|
Commissie
voor Justitie |
Commission
de la Justice |
|
van Dinsdag 3 maart 2026 Namiddag ______ |
du Mardi 3 mars 2026 Après-midi ______ |
La réunion publique de commission est ouverte à 14 h 38 et présidée par M. Ismaël Nuino.
De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.38 uur en voorgezeten door de heer Ismaël Nuino.
Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.
De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.
Le président: Bonjour, chers collègues. La question n° 56013650C de M. Van Tigchelt est reportée.
01.01 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, sinds 2018 zit een Belgische burger vast in Phnom Penh, Cambodja. Zijn naam staat vermeld in de ingediende tekst van mijn vraag; ik zal die in een openbare vergadering niet uitspreken. De man werd veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Hij betwist zijn schuld en verblijft inmiddels meer dan zeven jaar in detentie onder bijzonder zware omstandigheden. Volgens verschillende getuigenissen en rapporteringen gaat het om structurele overbevolking, gebrekkige medische zorg en een onveilige detentiecontext voor buitenlandse gevangenen.
Eind januari 2026 werd een verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen tussen België en Cambodja ondertekend. We hebben het daarover kort gehad tijdens de bespreking van de beleidsnota. Ik heb toen ook gezegd dat ik verheugd ben dat dat gelukt is.
In het verleden werd vanuit de federale regering aangegeven dat, zodra het verdrag ondertekend zou zijn, de concrete overbrengingsprocedure voor deze betrokkene onmiddellijk zou worden opgestart en dat daarbij niet noodzakelijk zou worden gewacht op de formele ratificatie. Recent bleek evenwel dat de ratificatie alsnog als noodzakelijke voorwaarde wordt beschouwd alvorens tot een effectieve overbrenging kan worden overgegaan.
Bevestigt u dat de ratificatie van het overbrengingsverdrag juridisch vereist is alvorens een individuele overbrengingsprocedure kan worden opgestart of bestaan er mogelijkheden om reeds vóór de ratificatie tot de uitvoering over te gaan?
Werd in deze concrete zaak onderzocht of de detentieomstandigheden kunnen worden beschouwd als een dringende of uitzonderlijke humanitaire situatie die een versnelde of afwijkende procedure rechtvaardigt?
Welke stappen zijn inmiddels diplomatiek en administratief gezet om de overbrenging voor te bereiden? Welke realistische timing voorziet u voor de effectieve uitvoering?
Bent u bereid om, in afwachting van de ratificatie, bijkomende diplomatieke garanties te vragen omtrent de veiligheid en medische zorg van deze Belgische onderdaan?
01.02 Minister Annelies Verlinden: Ja, collega Van Hecke, het bilateraal verdrag dat ik zelf nog heb bepleit bij de premier van Cambodja in juni van vorig jaar, kan enkel rechtsgevolgen hebben in de Belgische rechtsorde nadat de Kamer haar instemming daarmee heeft verleend overeenkomstig artikel 167 van de Grondwet. Dat gebeurt via de aanneming van een instemmingswet. Een voorlopige toepassing voorafgaand aan die parlementaire instemming is helaas niet mogelijk.
De instemmingswet met betrekking tot het bilateraal verdrag wordt momenteel voorbereid door de FOD Justitie, in samenwerking met de FOD Buitenlandse Zaken. Aan de FOD Buitenlandse Zaken werd al meegedeeld dat Tanguy Taller intussen een verzoek tot overbrenging naar België kan indienen.
Voor het overige verwijs ik naar het antwoord dat werd gegeven op de parlementaire vraag nr. 56012916C, gesteld door collega Dillen. U kunt het antwoord ook terugvinden in het verslag van de commissie van 28 januari 2026.
Wat diplomatieke garanties inzake de veiligheid en medische zorg van Belgische gedetineerden in het buitenland betreft, die vallen onder de consulaire bijstand, die behoort tot de bevoegdheid van mijn collega, de minister van Buitenlandse Zaken.
