkelen tot het Kwartier van de Toekomst Noord.
Mijnheer de minister, u gaf het zelf al aan in uw toelichting: een militaire kazerne heeft een impact op de omgeving en de buurtbewoners. Hoewel de aankondiging dat dit op termijn goed zal zijn voor mogelijk een duizendtal jobs in onze regio – zonder dat u zich daarop vastpint – positief klinkt, heerst er vandaag in het Meetjesland vooral grote bezorgdheid over de concrete invulling.
Het Drongengoedbos is de grootste groene long van Oost-Vlaanderen en een cruciaal recreatiegebied, midden in Europees beschermde natuur.
De burgerbeweging Front Voor Drongengoed vertolkt die lokale bezorgdheden met een petitie van inmiddels 12.000 handtekeningen. Gelet op de enorme waarde die onze inwoners hechten aan de natuur en de rust in dat gebied, leg ik u namens de regio een aantal vragen voor.
Een eerste vraag is deels al behandeld in de toelichting, waarin de grote lijnen zijn uitgezet. De concrete invulling blijft vandaag echter een vraagteken. Generaal, u verwijst naar de detailanalyse die nog moet gebeuren, maar net over die details leven lokaal grote bezorgdheden. Als u vandaag toch al meer concrete informatie kunt delen over plannen, timing en vervolgstappen in Ursel, verneem ik die graag. Ik zag bijvoorbeeld dat u mikt op een operationeel kwartier in Ursel tegen 2033. Hoe ziet het traject daarnaartoe eruit? Kunt u daar meer informatie over geven?
Ik kom tot mijn tweede vraag. Kunt u toelichting geven bij de bevindingen van het alternatievenonderzoek? Mijnheer de minister, hoe rijmt u de ambitie van Defensie met de strikte Europese eis om schade aan het unieke bosareaal daar te vermijden? Ten slotte, hoe wilt u garanderen dat de zachte recreatie daar gevrijwaard blijft?
01.06 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister en generaal, ik wil u in de eerste plaats feliciteren. Dit is een zeer belangrijk plan. Het heeft misschien wat langer geduurd dan normaal, maar het zit duidelijk goed in elkaar. Zulke zaken vragen tijd, wat masseerwerk en contacten en besprekingen met de lokale besturen. Ik ben blij dat dit vandaag voorligt.
Een eerste punt is dat die spreiding essentieel is. Collega Buysrogge heeft daar ook al naar verwezen. Het westen van het land is zwaar onderbedeeld geweest wat kwartieren en kazernes betreft. Daar wordt nu deels aan tegemoetgekomen. Dat is een stap in de goede richting, maar ik vind het nog altijd wat mager. De verdeling blijft redelijk scheefgetrokken. Ik kan me voorstellen dat het niet evident is om nieuwe sites te bouwen. Dat kost veel meer dan oudere sites heropenen. Dat begrijp ik. Tegelijk moeten we, als we een plan maken gericht op de toekomst en op de komende tien à vijftien jaar, onze ogen openhouden voor het westen en ervoor zorgen dat er eventueel bijkomende capaciteit kan worden voorzien.
Een tweede essentieel punt is het overleg met de lokale besturen en de lokale gemeenschap. Mensen hebben daar veel vragen over. Ik ben er ook van overtuigd dat heel wat burgemeesters en bestuurders fier zijn op hun sites, ook op verloren gegane sites die geheractiveerd worden. Het is belangrijk dat zij snel weten waar ze aan toe zijn, wat er zal komen en volgens welke timing. Heel wat van mijn vragen gingen daarover, namelijk over de concrete timing, de budgetten en wat waar zal komen. Ik begrijp dat die vragen vandaag nog niet allemaal kunnen worden beantwoord. We hebben lang uitgekeken naar het Kwartierplan. Nu kijken we uit naar het Infrastructuurplan. Ik hoop dat daar niet te veel tijd tussen zit en dat we vaart kunnen maken met dat Infrastructuurplan, zodat we de lokale besturen, maar ook onze militairen en toekomstige generaties militairen, uitzicht kunnen geven op waar, wanneer en op welke sites ze gestationeerd kunnen worden. Het is immers zeer belangrijk dat mensen dicht bij huis kunnen werken.
Inzake de opleiding Defensie en Veiligheid heb ik u al meermaals bevraagd omdat de spreiding van die middelbare scholen nog altijd niet goed zit. In onze regio, het oosten van Vlaams-Brabant, is er op dit moment geen aanbod, al hoor ik signalen dat dat er zal komen. Het gebrekkige aanbod zorgt ervoor dat heel wat jongeren vandaag uren met het openbaar vervoer moeten reizen om die opleiding te kunnen volgen. Als jongeren geïnteresseerd raken, moeten ze die opleiding ook dichter bij huis kunnen volgen. Geen enkel gezin zal immers jongeren vanuit Leuven of Tienen over de Brusselse Ring sturen om naar een middelbare school te gaan. Die spreiding is dus essentieel, zowel voor het opleidingsaanbod als voor de kwartieren.
De detailvragen zal ik gedeeltelijk uitstellen tot het debat over het Infrastructuurplan. Wanneer kan dat hier besproken worden, zodat lokale besturen en militairen meer duidelijkheid krijgen over wat ze wanneer mogen verwachten?
U sprak over de sluiting van asielcentra, uiteraard gekoppeld aan de instroom. Dat maakt ook deel uit van uw planning en uw infrastructuurplannen. U bent daarbij gedeeltelijk afhankelijk van de asielinstroom. Hoe zult u daarmee omgaan? De afbouw van asielcentra staat gepland om op die locaties opnieuw militaire kazernes te openen. Stel dat er een asielpiek komt, hoe gaat u daarmee om en zijn er alternatieven voorzien?
Ik heb nog een bijkomende vraag die aan dit debat is toegevoegd, namelijk de heroprichting van het eerste bataljon paracommando in Diest. Moet ik dat zien binnen het Kwartierplan en het Infrastructuurplan? Mochten er daarover meer details zijn, dan mag u die zeker geven. De mensen in Diest en omstreken zullen daar heel blij mee zijn.
01.07 Éric Thiébaut (PS): Merci pour l’exposé.
J’aurais une question plus spécifique et plus locale concernant le site de l’ancienne Protection civile de Ghlin.
La réforme de la Protection civile a réduit le nombre de casernes sur le territoire du royaume de six à deux. Aujourd’hui, ce nombre ne couvre pas les besoins, non seulement parce qu’il est insuffisant, mais aussi parce que la répartition sur le territoire est inadéquate. Ces emplacements à Brasschaat et Crisnée font régulièrement l’objet de discussions, notamment auprès du ministre de l’Intérieur, qui annonce des initiatives en vue d’un potentiel redéploiement de la sécurité civile. À Ghlin, une caserne de la Protection civile a été abandonnée. Depuis lors, les bâtiments sont occupés par la province de Hainaut, qui y organise des formations dans le domaine de la sécurité. Le site sert également de lieu d’entraînement pour la police fédérale.
Il y a quelque temps, un article de presse, relayant un président de parti de votre majorité francophone, annonçait une implantation militaire sur ce site. Il était question d’un dépôt de matériel ainsi que de la présence de 500 militaires à Ghlin. Cette annonce a suscité la surprise, car aucune concertation n’avait eu lieu ni avec le bourgmestre, ni avec les autorités provinciales, ni, manifestement, avec la police fédérale.
Je souhaite obtenir quelques éclaircissements. Dans votre présentation, vous évoquez un potentiel site d’entraînement à Ghlin. Sur la diapositive présentée, un point d’interrogation apparaît. Concrètement, que comptez-vous faire sur ce site de Ghlin? Savez-vous qu’il n’est plus la propriété de l’État? Envisagez-vous des concertations avec les autorités locales? Envisagez-vous également une collaboration entre les services de la défense et ceux de la Protection civile afin d’améliorer l’efficacité sur le terrain dans le cadre de l’aide à la nation?
01.08 Philippe Courard (PS): Monsieur le ministre, général, je souhaite avant tout vous remercier pour la présentation.
Les temps changent, vous allez me dire, mais le ministre Vandeput a fermé énormément de quartiers et à présent, au vu de la situation internationale, le ministre Francken en rouvre un grand nombre. N'est-ce pas disproportionné? Le besoin existe-t-il vraiment d'ouvrir autant d'implantations et d'avoir autant d'espace dans le contexte d'une guerre qui s'annonce de plus en plus technologique? On parle de drones, de missiles, de toute une série de sabotages en mer, etc. Avons-nous réellement besoin de ce tissu important? Je cite les chiffres: l'objectif de la défense serait à terme d'évoluer vers un nouveau Plan quartiers de 41 sites actifs, dont 36 quartiers clés en 2025, et de 54 sites actifs, dont 49 quartiers clés en 2034. N'est-ce pas un peu excessif d'avoir une telle représentation sur le territoire?
En parlant de répartition, de représentation et de présence militaire sur le territoire, vous indiquez également qu'il s'agit d'avoir une présence mieux répartie et plus équilibrée sur l'ensemble du royaume de Belgique. Que veut dire cela, notamment par rapport à la présence linguistique des militaires? Allez-vous faire un autre type de calcul, puisqu'actuellement, on retrouve plus ou moins le même nombre de militaires néerlandophones et francophones? Cela signifie-t-il que vous souhaitez, par exemple, 2/3 et 1/3, ce qui représente la population belge et la répartition linguistique? L'état-major est largement représenté du côté néerlandophone, mais au niveau de la troupe de base, nous avons probablement une présence francophone proportionnellement supérieure à la présence néerlandophone; c'est inhérent à la population de notre pays.
Ensuite, j'ai pu voir à l'écran une carte des endroits où les nouveaux quartiers seront situés. Il est vrai que l'évolution doit se faire puisqu'auparavant, on avait plutôt une présence à l'est. À l'époque, l'ennemi était l'Allemagne; je présume donc que nous avions une conception de la défense en lien avec nos voisins allemands. Heureusement, ce n'est plus le cas. Vous souhaitez une répartition beaucoup plus diffuse, mais j'ai quand même quelques doutes quant à la stratégie employée.
J’aurais voulu obtenir des réponses sur l’évolution de l’installation des différents quartiers, leurs contingents, etc. J’ai bien compris que c’était encore trop tôt, y compris pour ce qui est des chiffres. Il serait néanmoins intéressant de connaître vos priorités en la matière.
Un mot sur l'Office Central d'Action Sociale et Culturelle de la Défense (OCASC). On n’entend à aucun moment parler de la nécessité de reconstruire des logements. Énormément de militaires vont s’installer dans tous ces quartiers. J’espère donc que vous nous présenterez rapidement un plan OCASC afin de voir où nous pourrons loger ces milliers de femmes et d’hommes qui rejoindront l’ensemble de ces quartiers. En certains endroits, les pressions foncières sont importantes. À ce niveau, il faut mener une réflexion, y compris avec la Région flamande et la Région wallonne. Existe-t-il des contacts concernant les autorisations et un plan de développement en la matière?
Vous avez également évoqué les couloirs. Je vois un couloir sud dans votre présentation. En revanche, je ne vois pas que l’on prend en compte le Terminal Container d’Athus (TCA), qui est le premier port sec d’Europe et qui est en relation directe avec Anvers. En outre, nous disposons aussi d’hectares de terrain situés à Viville (Arlon), à côté du camp Bastin, qui appartiennent à la SNCB. Je ne sais pas pourquoi ces hectares ne sont pas pris en compte également.
Un autre élément que je souhaite évoquer concerne la fermeture des centres d’accueil. Je vous prédis, monsieur le ministre, qu’avec ce qui se passe dans le monde, nous connaîtrons un afflux important de réfugiés dans les prochaines années. Invoquer des chiffres actuellement en baisse ne correspond pas à la réalité. Il s’agit peut-être de la réalité d’aujourd’hui, mais dès demain ou après-demain, vous verrez les chiffres augmenter. Nous serons confrontés à des difficultés. Il existe donc une inquiétude à ce sujet. Comment allons-nous accueillir, dans des conditions humaines – je pense que cela vous tient aussi à cœur – les personnes qui vont affluer d’un peu partout dans le monde?
En matière d’information, merci de tenir compte également des bourgmestres qui habitent à proximité d’un camp ou dont la commune accueille un camp. J’ai déjà pris mon exemple, sans faire de nombrilisme, puisque j’ai la chance de siéger en commission de la Défense: une partie du camp est située sur ma commune, de même que les logements militaires et certaines implantations sous-militaires, et nous n’avons pas d’information. Lorsqu’un drone passe au-dessus du camp ou lorsqu’une demande quelconque survient, chaque citoyen s’adresse à son bourgmestre pour savoir ce qu’il en est. Essayez, à l’avenir, de prévoir une information plus globale pour toutes les communes directement ou indirectement concernées par les camps.
Vous avez parlé de la place des entreprises. C’est bien, mais mesure-t-on aussi les autorisations qu’il faudra obtenir? Existe-t-il une discussion avec la Région wallonne?
En termes d'électricité, vous savez qu'il y a des problèmes électriques un peu partout dans le pays. Ceci est-il également pris en compte?
J'ai encore d'autres questions, monsieur le ministre, mais, mon temps de parole étant écoulé, ce sera malheureusement pour une prochaine fois.
01.09 Benoît Piedboeuf (MR):
Monsieur le ministre, le gouvernement fédéral a récemment validé plusieurs
projets du Plan quartiers de la Défense, dont celui concernant le renforcement
du Camp Roi Albert à Marche-en-Famenne. Cet investissement important, qui vise
à accueillir à terme environ 5 000 militaires, constitue une
excellente nouvelle pour la province de Luxembourg et pour l’ancrage
opérationnel de la Défense en Wallonie. Toutefois, cette perspective positive
soulève une préoccupation très concrète: celle de la disponibilité des
logements relevant de l’OCASC, l’Office central d’action sociale et culturelle
de la Défense. Trois cités militaires existent actuellement autour de la
caserne de Marche; elles apparaissent déjà proches de la saturation.
