Commissie voor Landsverdediging

Commission de la Défense nationale

 

van

 

Woensdag 11 maart 2026

 

Voormiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 11 mars 2026

 

Matin

 

______

 

De openbare commissievergadering wordt geopend om 10.11 uur en voorgezeten door de heer Peter Buysrogge.

La réunion publique de commission est ouverte à 10 h 11 et présidée par M. Peter Buysrogge.

 

01 Actualiteitsdebat over de situatie in Iran en toegevoegde vragen van

- Kjell Vander Elst aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De versterkte EU-missie Aspides" (56013783C)

- Kjell Vander Elst aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De droneaanval op de RAF-luchtmachtbasis Akrotiri op Cyprus" (56013815C)

- Axel Weydts aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De mogelijke militaire bijstand aan landen in de regio in het kader van het conflict met Iran" (56013844C)

- Christophe Lacroix aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De Nationale Veiligheidsraad" (56013872C)

- Luc Frank aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De derde Golfoorlog en de verplichtingen in het kader van de NAVO" (56014037C)

- Koen Van den Heuvel aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De situatie in Iran" (56014047C)

- Nabil Boukili aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De situatie in Iran en de A400M" (56014069C)

- Staf Aerts aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De situatie in het Midden-Oosten" (56014076C)

01 Débat d’actualité sur la situation en Iran et questions jointes de

- Kjell Vander Elst à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Le renforcement de la mission européenne Aspides" (56013783C)

- Kjell Vander Elst à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "L'attaque de drones contre la base aérienne RAF Akrotiri à Chypre" (56013815C)

- Axel Weydts à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "L'assistance militaire éventuelle aux pays de la région dans le cadre du conflit avec l'Iran" (56013844C)

- Christophe Lacroix à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Le Conseil national de sécurité" (56013872C)

- Luc Frank à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "La troisième guerre du Golfe et les obligations dans le cadre de l'OTAN" (56014037C)

- Koen Van den Heuvel à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "La situation en Iran" (56014047C)

- Nabil Boukili à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "La situation en Iran et l’A400M" (56014069C)

- Staf Aerts à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "La situation au Moyen-Orient" (56014076C)

 

01.01  Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, over Iran kunnen we heel veel zeggen, maar u zegt vaak dat dit hier niet de commissie voor Buitenlandse Zaken is.

 

Ik heb twee specifieke vragen ingediend. De eerste vraag betreft de versterkte EU-missie Aspides. Mevrouw Kallas kondigde aan dat de Europese Unie daar versterkt op zou inzetten. Dat is bijzonder belangrijk, want de Straat van Hormuz is essentieel, ook voor onze economie. Wat is de rol van België in operatie Aspides? Wat zullen wij daaraan bijbrengen? Wat zal de marine doen om haar rol te spelen in operatie Aspides?

 

Er zijn signalen dat onze fregatten niet operationeel zullen zijn in 2026. Betekent dat dan dat wij geen fregat zullen sturen naar aanleiding van operatie Aspides? Als dat het geval zou zijn, zullen wij die operatie dan op andere manieren steunen? We kunnen immers allemaal de mond vol hebben van Europese samenwerking, maar dit is een concreet voorbeeld van Europese samenwerking. Welke rol zal België daarin spelen?

 

Mijn tweede vraag gaat over de droneaanval in Cyprus. Het gaat ondertussen niet meer alleen over Cyprus, want er werd ook een raket richting Turkije afgevuurd die werd tegengehouden met NAVO-luchtafweer. Denken dat het een ver-van-ons-bedconflict is, klopt dus niet. We worden daarmee ook op Europese bodem geconfronteerd.

 

Hoewel de materiële schade beperkt bleef, is de symbolische en strategische impact van een Iraanse Shahed-drone die inslaat op het grondgebied van een EU-lidstaat zeker niet te onderschatten. We kunnen onze mening hebben over wat de socialisten in Spanje doen, maar Spanje is het eerste land dat meteen heeft gezegd Cyprus te zullen ondersteunen. Er wordt wat meewarig gedaan over de Spaanse socialisten, maar in dit geval is Spanje wel een voorbeeld van Europese samenwerking en van het ondersteunen van Europese lidstaten. Vandaar de vraag naar welke Europese mechanismen werden geactiveerd na het nieuws van de aanval op de UK-basis in Cyprus.

 

Heeft de Europese Unie meer ondernomen dan louter de zoveelste vage verklaring de wereld in te sturen?

 

Is er door België al contact gezocht met de Cyprioten of is er van Cyprus een vraag gekomen aan België om bijvoorbeeld op het vlak van surveillance of luchtverdediging mee te helpen of bepaalde zaken in kaart te brengen?

 

Is er een concrete vraag van Cyprus aan onze Europese bondgenoten?

 

Ik kijk uit naar uw antwoord.

 

De voorzitter: Mijnheer Weydts, u bent jarig en krijgt nu het woord.

 

01.02  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, het debat heeft al plaatsgevonden in de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen. Het debat heeft ook hier al plaatsgevonden. Het heeft vorige week eveneens al plaatsgevonden in de plenaire vergadering. Ik beperk mij dus tot de vraag die ik daarover heb ingediend. Ze gaat heel specifiek over de mogelijke bijstand die ons land zou kunnen leveren aan de landen in de regio.

 

Vorige week was er nog geen officiële vraag aan ons land gekomen. Mijn vraag vandaag is heel eenvoudig. Is er vandaag al een vraag? Zijn er contacten met andere landen in de regio? Zijn er specifieke vragen? Als dat niet het geval is, wordt dan iets voorbereid? Ik vermoed van wel.

 

Wat zou de eventuele bijdrage van ons land kunnen zijn, mocht er een officiële vraag komen? Ik zal mijn toelichting tot het voorgaande beperken.

 

01.03  Christophe Lacroix (PS): Monsieur le président, je souhaite à mon collègue un très joyeux anniversaire et le remercie pour les bons chocolats de Courtrai, qui valent bien ceux de Liège, je dois l'avouer.

 

Monsieur le ministre, le Conseil national de sécurité s'est réuni la semaine dernière. Même si je trouvais que c'était un peu trop lent, il s'est réuni. À l'ordre du jour figurait l'évaluation des conséquences pour notre pays de l'escalade du conflit au Moyen-Orient. En plus des membres du gouvernement concernés, étaient également présents des représentants militaires, dont le chef de la Défense. Votre département est donc au cœur de cette concertation et de l'action.

 

Monsieur le ministre, quelles sont les mesures décidées concernant votre département au regard de la situation internationale et des conséquences potentielles, y compris sur le plan intérieur? Nous venons de vivre à Liège un attentat antisémite abominable. Pouvez-vous me détailler ces mesures sur le plan extérieur, leur localisation, ainsi que sur le plan intérieur?

 

Qu’en est-il du déploiement de militaires dans les rues? Selon moi, telle n'est pas la solution – il vaut mieux y déployer des policiers –, mais nous voyons aujourd’hui que la situation se tend. Qu’en est-il pour ce qui concerne le Service Général du Renseignement et de la Sécurité (SGRS)?

 

Des réunions au niveau de l'Union européenne et de l'OTAN sont-elles prévues? J'ai l'impression que si nous mobilisons toute une série de capacités en équipement, en armement et en munitions, cela risquerait d'affaiblir le flanc ukrainien dans les prochaines semaines. Je me pose également la question de savoir si le flanc taïwanais ne pourrait pas être sujet à des difficultés.

 

Pouvez-vous faire le point sur les opérations de rapatriement des Belges et sur les capacités militaires mobilisées? J'ai posé cette question ici parce que je ne savais pas qu'on allait avoir deux débats distincts. Vous pouvez me répondre dans l'autre débat, si vous le souhaitez.

 

Enfin, les Belges présents au Liban aujourd'hui sont-ils concernés par les opérations de rapatriement? Le Liban est lui aussi bombardé de manière illégale par Israël. Pouvez-vous faire le point de la situation à cet égard?

 

Je vous remercie.

 

01.04  Koen Van den Heuvel (cd&v): Dank u wel, mijnheer de voorzitter.

 

Ik wil me aansluiten bij de vragen van de collega's.

 

Zoals al is gezegd, hebben we vorige week al van gedachten kunnen wisselen over de grote lijnen op verschillende fronten. We moeten dat niet nog eens overdoen, maar gelet op de ontwikkelingen van de voorbije dagen, waarin de strategie van de Verenigde Staten niet altijd even duidelijk was, zijn er toch een aantal vragen die we ons moeten durven stellen.

 

Een eerste vraag betreft de repercussies voor ons land en voor Europa. Die zijn voelbaar op verschillende vlakken. Ik zal niet ingaan op het economische aspect in deze commissie, maar ik wil toch kort zeggen dat dit heel erg belangrijk is, gelet ook op de economische uitdagingen die ons continent – niet alleen ons land – op budgettair en conjunctureel vlak en wat betreft het overleven van de industrie kent. De stijgende energieprijzen zijn daar heel erg nefast voor.

 

Een tweede vraag betreft de binnenlandse veiligheid. Hoe schat u daar de risico’s in, mijnheer de minister? Er zijn toch een aantal ontwikkelingen die we in het oog moeten houden. Is er een risico op de activering van terreurcellen? Hoe staan we ervoor op dat vlak? We hebben in Luik al een eerste indicatie gehad dat we dat helemaal niet mogen uitsluiten. Er is ook het risico op grotere en sterkere migratiestromen richting ons continent en ons land, gelet ook op de nieuwe, straffe aanvallen op Beiroet bijvoorbeeld. Hoe schat u deze risico's in en welk antwoord kunnen wij daarop geven?

 

Het Iran-conflict heeft ook een impact op de situatie in Oekraïne. We hebben eergisteren weer een staaltje van Trump-diplomatie gezien, die, ondanks dat Rusland toch een bondgenoot is van Iran, niet over zijn lippen krijgt dat Poetin een risico is, integendeel. Hoe schat u de impact van het Iran-conflict in op de situatie in Oekraïne en welk antwoord moeten wij daarop geven?

 

Tot slot – dat hebben de collega's echter al aangehaald – in welke mate kan ons land bijdragen tot een Europese of NAVO-strategie in de bescherming van onze belangen in de Straat van Hormuz en in het conflict, in eerste instantie wanneer landen zoals Cyprus worden bedreigd?

 

Dank u wel.

 

01.05  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, selon des données de suivi de vols accessibles au public, un avion de transport militaire belge de type Airbus A400M aurait effectué vendredi 6 mars un vol aller-retour vers la Géorgie. Lors du trajet aller, le transpondeur aurait été désactivé en vol. Lors du trajet retour, il n’aurait été réactivé qu’en cours de vol, de sorte que seule une partie du vol est visible. Cette situation suscite des interrogations, d’autant plus que les vols de rapatriement n’avaient pas encore été lancés et qu’ils devaient passer par d’autres pays.

 

Monsieur le ministre, confirmez-vous qu’un avion militaire belge a effectué un vol vers la Géorgie à cette date? Quel était l’objectif de ce vol? Pourquoi le transpondeur a-t-il été désactivé puis réactivé? S’agit-il d’une procédure standard dans certaines opérations? Ce vol a-t-il un lien quelconque avec la guerre en Iran et avec d’éventuelles opérations préparatoires dans ce cadre?

 

01.06  Darya Safai (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik ben blij met het argument hier dat de oorlog met Iran ook onze oorlog en ons gevecht is geworden. Gebeurtenissen in Iran hadden en hebben altijd een invloed op de samenleving in Europa; Iran was en blijft dus belangrijk voor Europa. In dat licht ga ik graag in op de vraag of het eigenlijk uitmaakt of de oorlog, die ook de onze is, legaal of illegaal is, zoals sommigen die willen benoemen.

 

Het VN-mechanisme Responsibility to Protect, dat sinds 2005 van toepassing is, stelt dat men tussenbeide moet komen, als een staat er niet in slaagt om de eigen bevolking te beschermen tegen misdaden tegen de menselijkheid en haar veiligheid te garanderen. Welnu, het islamitische regime van Iran was niet in staat om haar burgers tegen daden tegen de menselijkheid te beschermen; erger nog, ze was zelf de dader van massamoord. Dan is het onze verantwoordelijkheid om het VN-mechanisme responsibility to protect in werking te zetten.

