Commissie voor Grondwet en Institutionele Vernieuwing

Commission de la Constitution et du Renouveau institutionnel

 

van

 

Dinsdag 24 maart 2026

 

Voormiddag

 

______

 

 

du

 

Mardi 24 mars 2026

 

Matin

 

______

 

La réunion publique de commission est ouverte à 11 h 19 et présidée par M. Philippe Goffin.

De openbare commissievergadering wordt geopend om 11.19 uur en voorgezeten door de heer Philippe Goffin.

 

Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.

De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.

 

01 Samengevoegde vragen van

- Jeroen Bergers aan Bart De Wever (eerste minister) over "De Brusselse impasse" (56009944C)

- Werner Somers aan Bart De Wever (eerste minister) over "De structurele financiële implosie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest" (56010837C)

01 Questions jointes de

- Jeroen Bergers à Bart De Wever (premier ministre) sur "L'impasse dans laquelle se trouve Bruxelles" (56009944C)

- Werner Somers à Bart De Wever (premier ministre) sur "L'implosion financière structurelle de la Région de Bruxelles-Capitale" (56010837C)

 

01.01  Werner Somers (VB): Mijnheer de eerste minister, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevindt zich in slechte financiële papieren, dat is zacht uitgedrukt. Vorig jaar schrapte huisbankier Belfius een kaskredietlijn van een half miljard euro. Eind vorig jaar werd, na 35 jaar, ook het volledige contract stopgezet. Voor de banken is Brussel totaal onbetrouwbaar, wegens de verlaagde kredietscore, de gigantische tekorten en de torenhoge schuldenlast.

 

Brussel torst een schuldenlast die gelijk is aan 370 % van de jaarlijks beschikbare ontvangsten. Dat komt neer op een bedrag van bijna 16 miljard euro, dubbel zoveel als vijf jaar geleden. De situatie dreigt verder te ontsporen als er geen drastische ingrepen worden doorgevoerd. Experts noemen het gewest feitelijk failliet. Op een bepaald moment schetste de Brusselse minister van Financiën zelfs een scenario waarin Brussel zijn rekeningen niet meer zou kunnen betalen.

 

Mijnheer de eerste minister, hoe beoordeelt u het feit dat een institutioneel kerngewest in dit land financieel zo diep wegzakt dat banken het vertrouwen opzeggen? Beschouwt u Brussel nog als een geloofwaardige politieke entiteit? Wordt er binnen de federale regering gesproken over de implicaties voor de rest van het land wanneer Brussel niet langer in staat zal zijn zichzelf te financieren? Ten derde, kunt u uitsluiten dat de federale overheid en dus vooral Vlaanderen, opnieuw zal opdraaien voor een financieel beleid dat decennialang onverantwoord is geweest?

 

Ten slotte – en dat is misschien wel de belangrijkste vraag – is het voortbestaan van een afzonderlijk Brussels Gewest in deze context nog verantwoord nu de financiële huishouding structureel ontspoord is? Vindt u dat het moment nadert waarop een grondige institutionele hertekening noodzakelijk is, inclusief het herbekijken van de status van Brussel?

 

01.02 Eerste minister Bart De Wever: Er is een nieuwe regering aangetreden, na meer dan 600 dagen onderhandelen. Normaal zou dat vertrouwen moeten geven, maar men kan die 600 dagen niet negeren, evenmin als het pad dat gevolgd is om uiteindelijk tot een regering te komen. Het minste dat men daaruit kan afleiden, is dat dat proces enige zwakheden heeft blootgelegd in het institutionele model, dat zeer kwetsbaar is geworden voor blokkering, partijpolitieke chantage en politiek gedreven blokkeringen.

 

De in feite, zoals voorzien, confederale regeringsvorming in Brussel, waarbij de twee gemeenschappen elk een eigen meerderheid vormen en vervolgens samen een gewestregering vormen, is eigenlijk kaltgestellt. Daar kan men niet buiten. De lange regeringsvormingsperiode heeft de financiële toestand, die op zijn zachtst gezegd niet rooskleurig is – u hebt de cijfers correct geciteerd – niet verbeterd. Dat is een understatement.

 

Elke vorm van ingrijpen is verder uitgesteld. De periode waarin dat nog kan, is kort. De intenties in het regeerakkoord zijn goed, maar de uitwerking is vaag.

 

Ik twijfel er niet aan dat de nieuwe minister-president daar oprecht mee aan de slag wil gaan. Ik heb hem ontmoet; hij lijkt mij een zeer sympathiek, bekwaam en gedreven persoon. Toch kan ik niet voorbijgaan aan de algemene scepsis van waarnemers die naar die begroting en naar het regeerakkoord kijken. Die scepsis is vrij groot en is gebaseerd op dezelfde intenties die er in het verleden ook al waren, namelijk dat men tegen het einde van de legislatuur in evenwicht zou zijn. De feitelijke waarheid is dat het Rekenhof die begroting zelfs niet meer onder ogen wenste te nemen omdat ze eigenlijk frauduleus was. Dan rijst de vraag of het nu anders is of eerder hetzelfde, no pun intended. Dat zal moeten blijken.

 

Die financiële toestand in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft repercussies voor alle entiteiten. U weet dat er een impliciete verwevenheid is. Europa kijkt naar onze geconsolideerde cijfers om na te gaan of we voldoen aan de Europese begrotingsregels. Het is dus een zeer zorgwekkende situatie voor ons allemaal. Ik begrijp de vraag naar de manier waarop de federale regering een eventuele verdere ontsporing van de publieke financiën bekijkt. Ik kan u zeggen dat we de situatie met aandacht zullen opvolgen. Binnen het Overlegcomité sluiten we uiteraard een samenwerkingsakkoord, een afspraak over de verdeling van de budgettaire inspanningen en vervolgens wordt dat akkoord ook opgevolgd. Het zal mij benieuwen wat de evolutie daadwerkelijk zal zijn.

 

(Korte onderbreking wegens technische problemen)

 

Ik was aan het uitleggen dat we een samenwerkingsakkoord sluiten met entiteit II over de budgettaire inspanningen en de verdeling daarvan voor de huidige legislatuur en een defaultscenario voor de volgende legislatuur. Eenieder zal ter zake zijn deel van het werk moeten doen om het afgesproken pad, zijnde de Europese uitgavennorm, te respecteren. Jaar na jaar zal in de opvolging moeten blijken of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn deel van de inspanning kan leveren.

 

Er bestaat helaas geen curatelesysteem. Op het moment waarop het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op basis van zijn trackrecord helaas opnieuw zou uitschuiven, is er in de bijzondere Brusselwet geen mogelijkheid voor het federale niveau om het gewest op dat moment onder curatele te plaatsen. Mocht die mogelijkheid bestaan, dan had ik de voorbije 600 dagen sterk gepleit om ze effectief te gebruiken.

