Commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken

Commission de l'Intérieur, de la Sécurité, de la Migration et des Matières administratives

 

van

 

Woensdag 11 maart 2026

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 11 mars 2026

 

Après-midi

 

______

 

De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.10 uur en voorgezeten door de heer Ortwin Depoortere.

La réunion publique de commission est ouverte à 14 h 10 et présidée par M. Ortwin Depoortere.

 

De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.

Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.

 

01 Actualiteitsdebat over de explosie aan de synagoge in Luik en toegevoegde vragen van

- Sam Van Rooy aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De antisemitische aanslag op een synagoge in Luik" (56014023C)

- Catherine Delcourt aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De explosie voor een joods gebedshuis in Luik en de strijd tegen antisemitisme" (56014034C)

- Michael Freilich aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De aanslag op de synagoge in Luik" (56014039C)

- Ortwin Depoortere aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De explosie aan de synagoge in Luik" (56014041C)

- Isabelle Hansez aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De explosie voor de synagoge in Luik" (56014044C)

- Anthony Dufrane aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De Joodse gemeenschap in België en de strijd tegen antisemitisme" (56013788C)

- Sarah Schlitz aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De onthutsende aanval op de synagoge in Luik en de strijd tegen antisemitisme" (56014074C)

- Frédéric Daerden aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De aanval op een synagoge in Luik" (56014071C)

01 Débat d’actualité sur l’explosion à la synagogue de Liège et questions jointes de

- Sam Van Rooy à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L'attentat antisémite contre une synagogue à Liège" (56014023C)

- Catherine Delcourt à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L'explosion devant un lieu de culte juif à Liège et la lutte contre l’antisémitisme" (56014034C)

- Michael Freilich à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L'attentat contre la synagogue de Liège" (56014039C)

- Ortwin Depoortere à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L'explosion à la synagogue de Liège" (56014041C)

- Isabelle Hansez à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L'explosion devant la synagogue de Liège" (56014044C)

- Anthony Dufrane à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La situation de la communauté juive en Belgique et la lutte contre l'antisémitisme" (56013788C)

- Sarah Schlitz à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L'attaque choquante de la synagogue de Liège et la lutte contre l'antisémitisme" (56014074C)

- Frédéric Daerden à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L’attaque d’une synagogue à Liège" (56014071C)

 

De voorzitter: De heer Daerden is verontschuldigd.

 

01.01  Sam Van Rooy (VB): Minister, in een land waar antisemitisme de facto wordt getolereerd, en zelfs wordt aangevuurd door mainstreammedia en politici, was het helaas slechts een kwestie van tijd alvorens er een antisemitische aanslag zou worden gepleegd. Al jaren waarschuw ik daar systematisch voor, zowel hier als in de Antwerpse gemeenteraad.

 

De energie die men recent heeft besteed aan het bekritiseren van de Amerikaanse ambassadeur Bill White, had men beter kunnen gebruiken om antisemitisme te bestrijden. Met een explosief werd nu een antisemitische aanslag gepleegd op een synagoge in Luik. De burgemeester noemde het terecht een daad van extreem antisemitisch geweld. Omdat het ‘s nachts is gebeurd, raakte gelukkig niemand gewond, maar er is wel materiële schade.

 

Minister, hoe is dat toch kunnen gebeuren? Welk dreigingsniveau en welke veiligheidsmaatregelen gelden er voor onze synagogen? Wordt het dreigingsniveau nu verhoogd? Worden de betreffende en andere synagogen vanaf nu dag en nacht bewaakt? Zo ja, hoe en voor hoelang?

 

Hoe staat het, minister, met de inzet van het leger voor zulke bewakingsopdrachten? U zei gisteren nog dat cd&v dat nog altijd blokkeert en dat het tijd is om het dossier te deblokkeren. Hoe en wanneer zult u dat aanpakken? Of moeten er eerst slachtoffers vallen? Ik weet overigens niet of cd&v durft deel te nemen aan het debat over antisemitisme vandaag. De partij vond het alleszins niet nodig om over de antisemitische aanslag een vraag in te dienen voor dit broodnodige actualiteitsdebat.

 

Welke maatregelen neemt de regering tegen antisemitisme en specifiek tegen dat soort antisemitische aanslagen? De tijd van het veroordelen van antisemitisme, de tijd van de goed klinkende woorden, is immers al lang voorbij. Er moeten nu daden komen alvorens het nog erger wordt.

 

01.02  Catherine Delcourt (MR): Monsieur le ministre, lundi, une explosion s’est produite devant la synagogue de Liège. Vous vous êtes immédiatement rendu sur place et le parquet fédéral a ouvert une enquête. La piste terroriste est envisagée à ce stade.

 

Je tiens à condamner avec la plus grande fermeté cet acte antisémite, abject, qui s’attaque non seulement à un lieu de culte, mais aussi aux valeurs fondamentales de notre société. Toute violence visant une communauté religieuse en raison de son identité et de sa foi est inacceptable et doit être combattue avec la plus grande fermeté.

 

Cet évènement s'inscrit malheureusement dans un contexte plus large, marqué par une recrudescence préoccupante des actes et discours antisémites en Belgique et en Europe. De nombreux membres de la communauté juive expriment un sentiment d’insécurité croissant, tandis que les lieux de culte et les institutions juives font régulièrement l’objet de menaces ou d'intimidations.

 

Cette inquiétude a d'ailleurs été confirmée par plusieurs études récentes. Un sondage de février 2026 révèle que les préjugés antisémites restent largement répandus dans notre société et que le niveau d’antipathie envers les juifs est particulièrement élevé à Bruxelles. Plus d'un tiers des Belges adhèrent encore à certains stéréotypes antisémites, et 22 % estiment que les juifs ne sont pas des Belges comme les autres.

 

Ces chiffres doivent nous interpeller. Ils montrent que l'antisémitisme n'est pas un phénomène marginal. C'est un phénomène structurel, qui exige une réponse politique forte. L'attaque contre une synagogue – symbole de la présence historique et de la vie religieuse de la communauté juive dans notre pays – suscite une vive inquiétude et des questions tant sur l'évolution de la menace antisémite que sur les moyens mis en œuvre pour protéger les communautés.

 

À ce stade, quelles informations pouvez-vous nous fournir sur l'état d'avancement de l’enquête? L'Organe de coordination pour l’analyse de la menace (OCAM) a-t-il procédé à une réévaluation du niveau de la menace? Quelles mesures de sécurité supplémentaires ont-elles été prises? À la lumière de la hausse documentée de l'antisémitisme dans notre pays et des préoccupations exprimées par la communauté juive, quelles initiatives le gouvernement entend-il prendre pour renforcer durablement la prévention et la lutte contre les actes et les discours antisémites?

 

01.03  Michael Freilich (N-VA): Mijnheer de minister, er werd een aanslag gepleegd op een synagoge in Luik. Ik hoor dat men dat algemeen afkeurt en dat is goed, maar men is ook verbaasd dat dit gebeurt. Mij verbaast dat helaas niet, omdat wij in dit land nog altijd te maken hebben met een probleem van een heel lakse justitie als het aankomt op het vervolgen van antisemitische incidenten.

 

De nultolerantie waarvoor verschillende ministers door de jaren heen hebben gepleit als het aankomt op antisemitisme vertaalt zich vandaag helaas niet in daden. Nog steeds worden er wekelijks antisemitische incidenten gerapporteerd en die worden een na een geseponeerd. Het woord geseponeerd komt mij ondertussen de strot uit. Elke week opnieuw is het seponeren, seponeren, seponeren. Soms wordt er zelfs geen onderzoek ingesteld.

 

Ik heb in de vorige legislatuur een vraag gesteld toen er op een groot plein in Brussel een manifestatie was waarop een imam het woord nam en zei "il faut brûler les juifs". Hij zei dat in het Arabisch en het werd vertaald. Zelfs de VRT heeft dat gefactcheckt. Weet u wat er met die man is gebeurd? Die werd zelfs niet opgespoord. Het parket heeft de zaak geseponeerd, want men wist niet om wie het ging. Elke week opnieuw worden mensen in het gezicht gespuwd of krijgen ze een stamp. Ik woon in het midden van de joodse buurt en zie wagens rondrijden waarop sale juif staat. Er wordt veel te weinig gedaan.

 

Ik vraag aan deze regering om eindelijk te doen wat Europa van haar verlangt, namelijk een strategie specifiek voor het antisemitisme bepalen en een echte coördinator – geen valse zoals we nu hebben – benoemen die strijdt tegen het antisemitisme.

 

01.04  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, ik zal niet in herhaling vallen en mij beperken tot een drietal bijkomende vragen, naast wat de collega’s al hebben gevraagd.

 

Ten eerste zou ik graag van u vernemen welke concrete veiligheidsmaatregelen u neemt op korte en op lange termijn om joodse instellingen, maar ook andere mogelijke doelwitten te beveiligen.

 

Mijn tweede vraag is een cruciale vraag die naar ik meen nog niet is gesteld. Zijn onze veiligheidsdiensten en inlichtingendiensten voldoende uitgerust om dat islamextremisme, dat eigenlijk terug van nooit weggeweest is, een halt toe te roepen? Onze politiediensten moeten over voldoende capaciteit beschikken en informatie kunnen uitwisselen. Ik denk niet dat i-Police daarbij zal helpen. Daarnaast moeten ze over een gedegen terreinwerking beschikken. Ik vraag mij af of dat vandaag voldoende het geval is wanneer we spreken over de strijd tegen terrorisme en in het bijzonder tegen islamterrorisme.

 

Ten slotte stel ik de politieke vraag die volgens mij iedereen zich stelt. Wat is het standpunt van de regering over de inzet van militairen op straat? Sommige partijen zijn voor, sommige regeringspartijen zijn tegen. De bevolking heeft weinig boodschap aan dergelijke discussies. Ze vraagt duidelijkheid en ik hoop dat u die vandaag kunt geven.

 

01.05  Isabelle Hansez (Les Engagés): Monsieur le ministre, dans la nuit de dimanche à lundi, une explosion s'est produite devant la synagogue de Liège, causant des dégâts matériels mais, heureusement, aucun blessé. Plusieurs autorités ont déjà dénoncé un acte antisémite visant directement la communauté juive de notre pays, et le parquet fédéral a été saisi de l'enquête.

 

S'en prendre à un lieu de culte et à un lieu de mémoire constitue une atteinte grave à la sécurité, à la dignité et au vivre-ensemble. À Liège, une ville profondément attachée au respect et à la coexistence pacifique des convictions, un tel acte heurte de front les valeurs fondamentales de liberté, de respect et de fraternité.

 

Cet évènement intervient dans un contexte international particulièrement tendu. La guerre en cours au Moyen-Orient ravive des tensions dans de nombreuses sociétés, et plusieurs responsables ont déjà mis en garde contre le risque d'importation de ces conflits sur le sol européen.

 

Par ailleurs, ce week-end encore, une explosion visant l'ambassade des États-Unis à Oslo a également suscité de vives inquiétudes parmi les services de sécurité européens, certains évoquant la possibilité d'un lien avec les tensions géopolitiques actuelles.

 

Face à ce climat, il est essentiel que notre pays reste ferme et lucide: aucune cause internationale ne peut jamais justifier la haine, l'antisémitisme ou des violences contre des citoyens belges.

 

Dès lors, monsieur le ministre, pouvez-vous nous informer de l'état d'avancement de l'enquête relative à cet acte antisémite? À ce stade, les autorités disposent-elles d'indices laissant penser à une implication ou à des influences venant de l'étranger? Dans le contexte international actuel, les services de sécurité belges ont-ils identifié un risque accru d'actes violents visant plus particulièrement les intérêts juifs ou américains? Le niveau de la menace est actuellement fixé à 3 sur une échelle de 4. L'OCAM envisage-t-il de relever ce niveau à la suite des évènements récents? Le cas échéant, quelles en seraient les implications concrètes pour la sécurité et pour nos concitoyens? Enfin, plus largement, des mesures de protection supplémentaires sont-elles envisagées pour prévenir toute importation des tensions internationales sur notre territoire et garantir la sécurité de la communauté juive de Belgique?

 

01.06  Anthony Dufrane (MR): Monsieur le ministre, afin d'éviter d'être redondant, je souhaite me joindre à l'interpellation de mon excellente collègue, Catherine Delcourt, et, dans l'intérêt des travaux de la commission, vous proposer de me référer à la question telle qu'elle a été déposée.

 

Monsieur le ministre, les témoignages récents, notamment ceux de la Ligue belge contre l'antisémitisme, révèlent une détérioration inquiétante de la situation des Juifs en Belgique. Entre le repris sur soi progressif, les discriminations quotidiennes et les propos haineux, la communauté juive semble confrontée à une recrudescence de l'antisémitisme, poussant certains de ses membres à dissimuler leur identité ou à introduire des demandes de changement de nom pour des motifs de sécurité.

 

Mes questions, monsieur le ministre, sont:

 

1. a) Pouvez-vous fournir des données actualisées sur le nombre de demandes de changements de nom motivées par des craintes d'antisémitisme depuis 2022?

b) Quelles sont les régions du pays les plus touchées par ces demandes et quelles en sont les principales raisons invoquées?

2. a) Observez-vous une augmentation des agressions ou des altercations à l'encontre de la communauté juive et dans quelles zones ces incidents sont-ils les plus fréquents?

b) Quels types d'agressions (verbales, physiques ou discriminations) sont les plus signalés et comment ces données sont-elles analysées par vos services?

3. a) Quel est le suivi réservé aux plaintes pour actes antisémites en termes de condamnations et de classements sans suite?

b) Quelles actions sont envisagées pour renforcer la formation des magistrats et garantir une application plus stricte de la législation face à des propos haineux?

4. a) Quelle est votre réaction face aux signalements de discriminations dans les services de livraison ou de transport, tels que les refus de prise en charge par des chauffeurs Uber?

b) Des collaborations avec les plateformes numériques sont-elles prévues pour prévenir et sanctionner ces comportements?

5. Quelle est votre analyse de l'impact du climat politique actuel sur la sécurité et l'inclusion de la communauté juive, notamment dans les espaces publics et les établissements scolaires?

 

01.07  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le président, chers collègues, dans la nuit du 8 au 9 mars 2026, une explosion s'est produite devant la synagogue de Liège. Si cette attaque n'a heureusement fait aucun blessé, elle a causé des dégâts matériels importants, notamment à la façade du bâtiment et aux vitres situées à proximité. Mais elle a surtout créé un climat d'anxiété dans la communauté.

 

Je peux dire, pour avoir été en contact avec plusieurs personnes, que cette anxiété est palpable. Cette inquiétude existait déjà auparavant, mais elle a vraiment augmenté avec cette attaque dans une ville comme Liège. Je pense que le vivre ensemble est vraiment une valeur centrale de notre ville.

 

Le parquet fédéral a annoncé l'ouverture d'une enquête pour infraction terroriste. Ces événements suscitent évidemment une vive inquiétude, d'autant plus dans un contexte où les discours de haine et les actes antisémites connaissent une recrudescence dans plusieurs pays européens. La protection des lieux de culte et la lutte contre la haine antisémite constituent donc des enjeux majeurs pour la cohésion sociale et le vivre ensemble.

 

Monsieur le ministre, pouvez-vous nous communiquer les informations dont vous disposez à ce stade concernant les circonstances de cette explosion et l'état d'avancement de l'enquête menée par le parquet fédéral?

 

Une analyse de la menace a-t-elle été réalisée à la suite de cet incident, notamment en ce qui concerne la sécurité des lieux de culte juifs et d'autres sites potentiellement sensibles dans notre pays? Quelles mesures supplémentaires le gouvernement envisage-t-il de prendre afin de renforcer la protection des lieux de culte juifs et prévenir de tels actes de violence envers la communauté juive?

 

Plus largement, quelles actions comptez-vous mener pour lutter efficacement contre la montée de l'antisémitisme, des discours de haine et des idéologies fascisantes qui menacent la cohésion de notre société? Cela ne vous concerne pas uniquement, mais c'est en effet une responsabilité de votre gouvernement.

 

On sait que les actes de haine, même quand ils sont commis par un individu isolé, sont souvent liés à l'exposition à des discours de haine. Quelles initiatives sont mises en place pour lutter contre la diffusion d'idées antisémites en ligne, y compris les théories du complot?

 

Enfin, êtes-vous associé aux travaux du plan NAPAR? Quel en est l'état d'avancement en ce qui concerne vos chapitres? Quelles mesures avez-vous mises sur la table?

 

De voorzitter: Wie wenst er zich aan te sluiten bij het actualiteitsdebat?

 

01.08  Khalil Aouasti (PS): Monsieur le ministre, chers collègues, l’antisémitisme est malheureusement un poison lent, comme toutes les haines qui gangrènent nos sociétés de l’intérieur. Au nom de mon groupe, nous tenons à condamner le plus fermement possible l’attaque commise à l’aide d’un engin explosif contre la synagogue de Liège ce lundi matin. Il s’agit d’un acte inacceptable dont la nature antisémite ne fait aucun doute, selon vos propos. Si cet incident n’a heureusement pas fait de blessé, l’onde de choc est, elle, considérable et a secoué l’ensemble de nos concitoyens. Cet acte a choqué les Liégeois, il a profondément choqué la communauté juive belge, il a choqué les Belges que nous sommes, partout, dans chaque ville et dans chaque village de ce pays.

 

Il rappelle une nouvelle fois que notre pays doit mener une lutte acharnée contre la haine, contre l’antisémitisme, contre les extrémismes violents et contre l’ensemble des discriminations. Nous le savons également, cette lutte contre la haine est constituée de plusieurs maillons. La chaîne sécuritaire n’intervient malheureusement qu’après, et souvent trop tard. Des maillons préalables sont donc indispensables, notamment en matière de prévention.

 

Monsieur le ministre, les questions sont nombreuses. En matière de prévention, il apparaît nécessaire – et cela a déjà été demandé – de mettre en place, avec le gouvernement, une véritable coordination nationale. Pas une coordination unique mais, sur le modèle européen, une coordination nationale dans laquelle seraient désignés un référent pour la lutte contre l’antisémitisme, un référent pour la lutte contre l’islamophobie, un référent pour la lutte contre les racismes et un référent pour la lutte contre les discriminations. Ces référents permettraient de disposer d’une vision scientifique des phénomènes et de lutter là où cela est nécessaire.

 

Monsieur le ministre de l’Intérieur, il y a également le volet répressif. Le Conseil national de sécurité du 5 mars 2026 n’a, à notre connaissance, pas apporté de mesures concrètes.

 

Monsieur le ministre, pouvez-vous faire le point sur l’enquête et sur les éléments que vous pouvez porter à notre connaissance? Quelles mesures additionnelles de sécurité seront prises, notamment à l’égard des institutions de la communauté juive dans notre pays? Existe-t-il à ce jour une nouvelle analyse de l’OCAM? Enfin, dans le cadre de la lutte locale, quel sera l’appui du niveau fédéral aux communes pour lutter contre l’antisémitisme et contre la haine sur notre territoire?

 

01.09  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, lundi matin, une explosion s'est produite dans une synagogue de Liège. La nouvelle a choqué la population liégeoise, en particulier sa communauté juive et, par extension, l'ensemble du pays. D'après ce que je lis dans la presse, quelqu'un s'est rendu en voiture jusqu'à la synagogue pour y déposer un engin explosif. L'explosion a provoqué un grave incendie et d'importants dégâts matériels, mais heureusement sans causer de blessés. Tout indique qu'il s'agit d'un acte terroriste par lequel quelqu'un cherche délibérément à semer la terreur au sein de la communauté juive et à lui faire passer le message qu'elle n'est pas en sécurité, pas même dans sa maison de prière. De tels actes ne peuvent jamais être acceptés dans notre société et doivent être condamnés sans aucune réserve. L'antisémitisme est un poison qui a déjà ravagé d'innombrables vies. Comme toute forme de racisme, nous le combattons sans réserve.

 

Ainsi que le souligne la coordinatrice fédérale contre l'antisémitisme, Isabelle Leclercq, nous devons prendre des mesures efficaces et globales contre le racisme. C'est pourquoi le PTB plaide pour l'élaboration d'un plan d'action national contre le racisme. C'est une revendication que nous soutiendrons, du reste, le 21 mars à l'occasion de la Journée internationale contre le racisme.

 

Par ailleurs, les informations dont nous disposons restent limitées. Le parquet n'a pas encore émis de déclaration formelle. Je comprends qu'il vous soit difficile de vous exprimer sur une affaire en cours. Cependant, compte tenu de l'importance sociétale de la question, j'espère que vous pourrez apporter des éclaircissements. S'agit-il d'un seul auteur ou bien a-t-il agi avec le soutien d'un réseau? S'est-il bien servi d'un engin explosif artisanal? Les enquêteurs ont-ils déjà un suspect dans le viseur? Enfin, monsieur le ministre, disposez-vous d'informations? Où en est la mise en place d'un plan d'action national contre le racisme?

 

01.10  Nahima Lanjri (cd&v): Mijnheer de minister, in onze samenleving is er geen plaats en kan er nooit plaats zijn voor antisemitisme, racisme, haat en geweld tegen eender welke geloofsgemeenschap. Als politici moeten we daarover waken en daar elke dag voor blijven strijden.

 

De explosie aan de synagoge in Luik maakt jammer genoeg duidelijk dat dit nog altijd belangrijk is. Het federaal parket onderzoekt ondertussen hoe dat is kunnen gebeuren en spreekt van een terroristisch misdrijf. De cd&v-fractie veroordeelt deze aanslag ten stelligste en maakt haar medeleven over aan de getroffen joodse gemeenschap. Een gebedshuis is altijd een plaats van bezinning, vrede en samenhorigheid. Wanneer zo’n plaats het doelwit wordt van geweld, raakt dat in eerste instantie uiteraard die geloofsgemeenschap, in dit geval de joodse gemeenschap. Het raakt ook onze democratie, die gebouwd is op respect, vrijheid van religie en de overtuiging dat iedereen in dit land vrij en in veiligheid moet kunnen leven.

 

Aanslagen zoals die in Luik maandag zijn een aanval op de waarden en normen van onze samenleving en op onze democratie. We mogen dat nooit, maar dan ook nooit tolereren, zeker niet wanneer ze gericht zijn tegen de joodse gemeenschap, maar vanzelfsprekend ook niet tegenover eender welke andere gemeenschap of groep. In een rechtsstaat hoort niemand zich bedreigd te voelen. Haat en geweld tegenover eender welke gemeenschap horen hier niet thuis.

 

Hoe evalueert u de dreiging ten aanzien van de joodse instellingen? U kondigde een verscherpt toezicht aan en ook extra veiligheidsmaatregelen. Wat houden die precies in? Kunt u de zaak ook in een ruimer perspectief bekijken? Hoe hebben dergelijke incidenten zich de laatste jaren ontwikkeld? Hoe evalueert u de aanslagen op de joodse gemeenschap? Is er sprake van een toename wanneer men dat over een langere periode bekijkt?

 

Elke aanslag is er in elk geval één te veel, laat dat duidelijk zijn. Het is dus belangrijk dat we vanuit deze regering versterkt blijven inzetten op de bestrijding van zulke vormen van haat en geweld, die onze samenleving bedreigen. We moeten er ook over waken – ik denk dat ik daarmee niet alleen ben; ook de premier, die vroeger burgemeester was van Antwerpen, heeft dat herhaaldelijk gezegd – dat het geweld niet wordt geïmporteerd en dat dit conflict niet wordt geïmporteerd in onze samenleving.

 

Wat is de analyse van het OCAD? Is er een risico op escalatie? Tot slot wil ik oproepen tot dialoog. De interreligieuze dialoog kan daarin een belangrijke rol spelen.

 

De voorzitter: Mevrouw Lanjri, ik vraag u om het Reglement te respecteren en uw spreektijd van 2 minuten in een actualiteitsdebat niet te overschrijden.

 

01.11  Nahima Lanjri (cd&v): Ik wil oproepen tot …

 

De voorzitter: Neen, sorry, ik geef het woord aan de heer Vandemaele.

 

01.12  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, begin deze week was er een explosie aan de synagoge in Luik. Er vielen geen gewonden, maar de materiële schade was aanzienlijk en de impact op de joodse gemeenschap groot. We moeten die aanslag in de scherpst mogelijke bewoordingen veroordelen. Het is een laffe aanval op een religieuze gemeenschap en op onze samenleving als geheel. Antisemitisme is onaanvaardbaar, in welke vorm dan ook.

 

Ik wil dan ook eerst mijn solidariteit betuigen met de joodse gemeenschap in Luik. Mijn gedachten gaan in de eerste plaats uit naar de gemeenschap die die plek koestert. De synagoge is een huis van gebed en gemeenschap. Het is geen doelwit. Ik hoop dan ook dat de mensen die er dagelijks komen, zich gesteund weten en zich niet geïntimideerd voelen.

 

Politiek geïnspireerd geweld mogen we in onze straten nooit tolereren. Politiek geweld, racisme, antisemitisme, haat en terrorisme zijn onaanvaardbaar. Dat vereist waakzaamheid, niet alleen van onze veiligheidsdiensten, maar ook van ons allemaal in de samenleving. We mogen ons niet uit elkaar laten spelen.

 

Mijnheer de minister, mijn vragen zijn eenvoudig. Ten eerste, hoe zullen we dergelijk geweld voorkomen en bestrijden, in Luik en elders?

 

Ten tweede, om de olifant in de kamer te benoemen, de voorbije maanden ging het heen en weer tussen u en de minister van Justitie, wanneer het ging over militairen op straat. Hoe raakt u uit die impasse? Is het de bedoeling om daar ooit uit te raken?

 

Stel dat het onmogelijk is om een regeling uit te werken voor de militairen op straat, dan kunt u niet blijven zeggen dat er ooit militairen op straat zullen worden ingezet. Welke maatregelen zult u dan nemen om bijvoorbeeld de synagoge in Luik en die in Antwerpen te beschermen?

 

01.13  Bernard Quintin, ministre: Ce qui s'est déroulé dans la nuit de dimanche à lundi n'était ni plus ni moins qu'un acte antisémite abject – comme j'ai eu l'occasion de le dire lundi matin – visant la communauté juive de Liège mais également l'ensemble de nos concitoyens de cette confession.

 

Je condamne ces faits avec la plus grande fermeté, comme je l'ai déjà fait. L'antisémitisme n'a pas sa place dans notre pays.

 

Comme cela a été souligné par Mme Delcourt, Mme Lanjri et M. Freilich, on voit en effet une augmentation de ce sentiment et de ce type de faits que nous devons combattre avec la plus grande fermeté.

 

C'est ce que ce gouvernement fait. Il continuera à tout mettre en œuvre pour lutter avec détermination contre la haine et la violence visant la communauté juive et pour garantir la sécurité de ses membres. La sécurité de chaque citoyen, quel que soit son origine ou sa conviction, est et reste ma priorité absolue.

 

Wat het onderzoek betreft, er loopt een gerechtelijk dossier voor mogelijke feiten van terrorisme. U begrijpt dat ik geen uitspraken kan doen over het onderzoek. Ik verwijs daarvoor naar het federaal parket.

 

Sinds de oorlog in Iran staan onder andere joodse sites in ons land onder verscherpt toezicht. Na de explosie aan de synagoge in Luik heeft het OCAD onmiddellijk een nieuwe dreigingsanalyse uitgevoerd. Het dreigingsniveau blijft op niveau 3 op een schaal van 4. Dat is het op een na hoogste dreigingsniveau.

 

Pour répondre également à certaines questions qui ont été posées, l’analyse est évidemment menée en permanence – et certainement après des évènements comme celui-ci – sous la coordination de l’OCAM avec l’ensemble des services de sécurité. C’est un travail continu qui a abouti à ce qu'on laisse la menace au niveau 3.

 

Il importe de rappeler que, dans ce niveau 3, nous pouvons prendre des mesures adaptées à la situation et à l’actualité. Il ne faut pas croire que ce niveau est figé avec un nombre d’actions très précises. Bien sûr, nous nous adaptons, et il existe une flexibilité dans ce niveau 3 qui nous permet d’agir de manière plus particulière en fonction de l’actualité.

 

Nous avons donc à nouveau renforcé, dès lundi, les mesures autour des sites liés à la communauté juive, comme cela avait d’ailleurs été le cas au début de la guerre en Iran. Vous comprendrez que je ne peux pas non plus – et je m’excuse de vous décevoir – vous donner davantage de détails sur la nature exacte de ces mesures de sécurité, afin d’en préserver l’efficacité. Cependant, je peux vous garantir que les moyens nécessaires pour garantir cette sécurité sont déployés, comme la presse l’a déjà signalé.

 

Comme vous le savez, je souhaite aller encore plus loin dans la sécurisation des intérêts et des sites juifs à Anvers et ailleurs dans notre pays. Vous connaissez la situation: c’est pour moi une priorité nationale, et c’est une priorité pour l’ensemble du gouvernement. Je pense, et j’espère, que nous pourrons bientôt sortir du blocage que nous connaissons au niveau du gouvernement afin de pouvoir disposer de ces militaires.

 

Mais je veux aussi être très clair: je n’attends pas l’arrivée de ces militaires pour prendre des mesures renforcées. Je veux aussi couper les ailes à ce vilain canard qui consisterait à penser que tant que je n’ai pas de militaires à Bruxelles pour renforcer la police des chemins de fer, et à Anvers pour reprendre ce que la police fédérale et la police anversoise assurent actuellement en matière de sécurisation, notamment des sites, des synagogues et des écoles, nous ne faisons rien. Au contraire, nous renforçons déjà les dispositifs.

 

Comme je l'ai toujours dit – et je suis très clair ici –, l’arrivée de ces militaires poursuit un double objectif. Premièrement, il s'agit d'augmenter les moyens qui sont à disposition. Tous les militaires qui viendront en renfort de la police permettront de libérer des forces de police pour d’autres missions. Lorsque les militaires sécuriseront les sites liés à la communauté juive à Anvers, ce seront autant de policiers de la réserve fédérale que je pourrai envoyer à Liège. En attendant, je n’ai pas d’imprimante 3D pour fabriquer des policiers pendant la nuit afin de combler les manques dont j’ai par ailleurs hérité. Cela aussi est très clair.

 

Le deuxième message est politique: l’État doit être en mesure de démontrer à sa population qu’il est prêt à mettre en œuvre tous les moyens pour assurer la sécurité de nos concitoyens.

 

Ik heb het over de veiligheid van al onze medeburgers, in Luik, in Antwerpen, in Brussel, en op alle plaatsen in België.

 

Daarnaast vind ik het belangrijk dat ook de lokale besturen bekijken welke bijkomende maatregelen zij kunnen nemen om het toezicht en de opsporing verder te versterken. Er liggen vandaag voldoende mogelijkheden op tafel om bijvoorbeeld kwetsbare locaties in onze steden beter te beveiligen, met bijkomende camera’s, onder meer dankzij de middelen die ik heb vrijgemaakt naar aanleiding van het Plan Grote Steden.

 

De Nationale Veiligheidsraad heeft vorige week beslist dat de veiligheidsdiensten de monitoring zullen verzekeren van oproepen tot haat op sociale media. Dat doen ze overigens al. Ook uitingen van antisemitisme vallen daaronder. Strafbare feiten worden systematisch gemeld aan het parket.

 

We leven in een sterk geglobaliseerde wereld. Het is normaal dat mensen zich betrokken voelen bij internationale conflicten en dat engagement ook willen tonen. Vreedzaam protest is een grondwettelijk recht en dat recht moet worden gerespecteerd.