 

Sommigen zullen misschien opwerpen dat er geen misdaad tegen de menselijkheid is gebeurd, maar ik herinner u eraan dat er in twee nachten tijd meer dan 50.000 doden zijn gevallen. Het Europees Parlement heeft daarover zelfs een resolutie goedgekeurd, waarin wordt gesteld dat het om een misdaad tegen de menselijkheid gaat.

 

Overigens, wordt er in Europa niet met twee maten en twee gewichten gemeten in sommige politieke dossiers? Ik herinner eraan dat Europa het in 1995, toen in Srebrenica 8.000 mannen werden vermoord, zijn plicht vond om tussenbeide te komen. Dat was terecht; het deed dat ook en dat was mijns inziens een mooie beslissing. Europa – ik woonde er nog niet – heeft toen verantwoordelijkheid opgenomen.

 

Ik concludeer. Wij hebben de oorlog met Iran niet gewild, maar die is er nu eenmaal. Laten we dus op zo’n manier reageren waarbij wij ook onze belangen verdedigen. Ik ben blij dat de minister daar hetzelfde over denkt.

 

01.07  Kristien Verbelen (VB): De Straat van Hormuz is een van de belangrijkste maritieme doorgangsroutes ter wereld. Wanneer die door militaire spanningen en dreigingen van zeemijnen bedreigd wordt, raakt dat natuurlijk ook rechtstreeks aan onze economie. Zeker voor een open economie met de Haven van Antwerpen-Zeebrugge is vrije scheepvaart van strategisch belang.

 

Mijnheer de minister, u hebt in de media verklaard dat er voor u heel wat vormen van steun aan bondgenoten op tafel ligt. Daarover zou ik graag meer duidelijkheid krijgen. Hebben wij ondertussen een formele vraag tot steun gekregen, bijvoorbeeld van Cyprus, Jordanië of andere partners? Welke opties liggen er concreet op tafel?

 

Zijn onze ambassades en consulaten in de regio – dit is nog een belangrijke vraag – wel voldoende beveiligd?

 

Ik wil heel duidelijk zijn. Onze fractie is van oordeel dat wij ons militair niet moeten laten meeslepen in een verdere escalatie, integendeel. De regio heeft nood aan de-escalatie en niet aan nog meer militaire tussenkomsten van buitenaf.

 

U hebt de voorbije weken nogal wat geopolitieke beschouwingen over het conflict gegeven. Ik vraag mij daarom af wat de militaire eindbestemming is. Trump wil afremmen, Israël niet. Hij zei zelf dat zij daar samen over beslissen. Een grondoorlog is nergens in zicht. De opties voor een proxyoorlog zijn toch ook bijzonder beperkt. Het heeft dus alle kenmerken van een lang en zeer duur conflict. Ik vraag mij af hoe u dat verder ziet evolueren.

 

Tot slot, welke lessen kunnen wij hieruit trekken voor ons eigen land? We zien hoe goedkope drones de dure luchtverdedigingssystemen financieel in het gedrang brengen. In de media was te lezen dat een en ander meer dan 1 miljard dollar per dag kost. Welke conclusies kunnen wij daaruit trekken voor onze eigen defensiecapaciteiten?

 

01.08  Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le ministre, la semaine dernière, un missile iranien a été abattu après avoir franchi la frontière turque. Il aurait visé la base d’Incirlik, également utilisée par les États-Unis, contrairement à Chypre. La Turquie est membre de l’OTAN.

 

Par le passé, la Belgique a déjà démontré sa solidarité envers la Turquie, notamment lors de la première guerre du Golfe en 1990-1991, où elle avait déployé des Mirage V et la 8e Escadrille, le 3e Wing émanant de Bierset, entre autres. En Turquie, dans le cadre de l’opération Ace Guard, les avions avaient effectué entre 650 et 960 missions de dissuasion le long de la frontière iranienne.

 

Pour le moment, il ne semble pas que la Turquie ait demandé le moindre soutien supplémentaire de la part de l’OTAN. Elle a néanmoins fait savoir aux autorités iraniennes que le renouvellement de telles attaques entraînerait de graves conséquences. Par ailleurs, dans un autre contexte, elle a déployé des avions de combat pour protéger Chypre-Nord, venant ainsi compléter les déploiements d’avions de combat grecs dans la partie non occupée de l’île.

 

Monsieur le ministre, y a-t-il eu des consultations ou des échanges de vues au sein de l’OTAN à la suite de l’interception du missile iranien? Existe-t-il des obligations particulières pour la Belgique, ou des plans prévoyant une participation belge en cas de dégradation de la situation sur le flanc sud de l’OTAN?

 

Enfin, malgré la sensibilité de la situation, une coordination existe-t-elle au sein de l’OTAN afin de s’assurer que le déploiement d’avions de combat grecs et turcs à Chypre ne conduise pas à des malentendus ou à des incidents?

 

01.09 Minister Theo Francken: U hebt veel vragen gesteld over de situatie in Iran en de manier waarop wij daar militair mee omgaan. De Veiligheidsraad trok vorige donderdag een aantal conclusies. Ik kan ze u bezorgen. Ik wil ze straks ook wel voorlezen.

 

Lors du Conseil national de sécurité, il a été demandé à la Défense d'apporter son soutien dans le cadre du rapatriement de nos compatriotes.

 

De Europese Unie focust momenteel op de opvolging van de verslechterde veiligheidssituatie en op de bescherming van EU-burgers in de regio. In dat kader activeerden tien EU-lidstaten, Oostenrijk, Roemenië, België, Bulgarije, Cyprus, Tsjechië, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Slovakije tussen 2 en 5 maart het Union Civil Protection Mechanism (UCPM) ter ondersteuning van de repatriëring van EU-burgers uit het Midden-Oosten en de Golfregio. Daarnaast vonden meerdere crisisvergaderingen plaats op het niveau van de ministers van Buitenlandse Zaken, onder meer met de ministers van de Gulf Cooperation Council. In een gezamenlijke verklaring riepen de voorzitter van de Europese Commissie en de voorzitter van de Europese Raad alle partijen op tot terughoudendheid en tot het openhouden van de diplomatieke kanalen, terwijl de EU haar engagement voor regionale stabiliteit en de bescherming van civiele infrastructuur herbevestigde.

 

Cyprus heeft tot op heden geen verzoek om bijstand of specifieke ondersteuning gericht aan België of via de EU. Europese landen die maritieme of luchtsteun aan Cyprus leveren, doen dat op bilaterale basis. Cyprus is geen NAVO-lidstaat, maar wel een EU-lidstaat. De EU heeft de hulp aan Cyprus niet gecoördineerd. Omdat iedereen bilateraal te werk is gegaan, hoop ik ten zeerste dat er geen accidenten gebeuren. We hebben met die F-15’s kunnen vaststellen dat friendly fire niet uitgesloten is. Er zijn nu heel wat capaciteiten ontwikkeld in Cyprus, ook op het vlak van luchtverdediging. Het zou spijtig zijn als blue-on-blue plaatsvindt en een luchtverdedigingssysteem uit EU-land X een vliegtuig uit EU-land Y neerhaalt. Ook voor mij is dat een les. Ik zal dat zeker op Europees niveau met mijn collega’s bespreken. Normaal gesproken neemt de NAVO de coördinatie op zich, maar als een niet-NAVO-land in de problemen komt, zou toch iemand die coördinatie moeten kunnen overnemen. Bon, we zullen een en ander moeten afwachten; er is nog veel werk aan de winkel.

 

Après la destruction du missile qui menaçait la Turquie, une réunion du Conseil de l'Atlantique Nord s'est tenue au cours de laquelle les alliés ont convenu de renforcer leur défense anti-missiles et ont exprimé leur soutien à la Turquie.

 

Le renforcement de la défense aérienne de l'OTAN n'impose aucune obligation particulière à la Belgique. Si la situation venait à se détériorer davantage et si le SACEUR (Supreme Allied Commander Europe - Commandant suprême des forces alliées en Europe) jugeait des mesures supplémentaires nécessaires, il pourrait solliciter les alliés pour fournir des moyens. Le cas échéant, la Belgique évaluera la possibilité de fournir les ressources nécessaires.

 

Turkije vraagt op dit moment nog geen extra steun, Cyprus evenmin. We volgen dat uiteraard op.

 

Au sein de l’OTAN, il n’existe pas de coordination spécifique pour éviter des conflits aériens entre avions grecs et turcs dans l’espace aérien chypriote.

 

Dat is dus geen NAVO-opdracht as such, want het is ook geen NAVO-lidstaat.

 

La déconfliction dans l’espace aérien chypriote est une responsabilité des États qui le contrôlent.

 

België is nooit gestopt met bij te dragen aan EUNAVFOR Aspides. Conform het goedgekeurde dossier Operaties 2026 behoudt België op permanente en roterende basis personeel aan boord van het vlaggenschip van de missie en in het Maritime Security Centre Indian Ocean. Punctueel wordt ook personeel ingezet in het operationele hoofdkwartier. Op dit ogenblik zijn twee Belgische militairen ingescheept op een Frans schip. We zijn dus ook actief met militairen binnen Aspides.

 

Er is op dit moment geen indicatie dat EU-lidstaten in het kader van die operatie extra schepen naar de regio zouden sturen. Er wordt veel gezegd, maar op dit moment is daarover nog geen specifieke beslissing genomen. Er wordt wel over gesproken.

 

De DG Scheepvaart van de FOD Mobiliteit en Vervoer werkt samen met Defensie, de douane en de scheepvaartpolitie in het Maritiem Informatiekruispunt in Zeebrugge om dreigingen wereldwijd te monitoren, in kaart te brengen en in te schatten. Defensie is in dat proces enkel een steunende partij. De bevoegdheid zelf ligt bij de DG Scheepvaart. De Cel Maritieme Beveiliging van de DG Scheepvaart staat in onmiddellijk contact met de veiligheidsofficieren van de Belgische rederijen. Zij kan hen verwittigen over mogelijke risico’s voor hun schepen en hun bemanning.

 

De planning van de operaties in 2026 voorziet een ontplooiing in het kader van Aspides. De dreiging in de regio en op de specifieke locaties waar Belgische militairen zijn ontplooid, wordt op de voet gevolgd. Om veiligheidsredenen wordt in dit forum niet verder ingegaan op eventueel genomen maatregelen. In een andere commissie kunnen we wel toelichten welke maatregelen precies zijn genomen om onze Belgische militairen in veiligheid te brengen en te houden.

 

In verband met de militaire bijstand heb ik vorige week gezegd dat er contact was genomen met Jordanië en dat we zouden bekijken of zij daarop antwoorden. Dat is nog niet gebeurd. Jordanië heeft niets gevraagd. Jordanië krijgt echter al veel steun. Veel landen hebben hun steun aangeboden. Jordanië heeft veel westerse bondgenoten, omdat het land zich altijd vrij prowesters heeft opgesteld. In die zin heeft het veel vrienden aan de andere kant van de Middellandse Zee. Het land krijgt dus veel steun, wat volgens mij positief is.

 

Met de Verenigde Arabische Emiraten is er ook nog geen concreet contact. We hebben wel een vraag tot steun gekregen van Saoedi-Arabië. Die zijn we nu aan het bekijken. De defensieattaché van Saoedi-Arabië is op dit moment op de generale staf om te bekijken of we kunnen helpen en wat we precies kunnen doen.

 

Op dit moment is er dus nog geen concrete ondersteuning voorzien. Er zijn vragen, maar de steun is nog niet geconcretiseerd. Ik neem aan dat die in de komende uren of dagen concreter wordt. Ik zal mijn collega’s in de ministerraad of in het kernkabinet daarover dan inlichten. Ik heb dat uiteraard al met de premier en ook met de minister van Buitenlandse Zaken besproken. Ik zal dat met de rest van de collega’s ook doen op het moment dat het concreet wordt.

 

Voor de specifieke vragen over de repatriëring van de Belgen uit het Midden-Oosten verwijs ik naar het desbetreffende debat, dat we straks voeren.