01.03 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Dank u wel, mevrouw de minister.
Het is inderdaad niet de eerste keer dat we hierover spreken. Ik heb goed begrepen dat de procedure al kan worden opgestart. De eerste stappen kunnen al worden gezet en de vraag kan worden gesteld. Ik begrijp dat dit ook al aan de gang is, maar dat de finale beslissing pas kan worden genomen nadat het Parlement heeft ingestemd met het verdrag.
Ik hoop dan ook, mevrouw de minister, dat u en uw collega’s in de regering het nodige doen om zo spoedig mogelijk tot een ratificatie in het Parlement te kunnen komen. Alvast bedankt voor de inspanningen.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
02.01 Alexander Van Hoecke (VB): Mevrouw de minister, op 17 juli 2025 hebben we in de plenaire vergadering van dit Parlement het wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 8 juni 2006 houdende de regeling van economische en individuele activiteiten met wapens, wat betreft het verwerven en gebruiken van geluiddempers en nachtzichtrichtkijkers, aangenomen. Het gaat om wetgeving die het voor bepaalde gebruikers mogelijk moet maken om geluiddempers en nachtkijkers te gebruiken. De aangenomen wetswijziging is nog steeds niet in het Belgisch Staatsblad verschenen en dus ook niet in werking getreden.
Ik heb hierover drie vragen.
Ten eerste, wat is de reden voor de vertraging van de publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad?
Ten tweede, doen zich nog bepaalde problemen voor die moeten worden uitgeklaard? Zo ja, welke problemen zijn dat? Wat zult u ondernemen om die zo snel mogelijk te verhelpen?
Ten derde, wanneer zullen de aanpassingen definitief in werking treden?
02.02 Minister Annelies Verlinden: Het wetsvoorstel waarover u mij bevraagt beoogt het bezit van geluiddempers en nachtzichtrichtkijkers te beperken tot de jagers en bijzondere veldwachters, met het oog op de bestrijding van everzwijnen en de wildschade die zij veroorzaken.
Wegens de risico’s voor de openbare veiligheid door de mogelijke afwending van de onderdelen naar het criminele milieu is een goede en controleerbare registratie van geluiddempers en nachtzichtrichtkijkers noodzakelijk. Een dergelijke registratie maakt controle mogelijk en verhindert dat de onderdelen op de illegale markt belanden.
Aangezien het Centraal Wapenregister door de federale politie wordt beheerd en de toegang en de toelating om wijzigingen aan te brengen tot bepaalde autoriteiten beperkt zijn, is dat het enige register dat kan dienen voor de registratie en de controle van die onderdelen.
Het Centraal Wapenregister bestaat al sinds 2010. De computerapplicatie en databank zijn niet ontworpen om geluiddempers of nachtzichtrichtkijkers te registreren. Hetzelfde geldt voor de registratie van andere wapenonderdelen, zoals laders. Om die reden moet de structuur van de applicatie worden aangepast. Het blijkt echter niet mogelijk om die aanpassingen voor eind juni te realiseren.
Aangezien het project onder leiding van de minister van Binnenlandse Zaken zal worden uitgevoerd, verwijs ik u voor verdere specifieke vragen naar hem door.
02.03 Alexander Van Hoecke (VB): Dank u wel voor uw antwoord, mevrouw de minister. Ik zal dat zeker ook aankaarten bij de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken.
Het lijkt me evenwel bizar te stellen dat het Centraal Wapenregister niet ontworpen zou zijn om die gegevens te registreren. Dat debat hebben we hier in de commissie al meermaals gevoerd. Ik kan me moeilijk inbeelden dat een dergelijke aanpassing maanden of zelfs een jaar zou moeten duren, aangezien de wet al op 17 juli werd aangenomen. Ik begrijp echter dat dit een bevoegdheid is van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken en ik zal hem daarover dan ook bevragen. Wanneer we in de plenaire vergadering wetgeving goedkeuren, is het immers de bedoeling dat die ook in werking kan treden en geen dode letter blijft. Dank u wel.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Vraag nr. 56013686C van mevrouw Lambrecht wordt uitgesteld.