 

Het scenario dat u schetst, wordt eigenlijk alleen relevant wanneer het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, nu het een regering met volheid van bevoegdheid heeft, een hulpvraag zou stellen aan het federale niveau omdat het bijvoorbeeld in ernstige liquiditeitsproblemen komt.

 

Voor wat op dat moment dient te gebeuren, kan ik u mijn persoonlijke houding meegeven als voorzitter van de federale regering, zonder te weten wat de coalitiepartners op dat moment zullen stellen of denken. Ik kan u mijn mening ter zake meedelen, met name dat wij ons op dat moment zouden moeten opstellen zoals het IMF ten opzichte van landen met liquiditeitsproblemen. Zulke landen krijgen van bovenaf een programma opgelegd van hervormingen en budgettaire sanering. Dat blijft uiteraard een hypothetische situatie, waarvan ik niet weet of ze zich zal voordoen.

 

Dat brengt me bij uw laatste vraag. Is het Brussels Hoofdstedelijk Gewest nog een structuur die in de huidige context te verantwoorden is? Het komt in eerste instantie het Brussels Hoofdstedelijk Gewest toe om te vermijden dat het in liquiditeitsproblemen komt en om te bewijzen dat er nog kan worden bestuurd en dat het afgesproken pad kan worden gerespecteerd. Als dat niet het geval is, zullen wij dat bekijken op het moment dat het zich voordoet.

 

Als wij in dit land ooit aan een institutionele hervorming zouden kunnen beginnen, wat een grote meerderheid vereist die er momenteel niet is, en u zou mij daarover persoonlijk bevragen, dan is mijn antwoord duidelijk. Let wel, dat is geen regeringsstandpunt en daarover staat ook niets in het regeerakkoord, omdat daarover geen enkele eensgezindheid te bespeuren is, zelfs niet onder de Vlaamse partijen, laat staan met de Franstalige partijen. Als u mij echter zou vragen of de huidige structuur van Brussel met de negentien gemeenten en het gewest de beste structuur is om een optimale input-output en value for money te verkrijgen, antwoord ik volmondig neen. Er zijn andere structuren denkbaar die tot een effectiever en verantwoordelijker beleid kunnen leiden dan de huidige structuur.

 

In de afgelopen 600 dagen heeft men er in Brussel alles aan gedaan om dat punt goed in de verf te zetten.

 

01.03  Werner Somers (VB): Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de eerste minister.

 

We zijn het er in elk geval over eens dat de huidige structuren in Brussel niet functioneren zoals het hoort, om een understatement te gebruiken.

 

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zoals het in 1988-1989 in de steigers is gezet, is achteraf bekeken een miskleun gebleken, zeker op financieel vlak. U verwijst naar de goede intenties van de nieuwe regering. Ik betwist die intenties niet, maar met intenties alleen komen we er niet. De weg naar de hel is immers geplaveid met goede voornemens. In het verleden waren er ook goede intenties, maar dat heeft niet belet dat de financiële situatie in het hoofdstedelijk gewest steeds verder is verslechterd.

 

U verwijst er ook naar dat er geen curatelemechanisme bestaat. Het is vandaag niet mogelijk om Brussel onder voogdij te plaatsen van de federale overheid. Ik zou toch overwegen om dat gesprek minstens binnen uw eigen regering aan te gaan, om te bekijken of er geen draagvlak kan worden gevonden om te sleutelen aan die Brusselse structuur, uiteraard met behoud van de garanties voor de Brusselse Vlamingen, want ik heb begrepen dat men daaraan wel wenst te morrelen. De lange regeringsvorming van 600 dagen was daarvan al een voorbode. Zoals u terecht zegt, was er in het verleden een soort confederale regeringsvorming in Brussel, maar die is volledig op de schop gegaan. Ik heb trouwens een wetsvoorstel ingediend om de confederale regeringsvorming ook te verankeren in de bijzondere Brusselwet.

 

U zegt ook dat we ons zullen opstellen zoals het IMF, indien de Brusselse regering zichzelf op een bepaald moment niet meer kan financieren en aanklopt bij de federale overheid. Dat is echter een zwaktebod, in die zin dat we moeten wachten tot die situatie zich voordoet. Als de situatie altijd maar verder ontspoort en het Brussels Gewest zich niet meer kan financieren, is het cru gezegd misschien zelfs beter dat de banken tijdig de stekker eruit trekken, zodat de gevolgen voor de rest van het land niet te groot worden.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Vraag van Werner Somers aan Bart De Wever (eerste minister) over "De onmogelijkheid om de overheidsfinanciën duurzaam te saneren zonder staatshervorming" (56010955C)

02 Question de Werner Somers à Bart De Wever (premier ministre) sur "L'impossibilité d'assainir durablement les finances publiques sans réforme de l'État" (56010955C)

 

02.01  Werner Somers (VB): Mijnheer de eerste minister, net na het bereiken van het begrotingsakkoord vorig jaar verklaarde minister van Begroting Van Peteghem dat de begrotingsoefening het absolute minimum was, dat we er nog niet waren, aangezien het begrotingstekort verder dreigde op te lopen en we ver verwijderd bleven van de Europese norm van een deficit van 3 % van het bbp, dat het slechts de eerste col hors catégorie was, dat de situatie niet rooskleurig was en dat er nog vele inspanningen nodig waren. Nog volgens hem was een staatshervorming, in het bijzonder een herziening van de bijzondere financieringswet, op termijn noodzakelijk om tot een duurzame sanering te komen.

 

Mijnheer de eerste minister, deelt u de analyse van de minister van Begroting dat het huidige traject onvoldoende is om het begrotingstekort structureel terug te dringen? Ik veronderstel dat uw antwoord daarop bevestigend zal luiden.

 

Hoe beoordeelt u het vooruitzicht dat ons land zelfs na de gnomen maatregelen in 2029 nog steeds een tekort van 30 miljard euro zal kennen, ver boven de Europese norm?

 

Bent u het ermee eens dat verdere saneringen binnen de bestaande federale constellatie bijzonder moeilijk zijn?

 

Steunt u de uitspraak van minister Van Peteghem dat een herziening van de bijzondere financieringswet noodzakelijk is om tot een duurzame federale begroting te komen?

 

Indien u die mening deelt, welke concrete stappen zult u zetten om een dergelijke staatshervorming of herziening van de financieringswet voor te bereiden?

 

Bereidt een aparte beleidscel bij uw kabinet een herziening van de financieringswet voor of hebt u daartoe al opdracht gegeven?

