|
Commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid,
Migratie en Bestuurszaken |
Commission
de l'Intérieur, de la Sécurité, de la Migration et des Matières
administratives |
|
van Dinsdag 24 maart 2026 Voormiddag ______ |
du Mardi 24 mars 2026 Matin ______ |
La réunion publique de commission est ouverte à 09 h 02 et présidée par M. François De Smet.
De openbare commissievergadering wordt geopend om 09.02 uur en voorgezeten door de heer François De Smet.
Chers collègues, je dois d'abord vous rappeler que le premier ministre est avec nous jusqu'à 11 h. Ensuite, il enchaînera dans cette même salle avec la réunion de la commission de la Constitution et du Renouveau institutionnel. Dès lors, je vous propose de commencer immédiatement, par respect pour son agenda, par un débat d'actualité intitulé "Sommet de l'Union européenne", qui regroupe en réalité des questions extrêmement variées.
Sandro Di Nunzio (Anders.): Monsieur le président, j'aimerais vous poser une petite question pratique. Mon collègue Steven Coenegrachts devait normalement poser une question, mais il est absent. Puis-je alors intervenir au nom de mon groupe?
Le président: C'est un débat d'actualité. Donc, vous pouvez vous y joindre, soit à l'issue des premières questions soit au moment des répliques. Vous ne pouvez pas vous substituer complètement à votre collègue.
Sandro Di Nunzio (Anders.): Très bien, merci.
01.01 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer de eerste minister, bedankt dat u vanochtend aanwezig kunt zijn, zodat we een actualiteitsdebat kunnen wijden aan de top over de industrialisering.
Er is veel gebeurd sinds de top in Alden Biesen, wat noopt tot een update van het politieke debat. Zo ben ik verwonderd over uw houding sindsdien. Vier weken geleden onderstreepte u dat wij ons industrieel beleid in handen moeten nemen en dat de energieprijzen een groot probleem zijn voor Europa, aangezien ze veel hoger liggen dan voor andere economische wereldspelers. Vervolgens begon Trump de oorlog in Iran. De heer Francken zei daarover dat die absoluut gerechtvaardigd is. Onze minister van Defensie, de N-VA en uw partij, mijnheer de eerste minister, steunen inderdaad de aanval in Iran ten volle, ten bewijze het communiqué op de website van de N-VA bij het begin van de oorlog in Iran. Nadien is er wel een rectificatie gekomen. Het standpunt is dus al een beetje verschoven. Ik citeer: "De aanval op Iran is moreel te rechtvaardigen."
Mijnheer de minister, vindt u, in de economische logica dat onze energieprijzen het grootste probleem vormen voor onze industrie, vandaag, drie weken na het begin van de oorlog, nog steeds dat die oorlog een goede oorlog is voor onze industrie en voor onze economie of wijzigt u uw standpunt daarover?
01.02 François De Smet (DéFI): Monsieur le premier ministre, c'est un volet particulier qui m'intéresse. Ces dernières semaines, le ministre fédéral allemand Lars Klingbeil a évoqué la mise en place d’une coopération renforcée entre un groupe restreint de six grandes économies européennes visant notamment à accélérer l’intégration économique, à renforcer la souveraineté industrielle et à approfondir certains instruments. Je crois que nous sommes tous d'accord sur le constat: si nous voulons que ces chantiers avancent en Europe, cela doit passer par une coopération renforcée.
Ce qui m'étonne, c'est de ne pas voir la Belgique dans ce bloc de six pays, alors que nous y retrouvons l'Allemagne, la France, les Pays-Bas et la Pologne. Je trouve cela objectivement très curieux, surtout lorsqu'on compare cela à votre activisme objectif sur ces mêmes sujets.
Monsieur le premier ministre, je me demande pourquoi nous ne sommes pas inclus dans ce plan du ministre allemand – qui n'est certes qu'un plan pour l'instant mais qui donne une véritable impulsion aux enjeux européens actuels. Le gouvernement a-t-il été officiellement informé ou consulté au sujet de cette initiative de coopération renforcée de certains États membres? Pour quelles raisons la Belgique ne figure-t-elle pas parmi les pays associés à ces démarches, malgré la convergence apparente – et que je reconnais tout à fait – des priorités politiques poursuivies? À part avoir été l'hôte du sommet informel d'Alden Biesen, entendez-vous prendre des initiatives diplomatiques afin d'y être davantage associé? De manière générale, comment le gouvernement évalue-t-il les conséquences potentielles de ce type d’initiatives restreintes, que nous y soyons mêlés ou pas?
01.03 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de eerste minister, ik trap een open deur in wanneer ik zeg dat onze welvaart vandaag op het spel staat. Als onze bedrijven in moeilijkheden komen en hier niet meer kunnen produceren, dan verdwijnen ze naar het buitenland en eenmaal ze vertrokken zijn, komen ze niet zomaar terug.
Het is goed dat Europa dat begrepen heeft en daarom de Industrial Accelerator Act heeft voorgesteld en dat u daarvan een trekker bent. Die regeling is zeer belangrijk en ook nodig, want de wereld verandert snel. De VS beschermen de eigen industrie, China doet dat ook al jaren, terwijl Europa veel te lang gewacht heeft om in te grijpen. Het is een goede zaak dat er nu stappen worden gezet. Mijn vraag, mijnheer de eerste minister, is zeer eenvoudig. Volgt ons land ook?
Immers, wat hier wordt beslist, heeft de meest directe impact op onze investeringen, op onze productie, op onze jobs. Vandaag botsen onze bedrijven op drie belangrijke muren: de hoge energiekosten, de hoge loonkosten en vooral de complexiteit van de regelgeving. De regels zijn te talrijk en te complex. Dat is de realiteit op het terrein.
Gisteren hoorden we Voka nog de vraag stellen een indexsprong te overwegen om zo de looncompetitiviteit te herstellen. Wat krijgen ze echter als antwoord? Njet. Cd&v en de MR willen er niet van weten en Vooruit zegt zelfs no way, maar wat kan er volgens u dan wel?
Men kan niet volhouden dat Europa haar industrie moet versterken en mee op kop moet lopen, terwijl men tegelijkertijd elke structurele of tijdelijke ingreep blokkeert. Dat kan niet, des te meer gelet op de conclusie van het Monitoringcomité in zijn gisteren gepubliceerde rapport dat de begroting onder druk staat en dat de marge om iets te doen kleiner is dan ooit.
U trekt de Industrial Accelerator Act in Europa, maar wat zult u concreet doen, met uw regering, en welke effectieve maatregelen zult u nemen in ons land?
Le président: À ce stade, théoriquement, je dois demander si d'autres collègues veulent se joindre au débat d'actualité mais, comme je compte davantage de journalistes que de collègues inscrits, je donne immédiatement la parole au premier ministre pour sa réponse.
01.04 Bart De Wever, premier ministre: Monsieur le président, le débat d'actualité portait en fait sur le sommet européen mais peu de questions m'ont été posées à ce sujet.
De eerste vraag ging over de oorlog in Iran. Is de oorlog in Iran goed voor de economie? Dat is een open deur intrappen. Dat dat niet echt het geval is, lijkt mij duidelijk.
Mijn standpunt – ik heb dat in de plenaire vergadering verduidelijkt – is dat de oorlog uiteraard strijdig is met het internationaal recht. Tegelijk moet men van mij persoonlijk niet veel sympathie verwachten voor het regime in Iran, dat zelf nooit veel respect heeft gehad voor het internationaal recht en een belangrijke factor is in de sponsoring van terreur, onrust en oorlog in het Midden-Oosten, via zijn proxy's. Het ligt mogelijk ook aan de basis van terreurdaden die momenteel in Europa worden gepleegd.
Geen sympathie hebben voor dat regime is één zaak, ik druk mij voorzichtig uit, maar de omzetting in een realiteit die beter is, is nog een ander aspect. Ik heb in de Kamer de vraag gesteld of er wel een exitplan is. Ik hoop dat dat er is, maar ik betwijfel dat. De periode die sindsdien is verstreken, heeft mijn twijfels niet weggenomen, om het voorzichtig te formuleren.
Men is aan iets begonnen dat men niet kan afmaken. De gevolgen voor de economie zijn zeer negatief, in eerste instantie voor Europa, waar we onze energieafhankelijkheid gedurende deze eeuw zo mogelijk nog hebben vergroot. Dat is vooral het gevolg van het beleid dat sinds de paarsgroene regering is gevoerd en dat vooral onder mijn voorganger tot wasdom is gekomen. Daarbij hebben we de helft van onze nucleaire capaciteit verloren en staat de rest onder druk, terwijl die capaciteit bij uitstek door gascentrales werd vervangen. Gascentrales, stel u voor! Nog maar een paar jaar geleden werd dat in gang gezet. De vorige regering heeft massaal subsidies toegekend om gascentrales te bouwen in dit land.
De stupiditeit van die beslissingen moet men eens onder ogen zien. Dat is de situatie waarin we nu zitten. We zijn, buiten Malta en Cyprus, het meest afhankelijk van import. Zeventachtig procent van onze energievoorziening komt van import. Dat is het bilan van die regeringen. Door onze afhankelijkheid van import zijn we bijzonder kwetsbaar.
De combinatie van die afhankelijkheid met een bovenproportioneel aandeel energie-intensieve bedrijven in de sectoren van petrochemie, staal en cement, maakt dat we zijn achtergelaten als een bijzonder kwetsbaar land. Retrospectief kan ik dat beleid niet anders dan wanbeleid noemen. Wat er is gebeurd, is krankzinnig. Vandaag staan we door die oorlog op de eerste rij om de klappen op te vangen.
Het beste dat met die oorlog kan gebeuren, is dat die zo snel mogelijk tot een einde komt, een einde dat hopelijk enige stabiliteit in zich draagt voor het Midden-Oosten en een zo snel mogelijke herneming van de wereldwijde energiebevoorrading. Dat is het beste dat ons kan overkomen. Als dat niet gebeurt en het wordt erger en duurt langer, dan kunnen we het er allemaal over eens zijn, los van onze verschillende geopolitieke benaderingen, dat de gevolgen niet anders dan als volstrekt nefast kunnen worden genoemd.
Monsieur le président, s'agissant de la coopération entre six pays, nous avons entendu l'annonce. Avons-nous été consultés? Malheureusement pas. Avons-nous l’ambition de rejoindre une enhanced cooperation? Oui, nous avons cette ambition. Hier, j’étais à Luxembourg pour le sommet de la Gäichel et j’ai bien noté que mon collègue luxembourgeois était également déçu de devoir l’apprendre par la presse. J’ai aussi entendu que l’ambition de ces six pays est d’inviter les autres à rejoindre cette enhanced cooperation.
Cela reste donc à examiner en détail. Nous allons l’analyser attentivement car, comme vous l’avez constaté, cela correspond à 100 % à mes propres ambitions – que j’ai déjà exprimées – d’évoluer aussi vite que possible vers un marché plus intégré au niveau européen. Le réalisme nous indique toutefois que réaliser le saut quantique que M. Enrico Letta nous a conseillé vers le one market – une Europe qui a commencé avec le common market, a évolué vers le single market et devrait maintenant passer au one market – nécessite un accord à 27, ce qui pourrait prendre 10 ans, comme toujours. Il serait dès lors judicieux d’avancer plus rapidement avec un groupe de pays capables de s’accorder.
Ursula von der Leyen a déjà évoqué ce scénario en parlant de enhanced cooperation. Pour ma part, j’ai toujours parlé d’intégration fonctionnelle, mais il s’agit en réalité de la même chose. Le traité européen prévoit qu’il faut neuf pays pour avancer dans ce cadre, mais une exception existe, notamment à l’article 350, qui permet aux pays du Benelux d’agir pour des raisons historiques. Nous constituions déjà une union douanière avant que le reste de l’Europe ne nous rejoigne, et nous étions Schengen avant Schengen. J’ai déjà largement échangé avec mon collègue néerlandais à ce sujet, ainsi qu’avec Luc Frieden, pour affirmer que nous devons avoir l’ambition d’être le laboratoire de ce one market. Il s’agit d’identifier toutes les barrières non tarifaires qui existent entre nos trois économies, qu’il s’agisse du marché des capitaux d’investissement, du capital-risque, de l’énergie, des biens ou des services.
Tout ce que l’Europe est en train de planifier, comme le 28e régime, pourrait déjà être mis en place au niveau du Benelux. Ce serait une bonne idée, mais avec une ambition beaucoup plus large, car il ne suffit pas d’agir à trois. Nous devons montrer la voie afin que d’autres pays nous rejoignent. Ce sont donc deux ambitions très parallèles.
Ceci rejoint les déclarations de M. Klingbeil. Je n’ai pas encore fait sa connaissance, mais je devrais la faire, apparemment. Ce qu’il a dit va dans le même sens. Cela reste à voir. Nous n’avons pas été invités ni consultés. C’est dommage. Mais cette opération ou cette idée de enhanced cooperation est une bonne idée.
Mijnheer Di Nunzio, de ambities van de Europese top zaten inderdaad juist en het is inderdaad goed dat we daarin een trekkende rol hebben gespeeld. Ik dank u voor die waardering. We moeten op die manier verdergaan en trachten meerderheid en oppositie daarin te overstijgen. Dat is belangrijk, omdat er ook een co-legislator is, namelijk het Europees Parlement, wat vaak ook een hinderpaal is.
Niet alleen in dit land, ook in Europa zitten institutionele constructiefouten. Men kan op het niveau van de Raad veel beslissen en op het niveau van de Commissie een goede opvolging hebben, maar in Europa is er eigenlijk geen spel van meerderheid en oppositie. Daardoor raken bijvoorbeeld Omnibussen vertraagd in het Europees Parlement of lopen ze zelfs vast. Dat is bijzonder moeilijk uit te leggen.
We zitten allemaal in onze respectieve lidstaten, in commissies zoals deze, te zeggen dat het vooruit moet gaan. Vervolgens slagen diezelfde politieke krachten in het Europees Parlement er niet in om diezelfde sense of urgency aan de dag te leggen of stemmen ze niet mee met initiatieven die nochtans worden gelanceerd door mensen die ideologisch in hetzelfde kamp zitten. Partijen in andere landen steunen die initiatieven dan niet, waardoor de vreemdste resultaten ontstaan in het Europees Parlement. Daarom is het belangrijk dat we op dat vlak maximale eensgezindheid zoeken, die we hopelijk ook kunnen doorvertalen naar het Europese echelon op alle niveaus. Dat is zeer nuttig.