03.01 Alexander Van Hoecke (VB): Ik verwijs naar de tekst van mijn ingediende vraag.
Child Focus opende vorig jaar 60 procent
meer dossiers over seksuele uitbuiting van minderjarigen in de prostitutie. In
2025 werden er maar liefst 151 nieuwe dossiers geopend. De meerderheid van de
slachtoffers was bovendien jonger dan 16 jaar. Child Focus en Payoke, een
organisatie die instaat voor de begeleiding van slachtoffers van mensenhandel
en seksuele uitbuiting in de prostitutie, kondigden daarom een
samenwerkingsprotocol aan. Die samenwerking moet leiden tot een betere
detectie, begeleiding en bescherming van minderjarige slachtoffers van seksuele
uitbuiting.
Ook Payoke zelf kreeg trouwens vorig jaar
155 meldingen van potentiële slachtoffers van mensenhandel, inclusief seksuele
uitbuiting. Het hoogste aantal in de geschiedenis van de organisatie. Payoke
spreekt onder meer over potentiële slachtoffers van 12 jaar.
Hoe worden de dossiers die Child Focus
opende en de meldingen van Payoke opgevolgd door het parket?
Hoeveel onderzoeken naar seksuele
uitbuiting van minderjarigen werden er door het parket zelf geopend in 2025?
Kan u wat meer toelichting geven bij de
slachtoffer- en daderprofielen die men terugvindt bij deze vorm van seksuele
uitbuiting?
Hoeveel slachtoffers en daders bevinden
zich in de illegaliteit?
Gaat het hoofdzakelijk om individuele
daders of criminele netwerken?
Is er vaak een internationaal of
grensoverschrijdend element in deze netwerken terug te vinden?
Ondervindt het parket moeilijkheden bij het opsporen en vervolgen van de daders? Zo ja, dewelke en hoe kunnen deze moeilijkheden weggewerkt worden?
03.02 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer Van Hoecke, het openbaar ministerie besteedt bijzondere aandacht aan de problematiek en neemt initiatieven om magistraten te sensibiliseren en ervoor te zorgen dat de richtlijnen inzake onrustwekkende verdwijningen, mensenhandel en de bescherming van minderjarigen correct worden toegepast.
Slechts een klein aantal van de door Child Focus geopende dossiers rond seksuele uitbuiting geeft daadwerkelijk aanleiding tot een gerechtelijk onderzoek. In de meerderheid van de gevallen doen de slachtoffers geen aangifte. De redenen daarvoor zijn divers, namelijk angst voor represailles door het uitbuitingsnetwerk, loyauteit of de emotionele en psychologische greep van de pooier en een gebrek aan vertrouwen in de autoriteiten na eerdere negatieve ervaringen.
Door het frequente gebrek aan aangiften moeten de gemelde feiten worden geobjectiveerd via andere middelen, zoals analyse van telefonie, observaties, digitale recherche en dergelijke.
Intussen is de aard van seksuele uitbuiting sterk geëvolueerd. Ze speelt zich voor een groot deel online af via sociale media en versleutelde applicaties. Het misbruik vindt plaats op privélocaties, zoals privéwoningen of Airbnb’s, waar controles veel moeilijker zijn. Die evolutie maakt de detectie en het verzamelen van objectieve elementen bijzonder complex.
Voor de vragen naar cijfermateriaal verzoek ik u een schriftelijke vraag in te dienen. Voor informatie over de profielen verwijs ik naar de studie die in 2023 door Chaim Demarée werd uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse minister van Justitie.