 

02.02 Eerste minister Bart De Wever: Een deel van uw vragen kwam al aan bod in het eerste deel van de commissievergadering. Ik zal daarom trachten heel beknopt te blijven.

 

De inschatting van de minister van Begroting is ook de mijne. Ik heb dat al herhaaldelijk onder woorden gebracht, vanaf de start van de regering, zelfs vlak na het sluiten van het regeerakkoord. We moeten die steile berg in etappes aanpakken, want nu is het niet voldoende. Het vorige begrotingsakkoord was ook onvoldoende om over de top te geraken. In dit ingewikkelde land moeten we etappe per etappe gaan. Het is nodig om nog een ferme etappe te rijden om de uitgavennorm te respecteren die we deze legislatuur zouden moeten halen, om in de volgende legislatuur geloofwaardig de Maastrichtnorm te kunnen bereiken. Sneller dan dat lijkt mij onmogelijk. Het verleden heeft ons ingehaald. De vergrijzing is er. De kosten exploderen. Daar is niets meer aan te doen door een gebrek aan verantwoordelijkheid in het verleden, en ook door de schuld en de rente. Die rente hangt momenteel als een wurgkoord om onze nek. Men kan daar weinig aan doen, alleen het opsoppen. Dat is zeer moeilijk.

 

We zijn gestart met een begroting die bij een ongewijzigd beleid naar een tekort van 6 % zou leiden. Eigenlijk moet men er 7 % van maken, anders moet u mij eens uitleggen hoe men de bijkomende inspanning voor defensie van meer dan 4 miljard euro had kunnen vermijden. Dat tekort zou evolueren naar 47 tot 48 miljard euro, wat catastrofaal zou zijn. Er is al een serieuze inspanning gebeurd om de delta plat te duwen, maar dat is niet voldoende, zoals verwacht.

 

Het tweede deel van uw vraag gaat over de staatsstructuur en de financiële verhoudingen in die structuur. Is dat een troef om tot een sanering te komen of het tegenovergestelde? U kent mijn overtuiging. Als we in dit land willen saneren, is een institutionele hervorming onvermijdelijk. Deze legislatuur komen we daar niet toe. Er zijn enkele institutionele afspraken gemaakt. Ik zal mijn uiterste best doen om die uitgevoerd te krijgen. We moeten daarover niet liegen; wanneer het gaat over de institutionele hervormingen, dan zijn de verhoudingen zwart-wit en staat men in de meerderheid totaal diametraal.

 

Wat de tweederdemeerderheid betreft, verwijs ik naar het boekje Het betonnen beleid, dat u wellicht uit het hoofd kunt opzeggen, misschien zelfs nog voor het geschreven was. Voor de experts in het genre, de indrukwekkende lijst van domeinen  toont hoe moeilijk en weerbarstig dit land is georganiseerd ten opzichte van eender welke hervorming.

 

Alles is gebetonneerd, zeker het institutionele. Dat vergt een enorme politieke inspanning en een zeer grote meerderheid. Toch is ze om financiële redenen onvermijdelijk. Men kan doen wat mogelijk is op het niveau van entiteit I, maar men kan niet tot een gezonde situatie komen zonder vroeg of laat het institutionele debat te voeren en de deelstaten verantwoordelijk te maken voor de eigen ontvangsten, met een cultuur van grotere responsabilisering.

 

We moeten weg van het dotatiefederalisme. U hebt net over Brussel gesproken. De situatie daar is daar het nefaste gevolg van. Men weet dat de rekeningen uiteindelijk met een andere entiteit worden geconsolideerd. Het is alsof men in een klas zit en systematisch 0 op 10 haalt, maar men, zolang de anderen goede punten halen, gemiddeld toch zal slagen. Die cultuur spoort niet aan tot verantwoordelijkheidszin.

 

Iedereen hier erkent dat dat een probleem is. Wanneer men echter vraagt hoe dat probleem moet worden opgelost, krijgt men diametraal tegengestelde antwoorden. Op dit moment, in deze legislatuur, is de blokkering op dat vlak volledig. Dat is op termijn onhoudbaar.

 

Wij doen binnen het huidige institutionele kader wat mogelijk is. Met de cel, waarvan een lid hier naast mij zit, proberen we ons te focussen op de uitvoering van de gemaakte institutionele afspraken. Dat is op zich al een aanzienlijke opdracht. Het enthousiasme is niet op alle banken even groot, laten we daar realistisch in zijn. Daarnaast proberen we in een tweede beweging gesprekken te voeren om te bekijken in welke richting we op termijn kunnen evolueren, mocht het institutionele debat opnieuw worden geopend. Ik verheel u niet dat het politieke enthousiasme momenteel beperkt en de speelruimte klein zijn, maar de onvermijdelijkheid van dat debat is omgekeerd evenredig groot.

 

02.03  Werner Somers (VB): Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de eerste minister.

 

U bent ervan overtuigd – het tegendeel zou mij verbazen – dat het nodig is institutionele hervormingen door te voeren om op budgettair vlak duurzaam orde op zaken te stellen.

 

Het probleem is echter begonnen bij de regeringsvorming, waar u die communautaire eisen blijkbaar niet op tafel hebt gelegd of niet hebt willen doordrukken volgens de zogenaamde fortdoctrine – daar is vandaag al een vraag over gesteld – waarbij men de Belgische structuren geleidelijk zou vervlaamsen en zo een soort État belgo-flamand zou creëren.

 

Ik geloof persoonlijk niet in de slaagkansen van die doctrine. U zegt dat het institutionele vroeg of laat op tafel zal moeten komen. Dat zal echter niet vanzelf gebeuren, indien u, als staatsdragende partij – de N-VA is de grootste partij van Vlaanderen en van het land – geen inspanningen levert om een draagvlak te creëren voor een institutionele hervorming, de afschaffing van het dotatiefederalisme en de responsabilisering van de deelstaten.

 

Bij een volgende regeringsvorming kan de situatie zich herhalen.

 

Dan zult u weer in een regering stappen, zonder garanties. U zegt dat het blijkbaar heel wat voeten in de aarde heeft om zelfs de borrelnootjes die in het huidige federale regeerakkoord zitten, gerealiseerd te krijgen. Ik vind dat toch bijzonder tragisch voor een Vlaams-nationale eerste minister.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Vraag van Werner Somers aan Bart De Wever (eerste minister) over "Het op de lange baan schuiven door de premier van confederale hervormingen" (56011214C)

03 Question de Werner Somers à Bart De Wever (premier ministre) sur "Le report par le premier ministre des réformes confédérales" (56011214C)

 

03.01  Werner Somers (VB): Mijnheer de eerste minister, deze vraag ligt in de lijn van het voorgaande.

 

Tijdens een lezing voor de Grandes Conférences Catholiques, een Franstalige katholieke en burgerlijke club, zei u nog steeds voorstander te zijn van confederalisme, maar u voegde daar meteen aan toe dat er op korte termijn dringender zaken moeten worden geregeld. Daarmee doelde u op de sociaal-economische hervormingen, die volgens u een of twee legislaturen in beslag zouden nemen. Op die manier lijkt u te suggereren dat het confederalisme ook na 2029 best nog vijf jaar in de diepvrieskist kan.