 

Que les choses soient à nouveau claires, notre tolérance s'arrête là où commence la haine, l'intimidation, la radicalisation ou la violence. C'est là que nous traçons une ligne rouge très claire. Les conflits étrangers ne peuvent jamais être importés dans nos rues. Ce qui se passe à l'étranger ne peut en aucun cas conduire ici à des tensions ou à des violences entre communautés.

 

Madame Hansez, vous m'avez posé la question des mesures particulières. Je ne vois pas très bien quelles mesures particulières je pourrais prendre de ce point de vue-là. Cela me paraît, un, du bon sens et, deux, un engagement politique qui devrait être tout à fait trans-partisan. Et, de ce point de vue-là, je pense qu'il est utile aussi de rappeler à toutes et tous qu'il faut s'abstenir de jeter de l'huile sur le feu, comme cela a été trop souvent le cas ces derniers mois.

 

Je voudrais conclure en faisant un certain nombre de considérations par rapport aux questions que vous avez posées ou aux réflexions que vous avez faites. La lutte contre toutes les discriminations doit être permanente. La lutte contre le racisme et la xénophobie sous toutes ses formes doit être intensifiée. La lutte spécifique contre l'antisémitisme ne peut être autre chose qu'une priorité nationale partagée.

 

La lutte contre les discours de haine, madame Schlitz, comme je le disais à Mme Hansez, doit bien sûr être l'affaire du gouvernement. Mais ça ne peut pas être que l'affaire du gouvernement. Il faut que tout le monde s'abstienne de prononcer des discours de haine et des discours d'amalgames, et que tout le monde les dénonce quand ils ont lieu, en tout cas au niveau du gouvernement fédéral. Et votre serviteur, comme ministre de la Sécurité intérieure, le fait au quotidien.

 

On m'a posé la question de savoir quel était l'appui fédéral qui pouvait être donné. Oui, il y a un appui fédéral, mais je voudrais quand même signaler de nouveau que c'est le travail de tout le monde. La police fédérale appuie de façon permanente la police locale. C'est son travail et c'est le principe même de la police intégrée à deux niveaux. J'ai déjà eu l'occasion de le dire mais je vais le répéter ici, les services de renseignement et de sécurité sont en alerte permanente – certainement vu les développements de la situation internationale.

 

La condamnation est importante. S'abstenir d'amalgames ou de flou, que je qualifierais parfois d’artistique plutôt que de politique, est aussi fondamental. Cette lutte contre l'antisémitisme – et je joins à cela la lutte contre le racisme, la xénophobie et toutes les formes de discrimination – ne peut être autre chose qu'un objectif partagé par tous les partis politiques en Belgique. Si ça n'est pas le cas, je suis désolé de vous le dire, mais le gouvernement tout seul n'y arrivera pas.

 

C'est aussi clair et précis que ça, et on ne peut pas faire croire que c'est la seule tâche du gouvernement. Je ne me dédouane pas de mes propres responsabilités, je les prends et nous luttons.

 

Mais non, madame Schlitz, ce n'est pas la tâche de ce seul gouvernement. Ce gouvernement prend des mesures, mais – je m'excuse – la condamnation des discours d'amalgame et des discours de haine, quels qu'ils soient, doit être globale, totale et sans équivoque.

 

Je vous remercie.

 

01.14  Sam Van Rooy (VB): Premier De Wever zei dat we antisemitisme ondubbelzinnig moeten bestrijden. Deze regering bestrijdt antisemitisme echter niet, deze regering importeert antisemitisme. Via asiel en migratie komt er massaal en vaak virulent antisemitisme binnen uit de moslimwereld. Deze regering faciliteert en subsidieert antisemitisme, namelijk de islam. Churchill noemde Mein Kampf niet voor niets de nieuwe Koran, minister.

 

Deze regering bestrijdt antisemitisme niet, deze regering tolereert antisemitisme, want wie in het Arabisch oproept om de Joden te verbranden, die heeft hier niets te vrezen. Wie schrijft dat men elke Jood een mes door de keel wil rammen, minister, wordt in dit land niet gestraft. Wie antisemitische jihadisten, zoals Hamasterrorist Sinwar, verheerlijkt, heeft in dit land niets te vrezen. De daders van antisemitische incidenten in Antwerpen worden niet of nauwelijks gestraft.

 

Het is zelfs nog erger, want deze regering wakkert zelf het antisemitisme aan. Deze regering behandelt Israël als de Jood onder de nazi's en belastert systematisch de Joodse staat. De linkse en de groene oppositiepartijen zijn nog erger, omdat ze antisemitische sentimenten hebben, omdat ze moslimkiezers willen paaien of omdat ze laf en lichtzinnig meehuilen met de wolven in het bos.

 

De N-VA en uw MR, minister, regeren met partijen die het antisemitisme voeden, namelijk Vooruit met Caroline Gennez en Conner Rousseau, cd&v met Sammy Mahdi en Les Engagés met minister Prévot. Met deze antisemitische aanslag op de synagoge in Luik oogst deze regering dus wat ze al jaren zelf heeft gezaaid, minister.

 

01.15 Minister Bernard Quintin: (…)

 

De voorzitter: Er zijn niet veel plaatsen waar er nog vrijheid van meningsuiting is, maar het Parlement is er wel een van. U hoeft het niet eens te zijn met wat hier wordt gezegd, maar het is wel ieders recht om hier iets te zeggen. Mijnheer de minister, het is uiteraard uw recht om het er niet mee eens te zijn.

 

01.16  Sam Van Rooy (VB): (…)

 

De voorzitter: Mijnheer Van Rooy, u hebt het woord niet.

 

Madame Delcourt, vous avez la parole.

 

01.17  Catherine Delcourt (MR): Monsieur le président, monsieur Van Rooy, merci de me laisser m'exprimer à mon tour.

 

Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse et de votre réaction ferme et mesurée. Surtout, merci pour vos actions.

 

L'explosion devant la synagogue de Liège constitue une attaque grave contre une communauté et contre nos valeurs démocratiques. Je tiens à nouveau à la condamner avec la plus grande fermeté. Ne soyons pas candides, mais lucides. Ces violences ne sortent pas du néant. Elles sont souvent précédées par des discours qui stigmatisent, désignent des boucs émissaires et banalisent la haine – un peu comme celui que nous venons d'entendre. Ces discours doivent être condamnés avec la plus grande fermeté, au même titre que les actes eux-mêmes.

 

Plusieurs collègues du MR et moi-même avons déposé une proposition visant à renforcer la lutte contre l'antisémitisme. La Belgique est aujourd'hui l'un des trois seuls États européens à ne pas avoir nommé de coordinateur national dédié à cette lutte, alors que c'est une recommandation exprimée par la Commission européenne depuis 2021. Ce retard doit être comblé. Nous le demandons dans notre proposition de résolution. C'est bien le MR qui prend cette initiative. Nous y demandons également de renforcer la sécurité des bâtiments juifs, qu'ils soient religieux, éducatifs ou culturels – vous agissez déjà en ce sens, monsieur le ministre –, par tous les moyens nécessaires, y compris par le déploiement de militaires en rue.

 

Face à l'antisémitisme, il faut une réponse politique, claire, forte et immédiate. C'est urgent; nous ne pouvons plus attendre. Et vous contribuez largement à appliquer cette réponse. Merci, monsieur le ministre.

 

01.18  Michael Freilich (N-VA): Mijnheer de minister, u zegt dat antisemitisme systematisch moet worden gemeld aan het parket. Dat is goed en ik steun u daarin.

 

Ik kan u echter alleen maar meegeven dat het parket ook systematisch de meeste klachten seponeert. Dat vind ik bijzonder jammer.

 

Ik weet dat dat te maken heeft met het grotere plaatje, namelijk dat Justitie vandaag niet over voldoende middelen beschikt. Niettemin is het bijzonder belangrijk om op de problematiek te blijven hameren. Justitie moet de nodige stappen kunnen zetten. Als mensen immers merken dat zij op straat of op sociale media ongestraft antisemitische daden kunnen plegen, is de volgende stap jammer genoeg een aanslag zoals wij die hebben gezien. Daar moeten wij dus tegen ingaan.

 

Een ander punt betreft uw verantwoordelijkheid voor het OCAD. Het OCAD wordt in zekere zin geviseerd. Dreigingsniveau 3 houdt vandaag eigenlijk niet veel steek. Het hele land zit immers op dreigingsniveau 3, hoewel we allemaal weten dat de joodse gemeenschap binnen het land op een nog iets hoger trapje staat. U kunt daar natuurlijk geen niveau 4 aan geven, want dat zou betekenen dat er meteen een aanslag zal gebeuren. Misschien is het daarom niet slecht om na te denken over een uitbreiding van het systeem, bijvoorbeeld van vier naar vijf niveaus. Ik stel vast dat er op dat vlak al jarenlang niets gebeurt. Mensen stellen mij immers terecht de vraag waarom er een combi staat voor een joodse school en niet voor een andere school, als niveau 3 overal geldt. Dan moet ik antwoorden dat ik dat zelf ook niet begrijp. We weten echter allemaal dat joodse scholen een doelwit kunnen zijn en soms ook zijn. Het lijkt mij daarom niet slecht dat u als minister, ondertussen al een jaar in functie, bekijkt of het OCAD kan evolueren samen met de huidige dreiging.

 

01.19  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.

 

Ik zal het iets rustiger houden, maar er blijven toch een aantal pertinente zaken te zeggen.

 

U zeilt mooi om de vraag over de inzet van militairen op straat heen. U hoeft inderdaad niet te wachten om daartoe maatregelen te nemen, maar de vraag blijft wel wat het nu wordt en ook de ruzie binnen de regering blijft bestaan. Zullen we militairen inzetten of niet? Ik weet dat u en uw partij daar voorstander van zijn, samen met een aantal anderen, maar verschillende regeringspartijen zijn het er niet mee eens. Ik vraag alleen dat daarover een duidelijke beslissing komt. Die duidelijkheid moet immers aan de bevolking worden geboden, zodat dat uitgeklaard is.

 

Ik wil nog één zaak onderstrepen. Een aantal collega’s proberen een amalgaam te maken van islamterrorisme en antisemitisme en ook u doet dat. Die begrippen worden vereenzelvigd, allemaal in dezelfde pot van haat en racisme. Er moet mij toch één ding van het hart. Alle terreurdaden van de laatste jaren uit religieuze hoek komen uit één welbepaalde hoek. Dat weet u goed. Ze komen niet uit de joodse gemeenschap, maar spijtig genoeg altijd uit islamitisch-extremistische hoek. Er staan meer dan 500 mensen op de OCAD-lijst. 90 % van hen wordt nu al bestempeld als potentieel terrorist en islamextremist. U moet dus niet alles in één pot steken. Men moet zeer gericht te werk gaan als men terrorisme adequaat wil bestrijden in dit land. Dat wilde ik toch nog even kwijt.

 

01.20  Isabelle Hansez (Les Engagés): Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.

 

La vigilance de nos services de sécurité et la protection des communautés visées doivent rester une priorité constante. Je me réjouis d'entendre que cela représente effectivement une priorité pour vous, mais aussi pour ce gouvernement.

 

On peut se réjouir aussi de la condamnation et de la volonté d'agir avec une grande fermeté. Vous avez bien précisé que le niveau 3 de l'OCAM n'empêchait pas des mesures adaptées pour certains sites juifs, comme les synagogues et les écoles. Je comprends bien que vous n'avez pas tout détaillé pour préserver leur utilité.

 

Je vous rejoins aussi sur l'idée qu'il y a aussi une responsabilité des autorités locales, via des mesures qu'elles peuvent prendre, grâce notamment au budget déployé dans le plan Grandes Villes.

 

Je voudrais terminer en disant que la réponse ne doit pas venir que de vous. Je vous suis. Les réponses ne sont pas que sécuritaires. Il est effectivement important de passer aussi notamment par l'éducation à tous les niveaux, via des discours politiques qui vont dans le sens dont nous discutons aujourd'hui.

 

01.21  Anthony Dufrane (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse claire, forte et ferme.

 

Je voulais aussi ajouter au débat la question que j'avais déposée fin février, avant cet attentat, et qui portait de manière générale sur l'antisémitisme croissant. Celle-ci a été jointe à ce débat d'actualité et sollicitait également toute une série de données qui, je le comprends bien, n'étaient pas nécessaires et risquaient d'alourdir le débat de ce jour. Je me permets dès lors de vous demander, monsieur le ministre, de me les transmettre de manière écrite ultérieurement.

 

01.22  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, je n'ai malheureusement pas eu beaucoup de réponses à mes questions. Vous condamnez bien entendu les événements. Par contre, vous n'avez pas répondu en ce qui concerne la lutte contre la haine en ligne. Or, des experts expliquent aujourd'hui encore dans la presse comment se structure ce type d'attaques et quelle en est l'origine. On sait que l'exposition en ligne à des discours de haine et à des théories du complot antisémite est régulièrement à l'origine de passages à l'acte, d'actes violents dans l'espace public ou d'attaques innommables, comme ce qui s'est passé à Liège. Je n'ai pas obtenu de réponse par rapport à cela.

 

Je vous ai, par ailleurs, posé une autre question très concrète. Quelles mesures avez-vous mises sur la table dans le cadre du plan d'action national contre le racisme (NAPAR)? Cela fait maintenant plus d'un an que le ministre Beenders nous dit: "Je travaille d'arrache-pied, vous allez voir ce que vous allez voir. Depuis 2001, il n'y a pas eu de plan mais, moi, je vais y arriver." En attendant, de sa part, on n'a pas un seul élément concret sur l'état d'avancement de ce plan, hormis une note méthodologique. Franchement! Et, de nouveau, même au niveau fédéral, on ne sait pas nous dire ici où on en est.

 

Depuis un an, je demande au ministre Beenders d'avancer déjà avec des mesures concrètes et de faire le plan en parallèle, parce qu'un plan interfédéral, c'est extrêmement compliqué. Et vous pouvez me croire; je l'ai porté avec deux collaborateurs à temps plein qui travaillaient sur le dossier mais, malgré cela, il a quand même fini par être bloqué sous la précédente législature. Par quel parti? Par la N-VA, par Mme Demir.

 

Aujourd'hui, il faut en effet continuer à agir dans le cadre d'un plan global, mais il faut aussi dès maintenant des actions concrètes du gouvernement fédéral. Or, aujourd'hui, on n'en voit pas la couleur. Je suis désolée de dire que le ministre Beenders a même effectué un recul en fusionnant différentes Conférences interministérielles (CIM). Aujourd'hui, une CIM rassemble à la fois Égalité des chances, Handicap et Lutte contre le racisme. On est donc face à un recul dans la lutte contre les discriminations, dans la lutte contre les discours de haine. Telle est la réalité aujourd'hui avec votre gouvernement! Et après, vous nous appelez, nous, à la responsabilité individuelle, alors qu'un gouvernement fédéral a une responsabilité immense dans la lutte contre ces discours et dans la propagation de la haine dans le pays. Ne vous dédouanez pas de vos responsabilités!

 

01.23  Brent Meuleman (Vooruit): De aanslag op een synagoge enkele dagen geleden verdient onze ondubbelzinnige veroordeling. Antisemitisme heeft geen plaats in ons land, net zoals er in onze samenleving geen plaats is voor eender welke vorm van religieus, politiek of ideologisch geweld. Wie mensen viseert om wat ze geloven, om wie ze zijn, om wie ze liefhebben of om wat ze denken, valt de fundamenten van onze democratische rechtsstaat aan. Daarom moet de veiligheid van alle burgers in ons land altijd en overal gegarandeerd zijn, ongeacht afkomst, overtuiging, geloof of identiteit.

 

Ik richt mij hiermee niet enkel tot de minister van Veiligheid, want mijnheer de minister, u verwees al naar de olie op het vuur. Collega's, in een wereld waarin de extremen toenemen en tegenstellingen steeds vaker worden uitvergroot, rust er op ons als volksvertegenwoordigers een grote verantwoordelijkheid, niet om verdeeldheid te voeden, maar om bruggen te bouwen. De kracht van onze samenleving ligt erin dat we ondanks onze verschillen blijven kiezen voor samenleving, respect en solidariteit. Daarom moeten we actief opkomen en strijden tegen elke vorm van haatspraak, antisemitisme, xenofobie, racisme of welke vorm van discriminatie dan ook.

 

01.24  Paul Van Tigchelt (Anders.): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses et pour votre condamnation.

 

Wij veroordelen uiteraard allemaal de aanslag; het zou er nog aan mankeren.

 

Ik heb gehoord dat we te allen prijze moeten vermijden dat de conflicten Israël-Palestina en Israël-Iran worden geïmporteerd, maar de geschiedenis leert ons dat de joodse gemeenschap jammer genoeg al sinds de jaren 80 het slachtoffer is van geïmporteerde conflicten. Op 27 juli 1980 gooide een Palestijnse terrorist handgranaten naar joodse schoolkinderen. Op 20 oktober 1981 ontplofte een bomauto voor een Antwerpse synagoge. Op 18 september 1982 was er een schietpartij aan de Grote Synagoge van Brussel. Recenter pleegde Mehdi Nemmouche een aanslag op het Joods Museum in Brussel. Dat was op 24 mei 2014. Nu is er de aanslag op de synagoge te Luik.

 

Mijnheer de minister, de joodse gemeenschap is al langer het slachtoffer van terrorisme in ons land. Dat is ook de reden waarom het OCAD het dreigingsniveau voor de joodse gemeenschap al sinds mensenheugenis onder niveau 3 inschaalt. De heer Freilich vond het kennelijk niet de moeite om te blijven, maar ik herinner eraan dat het OCAD zeer gediversifieerde veiligheidsniveaus hanteert. Het is niet omdat het veiligheidsniveau voor het hele land op niveau 3 staat  dat er geen specifieke veiligheidsmaatregelen voor de joodse gemeenschap van toepassing zijn. Trouwens, Justitie en politie nemen het viseren van de joodse gemeenschap en het antisemitisme wel degelijk ernstig. Als collega Freilich klaagt dat Justitie altijd maar zaken seponeert, dan stel ik voor dat hij daarover de minister van Justitie bevraagt en dat die samen met het openbaar ministerie overleg pleegt met de joodse gemeenschap, zoals dat in het verleden al gebeurde.

 

Mijnheer de minister, ik stel vast dat er bepaalde beveiligingsmaatregelen op de regeringstafel liggen. Het gaat dan over de inzet van militairen. De meerwaarde daarvan ontgaat mijn partij. Wij zijn meer voor het inzetten van gespecialiseerde politie. Het is alleszins beschamend dat dergelijke beveiligingsmaatregelen door politieke spelletjes worden tegengehouden, ten koste van de burgers in ons land, in casu ten koste van de joodse gemeenschap. De regering moet dat probleem oplossen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Vraag van Sam Van Rooy aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De televisiezender Al Jazeera" (56012732C)

02 Question de Sam Van Rooy à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La chaîne de télévision Al Jazeera" (56012732C)

 

02.01  Sam Van Rooy (VB): Minister, ik hoop dat u rustig neerzit en rustig luistert wanneer ik spreek en niet, zoals daarnet, wild begint te gesticuleren en dingen te roepen. Ik wil het hier on the record zeggen: als u dat nogmaals doet, dan zal ik op dezelfde manier reageren. Dat is voor niemand leuk, daar zit niemand op te wachten.

 

Over het aanwakkeren van antisemitisme gesproken, de Zwitserse televisiedistributeurs Swisscom en Sunrise hebben Al Jazeera Arabic van hun platforms verwijderd wegens het uitzenden van Hamaspropaganda, antisemitisme dus. Ze zijn hierin overigens niet de eersten. Al Jazeera – ik weet niet of u dat goed beseft, minister – is een zender van de jihadistische terreurstaat Qatar, die onder andere Hamas sponsort.

 

Op welke platforms zendt dit fantastische medium in België uit? Wilt u in dat geval actie ondernemen om ook in ons land Al Jazeera Arabic te bannen wegens het uitzenden van Hamaspropaganda? Zo niet, dan hoor ik graag waarom niet.

 

02.02 Minister Bernard Quintin: Ik heb al op 11 juni 2025 geantwoord op de gezamenlijke mondelinge vragen van uw collega’s De Maegd en Bergers over dit ontwerp. Ik verwijs graag naar het integraal verslag van die vergadering.

 

02.03  Sam Van Rooy (VB): Minister, herinnert u zich nog dat Russian Television in België en in de EU werd verboden? Over dat soort censuur valt natuurlijk veel te zeggen, maar ondertussen kan Al Jazeera, de zender van de jihadistische terreurstaat Qatar, hier wel voortdurend jihadistisch gif verspreiden.

 

We hadden daarnet een debat over de antisemitische aanslag op een synagoge in Luik. Al Jazeera wakkert antisemitisme aan, minister. Het voert propaganda voor Hamas en de moslimbroederschap. Daarom is Al Jazeera onder andere in een land als Egypte geblokkeerd.

 

Al Jazeera misbruikt onze vrijheid om die vrijheid te islamiseren en uiteindelijk af te schaffen. Het wordt hoog tijd dat u, dat deze regering, dat eindelijk eens beseft.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Samengevoegde vragen van

- Sam Van Rooy aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De toenemende spanningen en het geweld naar aanleiding van het Turks-Koerdische conflict" (56012821C)

- Jeroen Bergers aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De onrust over de ontsnappingen en de ongecontroleerde terugkeer van aan IS gelinkte Belgen" (56013485C)

- Jeroen Bergers aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De OCAD-lijst en de aanpak van extremistische groeperingen" (56013486C)

- Sam Van Rooy aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De talloze IS-jihadisten die wellicht op vrije voeten zijn in Syrië" (56013511C)

03 Questions jointes de

- Sam Van Rooy à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les tensions croissantes et les violences dans le cadre du conflit turco-kurde" (56012821C)

- Jeroen Bergers à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L'inquiétude à propos des évasions et retours incontrôlés de Belges liés à l'EI" (56013485C)

- Jeroen Bergers à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La liste de l'OCAM et la lutte contre les groupes extrémistes" (56013486C)

- Sam Van Rooy à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "De nombreux djihadistes de l'EI probablement en liberté en Syrie" (56013511C)

 

03.01  Sam Van Rooy (VB): Op donderdagavond 22 januari vielen zes gewonden bij een mesaanval op het Antwerpse Operaplein. Twee slachtoffers werden in kritieke toestand afgevoerd. Een passerende groep trok plots messen en begon mensen die op de trappen van het Operagebouw zaten, te steken. Een getuige: "Mensen liepen naar alle kanten, het was pure chaos."

 

Deze gewelddadige mesaanval past in het Turks-Koerdische conflict, dat door de voorbije regeringen massaal geïmporteerd werd en dat terug is van nooit weggeweest. Het valt te verwachten dat ook in ons land de spanningen verder zullen oplopen naarmate het conflict in het Midden-Oosten verder escaleert, mogelijk ook met gewelddaden en slachtoffers op ons grondgebied. Navbel, de Belgisch-Koerdische gemeenschapsorganisatie, spreekt van jihadistisch geïnspireerd geweld. Wat anders?

 

Minister, kunt u zeggen hoe u kijkt naar de import van eeuwenoude Midden-Oosterse conflicten op ons grondgebied? Welke maatregelen worden genomen om jihadistisch geweld tegen minderheidsgroepen uit het Midden-Oosten te voorkomen?

 

We weten ondertussen immers – daarom zijn deze vragen samengevoegd – dat Al-Hol, het grootste detentiekamp voor IS-jihadisten in Syrië, naar verluidt leegloopt. Zo’n 22.000 gevangenen, waaronder meer dan 6.000 afkomstig uit het buitenland, zouden op vrije voeten zijn. Minister, kunt u dit bevestigen? Welke informatie hebt u hierover?

 

Over hoeveel jihadisten met een Belgisch paspoort gaat het? Over hoeveel IS-jihadisten, afkomstig uit Europa gaat het? Als het Europeanen zijn, betekent het de facto dat ze ook naar België kunnen komen.

 

Tot slot, minister, hoe voorkomt deze regering dat dit soort jihadisten van Islamitische Staat, en anderen, een gevaar zullen vormen voor onze samenleving?

 

03.02  Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer de minister, de wereld staat niet stil. Op het moment dat ik deze vraag indiende, waren er grote verschuivingen in Syrië, waar het Syrische regeringsleger de Koerdische strijdkrachten in sneltempo aan het overrompelen was. Ondertussen is het volledige Syrische grondgebied opnieuw onder controle van het regeringsleger en de Koerden zijn daar verdreven. Dat heeft een aantal verontrustende situaties teweeggebracht.

 

U weet dat in de gevangeniskampen die door de Koerden werden bewaakt ontzettend veel Syriëstrijders vastzaten. In het grootste kamp, Al-Hol, zaten er 24.000, waarvan naar schatting 6.300 personen met andere nationaliteiten. Ook in detentiecentra als Al-Hasakah werd melding gemaakt van ontsnappingen van IS-verdachten en hun familieleden. Dat baart ons natuurlijk zorgen, zeker mij als Vilvoordenaar, omdat er heel veel mensen uit mijn stad naar Syrië vertrokken zijn en daar nog in die kampen vastzaten. Een van hen, die vermoedelijk uit een van die kampen ontsnapt is en ondertussen jammer genoeg is teruggekomen, is Fatima C. Zij werd bij aankomst in België onmiddellijk gearresteerd.

 

Mijnheer de minister, wij zijn van oordeel dat mensen die terroristische feiten plegen en de wapens opnemen tegen onze samenleving, hier niets meer te zoeken hebben en dat we hen moeten verhinderen terug te keren. Daarvoor hebben we recent ook een wetsontwerp goedgekeurd. Dat neemt echter niet weg dat de situatie momenteel bijzonder zorgwekkend is en dat er maatregelen moeten worden genomen. Daarom heb ik een aantal concrete vragen.

 

Kunt u, specifiek over Fatima C., toelichten op welke manier zij naar hier gereisd is? Kunt u bevestigen dat zij uit zo’n kamp ontsnapt is, of is er iets anders gebeurd?

 

Daarnaast vroeg ik mij af in welke mate wij vanuit de overheid en vanuit het OCAD zicht hebben op de situatie ter plaatse en op het aantal personen met de Belgische nationaliteit die daar nog vastzitten of mogelijk ontsnapt zijn. Hoe worden zij opgevolgd? Worden er bijkomende maatregelen genomen? Hebt u bijvoorbeeld contact met het Syrische regime om te bekijken wat er gebeurt met de mensen die vanuit ons land naar daar vertrokken zijn?

 

Mijn andere vraag ging specifiek over de nieuwe mogelijkheid die gecreëerd werd om ook bewegingen op de OCAD-lijst te kunnen opvolgen en niet langer enkel individuen. Daarvan zijn wij grote voorstander. De internationale ontwikkelingen, maar ook de ontwikkelingen in ons eigen land, bijvoorbeeld met Code Rood, tonen aan dat dit nodig en noodzakelijk is.

 

In dat verband hebben we vastgesteld dat de Amerikaanse regering recent verschillende takken van de moslimbroederschap – de Libische, de Egyptische, de Jordaanse en nog andere – op de terreurlijst heeft geplaatst en die dus als terroristische organisaties beschouwt. Ik vroeg mij af of er bij ons een gelijkaardige oefening gemaakt is met betrekking tot de moslimbroederschap. Hoe kijken wij naar die beweging en waar ligt de grens tussen veiligheidsopvolging, bestuurlijke maatregelen, opname op de OCAD-lijst en een expliciet verbod, dat we hopelijk zo snel mogelijk voor een aantal van die verenigingen kunnen uitvaardigen. U weet dat u onze steun hebt voor initiatieven die u in dat verband neemt.

 

Dank u wel voor uw antwoorden, mijnheer de minister.

 

03.03 Minister Bernard Quintin: Mijnheer Van Rooy, met betrekking tot de vragen over Al-Hol of de terugkeer van de Belgische FTF met de Italiaanse nationaliteit uit Syrië vorige maand, een FTF met Italiaanse nationaliteit, monitoren de veiligheidsdiensten de situatie in Noordoost-Syrië continu en met de grootste aandacht. De bevoegde diensten onderhouden nauw operationele contacten met hun internationale partners om alle informatie te verifiëren die betrekking kan hebben op mogelijke transfers of ontsnappingen waarbij Belgische FTF’s betrokken zijn. Het is momenteel niet mogelijk om met zekerheid te zeggen of er Belgische FTF’s in de natuur verdwenen zouden zijn.

 

Onze diensten waarschuwen er weliswaar al langer voor, zonder zich over de opportuniteit uit te spreken, dat het niet terughalen van FTF’s uit de kampen het risico inhoudt dat er mensen zouden verdwijnen of clandestien naar ons land zouden terugkeren. Ik kom als minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken bij wijze van spreken aan het einde van de keten. Wanneer Justitie een aanhoudingsmandaat heeft of wanneer Buitenlandse Zaken consulaire bijstand moet leveren, wordt de politie betrokken om een veilige omkadering te bieden en de FTF's vervolgens naar de gevangenis te begeleiden en verder op te volgen via de Strategie T.E.R.

 

Fatima C. zou via een grensovergang bij Gaziantep in Turkije beland zijn. Ik heb geen informatie over haar vervoersmiddelen om daar te geraken.

 

Mijnheer Bergers, u stelde een vraag over de groeperingen die in de gemeenschappelijke gegevensbank van het OCAD kunnen worden opgenomen. Die databank, de GGB T.E.R., is bedoeld om een administratieve opvolging te verzekeren en vormt dus geen gerechtelijke maatregel, noch een verbod. Voor de opname in die databank komen alleen die groeperingen in aanmerking die voldoen aan de criteria met betrekking tot haatpropaganda. Dat vloeit voort uit de wetswijziging van 2024. De kwalificatie als terroristische groepering is voor alle duidelijkheid een gerechtelijk element. Er zijn geen wettelijke criteria om te beslissen of er in een individuele dan wel groeperingsgebaseerde opvolging moet worden voorzien. Ook onze veiligheidsdiensten gaan bij hun beoordeling uit van de dreiging. Het is dus ook mogelijk dat wanneer een persoon in de GGB T.E.R. is opgenomen, ook de groepering waartoe die persoon behoort, wordt opgenomen. De aanpak en de maatregelen verschillen echter van geval tot geval.

 

Ik begrijp uw vraag naar een duidelijker kader om veiligheidsopvolging, bestuurlijke maatregelen en een expliciet verbod op organisaties te onderscheiden. Ik denk dat mijn voorontwerp om gevaarlijk radicale organisaties te verbieden daar dan ook aan tegemoetkomt.

 

Inzake uw laatste vraag, over de opname in de GGB T.E.R. van organisaties die tot de moslimbroederschap moeten worden gerekend, geef ik u mee dat ik daarvoor zeker opensta en dat zelfs zal verwelkomen, maar alleen als de veiligheidsdiensten bevestigen dat de desbetreffende organisaties aan de criteria voldoen. Ik deel een aantal van uw bezorgdheden, maar we moeten ons wel hoeden voor willekeur en dus steunen op de expertise en het professionalisme van onze diensten.

 

De kwestie van het al dan niet behouden van de nationaliteit van bepaalde personen valt niet onder mijn bevoegdheid.

 

03.04  Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, een Syrië-jihadiste, de 31-jarige Fatima C., is dus gewoon kunnen terugkeren naar België. De regering-De Wever voert systematisch een beleid waarbij behalve fatsoenlijke mensen ook moslimfundamentalisten in groten getale dit land binnenkomen.