 

Monsieur Boukili, un avion militaire belge de type A400M a bel et bien effectué un vol dans la région à la date mentionnée. Il s'agissait d'un vol logistique de routine, exécuté dans le cadre du soutien apporté à la mission KFOR au Kosovo.

 

Quant à la désactivation temporaire du transpondeur ADS-B, elle résulte de la confrontation de l'avion avec le brouillage du signal GPS. Ce phénomène n'est pas rare dans cette zone qui environne la mer Noire. L'équipage est dès lors passé en mode militaire anti-brouillage – ce qui coupe automatiquement le signal du transpondeur ADS-B qui se sert du signal GPS civil. Vos informations sont donc exactes. La désactivation était bien temporaire, mais sans qu'elle soit volontaire, puisqu'elle fut enclenchée par un brouillage. Ce vol n'entretient aucun lien avec le conflit en Iran ni avec d'éventuelles opérations préparatoires dans ce contexte. Nous avons transporté, au moyen de notre A400M, des militaires arméniens vers le Kosovo. C'est seulement une aide apportée à l'Arménie, sans aucun rapport avec le dossier iranien. En tout cas, vous l'avez très bien remarqué. Vous êtes très alerte!    

 

Misschien moet ik de conclusies van de Nationale Veiligheidsraad voorlezen?

 

Je voudrais encore dire un mot sur les conclusions du Conseil national de sécurité. M. Lacroix les a demandées. Je vais les lire ici; le texte est en néerlandais, mais nous pourrons vous transmettre la traduction française dès que nous en disposerons.

 

Ik citeer uit de notificatie eerste minister over Iran van de Nationale Veiligheidsraad: ʺDe Nationale Veiligheidsraad geeft, na de uiteenzettingen van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten over het conflict, de gevolgen en de bedreigingen voor onze bevolking, de opdracht om ten eerste een repatriëring van landgenoten uit te voeren binnen de krijtlijnen die door de regering opgelegd zijn; ten tweede aan de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, elk binnen zijn bevoegdheid, om de dreiging van terrorisme en extremisme uitgaande van de Islamitische Republiek van Iran, haar proxy’s en sympathisanten verder in kaart te brengen en van zeer nabij op te volgen, rekening houdend met de Belgische belangen, zowel in België als in het buitenland; ten derde om de mogelijke inmenging met het oog op intimidatie van de Iraanse oppositie in België verder op te volgen - dat is heel belangrijk, mevrouw Safai – en ten slotte om aan de hand van het platform Foreign Information Manipulation and Interference de oproepen tot haat in kaart te brengen.ʺ Het FIMI kent u al.

 

ʺWat de minister van Energie betreft, hij verzekert een realtime monitoring van de bevoorradingszekerheid en de evolutie van de prijzen en ten tweede raadpleegt hij de Europese partners om zich voor te bereiden op een mogelijke verslechtering van de situatie. De bevoegde ministers onderzoeken de mogelijkheden om prijsschokken te dempen als ze zich voordoen.ʺ

 

Dat zijn de conclusies van de Nationale Veiligheidsraad.

 

Pour la Défense spécifiquement, c’est le rapatriement qui est prioritaire.

 

Le SGRS doit informer et prendre des informations en cas de menace pour la sécurité en Belgique ou pour des compatriotes qui se trouvent à l'étranger. C’est clair. Nous faisons cela tous les jours. Je reçois un update du SGRS sur la situation une ou deux fois par jour. Je suis très satisfait de ces updates et du bon travail effectué.

 

01.10  Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Ten eerste, over Aspides wil ik meegeven dat het een heel goede zaak is dat wij betrokken zijn en betrokken blijven. Ik verwacht dat er een versterking van de missie zal komen, afgaande op de verklaringen van mevrouw Kallas. Wij moeten dan ook onze rol blijven spelen.

 

Ten tweede, in het dossier-Cyprus is de niet-EU-coördinatie waanzin. Dat is absoluut waanzinnig en eigenlijk een schande op een moment waarop wij overal op onze borst kloppen dat alles Europees moet zijn en dat Europa op eigen benen moet staan. Wij slagen er zelfs niet in om coördinatie te organiseren na een aanval op een Europese lidstaat.

 

U hebt gelijk, het gevolg daarvan is dat overheden bilateraal contacten beginnen te leggen en hulp beginnen te bieden. Waarschijnlijk weet niemand van elkaar wat zij precies doen. Dat kan bovendien enorme veiligheidsrisico’s met zich meebrengen. Europa komt opnieuw met stoere en straffe verklaringen maar voor het overige gebeurt er niets. Het is veel blabla en weinig boemboem. Dat is het verhaal van Europa van de voorbije decennia en dat is een gigantisch probleem.

 

Mijn partij en ik zijn pro-Europees. Ik geloof in Europese samenwerking. Ik geloof in het Europese project en ik ben ervan overtuigd dat Europa voor heel veel problemen van vandaag een oplossing kan bieden. Alleen kan dat niet op die manier. Het is dus een absolute schande dat Europa niet eens kan coördineren  of een coördinerende rol heeft opgenomen.

 

Ik pleit ervoor dat u dat punt ook op tafel legt en dat u dat aangeeft aan tafel met uw collega-defensieministers, zodat wij een en ander in de toekomst veel beter kunnen aanpakken. Anders zullen er echt ongelukken gebeuren.

 

Ik heb nog een laatste punt in verband met de vraag van Saoedi-Arabië. Ik heb gehoord dat u daarover de komende uren of dagen uitsluitsel zult geven. In november 2026 is er een handelsmissie vanuit ons land naar Saoedi-Arabië. Ook voor die handelsmissie zullen wij toch eens moeten bekijken of ze nog opportuun is gezien de veiligheidssituatie daar. Dat zal misschien ook meespelen in de afweging of wij al dan niet steun zullen geven.

 

Wordt vervolgd.

 

01.11  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoorden.

 

Ik ben net als collega Vander Elst getriggerd door het feit dat er geen enkele coördinatie is op het vlak van Europa. We mogen niet vergeten dat artikel 42.7 toch een belangrijk artikel is voor de Europese Unie in deze tijden. Het is zowat het artikel 5 voor de Europese Unie. Het is zelfs verregaander, want het is een juridisch bindend artikel. Elke lidstaat moet een lidstaat die wordt aangevallen bijstaan. Als men dan vaststelt dat Europa niet in staat is – of het in elk geval deze keer niet heeft gedaan –  om militaire steun te coördineren voor het land in kwestie, Cyprus, doet dat toch meer dan één alarmbelletje afgaan. Dat moet ons toch zorgen baren.

 

Dat doet me er ook aan denken dat we heel vaak – terecht, meen ik – spreken over het feit dat we de Europese pijler binnen de NAVO meer moeten uitbouwen, opdat Europa meer strategische onafhankelijkheid zou hebben. Dan worden we geconfronteerd met het feit dat Cyprus een Europees land is, maar geen NAVO-land. Ook daar zit mogelijks nog een lacune in onze veiligheidsarchitectuur. We moeten er heel goed over nadenken hoe we dit kunnen oplossen. Ik durf er net als collega Vander Elst voor te pleiten dat u – maar u hebt al gezegd dat u het zou doen – het zeker en vast aankaart bij uw collega’s, de ministers van Defensie, op Europees niveau. Dit gat in onze veiligheidsarchitectuur moet zo snel als mogelijk gedicht worden.

 

Mijnheer de minister, u zei dat u dagelijks goede briefings krijgt van de ADIV inzake dit conflict. Dat is ook niet meer dan normaal, meen ik. Ik vraag me gewoon af in hoeverre onze analisten bij de ADIV enig zicht hebben op een exitstrategie, op een einde van dit conflict. Zijn daar voorspellingen over? Hebben ze daar realistische analyses over, analyses die u misschien niet met ons kunt delen in deze commissie? Dat zou me wel interesseren. Als er iets is wat me enorm stoort, is het dat er maar geen einde lijkt te komen aan het conflict. Men zei in het begin dat het enkele dagen zou duren, dan enkele weken. Nu spreken sommige experts zelfs al over maanden. Waar zal dit eindigen? We weten waaraan we begonnen zijn, maar we weten absoluut niet waar we zullen eindigen.

 

01.12  Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie même si je reste sur ma faim. Finalement, je me demande à quoi a servi le Conseil national de sécurité: à vraiment peu de choses. J'entends beaucoup de critiques sur l'Europe, mais je voudrais quand même dire que ce gouvernement réagit de manière un peu chaotique et de manière très lente par rapport à ce qui se passe au Moyen-Orient.

 

J'ai l'impression qu'il y a un pilote. Et vous savez à quel point je suis votre opposant. Le seul pilote, c'est vous. Et, finalement, je vais dire: heureusement qu'on l'a! C'est vrai, heureusement qu'on l'a, heureusement qu'on a la Défense et qu'on a une défense qui a été partiellement reconstruite et sur laquelle vous travaillez également. Sans cela, où en serions-nous aujourd'hui?

 

On sait très bien qu'il y a des destructions de raffineries de pétrole, d'entreprises qui transforment le gaz en gaz liquéfié. Mais, si la guerre s'arrête dans 15 jours, croit-on que cela va refonctionner du jour au lendemain? Non, cela va prendre des mois et des mois, ce qui veut dire que nos concitoyens et nos entreprises doivent se préparer à une rareté du produit pétrolier ou du gaz pendant de nombreux mois, avec des impacts sur le prix et la compétitivité.

 

Le ministre de l'Énergie est chargé de faire un monitoring permanent. Mais quelles mesures structurelles prend-on? Quelles sont les mesures structurelles que l'on prend avec les régions pour sauver nos industries et nos entreprises pour une guerre que nous n'avons pas demandée et dont nous gérons les impacts?

 

Quant à la sécurité intérieure, j'ai parlé de l'attentat terroriste et antisémite à Liège. Je ne suis pas partisan des militaires en rue; vous, par principe, non plus. Le job n'a pas été fait par les ministres en charge de la police fédérale, par l'actuel non plus. Mais je suis écœuré de voir le chantage entre cd&v et MR pour faire aboutir une décision. C'est scandaleux de faire de la politique politicienne à ce point, alors que nos intérêts et les intérêts légitimes en Belgique sont menacés.

 

Sur les opérations de rapatriement, je vous interrogerai à l'occasion de l'autre débat. Monsieur le ministre, je vous remercie ainsi que votre département pour ce que vous faites. Je suis vraiment inquiet.

 

01.13  Koen Van den Heuvel (cd&v): Ik sluit mij aan bij mevrouw Safai en de heer Boukili, die net als de minister ontgoocheld zijn over het gebrek aan Europese coördinatie. We hebben daar de voorbije maanden al verschillende keren op gehamerd. Het is een zeer delicate kwestie, maar het is ook van strategisch belang voor de geloofwaardigheid van het project van de Europese Unie. Dit toont aan dat er inderdaad nog veel werk aan de winkel is. Het toont ook aan dat er veel wordt gepraat en dat Europa blijkbaar nog altijd meer een papieren tijger is dan een operationele kracht.

 

Mijnheer de minister, ik kan u alleen aanmoedigen om dit ook met uw collega’s te bekijken. In de huidige geopolitieke situatie, die volop in verandering is en waarin Europa niet altijd eenduidig op dezelfde krachten kan rekenen – ik druk mij voorzichtig uit – is het absoluut noodzakelijk dat we niet alleen op papier of met woorden, maar ook met daden werken aan een operationele Europese kracht. Als de coördinatie voor een relatief niet al te moeilijk conflict, namelijk het beschermen van een eiland dat nog relatief ver van de conflictzone ligt, al niet lukt, dan is dat toch een zeer groot knipperlicht.

 

Een tweede, ietwat delicate kwestie betreft uw inschatting van de impact van het conflict in Iran op de situatie in Oekraïne. De ontwikkelingen van de voorbije dagen en de Amerikaanse president die tegelijk warm en koud blaast, roepen toch vragen op. Een schip van de schaduwvloot werd recent geënterd, waarvoor onze felicitaties. Tegelijkertijd ziet men dat de Amerikaanse president toch weer bijzonder vriendelijk omgaat met Poetin.

 

Kunt u uw inschatting geven van de impact van het conflict in Iran op de situatie in Oekraïne?