 

Hoe valt dat te rijmen met uw beleidsverklaring Grondwet en Institutionele Vernieuwing van 10 maart 2025? Daarin stond immers te lezen dat het doel moet zijn om vanaf de volgende legislatuur een vernieuwde staatsstructuur in werking te laten treden, met een homogenere en efficiëntere bevoegdheidsverdeling, en dat die vernieuwde staatsstructuur zal worden voorbereid door een aparte cel op uw kabinet.

 

Ten tweede, wordt met die nieuwe staatsstructuur met een homogenere en efficiëntere bevoegdheidsverdeling een confederale hervorming bedoeld, althans een hervorming van de Staat in de richting van wat uw partij verstaat onder confederalisme? Zo niet, welke staatshervorming heeft de regering wel voor ogen? Men moet toch weten welke richting men wil uitgaan.

 

Ten derde, betekenen uw recente uitspraken dat er vanaf de volgende legislatuur dan toch niet noodzakelijk een vernieuwde staatsstructuur met een homogenere en efficiëntere bevoegdheidsverdeling in werking zal treden? Is uw beleidsverklaring van 10 maart 2025 in zoverre reeds achterhaald?

 

Ten vierde, zijn de grondige sociaal-economische hervormingen die u voor de geest staan wel mogelijk zonder confederale paradigmashift vanaf de volgende legislatuur? Zo niet, waarom impliceren uw uitspraken dat het invoeren van het confederalisme moet wachten tot die sociaal-economische hervormingen zijn doorgevoerd?

 

03.02 Eerste minister Bart De Wever: Mijnheer Somers, ik wist niet welke vraag nu zou volgen, maar ik heb in mijn vorige antwoord al grotendeels vooruitgelopen op wat nu wordt gevraagd. Het komt immers altijd wat op hetzelfde neer. Ik zal daarom beknopt blijven en me niet herhalen.

 

U zei dat u niet gelooft in de doctrine die ik volg. Dat is uiteraard volstrekt uw recht. Het zou echter geloofwaardiger zijn als er een alternatief op tafel werd gelegd, een alternatieve doctrine die daadwerkelijk tot resultaten leidt en die niet op fantasie is gebaseerd, maar op de realiteit. Indien men zou pleiten voor revolutionaire toestanden, waarin ik niet geloof, moet men daar ook eerlijk over zijn en erkennen dat men geen alternatief heeft en dat de rol beperkt blijft tot het bekritiseren van degenen die – binnen de moeilijke omstandigheden die door onze voorgangers zijn gecreëerd binnen het Belgisch federalisme – proberen er toch iets van te maken en het institutioneel te verbeteren.

 

Natuurlijk bepaalt de kiezer alles. U kunt mij ondervragen over het beleid van deze regering, maar niet over het beleid van een eventuele volgende regering. De kiezer zal daarover beslissen. Binnen de huidige mogelijkheden werken wij wat betreft entiteit I aan een sociaal-economische hervormingsregering, een saneringsregering.

 

Het oordeel van de kiezer daarover zal uiteindelijk alles bepalen. De verhoudingen die het volgende Parlement zullen kenmerken, zullen alles bepalen. Ik kan die mogelijkheden niet voorspellen. Wat ik wel kan zeggen, is dat ik, als politicus en niet als premier, alle kansen zal aangrijpen om het institutionele debat, dat volgens mij onvermijdelijk is, opnieuw op tafel te brengen in de omstandigheden die ik dan pas zal kennen.

 

Tijdens deze legislatuur doen we wat binnen onze mogelijkheden ligt: uitvoeren wat is afgesproken op institutioneel vlak en voorbereiden wat mogelijk is. Wanneer u vraagt wat de verdere institutionele agenda van de regering is, buiten wat expliciet is afgesproken, dan is het antwoord uiteraard dat er geen bijkomende agenda is. Ik heb in een eerder antwoord al aangegeven dat de tegenstellingen zwart-wit zijn. Het kan toch geen verrassing zijn, gelet op wat verschillende partijen en partijvoorzitters verklaren over hun institutionele visie, dat er absoluut geen eensgezindheid is.

 

Die tegenstellingen gaan bovendien verder dan alleen de arizonaregering. Er is in België in het algemeen totaal geen eensgezindheid meer over een institutionele hervorming. Dat is zorgwekkend, aangezien wij beiden denken – dat hebben we bij de vorige vraag vastgesteld – dat een financieel gezonde situatie onmogelijk is zonder dat dat debat ooit grondig wordt gevoerd en uitgeklaard.

 

Ik begrijp uw vragen zeer goed. Ik lig ervan wakker. Dat lijkt me wat elke verantwoordelijke politicus moet doen, wakker liggen van hoe we er ooit eens door gaan geraken. Het is een politieke bedenking en ik mag eigenlijk alleen over regeringsbeleid spreken. Ik vind die discussies wel interessant, dus ik gun mezelf de latitude om te zeggen dat ik te allen tijde bereid zou zijn om elke kritiek op mijn doctrine te aanvaarden en er persoonlijk zelfs volledig de consequenties van op te nemen. Daar heb ik geen enkele moeite mee. Ik zal dat echter doen op het moment dat iemand mij een geloofwaardiger pad kan schetsen, dat zeker tot resultaten kan leiden. Zo niet, dan blijven die commentaren, excuseer mij, redelijk steriel.

 

Neen, ik heb op de Grandes Conférences Catholiques geen gedaanteverwisseling ondergaan. U moet het zich maar voorstellen. Ik heb daar voor duizenden mensen gezegd dat ik nog steeds een confederalist ben en een republikein. Ik ben absoluut niet van overtuiging veranderd, maar ik assumeer de functie op die ik nu uitoefen en ik doe dat voor honderd procent. Er zit niets in mijn mouwen en deze trein verbergt geen andere treinen. U moet het zich eens inbeelden om dat voor zo’n publiek te zeggen. Ik vertrek wel van de realiteit zoals die bestaat en ik wil mijn politiek bestaan niet in steriliteit doorbrengen. Men mag mij veel vragen, maar dat niet. Dan ga ik onmiddellijk een andere job zoeken, waarin ik een nuttig bestaan kan leiden.