Des inquiétudes émergent chez les occupants
actuels, notamment parmi les retraités de carrière et leurs familles, qui
craignent de perdre leurs droits de résidence. Certaines rumeurs font état de
préavis envisageables pour libérer des logements destinés aux nouveaux
militaires. Ces informations, si elles se confirmaient, pourraient engendrer
une forme d’insécurité résidentielle et de tension sociale dans la région.
Monsieur le ministre, quelles garanties
pouvez-vous apporter quant à la protection des droits des locataires actuels,
en particulier des retraités, afin d’éviter toute mesure qui serait perçue
comme une éviction déguisée au profit des nouveaux venus? Quelles solutions
seront-elles mises en place pour assurer le logement de tous?
01.10 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le ministre, général, merci pour la présentation que vous avez pu faire pour nous éclairer sur les éléments.
Nous l’avons appris par la presse – quoique, vous l'imaginez fort bien, j'ai été très vite informé aussi par mon bourgmestre de votre appel téléphonique.
Du point de vue de la défense, il est important d'avoir des installations modernes, y compris technologiques. Les membres de la commission ont pu s’en rendre compte sur place, lors de la visite des espaces pour les MQ-9 et les F-35 à Florennes. Nous avons pu voir qu'il était important d'avoir ce type d'infrastructure, mais également des infrastructures qui permettent d'accueillir les militaires de manière tout à fait correcte, dans des installations tout à fait pertinentes.
Toutefois, en tant qu'ancien bourgmestre, je connais aussi l'importance que peut avoir un quartier militaire sur la vie d'une population locale, et les conséquences parfois des décisions prises. Ne fût-ce que déplacer une barrière ou une entrée peut changer complètement le paysage – c'est un exemple vécu à Florennes, c'est pour cela que je me permets de le préciser – avec un impact économique vraiment très important sur le centre.
C'est pourquoi vous imaginez bien qu’énormément de questions se posent au niveau de la commune et des citoyens, notamment s’agissant de la réouverture de quartiers, d’une réaffectation – comme à Florennes, où le site est occupé par des réfugiés – ou de l'installation de la défense dans des zones nouvelles, comme c’est envisagé à Lessive et à Cerfontaine.
Cela conduit évidemment à beaucoup d'interrogations dans chaque commune, tant de la part des riverains que des autorités locales. Je ne suis pas le seul à le dire; beaucoup l'ont dit aussi. Quel impact sur l'économie ou sur l'emploi? Quelles nuisances éventuelles pourraient arriver? Serons-nous une cible en cas de guerre? Ce sont des questions qui m'ont été posées. Que va-t-il advenir du centre de réfugiés de Florennes? Comment les activités militaires seront-elles compatibles avec d'autres activités en cours sur le site proche? Quel danger si des munitions sont entreposées pas loin de chez moi? Ce sont des questions d'ordre général, puisque cela ne concerne pas uniquement Florennes, vous l'aurez compris.
Au-delà des questions qui sont innombrables, il y a aussi des questions qui reviennent aux bourgmestres, aux décideurs locaux, mais aussi aux humbles membres de la commission de la Défense nationale de ce Parlement.
Monsieur le ministre, pour éviter l'effet NIMBY, vous avez bien dit qu’une information sera donnée. Il est important que cette information soit donnée. Mais aussi, une consultation – que vous avez prévue avec les autorités locales – est nécessaire, parce qu'il y a des inquiétudes et des interrogations en ce qui concerne le calendrier et les conséquences économiques et sociales en matière de sécurité et en matière de nuisances éventuelles.
Pour le reste, monsieur le ministre, je renvoie au texte des deux questions orales qui ont été déposées. Les deux cas concernent la province de Namur, mais il y en a d'autres. Nous penserons à RTT Lessive, un camp d'entraînement y étant prévu, mais aussi à Cerfontaine. Il importe de pouvoir rencontrer la bourgmestre et la population, afin d'informer et de rassurer. Il existe, certes, un besoin de réinvestissement dans la défense et d'extension de nos quartiers. Cela doit se faire certainement au moyen d'une bonne concertation et collaboration.
01.11 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, generaal, bedankt voor uw toelichting bij het Kwartierplan.
We hebben er lang op gewacht. Sommigen zeggen dat het net niet binnen de tijd kwam. Als ik het me goed herinner, zei u vorig jaar in maart bij de bespreking van de beleidsnota dat het Kwartierplan klaar zou zijn tegen de NAVO-top van juni. Als we dat tijdframe gebruiken, kwam het ruim buiten de tijd. Maar goed, het is er nu. Dat is een goede stap.
Ik had in alle eerlijkheid wel een uitgebreider en gedetailleerder plan verwacht. Ik kan me voorstellen dat er al meer details voorbereid zijn en achter de schermen bekend zijn, maar op dit moment vrees ik dat er nog heel veel onzekerheid blijft bestaan door wat nu op deze manier gepresenteerd wordt.
We mogen niet vergeten dat Defensie eigenlijk al tientallen jaren aan het leuren is om haar domeinen te laten overnemen door provinciebesturen of lokale besturen, of samen met de provinciebesturen plannen uitwerkte. Defensie werkte echt heel intensief mee om bijvoorbeeld in Koksijde ruimtelijke plannen uit te werken om terreinen terug te geven aan de bevolking. Ook in bijvoorbeeld Geel en in Arendonk werden plannen gesmeed, of zijn die ondertussen al afgeklopt, om ervoor te zorgen dat de lokale gemeenschap iets heeft aan de langdurig leegstaande militaire domeinen. In Arendonk gaat het over twintig jaar, in Geel over dertig jaar. Ook Burcht staat al een gigantisch lange tijd leeg.
Nu moeten die plannen dus allemaal in de vuilnisbak. Ik sluit me dan ook aan bij de vraag of dat nu echt voor elke vestiging nodig was. Is men niet zeer expansief te werk gegaan om toch maar aan elke vestiging, ook al staat ze al dertig jaar leeg, op een of andere manier een invulling te geven? Was het niet makkelijker om zich meer te concentreren op meer specifieke vestigingen in plaats van over heel België alle kwartieren opnieuw te activeren?
Mijnheer de voorzitter, ik heb zeer veel vragen ingediend. Ik zal de belangrijkste vermelden, maar ik hoop dat ik toch nog antwoorden krijg op de vragen die ik schriftelijk heb ingediend, indien niet in het bestek van dit debat, dan op een schriftelijke manier. Ik hoop wel dat er nog antwoorden zullen komen, want het zijn vragen die zeer sterk leven.
Een van mijn vragen is wat er nu met al die ruimtelijke uitvoeringsplannen zal gebeuren. Moeten die allemaal opnieuw op de schop? Worden die allemaal opnieuw uitgetekend?
Er is al verwezen naar Ursel. Daar wil ik zeker nog even bij blijven stilstaan. Het terrein te Ursel is gelegen in het grootste bos van Oost-Vlaanderen. Daar geldt een habitatrichtlijn, die men niet zomaar kan opzijschuiven. Waar staat Defensie ondertussen met de passende beoordeling? Waar staat het Masterplan, dat eerder werd aangekondigd? Is daar een concreter tijdspad dan 2032-2034? Er wacht immers nog heel wat planningswerk. Wat gebeurt er met de compensaties?
Ik denk evengoed aan het Engels Kamp in Geel. Daar was een stadsrandbos gepland. Wordt dat idee helemaal van de kaart geveegd? Is daar geen enkele ruimte meer voor? Zijn daar nog samenwerkingen mogelijk?
Dezelfde vragen heb ik over Arendonk. De plannen aldaar zijn nog niet afgeklopt, maar de site is volop in gebruik. Als er mogelijk een nieuwe ingebruikname komt, wanneer wordt "mogelijk" dan "definitief"? Wordt samenwerking met de gemeente daar nog verder onderzocht? Zijn daar nog kansen om verder samen te werken?
Ook vernoem ik Fort Sint-Marie in Zwijndrecht. Al sinds 1996 heeft dat als gewestplanbestemming natuur- en gemeenschapsbestemming. Hoe zal Defensie daarmee omgaan? De toegang naar de Schelde, waarnaar verwezen wordt, ligt in een natuurgebied. Ik wijs trouwens op de pfas-vervuiling daar, maar evengoed in Sint-Andries.
Zal Defensie dat nu eindelijk ook saneren? Welke impact heeft dat voor de militairen?
Ik heb tot slot nog een korte vraag over de defensie-industrie. Wie zijn die andere derden? Wat is de aantoonbare meerwaarde, zoals in het Masterplan werd aangekondigd?
01.12 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, generaal, bedankt voor de toelichting vandaag.
In de tijd dat ik beroepsofficier was, was het altijd bang afwachten als er een nieuw Kwartierplan kwam. Zal onze eenheid erbij zijn? Zullen wij gesloten worden? Zullen wij straks naar een andere werkplek moeten uitkijken? Dat was telkens opnieuw een zwaard van Damocles dat boven alle eenheden hing.
Nu zijn we in het omgekeerde scenario beland, waarin het Kwartierplan niet de aangekondigde sluiting van kwartieren brengt, maar de heractivering en heropening ervan. Dat vind ik een goede zaak, omdat we geografisch beter kunnen spreiden, ook naar het westen.
Ik ben zelf afkomstig uit West-Vlaanderen. Het is goed dat er ook gevechtseenheden in West-Vlaanderen zullen worden gevestigd. Dat was vroeger veel minder het geval. Als men als actieve jonge militair vanuit West-Vlaanderen in een gevechtseenheid wilde dienen, moest men altijd naar het oosten van het land. Dat zorgde ervoor dat heel veel mensen afhaakten of die keuze zelfs niet maakten. Het is dus zeer goed dat er ook in het westen actieve gevechtseenheden gevestigd zullen worden.
Collega Aerts vraagt of er niet te veel kwartieren worden geheractiveerd. Geografische spreiding gaat natuurlijk niet alleen over het vinden van een rekruteringsbasis, maar ook over de spreiding van de strategische assets, zoveel mogelijk, zodat die zich niet allemaal op dezelfde plaats bevinden als het slecht zou gaan. Ook daarvoor is geografische spreiding van groot belang.
Dat geldt bijvoorbeeld ook voor onze munitie. We hebben niet veel munitie, maar de munitie die we hebben, bevindt zich vandaag haast allemaal op één plek, in Bertrix. Ik denk niet dat het in deze tijden verstandig is om dat op die manier te blijven organiseren.
De nota gaat vooral over strategische keuzes. Ik begrijp dat er nog niet veel details kunnen worden gegeven, maar als parlementsleden zitten wij wel wat op onze honger om meer details te krijgen. Het is logisch dat veel collega’s daar ook naar vragen.
Mijn eerste vraag is dan ook wanneer dat Infrastructuurplan er komt? Vanaf wanneer kunnen wij daar vragen over stellen? Dat is toch wel belangrijk.
Ik wil ook een oproep doen om zo veel mogelijk met lokale overheden en met eventuele lokale actiegroepen in overleg te gaan. Als we het belangrijk vinden dat er een draagvlak komt en blijft voor de komst van nieuwe kwartieren in de verschillende gemeenten, zal het zeer belangrijk zijn om met de lokale besturen te overleggen. Daartoe wil ik oproepen.
Ik wil mij aansluiten bij collega Meuleman, die het specifiek heeft gehad over het Drongengoed. Daarvoor is ook overleg met de natuurvereniging aangewezen. Ikzelf maak mij daarover geen grote zorgen. Ik heb het geluk gehad om heel veel militaire kampen te mogen bezoeken in verschillende hoedanigheden, zoals Vogelsang, Elsenborn, Leopoldsburg en vele andere. Ik heb die allemaal bezocht. Dat waren de mooiste stukjes natuur die ik in mijn leven heb gezien. De mooiste natuur die ik ooit heb bezocht, bevond zich op militaire domeinen, op domeinen die niet toegankelijk waren voor het grote publiek maar waar fauna en flora konden floreren, net omdat die kwartieren maar beperkt toegankelijk zijn. Ik geloof er dus heel sterk in dat natuur en defensie hand in hand kunnen gaan, maar ik heb uiteraard begrip voor de eventuele bezorgdheden.
Mijnheer de minister, het is ook heel goed dat wordt benadrukt dat er ook terreinen en gebouwen in de strategische reserve zullen worden geplaatst, ook voor de defensie-industrie. Er is heel veel vraag naar ruimte voor industrie.
Mijnheer de voorzitter, het is misschien enigszins ondergesneeuwd geraakt, maar in de nota die wij hebben mogen ontvangen, staat letterlijk dat de terreinen en gebouwen in kwartieren die als strategische reserve worden behouden, volledig of in medegebruik ter beschikking kunnen worden gesteld van de defensie-industrie of andere derden wanneer dat een aantoonbare meerwaarde voor defensie oplevert. Dat stond wel degelijk in de bijlage van de nota aan de ministerraad. Ik ben dan ook heel blij dat dat voor West-Vlaanderen het geval zal zijn, zowel in Koksijde als in Moorsele.
Een aandachtspunt voor West-Vlaanderen en voor het westen van het land zal wel degelijk de zoektocht naar goede oefenterreinen zijn. Als de Karpatten buitenrijden in Lombardsijde hebben ze niet onmiddellijk veel oefenterreinen in de nabije buurt. In Leopoldsburg is de situatie uiteraard anders. Dat is nog een belangrijk aandachtspunt.
Mijnheer de minister, ik heb nog een vraag die van belang is voor mij persoonlijk, maar ook voor mijn ex-collega’s. Er wordt mij ingefluisterd dat Ieper opnieuw het 51ste bataljon Logistiek zou worden. Dat was mijn allereerste actieve eenheid destijds. Ze is jammer genoeg opgedoekt. Kloppen de geruchten dat de nieuwe logistieke eenheid in Ieper straks het 51ste bataljon Logistiek zou zijn? Als u daarop al zou kunnen antwoorden, zult u daar veel mensen gelukkig mee maken.
