Commissie voor Justitie

Commission de la Justice

 

van

 

Woensdag 25 februari 2026

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 25 février 2026

 

Après-midi

 

______

 

Le développement des questions commence à 16 h 49. La réunion est présidée par M. Ismaël Nuino.

De behandeling van de vragen vangt aan om 16.49 uur. De vergadering wordt voorgezeten door de heer Ismaël Nuino.

 

Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.

De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.

 

01 Samengevoegde vragen van

- Koen Metsu aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De opname van de moslimbroederschap op de EU-lijst van terroristische organisaties" (56012822C)

- Koen Metsu aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De leider van de moslimbroederschap in Koeweit Tareq Al-Suwaidan" (56012823C)

01 Questions jointes de

- Koen Metsu à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "L'inscription des Frères musulmans sur la liste des organisations terroristes de l’UE" (56012822C)

- Koen Metsu à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le chef des Frères musulmans au Koweït Tareq Al-Suwaidan" (56012823C)

 

01.01  Koen Metsu (N-VA): Aangezien we ook bezig zijn met de beleidsnota met betrekking tot Defensie, verwijs ik naar de schriftelijke versie van de twee door mij ingediende vragen.

 

Geachte mevrouw de minister, de Commissie Europese Zaken van de Franse Assemblée nationale heeft begin januari 2026 een voorstel van resolutie goedgekeurd dat de Franse regering oproept om binnen de Europese Unie te pleiten voor de opname van de moslimbroederschap (Frères musulmans) op de EUlijst van terroristische organisaties. De resolutie, waarin ons land overigens bij naam wordt genoemd, wijst op informatie van Franse inlichtingendiensten, die op methodische en vooral overtuigende wijze de sluipende en gevaarlijke infiltratie van de moslimbroederschap in onder meer de instellingen en het middenveld van de Franse samenleving in kaart brengen.

 

De resolutie die op 22 januari werd besproken in de plenaire vergadering van de Assemblée nationale roept de Europese Commissie en de Raad op om een juridische en feitelijke evaluatie te starten van het transnationale netwerk van de moslimbroeders, hun vertakkingen in Europa en hun werkwijzen. Voorts wordt de Europese Commissie gevraagd om de moslimbroeders op te nemen op de Europese lijst van terroristische organisaties. Ten slotte vraagt de resolutie ook een versterking van de samenwerking tussen de inlichtingendiensten en de gerechtelijke autoriteiten van de EU-lidstaten, met als doel een nauwkeurige cartografie van de aan de moslimbroeders gelieerde netwerken, hun financiering, hun politieke relais en hun rol in radicaliseringsprocessen

 

Draagvlak bij de bevolking ontbreekt alvast niet: uit een peiling blijkt dat maar liefst 88% van de Fransen een verbod op deze organisatie steunt.

 

Hierover heb ik de volgende vragen:

 

Is België door Frankrijk of andere lidstaten al geconsulteerd over een mogelijke opname van de moslimbroederschap op de EUterreurlijst?

 

Ondersteunt u de eisen zoals opgenomen in de Franse resolutie? Zo neen, waarom niet?

 

Op welke wijze wordt er met de Franse veiligheidsdiensten samengewerkt om het gevaar van deze en andere radicale organisaties in te dammen?

 

Zal ook ons land pleiten om de moslimbroeders op te nemen op de Europese lijst van terroristische organisaties? Zo neen, waarom niet?

 

Dank voor uw antwoorden.

 

MEMRI (The Middle East Media Research Institute) publiceerde recent twee kritische rapporten over de Koeweitse moslimbroederschapsleider Tareq AlSuwaidan.

 

In een videofragment beschrijven ze hem als “banned from the U.S. for terror links" en tonen ze uitspraken waarin hij spreekt over het trainen van “extreme" moslims en over jihad als een strijd die verder gaat dan spiritualiteit.

 

In een tweede, uitgebreidere analyse bespreken ze zijn ideologische rol binnen de moslimbroederschap, zijn vroegere activiteiten in de VS, zijn connecties met invloedrijke MBfiguren zoals Yusuf alQaradawi, en het feit dat Koeweit in december 2025 zijn nationaliteit introk.

 

België heeft hem in 2014 de toegang geweigerd, op basis van OCADinformatie (veiligheidsrisico). In 2021 zou hij aanwezig zijn op de Moslimbeurs in Brussel maar opnieuw werd zijn toegang tot ons land geweigerd omdat hij zich tijdens het conflict in de Gazastrook antisemitisch zou hebben uitgelaten.

 

Hierover heb ik de volgende vragen:

 

Heeft de betrokkene sinds 2021 nog getracht ons land binnen te komen? Zo ja, werd hem steeds de toegang geweigerd?

 

Is er sinds 2021 nieuwe informatie binnengekomen bij OCAD, VSSE of de federale politie die relevant is voor zijn dossier?

 

Is zijn dossier sinds de eerdere weigeringen opnieuw geëvalueerd? Zo ja, met welke conclusies?

 

Kan u bevestigen dat de betrokkene ook op heden de toegang tot ons land ontzegd zal worden?

 

Staat Tareq AlSuwaidan momenteel nog op de OCADlijst of in een risicocategorie die door de Belgische veiligheidsdiensten wordt opgevolgd?

Zo niet, is er een reden waarom zijn dossier niet langer als prioritair wordt beschouwd?

 

Wordt zijn dossier herzien nu hij ook geweerd wordt uit de VS wegens terroristische linken?

 

Heeft België recent informatie ontvangen van buitenlandse partners (zoals de VS, Koeweit of EUlidstaten) over Tareq AlSuwaidan?

 

Heeft de intrekking van zijn nationaliteit door Koeweit in 2025 gevolgen voor de Belgische veiligheidsbeoordeling?

 

Toont het dossierAlSuwaidan volgens u niet ten overvloede aan dat we dringend werk moeten maken van een verbod op de moslimbroederschap en haar netwerken in België?

 

Dank voor uw antwoorden.

 

01.02 Minister Annelies Verlinden: De vraag om de moslimbroederschap op de Europese lijst van terroristische organisaties op te nemen, werd vooralsnog niet behandeld in de Working Party on Restrictive Measures to Combat Terrorism. Die werkgroep van de Raad van Europa is bevoegd voor het opnemen van groeperingen in het kader van de restrictieve maatregelen tegen terrorisme. België wordt in die groep vertegenwoordigd door Buitenlandse Zaken. Voor het standpunt dat België zou innemen indien Frankrijk voorstelt om de moslimbroederschap op de Europese lijst van terroristische organisaties te plaatsen, verwijs ik u graag door naar mijn collega, de minister van Buitenlandse Zaken.

 

Het platform voor geïntegreerde capaciteit van ADIV en de Veiligheid van de Staat voor de strijd tegen extremisme en terrorisme wisselt continu en gestructureerd inlichtingen uit met andere inlichtingen- en veiligheidsdiensten, zowel op nationaal als op internationaal niveau, onder meer met Frankrijk.

 

Wat uw vraag betreft over Tareq Al-Suwaidan, ik kan niet ingaan op concrete dossiers met betrekking tot personen of organisaties. Ik herinner er ook aan dat het wettelijke kader van de Gemeenschappelijke Gegevensbank Terrorisme, Extremisme, Radicaliseringsproces bepaalt dat er een duidelijke band met België moet bestaan om erin te worden opgenomen. De diensten blijven waakzaam voor de activiteiten van mogelijke haatpropagandisten in het buitenland wanneer die een impact zouden hebben op ons land of wanneer zij zich naar ons land zouden willen begeven.

 

01.03  Koen Metsu (N-VA): Dank u, mevrouw de minister, voor uw antwoord. Dat is een erg beknopt antwoord op best wat vragen. Ik had ze misschien beter allemaal voorgelezen.

 

Een van die vragen is onder andere of u de eisen ondersteunt die in de Franse resolutie zijn opgenomen. U verwijst naar minister Prévot. Als minister van Justitie hebt u daar natuurlijk ook een mening over. In het verleden ging het er al over dat de moslimbroederschap kennelijk niet bovenaan de agenda van de VSSE staat. Daarover had ik toch graag iets meer informatie van u gekregen. Ik zal die vragen alleszins ook stellen aan minister Prévot en de deelvragen opnieuw aan u voorleggen, omdat we het dossier echt niet uit het oog mogen verliezen. Ik heb de indruk dat het hier overal een beetje tussen de mazen van het net glipt.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

02 Question de François De Smet à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Les travaux de la Commission de concertation et de suivi en matière d'adoption" (56013105C)

02 Vraag van François De Smet aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De werkzaamheden van de Commissie van Overleg en Opvolging inzake Adoptie" (56013105C)

 

02.01  François De Smet (DéFI): Madame la ministre, le 14 janvier dernier, j’ai interrogé le Ministre des Affaires étrangères sur le soutien du Gouvernement fédéral aux victimes d’adoptions internationales illégales (QO 56011677C) et celui-ci m’a notamment répondu que la Commission de concertation et de suivi sur les adoptions internationales s’était réunie le 27 juin 2025 et que celle-ci avait réactivé la task force (groupe de travail) chargée de l’organisation de l’enquête historique sur les pratiques abusives dans ce cadre durant la période 1960-2005, demandée dans la dernière résolution votée par notre assemblée (DOC 56 0461/005). Cette résolution avait inscrit parmi ses recommandations le fait de créer un point central fédéral de contact pour les victimes d’adoptions illégales.

 

C’est votre cabinet qui assure la présidence de cette task force qui s’est réunie en septembre, octobre et novembre 2025.

 

Dès lors, il me renvoie vers vous. Soyons attentifs au poids des mots: ce qui s’est déroulé durant cette période 1960-2005 correspond ni plus ni moins à de la traite d’êtres humains, qui justifie une implication des autorités belges dans cette quête de vérité, de dignité et de justice des plusieurs milliers d’adoptés coréens qui vivent dans notre pays.

 

En conséquence, Madame la Ministre peut-elle me faire savoir:

1. quels sont les réelles intentions de cette task force? est-ce qu’elle veillera à contraindre des organismes privés à ouvrir leurs archives retenues qui ne peuvent pas être consultées?

2. si cette task force entend dépasser le cadre de l’étude historique et se pencher de manière approfondie sur la qualification potentielle de ces adoptions illégales comme de la traite d’êtres humains?

3. qu’en est-il du point de contact fédéral prévu dans la résolution car actuellement les victimes de ces pratiques abusives sont ballottées d’un service à l’autre?

 

02.02  Annelies Verlinden, ministre: Monsieur De Smet, le dossier sur les adoptions illégales est un dossier important que je suis de près, en concertation avec mes collègues compétents en la matière tant au niveau fédéral que communautaire.

 

Comme vous l'a indiqué mon collègue le ministre des Affaires étrangères, le 14 janvier dernier, la Commission de concertation et de suivi et la task force qu'elle a mise en place pour prendre en charge ce dossier travaillent activement au suivi des résolutions de 2022 et de 2025. La task force est chargée de définir un plan d'action ainsi que les modalités concrètes de l'étude historique globale et de suivre les autres points des résolutions.

 

Il a été décidé de faire procéder à une étude préliminaire sur le phénomène par les Archives générales du Royaume sur la base de l'expérience du dossier "Métis". Sa durée estimée est de deux ans et demi. Je suis consciente qu'une partie des archives importantes pour cette étude sont encore détenues par des anciens organismes d'adoption et qu'un risque de destruction existe. Ces archives relèvent principalement de la compétence des communautés. Les décrets communautaires prévoient la remise de ces archives aux autorités compétentes. Ces dispositions sont parfois assorties de sanctions pénales. Les communautés m'ont rapporté qu'elles ont déjà interpellé les organismes concernés afin de se faire remettre ces archives, sans succès dans certains cas. Nous sommes encore en train de déterminer avec les communautés la manière adéquate de procéder pour obtenir la remise de ces archives.

 

Il est prématuré de se pencher sur la qualification d'une adoption illégale comme traite des êtres humains et, plus généralement, sur la qualification pénale à retenir avant les conclusions de l'étude historique, d'autant que la question très complexe de la prescription éventuelle dépendra justement des qualifications retenues le cas échéant.