 

Wie het Midden-Oosten importeert, wordt zelf het Midden-Oosten, inclusief de eeuwenoude clanoorlogen, zoals tussen de Turken en de Koerden. De Vlaming wordt steeds meer opgezadeld met gewelddadige importconflicten waar hij nooit om heeft gevraagd.

 

Niet-islamitische minderheden, zoals Perzen, hindoes, joden, druzen, jezidi’s, Assyriërs en andere christenen uit het Midden-Oosten en Afrika, worden door het globalistische beleid in België en in Europa opnieuw geconfronteerd met sharia en jihad.

 

Mijnheer de minister, scheid nu toch eens eindelijk het kaf van het koren.

 

03.05  Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer Van Rooy, u maakt veel verwijten aan de regering en aan de N-VA. Ik wil u eraan herinneren dat we met deze regering een wet hebben goedgekeurd die het mogelijk maakt om de dubbele nationaliteit af te nemen van mensen die voor terrorisme zijn veroordeeld. Er is veel meer nodig, maar het is een eerste stap. Uw fractie heeft toen procedureregeltjes proberen aan te wenden om de stemming van die wet tegen te houden. U zegt hier dus wel dat het allemaal strenger moet worden, maar de Vlaams Belangfractie heeft wel geprobeerd om die verstrenging van de regels en de aanpak van terrorisme tegen te houden. Dat vind ik zeer frappant.

 

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

De N-VA-fractie is van mening dat we FTF’s zo veel mogelijk moeten laten berechten in de landen waar ze terroristische aanslagen en verschrikkelijke daden hebben gepleegd. Ik ben helemaal niet blij om wat er met de Koerden is gebeurd. De Koerden hebben zeer goed en zeer sterk werk geleverd in de strijd tegen IS. Ik juich het dus niet toe dat zij nu hun autonomie kwijt zijn. Dat het Syrische regime opnieuw de macht heeft overgenomen over die kampen, biedt op dat vlak wel mogelijkheden tot berechting in Syrië zelf. Dat was namelijk zeer moeilijk, ook vanuit rechtsstatelijke principes, als die berechting door de Koerden moest gebeuren, aangezien zij niet werden erkend en geen uitgebreid juridisch systeem hadden. Het Syrische regime heeft dat wel.

 

Met mijn fractie pleit ik ervoor om nu met het Syrische regime te onderzoeken of die FTF’s daar vervolgd en berecht kunnen worden, in plaats van hen naar hier te halen voor berechting en opvolging. We hebben immers met Noura Firoud, een Vilvoordse Syriëstrijder die is teruggekomen, gezien dat die opvolging hier niet noodzakelijk beter verloopt.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Samengevoegde vragen van

- Kjell Vander Elst aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Het personeelstekort bij de luchtvaartpolitie (LPA) op Brussels Airport" (56012939C)

- Kjell Vander Elst aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De uitval van e-gates en de wachttijden op Brussels Airport" (56013418C)

- Britt Huybrechts aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De storing bij de paspoortcontroles op Brussels Airport" (56013422C)

- Jeroen Bergers aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Het technische probleem bij de grenscontroles op de luchthaven van Zaventem" (56013623C)

- Maaike De Vreese aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De operationele paraatheid van de grenscontrole bij de uitrol van het EES op Brussels Airport" (56013998C)

- Ortwin Depoortere aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De structurele overlast en de veiligheidsincidenten op Brussels Airport" (56014004C)

- Maaike De Vreese aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De structurele onderbezetting van de luchtvaartpolitie op Brussels Airport" (56014054C)

04 Questions jointes de

- Kjell Vander Elst à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La pénurie de personnel au sein de la police aéronautique (LPA) à Brussels Airport" (56012939C)

- Kjell Vander Elst à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La panne des portiques électroniques et les délais d'attente à Brussels Airport" (56013418C)

- Britt Huybrechts à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La panne des portiques de contrôle des passeports à Brussels Airport" (56013422C)

- Jeroen Bergers à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Le problème technique au niveau des contrôles frontaliers à l'aéroport de Zaventem" (56013623C)

- Maaike De Vreese à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La préparation opérationnelle du contrôle frontalier pour le déploiement de l'EES à Brussels Airport" (56013998C)

- Ortwin Depoortere à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les nuisances structurelles et les incidents de sécurité à Brussels Airport" (56014004C)

- Maaike De Vreese à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Le sous-effectif structurel de la police aéronautique à Brussels Airport" (56014054C)

 

04.01  Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, mijn vraag is tweeledig.

 

Ten eerste, er is personeelstekort bij de luchtvaartpolitie. Dat is niet nieuw. U hebt dat probleem geërfd. Al jarenlang slaagt men er niet in om de luchtvaartpolitie volledig te bemannen. Intussen wordt het tekort alsmaar problematischer, waardoor de wachttijden aan de grenscontroles op Brussels Airport elke zomer ook alsmaar langer worden. Dat leidt tot heel wat frustratie bij reizigers en veroorzaakt ook imagoschade en economische schade voor de luchthaven van Zaventem.

 

U moet er alles aan doen om het tekort bij de luchtvaartpolitie weg te werken. In de zomermaanden werd er extra personeel ingezet, waardoor de problemen tijdelijk wat minder groot waren. Zodra dat extra personeel echter weer verdwijnt en de tijdelijke maatregel afloopt, duiken dezelfde problemen opnieuw op, bijvoorbeeld bij een volgende vakantieperiode of bij piekmomenten in de week of in het weekend. Mijnheer de minister, hoeveel agenten zijn er bij de luchtvaartpolitie op Brussels Airport, zowel in absolute cijfers als in percentage, tekort? Welke concrete maatregelen zult u nemen om de personeelstekorten eindelijk duurzaam aan te pakken? Welke alternatieve oplossingen hebt u tot op heden al bekeken om het tekort op te vangen?

 

Ten tweede, op 6 en 7 februari hebben de e-gates gedurende een aanzienlijke tijd niet gefunctioneerd door softwareproblemen. Zoals het gaat in dit land, zitten de bevoegdheden redelijk verspreid, maar voor het onderhoud en de controle van de e-gates is alvast Binnenlandse Zaken verantwoordelijk. Mijns inziens moet u het gebruik van e-gates uitbreiden, naast de fysieke grenscontrole. Dan moeten de e-gates wel behoorlijk functioneren. Software- of onderhoudsproblemen moeten tot een minimum worden beperkt. In april van dit jaar zal immers het Europese Entry/Exit System (EES) volledig operationeel moeten zijn, vandaar mijn vragen.

 

Wat was de concrete oorzaak van het softwareprobleem? Worden de e-gates voldoende onderhouden en gecontroleerd? Is hun operationele betrouwbaarheid gegarandeerd? Kunt u garanderen dat de e-gates voldoende performant zullen zijn, wanneer het Europese EES volledig moet worden toegepast? Welke maatregelen neemt u om zowel de technische problemen als de personeelskrapte bij de luchtvaartpolitie aan te pakken, zodat de wachttijden op Brussels Airport structureel worden verminderd?

 

Ik kijk uit naar uw antwoorden.

 

04.02  Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer de minister, ik heb al een aantal keer vragen over de situatie op de luchthaven gesteld. Op 7 februari jongstleden zorgde een technisch probleem met de e-gates alweer voor bijzonder lange wachttijden. Dat is zeker niet het enige probleem, want men kampt ook met bijzonder lange wachttijden bij de grenscontrole. Sinds kort rijzen er ook meer problemen op de luchthaven zelf met zwervers, illegalen, daklozen, criminelen en drugsverslaafden, die echt voor overlast zorgen. Zij doen hun behoefte en masturberen op de luchthaven, waar kinderen inchecken.

 

Dat is heel slecht voor de reputatie van ons land. Het is ook slecht voor onze economie. De luchthaven is de tweede grootste economische motor van ons land. Het is belangrijk dat het daar veilig is. We zien dat een groot probleem zich naar onze luchthaven aan het verplaatsen is.

 

Mijnheer de minister, u hebt in het verleden al maatregelen genomen, waarvoor dank. Iedereen is het erover eens dat uw zomerplan een positief effect heeft gehad, maar de problemen vandaag maken duidelijk dat er meer structurele maatregelen nodig zijn.

 

Mijnheer de minister, wat was de oorzaak van het technische probleem? Hoe kunnen we een en ander aanpassen?

 

Mijn collega zal straks vragen over het EES stellen, maar er zijn ook problemen met onderbemanning en een gebrek aan capaciteit. Welke structurele maatregelen zult u nemen om met de luchtvaartpolitie en andere instanties van de federale politie die problemen aan te pakken? Wilt u very irritating police inzetten? Hoe kunnen we volgens u de private veiligheid versterken?

 

04.03  Maaike De Vreese (N-VA): Mijnheer de minister, ik zetel in dit Parlement sinds deze legislatuur, maar in 2022 hebben bijvoorbeeld mijn collega’s Sander Loones en Theo Francken de problematiek van onze grenscontroles al aangekaart, waarbij ze de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken aangemaand hebben om zeker en vast in gang te schieten voor de verdere uitrol van het EES en de aanbestedingen die daarvoor moesten gebeuren.

 

Ik meen dat het hier al een paar keren gezegd is door de collega’s, het economische belang van de luchthaven in Zaventem mag zeker en vast niet onderschat worden. Ook op het vlak van veiligheid mogen we geen steken laten vallen. Die luchthaven is onze toegangspoort.

 

Kortom, minister, u hebt daar iets geërfd waarvoor er veel werk aan de winkel is. Onze fractie steunt u volledig als u daar werk van maakt. Een van de zaken in kwestie is het Entry/Exit Systeem. Dat moet uitgerold worden tegen april, zogezegd voor 100 %.

 

We maken ons daar echter zorgen over. De paasvakantie komt eraan. De zomervakantie komt eraan. Op die piekmomenten zien we nu al dat het bijzonder lastig is om de wachtrijen onder controle te krijgen. Wij vragen ons dus af of het niet beter zou zijn om de Europese Unie te vragen de volledige uitrol te plannen voor een rustig moment, bijvoorbeeld na de zomervakantie? Tenzij u me natuurlijk kunt zeggen dat u daar al volledig klaar voor bent en dat het geen impact zal hebben.

 

We weten welke historiek dit dossier heeft. We zijn natuurlijk niet het enige land dat ter zake voor grote uitdagingen staat. Ook in Nederland kunt u uw licht opsteken om te horen in hoeverre men klaar is.

 

Ik heb een heleboel vragen opgelijst. Een aantal zijn al aan bod gekomen.

 

Welke personeels- en opleidingscapaciteit wordt vandaag concreet ingezet om de EES-uitrol op Brussels Airport operationeel te ondersteunen?

 

Welke impact op de reële wachttijden voor de federale grenscontrole op Brussels Airport verwacht u van de lopende testfases en de verdere automatisering?

 

Welke doelstellingen hanteert u inzake maximale wachttijden en inzake doorstroming tijdens de piekuren voor de federale grenscontrole op Brussels Airport, zowel bij aankomst als bij vertrek? Ik hoor dat er vooral in de ochtend tussen 6 en 7 uur een enorm piekmoment is. Het is belangrijk precies dan extra mensen in te zetten. Kunt u ervoor zorgen dat de federale politie precies in die uren in de boxen werkt, zodat de doorstroming voor de rest van de dag beter onder controle is?

 

Hoe is de operationele coördinatie georganiseerd tussen de federale politie, Brussels Airport Company en de andere betrokken grensactoren tijdens de overgangsfase? Welke noodprocedures zijn voorzien bij technische uitval of capaciteitsproblemen? Ik denk daarbij aan het incident begin februari 2026. Welke concrete bijsturingen werden sindsdien doorgevoerd om de veiligheid en de doorstroming te garanderen?

 

Voor mijn tweede vraag verwijs ik naar de schriftelijke versie.

 

De bezettingsproblemen bij de luchtvaartpolitie op Brussels Airport zijn al lange tijd bekend en blijven aanslepen. In juni 2025 gaf u zelf in commissie aan dat de luchtvaartpolitie in Brussel-Nationaal 408 personeelsleden telde waar er 534 voorzien zijn, goed voor een tekort van 23 procent. In periodes van verhoogde druk werd de werking tijdelijk ondersteund met bijkomende inzet, maar daarmee werd de onderliggende personeelskrapte niet opgelost.

 

Dat weegt door op de dagelijkse werking van onze belangrijkste luchthaven. Zodra de druk op de luchthaven stijgt, duiken opnieuw lange wachtrijen, extra operationele spanning en hinder voor reizigers op. Dat toont aan dat hier geen sprake is van een eenmalige opstoot, maar van een bezettingsprobleem dat al te lang blijft aanslepen.

 

De vraag is dus waarom een tekort dat al zo lang zichtbaar is nog altijd niet duurzaam is weggewerkt. Het is belangrijk te weten welke profielen vandaag precies ontbreken, waarom de instroom of retentie tekortschiet en welke structurele oplossing u vooropstelt voor de luchtvaartpolitie op Brussels Airport.

 

Daaromtrent volgende mondelinge vragen:

 

1) Hoe groot is het actuele personeelstekort bij de luchtvaartpolitie op Brussels Airport vandaag precies, in absolute cijfers en in percentage, en hoeveel personeelsleden zijn tijdens piekuren effectief inzetbaar voor de grenscontrole en de andere operationele opdrachten op de luchthaven?

 

2) Waarom is dit structurele tekort, ondanks eerdere alarmsignalen en tijdelijke maatregelen tijdens drukke periodes, vandaag nog altijd niet duurzaam weggewerkt?

 

3) Welke functies of profielen binnen de luchtvaartpolitie op Brussels Airport zijn vandaag het moeilijkst ingevuld, wat zijn volgens u de voornaamste oorzaken van die aanhoudende onderbezetting, en in welke mate speelt ook het ziekteverzuim daarin een rol?

 

4) Welk concreet rekruterings- en retentieplan voert u uit om dit tekort weg te werken, op welke termijn moet dat effect hebben en hoeveel bijkomende personeelsleden verwacht u effectief operationeel tegen de zomer van 2026?

 

5) Welke tijdelijke opvangmaatregelen gebruikt u vandaag zolang het kader niet op peil is, en welke impact hebben die maatregelen op de inzet van andere federale politiediensten of op andere opdrachten?

 

6) Welke alternatieve oplossingen hebt u tot op heden concreet onderzocht, toegepast of verworpen om de druk op de luchtvaartpolitie op Brussels Airport te verlichten, onder meer via een ruimer gebruik van e-gates, een andere operationele planning of de inzet van andere personeelscategorieën, en waarom hebben die tot vandaag niet tot een structurele verbetering geleid?

 

04.04  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, ik sluit mij aan bij de vorige vraagstellers.

 

Dit is inderdaad een erfenis uit het verleden. Niet alleen de heer Francken heeft daarover vragen gesteld, ook ik heb minister Verlinden meerdere keren ondervraagd over het personeelstekort bij de luchtvaartpolitie en over de lange wachtrijen.

 

Er is nu wel een bijkomend element en de heer Bergers verwijst er terecht naar. Er is overlast van mensen die daar niet moeten zijn. Het zou wel eens kunnen dat het CAW van Vilvoorde daarin een rol speelt en een aanzuigeffect creëert voor allerlei personen die daar niet moeten zijn. Er is sprake van zedenfeiten, drugsgebruik, hygiënische problemen en pogingen om beveiligde zones binnen te dringen. We moeten ervoor zorgen dat dit geen structureel karakter krijgt. Wat daar nu aan de gang is, wil ik zo snel mogelijk beëindigd zien. U kunt daarmee dus het best onmiddellijk aan de slag gaan en uw antwoord zal daarover duidelijkheid moeten brengen.

 

Het structurele probleem met betrekking tot het personeel van de luchtvaartpolitie is niet nieuw. Dat bestaat al vele jaren. Ik hoor nu al meer dan vijf jaar spreken over een tekort van 23 % en er is daarvoor nog altijd geen echt sluitende oplossing gevonden.

 

Dit allemaal in beschouwing nemende, hebt u een plan van aanpak om de personeelsbezetting bij de luchtvaartpolitie te verhogen?

 

Wie is eigenlijk verantwoordelijk om overlastplegers in de luchthaven de toegang tot het luchthavengebouw te ontzeggen?

 

Ik vraag specifiek naar de samenwerking tussen de luchtvaartpolitie, de uitbater van de luchthaven, de bestuurlijke overheden en desgevallend ook de stad Vilvoorde, die naar mijn mening ter zake een verantwoordelijkheid heeft. We moeten tot een geïntegreerde aanpak komen zonder dat u dat allemaal zelf moet oplossen.

 

Ik reken er dus op dat u de coördinatie in handen neemt – zo ken ik u ook – om de orde, de veiligheid en de hygiëne aan onze toegangspoort tot het land opnieuw op orde te krijgen. Ik kijk alvast uit naar uw antwoord.

 

04.05 Minister Bernard Quintin: Mijnheer de voorzitter, beste Kamerleden, mijn kabinet en ikzelf volgen de problematiek van de wachtrijen en de e-gates van nabij op. Storingen worden meteen gemeld en zo snel mogelijk opgelost. In het contract met de leveranciers zijn duidelijke afspraken vastgelegd, zowel inzake preventief als curatief onderhoud van de e-gates.

 

Bij kleine incidenten worden procedures toegepast door de operatoren van de e-gates. Als die geen soelaas bieden, wordt het bedrijf gecontacteerd. Dat moet reageren binnen de contractueel bepaalde normen. Zodra er een probleem rijst dat de operaties van de politie en/of de luchthaven beïnvloedt, wordt BAC meteen op de hoogte gesteld. Ook die procedure is formeel vastgelegd.

 

Bij een incident zoals dat op 6 februari 2026 beschikt elke partner over een permanent bereikbaar aanspreekpunt. De federale politie en BAC werken dan ook zeer nauw samen. Afhankelijk van het onderwerp wordt dagelijks, wekelijks, maandelijks of ad hoc overlegd over allerhande aspecten, zoals operaties, personeelsbeheer, capaciteits- en competentiebeheer, opleiding, IT-logistiek en infrastructurele problemen.

 

Ik ben zelf al drie keer naar de luchthaven gegaan voor werkvergaderingen met BAC, de LPA en de andere actoren. Uiteraard ben ik vaker op de luchthaven geweest voor privé- of werkreizen. Het betreft dus zeker een dossier dat ik niet alleen ernstig neem, maar ook effectief opvolg.

 

Het EES is grondig voorbereid en uitvoerig getest. Daarbij is gebruikgemaakt van alle beschikbare middelen en data. De resultaten zijn gedeeld met alle betrokken partners, zoals uitbaters, carriers en overheden.

 

Dat gezegd zijnde, is het bepalen van de exacte noden op het vlak van functionaliteit en performantie bij de introductie van een volledig nieuw systeem per definitie nooit exacte wetenschap.

 

Het technische defect van 6 februari betrof een softwaremalfunctie. De analyse en de verantwoordelijkheid voor het incident werden in samenspraak met de onderaannemer gerapporteerd. Op basis daarvan zijn corrigerende en preventieve maatregelen uitgevoerd, waaronder de aanpassing van de configuratieparameters en de versterking van de monitoring om herhaling van dit soort incidenten te voorkomen. Dat rapport is een technisch verslag dat werd opgesteld tussen de technici van de betrokken diensten en het bedrijf.

 

Wat het personeel betreft, is de capaciteit bij de LPA BruNat, de directie van de luchtvaartpolitie van Brussel-Nationaal, al jaren gekend en voor mij een duidelijke prioriteit. Op het niveau van de controleurs is er een tekort van 21 %. Dat heeft, naast andere elementen die niet onder mijn bevoegdheid vallen, een negatieve impact op de doorlooptijd bij de grenscontrole van de buitengrenzen van de Schengenzone en schaadt het imago van onze nationale luchthaven en dus ook van ons land.

 

Ik heb een zomerplan 2025 opgezet met een ongezien capaciteitsversterkend mechanisme om tijdens piekuren voldoende luchtverkeersleiders in te kunnen zetten. Dat heeft tot een merkbare verbetering geleid, die ook door BAC werd erkend. De maatregelen werden verlengd en zijn sinds 15 september 2025 structureel verankerd met een versterking via de SPN, SPC en DAS. Het is mijn ambitie om tegen het einde van 2026 de afdeling LPA BruNat van de federale politie in Zaventem met 60 extra personeelsleden te versterken. Die versterking is trouwens al ingezet. Voor alle duidelijkheid, de vorming van die mensen neemt bijna een jaar in beslag, omdat het om een zeer specifieke job gaat. Zoals u hebt gezegd, gaat het ook over veiligheid. We willen geen mensen die hun job niet goed kunnen uitvoeren aan een van de belangrijkste grenzen van ons land inzetten.

 

Het Europese EES heeft inderdaad tot doel de informatie over het verblijf van niet-Schengenonderdanen te stroomlijnen en te centraliseren. De recente activering van dat systeem in alle lidstaten van de beveiligde Schengenzone leidt momenteel echter tot een verlenging van de duur van de grenscontrole. Dat komt door de systematische registratie van biometrische gegevens van de passagier, ook al gebeurt die registratie geleidelijk, zoals in de quasi totaliteit van de andere lidstaten.

 

Wat ons specifiek betreft, werken de politiediensten op basis van de toestemming van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ), onder de bevoegdheid van de minister van Asiel en Migratie, aan het gebruik van e-gates voor de exit van de Schengenzone en aan een optimalisatie van de apparatuur voor de grenscontroles. Dat werk wordt zowel op aan e-gates als de kiosken uitgevoerd, om de controles die voor de exit van de Schengenzone kunnen worden geautomatiseerd, zo veel mogelijk te automatiseren, in overeenstemming met de beslissing van de DVZ.

 

Er worden momenteel technische tests uitgevoerd. Op basis van de resultaten daarvan zullen uiteraard beslissingen worden genomen. Ik wil echter benadrukken dat die apparatuur nog niet volledig is geïnstalleerd en nog moet worden geplaatst door de exploitant BAC die hieraan werkt in het kader van de permanente samenwerking tussen de diensten. Bovendien wachten we nog op een juridische analyse van de DVZ met betrekking tot de voorwaarden van de controle bij de entry van de Schengenzone. Ik herhaal dat de DVZ niet onder mijn bevoegdheid valt.

 

Er is wel permanente en noodzakelijke coördinatie met de DVZ en met BAC, aangezien automatisering niet de enige manier is om de controletijden te verbeteren. Het is ook noodzakelijk het aantal posities voor manuele controle uit te breiden en de infrastructuur en de omkadering van de passagiersstromen voor de grenscontrole zo goed mogelijk aan te passen. Ter herinnering, er is één box extra bij de aankomsten. Dat betekent dat we van tien naar twaalf controleurs zijn gegaan. Ter herinnering, die controleurs komen nu al om zes uur ’s morgens aan, ook wanneer ze niet voor de LPA werken, maar als versterking worden ingezet.

 

We blijven echter afhankelijk van de beslissingsbevoegdheid van het departement Asiel en Migratie. Mijn collega Anneleen Van Bossuyt is bevoegd om te beslissen op welke manier een passagier wordt gecontroleerd en zij bepaalt welke passagier wordt gecontroleerd en hoe. Haar diensten bepalen de voorwaarden en vereisten voor de uitvoering van de grenscontrole en hebben de voogdij over de Dienst Vreemdelingenzaken. Zij bepalen dus ook de autorisatie die de politiediensten vervolgens ontvangen om de controles uit te voeren.

 

Ik wacht nog op een voorstel van mijn collega om een uitstel van de 100 % voor te stellen aan de commissie. Als die vraag komt, zal ik die volledig steunen. We moeten duidelijk zijn. Op een bepaald moment moeten we toch naar 100 % gaan, maar daarvoor hebben we meer tijd nodig. We zijn bovendien niet het enige land dat een uitstel zal vragen.

 

Ik wil ook een woordje zeggen over de situatie op de luchthaven, die meer behoort tot de bevoegdheden van de bestuurlijke politie. Er is een duidelijke stijging van de problematiek. Dat erken ik. Ik doe mijn best om de federale politie daar te versterken, maar ik wil van de gelegenheid gebruikmaken om een pleidooi te houden. Er zijn veel te veel politiezones in Vlaams-Brabant. Het zijn kleine politiezones die niet over voldoende capaciteit beschikken. Neem bijvoorbeeld Zaventem, met 100 vte's. Ik begrijp dat, als ik een versterking van de lokale politie van Zaventem vraag, men terecht zegt dat dat niet mogelijk is, gelet op hun capaciteit.

 

Ik wil er dan ook sterk voor pleiten om de politiezones in Vlaams-Brabant aan te moedigen om te fuseren en zo een kritieke massa te creëren. Dat is ook de geest van het mooie wetsvoorstel over de fusie van politiezones. Die fusie is verplicht in Brussel, maar wordt aangemoedigd in de rest van ons land.

 

U weet dat ik graag van 180 zones naar een 60-tal zou gaan. Dat moet eerst in Vlaams-Brabant gebeuren, om verschillende redenen, maar zeker ook omwille van onze luchthaven. Dat is immers een van de belangrijkste aankomstpunten en een van de belangrijkste economische clusters van ons land. Mijnheer de voorzitter, mijn excuses dat ik van deze gelegenheid gebruikgemaakt heb om die boodschap mee te geven.

 

De voorzitter: Dat laat ik met plezier toe, mijnheer de minister.

 

04.06  Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, dank u voor uw duidelijk en omstandig antwoord.

 

Ik hoef u niet te herhalen dat u in mijn fractie ook een supporter vindt voor de fusie van de politiezones, zeker in Brussel. Ik neem uw aanzet ter harte om de zones in Vlaams-Brabant aan te moedigen om te fuseren. Ik denk dat collega Bergers dat ook zal doen.

 

Mijnheer de minister, ik ben tevreden dat een oplossing voor de aangekaarte problematiek voor u een prioriteit is, want het gaat over de toegangspoort tot de hoofdstad van Europa, die voor bijzonder veel jobs, welvaart en economische meerwaarde in ons land zorgt.

 

U bent inderdaad niet bevoegd voor het EES en de e-gates. Ik ben er echter van overtuigd dat, eens de e-gates goed functioneren, er meer moeten komen en ook voor meer nationaliteiten, zowel bij vertrek als bij aankomst. Dat zal de druk op de fysieke grenscontrole doen afnemen. Aangezien mevrouw Van Bossuyt ter zake bevoegd is, zal ik haar daarover ondervragen.

 

U hebt de ambitie om 60 extra personeelsleden bij de LPA aan te werven. Ik ken de absolute cijfers niet, maar 60 extra personeelsleden zou het tekort van 21 % kunnen aanvullen, vermoed ik. Dat zou een goede zaak zijn. Alleen weet ik dat men in de afgelopen jaren ook altijd de ambitie had om het tekort weg te werken, maar dat men daar vooralsnog nooit in geslaagd is. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat u daar wel in zult slagen.

 

Er zijn ook andere mogelijkheden en oplossingen. Collega’s De Vreese en Bergers hebben daar ook al naar verwezen. Zowel de Directie Beveiliging als de private veiligheidsdiensten zouden een aantal taken kunnen overnemen. Controles uitvoeren is geen rocket science. Als men hun medewerkers goed opleidt, dan kunnen die zeker die taken behartigen.

 

De luchthaven van Zaventem is te belangrijk om meerderheid-oppositiespelletjes te spelen. We moeten het probleem grondig aanpakken, in het belang van de luchthaven, onze economie en de veiligheid aldaar.

 

In de verschillende uiteenzettingen van vandaag zat er heel wat eten en drinken voor oplossingen. Ik zal het dossier zeker opvolgen, mijnheer de minister, en ik wens u veel succes.

 

04.07  Jeroen Bergers (N-VA): Bedankt voor uw antwoord, mijnheer de minister.

 

Ik dank trouwens ook de heer Vander Elst voor zijn betoog, waar ik grotendeels mee akkoord ga. Ik kan hem alvast verzekeren dat hij geen voorafname doet door te veronderstellen dat ik akkoord zou gaan met meer fusies van politiezones in Vlaams-Brabant. Met politiezone VIMA zijn wij namelijk vragende partij. Vandaag nemen we – ik zit zelf ook in de politieraad – ’s nachts al heel vaak de permanentie over van andere zones. We zijn dus zeker vragende partij, ook al houdt de politieraad dan op te bestaan, maar dat vind ik niet erg, integendeel.

 

We moeten wel realistisch blijven. De fusies alleen zullen de problemen niet oplossen, gelet op de grote personeelstekorten. De collega heeft ook zeer goed geschetst dat men al jaren de ambitie heeft op dat recht te trekken, maar dat dat niet lukt.

 

Mijnheer de minister, er is veel aan de Brusselse regering dat ik niet fantastisch vind, maar ik vind het wel fantastisch dat er nu een prioriteit wordt gemaakt van de aanpak van de problemen van Brussel-Zuid. Dat was ook echt nodig. Ik weet dat u dat als minister ook heel belangrijk vindt.

 

We moeten wel vermijden dat de luchthaven van Zaventem het nieuwe Brussel-Zuid wordt. Als er dus extra maatregelen worden genomen in Brussel-Zuid, dan toont de situatie vandaag aan dat er ook extra maatregelen nodig zijn op de luchthaven van Zaventem. Zo niet verplaatsen we het probleem gewoon en loopt het uit de hand. Beide hubs zijn immers cruciaal voor de reputatie van ons land.

 

We zijn dus echt vragende partij om structureel meer mensen in te zetten en capaciteit vrij te maken, ook vanuit Vilvoorde. Dan moeten we daar wel de mogelijkheid toe hebben, net zoals de luchthaven vaker een beroep moet kunnen doen op private veiligheidsdiensten. Dan moeten we wel de bevoegdheden van die diensten uitbreiden, zodat ze ook zelf verantwoordelijkheid kunnen nemen.

 

Tot slot, ook al had het zomerplan – dat is niet uw verantwoordelijkheid – een positief effect op een aanslepend probleem, het zou goed zijn, mochten er vanuit het federale niveau meer acties ondernomen worden om de veiligheid op de luchthaven en een goede doorstroming te garanderen, zodat onze economie gewaarborgd blijft, onze veiligheid verzekerd is en onze reputatie niet wordt besmeurd. Dat mag u vrij letterlijk nemen.

 

04.08  Maaike De Vreese (N-VA): Minister, ik ben blij dat u er een prioriteit van zult maken om voor onze luchtvaartpolitie extra personeel te voorzien. Die 60 in 2026 is zeker en vast een goede stap. Er is echter een tekort van meer dan 20 %, dus ik meen dat we ook in de jaren daarna minstens dezelfde inspanning nodig zullen hebben om de personeelscapaciteit op peil te krijgen.

 

Dan is het goed te kijken naar de uitgebreide bevoegdheden inzake de DAB, zodat u die mensen daar flexibel kunt inzetten. Grenscontroles zijn belangrijk, dat wil ik hier toch benadrukken.

 

Wat de binnenkomstvoorwaarden betreft, meen ik dat u het met mij eens zult zijn dat een versoepeling uitgesloten is. We mogen absoluut niet verslappen op het vlak van veiligheid en evenmin een aantrekkingspool voor illegale migratie creëren. Daarvoor zijn de kennis en de kunde van de gespecialiseerde politiediensten die aan onze grensposten zitten van cruciaal belang.