Lokale besturen hadden de voorbije jaren echter ook al een plan uitgewerkt voor dergelijke domeinen, niet wetende dat die opnieuw geactiveerd zouden worden voor Defensie. Mijn eerste vraag betreft dus de betrokkenheid van lokale besturen. Er is bijvoorbeeld in Geel al een bestemmingswijziging. Hoe gaat Defensie daarmee om?
Mijn tweede vraag is eerder gelinkt aan het Infrastructuurplan. De infrastructuur van de kazernes is één zaak, maar de infrastructuur van de omgeving is iets anders. Zal Defensie de bestaande wegen, spoorwegen en bruggen mee opnemen in het toekomstige Infrastructuurplan?
Mijn derde vraag is gewoon een opmerking. Ik mocht samen met majoor Aerts een militaire opleiding volgen en die is chef milieutechnische eenheden, de milieucoördinator van alle kwartieren, geworden. Hij heeft mij toen tussen pot en pint en veel koffies, toegelicht wat zijn functie precies inhoudt. Dat is indrukwekkend. Ik bevestig dus volledig wat collega Axel Weydts zonet zei, namelijk dat Defensie in die kwartieren perfect hand in hand kan gaan met onze fauna en flora. U hebt daar zelfs een majoor en een heel team voor aangesteld.
01.14 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer de minister, generaal, ook ik dank u voor de heldere uiteenzettingen. We hebben inderdaad uitgekeken naar het Kwartierplan, want dat is een zeer belangrijk gegeven, uiteraard ook met aandacht voor innovatie.
Ik heb drie à vier aandachtspunten.
Ten eerste, de visie is duidelijk. Een grotere spreiding is positief, om de redenen die de collega’s al hebben opgesomd en die ik niet zal herhalen.
Ten tweede, ik waardeer de betrokkenheid van de lokale overheden. Dat is een zeer belangrijk element, noodzakelijk voor het draagvlak binnen de lokale leefgemeenschap en de erkenning door de lokale besturen. Dat moet in de toekomst verder worden versterkt en bewaakt. De openheid voor samenwerking met de defensie-industrie, de federale politie en de Civiele Bescherming is eveneens positief. Wij zijn daar ook voorstander van. De schaarse ruimte in ons land, zeker in Vlaanderen, moet optimaal worden benut. In dat opzicht, en met een ontluikende defensie-industrie, is het goed dat daar openheid voor bestaat.
Er moet ook worden gewaakt over het juiste evenwicht tussen spreiding en een efficiënte besteding van middelen. We steunen dat Defensie de komende jaren als enige domein extra middelen krijgt in een geopolitiek en budgettair woelige periode. Het is belangrijk dat die middelen op de juiste manier worden ingezet. Dat moet men altijd in het achterhoofd houden. De spreiding en opsplitsing van kwartieren mag niet leiden tot een versnippering van middelen. Die spanning moet zorgvuldig worden bewaakt. In dit Kwartierplan lijkt die verhouding juist te zitten, maar ook in de toekomst moet dat aandachtspunt behouden blijven.
Ten derde, het is een algemeen plan – dat begrijp ik – maar het is nu belangrijk om ook naar het Infrastructuurplan te kijken, met bijzondere aandacht voor de timing en de concrete tijdstabel.
Tot slot heb ik nog enkele concrete vragen over de logistieke eenheden in Berlaar en Geel. Er ligt een voorstel om die van Berlaar naar Geel te verplaatsen. Wat is de timing daarvan, wat is de reden hiervoor en wat wordt de uiteindelijke bestemming van Berlaar?
01.15 Kristien Verbelen (VB): Mijnheer de minister, onze is fractie verheugd dat Defensie veel investeert in infrastructuur en dat de militaire capaciteit naar een hoger niveau wordt getild. Na decennia van onderinvestering was dat ook broodnodig. Het voorliggende Kwartierplan bevat ongetwijfeld veel goede elementen, zoals de heractivering van bestaande sites en de aandacht voor weerbaarheid. Dat zal Defensie ook aantrekkelijker maken en meer personeel aantrekken, want op dat domein zijn hoge ambities geuit.
Mijnheer de minister, u kiest ervoor om het Kwartier van de Toekomst te vestigen in Aalter-Ursel. Dat is op zich een logische keuze. Het is een bestaande militaire site met goede mobiliteit. Tegelijk wordt beslist om de opleiding van diezelfde luchtverdedigingseenheid niet daar te organiseren maar in Bevekom. Dat begrijp ik niet goed. Als Aalter volgens uw nota de beste locatie is vanwege de infrastructuur, ligging en capaciteit, waarom geldt dat dan niet voor de opleiding? Op het vlak van efficiëntie, kosten en personeelsorganisatie lijkt dat niet logisch. Er zijn extra verplaatsingen nodig, er is versnippering van expertise. Misschien zijn er ook hogere infrastructuurkosten.
We zien vooral opnieuw een patroon waarbij Vlaanderen wel operationele aanwezigheid krijgt, terwijl de structurele verankering, de opleiding en de kennisopbouw elders terechtkomen. Kunt u motiveren waarom die keuze werd gemaakt en of een geïntegreerd model in Aalter ook is onderzocht?
U stelt in uw nota dat de militaire aanwezigheid in het westen van het land stijgt van 14 % naar ongeveer 22,5 %, terwijl daar 40 % van de bevolking woont. Dat is een stap vooruit, maar zelfs na de uitvoering van dit plan blijft die regio structureel ondervertegenwoordigd. Tegelijk lezen we dat bijkomende uitbreidingen worden onderzocht, onder meer in Henegouwen. Ik stel mij dan vragen bij de concrete invulling van het principe van een evenwichtige spreiding, dat nochtans expliciet deel uitmaakt van de Strategische Visie.
Kunt u aangeven welke bijkomende projecten in Vlaanderen gepland zijn om die scheeftrekking recht te trekken? Is daar een tijdpad voor? Welke criteria hanteert u voor die geografische spreiding? Dat blijft voor mij nog vaag.
Ik heb nog een aantal vragen over de asielcentra. Er is al wat toelichting gegeven, maar ik had toch graag een lijst van sites en wat meer timing gehad. Ik weet dat het afhangt van de instroom, maar misschien kan er toch een lijst of wat meer informatie worden doorgegeven.
Wat de investeringen betreft, voor Charleroi zijn die bedragen gekend, maar voor Aalter en andere Vlaamse steden blijft het onduidelijk hoeveel er effectief wordt voorzien en welk aandeel nieuwbouw betreft. Hebt u daar meer informatie over?
Ik had ook nog vragen over de
defensie-industrie, maar ik heb begrepen dat we daar later meer informatie over
krijgen, dus dat wacht ik af. Er blijven nog veel vragen over budgetten en
personeel. Dat behoort tot het Infrastructuurplan en de vraag is al gesteld,
maar is er een timing? Is er een
tijdpad?
01.16 Charlotte Deborsu (MR): Monsieur le ministre, général, je vous remercie pour votre exposé bien complet. Je vais plutôt poser mes questions du tac au tac et éviter les considérations pour que vous puissiez me répondre au mieux.
Par rapport au quartier sud de Charleroi, pourquoi avez-vous choisi un ancien site industriel, malgré les contraintes liées à la dépollution? Confirmez-vous que ce coût lié à la dépollution sera entièrement pris en charge par Duferco? Avez-vous déjà des objectifs chiffrés pour les recrutements dans cette zone?
Pour ce qui est du Quartier du Futur nord, pourquoi le choix a-t-il évolué de Grammont vers Aalter? Quelles sont les conséquences pour les activités de défense aériennes à Ursel?
Par rapport à la coopération avec l'industrie de défense dont vous avez parlé, que signifie concrètement la "co-utilisation" des sites? Envisagez-vous des ventes d'actifs à des entreprises? Si oui, quelles sont les retombées pour la défense?
Qu'en est-il aussi de la gestion et du coût des sites placés en réserve stratégique?
Ma prochaine question porte sur le Fort Sainte-Marie à Burcht, dont vous avez également parlé. Quels sont les travaux nécessaires pour le rendre opérationnel?
Quant à la question des stocks de munitions, des mesures de sécurité sont-elles prévues en concertation avec les communes?
Quelles sont vos perspectives de développement après 2034 pour l'aérodrome de Moorsele?
Comment justifiez-vous le maintien de certains sites, tels que Coxyde et Sainte-Croix, ainsi que les perspectives à long terme pour des projets au-delà de 2034?
J'en viens à une question de mon collègue, Benoît Piedboeuf, qui, concentré sur sa belle province de Luxembourg, s'interroge sur la disponibilité des logements de l'OCASC. Certaines rumeurs du côté de Marche-en-Famenne font état de préavis envisageables pour libérer des logements destinés aux nouveaux militaires. Quelles garanties pouvez-vous apporter quant à la protection des droits des locataires actuels, notamment des retraités, afin d'éviter toute mesure qui serait perçue comme une éviction déguisée au profit des nouveaux venus?
Des investissements sont-ils prévus pour des infrastructures énergétiques? Nous savons que ce sera un enjeu crucial pour les prochaines années. Disposez‑vous donc d’une stratégie énergétique spécifique pour les quartiers militaires?
Dans quel état le chantier du nouveau quartier général à Evere se trouve-t-il? Des mesures de sécurité supplémentaires ont-elles été intégrées dans les marchés publics, compte tenu du contexte actuel?
Enfin, vous avez évoqué plusieurs nouveaux projets à l’horizon post-2034, tels qu’une unité de franchissement lourd à Cerfontaine, une unité de défense aérienne dans le Hainaut ou encore une capacité para-commando à Diest. Comment entendez‑vous assurer la cohérence de ces projets sur une période aussi longue, afin de garantir une vision stratégique stable pour la prochaine décennie?
01.17 Annick Ponthier (VB): Ik heb nog een korte aanvulling op de uitstekende vragen van mijn collega Verbelen.
Heel concreet hebt u gezegd, minister en generaal, dat het Kwartierplan een visie is. We hebben nog geen concrete invulling wat betreft cijfers, personeelssterkte en dergelijke. Daarvoor moeten we dus wachten op het Infrastructuurplan. Ik wil u ook vragen, in aansluiting op een aantal vragen van collega’s, wat de timing daarvan is. Gaat het over een aantal maanden of spreken we over een langere termijn? Dat is volgens mij zeer belangrijk.
Ik verwijs even naar mijn eigen provincie die op defensievlak nog altijd zeer sterk is. De grootste werkgever van Limburg is nog altijd Defensie. Zo kom ik bij mijn vraag over Helchteren, de site waar al jaren een asielcentrum gevestigd is. Daar wordt een logistieke invulling voorzien. Ik heb in de slides gezien dat de eerste werken gepland zijn tegen 2028 en dat de afronding voorzien is tegen 2035, als ik dat correct heb begrepen. Wanneer ik de minister hoor zeggen dat de invulling van de asielcentra op dit moment natuurlijk afhangt van de instroom, lijkt u daar iets optimistischer over dan wij. We zullen zien wat de toekomst brengt. De timing voor Helchteren lijkt mij dus toch enigszins onzeker. Hoe zult u die timing hard maken als de instroom op het huidige niveau blijft?
Dan heb ik nog een concrete vraag over de site van Zutendaal, mijnheer de generaal. U hebt kort aangehaald dat er onderhandelingen lopen met de Verenigde Staten over de heringebruikname, aangezien we die site ooit in concessie hebben gegeven. Kunt u meer zeggen over de concrete invulling van die site? U hebt aangegeven dat er een bepaalde heringebruikname voorzien is, maar kunt u de stand van zaken van dat dossier verder toelichten?
01.18 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Je ne serai pas long. Je remercie le ministre pour son exposé.
J’ai quelques questions d’ordre pratique.
Premièrement, concernant le plan d’infrastructure détaillé, dispose-t-on d’un calendrier quant à sa mise à disposition? Par ailleurs, une concertation effective a-t-elle été menée avec les riverains pour chaque site nouveau ou rouvert, notamment à Charleroi et à Ypres? Quelles autorités locales ont formellement approuvé ces extensions? La question de l’environnement a été abordée. Des associations environnementales et des organisations citoyennes ont-elles été impliquées dans l’élaboration du Plan quartiers? Des études d’impact environnemental ont-elles été réalisées pour ces nouveaux quartiers? Enfin, pourquoi les sites militaires sont-ils ouverts à l’industrie de la défense ou à des tiers? Quelles entreprises pourraient en bénéficier? Ces entreprises devront-elles s’acquitter d’un loyer pour l’utilisation de ces sites?
01.19 Theo Francken, ministre: Chers collègues, je vous remercie pour vos questions.
J'ai entendu que le Plan quartiers est évalué de manière positive, mais qu'il reste beaucoup de questions en suspens concernant le budget, le timing, le contenu, le lieu, etc. Je donnerai la parole au général pour y répondre.
Ik wil zelf een aantal punten aanhalen. Er wordt gesteld dat het plan nog altijd mager is voor het westen van het land. Ik geef toe dat het plan nog niet perfect is, maar wij moeten ook het grote plaatje bekijken. We beginnen met Henegouwen. In Charleroi komt het Kwartier van de Toekomst.
Concernant le quartier à Charleroi, les questions que vous m’avez posées, madame Deborsu, auraient dû être posées au gouvernement précédent. Je n’étais pas membre de ce gouvernement, mon parti non plus. Les autres partis en faisaient partie. Il aurait donc été préférable de poser ces questions à ce moment-là. J’ai bien compris qu’il y avait un accord sur le site de Charleroi avec la ministre compétente à cette époque, Mme Dedonder, le bourgmestre de cette ville et d’autres collègues ministres du gouvernement qui étaient également députés de cet endroit.
Je pourrais parler des heures de ce dossier, mais je ne vais pas le faire. Ce serait très intéressant de le faire à un moment donné autour d’un petit café. Je pourrais expliquer beaucoup de choses sur ce dossier très intéressant.