 

Les compétences en matière d'adoption sont partagées entre les communautés et le niveau fédéral. Les autorités centrales communautaires sont en charge du suivi post-adoptif, en ce compris la recherche des origines. L'autorité centrale fédérale est compétente pour les archives concernant les dossiers qui lui ont été soumis à partir de 2025. Les demandes relatives aux recherches d'origine à propos d'adoptions qui datent d'avant 2005 sont par conséquent transmises à l'autorité communautaire compétente.

 

La mise en place d'un point de contact central pour les victimes relève de la Commission de concertation et de suivi qui réunit les différents niveaux de pouvoir et sera encore discutée lors des prochaines réunions de cette commission.

 

02.03  François De Smet (DéFI):  Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse et pour votre mobilisation, que je sens sincère.

 

J'espère que vous pourrez avancer avec les communautés sur la question des archives. Je suis en contact avec certains de ces enfants adoptés et leurs familles. C'est une véritable souffrance pour eux.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

Le président: Je propose, si ça convient à chacun et à chacune, que M. Van Rooy, qui était très légèrement en retard, puisse poser sa première question, pour commencer, et il pourra ensuite poser la question qui est à l'ordre du jour.

 

Mijnheer Van Rooy, u hebt het woord voor uw eerste vraag.

 

03 Vraag van Sam Van Rooy aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Het dreigement van het islamitische regime van Iran tegen demonstranten in Europa en België" (56012750C)

03 Question de Sam Van Rooy à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La menace du régime islamique iranien envers les manifestants en Europe et en Belgique" (56012750C)

 

03.01  Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, dank u voor die flexibiliteit. Ik moet vandaag in drie commissievergaderingen zijn en waardeer die flexibiliteit daarom zeer.

 

Mevrouw de minister, deze vraag gaat over een bericht op X dat ik, aangezien de vraag al heel wat weken geleden werd ingediend, intussen herhaaldelijk heb zien opduiken. Op een X-account gelieerd aan de Islamitische Republiek Iran werd een expliciet dreigement verspreid tegen vrijheidslievende demonstranten in Europa, ook in België. Ik heb de link opgenomen in de tekst van mijn vraag. Ik citeer: ʺKijk maar goed om je heen, het zou kunnen dat we vlak achter je staanʺ, zo luidt de bewuste tweet. Daarbij werd, wat toch wel zeer zorgwekkend en angstaanjagend is, ter illustratie een foto gevoegd, genomen  door een infiltrant van het ayatollahregime tijdens een van de demonstraties in Europa, in Frankrijk, van vrijheidslievende Iraniërs tegen het islamitische regime.

 

Mijn vraag is, evident, of dat expliciete dreigement ernstig wordt genomen. Zo ja, hoe precies? Heeft de regering een idee van hoeveel IRGC-agenten en andere infiltranten en spionnen van het islamitische regime van Iran zich op ons grondgebied bevinden? Wil de regering dat nagaan als ze dat niet weet?

 

De angst in de Iraanse gemeenschap, die ik goed ken, is zeer groot en reëel. Wat onderneemt de regering om ervoor te zorgen dat vrijheidslievende demonstranten en bij uitbreiding ook Iraanse dissidenten die zich heel expliciet uitspreken tegen dat verschrikkelijke, moorddadige, tirannieke regime veilig zijn in ons land voor dat jihadistische tuig van de Islamitische Republiek?

 

Tot slot, in hoeverre bent u op de hoogte van slapende terroristische cellen van dat islamitische regime van Iran in onze buurlanden, namelijk Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, maar zeker ook in ons land, België?

 

03.02 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer Van Rooy, de Veiligheid van de Staat beoordeelt dat soort informatie op methodische wijze en bepaalt vervolgens het passende gevolg binnen haar wettelijke bevoegdheden, zoals vastgelegd in de organieke wet van 30 november 1998. Indien nodig worden de beschikbare informatie en inlichtingen ook bezorgd aan de bevoegde Belgische autoriteiten, waaronder het parket en de politie.

 

Druk of bedreigingen ten aanzien van leden van de Iraanse diaspora maken deel uit van de door de Veiligheid van de Staat gedocumenteerde werkwijze van de veiligheidsdiensten van de Islamitische Republiek Iran, ook in België. Gelet op het clandestiene karakter van die activiteiten en het occasionele gebruik van personen zonder band met Iran, kan geen betrouwbaar cijfer worden gegeven over het aantal agenten of andere infiltranten op Belgisch grondgebied. De Veiligheid van de Staat draagt samen met andere bevoegde instanties bij tot het waarborgen van de vrijheid van meningsuiting en de veiligheid van wie daarvan gebruikmaakt, met inbegrip van de Iraanse diaspora.

 

De Veiligheid van de Staat werkt samen met Belgische, waaronder het OCAD, en buitenlandse partners om mogelijke vijandige acties tegen België, zijn burgers en zijn belangen te identificeren, te verstoren en in elk geval ook te ontmoedigen. Het OCAD volgt ook de situatie in Iran op de voet en voert punctuele evaluaties uit, zowel tijdens manifestaties als met betrekking tot bepaalde personen, op basis van de beschikbare informatie. Onze veiligheids- en inlichtingendiensten volgen dat fenomeen dus zeer nauwgezet op.

 

03.03  Sam Van Rooy (VB): Mevrouw de minister, dank u voor uw antwoord.

 

In Iran – ik weet eigenlijk niet of de regering dat goed beseft – is al maandenlang een existentiële beschavingsstrijd aan de gang, op leven en dood. Massa’s ongelooflijk moedige Iraniërs riskeren hun leven en worden gemarteld, verkracht en/of vermoord omdat ze eindelijk bevrijd willen worden van het moorddadige islamitische regime. Die mensen hebben meer moed in hun pink dan het hele Belgische establishment samen. Het minste dat de regering kan doen, is ervoor zorgen dat die vrijheidslievende Iraniërs in ons land, die trouwens doorgaans ook een verrijking zijn, veilig zijn op ons grondgebied. Deze regering zou er dus een prioriteit van moeten maken om alle agenten en aanhangers van de jihadistische massamoordenaar Khamenei en hun families op te sporen en te deporteren, te beginnen bij de Iraanse ambassade.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Vraag van Sam Van Rooy aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De houding ten aanzien van personen die oproepen tot een intifada" (56013113C)

04 Question de Sam Van Rooy à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "L'attitude vis-à-vis des individus qui en appellent à une intifada" (56013113C)

 

04.01  Sam Van Rooy (VB): Mevrouw de minister, in haar antwoord op mijn vragen in de bevoegde gemeenteraadscommissie stelde Antwerps burgemeester van Doesburg dat de Antwerpse politie aan het parket heeft gevraagd om helderheid te scheppen over de strafrechtelijke kwalificatie van oproepen tot intifada en from the river to the sea. Ik citeer de burgemeester: ʺHet parket heeft bevestigd dat de specifieke historische context in combinatie met een oproep tot een gewelddadig conflict voldoende is om een proces-verbaal op te stellen. De politie zal dan ook het verdere onderzoek voeren.ʺ Dat verklaarde de burgemeester enkele weken geleden. Intussen werd bekend dat het parket niet overgaat tot vervolging omdat het geen strafbaar feit zou betreffen.

 

Minister, wat vindt u daarvan? Hoe kan het dat zulke oproepen niet minstens onder haatzaaien of antisemitisme vallen? Wilt u ervoor ijveren dat dergelijke antisemitische, genocidale en jihadistische oproepen strafbaar kunnen worden gesteld?

 

04.02 Minister Annelies Verlinden: Collega Van Rooy, sta me toe opnieuw en helder te stellen dat het openbaar ministerie onafhankelijk is in de individuele opsporing en vervolging. De beslissingen van het parket, of het nu gaat om het instellen, voortzetten of seponeren van een zaak, vallen volledig onder de beoordeling van de betrokken magistraten. Wanneer het openbaar ministerie een onderzoek heeft gevoerd, is het niet aan mij om in een individuele zaak tussen te komen of commentaar te geven op de beslissingen van de magistraten van het parket over de opportuniteit van vervolging.

 

We moeten ons uiteraard op alle mogelijke manieren verzetten tegen discriminatie en antisemitisme. Ons wetgevend arsenaal, in het bijzonder het nieuwe Strafwetboek, voorziet in een reeks misdrijven inzake de bestraffing van discriminatie, de aanzetting tot haat en het negationisme, met inbegrip van het aanzetten tot discriminatie of rassenhaat. Op dit moment zijn geen andere wetgevende initiatieven gepland.

 

04.03  Sam Van Rooy (VB): Mevrouw de minister, weet u wie samen met Hamas ook oproept tot intifada en from the river to the sea? De jihadistische massamoordenaar ayatollah Khamenei. Het tuig dat dit bij ons scandeert op demonstraties roept in feite op tot dodelijke jihadistische terreur en zelfs tot genocide.

 

Mag ik u eraan herinneren dat in dit land mensen worden veroordeeld tot een half jaar cel en een serieuze boete wegens de slogan ‘Stop islamisering’, nota bene een slogan voor vrijheid en tegen dat soort islamitische tirannie, tegen sharia en jihad. Het is dus compleet geschift, de omgekeerde wereld, dat men daarvoor in dit land kan worden veroordeeld en niet voor genocidale oproepen zoals intifada en from the river to the sea.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

05 Question de François De Smet à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le projet d'externalisation de la capacité carcérale en Estonie" (56013204C)

05 Vraag van François De Smet aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Het plan om gedetineerden over te brengen naar gevangenissen in Estland" (56013204C)

 

05.01  François De Smet (DéFI): Madame la ministre, vous avez récemment entamé, avec votre collègue chargée de l’Asile et de la Migration, une mission diplomatique à Tallinn afin de discuter de la location éventuelle d’une capacité carcérale en Estonie pour les détenus sans droit de séjour. Ce projet, qui concernerait potentiellement 4 195 personnes, s’inscrit dans une stratégie de "délocalisation pénitentiaire" déjà explorée avec le Kosovo et l’Albanie.

 

Si votre cabinet justifie ce choix par le fait que l’Estonie est un "État de droit solide", ce projet soulève de graves questions de conformité aux droits de l’homme, notamment au regard de l’article 3 de la Convention européenne des droits de l’homme (CEDH).

 

Sur le risque de traitements inhumains ou dégradants, le Mécanisme national de prévention des mauvais traitements en détention, au sein de l'Institut fédéral des droits humains, a explicitement averti que ce projet d'externalisation comporte un risque accru de "traitements inhumains ou dégradants", En ce qui concerne l’entrave au droit de visite et à la vie familiale, l'éloignement géographique pose un problème majeur pour le respect du droit de visite, car il est  difficilement concevable que des familles, souvent précaires, ou même des avocats puissent effectuer des déplacements aussi coûteux et longs pour maintenir un lien avec les détenus.

 

Par ailleurs, les sources rappellent que la Belgique ne peut légalement transférer dans un autre État que des condamnés définitifs. Or, une part importante des étrangers sans titre de séjour en prison est actuellement en détention préventive. Enfin, même en cas de location d'une prison étrangère, la Belgique reste responsable du bien-être des personnes qu'elle choisit d'incarcérer.

 

En conséquence, madame la ministre, pouvez-vous me faire savoir les garanties selon lesquelles les conditions de détention à plus de 2 000 kilomètres de la Belgique respecteront strictement les standards de protection contre la torture et les mauvais traitements? Quelles mesures concrètes sont-elles prévues pour assurer le maintien des liens familiaux et le droit à une défense effective pour des personnes incarcérées à Tirana ou Tartu? Quelle est l'efficacité réelle sur la surpopulation carcérale, étant donné l’effet limité du projet? Ce projet ne crée-t-il pas une discrimination injustifiée basée uniquement sur le statut administratif des condamnés? Quels mécanismes de contrôle indépendant et permanent seront-il mis  en place pour surveiller les conditions de vie quotidiennes dans ces centres externalisés, alors que l'Estonie voit dans cette opération une source de profit (30 millions d'euros de recettes espérés)?