 

Mijnheer de voorzitter, het waren eerder politieke bedenkingen dan regeringsbedenkingen, maar u zult mij dat willen vergeven.

 

03.03  Werner Somers (VB): Mijnheer de eerste minister, u zegt dat u voorbereidt wat u kunt, maar men moet toch weten wat men voorbereidt? Als men niet weet wat u voorbereidt, waar belandt men dan? In de beleidsverklaring over institutionele aangelegenheden staat toch duidelijk dat men wil komen tot een efficiëntere en homogenere bevoegdheidsverdeling en dat die in werking moet treden vanaf de volgende legislatuur. Dat staat daar zwart op wit.

 

Men moet dan toch weten wat men verstaat onder een efficiëntere en homogenere bevoegdheidsverdeling. Misschien weet u het zelf, maar binnen de regering bestaat daarover totaal geen consensus. Men is dus eigenlijk in het ijle aan het brainstormen over wat een homogenere en efficiëntere bevoegdheidsverdeling zou kunnen zijn.

 

U zegt dat u uw bestaan niet in steriliteit wilt doorbrengen, dat u anders een andere job zoekt. Als men over steriele bezigheden spreekt, lijkt mij dit net een zeer steriele bezigheid. In een soort laboratorium verricht men denkwerk waarvan men totaal niet weet of er iets mee zal gebeuren. In uw regeerakkoord en in uw beleidsverklaring staat echter wel dat er een nieuwe staatsstructuur in werking zal treden.

 

Het is dus zelfs geen mogelijkheid, maar een certitude. Tijdens die Grandes Conférences Catholiques hebt u echter gezegd dat er belangrijker zaken zijn. U zei daar dat u wel confederalist bent, maar dat u zich nu zou bezighouden met de sociaal-economische hervormingen en dat die twee legislaturen zullen duren. Dat betekent dat er dan niet aan het confederalisme zal worden gewerkt, dat het maar voor 2034 zal zijn of nog later. Dat vind ik eigenlijk onbegrijpelijk. Voor de verkiezingen zegt u dat confederalisme nodig is om de welvaart van de Vlamingen veilig te stellen, via sociaal-economische hervormingen, en na de verkiezingen luidt het dat het confederalisme moet wachten tot de sociaal-economische hervormingen doorgevoerd zijn. Maar waarvoor is het confederalisme dan nog nodig?

 

Het confederalisme was toch een instrument om grondige sociaal-economische hervormingen door te voeren? Wie heeft er dan gelijk? De De Wever van voor de verkiezingen of de De Wever die gesproken heeft op de Grandes Conférences Catholiques? Dat vraag ik me wel af.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 56011235C van mevrouw Barbara Pas is uitgesteld.

 

04 Vraag van Werner Somers aan Bart De Wever (eerste minister) over "De uitspraak van de minister van Financiën m.b.t. een staatshervorming" (56011852C)

04 Question de Werner Somers à Bart De Wever (premier ministre) sur "Les propos tenus par le ministre des Finances concernant une réforme de l'État" (56011852C)

 

04.01  Werner Somers (VB): Mijnheer de eerste minister, het gaat voor u misschien over dezelfde vragen, maar ze hebben wel andere invalshoeken. Bovendien daalt u ook niet vaak neer in deze commissie of in de commissie voor Binnenlandse Zaken, zodanig dat de vragen zich opstapelen.

 

04.02 Eerste minister Bart De Wever: Wat zegt u nu? Ik kom elke keer dat ik hier aanwezig moet zijn.

 

04.03  Werner Somers (VB): Ik vind dat u hier nog meer zou moeten zijn.

 

04.04 Eerste minister Bart De Wever: (…)

 

04.05  Werner Somers (VB): Ik stel gewoon vast dat sommige vragen al in december werden ingediend. Dan krijgt men natuurlijk absurde situaties waarbij zaken al achterhaald zijn of waarbij uitspraken in de loop van twee maanden zijn gedaan en er dan vragen worden over gesteld.

 

04.06 Eerste minister Bart De Wever: (…)

 

04.07  Werner Somers (VB): Dat is waar, daar ben ik het mee eens. Dat is een goede zaak, dat is een stap vooruit.

 

Mijnheer de eerste minister, ik zal deze vraag kort houden. Het gaat over de uitspraken van minister Jambon, die zich blijkbaar zorgen maakt dat de huidige sociaal-economische hervormingen met een vingerknip ongedaan zouden kunnen worden gemaakt wanneer er een nieuwe federale meerderheid komt na 2029. Wanneer bijvoorbeeld de Parti Socialiste van die meerderheid deel zou uitmaken, bestaat volgens de heer Jambon het gevaar dat dat allemaal in een handomdraai ongedaan wordt gemaakt. Deelt u die analyse van de minister van Financiën?

 

Mijn tweede vraag is identiek aan de vraag die ik daarstraks al heb gesteld, maar met een iets andere insteek. Welk werk heeft de aparte cel in uw kabinet al verricht? Is die bezig met de vernieuwde structuur, die vanaf de volgende legislatuur in werking zou moeten treden? Heeft die kabinetscel uitdrukkelijk de opdracht gekregen om een blauwdruk voor een confederaal België te schrijven? Wat bedoelt u juist met die staatsstructuur met een homogenere en efficiëntere bevoegdheidsverdeling? U hebt daarnet niet op die vraag gereageerd, dus ik stel ze nogmaals. Gaat het om confederalisme zoals dat wordt gedefinieerd door de N-VA of minstens om een hervorming die stappen zet in de richting van dat zogenaamde confederalisme, of gaat het om iets anders? Waarover gaat het juist? Waar zijn die mensen concreet mee bezig?

 

Ten derde, welke garanties hebt u van uw coalitiepartners gekregen dat aan het einde van de legislatuur de nodige grondwetsartikelen voor herziening vatbaar zullen worden verklaard om een grondige modernisering van de staatsstructuur in de volgende legislatuur mogelijk te maken?

 

04.08 Eerste minister Bart De Wever: Mijnheer Somers, om met dat laatste te beginnen, u weet dat het regeerakkoord expliciet artikel 195 benoemt, dat deel zal uitmaken van een herziening van de Grondwet. Zoals u weet, is dat een artikel dat het mogelijk maakt om een staatshervorming door te voeren, net zoals dat bij de zesde staatshervorming is gebeurd. Het zou beter zijn als een hele lijst of zelfs de gehele Grondwet voor herziening vatbaar werd verklaard, maar met artikel 195 hebben we de garantie dat institutioneel kan worden gewerkt.