Men stelt soms de vraag waarom ik daar in godsnaam mee verder ga. Na 25 jaar Wetstraat is het soms moeilijk om niet cynisch te worden. Wij gaan daarmee verder. Die beslissing is genomen en we komen daar niet op terug. Daar zijn veel interessante zaken over te zeggen. Dat is zeker juist.
Il reste un point d'interrogation parce que, dans le Plan quartiers, un site est prévu dans le Hainaut. Nous allons acheter des Norwegian Advanced Surface to Air Missile System (NASAMS). La semaine dernière, j'étais en Norvège avec notre Roi et notre Reine. Les NASAMS seront installés à Ursel.
Pour ce qui est du Patriot, du SAMP/T, du système Hanwha ou d’autres systèmes, le choix relève du Blue Dome Working Force. Il s’agit d’un groupe de travail au sein de l’armée chargé de formuler un avis, à la fois pour moi et pour le gouvernement, afin de déterminer quel système serait le plus optimal. Cette étude est en cours. Lorsque je disposerai de son résultat, nous pourrons opérer un choix. Le système choisi sera ensuite installé dans le Hainaut, peut-être à Ghlin. Je n’ai pas encore contacté le bourgmestre, car rien n’est certain à ce stade. J’ai bien compris qu’il y avait une communication très volontariste, et je le suis également, donc je comprends très bien. Bref, ce n’est pas encore confirmé à 100 %, mais Ghlin reste une option réaliste.
Travailler avec la Protection civile, mais aussi avec la police, fait également partie des possibilités. Peut‑être pourrons-nous collaborer et approfondir ce que nous allons développer dans le Hainaut dans le cadre de ce dossier. Il s’agira d’une capacité de très haut niveau, très technique. Je pense que ce sera une plus-value très importante pour le Hainaut.
Pourquoi n'avons-nous pas fait le choix de
Grammont? Ce n'était
pas réaliste.
Ook in dat dossier had de keuze voor Geraardsbergen mogelijk iets te maken met de woonplaats van de vorige eerste minister, maar dat was vanaf dag één een doodgeboren kind. Dat is niet meer van ons. Als men spreekt over natuur, is dat nooit echt realistisch geweest. Vanuit Vlaanderen is er bovendien een zeer negatief advies gekomen van de Vlaamse regering. De vraag is dan of men moet blijven vechten voor iets dat niet levensvatbaar is. Daar steek ik mijn tijd niet in, ik heb andere zaken te doen. Ursel is wel een optie. Ursel is nog van ons. In verband met het Drongengoed wil ik toch benadrukken dat ik, ook al lijkt dat misschien niet zo, een bomenknuffelaar ben en als burgemeester zeer veel belang hecht aan natuurbehoud. In mijn mooie gemeente vechten we voor elke boom en elk stukje natuur. Het is een van de groenste gemeenten in de ruime omgeving van Brussel.
Het Drongengoedbos zullen we maximaal bewaren. Dat is voor mij vanzelfsprekend. Net door te kiezen voor een luchtmachtcapaciteit, zoals NASAMS, zal de impact op dat terrein minimaal zijn. Als we gekozen hadden voor een brugslagcapaciteit of voor zware voertuigen zoals Griffon en Jaguar, en die daar laten rijden, dan zou de impact op de natuur zeer groot geweest zijn. Met luchtmacht en luchtverdediging is die impact veel beperkter. De generaal kan daar meer toelichting over geven. Hij kent de site zeer goed. We zijn ook ter plaatse geweest. Ik wil de mensen die zich zorgen maken dan ook geruststellen, op dat vlak sta ik volledig aan hun kant. Misschien gelooft u mij niet, maar dat is absoluut zo. We willen er zeer hard voor vechten dat de natuur maximaal bewaard blijft. We hebben al zo weinig natuur in Vlaanderen en moeten daar uiterst spaarzaam mee omgaan. Wat eenmaal vernietigd is, herstelt niet snel. Dat vergt jaren, zelfs tientallen jaren. Ik heb de generale staf en de CHOD ook de duidelijke richtlijn meegegeven om ervoor te zorgen dat de milieu-impact zo beperkt mogelijk blijft. Men zegt dat dat mogelijk is. De generaal kan dat nader toelichten.
Je comprends le contexte budgétaire très difficile, qui a entraîné moins d'investissements dans la défense et une baisse du nombre de militaires. Bon, on n'allait pas laisser les casernes ouvertes pour rien. C'est clair. Il était plus efficace de fermer les quartiers. En tout cas, il n'y a pas que M. Vandeput qui a pris cette décision. Ce sont tous les ministres successifs qui ont opté pour cette fermeture en Flandre et en Wallonie. Ce n'est donc pas une question communautaire, me semble-t-il.
CDSCA moet ook met een plan komen.
L’OCASC doit évidemment proposer un plan, lui-même intégré au Plan quartiers. C’est la prochaine étape. Je pense que cela peut être très pertinent pour cette commission de suivre ce dossier de près. J’ai reçu plusieurs questions de votre part, monsieur Courard, mais aussi d’autres collègues, concernant l’OCASC. C’est un dossier très important.
Je reçois des courriels indiquant: "Vous
allez mettre fin à des contrats pour des personnes qui occupent depuis des
années des logements OCASC". Je l’entends, mais ces logements sont
destinés aux militaires. Le fait de bénéficier d’un logement OCASC ne signifie
pas qu’il est attribué à vie. Il ne s’agit pas d’un droit permanent.
Maar Defensie is geen sociale huisvestingsmaatschappij. Ik ben niet bevoegd voor huisvesting. Daarvoor moet u in Vlaanderen de minister van Wonen maar ondervragen, of in Wallonië le ministre du Logement.
C'est au ministre du Logement d'en dire plus sur les logements sociaux.
Ik ben minister van Defensie en die woningen zijn voor militairen. Ik begrijp dat het niet gemakkelijk is. Ik krijg veel mails en klachten binnen, maar wat moet ik doen? We zijn heel veel mensen aan het aanwerven. We werven dit jaar elke werkdag een klas aan. Dat zijn 20 nieuwe mensen, 4.000 op een jaar. Defensie is de grootste aanwerver van België. Heel veel van hen hebben huisvestingsproblemen. Het is een heel interessant debat. Als het standpunt van de commissie is dat de mensen in hun huidige woningen moeten blijven wonen en we hen er niet mogen uitzetten, zeg mij dat dan, maar wat moet ik dan doen met de nieuwe instroom? Het is of het een of het ander. Ik zou zeggen dat die woningen dan voor nieuwe, jonge militaire gezinnen zijn, omdat die geen geld hebben om een huis te kopen. Als men al 20 of 30 jaar een inkomen van Defensie krijgt, dan kan men gespaard hebben en iets bouwen of kopen. Heel veel mensen zeggen nu dat het schandalig is dat men hen uit hun huis zet. Ik vind dat heel erg, dat ligt sociaal heel moeilijk, maar wat moet ik dan doen met al die militairen van 18, 19 of 20 jaar die met hun vriendinnetje iets zoeken om te huren? We moeten hen toch proberen te helpen en we hebben daar CDSCA voor.
Concernant les demandeurs d'asile, il est clair que nous n'allons pas leur fermer les casernes si l'afflux augmente. Je ne vais pas tuer Anneleen Van Bossuyt, c'est clair. Quand vous me demandez s'il y a encore de la place actuellement pour les demandeurs d'asile dans les casernes des quartiers militaires – je ne parle pas des autres quartiers, car la plupart des demandeurs d'asile ne se trouvent pas dans les quartiers militaires (il y en quelques milliers) – la réponse est non: la défense, c'est la défense.
Ik heb ervoor gezorgd dat er asielzoekers in defensiekwartieren werden opgevangen. Tijdens de asielcrisis tien jaar geleden had ik te weinig plaats. Ik heb toen aan Steven Vandeput gevraagd of ze in de kazernes konden. Hij was niet erg enthousiast. Defensie heeft uiteindelijk een aantal kazernes ter beschikking gesteld. Ik heb toen aangegeven dat dat tijdelijk was en dat wij ze opnieuw zouden sluiten zodra de crisis voorbij was. Tien jaar zijn verstreken en die asielzoekers zijn daar nog altijd. Op een bepaald moment, zeker in een militaire revival en bij de opbouw van de strijdkrachten, zijn die kwartieren nodig. Zo eenvoudig is het.
Ik hoor hier ook de vraag waarom die keuzes gemaakt zijn. De prioritaire keuze was om bestaande kwartieren opnieuw in gebruik te nemen en geen nieuwe gronden aan te kopen, want dat is peperduur. Nieuwe ontwikkelingen, zoals in Charleroi, vormen ook peperdure dossiers. Dat is een volledig nieuw kwartier en dus een bewuste keuze. Wij gaan daarmee door.
We proberen dus bestaande kwartieren opnieuw
in gebruik te nemen. Dan komen we al heel snel uit bij de plaatsen waar nu ook
asielzoekers verblijven. Het is goed dat wij asielzoekers opvangen, zeker
wanneer de instroom hoog blijft. Wij zullen die mensen niet op straat zetten.
De boodschap is echter wel duidelijk. Als de instroom laag blijft, zoals nu,
sluiten wij stelselmatig die kwartieren voor asielzoekers en maken we er
opnieuw militaire kwartieren van. Dat
is de logica. Dat lijkt mij niet onredelijk.
Beaucoup de questions ont été posées sur la manière dont on peut informer les riverains et les bourgmestres, et notamment les bourgmestres des communes ayant un site militaire sur leur territoire et ceux des communes voisines.
Ik stel voor dat de generaal met zijn team in de komende weken in elke provincie een informatieavond voor de burgemeesters houdt, georganiseerd door de provinciecommandant en de gouverneur. Er zijn immers heel veel vragen. De burgemeesters die geïnteresseerd zijn, kunnen daar naartoe komen of hun secretaris sturen. Wie niet geïnteresseerd is, hoeft niet te komen. Zo eenvoudig is het. We zullen dat organiseren. Ik heb net tegen de generaal gezegd dat we dat zo snel mogelijk moeten doen. Dat neem ik dus zeker mee.
Waarom is de Air Defence School in Beauvechain? Dat is heel logisch, het hele commando is daar gehuisvest. Als men de Air Defence School daar vestigt, zitten zij bij het commando, bij de radarsystemen en bij het CRC, het Control and Reporting Center. De school daar onderbrengen is dus logisch. Daar is trouwens al een school.
Defensie en veiligheid in Oost-Brabant is een heel gevoelig punt. Er is een expliciete vraag, onder andere vanuit Tienen, om in de provinciale school in een opleiding te voorzien. We krijgen daar heel veel vragen over, vanuit het hele land. Ik heb dat ook gezien op BEDEX. Er waren gratis kaartjes gegeven en die mensen zijn ook allemaal gekomen. Het was echt leuk om te zien. Ik heb er veel mensen ontmoet. Dat was heel sympathiek. Voor het militaire dienstjaar hebben we heel veel instructeurs nodig, ook politie- en brandweerinstructeurs. We zitten wat kort, dus het is nog niet zeker of dat mogelijk zal zijn. Mijnheer Vander Elst, ik ben wel sterk begaan met het dossier. Ik ben ermee bezig.
Over Diest kan de generaal meer toelichting geven. Het is wel degelijk de bedoeling om Diest te ontwikkelen. We moeten alleen nog bekijken of dat in Citadel of in Schaffen kan. Citadel lijkt mij moeilijk, maar dat moet verder worden bestudeerd. Schaffen lijkt mij veel eenvoudiger, omdat het volledig van ons is. Er is niet zoveel plaats, maar er zijn wel nog mogelijkheden. We kunnen misschien in de hoogte of in de diepte bouwen. Tot nu toe bouwden we altijd één verdieping en heel groot, maar dat hoeft niet per se. Er kan creatief met de bouw worden omgegaan. Dat moet nog verder worden bekeken.
01.20 Lieven Vanheste: De nombreuses questions portent sur le timing et cela se comprend. Il me semble intéressant d'expliquer concrètement ce que nous sommes en train de faire et la manière dont ce processus va se dérouler.
Pour chaque site à développer, on commence par l'étude de masterplan. Pour ce faire, on fait appel à des architectes et des urbanistes. Ils doivent recevoir une commande de notre part pour entamer cette mission. Dans ce contexte-là, avec cette étude de masterplan, ils feront aussi une étude d'incidence, si nécessaire.
Wat betreft de vragen over de passende beoordeling en de ADC-toets in Ursel, ook die prestaties vinden plaats in het kader van de studie van het masterplan. We zullen dus niet eerst aan een architect vragen om iets op papier te zetten om daarna vast te stellen dat dat niet de goede plaats was, rekening houdend met de natuurwaarden van bepaalde zones. We laten dat dus samen bestuderen.
Dat brengt me tot de timing van het Infrastructuurplan. Dat zal een geleidelijk proces zijn. Niet alle cijfergegevens zullen op hetzelfde moment klaar zijn. Zodra er een masterplan rond is, zullen we werken in volgorde van prioriteit, in functie van wat er moet gebeuren en tegen wanneer en op basis daarvan zullen we prioriteiten bepalen.
Zodra dat plan klaar is, kunnen we op basis daarvan een programmatie opstellen en vervolgens communiceren. Zoals we vandaag al een goed beeld hebben van de raming voor Charleroi, omdat daar al jaren studies naar lopen en we een vrij goed inzicht hebben in de te realiseren volumes en oppervlaktes, zullen we op een bepaald moment ook een vergelijkbaar inzicht hebben voor bijvoorbeeld Ursel. Op dat moment kan er worden gecommuniceerd. Gezien de omvang van de werken die moeten worden uitgevoerd, zal daarvoor telkens een dossier in de ministerraad worden behandeld.