 

01.14  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses.

 

Je me réjouis d’apprendre que cet avion n'a eu aucun lien, de près ou de loin, avec ce qui se passe au Moyen-Orient.

 

Je pense en effet qu'il est important que la Belgique joue plutôt un rôle de désescalade et aide à trouver des solutions, vu les conséquences catastrophiques de cette guerre sur l'ensemble du monde – que ce soit au niveau des coûts humains sur place, mais aussi des coûts de manière générale pour l'ensemble des peuples du monde. Je pense notamment à la baisse du pouvoir d'achat ou aux pénuries énergétiques.

 

Je pense que nous avons tous intérêt à trouver une solution politique et diplomatique assez rapidement, dans l'intérêt du peuple iranien, dans l'intérêt des peuples de la région, mais aussi dans l'intérêt des peuples ici en Europe, pour que cette guerre n'ait pas de conséquences catastrophiques sur toutes ces personnes.

 

01.15  Darya Safai (N-VA): Ik wil ook, zoals mijnheer Boukili, hopen dat de diplomatie nog werkt, maar dat lijkt gewoon een droom die nooit werkelijkheid zal worden. Met wie gaan we nog diplomatie kunnen voeren? Zeker niet met Mojtaba, de zoon van Khamenei, die volgens mij nog duizend keer erger is.

 

Ik ben in ieder geval blij dat u de conclusies van de Nationale Veiligheidsraad hebt toegelicht en dat u hebt uitgelegd dat onze veiligheid ook in het binnenland onder de loep wordt genomen. Dat is heel belangrijk, want er zijn nu zoveel slapende cellen die actief bezig zijn in onze samenleving, hier in ons land, om het land onveilig te maken.

 

Ik moet wel zeggen dat ik heel blij ben met het niveau van veiligheid dat onze regering biedt aan mensen die eventueel in gevaar zouden kunnen lopen. Gisteren heb ik een van die mensen gemeld bij de politie, omdat de situatie heel gevaarlijk was. Die personen praten constant over terrorisme. Onze veiligheidsdiensten hebben dan ook heel snel gereageerd. Ik ben daar heel blij om en wil dat hier ook melden en hen bedanken.

 

De voorzitter: Mijnheer Boukili, u voelde zich aangesproken.

 

01.16  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Je réplique en trente secondes parce que j’ai été interpellé. Mme Safai dit que la diplomatie ne paiera pas avec ce régime. Je rappelle simplement que les méthodes américaine et israélienne consistant aujourd’hui à bombarder les populations et les pays ne fonctionnent pas non plus. Que l’on me donne un exemple dans l’histoire où ce genre de méthode a fonctionné! Il n’y en a pas. Cela n’a pas fonctionné en Irak, cela n’a pas fonctionné en Libye, cela n’a pas fonctionné en Afghanistan.

 

En Afghanistan, ces méthodes ont été utilisées pour chasser les talibans. Après 20 ans de guerre, ce sont pourtant les talibans qui sont revenus au pouvoir. On veut me faire croire qu’il n’y a que cette méthode qui peut fonctionner. Que l’on me donne alors un exemple dans l’histoire où cela a réellement marché!

 

01.17  Darya Safai (N-VA): Mijnheer Boukili, ik heb al verschillende keren gezegd dat Irak en Libië niets te maken hebben met Iran. Iran heeft namelijk een totaal andere geschiedenis.

 

In Irak en Libië heeft het Westen een totalitair seculier regime naar beneden gehaald om daarna een leegte te creëren, die is opgevuld door de islamisten. Dat is totaal iets anders. Wij in Iran zijn seculiere mensen die af willen van het islamisme. Wij willen immers een democratisch systeem installeren.

 

01.18  Nabil Boukili (PVDA-PTB): (…)

 

01.19  Darya Safai (N-VA): Mag ik even? Uw partij wil dat niet, omdat u de islamisten in Iran meer vertrouwd dan een seculiere democratie. Dat is mijn conclusie.

 

01.20  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Non, ça je ne laisse pas passer, monsieur le président !

 

01.21  Darya Safai (N-VA): Mijn redenering is nog niet af. Dit is…

 

01.22  Nabil Boukili (PVDA-PTB): C’est une accusation grave !

 

01.23  Darya Safai (N-VA): Non, ce n'est pas une accusation.

 

01.24  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Si, c'en est une!

 

01.25  Darya Safai (N-VA): Vous êtes tout le temps en train de le faire. Vous défendez le régime iranien!

 

01.26  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Arrêtez de raconter n'importe quoi! Je ne peux pas laisser passer cela; c'est un mensonge!

 

De voorzitter: We gaan hier geen pingpongspelletje spelen. Er was een persoonlijk feit. U hebt daarop kunnen reageren. Mevrouw Safai, rond uw repliek af, alstublieft.

 

01.27  Darya Safai (N-VA): Er zijn verschillende voorbeelden in de geschiedenis waaruit blijkt dat een militaire interventie heeft geholpen. Ik denk dan aan de Tweede Wereldoorlog, maar ook aan andere situaties in die regio. Voor de aanval van Amerika in Pakistan, toen Osama bin Laden werd gedood, was er ook geen mandaat van de VN. Toch waren wij blij, omdat Osama bin Laden terroristische daden in Amerika had gepleegd. Waarom zegt u voortdurend dat een militaire interventie geen nut heeft?

 

Als dit regime verzwakt en als de dappere mensen van Iran weeral op straat zullen komen, zult u het zelf zien. Wij zullen een andere wereld maken en dat gaat wel lukken.

 

01.28  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le président, j'ai été accusé de soutenir le régime iranien. C'est complètement faux et mensonger. Je veux répondre à cela. Je ne peux pas laisser passer ça.

 

De voorzitter: U hebt zich gedistantieerd op deze manier.

 

01.29  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Non, non! Mme Safai ment consciemment, parce qu'elle sait très bien que c'est faux. Elle sait très bien que mes camarades du Tudeh en Iran sont emprisonnés, sont assassinés par le régime.

 

Ici, dans cette Chambre, j'ai dénoncé, condamné la répression du régime. Nous avons déposé des textes, des propositions de résolution au Parlement flamand, au Parlement européen, dans tous les parlements.

 

Dire cela aujourd'hui ici, c'est de la manipulation. C'est de la malhonnêteté intellectuelle. Il faut arrêter de mentir. Quand on n'a pas d'argument sur le fond, il ne faut pas mentir pour se donner raison.

 

Oui, les interventions militaires n'ont créé que le chaos. Vous avez pris l'exemple de Ben Laden. En Afghanistan, il y a toujours des talibans. Ils sont toujours là, même après 20 ans de guerre. Arrêtez donc de nous raconter des salades.

 

De voorzitter: Mevrouw Safai, ik sluit dit onderwerp nu af. We kunnen hier eindeloos over discussiëren. Ik verleen u niet langer het woord.

 

(Protest van mevrouw Safai)

 

01.30  Kristien Verbelen (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden.

 

Toch blijf ik op een aantal punten op mijn honger zitten, zoals ook door andere collega's is aangegeven. Ik vraag me af wat uw visie is op een exitstrategie of een militaire eindbestemming. Daarnaast is het relevant te onderzoeken of er lessen te trekken zijn uit dit conflict, bijvoorbeeld wat betreft materieel en kosten. Het betreft een conflict met zeer grote gevolgen voor ons en daarop heb ik nog geen antwoord gekregen.

 

Voor onze fractie blijft het centrale punt dat we militaire betrokkenheid in dit conflict moeten vermijden. Als er toch ondersteuning wordt overwogen, moet in de eerste plaats worden gekeken naar de bescherming van burgers en diplomatiek personeel en niet naar deelname aan het militaire conflict zelf. Op dat moment verwacht ik ook een uitleg over hoe u het einde van dit conflict ziet en wie de rekening zal betalen bij een eventuele escalatie. Wat we nodig hebben, is een heldere strategie om onze belangen te beschermen. Dat is het belangrijkste in dezen.

 

01.31  Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le ministre, merci pour vos réponses et vos éclaircissements. Je me joins évidemment aux collègues qui ont constaté et déploré ce manque de coordination au niveau européen. Il est nécessaire de se ressaisir.

 

Lors d'une précédente intervention, je vous ai demandé, en votre qualité de porte-parole ou de leader de la Défense, de pouvoir également jouer un rôle de leader dans le cadre d'une construction européenne de défense plus forte. Je me permets d’insister une fois de plus sur ce point en précisant que la Belgique a, par le passé, pu montrer qu'elle pouvait – malgré sa petitesse – arriver à faire de grandes choses. Dès lors, j’aimerais vous demander d’intervenir dans ce cadre-là.

 

01.32 Minister Theo Francken: Mijnheer de voorzitter, sta me toe om de vragen nog te beantwoorden.

 

De Europese coördinatie zal ik aankaarten op Europees niveau. Men moet dat wel doorpraten. Wat willen we precies? De NAVO coördineert het luchtruim en al die acties vanuit een centrum in Napels. De NAVO heeft een aantal centra in Europa en voor Zuid-Europa is dat Napels. Zo'n coördinatiecentrum kost een fortuin. Als we zeggen dat we ook een Europees coördinatiecentrum moeten hebben, dan moet u weten dat we daarvoor niet genoeg officieren hebben en dat dat ook niet zo efficiënt is. We moeten dat dus ten gronde bespreken. De acties moeten gecoördineerd worden, de NAVO moet dat doen, Europa moet dat ook doen, ja, dat is gemakkelijk gezegd, maar we moeten daarover nadenken.

 

We zullen naar iets moeten gaan – dit wil ik bij mijn Europese collega’s aankaarten – waarbij we de garantie hebben dat in geval van problemen in een Europees niet-NAVO land, met Cyprus als heel goed voorbeeld, er daarover een akkoord wordt gesloten met Napels of een protocol tussen de EU en de NAVO. Ik hoop dat we dan geen veto van Turkije zullen krijgen. Het moet efficiënt en betaalbaar zijn. Niemand vraagt om dat parallel met de NAVO op te richten. We hebben daar om te beginnen het personeel niet voor en dat kost een fortuin. Dat is gewoon niet efficiënt. We moeten daar dus goed over nadenken.

 

Wat betreft de aanslag op de synagoge, ik heb mijn absolute afschuw daarover uitgedrukt. Dat werd wel degelijk besproken op de Nationale Veiligheidsraad.

 

Je serai également à Liège, ce soir, pour la Défense.

 

Il est très important que nous envoyions en permanence le signal que nous assurons un monitoring constant de la situation et que nous allons augmenter nos capacités militaires et policières. Vous savez que le dossier est sur la table du gouvernement. Nous en avons parlé à plusieurs reprises.

 

Dan kom ik tot de vragen in verband met Oekraïne. Wat is het gevolg voor Oekraïne? Op dit moment wil iedereen Patriot PAC-3’s en wil iedereen NASAM’s. Iedereen wil counterdronessystemen. Iedereen wil dat allemaal kopen. Ik hoef u niet te vertellen dat de budgettaire reserves van de Golfstaten niet helemaal dezelfde zijn als die van de Belgische Schatkist.

 

Ik ben niet naïef. Op dit moment zullen de Amerikanen, die moeten kiezen tussen het beschermen van hun eigen Amerikaanse militairen op Amerikaanse basissen in het Midden-Oosten die worden bestookt met Iraanse drones en Iraanse raketten, en PURL-packages voor Oekraïne, de prioriteit geven aan wapensystemen voor het Midden-Oosten.