 

05.02  Annelies Verlinden, ministre: Monsieur De Smet, la piste de la location des capacités de détention en Estonie fait actuellement l'objet d'une étude de faisabilité juridique qui inclut naturellement une évaluation au regard des droits humains. La Suède a déjà conclu avec l'Estonie un accord similaire qui établit que les dispositions des différents instruments juridiques internationaux pertinents, notamment la CEDH, la Convention contre la torture, mais aussi la soft law des Règles pénitentiaires européennes, constituent la base minimale pour l'exécution des peines suédoises sur le territoire estonien. Cette piste demeure à ce stade soumise à un examen juridique approfondi, en particulier quant à la possibilité de garantir effectivement les droits précités des détenus lors d'une exécution de peine à l'étranger.

 

Ces considérations seront déterminantes pour décider de la suite à donner à cette démarche et pour définir le groupe cible qui, le cas échéant, sera éligible à un transfèrement. La mise en place d'un mécanisme de contrôle est également prise en compte dans l'analyse juridique, le Comité européen pour la prévention de la torture (CPT) étant en tout état de cause compétent. La question de savoir si et dans quelle mesure le mécanisme national de prévention belge et/ou son homologue estonien seraient également compétents sera examinée.

 

Au-delà de la dimension juridique, la faisabilité pratique et budgétaire de cette piste est également examinée. Le statut administratif du condamné est déjà un critère important pour distinguer les règles applicables dans le cadre de l'exécution des peines en Belgique et détermine, en combinaison avec les liens sociaux effectifs en Belgique, si et dans quelle mesure l'article 8 de la CEDH peut être respecté dans l'hypothèse d'un transfèrement à l'étranger.

 

05.03  François De Smet (DéFI): Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse.

 

Je vais être franc. J'espère que le gouvernement va renoncer à ce projet. Je ne vois en effet pas comment on peut externaliser nos détenus à l'étranger et garantir en même temps leurs droits. On sait bien quel est le message. Il ne s'agit pas d'envoyer un message d'efficacité. Il s'agit d'envoyer un message à la population: "Regardez, ces détenus ne sont plus sur notre territoire. Ils ne sont plus chez nous."

 

Cela nous renvoie aussi au surplace actuel du gouvernement sur la surpopulation carcérale. Je continue à penser qu'il y a d'autres solutions que celle-là et j'espère que, dans ce dossier, la raison finira par l'emporter.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

06 Question de François De Smet à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "La recrudescence de contentieux chômage au sein des tribunaux du travail" (56013383C)

06 Vraag van François De Smet aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De toename van het aantal werkloosheidsgeschillen bij de arbeidsrechtbanken" (56013383C)

 

06.01  François De Smet (DéFI): Madame la ministre, l’auditorat du travail du Hainaut a communiqué tout récemment que depuis octobre 2025 et jusqu’à mi-janvier 2026, 420 recours uniquement contre des décisions d’exclusions relatives à la réforme chômage ont été comptabilisés alors qu’en moyenne, 320 recours par an en matière de chômage sont dénombrés,

 

Par ailleurs, la décision d’une partie des CPAS de n’accorder le revenu d’intégration sociale (RIS) aux exclus du chômage que s’ils ont introduit un recours contre la décision de l’Onem peut également peut entraîner un risque d’afflux de ces recours-là, maintenant que les CPAS ont commencé à examiner les demandes de RIS

 

Le tribunal du travail de Liège (huit divisions), confirme le même constat que celui partagé dans le Hainaut, sans compter que les syndicats annoncent leur intention d’introduire auprès de ce tribunal au moins 10  000 recours contre les exclusions liées à la réforme Arizona” .

 

De manière générale, le contentieux global au niveau des tribunaux du travail (tous dossiers confondus) risque donc de doubler, et cette situation va également concerner Bruxelles et Anvers. Le Collège des Cours et Tribunaux qui vous a interpellé officiellement sur cette question sensible n’a à ce jour pas reçu réponse de votre part,

 

Le 12 novembre 2025, je vous avais interrogé à cet égard en Commission sur ce même sujet et vous aviez indiqué que dans le cadre du plan d'impulsion, un renforcement du ministère public à hauteur de 8 millions d'euros serait prévu, et que vous aviez soumis une demande de budget supplémentaire au gouvernement, notamment pour la lutte contre la fraude sociale, et donc pour l’auditorat du travail.

 

En conséquence, Madame la Ministre peut-elle me faire savoir:

a) quelles mesures entend-elle prendre, conformément à ses déclarations du 12 novembre 2025, afin de permettre aux tribunaux et auditorats du travail de faire face à ce surcroît de contentieux, qui risquent de générer un allongement du délai de traitement des recours, aux dépens des justiciables, avec pour dommage collatéral, des justiciables potentiellement privés de revenu, et ce pendant plusieurs mois?

b) si vos services vont suivre de manière continue la situation au sein de ceux-ci car il est manifeste qu’aucune évaluation ni étude d’impact n’a été envisagée?

 

06.02  Annelies Verlinden, ministre: Monsieur De Smet, dans le cadre du plan d'impulsion, un renforcement est prévu tant pour le ministère public que pour les cours et tribunaux, respectivement à hauteur de 8 millions et de 12 millions d'euros. Les deux Collèges sont responsables de l'attribution des budgets et des postes vacants. Le ministère public et les cours et tribunaux seront également renforcés en vue de la lutte contre la fraude sociale et fiscale. Cette question m'a déjà été signalée par les deux Collèges au cours de nos réunions régulières. Elle est importante et mérite donc toute notre attention, tout comme la protection et la pérennisation du bon fonctionnement des tribunaux du travail et des auditorats du travail. Mes services continuent à suivre cette question, en concertation avec le Collège des cours et tribunaux et le Collège du ministère public.

 

Les tribunaux du travail ont élaboré un nouveau Code dans leur application de gestion afin d'identifier le contentieux résultant de la limitation dans le temps des allocations de chômage. Cela permet non seulement de quantifier le nombre d'affaires entrantes par tribunal et d'en suivre l'évolution, mais aussi de distinguer ces affaires de l'autre contentieux en matière de chômage. Un code de nature distincte favorise, en outre, l'élaboration au sein de chaque tribunal du travail d'une politique spécifique pour le traitement de ce type de dossier et permet également de conserver une vue d'ensemble des statistiques propres à chaque tribunal du travail. L'impact de ce nouveau contentieux sur tous les tribunaux du travail et leur charge de travail peuvent donc certainement être suivis par mes services, par l'intermédiaire du Collège des cours et tribunaux.

 

Les affaires sont actuellement portées en grand nombre devant certains tribunaux du travail. Il convient toutefois de mentionner qu'il est faux de croire qu'elles doivent être traitées et aboutir à court terme. En effet, pour une partie substantielle de celles-ci, les justiciables indiquent que leur recours contre la décision d'exclusion relève principalement d'une question de principe puisqu'ils s'opposent notamment à la réforme de la réglementation du chômage en général et souhaitent attendre l'issue de la procédure pendante devant la Cour constitutionnelle.

 

Vous soulignez à juste titre que les citoyens qui perdent leurs allocations de chômage peuvent s'adresser au CPAS, lequel offre un ultime filet de sécurité sociale.

 

Pour le moment, je ne suis pas en mesure de fournir des informations précises relativement aux faits secondaires qui touchent au contentieux en matière d'intégration sociale et d'aides sociales devant les tribunaux du travail. Une telle augmentation de la charge de travail peut être prévue a priori, mais doit donc être inventoriée. Si nécessaire, cela me permettra d'échafauder des solutions appropriées en concertation avec les acteurs de terrain.

 

06.03  François De Smet (DéFI): Madame la ministre, je vous remercie tout simplement pour votre réponse.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

07 Vraag van Sam Van Rooy aan Vanessa Matz (Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid) over "De IS-propaganda via TikTok" (56013430C)

07 Question de Sam Van Rooy à Vanessa Matz (Action et Modernisation publiques, Entreprises publiques, Fonction publique, Gestion immobilière de l'État, Numérique et Politique scientifique) sur "La propagande de l'EI sur TikTok" (56013430C)

 

07.01  Sam Van Rooy (VB): Mevrouw de minister, in Nederland werden 15 mensen opgepakt omdat ze TikTok-gebruikers zouden hebben aangespoord terreuraanslagen te plegen. Ze worden ervan verdacht propaganda voor terreurgroep Islamitische Staat te hebben verspreid. Sommige posts op TikTok werden meer dan 100.000 keer bekeken, aldus de politie en het openbaar ministerie.

 

Zijn er vertakkingen in België of links met ons land? Werden er ook jongeren bij ons geradicaliseerd of geïslamiseerd door deze islamitische propaganda?

 

07.02 Minister Annelies Verlinden: Collega, zoals u weet, kan ik hier niet ingaan op concrete inlichtingendossiers. Ik kan dus niet in detail op de specifieke vraag ingaan.

 

Het is wel zo dat de Veiligheid van de Staat nog steeds vaststelt dat IS en Al Qaida jihadistische propaganda verspreiden, ook ten aanzien van Belgische jongeren. De Veiligheid van de Staat volgt de situatie aandachtig op en heeft specifiek over de propaganda van IS en Al Qaida ook gecommuniceerd in haar intelligence report van 2025, waarvan ik u hierna een fragment voorlees: "De personen die in 2025 in België op de radar verschenen wegens het plannen van salafistisch-jihadistisch geïnspireerde aanslagen consumeerden allemaal, voornamelijk online, propaganda van terroristische organisaties zoals IS of Al Qaida. Ze waren vaak jong, zeer jong zelfs. De mediane leeftijd van de personen voor wie een jihadistisch-salafistisch JIC werd georganiseerd, was 22 jaar. De jongsten waren 12 jaar. De in 2024 vastgestelde trend waarbij de rol van minderjarigen in de terroristische dreiging toeneemt, wordt bevestigd. Ook in 2025 waren in ongeveer een derde van de dossiers die betrekking hadden op gewelddaden minderjarigen betrokken. Die personen hadden in de grote meerderheid van de gevallen trouwens een plan dat nog niet vergevorderd, weinig doordacht of bijna niet uitvoerbaar was.

 

Dit past binnen een algemene tendens. In 2025 werden salafistisch-jihadistisch geïnspireerde terreuraanslagen in Europa gepleegd door jonge individuen die handelden onder invloed en soms in naam van IS, maar zonder directe link met leden van die organisatie. Hun motivatie is gekoppeld aan andere grieven, persoonlijk of algemeen. Zo wordt vaak het conflict in Gaza aangehaald."

 

Het fenomeen is dus gekend bij onze inlichtingendiensten en wordt ook in concreto opgevolgd.

 

07.03  Sam Van Rooy (VB): Mevrouw de minister, toch bedankt voor uw antwoord.

 

Ik zou toch willen waarschuwen dat zolang hier de islam wordt gezaaid, de sharia en jihad zullen worden geoogst. Dat is een wet van Meden en Perzen, de Perzen die op dit moment een strijd op leven en dood voeren tegen de sharia en jihad.

 

Geloof mij, als het beleid niet fundamenteel verandert, zal dat helaas ook ooit hier het geval zijn. Net zoals het islamitisch regime in Iran, net zoals Qatar, net zoals de moslimbroederschap, gebruiken moslimfundamentalisten namelijk ook hier sociale media en de nieuwste technologieën om hun achterlijke, barbaarse 7de-eeuwse islam te propageren om onze samenleving te islamiseren.