Het is dus niet zo dat Defensie tegen het einde van het jaar een volledige en definitieve becijfering zal kunnen voorleggen van alles wat moet gebeuren in de 13 te ontwikkelen sites en in alle bestaande kwartieren. Dat kan ik niet beloven. Dat zullen we niet kunnen waarmaken. De communicatie zal progressief verlopen, in functie van de evolutie van de studies per site.
In verband met het hergebruik van de momenteel verlaten sites zijn er vragen over bestemmingswijzigingen. Het zal inderdaad noodzakelijk zijn om bepaalde sites die in het vooruitzicht van een andere functie werden herbestemd, opnieuw te herbestemmen naar militair gebruik. De meeste sites zijn nog wit ingekleurd, maar een aantal sites die al heel lang geleden door Defensie werden verlaten, hebben inmiddels een andere bestemming gekregen. Dat is een van de actiepunten die op het niveau van de gewesten moeten worden opgenomen, waarvoor wij uiteraard het initiatief zullen moeten nemen.
Met betrekking tot het vliegveld van Ursel en de ontwikkeling van een nieuw kwartier daar, is het merendeel van de elementen al aan bod gekomen. Ik weet – ik heb daar een zekere affiniteit mee, aangezien ik niet ver van de site woon en ook familie heb in Ursel – dat er bezorgdheden zijn. Tot nu toe hebben we hierover echter weinig tot niets kunnen communiceren. Er zijn actiegroepen die zeggen dat er een superkwartier komt in Ursel met 4.000 manschappen enzovoort, maar wij kunnen daar niet op reageren zolang er geen beslissing is genomen. Nu zullen we dat wel kunnen. Ik kan alvast bevestigen dat Ursel geen superkwartier zal worden.
Het wordt een kwartier met een medium- à lage bezetting. Het zal ongeveer 1.000 worden.
Ik kan ook bevestigen dat we op de site van het vliegveld van Ursel de locatie zullen kiezen die de minste impact heeft op de natuur. Er ligt daar een piste. Het is niet zo dat het volledig grasland of volledig bos is. Het vliegveld van Ursel heeft een start- en landingsbaan van 3 kilometer op 50 meter breed. Er is minstens 15 à 20 hectare verhard oppervlak. Een van de zaken waaraan we werken, is de ontharding van die piste, om daarop dan te bouwen. We zullen maximaal proberen om zo weinig mogelijk compensaties te moeten doen. Dat is het eerste uitgangspunt.
De vraag blijft vandaag nog open in hoeverre er tot compensatie zal moeten worden overgegaan. Hoe minder bomen we moeten kappen, hoe liever. Het uitgangspunt, en daarin kan ik volledig aansluiten bij wat de minister daarnet zei, is zo weinig mogelijk tussen te komen in de natuur daar.
Ik kom nu tot de bekommernissen van het publiek over het Drongengoedbos, dat een geliefde plek is om te wandelen. Het bos is vandaag publiek toegankelijk en blijft onverminderd toegankelijk. Er zal geen impact zijn op het publiek toegankelijke Drongengoedbos.
Ik geef nu wat toelichting bij de oefenterreinen en de bezorgdheid of we oefenterreinen zullen vinden in Vlaanderen, in het westen. Het zal iets gemakkelijker zijn om in Henegouwen oefenterreinen te vinden. In het Kwartierplan zijn al een paar indicaties aangegeven. In de provincies Oost- en West-Vlaanderen zal dat, gezien de druk op de openbare ruimte, niet eenvoudig zijn.
Wie het heeft gevolgd, heeft kunnen vaststellen dat er de voorbije weken een vrij grote oefening heeft plaatsgevonden, Combined Sapper. Genie-eenheden van België, Nederland en Frankrijk hebben samen een grote oefening georganiseerd met ongeveer 600 personen. Dat gebeurde in zeer nauw overleg met de gemeenten waar die oefening plaatsvond. Dat geeft voor mij aan dat dit de weg is waarop we verder kunnen gaan.
We hebben niet noodzakelijk nood aan en we zullen nooit een terrein kunnen verwerven van 300 hectare in Vlaanderen. Dat is gewoon onmogelijk. We willen wel zorgen voor schietstanden dicht bij de eenheden, zodat ze zich niet moeten verplaatsen naar het oosten van het land. Dat zijn realistische pistes. Voor de grote terreinen zullen we vooral een beroep moeten doen op wat er bestaat in Vlaanderen, in overleg met provincies en gemeenten.
Ik weet niet of ik de naam van het logistiek bataljon in Ieper mag geven, maar het cijfer dat u hebt vermeld, komt mij bekend voor. Ik zal mij niet in de plaats van de Landmacht stellen.
Dan is er de vraag over Berlaar. Hoe zit het precies met Berlaar? Zal men verhuizen naar Geel? Dat is zeker niet de bedoeling. Het gaat om de enablementfunctie. Momenteel hebben we nog veel plaats in Berlaar, omdat we het kwartier opnieuw in gebruik nemen. We hebben daar nog capaciteit om doortrekkende troepen op te vangen. Naarmate het kwartier zich verder ontwikkelt en opnieuw wordt bezet door Belgische militairen, zal die functie minder beschikbaar zijn in Berlaar en overgaan naar Geel. Het gaat dus niet om eenheden die verhuizen van Berlaar naar Geel, maar enkel om de functie van tijdelijke opvang van doortrekkende troepen die zal verschuiven.
Comment voit-on la question de la co-utilisation de l'infrastructure dans les quartiers militaires? Nous avons déjà des exemples concrets. C'est ce qui est le plus facile à mettre en œuvre dans le cadre d'un vecteur, d'un cadre contractuel. Des sociétés sont déjà présentes dans les quartiers militaires, parce qu'elles ont un contrat avec la défense pour réaliser des prestations, pour faire l'entretien des véhicules terrestres ou pour équiper nos véhicules avec des équipements radio, par exemple. Ces activités peuvent être réalisées dans un quartier; souvent d'ailleurs ces sociétés n'ont pas le potentiel sur leur site pour effectuer ces travaux. Donc là, c'est une situation win-win. Ceux qui participent à ce marché auront la possibilité de réaliser ces activités dans le quartier XYZ. C'est une co-utilisation.
01.21 Theo Francken, ministre: Par exemple, la SABCA à Melsbroek, pour les avions, et aussi pour la Force Terrestre. Nous faisons déjà cela. Nous en ferons beaucoup plus.
Nous travaillons avec des contrats aussi. Monsieur Boukili, les entreprises qui veulent venir chez nous doivent payer pour cela. Ce n'est pas gratuit.
01.22 Lieven Vanheste: En effet, là où nous offrirons des possibilités hors d'un cadre contractuel, ce sera avec une certaine publicité. Nous ferons un appel où il faudra évaluer les demandes, les propositions et toutes les concessions.
À l'heure actuelle, nous avons 1 500 concessions sur tout le territoire, pour diverses utilisations. Ces concessions sont payantes en fonction de l'utilisation que le tiers fait de notre infrastructure ou de notre domaine.
Wat Diest betreft, vroeger was inderdaad 1 Para aanwezig in de Citadel van Diest. Ondertussen is de Citadel verkocht en zijn ook al een aantal andere activiteiten ontplooid. Daarom kijken we momenteel veeleer naar het verder ontwikkelen van het trainingscentrum para in Schaffen om die bijkomende capaciteit te kunnen onderbrengen.
Ook dat is geen one-shotoperatie waarbij plots een hele hoop gebouwen zal verrijzen. Het is een progressief proces. Er zijn nu al werken in uitvoering en er zijn al werken gepland waarin we die bijkomende behoefte kunnen opnemen. De nieuwe mess in Schaffen bijvoorbeeld kan dan ook worden gebruikt door de bijkomende eenheid. Dat is ook een element om het allemaal betaalbaar te maken, want een nieuw volledig op zich staand kwartier ontwikkelen met alle functies, kunnen wij ons vandaag gewoon niet permitteren.
01.23 Minister Theo Francken: Ter aanvulling geef ik mee dat wij ook een heel belangrijke oefening doen over die lichte brigade. We hebben onze mediumbrigade, de lichte brigade en de tweede brigade die er moet komen. Daarover moeten we het in de commissie voor Landsverdediging echt nog eens hebben want dat is een heel belangrijke oefening.
Daarnaast is er het SOR of Special Operations Regiment. Als een para-afdeling opnieuw wordt opgericht, moet ook worden bekeken hoe die het best in het grotere landmachtkader kan worden ingepast, aangezien het SOR eigenlijk al relatief goed gevuld is. Daarover kunnen wij het de volgende keer misschien wat uitgebreider hebben.
01.24 Lieven Vanheste: Voor Zutendaal hebben wij al een aantal jaar geleden een co-use agreement ondertekend met de Amerikanen. Zij gebruiken de volledige site van Zutendaal, maar het gedeelte van het munitiedepot gebruiken ze niet. Op een bepaald moment hebben wij contact gelegd om te vragen wat hun plannen zijn met dat munitiedepot. We bekijken nu een eventueel gemeenschappelijk project om de capaciteit te delen en ook de bestaande capaciteit op het vlak van onder meer veiligheid in orde te brengen.
Het voordeel daar is dat het om een kwartier gaat dat al beveiligd is. Er is een militaire aanwezigheid. Als wij daar kunnen stockeren, is de impact dus een stuk beperkter dan in een volledig nieuw kwartier dat ook bewaakt moet worden.
De voorzitter: Mijnheer de minister, mijnheer de generaal, ik dank u voor de antwoorden. Het onderwerp zal zeker nog op de agenda terugkomen.
Collega’s, het Parlement heeft het laatste woord in een gedachtenwisseling. Ik wil u echter niet te veel aanzetten om allemaal nog het woord te vragen. Als er echter nog bepaalde zaken zijn die moeten worden opgemerkt, kan dat zeker. Ik kijk rond of er nog toelichtingen zijn. Ik stel één minuut spreektijd voor.
01.25 Éric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos éclaircissements au sujet du site de Ghlin.
Ghlin, c'est Mons. Si vous voulez contacter le bourgmestre de Mons, ce n'est pas au président du MR qu'il faut s'adresser puisqu'il a perdu les élections communales. Ne vous trompez pas de numéro! Peut-être qu'il faudrait également lui rappeler qu'il n'est pas ministre de la Défense, et c'est vous qui l'êtes. Lorsqu'il fait des annonces à votre place alors que rien n'est décidé, c'est embêtant pour votre gouvernement. Je le dis très gentiment, bien évidemment.
Vous avez dit que la potentielle future exploitation du site de Ghlin par la défense était liée à l'achat des missiles anti-aériens norvégiens, le système NASAMS. Ils ne seront pas implantés là, mais vous dites cependant qu'il y aura une activité en lien avec ces missiles. Je vous avoue que votre explication reste assez floue.
Par rapport aux explications liées aux potentiels sites d'exercices, vous parlez là, général, d'un site potentiel en province de Hainaut. Même si cela n'a rien à voir, c'est également une piste pour le site de Ghlin, je présume? Il y a donc deux pistes pour ce site de Ghlin. Veuillez m'en excuser, mais vos explications ne sont pas très claires quant au potentiel futur dudit site.
Je vous ai également parlé de la collaboration entre divers départements. Vous mentionnez une collaboration avec des partenaires privés, mais je faisais référence à d'autres départements tels que le SPF Intérieur ou les services communaux ou provinciaux, par exemple. Je suis resté un peu sur ma faim à la suite de votre explication, qui n'est que partiellement claire, je suis désolé.
01.26 Theo Francken, ministre: Monsieur Thiébaut, je vais tenter d'apporter quelques éclaircissements pour ce qui est du Hainaut:
- Quartier du Futur de Charleroi, on continue, on construit;
- grand site dédié à l'entraînement, avec un petit bâtiment où on pourra prendre une douche ou manger quelque chose, mais pas un quartier militaire à proprement parler avec des troupes permanentes;
- site de la Force Aérienne, pour les Patriot, ou les SAMP/T, ou les Hanwha ou un autre système.
Quand on parle de défense aérienne, il y a trois couches: first range, Piorun, Mistral; medium range, NASAMS; high range, Patriot, SAMP/T ou Hanwha.
L'étude est en cours de développement: les NASAMS iront à Ursel et la grande couche, le top de la technologie en Hainaut, peut-être à Ghlin. Je vais contacter le bourgmestre pour en discuter et visiter le site pour déterminer quelles sont les possibilités. Ce sera peut-être un autre endroit. J'ai parlé avec les ministres issus du Hainaut pour connaître leurs points de vue. Jean-Luc Crucke notamment m'a donné des idées. Le gouverneur et le commandant de province font aussi des recherches depuis des mois pour trouver un grand terrain dédié à l'entraînement et à un quartier supplémentaire.
Trois choses, donc, pour le Hainaut, mais rien n'est encore décidé. Le choix n'est définitif que pour Charleroi.
01.27 Éric Thiébaut (PS): C'est beaucoup plus clair, monsieur le ministre. Je note que vous allez contacter le vrai bourgmestre de Mons.
01.28 Philippe Courard (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Je conserve certaines inquiétudes concernant les centres d’accueil pour réfugiés. Sans vouloir polémiquer, la fermeture intervenue sous M. Vandeput a eu lieu dans un contexte marqué par l’annexion de la Crimée, donc dans une période tendue. Sous M. Flahaut, la période était plus calme, me semble-t-il. Ne reproduisons pas les mêmes erreurs. Des casernes ont peut-être été fermées trop rapidement et doivent aujourd’hui être rouvertes. Évitons de rencontrer la même situation avec les centres pour demandeurs d’asile. D’autres solutions que des infrastructures militaires existent peut-être, mais cette question doit être envisagée en parallèle, car la situation internationale nous obligera à fournir de nouveaux efforts en la matière.
S’agissant de l’OCASC, un plan s’impose. Il faut un plan global de logement à l’échelle du pays, en fonction de la stratégie retenue et des nouvelles implantations, en particulier dans les zones appelées à accueillir un nombre important de militaires. Je réinsiste sur l’axe sud, en particulier le Sud-Luxembourg et le corridor sud. Une réflexion doit être menée, notamment au niveau du TCA qui est un emplacement stratégique en lien avec le port d’Anvers. Il me semble indispensable d’analyser ces éléments de manière approfondie.