Wat de slachtoffers betreft, een studie die Child Focus in 2019 uitvoerde over het fenomeen in Brussel beschrijft drie types profielen, namelijk ten eerste minderjarigen, soms met antecedenten binnen de jeugdhulp; ten tweede minderjarigen uit meer welgestelde, sociaaleconomisch gunstigere gezinnen; en ten derde internationale slachtoffers van mensenhandel.
03.03 Alexander Van Hoecke (VB): Ik dank u voor uw antwoord. Ik zal het cijfermatige aspect van mijn vraag zeker nog schriftelijk opvolgen.
Als ik het goed begrijp, is er vooral een stijging van online seksuele uitbuiting en is dat waarschijnlijk ook de reden waarom het aantal dossiers zo drastisch toeneemt.
Mevrouw de minister, wat mij wel zorgen baart, is het kleine aantal van de door Child Focus geopende dossiers dat aanleiding geeft tot een gerechtelijk onderzoek. Dat moet absoluut de prioriteit zijn. Voor dossiers die bij Child Focus terechtkomen, zeker nu Child Focus ook financiering ontvangt van de federale regering, moet alles in het werk worden gesteld om effectief tot gerechtelijke vervolging over te gaan.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
04.01 Koen Metsu (N-VA): Mevrouw de minister, ik knoop graag aan bij de antwoorden die ik op 25 februari kreeg. Ik begrijp uiteraard dat u niet kunt ingaan op concrete dossiers. Toch is het van belang dat we de problematiek samen blijven opvolgen.
Internationale onderzoeksinstellingen en gespecialiseerde media publiceren geregeld analyses over buitenlandse religieuze of ideologische leiders die gelinkt worden aan de moslimbroederschap. Daarbij worden vaak uitspraken aangehaald die verband houden met extremisme of met die beweging. Sommigen van die personen kregen in het verleden maatregelen opgelegd, zoals een toegangsweigering tot westerse landen of administratieve sancties in hun thuisland. Ook België heeft eerder buitenlandse sprekers die aan de moslimbroederschap worden gelinkt de toegang geweigerd op basis van risicoanalyses door onze veiligheidsdiensten.
Bent u op de hoogte van recente internationale berichtgeving over uitspraken en activiteiten van buitenlandse religieuze of ideologische leiders die gelinkt worden aan de moslimbroederschap?
Worden die systematisch meegenomen in de risicoanalyse door de Veiligheid van de Staat (VSSE)?
Is er sinds 2021 nieuwe informatie binnengekomen bij het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD), de VSSE of de federale politie over buitenlandse predikers of ideologische leiders die eerder als risicovol werden beoordeeld in verband met de moslimbroederschap?
Zijn dossiers van dergelijke personen sinds hun weigering tot het grondgebied opnieuw geëvalueerd? Zo ja, welke algemene conclusie kunnen we daaruit trekken?
Zijn eerdere toegangsweigeringen voor buitenlandse predikers die gelinkt worden aan de moslimbroederschap vandaag nog steeds van kracht?
Worden personen die in het verleden als risicovol werden beschouwd wegens mogelijke banden met de moslimbroederschap momenteel nog opgevolgd binnen de relevante categorieën van de Belgische veiligheidsdiensten?
Wordt de Belgische beoordeling herzien wanneer een land buiten de EU maatregelen neemt tegen een buitenlandse prediker die gelinkt wordt aan de moslimbroederschap, zoals een toegangsweigering of de koppeling van die persoon aan extremistische activiteiten?
Heeft België recent informatie ontvangen van buitenlandse partners over buitenlandse predikers of ideologische leiders die in verband worden gebracht met de moslimbroederschap?
Wanneer een land beslist de nationaliteit van een dergelijke persoon in te trekken, wordt dat dan meegenomen in de Belgische veiligheidsbeoordeling?
Hoe past de opvolging van buitenlandse predikers of ideologische leiders die gelinkt worden aan de moslimbroederschap binnen de bredere Belgische analyse van die beweging en haar mogelijke netwerken of invloed in België?