 

Minister, geen enkele regering, ook deze regering niet, zal de strijd tegen de islamisering ooit winnen als men niet snapt of niet wil inzien dat dit niet zozeer een technologische, maar vooral een demografische, culturele en ideologische strijd is voor onze beschaving. Dit is een beschavingsstrijd, minister.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Samengevoegde vragen van

- Stefaan Van Hecke aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De door Nederland wegens de detentieomstandigheden in België geweigerde overlevering v. e. beklaagde" (56013442C)

- Marijke Dillen aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De weigering van Nederland om een gedetineerde uit te leveren aan België" (56013446C)

08 Questions jointes de

- Stefaan Van Hecke à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le refus des Pays-Bas d'extrader un prévenu en raison des conditions de détention en Belgique" (56013442C)

- Marijke Dillen à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le refus des Pays-Bas d'extrader un détenu vers la Belgique" (56013446C)

 

08.01  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, een rechtbank in Amsterdam heeft recent geweigerd om een in Nederland aangehouden beklaagde op basis van een Europees aanhoudingsbevel in het kader van een omvangrijk Belgisch strafdossier over te leveren aan België. De Nederlandse rechter oordeelde namelijk dat de detentieomstandigheden in de gevangenis van Mechelen dermate problematisch zijn dat overlevering een reëel risico zou inhouden op een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 van het EU-Handvest en artikel 3 van het EVRM. In de motivering verwijst de rechter expliciet naar de structurele overbevolking in de Belgische gevangenissen, het slapen op de grond en het ontbreken van afgescheiden sanitair, waarbij gedetineerden bij plaatsgebrek onder open toiletten zouden slapen.

 

Ten eerste, hoe beoordeelt u de beslissing van de rechtbank in Amsterdam om de overlevering te weigeren op basis van de detentieomstandigheden in de Belgische gevangenissen?

 

Ten tweede, in hoeveel dossiers werd het afgelopen jaar een Europees aanhoudingsbevel geweigerd of opgeschort vanwege de detentieomstandigheden in België?

 

Ten derde, we hebben het al heel vaak gehad over de overbevolking. Die brengt de rechtsstaat in gevaar. Welke structurele en onmiddellijke maatregelen neemt u om te vermijden dat buitenlandse rechtbanken overlevering weigeren op basis van artikel 3 van het EVRM? Dat zou immers ook Belgische strafonderzoeken vertragen en bemoeilijken.

 

08.02  Marijke Dillen (VB): Aangezien collega Van Hecke alles al heeft toegelicht, verwijs ik naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

Een beklaagde in één van de grootste drugszaken die België kent, het dossier-Costa, werd vorig jaar opgepakt in Dubai en uitgeleverd aan Nederland, waar hij ook terecht moet staan in een cocaïnedossier. Daar, in Nederland, liet hij weten het proces-Costa, waarin hij verdacht wordt van 68 miljoen euro te hebben verdiend met de invoer van cocaïne, in Tongeren persoonlijk te willen bijwonen. Zoals gebruikelijk is verzocht het parket om de man aan België over te leveren. Gedurende de rechtszaak zou hij worden ondergebracht in de gevangenis van Mechelen.

 

De rechtbank in Amsterdam weigert nu het verzoek, omdat de rechters van mening zijn dat de situatie in de gevangenis van Mechelen te slecht is. In de beslissing zou onder meer de overbevolking en de gebrekkige hygiëne zijn aangehaald. "Het vastgestelde algemene gevaar voor de detentie-instellingen in België ziet onder meer op de problematiek rond overbevolking en het niet afgescheiden zijn van het sanitair van de slaapplaatsen", aldus de rechter.

 

Ik heb dan ook de volgende vragen:

 

Kan de minister de weigeringsbeslissing tot overlevering van de Nederlandse rechtbank bevestigen? Wat is de reactie van de minister hierop?

 

Gaat de minister maatregelen nemen die ervoor zorgen dat aan de Nederlandse kritieken wordt tegemoetgekomen? Zo ja, welke? En zo ja, wanneer?

 

Staat er nog bijkomend overleg gepland met Nederland desbetreffend? Zal de minister er alles aan doen zodat de verdachte toch nog kan worden overgeleverd?

 

Het is niet de eerste keer dat verdachten, indien ze niet kunnen worden overgebracht naar de rechtbank, hun straf ontlopen, doordat de rechtbank oordeelt dat de strafvordering om die reden onontvankelijk is. Wat gaat de minister ondernemen om dit te vermijden?

 

08.03 Minister Annelies Verlinden: Collega's, de Nederlandse rechtbank heeft de overlevering van een beklaagde inderdaad geweigerd. Het gaat om een individuele beslissing in een specifiek dossier. Laat ik duidelijk stellen dat de overbevolking in onze gevangenissen een ernstig en structureel probleem is, in het bijzonder in de arresthuizen. Dat zet druk op de organisatie van de detentie en op het personeel, zeker in instellingen met verouderde infrastructuur. Het klopt dat we door die omstandigheden niet dezelfde normen halen als de ons omringende landen.

 

Daarom heeft de regering op 18 juli 2026 het globaal plan van aanpak voor de overbevolking goedgekeurd. Het plan zet in op bijkomende capaciteit, de bevordering van de terugkeer van gedetineerden zonder wettig verblijf en een aangepaste zorg voor geïnterneerden. De actieplannen van de verschillende taskforces worden gedurende de hele legislatuur uitgevoerd. Daarnaast werken we aan een masterplan IV, waarin projecten worden opgenomen om de verouderde infrastructuur te vervangen door nieuwbouwprojecten of te renoveren, zodat we ook op lange termijn de detentiecapaciteit op peil kunnen houden conform de Europese normen. Zoals ik eerder toelichtte, blijven we in de regering aandringen op doeltreffende maatregelen om de druk op het gevangeniswezen onmiddellijk te verlichten en veilige en humane detentie mogelijk te maken. De huidige bezettingsgraad vraagt niet alleen structurele ingrepen, maar ook onmiddellijke maatregelen.

 

Aangaande de cijfers over het aantal dossiers waarin het afgelopen jaar een Europees aanhoudingsbevel werd geweigerd wegens de detentieomstandigheden, er wordt geen afzonderlijke statistiek bijgehouden van weigeringen op basis van detentieomstandigheden. Volgens informatie van de Centrale Autoriteit inzake Internationale Samenwerking ging het het voorbije jaar om een beperkt aantal gevallen vanuit Nederland en Duitsland. Dergelijke situaties onderstrepen des te meer de noodzaak om de overbevolking en de veiligheid en leefbaarheid in onze gevangenissen kordaat aan te pakken. Dat is precies wat we willen doen, zowel via capaciteitsuitbreiding als via maatregelen op korte termijn.

 

08.04  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, over de algemene aanpak hebben we het in onze commissie al vaak gehad, onder meer bij de bespreking van de beleidsnota. U verwijst naar masterplan IV, maar dat zal op korte termijn geen oplossing bieden, zeker niet voor buitenlandse rechtbanken die zich moeten uitspreken over een mogelijke overbrenging of uitlevering.

 

U zegt dat niet wordt bijgehouden hoe vaak een weigering van uitlevering wegens de detentieomstandigheden wordt uitgesproken, terwijl het volgens uw administratie om een beperkt aantal gevallen gaat. Als er geen cijfers worden bijgehouden, hoe weet men dan dat het om een beperkt aantal gevallen gaat? Ik denk dus dat de administratie toch moet weten over hoeveel gevallen het gaat. Ik zal u daarover nog schriftelijke vragen stellen, want ik denk dat het belangrijk is dat we die informatie ook kunnen krijgen.

 

08.05  Marijke Dillen (VB): Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister.

 

Het is inderdaad niet de eerste keer dat Nederland weigert een beklaagde wegens de detentieomstandigheden over te leveren. Ook in de vorige legislatuur heb ik oud-minister Van Tigchelt daar verschillende malen over ondervraagd.

 

Weigeringen hebben verschillende gevolgen. Zo lopen de behandeling van het strafdossier en de onderzoeken vertraging op, wat uiteraard niet wenselijk is. Daarnaast is het op internationaal niveau geen compliment voor ons land.

 

Tot slot sluit ik me aan bij de repliek van collega Van Hecke. Ik vind het heel bizar dat daar geen cijfers over bestaan, juist omdat het al herhaaldelijk gebeurd is, hoofdzakelijk vanuit Nederland, als ik goed ingelicht ben.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Vraag van Alexander Van Hoecke aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De structurele problemen bij de extractie van gegevens uit het Centraal Strafregister" (56013444C)

09 Question de Alexander Van Hoecke à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Les problèmes structurels lors de l'extraction de données du Casier judiciaire central" (56013444C)

 

09.01  Alexander Van Hoecke (VB): Mevrouw de minister, uit antwoorden die u recent verschafte op schriftelijke vragen van mij, blijkt dat er structurele problemen zijn bij recente extracties van gegevens uit het Centraal Strafregister, die de basis vormen van de statistische gegevensbank. Daardoor zijn er geen statistieken beschikbaar met betrekking tot veroordelingen die sinds 2021 zijn uitgesproken. U stelde in die antwoorden dat er een project loopt om het datawarehouse te moderniseren, om op termijn over nieuwe, betrouwbare statistieken te beschikken.

 

Waaruit bestaan de problemen die opduiken bij recente extracties van gegevens uit het Centraal Strafregister?

 

Wanneer doken die problemen voor het eerst op?

 

Waaruit bestaat het project om het datawarehouse te moderniseren? Sinds wanneer loopt dat project? Wie is betrokken bij dat project? Hoeveel bedraagt de kostprijs? Hoe wordt het concreet gefinancierd? Wat is de voorziene einddatum van dat project?

 

09.02 Minister Annelies Verlinden: Collega Van Hoecke, de veroordelingsstatistieken zijn gebaseerd op twee tabellen met gegevens over rechterlijke beslissingen en de bijbehorende wettelijke kwalificaties van misdrijven. Die tabellen worden jaarlijks aangevuld via extracties uit het Centraal Strafregister. Het probleem is dat bij extracties uitgevoerd in 2023 een groot aantal gegevens uit eerdere extracties plots niet meer werden meegenomen. Het gaat voornamelijk om gegevens van de politierechtbanken, maar ook de correctionele rechtbanken en de hoven van beroep zijn getroffen.

 

Er bestaan weliswaar wettelijke redenen waarom bepaalde veroordelingen uit het strafregister worden verwijderd, denk aan veroordelingen die in beroep worden vernietigd, aan eerherstel of aan wissing, maar de plotse en grote omvang van de impact vanaf 2023 is opmerkelijk. Bovendien moeten veroordelingen die het voorwerp zijn geweest van wissing of eerherstel in principe nog steeds worden meegeteld in de statistieken.

 

De problemen met verdwenen observaties kwamen aan het licht na de extracties van eind mei 2023.

 

Het doel van het project is een nieuw datawarehouse te ontwikkelen dat betrouwbare statistieken genereert over veroordelingen, interneringen en opschortingen van de uitspraak. Naast mogelijkheden voor een gerichte opzoeking focust het project ook op het aanmaken van geautomatiseerde rapporten om snel te antwoorden op veelgestelde statistische vragen. Het project wordt uitgevoerd met bestaand statutair personeel, bestaande software en bestaande IT-infrastructuur. Er zijn geen extra budgetten voorzien.

 

Gelet op de technische beperkingen en de vereisten inzake databeschikbaarheid en databeveiliging is de scope van het project bijgestuurd. Momenteel wordt een prototype ontwikkeld dat rechtstreeks een kopie van de operationele databank van het Centraal Strafregister bevraagt, met focus op de actieve gegevens in de databank. Dat prototype zou in de loop van de komende maanden klaar moeten zijn.

 

09.03  Alexander Van Hoecke (VB): Mevrouw de minister, ik zal uw antwoord zeker nog eens grondig bekijken, want er zit heel wat in. Als ik het goed begrijp, is er eind mei 2023 een voorval geweest. Dat is ondertussen al enige tijd geleden. Het feit dat dit nog altijd doorwerkt en dat er geen concrete datum kan worden gegeven voor het verhelpen van die problemen, baart me zorgen. Wij moeten immers onze taak als controleorgaan van de uitvoerende macht kunnen uitoefenen.

 

Justitie kampt met een enorm dataprobleem. Dat is een van de grotere uitdagingen waarmee Justitie kampt. Ik heb al regelmatig gezegd dat dit zeker zo is als we vergelijken met de buurlanden. Bij de bespreking van de beleidsnota hebben we het nog gehad over de recidivemonitor die u wilt opstarten. Het NICC heeft data nodig. Als die problemen blijven duren, verergert dat het dataprobleem alleen maar.