De andere vraag is wat we zelf doen in de lidstaten. U hebt aangehaald dat de marges klein zijn. Dat is een understatement. Zoals ze is overgeërfd, is de begroting een zinkende Titanic. Het is niet gemakkelijk om die opnieuw aan de oppervlakte te krijgen, want ze maakt veel water en de wereldomstandigheden helpen ons daar niet bij, wel integendeel. Vandaag aankondigen dat er ruime marges zijn om allerlei steunmaatregelen te nemen, zou ik niet doen, want dat is gewoon niet waar. Daarmee praat men zich alleen verder in de moeilijkheden. We moeten een zeer grondige oefening maken op basis van de cijfers. We moeten dat ernstig doen, maar ook met realiteitszin.
Als u vraagt wat we doen, kan ik u zeggen dat we inzake energiekosten een pakket van 1 miljard aan competitiviteitssteun voorzien. Iets meer dan de helft daarvan, 55 %, zit in een verlaging van de transmissiekosten. De andere helft wordt via de deelstaten georganiseerd in een mechanisme waarbij we de deelstaten compenseren via de toewijzing van de ETS-middelen. Zo krijgen ze een budgettaire marge om via het door Europa voorziene CISAF-systeem in de komende drie jaar ondersteuning te geven, samen goed voor ongeveer 1 miljard, vooral aan energie-intensieve bedrijven.
Wat de loonkosten betreft, hebben we een fiscale hervorming afgesproken. Er wordt op dat vlak een inspanning geleverd. We zullen natuurlijk moeten afwachten wat er gebeurt met de inflatie. Ik zou iedereen alleszins aanbevelen om wat voorzichtig te zijn met allerlei publieke verklaringen, want die hebben ook een voorspellende waarde en kunnen tevens een selffulfilling prophecy zijn. Niemand moet mijn goede raad opvolgen, maar beheerst werken aan problemen is beter dan elke dag 25 oplossingen of 25 vragen formuleren. Dat zal ons immers niet vooruithelpen.
We moeten de loonkosten goed in de gaten houden, omdat wij, anders dan andere landen, de automatische index hebben, en die wordt niet in vraag gesteld. De correctie op de koopkracht gaat bij ons sneller dan in de omliggende landen en dat geeft een concurrentieel nadeel. Dat is een gekend fenomeen.
Ik wil erop wijzen dat we, naast de fiscale hervorming, ook al twee ingrepen op de index zullen doen. Dat is al opgemerkt. Het gaat met name om het systeem van de centenindex.
Ook op het vlak van regelgeving zijn quick wins mogelijk. Op Europees niveau is er de Omnibusbeweging en daar komen er steeds meer bij. Duitsland heeft een Omnibus gevraagd voor AI. Dat is een zeer goed idee. We hebben daar overgereguleerd en missen economische kansen.
Ik heb zelf een Omnibus gevraagd voor permitting. Zeker voor energie-infrastructuur is dat aan de orde. Als we moeten versnellen in onze energieonafhankelijkheid, betekent dat dat de One Energy Market – met de investeringen in netten, het European Grids Package, en ook Europese productiefaciliteiten – ervoor zorgt dat we inzake permitting geen seconde te verliezen hebben. Daar heb ik dus ook een Omnibus voor gevraagd.
Het is mijn persoonlijke overtuiging – ik heb die aan de Europese tafel geuit, maar ik benadruk dat het geen besluitvorming is, het is een opinie – dat het herhalen van een stop-de-klok voor regelgeving die nice to have is, maar niet direct bijdraagt tot competitiviteit, wel een goed idee zou zijn. Het is misschien niet het moment om allerlei administratieve lasten bij op te laden, ook al is de intentie van elke regel uiteraard nobel. We zullen zien waar we daarmee uitkomen.
Wij hebben zelf – dat was uiteindelijk uw vraag – in het kader van de werkgroep MAKE 2025-2030 al zo’n 70 à 80 projecten voor de vereenvoudiging van regelgeving gedefinieerd. De regering is geëngageerd om daarmee aan de slag te gaan.
Ik ben tevreden dat die boodschap ook op het niveau van de regio’s is aangekomen. Ik denk in het bijzonder aan wat de Vlaamse regio al heeft afgesproken voor permitting. Ik wacht daar al vele jaren op, met name op het idee van punitive damages, het idee dat men bij het begin van een procedure alle klachten kenbaar moet maken en onderweg geen klachten kan toevoegen, en dat de administratie met een eengemaakt advies moet komen, zodat er niet allerlei adviezen zijn die in verschillende richtingen gaan waardoor mensen in procedures altijd argumenten kunnen inroepen die tegen andere logica’s ingaan en daarmee heel vaak ook succes halen.
Dat zijn dus initiatieven die duidelijk in de juiste richting gaan.
Ik verontschuldig mij voor het uitgebreide antwoord maar dat is volgens mij wat onze lidstaat doet op het niveau van entiteit I, maar ook op het niveau van entiteit II, inzake energie, loonkosten en regelgeving. Hoe meer wij op Europees niveau wat snelheid kunnen maken, hoe beter. Europa is geen sprinter maar een marathonloper. Alden Biesen was het startschot. Wij hebben naar mijn persoonlijke mening nu een redelijk goede Europese Raad gehad. Daarin is veel besproken maar in Cyprus zullen wij moeten doorwerken op die punten en opvolgen dat het brood ook op redelijke termijn uit de oven komt, namelijk in 2026 en 2027, en dat er nieuw brood in de oven wordt geduwd.
Het is ondertussen helaas publiek geworden maar ik heb ook heel sterk gepleit voor een debat over de bescherming van onze markt tegen deloyale concurrentie en dumpingpraktijken. Ik heb dat uitgeschreven in een brief. Dat is altijd een risico. De brief is uitgelekt, wat eigenlijk niet de bedoeling was, maar het is nu zo. It is out in the open. De brief heeft zelfs de wereldpers bereikt, zoals ik gisteren heb vastgesteld.
Ook dat is een debat dat wij moeten voeren. Wij kunnen onze uiterste best doen op het vlak van energiekosten, permitting en loonkosten, maar zolang wij liberale democratieën zijn waarin iedereen rechten heeft en waarin wij het level playing field, eerlijkheid en multilateralisme respecteren, maken wij geen schijn van kans tegen landen die dat alles aan hun laars lappen en met zwaar gesubsidieerde overcapaciteit, zonder interne welvaartscreatie of een interne markt, hun producten op de Europese markt dumpen, zeker nu Amerika de fout begaat om het pad van het protectionisme te bewandelen. Dat is totaal onhoudbaar. Zelfs met het beste beleid ter wereld geraken wij er dan niet.
Ik verontschuldig mij omdat mijn antwoorden langer waren dan de vragen. Ik heb wellicht ook zaken behandeld waarnaar u niet hebt gevraagd. Dat is geen goede gewoonte, maar dat is soms wel nuttig want de tijden zijn heel erg moeilijk.
Dat zijn de onderwerpen waarover wij het met elkaar zullen moeten hebben, hopelijk in een bredere ideologische samenstelling dan louter liberalen en communisten. Er zijn nog mensen op de wereld die aan dat debat zouden moeten deelnemen.
01.05 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw uitvoerig antwoord. Het is altijd een plezier om hier in de commissie strategische debatten te kunnen voeren.
U zegt dat de oorlog in Iran in strijd is met het internationaal recht. De lijnen beginnen toch wat te verschuiven. U zei enkele weken geleden nog dat u reserves had bij het inroepen van het internationaal recht in deze oorlog. Ik stel vast dat de lijn van de N-VA stilaan verandert. De heer Francken zei op uw website dat de aanval op Iran absoluut gerechtvaardigd is. Eergisteren werd dat aangepast, nu staat er dat de aanval op Iran moreel te rechtvaardigen is.
Het is niet louter geostrategisch, maar ook economisch. U zegt het zelf. Hoe kunt u zo blind blijven voor de agenda van het Amerikaanse imperialisme? Het is toch duidelijk? De Verenigde Staten bombarderen Iran en weten dat ze geen problemen zullen hebben met hoge olie- en gasprijzen. Dat land is zelfvoorzienend en beschikt over voldoende reserves. Wie zal daarvoor de prijs betalen? China, dat blijkt duidelijk uit Amerikaanse teksten, maar ook Europa. Debatteert u daarover niet in het kernkabinet of op Europees niveau? De strategie van de Verenigde Staten is gewoon onze economie kapotmaken. Wij betalen nu al de prijs.
Gisteren zei Trump met betrekking tot lng dat als Europa niet akkoord gaat, hij misschien geen gas meer zal leveren. Dat is chantage. Toch volgen wij blindelings. Door de Verenigde Staten te volgen in die oorlog maakt u volgens mij een strategische fout. Die oorlog zal chaos veroorzaken. Was er iemand die dacht dat Iran zich zomaar zou laten bombarderen zonder reactie? Iran heeft maanden op voorhand aangegeven dat dit tot chaos in de regio zou leiden.
U kunt nog zoveel meetings houden in Alden Biesen als u wilt, u weet heel goed dat onze economie niet standhoudt als onze energie onbetaalbaar wordt. Wie profiteert daarvan? De oorlogsprofiteurs. De olieproducenten hebben geen probleem. Total, Exxon en BP zullen miljardenwinsten boeken.
Er moet echt iets veranderen in onze geostrategische ingesteldheid. U kijkt voortdurend naar China, maar kijk ook naar de Amerikaanse politiek. Donald Trump schrijft zelf in zijn strategische nota dat het de bedoeling is om Europa kapot te maken.
Mijnheer de eerste minister, ik ben dan ook teleurgesteld dat u niet verder nadenkt over een multilaterale aanpak. De oorlog in Iran is een slechte zaak voor onze economie, voor de werknemers en ook voor de werkgevers. In Antwerpen dreigt dat economisch een ramp te worden, omdat energie zo duur is.
01.06 François De Smet (DéFI): Merci, monsieur le premier ministre.
J'aborderai deux points rapidement. Vous parlez souvent, et à juste titre, de la vulnérabilité énergétique, mais vous oubliez un fait, à savoir que cet abandon du nucléaire concerne tous les gouvernements précédents, y compris la Suédoise (qui comprenait donc la N-VA) qui, elle non plus, n'a rien fait pour redémarrer les réacteurs, alors que ce même gouvernement ne comptait aucun abominable écologiste dans ses rangs.
01.07 Bart De Wever, premier ministre: (…)
01.08 François De Smet (DéFI): Nous n'allons pas entrer dans le débat, mais je me souviens encore de Charles Michel expliquant que, bien entendu, comme premier ministre, il confirmait la sortie du nucléaire en 2025. Je vous laisserai répliquer ensuite, si vous le souhaitez.
Ensuite, j'entends votre réponse à propos du plan Klingbeil. Nous sommes d'accord et nous ne pouvons que vous approuver. Nous devons évidemment nous joindre à une coopération renforcée pour achever l'intégration européenne. Si nous parvenions même à "beneluxiser" l'Union européenne, je serais votre premier soutien. Il n'y a aucun souci. Nous ne pouvons que saluer votre engagement envers le partage des compétences et le principe du fédéralisme, en espérant que cet engouement rayonne jusqu'à vos vues sur la plus-value du fédéralisme belge.
Le président: Des collègues souhaitent-ils se joindre aux répliques? (Non)
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Collègue Thiébaut, vous pouvez présider, si vous le désirez. C'est votre droit. Sinon, je présiderai le débat suivant.
01.09 Éric Thiébaut (PS): Monsieur De Smet, vous remplissez très bien la fonction. Je préfère rester à ma place pour poser mes questions.
02.01 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer de eerste minister, het betreft eigenlijk een update, want mijn vragen zijn al een paar weken geleden ingediend. Ik zou mijn vragen willen stellen in twee of drie delen.
Het gaat natuurlijk om het rapport van het Monitoringcomité. U hebt altijd gezegd dat u het budget op orde zou brengen, maar blijkbaar gaat het niet de goede richting uit. Het Monitoringcomité zegt dat er 4,9 miljard extra bespaard zou moeten worden als we aan de Europese besparingsregels willen voldoen. Het Planbureau gaf al aan dat de regering veel te optimistisch was en dat het tekort tegen 2029 zou oplopen tot 5 %, of 36,5 miljard. Het Monitoringcomité zegt iets gelijkaardigs, maar dat is een onderschatting van de situatie, want de hypothesen waarop die is gebaseerd, integreren de oorlog in Iran nog niet. De energieprijzen en de potentiële recessie of lagere groei die daaraan worden gelinkt, zijn daarin niet meegenomen. De situatie zit dus echt wel tegen, mijnheer de minister. Daarover heb ik een heel duidelijke vraag. Wanneer komt uw begrotingscontrole?
De begroting die u ons vorige week liet stemmen, zat eigenlijk al vol gaten. De btw-hervorming was al voor de helft weggeschoven. Het Rekenhof gaf aan dat meerdere opbrengsten zwaar overschat waren. Uw terugverdieneffecten waren een beetje op los zand gebouwd. Dat is toch vreemd. U verweet de vivaldiregering dat haar budget op los zand was gebouwd, maar dat is nu grotendeels ook het geval. Dat zegt het Rekenhof. Wat vindt u van die beoordeling door het Rekenhof? Dat lijkt mij toch geen linkse denktank. Blijkbaar zit de situatie echt niet goed.
Ik heb ook een economische vraag. Denkt u dat verder besparen onze economie opnieuw op de been zal brengen? Ik geloof dat niet. In zulke woelige tijden is het moment er juist om als Belgische Staat te interveniëren in de economie. Als we alles aan de markt overlaten, mijnheer de minister, dan zullen we er niet geraken. De markt investeert waar geld het meest opbrengt, door speculatie en oorlogsspeculatie. We zien nu al dat de beurs op en neer gaat. Als wij niet tussenkomen als overheid, zullen we onze economie niet redden. Dat was mijn eerste vraag.
Mijn tweede vraag, mijnheer de minister, gaat over de indexsprong die Voka op tafel heeft gelegd. Het is opnieuw hetzelfde. Zodra er een crisis is, moeten de werknemers betalen via een indexsprong.
Ik hoorde gisteren echter ook dat cd&v, MR en Vooruit no way zeggen tegen een indexsprong. Wat vindt u van dat voorstel van Voka? Vindt u dat een goed voorstel of niet? Zult u voor die indexsprong pleiten in het kernkabinet of vindt u dat we met de centenindex al deels aan de lonen raken?
Er wordt gesproken van een loonspiraal, wat betekent dat hoe meer de lonen stijgen, hoe meer de prijzen stijgen. Er bestaat echter geen overtuigend empirisch bewijs voor die stelling. Integendeel, bij de vorige energiecrisis zei de Europese Centrale Bank dat twee derde van de prijsstijgingen niet voortkwam van de stijgende lonen, maar wel van de hogere winstmarges van de bedrijven. In tijden van crisis verhoogden de bedrijven hun prijzen artificieel om meer winst te boeken. Twee derde van de hogere prijzen kwam dus van de hogere winsten en niet van de hogere lonen. In die optiek is mijn vraag wat u van het voorstel van Voka vindt. Zal er daar iets van in huis komen?