01.29 Lieven Vanheste: Ik ga nog even in op de mogelijkheid om de domeinen in Arendonk en Geel verder door de gemeente te laten gebruiken. Wij zullen daar in elk geval over in dialoog gaan. Het is niet zo dat we daar morgen een nieuw kwartier zullen openen. Het zal zeker geleidelijk gebeuren. Waar het mogelijk is om het gebruik door de gemeente verder toe te laten, zullen we daar ook op ingaan. In Geel hebben we vooral nood aan opslagruimte. Om dat bosje toegankelijk te houden, kunnen we wellicht een oplossing vinden, weliswaar onder voorbehoud van verdere studie.
Voor Arendonk geldt hetzelfde. Zoals gezegd, wordt Arendonk samen bestudeerd met Sugny en Zutendaal. Op een bepaald ogenblik zullen we op basis van een aantal objectieve criteria moeten beslissen waarin we ons geld zullen investeren en zullen we de concrete invulling daarvan kunnen vastleggen.
01.30 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Ik dank u voor deze bijkomende toelichting.
Dat zijn meteen ook de twee burgemeesters waarmee het contact toch wat minder goed verliep. De burgemeester van Arendonk zei dat hij het de eerste keer in de krant had gelezen en dat hij de tweede keer met de rug tegen de muur stond, dat het te nemen of te laten was. Dat elke burgemeester goed geïnformeerd was en stond te springen, was toch niet overal het geval. Ik begrijp dat ook, na zo'n lange leegstand en als er al zo vaak vanuit Defensie werd gevraagd om daar samen iets mee te doen.
In Geel keurde de gemeenteraad een overeenkomst unaniem goed om het gebied aan te kopen en dan wordt ineens vastgelegd dat dat niet meer mogelijk is. Vandaag weten ze daar nog altijd niet of ze nog kunnen gebruikmaken van dat domein. Er is dus nog wel wat werk om alleszins in die twee Antwerpse gemeentes het overleg verder op een constructieve manier aan te gaan.
Ik zal mijn overige vragen schriftelijk stellen.
De voorzitter: Kunnen we deze gedachtewisseling afronden? Het staat iedereen uiteraard vrij om nadien nog vervolgvragen in te dienen.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
(Na een kort overleg wordt besloten over
te gaan tot het actualiteitsdebat over het Midden-Oosten en het actualiteitsdebat
over BEDEX uit te stellen tot een volgende bijeenkomst.)
02.01 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le président, je ne savais pas que j'étais le premier à
intervenir au sujet du Moyen-Orient. Je pensais que c'était le collègue Vander Elst.
De voorzitter: De heer Vander Elst is niet meer aanwezig. Hij neemt nu deel aan de Conferentie van voorzitters.
02.02 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, votre collègue ministre des Affaires étrangères a indiqué en séance plénière la semaine dernière que notre pays avait reçu plusieurs demandes de "soutien défensif", émanant de pays du Golfe, face aux conséquences qu’ils subissent de la guerre menée contre l’Iran par les États-Unis de Donald Trump et Israël de Benjamin Netanyahu. Votre collègue n’a cependant pas précisé la nature du soutien demandé. Sur les ondes de Bel RTL, vous avez déclaré vous-même, je cite: "Je suis absolument favorable. Aider un allié, on doit le faire."
Monsieur le ministre, quelle est la nature du soutien demandé par ces "alliés"? Par qui et avec quelles capacités humaines et matérielles notre défense serait-elle potentiellement amenée à se déployer? Quelle serait l’implication du Parlement? Quel cadre international, en particulier onusien, encadrerait un tel soutien? Selon quelles règles d’engagement?
Enfin, pouvez-vous, depuis ma précédente question, faire le point sur les opérations de rapatriement des Belges dans la région et l’implication de votre ministère dans ce cadre? Vous pourriez également évoquer, en lien avec ce dossier, la situation au Liban et celle des ressortissants qui y sont toujours et qui manifestement semblent laissés en plan, situation dont ce gouvernement ne semble pas trop se préoccuper.
02.03 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, la guerre illégale menée par les États-Unis et Israël contre l’Iran a été justifiée sous prétexte de raisons sécuritaires ou de défense de la démocratie. Le journaliste de la VRT Jens Franssen a indiqué avec justesse: "Les pays ne font pas la guerre pour aider la population d’un autre pays". Je pense qu’il a raison car les guerres précédentes en Afghanistan, en Irak ou en Libye ont suivi le même schéma. Elles entraînent chaos, destruction et flux de réfugiés, mais jamais de stabilité. Il s’agit souvent de matières premières, de pétrole, de gaz et de pouvoir, non de démocratie, de droits humains ou de paix.
Pourtant, monsieur le ministre, vous défendez cette guerre au nom des droits démocratiques en Iran. Comment expliquez-vous que vous envisagiez en même temps un soutien militaire à l’Arabie saoudite, un pays où la démocratie n’existe pas? Il n’y a même pas d’élections, pas d’esprit démocratique, et les droits humains – en particulier ceux des femmes – y sont bafoués.
On a vu dernièrement, au niveau des pays européens, la réaction de l'Espagne, qui est un exemple à suivre. Ce pays a récemment fermé son espace aérien aux avions militaires américains et israéliens participant à la guerre contre l'Iran, et a refusé que les États-Unis utilisent ses bases militaires pour cette guerre. Je pense que la Belgique doit suivre cet exemple.
Selon des informations récentes, notamment du Wall Street Journal, des bombardiers américains, des drones et des navires ont été ravitaillés, armés et déployés via différentes bases européennes. Pour la Belgique, la situation reste incertaine. C'est pourquoi je souhaite poser quelques questions à ce sujet.
Pouvez-vous préciser si du matériel militaire des États-Unis lié à la guerre en Iran est transporté via la Belgique? Des vols militaires traversent-ils notre espace aérien, en lien avec la guerre en Iran? Des ordres pour des opérations des États-Unis au Moyen-Orient sont-ils donnés depuis des quartiers généraux de l'OTAN ou belges situés dans notre pays? Cela, en ce qui concerne l'utilisation de nos infrastructures dans cette guerre.
Concernant notre participation, une des raisons évoquées est la libération du détroit d’Ormuz. Je rappelle que dans le détroit d’Ormuz, avant cette guerre, avant cette attaque américaine, la navigation était libre. La cause principale de la fermeture de ce détroit, c'est cette guerre. Je pense que la meilleure manière d'ouvrir le détroit d’Ormuz, ce n'est pas de rajouter de l'huile sur le feu et d'aller nous-mêmes être partie prenante de cette guerre, mais plutôt de miser notre énergie sur comment arrêter cette guerre. Je pense que c'est la meilleure manière pour libérer le détroit d’Ormuz.
Monsieur le ministre, j'aimerais avoir votre avis et votre retour sur ces différentes questions.
02.04 Darya Safai (N-VA): Mijnheer de minister, de komende dagen zijn heel beslissend voor de toekomst van onze NAVO-alliantie. Ik hoor sommige collega’s ervoor pleiten om de houding van andere Europese landen te volgen. Er wordt gezegd dat we Trump moeten haten, maar collega’s, we moeten er ons zeer goed van bewust zijn waar we mee bezig zijn. Men is een oorlog in het Midden-Oosten begonnen. Als wij onze bondgenoten in de steek laten en inactief blijven, brengen we een alliantie in gevaar die, mochten wij die in de toekomst ooit nodig hebben, mogelijk onze enige steun kan zijn.
Het is gemakkelijk om tegen Amerika en Trump te zijn en te beweren dat het niet onze oorlog is, maar collega’s, kijk waar onze eigen belangen liggen. Het Iraanse regime verzwakt. Wij kunnen dat niet veranderen, maar de mensen in Iran kunnen dat proces voortzetten en eindelijk een stabiele regio creëren. Daar kunnen wij aan bijdragen. Daar liggen onze belangen.
Men wil, verblind door haat tegenover president Trump, onze eigen bondgenoot, de sterkste bondgenoot in de NAVO, tegenhouden, maar hij is ook niet blind. Hij ziet hoe men hem tegenwerkt. Dat zal tegen de Europese belangen ingaan. Dat is wat u niet wilt zien. Het is de PVDA, die voortdurend de haat tegenover Trump in de maatschappij verspreidt. Daarmee schieten wij onszelf in de voet. Dat is gevaarlijk. Dat moeten wij absoluut vermijden.
Wat willen wij in de toekomst nog betekenen? In Europa heeft men het voortdurend over diplomatie en de-escalatie, maar tegelijkertijd wil men niet met de eigen bondgenoot Trump praten. Het is niet onze oorlog en wij willen niet helpen, argumenteert men in Europa, maar dat standpunt is gevaarlijk. Ik hoop dat de PVDA en andere collega’s van de linkse partijen inzien hoe gevaarlijk dat is voor de toekomst van ons eigen continent. Ons continent grenst aan het Midden-Oosten. De Straat van Hormuz moet open, anders zijn we aan handen en voeten gebonden.
We zitten midden in een oorlog. Men kan wel opwerpen dat Trump de oorlog zonder reden is begonnen, maar wij moeten nu onze bondgenoten steunen. Ik wil graag uw mening daarover horen.
02.05 Peter Buysrogge (N-VA): Ik verwijs grotendeels naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Ik verneem graag nog of de regering haar standpunt over een mogelijke alliantie in verband met de ontsluiting van de Straat van Hormuz in de voorbije dagen verder heeft verduidelijkt. Welke middelen kan Defensie inzetten, zodra er groen licht komt? Ter verduidelijking, dat fiat is er vandaag nog niet. Hoe snel en met welke capaciteiten zou Defensie concreet operationeel kunnen zijn in die internationale opdracht?
02.06 Axel Weydts (Vooruit): Ik had twee vragen die hier zijn opgenomen. De ene vraag ligt volledig in de lijn van wat andere collega’s al hebben gevraagd en ik sluit daar dan ook deels bij aan. Het gaat over een eventuele deelname van België aan een internationale coalitie om de Straat van Hormuz vrij te maken. Voor ons is het zeer belangrijk dat, als wij een deelname overwegen, dat binnen een internationaal kader gebeurt en na een duurzaam staakt-het-vuren. Laat dat duidelijk zijn. Als die voorwaarden zijn vervuld, kunnen wij eventueel overwegen om deel te nemen.
België beschikt bovendien over een grote expertise op het vlak van mijnenbestrijding en mijnenjagen. Mijn meest pertinente vraag daaromtrent is de volgende. Op dit moment zijn wij met de Primula actief in de Baltische Zee. We beschikken momenteel niet over een groot overschot aan maritieme capaciteiten, om het voorzichtig uit te drukken. Zal een eventuele deelname in de Straat van Hormuz dan niet ten koste gaan van wat wij momenteel doen in de Baltische Zee met de Primula in het kader van Baltic Sentry?
Mijnheer de voorzitter, mijn andere vraag is een beetje ongelukkig gekoppeld, vind ik zelf. Het onderwerp is in ieder geval opnieuw brandend actueel. Een paar uur geleden heeft president Trump, onze zogenaamde bondgenoot, de NAVO nog maar eens een papieren tijger genoemd. Hij heeft nog maar eens de NAVO-bondgenoten de mantel uitgeveegd. Hij heeft nog maar eens gezegd dat hij grote twijfels heeft over de geloofwaardigheid van de NAVO. Hij zei dat hij nu zelfs verder wil gaan dan de heroverweging om lid te blijven van de NAVO. Het is de zoveelste uitspraak van een zogenaamde bondgenoot waarover we ons ernstig zorgen moeten maken.
Hij doet zijn uitspraak naar aanleiding van de oorlog in het Midden-Oosten, maar zo werkt de NAVO niet, noch artikel 5. Men kan niet eenzijdig ergens een oorlog starten en nadien aan de NAVO-bondgenoten zeggen dat zij moeten komen helpen in die oorlog, die zij niet hebben gevraagd maar die hij eenzijdig is gestart. Zo werkt artikel 5 niet. Die lezing van Trump moet ons alweer ernstig zorgen baren en moet bij de NAVO opnieuw alarmbellen doen afgaan.
Mijnheer de minister, mijn vraag is heel
eenvoudig. Hoe kijkt u naar de zoveelste verklaring van president Trump tegen
zijn bondgenoten en naar zijn grote kritiek op de NAVO? Wat is uw inzicht ter zake?
02.07 Luc Frank (Les Engagés): Monsieur le ministre, je suis bien conscient que les questions vont plus ou moins dans le même sens. La problématique d’une éventuelle intervention militaire belge dans la région du Golfe Persique est donc bien à l’agenda du gouvernement.
D’une part, certains partenaires de la Belgique – l’Arabie saoudite et les Émirats arabes unis – ont demandé à bénéficier d’un soutien face aux attaques iraniennes répondant aux actions israélo‑américaines. D’autre part, la fermeture du détroit d’Ormuz a des conséquences importantes sur l’approvisionnement énergétique et, plus largement, sur l’économie mondiale. J’ai d’ailleurs déjà posé une question en ce sens il y a plus d’un an au ministre Bihet.
Cela a conduit à s’interroger sur le meilleur moyen de rouvrir le détroit. Ainsi, dans le cadre de l’OTAN, le président Trump a formulé des demandes d’appui pour la réouverture du détroit d’Ormuz à la navigation. D’ailleurs, il aurait annoncé il y a une heure qu’il envisageait à nouveau une sortie de l’OTAN.
La question est donc de savoir ce qu’il fait réellement et s’il faut le prendre au sérieux. Malheureusement, nous devons le prendre au sérieux, car nous voyons ce qu’il a fait, sans nous consulter, en Iran et au Venezuela. Il agit, et une fois que le mal est fait, nous devrions venir l’aider. Cela ne va pas.