 

Dit moet prioritair worden behandeld. U zegt dat er geen extra budgetten zijn vrijgemaakt. Ik wil er toch op aandringen dat dit met spoed wordt bekeken en vraag u om na te gaan of extra budgetten kunnen worden vrijgemaakt, want dit is vrij fundamenteel.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10 Vraag van Marijke Dillen aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Nieuwe onrust na een incident op de personeelsparking van de gevangenis in Wortel" (56013498C)

10 Question de Marijke Dillen à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le regain d'inquiétude après l'incident survenu sur le parking du personnel de la prison à Wortel" (56013498C)

 

10.01  Marijke Dillen (VB): Mevrouw de minister, op donderdag 5 februari was er onrust op de personeelsparking van de gevangenis van Wortel. Een gedetineerde die blijkbaar onder elektronisch toezicht stond, werd tussen de geparkeerde voertuigen opgemerkt. Hij liep tussen de voertuigen door en bukte zich. U zult begrijpen dat dit tot grote bezorgdheid bij het personeel leidde. De politie is daarop ter plaatse gekomen.

 

Mevrouw de minister, dit zoveelste incident in de gevangenis van Wortel roept vragen op over de veiligheid, ook op de personeelsparking. Er blijven ook problemen bestaan met de beveiliging in de gevangenis zelf. Ik heb u daarover al herhaaldelijk ondervraagd. Zo zijn er de beveiligingscamera’s waarvan minstens de helft defect is, het servicesysteem heeft een vervaldatum in 2016 en is dus hopeloos verouderd en de veiligheidscellen zijn vaker buiten gebruik dan beschikbaar. Daarover heb ik de volgende vragen, mevrouw de minister.

 

Ten eerste, kunt u meer toelichting geven over het incident op de parking? Het betrof een gedetineerde die blijkbaar net onder elektronisch toezicht stond. Werd hij inmiddels over zijn bedoelingen ondervraagd? Werden er maatregelen genomen?

 

Ten tweede, welke initiatieven zult u nemen om te zorgen voor een degelijk werkende camerabewaking, ook op de parking?

 

Ten derde, in de gevangenis zijn er ook tal van veiligheidsproblemen. Ik heb al verwezen naar de camerabewaking die niet werkt. Er moeten dringend nieuwe camera’s komen, want de technische problemen raken blijkbaar niet opgelost. Welke initiatieven hebt u het voorbije jaar genomen om daaraan prioriteit te geven? Welke budgetten werden vrijgemaakt om de camerabewaking in de gevangenis volledig in orde te brengen?

 

Ten vierde, uit eerdere berichten bleek dat er ook een bijzonder verontrustende situatie is met betrekking tot de veiligheidscellen, die vaker buiten gebruik dan beschikbaar zijn. Ook dat heeft een rechtstreekse impact op de veiligheid van zowel het personeel als de gedetineerden. Hier moeten dringend herstellingswerken worden uitgevoerd. Welke concrete initiatieven hebt u inmiddels genomen? Wat staat nog op de planning?

 

10.02 Minister Annelies Verlinden: Dank u wel, mevrouw Dillen.

 

Met betrekking tot het incident werd bij de vaststelling van de feiten onmiddellijk contact met de politie opgenomen. Die heeft ter plaatse een visuele controle van het betrokken voertuig uitgevoerd. Daarbij werd niets verdachts aangetroffen. De politie heeft vervolgens de nodige onderzoeksdaden gesteld en contact opgenomen met de betrokkene die onder elektronisch toezicht stond. Het dossier werd correct en volgens de geldende procedures opgevolgd.

 

Met betrekking tot de camerabewaking werden in 2025 de noodzakelijke investeringen in de veiligheidsinfrastructuur van de inrichting gedaan. De server werd vervangen en er werden nieuwe camera’s geplaatst. Na deze vernieuwing werd echter vastgesteld dat zich bijkomende technische problemen voordeden, waardoor de installatie nog niet optimaal functioneert. Concreet moeten de verouderde switches of schakelaars worden vervangen door nieuwe exemplaren, waarna een bijkomende programmatie zal plaatsvinden om het systeem volledig operationeel te maken. De nodige offertes werden opgevraagd en bevinden zich in de finale administratieve fase. De bestelling voor die werken wordt eerstdaags toegewezen.

 

Daarnaast werd in 2025 ook de bestelling geplaatst voor de installatie van een bijkomende camera op de personeelsparking, ter ondersteuning van de reeds aanwezige installatie. De plaatsing en indienststelling worden dit voorjaar verwacht.

 

Met betrekking tot de veiligheidscellen werden de drie strafcellen van de zesde sectie inmiddels in orde gebracht. Voor de renovatie van twee bestaande, momenteel niet-conforme strafcellen in vleugel A werd via de officiële kanalen een aanvraag aan de Regie der Gebouwen gericht. Dit dossier doorloopt momenteel de administratieve procedure, met het oog op opname in de prioriteitenlijst van de Regie der Gebouwen.

 

10.03  Marijke Dillen (VB): Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister.

 

Voor alle duidelijkheid, ik heb niet gezegd dat in het dossier van de gedetineerde onder elektronisch toezicht de zaken niet correct zouden zijn verlopen. U hebt mij dat niet horen zeggen, maar het is wel merkwaardig dat iemand die onder elektronisch toezicht staat zich op de personeelsparking van de gevangenis van Wortel bevindt. Ik weet niet of hij voordien in de gevangenis van Wortel verbleef, over die informatie beschik ik niet, maar die gevangenis ligt niet in het centrum van een stad. Men moet daar bewust naartoe gaan. De vraag is dus wat die man daar deed. Heeft de politie daar verder onderzoek naar gedaan?

 

Ik noteer ook dat de camerabewaking eerstdaags in orde zal worden gebracht. Ook zijn al enkele veiligheidscellen in orde gebracht. Voor de andere cellen moet de Regie der Gebouwen eerstdaags nog haar goedkeuring geven. Ik zal dit dossier verder blijven opvolgen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Vraag van Marijke Dillen aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De toekomst van de gevangenis in Hoogstraten" (56013503C)

11 Question de Marijke Dillen à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "L'avenir de la prison de Hoogstraten" (56013503C)

 

11.01  Marijke Dillen (VB): Mevrouw de minister, nog altijd is er geen volledige duidelijkheid over de toekomst van de gevangenis van Hoogstraten. Om die reden heb ik daarover opnieuw een vraag ingediend.

 

We weten allemaal dat de gevangenis van Hoogstraten een uniek project is binnen het gevangeniswezen, met zijn werkhuizen, zijn opleidingen en zijn halfopen regime. Die gevangenis zorgt voor veel werkgelegenheid, en er zijn nooit protesten uit de buurt.

 

In het voorjaar van 2024 werd zonder overleg met het personeel of met de vakbonden aangekondigd dat die gevangenis zal sluiten wanneer de nieuwe gevangenis van Antwerpen zou openen, dit jaar dus. Het argument was dat de renovatie te veel zou kosten. Die aankondiging kwam er ondanks de honderdduizenden euro die al werden besteed aan masterplannen en renovatieplannen die nooit werden uitgevoerd, maar waarbij het personeel steeds werd voorgehouden dat de gebouwen gerenoveerd zouden worden.

 

Daarna werd aangekondigd dat een deel van het complex operationeel zou blijven tot 2030. Ook daarover is tot vandaag geen duidelijkheid. De beslissing van de vorige regering was onbegrijpelijk, gelet op het tekort aan plaatsen in onze gevangenissen. Sindsdien is het echter muisstil gebleven over de plannen voor een eventuele sluiting.

 

U zult wel begrijpen dat dit leidt tot grote ongerustheid bij het personeel. De ene dag gaat het over een sluiting, dan over een gedeeltelijke sluiting, en nu wordt weer gezegd dat oudere gevangenissen toch langer zouden openblijven.

 

Dat het personeel in het ongewisse blijft, heeft tot resultaat dat verschillende personeelsleden vertrekken, omdat ze zekerheid willen, wat de druk nog groter maakt voor degenen die blijven. Ze willen duidelijkheid over hun toekomst in die gevangenis.

 

Mevrouw de minister, kunt u eindelijk duidelijkheid geven?  Wat is de definitieve beslissing?

 

Indien de sluiting toch geheel of gedeeltelijk zou doorgaan, kunt u dan toelichten wat er met het personeel zal gebeuren? De vorige minister had beloofd dat niemand van het personeel naar Antwerpen zou moeten, maar dat het personeel in de drie gevangenissen in de Kempen zou worden ondergebracht. Wat zijn de huidige plannen ter zake?

 

Door de onzekerheid, gekoppeld aan de moeilijke werkomstandigheden, vloeit steeds meer ervaren personeel af, wat de veiligheid en de werksfeer uiteraard niet vergemakkelijkt. Er zijn cipiers die in 2025 maar enkele dagen vakantie hebben kunnen nemen, omdat hun gevraagde vakantie werd ingetrokken wegens personeelstekort. Dat is onaanvaardbaar. Wat zult u doen om de werkomstandigheden van het personeel te verbeteren en het personeelstekort op te lossen?

 

11.02 Minister Annelies Verlinden: Mevrouw Dillen, het dossier in Hoogstraten heeft net als de problematiek van de overbevolking mijn volle aandacht. Ik ben mij ook heel goed bewust van de ongerustheid die leeft bij het personeel en die gelinkt is aan communicatie en beslissingen uit het verleden. Net daarom heb ik op 1 oktober 2026 samen met de burgemeester een bezoek gebracht aan de gevangenis van Hoogstraten. Voorafgaand aan dat bezoek heb ik een communicatie gericht aan alle personeelsleden die in die inrichting tewerkgesteld zijn. Ook tijdens het bezoek zelf heb ik in alle openheid en transparantie gesproken over de toekomst van Hoogstraten, ook met de vakbonden.

 

In het kader van de taskforce capaciteit, die deel uitmaakt van het globaal plan om de overbevolking structureel aan te pakken en waarvan het actieplan op 18 juli 2025 werd goedgekeurd, hebben wij in lijn met het regeerakkoord en samen met de Regie der Gebouwen beslist om de gevangenis van Hoogstraten open te houden.

 

Momenteel wordt samen met de Regie der Gebouwen onderzocht wat de beste manier is om dat te doen. Het dossier zal binnenkort worden geagendeerd op de ministerraad.

 

Wij doen dat in voortdurend overleg en met bijzonder veel waardering voor het personeel. Voor elk van de personeelsleden zal in elk geval een oplossing kunnen worden gevonden op een manier die wenselijk is voor de betrokkenen.

 

Wij doen dat ook met aandacht voor de continuïteit van de dienstverlening. Het welzijn van het personeel dat zich elke dag engageert voor Justitie in ons land staat daarbij voorop. Ik wil alle betrokkenen hier nogmaals danken voor hun niet-aflatende inzet, vaak in heel moeilijke omstandigheden.

 

11.03  Marijke Dillen (VB): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Verbeter mij als ik fout ben in mijn interpretatie van uw antwoord, maar ergens voel ik een tegenstrijdigheid. U stelt, enerzijds, dat de gevangenis in Hoogstraten zal openblijven. U geeft, anderzijds, aan dat voor alle personeelsleden een oplossing zal worden gezocht die voor hen wenselijk is.

 

Kan ik daaruit afleiden dat de gevangenis niet volledig zal openblijven? Zal er personeel afvloeien? Als er personeel moet afvloeien en overgeplaatst wordt naar andere gevangenissen, zal dan de belofte blijven gelden dat de personeelsleden in een gevangenis in de onmiddellijke omgeving, in de Kempen, zullen worden tewerkgesteld?

 

U kent de verkeerssituatie in die regio even goed als ik. Het is werkelijk dramatisch om van daaruit elke dag heen en weer te moeten rijden naar Antwerpen, naar Dendermonde en naar andere steden en gemeenten.