Wat de energieprijzen betreft, België is een van de enige landen die in deze economische en sociale crisis vanwege de energieprijzen beslist om de accijnzen op gas, mazout, diesel en benzine te verhogen. Dat is raar, want we zien dat veel landen, zoals Spanje, Zweden, Italië, Oostenrijk, Hongarije, Griekenland en Servië hun accijnzen eerder verlagen. Vindt u niet dat België hetzelfde moet doen en de accijnzen op brandstoffen moet verlagen in plaats van verhogen?
02.02 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le premier ministre, je serai brève car il me suffit de m'en tenir aux faits et à quelques chiffres révélateurs.
À la suite de l'avis très sévère du Conseil d'État, vous avez dû reculer sur votre réforme de la TVA qui visait à l'augmenter sur les loisirs et l'horeca. À présent, le Comité de monitoring pointe un trou supplémentaire de 500 millions d'euros dans le budget, cela sans même tenir compte de la guerre déclenchée par l'attaque d'Israël et des États-Unis en Iran. Autant dire que le trou annoncé se révélera encore plus profond une fois ces éléments-là intégrés dans les calculs.
D'ici à la fin de votre législature, le déficit du seul niveau fédéral s'élèvera à près de 36 milliards d'euros, toujours sans tenir compte de la guerre en Iran. C'est près de 5 milliards de plus que les estimations du budget que votre majorité a adopté la semaine dernière.
Monsieur le premier ministre, comment compenserez-vous cette perte de recettes? Quelles pistes mettrez-vous, ou votre parti, sur la table? Dans quel délai? Compenserez-vous ces éléments à l'occasion de l'ajustement budgétaire en cours ou bien ce sera-t-il pour l'été?
Que pensez-vous de la demande d'un saut d'index des patrons flamands? Considérez-vous cette demande réaliste ou bien la trouvez-vous plutôt obscène étant donné que les citoyens, eux aussi, vont être confrontés à une augmentation du coût de la vie, en particulier des carburants, due à cette guerre?
Demanderez-vous à nouveau des efforts aux mêmes, aux travailleurs ou à l'ensemble de la population, en augmentant par exemple la TVA sur l'ensemble des produits en passant de 21 à 22 %? Ou bien, suivrez-vous enfin des chemins réalistes pour augmenter les recettes, par exemple en revoyant votre taxation des plus-values pour en faire un vrai outil comme le font certains pays voisins? Nous déposons aujourd'hui en commission des Finances un texte de manière à ce que la taxation des plus-values rapporte non pas 250 millions, comme le prévoit votre texte, mais bien 1,5 milliard d'euros. Comptez-vous réformer cette proposition qui n'est d'ailleurs pas encore votée? Il vous suffit de déposer des amendements pour faire en sorte que chacune et chacun dans ce pays contribue à la hauteur de ses moyens aux efforts qui sont demandés.
02.03 François De Smet (DéFI): Monsieur le premier ministre, nos questions sont toutes quelque peu périmées par rapport au moment de leur introduction, comme l'est aujourd'hui également votre budget. Nous allons donc les actualiser au départ du rapport du Comité de monitoring.
Vous aviez anticipé ce rapport. Vous l'aviez vous-même dit dans la presse: les chiffres ne seront pas bons et nous devrons remettre l'ouvrage sur le métier.
Moi, ce qui me frappe, ce sont deux choses. D'abord, une part substantielle du dérapage était prévisible à cause des mauvais calculs de l'Arizona. Ensuite, il y a ce qu'on pourrait désormais appeler le coût de l'indécision, c'est-à-dire l'annulation partielle des hausses que nous connaissons: la TVA sur les plats à emporter et la culture. Nous savons maintenant qu’il y aura un manque à gagner de 475 millions qui n'est pas encore compensé.
Cela pose une question intéressante. Vous avez beau jeu, à raison, de tout le temps mettre sur la table la facture laissée par la Vivaldi. Honnêtement, il est vrai que cette facture existe. Mais quelle sera la facture de l'indécision propre à votre gouvernement et du fait d'avoir des partenaires qui, à coups de chantage – parce que ce n'est pas toujours votre faute – doivent trouver des solutions qui n'en sont pas? Pour le dire autrement, combien nous coûte le fait qu’en novembre dernier, vous n'arriviez pas à vous mettre d'accord sur, par exemple, une hausse globale d'un point de TVA? La plupart de vos partenaires étaient d'accord, sauf le MR. Vous avez dû trouver un bricolage censuré par le Conseil d'État, bricolage dont la facture s'élève à près de 500 millions. Outre la facture de la Vivaldi, il faut commencer désormais à chiffrer la facture propre à la gestion de l’Arizona.
Que fait-on maintenant? J’entends des choses différentes selon vos partenaires. J'entends ceux qui veulent procéder à un contrôle budgétaire dès maintenant. Il serait logique d’essayer dès à présent de trouver l'argent qui manque. Votre ministre du budget parle de trouver 1,4 milliard en 2026.
Allez-vous procéder à un contrôle budgétaire, avec des résultats peut-être déjà dès maintenant, en mars-avril? Ou allez-vous procrastiner, comme on dit en français, c'est-à-dire attendre jusqu'en juillet, en espérant que le conflit au Moyen-Orient se calme et qu’il y ait peut-être de bonnes nouvelles pour certaines recettes, de manière à diminuer l'ampleur de l'effort? Sans attendre de vous une baguette magique pour résoudre l'ensemble des équations du budget, je trouve que vous pourriez au moins nous donner votre perception du timing. Allons-nous devoir attendre juillet pour résorber à tout le moins le dérapage budgétaire de 2026?
Enfin, à côté de toutes les réformes que vous tentez de faire, ce qui se passe, et ce que le rapport du Comité de monitoring nous montre, n’est-il pas qu’il existe en Belgique un problème général de perception des recettes? Quand on voit qu'une série de recettes TVA, mais aussi d'impôts des sociétés, ne rentrent pas assez vite, cela nous renvoie à la question, par exemple, du parquet national financier et des autres investissements qui tardent peut-être. Même sans réformes, des recettes devraient rentrer beaucoup plus rapidement. Ce n'est pas un problème propre à votre gouvernement; il existait déjà avant. Selon moi, on ne travaille pas assez sur la question de l'efficacité devant l'impôt.
02.04 Éric Thiébaut (PS): Monsieur le premier ministre, je souhaite revenir sur les mesures nécessaires pour lutter contre la crise énergétique. D’autres pays ont déjà pris des dispositions. Par exemple, l'Espagne ou le Portugal ont adopté des mesures concrètes pour aider les citoyens à faire face à l’explosion des coûts de l’énergie.
Mais vous, vendredi, vous avez décidé de ne pas décider. Enfin si, vous avez décidé de créer une task force qui doit se réunir aujourd’hui. C’est assez typique, lorsqu’il n’y a pas d’accord entre partenaires, on encommissionne le sujet afin de faire durer la réflexion et de ne pas devoir décider.
Pourtant, l’urgence est réelle face au choc que nous connaissons aujourd’hui. L’Agence internationale de l’énergie a d’ailleurs déclaré que le monde pourrait connaître la pire crise énergétique depuis des décennies. Le temps n’est donc plus à la réflexion mais bien à l’action.
Depuis deux semaines, mon groupe vous propose des mesures concrètes pour bloquer les prix de l’énergie. Nous avons déposé des amendements visant à supprimer vos augmentations d’accises sur le diesel, le mazout et le gaz, mais ils ont été rejetés par la majorité Arizona.
Il est tout de même exceptionnel d’être dans un pays qui augmente les taxes sur l’énergie en pleine crise énergétique. C’est surréaliste! L’Union des Classes Moyennes (UCM) lance elle aussi un cri d’alerte face aux faillites qui menacent les petites entreprises.
En séance plénière, la semaine dernière, nous avons entendu des déclarations fracassantes de vos partenaires de majorité réclamant des mesures concrètes. Le MR nous a promis le cliquet inversé. J'ai encore entendu son président ce matin sur les ondes de la radio de gauche nationale. Je viens de voir sur Facebook que Les Engagés publient des visuels pour demander le blocage du prix des carburants. Mais, finalement, une fois autour de la table de votre gouvernement – là où se prennent les vraies décisions –, il n’y a manifestement plus personne pour défendre le pouvoir d’achat des citoyens.
Monsieur le premier ministre, qu’attendez-vous pour prendre des mesures concrètes afin d’aider les Belges à faire face à la crise énergétique?
02.05 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de eerste minister, onze fractieleider zei vorige week al dat de begroting vol met overramingen en fouten staat. Het Monitoringcomité bevestigt dat ook. De cijfers zijn ronduit alarmerend. De begroting verslechtert jaar na jaar, ten opzichte van wat de regering zelf heeft ingediend. Van een afwijking van een half miljard euro in 2026 loopt dat op tot 4,6 miljard euro tegen 2029. Zelfs de soepelere Europese regel van de uitgavennorm wordt niet meer gerespecteerd.
Opvallend in het verslag van het Monitoringcomité is de opmerking dat vooral de federale overheid ontspoort, terwijl de deelstaten het beter doen. Mijnheer de premier, het is dus duidelijk dat er een zeer grote verantwoordelijkheid op het federale niveau ligt.
Met de 3 à 4 miljard euro waarop u initieel mikte, zal de structurele ontsporing niet keren. Toch schuift u met uw partij, de N-VA, en de MR de begrotingscontrole door tot na de zomer. Mijnheer de premier, het mag worden gezegd, dat is compleet onverantwoord. Dit is het moment om te ageren, niet om uit te stellen. Dat is iets wat deze regering al te vaak doet.
In uw antwoord zult u ongetwijfeld schieten op het verleden, met name op de vivaldiregering en wellicht niet op de Zweedse regering, toen de financiering van de taxshift niet rond is geraakt, omdat de N-VA uit de regering is gestapt. Eén zaak moet mij toch van het hart, mijnheer de premier. U moet verantwoordelijkheid nemen en onder ogen zien dat het uitstel te wijten is aan het feit dat u en uw ploeg er niet in slagen om beslissingen te nemen. Dat is uw verantwoordelijkheid als regeringsleider. Als u er niet in slaagt om iedereen op één lijn te krijgen, zal uitstel op uitstel blijven volgen en zal de begroting verder ontsporen. Dat is de verantwoordelijkheid van uw regering en niet langer louter van regeringen in het verleden.
Mijnheer de premier, ik krijg graag een duidelijk antwoord. Wat zult u als regeringsleider met uw regering doen om het tij te keren?
02.06 Axel Ronse (N-VA): Een belangrijke drijver in de begroting die ons op kosten jaagt, is nog niet vernoemd door de voorgaande collega’s. Dat is de rente. Dat zijn namelijk de interesten die we jaar na jaar moeten betalen op de schulden die onder andere door uw partij, mijnheer Di Nunzio, in het verleden werden gemaakt.
Die rente is de laatste tijd redelijk fors gestegen. Mijn vraag aan de eerste minister is wat de impact is van die rentestijging op de ontsporing van de begroting, want dat is een verschrikkelijke sneeuwbal aan het worden. Ik vind het wat bizar dat die factor nog niet werd aangehaald, want volgens mij is dat de belangrijkste drijver van de oplopende begrotingstekorten.
02.07
Eerste minister Bart De Wever: Wat de rente betreft,
volstaat het te kijken naar de evolutie van het primair saldo. Dan wordt
duidelijk dat de rente inderdaad een loodzware erfenis uit het verleden is. De
schulden zijn altijd verder opgelopen. Zeker de vorige regering heeft daaraan een
boost gegeven. Daaruit kunnen lessen worden getrokken over crisisbeheer en het
rondstrooien van helikoptergeld in alle richtingen, want dat is nefast. De
rentestijging, die te verwachten was, wordt dan een loodzware ketting die de Titanic
verder naar de bodem trekt. In die zin verbaast het mij ook dat degenen die
daar de hoofdverantwoordelijkheid voor hebben gedragen, vandaag nog het hoge
woord durven te voeren. Die zouden
eigenlijk in schaamte moeten zwijgen.
Monsieur Thiébaut, il est faux de dire que nous avons augmenté les taxes sur l'énergie. Nous avons réalisé un tax shift en faveur de l'électricité, ce que chaque spécialiste que je connais nous préconise de faire depuis des années. Il ne s'agit pas d'une hausse.
Pour le reste, nous nous sommes mis d'accord au kern quant au fait d'attendre le rapport du Comité de monitoring et d'ensuite se mettre à table pour étudier les chiffres et décider d'une méthode de travail. Je comprends chaque question concernant des solutions précises quant aux déclarations publiques ayant été faites par des présidents de parti ou par des associations de travailleurs ou d'entrepreneurs. Je ne peux cependant pas vous répondre là-dessus.
Je pense que ce n'est pas une bonne idée de la part de la majorité de faire de grandes déclarations publiques. L'opposition peut faire ce qu'elle veut. C'est du home-trainer comme on dit, vous pouvez beaucoup bouger, mais ce n'est pas très pertinent. Par contre, je conseille à la majorité de ne pas se lancer dans de grandes déclarations publiques. Je sais que je parle en vain, mais je pense que c'est un bon conseil.
De situatie is helder. Ze is niet goed. De publieke financiën zitten niet goed. Dat is geen grote verrassing. De cijfers liggen niet zo ver af van wat we verwacht hadden. Dan is de vraag natuurlijk of de geopolitieke en de macro-economische omstandigheden geen bijkomend anker zullen vormen dat ons nog verder naar beneden trekt.
Als men zich daar allemaal rekenschap van geeft, en ook van onze loodzware erfenis van slecht beheer van de publieke financiën, de veel te hoge staatsschuld en de rente die oploopt, meen ik dat iedereen wel moet beseffen dat nu pleiten voor het uitdelen van grote cadeaus in alle richtingen, weinig realistisch is.
Men kan dat doen als men in de oppositie zit en dus geen verantwoordelijkheid moet dragen. Dat is min of meer normaal, maar ik hoop dat binnen de meerderheid realisme nog overheerst. We hebben geen situatie met een lage schuld, zoals in Nederland. We hebben ook geen beheersbaar tekort, zoals in Nederland, dat ons nu in staat zou stellen grote inspanningen voor deficit spending te doen. Die realiteit bestaat gewoon niet. Als men dat toch doet, is men op de vivaldiweg, de weg om met de Titanic op de bodem te belanden.