 

De mensen van de beleidscel, waarop ik al eerder ben ingegaan, zijn gefocust op de uitvoering van het institutionele hoofdstuk van het regeerakkoord. Daarover zijn wetteksten ingediend. Die worden besproken in de Kamer en de Senaat. In een tweede fase wordt de ambitie van de regering voorbereid waarover wel eensgezindheid bestaat, namelijk homogene bevoegdheidspakketten. Hoe dat moet worden uitgewerkt, zal een taak zijn van de betrokken cel binnen het functioneren van de coalitie. Ik heb al aangegeven dat de tegenstellingen in die coalitie op dat vlak zeer groot zijn, en in feite in het hele Parlement de meningen diametraal tegenover elkaar staan, waardoor dat geen eenvoudige opdracht wordt. Aan mijn intenties hoeft u niet te twijfelen, die heb ik uitgebreid toegelicht in antwoord op de vorige vraag.

 

Dan komt opnieuw een politieke, eigenlijk een partijpolitieke vraag, over de uitspraak van de minister van Financiën. Als regeringsleider moet ik niet reageren op politieke bedenkingen die ministers uiten. Natuurlijk deel ik sommige van die bedenkingen. Als men naar de prognoses voor de kiesuitslag van 2029 kijkt, verheel ik niet dat er een grote bezorgdheid bestaat over de voortzetting van het huidige beleid als saneringsbeleid en sociaal-economisch hervormingsbeleid. Het zou niet de eerste keer zijn in de geschiedenis dat een retour du cœur aan de orde wordt gesteld vanuit de Parti Socialiste, wat feitelijk een retour à la misère van de publieke financiën betekent, en dat mag onder geen enkel beding gebeuren. Daarom heb ik u in antwoord op uw eerste vraag uitdrukkelijk gezegd dat de kiezer in dit land uiteindelijk alles bepaalt, en ook dát zal hij bepalen. De kiezer in het noorden en uiteraard ook in het zuiden zal in 2029 een context creëren waarin wij ons allemaal zullen moeten positioneren.

 

Ik meen –dit is weer een politieke bedenking – dat men op dat moment beter in de arena staat dan op de tribune zonder enig perspectief om erbij betrokken te zijn. Het is dan bij uitstek interessant om actief deel te nemen en het gevecht aan te gaan. Anders is voorspelbaar welke meerderheid zal worden gevormd, en dat zal er geen zijn waarvan u vrolijk zult worden. Als u dat wilt beletten, moet u in de arena staan en niet gewoon op de tribune zitten en commentaar geven.

 

04.09  Werner Somers (VB): Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor het antwoord.

 

Als ik mij niet vergis, dan was aangekondigd dat er reeds aan het begin van de regeerperiode een voorlopige lijst met voor herziening vatbare artikelen zou worden opgesteld, waaronder artikel 195 van de Grondwet. Dat laat blijkbaar even op zich wachten.

 

Artikel 195 van de Grondwet is inderdaad een passe-partout om grondwetsherzieningen naar believen door te voeren. Het verdient geen schoonheidsprijs. Men heeft dat toegepast bij de zesde staatshervorming, ter uitvoering van het Vlinderakkoord. Men kan daar via overgangsbepalingen heel de Grondwet in stoppen. Men kan bij manier van spreken heel de Grondwet voor herziening vatbaar verklaren. De vraag is waarom men artikel 195 van de Grondwet dan zelf niet voor herziening vatbaar verklaart. Wat is dan immers nog de waarde van die reguliere procedure, die in de praktijk oneindig kan worden omzeild? Daar zie ik eigenlijk het nut niet van in. Waarom kan men niet gewoon de herziening van de Grondwet in een en dezelfde legislatuur mogelijk maken? Artikel 195 van de Grondwet is voor herziening vatbaar verklaard, dus men kan dat aanpassen.

 

U zegt dat het gevaar bestaat dat er een retour du coeur komt en dat de PS een aantal sociaal-economische hervormingen zal terugschroeven. Dat bewijst net de zwakte van uw zogenaamde fortdoctrine. U zult zogezegd het fort bezetten, maar dat is niet structureel of duurzaam. U hoopt dat waarschijnlijk, maar dat kan gemakkelijk worden teruggeschroefd als we de peilingen bekijken. Niet dat ik zo een rotsvast geloof heb in peilingen, ik ben er wel van overtuigd dat de tendens in het zuiden van het land veeleer opnieuw de linkse kant uitgaat. We zien immers dat de MR klappen krijgt en de PS opnieuw komt opzetten. Dan zal er van uw hervorming van het fort niet veel overblijven. Het fort is door en door aangetast door betonrot en dus moet het worden afgebroken en vervangen door iets anders of ten minste grondig worden gerenoveerd. Ik bedoel ook voor de toekomst. U zult een en ander gewoon wat stutten. Daar komt het op neer. Het is gewoon wat oplapwerk, maar na de verkiezingen kan dat allemaal zomaar smelten als sneeuw voor de zon.

 

En wat uw opmerking betreft dat men beter in de arena staat dan van op de tribune commentaar te geven, niets belet u om met de oppositiepartijen, inclusief het Vlaams Belang, te spreken over bepaalde hervormingen. Wij staan daar zeker voor open. Dat hoeft niet meteen...

 

04.10 Eerste minister Bart De Wever: (…)

 

04.11  Werner Somers (VB): U zegt dat. Dan moet u mijn voorstellen lezen. Ik ben tegen de staatshervormingen zoals die in het verleden zijn doorgevoerd, maar er zijn staatshervormingen denkbaar waarbij er meer autonomie wordt toegekend aan de deelstaten, zonder dat er oneerbare toegevingen tegenover staan.

 

Die voorstellen zullen we met veel plezier steunen.

 

U moet het natuurlijk willen. Als u gewoon de handen in de lucht gooit en opwerpt dat u niet over een tweederdemeerderheid beschikt, dan zult u met uw hoofd tegen de muur botsen. Dan bent u steriel bezig.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Vraag van Werner Somers aan Bart De Wever (eerste minister) over "De subsidies van de Franse Gemeenschap aan organisaties die actief zijn op het Vlaamse grondgebied" (56012736C)

05 Question de Werner Somers à Bart De Wever (premier ministre) sur "L'octroi de subventions de la FWB à des organisations actives sur le territoire flamand" (56012736C)

 

05.01  Werner Somers (VB): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de ingediende tekst van mijn vraag.

 

Uit recente berichtgeving in De Standaard van 20 januari 2026 blijkt dat de Franse Gemeenschap jaarlijks aanzienlijke middelen (ongeveer 450.000 euro) toekent aan Franstalige organisaties die actief zijn in Vlaanderen, waaronder in faciliteitengemeenten en zelfs daarbuiten. Deze subsidiëring verloopt via de omweg van de Assemblée parlementaire de la Francophonie en een vzw in Parijs. Deze subsidiestroom is kennelijk in strijd met de bevoegdheidsverdeling binnen het federale België.