 

Natuurlijk mag u niet onderschatten dat op dit moment antidroneagenten, militaire eenheden en systemen, van Oekraïne, gemaakt in Oekraïne door Oekraïense ingenieurs, massaal ontplooid worden in het Midden-Oosten. Het is dus wel heel dubbel. Zeggen dat die oorlog d’office slecht nieuws is voor Oekraïne, zoals ik al een paar keren gelezen heb, is heel dubbel. Dat is zeker geen vaststaand feit. Het is niet eenduidig. Er zijn nadelen aan die oorlog. PURL is een probleem. Maar hopelijk wordt het binnenkort opnieuw warmer, zodat de mensen in Kiev en in andere steden die bestookt worden niet meer binnen hoeven te zitten, als het zwaarste van de winter voorbij is en de lente hopelijk snel komt, ook in Oekraïne. In die zin zijn er voor Oekraïne voordelen aan de situatie en ook een aantal nadelen. Het is meer gebalanceerd dan, zoals ik een paar keer kon lezen, dat die oorlog een groot probleem voor Oekraïne zou zijn. Ik meen dat de Oekraïners redelijk slim bezig zijn, eerlijk gezegd. Geloof me, de landen in het Midden-Oosten zullen dat niet vergeten. De steun die ze nu krijgen, zullen ze niet vergeten. Zo werkt het daar niet. Jullie zijn allemaal wel eens in het Midden-Oosten geweest. Daar is een andere mentaliteit dan in West-Europa. Een land dat het Midden-Oosten nu helpt, zal men daar heel lang eren. Ze zullen hun vertrouwen erin stellen, en dat land ook respecteren.

 

In het Midden-Oosten tellen de mensen nu wie hun vrienden zijn. Dat Oekraïne, dat zelf in oorlog is, hun helpt, is toch wel een geste. De Oekraïners móeten dat niet doen, ze hebben hun eigen mensen ook nodig op hun terrein, maar toch doen ze het.

 

Nu kom ik tot de conclusies van de ADIV in verband met de exitstrategie. U moet weten dat de ADIV vooral analyses maakt van wat er is gebeurd, enzoverder.

 

Een exitstrategie wordt vooral door Buitenlandse Zaken opgevolgd, al volgen ook de veiligheidsdiensten het op. Momenteel is het koffiedik kijken wat er zal gebeuren. We hebben er onvoldoende toegang toe, onvoldoende zicht op.

 

Inzake Saoedi-Arabiê noteer ik dat ik hier geen grote weerstand hoor. Ik heb meegedeeld dat een vraag werd voorgelegd en ik heb geen enkele fractie radicaal tegen horen zijn, geen enkele fractie zegt dat we die mensen niet mogen helpen. Het Vlaams Belang is kritisch, maar zegt ook niet definitief “neen, nooit, over ons lijk”. Dat is iets dat we moeten meenemen in het debat in de regering. Ik noteer dat.

 

Over wat PVDA daarnet bediscussieerde, heb ik mij vorige week al uitgesproken, dus dat laat ik zo.

 

Dan kom ik tot de kwestie van de veiligheid van de Iraanse diaspora. Ik ben op de hoogte van wat gisteren is gebeurd. Ik ben ook blij dat de veiligheidsdiensten direct hebben ingegrepen. Dat moet echt een prioriteit zijn. Toen ik daarnet naar het kabinet wandelde, kwam een Iraanse dame naar mij om mij te bedanken, maar ook om te zeggen dat er wel degelijk angst is voor represailles, ook vanuit de ambassade, vanuit het regime, enzovoort, op alle mogelijke manieren. Dat is echter geen taak voor Defensie. Dat is een taak voor de interne veiligheidsdiensten.

 

De voorzitter: Collega’s, we gaan zo dadelijk het actualiteitsdebat over de repatriëringen aanvatten. Misschien kunnen we afspreken dat eventuele reacties in het debat over de repatriëringen worden gegeven, zodat we nu niet opnieuw een volledige ronde doen. Kan iedereen daarmee akkoord gaan?

 

01.33  Darya Safai (N-VA): (…) zo snel. Ik wil gewoon een foto laten zien. (…)

 

De voorzitter: Mevrouw Safai, ik verleen u het woord niet. U kunt bij het debat over de repatriëringen nog het woord nemen en dan zeggen wat u wenst te zeggen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Actualiteitsdebat over de repatriëring van Belgische burgers en toegevoegde vragen van

- Axel Weydts aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "Het verloop van de evacuatie van landgenoten uit het Midden-Oosten" (56013842C)

- Kjell Vander Elst aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De vertraging bij de repatriëring van Belgen" (56013909C)

- Stéphane Lasseaux aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De repatriëring van Belgen uit de Golfregio" (56014036C)

- Kristien Verbelen aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De repatriëring van reizigers uit de Golfstaten" (56014058C)

- Staf Aerts aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De repatriëringen uit het Midden-Oosten en de aanvallen van de minister op de pers" (56014061C)

02 Débat d’actualité sur le rapatriement des ressortissants belges et questions jointes de

- Axel Weydts à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Le déroulement de l'évacuation de nos compatriotes du Moyen-Orient" (56013842C)

- Kjell Vander Elst à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Le retard pris dans le rapatriement des Belges" (56013909C)

- Stéphane Lasseaux à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Le rapatriement des ressortissants belges de la région du Golfe" (56014036C)

- Kristien Verbelen à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "L'opération de rapatriement de voyageurs depuis les pays du Golfe" (56014058C)

- Staf Aerts à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Les rapatriements depuis le Moyen-Orient et les accusations du ministre à l'égard de la presse" (56014061C)

 

02.01  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, ik maak van mijn spreektijd gebruik om nog even terug te komen op het vorige debat.

 

De minister heeft geantwoord dat tot nu toe enkel Saudi-Arabië een officiële vraag tot steun heeft gesteld. Ik heb me daar in mijn repliek niet meer op gericht. Voor alle duidelijkheid, ik vind dat we dat moeten bekijken. Door het feit dat ik mij niet heb uitsproken, maak ik echter geen voorafname op de positie van mijn fractie met betrekking tot een eventuele deelname. Daarvoor moeten we eerst alle parameters kunnen kennen. Voor we dat doen, moeten we echter een heel duidelijke exitstrategie, een heel duidelijke doelstelling voor ogen hebben. Laten we dat alleszins met open vizier bekijken. Tot daar vandaag het engagement en niet verder.

 

Wat het debat over de repatriëring van onze Belgen betreft, mijnheer de voorzitter, graag wacht ik op de uitleg van de minister over hoe de vork echt aan de steel zat. Ik wil immers geen debat voeren op basis van tegenstrijdige verklaringen en berichten van onder andere de regering in de media. Ik zal dan op basis daarvan in mijn repliek al dan niet mijn appreciatie daarover uitspreken.

 

02.02  Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, ik heb kunnen vaststellen dat er al een aantal repatriëringsvluchten hebben plaatsgevonden, wat uiteraard een goede zaak is. De communicatie – daarop hebben we vorige week al gewezen – moet wel strak en gecoördineerd zijn.

 

We hebben het daarnet over de Europese coördinatie gehad. Ik wil u toch aanraden om ook in de regering wat meer te coördineren. Heel wat burgers die in de regio vastzaten, tastten namelijk in het duister en ik kreeg heel wat vragen, bijvoorbeeld of ik al iets meer wist, wie hen kan helpen, naar wie ze moesten bellen, wat ze moesten doen, op wie ze moesten wachten en of ze de website van de FOD Buitenlandse Zaken dan wel die van Defensie moesten raadplegen. Men had echt schrik. Het was ook echt een kakofonie. Op vrijdagochtend hoorde men dat de vlucht niet doorgaat. Vervolgens zou die wel doorgaan. Dat bleek uiteindelijk fake news te zijn. Een uur later kwam minister Prévot zeggen dat het helemaal niet doorgaat. Dat geeft absoluut geen goed beeld. Het is een slecht voorbeeld van onze communicatie bij het terughalen van landgenoten.

 

Bovendien lees ik op LinkedIn dat TUI, een private luchtvaartmaatschappij, 550 burgers vanuit Al-Ain in Oman op eigen houtje heeft teruggehaald. Een private luchtvaartmaatschappij heeft daarvoor zelf vliegtuigen ingezet. Dat toont aan dat het mogelijk is om met private vliegtuigen landgenoten terug te halen. Ik vind het jammer dat de repatriëring door de federale overheid zo moeilijk en moeizaam moest verlopen.

 

Mijnheer de minister, wat is de exacte reden waarom de diplomatieke en administratieve toestemmingen specifiek met betrekking tot het Egyptische luchtruim nog niet in orde waren? Luxemburg kreeg dat blijkbaar wel allemaal in orde, maar wij niet. Hoe komt dat?

 

Welke rol heeft onze Belgische defensieattaché in Caïro in de onderhandelingen met Egypte gespeeld? Hoe evalueert u het optreden van onze militaire diplomatie ter plaatse? Blijkbaar was het de taak van Defensie om de administratie in orde te brengen. Daarover kreeg ik graag enige verduidelijking.

 

02.03  Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le ministre, les opérations de rapatriement des Belges désirant quitter les États du Golfe à la suite du déclenchement de la troisième guerre du Golfe ont commencé ce samedi 9 mars 2026. On peut certainement se féliciter de voir que cette coopération pour l'évacuation a pu avoir lieu, et ce, jusque Zaventem, même s'il n'y avait aucune obligation pour les autorités belges à les faire venir jusque-là.

 

De même, la coopération européenne dans ce domaine est importante. Des ressortissants belges ont été évacués par des avions luxembourgeois. Des ressortissants espagnols, français, luxembourgeois et suédois, notamment, ont pu bénéficier de vols belges. C'est vraiment représentatif de la citoyenneté européenne, a contrario peut-être de ce qu'on a pu entendre juste avant. En tout cas, on peut se rendre compte que la politique développée par l'Europe pour soutenir ses citoyens est effective dans ce cadre.

 

Monsieur le ministre, quels sont les résultats chiffrés, si vous en avez déjà connaissance? À quelles difficultés avez-été confronté? Comment la coopération avec nos partenaires européens se déroule-t-elle et quel est le rôle de la Commission européenne? Avez-vous déjà un horizon pour la fin des opérations?

 

02.04  Kristien Verbelen (VB): Mijnheer de minister, de situatie is bekend. Door de escalatie van het conflict in het Midden-Oosten zijn heel wat Europese reizigers gestrand, onder wie ook landgenoten. Verschillende Europese landen zijn vrij snel gestart met operaties om hun burgers in veiligheid te brengen.

 

België heeft ervoor gekozen om militaire vliegtuigen, de A400 en de MRTT, ter beschikking te stellen om onze landgenoten in veiligheid te brengen. De start van de operatie is evenwel niet zonder problemen is verlopen: de geplande vlucht werd herhaaldelijk uitgesteld en de noodzakelijke diplomatieke overvlucht- en landingsvergunningen waren niet in orde. Bovendien konden sommige Belgische reizigers eerder terugkomen via operaties van andere Europese landen. Het is begrijpelijk dat een aantal betrokken landgenoten en hun families hierdoor gefrustreerd waren en in onzekerheid verkeerden.

 

Iedereen begrijpt dat dat soort operaties complex is, zeker in een snel evoluerende veiligheidscontext, en dat repatriëringen goed georganiseerd moeten worden, maar tegelijkertijd verwachten burgers in een crisissituatie wel dat de overheid snel kan schakelen en dat de nodige voorbereidingen tijdig worden getroffen. Daarom wil ik graag toelichting over de manier waarop Defensie de operatie concreet heeft voorbereid.

 

Welke problemen rezen er in de beginfase, onder meer met betrekking tot de diplomatieke clearances? In welke mate werd samengewerkt met andere Europese landen?

 

Belangrijker nog, welke lessen trekt Defensie uit de operatie, zodat we bij een volgende crisis sneller en efficiënter kunnen optreden om onze burgers in veiligheid te brengen?

 

02.05  Darya Safai (N-VA): Mijnheer Boukili, ik wil repliceren op uw woorden van daarnet.

 

U beticht mij ervan dat ik de PVDA beschuldig van steun aan het regime. Ik toon hier een foto van de officiële pagina van de PVDA, ten bewijze dat de partij het regime wel degelijk steunt. (De spreker toont een foto.) Die foto is intussen verwijderd, waarmee duidelijk is dat er iets mis mee is. Wat is er mis mee? Op de foto staan mensen die gelinkt zijn aan het Mishkaat Institute. Die instelling organiseert herdenkingen voor Khamenei, die de leiding had over de IRGC en die op Europees grondgebied als terrorist is bestempeld. Wanneer een dergelijke instelling dus een herdenking organiseert voor Khamenei en de foto ervan verschijnt vervolgens op de PVDA-pagina met de vlag van het regime, dan weten wij hoe laat het is.