Pour les questions techniques relatives aux mesures budgétaires spécifiques, permettez-moi de renvoyer vers les ministres compétents. Ces questions ont d’ailleurs été discutées avec eux lors des débats thématiques la semaine dernière. Il est regrettable que je n’aie pas pu moi-même présenter ma réplique à l’issue de la discussion générale sur le budget. Il était minuit passé de cinq minutes et l’opposition a refusé de m’accorder la parole. Je ne souhaite pas utiliser de termes trop forts, mais je le regrette.
Les ministres ont déjà répondu et un débat sur la loi-programme est prévu demain avec les ministres concernés.
Ik herhaal alleszins dat de situatie niet rooskleurig is.
Ik ga even in op wat er precies in het rapport van het Monitoringcomité staat. Het bevat geen grote verrassingen en ligt in de lijn van de cijfers van het Planbureau. Wellicht kan het alleen maar erger worden. Het saldo in 2026 wijkt 0,1 % af van de begroting, wat al bij al beheersbaar is. Het is niet goed, maar het is beheersbaar. Dat heeft natuurlijk te maken met een aantal maatregelen die niet zijn doorgegaan zoals we oorspronkelijk hadden voorzien en die dus niet in de begroting opgenomen zijn. Er zijn echter ook een aantal maatregelen die niet in de cijfers zitten, zoals de pakjestaks en de centenindex. Voor 2026 zal er dus een correctie moeten gebeuren, maar dat lijkt mij een beheersbare oefening.
Iets anders is de meerjarenbegroting. Het saldo van 2029 wijkt 0,6 % bbp af. Dat is die fameuze 4,6 miljard. Als verklaring moeten we daarbij kijken naar de fiscale ontvangsten die in 2025 veel lager zijn uitgevallen dan verwacht en dat is de basis voor de berekeningen van de volgende legislatuur. We hebben ook ramingen moeten bijstellen. Dat gaat dan over de btw-hervorming die u hebt aangehaald en de vliegtaks, waarvan de opbrengsten verkeerd waren ingeschat. Dat is dus de eerste grote reden, de fiscale ontvangsten die tegenvallen of herberaamd moeten worden.
Het tweede, dat al aan bod is gekomen, maar nog niet in het debat, betreft de uitgaven voor Defensie in 2029. Dat heeft te maken met grote facturen die binnenkomen. Die uitgaven zouden in 2029 1,4 miljard hoger liggen dan initieel geraamd vanwege leveringen die dan moeten worden ingeboekt in de begroting. Dat is dus eerder een begrotingstechnisch probleem. We zullen goed moeten opvolgen hoe die raming evolueert, want dat is ook niet stabiel. U weet dat de defensiemarkt op dit moment overbevraagd wordt. Er wordt veel meer besteld dan er kan worden geproduceerd en dat heeft ook gevolgen voor de leveringstermijn en voor wanneer die in de begroting moeten worden ingeschreven. Dat zijn zaken die men wel moet uitzuiveren uit de cijfers.
Het is eigen aan de oppositie om dat zo dramatisch mogelijk voor te stellen. Ik zou dat ook doen. Dat is zelfs geen verwijt, maar als men naar de realiteit van die cijfers kijkt, moet men daar toch rekening mee houden om uiteindelijk tot een helder beeld te komen van de inspanningen die men moet leveren. Die liggen niet zo ver af van wat ik altijd heb gezegd. Ik heb gezegd 3 tot 4 miljard. Laten we 4 miljard zeggen. Als men veilig wil zitten, doet men beter nog wat meer, want de omstandigheden zullen niet verbeteren. Dat ligt niet zo ver van wat we verwacht hadden als men rekening houdt met alles wat ik u gezegd heb.
Stel het niet dramatischer voor dan het al is, want als men altijd maar roept dat het nog dramatischer is dan het op het eerste gezicht lijkt, heeft dat ook een effect op de bevolking. Ik denk niet dat dat nuttig is.
Het stemt overeen met de verwachtingen in het meerjarenperspectief 2029. Daar zit het echte probleem. De correctie in 2026 is één zaak, maar het rechttrekken van dat meerjarenperspectief is een zeer moeilijke oefening. Men kan veel kritiek hebben op de regering, maar men kan niet ontkennen dat ze het budget ernstig neemt en hervormingen doorvoert, op korte termijn en vooral met budgettaire effecten op lange termijn. De pensioenhervormingen zijn absoluut niet populair, maar ze moeten gebeuren. Ook op het vlak van maatregelen puur om het tekort te beheersen, hebben we al zeer grote inspanningen geleverd.
Het is echter niet voldoende. Ik denk niet dat u mij ooit hebt betrapt op het idee dat het voldoende zou zijn. Zoals bij de beklimming van een berg moeten we etappe per etappe afleggen en van berghut naar berghut wandelen. Als u zegt dat we in één keer naar de top moeten wandelen, heeft niemand nog zin om eraan te beginnen. Het gaat dus om een incrementeel proces waarbij men van de ene halte naar de andere gaat.
Er ligt nu nog een belangrijke beklimming voor ons. Dat is helder. Ik heb ook nooit iets anders beweerd. Ik heb er altijd voor gepleit om die oefening nu te doen. Het uitsmeren ervan, zoals voorgangers dat hebben gedaan, die telkens alleen het budget voor het volgende jaar opmaakten met heel weinig budgettaire ernst, is geen goede aanpak. Ik hoef u er niet aan te herinneren wat er toen allemaal is gebeurd, zelfs een minister van Begroting moest op een gegeven moment opstappen. Wij doen het anders en nemen altijd het meerjarenperspectief mee, omdat het onze plicht is.
Ik pleit ervoor om die ernst weer aan de dag te leggen, omdat politiek realisme mij leert dat in 2027 en 2028 de appetijt om moeilijke maatregelen te nemen niet zal toenemen, maar zal afnemen. Dit is dus het moment om te handelen.
Het is nu aan het kernkabinet en aan de regering om, zoals we hebben afgesproken, op basis van de cijfers de timing en de methodiek vast te leggen. Mijn mening daarover kent u, we moeten er gewoon aan beginnen. We moeten proberen een pakket uit te werken voor dit jaar, maar vooral het meerjarenperspectief is belangrijk. We moeten opnieuw een delta zoeken die zal oplopen om het vorderingensaldo zo veel mogelijk te verbeteren.
Het kompas zou op een inspanning van 4 miljard euro gericht moeten zijn en, indien enigszins mogelijk, zelfs meer. We weten allemaal dat dat moeilijk zal worden, maar het moet. De bestemming is duidelijk en het rapport van het Monitoringcomité bevestigt dat.
De partijen van de meerderheid moeten hun verantwoordelijkheid nemen en ons land verder op weg zetten naar een structurele verbetering van de overheidsfinanciën. Als we niets gedaan hadden, zou het tekort bij ongewijzigd beleid, inclusief de onvermijdelijke defensie-uitgaven, richting 7 % gaan. Daar zitten we ondertussen al ver van.
We hebben dus al heel goed gewerkt, maar helaas is het niet genoeg. De ernst, de realiteitszin en de verantwoordelijkheidszin zullen moeten blijken in de besprekingen die we de komende tijd zullen voeren.
Er is ook nog veel gevraagd over de stijging
van de energieprijzen. Er is gezegd dat dat geëncommissioneerd is. Encommissioneren
is typisch wanneer men niet kan beslissen. Ik wil dat tegenspreken. Ik vind
persoonlijk dat naar de camera’s lopen om allerlei voorstellen te doen om
zogezegd de bevolking te redden eigenlijk heel onverantwoordelijk is. Ik sluit
af met de woorden van Ursula von der Leyen tijdens de Europese Raad. Zij zei: If you do something, let
it be tailored, targeted and temporary. Ik ben het daar persoonlijk volledig mee eens.
Le président:
J’ai laissé un peu de temps au premier ministre parce que sa réponse me
paraissait importante à développer. Je laisse un tout petit peu plus de temps
pour les répliques. Vous
avez trois minutes, monsieur Hedebouw.
02.08 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer de eerste minister, u bent eerste minister geworden met de slagzin dat u de begroting op orde zult brengen. U hebt uw hele campagne daarop gebaseerd.
Het rapport van het Monitoringcomité moet dus wel het alarmsignaal hebben gegeven dat u er niet zult geraken.
U legt altijd opnieuw de schuld bij Vivaldi. Ik zal de vivaldiregering niet verdedigen, maar die verwijzing wordt op een bepaald moment niet meer geloofwaardig. U voelt toch ook dat dat niet meer geloofwaardig overkomt en dat er een probleem is met uw eigen begroting en uw eigen parameters?
Laten we inderdaad eens over het verleden spreken. U hebt met de taxshift beslist dat er 8 miljard euro minder inkomsten komen voor entiteit I. Dat is uw beslissing in de toenmalige regering van Charles Michel. U stelde toen wel dat de taxshift honderdduizenden jobs zou creëren, maar dat houdt economisch gezien geen steek.
U bent er niet mee bezig dat rechts altijd beslist om de inkomsten te verminderen met als idee de economie te herlanceren. We zien nu nochtans het failliet van die logica.
U wilt in de huidige crisissituatie die logica nog voortzetten. U rijdt gewoon tegen de muur. Het probleem van onze begroting is inderdaad dat er onvoldoende inkomsten zijn. Dat komt echter doordat de sterkste schouders en de miljardairs wat kleine taksen, dus bijna niets, moeten betalen. Wat de meerwaardebelasting betreft, alle miljardairs hebben hun aandelen in een bedrijf en niet op hun persoonlijke belastingaangifte. Wat gebeurt er dus? De inkomsten komen daardoor niet overeen met de verwachtingen.
U verwijt de oppositie dat ze aan de zijlijn blijft staan. Interessant is echter – daarom wou ik ook uw mening horen over de maatregelen – dat er een link is tussen de oppositie van de PVDA en het feit dat Vooruit, cd&v en zelfs MR tegen een indexsprong zijn. Zij hebben ook het bilan gemaakt van de centenindex. Zij meenden allemaal dat de centenindex de publieke opinie zou kunnen weerstaan. Dat gebeurt echter helemaal niet. U raakt immers de mensen die hard werken en die meer dan 4.000 euro bruto verdienen. Een loon van 4.000 euro bruto is niet veel; dat is slechts 2.600 euro netto.
Op politiek vlak is er dus een link tussen het oppositiewerk en de sociale strijd, en het feit dat iedereen van uw kern naar de camera’s loopt, omdat zij schrik hebben dat ze nogmaals een perceptieprobleem hebben, dat eigenlijk een reëel probleem is, namelijk het feit dat opnieuw de werkende klasse zal betalen.
Neem het rapport van het Monitoringcomité dus ernstig en tref maatregelen die ons niet nog meer in de put duwen. Met die besparingspolitiek van minder investeren in openbare diensten en in de gepensioneerden creëert u immers minder consumptie in ons land. De energieprijzen aan de markt overlaten zonder correctie, zal onze economie en de koopkracht van de mensen totaal verstoren.
U zou een ernstige ideologische discussie moeten voeren over een optreden van de overheid, want de markt zal het niet oplossen.
02.09 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le premier ministre, donc, pour vous, sortir 300 000 personnes de la pauvreté est une honte? C'est cela, le bilan de la Vivaldi! Or les mauvais bulletins que vous recevez successivement sont le résultat de vos choix politiques, de vos décisions. Les flexi-jobs coûtent 415 millions au budget 2026. L'extension des jobs étudiants coûte 583 millions et celle des heures supplémentaires, 383 millions. Le plafonnement des cotisations patronales, ce sont 75 millions pour les plus gros salaires du pays, soit 25 000 euros par mois. Ce sont eux que vous aidez. Et tout cela sert à soutenir en effet certains patrons. Pourtant, à aucun moment vous ne créez de l'emploi. Vous passez même à côté de vos objectifs supposés de retour à la rigueur budgétaire. Vous dérapez complètement. Toutes vos mesures vont à l'encontre de votre objectif de 80 % de taux d'emploi. En effet, les opportunités qui auraient pu être créées sont annulées par les bullshit jobs qui ne permettent pas aux travailleurs de se constituer des droits pour la retraite et qui ne pourront pas répondre aux exigences extrêmement hautes que vous êtes vous-même en train de fixer en ce qui concerne la pension.
Monsieur le premier ministre, vous devez prendre vos responsabilités. Arrêtez vos petites phrases et vos attaques! Arrêtez de préparer en amont vos petites métaphores qui vont faire mouche dans la presse! C'est votre style; pas le nôtre! Nous sommes ici pour contrôler vos actes. Le rapport du Comité de monitoring est sévère, et vous devez y répondre en vous plaçant à la hauteur de ce qui est en train de se passer. Il importe aussi d'apporter une réponse à la crise qui est en train de se produire et qui n'est même pas encore intégrée audit rapport. Quelles solutions allez-vous vraiment apporter pour soutenir les citoyens et les citoyennes qui vont se retrouver avec des factures qui explosent? C'est bien la question que nous posons à votre gouvernement. Tout ce que nous voyons, ce sont simplement des postures, des posts sur les réseaux sociaux, des déclarations dans la presse. En revanche, nous ne voyons rien atterrir pour soutenir les gens.
02.10 François De Smet (DéFI): Monsieur le premier ministre, personne ne peut nier que l'effort à fournir soit considérable, pas plus que votre sincère ambition réformatrice. Alors, on peut ne pas être d'accord sur les moyens, mais honnêtement vous tentez quelque chose. Le principal problème est que vous ne parvenez pas à envoyer le message selon lequel l'effort est partagé d'une manière juste, y compris par les plus nantis et les épaules les plus larges.
Je n'ai pas obtenu de véritable réponse aux questions de timing, mais je le comprends parce que vous êtes prisonnier du vacarme causé par les déclarations de vos collègues qui font constamment l'actualité et vous coincent. Je pense que nous avons tous entendu que vous preniez de la hauteur vis-à-vis des déclarations des présidents de parti et de vos collègues divers et variés. Je crains que vos appels adressés à la majorité ne soient pas entendus, et vous le savez probablement vous-même. Du reste, je crois que c'est une partie du problème. En effet, ces déclarations vous empêchent en grande partie d'agir. En réalité, plusieurs personnes ne souhaitent pas gouverner, mais bien poursuivre constamment leur campagne électorale. C'est ainsi: certains font de la politique pour gouverner; d'autres gouvernent pour faire de la politique. Malheureusement, vous avez au moins un parti dans votre majorité qui est dans cet état d'esprit – je n'ai même pas besoin de le nommer – et qui va vous pourrir la vie jusqu'au bout. Bonne chance, néanmoins!
02.11 Éric Thiébaut (PS): Monsieur le premier ministre, vous n'avez pas très envie de prendre des mesures pour aider les gens à payer leurs factures énergétiques. On comprend que c'est pour des raisons budgétaires, parce que vous avez tracé une ligne à suivre, celle de l'austérité. Mais, partout où des gouvernements ont suivi cette ligne, on a vu que les résultats n'étaient pas concluants. Mais bref, c'est votre concept, l'idée que vous vous entêterez à suivre et on constatera de toute façon que, comme ailleurs, les résultats seront dramatiques pour la population, en particulier pour les plus démunis.