 

Ik hoop in elk geval dat daarmee rekening zal worden gehouden en dat dat nooit zal gebeuren.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

12 Vraag van Marijke Dillen aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De oproep van de topvrouw van het Gevangeniswezen om politie of leger in te zetten bij overbevolking" (56013515C)

12 Question de Marijke Dillen à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "L'appel de l'administration pénitentiaire à mobiliser la police ou l'armée vu la surpopulation" (56013515C)

 

12.01  Marijke Dillen (VB): De top van het Gevangeniswezen slaat – opnieuw – alarm nu het aantal grondslapers in de gevangenissen opnieuw boven de 600 is uitgekomen. De Directeur-Generaal pleit voor uitzonderlijke noodmaatregelen en extra personeel. Ze schuift daarbij expliciet de mogelijkheid naar voren dat tijdelijk ook politie en/of het leger kunnen ingezet worden om grondslapers te bewaken en de druk op het personeel te verlichten. De situatie is inderdaad onhoudbaar geworden. Er is de combinatie van de overbevolking, een chronisch personeelstekort en een steeds stijgende werkdruk. Daardoor wordt het voor cipiers bijzonder moeilijk en zelfs vaak onmogelijk om hun wettelijke opdracht correct, veilig en menswaardig uit te voeren.

 

Maandenlang leefde er binnen de gevangenissen nog hoop op verbetering maar die is ondertussen omgeslagen in ontgoocheling. Vandaag overheerst het gevoel in de steek gelaten te zijn. De realiteit op het terrein is harder dan ooit.

 

Wat is het antwoord van de minister op de oproep van de Directeur-Generaal om politie en leger in te schakelen gezien de steeds maar stijgende overbevolking en het toenemende aantal grondslapers?

 

Heeft er hierover reeds overleg plaatsgevonden binnen de regering met de bevoegde ministers? Zo ja, wat is hun standpunt? Zo neen, zal dit overleg nog plaatsvinden?

 

Begrijpt de minister het gevoel van het penitentiair personeel dat ze in de steek gelaten  worden? De bespreking van de begroting 2026 is net achter de rug maar deze is weinig hoopgevend wat oplossingen op korte termijn betreft. Nochtans moet hieraan bij absolute hoogdringendheid een antwoord geboden worden. Wat is het antwoord van de minister om ervoor te zorgen dat het penitentiair personeel hun wettelijke opdracht correct, veilig en menswaardig kan uitvoeren? Welke concrete initiatieven zullen er bij hoogdringendheid op korte termijn worden genomen?

 

12.02 Minister Annelies Verlinden: Mevrouw Dillen, het gevangenispersoneel zet zich elke dag professioneel en geëngageerd in, en dat vaak in moeilijke omstandigheden die door personeelstekorten en overbevolking nog extra worden verzwaard.

 

Ik blijf een oplossing voor een veilige en humane detentie op de agenda van de federale regering brengen, zodat ook de werkbaarheid voor het gevangenispersoneel verzekerd kan blijven. Tegelijk nemen wij gerichte en concrete maatregelen. Daarbij sluiten we bij voorbaat geen enkele piste uit, maar zelfs als er tijdelijk een beroep zou worden gedaan op militairen of politie in de gevangenissen, dan nog blijft dat per definitie een tijdelijke maatregel. Die neemt de kern van het probleem dan ook niet weg.

 

Een duurzame en structurele oplossing om het probleem van de grondslapers aan te pakken, blijft dan ook noodzakelijk en dringend. De voorbije weken hebben wij meerdere concrete voorstellen op de regeringstafel gelegd om tot een oplossing te komen. Dat de cijfers intussen opnieuw stijgen, toont aan hoe acuut de situatie blijft. Grondslapers in onze gevangenissen zijn een land en een rechtsstaat als België onwaardig. Daarom blijven we aandringen op een doorbraak in dit dossier.

 

Onze houding daarin is duidelijk en consequent. Wij willen oplossingen die een reële en voelbare impact hebben op de situatie op het terrein, uit respect voor het gevangenispersoneel. Wat het personeel betreft, nemen wij eveneens bijkomende maatregelen. Met het recente sociaal akkoord met de vakorganisaties verhogen wij de financiële aantrekkelijkheid van het beroep van penitentiaire beambten en versterken wij de arbeidsvoorwaarden. Daarnaast versterken en verbreden wij het rekruteringsbeleid, niet alleen om de tekorten van vandaag weg te werken, maar ook om de voorziene extra detentiecapaciteit in de toekomst effectief te kunnen bemannen.

 

Dat is een aanzienlijke uitdaging op een krappe arbeidsmarkt, maar het is een uitdaging die wij actief aangaan. Boven op de brede rekruteringscampagnes onderzoeken wij bijkomende pistes. Zo wordt de inzet van private veiligheidsmedewerkers bekeken voor functies zonder contact met gedetineerden, zoals toegangscontrole, onthaal en observaties.

 

Daarnaast moeten we ervoor zorgen dat penitentiaire beambten zich maximaal kunnen toeleggen op hun kerntaken, zijnde begeleiding en toezicht. We gaan ook na of bepaalde functies kunnen worden opengesteld voor Europese burgers uit buurlanden die een van onze landstalen beheersen. Ook onderzoeken wij of diplomavereisten in specifieke gevallen kunnen worden versoepeld. Daarbij geldt één duidelijke voorwaarde, namelijk de kwaliteit van de profielen. De selectie- en rekruteringsprocedure zelf wordt daarom niet afgezwakt. We verruimen de toegang tot de procedure, maar we verlagen de lat niet.

 

Ten slotte bekijken we met collega Matz hoe de selectieprocedures sneller en nog doortastender kunnen worden georganiseerd.

 

12.03  Marijke Dillen (VB): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

U hebt een aantal maatregelen opgesomd die werden aangekondigd, maar het is toch heel merkwaardig dat de directeur-generaal zelf pleit voor de uitzonderlijke noodmaatregel om tijdelijk de politie en/of het leger in te zetten om de druk op het personeel ten gevolge van de overbevolking aan te pakken.

 

Het inzetten van leger en politie lost inderdaad de kern van het probleem niet op. U zegt geen enkele piste uit te sluiten en dat het nog op de regeringstafel moet komen. De voorbije maanden zijn al verschillende pistes om de overbevolking in de gevangenissen aan te pakken op de regeringstafel beland. Ook de premier heeft een piste naar voren geschoven, hoewel ik mij niet uitspreek over de zin daarvan. Dat is immers een ander verhaal en een andere discussie. In elk geval stel ik vast dat alle pistes telkenmale door de ene of de andere worden afgeschoten. Wanneer zal er nu eindelijk een definitief antwoord worden gegeven door de regering?

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

13 Vraag van Marijke Dillen aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Het advies van de auditeur bij de RvS over het beroep tot nietigverklaring van het KB van 29/03/2024" (56013519C)

13 Question de Marijke Dillen à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "L'avis de l'auditeur au Conseil d'État sur le recours en annulation de l'arrêté royal du 29/03/2024" (56013519C)

 

13.01  Marijke Dillen (VB): Mevrouw de minister, in een zaak aangespannen door enkele advocaten-schuldbemiddelaars bij de Raad van State tegen de wettigheid van het KB van 29 maart 2024, dat een jaarlijkse retributie van 75 euro vastlegt voor het gebruik van het Centraal Register voor Collectieve Schuldenregeling, ook bekend als JustRestart, is er een zeer uitgebreid advies van de auditeur waarin geadviseerd wordt het bestreden KB te vernietigen.

 

Het oordeel van de auditeur is duidelijk. Door de retributie op te nemen in de kostenstaat, die de schuldenaar betaalt, schendt het KB het wettelijk verbod om die kosten bij de schuldenaar te leggen. Er is een duidelijke tegenstrijdigheid in het Gerechtelijk Wetboek tussen artikel 1675, waarin wordt bepaald dat de kostenstaat van de schuldbemiddelaar ten laste komt van de schuldenaar en een ander artikel, dat heel uitdrukkelijk bepaalt dat de retributie voor het register in geen geval door de schuldenaar mag worden gedragen. Zelfs de wetswijziging van oktober 2025 die stelde dat de kosten ten laste komen van de bemiddelingsrekening lost dit niet op.

 

De auditeur redeneert dat de bemiddelingsrekening een functioneel onderdeel van het vermogen van de schuldenaar vormt omdat er geen afgescheiden boedel is, zoals bij een faillissement, waardoor het uiteindelijk de schuldenaar is die toch betaalt, ondanks het verbod voorzien in het Gerechtelijk Wetboek. Er is dus zeer duidelijk een tegenstrijdigheid in het Gerechtelijk Wetboek. De kans is zeer reëel dat de Raad van State dit advies zal volgen, wat een bijzonder grote weerslag zal hebben op de werking van JustRestart en zeer zware gevolgen zal hebben op het vlak van de rechtszekerheid, vandaar mijn vraag.

 

​De huidige stand van de wet laat niet toe dat een uitvoeringsbesluit oplegt dat de staat van kosten ook kosten moet bevatten die niet door de schuldenaar worden gedragen. Hebt u inmiddels al een initiatief genomen om een oplossing voor te bereiden voor dit ernstig probleem? Het is immers belangrijk om in dezen heel proactief te werken.

 

De gevolgen kunnen ernstig zijn. Het advies is duidelijk: “Op het verzoek van de Belgische Staat om de gevolgen definitief te handhaven, kan niet worden ingegaan omdat daardoor een van de voordelen die de verzoekende advocaat-schuldbemiddelaars met het beroep nastreven, namelijk bekomen dat de retributies reeds gedragen door de schuldenaar of schuldbemiddelaar niet verschuldigd zijn en dus integraal moeten worden terugbetaald, hun definitief wordt ontzegd.”

 

Zult u een initiatief nemen om bij een vernietiging van het KB deze gevolgen binnen een redelijke termijn op te vangen en hiervoor de nodige financiële middelen vrijmaken?

 

13.02 Minister Annelies Verlinden: Collega Dillen, in het kader van het beroep tot nietigverklaring tegen het KB van 29 maart 2024 hebben mijn diensten ook kennisgenomen van het verslag van de auditeur. Ik kan bevestigen dat naar aanleiding daarvan al mogelijke pistes op tafel zijn gelegd en besproken.

 

De tegenstrijdigheid in het Gerechtelijk Wetboek waarop de auditeur heeft gewezen, is gekend. De wetgever heeft al een eerste stap gezet om daaraan tegemoet te komen via de wet van 24 oktober 2025. Dat die stap door de auditeur als onvoldoende wordt beschouwd, is precies de reden waarom verdere initiatieven worden geanalyseerd.

 

Zolang de Raad van State geen definitief arrest heeft geveld, is het niet aangewezen om al op de uitkomst vooruit te lopen. In geval van vernietiging zal het erop aankomen zeer snel te schakelen en alles in het werk te stellen om binnen een redelijke termijn een rechtszeker antwoord te bieden, zowel voor de toekomst als wat betreft de rechtszekerheid over al betaalde retributies. Precies daarom zijn de verschillende pistes al geanalyseerd en worden ze verder voorbereid.

 

13.03  Marijke Dillen (VB): Mevrouw de minister, het is zeer belangrijk om hier snel te schakelen. Ik heb het dossier volledig doorgenomen en de kans is groot dat de Raad van State het advies van de auditeur zal volgen. Ik dring erop aan dat u die maatregelen al voorbereidt. Dit dossier sleept al jaren aan voor al die schuldbemiddelaars, waardoor zij in financiële onzekerheid leven. Het is ook belangrijk om nu al, uit voorzichtigheid en voorzienigheid, een bepaald budget opzij te zetten, zodat er, als de Raad van State de arbeidsauditeur volgt, voldoende middelen beschikbaar zijn om de financiële consequenties daarvan op te vangen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

14 Vraag van Alexander Van Hoecke aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De betaling van vertalers en tolken en de kritiek van de BBTV inzake 'creatieve' boekhouding" (56013542C)

14 Question de Alexander Van Hoecke à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le paiement des traducteurs et interprètes et la comptabilité "créative" dénoncée par l'UPTIA" (56013542C)

 

14.01  Alexander Van Hoecke (VB): Mevrouw de minister, de Beroepsvereniging Beëdigd Vertalers en Tolken of BBVT trekt opnieuw aan de alarmbel over de achterstallige betalingen voor vertaalopdrachten bij Justitie. Dat is niet de eerste keer maar dit keer wordt vooral uw creatieve boekhouding aangeklaagd.