 

Ik meen dat het belangrijk is dat de juridische analyse van de Dienst Vreemdelingenzaken er snel komt, zodat jullie samen verdere stappen kunnen ondernemen. Dit is geen of-ofverhaal, het is een en-enverhaal. Er zit een bevoegdheid bij Asiel en Migratie, maar de uitvoering daarvan zit bij u als minister.

 

Ik ben blij te horen dat u ter zake stappen neemt en dat u er samen met ons een prioriteit van wilt maken.

 

04.09  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, we zijn eigenlijk twee problematieken met elkaar aan het verweven.

 

Er zijn de grenscontroles. Daarop hebt u zeer uitvoerig geantwoord. Dat is deels ook een technische discussie. U verwijst terecht naar minister Van Bossuyt, die daarin ook haar verantwoordelijkheid moet nemen. Alleszins, mevrouw De Vreese, zijn grenscontroles veel belangrijker dan de zogenaamde binnenkomstcontroles, waarvan we nu al weten dat ze geen resultaat opleveren. In grenscontroles geloof ik wel, maar dan moeten er inderdaad manschappen bij komen. Mijnheer de minister, u spreekt nu over 60 extra personeelsleden bij de luchtvaartpolitie. Ik ben daar blij om, maar ik hoor dat al zeer lang. Ik hoop dus dat dit ook op het terrein voelbaar zal zijn.

 

Mevrouw De Vreese, mijnheer Bergers, ik hoop ook dat u samen met mij, als Vlaams nationalisten, een beetje in het oog houdt dat de tweetaligheid bij de luchtvaartpolitie in orde is. Het schijnt dat dit niet altijd het geval is. We zullen daar echter zeker en vast nog op terugkomen via schriftelijke en mondelinge vragen.

 

Wat de overlast in de luchthavengebouwen betreft, de reizigers hebben niet veel boodschap aan wie precies wat zal doen. Het is vooral het moment om iets te doen, of dat nu gedaan wordt door de lokale politie of door de federale politie.

 

De fusie van politiezones zal dat hopelijk structureel verhelpen, maar zover zijn we nog niet, mijnheer Bergers. We wachten nog op het wetsontwerp en we moeten dat daarna nog uitrollen. De politiezones zullen dat waarschijnlijk ook nog moeten bestuderen, enzovoort. Ik voorspel niet dat het binnen de kortste keren in orde zal zijn, al hoop ik uiteraard van wel. Intussen moeten we wel nu die overlast aanpakken. Dat is mijn boodschap en de oproep die ik vandaag wil doen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Samengevoegde vragen van

- Sam Van Rooy aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De dreiging tegen Iraniërs op ons grondgebied" (56013063C)

- Sam Van Rooy aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De oorlog met Iran, de jihadistische dreiging en het geweld in dit land" (56013761C)

- Sam Van Rooy aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De pro-Khamenei betoging aan de Amerikaanse ambassade" (56013856C)

- Ridouane Chahid aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De NVR en de maatregelen inzake binnenlandse veiligheid" (56013869C)

- Ortwin Depoortere aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De impact van buitenlandse conflicten en de geplande herdenking van een Iraanse leider in Molenbeek" (56014030C)

05 Questions jointes de

- Sam Van Rooy à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les menaces visant des Iraniens sur notre territoire" (56013063C)

- Sam Van Rooy à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La guerre avec l'Iran, la menace djihadiste et la violence dans ce pays" (56013761C)

- Sam Van Rooy à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La manifestation pro-Khamenei devant l'ambassade américaine" (56013856C)

- Ridouane Chahid à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Le CNS et les mesures en matière de sécurité intérieure" (56013869C)

- Ortwin Depoortere à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L'impact de conflits étrangers et le projet de commémoration d'un dirigeant iranien à Molenbeek" (56014030C)

 

05.01  Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, de operaties Roaring Lion en Epic Fury zijn volop aan de gang. Niet alleen de jihadistische massaslachter Ali Khamenei, maar ook tientallen hooggeplaatste jihadisten van de IRGC of andere organen van het moorddadige islamitische regime werden reeds uitgeschakeld.

 

Dat is geweldig nieuws, maar dat heeft ook gevolgen voor de veiligheid bij ons. Duitsland heeft gewaarschuwd dat Iraniërs die hier leven het risico lopen op intimidatie en pesterijen, waaronder ook cyberaanvallen, door actoren van het islamitische regime in Iran. Regelmatig zijn er meldingen van pogingen van de Islamitische Republiek Iran om opponenten in het buitenland te monitoren, te bedreigen of onder druk te zetten. Volgens de informatie die ik krijg, is dat ook in België het geval.

 

Wat onderneemt u daartegen? Hebben de overheid en uzelf een zicht op Iraniërs in dit land, bijvoorbeeld studenten, die gelieerd zijn aan of supporteren voor het islamitische regime in Iran? Zo neen, wordt het dan niet eens hoog tijd om daar serieus werk van te maken, nu het islamitische regime mogelijk op instorten staat, wat wij althans hopen?

 

Hoe groot schat België de jihadistische dreiging vanuit Iran in? Wordt er bijvoorbeeld een lijst opgesteld met mogelijke doelwitten om die te beveiligen of extra te beveiligen? Ik krijg graag een toelichting.

 

Tot slot, recent vond aan de Amerikaanse ambassade een pro-Khameneibetoging plaats. Zopas werd in Molenbeek voor deze islamonazistische massamoordenaar een herdenking georganiseerd. Graag verneem ik in hoeverre de organisatoren en deelnemers daaraan worden opgespoord en opgepakt met het oog op deportatie.

 

De voorzitter: De heer Chahid is niet aanwezig.

 

05.02  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

 

Begin maart circuleerde op sociale media een oproep voor een herdenkingsbijeenkomst in Sint-Jans-Molenbeek voor de overleden Iraanse ayatollah Ali Khamenei. Tegelijk ontstond er mobilisatie voor een tegenbetoging van tegenstanders van het Iraanse regime, wat de kans op spanningen en mogelijke incidenten deed toenemen. Deze evenementen gaan niet door, maar zouden ons alsnog zorgen moeten baren. Buitenlandse geopolitieke conflicten vertalen zich naar spanningen op ons grondgebied.

 

Werd door de federale veiligheidsdiensten een risicoanalyse gemaakt van mogelijke spanningen in België naar aanleiding van de recente ontwikkelingen in Iran?

 

In welke mate ziet de minister het risico dat het conflict in het Midden-Oosten wordt geïmporteerd naar dit land via demonstraties, mobilisatie van diasporagroepen of buitenlandse beïnvloeding?

 

Zijn er aanwijzingen dat organisaties of individuen in België banden hebben met buitenlandse regimes of organisaties die politieke mobilisatie organiseren rond dergelijke conflicten?

 

Welke maatregelen nemen federale politiediensten en inlichtingendiensten om escalatie in dit land te voorkomen?

Hoe staat u tegenover dergelijke herdenkingen?

 

05.03 Minister Bernard Quintin: Mijnheer Van Rooy, mijnheer Depoortere, sinds de start van operatie Epic Fury monitoren de veiligheidsdiensten de situatie en de mogelijke gevolgen ervan voor België nauwgezet op. Het dreigingsniveau is, zoals u weet, niet gewijzigd en blijft op drie, op een schaal van vier.

 

Waakzaamheid blijft geboden, vooral wat betreft Amerikaanse, Israëlische en Iraanse belangen. Ook wat betreft links-extremistische groeperingen blijft aandacht geboden.

 

Mijnheer Van Rooy, de betogingen die tot op heden hebben plaatsgevonden, hebben geen gewelddadige incidenten veroorzaakt. De deelnemers worden dan ook niet gescreend. Vreedzaam protesteren is toegestaan op basis van onze Grondwet.

 

Zoals gezegd blijft het dreigingsniveau op drie. Niveau vier betekent immers het opleggen van een soort lockdown, wat u zeer goed weet. Ik zal traditiegetrouw niet ingaan op het concrete veiligheidsdispositief, maar alle federale en lokale veiligheidsactoren hebben via het NCCN de te nemen maatregelen ontvangen.

 

Hoewel er op dit moment geen concreet element bestaat dat wijst op een wil of een operationele logistieke capaciteit van Iran in België, kan die hypothese niet volledig worden uitgesloten. Die vaststelling geldt met name voor de mogelijkheid van het bestaan van slapende cellen die mogelijk gelinkt zijn aan de Iraanse inlichtingendiensten, aan de IRGC of aan Hezbollah. Ook het handelen van een lone actor kan niet worden uitgesloten.

 

05.04  Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, naast veel fatsoenlijke mensen uit Iran wonen er in België en Europa ook heel wat agenten en supporters van de moorddadige Islamitische Republiek. Dat is het resultaat van het reeds decennialang gevoerde globalistische beleid, onder andere door uw partij en ook door deze regering.

 

Moslims, al dan niet uit Iran, organiseren hier nu zelfs demonstraties of herdenkingen voor de islamonazistische massamoordenaar Khamenei. Ze spreken zich op sociale media uit voor de terroristen van het islamitische regime, soms zelfs met dreigende taal tegenover fatsoenlijke Iraniërs en tegenover onze samenleving. Zo ver is het vandaag gekomen in Belgistan.

 

Mijnheer de minister, alle agenten en supporters van de Islamitische Republiek moeten het land worden uitgezet, of er zullen ongelukken gebeuren.

 

05.05  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.

 

We zijn beiden tegenstanders van het importeren van buitenlandse conflicten, maar we merken dat de realiteit ons inhaalt. De herdenking van een Iraanse leider in Molenbeek, in hartje Brussel, brengt mij tot de vaststelling dat dat buitenlands conflict al geïmporteerd is. We kunnen het niet meer tegenhouden, het is er al. Ik hoop dat onze veiligheids- en inlichtingendiensten daar zeer waakzaam voor zijn en ingrijpen wanneer nodig.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Samengevoegde vragen van

- Sam Van Rooy aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De radicalisering, een steeds groter probleem" (56013080C)

- Sam Van Rooy aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De torenhoge en disproportionele dreiging van jihadistische terreur" (56013081C)

- Ortwin Depoortere aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De jihadistische propaganda en de omzeiling van online tegenmaatregelen" (56013496C)

- Jeroen Bergers aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "TikTokterreur" (56014049C)

06 Questions jointes de

- Sam Van Rooy à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L'aggravation continue de la radicalisation" (56013080C)

- Sam Van Rooy à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La menace colossale et disproportionnée du terrorisme djihadiste" (56013081C)

- Ortwin Depoortere à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La propagande djihadiste et les techniques utilisées pour contourner les mesures en ligne" (56013496C)

- Jeroen Bergers à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Le terrorisme sur TikTok" (56014049C)

 

06.01  Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, we blijven bij hetzelfde thema. Ondertussen telt al een op de drie Vlaamse steden en gemeenten minstens één inwoner die opgenomen is in de gemeenschappelijke gegevensbank van het OCAD. De tijd dat radicalisering een grootstedelijk probleem was, is voorbij, aldus Vlaams minister Zuhal Demir. Jongeren radicaliseren alsmaar jonger en steeds vaker online. De Vlaamse regering heeft een nieuwe versie van het actieplan ter preventie van gewelddadige radicalisering klaar. Burgers die afglijden richting gewelddadige radicalisering en extremisme, moeten worden geholpen via zogenaamde disengagementtrajecten, zo zegt de Vlaamse regering. Als het kind maar een naam heeft.

 

Mijnheer de minister, wat is uw reactie op die zorgwekkende tendens? Wat is volgens u de oorzaak ervan? Welke lessen worden getrokken en welke rol neemt de federale regering op om die radicaliseringstendens te keren?

 

De Veiligheid van de Staat zegt over de terreurdreiging in dit land dat de overgrote meerderheid, 82 %, betrekking heeft op jihadistisch terrorisme. De mediane leeftijd bedraagt daarbij 22 jaar. Het aandeel moslims in België bedraagt naar schatting slechts 8 %. De terreurdreiging die voortkomt uit de islamitische jihad, is dus disproportioneel groot.

 

Mijnheer de minister, hoe verklaart u die enorme oververtegenwoordiging? Vindt u dat de dalende leeftijd erop wijst dat het integratiemodel faalt? Betekent het dat ook een gelijkaardig percentage van de focus, de middelen en de mankracht, dus ongeveer 82 %, naar de bestrijding van de islamitische jihad gaat?

 

Wat onderneemt u tot slot om dat torenhoge cijfer naar beneden te brengen?

 

06.02  Ortwin Depoortere (VB): Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

Vanuit het Nederlandse Openbaar Ministerie klinkt dat extremistische groeperingen, in het bijzonder islamitische terreurgroepen zoals de Islamitische Staat (IS), steeds vaker geavanceerde technieken gebruiken om online detectiesystemen te omzeilen en hun propaganda te verspreiden. Zij maken gebruik van alternatieve platformen, versleutelde communicatiekanalen, gamingplatformen, codetaal en aangepaste beeld- en tekstformaten om filters te ontwijken. In Nederland werden hiervoor ook 16 verdachten opgepakt.

 

Deze evolutie bemoeilijkt het werk van veiligheidsdiensten en politiediensten aanzienlijk. Gelet op de blijvende dreiging van jihadistisch terrorisme in Europa en de eerdere feiten in ons land, is dit een ernstige ontwikkeling. Online radicalisering vormt immers een belangrijke opstap naar geweld, rekrutering en het plegen van jihadistische aanslagen.

 

Terzelfdertijd toont het pijnlijk aan hoe online censuurpraktijken veelal onschuldige burgers straffen terwijl mogelijke terroristen de dans ontspringen.

 

Beschikken onze veiligheidsdiensten over actuele informatie dat ook in België dergelijke evoluties met actieve jihadistische of extreemlinkse netwerken gaande zijn?

 

In welke mate zijn OCAD, Staatsveiligheid en de federale politie hiertegen opgewassen, zowel technisch als operationeel?

 

Worden onze veiligheidsdiensten gefocust op de reële jihadistische en extreemlinkse dreigingen?

 

Erkent u dat brede onlinecensuurmaatregelen en initiatieven zoals Chat Control ineffectief zijn en vooral onschuldige burgers treffen?

 

Hoe verloopt de samenwerking met Europese partners inzake het monitoren en verwijderen van jihadistische invloeden op de samenleving?

 

Wordt er specifiek ingezet op de opsporing van geradicaliseerde individuen met migratieachtergrond die via onlinekanalen worden gerekruteerd?

 

Hoe wordt vermeden dat België opnieuw een veilige haven wordt voor extremistische netwerken die elders onder druk staan?

 

06.03  Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer de minister, de Nederlandse politie heeft op dinsdag 10 februari 15 mensen opgepakt, omdat ze via TikTok gebruikers, jongeren zouden hebben aangespoord tot het plegen van terreuraanslagen. Ze worden verdacht van opruiing en van terroristische misdrijven. Opvallend is dat van de 16 verdachten er 4 minderjarig zijn. De jongste is 16 jaar oud. De politie zet het onderzoek voort. Volgens de Nederlandse openbare omroep NOS sluit men niet uit dat er nog arrestaties zullen volgen.

 

Tot op heden is er in het onderzoek geen sprake van een Belgische verdachte. We merken wel dat op het medium TikTok heel wat extremistische bewegingen oproepen tot acties die allesbehalve wenselijk zijn. Het algoritme zorgt er bovendien voor dat zulke video’s soms honderdduizenden keren worden bekeken. In het rapport Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland van december 2025 waarschuwt de nationale Nederlandse terrorismecoördinator specifiek voor dat soort onlinepropaganda. Ook hier is daarover al eerder een debat gevoerd.

 

Is er weet van Belgische jongeren die via TikTok geradicaliseerd werden door jihadistische propaganda? Is er samenwerking met Europese en Nederlandse diensten om het fenomeen op te volgen?

 

Welke maatregelen neemt ons land en welke maatregelen neemt u tegen TikTok als onlinepropagandatool voor terreurorganisaties en extremistische bewegingen?

 

Over welke slagkracht beschikken het OCAD, de staatsveiligheid en de federale politie tegen dat soort praktijken? Zijn er voorbeelden waarbij propaganda al offline is gehaald?

 

Wat is onze boodschap? Wat doen we met de sociale mediaplatformen, specifiek TikTok?

 

Bestaat er, zoals in Nederland, de mogelijkheid om onlinehaatpropaganda via TikTok laagdrempelig te melden bij de overheid in plaats van alleen bij het platform zelf, dat er vaak jammer genoeg niets mee doet?

 

Ten slotte, wat zijn de bevindingen van de werkgroep Internet en Sociale Media bij onze nationale taskforce?

 

06.04 Minister Bernard Quintin: Mijnheer Bergers, mijnheer Van Rooy, geen van de genoemde technieken is echt nieuw of bijzonder geavanceerd. Het fenomeen van radicalisering online in echokamers op internet, op gamingplatformen of via communicatieapps van minderjarigen bestaat al enkele jaren. Ik ga niet in op de stelling dat er een link is met gefaalde integratie, aangezien dat een gemeenschapsbevoegdheid is. Wel wijs ik erop dat de inlichtingendiensten instaan voor de proactieve monitoring en vroege detectie. In de organieke wet op de inlichtingendiensten staat beschreven op welke manier de Veiligheid van de Staat virtual agents kan inzetten op internet en kan infiltreren in de virtuele wereld.

 

Mijnheer Van Rooy, uw vragen zijn meestal wat tendentieuzer, om het met het Britse understatement van de dag te zeggen. Ik kan u meegeven dat de diensten zich effectief op reële, voornamelijk jihadistische, maar ook steeds meer links- en rechts-extremistische dreigingen focussen. Wanneer er vervolgens wegens de verspreiding van terroristische propaganda een gerechtelijk dossier wordt geopend, wordt dat behandeld door een van de vijf FGP’s op het niveau van de hoven van beroep.

 

Wat de verwijdering van terroristische inhoud betreft, de Federal Computer Crime Unit (FCCU) is bevoegd voor de technische voorbereiding en het doorsturen van gerechtelijke bevelen tot verwijdering van terroristische content online of TCO. Wat de Europese samenwerking in het kader van onlineplatformen betreft, wordt propaganda ook actief offline gehaald in samenwerking met Europol en via het PERCI-platform, het EU-platform voor referrals and takedown of illegal content online. Er worden ook meermaals referral action days georganiseerd om Europees gezamenlijk de focus te leggen op een bepaald platform of een bepaalde problematiek, om die vervolgens aan te pakken.

 

Verder zijn er op regelmatige basis vergaderingen met de grote internetbedrijven en de Europese Commissie om de platformen te wijzen op hun verantwoordelijkheid voor de detectie van illegale content in het kader van de Digital Services Act (DSC) en hun code of conduct om op eigen initiatief content offline te halen of, in geval van dreiging, de data te delen met de desbetreffende gerechtelijke autoriteiten. Sommige internetbedrijven werken graag mee, andere minder.

 

06.05  Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, meer dan 80 % van de terreurdreiging in dit land vindt zijn oorsprong in de islamitische jihad. U vindt het wellicht heel tendentieus dat ik dat herhaal. De islam is enorm oververtegenwoordigd. Dat is ook logisch, want de koran en de hadith zetten aan en roepen op om niet-moslims te minachten, te haten, te doden, te onderwerpen en te islamiseren.

 

Wat politiek correct als radicalisering wordt bestempeld, onder andere door u, is in werkelijkheid de islamisering van onze samenleving, namelijk steeds meer moslimfundamentalisme. Dat wekt vervolgens helaas radicalisering op in bepaalde andere kringen. Ga maar eens praten met leraars in scholen met veel moslims. Zolang de regering die beschavingsvernietigende dynamiek niet onder ogen ziet en niet doorbreekt, zal het probleem alleen maar groter worden.

 

06.06  Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Mijnheer de minister, het probleem is niet nieuw. Overheden overal ter wereld, zeker in Europa, hebben moeite met de manier waarop moet worden omgegaan met sociale media zoals TikTok. Die media worden echt misbruikt om haat en propaganda te verspreiden en om op te roepen tot terreur. Het algoritme helpt daarbij ook niet echt.

 

Het is wel interessant om naar aanleiding van de zaak in Nederland na te gaan of er ook in ons land geen onderzoeken op dat vlak moeten worden opgestart en hoe wij, ruimer gezien, met sociale media zoals TikTok moeten omgaan.

 

06.07  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, ook ik dank u voor uw antwoord.

 

Het verheugt mij, ook al ben ik daardoor nog niet gerustgesteld, dat er op Europees vlak goed wordt samengewerkt. De problematiek speelt inderdaad niet alleen in ons land maar in alle Europese landen. Eigenlijk staat Europa onder druk van dergelijke extremistische en jihadistische groeperingen.

 

Ik hoop alvast dat uw partij en de regering erover zullen waken om niet alles op sociale media te censureren. We mogen het kind niet met het badwater weggooien. Ik hoed mij voor massasurveillance. We moeten gericht op zoek gaan naar de daadwerkelijke extremisten en niet iedereen in hetzelfde vaarwater controleren.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

07 Questions jointes de

- François De Smet à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La révision de la norme KUL" (56013225C)

- Brent Meuleman à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La fusion des zones de police bruxelloises et la norme KUL" (56013666C)

07 Samengevoegde vragen van

- François De Smet aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De herziening van de KUL-norm" (56013225C)

- Brent Meuleman aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De fusie van de Brusselse politiezones en de KUL-norm" (56013666C)

 

07.01  François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, que serait une commission de l'Intérieur sans une discussion relative à la norme KUL?

 

Dans votre note de politique générale, vous avez confirmé que l’ULB avait été saisie du nouveau modèle de calcul de financement des zones de police locales, élaboré par la Commission multidisciplinaire sur le financement et l’échelle optimale de la police locale, modèle qui devrait être validé d’ici fin mars 2026 – nous sommes le 11 –, avant sa transcription en arrêté royal, et remplacer la norme KUL de 1999 qui est en effet obsolète.

 

Selon vos propres propos, ce modèle doit permettre "un financement idoine, flexible et transparent, assorti d’une indexation automatique; la prise en compte des spécificités locales, des missions fédérales et des externalités supra-locales; enfin, une révision dynamique et évolutive des paramètres, avec une mise à jour annuelle des données et une évaluation à chaque début de législature communale". C'est très bien, mais il n’en demeure pas moins que ce modèle est véritablement lié au financement actuel des zones de police et à la fusion à marche forcée que vous souhaitez imposer à Bruxelles et que nous avons déjà eu l'occasion d'évoquer quelque peu.

 

Vous n’êtes pas sans savoir que les six zones de police souffrent déjà d’un sous-financement structurel de 80 millions d’euros par an. Ce déficit ne fera que s'aggraver en cas de fusion. Je sais que c'est le même débat, mais je n'allais pas déprogrammer la question. Avant d'accomplir cette fusion, il faut impérativement corriger l’inéquitable financement des zones urbaines. Par conséquent, la nouvelle norme de financement doit d’abord être validée.

 

Monsieur le ministre, que est le calendrier relatif au modèle qui doit remplacer la norme KUL? Pourquoi imposer cette fusion forcée sans refinancement structurel préalable des six zones actuelles? Enfin, question subsidiaire, êtes-vous capable de répondre sans employer les mots "concomitance" et "consubstantialité"?

 

07.02  Brent Meuleman (Vooruit): Mijnheer de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

 

Mijnheer de minister, naar aanleiding van recente uitlatingen van de burgemeester van Elsene wens ik u om verduidelijking te vragen over de geplande fusie van de zes Brusselse politiezones en de herziening van de zogenaamde KUL-norm, zijnde het financieringsmodel voor de federale dotaties aan de lokale politiezones.

 

De burgemeester stelt dat u had beloofd de fusie te koppelen aan een herziening van die financieringsnorm, maar dat er tot op heden geen concrete tekst voorligt over die hervorming, terwijl het voorontwerp van wet over de fusie inmiddels door de ministerraad werd goedgekeurd en weldra in het parlement zou worden behandeld.

 

Daarom heb ik maar enkele simpele vragen voor u:

 

1) Wat vindt u van de uitlatingen van de burgemeester van Elsene?

 

2) Wanneer mogen we duidelijkheid verwachten over de nieuwe KUL-norm? Want niet enkel in Brussel wacht men vol ongeduld op duidelijkheid.

 

3) Kunt u duidelijk uiteenzetten hoe u de timing van beide dossiers – de fusie en de financieringshervorming – op elkaar afstemt, zodat er geen institutionele of budgettaire onzekerheid ontstaat en het veiligheidsbeleid op het terrein er in de nakende overgangsperiode niet onder lijdt?

 

07.03  Bernard Quintin, ministre: Monsieur De Smet, monsieur Meuleman, je vous remercie pour vos questions relatives à la révision de la fameuse norme KUL, qui constitue aujourd’hui le mécanisme de référence pour la répartition de la dotation fédérale aux zones de police locale.

 

Comme je l’ai indiqué dans ma note de politique générale, que vous avez eu la gentillesse de citer, le modèle actuel repose sur une norme datant de 1999. Après plus de 25 ans d’existence, il est largement reconnu qu’elle ne correspond plus pleinement aux réalités opérationnelles, démographiques et sécuritaires de notre pays. C’est pourquoi, comme vous l’avez également indiqué, j’ai chargé la Commission multidisciplinaire sur le financement et l’échelle optimale de la police locale (CMFE) de développer un nouveau modèle de financement.

 

Momenteel bevindt het model zich in de afrondende fase, met de wetenschappelijke ondersteuning van de Université Libre de Bruxelles, waar men werkt aan de econometrische kalibratie van de laatste parameters van het model. Het doel is om voor de zomer van dit jaar de nieuwe financieringsnorm, die de KUL-norm moet vervangen, aan de federale regering voor te stellen.

 

Je termine, en effet, pour la fin de ce mois. Nous sommes en mars, mois qui compte 31 jours. Il me reste donc 20 jours pour respecter ma norme de temps. Je présenterai cela au gouvernement avant l’été.

 

Dat nieuwe mechanisme zal verschillende essentiële doelstellingen nastreven. Het moet in de eerste plaats zorgen voor een adequate, transparantere en flexibelere financiering van de lokale politiezones. Daarnaast moet het beter rekening houden met de lokale realiteiten bij de federale opdrachten die door bepaalde zones worden uitgevoerd en bij de supralokale externaliteiten die met name de grootstedelijke zones kenmerken.

 

Enfin, il reposera sur un modèle dynamique permettant une actualisation régulière des données et une révision périodique des paramètres, selon le calendrier que vous avez rappelé, monsieur De Smet.

 

Il est important de souligner que cette réforme ne doit pas être appréhendée isolément. Elle s’inscrit dans une réflexion plus large relative à l’architecture policière que j’ai entamée. Lorsque l’on redessine une architecture aussi complexe que celle de la sécurité et, singulièrement, d’une organisation aussi complexe que la police intégrée, il est essentiel que le modèle de financement soit cohérent avec ladite architecture de sécurité.

 

Le financement ne peut pas être un simple mécanisme de distribution budgétaire. Il doit constituer un instrument intelligent, reflétant la réalité opérationnelle du système et soutenant son fonctionnement de manière équilibrée. En d’autres termes, la réforme du financement fait pleinement partie d’un ensemble plus large de modernisation de notre organisation policière, allant de la fusion des zones de police jusqu’à l’attractivité de la fonction.

 

Je crois que vous n’étiez pas là, monsieur De Smet, mais j’ai plaidé pour que certains collègues ici appuient la fusion des zones de police, y compris dans le Brabant flamand. Je suis donc cohérent avec ce que j’ai dit. Je suis en même temps occupé à chercher un mot intelligent à dire pour conclure, mais je n’y parviens pas. 

 

Wat meer in het bijzonder de Brusselse situatie betreft, breng ik in herinnering dat de juridische instelling van één enkele politiezone voorzien is tegen het einde van 2027. De nieuwe financieringsnorm zal dus vóór – avant – die termijn aan de federale regering worden voorgelegd. Er is dan ook geen enkele tegenstelling tussen beide processen. Integendeel, ze maken deel uit van dezelfde logica. Tegelijk werken we aan een modernere politiearchitectuur en aan een financieringsmodel dat die structuur ondersteunt, zodat het systeem robuuster, duidelijker en efficiënter wordt.

 

Tot slot wil ik benadrukken dat het uiteindelijke doel is om de operationele capaciteit van de politie te versterken en te zorgen voor een eerlijke financiering die beter aansluit bij de realiteit op het terrein in het belang van de veiligheid van onze medeburgers.

 

Pour répondre également au commentaire sur le financement, je voudrais dire qu’un certain nombre d’éléments continuent à m’échapper concernant le financement ou le refinancement qui aurait dû intervenir avant la fusion et la révision de la norme de financement. Je l’ai dit très clairement, c'est tout à fait naturel. Il est évident que la nouvelle norme de financement viendra corriger ce qui constitue une anomalie historique, à savoir le sous-financement des zones urbaines, sans que les autres zones ne doivent pour autant en pâtir. J’y travaille.

 

Pour conclure, j’avais le mot "transsubstantiation" en tête, mais je ne suis pas parvenu à l’accrocher à ce que je viens de dire. Je le garderai donc pour une autre fois.

 

07.04  François De Smet (DéFI): Je remercie le ministre pour sa réponse complète et inspirée.

 

07.05  Brent Meuleman (Vooruit): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Samengevoegde vragen van

- Brent Meuleman aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Het proefproject rond vuurwerk in voetbalstadions" (56013270C)

- Matti Vandemaele aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Het pilootproject inzake gecontroleerde pyrotechniek in voetbalstadions" (56013385C)

08 Questions jointes de

- Brent Meuleman à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Le projet pilote relatif aux feux d'artifice dans les stades de football" (56013270C)

- Matti Vandemaele à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Le projet pilote sur l'utilisation contrôlée d'engins pyrotechniques dans les stades de football" (56013385C)

 

08.01  Brent Meuleman (Vooruit): Mijnheer de minister, begin februari kondigde de Pro League, met uw steun, een pilootproject aan rond het veilig en gecontroleerd gebruik van pyrotechniek in voetbalstadions. U gaf zelf aan dat er vandaag nog altijd veel te veel illegaal gebruik is, dat dit vaak gebeurt in volle tribunes, dat dit reële veiligheidsrisico's inhoudt en elk seizoen tot gewonden leidt. U kondigde bovendien aan dat de sancties in het kader van de hervorming van de voetbalwet zullen worden versterkt.

 

Tegelijk kiest u ervoor om, weliswaar onder voorwaarden, een proefproject op te starten dat het gebruik van pyrotechniek moet begeleiden en legaliseren in bepaalde contexten. Dat lijkt op zijn minst een dubbel signaal. Enerzijds verstrengen we de wetgeving omdat het gevaarlijk is en anderzijds creëren we een kader waarin diezelfde gevaarlijke middelen onder voorwaarden worden toegelaten. Daarom heb ik de volgende vragen.

 

Ten eerste, op basis van welke objectieve veiligheidsanalyses en risico-evaluaties hebt u beslist om dit proefproject te steunen? Bestaan er concrete cijfers of buitenlandse voorbeelden die aantonen dat begeleid gebruik effectief leidt tot minder incidenten en minder gewonden?

 

Ten tweede, wie draagt in dit pilootproject de uiteindelijke juridische en financiële verantwoordelijkheid bij ongevallen? Is dat de club, de lokale overheid, de organisator, de veiligheidsdiensten of de individuele supporter?