Non seulement vous ne voulez pas prendre des mesures pour aider les gens à régler leurs factures, mais vous suggérez en plus un nouveau saut d'index. Outre le double saut d'index partiel suggéré par votre majorité qui sera bientôt appliqué, vous voulez carrément imposer un saut d'index aux citoyens. On ne veut ni les aider à payer leurs factures énergétiques qui explosent, ni indexer leurs salaires pour faire face à l'augmentation du prix de la vie. Votre méthodologie reste ancrée dans l'austérité, alors que notre pays tire plus de la moitié de la richesse produite de la consommation intérieure. Dès lors, en ne soutenant pas le pouvoir d'achat, vous ne soutenez pas la croissance et, à terme, il y aura une diminution des recettes. Je sais que vous n'êtes pas dans cette philosophie. Je suis en train de lire votre livre en français. Il est intéressant, mais je ne partage évidemment pas du tout votre vision de la gestion des finances et des pouvoirs publics.
Je vous remercie.
Le président: Chers collègues, comme nous sommes dans le cadre d'un débat d'actualité, ceux qui ne sont pas intervenus et qui n'étaient pas inscrits peuvent néanmoins réagir.
02.12 Steven Matheï (cd&v): Mijnheer de premier, bedankt voor uw antwoord.
We stellen samen vast dat het rapport van het Monitoringcomité op een verslechtering van de budgettaire toestand wijst, maar ook dat de al genomen maatregelen wel effect hebben. Er zijn immers heel duidelijke keuzes gemaakt en trajecten in gang gezet. Dat is goed, want op die manier neemt de regering haar verantwoordelijkheid.
De verslechtering, zoals aangegeven in het rapport van het Monitoringcomité, wordt nog verder verergerd door de actuele situatie. Dat zorgt ervoor dat inspanningen ingehaald lijken te zijn. We zijn het dus met u eens dat er absoluut een volgehouden begrotingsdiscipline moet zijn. Dat is geen optie, maar een noodzaak voor ons.
Wat dat betreft zijn voor cd&v drie zaken belangrijk.
In de eerste plaats moeten de juiste maatregelen worden genomen. Geen halfslachtige maatregelen, of wat tegenwoordig in het wetstratees 'kamelen' wordt genoemd, maar wel raspaarden, structurele hervormingen. Zo zijn er al een aantal ingezet, bijvoorbeeld de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd, de pensioenhervorming om de vergrijzing aan te pakken en de fiscale hervorming die wordt uitgerold om te zorgen voor meer nettoloon.
Ten tweede is het ook belangrijk dat er geen uitstel is. Er is heel duidelijk op gewezen dat het tekort met elke maand uitstel verder vergroot. Als het tekort vergroot, stijgt ook de rentelast. We hebben dus niet de luxe om te wachten. U zegt dat we het best nu kunnen beginnen. Wij zijn het daarmee eens, maar ik heb niet gehoord wanneer u wilt eindigen, en dat is ook belangrijk. We hebben niet de luxe om te wachten tot de zomer of het najaar om te landen met die oefening. Het moet absoluut de ambitie zijn om dat nu te doen.
Ten slotte heeft de huidige geopolitieke situatie natuurlijk ook een effect op de mensen. Voor ons absoluut geen helikoptercheques à volonté, maar ook geen indexsprong, omdat de index net de koopkracht van de mensen beschermt.
Er ligt dus heel wat werk op tafel en er moet nog veel worden opgevolgd. Wat ons betreft gaan we snel aan de slag en boeken we ook snel resultaat.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03.01 Lydia Mutyebele Ngoi (PS): Le 11 novembre dernier, nous avons commémoré les soldats résistants qui se sont battus et ont donné leur vie pour la libération de la Belgique. Parmi ces hommes et ces femmes, on ignore souvent les résistants et soldats étrangers qui ont versé leur sang et leur sueur durant la Première Guerre mondiale. Il y avait parmi eux de nombreux et de nombreuses Congolais et Congolaises, au milieu d'une guerre qui a étendu son horreur dans une Afrique soumise à un contrôle colonial. C'est pour cette raison que, le 11 novembre, la Belgique célèbre également les combattants et les résistants congolais.
Ces dernières années, grâce au travail de la commission parlementaire chargée d'examiner notre passé colonial et à la suite de ses recommandations pour permettre à la Belgique de prendre ses responsabilités quant aux horreurs commises au Congo belge, un représentant du gouvernement belge s'est systématiquement rendu à ces cérémonies. À Schaerbeek, je croisais souvent Mme Schlitz lorsqu'elle était secrétaire d'État ainsi que sa successeuse, pour rendre hommage à ces combattants congolais.
Lors des commémorations du 11 novembre 2025, votre gouvernement a brillé par son absence: pas une petite couronne ni même une fleur. J'aimerais connaître les raisons de cette absence qui détonne avec les engagements pris par notre État vis-à-vis de son passé colonial et qui envoie un très mauvais message aux familles des Congolais ayant donné leur vie pour cette guerre. Même si le ministre Beenders lancera le 30 mars la Décennie des afrodescendants, cela n'excuse pas votre absence.
Monsieur le premier ministre, pourquoi aucun représentant de votre gouvernement n'était-il présent lors des commémorations du 11 novembre à Schaerbeek, comme c'était le cas sous la Vivaldi? Votre gouvernement compte-t-il continuer à ignorer les recommandations de la commission sur le passé colonial?
03.02 Bart De Wever, premier ministre: Madame, à la suite de votre question, mon cabinet a vérifié si nous avions reçu une invitation à cet événement. À notre connaissance, cela ne semble pas être le cas. Normalement, les choses se déroulent de la manière suivante: après réception d’une invitation, le gouvernement examine si quelqu’un peut y assister. Quoi qu’il en soit, à l’occasion du 11 novembre, j’ai assisté personnellement, en compagnie du ministre de la Défense, à une commémoration générale en hommage aux victimes de la Première et de la Seconde Guerre mondiale sur la place du Congrès à Bruxelles.
Les victimes congolaises étaient bien entendu également associées à cette commémoration. Je comprends néanmoins que vous auriez souhaité qu’un membre du gouvernement participe spécifiquement à la commémoration des victimes congolaises. Il arrive toutefois que cela ne soit pas possible pour des raisons d’agenda, en particulier lorsque plusieurs commémorations ont lieu simultanément.
Cela vous surprendra peut-être, mais lorsque j’étais bourgmestre d’Anvers, j’ai également accordé une attention particulière à la commémoration du traitement réservé aux Congolais sous le régime colonial belge. Je pense notamment à l’exposition universelle d’Anvers en 1894. À cette occasion, 144 Congolais ont été déplacés afin de reproduire leur vie quotidienne dans un village africain. Sept d’entre eux sont morts de maladie à l’hôpital Stuivenberg à Anvers. Comme beaucoup d’autres Anversois pauvres à l’époque, ils ont été enterrés dans une sépulture gratuite dans un cimetière qui a depuis disparu. En tant que bourgmestre, j’ai estimé important que cette histoire soit racontée dans tout son contexte, car elle lève un peu plus le voile sur notre passé et nos origines.
J’ai donc donné instruction d’ériger, en collaboration avec la communauté congolaise d’Anvers, un cénotaphe au cimetière Schoonselhof, qui est le Père-Lachaise anversois. Je souhaitais que la mémoire de ces personnes soit honorée dans un lieu serein, digne et visible afin de donner une place à cette histoire de notre passé.
Je vous demande dès lors de ne pas voir de mauvaises intentions dans l’absence du gouvernement.
Je vous remercie.
03.03 Lydia Mutyebele Ngoi (PS): Merci, monsieur le premier ministre, pour vos réponses.
Je suis contente de ce que vous avez fait quand vous étiez bourgmestre d'Anvers. C'est important de savoir que vous êtes volontariste sur cette question, parce qu'il s'agit d'une question de mémoire collective et de reconnaissance des blessures. En tant qu'historien, vous êtes familier du devoir de mémoire et des messages qu'il véhicule.
J'entends qu’aucun membre du gouvernement n'a reçu d'invitation.
Nous aurons encore des commémorations ce 11 novembre. Je prendrai contact avec les responsables de ces associations afin qu'ils vous envoient une invitation en bonne et due forme, si cela n'a pas été fait.
Je sais que c'est votre responsabilité. J’espère que vous serez présent aux commémorations, parce que c'était quand même une grosse déception pour les familles. Évidemment, elles ne savent pas que l'organisation n'a pas envoyé d'invitation. Je vérifierai avec l'organisation, parce que sur le moment, tout le monde était un peu déçu, en se demandant si les soldats d'origine congolaise qui sont morts au front étaient considérés.
Je leur transmettrai le message selon lequel le premier ministre s'est engagé à continuer à faire au niveau belge ce qu'il a fait à Anvers. J'espère que vous allez reproduire ici ce que vous avez fait à Anvers; parce que, pour l'instant, votre gouvernement n'a encore rien fait pour la reconnaissance de ces soldats morts au front.
Je compte bien sûr sur votre bonne volonté et sur la bonne volonté de votre gouvernement.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04.01 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer de eerste minister, de vakbondsacties zijn alomtegenwoordig, diepgaand en langdurig. Er waren tot nu maar liefst veertien nationale acties, ik heb nog nooit meegemaakt dat een sociale beweging zo kan mobiliseren, met tien dagen geleden nog honderdduizend mensen op straat. Die sociale beweging heeft natuurlijk haar wortels in de reactie op uw antisociale maatregelen, zoals de pensioenmalus, die veel werknemers, inzonderheid vrouwen zal treffen, als ze niet tot 67 jaar kunnen werken, ook al is dat in bepaalde sectoren zelfs niet doenbaar. Immers, de levensverwachting in goede gezondheid bedraagt in België 63,7 jaar. Dat betekent dat heel veel mensen rond die leeftijd ziek worden, vooral in de zwaarste sectoren.
Wat mij vooral opviel, mijnheer de minister, is dat de deelnemers aan de sociale beweging respect vragen. Respect. De mensen die op die betogingen aanwezig zijn, zijn degenen die de welvaart produceren. Het zijn de werknemers in de zorgsector, die dagelijks voor de mensen in onze rusthuizen en ziekenhuizen zorgen. Het zijn de staal- en chemiearbeiders in ploegenstelsels, die veel rijkdom produceren. Het zijn de onderwijzers, die het beste van zichzelf geven aan de generaties die eraan komen. Het zijn de werknemers in de dienstensector, bij de poetsdiensten; het zijn de chauffeurs van De Lijn en van TEC, het zijn de spoorwegmannen en -vrouwen. Al degenen die onze welvaart creëren, willen respect. U schrijft een boek, mijnheer de minister, met de titel Over Welvaart. Wat mij verbaast in uw boek, dat ik heb gelezen, is dat u niet spreekt over één actor, namelijk het werkvolk, de sociale beweging.
Vous réussissez la prouesse d'écrire un livre de 300 pages sur la richesse produite dans notre pays mais vous n'abordez pas les producteurs de cette richesse.
U spreekt over de uitbouw van de industrie in Gent dankzij de heer Lieven Bauwens, de captain of industry, die met een geniaal idee om de productiviteit te verhogen, uit Engeland naar Gent trekt, maar u spreekt niet over het werkvolk in Gent, de mensen die hard gewerkt hebben en dat vandaag nog altijd doen om onze rijkdom te produceren. Dat ontbreekt in uw boek en dat is het probleem. In de geschiedenis hebt u gewoon het werkvolk aan de kant geschoven.
Vous parlez de richesse produite, mais pas des travailleurs.
Daar gaat het echter over in ie sociale beweging. Hoe kunt u, zoals de jongste weken, de sociale beweging negeren?
Wat meer respect, mijnheer de eerste minister! Het zijn de honderdduizend mensen op straat die de rijkdom produceren en één dag daarmee stoppen om u en uw regering het signaal te geven dat ze niet akkoord gaan.
U claimt dat de sociale beweging en haar betogingen geen invloed hebben op uw beleid. Maar hebt u niet de indruk dat die rond de tafel van het kernkabinet bij de discussies over de indexering van de lonen, de begroting, de sterkste schouders en het blokkeren van de energieprijzen aanwezig zijn? Ik zie het alvast in het Parlement gewoon voor mijn neus gebeuren dat er in het kernkabinet wel een directe invloed is van de sociale beweging. Ik zie dat er druk is.
Mijnheer de eerste minister, kunt u ons bevestigen dat uw kernkabinet ervoor en erna beïnvloed wordt door zo’n betoging?
04.02 Eerste minister Bart De Wever: Ik stel vast dat mijn boek veel lezers heeft bereikt. Dat doet mij plezier. Het is niet direct het publiek dat ik voor ogen had, maar elke lezer is meer dan welkom. Mijnheer Hedebouw, ik vind wel dat u het enigszins selectief hebt gelezen. U hebt misschien ook gelezen dat ik letterlijk schrijf dat ik begrip heb voor de ideeën van het marxisme in het 19de-eeuwse België. Het is niet onlogisch dat in het vroegste ontwikkelingsstadium van het kapitalisme, tijdens de industriële revolutie, de schrijnende ongelijkheid die daardoor gecreëerd werd en de omstandigheden waarin mensen moesten werken, aanleiding hebben gegeven tot het marxisme. Ik voeg er wel aan toe dat wie vandaag nog in Marx gelooft, volgens mij helemaal van het padje af is. Dat is dan een meningsverschil dat we moeten koesteren. Ik ben wel blij dat u dat allemaal hebt gelezen.
Ik heb al op die vraag geantwoord in plenum, dus ik zal een beetje in herhaling vallen. We doen natuurlijk forse hervormingen in de sociale uitkeringen, de pensioenen en de arbeidsmarkt, dat is zo. Zoals u weet, ben ik er heilig van overtuigd dat we geen andere keuze hebben, want ons systeem loopt aan de grond. Het asociaalste dat men kan doen, is niet hervormen, want dan weet men mathematisch zeker dat het systeem aan de grond loopt. Ik weet dat u dat betwist, maar ik vind dat uw becijferingen wat dat betreft echt op Hollandse rekenkunde gebaseerd zijn, zeker wat de pensioenen betreft. Of men dat nu aangenaam vindt of niet, er moet ingegrepen worden.