 

De BBVT kondigt zelfs de voorbereiding van mogelijke juridische stappen aan. Volgens de vertalers en tolken gebruikt u immers juridische trucs om de wet, die volgt uit een Europese richtlijn, te omzeilen bij de berekening van de interest.

 

De beroepsvereniging hekelt daarbij uw uitspraken naar aanleiding van mijn vorige vraag over de verwijlinterest, waarin u onder meer stelde dat de betalingstermijn van 30 dagen pas begint te lopen op het moment van de elektronische indiening van de factuur in Peppol. Nochtans stellen de Europese richtlijn en de wetgeving heel duidelijk dat de termijn start bij de voltooiing van de dienstverlening of de ontvangst van de factuur.

 

Ten eerste, wat is uw standpunt over de kritiek van de BBVT?

 

Ten tweede, kunt u bevestigen dat de betalingstermijn begint te lopen vanaf de voltooiing van de dienstverlening of de ontvangst van de factuur?

 

14.02 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer Van Hoecke, het is, ten eerste, heel duidelijk dat wij op geen enkele manier proberen de wetgeving inzake de berekening van intresten te omzeilen.

 

Ondanks de invoering van de nieuwe e-facturatieverplichtingen blijven de beëdigde vertalers en tolken onderworpen aan de wet van 23 maart 2019 betreffende de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten alsook aan het gerechtskostenbesluit van 15 december 2019. Krachtens die wetgeving moeten prestatieverleners hun kostenstaat indienen bij het bevoegde taxatiebureau uiterlijk zes maanden na de uitvoering van hun prestatie. De prestatieverlener moet bovendien de vordering en de goedkeuring van de opdrachtgever van de prestatie bezorgen aan het taxatiebureau. De betalingstermijn begint te lopen vanaf het moment waarop het dossier volledig en correct is, zoals vermeld in de wet betreffende de gerechtskosten. Volgens die systematiek gebeuren de betalingen.

 

14.03  Alexander Van Hoecke (VB): De kritiek die de vertalers en tolken op die werkwijze hebben, is mijns inziens terecht. Door de termijn van dertig dagen pas te laten starten bij een latere Peppol-factuur, creëert de overheid een kunstmatige vertraging die volgens mij wel degelijk indruist tegen de EU-richtlijn. Zij hebben op dat vlak zeker een punt.

 

U hebt er de vorige keer ook aan toegevoegd dat de termijn pas mag starten na de goedkeuring van de kostenstaat door het taxatiebureau. De taxatie van een kostenstaat duurt in de praktijk vaak maanden. Dat hebt u bij eerdere antwoorden al bevestigd. De bewering om creatief met de boekhouding om te springen, lijkt mij dan ook niet compleet uit de lucht gegrepen of overdreven.

 

Wij zullen de problematiek blijven opvolgen. We zullen zien wat de vertalers en tolken zelf eventueel daartegen ondernemen. Elementen uit de kritiek van de vertalers en tolken houden in ieder geval zeker steek. We zullen het dossier dus blijven opvolgen en zien hoe een en ander uitdraait.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

15 Vraag van Sophie De Wit aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De handhaving bij gemanipuleerde elektrische steps" (56013596C)

15 Question de Sophie De Wit à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "L'application de la législation aux usagers de trottinettes électriques trafiquées" (56013596C)

 

15.01  Sophie De Wit (N-VA): Mevrouw de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

 

De Wegcode bepaalt dat elektrische steps worden beschouwd als gemotoriseerde voortbewegingstoestellen in de zin van artikel 2.15.2, 2°, van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, met name motorvoertuigen met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van 25 km per uur. Enkel toestellen die aan deze definitie voldoen, worden overeenkomstig artikel 7bis van datzelfde besluit gelijkgesteld met fietsers.

 

In de praktijk stellen politiediensten evenwel veelvuldig vast dat elektrische steps technisch worden gemanipuleerd en snelheden kunnen behalen die deze wettelijke limiet ruim overschrijden. Dergelijke steps worden op basis van objectieve technische vaststellingen in beslag genomen overeenkomstig artikel 35 van het Wetboek van Strafvordering, waarna parket en rechter oordelen over de verdere afhandeling, met inbegrip van een eventuele verbeurdverklaring of vernietiging overeenkomstig de bepalingen van het Strafwetboek.

 

Recent blijken bij politierechters evenwel uiteenlopende interpretaties te ontstaan over de vraag of het louter technisch kunnen behalen van een hogere snelheid volstaat om strafrechtelijk op te treden, dan wel of eerst moet worden bewezen dat die hogere snelheid effectief in het verkeer werd gereden. Indien deze laatste interpretatie wordt gevolgd, dreigt de handhaving tegen technisch gemanipuleerde elektrische steps in de praktijk grotendeels onmogelijk te worden en ontstaat rechtsonzekerheid voor politiediensten en parketten.

 

Ik heb volgende vragen voor u:

 

1. Kunnen politiediensten en parketten op basis van de huidige regelgeving optreden tegen technisch niet-conforme elektrische steps, ook wanneer niet werd vastgesteld dat de hogere snelheid effectief in het verkeer werd gereden?

 

2. Bent u van oordeel dat de huidige regelgeving op dit punt voldoende duidelijk is om een uniforme toepassing door politiediensten en parketten te waarborgen?

 

3. Indien u van oordeel bent dat de huidige regelgeving op dit punt onvoldoende duidelijk is, welke initiatieven zal u dan nemen om rechtszekerheid en een uniforme toepassing door politiediensten, parketten en politierechters te verzekeren?

 

15.02 Minister Annelies Verlinden: Mevrouw De Wit, tegen technisch niet-conforme elektrische steps kan worden opgetreden op basis van de huidige wetgeving, met name op basis van artikel 2.15.2, 2°, en artikel 7bis van de wegcode.

 

Overeenkomstig artikel 2, § 1, van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, zijn motorrijtuigen onderworpen aan de verzekeringsplicht. Overeenkomstig artikel 2bis van diezelfde wet zijn motorrijtuigen die door een mechanische kracht kunnen worden gedreven, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van meer dan 6 km/u, maar niet meer dan 25 km/u, en met een maximale massa van niet meer dan 25 kilogram, vrijgesteld van de verzekeringsplicht. Daar vallen e-steps in hun originele toestand doorgaans onder. Als de maximumsnelheid ten gevolge van manipulaties meer dan 25 km/u bedraagt, dan wordt de verzekeringsplicht van toepassing.

 

In de wetgeving wordt de omschrijving "door de constructie bepaalde maximumsnelheid" gebruikt. Dat betreft de snelheid die het motorrijtuig kan behalen. Het betreft dus niet de vastgestelde snelheid waarmee de bestuurder met het motorrijtuig effectief rijdt.

 

Het openbaar ministerie liet weten geen kennis te hebben van rechtspraak die vereist dat wordt bewezen dat de e-step daadwerkelijk met een hogere snelheid dan toegestaan werd gebruikt om vervolgbaar te zijn.

 

Bij het manipuleren van de door de constructie bepaalde snelheid worden meerdere misdrijven gepleegd en wordt enkel de zwaarste straf uitgesproken, in dit geval de straf voor het in het verkeer brengen van een niet-verzekerd voertuig.

 

Op grond van de bewoordingen van de wet van 21 november 1989 is een elektrische step die sneller dan 25 km/u kan rijden niet vrijgesteld van de verplichte verzekering. Als er geen verzekeringsdekking is die overeenstemt met het vermogen van het voertuig, dan kan het voertuig geïmmobiliseerd of in beslag genomen worden en kunnen gevangenisstraffen, geldboetes en verbeurdverklaringen worden opgelegd, zoals bepaald in de artikelen 20, 22 en 24 van die wet.

 

Het openbaar ministerie gebruikt die wetgeving om de kwestie te behandelen. Sommige parketten passen ook regels toe met betrekking tot de inschrijving en het rijbewijs wanneer vastgesteld is dat de elektrische step sneller kan rijden dan 25 km/u. Het College van procureurs-generaal werkt momenteel aan een omzendbrief waarin het opsporings- en vervolgingsbeleid inzake e-steps nader zal worden toegelicht. Daarbij wordt nauw samengewerkt met Centrex Wegverkeer.

 

15.03  Sophie De Wit (N-VA): Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord.

 

Het is belangrijk dat er duidelijkheid over komt, omdat er al uitspraken in die zin zijn geweest. De politiezone uit het Lierse bijvoorbeeld werd daarmee geconfronteerd. De politie had de snelheid niet zelf vastgesteld, enkel werd bij een controle vastgesteld dat de step sneller kon. Het parket en de politierechter zijn daarin niet gevolgd. Dat is natuurlijk belangrijk, want zodoende vervalt elke mogelijkheid tot handhaving.

 

Ik dank u echter voor de verduidelijking en ben blij te horen dat er een omzendbrief aankomt zodat de wetgeving gelijkvormig kan worden toegepast.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

16 Samengevoegde vragen van

- Paul Van Tigchelt aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De situatie in het kamp Al-Hol en de opvolging van Belgische FTF’s" (56013607C)

- Alexander Van Hoecke aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De sluiting van het kamp Al-Hol in Syrië" (56013626C)

16 Questions jointes de

- Paul Van Tigchelt à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "La situation dans le camp d’Al-Hol et le suivi des FTF belges" (56013607C)

- Alexander Van Hoecke à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "La fermeture du camp d'Al-Hol en Syrie" (56013626C)

 

16.01  Paul Van Tigchelt (Anders.): Ik verwijs naar de tekst van mijn ingediende vraag.

 

Op 21 januari antwoordde u in deze commissie op mijn mondelinge vraag over "De IS-gevangenen in Oost-Syrië" (56012693C). U stelde daarbij dat volgens de informatie van de VSSE op dat moment geen Belgische foreign terrorist fighters (FTF) ontsnapt waren uit detentiecentra en dat onze diensten de situatie nauwgezet blijven opvolgen.

 

Intussen heeft ons nieuwe informatie bereikt over de situatie in kamp Al-Hol, na de machtsovername door het Syrische regime, die wijst op een sterke leegloop van delen van het kamp, waarbij talloze vrouwen en kinderen van jihadisten de annex van het kamp zouden verlaten hebben. Er werd bij VRT NWS ook melding gemaakt dat “de strijdkrachten van het leger een oogje hebben dichtgeknepen".

 

In dat kader heb ik volgende vragen voor u:

 

Hoe beoordelen de VSSE en OCAD vandaag de veiligheidssituatie in kamp Al-Hol?

 

Hebben onze diensten zicht op waar de gezinnen die het kamp verlaten hebben zich vandaag bevinden?

 

Zijn daar Belgische vrouwen en/of kinderen bij?

 

Zijn er intussen indicaties dat Belgische FTF's ontsnapt zouden zijn uit detentie in het kamp Al-Hol?

 

Of is er weet van Belgische FTF's die overgeplaatst werden naar een ander kamp?

 

16.02  Alexander Van Hoecke (VB): Ook ik verwijs naar de tekst van mijn ingediende vraag.

 

Het kamp Al-Hol waar jarenlang familieleden van jihadisten van terreurgroep Islamitische Staat (IS) werden vastgehouden is ontruimd en gesloten. Dat meldde de verantwoordelijke van het kamp aan het Franse persagentschap AFP. In Al-Hol verbleven 24.000 mensen, zowat een derde van hen buitenlanders.

 

Eerder waren er al berichten over grootschalige ontsnappingen. De overblijvende gevangenen zijn 'herhuisvest" aldus de verantwoordelijke van het kamp.

 

Hoe wordt de situatie opgevolgd door de Belgische veiligheidsdiensten? Hebben zij een duidelijk overzicht over waar alle personen uit het kamp die banden met België hebben zich vandaag bevinden?