D’autres États, comme la France, ont également formulé des demandes. Le Royaume‑Uni aurait introduit une demande officielle auprès de la Belgique pour obtenir un soutien. Le kern du 20 mars 2026 a décidé que la Belgique est prête à participer à l’opération initiée par six pays en vue de sécuriser le détroit d’Ormuz, dès lors que deux conditions sont remplies: premièrement, un cessez‑le‑feu durable; deuxièmement, une mission dotée d’un cadre international clair, comparable à celui des opérations Aspides, Mer Rouge et Atalanta dans l'océan Indien.
Comme vous le savez, Les Engagés sont favorables à ce que la Belgique assume ses responsabilités. La crédibilité ainsi que la fiabilité de notre pays sont également en jeu.
Monsieur le ministre, concernant les demandes d’aide bilatérale, quelles sont les demandes de nos partenaires? De quels moyens disposons‑nous pour répondre à ces partenaires? Si la Belgique fournit des munitions, qu’en sera‑t‑il de notre réapprovisionnement? S’agira‑t‑il d’un don ou d’un transfert remboursé?
En ce qui concerne ensuite une éventuelle
opération internationale dans le détroit, aux conditions fixées par le kern,
quelle participation de la Belgique serait envisagée? Quelle chaîne de
commandement sera mise en place, étant donné que le Japon est impliqué? Quelles seraient les conditions de
fin de mission?
02.08 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, eerder deze week kondigde u op Twitter aan dat België zich aansluit bij de coalition of the willing om de vrije doorvaart in de Straat van Hormuz te garanderen en dat daarvoor een samenwerking met Frankrijk zal worden opgezet.
De minister van Buitenlandse Zaken heeft daar ook over gesproken, maar heeft nog een aantal zaken toegevoegd. Een absolute voorwaarde is volgens hem dat er een staakt-het-vuren is. Het moet gaan om een duurzaam staakt-het-vuren en de operatie moet ook passen binnen een internationaal kader.
Die tekst van de coalition of the willing is echter zeer vaag en ook nogal eenzijdig. De tekst veroordeelt Iran wel, wat ons betreft terecht, maar zegt niets over de rol van de Verenigde Staten en Israël ter plaatse. Op die manier dreigen we langzaam maar zeker meegesleurd te worden in dat conflict, in die tot nu toe nog steeds Amerikaans-Israëlische oorlog. Collega Weydts heeft er terecht op gewezen hoe Trump daarnaar kijkt en hoe Trump naar ons kijkt, onder meer met de vraag om mee te komen helpen en wanneer de NAVO echt in actie komt. Volgens hem is de NAVO een papieren tijger. Dat zijn stevige uitspraken die nogmaals onderstrepen hoe belangrijk het is om daar voorzichtig mee om te gaan, vandaar mijn vragen.
Bent u het eens met de voorwaarde van een duidelijk internationaal kader en wat betekent dat concreet voor u?
Zullen we de tekst van de coalition of the willing wel of niet ondertekenen? Hoe zorgen we ervoor dat we niet stap voor stap worden meegezogen in dat conflict?
Tot slot, onze mijnenjagers zijn momenteel actief in de Baltische Zee. Welke impact heeft dat op de missies die daar op dit moment plaatsvinden?
02.09 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer de minister, de vragen zijn eigenlijk al gesteld door de collega’s. Ik zal die niet herhalen. Ik denk dat ons standpunt ook duidelijk is, maar er zijn twee punten die ik u nog wil voorleggen.
Ten eerste, hoe wilt u invulling geven aan het regeringsstandpunt? Het lijkt mij goed dat daar in de commissie duidelijkheid over komt. Hoe interpreteert u het regeringsstandpunt?
Ten tweede, ik wil van de gelegenheid gebruikmaken om te reageren op wat ik hier hoor, namelijk dat wie niet blind meestapt in de oorlog van Trump, hem zou haten. Dat vind ik toch wat overdreven.
De laatste uren maken opnieuw duidelijk dat een zogenaamde bondgenoot ook duidelijk interfereert, bijvoorbeeld in Hongarije, waar de laatste dagen blijkt hoe die bondgenoot mee de Europese Unie ondergraaft. Ik geef dan ook onze duidelijke lijn mee, namelijk dat wij geloven in een Europese aanpak. De Europese pijler binnen de NAVO moet worden versterkt. Als wij op termijn geopolitiek willen meespelen, dan zal dat via Europa zijn. Zij die dat niet zien zitten, zijn niet onze sterkste bondgenoten.
Mijnheer de minister, daarom ook vraag ik u hoe u als lid van onze regering en als minister van Defensie de recente uitspraken van de Amerikaanse president interpreteert.
De voorzitter: Mevrouw Ponthier en mevrouw Deborsu wensen nog aan te sluiten bij de vragen.
02.10 Annick Ponthier (VB): Mijnheer de minister, de oorlog in het Midden-Oosten blijft escaleren en evolueert van uur tot uur, in een hels tempo. Iran houdt Amerika en de hele wereld in een economische wurggreep door de blokkade van de Straat van Hormuz. Onderhandelen lijkt onmogelijk. De kloof tussen de eisen van beide partijen is of lijkt onoverbrugbaar. Zelfs in de Verenigde Staten wordt gesproken over het opzetten van een grondoffensief.
Er rijzen vragen vanuit de Golfstaten, zoals Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, om militaire bijstand te leveren tegen de Iraanse aanvallen. Tegelijk heeft de premier onlangs gesteld dat België niet zal deelnemen aan de oorlog, maar eventueel wel aan maritieme operaties onder internationale vlag om de Straat van Hormuz te beveiligen, uiteraard na het conflict.
Inzake de steun aan de Golfstaten wil ik meegeven dat die shariaregimes de ideologische voedingsbodem hebben gelegd voor het salafisme en jihadisme in Europa, die geleid hebben tot de aanslagen van 22 maart 2016. Ik zou daar dus omzichtig mee omspringen.
Tegelijkertijd kunnen we vraagtekens plaatsen bij wat wij op dit moment kunnen leveren aan materieel of logistiek in de Golf dat wij zelf niet hebben of niet nodig hebben. Ook dat is een belangrijke vraag in het hele conflict.
Mijnheer de minister, kunt u nogmaals toelichting geven bij het definitieve standpunt over de vraag van Saoedi-Arabië, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten om militaire bijstand? Hoe bekijken wij dat op dit moment?
Wat is de impact van een eventuele inzet aldaar op onze paraatheid, strategische stocks en de lopende capaciteitsopbouw, in het bijzonder inzake luchtverdediging en antidronecapaciteit?
Wat is uw reactie op de uitspraken van president Trump met betrekking tot de NAVO? Dat lijkt mij ook niet onbelangrijk in dit hele verhaal.
02.11 Charlotte Deborsu (MR): Monsieur le ministre, nous connaissons la situation dramatique au Moyen-Orient. Le détroit d'Ormuz est un lieu stratégique majeur pour notre économie. Nous comprenons dès lors la logique d'une éventuelle contribution belge, notamment dans un cadre défensif. D'après ce que j'ai lu, le déminage est évoqué comme une piste privilégiée, au vu de notre expertise dans le domaine. Cela constituerait-il bien le cœur et la limite de l'engagement belge envisagé ou faut-il comprendre que d'autres capacités pourraient être mobilisées en fonction de l'évolution de la situation?
S'agissant du déminage, nos moyens antimines sont reconnus. Toutefois, cette question implique des délais de projection élevés. De plus, ils ne sont pas encore conçus pour réagir à certaines menaces. Je pense notamment aux drones. Quels moyens concrets envisageriez-vous d'engager, et dans quel délai réaliste en cas d'intervention?
Enfin, concernant l'impact de nos capacités, le personnel de la marine est ce qu'il est et est déjà très sollicité malgré des moyens limités. Quel serait dès lors l'impact concret d'un tel engagement sur la disponibilité de nos forces, notamment pour nos missions actuelles en mer du Nord?
02.12 Minister Theo Francken: Ik zal mij voor een keer aan mijn tekst houden.
Op 28 februari 2026 startte een gezamenlijke Israëlisch-Amerikaanse luchtoperatie in Iran, gericht op het uitschakelen van specifieke doelwitten. De operatie markeerde een nieuwe fase in de regionale escalatie, al blijven de exacte doelstellingen en verdere intenties op dit moment onduidelijk. België neemt niet deel aan deze operatie. Wel heeft de reactie van Iran het conflict uitgebreid tot een regionaal conflict.
De regering beraadt zich over welke steun verleend kan worden aan partnerlanden in de regio wiens burgers, grondgebied en kritieke infrastructuur vandaag het slachtoffer zijn van de Iraanse agressie. Bovendien bekijkt de regering samen met haar internationale partners welke initiatieven er kunnen worden genomen om de vrije doorgang door de Straat van Hormuz te garanderen zodra er een staakt-het-vuren bereikt wordt.
Naast de specifieke vraag van de Verenigde Staten aan de Europese landen om een grotere rol te spelen in de beveiliging van de Straat van Hormuz, heeft Defensie verzoeken ontvangen van een aantal staten in de regio voor defensieve militaire bijstand. Die verzoeken moeten worden gekaderd binnen de globale dynamiek van het conflict in een regio die voor ons land strategisch, geopolitiek en economisch van groot belang is.
Les demandes portent principalement sur des domaines tels que les capacités de défense aérienne et de lutte contre les drones, le support à la protection des infrastructures critiques, la sécurisation des voies maritimes, la détection et la neutralisation des mines navales ainsi que le support logistique et l'assurance médicale ou humanitaire. Elles sollicitent également un appui aux entraînements et une assistance technique. Ces demandent s'inscrivent actuellement dans un cadre purement bilatéral en dehors de toute coalition.
Elke eventuele bijdrage van Defensie ter ondersteuning van een partner zal het voorwerp moeten uitmaken van een grondige analyse, met bijzondere aandacht voor het legale kader, het mandaat en de veiligheid van onze mensen en zal steeds een louter defensief karakter hebben. Momenteel worden de verschillende opties onderzocht op het niveau van de defensiestaf. Er werd nog geen beslissing genomen door de Belgische regering. In deze fase is het dan ook voorbarig om de impact van een eventuele inzet nu al in kaart te brengen.
Pour des raisons de sécurité opérationnelle, aucun détail supplémentaire concernant les aspects techniques des demandes de soutien et des différentes options d'appui, les éventuels effectifs, le cadre juridique, le mandat ou les conditions d'engagement ne peut être communiqué ici.
De impact van de veiligheidssituatie in het Midden-Oosten op de EU en de Golfstaten staat ook hoog op de agenda van de Europese fora. De Europese Unie legt daarbij de nadruk op versterkte veiligheidssamenwerking, met onder meer sancties, exportcontrole, maritieme veiligheid, vrijheid van scheepvaart in de Straat van Hormuz en vooral verdediging tegen drones.
Les opérations de rapatriement visaient exclusivement les Belges en voyage dans la région, et non les résidents. La défense a rapatrié plus de 500 voyageurs belges ainsi que des ressortissants de plusieurs pays européens, tels que l'Italie, le Luxembourg, l'Espagne, etc. Dans ce cadre, la Défense a déployé un MRTT et deux A400M, mobilisant environ 80 membres du personnel pour mener ces opérations à bien, en support du SPF Affaires étrangères.
In het kader van de veiligheidssituatie op het terrein en de kans op aanvallen op Europa stellen we vast dat de dreiging van ballistische raketten inderdaad toeneemt. Dat is het gevolg van de toename van geopolitieke spanningen, de opbouw van raketarsenalen die vaak worden gebruikt als intimidatie-instrument en de proliferatie van relevante technologieën naar steeds meer actoren. Terwijl die ballistische dreiging historisch vooral vanuit Rusland afkomstig was, zijn intussen een groeiend aantal landen in het bezit van dergelijke wapens.
Recente pogingen om Amerikaanse faciliteiten op Diego Garcia in de Indische Oceaan te treffen vanop een afstand van ongeveer 4.000 kilometer tonen aan dat Iraanse systemen intussen in staat zijn om doelen te treffen tot op het Europese grondgebied, waaronder ons land. Dat onderstreept het belang van de rol van de NAVO, aangezien de bescherming van het Belgische grondgebied tegen die dreiging binnen het NAVO-kader is verankerd en benadrukt bovendien het belang, zoals voorzien in de Strategische Visie, om zonder uitstel luchtverdedigingssystemen aan te schaffen. Het bondgenootschap probeert dergelijke aanvallen af te schrikken door een gepaste mix van conventionele, nucleaire en raketverdedigingscapaciteiten in te zetten. Het versterken van de geïntegreerde verdediging tegen lucht- en raketdreigingen vormt daarbij een absolute prioriteit.
Wat de huidige situatie in de Straat van Hormuz betreft, erkent Defensie het belang van het principe van vrijheid van navigatie als een internationale verantwoordelijkheid, waarbij de regionale actoren zeker en vast betrokken moeten worden. Vanuit dat standpunt en gelet op het strategische belang van de Straat van Hormuz, heeft België aangegeven zich te willen aansluiten bij een internationale maritieme coalitie die die vrijheid van navigatie kan garanderen. België heeft het joint statement van de coalition of the willing evenwel niet ondertekend. Een ontplooiing van middelen in de regio zal enkel gebeuren wanneer een aantal voorwaarden zijn vervuld. Het belangrijkste daarvan is een duurzaam staakt-het-vuren in de regio en dus een duurzame onderbreking van de gewelddadigheden die een veilige doorvaart door de Straat van Hormuz mogelijk moet maken. Daarnaast vergt een dergelijke opdracht een internationaal mandaat en/of kader, zoals een coalitie van bereidwillige landen, en een mandaat dat gericht is op vrije en veilige doorvaart en niet op betrokkenheid bij de Amerikaans-Israëlische operatie.