Natuurlijk is het niet altijd prettig wanneer men moet ingrijpen in zaken die als opgebouwd en verworven worden beschouwd, wanneer men moet ingrijpen omwille van de toekomst en dat soms fel moet doen, omdat men de afgelopen decennia heeft nagelaten om dat tijdig te doen. We doen dat wel steeds in overleg. Het middenveld en de sociale partners worden betrokken. Onze voorstellen worden ook aangepast. Dat gebeurt in de Groep van Tien en via zeer regelmatig en heel intensief overleg met de kabinetten Economie en Werk, Sociale Zaken en Financiën en Pensioenen. De Groep van Tien komt om de zoveel tijd eens naar de Wetstraat 16 en men focust daar heel erg op, maar dat is zeker niet alles dat gebeurt, er is bijna permanent overleg. Zoals ik al zei, dat leidt ook tot resultaten. Daarvoor zijn echt geen betogingen of acties nodig.
Ik weet dat het u zal choqueren, maar een betoging en acties maken op mij geen enkele indruk. U zegt altijd dat er iets gebeurt dankzij dat straatprotest, maar ik kan dat alleen heel krachtig tegenspreken. Dat maakt geen enkele indruk en als het al een indruk maakt, is die bij mij negatief. Ik ben echter niet ongevoelig voor opmerkingen, commentaar en overleg. We doen dat. Er zijn aanpassingen gebeurd om zaken af te ronden en ongewenste effecten te vermijden.
Het gemeenschappelijk vakbondsfront heeft mijn kabinet op een nogal bijzondere wijze om nieuw overleg gevraagd. De brief werd om 19.00 uur in de brievenbus gedeponeerd en ’s morgens werd ik wakker met een bericht op de radio dat het toch kras was dat de eerste minister nog niet had geantwoord op een brief van de vakbond. Sta mij dus toe te zeggen dat daar ook wel enige sfeerschepping bij komt kijken. Tenzij de vakbond van oordeel is dat avond- en nachtwerk op mijn kabinet aangewezen is en dat brieven ’s avonds niet alleen moeten worden gelezen, maar ook onmiddellijk beantwoord. Dat is een soort economie waarvoor men pleit en waarvan ik denk dat ze in tegenspraak is met de reden waarom men betoogt. Sta mij dus toe te zeggen dat er af en toe wat sfeerschepping bij komt kijken.
Desondanks hebben we onmiddellijk gereageerd. De dag nadien hebben we gezegd dat, als er behoefte is aan een nieuw globaal overleg, we de Groep van Tien met veel plezier opnieuw samenroepen op de 16. Ik herhaal dat dit allesbehalve het enige overleg is dat plaatsvindt, wel integendeel.
Tot zover mijn
antwoord.
04.03 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Je vous remercie, monsieur le premier ministre.
J’ai bien lu votre livre. Vous affirmez que c’était déjà valable il y a 150 ans. À la question de savoir ce qui a fait augmenter la richesse produite, vous répondez que les capitaines d’industrie, les grands importateurs de capitaux et d’idées sont à la base de la richesse produite. C’est faux! Ce sont tous les travailleurs qui ont produit cette richesse. Et c’est vrai encore aujourd’hui. Vous dites que c’était le cas au XIXe siècle, lorsque Marx prédisait la concentration du capital et expliquait comment de plus en plus de travailleurs seraient mis au travail par une minorité de détenteurs de capitaux. C’est exactement ce qui se passe aujourd’hui. Regardez Amazon, GDF Suez et Ryanair! La concentration du capital est telle qu’aujourd’hui, vous êtes vous-même impuissant comme premier ministre. Vous dites: "Je n’ai pas beaucoup de choses à dire là-dessus." Où se trouve encore le pouvoir politique dans tout cela?
En réalité, monsieur le premier ministre, vous vous trompez en disant que tout cela date d’il y a 150 ans. Marx avait peut-être même raison trop tôt. À son époque, les grandes concentrations de travailleurs représentaient 3 000 à 4 000 personnes. Nous ne parlions pas encore d’un million de travailleurs, comme c'est le cas chez Amazon. Je crois donc, monsieur le premier ministre, que vous devriez aller plus en profondeur.
Pour revenir à la situation actuelle, je me demande où est la concertation. Vous voulez mettre d'application un malus pension pour tous ceux qui ne travaillent pas jusqu’à 67 ans et qui n’ont pas 35 ans de carrière. Il n’y a pas eu de concertation. Il n'y a pas non plus de concertation pour le centenindex. Vous décidez de ne pas indexer les salaires de tous les travailleurs au-dessus de 2 600 euros nets. Où y a-t-il eu concertation sur ce sujet? Même dans les entreprises et les secteurs qui font beaucoup de bénéfices, les travailleurs n’auront pas cette indexation.
Je crois que c'est un manque de respect pour les travailleurs, monsieur le premier ministre. C’est la raison pour laquelle le mouvement social est si profond. Nous en sommes à 14 mobilisations, et ce n’est pas terminé. Je n'ai jamais vu cela. C’est impressionnant. Même Charles Michel n’avait pas atteint ce record.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
05.01 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Mijnheer de premier, u hebt ongetwijfeld al vernomen dat er naar aanleiding van de zaak-Freilich een onderzoek loopt bij de Deontologische Commissie, in het kader van het gedrag dat van parlementairen in hun buitenlandse contacten mag worden verwacht. De Deontologische Commissie heeft eerder, in 2024, al een zeer duidelijk advies gegeven en er is natuurlijk ook nog de Deontologische Code. Uit alles wat in de pers is verschenen, lijkt het alsof de heer Freilich zwaar in strijd daarmee zou hebben gehandeld. Dat is uiteraard zijn zaak, maar het is niet fraai voor dit Parlement.
In het geval van collega’s met pakweg mijn eigen achtergrond, zou dat in het verleden vanuit uw partij alvast tot zeer grote, zelfs groteske, uitspraken geleid hebben. Ik heb mij daar niet toe verlaagd. Ik heb de Deontologische Commissie ingeschakeld. Het is nu afwachten wat daaruit zal komen, maar dat er een storm is ontketend, is wel duidelijk.
De diplomatieke druk van de Amerikaanse ambassadeur op ons land was ongezien en overschreed alle grenzen van de rechtsstaat. White beschuldigde ons land van antisemitisme en bood na het gesprek met de minister nog altijd geen excuses aan. Daar was geen sprake van.
De veiligheidsstrategie van de VS ten aanzien van Europa wordt overal netjes uitgerold, maar in deze zaak gaat het toch verder. Er was namelijk niet alleen deze diplomatieke rel, ook binnen de regering waren er verschillende uitspraken en posities met betrekking tot de beschuldigingen van antisemitisme, de acties van ICE, de Amerikaanse veiligheidsstrategie en de houding van de ambassadeur.
Mijn vraag aan u is zeer eenvoudig. Welke acties zult u ondernemen om te voorkomen dat de actieve pogingen tot beïnvloeding en ondermijning van onze Belgische democratie worden gestopt, wetende dat op dit eigenste moment in Antwerpen een afgevaardigde uit Amerika aanwezig is om opnieuw tegendruk te zetten in deze zaak? Het stopt dus niet. Het gaat nog verder. Ik wil heel graag weten hoe u van plan bent om dat te stoppen.
05.02 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de eerste minister, het incident over de religieuze besnijdenissen is natuurlijk al een tijdje geleden. Ik wil het vandaag niet hebben over de heer Bill White, een enigszins vreemde en bizarre man in ons land.
Ik wil het hebben over de heer Freilich, uw partijgenoot. Hij woont ook in Antwerpen en zetelt in het Parlement. Het heeft alles te maken met de missie die hij vorig jaar in mei heeft ondernomen. Hij noemde dat een parlementaire missie.
Die parlementaire missie had echter weinig met het Parlement te maken. Het was een missie die georganiseerd werd door het AJC Transatlantic Institute – een mooie benaming, maar het is eigenlijk de Europese poot van het American Jewish Committee. Volgens een verklaring van uw eigen partij op 12 maart werd de reis van de heer Freilich naar Washington door die organisatie betaald, terwijl de heer Freilich eerder aan een journalist van Het Nieuwsblad verklaarde dat hij die volledig zelf had betaald. Dat is zeer vreemd.
Wat gebeurde er in mei 2025? De heer Freilich was toen in Washington en nadien verscheen er een interview met hem in Der Yid, een magazine van ultraorthodoxe Joden. Dat is niet digitaal te vinden, omdat ultraorthodoxe Joden niet in het internet geloven en dat afschuwelijk vinden. Dat is een vreemde stelling, maar dat is hun overtuiging.
In dat interview staat het volgende: "Onder andere vertelt hij dat hij naar Amerika is gekomen en het Witte Huis heeft bezocht, waar hij sprak met hooggeplaatste vertegenwoordigers van de Amerikaanse regering met het doel van de regering te verlangen dat zij deze wet verandert ten gunste van de besnijders." De naam Trump – nog zo’n vreemde man – wordt zelfs vermeld in het interview. Met andere woorden, de heer Freilich heeft in Washington lobbywerk verricht om ons land onder druk te zetten om de wet te wijzigen.
Ik heb daarover een aantal vragen. Ten eerste, wat vindt u van dat bezoek en van de gesprekken die de heer Freilich, een parlementslid van uw meerderheid, heeft gevoerd met die zogenaamde hooggeplaatste vertegenwoordigers?
Ten tweede, wat vindt u van het feit dat hij aan de Amerikaanse regering heeft gevraagd te verlangen dat de wet wordt aangepast ten gunste van religieuze besnijders?
Ten derde, werd u of uw regering op enig moment geïnformeerd over deze contacten en over de inhoud van die parlementaire missie?
Ten slotte, heeft de heer Freilich die missie nu zelf betaald, zoals hij heeft verklaard, of werd die betaald door het American Jewish Committee, zoals uw partij heeft gezegd?
Ik zie uw antwoorden tegemoet.
05.03 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer de eerste minister, ik wil u vandaag een vraag stellen over het actieve beleid dat de ambassadeur van de Verenigde Staten in België voert. Hij komt tussen in veel politieke debatten in ons land. Mijn vraag is of u wel beseft dat er een duidelijke strategie achter schuilt. Het is niet gewoon toevallig iemand die veel te zeggen heeft. President Trump en zijn administratie hebben duidelijk richtlijnen gegeven dat de ambassadeurs tussenkomen in binnenlandse aangelegenheden van de Europese landen. Het is duidelijk de bedoeling om Europa van binnenuit te torpederen.
Nous savons que nous avons eu les interventions de J. D. Vance à la conférence de Munich, qui a été très clair quant à son soutien à l'extrême droite.
In verband met extreemrechts is het verloop trouwens interessant. We weten dat het Vlaams Belang volop president Trump steunt, die alles zou redden. De heer Van Grieken en het Vlaams Belang waren grote voorstander.
President Trump stelt het eigen belang
voorop, bombardeert Iran, waardoor de energieprijzen verhogen. We moeten meer
betalen voor benzine, diesel en mazout. Onze economie gaat kapot. Dat is
allemaal de schuld van president Trump, die Vlaams Belang en extreemrechts in
Europa steunt. Dat is natuurlijk
het failliet van Vlaams Belang.
Nous avons vu cette stratégie en France, où l'ambassadeur américain est également intervenu dans plein de débats internes. Nous l'avons vu en Belgique, en Pologne. Il y a donc une stratégie.
Wat is uw antwoord daarop, mijnheer de eerste minister? U hebt verklaard dat een en ander niet echt van toepassing is voor een diplomaat. Ik zou dat niet op die manier verwoorden. Bent u het ermee eens dat de Amerikaanse ambassadeurs in Europa een strategie hebben, of meent u dat het louter toeval is?
05.04 François De Smet (DéFI): Monsieur le premier ministre, selon plusieurs informations relayées dans la presse, le député fédéral Michael Freilich, membre de votre formation politique, la N-VA, aurait entrepris des démarches auprès d’acteurs politiques américains afin d’attirer leur attention sur une enquête judiciaire menée en Belgique et d’encourager une forme de pression internationale susceptible d’influencer le cadre légal dans notre pays, ce qui serait inacceptable.
Ces éléments soulèvent des questions fondamentales quant au respect de la séparation des pouvoirs, à l’indépendance de l’Ordre judiciaire et à la responsabilité des mandataires publics lorsqu’ils sollicitent l’intervention ou l’influence d’autorités étrangères dans des dossiers relevant du fonctionnement interne de l’État belge.
Dans ce contexte, monsieur le premier ministre, mes questions sont très précises. Le gouvernement a-t-il été informé, préalablement ou a posteriori, de démarches entreprises par ce député auprès d’autorités ou de relais politiques étrangers concernant des procédures judiciaires ou des évolutions législatives belges? Le gouvernement considère-t-il que de telles démarches, si elles sont avérées, sont compatibles avec le principe de séparation des pouvoirs et avec le devoir de loyauté institutionnelle qui incombe aussi aux membres du Parlement? Existe-t-il, au sein du gouvernement ou de la majorité, des règles, lignes directrices ou mécanismes de contrôle encadrant les initiatives individuelles de mandataires visant à solliciter une influence étrangère sur des processus politiques, législatifs ou judiciaires belges? Le gouvernement entend-il demander des clarifications formelles au député concerné ou saisir les instances compétentes en matière de déontologie parlementaire afin d’examiner les faits et leur conformité aux principes de l’état de droit? Enfin, plus largement, le gouvernement estime-t-il nécessaire de renforcer le cadre normatif ou déontologique relatif aux activités de lobbying exercées par des élus auprès d’acteurs étrangers, afin de préserver la crédibilité institutionnelle et la souveraineté décisionnelle de notre pays?
05.05 Eerste minister Bart De Wever: Mijnheer de voorzitter, het is alom bekend dat parlementsleden mij hier over het beleid van de regering kunnen ondervragen. Het is ook geweten dat ik mij niet uit te spreken heb over hetgeen leden van de wetgevende macht doen of verklaren. Daarvoor heeft het Parlement zelf instituties als daarover twijfels zouden bestaan. Die instituties zijn ook gevat. Ik ben dus absoluut niet gevat door dergelijke vragen. Het zou zelfs ongepast zijn dat leden van de uitvoerende macht zich zouden uitspreken over het gedrag van leden van de wetgevende macht. Stel u voor dat ik daarmee zou beginnen.
Bij de vragen over de diplomatieke relatie met de Verenigde Staten en de rol van de Amerikaanse ambassadeur stel ik vast dat ze al allemaal zijn beantwoord door de minister van Buitenlandse Zaken in de bevoegde commissie. Ik sluit mij volledig aan bij de antwoorden die hij daar heeft gegeven.
05.06 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Dat was wat ik verwachtte, mijnheer de premier. Telkens wanneer u geen zin hebt om een vraag te beantwoorden, blijft u weg uit het Parlement of ontwijkt u de vraag. Dat doet u ook nu.