 

Ten derde, hoe vermijdt u dat dit project een aanzuigeffect creëert en het algemene signaal geeft dat pyrotechniek in stadions aanvaardbaar wordt, met mogelijk meer in plaats van minder illegaal gebruik tot gevolg?

 

Ten vierde, zal de hervorming van de voetbalwet onverkort en gelijktijdig in werking treden? Hoe garandeert u dat de verstrengde sancties geloofwaardig blijven zolang de overheid zelf experimenteert met gereguleerd gebruik?

 

Tot slot, welke objectieve criteria zullen bepalen of dit project wordt stopgezet bij negatieve evaluatie? Engageert u zich om het onmiddellijk te beëindigen bij veiligheidsincidenten?

 

Mijnheer de minister, veiligheid in volle tribunes kan geen experiment zijn. Ik hoor dan ook graag hoe u deze fundamentele spanning verantwoordt.

 

08.02  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, in de voorbije maanden hebben we het hier verschillende keren gehad over pyrotechniek in de voetbalstadions. We stellen echter vast dat er steeds meer gewonden vallen bij de verschillende incidenten met pyrotechniek. Daarom hebt u samen met de Stichting Brandwonden onlangs de sensibiliseringscampagne "Sfeer kan ook anders" gelanceerd, die waarschuwt voor de risico’s.

 

Ik was dus verbaasd toen u plots aankondigde dat u een proefproject zou toelaten, samen met de Pro League, voor het gecontroleerd vuurwerkgebruik in de stadions, uiteraard in bepaalde vakken met meerderjarige supporters.

 

Toch kan ik alleen maar vaststellen dat bijvoorbeeld de Stichting Brandwonden bijzonder kritisch is. Ze geeft aan – wij hebben het gedubbelcheckt – dat er in het buitenland geen goedwerkende voorbeelden zijn. Alle buitenlandse voorbeelden tonen aan, tenzij u me straks kunt overtuigen van het tegendeel, dat dit niet werkt. Wel integendeel, die voorbeelden hebben het omgekeerde opgeleverd van wat u beoogt. Men krijgt dan precies meer illegaal vuurwerk.

 

Ik ga om de veertien dagen, en soms tussendoor nog eens, naar een voetbalstadion. Ik moet zeggen dat ik het in de meeste voetbalstadions gewoon praktisch niet haalbaar acht hoe men op een gecontroleerd veilige manier zo’n proefproject kan uitvoeren. Tenzij men tickets verkoopt met de vermelding: wilt u een risico lopen als supporter, neem dan plaats in vak I, maar wilt u geen risico lopen, zet u in een ander vak. Zoveel lege vakken zijn er nu eenmaal niet.

 

Mijn vragen zijn heel eenvoudig.

 

Ten eerste, wat is de wettelijke basis? Ten tweede, is er voorafgaand juridisch advies ingewonnen? Ten derde, wat zijn de objectieve veiligheidscriteria? Ten vierde, hoe zorgt men ervoor dat de supporterskernen zich aan de opgelegde voorwaarden houden en niet gewoon helemaal loos gaan? Ten vijfde en tot slot, op welke manier zult u dit project evalueren?

 

08.03 Minister Bernard Quintin: Mijnheer Vandemaele, het proefproject is voorgesteld op initiatief van en in overleg met de Pro League. Daarmee willen we onderzoeken of een strikt en professioneel begeleid kader kan bijdragen tot een grotere veiligheid in de stadions en tot het einde van het illegale gebruik.

 

Momenteel lijken er geen objectieve cijfers of buitenlandse ervaringen te zijn waaruit blijkt dat geassisteerd gebruik tot meer of minder incidenten of verwondingen leidt. De keuze voor dit proefproject is dan ook gebaseerd op het principe van gecontroleerd experimenteren, onder strikte voorwaarden, met professionele begeleiding en permanente evaluatie om zo empirische gegevens voor een gefundeerde beleidsbeoordeling te verzamelen.

 

De verantwoordelijkheid wordt verzekerd door de clubs en door de Pro League. Om te vermijden dat het proefproject het signaal zou geven dat pyrotechniek aanvaardbaar is, blijven alle bestaande wettelijke bepalingen inzake verboden pyrotechniek onverminderd van kracht. Het proefproject is uitzonderlijk en tijdelijk en geldt onder strikte voorwaarden. Elke overtreding van de regels, binnen of buiten het project, zal worden bestraft. Het project kan bovendien vroegtijdig worden beëindigd, als blijkt dat de voorwaarden niet worden nageleefd. De hervorming van de voetbalwet zal dan ook onverkort doorgaan, volgens de geplande kalender. Door deze duidelijk gescheiden aanpak wordt gewaarborgd dat de verstrengde sancties hun geloofwaardigheid behouden.

 

Het proefproject is zeker geen algemene versoepeling, maar een tijdelijk en strikt gereglementeerd uitzonderingskader, dat via een addendum bij de geldende ministeriële omzendbrief zal worden ingevoerd. Mijn administratie bereidt dat momenteel voor. Dat addendum zal onder meer de verplichtingen en verantwoordelijkheden van elke betrokken actor vastleggen, waaronder de juridische aansprakelijkheid, het toegelaten type en de hoeveelheid materialen, de inrichting van een safe pyrotechnical zone, de aanvraag- en goedkeuringsprocedures per wedstrijd, de opleiding, screening en validatie van deelnemers, de operationele veiligheidsvoorwaarden, de verplichte documentatie en verzekeringen, de sensibilisering en communicatie, de opvolging, de evaluatie en de sanctiemechanismen. Voorts zullen duidelijke evaluatiecriteria worden opgenomen met betrekking tot de naleving van de veiligheidsprotocollen, de incidentenregistratie en de feedback van de betrokken partners.

 

Het addendum zal ook bepalen dat elke toepassing voorafgaand moet worden goedgekeurd door de politie, de brandweer, de lokale overheid en mijn diensten en dat uitsluitend professioneel begeleide en gecontroleerde handelingen mogelijk zijn. Als de opgelegde voorwaarden niet worden gerespecteerd, zal streng worden opgetreden. U kunt op mij rekenen.

 

We zouden eenvoudigweg kunnen doorgaan met het invoeren van strengere sancties en het verscherpen van controles. Ik wil mij echter niet beperken tot deze vaststelling en beschouw het als mijn verantwoordelijkheid om de veiligheid van alle toeschouwers en supporters in de tribunes van voetbalstadions beter te waarborgen. Het lijkt mij daarom gepast na te denken over een aanvulling op het strikte verbod op illegaal en ongecontroleerd pyrotechnisch materiaal, dat op clandestiene wijze in stadions wordt gebruikt. Het gebruik ervan leidt tot verwondingen, die niet alleen de personen treffen die dit materiaal gebruiken. Ik denk niet dat ik jullie hiervan moet overtuigen.

 

Ik zal de replieken anders zelf geven. Dat is een nieuwe stijl, goed?

 

Ik heb beslist, op basis van alle voorwaarden die ik hier heb voorgelezen, om die testen te doen. Laat mij echter duidelijk zijn, als het niet werkt, als het geen positief resultaat geeft, zal ik niet aarzelen om terug te gaan naar het vertrekpunt en opnieuw een strikt verbod op dat vuurwerk te hanteren.

 

08.04  Brent Meuleman (Vooruit): Dank u wel voor uw antwoorden, mijnheer de minister. Ik neem er akte van.

 

Om in te gaan op wat u als laatste zei. Volgens mij hebben we sowieso nood aan strengere wetgeving in onze voetbalstadia, ongeacht dat proefproject. Persoonlijk blijf ik het een erg tegenstrijdig signaal vinden. We zullen het in elk geval zeer goed blijven opvolgen. Ik reken er ook op dat u er helder en transparant over zult terugkoppelen naar het Parlement.

 

08.05  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord.

 

U zegt dat dit initiatief van de Pro League komt. Als het over voetbalveiligheid gaat, verwacht ik van u dat u de lead neemt. U weet dat u mijn favoriete minister bent. De Pro League moet die lead niet nemen. We kennen het riedeltje van de Pro League immers: zo weinig mogelijk doen, zoveel mogelijk afschuiven op de overheid en zelf zo weinig mogelijk verantwoordelijkheid opnemen.

 

Als de Pro League er niet in geslaagd is om even te googelen naar de mislukte buitenlandse voorbeelden, dan houd ik mijn hart vast. Met twee minuten zoeken op Google vindt men namelijk verschillende voorbeelden uit het buitenland die gewoon mislukt zijn, zelfs empirisch onderbouwd. Dat we nu het risico zullen nemen om cijfers te verzamelen, begrijp ik dan ook niet. Er wordt immers gezegd dat het een slecht idee is, maar dat het toch in de praktijk zal worden gebracht om dan te kunnen aantonen met cijfers dat het een slecht idee is. Dat begrijp ik helemaal niet.

 

Het is ook geen duidelijk signaal naar de supporters. Als we één ding weten, dan is het dat duidelijkheid nodig is. Aan de ene kant zegt men dat er een algemeen verbod is. Aan de andere kant zegt men dat men toch eens een experiment zal doen. Ik zie de logica niet.

 

De Pro League steekt hier bijzonder veel tijd in. Ik heb gehoord wat er allemaal moet gebeuren: verzekeringen, juridische zaken die moeten worden uitgeklaard enzovoort. Daarvoor heeft de Pro League dus tijd. Voor het aanpakken van racistische spreekkoren is er echter geen tijd. Voor het aanpakken van geweld in de stadions heeft de heer Parys ook geen tijd. Voor het aanpakken van pyrotechnisch materiaal is er eveneens geen tijd. Voor alle echte problemen is er dus geen tijd, maar voor dit soort folietjes maakt men uiteraard wel tijd.

 

Dat de Pro League met onze veiligheid speelt, verbaast mij niet. Van hen had ik ook niets anders verwacht. U bent echter minister van Binnenlandse Zaken. Volgens mij is het aan u om de lead te nemen en niet om de Pro League, met al haar grilletjes, achterna te lopen. Dat zal ons nergens brengen.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Le président: La question n° 56013275C de M. Cornillie est sans objet. Les questions n° 56013414C, n° 56013415C, n° 56013416C, n° 56013417C de M. Dubois sont reportées. La question n° 56013458C de Mme Reuter est transformée en question écrite.

 

09 Vraag van Sam Van Rooy aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De stand van zaken met betrekking tot Abdelkader Belliraj" (56013461C)

09 Question de Sam Van Rooy à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L'état de la situation en ce qui concerne Abdelkader Belliraj" (56013461C)

 

09.01  Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, wat is de stand van zaken met betrekking tot de moslimterrorist Abdelkader Belliraj? Is hij al teruggekeerd naar België? Verblijft hij op ons grondgebied? Hij heeft een Belgisch paspoort ontvangen. Als hij hier verblijft of woont, wordt hij dan van nabij opgevolgd? Ik mag dat hopen.

 

09.02 Minister Bernard Quintin: Mijnheer Van Rooy, u weet dat ik niet kan ingaan op individuele dossiers. De persoon bevindt zich volgens mijn informatie inderdaad in België. Onze veiligheidsdiensten verzorgen, in het kader van de Strategie T.E.R., de gepaste opvolging van alle personen voor wie er bezorgdheden bestaan op het vlak van terrorisme of extremisme.

 

09.03  Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, het is toch belangrijk om nog even te herhalen dat die Marokkaanse moslimterrorist, Abdelkader Belliraj, verdacht wordt van niet minder dan zes politieke moorden in dit land. Hij werd meermaals veroordeeld, onder meer wegens wapenhandel, handel in valse paspoorten en geweldpleging. In Marokko werd hij vervolgens tot levenslang veroordeeld voor terrorisme, tot de koning van Marokko hem plots vrijliet en hij beloond werd met een Belgisch paspoort.

 

Mijnheer de minister, ik neem toch aan, of ik mag toch hopen, dat u dat een even waanzinnig verhaal vindt als ikzelf. België ontvangt moslimterroristen in dit land en zegt dan dat ze worden opgevolgd, wat dat ook moge betekenen. Ik vind dat een schande, ik vind dat waanzin en ik vind dat erg veelzeggend over Belgistan.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10 Vraag van Matti Vandemaele aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De hervorming van de federale politie" (56013495C)

10 Question de Matti Vandemaele à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La réforme de la police fédérale" (56013495C)

 

10.01  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, onlangs was de CG hier op bezoek. Eigenlijk is hij al verschillende keren naar hier gekomen. De man heeft hier bijna een abonnement. De voorlaatste keer dat hij hier was, heeft hij zijn hervormingsplannen voor de federale politie toegelicht. Dat was een presentatie van de hoofdlijnen die uiteraard nog verder moesten worden uitgewerkt. Naar ik verneem, is er recent een expertengroep opgericht die die plannen concreter moet maken. De bedoeling is dat in de schoot van die expertengroep een voorstel wordt uitgewerkt dat vervolgens besproken zal worden op de politieke en syndicale overlegmomenten. Zo staat het er.

 

Mijn eerste vraag gaat dus over de timing. Wanneer moet het advies of het voorstel van die expertengroep klaar zijn?

 

Daarnaast is er de communicatie die de medewerkers van de federale politie hebben gekregen. In die communicatie is er sprake van politieke en syndicale overlegmomenten. Wat moeten we daaronder verstaan? Zullen er nog aanpassingen gebeuren op basis van die momenten?

 

Mijn derde vraag is een beetje geïnspireerd door de provincie waar ik vandaan kom. Elk deelgebied van ons land heeft natuurlijk verschillende prioriteiten en beschouwt verschillende zaken als belangrijk. In mijn provincie zijn er bijvoorbeeld heel weinig synthetische drugslabs waar de federale politie mee bezig moet zijn, maar wel veel transmigratie. Daar moet op worden ingezet. Er is ook veel meer mensenhandel dan in andere provincies, waar dat dan minder belangrijk is. Hoe zult u in die nieuwe federale politie garanderen dat dergelijke regionale verschillen nog mee bepalend zullen zijn voor het gevoerde beleid? Mijn angst is toch een beetje dat we naar een model gaan met een heel grote dominante politie in Antwerpen. Brussel zal een gefusioneerde lokale politiezone krijgen, die ook heel dominant zal zijn. Zo dreigt een model te ontstaan waarin de federale politie geconfronteerd wordt met twee heel grote, dominante lokale spelers. Hoe zal men ervoor zorgen dat de rest van ons land daar niet onder lijdt?

 

Ik stel me vragen bij de manier waarop men wil snoeien in mandaten, zeker in de perifere provincies West-Vlaanderen en Limburg. Men kan uit principe wel snoeien in het aantal mandaten, maar dat impliceert natuurlijk ook dat men de carrièrekansen van de mensen die daar werken wegneemt. Door het aantal mandaten te verminderen, nivelleert u de structuur. Bestaat dan niet het risico dat we talentvolle mensen in een veel vlakkere politieorganisatie carrièrekansen ontnemen en dat we op die manier talent verliezen? Als er één iets is dat men bij de federale politie nog wel wat extra kan gebruiken, dan lijkt het mij talent, naast integriteit uiteraard. Talent is zeker ook nodig. Ik kijk uit naar uw antwoorden, mijnheer de minister.

 

10.02 Minister Bernard Quintin: Mijnheer Vandemaele, zoals bepaald in het regeerakkoord werd de federale politie belast met enerzijds een doorlichting van de huidige werking en anderzijds het ontwerp van een strategisch plan. Het strategisch plan 2025–2030 werd door de voogdijministers, inclusief mijzelf, eind september 2025 gevalideerd. Het bevat een reeks doelstellingen die rechtstreeks of onrechtstreeks aansluiten bij de ambitie om de werking van de federale politie te verbeteren. Dat plan wordt momenteel in operationele doelstellingen vertaald.

 

Om de uitvoering van dat strategisch plan mogelijk te maken, is een expertengroep bezig om tegen het zomerreces te komen met een uitgewerkt voorstel voor een nieuwe structuur van de federale politie.

 

Vous voyez, monsieur De Smet, que j'ai beaucoup de choses à faire avant l'été.

 

Daarna zullen adviezen worden ingewonnen bij de Federale Politieraad en bij de Algemene Inspectie, waarna de onderhandelingen over een politiek en syndicaal akkoord kunnen starten. Gedurende het hele traject kunnen nog aanpassingen worden aangebracht.

 

Mijnheer Vandemaele, de hervorming zal geenszins een model op maat van Antwerpen en Brussel zijn. Ik weet zelfs niet wat u daarmee bedoelt. Er moet net sterke structurele aandacht worden ingebouwd voor regionale prioriteiten, waarbij de directe betrokkenheid van de parketten en de gouverneurs wordt behouden.

 

Ik begrijp uw vragen maar soms ontstaat er een soort doemscenario, bijna een complottheorie, alsof ik alles naar Antwerpen en Brussel wil sturen en de mooie provincies Limburg en West-Vlaanderen in de steek wil laten. Ik ben minister van Binnenlandse Zaken van het hele koninkrijk. Het is dus niet in mijn belang om een streek zonder politie of zonder sterke politieke en politionele aandacht achter te laten. Ik kan u op dat vlak dus geruststellen.

 

Deze reflectie over de structuur moet de federale politie in staat stellen zich aan te passen aan de complexe veiligheidsuitdagingen waarmee de samenleving wordt geconfronteerd. De hervorming mag de carrièremogelijkheden dan ook niet beperken maar moet ze hertekenen. Voor leidinggevenden moeten er duidelijke verantwoordelijkheden komen, meer specialisatie en flexibelere loopbaanpaden. Ik ben ervan overtuigd dat de organisatie daarvoor vereenvoudigd en beter gecoördineerd moet worden.

 

Ik kom nog even terug op uw mantra over het beperken van het aantal mandaten van een korpschef in dezelfde politiezone. Ik stel niet dat een korpschef slechts twee mandaten als korpschef mag vervullen maar wel dat het gaat om twee mandaten in dezelfde zone. Ik blijf erbij dat het meer dan nodig is om dat op die manier te regelen.

 

Wij zitten hier niet in een Frans model waarin ambtenaren en soms zelfs leerkrachten van Lille naar Marseille moeten verhuizen zonder daarin enige zeggenschap te hebben. Ons land is immers kleiner dan Frankrijk en dat is bovendien niet onze manier van werken.

 

10.03  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, met die sterke regionale structurele aansturing zitten we op dezelfde lijn. Ik zie daar momenteel geen complotten in en ik hoop die niet te hoeven zien. Vanop het terrein krijgen we wel signalen dat men daar bang voor is. De federale politie is een huis met vele kamers en vele medewerkers. De mensen die vandaag aan die regionale specialisaties werken, koesteren een zekere vrees dat daarop zal worden beknibbeld of dat die werking centralistischer zou worden aangestuurd. Vandaar dat ik deze kwestie hier aansnijd.

 

Ik ben helemaal niet tegen nieuwe structuren of nieuwe loopbaanpaden. Integendeel, ik ben het daar volledig mee eens, want de organisatie heeft zeker nood aan modernisering. De omgeving en de criminaliteit waarmee de federale politie wordt geconfronteerd, zijn de afgelopen twintig jaar volledig veranderd. Het is dus goed dat we de politie daaraan aanpassen. Daar hebt u ook alle steun voor. Toch lijkt het mij belangrijk dat we de signalen die we van het terrein krijgen hier ook onder de aandacht brengen.

 

Wat de mandaten betreft, het gaat voor mij zeker niet over de mandaten van de korpschefs. Ik heb u daar bij de bespreking van het wetsontwerp ook in gesteund. Twee mandaten voor een korpschef lijken mij inderdaad voldoende. Het gaat mij over de mandaatfuncties binnen de federale politie. Als u het aantal daarvan sterk vermindert, ontneemt u mensen carrièrekansen en ontstaat er ook een probleem voor het overleg. Wanneer u twee mandaathouders tegenover elkaar zet, creëert dat een vorm van gelijkwaardigheid. Als er echter nog maar één mandaathouder is, bijvoorbeeld in West-Vlaanderen, dan moeten alle anderen die die gesprekken voeren met hun juridische tegenhanger dat doen zonder mandaat en worden ze in feite ondergeschikt. De mensen op het terrein vrezen nu dus dat dit een negatieve uitwerking zou kunnen hebben, vandaar mijn vraag om daar toch enige aandacht voor te hebben.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Vraag van Ortwin Depoortere aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De grenscontroles en de toename van de drugssmokkel via de luchthaven van Zaventem" (56013497C)

11 Question de Ortwin Depoortere à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les contrôles aux frontières et l'augmentation du trafic de drogue via l'aéroport de Zaventem" (56013497C)

 

11.01  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, op het gevaar af dat we de discussie over de grenscontroles op de luchthaven nog eens overdoen, wijs ik u erop dat er, volgens de cijfers die het parket van Halle-Vilvoorde naar buiten heeft gebracht, in 2025 op de luchthaven 123 drugkoeriers betrapt werden. Dat is een stijging met 24 % ten opzichte van 2024, en een zeer sterke toename tegenover 2023, toen het slechts om 28 koeriers ging. Bovendien is er ook een verschuiving op het vlak van het soort drugs. 71 personen werden betrapt met cannabis, 30 met cocaïne en 12 met ketamine. Daarnaast ging het echter ook meer en meer om xtc, heroïne en andere synthetische drugs. Het is dus wel nuttig om vragen te stellen over de drugscontroles op onze luchthaven, die toch een grens van ons land vormt.

 

U hebt op een vorige vraag al geantwoord dat u de luchtvaartpolitie zult versterken met 60 vte's. Daar ben ik blij om. Dat heb ik daarstraks al gezegd. Ik hoop dat hun aanwerving op zeer korte termijn kan plaatsvinden.

 

Verder verneem ik graag hoe u de controles op drugssmokkel efficiënter kunt doen verlopen. Het gaat dan niet alleen over meer personeel. Het gaat ook over beter materieel. De vraag daarnaar is er ook een van de federale wegpolitie en vele lokale politiezones. Ik verwijs bijvoorbeeld naar speekseltesten of drugshonden om drugs op te sporen.

 

Ik veronderstel, mijnheer de minister, dat er ook structureel wordt samengewerkt in Europa, en dat u uit de manier waarop men de drugstrafieken in kaart brengt, lessen kunt trekken.

 

Ik hoop dat ik een duidelijk antwoord kan krijgen op mijn vragen.

 

11.02 Minister Bernard Quintin: Ik geef altijd duidelijke antwoorden.

 

Criminele organisaties zullen altijd inzetten op verschillende manieren om drugs op de markt te brengen. De risicofactoren en kosten zijn daarbij van groot belang. Als die factoren veranderen, dan zullen de organisaties zich aanpassen en wij ook. De LPA heeft niet als primaire opdracht drugs op te sporen. De drugscontroles op de nationale luchthaven worden door de douane uitgevoerd, maar we werken wel samen.

 

Zoals ik eerder al zei, bedraagt de onderbemanning bij de LPA 20 %, maar worden er 60 extra agenten aangeworven. Bovendien kan men bij de LPA ook rekenen op de versterking door politieambtenaren van andere eenheden, waaronder die van DAB, voor verschillende opdrachten. LPA-agenten mogen net zoals agenten van DAB ook personen van ons grondgebied verwijderen, maar ook daar dringt een hervorming zich op om de bekende redenen. Daarnaast worden er Frontexmedewerkers van andere Europese landen op de nationale luchthaven ingezet voor grenscontrole en repatriëringsopdrachten. Nog een maatregel is de implementatie van het EU Entry/Exitsysteem (EES). Al die maatregelen moeten een strikte grenscontrole toelaten, illegale immigratie verhinderen en bijdragen aan de algemene veiligheid in ons land, zoals ik eerder al opmerkte.

 

Wat de samenwerking tussen de verschillende diensten betreft om de nieuwe drugsstromen in kaart te brengen, sinds 2022 is er op Brussels airport een geïntegreerd veiligheidsplan van kracht. Dat plan brengt alle veiligheidspartners, met name politie, parket, douane en provincie, samen met één duidelijk doel: de veiligheid op de luchthaven op een gecoördineerde en efficiënte manier versterken.

 

We zetten daarbij in op een geïntegreerde en integrale aanpak. Dat betekent dat we niet langer naast elkaar werken, maar wel samen. Er zijn overlegstructuren uitgewerkt op zowel operationeel als technisch niveau, zodat de informatie sneller en continu wordt gedeeld en de partners onmiddellijk kunnen schakelen wanneer dat nodig is voor gezamenlijke acties. Het plan wordt ook steeds herzien op basis van nieuwe inzichten en ontwikkelingen.

 

Daarnaast is er het internationale luik. Onder impuls van het Nationaal Drugscommissariaat heeft België samen met het UNODC het project Legal Fast opgestart. Dat project heeft als doel de gerechtelijke samenwerking van België met Brazilië, Ecuador en Panama, landen die een sleutelrol spelen in de cocaïnehandel richting Europa, te versterken. Door die samenwerking te verbeteren, kunnen we sneller en efficiënter grensoverschrijdende onderzoeken voeren en criminele netwerken strategisch ontwrichten.

 

Buitenlandse legalisering van cannabis kan een aanzuigeffect creëren richting België. We zien vandaag heel duidelijk dat de landen waar de cannabisproductie gedeeltelijk of volledig werd gelegaliseerd, zoals Canada, de Verenigde Staten en Thailand, met afgekeurde producten of overproductie kampen.

 

Die overschotten verdwijnen niet vanzelf. Criminele organisaties springen daarop en proberen die producten illegaal te exporteren naar West-Europa, waaronder België.

 

Een belangrijke opmerking daarbij is dat legalisering de illegale markt niet heeft doen verdwijnen. Net als voor tabak blijven criminele netwerken actief buiten het legale circuit en blijven ze cannabis telen en verhandelen zonder vergunningen. In sommige landen ontstaat bovendien een grijze zone wanneer het vergunningsbeleid onvoldoende wordt gecontroleerd. Dat creëert bijkomende kansen voor criminelen om legaal geproduceerde cannabis om te leiden naar de zwarte markt. We zien de gevolgen daarvan in onze logistieke knooppunten, niet alleen in de maritieme trafiek via Antwerpen, maar ook op de luchthavens, zoals Zaventem en Bierset, die steeds vaker worden gebruikt voor de invoer van cannabis uit de betreffende landen.

 

Criminele organisaties spreiden hun risico's, diversifiëren hun smokkelroutes en combineren verschillende goederen en drugs om hun winsten te maximaliseren. Daarom is het essentieel dat we niet alleen inzetten op klassieke opsporing, maar vooral op het raken van hun financiële fundamenten. Criminele organisaties bestaan bij gratie van hun winstmarge. Zolang die intact blijft, zullen ze zich telkens heruitvinden. Daarom wordt sterk ingezet op een efficiënte follow-the-money-aanpak.

 

11.03  Ortwin Depoortere (VB): Follow the money, dat moet inderdaad gebeuren, maar dat is niet de enige maatregel. Ik geef toe dat het een belangrijk element is, maar men moet ook en vooral de grenzen durven te controleren op drugstrafiek, die er wel degelijk is.

 

Het parket en de politie hebben zwaar ingezet op controle van de zeehavens, zoals die van Antwerpen. Ik had toen al voorspeld dat er een verschuiving zou plaatsvinden. Drugstrafikanten zijn niet naïef en zoeken andere wegen. De luchthavens zijn daarvan nu eenmaal het eerste slachtoffer. Dat zien we inderdaad in Zaventem.

 

U zegt dat sinds 2022 een geïntegreerd veiligheidsplan voor de nationale luchthaven van toepassing is. Ik merk echter op dat de cijfers tussen 2023 en 2025 exponentieel gestegen zijn. Er is bijna sprake van een explosie in het aantal drugstrafikanten. Daarom moet dat geïntegreerd veiligheidsplan worden herbekeken of moet het op het terrein zichtbaarder worden. Soms zijn plannen op papier niet voldoende om de uitvoering in de praktijk te garanderen.

 

Ik ben zeer blij dat u mij gelijk geeft in verband met de legalisering van cannabis. De legalisering van cannabis leidt tot niets. Het leidt alleen tot meer druggebruik en tot de normalisering van drugs, wat tegenwoordig veel te veel gebeurt. Erger, men creëert nog meer drugshandel en illegale handel. Daarom is de legalisering van cannabis niet aan te raden en zou cannabis eigenlijk overal verboden moeten worden.

 

Dat het een gedeelde verantwoordelijkheid is met de douanediensten, spreekt voor zich. Ik zal de bevoegde minister daarover ondervragen. Ik dank u alleszins, mijnheer de minister, voor uw inbreng hierin.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

12 Question de François De Smet à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les coûts de la protection policière des événements du MR" (56013523C)

12 Vraag van François De Smet aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De kosten van de politiebescherming tijdens evenementen van de MR" (56013523C)

 

12.01  François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, selon la presse, les conférences organisées par le Mouvement Réformateur – c'est un parti politique – et notamment celles réunissant son président, M.  Bouchez, donnent lieu à des déploiements policiers particulièrement importants, mobilisant parfois plus d’une centaine d’agents, ainsi que des moyens logistiques conséquents.

 

Les estimations publiées évoquent des coûts pouvant atteindre entre 30 000 et 45 000 euros par événement pour les seuls moyens humains, sans compter l’impact organisationnel sur les services de police, les éventuelles primes de soirée ou de nuit, ni les autres coûts indirects liés à ces mobilisations.

 

Soyons clairs, loin de moi l'idée de vouloir restreindre la liberté d'expression de qui que ce soit. Tous les partis démocratiques ont évidemment le droit de se réunir en toute sécurité. Je pense néanmoins important que toute la transparence soit faite sur le coût de ces rassemblements, et des menaces qui leur sont faites, pour la collectivité.

 

Dans un contexte de contraintes budgétaires et de tension sur les capacités opérationnelles des services de police, il apparaît essentiel de bénéficier d’une vision globale et transparente de ce coût. Quel est le coût total, pour l’ensemble des services de police (police locale et police fédérale), des déploiements liés à la sécurisation des conférences et événements publics organisés par le MR pour les années 2024, 2025 et 2026? Pouvez-vous fournir une ventilation annuelle de ces coûts ainsi qu’une estimation du nombre total d’événements concernés?

 

Quelle part de ces coûts correspond spécifiquement aux suppléments liés aux prestations de soirée, de nuit ou de week-end, ainsi qu’aux moyens matériels?

 

Ces déploiements ont-ils nécessité des dépenses supplémentaires effectives ou ont-ils été intégralement absorbés dans les budgets et effectifs existants des zones de police et de la police fédérale?

 

Le gouvernement dispose-t-il d’une évaluation globale de l’impact de ces mobilisations sur les autres missions de sécurité publique?

 

12.02  Bernard Quintin, ministre: Monsieur De Smet, il est tout d'abord important de rappeler que ce sont les zones de police locale qui font l'évaluation des mesures de sécurité qui sont nécessaires pour les événements organisés sur leur territoire.

 

Ensuite, il n'existe pas à l'heure actuelle de vue d'ensemble globale, transparente et objectivée permettant d'identifier le coût réel des dispositifs de sécurité mis en place lors de ces événements. Les prestations policières sont en effet enregistrées dans le système de gestion sous l'intitulé de l'événement concerné, sans indication permettant de déterminer s'il s'agit d'un événement à caractère politique.

 

Dès lors, toute tentative d'identification de ce type d'événement nécessiterait une analyse manuelle et individuelle de chaque enregistrement, afin d'en vérifier le contexte précis, ce qui s'avère matériellement irréalisable au regard du volume concerné. De plus, à l'heure des contraintes budgétaires que vous évoquez vous-même, ce n'est peut-être pas le meilleur des investissements en temps et donc en argent pour les services de la police.