 

Kortom, de PVDA steunt de ayatollahs en heeft dat altijd gedaan. Zij staan op de Europese terreurlijst en toch verschijnen zij op haar officiële pagina. Dat is mijn punt.

 

02.06  Christophe Lacroix (PS): Monsieur le président, je vais commencer par une boutade sur les rapatriements. Moi, j'aurais préféré être Luxembourgeois que Belge et, en tant que Wallon, je vais créer un parti rattachiste pour être rattaché au Grand-Duché de Luxembourg. Cela donnera peut-être davantage de chances à nos concitoyens.

 

C'est une boutade, mais franchement, où en sommes-nous? Où en sommes-nous dans un État où, effectivement, les voyageurs qui étaient terrorisés par les bombes qui leur pleuvaient dessus, par les missiles ou les alertes, voyaient des informations différentes sur le site de la Défense et sur le site du SPF Affaires étrangères? Un nouveau Conseil national de sécurité est-il prévu pour les rapatriements successifs?

 

Qu’en est-il de nos ressortissants belges au Liban, qui se font également bombarder tous azimuts? Ces bombardements font des victimes civiles épouvantables, mais on en parle très peu.

 

Qu’en est-il de l'inflation des prix des compagnies aériennes? En effet, les compagnies aériennes sont en train de s'en mettre plein les poches, sur la base de la misère générale et des ressortissants qu'il faut évacuer, ou encore des ressortissants qu'on laisse sur place en leur disant de se débrouiller et de réserver leur vol eux-mêmes. Une réservation peut coûter plusieurs milliers d'euros! Une fois de plus, ce seront les plus riches qui seront sauvés le plus vite.

 

Vous nous avez permis de "riposter" dans le cadre de ce débat sur les propos du ministre tenus dans le premier débat d'actualité. Je remercie d'ailleurs monsieur le ministre d'être revenu dessus.

 

Sur l'Ukraine, je comprends ce que le ministre veut dire, il a raison. Personnellement, ma grande crainte est que l'arsenal déployé au Moyen-Orient le soit au détriment de l'Ukraine demain. S'il faut réarmer l'Ukraine et les aider à nouveau, j'ai très peur que la population européenne ne soit plus derrière. Or, comme vous, monsieur le ministre, je soutiens à 1 000 % l'Ukraine, qui se bat pour nos démocraties et pour nos valeurs.

 

Je pense que Poutine tire les marrons du feu, notamment en voyant le pétrole russe connaître un regain de popularité, tout comme le gaz liquéfié russe. Je vois que l'extrême droite européenne – Fico et Orbán – bloque la tranche supplémentaire d'aide à l'Ukraine de 90 milliards d’euros ainsi que le renouvellement des sanctions contre la Russie. Dès lors, franchement, cette guerre décidée par Donald Trump et Netanyahu, de manière très légère et unilatérale et sans aucun objectif de sortie, va peser lourdement sur nous, et ce, pendant encore longtemps.

 

02.07  Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer de minister, u zei op een zeer voluntaristische manier dat u een eenduidig standpunt kreeg van de commissie met betrekking tot formele hulpvragen. Dit kan ook vanuit onze fractie zeker worden bekeken, maar het is natuurlijk iets dat op regeringsniveau moet worden besproken. We moeten ook nog extra informatie hebben. Wat is de exitstrategie? Is er een zekere Europese coördinatie of is dit louter bilateraal? Dat moet op een ernstige manier worden bekeken. Vandaag beschikken we niet over voldoende indicatoren om daarin een definitieve houding aan te nemen, maar wat mij betreft kan dat zeker worden bekeken in het kader van een Europese coördinatieaanpak. Dan is op dat punt misschien toch al een beetje vooruitgang geboekt, zoals we net hebben gehoord met betrekking tot Aspides.

 

Met betrekking tot de repatriëring zal ik niet herhalen wat de collega’s al zeiden. Het staat ook in de schriftelijke neerslag van mijn vraag.

 

Ik wil wel twee zaken benadrukken. Belangrijk zijn de lessons learned. We moeten niet altijd zwaar tillen aan een paar uur vertraging hier of daar. De belangrijkste boodschap is dat we onze mensen daar niet in de steek hebben gelaten en dat heel wat mensen hun best hebben gedaan om alles zo vlot mogelijk te laten verlopen. Er zullen altijd zaken zijn die misschien beter hadden gekund, maar voor mij is het belangrijkste dat we hebben getoond op een goede manier te kunnen interveniëren. Ik luister graag naar de lessons learned vanuit Defensie.

 

02.08  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le président, je voulais également dire un mot sur les rapatriements, mais Mme Safai m’en empêche et me pousse, une fois de plus, à réagir à ses propos.

 

Faire croire que le PTB apporterait un quelconque soutien au régime des mollahs relève soit de l’ignorance, soit de la malhonnêteté intellectuelle. De l’ignorance, d’abord, parce que notre idéologie marxiste est totalement en opposition avec l’idéologie des mollahs et leur système théocratique. C’est une opposition complète. Nos camarades, dans tous les partis qui partagent notre analyse et notre lecture du monde, sont réprimés et assassinés par le régime iranien. Nous ne pouvons donc avoir aucune complaisance à l’égard de ce régime.

 

Par ailleurs, Mme Safai se livre ici à des suppositions et à des spéculations à partir de photos que chacun peut interpréter comme il l’entend et auxquelles on peut faire dire ce que l’on veut. En revanche, elle n’accorde aucune attention au fait que le PTB a officiellement condamné, dans ce Parlement, la répression du régime iranien. Des textes législatifs existent. Je ne vois pas ce qu’il y a de plus concret, comme position de parti et comme position politique officielle, qu’un texte législatif exprimant une position. Nous avons d’ailleurs déposé, au Parlement flamand, un texte visant à condamner le régime iranien et la répression meurtrière qu’il a infligée à son peuple. Je ne comprends donc pas la malhonnêteté dans laquelle Mme Safai s’enfonce.

 

En réalité, madame Safai, si vous en venez à nourrir ce mensonge, c’est parce que, sur le fond, vous perdez le débat. Vous voyez très bien que la violation du droit international et l’intervention américaine n’apporteront que le chaos, comme cela s’est produit en Irak, en Afghanistan et en Libye. Sur ce point, vous n’avez pas d’argument à opposer. Vous cherchez donc des subterfuges pour détourner le débat, mais cela ne fonctionnera pas.

 

02.09  Darya Safai (N-VA): (…)

 

De voorzitter: U krijgt straks tijdens de replieken nog het woord, maar eerst nog de minister.

 

02.10 Minister Theo Francken: Voor ik het vergeet, moet ik nog officieel meedelen dat wij de commissieleden de Strategic Vision Defence hebben bezorgd. Daarnet stond de micro niet aan en ik hoor van mijn kabinet dat dat heel belangrijk is. Ik wil alle mensen die hieraan hebben meegewerkt bedanken voor het ongelooflijk harde werk dat ze hebben geleverd. Ik dank iedereen die aan het luisteren is, want dat zijn er meer dan u denkt.

 

Op 4 maart 2026 werd het Operational Liaison and Reconnaissance Team (OLRT) met een MRTT-vliegtuig naar Hurghada ingevlogen voor de start van de repatriëringsopdracht Middle East Express. De dag nadien vertrok de eerste A400M vanuit Melsbroek met het eerste detachement, terwijl een deel van het OLRT-team doorreisde naar Muscat in Oman. Na de aankomst van de A400M in Hurghada op 6 maart, volgde op 7 maart de tweede A400M en werd de eerste repatriëringsvlucht uitgevoerd met de MRTT van Muscat via Hurghada naar Zaventem. Op 8 maart haalden twee A400M-toestellen Belgische burgers op in Dubai en brachten hen naar Hurghada, gevolgd door een chartervlucht naar Zaventem in de nacht van 8 op 9 maart. Tot slot werden op 9 maart 2026 nog gestrande reizigers opgepikt in Dubai, overgebracht naar Hurghada en met een MRTT teruggevlogen naar Zaventem.

 

De repatriëring van landgenoten in het buitenland valt onder de verantwoordelijkheid van de FOD Buitenlandse Zaken. Vanaf het begin van de crisis werd heel nauw en constructief overlegd tussen Buitenlandse Zaken en Defensie, wat uiteindelijk heeft geleid tot het inzetten van onze militaire middelen ter ondersteuning van de repatriëringsoperatie.

 

La Défense a été confrontée aux difficultés propres à ce type de missions de rapatriement urgent, qui exigent une action rapide et une grande flexibilité dans leur exécution. Les défis se présentent principalement dans le domaine des droits du survol diplomatique requis et des autorisations d'atterrir sur les aéroports concernés. À cet égard, la coopération efficace avec le SPF Affaires étrangères a été essentielle.

 

Zowel binnen Defensie als binnen Buitenlandse Zaken hebben alle betrokken diensten tot op het hoogste niveau intensief samengewerkt om zo snel mogelijk een oplossing te vinden. De defensieattachés hebben hierbij een bijzonder belangrijke rol gespeeld. Ze waren voortdurend in de weer om daar waar mogelijk ondersteuning te bieden en hebben dus goed werk geleverd.

 

Het Europees mechanisme voor civiele bescherming werd in dit kader niet ingeschakeld aangezien overvliegrechten een strikt nationale bevoegdheid blijven. Niettemin werden op verschillende niveaus contacten gelegd om de proceduretermijnen zo veel mogelijk te verkorten.

 

Au niveau militaire, la coopération avec nos partenaires de l’Union européenne s’effectue au sein du Commandement européen du transport aérien à Eindhoven, qui recueille les besoins des nations participantes et s’efforce d’y répondre de la manière la plus efficace possible.

 

Il incombe au SPF Affaires étrangères de suivre le nombre de ressortissants rapatriés. De plus, la Défense n’a qu’une vue d’ensemble des passagers qu’elle a elle-même transportés, tandis que le SPF Affaires étrangères a également affrété un vol charter et rapatrié des Belges avec d’autres nations. La fin de la mission relevait d’une décision du SPF Affaires étrangères, qui nous avait informés que le rapatriement des voyageurs prenait fin après l’exécution du dernier vol, le 9 mars 2026.

 

Voor de meer strategische vragen over de situatie in het Midden-Oosten verwijs ik naar het debat over Iran dat we eerder deze maand hebben gehad.

 

In verband met de verwarring over de repatriëring van afgelopen vrijdag kan ik het volgende zeggen, collega’s.

 

De repatriëring van Belgen uit Dubai via Oman gebeurde hoofdzakelijk met vliegtuigen van het type MRTT, die gepoold zijn binnen de Multinational MRTT Unit, kortweg de MMU. Die is gevestigd in Eindhoven. De MMU baat een gezamenlijke pool vliegtuigen van het type Airbus A330 Multi-Role Tanker Transport uit. De aankoop en uitbating van die vliegtuigen worden gefinancierd door acht deelnemende landen: Nederland, Luxemburg, Noorwegen, Duitsland, Tsjechië, Zweden, Denemarken en België. De meeste MRTT-toestellen hebben hun thuisbasis in Eindhoven in Nederland, terwijl vier toestellen permanent gestationeerd zijn op de luchthaven van Keulen in Duitsland.

 

Het is belangrijk te benadrukken dat bij het gebruik van die toestellen het nationale conto waarop een vlucht wordt geboekt niet noodzakelijk samenvalt met de nationaliteit van het vliegtuig of van de bemanning. Zo was de eerste MRTT-evacuatievlucht naar het Midden-Oosten vorige week formeel op Luxemburgs conto, maar was de boordcommandant een Nederlander en bestond de cabinebemanning gedeeltelijk uit Belgische militairen. Het gebeurt dus geregeld dat hetzelfde MRTT-vliegtuig met dezelfde bemanning van de ene op de andere vlucht ogenschijnlijk van nationaliteit verandert. In werkelijkheid blijft het telkens hetzelfde multinationale MRTT-toestel dat vliegt met dezelfde, eveneens multinationale bemanning, ook wanneer er Belgische militairen en Belgische passagiers aan boord zijn.