Weet u wat ongepast is? Ongepast is het gebruik van twee maten en twee gewichten van uw partij. Mocht het voorval in het Vlaams Parlement gebeurd zijn, dan zou er een blaam gekomen zijn. Ging het over eender welke andere partij, dan had u zich in alle rust uitgesproken, ook als premier. Dan had u die persoon waarschijnlijk al lang verbaal gekruisigd in de pers. Het gaat hier echter om een ultraorthodox lid van het Parlement en van uw partij. Er is dus geen enkel gevolg en geen enkele uitspraak.
Weet u wat ik het ergste vind op dit moment? Afgelopen zaterdag werd Yehuda Kaploun, de orthodox Special Envoy to Monitor and Combat Antisemitism at the United States Department, in Antwerpen ontvangen door Michael Freilich en weet u wat hij zegt en wat hij is komen doen in ons land? Kaploun met with Belgian officials to discuss rising antisemitism in the country and the anti-circumcision decree. Collega’s, hij doet dus gewoon voort. Zowel de ambassadeur als onze diplomatieke contacten blijven druk uitoefenen op dit land om de grenzen tussen recht en staat, tussen het Parlement en de rechtsstaat te ondergraven. U stelt als premier dat u daar niets over te zeggen hebt, omdat de minister van Buitenlandse Zaken drie weken geleden heeft geantwoord. Dat is niet omdat u niets te vertellen hebt, maar omdat u gewoon laf bent om in het dossier een streep te trekken waar het hoort. Die diplomatieke missie blijft onze rechtsstaat ondergraven. U kijkt daarnaar en u vindt het geen probleem. Dat zegt alles over u.
Kaploun maakt er geen enkel geheim van. Michael Freilich handelt nog altijd in strijd met de deontologische code. U en de regering kijken nog altijd weg, omdat het onderwerp te gevoelig is. Blijkbaar regeert de N-VA de regering en niet in het belang van het land.
05.07 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Dank u, mijnheer de eerste minister, voor uw antwoord.
U hebt net gezegd dat het ongepast zou zijn, mocht u zich als eerste minister uitspreken over het gedrag van een lid van de wetgevende vergadering. Wat hebt u echter gedaan ten aanzien van mij, mijnheer de eerste minister? In november vorig jaar hebt u zich in het Parlement uitgesproken over mijn gedrag en herhaalt nu dat dat terecht was!
05.08 Eerste minister Bart De Wever: Ik denk dat ik mij tijdens een vergadering mag uitspreken over wangedrag van een parlementslid, als dat de werkzaamheden van het Parlement verstoort en de normale sereniteit waarin ik het Parlement moet toespreken, ondermijnt. Als u voortdurend zit te roepen, te gnuiven en te gesticuleren, vind ik dat kinderachtig gedrag. Dat is iets totaal anders dan een uitspraak over wat u allemaal verklaart of welke reizen u onderneemt. Daaraan zou ik mij niet wagen. Wees blij.
05.09 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de eerste minister, in de eerste plaats is het de voorzitter van het Parlement die zich uitspreekt over het gedrag van parlementsleden. Het is niet aan u om dat te doen, maar dat weet u misschien niet, want u bent nooit actief geweest in het Parlement.
Ten tweede, als u zich zo stoort aan mijn gedrag, hebt u dan al eens gekeken naar het gedrag van uw eigen fractieleider, de heer Ronse? We noemen hem niet voor niets Comical Ronsi in het Parlement, gezien de manier waarop hij zit te gesticuleren, te roepen en te tieren. Dat zijn twee maten en twee gewichten.
Ik kom tot de essentie. U spreekt zich wel uit over het gedrag van een parlementslid in het Parlement wanneer het gaat over de stijl, maar wanneer het gaat over iets substantieels, namelijk het feit dat een parlementslid in Washington bij Trump lobbyt om wetgeving bij ons te wijzigen en de rechtsgang te verstoren, wat een fundamentele inbreuk is op de werking van onze democratie, dan blijft u oorverdovend stil.
We weten waarom u zwijgt. Het ligt niet in uw aard om te zwijgen, want u bent een verstandig en slim iemand. Hier zwijgt u echter strategisch, omdat u de orthodox-joodse gemeenschap niet voor het hoofd wilt stoten. Dat is uw probleem. U hebt hen nodig in uw stad en voor uw beleid.
We zien tot wat dat leidt. De Verenigde Staten voeren een oorlog tegen Iran, op vraag van Israël en de Mossad. Dat is de waanzin waarin we vandaag verkeren. Dat wordt toegejuicht door uw minister van Defensie, die dat een geoorloofde en gelegitimeerde oorlog noemt, terwijl de gevolgen daarvan de hele wereldeconomie treffen. Het is niet links, die dat zegt, mijnheer de eerste minister. De cover van The Economist is duidelijk: an attack on the world economy, veroorzaakt door twee zotten, Trump en Netanyahu, die blind worden gevolgd door bepaalde mensen.
Mijnheer de eerste minister, ik vind dat ongelooflijk. Ik had echter niets anders van u verwacht. Wanneer het moeilijk wordt en het u te heet onder de voeten wordt, zwijgt u. Dat doet u nu opnieuw.
05.10 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Monsieur le premier ministre, je suis quand même étonné de votre réponse, qui n’en est pas une. En gros, vous dites: "Je n’ai rien à répondre. Mon ministre des Affaires étrangères a déjà répondu."
Mais vous avez déjà répondu à des questions sur l’ambassadeur. C’est complètement dans vos compétences. Et là, votre silence… C’est parce que vous avez un aveuglement géostratégique d’un point de vue idéologique. Ce n’est pas possible de vouloir couvrir à ce point-là les États-Unis d’Amérique. N’y a-t-il pas un logiciel à revoir?
Je suis en train de vous dire que Trump écrit noir sur blanc dans sa note de sécurité stratégique: "Déstabilisez l’Europe". Il mandate ses ambassadeurs pour le faire. Ce n’est pas juste une petite erreur. Ils le font en Pologne, en France, en Belgique. J. D. Vance l'a fait à la conférence de Munich. Il a dit: "Je vais soutenir l’AfD. Je soutiens l’extrême droite. On va faire éclater cette Europe."
Et vous, vous regardez en disant: "On ne va pas trop en parler. Je ne vais pas vous répondre là-dessus. Je ne veux pas d’incident diplomatique."
Ce n’est pas de la naïveté. Je sais bien que
vous n’êtes pas naïf. C’est
vraiment un calcul géostratégique: nous devons rester alignés.
Dat noemt men de strategie van de gelukkige
vazal en dat is echt het probleem. Het wordt gewoon een theoretische optie van
u, van uw partij en van de regering. Wij moeten echter geen gelukkige vazallen
zijn. De wereld is zodanig vlug aan het veranderen. Economisch gaan wij eraan kapot.
Nous aurons encore ce débat. Vous le savez, la guerre en Iran ne correspond en rien aux besoins des peuples du monde en général, et des peuples européens encore moins, puisqu’ils devront en payer le prix énergétique. Les Américains sont autonomes sur le plan énergétique. La situation a évolué depuis les années 2000. Ils sont autonomes. En déstabilisant la région, ils veulent couper l’accès énergétique à la Chine et à l’Europe. Et nous sommes en train de dire: "Ah oui, les Américains, soutien inconditionnel."
"Onvoorwaardelijke steun. Aanval op Iran is absoluut gerechtvaardigd".
Voilà notre ministre de la Défense. Et nous allons tous ensemble dans le ravin, économiquement et socialement. Allons, monsieur le ministre, j’espère qu’il y a quelques discussions stratégiques à mener pour revoir le logiciel. Il faut arrêter avec la logique de la guerre froide d’après 1945.
Nous ne nous mettrons pas d’accord.
05.11 François De Smet (DéFI): Monsieur le premier ministre, la brièveté de votre réponse montre tout de même très clairement votre embarras. Il s’agit en partie d’une affaire parlementaire, c’est vrai, puisqu’il est question d’un parlementaire. J’en parle librement puisque je suis l’un des seuls à me battre pour modifier le règlement du Parlement afin que les parlementaires soient contraints de déclarer l’origine des fonds et les modalités de leurs déplacements lorsqu’ils sont professionnels, que ce soit au Qatar ou à Washington.
Ce n’est toutefois pas uniquement une question parlementaire, c’est aussi une question gouvernementale. Dès lors que le lobbying d’un parlementaire a des conséquences telles qu’un ministre des Affaires étrangères se retrouve à convoquer un ambassadeur des États-Unis, cela constitue manifestement un embarras pour notre ligne politique. Éluder la question, comme vous venez de le faire, ne me paraît pas très correct, car vous n’êtes pas seulement le chef du gouvernement, vous êtes aussi le chef moral de votre majorité.
Vous devez, selon moi, tracer une ligne beaucoup plus claire, sans quoi vous exposez votre propre responsabilité si ce type de lobbying se poursuit. Or, rien ne permet de penser qu’il s’arrêtera.
Je vous remercie.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: On m'informe que la question n° 56013981C de M. Raoul Hedebouw sur la dissuasion nucléaire avancée de la France est traitée par écrit. Il paraît que ce n'est pas la même chose qu'une transformation en question écrite, mais je ne maîtrise pas encore toutes les arcanes.
06.01 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijn vragen gaan over de situatie in het Midden-Oosten. De consequenties van de oorlog van Trump zijn rampzalig voor de werkende klasse in Europa en in België. Een liter diesel kost al meer dan 2 euro. De benzine wordt steeds duurder. Het was al moeilijk voor onze industrie om dergelijk hoge energieprijzen te dragen, maar met deze hele situatie wordt onze economie nog zwaarder belast.
Iran heeft de tweede grootste gasreserve ter wereld en de vierde grootste petroleumreserve. Dat is de reden waarom Trump deze oorlog is begonnen. Hij wil chaos creëren. Amerika heeft immers genoeg olie- en gasreserves. Wie gaat de rekening betalen? Dat zijn de mensen daar, maar ook de mensen in Europa die steeds meer voor hun energie zullen moeten betalen.
Mijnheer de eerste minister, wat is het strategische standpunt van de Belgische regering? Minister Francken zei eerst over het conflict in het Midden-Oosten dat een aanval op Iran absoluut te rechtvaardigen is. Onze minister van Defensie zei dus dat de bommen van Trump gerechtvaardigd zijn. Drie dagen later werd de communicatie op de website van de N-VA veranderd. Nu staat er dat minister Francken heeft geschreven dat een aanval op Iran moreel te rechtvaardigen is. Mijn vraag is waarom de N-VA de website gewijzigd heeft. Wat is het probleem? Het probleem is dat jullie die oorlog nog altijd niet hebben veroordeeld.
Spanje heeft de oorlog van Trump duidelijk veroordeeld. Kunt u hier hetzelfde doen, mijnheer de premier? U hebt dit in de voorbije weken nog niet gedaan. Kunt u in de commissie zeggen: je condamne la guerre américaine en Iran? Kunt u hier zeggen in de commissie: ik veroordeel de oorlog van Trump tegen Iran? Spanje deed het. Kan België dat ook doen? Dat is mijn duidelijke vraag en ik wil een duidelijk antwoord, mijnheer De Wever.
06.02 Lydia Mutyebele Ngoi (PS): Monsieur le premier ministre, les Émirats arabes unis, l'Arabie saoudite et Oman ont récemment demandé à la Belgique un soutien défensif pour faire face aux attaques de missiles et de drones iraniens. Le gouvernement s'est penché sur cette demande vendredi, mais se limite pour l'instant à une étude diplomatique exploratoire.
Le ministre des Affaires étrangères se dit mécontent de cette décision. Rien n'est toutefois précisé sur la nature de l'aide ayant été demandée.
Monsieur le premier ministre, je souhaiterais obtenir quelques éclaircissements de votre part.
Quelle est la position claire de votre gouvernement, dans son ensemble, par rapport à cette demande? Quelle est la nature du soutien ayant été demandé? Quelles capacités humaines et matérielles notre pays serait-il amené à déployer en cas d'engagement de votre gouvernement? Quelle serait l'implication de notre Parlement? Selon quel cadre international et onusien un tel soutien aurait-il lieu?
06.03 Darya Safai (N-VA): Mijnheer de premier, veel collega's denken dat wij van de regio moeten afblijven en dat is ook wat de regering heeft beslist. Ik zeg niet dat wij ons direct moeten bemoeien met alles wat er gebeurt in de wereld, maar ik wil een zaak heel duidelijk maken. Die oorlog is gerechtvaardigd, zeker moreel, want de mensen die in Iran om humanitaire hulp vragen, zijn niet gek. Zij hebben die hulp nodig omdat er in twee nachten 40.000 jonge mensen werden vermoord door de ayatollah.
Dit is niet de oorlog van Trump tegen Iran, dit moet eigenlijk een oorlog van het Westen zijn tegen het Iraanse regime. Voor sommige collega's is het jammer genoeg nog altijd niet duidelijk dat jullie belangen hebben in die regio. Zo zijn bijvoorbeeld de paramilitaire groeperingen van het Iraanse regime zo goed dat ze jullie schepen tegenhouden in de regio. We hadden al problemen met hen. Ook noem ik als voorbeeld de Shaheddrones die het Iraanse regime altijd aan Rusland gaf om tegen Oekraïne te vechten.
U moet belastinggeld betalen om dergelijke zaken tegen te houden, dus dat zijn onze zaken, dat zijn onze oorlogen, hoe u het ook draait of keert. Die terroristen laten vandaag bommen ontploffen aan synagogen en joodse scholen in België. Wij moeten het leger uitsturen om onze Belgische burgers te beschermen. Dat zijn onze oorlogen. Als u gewoon uw rug draait en enkel bestempelt wat legaal, illegaal, gerechtvaardigd of niet gerechtvaardigd is, dan kent u geen recht. Daarom vindt u het zo moeilijk om die oorlog rechtvaardig te noemen. U beschouwt dat immers als een oorlog tegen Trump en Israël, de duivels van deze aarde. Dat is uw probleem. U moet uw eigen probleem oplossen. Dat is onze oorlog, of we dat nu willen of niet. Dat betekent niet per se dat we het leger moeten sturen, maar u mag niet vergeten dat onze bondgenoten op ons rekenen in deze moeilijke tijden. Als u nu niet helpt, dan zult u in de toekomst ook niet geholpen worden.
De voorzitter: De premier krijgt nu het woord voor zijn antwoord.
06.04 Eerste minister Bart De Wever: Geachte Kamerleden, ik herhaal dat ik antwoord over het regeringsbeleid en alleen daarover.
Le gouvernement s'est prononcé vendredi dernier sur la question de la participation à la sécurisation du détroit d'Ormuz. Pour nous, cela n'est envisageable qu'après un cessez-le-feu et dans le cadre d'un mandat international. Notre expertise en matière de déminage pourrait alors être utile.