Op dit ogenblik is er beslist om één stafofficier naar Frankrijk te sturen, om in een waarnemende rol deel te nemen aan de planningsactiviteiten, in het kader van een breed Frans initiatief dat sinds 31 maart is begonnen.
Het is nog te vroeg om over specifieke capaciteiten of inzetregels te spreken. Een maritieme operatie gaat verder dan alleen schepen leveren. België geniet internationale erkenning en faam voor de expertise in MCM, de Mine Countermeasures. We hebben ook het expertisecentrum van de NAVO, het Center of Excellence voor ontmijning in Oostende. Het is ook duidelijk dat er keuzes zullen moeten worden gemaakt, daar de beschikbare en inzetbare middelen beperkt zijn. Mijnenjagers zijn schaarse capaciteiten. Een eventuele inzet in Hormuz, als die beslissing genomen zou worden, zal een impact hebben op andere reeds geplande opdrachten en aanwezigheid in andere regio's.
Over de uitspraken van president Trump tegenover NAVO-bondgenoten wil ik nog het volgende kwijt. Het bredere beleid van de VS, zoals verwoord in de recente US National Defense Strategy, bestaat erin om de Europese bondgenoten maximaal verantwoordelijk te maken voor hun eigen conventionele verdediging. Tegelijkertijd worden de engagementen van de VS binnen het bondgenootschap op het vlak van nucleaire afschrikking, commandovoering en de export van defensiemateriaal niet in vraag gesteld. Het herverdelen en verschuiven van de lasten binnen het bondgenootschap wordt in detail vormgegeven binnen het proces van het gemeenschappelijke NATO Defence Planning Process, het NDPP, dat jullie allemaal kennen. De uitspraken van president Trump maken duidelijk dat, wanneer middelen schaars zijn, solidariteit in beide richtingen gaat.
De capacitaire doelstellingen, zoals bepaald binnen het NATO Defence Planning Process, vormen de leidraad van de Strategische Visie 2025 en de bijbehorende programmatiewet, die jullie enkele weken of maanden geleden in de Kamer hebben goedgekeurd. Door de capaciteitsbehoeften van de NAVO te vervullen, wordt tegelijkertijd tegemoetgekomen aan de capaciteitsbehoeften van de Europese Unie. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat vele Europese bondgenoten, ook onze buurlanden, een investeringspad volgen dat sneller evolueert dan wat momenteel in België is gepland.
Als we werk willen maken van een sterkere Europese pijler binnen de NAVO, dan zal België erover moeten waken niet geïsoleerd te raken, met een niveau van defensie-inspanning dat betekenisvol lager ligt dan dat van onze Europese bondgenoten.
Ik houd mij aan mijn tekst. Ik kan daar heel veel over zeggen. Ik kan er ook mijn eigen mening over geven, maar ik denk dat het voor de regering beter is dat ik dat niet doe.
02.13 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie.
Votre réponse, lorsque vous suivez votre texte, est parfois plus modérée que le fond de votre pensée. C'est très bien parce que vous incarnez effectivement la ligne du gouvernement.
Apporter un soutien militaire aux pays du Golfe, comme le propose le ministre des Affaires étrangères, Maxime Prévot, du parti des Engagés, reviendrait à franchir un cap extrêmement lourd de conséquences pour la Belgique. Cela signifierait par ailleurs une implication directe de la Belgique dans un conflit qui ne bénéficie d'aucun mandat international clair et qui a été déclenché en violation du droit international, sans concertation avec les pays européens ou les pays de l'OTAN, sans stratégie de sortie et parfois pour des motifs d'intérêts très particuliers.
Alors, il ne faut pas être naïf. Une mission dite défensive, c'est du vocabulaire. Une mission de ce type nous entraînerait de facto dans cette guerre. La distinction est largement théorique. Si des soldats belges sont déployés sur place, ils seront perçus comme des acteurs du conflit et je doute fortement que le régime iranien nous considère autrement que comme des ennemis dans ce cas.
Cette guerre, rappelons-le, a été déclenchée illégalement, sans aucune stratégie de sortie claire et sans que notre avis n'ait jamais été sollicité. Et, aujourd'hui, on attend de nous une participation docile. Sommes-nous, nous, des moutons en Belgique? C'est une logique véritablement dangereuse.
S'engager dans cette voie, c'est aussi exposer la Belgique à un risque accru de représailles terroristes. Dans un contexte où le niveau de menace terroriste est déjà élevé – 3 sur 5 –, il serait irresponsable d'aggraver encore cette situation. On l'a vu tout récemment sur notre territoire. Cette guerre n'est pas la nôtre. La mission d'un gouvernement est de protéger ses citoyens, de protéger son pays, d'améliorer la vie de ses citoyens, d'améliorer la vie de son pays et de l'Europe plus largement. Nous refusons donc cette guerre qui n'est absolument pas la nôtre.
Vous ne m'avez pas répondu à propos de l'implication de notre territoire. Des militaires traversent-ils notre espace aérien en rapport avec la guerre en Iran? Des ordres d'opération des États-Unis sont-ils donnés d'ici, à partir des quartiers de l'OTAN? Pouvez-vous me préciser quel est le matériel militaire américain lié à la guerre qui transite par la Belgique? Avez-vous des réponses à ces questions?
02.15 Theo Francken, ministre: Non, je n'en ai pas. Je dois
vérifier.
Er werd mij voorgesteld om dit voor te lezen
en ik heb dat voorgelezen. Daarbij
zou ik het liever willen houden.
02.16 Nabil Boukili (PVDA-PTB): J’apprécie votre discipline, monsieur le ministre, mais il s’agit d’une question d’actualité. Étant donné que l’Espagne l’a fait, des soupçons existent quant à l’utilisation de l’espace aérien belge et de bases situées en Belgique dans le cadre de cette guerre.
02.17 Theo Francken, ministre: Je dois poser la question.
02.18 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Je lirai votre réponse avec intérêt.
Monsieur le président, j’utiliserai mes deux minutes de réplique.
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses, même si j’attends des précisions complémentaires. Il est toutefois intéressant de constater une évolution dans ce débat. Cette guerre met en lumière le vrai visage des États-Unis, et certains partis remettent désormais en question l’alliance avec les États-Unis. Je considère que cette évolution est positive. On observe également une évolution dans les critiques formulées par la N-VA à l’égard du PTB. Il n’est plus question de soutien au régime iranien, accusation qui s’est révélée infondée, et le débat se recentre sur le fond.
02.19 Theo Francken, ministre: Les États-Unis n’utilisent pas de bases ou de quartiers militaires en Belgique pour cette guerre en Iran.
02.20 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Et en ce qui concerne l’espace aérien, ça on ne le sait pas?
02.21 Theo Francken, ministre: (…)
02.22 Nabil Boukili (PVDA-PTB): D'accord.
Une question fondamentale se pose lorsque l’on évoque une alliance et les obligations qui en découlent. Qui sont ces alliés qui déclenchent une guerre de manière unilatérale, sans concertation préalable, puis sollicitent notre aide une fois dans la mouise? Une telle manière d’agir est méprisante et irrespectueuse. Allons-nous courir comme des chiens de garde pour répondre aux exigences de Trump?
Cette situation met en évidence les raisons profondes de la militarisation et de l’augmentation des budgets militaires, imposées par les États-Unis aux membres de l’OTAN. L’objectif principal semble être de mettre ces moyens au service des opérations militaires américaines et de la défense de leurs intérêts stratégiques. Cette guerre ne vise pas le peuple iranien, mais s’inscrit dans une logique stratégique plus large.
Ce n’est pas uniquement mon analyse. Depuis deux ans, nous critiquons l'appellation défensive de l'OTAN, alors même qu’elle mène des opérations offensives depuis des décennies.
De voorzitter: Kunt u afronden, mijnheer Boukili? U hebt ondertussen extra spreektijd gekregen.
02.23 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Je termine, monsieur le président.
M. Sammy Mahdi, président du cd&v, s’interroge également sur nos liens avec l’OTAN sous Trump. Même M. Mark Rutte dit clairement: "L’OTAN est une plateforme pour les États-Unis afin de projeter leur pouvoir dans le monde." C’est ça, en fait, ce qu’ils voient! On peut être naïfs et croire que c’est pour la défense, mais les dirigeants de l’OTAN savent pourquoi l’OTAN existe, et ils le disent clairement.
Nous devons être raisonnables, dans une optique
de désescalade, en ayant une approche diplomatique, par exemple avec
l’initiative du Pakistan, et en examinant la façon de participer à cette
initiative, mais toute participation sur le terrain, soi-disant défensive, nous
impliquerait, d’une manière ou d’une autre, dans cette guerre. Nous ne l’acceptons pas, monsieur le
ministre.
02.24 Darya Safai (N-VA): Collega's, ik moet u eraan herinneren dat zelfs als men meent niets te moeten ondernemen, wij midden in een oorlog zitten die een effect heeft op ons dagelijks leven. In de eerste fase van deze oorlog verkeerde men in de illusie dat deze oorlog ons niet aanbelangt, aangezien Trump dit niet op voorhand met ons heeft besproken. Dit had allang voorbij moeten zijn. De Straat van Hormuz is dicht, de olie- en gasprijs stijgt elke dag verder en men laat een bondgenoot in de steek.
Het probleem is niet Amerika of Israël, maar wel het Iraanse regime dat tegen het Westen is, of men dat nu wil of niet. Ze zullen België niet sparen omdat het zich braaf opstelt. Door hun ideologie haten ze elk westers land. Die mensen hebben nu langeafstandsraketten. Men moet inzien dat men dwaalt als men denkt dat het wel goedkomt als men hen even met rust laat. Kijk naar de moslimlanden in de regio die aangevallen werden, waaronder Oman, een bondgenoot van hen. Men mag niet vergeten dat zij een massamoord plegen op hun eigen onderdanen die tegen het regime zijn. Het is naïef te denken dat België gespaard zal blijven omdat het zich nu braaf opstelt en niet ingaat op het verzoek van de belangrijkste NAVO-bondgenoot, de Verenigde Staten. Dit is zeer gevaarlijk. Doe alstublieft iets aan uw manier van denken. Het is belangrijk dat deze oorlog tot een goed einde gebracht wordt, opdat het Westen en België gespaard blijven.
02.25 Luc Frank (Les Engagés): Je vous remercie pour les réponses.
Je pense que nous sommes en majorité d’accord pour dire que la situation telle qu’elle se présente maintenant – notamment avec les déclarations que le président Trump vient de faire – est un peu compliquée et dangereuse. Il faut vraiment faire attention à ne pas entrer dans une guerre en devenant partie d’un conflit qui n’est pas directement le nôtre.
Cependant, nous devons aussi protéger nos citoyens. Je me tiens à 200 % derrière les déclarations de notre ministre des Affaires étrangères. Pour moi, cela signifie, premièrement, assumer nos responsabilités et, deuxièmement, protéger nos intérêts et nos citoyens. Je le dis très clairement.
Ich sage das ganz klar.
Wir können nicht auf der
einen Seite die Hand aufhalten und auf der anderen Seite zulassen, dass wir den
Menschen, die unsere Hilfe brauchen, nicht entgegenkommen.
Nous ne pouvons donc pas rester les bras croisés, ne pas prendre nos responsabilités et ne pas aider les gens qui ont besoin de notre aide, de manière défensive – ce que nous allons faire.
Nous avons une certaine expertise. Soyons-en fiers! C'est justement parce que nous avons une expertise qu'on nous demande d'aller sur place. Il faut le reconnaître, mais soyons aussi modestes et modérés. Je dirais donc que nous devons un peu shifter et trouver la bonne solution, même si c’est très compliqué.
02.26 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Collega's, Netanyahu en Trump zijn een oorlog gestart zonder plan. Wij mogen ons er absoluut niet in laten meeslepen. President Trump laat elke week opnieuw zien dat hij geen betrouwbare partner is voor ons. Meer nog, hij beschouwt ons ook heel duidelijk niet als betrouwbare partner. Hij kijkt ook niet naar ons als bondgenoten. Elke kans die hij heeft om de Europese Unie, de Europese lidstaten en de NAVO belachelijk te maken, neemt hij op. Dat heeft hij wederom laten zien. We mogen ons dus niet laten meeslepen in dat conflict. We moeten ook niet elke keer klaarstaan om de rommel op te kuisen als president Trump weer eens een onbezonnen actie onderneemt. Mevrouw Safai, u mag fan zijn van president Trump, maar wij zijn dat alvast niet.
Mijnheer de minister, u zei vandaag een aantal keren dat u zich aan uw voorbereide tekst zult houden, omdat dat beter is voor de regering. U zei hier vandaag dat België het joint statement van de coalition of the willing niet heeft ondertekend. Maandag twitterde u dat België zich aansluit bij de coalition of the willing. Misschien moet u ook op Twitter diezelfde hygiëne aan de dag leggen en vooral het standpunt van de regering verkondigen.
02.27 Charlotte Deborsu (MR): Je sais que tout a été dit. Je veux juste rappeler qu'au niveau du MR, on soutient l'idée d'une intervention parce qu'il y a des conséquences. Jusqu'ici, il y a des conséquences pour notre économie, des conséquences pour nos concitoyens. Une intervention est légitime mais ce n'est pas pour autant qu'il faut foncer tête baissée. Oui à un engagement, mais il doit être limité, cadré, maîtrisé, adapté à nos capacités. Il faut aussi une garantie pour la sécurité de nos militaires en cas d'intervention ainsi que pour la soutenabilité dans la durée.
02.28 Minister Theo Francken: Mijnheer Aerts, wat u zegt over mijn tweet, is niet juist. Daar was niets mis mee. Ik heb gezegd dat we die verklaring niet ondertekenen. Dat is niet hetzelfde. U moet beter luisteren. U kunt misschien daarmee beginnen voordat u over mijn Twitterhygiëne begint. Dat zou misschien kunnen helpen.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Na deze verduidelijking zijn we aan het einde van de vergadering gekomen.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 13.00 uur.
La réunion publique de commission est levée à 13 h 00.