 

Buitenlandse Zaken is in de regel verantwoordelijk voor het verkrijgen van alle noodzakelijke diplomatieke overvlucht- en landingsrechten. Voor elk land gelden specifieke procedures en termijnen, die bovendien beïnvloed kunnen worden door lokale omstandigheden, zoals religieuze feestdagen of feestmaanden, die de administratieve verwerking kunnen vertragen. Alle MRTT-vliegtuigen zijn formeel geregistreerd als Nederlandse militaire vliegtuigen. Daarom is het ook het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken dat voor elke MRTT-vlucht de nodige diplomatieke overvlucht- en landingstoelatingen aanvraagt, ongeacht wie de aanvrager is.

 

De berichten die vorige week op een bepaald moment in de pers verschenen alsof Luxemburg er wel al in geslaagd zou zijn de nodige toelatingen te verkrijgen en België niet, zijn dus niet correct. Dat is fake news. In alle gevallen zijn het de Nederlandse autoriteiten die deze toelatingen moeten verkrijgen. Die vliegtuigen vallen onder Nederlands commando. Nederland vraagt die toelatingen aan; niet Luxemburg en ook niet wij. Het verhaal dat het bij ons niet in orde was en bij de Luxemburgers wel klopt dus niet.

 

L’affirmation selon laquelle tout était en ordre pour les Luxembourgeois mais pas pour les Belges n'est pas correcte. Ce n’est pas la vérité.

 

Een eerste MRTT-repatriëringsvlucht uit deze pool, om landgenoten uit Oman te repatriëren, was gepland voor donderdagavond 5 maart, op Luxemburgs conto. Maar dit is niet heel relevant, want het vlaggetje is voor Defensie irrelevant. Waarom? Het gaat om hetzelfde vliegtuig, met dezelfde bemanning, met Belgische militairen die deze operatie mee uitvoeren. Met Luxemburgers en Belgen aan boord. Maar ook met Fransen en Nederlanders aan boord. Voor mensen die terugkomen. Heel belangrijk. Die vlucht kon echter niet doorgaan omdat er in Muscat geen parkeerplaats meer beschikbaar was door de grote aanwezigheid van vliegtuigen ter plaatse. Muscat is de hoofdstad van Oman.

 

In eerste instantie werd daarom beslist deze vlucht later opnieuw in te plannen. Uiteindelijk is men er vrijdag wel in geslaagd, zoals ik al zei, het multinationale MRTT-vliegtuig met onze Belgische bemanning en met Belgische passagiers in Oman te doen landen. Er waren ook plaatsen voor Belgen. Omdat het toestel op Luxemburgs conto met ongeveer een dag vertraging opereerde, werd de vlucht op Belgisch conto, die met hetzelfde vliegtuig gepland stond, met 24 uur opgeschoven naar zaterdag.

 

Dit heeft geleid tot enige dissonantie in de communicatie. Dat hebt u natuurlijk gevolgd. Defensie bekijkt dit in de eerste plaats vanuit een operationeel perspectief. Vanuit dat oogpunt is er vrijdag effectief een MRTT-MMU-vliegtuig uit Oman vertrokken, met 13 Belgen aan boord. Buitenlandse Zaken benadrukte dit meer vanuit een formeel perspectief en stelde daarom dat er vrijdag geen vlucht op Belgisch conto vertrokken is. Dat vliegtuig vloog echter. Of het nu met een Luxemburgs vlagje was of met een Belgisch vlagje, is niet relevant. Ik bedoel, wij en Luxemburg werken constant samen, met onze bemanning en met Belgische passagiers. Dat werkt gewoon zo, zeker vanuit het defensieperspectief. Zo werken we altijd.

 

In werkelijkheid hadden beide ministers dus gelijk. Ik had vrijdag gelijk toen ik stelde dat die dag de eerste Belgen zouden worden gerepatrieerd met een MRTT-toestel, vanuit Oman naar Europa. Tegelijkertijd had de minister van Buitenlandse Zaken gelijk toen hij stelde dat de eerste repatriëringsvlucht onder Belgische vlag, op Belgisch conto, vanuit Oman pas zaterdag zou plaatsvinden.

 

Dat heeft tot een misverstand of miscommunicatie geleid. Het ging immers om hetzelfde vliegtuig dat vrijdag, met een dag vertraging, op Luxemburgs conto vloog en zaterdag op Belgisch conto. Zowel vrijdag als zaterdag vloog datzelfde toestel naar Oman of naar Hurghada, om Belgen, Nederlanders en Luxemburgers op te halen.

 

Dat was enigszins vervelend. Er kwamen berichten binnen dat er geen clearances waren. Mijn mensen zeiden dat België en Luxemburg die helemaal niet moesten aanvragen. Nederland moest dat aanvragen en het heeft die clearances. Vanwaar komt dat verhaal? Dat klopt niet. Vervolgens werd gezegd dat het vliegtuig niet zou vertrekken. Mijn mensen antwoordden dat dat toestel wel zou vertrekken. Het ging om een MRTT-toestel dat in Oman stond, met Belgen aan boord en dat naar hier zou vliegen. Buitenlandse Zaken zei vervolgens dat het om het toestel ging dat op Luxemburgs conto vloog en niet op Belgisch conto en dat de Belgische vlucht pas de dag nadien zou plaatsvinden. Voor de mensen van Defensie was dat onderscheid minder relevant. Zij zeiden: "Wat maakt dat uit? Het is een MRTT-toestel dat met Belgen vliegt. Wij denken op dat vlak meer in termen van een gezamenlijke operatie."

 

Dat is overigens geen verwijt aan Buitenlandse Zaken, want ook minister Prévot had een punt. Hij zei dat het toestel wel vloog, maar dat het op Luxemburgs conto was. Dat was dus gewoon een misverstand. Ik begrijp dat perfect en hij begrijpt dat ook. We zullen proberen dat de volgende keer nog beter op elkaar af te stemmen, zodat dit soort misverstanden niet meer gebeurt. Uiteindelijk ging het om een communicatieve onduidelijkheid.

 

Ik heb ook in een analyse in Het Nieuwsblad gelezen dat daar op de ministerraad of kern een punt van zou zijn gemaakt. Dat klopt niet, want die vergadering was op dat moment met andere zaken bezig. Minister Prévot heeft nadien gezegd dat hij het begreep. Ik heb gezegd dat ik hem ook begreep. Vervolgens heeft hij een verklaring afgelegd en daarmee was de kous af. Er moet dus niet overdreven zwaar aan worden getild of worden gesproken over pure chaos. Dat is totaal niet het geval. De operatie is goed verlopen. Ik ben zeer fier op mijn mensen. Zij hebben dat fantastisch gedaan.

 

De operatie is dus goed verlopen. Er is enkel een misverstand geweest. Onze mensen dachten dat het ging om een MRTT-toestel, een gezamenlijke capaciteit, waardoor we dus samenwerken. Het toestel had zelfs een Belgische bemanning, met Belgische militairen. De discussie ging uiteindelijk over de vraag of het toestel onder Luxemburgse of Belgische vlag vloog. Bij ons is de reflex dan eerder: wat maakt dat uit? Het belangrijkste is dat die mensen in veiligheid worden gebracht en terug naar Europa worden gevlogen.

 

Ja, de communicatie was niet perfect. Dat is deels ook mijn fout en daarvoor wil ik mij verontschuldigen. Het is echter zeker niet zo dat er ik-weet-niet-wat is misgelopen of dat er pure chaos was. Dat was namelijk zeker niet het geval.

 

Monsieur Lacroix, vous dites vouloir vous rattacher au Luxembourg et scinder la Belgique. Vous comprendrez qu’en tant que ministre fédéral, il m’est extrêmement difficile de m’exprimer sur ce point.

 

Uw wensdromen klinken echter als muziek in mijn oren.

 

Vous dites qu'il valait mieux être Luxembourgeois pour être rapatrié, mais cela ne fonctionne pas comme ça. Il y avait également des Belges chez nous et chez eux. Il s’agit du même avion, l'équipage est belge et travaille conjointement avec des Hollandais et des Luxembourgeois. Nous travaillons toujours ensemble, de manière conjointe, tant en ce qui concerne l’Airbus MRTT que l'Airbus A400M. Je pense que nous avons bien travaillé.

 

Je déplore – et cela, je le prends pour moi – que certains considèrent que la situation était chaotique ou inefficace et que la Défense n'a pas fait du bon travail. Je tiens à remercier les militaires avec qui nous avons travaillé. Nous avons travaillé avec 89 personnes.

 

In totaal werden er 89 mensen ontplooid, 1 MRTT en 2 A400M’s. De operatie is nu beëindigd. Normaal gezien komen de A400M’s die nog in Hurghada staan morgen terug.

 

Normalement, cet avion revient demain.

 

Toutefois, nous faisons un monitoring permanent. Prenons par exemple ce qui se passe au Liban ou à d'autres endroits. Nous sommes prêts à prolonger si nécessaire. Nous faisons une évaluation tous les jours, même toutes les heures.

 

Voorzitter: Christophe Lacroix.

Président: Christophe Lacroix.

 

Hoeveel personen waren er bij de operatie betrokken? Dat waren het detachement R met 63 mensen en Logistiek met 7 mensen, de medische component met 8 mensen en STRATCOM met 4, de Movement Control Group (MCG) met 5 mensen en 2 liaisonofficieren. In totaal werden dus 89 militairen ontplooid en werden 1 MRTT en 2 A400M’s gebruikt.

 

02.11  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, ook daarvoor is het Parlement goed, namelijk om enige orde in de chaos te scheppen en fake news te weerleggen. Ik ben dus heel blij dat ik de vraag heb gesteld en dat hier vandaag duidelijkheid is gekomen over het exacte verloop.

 

Collega’s, laten we eerlijk zijn, no plan survives first contact with the enemy. Dat is nu eenmaal altijd van tel bij militaire operaties. Men kan zoveel en zo goed mogelijk plannen als men wil, op het moment van uitvoering duiken er altijd nieuwe moeilijkheden op, zeker in een multinationaal verband. Het gaat hier immers niet om een jointverband maar om een multinationaal verband. Dat adagium is hier dus zeker aan de orde.

 

Ik wil net het positieve daarvan zien. Het feit dat wij een multinationale eenheid hebben als de MRTT’s die gepoold zijn in Eindhoven, is een goede zaak. De zichtbare gevolgen van de inzet van MRTT’s om NEO-operaties uit te voeren, moeten dienen als lessons learned voor de toekomst. Ik stel dus voor dat wij daar niet te zwaar aan tillen.

 

Het belangrijkste is dat onze landgenoten terug zijn en dat wie een beroep wilde doen op die service van Defensie en Buitenlandse Zaken, dat op een voortreffelijke manier kon doen, zoals Defensie dat steeds op een voortreffelijke manier doet.

 

Ik rond af.

 

Hier zijn zonder meer felicitaties op hun plaats voor al wie aan de operatie heeft meegewerkt. Ik heb vanochtend nog een leuk verjaardagsbericht gekregen van een van mijn ex-collega’s die op dit moment in die operatie nog actief is bij de MCG. De leden ervan staan altijd paraat, een voor een, op elk moment van de dag en op elke dag van de week, om dergelijke operaties uit te voeren, soms in heel snelle omstandigheden.

 

02.12  Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw heldere en duidelijke communicatie.

 

Ik denk dat dat ook nodig was. Het is goed dat hier eens duidelijk werd gezegd dat het defensiepersoneel niets te verwijten valt en dat zij hun taken perfect hebben uitgevoerd. Ik kreeg heel wat signalen dat onze Belgische defensieattaché voor die clearances moest zorgen. Dat bleek dus foutief te zijn. Het is goed dat dat misverstand nu uit de wereld is geholpen en dat duidelijk is dat de Belgische defensieattaché dat niet moest doen. Dat is belangrijk om te weten en te herhalen.