En ce qui concerne le soutien aux États du Golfe, il existe un consensus sur le fait que nous ne souhaitons en aucun cas participer de manière active à une quelconque action offensive dans la région. Un soutien, sous quelque forme que ce soit, ne peut servir qu'à aider les pays alliés dans la région qui se trouvent touchés dans ce conflit contre leur volonté.
In die zin betreur ik wel dat men in het publieke debat de zaken vaak heel zwart-wit voorstelt. Het is niet helemaal niets doen versus meegezogen worden in de oorlog. Ik meen dat er tussen die twee polen een hele resem opties zijn die we zouden kunnen overwegen.
Ik vind het in ieder geval onverstandig om vragen van landen die bij het conflict betrokken worden terwijl ze geen enkele daad van agressie hebben gesteld zomaar ijskoud naast ons neer te leggen.
Dat staat nog los van bedenkingen over de potentiële economische belangen die we in die regio hebben. Die zijn zeer talrijk. We kunnen diplomatieke schade oplopen bij die landen, zeker in het licht van de energiecrisis die mogelijk op ons afkomt en die zeer grote proporties kan aannemen.
Die overwegingen zouden het voorwerp moeten uitmaken van elke normale reflectie, denk ik.
De regering heeft dus beslist om verdere diplomatieke stappen te zetten. De minister van Buitenlandse Zaken zal zich ermee bezighouden om in die landen te gaan luisteren naar hun vragen en om hier dan uiteraard te bekijken welke opties we hebben, om dan desgevallend een beslissing op tafel te leggen binnen de contouren van wat mogelijk is. Dat is dag per dag op te volgen, zoals u zult begrijpen.
06.05 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer de eerste minister, de N-VA zegt hier over de situatie in Iran dat het onze oorlog is. Neen, het is uw oorlog. Uw steun aan Trumps politiek en Trumps bommen, die chaos creëren in de regio en zorgen voor stijgende energieprijzen, waardoor de mensen steeds meer moeten betalen voor benzine en diesel, zorgt ervoor dat onze economie kapotgaat. Het is uw oorlog, niet onze oorlog.
De N-VA zegt hier trouwens dat de oorlog
gerechtvaardigd is en dat wij Iran moeten bombarderen. Wie moeten we dan
steunen in de regio? Saoedi-Arabië, een land waar zelfs geen verkiezingen
plaatsvinden en waar journalisten gedood worden? Geen probleem, we gaan
militaire steun geven aan Saoedi-Arabië, maar Iran is de duivel. Komaan, die
twee maten en twee gewichten bij de N-VA krijgt u gewoon niet uitgelegd. Dat is
gewoon crazy.
Ik heb u een duidelijke vraag gesteld en u
hebt er niet op geantwoord. Kan en moet België de oorlog van Trump, de bommen
van Trump en Israël, die illegaal zijn, veroordelen? Spanje did it.
Spanje heeft dat gedaan. Daarop antwoordt u niet. U veroordeelt die illegale
oorlog nog steeds niet. Waarom is die oorlog illegaal? Er wordt gespot met het internationaal recht.
J'ai des bedenkingen sur des centaines de pays dans le monde. J'émets des doutes quant à un soutien à l'Arabie saoudite. Cela fait 20 ou 30 ans que nous faisons du business avec elle. Cela me préoccupe, mais je ne vais quand même pas proposer de la bombarder. Nous l'avons fait en Libye, en Afghanistan et en Syrie. Quel est le bilan de toutes ces interventions? Le chaos, le chaos! De plus, ces interventions ne sont pas décidées pour des questions morales, mais parce que l'Iran est la deuxième réserve mondiale de gaz et la quatrième réserve mondiale de pétrole. C'est la seule raison pour laquelle les Américains interviennent là-bas. Tout le monde le sait.
Le président: Pouvez-vous conclure, s'il vous plaît?
06.06 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Je vais conclure, monsieur le président.
Monsieur le premier ministre, j'avais attendu de votre part une condamnation de cette guerre. C'est l'ABC. En ne le faisant pas, vous donnez un signal à Trump: "Continue!" Et c'est grave!
06.07 Lydia Mutyebele Ngoi (PS): Monsieur le premier ministre, cette guerre a été déclenchée illégalement. Nous n'arrêtons pas de le dire. De plus, elle l'a été sans aucune stratégie de sortie. À aucun moment, l'avis de la Belgique n'a été sollicité. À présent, on attend d'elle une participation à une guerre qui n'est pas la sienne, comme si elle était un petit soldat docile qui doit obéir à son maître. Toute la région est mise à feu et à sang. Seul le retour au dialogue et à la diplomatie va ramener la paix et une fameuse prospérité pour les peuples de cette région. C'est sur cet enjeu que nous devons déployer nos efforts, et non sur des missions défensives qui ne déboucheront que sur une escalade et une extension du conflit.
Lorsque la paix sera enfin revenue, nous pourrons contribuer à la reconstruction pacifique de la région, mais nous nous opposons fermement…
Monsieur le premier ministre, ma réplique ne vous intéresse guère puisque vous préférez parler à votre collaboratrice. Ce n'est pas très courtois.
Monsieur le président, je m'arrête, étant donné que M. le premier ministre ne m'écoute pas. Il ne sert à rien de répliquer quand un membre du gouvernement manque complètement de respect envers le Parlement. Je préfère arrêter ma réplique, puisqu'elle n'est pas écoutée. Sinon, j'aurais dit que nous nous opposons fermement à l'entrée de la Belgique dans une guerre illégale.
Je vous remercie.
Le président: Merci, madame Mutyebele. Je pense que M. le premier ministre est assez polyvalent.
06.08 Darya Safai (N-VA): Collega, u zegt dat het een schending is van het internationaal recht. Als u het internationaal recht goed kent, kent u ook de responsability to protect. Dat is eveneens een recht. Volgens het internationaal recht, volgens een mechanisme van de VN, heeft elk land de verantwoordelijkheid om op te treden wanneer er een massamoord wordt gepleegd. Dat is uw responsability, niet alleen uw recht. Dat hebben wij in 1995 in Kosovo gebruikt. U hebt dat toegepast – ik was toen nog in Iran – en u was daar trots op. Terecht. Bij het uitschakelen van Osama Bin Laden had u ook geen mandaat van de VN, maar u was toch trots. Ik hoop het, want bij de communisten is dat soms niet duidelijk. Zij zijn vaak goede vrienden van islamisten. Ik hoop dat u blij was toen Osama Bin Laden werd uitgeschakeld.
U kent blijkbaar zeer weinig van de regio, want u vergelijkt Iran met Libië, Syrië en Irak. Dat toont dat uw kennis over de regio totaal onbestaand is. Iran is niet vergelijkbaar met die landen. Iran kan in de toekomst wel degelijk een seculiere democratie worden, wat bij die andere landen onmogelijk was. In die landen heeft men in een democratisch proces voor islamisme gekozen. Het islamisme en de chaos van IS en dergelijke zijn daaruit voortgekomen, omdat veel van die mensen islamisten waren. In Iran bestaat dat niet. Het islamisme is daar voorbij.
U zegt altijd dat Trump uit is op olie en gas. Wilt u dat zelf eigenlijk niet? U klaagt de hele dag over olie- en gasprijzen. Uw belangen liggen dus ook bij olie en gas. Iedereen zoekt zijn eigen belangen. Is het dan erg dat Trump olie en gas zoekt, terwijl u hier klaagt dat u geen olie en gas hebt en dat de prijzen stijgen? Elk land moet zijn eigen belangen verdedigen. Ik ben blij dat bepaalde landen tenminste weten waar hun belangen liggen en daarvoor opkomen. Kom op voor uw eigen belangen. De Iraniërs zullen hun eigen toekomst zelf opbouwen, of u hen nu helpt of niet. Kom dus op voor de Belgen en hun belangen. Dat is uw taak.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07.01 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Monsieur le premier ministre, le mandat de juge belge à la Cour de justice de l’Union européenne (CJUE), actuellement occupé par M. Koen Lenaerts, devait arriver à expiration en 2027. Depuis que j'ai posé ma question, celle-ci est maintenant partiellement périmée puisque j'ai entre-temps lu que le gouvernement avait décidé de prolonger le mandat du juge Lenaerts pour six ans.
Monsieur le premier ministre, quelle procédure encadre-t-elle, au niveau européen et au niveau belge, la désignation ou le renouvellement des juges à la CJUE et au Tribunal de l’Union européenne? Dans le cas de la désignation du juge belge à la CJUE pour le mandat 2027-2033, quelle publicité a-t-elle été organisée? Quand la vacance a-t-elle été rendue publique? Quels étaient les délais pour déposer la candidature? Auprès de qui celle-ci devait-elle être entrée? Combien de candidatures ont-elles été déposées? Quelle est la procédure de sélection ayant été organisée? Y avait-il un jury? Comment était-il constitué, qui en étaient les membres et en quelle qualité? Quels ont été les critères de sélection utilisés? Voilà pour ma première question.
Ma deuxième question concerne un billet paru le 14 mars dernier dans le journal De Tijd, qui suggère que des consultations discrètes auraient été organisées lors des négociations qui ont mené à la formation du gouvernement Arizona. Selon cet article, la N-VA et les partis en négociation auraient invité l’actuel juge belge et président de la CJUE pour des échanges au sujet des projets du futur gouvernement en matière migratoire.
Le président de la CJUE a-t-il effectivement été invité à des échanges dans ce cadre? Si oui, y a-t-il participé? Combien de discussions ont-elles eu lieu dans ce cadre? Quel était l’objet de ces échanges? Dans quelle mesure ces échanges auraient-ils influencé la politique migratoire du gouvernement?
07.02 Bart De Wever, premier ministre: Madame, en réponse à votre première question, je puis vous dire que, sur proposition de la ministre de la Justice, le Conseil des ministres a décidé, vendredi dernier, de proposer la reconduction de M. Koen Lenaerts, actuel juge et président de la CJUE, en tant que juge auprès de la Cour. Je suis très fier de l'avoir décidé car l'expertise de M. Lenaerts est reconnue internationalement. C'est d'ailleurs pour cela que ses pairs l'ont désigné comme président.
Pour ce qui est de votre deuxième question, je puis vous dire, de manière générale, que, durant le processus de formation, de nombreux experts issus de différents domaines ont été consultés. Ces consultations ont lieu à chaque formation. À chaque formation à laquelle j’ai pris part, je n'ai jamais connu d’autre situation que d'impliquer de nombreux experts. Selon moi, c'est aussi nécessaire pour fournir un travail de qualité.
Vous êtes libre de poser la question, mais il ne s'agit pas d'une matière gouvernementale, étant donné que le gouvernement n'était pas encore formé. Je n'entrerai donc pas davantage dans les détails. Si chaque expert invité au cours de la formation d'un gouvernement savait que des questions pourraient être posées à ce sujet et être discutées au sein du Parlement, je pense qu'aucun d'entre eux ne serait prêt à venir donner les conseils dont nous avons pourtant besoin.
Vous pouvez consulter les résultats des négociations gouvernementales dans l'accord de gouvernement.
07.03 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Monsieur le premier ministre, c'est quand même largement insuffisant comme réponse. Excusez-moi de vous le dire. Je n'ai reçu aucune réponse sur la procédure qui a été organisée.
Ma question ne visait évidemment pas du tout à remettre en cause l'expertise de M. Lenaerts, qui est effectivement reconnue internationalement. Je vous demandais des précisions sur la façon dont c'est organisé normalement. Y a-t-il des règles au niveau européen, au niveau belge? Vous ne m'avez pas répondu.
Je vous ai aussi interrogé sur cette procédure en particulier. Comment est-ce organisé? Comment décide-t-on de reconduire un juge? Est-ce ouvert à d'autres candidats, ou pas? Je n'ai reçu absolument aucune réponse et je le déplore vraiment. Cela constitue une procédure complètement opaque.
En outre, si je ne me trompe pas, une procédure est prévue par le Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, avec l'intervention d'un comité. Je n'ai reçu aucune réponse sur cette question-là.
Quant à votre réponse sur le processus de formation, certes, des experts sont consultés, mais vous comprenez parfaitement que la qualité de ces experts peut avoir une importance. En l'occurrence, ma question portait spécifiquement sur l'identité d'un expert. S'il était confirmé qu'il a effectivement participé aux négociations, cela pourrait générer des craintes par rapport à certaines procédures actuellement en cours. C'est la raison pour laquelle je vous avais demandé des clarifications, que je n'ai pas reçues. Je ne peux que le déplorer, car cela ne fait qu'encourager des soupçons qui n'ont peut-être pas lieu d'être. Vous auriez pu les dissiper ici.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 11 h 17.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.17 uur.
De antwoorden werden door de eerste
minister bezorgd.
Les réponses ont été fournies par le premier
ministre.
Op 2 maart 2026 kondigde de Franse
president Emmanuel Macron aan dat Frankrijk zijn kernwapenarsenaal zou
uitbreiden. "Om vrij te zijn, moeten we gevreesd worden, en om gevreesd te
worden, moeten we machtig zijn. De uitbreiding van ons arsenaal is daar het
bewijs van", zei hij daarover.
Daarnaast startte hij ook gesprekken met
Europese landen, waaronder België, over de mogelijkheden van een Franse
nucleaire paraplu voor Europa, nucleaire oefeningen met andere landen, inzet
van Franse vliegtuigen met kernwapens op Europees grondgebied…
Op X reageerde de eerste minister echter
als volgt: "Wij verwelkomen het initiatief van president Emmanuel Mot mal orthographiéMacron als een
belangrijke stap naar een sterker Europees defensiebeleid. We zijn bereid hier
constructief op in te gaan en nauw met Frankrijk samen te werken aan een
geloofwaardige en versterkte afschrikking."
Met welk mandaat deed de eerste minister
deze uitspraak?
Heeft hij al contact gehad hierover met
de Franse president?
Heeft de regering het voornemen om
nucleaire oefeningen uit te voeren en Franse vliegtuigen met kernwapens toe te
laten op het Europees grondgebied?
Antwoord - Réponse:
Dat Europese landen binnen de huidige
geopolitieke context zoeken naar manieren om de gezamenlijke defensie te
versterken is een goede zaak. U zal in het regeerakkoord lezen dat
we complementair aan de NAVO streven naar een meer structurele
samenwerking en capaciteitsopbouw binnen de EU. Zo promoten we
samenwerkingsverbanden tussen de lidstaten om op die manier capaciteiten te
versmelten en te gaan naar sterkere inzetmogelijkheden binnen de EU
en NAVO-context.
In deze optiek heeft België ook
gesteld dat het constructief wil meewerken aan dit initiatief.
Uw laatste vragen zijn op dit ogenblik
voorbarig gezien de gesprekken nog in een vroeg stadium zitten.