 

Dans ces conditions, il n'est actuellement pas possible d'isoler les événements visés, ni par conséquent d'en estimer de manière fiable les coûts, qu'il s'agisse des moyens humains, des suppléments de prestations, des moyens matériels mobilisés, que ce soit au niveau des polices locales ou de la police fédérale.

 

J’aimerais ajouter quand même qu'il ne faut pas se tromper. J'ai bien entendu votre pétition de principe. Je ne sais pas si elle est toujours valable en fonction de toutes les questions que vous avez posées.

 

Ces dispositifs ne sont pas dus aux conférences elles-mêmes, mais bien au fait qu'une minorité au sein des groupes de manifestants menace de troubler l'ordre public, parfois même en s'en prenant directement et physiquement à des participants, comme on l'a vu à Liège – événement pour lequel j'avais entendu à l'époque assez peu de dénonciations.

 

J'aimerais toutefois, en conclusion et sur une note plus politique, si vous me le permettez, vous dire que je suis le premier à regretter que de tels dispositifs doivent être mis en place pour de simples conférences de ce qui est toujours, en tout cas jusqu'aux prochaines élections – et j'espère après les prochaines élections aussi – le plus grand parti démocratique francophone.

 

Croyez bien, comme ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, que je sais ce que tous ces dispositifs nécessitent; et que tout ce qu'ils font là, c'est du travail qui n'est pas fait ailleurs.

 

Mais je dois vous avouer que je commence à trouver un petit peu dérangeant – pour ne pas dire inquiétant – de devoir entendre de plus en plus que le MR, parti démocratique, ferait finalement mieux de se taire ou peut-être de dire des choses qui, si elles ne sortent pas du champ légal, devraient quand même être validées. Validées, je ne sais pas par qui: par ses pairs politiques, par la majorité, par l'opposition? Je ne sais pas d'ailleurs par quel organisme elles devraient être validées pour être considérées comme kasher et pouvant être exprimées sur la place publique.

 

Je vous sais philosophe. Je vous sais démocrate, avec la démocratie attachée et inscrite dans vos gènes. Mais pour moi, et par ma propre expérience aussi, je peux vous dire que se taire sous la pression, c'est le début du fascisme. J'espère, pour vous comme pour moi, monsieur De Smet, que la liberté d'expression n'a pas de prix; parce que si elle devait en avoir un, ce serait tout simplement le début de la fin de cette même liberté d'expression.

 

Je vous remercie.

 

12.03  François De Smet (DéFI): Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.

 

D’après vous, il n’est donc pas possible de disposer d’une estimation plus précise. Pourtant, des chiffres circulent. Peut-être les syndicats utilisent-ils d’autres méthodes de calcul, mais des estimations existent. Je prends acte de votre réponse.

 

Je voudrais, moi aussi, revenir sur deux éléments de nature politique. Vous savez que je vous apprécie, mais, une fois encore, vous avez opéré un petit mélange des genres qui devrait, à mon sens, être évité lorsque, en tant que ministre de l’Intérieur, vous nous expliquez que vous espérez que le MR restera le plus grand parti. De la même manière, lors d’une publication sur Instagram, à l’occasion d’une des conférences – malheureusement menacée, et je le regrette, croyez-le bien – organisée à Saint-Gilles, vous avez publié un message affirmant que force devait rester à la loi. Or, dans cette publication, il est très difficile de savoir si c’est le militant du MR ou le ministre de l’Intérieur qui s’exprime. Vous êtes évidemment les deux, mais tant dans l’événement que dans la publication, il me semble qu’il ne faut pas créer de confusion au point que l’on ne sache plus lequel parle. Cela doit rester très clair.

 

Deuxièmement, il est évident que les premiers responsables sont les fauteurs de trouble qui menacent l’ordre public et que le MR est un parti démocratique qui a pleinement le droit de se réunir. De là à affirmer que les organisateurs ne portent jamais la moindre responsabilité me semble excessif. J’ai lu – et je suppose que vous l’avez également vue – une déclaration du bourgmestre de Liège. Celui-ci n’incrimine évidemment pas le MR, mais il indique que, dans le cadre de l’événement organisé sur le territoire de la ville, des solutions plus simples et moins coûteuses avaient été proposées au MR, et que celui-ci les a refusées.

 

Sans même entrer dans le débat de savoir si un parti politique, parfois avec un ton polarisant, porte une responsabilité dans le climat social ambiant – ce serait un beau débat en soi, mais je n’y entre pas –, et tout en rappelant que la liberté d’expression du MR est extrêmement large, il me semble néanmoins que, lorsqu’un parti refuse certaines solutions proposées et que cela entraîne un surcoût pour la collectivité, une part, même minime, de responsabilité est engagée.

 

12.04  Bernard Quintin, ministre: Monsieur De Smet, je ne résiste pas à ce petit moment de débat. Je fais bien la différence entre ma vie de militant du MR et de ministre de l'Intérieur. Cela dit, vous ne pouvez pas me demander non plus d'être schizophrène et d'avoir deux personnalités, Dr Jekyll and Mr Hyde. Je suis ministre de ce gouvernement, mais je le suis parce que je suis membre du MR. J'ai été proposé par mon président de parti et j'ai prêté serment entre les mains du Roi. Et on ne va pas faire comme si on ne venait pas de partis politiques dans notre pays. Je ne suis pas un technocrate, je suis membre du parti. Je ne souffre donc pas de schizophrénie.

 

Alors, vous me demanderez comment je résous cette schizophrénie quand je suis invité à faire une conférence pour un club d'entrepreneurs et qu'on reporte la date parce que, sous la pression de mouvements Antifa, ces personnes ont peur de me recevoir vu les problèmes que cela peut poser. Et je ne me suis pas imposé. Est-ce le ministre de l'Intérieur ou le militant du MR? Expliquez-moi comment je fais la différence!

 

Pour ce qui est du refus des solutions proposées, il faut voir quelles sont les solutions qui sont proposées. Toutes les solutions n'ont pas été refusées. Je vous fais un petit parallèle sur ce qui s'est passé et qui, heureusement, se termine bien. Parfois, on vous dit que des solutions ont été proposées, mais on ne vous dit jamais de quelles solutions il s'agit. Si la solution, c'est d'aller quelque part où personne ne peut accéder, même les personnes qui voudraient venir vous écouter, c'est, je m'excuse, une limitation de la liberté d'expression ainsi que de la liberté de mouvement que je ne peux pas accepter.

 

On m'a fait ici le procès, à travers la loi d'interdiction que je vais reproposer en ayant intégré les éléments du Conseil d'État, de mettre à mal la liberté d'expression – et je vous passe les autres noms d'oiseaux. Mais, en l'occurrence, nous devrions céder à des groupes qui ne prennent même pas la peine de venir au Parlement, de venir devant la nation représentée pour présenter un projet visant à assurer la stabilité de notre système et à lutter contre ceux qui veulent mettre à mal les fondements mêmes de notre démocratie. Et cela suffirait?

 

C'est un débat que nous aurons encore à d'autres moments, mais je me permets de réintervenir parce que je pense que, tous ensemble, tous les démocrates au sein de cet hémicycle, nous devons veiller à ce que la liberté d'expression soit et reste absolue dans le cadre de la loi, bien entendu.

 

Je vous remercie.

 

Le président: Vous voulez ajouter un dernier mot, monsieur De Smet?

 

12.05  François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, sur la dernière partie, je vous rejoins bien évidemment. Cela doit aussi concerner tout le monde. Il en est ainsi du faux argument qui consiste à dire: "Nous avons proposé à la personne d'autres mesures, qu'il a été impossible d'appliquer." C'est vrai. Nous aurions pu aussi en débattre lorsque la commune d'Uccle a déprogrammé un humoriste dans un centre culturel pour éviter des troubles à l'ordre public. Dès lors, je considère que cela doit tous nous concerner, quelles que soient les manifestations. La censure n'est jamais bonne conseillère, et les pressions ne le sont jamais non plus.

 

Je vous remercie.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

13 Vraag van Ortwin Depoortere aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De nachtelijke BOB-controles" (56013528C)

13 Question de Ortwin Depoortere à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les contrôles BOB effectués la nuit" (56013528C)

 

13.01  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, ik verwijs, om tijd te winnen, naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

 

Uit cijfers van de federale politie blijkt dat verschillende lokale politiezones (maar ook de federale wegpolitie) in Vlaanderen 's nachts nauwelijks BOB-controles organiseren. Dit is bijzonder zorgwekkend, aangezien net tijdens de nachtelijke uren een groot aandeel van de verkeersongevallen met zwaargewonden en dodelijke slachtoffers plaatsvindt, vaak onder invloed van alcohol of drugs.

 

De pakkans vormt nochtans een cruciale factor in het ontradingsbeleid rond rijden onder invloed. Wanneer controles zich vooral overdag of in de vroege avond concentreren, dreigt het preventieve effect van het handhavingsbeleid te verzwakken.

 

Graag had ik hierover volgende vragen gesteld aan de minister:

 

Kloppen de cijfers waaruit blijkt dat in verschillende lokale politiezones en de federale wegpolitie nauwelijks nachtelijke BOB-controles plaatsvinden? Hoe evolueerde het aantal controles tijdens nachturen de voorbije vijf jaar?

 

Hoe verklaart de minister dat net tijdens de risicovolle nachtelijke uren relatief weinig controles worden uitgevoerd? Speelt een gebrek aan personeel, middelen of prioritering hierbij een rol?

Bestaan er federale richtlijnen of doelstellingen voor het spreiden van alcohol- en drugscontroles overdag en 's nachts? Zo ja, worden die voldoende nageleefd?

 

Is de minister bereid om, in overleg met de politiezones, te zorgen voor een verhoogde aanwezigheid van controles tijdens nachtelijke uren, in het bijzonder in weekends en risicoperiodes?

 

Overweegt de minister bijkomende maatregelen of incentives om politiezones aan te moedigen meer gerichte nachtcontroles uit te voeren?

 

13.02 Minister Bernard Quintin: Mijnheer Depoortere, voor uw cijfergerelateerde vragen stel ik voor dat u een schriftelijke vraag indient.

 

In het verkeersactieplan van de federale wegpolitie zijn duidelijke prioriteiten opgenomen, waaronder de controles op rijden onder invloed, met name tijdens de nacht. Bij alle prioriteiten wordt rekening gehouden met een evenwicht tussen een zichtbare politieaanwezigheid, zowel overdag als ’s nachts. De korpschefs van de lokale politie beschikken over een belangrijke operationele autonomie, waardoor zij hun middelen kunnen inzetten in functie van de lokale realiteit. De risicoanalyse en de prioriteiten zijn vastgelegd in de zonale veiligheidsplannen.

 

De BOB-controles maken deel uit van een globaal, kwalitatief verkeersveiligheidsbeleid waarin preventie, gerichte controles en sensibiliseringsacties worden gecombineerd. De doeltreffendheid van dat beleid kan niet louter worden afgemeten aan het aantal nachtelijke controles, maar ook aan hun relevantie en hun inbedding in een coherente strategie, in samenhang met andere prioritaire opdrachten en met een verantwoord personeelsbeheer. In dat kader waken de korpschefs over een evenwicht tussen personeelsbeschikbaarheid en operationele doeltreffendheid. De politiezones voeren kwalitatieve beleidsmaatregelen in inzake de bestrijding van rijden onder invloed, in overeenstemming met de algemene richtlijnen en met behoud van de nodige flexibiliteit om hun acties af te stemmen op de specifieke noden van hun grondgebied.

 

Tot slot zijn de richtlijnen van de wegpolitie duidelijk, met name in de strijd tegen rijden onder invloed van alcohol. Zo worden er gerichte controlemomenten georganiseerd, in het bijzonder tijdens het weekend en ’s nachts, en bestaan er precieze uitvoeringsinstructies, zoals een systematische toepassing van het principe ‘stoppen is blazen’, een nauwere samenwerking met de politiezones en een focus op locaties met een hoger ongevalsrisico en op de zichtbaarheid van de controles zelf.

 

13.03  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.

 

Ik zal inderdaad via een schriftelijke vraag bijkomend cijfermateriaal opvragen. Dat blijft belangrijk. Er wordt immers vastgesteld of althans beweerd dat er ’s nachts nauwelijks BOB-controles worden uitgevoerd. U stelt daartegenover dat de lokale politiezones dat moeten doen en dat zij beslissen in functie van hun personeelsinzet. Ik stel vast dat lokale politiezones weinig prioriteit lijken te geven aan nachtelijke BOB-controles, terwijl de nacht net het moment is waarop dergelijke controles het meest aangewezen zijn.

 

Daarom was mijn laatste vraag of u incentives zult geven aan de lokale politiezones om meer in te zetten op nachtelijke BOB-controles. U bent daar in uw antwoord niet op ingegaan. Ik zal daar zeker op terugkomen, zodra ik de cijfers onder ogen krijg.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

14 Vraag van Ortwin Depoortere aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Het gebrek aan erkenning en bescherming van politiehonden" (56013533C)

14 Question de Ortwin Depoortere à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Le manque de reconnaissance et de protection accordées aux chiens policiers" (56013533C)

 

14.01  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, ik ben een grote dierenvriend, een grote hondenvriend ook. In de media werd bericht over de inzet van politiehonden. Die hebben een speciaal statuut binnen de politie. De politievakbond VSOA klaagt over het feit dat politiehonden eigenlijk niet het statuut krijgen van politieman of -vrouw. Met andere woorden, ze worden beschouwd als materiaal, alsof het een politievoertuig betreft.

 

Dat is toch wat vreemd, omdat geweld tegen politiehonden steeds meer voorkomt. Wellicht geldt dit ook voor politiepaarden, daarover spreek ik mij niet uit, maar ik kan mij voorstellen dat daar eenzelfde problematiek speelt. Daarom vraagt het VSOA om die politiehonden juridisch gezien niet als middel te beschouwen, maar wel degelijk als een operationele partner van de politie. Daarvoor moet eerst en vooral de strafwetgeving worden aangepast, zodat geweld tegen politiehonden effectief ook zwaarder wordt bestraft, net zoals geweld tegen politiemensen.

 

De uiteindelijke en echte vraag is dus de volgende. Zult u werk maken van een duidelijke wettelijke verankering van de inzet, de bescherming en het welzijn van politiehonden, in plaats van dat over te laten aan interne richtlijnen?

 

14.02 Minister Bernard Quintin: Mijnheer de voorzitter, normaliter praten we in deze regering meer over katten dan over honden.

 

Tussen een gewone hond en een politiehond bestaat geen verschil in juridische kwalificatie wat betreft mishandeling of geweldpleging. De verschillen situeren zich uitsluitend op het vlak van eigendom, aansprakelijkheid en strafrechtelijke bescherming in heel specifieke gevallen, als de feiten ook betrekking hebben op de ambtenaar. Op strafrechtelijk gebied valt geweld tegen een politiehond, zoals u zei, onder de vernieling van overheidseigendom of onder de dierenwelzijnswetgeving, maar niet onder geweld tegen een politieambtenaar.

 

Via deze weg wil ik duidelijk maken dat ik alle geweld tegen politiemensen ten strengste veroordeel. Ik wil dat men dat aanpakt en dat geldt ook voor de dieren die de politie inzet, zoals honden en paarden.

 

De minister van Justitie is bevoegd voor wijzigingen aan het Strafwetboek. Het onderwerp heeft, naar ik begrijp, tijdens de vorige legislatuur overigens ook al op tafel gelegen.

 

Wat de verankering van de inzet van politiehonden betreft, het is de verantwoordelijkheid van de hondengeleider om telkens een risicoanalyse te maken vooraleer hij of zij de politiehond op een doel afstuurt. Die geleiders zijn goed getraind en hebben een nauwe band met de dieren. Ik heb dat op het terrein gezien, gisteren nog in Namen, maar ook tijdens hun trainingen in Lint, als ik mij niet vergis. Dat zijn mensen die echt bijna een liefdesband met hun honden hebben.

 

Momenteel zie ik geen concrete elementen om wijzigingen aan het principe aan te brengen.

 

14.03  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Ik zal de vraag ook stellen aan de minister van Justitie, die bevoegd is voor de aanpassing van de strafwetgeving.

 

Spijtig genoeg is een aanpassing tijdens de vorige legislatuur niet door het Parlement geraakt. Wij kunnen echter alleen maar blijven proberen om de politiehonden effectief een statuut te geven of toch minstens de strafwetgeving aan te passen naar analogie van de bepalingen inzake het geweld tegen politiemensen zelf.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

15 Vraag van Maaike De Vreese aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Het gebruik van vuurwerk als wapen tegen politie en hulpdiensten" (56013568C)

15 Question de Maaike De Vreese à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L'utilisation de feux d'artifice comme armes contre la police et les services de secours" (56013568C)

 

15.01  Maaike De Vreese (N-VA): Mijnheer de minister, in februari diende de N-VA-fractie een wetsvoorstel in om het bezit, de verkoop, het transport en het afsteken van vuurwerk uitsluitend voor te behouden voor professionelen. In deze commissie hebben we al heel wat gedebatteerd over oudejaarsnacht en de oudejaarsnachtrellen. We zien dat vuurwerk wordt misbruikt en gebruikt tegen onze hulpdiensten en politiediensten. Dat resulteert in lichamelijke en materiële schade bij burgers en lokale besturen.

 

In Nederland is beslist om vuurwerk te verbieden vanaf eind 2026. Zeker onze burgemeesters in de grensregio maken zich daar grote zorgen over. Daarom kozen wij er ook voor om ons wetsvoorstel voor te stellen in Baarle-Hertog. Daar ondervindt men de enorme druk en overlast van de vuurwerkverkoop. Het transport van F2- en F3-vuurwerk is de facto een rijdende bom door het centrum van de gemeente en dus bijzonder gevaarlijk.

 

Mijnheer de minister, welke evolutie hebben de incidenten waarbij vuurwerk als wapen tegen politie en hulpdiensten wordt gebruikt de afgelopen vijf jaar doorgemaakt? In welke mate houdt die evolutie verband met illegaal bezit, opslag en transport? Hoe staat u tegenover het voorstel om F2- en F3-vuurwerk voor particulieren te verbieden en dus te beperken tot het gebruik door professionelen? Welke bijkomende maatregelen zult u nemen om de politionele aanpak van de smokkel of het illegale gebruik van vuurwerk en de inzet van vuurwerk als wapen tegen de ordediensten te versterken? Ik hoop dat u ons wetsvoorstel genegen bent.

 

15.02 Minister Bernard Quintin: Mevrouw De Vreese, voor de cijfergerelateerde vragen stel ik voor dat u een schriftelijke vraag indient, zodat we alle precieze cijfers kunnen geven. De cijfers lijken ook niet meteen beschikbaar. We moeten dus bekijken of en op welke manier we relevante data kunnen verzamelen om uw vraag te beantwoorden.

 

Over een verbod zal ik me dus nog niet uitspreken. We moeten wel met de ministers van Economie en Justitie bekijken hoe we ongewenst gebruik moeten aanpakken, met oog voor het dierenwelzijn en de veiligheid. Er zijn diverse manieren om de opsporing van illegale vuurwerkverkoop en ‑smokkel te versterken, waaronder een totaalverbod. De heer De Smet is vertrokken, maar ik wil toch zeggen dat ik een liberaal blijf, zelfs nu ik minister ben, en dat een algemeen verbod dus niet mijn eerste keuze is.

 

Het is waar, we moeten buiten de ambiguïteit treden. Er is een vuurwerkwinkel op 200 meter van mijn huis. Ik zei op 31 december tegen vrienden: jullie mogen daar vuurwerk kopen, maar ik mag dan aan de politie vragen jullie op te pakken wanneer jullie buiten de winkel zijn. We moeten daar toch meer duidelijkheid over geven voor iedereen.

 

15.03  Maaike De Vreese (N-VA): Als we kijken naar het draagvlak onder de bevolking, zien we toch een verschuiving. Ik meen dat als men dit 15 of 20 jaar geleden had voorgesteld, het draagvlak niet hetzelfde zou zijn. Als ik zie hoe de mensen nu kijken naar dierenwelzijn, maar ook naar het misbruik van vuurwerk, waardoor onze hulpdiensten en onze spoeddiensten zoveel slachtoffers zien, mensen die vingers verliezen, of erger, zie ik nu wel een groot draagvlak onder de bevolking voor het paal en perk stellen aan de verkoop van zwaar vuurwerk.

 

Bovendien wordt de categorie vuurwerk soms niet gerespecteerd. Soms wordt vuurwerk dat eigenlijk F3 is verkocht als vuurwerk van categorie F2. We merken dat de controle daarop zeer moeilijk verloopt, wat ervoor zorgt dat de mensen zaken kopen die gevaarlijker zijn dan ze denken. Met het oog op de consumentenbescherming is ons voorstel duidelijk. Ook op dat vlak is er zeker en vast werk aan de winkel, ook voor de professionals die vuurwerk aanschaffen.

 

Al ik het lopende project in onze voetbalstadions bekijk, dan maak ik mij toch de bedenking dat vuurwerk voor feest zorgt. Ik ben niet voor een algemeen verbod. Op dat vlak ben ik ook liberaal. Ook aan onze kust hebben we een heel mooi vuurwerkfestival, in Duinbergen, georganiseerd door professionelen. De mensen kunnen daar nog altijd van genieten. Laten we dat dus absoluut behouden. Als het echter gaat over gewone particulieren, vind ik dat het tijd is om van zienswijze te veranderen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

16 Samengevoegde vragen van

- Paul Van Tigchelt aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De totstandkoming van de beslissing om het contract met Sopra Steria inzake i-Police stop te zetten" (56013606C)

- Greet Daems aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Het project i-Police" (56013736C)

16 Questions jointes de

- Paul Van Tigchelt à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La genèse de la décision de résilier le contrat avec Sopra Steria pour i-Police" (56013606C)

- Greet Daems à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Le projet i-Police" (56013736C)

 

16.01  Paul Van Tigchelt (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

In het kader van de stopzetting van het contract met Sopra Steria Group inzake i-Police heb ik nog enkele bijkomende vragen:

 

Hoe kwam deze beslissing tot stand? In welke mate was de minister van Justitie bij deze beslissing betrokken? Of heeft u uw beslissing louter aan haar medegedeeld?

 

16.02 Minister Bernard Quintin: Mijnheer Van Tigchelt, er lopen hoorzittingen. Er zijn dagvaardingen heen en weer gestuurd. Ik zal mij dan ook voorlopig onthouden van verdere commentaar. Ik kom volgende week dinsdag nog terug voor een thematische vergadering van de commissie.

 

De beslissing tot stopzetting heb ik genomen, nadat de federale politie op mijn vraag een evaluatie over het contract met de leveranciers maakte. Ik ben bevoegd voor de informatiehuishouding van de politie. De minister van Justitie was hierbij niet betrokken. Voor zover ik weet, heeft het SAT Justitie (secrétariat administratif et technique) wel occasioneel geïnformeerd naar het verloop van de evaluatie.

 

Ik heb de beslissing aan de minister van Justitie en de regering meegedeeld vlak voor de ontbinding van het contract.

 

16.03  Paul Van Tigchelt (Anders.): Dat is zeer duidelijk. Dank u wel.

 

De voorzitter: Wordt vervolgd.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

17 Vraag van Ortwin Depoortere aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Het antifanetwerk in dit land" (56013613C)

17 Question de Ortwin Depoortere à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Le réseau Antifa dans ce pays" (56013613C)

 

17.01  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, ik heb vragen over het antifanetwerk in ons land, naar aanleiding van de recente dodelijke aanval op een jonge activist in Lyon, waarbij meerdere verdachten worden gelinkt aan de militante, extreemlinkse milieus rond het parlementslid Raphaël Arnault en zijn partij La France Insoumise. Dat roept ook vragen op over mogelijke internationale netwerken, ideologische kruisbestuiving en mobilisatie over de grenzen heen.

 

Mijnheer de minister, hoe schat de regering het risico in op extreemlinks politiek geweld in België, in het bijzonder bij manifestaties of ideologisch geladen acties en in universiteiten?

 

Ten tweede, beschikken onze veiligheidsdiensten over informatie dat militante extreemlinkse netwerken uit onze buurlanden vertakkingen, samenwerkingen of sympathiserende structuren in België hebben? Opereren dergelijke extreemlinkse organisaties, zoals in Frankrijk werd aangetoond, ook via politieke partijen in dit land?

 

Ten derde, bestaat er een structurele informatie-uitwisseling met de Franse veiligheidsdiensten over die milieus? Leidt dat tot een concrete opvolging op ons grondgebied?

 

Ten vierde, overweegt de regering bijkomende maatregelen om te voorkomen dat buitenlandse ideologische conflicten en militante actievormen zich naar ons land verplaatsen of hier navolging krijgen?

 

17.02 Minister Bernard Quintin: Mijnheer Depoortere, de extreemlinkse beweging in België richt zich vooral op de infrastructuur in de openbare ruimte, overheidsgebouwen, energiebedrijven enzovoort, via daden van vandalisme. Er worden ook regelmatig betogingen tegen het optreden van politieke personen of groepen georganiseerd, die tot de verstoring van de openbare orde leiden.

 

Er bestaan inderdaad banden tussen extreemlinkse bewegingen die in België actief zijn en extreemlinkse of radicaallinkse bewegingen in andere Europese landen. Die netwerken zijn weinig gebonden aan landsgrenzen en worden gebruikt om actiemethoden, ideologische prioriteiten, modi operandi en mogelijke doelwitten uit te wisselen.

 

Politieke en ideologische bekommernissen kunnen volgens de veiligheidsdiensten worden gedeeld door extreemlinkse bewegingen in België en bepaalde politieke of parlementaire figuren, onder meer op sociaal en ecologisch vlak en op het vlak van de rechten van minderheden en/of vrouwen.

 

Tegelijkertijd wordt het Belgische politieke en parlementaire debat niet gekenmerkt door geweld van radicaallinkse partijen tegen personen of goederen.

 

Om een doeltreffende opvolging van de netwerken te verzekeren, werken de Belgische en Franse veiligheidsdiensten samen en wisselen zij informatie uit, zowel om een gedeeld beeld te krijgen op het vlak van extremisme en radicalisering als in het kader van gerechtelijke onderzoeken. Daarbij verwaarlozen de veiligheidsdiensten geen enkel aspect van hun werk.

 

Wat uw vraag over bijkomende maatregelen betreft, denk ik dat mijn voorontwerp voor een verbod op gevaarlijke radicale organisaties een belangrijk instrument kan en hopelijk ook zal zijn.

 

17.03  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Ik wacht op uw initiatief en het wetsontwerp waarbij u bepaalde organisaties in het vizier neemt. Ik heb de teksten nog niet gelezen en kan er dus niet gedetailleerd op ingaan, maar ik wil daarop wel een kleine voorafname doen. Principieel ben ik voor een absolute vrijheid van meningsuiting. Daarover kon ik al met sommige collega's van andere partijen van gedachten wisselen. Ik hoop ook dat de absoluutheid van de vrijheid van meningsuiting duidelijk wordt gemaakt in uw wetsontwerp. Ik sta niet te springen voor het verbieden van eender welke vereniging.

 

Ik heb er wel altijd voor gepleit om, ten eerste, bepaalde groeperingen en individuen op de OCAD-lijst te plaatsen en die scherper op te volgen, en ten tweede, om onze wetgeving toe te passen. Volgens onze wetgeving zijn oproepen tot geweld strafbaar. In mijn ogen kan die nu al toegepast worden voor sommige groeperingen en individuen. Waar we absoluut niet naartoe moeten evolueren, zijn de actiemethodes, zoals u dat verbloemend benoemt. De actiemethodes van extreemlinks in onze buurlanden leiden nu al tot doden. Ik hoop dat die actiemethodes, met het Europees netwerk dat hen kenmerkt, niet naar ons land zullen overwaaien. We moeten daar waakzaam voor zijn, maar ik ben er zeker van dat u die mening deelt, aangezien uw partij ook al het slachtoffer is geweest van fysieke belaging en materiële vernielingen. Dat zijn allemaal praktijken die mijn partij al decennialang moet ondergaan.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

Le président: La question n° 56013616C de M. De Smet est reportée.

 

18 Vraag van Jeroen Bergers aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De uitvoering van de wet private opsporing" (56013624C)

18 Question de Jeroen Bergers à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L’exécution de la loi réglementant la recherche privée" (56013624C)

 

18.01  Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, op 17 december 2025 stelde ik hier een vraag over de uitvoerings- en koninklijke besluiten bij de wet betreffende de private opsporing die op 6 december 2024 in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd. Meer dan een jaar na de inwerkingtreding van die wet is tot op heden slechts één uitvoeringsbesluit verschenen.

 

Ik heb toen ook geschetst dat daardoor privéonderzoekers die hun opleiding correct hebben afgerond, vandaag onder de oude wet geen vergunning kunnen bekomen om hun werkzaamheden op te starten. Dat heeft ook een gevolg voor de onderwijsinstellingen die privéspeurders moeten vormen.

 

Tijdens die commissievergadering vertelde u dat de publicatie van die koninklijke besluiten afhankelijk was van het advies van de Raad van State en dat u dat advies toen had aangevraagd. Inmiddels zijn we vijftig dagen verder. Als de Raad van State zijn termijnen heeft gerespecteerd, zou het advies dus beschikbaar moeten zijn.

 

Wat zijn de concrete bevindingen en eventuele opmerkingen van de Raad van State?

 

Wanneer plant u die besluiten te nemen en te publiceren?

 

Ik dank u voor uw antwoord.

 

18.02 Minister Bernard Quintin: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Bergers, de FOD Binnenlandse Zaken ontving op 19 februari 2026 het definitieve advies van de Raad van State met betrekking tot het ontwerp van koninklijk besluit betreffende de vergunning en de vernieuwing van de vergunning van de ondernemingen en interne diensten voor private opsporing.

 

De Raad van State formuleerde voornamelijk een aantal formele en redactionele opmerkingen. Daarnaast wees hij erop dat het besluit slechts in werking kan treden wanneer ook het koninklijk besluit in werking treedt dat de instemming met het onderzoek naar de veiligheidsvoorwaarden regelt. Om die reden wordt momenteel prioritair gewerkt aan de finalisering van dat tweede koninklijk besluit, zodat beide besluiten gelijktijdig kunnen worden vastgelegd en gepubliceerd.

 

Het is de bedoeling de regelgeving op korte termijn af te ronden, zodat ondernemingen en kandidaat-privéonderzoekers zo snel mogelijk over het nodige regelgevende kader beschikken.

 

18.03  Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Het is alvast positief dat de opmerkingen bij het eerste koninklijk besluit slechts formeel van aard waren. Ik hoop net als u dat de FOD zo snel mogelijk het tweede koninklijk besluit kan klaarmaken.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

19 Questions jointes de

- Hervé Cornillie à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L’organisation par Dieudonné de spectacles clandestins en Belgique" (56013636C)

- Jeroen Bergers à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La représentation de Dieudonné à Charleroi" (56014052C)

19 Samengevoegde vragen van

- Hervé Cornillie aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Clandestiene optredens van Dieudonné in België" (56013636C)

- Jeroen Bergers aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Het optreden van Dieudonné in Charleroi" (56014052C)

 

19.01  Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, op 15 maart zal de artiest Dieudonné in Charleroi optreden met zijn best-ofvoorstelling. De artiest is echter niet onbesproken. Hij is al ongeveer 20 keer veroordeeld voor tal van aanklachten: oproepen tot haat, antisemitisme, verboden wapenbezit, sociale fraude en het minimaliseren van de holocaust, de onthoofding van journalisten door IS en opnieuw het oproepen tot haat. Het is een bijzonder fijne kerel.