 

Het is goed dat er voor repatriëringen uit regio’s waar niet alleen Belgen vastzitten, wordt samengewerkt. Als ik het goed heb begrepen, is er effectief een MRTT vertrokken, maar niet de MRTT onder Belgische vlag. Dat is geen enkel probleem. U sprak over 13 Belgen op de eerste vlucht. De operatie met de MRTT onder Belgische vlag, waar wellicht meer Belgen op zaten, werd inderdaad 24 uur opgeschoven. Het is belangrijk om dat op dat moment duidelijk te communiceren aan de betrokken landgenoten. Het gaat er niet over wie gelijk of ongelijk heeft, de mensen ter plaatse moeten duidelijke en correcte informatie krijgen. Het kan niet dat het ene moment wordt meegedeeld dat het vliegtuig vertrekt en het andere moment dat het niet vertrekt om vervolgens toch te vertrekken: daar zitten wel landgenoten vast.

 

Kortom, de communicatie had beter aangepakt moeten worden, alleen al voor de landgenoten die in de regio gestrand waren, in angst en onzekerheid verkeerden en zich afvroegen wanneer zij konden terugkeren. Zij kregen het bericht dat ze vrijdag zouden teruggaan, terwijl een deel uiteindelijk pas zaterdag kon terugkeren. Dergelijke zaken moeten snel, helder en duidelijk gecommuniceerd kunnen worden aan onze landgenoten. Nogmaals, op communicatief vlak hadden we een en ander beter moeten aanpakken.

 

In elk geval dank ik u nogmaals voor de verduidelijking en verheldering.

 

02.13  Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le ministre, je vous remercie des précisions et éclaircissements que vous avez apportés, car ils étaient nécessaires. Ils ont pu nous informer, mais peut-être aussi démystifier ou, en tout cas, repréciser les choses qui devaient l'être.

 

Nous pouvons constater, et cela a été souligné, que la coopération a bien fonctionné. Il faut assurément continuer à y travailler, également dans d'autres domaines. J'en ai parlé tout à l'heure et me permets de retaper sur le clou.

 

02.14  Kristien Verbelen (VB): Ik wil beginnen met te zeggen dat niemand het werk van de militairen in vraag stelt. Ze werken zeer professioneel en vaak in moeilijke omstandigheden.

 

Dat neemt niet weg dat de opstart van de operatie, of op zijn minst de communicatie daarover, duidelijk moeizaam verlopen is, wat vragen oproept over de voorbereiding en over de coördinatie.

 

In crisissituaties verwachten burgers snelheid. Ze willen duidelijkheid en een goed voorbereide organisatie zien. Daarom vind ik het belangrijk dat we niet enkel naar de operatie kijken als een succesverhaal, maar ook nagaan wat er minder goed verlopen is. Alleen op die manier kan bij een volgende crisis sneller en efficiënter worden geschakeld en kunnen we beter voorbereid zijn om onze burgers in veiligheid te brengen.

 

02.15  Darya Safai (N-VA): Ik wil kort reageren op wat mijn collega van de PVDA zegt, namelijk dat marxisme het tegenovergestelde is van islamisme. Dat weten we. Helaas wordt vaak vergeten dat marxisme, communisme en islamisme elkaar in de praktijk vinden in een gezamenlijke strijd, namelijk een strijd tegen Amerika, tegen het zogenaamd imperialisme en tegen het kapitalisme. Daarin vergist u zich vaak, zowel in het verleden als vandaag, niet alleen in Iran maar ook in Europa en in het Westen. U vindt elkaar daarin zeer gemakkelijk en versterkt elkaar zelfs. De eerste slachtoffers zouden echter opnieuw de communisten zijn die niet in Allah geloven. Uiteraard, maar die geschiedenisles leren jullie nooit.

 

Collega, u zegt dat de PVDA het regime van Iran niet steunt. Wat betekent de pro-regimeprotestactie dan? Wat doen mensen die gelinkt zijn aan het Mishkaat Institute, een islamitisch instituut in Molenbeek, op een foto met de vlag van het Iraanse regime op uw officiële pagina? Dat is opnieuw een bewijs dat ik gelijk heb: communisme en islamisme zijn twee handen op één buik.

 

U ontkent dat misschien, mijnheer Boukili, maar het is altijd zo geweest en het is zeer gevaarlijk, niet alleen voor u, maar voor de hele westerse samenleving. Mocht u ooit winnen, dan gaat alles kapot. Dat was het geval in 1979 in Iran, mijn geboorteland. Wij waren toen niet islamitisch. Communisten en marxisten hebben ayatollah Khomeini aan de macht gebracht. Wie is daarvan het slachtoffer? Dat zijn wij allemaal.

 

Wees dus voorzichtig. Steun het regime niet en ontken niet langer. Leden van de PVDA, bespreek dat in uw partij, zodat het regime en alle islamisten, Hamas en consorten, niet meer worden gesteund. Punt.

 

02.16  Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Bij dergelijke operaties, die niet elke dag gebeuren, zijn er uiteraard zaken die beter kunnen, maar ik denk dat de operationele kracht van Defensie opnieuw is bewezen. We moeten vooral oog hebben voor de positieve zaken. Defensie kan de lessons learned meenemen om bij een volgende operatie nog daadkrachtiger en efficiënter te zijn.

 

Ook vanuit mijn fractie wil ik de mensen van Defensie feliciteren en bedanken dat ze die operatie tot een goed einde hebben gebracht.

 

02.17  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Concernant le débat qui nous occupe, j'espère en tout cas que tout sera mis en place et que les efforts déployés seront intensifiés pour faciliter le retour de nos concitoyens ici en Belgique, sains et saufs.

 

Pour répondre à Mme Safai – c'est assez compliqué parce qu'elle a quitté la salle et j'aurais aimé qu'elle soit là pour entendre la réponse –, on est ici dans un degré de lecture simpliste de l'histoire. C'est incroyable, on atteint là des niveaux vraiment hallucinants. D'ailleurs, je rappelle à Mme Safai, qui a parlé d'anticapitalisme, que c'est aussi une méconnaissance. Les mouvements islamistes? Il n'y a pas plus capitalistes que les mouvements islamistes. Il ne faut pas raconter tout et n'importe quoi, il faut parler en connaissance de cause.

 

Et si elle suppose qu'il y a des liens quelconques entre le PTB et une organisation qui soutient le régime, je veux qu'elle m'apporte des preuves. Franchement, aller chercher une photo sur internet pour faire des extrapolations et inventer des liens qui n'existent pas, alors que des éléments matériels prouvent le contraire, c'est faire la politique de l'autruche. C'est l'expression "Cachez ce que je ne veux pas voir". C'est de la malhonnêteté intellectuelle.

 

Enfin, monsieur le président, je veux bien recevoir des leçons sur la démocratie ou sur la moralité mais, franchement, pas de la part de Mme Safai ou de la N-VA. On voit un parti, et Mme Safai en particulier, qui soutient de manière amicale le régime génocidaire d'Israël, qui soutient Netanyahu coûte que coûte, qui donne des conférences sur le thème de la libération des femmes avec l'ambassadrice d'Israël – autrement dit l'ambassadrice d'un État accusé de génocide, un État dont le premier ministre fait l'objet d'un mandat d'arrêt, un État qui bombarde des écoles et qui tue des fillettes. On veut nous faire croire qu'on défend les droits de la femme de cette manière mais, franchement, Mme Safai devrait se cacher au lieu de donner des leçons de morale. Quand on est du côté des génocidaires et du bourreau, on se tait, on ne donne pas de leçons.

 

02.18  Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, ce qui nous a manqué, selon moi, c’est un véritable premier ministre. Quand on se vante partout d’être à l’intérieur de la forteresse, alors on doit aussi défendre cette forteresse à l’extérieur.

 

La "cacaphonie" est un nouveau mot néerlandais que j'ai appris. En français, c’est cacophonie. La "cacaphonie" résulte donc de l’absence du premier ministre, qui n’assure pas le leadership et vous demande, à vous, de tout faire. Au final, tout retombe sur vous, alors que vous êtes l'exécutant des donneurs d'ordre que sont le ministre des Affaires étrangères et, surtout, le premier ministre.

 

Je crois que tout le monde a été clair. Nous pouvons vous remercier ainsi que le département de la Défense, qui a été solide et devra encore l’être dans les prochains jours et les prochaines semaines.

 

De la part du premier ministre, il y a, selon moi, un manque de leadership, et de la part du ministre des Affaires étrangères, un grave déficit de communication. Je remercie donc les hommes et les femmes de la Défense.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Le président: Chers collègues, je dois interrompre la commission maintenant puisque monsieur le ministre a une obligation liée à ses responsabilités ministérielles.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.53 uur.

La réunion publique de commission est levée à 11 h 53.

 

Schriftelijk behandelde mondelinge vragen

Questions orales traitées par écrit

 

De antwoorden werden door de minister van Defensie, belast met Buitenlandse Handel bezorgd.

Les réponses ont été fournies par le ministre de la Défense, chargé du Commerce extérieur.

 

03 Question de Philippe Courard à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "La réforme des pensions" (56013985C)

03 Vraag van Philippe Courard aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De pensioenhervorming" (56013985C)

 

Monsieur le Ministre,

 

Ce vendredi, le gouvernement Arizona s'est accordé sur sa réforme des pensions qui conduira à l'"harmonisation" de tous les métiers en ce compris celui des militaires, ces femmes et ces hommes qui assurent notre sécurité parfois au péril de leur vie.

 

L’extinction du régime de pension des militaires est sensé contribuer à hauteur de 435 millions sur une économie totale de 2,4 milliards, soit 18% de l'effort pour celles et ceux qui représentant 0,48 % de l’ensemble des personnes occupées.

 

Je vous ai déjà interrogé longuement à ce sujet et j'ai pu lire que, in fine, vous vous félicitiez du fait que le service militaire obligatoire soit pris en compte dans votre nouveau dispositif de pension anticipée accessible à partir de 60 ans après 42 ans de carrière.

 

Monsieur le Ministre,

 

- Pouvez-vous me détailler l'ensemble des conséquences de cet accord sur la pension des militaires ainsi que du personnel civil du Ministère de la Défense ? Quelles seront les conséquences à terme sur le budget de la Défense ?

- Avez-vous mis sur la table de réelles mesures transitoires équitables protégeant notamment celles et ceux qui sont proches de la retraite ?

- Les militaires ont droit à une bonification de deux années après douze années de service au sein de la Défense. Dès lors, comment expliquez-vous que cette bonification soit également prise en compte dans la condition "60/42" ? Comment seront calculées ces années effectives pour les militaires par exemple lors d'une blessure ?

- Le service militaire volontaire rentrera-t-il en compte dans ce calcul ?

- Face à cette réforme dogmatique, comment allez-vous maintenant l'ambition d'une pyramide des âges saine et une armée opérationnelle et attractive pour les nouvelles recrues ?

- Enfin, allez-vous prévoir une communication précise et individualisée pour l'ensemble du personnel de votre Ministère des conséquences sur leur carrière de cette réforme ?

 

Je vous remercie pour vos réponses.

 

Antwoord - Réponse:

 

L’âge de la retraite des militaires sera progressivement, année par année, relevé à 67 ans. Ainsi une période de transition est prévue pour les militaires nés de 1971 jusqu’au 1980. Par ailleurs, l’accord social prévoit des mesures qui, dans la cadre de la réforme des pensions, valorisent le caractère particulier du métier militaire.

 

Pour le personnel civil de la Défense, l’âge de la pension restera également fixé à 67 ans à partir de 2030.

 

Une pension anticipée, reste possible pour tout le monde, sous réserve d’une double condition d’âge et de durée de carrière : le régime dit « 60/42 avec 234 jours travaillés par an ». Pour les militaires, la bonification de deux ans continue de s’appliquer dans le régime existant « 62/44 », ce qui permet d’atteindre également la condition « 60/42 » mais avec 156 jours travaillés par an. La détermination des périodes assimilées relève des compétences du ministre des Pensions.

 

L’année de service militaire sera entièrement prise en compte pour le calcul de la durée de la carrière.

 

La croissance du personnel prévue dans la Vision Stratégique vise principalement les jeunes recrues. Ceci garantira le maintien d’une pyramide des âges saine.

 

J’ai toujours privilégié une communication ouverte avec l’ensemble du personnel de la Défense : les nombreux Flash Défense, les roadshows sur l’accord social dans tout le pays et, plus récemment, les briefings spécifiques adressés au personnel né en 1971 en témoignent.