04.02 Minister Annelies Verlinden: Collega Metsu, in het kader van haar wettelijke opdrachten inzake de bestrijding van extremisme verzamelt de Veiligheid van de Staat op gerichte en regelmatige basis informatie over ideologische referentiefiguren van de moslimbroederschap, waaronder bepaalde predikers. De informatievergaring heeft onder meer tot doel na te gaan of sprake is van potentieel aanzetten tot haat of geweld.
Bij het analyseren van de dreigingen die de moslimbroederschap in België zou kunnen stellen, houdt de VSSE rekening met de impact van diverse internationale dynamieken op de situatie in België. In dat verband wordt onder meer aandacht besteed aan het opduiken dan wel verdwijnen van ideologische referentiefiguren bij de moslimbroederschap, evenals aan hun discours en activiteiten.
Sinds 2021 heeft de VSSE in het kader van haar opdrachten inzake extremisme bijkomende informatie verzameld over buitenlandse predikers die tot de moslimbroederschap behoren en die als een potentiële bedreiging voor de openbare orde werden beschouwd. In voorkomend geval werden bestaande dossiers geactualiseerd om de actuele dreiging opnieuw te evalueren.
Met betrekking tot eerdere weigeringen van toegang tot het Belgisch grondgebied, de beslissing daarover behoort tot de bevoegdheid van de Dienst Vreemdelingenzaken. De Veiligheid van de Staat is niet bevoegd om dergelijke maatregelen te nemen. De VSSE kan evenwel op eigen initiatief of op verzoek van een partnerdienst, waaronder de Dienst Vreemdelingenzaken, inlichtingen bezorgen met betrekking tot een individu dat gelinkt kan worden aan een wettelijke bevoegdheid. Daarbij wordt gebruikgemaakt van diverse informatiebronnen.
Personen die actueel een bedreiging vormen voor de veiligheid van België kunnen, binnen de wettelijke kaders en prioriteiten, het onderwerp uitmaken van opvolging door de VSSE op basis van de Strategie T.E.R. De opvolging gebeurt steeds op grond van een actuele dreigingsinschatting.
De VSSE wisselt regelmatig inlichtingen uit met buitenlandse partnerdiensten in het kader van de opvolging van dreigingen van extremisme, waaronder degene die verband houden met de moslimbroederschap. In dat kader ontvangt de dienst onder meer informatie over buitenlandse predikers en ideologische referentiefiguren.
Relevante buitenlandse maatregelen zoals gerechtelijke stappen of administratieve beslissingen ten aanzien van betrokken personen kunnen in aanmerking worden genomen bij de analyse van de situatie in België, voor zover zij pertinent zijn voor de evaluatie van de risico’s voor ons land.
De opvolging van buitenlandse predikers en ideologische referentiefiguren past binnen een bredere analyse van de moslimbroederschap, haar internationale evoluties en de mogelijke impact ervan op netwerken en invloedsferen in België. Hierbij wordt bijzondere aandacht besteed aan de wijze waarop internationale ontwikkelingen een weerslag kunnen hebben op de binnenlandse veiligheidssituatie.
04.03 Koen Metsu (N-VA): Dat was een duidelijk antwoord, mevrouw de minister. Ik zal geen bijkomende vragen stellen.
Ik dank u voor uw antwoord en zal op basis daarvan eventueel nog bijkomende vragen opstellen, mijnheer de voorzitter. Dank u wel.
L'incident est
clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Conformément au Règlement et vu l'absence de leurs auteurs, les questions nos 56013734C de Mme Maouane, 56013737C et 56013738C de Mme Daems, 56013741C de Mme Yigit et 56013742C de Mme Merckx sont sans objet.
Le développement des questions se termine à 15 h 00.
De behandeling van de vragen eindigt om 15.00 uur.