 

Het OCAD schatte in 2015 de graad van gevaar van zijn optredens in op niveau 3. De toenmalige burgemeester van Brussel, de heer Yvan Mayeur, besloot om op het hele Brusselse grondgebied geen shows van die man toe te laten.

 

Het gaat hier over een best-ofvoorstelling, dus het beste van alle haatmisdrijven die ik net heb opgesomd. Dat kan niet veel goeds betekenen.

 

Heeft het OCAD een actueel advies verleend ten aanzien van die persoon? Zijn er aanwijzingen dat hij opnieuw voor herrie zal zorgen? Welke voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen zijn er genomen?

 

Hebt u toevallig contact gehad met de burgemeester van Charleroi hierover? Ik vind het opmerkelijk dat de evenementen in Brussel in 2015 verboden werden en dat ze nu blijkbaar in Charleroi wel mogelijk zijn.

 

19.02 Minister Bernard Quintin: Mijnheer Bergers, ik zal in het Frans en in het Nederlands antwoorden, want zo is het antwoord voorbereid.

 

Je suis en effet informé par mes services de l'organisation d'événements avec M. Dieudonné. Les services de sécurité, tant belges que français, sont familiers de la méthode empruntée par l'intéressé, qui allie maintien du secret sur le lieu exact du spectacle et location de salles dans des domiciles privés, voire présence d'un bus pouvant accueillir l'événement, dans le but d'éviter les potentielles mesures d'interdiction de ses spectacles. Cette méthode a été relevée sur notre territoire à plusieurs reprises depuis une dizaine d'années, et dernièrement à Liège, en août 2025.

 

De lokale politiezones stemmen derhalve met de lokale overheden af om het evenement en de mogelijke risico's op het vlak van de openbare orde te analyseren. Het Nationaal Crisiscentrum wordt bovendien op de hoogte gebracht van de aangekondigde evenementen op ons grondgebied.

 

De lokale politie kan het OCAD ook vragen om een dreigingsanalyse uit te voeren. Het OCAD geeft geen advies, maar analyseert de dreiging. In het kader van de aankondiging van de mogelijke aanwezigheid van Dieudonné in België werd het OCAD inderdaad gevraagd om de terroristisch-extremistische dreiging te beoordelen. Er kunnen maatregelen worden genomen door de lokale politie en/of administratieve overheden in coördinatie met de politiezone, bijvoorbeeld een verbod door de burgemeester.

 

Pour ce 15 mars, le cabinet du bourgmestre ne cautionnant pas l'organisation du spectacle, il est demandé à la police – en cas d'organisation sur la voie publique – de mettre un terme à la représentation sur la base du règlement général de police, tout rassemblement devant faire l'objet d'une demande d'autorisation.

 

Ik verwijs echter naar het begin van mijn antwoord. We kennen de modus operandi van de heer Dieudonné en andere mensen zoals hij, die een beetje zoals Code Rouge werken, onder andere met verschillende plaatsen.

 

19.03  Jeroen Bergers (N-VA): Sorry, mijnheer de minister, ik heb u mogelijk niet goed gehoord. Heeft de stad nu een advies gevraagd aan het OCAD of niet?

 

19.04 Minister Bernard Quintin: Ja.

 

19.05  Jeroen Bergers (N-VA): Ja, ze hebben het aangevraagd, maar blijkbaar nog…

 

19.06 Minister Bernard Quintin: Het kabinet van de burgemeester heeft dit verboden, met een advies aan de politie om het te stoppen als het in de openbare ruimte gebeurt en om de betrokkenen op te sporen als het op een privéplaats gebeurt.

 

19.07  Jeroen Bergers (N-VA): Dat is alvast goed. Bedankt, mijnheer de minister.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

20 Vraag van Paul Van Tigchelt aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Het uitstel van de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek" (56013792C)

20 Question de Paul Van Tigchelt à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Le report de l'entrée en vigueur du nouveau Code pénal" (56013792C)

 

De voorzitter: Mijnheer Van Tigchelt, uw vraag over het uitstel van de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek vind ik een goede vraag.

 

20.01  Paul Van Tigchelt (Anders.): Het zijn allemaal zaken die ons zorgen moeten baren, mijnheer de voorzitter.

 

Mijnheer de minister, u weet dat de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek voorzien is op 8 april 2026. Voor die inwerkingtreding was een termijn van twee jaar voorzien, omdat het werd goedgekeurd en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 8 april 2024. Die termijn van twee jaar was realistisch, op voorwaarde dat iedereen zijn best deed. Nu blijkt dat er nog heel wat wetgeving moet worden goedgekeurd. Het eerste wetsontwerp ter zake van de minister van Justitie werd pas op 19 november 2025 ingediend. Dat is rijkelijk laat.

 

Er wordt naar u verwezen voor de aanpassing van de GAS-wetgeving. Ik weet dat daarvoor een wetsvoorstel is ingediend. Die aanpassing is noodzakelijk zodat zaken als diefstal, vandalisme en slagen en verwondingen ook na 8 april nog via de GAS-wetgeving kunnen worden vervolgd. De minister van Justitie verwijst daarvoor naar u. Gisteravond heeft zij de pers nog te woord gestaan en gezegd: ʺIk ben niet de schoonmoeder van minister Quintin, noch van minister Crucke.ʺ Dat is maar goed ook, zou ik zeggen. Ik ken uw schoonmoeder niet, maar één schoonmoeder is meestal genoeg, nietwaar?

 

Vandaar mijn vragen, mijnheer de minister. Hoe en wanneer werd u als minister betrokken bij de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek? Was er bijvoorbeeld een stuurgroep bij Justitie? Was uw kabinet daarbij betrokken?

 

Werd u of de ministerraad in zijn geheel op de hoogte gebracht van de alarmerende brief van het College van procureurs-generaal van 28 januari van dit jaar? Die brief werd nota bene pas op 2 maart door de minister beantwoord, meer dan een maand later, terwijl de inwerkingtreding al op 8 april is voorzien. Il faut le faire. Was u op de hoogte van de mening van de minister van Justitie binnen de kern van de regering wat betreft de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek?

 

Je suis très curieux d’entendre vos réponses, monsieur le ministre.

 

20.02 Minister Bernard Quintin: Mijnheer Van Tigchelt, ik kan u bevestigen dat mijn schoonmoeder niet meer in leven is. Zo is het. Nu iets serieuzer, al is dat uiteraard ook een serieuze zaak.

 

Met betrekking tot de inwerkingtreding van het Strafwetboek heb ik geen weet van een stuurgroep bij Justitie. Ik weet ook niet naar welke mening binnen de kern u verwijst. U weet dat ik geen lid ben van het kernkabinet. Ik heb al voldoende werk als minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken belast met Beliris.

 

Ik kan u wel zeggen dat ik mijn best doe om tegen 8 april de nodige aanpassingen aan de GAS-wetgeving goedgekeurd te krijgen. We hebben het daar vorige week in de commissie voor Binnenlandse Zaken nog over gehad.

 

Ik reken op de steun van het Parlement om die technische wijzigingen binnen het korte tijdsbestek dat ons rest te kunnen laten goedkeuren. Ik heb daarvoor goede hoop, met de steun van de voorzitter, om dat te kunnen en mogen doen.

 

20.03  Paul Van Tigchelt (Anders.): Mijnheer de minister, op ons zult u wel kunnen rekenen, aan ons zal het niet liggen. De behandeling van het wetsvoorstel moet echter nog worden gepland. Hetzelfde geldt voor het iets omvangrijkere wetsontwerp betreffende verkeer, waarvan de behandeling in de commissie voor Mobiliteit ook nog moet worden gestart. Het wordt bijzonder krap om dat allemaal nog geregeld te krijgen voor 8 april.

 

Mijn stelling is dat de minister van Justitie te laat de noodzaak heeft ingezien om dat urgent te behandelen en om met de deelstaten en met andere ministers daarvoor te pleiten. Men schiet wakker nu het bijna te laat is. Ik hoop alleszins dat het nog lukt en we zullen dat verder opvolgen. Aan ons zal het zeker niet liggen, mijnheer de minister.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

21 Samengevoegde vragen van

- Maaike De Vreese aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De strijd tegen transmigratie, de RHIB-versterking en de maritieme interventiecapaciteit" (56013795C)

- Franky Demon aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De toenemende transmigratie via de kust" (56013615C)

21 Questions jointes de

- Maaike De Vreese à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La lutte contre la transmigration, le renforcement des RHIB et la capacité d'intervention maritime" (56013795C)

- Franky Demon à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L'augmentation de la transmigration par la côte" (56013615C)

 

21.01  Maaike De Vreese (N-VA): Mijnheer de minister, we zien dat de problematiek van mensensmokkel en transmigratie verschuift naar de stranden van onze kust. Dat komt doordat Frankrijk strenger optreedt tegenover bootjes die zich al op het water bevinden. Die vaartuigen worden omsingeld en er volgt een gerechtelijke aanpak.

 

We spreken over zware georganiseerde criminaliteit. Als men ziet wat er gebeurt in de vluchtelingenkampen in Duinkerke, dan gaat het over smokkelaars die in het bezit zijn van zware oorlogswapens. Minister, u zou de beelden moeten opvragen, want die zijn gewoonweg hallucinant. Dat soort van georganiseerde criminaliteit kunnen we absoluut niet dulden aan onze kust.

 

We moeten dus nu al een harde aanpak hanteren. Daarvoor is een doorgedreven plan van aanpak nodig voor alle verschillende bevoegde diensten. De lokale en de federale politie zijn belangrijke spelers, maar we kijken ook naar het Maritiem Informatiekruispunt, waar bijvoorbeeld ook Defensie en de scheepvaartpolitie aanwezig zijn en het departement Asiel en Migratie, dat bevoegd is voor de mensen die in illegaal verblijf worden aangetroffen. Asiel en Migratie heeft onder meer als taak voldoende plaatsen te voorzien in de gesloten centra, maar dient ook bijstand te leveren op het terrein, bijvoorbeeld aan de lokale politie via de verbindingsambtenaar of de diensten die daar aanwezig zijn.

 

Wat voor ons ook heel belangrijk is, is het feit dat de Britten Frankrijk ook altijd financieel ondersteund hebben. Frankrijk zou 172 miljoen Britse pond krijgen voor de verdere beveiliging en bewaking. Daarnaast worden er 1.200 beveiligingsagenten ingezet, waarvan er 730 worden betaald door de Britten.

 

Minister, zult u in overleg gaan met uw Britse collega's om de financiële kant van de zaak te bespreken en een gelijkaardige financiering te verkrijgen als de Fransen?

 

Zult u, minister, ook de beelden opvragen en de situatie ter plaatse bekijken? Naar verluidt is dat uw plan. Dat zou alvast een grote meerwaarde zijn voor de opvolging van de problematiek.

 

Zult u ook een coördinerende rol opnemen en alle diensten samenbrengen met het oog op de opmaak van een doorgedreven plan van aanpak, een puntenplan om de transmigratieproblematiek hard aan te pakken?

 

Welke concrete stappen zet u om de operationele capaciteit op het terrein te ondersteunen? Welke maatregelen neemt u bijvoorbeeld voor de maritieme interceptie en de reddingscapaciteit aan de Westkust?

 

De scheepvaartpolitie heeft naar verluidt slechts een beperkt aantal Rigide Hull Inflatable Boats (RHIB’s) ter beschikking. Wat is de stand van zaken? De scheepvaartpolitie vraagt naar extra middelen. Wat heeft zij nodig en zult u aan haar vraag tegemoetkomen?

 

Hoe staat u tegenover nieuwe technieken, zoals het gebruik van netten om de schroef van small boats te blokkeren en het inboxen met patrouillevaartuigen van politie en/of Defensie? Die methode past men in Frankrijk al toe en heeft wel resultaat.

 

Welke tijdelijke maatregelen gelden er vandaag? Welke akkoorden en afspraken bestaan er? Werden er in het verleden afspraken gemaakt met de Britse overheid en diensten? Staat u al in contact met hen en kunt u daar meer over zeggen?

 

Hoe evalueert u de nieuwe afspraken over de contacten tussen de Britse ambassade in Brussel en de dienst Internationale Betrekkingen van de federale politie? Hoe verloopt de samenwerking tussen de verschillende diensten?

 

21.02 Minister Bernard Quintin: Mevrouw De Vreese, dit jaar zijn er inderdaad al vijf vaststellingen gedaan van small boats die vanaf de Belgische kust vertrokken of dat poogden te doen. Dat is meer dan in de voorbije jaren het geval was. Dergelijke vluchtelingenboten vertrekken meestal vanuit Frankrijk, gelet op de kortere afstand tot het Verenigd Koninkrijk en de gunstigere stromingen.

 

Gezien de vijf vaststellingen dit jaar zijn we extra alert voor het fenomeen. Er wordt extra gepatrouilleerd aan landzijde, op zee en vanuit de lucht, onder meer door de inzet van het Frontexvliegtuig.

 

Het is levensgevaarlijk om in een small boat het kanaal over te steken. Het doel is uiteraard om alle pogingen daartoe te stoppen.

 

Vanuit de bestuurlijke en gerechtelijke overheden is er, in samenspraak met de geïntegreerde politiediensten, bijzondere aandacht voor de aanpak van transmigratie. Daarvoor wordt op dagelijkse basis digitaal en via bijzondere overlegfora informatie uitgewisseld, intern met de geïntegreerde politiediensten en met de Franse en Britse politiediensten.

 

De geïntegreerde politie organiseert bijzondere controleacties in de strijd tegen de transmigratieproblematiek, waarbij tevens bijzondere aandacht wordt besteed aan de supply chain of small boats.

 

In het kader van die acties voorziet de federale politie, waar nodig, in bijkomende middelen en ondersteuning voor de lokale zones. Daarnaast werken we samen met de gerechtelijke overheid om de criminele organisaties die mensen smokkelen, te ontmantelen. De Belgische politie werkt ook nauw samen met het Verenigd Koninkrijk in de strijd tegen transmigratie en mensensmokkel.

 

De samenwerking op verschillende niveaus, lokaal, provinciaal, arrondissementeel en nationaal, omvat zowel informatie-uitwisseling als operationele samenwerking, ook met onze verbindingsofficieren in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

 

Alle informatie die conform het wettelijke en regelgevende kader rechtstreeks kan worden uitgewisseld tussen de lokale politiediensten en het Verenigd Koninkrijk dient steeds, zoals voorgeschreven in de ministeriële richtlijn MFO 3 inzake het gerechtelijk en bestuurlijk informatiebeheer, in kopie te worden gedeeld met het Single Point of Operational Contact (SPOC) van de federale politie.

 

België richt zich voornamelijk op de aanpak van de georganiseerde dadersgroepen die de oversteken mogelijk maken. De samenwerking verloopt onder andere via Europol, met Operational Taskforces en EMPACT operational action plans, Joint Investigation Teams en de Unité de Renseignement Opérationnel in Frankrijk, die realtime informatie-uitwisseling met Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot de smallboatproblematiek mogelijk maakt.

 

Naar aanleiding van de recente gebeurtenissen werden reeds bijkomende afspraken gemaakt om de relevante informatie die de Britten verkrijgen van migranten die het VK bereiken met een bootje dat vertrokken is vanaf de Belgische kust zo snel mogelijk met de bevoegde politiediensten in ons land te delen. Ik heb morgen een specifiek overleg met mijn Britse collega-minister van Asiel en Migratie in De Panne.

 

Ja, er zijn tekorten en noden bij de SPN, zoals bij elke politiedienst. Ik bekijk die met veel aandacht. Ik zal later terugkomen met specifieke antwoorden.

 

Wat de financiering door het Verenigd Koninkrijk betreft, ik ben niet genegen geld te vragen aan het Verenigd Koninkrijk. Ik meen dat we genoeg middelen hebben. Het Verenigd Koninkrijk is een goede en belangrijke partner, maar het zou niet hetzelfde zijn als wanneer we het geld krijgen van de Europese Unie. Het Verenigd Koninkrijk is geen lid meer van de Europese Unie. Wie betaalt, beslist. Ik ben er niet totaal tegen, maar ik meen dat we dat denkspoor heel scherp moeten onderzoeken.

 

21.03  Maaike De Vreese (N-VA): Bedankt voor uw uitgebreid antwoord, minister.

 

Ik volg de kwestie van de transmigratie al op van toen ik bij de Dienst Vreemdelingenzaken werkte. Ik heb heel wat van die acties meegemaakt, toen er nog boten vertrokken vanuit Oostende en vanuit Zeebrugge. Mensensmokkel gebeurt via onze snelwegen en via onze snelwegparkings. We mogen dus niet enkel en alleen inzetten op onze Westkust, we moeten de volledige aanvoerlijn aanpakken. Dat woord lijkt niet respectvol, want het gaat nog altijd om mensen. Ik heb de kwestie later, toen we geconfronteerd werden met een toenemend aantal transmigranten, ook op het kabinet van Theo Francken opgevolgd. De enige manier om het fenomeen aan te pakken, bestaat erin dat alle bevoegde diensten zowel hier als in Frankrijk en Groot-Brittannië de handen in elkaar slaan, anders is elke aanpak tot mislukken gedoemd.

 

Na een rustige periode moeten wij nu alert zijn en die verschuiving niet toelaten. Wij moeten onmiddellijk kort op de bal spelen. Dat doet u ook.

 

Ik ben heel blij dat u samen met minister Van Bossuyt de situatie ter plekke in De Panne in ogenschouw zult nemen. Een tentenkamp aan onze kust zou desastreus zijn en levensgevaarlijke situaties met zich meebrengen, onder andere voor onze politiemensen, gelet op het feit dat de criminele mensenhandelaars over zwaar wapentuig beschikken.

 

Zet dus alles op alles. Dit is het moment om heel kort op de bal te spelen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Mijnheer Van Tigchelt, mijnheer de minister, ik wil u een systeem uitleggen dat de zaken wat vergemakkelijkt. Het staat de leden vrij om hun vraag om te zetten in een schriftelijke vraag en die toe te voegen aan het integraal verslag van de mondelinge vragen, samen met het antwoord van de minister.

 

Dat is gemakkelijker, want vroeger moest men de vraag omzetten in een schriftelijke vraag via een volledig andere procedure voor de Kamerdiensten. Nu is er een nieuwe regeling die toelaat dat mondelinge vragen worden omgezet in schriftelijke vragen en aan het verslag worden toegevoegd.

 

21.04  Paul Van Tigchelt (Anders.): Dat had ik zo niet begrepen.

 

De voorzitter: Het is iets nieuws.

 

21.05  Paul Van Tigchelt (Anders.): Doe ik dat dan bij dezen voor mijn vraat nr. 56013820C?

 

De voorzitter: Als iedereen het daarmee eens is, is dat goed.

 

21.06  Paul Van Tigchelt (Anders.): Ik zal dat ook voor mijn vraag nr. 56013948C doen. Dank u.

 

De voorzitter: Ik probeer het nieuwe Reglement toe te passen. Het is de eerste keer dat ik dat moet doen. Ik probeer wat orde te scheppen in de chaos die de Kamer soms eigen is. Bij dezen is dat dus gebeurd.

 

22 Vraag van Ortwin Depoortere aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De ondersteuning door de federale politie bij drugscontroles op grote evenementen" (56013896C)

22 Question de Ortwin Depoortere à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L'appui de la police fédérale lors des contrôles antidrogues dans le cadre de grands événements" (56013896C)

 

22.01  Ortwin Depoortere (VB): Op een dance-event in Flanders Expo vond een grote drugscontrole plaats. De resultaten waren hallucinant. De helft van de gecontroleerde jongeren bleek drugs op zak te hebben. Er werd voor liefst 60.000 euro aan boetes uitgeschreven.

 

We kunnen dat negatief bekijken door te zeggen dat het erg gesteld is met het drugsgebruik in ons land en dat de cijfers dat bewijzen. We kunnen echter ook zeggen dat controles helpen en dat we daar dus meer op moeten inzetten. Ik pleit vooral voor dat tweede. Mijnheer de minister, daar rijst wel een probleem. De lokale politiezones trekken aan de alarmbel en zeggen dat ze simpelweg de mensen en de middelen niet hebben om dergelijke grote acties op poten te zetten.

 

Daarom en ook omdat u er zelf naar verwees in uw beleidsnota wil ik u twee pertinente vragen stellen.

 

Ten eerste, zult u de federale politie inschakelen om lokale politiezones bij te staan bij grootschalige drugscontroles?

 

Ten tweede, bestaat er vandaag al een specifiek federaal plan om dergelijke controles te coördineren op grote festivals? Er zijn er wel een aantal in ons land. Ik verwijs bijvoorbeeld naar Tomorrowland, waar ook al grote incidenten met drugs hebben plaatsgevonden.

 

Dat zijn mijn twee grote vragen. Ik heb ook nog een aantal andere vragen gesteld, maar die zal ik schriftelijk indienen. Die gaan onder andere over het aantal drugscontroles in ons land.

 

Ik wil vooral weten of de federale politie kan worden ingeschakeld voor grootschalige drugsacties.

 

22.02 Minister Bernard Quintin: Mijnheer de voorzitter, met betrekking tot de statistische gegevens nodig ik u uit om een schriftelijke vraag te stellen, zoals u al aankondigde.

 

U vraagt naar mijn reactie op het feit dat bijna de helft van de bezoekers drugs bij zich had. Ik begrijp uw bezorgdheid en ik deel die. Het gaat echter om helft van de gecontroleerde festivalbezoekers. Niet iedereen werd gecontroleerd.

 

Als we ons baseren op het artikel in Het Laatste Nieuws van 9 februari 2026, blijkt dat 0,88 % van de bezoekers betrapt werd op drugsbezit. In het artikel staat inderdaad dat het om ongeveer de helft van de gecontroleerde festivalbezoekers gaat. De politie heeft dus de nodige expertise om zeer gericht te controleren.

 

Gericht controleren op bijvoorbeeld dansevenementen en festivals is voor mij een must en ik wil dat benadrukken. Deze acties, maar ook andere recurrente drugsacties, worden door de politie en justitie structureel georganiseerd in ons land, dit wil zeggen gepland naar plaats en tijd en dat op basis van beeldvorming en kennis van het terrein.

 

Dat kunnen kleinschalige initiatieven zijn, maar ook regionale of nationale en zelfs internationale drugsacties. Denken we daarbij aan de periodiek actie Etoile, die vijf keer per jaar wordt georganiseerd. Dit gaat dus ruim verder dan een eenmalig flitsactie voor de galerij, wat echter minstens even belangrijk is om de problematiek in het grote geheel te bekijken.

 

De drugsmarkt is een aanbodgestuurde markt. Met andere woorden, hoe meer drugs er beschikbaar zijn, hoe meer er gebruikt zal worden. We moeten dus verder kijken dan alleen maar festivals of massaevenementen. De oplossing voor deze problematiek bestaat dus niet alleen in gerichte controles tijdens dit soort evenementen, nog belangrijker is de aanpak van de aanbodzijde. We moeten de drugscriminelen raken daar waar hen dat het meest pijn doet, namelijk in hun portefeuille.

 

We moeten ervoor zorgen dat de verkoop van drugs niet langer economisch rendabel is voor criminele organisaties. Daarom nemen we met deze regering de nodige initiatieven om politie en justitie blijvend en structureel te versterken, maar nemen we ook ondersteunende maatregelen in de strijd tegen de georganiseerde drugscriminaliteit. Dat doen we door hun vermogen in beslag te nemen. Het Nationaal Drugscommissariaat neemt het initiatief voor de nodige beleidsvoorstellen. Naast het in beslag nemen van het criminele vermogen moet ook de indirecte aanpak van de problematiek de nodige versterking krijgen. Er moeten maatregelen genomen worden op het vlak van armoedebestrijding, onderwijs, preventie en volksgezondheid, wat ik de schakels van de organisatie van onze maatschappij noem. Ik kom met orde en daarna volgt de schakel van justitie.

 

Mijnheer de voorzitter, wij moeten alles doen. Ik was gisteren in Namen, waar een FIPA werd gevoerd. Het is ook belangrijk om op straat te gaan om de drugsdealers aan te pakken en zelfs de gebruikers en we moeten naar grote evenementen gaan. Het gaat echt om een globale aanpak met de middelen waarover we beschikken. Ik wil insisteren op follow the value en de rol van het Nationaal Drugscommissariaat. Dat heeft een belangrijke rol te spelen in de strijd tegen drugscriminaliteit, niet alleen op de laagste niveaus, maar ook op het hoogste niveau door de grote drugshandelaren te treffen in hun portefeuille.

 

22.03  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord.

 

U hebt wellicht vandaag ook de berichtgeving gezien over het onderzoek naar de sporen van drugs in het rioolwater. Ook daar valt op dat we overspoeld worden – in dit geval mogen we dat bijna letterlijk nemen – door synthetische drugs. Ik volg u in uw redenering dat we vooral de aanbodzijde moeten aanpakken. Dat is inderdaad het principe follow the money. Dat is ook wat het Nationaal Drugscommissariaat zegt, onder meer met betrekking tot de inbeslagnames en alles wat daarmee gepaard gaat. Anderzijds moeten we ook de vraag doen afnemen. We moeten sensibiliseren, preventief werken via een ketenaanpak, maar ook controleren en bestraffen. Dat kan helpen om het drugsgebruik te ontmoedigen. Wanneer ik met drugsexperten spreek – het zijn geen Vlaams Belangers – zeggen zij mij meestal ook dat het drugsgebruik genormaliseerd wordt. Dat is precies het gevaar. Onze jongeren lopen te snel in de val. We moeten het omgekeerde beginnen te doen. Dat moet zeker via de preventieve weg, maar ook met een repressieve aanpak wanneer dat nodig is. De ketenaanpak is dus noodzakelijk, maar het mag niet stoppen bij preventie alleen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 56013898C van de heer Depoortere wordt volgens de nieuwe procedure omgezet in een schriftelijke vraag, waarbij de vraag samen met het antwoord van de minister wordt toegevoegd aan het verslag. Vraag nr. 56014022C van mevrouw Maouane is uitgesteld. Vraag nr. 56014032C van mevrouw De Vreese wordt volgens de nieuwe procedure schriftelijk behandeld.

 

23 Samengevoegde vragen van

- Ortwin Depoortere aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De structurele crisis en personeelstekorten bij de noodcentrales 101 en 112" (56014040C)

- Jeroen Bergers aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De lange selectieprocedure voor de noodcentrale" (56014053C)

23 Questions jointes de

- Ortwin Depoortere à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La crise et les pénuries de personnel structurelles dans les centres d'appel d'urgence 101 et 112" (56014040C)

- Jeroen Bergers à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La longue procédure de sélection pour le centre d'appel d'urgence" (56014053C)

 

23.01  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

De recente reportage in Terzake over onze noodcentrales was een ongeziene noodkreet. In Oost-Vlaanderen bleef afgelopen zomer bijna één op de vier oproepen naar het nummer 101 onbeantwoord. Burgers in nood staan soms tot vijf minuten in de wacht. Dat is een bijzonder ernstig alarmsignaal voor onze veiligheidsketen.

 

Ook het personeel trekt aan de alarmbel. De noodcentrales zijn steeds meer het opvangnet geworden voor problemen elders in het systeem. Omdat heel wat lokale politiebureaus na de uren gesloten zijn, komen niet-dringende meldingen bij 101 terecht. Bovendien worden in veel regio's oproepen via het nummer 1733 voor de huisartsenwachtdienst doorgeschakeld naar de noodcentrales. Volgens medewerkers leidt dit tot een bijzonder hoge werkdruk, een structureel personeelstekort en een toenemend aantal burn-outs. Heel wat mensen overwegen daarom een andere job te zoeken.

 

Daarom heb ik voor u de volgende vragen:

 

Hoe verklaart u dat in sommige regio's tot 23 % van de noodoproepen onbeantwoord blijft en welke onmiddellijke maatregelen neemt u om wachttijden te verminderen?

 

Erkent u dat het huidige personeelskader niet langer aangepast is aan de reële werklast, en bent u bereid dit structureel te verhogen? Zo ja, hoe?

 

Welke minimumnormen voor de bezetting per shift gelden vandaag voor een noodcentrale en worden die effectief overal in het land gehaald? In welke noodcentrales situeren zich de grootste knelpunten?

 

De aanwervingsprocedures blijken bijzonder traag te verlopen. Welke maatregelen neemt u om de rekrutering en selectie van operatoren te versnellen?

 

Acht u het nog verantwoord dat oproepen via het nummer 1733 in veel regio's worden doorgeschakeld naar de noodcentrales, en wordt onderzocht of deze oproepen opnieuw buiten de noodlijnen kunnen worden georganiseerd? Zo ja op welke manier?

 

Welke concrete maatregelen neemt u om de hoge werkdruk, het personeelsverloop en de burn-outs bij operatoren structureel aan te pakken?

 

Welke kortetermijnmaatregelen zal u nemen om de druk op de noodcentrales te verlichten zolang het personeelstekort niet volledig is weggewerkt?

 

23.02  Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer de minister, de noodcentrale kampt inderdaad al jaren met een structureel personeelstekort. Met de inwerkingtreding van het masterplan verhoopt men die tekorten weg te werken.

 

Dat de aanwerving flexibeler zal worden, is een positieve kentering. Ik heb specifiek over die aanwervingen een aantal vragen. In maart of in april 2026 zal een nieuwe wervingsronde worden georganiseerd. Wij hopen alvast dat er voldoende kandidaten zich inschrijven. Uit het verleden blijkt echter dat het aantal geïnteresseerden vaak niet het probleem is, maar wel het feit dat veel mensen om een aantal redenen afhaken tijdens of vlak na de selectieprocedure.

 

De eerste en voornaamste reden is de doorlooptijd. Het proces van eerste kandidaatstelling tot effectieve indiensttreding duurt veel te lang. Een jaar is geen uitzondering. Kandidaten worden onderworpen aan testen en controles vooraleer ze worden aangeworven. Pas daarna kunnen ze hun opzeg geven bij hun huidige werkgever. Wanneer die opzeg is gegeven, moet de opleiding nog beginnen.

 

Bovendien moeten kandidaten en juryleden voor elke test om calltaker te worden, naar Brussel komen. Dat is niet evident voor de werkgevers van de kandidaten, die hun werknemers telkens langer van het werk zien vertrekken. Ook de juryleden kost dat heel veel tijd. Juryleden uit Luxemburg of West-Vlaanderen moeten namelijk een hele of halve dag naar Brussel komen. Die tijd kunnen ze niet besteden in de noodcentrale.

 

Wij zijn vragende partij voor efficiëntere procedures. U bent dat ook. Wij steunen daarom uw masterplan. Het is gewoon een kwestie van gezond verstand dat zeker in een noodcentrale, waar het vaak over leven en dood gaat, efficiënter kan worden gewerkt.

 

Welke maatregelen wilt u nemen om de wervingsprocedure in te korten?

 

Vanwaar komt de noodzaak om elke test of elk gesprek in Brussel te laten plaatsvinden? Kunnen die niet worden gedecentraliseerd, dichter bij de plek waar de kandidaten werken of waar ze zullen werken?