 

Het dossier werd in het verleden al aangekaart in het Overlegcomité en voorgelegd aan het Grondwettelijk Hof en de Raad van State. Thans loopt er een procedure voor de burgerlijke rechtbank.

 

Bent u op de hoogte van de hierboven beschreven subsidiestromen vanuit de Franse Gemeenschap naar Franstalige organisaties die actief zijn op Vlaams grondgebied?

 

Deelt de Eerste Minister de mening dat subsidiëring door een Gemeenschap buiten haar territoriale bevoegdheid principieel problematisch is en mogelijk in strijd is met de Grondwet en de bijzondere wet tot hervorming der instellingen?

 

Is de Eerste Minister bereid dit dossier opnieuw te agenderen binnen het Overlegcomité, met het oog op het afdwingen van duidelijkheid en rechtszekerheid inzake de territoriale begrenzing van gemeenschapsbevoegdheden?

 

Acht de Eerste Minister het wenselijk dat internationale constructies worden gebruikt om de interne Belgische bevoegdheidsverdeling te omzeilen? Zo ja, hoe verhoudt een dergelijke handelwijze zich tot het beginsel van federale loyauteit?

 

05.02 Eerste minister Bart De Wever: Uw vraag gaat over de subsidies die vanuit het Franstalige landsgedeelte worden toegekend. Dat is een bekend dossier. Het is ironisch genoeg de RTBF die de subsidiestromen aan het licht heeft gebracht en de grondwettelijkheid ervan zelf in vraag heeft gesteld. Dat zijn momenten waarop ik aangenaam word verrast door de media. Die momenten zijn zeldzaam. Dus ik koester ze.

 

Ik ben op de hoogte van de rechtspraak met betrekking tot de kwestie, met name het recentste arrest van de Raad van State, waarbij de Vlaamse Gemeenschap betoogt dat zij in haar belangen wordt benadeeld door het Parlement van de Franse Gemeenschap. Dat arrest stelt dat de beweerde ongrondwettigheid niet kleeft aan de werkingsbegroting van het Parlement van de Franse Gemeenschap, omdat dat niet kan worden afgeleid uit de tekst van de bestreden bepalingen of uit de parlementaire voorbereiding daarvan.

 

De Raad van State maakt in mijn ogen dus enigszins abstractie van de feitelijke werkelijkheid. De Raad maakt een verschil tussen een bestreden werkingsbegroting, enerzijds, en de wijze waarop de middelen worden gebruikt die in die begroting zijn ingeschreven, anderzijds. Dat is natuurlijk een behoorlijk artificieel onderscheid, namelijk middelen inschrijven en vervolgens stellen dat men bij wijze van spreken niets meer te maken heeft met de manier waarop ze worden uitgegeven.

 

Er zijn, zacht uitgedrukt, wel twijfels mogelijk over de vraag of de subsidiëring in overeenstemming is met de bevoegdheidsverdeling. Minstens kan worden gesteld dat de manier waarop ze gebeurt, niet zuiver op de graat is. Er wordt gebruikgemaakt van een constructie langs Parijs via het Parlement van de Franse Gemeenschap. Het gebeurt dus niet via de eigen gemeenschapsbegroting, zodat het onzichtbaar is voor de Franse Gemeenschap zelf. Transparant kan dat niet worden genoemd.

 

Het minste dat kan worden gesteld, is dat het beleid van de Franse Gemeenschap ter zake niet bepaald beleefd is ten aanzien van een naaste en vriendelijke buur die een duidelijk en gerechtvaardigd taalbeleid wil uitstippelen op haar eigen grondgebied, overigens volledig conform de wetgeving in dit land. De Vlaamse Gemeenschap is als enige exclusief bevoegd om het cultureel beleid in Vlaanderen vorm te geven. Het is dus aan de Vlaamse regering om te beslissen of zij dat dossier niet opnieuw zou agenderen in het Overlegcomité, als benadeelde partij.

 

Ondertussen is het wel zo dat men er in Vlaanderen voor gekozen heeft om dat via juridische weg aan te kaarten.

 

Ik heb, net als u wellicht, gelezen dat vzw De Rand naar de rechtbank van eerste aanleg is gestapt, omdat ze als uitvoerende organisatie niet alleen hinder en schade ondervindt van de subsidies aan verschillende Franstalige instanties, maar ook omdat die subsidies hun decretale opdrachten actief tegenwerken. Ik kijk dan ook uit naar de uitspraak die de rechtbank over de zaak zal vellen en welke gevolgen daaraan zullen worden verbonden.

 

05.03  Werner Somers (VB): Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor het antwoord.

 

Zoals u terecht opmerkt, ondergraaft die praktijk, waarbij de Franse Gemeenschap via een omweg – via vzw’s en buitenlandse vzw’s – culturele organisaties in Vlaanderen subsidieert.

 

Ik vind het merkwaardig dat u zegt dat er eigenlijk niet veel tegen kan gebeuren omdat de Raad van State dat op een formalistische manier benadert. Er bestaat natuurlijk zoiets als de geest van het federalisme of federale loyaliteit. U zegt dat de Vlaamse regering ervoor heeft gekozen om niet via het Overlegcomité te werken, maar naar de rechtbank van eerste aanleg te stappen. Volgens mij belet niets dat de regering deze zaak in het Overlegcomité agendeert. Waarom gebeurt dat niet? Dat is een bedenking die ik maak.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Interpellatie nr. 56000225I en de vragen nrs. 56013822C en 56014167C van mevrouw Pas zijn uitgesteld.

 

06 Question de François De Smet à Bart De Wever (premier ministre) sur "La "fort-doctrine"" (56013931C)

06 Vraag van François De Smet aan Bart De Wever (eerste minister) over "De 'fortdoctrine'" (56013931C)

 

06.01  François De Smet (DéFI): Je vous remercie, monsieur le premier ministre, d’être resté quelques minutes de plus. Cela permettra effectivement d’approfondir cette histoire de "fort-doctrine", même si j’ai écouté vos échanges avec le collègue du Vlaams Belang.

 

Dans un discours prononcé lors de la présentation de la biographie de Hugo Schiltz, vous avez affirmé que l’État fédéral belge "ne fonctionne pas", qu’il serait "coûteux, inefficace et non transparent", et que le confédéralisme demeurerait selon vous la seule solution durable pour l’organisation institutionnelle de ce pays.