 

Zijn er ook mogelijkheden om een aantal stappen in het proces uit te besteden aan externe partners, zodat calltakers niet voor elke stap in het aanwervingsproces van hun post moeten worden gehaald?

 

Ik dank u alvast voor uw antwoorden.

 

23.03 Minister Bernard Quintin: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Bergers, zoals eerder vermeld doet mijn administratie continu inspanningen om de personeelstekorten in de 101- en 112-noodcentrales op te vullen. Regelmatig worden meerdere selectieprocedures gelanceerd en worden nieuwe operationele medewerkers aangeworven en opgeleid. Ik wil ook benadrukken dat er niet enkel vacatures ingevuld worden omdat operationele medewerkers de dienst verlaten, maar ook omdat sommige medewerkers verminderde werkprestaties aanvragen, loopbaanonderbrekingen opnemen, medisch ongezond worden verklaard, verlof opnemen voor stage bij een andere dienst of voor langere duur verlof opnemen enzovoort. Dat is absoluut normaal.

 

De minimumbezetting per werkshift verschilt uiteraard van centrale tot centrale en ook per werkshift, naargelang het om een dag-, nacht-, week- of weekendshift gaat. In geval van personeelstekorten kan deze minimumbezetting vaak niet worden aangehouden. Dat is ook de reden waarom mijn administratie frequent nieuwe selectieprocedures lanceert, soms met wisselend succes. Ik wil niet ontkennen dat het voor sommige provincies lastiger is om met één selectieprocedure voldoende kandidaten te vinden om alle tekorten tegelijk op te vullen. Voorbeelden daarvan zijn de provincies Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Vlaams-Brabant en Luxemburg, bijna de helft van onze provincies.

 

Voor alle cijfervragen verwijs ik graag naar de schriftelijke antwoorden die ik al op vragen van collega’s heb verstrekt.

 

Ik heb aan mijn administratie gevraagd te analyseren of een nieuw model voor de noodcentrale een oplossing zou kunnen bieden. Ik heb het over een model waarbij vertrokken wordt van een eengemaakte calltaking onder 1201, met een strikte scheiding tussen calltaking en dispatching en tussen noodoproepen en oproepen waarvoor de interventie gepland kan worden. Mijn administratie onderzoekt momenteel met de verschillende disciplines de mogelijke pistes. Hulpvragen op medisch vlak, voor de brandweer of politie waarvoor de interventie planbaar is en geen dringende tussenkomst nodig heeft, zouden eventueel aan een extern callcenter kunnen worden toegewezen. Zoals gezegd vereist dit echter een grondige analyse.

 

Er zijn al een aantal maatregelen genomen om de aanwervingsprocedure te verkorten, onder meer door kleinere groepen te selecteren om sneller in dienst te treden en de procedure voor medische en veiligheidsscreening sneller te laten volgen aan het einde van het selectieproces.

 

Na de aanwervingen is er ook de mogelijkheid om de opleidingen flexibeler te organiseren, zodat het aangeworven personeel sneller operationeel wordt. Met de minister van Ambtenarenzaken worden ook andere initiatieven bekeken, zoals het aanpassen van de modaliteiten voor de doorlopende selectie.

 

Onder meer om operationele redenen zijn de verschillende fases van de selectie tot nog toe in Brussel georganiseerd. We bekijken momenteel de mogelijkheden om die lokaal te organiseren. Hoe selectieprocedures worden georganiseerd en met welke partner is een bevoegdheid van de minister van Ambtenarenzaken.

 

Ik hoop dat u erkent dat ik mijn best doe om alles te reorganiseren en herstructureren, na jaren van veel praten en weinig actie. Ik denk ook dat we veel te veel nummers hebben. We hebben de nummers 101 en 112 en zelfs niet-dringende nummers. Ik heb mijn bedenkingen bij de niet-dringende nummers. Als het niet dringend is, moet de Staat dan iets doen?

 

De mening van Bernard Quintin als persoon doet hier niet ter zake, maar het is mijn mening als minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken dat we de moed moeten hebben om beslissingen te nemen. Als we meer personeel willen, moeten we het statuut van die mensen bespreken. Als we efficiënter willen zijn, hebben we misschien niet in elke provincie meerdere noodcentrales nodig. Ik zal met maatregelen komen, maar ik heb daarvoor de steun van iedereen nodig om echt efficiënt te zijn.

 

We moeten ook werken met moderne systemen en ons aanpassen aan de realiteit van de wereld van vandaag. Halftijds werken, vier vijfde werken, telewerk enzovoort, dat is de realiteit van vandaag. We moeten ons aanpassen, binnen de marges van de mogelijkheden van onze diensten.

 

23.04  Ortwin Depoortere (VB): Ik dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister. De cijfers zal ik zeker nog schriftelijk opvragen.

 

U zegt dat we eerst moeten analyseren hoe we alles zullen hervormen. Ik verwijt u dat niet, maar het personeel van de noodcentrales stond zes jaar geleden al voor de eerste keer aan mijn deur met vrij zware verzuchtingen. Ze waren daarmee al naar het kabinet van minister Verlinden geweest, maar kregen nul op het rekest. Hun verzuchtingen kwamen terecht op een koude steen en vervolgens kwamen ze naar mij. Toen vroeg men mij om politieke druk uit te oefenen, want zo gaat dat. Ik stelde daar vervolgens vragen over in het Parlement aan minister Verlinden, maar bij de verkiezingen van 2024 was er nog niets veranderd en bleven de verzuchtingen hetzelfde.

 

Het enige dat ik mag hopen, mijnheer de minister – ik geef u het voordeel van de twijfel als u zegt dat we het systeem volledig moeten hervormen en moderniseren – is dat u de verzuchtingen van het personeel van de noodcentrales ernstig neemt en er op zeer korte termijn iets verandert.

 

23.05  Jeroen Bergers (N-VA): Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister.

 

U hebt inderdaad al daadkracht getoond op een aantal vlakken en onze fractie zal elke daadkracht steunen die leidt tot effectieve hervormingen.

 

Ik vond uw antwoord interessant en dank u daarvoor. Het is belangrijk – ik zal de minister van Ambtenarenzaken hierover ook bevragen – dat het traject voor aanwervingen, dat vaak meer dan een jaar duurt, wordt geflexibiliseerd en anders wordt aangepakt. Soms moeten mensen naar Brussel voor een computertest en daarna weer terug naar huis. Een test op een computer zou echter ook op andere locaties moeten kunnen plaatsvinden.

 

Mijn bezorgdheid – ik weet niet of ze terecht is, maar ik wil ze toch meegeven – is dat bij kleinere, flexibelere groepen de huidige calltakers nog vaker naar Brussel zullen moeten reizen om lessen te geven. Als dat ter plaatse kan en flexibel wordt georganiseerd voor de calltakers zelf, zie ik daar absoluut een meerwaarde in, maar we moeten voorkomen dat de huidige calltakers nog meer verplaatsingen moeten maken.

 

U pleit heel terecht voor een flexibeler omgaan met de werkuren en de werkdruk van de calltakers. Er zijn verhalen van mensen met shiften van zes uur ’s ochtends tot zes uur ’s avonds, waardoor ze hun gezin ’s ochtends en ’s avonds niet kunnen ondersteunen, wat thuis voor moeilijke situaties zorgt. Hervormingen op dat vlak zouden zeer welkom zijn en elk voorstel in die richting kan rekenen op onze steun.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: De samengevoegde vragen met nrs. 56014045C en 56014048C van de heren Van Hoecke en Matheï worden uitgesteld.

 

24 Vraag van Jeroen Bergers aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De problematiek van de tweetaligheid in Brussel" (56014051C)

24 Question de Jeroen Bergers à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La question du bilinguisme à Bruxelles" (56014051C)

 

24.01  Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer de minister, na meer dan zeshonderd dagen onderhandelen is er een Brusselse regering. Feest! Alleen blijkt nu dat de nieuwe minister-president, de heer Dilliès eentalig is en geen Nederlands spreekt. Hijzelf geeft ook toe dat dat een probleem is en dat hij Nederlands moet leren. Er was zeer veel ophef –  naar mijn mening terecht – over het feit dat de minister-president geen Nederlands spreekt, maar hij is niet de enige. In de nieuwe Brusselse regering zetelt slechts één Franstalige minister die ook Nederlands spreekt. Nog nooit eerder was er zo weinig respect voor Nederlandstaligen in de Brusselse regering, terwijl u bijvoorbeeld toont dat het duidelijk anders kan.

 

Het probleem van de tweetaligheid in onze hoofdstad reikt verder dan de regering. Er heerst al langer een structureel probleem in de Brusselse ziekenhuizen, ook bij de brandweer en bij andere openbare diensten

 

De Vaste Commissie voor Taaltoezicht heeft vastgesteld bij de jaarlijkse uitgevoerde controle van de daadwerkelijke personeelsbestanden van de brandweer, op 1 maart 2024, dat er ten aanzien van de aanwezige bestanden op 1 maart 2023, net als in de voorbije jaren, significante afwijkingen van de geldende taalkaders waren.

 

Dat is in de eerste plaats uiteraard een schending van de taalwetgeving, maar dat zorgt vooral voor levensgevaarlijke situaties. Mensen in nood kunnen niet vlot communiceren met brandweerlieden. Recentelijk trok de vakbond daarover ook aan de alarmbel. Zo zouden opleidingen vaak uitsluitend in het Frans worden georganiseerd, ondanks het wettelijk vastgelegde taalkader en de geldende wetgeving.

 

Nederlandstalige personeelsleden klagen dat ze botsen op een glazen plafond binnen een organisatie als die van Brandweer Brussel. Ik ben tevreden dat we nu extra middelen geven. Dat is een goed initiatief van u. Met een personeelstekort van 200 mensen is het natuurlijk compleet onverantwoord dat meer dan de helft van de bevolking wordt uitgesloten van een ordentelijke werking in de zone, omdat men de taal gewoon niet respecteert.

 

Daarom heb ik de volgende vragen aan u.

 

Kunt u het belang van tweetaligheid en van Nederlandstaligheid in Brussel bevestigen?

 

Hebt u al contact gehad met de nieuwe Brusselse regering en met de nieuwe minister-president om de problematiek van de aanhoudende taalwetovertredingen in Brussel te bespreken?

 

Welke maatregelen zult u concreet nemen om er bij Brandweer Brussel voor te zorgen dat er wat meer respect is voor Nederlandstaligen? Het kan alleen maar helpen bij het aanpakken van de personeelstekorten.

 

24.02 Minister Bernard Quintin: Mijnheer Bergers, ik bevestig nogmaals dat de naleving van de taalwetgeving inzake bestuurszaken, zowel in Brussel als elders in België, voor mij uiteraard een belangrijk aandachtspunt is.

 

Wat meer bepaald het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreft, waar nu eindelijk een regering is gevormd, zal ik zeer binnenkort een officiële ontmoeting hebben met de minister-president en de minister van Ambtenarenzaken. Zij kunnen mij dan toelichten welke maatregelen ze van plan zijn te nemen om de verbintenissen die ze ter zake in hun regeerakkoord zijn aangegaan, na te komen.

 

Ik sta ook in contact met de verantwoordelijken van de Brusselse brandweer om samen met hen te bekijken hoe die wetgeving het best kan worden nageleefd, met name wat betreft de vereisten voor taalcertificaten.

 

Ik wil echter nogmaals erop wijzen dat we ook te maken hebben met een ernstig probleem inzake Nederlandstalige kandidaten. De naleving van de taalwetgeving betreffende bestuurszaken op het gebied van veiligheid en hulpverlening, om slechts die twee sectoren te noemen, is eveneens in het Vlaamse en het Waalse Gewest een aandachtspunt waaraan ik bijzondere aandacht besteed.

 

We moeten dus zeker de nadruk leggen op de vorming en op de mogelijkheden voor al die ambtenaren, ook contractuelen, om taallessen te volgen en de nodige taalcertificaten te behalen.

 

24.03  Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.

 

Ik kijk ernaar uit dat die contacten met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ook officieel zullen plaatsvinden. Wanneer dat gebeurd is, zal ik daarover ongetwijfeld nog vragen stellen.

 

Zoals u zegt, moeten er inderdaad opleidingen beschikbaar zijn in het Nederlands. Er wordt vaak gezegd dat er een gebrek is aan kandidaten. Wanneer kandidaten weten dat ze in een korps terechtkomen waar ze niets in het Nederlands kunnen doen, terwijl er wel een personeelstekort van 200 man is, schrikt dat natuurlijk enorm af.

 

Op dat vlak hoop ik dat u een concreet initiatief zult nemen om ervoor te zorgen dat die opleidingen, bijvoorbeeld bij Brandweer Brussel, ook in het Nederlands worden gegeven. Als u dat doet, dan kunt u daarvoor op onze steun rekenen en anders zal ik hier ongetwijfeld nog vaak het slechte nieuws komen brengen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

25 Samengevoegde vragen van

- Sam Van Rooy aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De vechtpartij in Vilvoorde" (56014072C)

- Jeroen Bergers aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De vechtpartij in Vilvoorde" (56014075C)

25 Questions jointes de

- Sam Van Rooy à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La rixe survenue à Vilvorde" (56014072C)

- Jeroen Bergers à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La rixe survenue à Vilvorde" (56014075C)

 

25.01  Sam Van Rooy (VB): Last but not least zou ik zeggen, want het zijn weer eens walgelijke beelden. In Vilvoorde werd vrijdag een jongen, die het leek op te nemen voor een meisje, zwaar in elkaar geslagen door een groepje zogenaamde jongeren. Dat is natuurlijk – dat weten we allemaal – slechts het topje van de ijsberg. We zien dat soort video's met al diezelfde kenmerken, hetzelfde soort jongeren, hetzelfde soort slachtoffer, helaas steeds vaker.

 

Minister, graag krijg ik een toelichting bij die feiten. Ik heb u een aantal vragen gesteld. Hoeveel daders waren er eigenlijk? Wat is hun etnisch-cultureel profiel of afkomst? Wat is hun nationaliteit? Zijn ze meerderjarig? Kwamen ze al in aanraking met het gerecht? Wat was de aanleiding voor dit meedogenloos geweld? Welke straffen riskeren ze? Hebt u cijfers van dat soort straatgeweld? Zo ja, dan hoor ik die graag van de afgelopen jaren en ook dit jaar.

 

Mijn vraag is eigenlijk ook of u een specifieke categorie zou willen maken ten behoeve van een goed beeld van dat fenomeen dat, als wij de sociale media mogen geloven, in omvang toeneemt.

 

Tot slot, minister, welk beleid wordt er gevoerd om dat soort straatgeweld te voorkomen? U zult het immers met mij eens zijn dat voorkomen altijd beter is dan genezen.

 

25.02  Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer de minister, voor mij als Vilvoordenaar waren de beelden schokkend. Ik denk dat de beelden voor iedereen schokkend waren, als men ziet wat er gebeurt bij een station waar men dagelijks passeert. Het ging om een zeer ernstige vechtpartij, waarbij het slachtoffer met onder andere een schedelbreuk is afgevoerd naar het ziekenhuis. Ik hoor nu dat de operatie goed is verlopen. Dat is alvast positief. Twee van de vier daders zijn opgepakt. Dat is goed. Over de andere twee heb ik een opsporingsbericht zien passeren. Ik hoop dat u daarover straks misschien meer duidelijkheid kan geven.

 

Het is heel frappant dat we in onze stad steeds meer te maken krijgen met die grootstedelijke problematieken, die uitdagingen en die criminaliteit. Wij nemen onze verantwoordelijkheid en pakken die aan. U weet dat ik in Vilvoorde schepen ben. We hebben bij de opmaak van ons meerjarenplan beslist om vijf miljoen extra in onze politiezone te investeren. Onze burgemeester neemt daar vooral het initiatief in. We houden ontzettend veel controleacties aan het station.

 

Het betreft dan geïntegreerde acties, waarbij ook uw diensten ondersteuning bieden, waarvoor dank. Het is natuurlijk schokkend om vast te stellen dat dit vandaag nog niet voldoende is. Die acties hebben effect, maar er vindt nog steeds grof, schandalig geweld plaats, zoals we hebben gezien. We zullen in Vilvoorde bekijken wat we extra kunnen doen om voor veiligheid te zorgen.

 

Breder wilde ik u vragen wat uw analyse is van deze feiten en welke plannen u nog hebt, met uw plan betreffende grootsteden en grootstedelijke problematieken, om ook in Vilvoorde extra maatregelen te nemen voor onze veiligheid.

 

25.03 Minister Bernard Quintin: Mijnheer Van Rooy, statistische vragen kunt u schriftelijk indienen. Overeenkomstig het Reglement van de Kamer zal ik u de gegevens voor de laatste vijf jaar bezorgen.

 

Mijnheer Bergers, mijnheer Van Rooy, vrijdagavond raakte een jongeman gewond aan het station van Vilvoorde na een woordenwisseling waarbij meerdere jongeren betrokken waren. Volgens het parket van Halle-Vilvoorde verkeert hij niet in levensgevaar. Rond 18.25 uur brak er een ruzie uit tussen verschillende jongeren aan het station van Vilvoorde. Vier jongeren zouden het slachtoffer vervolgens hebben aangevallen, hem hard hebben geslagen en tegen de grond hebben gewerkt, waarna ze hem nog meerdere klappen toedienden.

 

Met betrekking tot de gerechtelijke gevolgen van deze zaak verwijs ik u naar mijn collega, de minister van Justitie. Het mag duidelijk zijn dat na het incident van enkele weken geleden, waarbij een jongere in Brussel in brand werd gestoken, ook deze zware feiten erg indrukwekkend zijn.

 

Zoals ik al eerder zei, overstijgt deze problematiek het veiligheidsdepartement. Het betreft ook het veiligheidsdepartement, maar het overstijgt het veiligheidsdepartement. Het is een kwestie van opvoeding, preventie, integratie en begeleiding, aangevuld met veiligheids- en gerechtelijke maatregelen.

 

Mijnheer Bergers, het grotestedenplan is opgestart. Daarin is ook een deel van de periferie van Brussel opgenomen, namelijk Vilvoorde en de gemeenten waar de belangrijkste evenementen plaatsvinden.

 

Verder werk ik aan een continuüm van veiligheid rond stations, met een goede samenwerking van Securail, de SPC, de lokale politie en indien nodig ook de federale reserve. We zullen het hier later nog over hebben.

 

25.04  Sam Van Rooy (VB): Minister, dit zware jongerengeweld in Vilvoorde is slechts één casus. We krijgen dit soort weerzinwekkende beelden helaas steeds vaker te zien. Jongeren met een bepaalde migratieachtergrond, doorgaans uit Afrika, slaan een autochtone Vlaming meedogenloos in elkaar. De daders worden steeds jonger. Ze groeien op in een barbaarse cultuur van agressie en geweld en koesteren niet zelden minachting of haat jegens onze samenleving en onze cultuur. Dit is een importprobleem, minister. Dit soort straattuig zou eigenlijk gedeporteerd moeten worden.

 

Ik waarschuw, minister, dat als de migratiekraan blijft openstaan en dit soort straattuig niet keihard wordt gestraft, het straatgeweld alleen maar erger zal worden.

 

25.05  Jeroen Bergers (N-VA): Bedankt voor uw antwoord, mijnheer de minister.

 

Ik heb van onze politiemensen in Vilvoorde gehoord dat zowel de daders als het slachtoffer al bijzonder veel op hun kerfstok hebben. Ik zou opletten met het woord slachtoffer. Dit is duidelijk een slachtoffer, maar het is zeker geen slachtoffer zonder fouten.

 

Dat neemt natuurlijk niet weg dat we dergelijk bruut, schandalig en wat mij betreft altijd nodeloos geweld uitdrukkelijk niet mogen tolereren als samenleving. We zullen dus extra maatregelen moeten nemen. Ik hoop dat justitie de daders streng zal vervolgen. Dat is echt belangrijk.

 

Het is ook belangrijk dat we op straat en in de openbare ruimte tonen dat we dit geweld niet tolereren, dat dit in onze samenleving onaanvaardbaar is en dat we de orde op straat met onze veiligheidsdiensten verstevigen. We moeten duidelijk maken wie de baas is. Dat is zeker ook in Vilvoorde nodig, niet alleen in Vilvoorde, maar zeker ook in Vilvoorde. Ik hoop dat er in het plan voor de grote steden dat u uitrolt, waarvoor mijn dank, ook de nodige aandacht is voor onze stad Vilvoorde.

 

Daarnaast zullen wij ook lokaal bekijken wat we nog extra kunnen doen, boven op de investeringen die al zijn aangekondigd en boven op de nieuwe controleacties die zeer frequent worden uitgevoerd, geïntegreerd met de Vlaamse diensten, de federale diensten, de lokale diensten en de NMBS. Dat is deze week verschillende keren aan de orde geweest.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.28 uur.

La réunion publique de commission est levée à 18 h 28.

 

Schriftelijk behandelde mondelinge vragen

Questions orales traitées par écrit

 

26 Question de Florence Reuter à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La mise en œuvre de l'alarme antirapprochement" (56013458C)

26 Vraag van Florence Reuter aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De implementatie van het stalkingalarm" (56013458C)

 

Les violences conjugales, et en particulier les situations de harcèlement post-séparation, constituent un défi majeur pour nos services de police. L'alarme mobile anti-rapprochement a démontré son utilité sur le terrain, tant par la rapidité des interventions que par le sentiment de sécurité qu'elle procure aux victimes.

 

La décision récente d'acquérir 500 dispositifs supplémentaires est dès lors une avancée importante. Pouvez-vous préciser comment cette extension s'articulera concrètement avec l'organisation et les capacités des zones de police, afin de garantir une réponse rapide et uniforme sur l'ensemble du territoire, et quelles améliorations opérationnelles ou techniques sont envisagées pour renforcer encore l'efficacité de ce dispositif dans les prochaines années?

 

Antwoord / Réponse:

 

Het antwoord werd niet tijdig door de regering bezorgd.

La réponse n'a pas été fournie par le gouvernement dans les délais.

 

27 Vraag van Paul Van Tigchelt aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De aanwezigheid van de neonazistische terreurgroep The Base in België" (56013820C)

27 Question de Paul Van Tigchelt à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La présence du groupe terroriste néonazi The Base en Belgique" (56013820C)

 

Recent heeft het neonazistische terreurnetwerk The Base, dat sinds 2024 op de Europese terreurlijst staat, aanslagen in Oekraïne opgeëist. De organisatie staat bekend om haar accelerationistische ideologie en haar focus op paramilitaire training en gewelddadige destabilisatie.

 

Eerder werden in ons land reeds personen opgepakt en veroordeeld wegens betrokkenheid bij The Base. Onze veiligheidsdiensten waarschuwen bovendien al langer voor rechts-extremistisch accelerationisme.

 

Tegen deze achtergrond heb ik volgende vragen:

 

1. Heeft The Base vandaag aanhang in ons land, rechtstreeks of onrechtstreeks, bijvoorbeeld via netwerken van rechts-extremistische accelerationisten?

 

2. Staan er personen met banden met The Base op de OCAD-lijst?

 

Zo ja, hoeveel?

 

3. Hoe schatten het OCAD en de VSSE momenteel de dreiging in die uitgaat van The Base en gelijkaardige netwerken in België?

 

4. Zijn er aanwijzingen van internationale coördinatie of beïnvloeding vanuit Rusland of andere buitenlandse actoren?

 

Antwoord / Réponse:

 

Het antwoord werd niet tijdig door de regering bezorgd.

La réponse n'a pas été fournie par le gouvernement dans les délais.

 

28 Vraag van Ortwin Depoortere aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De Interpol-operatie Liberterra III tegen mensenhandel" (56013898C)

28 Question de Ortwin Depoortere à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L'opération Liberterra III d'Interpol contre la traite d'êtres humains" (56013898C)

 

Volgens Interpol werden tijdens de internationale operatie “Liberterra III", waaraan 119 landen deelnamen, wereldwijd 4.414 mogelijke slachtoffers van mensenhandel geïdentificeerd en werden duizenden verdachten opgepakt.

Wat mij opviel is dat België niet deelnam aan deze operatie. Tegelijk zien we in dit land een duidelijke stijging van het aantal slachtoffers. De Antwerpse organisatie Payoke meldde recent 635 aanmeldingen van mogelijke slachtoffers, een stijging met ongeveer 20 procent tegenover vorig jaar.

In uw beleidsnota stelt u nochtans zelf dat België vooral een transitland is voor mensenhandel. Net daarom lijkt internationale samenwerking mij cruciaal.

Daarom heb ik de volgende vragen aan u:

1. Waarom heeft België niet deelgenomen aan de Interpol-operatie “Liberterra III"?

Werd België gevraagd of uitgenodigd om deel te nemen? Zo ja, waarom is uiteindelijk beslist om dat niet te doen?

2. Hebben Belgische politiediensten tijdens deze operatie toch informatie gedeeld met internationale partners, bijvoorbeeld via Interpol of Europol?

3. Welke opvolging is er in België gebeurd na afloop van deze operatie?

Zijn er bijkomende controles uitgevoerd, nieuwe onderzoeken gestart of slachtoffers geïdentificeerd?

4. Welke onderzoeken of dossiers in België houden rechtstreeks of onrechtstreeks verband met deze operatie? Bent u op de hoogte of en hoeveel slachtoffers in dat kader in België geïdentificeerd zijn en eventueel doorverwezen zijn geworden naar opvangorganisaties zoals Payoke?

5. U verwijst in uw beleidsnota zelf naar transitroutes via havens, luchthavens en autosnelwegparkings. Welke prioriteiten en capaciteitskeuzes maakt u binnen de Federale Gerechtelijke Politie om die hotspots beter aan te pakken?

6. Welke zijn voor u de concrete doelstellingen legt u daarbij op in de strijd tegen mensenhandel en mensensmokkel?

 

Antwoord / Réponse:

 

Het antwoord werd niet tijdig door de regering bezorgd.

La réponse n'a pas été fournie par le gouvernement dans les délais.

 

29 Vraag van Paul Van Tigchelt aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De gevolgen voor de wnd. korpschefs van het wetsontwerp inzake de organisatie van de politiediensten" (56013948C)

29 Question de Paul Van Tigchelt à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les effets pour les chefs de corps f.f. du projet de loi sur l'organisation des services de police" (56013948C)

 

In het kader van het ontwerp van wet tot wijziging van de wet op de geïntegreerde politie wordt voorzien dat de functie van korpschef verplicht vacant moet worden verklaard binnen een termijn van drie maanden wanneer een korpschef definitief ophoudt met de uitoefening van zijn functie.

 

Die bepaling heeft als bedoeling om een einde te maken aan langdurige situaties waarbij een politiezone wordt geleid door een waarnemend korpschef. Die doelstelling kan uiteraard worden begrepen.

 

Tegelijk stelt zich in de praktijk een probleem voor politiezones waar een waarnemend korpschef al jarenlang naar behoren functioneert, maar waar er bij eerdere vacatures geen kandidaten werden gevonden. In sommige gevallen leidt het nieuwe systeem ertoe dat ervaren waarnemende korpschefs, die hun competenties in de praktijk bewezen hebben, plots niet langer in aanmerking zouden komen voor het ambt van korpschef omdat zij nog niet beschikken over een directiebrevet.

 

Daarbij komt dat deelname aan de opleiding voor het directiebrevet afhankelijk is van specifieke anciënniteitsvoorwaarden en dat dergelijke opleidingen slechts sporadisch worden georganiseerd. Dit kan ertoe leiden dat bepaalde waarnemende korpschefs de facto uitgesloten worden van deelname aan een selectieprocedure, ondanks jarenlange ervaring in de leiding van hun politiezone.

 

Daarover heb ik volgende vragen:

 

1. Hoe wil u vermijden dat politiezones waar momenteel een goed functionerende waarnemend korpschef actief is, in een situatie van bestuurlijke instabiliteit terechtkomen door de verplichte en snelle vacantverklaring van het mandaat?

 

2. Bent u zich bewust van situaties waarin politiezones al meerdere keren een vacature hebben opengesteld voor korpschef zonder kandidaten te vinden?

 

3. Ziet u mogelijkheden om bij de toepassing van deze nieuwe regeling rekening te houden met de ervaring die bepaalde waarnemende korpschefs reeds hebben opgebouwd?

 

4. Bent u bereid te onderzoeken of de toegang tot de opleiding voor het directiebrevet kan worden aangepast of versneld, zodat ervaren waarnemende korpschefs effectief kunnen deelnemen aan de procedure voor een definitieve aanstelling?

 

Antwoord / Réponse:

 

Het antwoord werd niet tijdig door de regering bezorgd.

La réponse n'a pas été fournie par le gouvernement dans les délais.

 

30 Vraag van Maaike De Vreese aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Een verdere verduidelijking van het personeelsbestand van de federale politie" (56014032C)

30 Question de Maaike De Vreese à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Une clarification supplémentaire concernant les effectifs de la police fédérale" (56014032C)

 

Uw antwoord op mijn schriftelijke vraag van 20/10/2025 over het personeelsbestand van de federale politie geeft aanleiding tot een aantal bijkomende vragen.

 

In uw antwoord bevestig u dat de organieke tabel werd opgetrokken van 13 500 naar 16 141 personeelsleden, zonder dat het KB van 27 oktober 2015 hiervoor ooit werd gewijzigd. U deelde ook mee waar de 2 641 extra functies werden gecreëerd.

 

U gaf een overzicht van de verschillende categorieën van personeelsleden die niet zijn opgenomen in de definitie senso stricto die de federale politie hanteert. Die lijst is volgens onze informatie nog niet volledig. De syndicalisten, personeel U-admin zonder detachering, personen in de tapkamer, gedetacheerden Frontex en de versterking van SPC en FGP n.a.v. de terroristische acties in 2023 zijn ook niet opgenomen in die definitie. IDEWE hanteerde geen stricte definitie en kwam tot 17 108 medewerkers.

 

De federale politie startte een denkoefening over het flexibel personeelsplan. Er wordt daarover onderhandeld met de vakbonden. De implementatie is voor 2027. Het huidige model is te rigide en achterhaald. Er komt een nieuwe reglementaire basis ter vervanging van het KB. De toekomstige berekening zal gebeuren o.b.v. de opdrachten in relatie tot de personeelskredieten.

 

Kan u meedelen over welke diensten de 902 personeelsleden uit de Interdepartementale Provisie Terro-Kanaalplan zijn verdeeld? Welke functies werden daarmee voorzien?

Kan u voor elk van de ontbrekende personeelscategorieën in de definitie senso meedelen hoeveel personeelsleden theoretisch werden voorzien? Alsook meedelen om hoeveel effectieven het gaat, met het verschil? Niet alleen voor de door u opgesomde categorieën maar ook de nog ontbrekende.

Waarom werd het KB van 27 oktober 2015 nooit aangepast om de verhogingen naar 16.141 te formaliseren? Hoeveel moeten we daar nog bijtellen volgens het antwoord op vraag 2?

Welke nieuwe reglementaire basis zal het personeelsplan krijgen? Zal het volledige personeelsbestand transparant wordt weergegeven?

Wat zijn de huidige personeelskredieten van de federale politie, uitgesplitst per algemene directie en per directie? Hoe verhouden die zich t.o.v. de operationele opdrachten? Waar bevinden zich de discrepanties?

 

Antwoord / Réponse:

 

Het antwoord werd niet tijdig door de regering bezorgd.

La réponse n'a pas été fournie par le gouvernement dans les délais.