 

Dans la même intervention, vous avez évoqué ce que vous avez appelé la "fort-doctrine", ou doctrine de la forteresse – j'imagine que c'est ainsi que nous pourrions le traduire –, une stratégie consistant pour votre parti à investir les institutions fédérales afin d’y exercer le pouvoir tout en espérant ouvrir, à terme, un nouveau débat institutionnel.

 

Vous avez également indiqué que certaines réformes socioéconomiques fédérales pourraient accentuer les déséquilibres entre entités fédérées et conduire ensuite à une demande de réforme de l’État. Cela a le mérite dune certaine franchise. Je suppose que vous pensiez notamment à la limitation du chômage dans le temps, dont nous savons quelle aura un impact beaucoup plus important en Wallonie et à Bruxelles.

 

C'est fou comme on s’habitue vite à ce type de déclarations, y compris du côté francophone. Elles soulèvent pourtant, selon moi, de vraies interrogations quant à la cohérence entre votre rôle de premier ministre et votre conviction personnelle quant à l’avenir de l’État fédéral.

 

Tout d'abord, en tant que premier ministre du Royaume de Belgique, considérezvous que votre gouvernement doit avant tout faire fonctionner loyalement l’État fédéral tel quil existe aujourdhui? Ou alors estimezvous légitime dutiliser les institutions fédérales comme levier pour en démontrer les limites et favoriser une transformation confédérale? Parce que, honnêtement, je ne vois pas comment on peut faire les deux simultanément.

 

Deuxièmement, comment conciliezvous votre serment constitutionnel et votre responsabilité de garantir le bon fonctionnement de l’État fédéral avec votre conviction personnelle selon laquelle celuici serait structurellement défaillant?

 

Troisièmement, pouvezvous confirmer que lensemble des politiques menées par votre gouvernement vise exclusivement lintérêt général de tous les citoyens belges, et non une stratégie politique destinée à accélérer une évolution institutionnelle particulière? Vous tenterez peutêtre de me répondre que les deux sont compatibles, mais je n'y crois pas.

 

Enfin, pouvezvous nous donner votre définition de cette "fort-doctrine" et garantir quelle nimplique pas une stratégie de fragilisation intentionnelle du niveau fédéral?

 

06.02  Bart De Wever, premier ministre: Tout d'abord, je voudrais encore remercier les collègues de lire mes livres et de suivre attentivement tous mes discours. J'en suis honoré.

 

La limitation du chômage dans le temps est-elle une réforme comportant un aspect communautaire? Chaque réforme socio-économique dans ce pays a des aspects communautaires. Concernant cette réforme, je dirais que l'aspect communautaire est avantageux pour la Wallonie. Je suis convaincu qu'à terme, cette mesure aidera la Wallonie beaucoup plus que la Flandre. Peut-être pas à court terme, mais à long terme, une politique d'activation est un élément clé du redressement économique de la Wallonie. J'en suis convaincu.

 

Ainsi, je peux vous confirmer que l'action du gouvernement est orientée vers la poursuite de l'intérêt général de l'ensemble des citoyens de ce pays. Je suis convaincu que les réformes qui renforcent notre économie et protègent notre prospérité bénéficient aux  Flamands, aux Wallons, aux Bruxellois et aux germanophones, monsieur Frank, autrement dit, à l'ensemble des citoyens.

 

La doctrine du fort – je dirais plutôt la fort-doctrine – n'est ni obscure ni complexe. Le terme me plaît beaucoup. Le principe en est simple. Je viens d'en discuter avec le cher collègue qui a quitté la salle. Cette doctrine vous oblige à assumer les responsabilités là où le pouvoir est exercé, à réaliser des réformes là où cela est possible et à poursuivre parallèlement le débat politique sur la manière dont les institutions de ce pays peuvent, à terme, être organisées de manière plus efficace et plus cohérente. Il n'y a rien de secret ni d'inconstitutionnel. Il s'agit simplement de l'exercice normal de la politique démocratique.

 

Pour le reste, monsieur De Smet, vous pouvez en penser ce que vous voulez. C'est votre liberté. Comme je l'ai déjà dit, me faire un procès d'intention est facile. Je peux accepter que certaines personnes s'en amusent, mais, pour moi, c'est plutôt lassant.

 

06.03  François De Smet (DéFI): Merci, monsieur le premier ministre, pour votre réponse.

 

Tout d’abord, les germanophones sont aussi des Wallons, l’un n’empêchant pas l’autre.

 

06.04  Luc Frank (Les Engagés): (…)

 

06.05  Bart De Wever, premier ministre: (…)

 

06.06  François De Smet (DéFI): Non, il ne s’agit absolument pas de racisme. Ne vous laissez pas déstabiliser. Ils se trouvent en Région wallonne. Nous pouvons avoir un débat sur les quatre régions, j’y suis tout à fait disposé. Vous parlez de procès d’intention, mais nous ne faisons que discuter, monsieur le premier ministre. Je vous informe.

 

Monsieur le premier ministre, il existe dans ce pays trois communautés et trois régions. Je vous informe donc – vous n’en êtes peut-être pas informé – que, pour l’instant, la Communauté germanophone se situe en Région wallonne, tout en restant ouvert à un débat sur quatre régions.

 

06.07  Bart De Wever, premier ministre: (…)

 

06.08  François De Smet (DéFI): Je vais terminer ma réplique.

 

Vous évoquez des procès d’intention, alors que nous ne faisons que commenter vos déclarations. C’est vous qui affirmez qu’il est pertinent de prendre le pouvoir là où c’est possible et qu’il faudra, tôt ou tard, aboutir au confédéralisme. C’est vous qui expliquez que l’État fédéral que vous dirigez est structurellement défaillant.

 

Dès lors, vous pouvez reprocher aux autres de formuler des procès d’intention, mais nous ne faisons que nous référer à vos propres propos.

 

Nous avons passé toute la matinée ensemble et il me semble qu'il existe un décalage avec vos déclarations européennes. Vous l’avez dit vous-même tout à l’heure, la situation est comparable. Il existe des pays avec des opinions publiques différentes. À ce niveau, vous plaidez pour davantage d’intégration. Vous adoptez une position très fédéraliste sur le plan européen, tout en étant confédéraliste sur le plan belge. Il y a là une contradiction interne. Vous ne pouvez pas poursuivre dans cette voie. Vous ne pouvez pas défendre une forme de nationalisme au niveau local et ignorer que, au niveau européen, l’avenir ne réside pas dans ce nationalisme que vous défendez ici, pour détruire progressivement l’État belge.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

La réunion publique de commission est levée à 12 h 17.

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.17 uur.