 

Hoeveel van hen werden overgebracht naar Irak? Hoeveel werden overgeplaatst naar een andere locatie in Syrië? Van hoeveel onder hen is de locatie vandaag niet bekend?

 

Zijn er aanwijzingen dat sommigen onder hen terug zouden willen keren naar België? Wat zal de regering ondernemen om ervoor te zorgen dat hen dit onmogelijk wordt gemaakt?

 

16.03 Minister Annelies Verlinden: Collega’s, in het kader van hun wettelijke bevoegdheden volgen onze diensten, in het bijzonder het OCAD en de Veiligheid van de Staat, de Belgische foreign terrorist fighters op de voet op. Dat geldt in het bijzonder voor de Belgische FTF’s die in detentiecentra in het noordoosten van Syrië verblijven. De situatie in het noordoosten van Syrië is, zoals ik al eerder heb geantwoord in deze commissie, erg volatiel.

 

Tot nu toe zijn minstens twee FTF’s die opgenomen zijn in de gemeenschappelijke gegevensbank T.E.R. overgebracht van een gevangenis in Syrië naar een gevangenis in Irak. Gezien de dagelijkse transfers die hebben plaatsgevonden, werden waarschijnlijk meer mannelijke Belgische FTF’s naar Irak overgebracht.

 

Hoewel de diensten alles zo goed mogelijk in kaart proberen te brengen, is de situatie rond het kamp Al-Hol momenteel zeer onduidelijk. Er zijn indicaties dat het nieuwe Syrische regime een deel van de gevangenen heeft overgebracht naar kampen in de regio Aleppo, maar een ander deel is mogelijk uit het kamp kunnen vertrekken.

 

In Al-Hol verbleef ook één vrouwelijke Belgische FTF, die de Belgische nationaliteit intussen werd ontnomen. We hebben nog geen bevestiging van waar zij momenteel verblijft.

 

De diensten en de regering blijven de situatie uiteraard op de voet opvolgen, in nauw contact met onze internationale partners.

 

16.04  Paul Van Tigchelt (Anders.): Mevrouw de minister, ik wens op te merken dat op 7 februari een zekere Fatima C, geen Belgische dame maar ze is wel opgenomen in de OCAD-lijst als Syriëstrijdster, vanuit Turkije op een vliegtuig is gezet richting Istanbul. Ik zeg dat omdat de regering dan wel kan verklaren dat we niemand terugnemen en dat de nationaliteit van veroordeelde Belgische terroristen wordt afgenomen, maar dat de praktijk leert dat dit beleid weinig verandert. Kijk naar het geval van Trabelsi. Kijk naar het geval van Fatima C.

 

U zei daarnet dat u niet tussenkomt in individuele rechtszaken. Dat is uiteraard juist. Dat is een fundamenteel principe van onze scheiding der machten. Daar moet echter bij worden gezegd dat u samen met het College van procureurs-generaal verantwoordelijk bent voor het strafrechtelijk beleid. Dat is verankerd in artikel 151 van de Grondwet, als ik het goed voorheb.

 

We zitten nog steeds in niveau 3. Ik kan moeilijk begrijpen dat de Nationale Veiligheidsraad nog niet samengekomen is over deze fragiele situatie in het noordoosten van Syrië, die rechtstreekse veiligheidsdreigingen meebrengt voor ons land. Dat lijkt mij enigszins bizar. Het zou goed zijn om alle diensten daar eens te horen. Misschien kunt u de suggestie doen aan de premier om de Nationale Veiligheidsraad hierover toch eens samen te roepen. Dat is meer dan een praatbarak, daar kunnen zaken afgesproken worden.

 

16.05  Alexander Van Hoecke (VB): Ik sluit mij voor een keer volledig aan bij wat collega Van Tigchelt zegt. Als ik het zo hoor, zijn minstens twee FTF’s uit Syrië naar Irak overgeplaatst. De situatie in Al-Hol is compleet onduidelijk. We hebben eigenlijk geen flauw idee van wat daar gebeurt.

 

In verklaringen aan het Franse persagentschap AFP sprak men niet alleen over ontsnapte gevangenen, maar ook over re-integratie. Dat wijst erop dat de Syrische regering dat loslaat. U zegt dat de situatie onduidelijk is en dat we eigenlijk geen controle hebben. Ik leid daaruit af dat de Belgische veiligheidsdiensten momenteel geen duidelijk overzicht hebben van waar alle personen uit dat kamp met banden met ons land zich vandaag bevinden, hoeveel er nog kunnen worden overgebracht naar Irak en waar zij zich in Syrië bevinden. Ik denk dat we inderdaad met een zeer precaire en gevaarlijke situatie zitten.

 

Ik reken erop dat u blijft aandringen, ook bij de Syrische autoriteiten, opdat we duidelijkheid krijgen over wat er in Al-Hol is gebeurd en wat er met die FTF’s met banden met België is gebeurd. Dan kunnen we dan heel goed in kaart brengen waar die mensen zijn, wat er met hen gebeurt en wat hun plannen zijn. We kunnen er dan vooral voor zorgen dat zij nooit, maar dan ook nooit kunnen terugkeren naar ons land.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

17 Vraag van Paul Van Tigchelt aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Belgische Israëli’s in dienst van het Israëlische leger tijdens de oorlog in Gaza" (56013608C)

17 Question de Paul Van Tigchelt à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Les Israéliens belges ayant servi dans l'armée israélienne pendant la guerre à Gaza" (56013608C)

 

17.01  Paul Van Tigchelt (Anders.): Om efficiëntieredenen verwijs ik naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

Uit berichtgeving van De Standaard blijkt dat minstens 406 personen met de dubbele Belgisch-Israëlische nationaliteit op 10 maart 2025 in dienst waren van het Israëlische leger tijdens de oorlog in Gaza. In het licht van de ernstige beschuldigingen van schendingen van het internationaal humanitair recht en mogelijke oorlogsmisdaden, roept dit vragen op over de eventuele strafrechtelijke verantwoordelijkheid van Belgische onderdanen.

 

Het federaal parket gaf aan dat vervolging mogelijk is wanneer er aanwijzingen zijn van strafbare feiten, maar dat er geen “breed net" wordt uitgegooid over iedereen die in een buitenlands leger heeft gediend.

 

In dat kader heb ik volgende vragen voor u:

 

1.      Werd deze problematiek reeds besproken tussen de veiligheidsdiensten en het federaal parket?

a.      Zijn er beleidsmatige of operationele richtlijnen uitgewerkt inzake de vervolging van Belgische onderdanen die in een buitenlands leger dienden in een context waar ernstige aanwijzingen bestaan van schendingen van het internationaal recht?

 

2.      Zijn er op dit ogenblik strafonderzoeken lopende naar Belgische onderdanen die tijdens de oorlog in Gaza in het Israëlische leger hebben gediend?

a.      Zo ja, hoeveel dossiers zijn geopend en in welk stadium bevinden deze zich?

 

3.      Op welke wijze wordt in dergelijke dossiers bewijsmateriaal verzameld?

a.      Is er internationale samenwerking voor de vergaring van bewijs, bijvoorbeeld via Eurojust of via Joint Investigation Teams (JIT)?

b.      Is er samenwerking of informatie-uitwisseling met het Internationaal Strafhof (ICC)?

 

4.      Hoe beoordeelt u deze situatie in het licht van de Belgische wetgeving inzake internationale misdrijven en de internationale verplichtingen van België?

 

5.      Tot slot wens ik te vragen naar de stand van zaken van het onderzoek naar de twee Israëlische militairen die afgelopen zomer tijdens Tomorrowland werden verhoord naar aanleiding van een klacht wegens mogelijke oorlogsmisdaden.

a.      Is dat onderzoek inmiddels afgesloten? Werd het dossier geseponeerd of verdergezet, en op basis van welke overwegingen?​

 

17.02 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer Van Tigchelt, er is geen structureel overleg, noch zijn er specifieke richtlijnen, tussen het federaal parket en de Veiligheid van de Staat met betrekking tot de problematiek. Als de Veiligheid van de Staat desgevallend beschikt over informatie betreffende mogelijke internationale misdaden gepleegd door Belgische onderdanen die actief zijn in een buitenlands leger, dan brengt ze het federaal parket daarvan op de hoogte. In het kader van dat soort onderzoeken staat het het federaal parket overigens vrij om de Veiligheid van de Staat en ADIV aan te wijzen als technische assistenten.

 

Momenteel loopt een gerechtelijk onderzoek naar één dossier in verband met mogelijke ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht door een Belgisch onderdaan. Aangezien het gaat om een lopend onderzoek, kan er geen verdere informatie worden meegedeeld. De aard van dat soort onderzoeken veronderstelt noodzakelijkerwijs internationale justitiële samenwerking die, naargelang de bijzonderheden van het dossier, kan berusten op bilaterale justitiële samenwerking, justitiële samenwerking onder auspiciën van Eurojust, met of zonder oprichting van JIT’s, of samenwerking met internationale rechtscolleges, waaronder het Internationaal Strafhof.

 

Zoals destijds werd aangekondigd door het federaal parket, zijn beide Tomorrowlanddossiers geseponeerd en overgezonden aan het Internationaal Strafhof door toedoen van de Belgische centrale autoriteit die belast is met de samenwerking met dat internationale rechtscollege. In dit stadium hebben we nog geen informatie over de huidige stand van zaken van die twee dossiers op het niveau van het Internationaal Strafhof.

 

17.03  Paul Van Tigchelt (Anders.): Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Dat was vrij concreet. Ik heb er uiteraard alle begrip voor dat u over het lopende onderzoek geen commentaar kunt geven. Dat weet ik.

 

Ik wens enkel hetzelfde op te merken, mijnheer de voorzitter, als bij mijn vorige vraag en te herinneren aan de richtlijnen met betrekking tot eventuele beslissingen door de Nationale Veiligheidsraad conform artikel 151 inzake het strafrechtelijk beleid. Ik heb namelijk het vermoeden dat het niet de laatste keer zal zijn dat zo’n dossier opduikt, zeker aangezien het gaat over 406 personen met de dubbele Belgische-Israëlische nationaliteit die in dienst waren van het Israëlische leger.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

18 Question de Aurore Tourneur à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "L'annulation de l'arrêté royal relatif à l'activité complémentaire des libraires" (56013611C)

18 Vraag van Aurore Tourneur aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De vernietiging van het koninklijk besluit betreffende de nevenactiviteit van dagbladhandelaren" (56013611C)

 

18.01  Aurore Tourneur (Les Engagés): Madame la ministre, le 22 janvier dernier, le Conseil d’État a annulé l’arrêté royal du 17 février 2022 fixant les contours de l'activité complémentaire exercée par les libraires.

 

Cet arrêté avait été adopté sous la législature précédente pour lutter contre le phénomène des "fausses librairies", ces établissements qui, sous couvert d'une activité de libraire, proposaient essentiellement des paris sportifs, contournant ainsi les quotas de licences et s'affranchissant des restrictions d’établissement, notamment à proximité des écoles.

 

La Commission des jeux de hasard a annoncé, dès le 28 janvier, qu'elle se voyait contrainte de suspendre le traitement des nouvelles licences et des renouvellements de licence pour les librairies, faute de base légale valide.

 

Cette décision intervient dans un contexte particulier puisque le transfert de la compétence en matière de jeux de hasard vers votre collègue de l'Économie est prévu pour le 1er juin 2026.

 

Dès lors, madame la ministre:

 

Quelle réponse comptez-vous apporter à cet arrêt du Conseil d’Etat pour garantir la protection des joueurs et, plus particulièrement, des mineurs?

 

Une concertation avec la Commission des jeux de hasard est-elle déjà engagée à cet effet?

 

Comment organisez-vous la coordination avec votre collègue de l'Économie, compte tenu du transfert de compétence prévu au 1er juin 2026, afin d'éviter que ce dossier ne reste sans réponse dans la période de transition?

 

18.02  Annelies Verlinden, ministre: La loi sur les jeux de hasard, telle que modifiée en 2021, prévoit pour l'exploitation des paris en librairie que seul le Roi est habilité pour fixer les contours de l'activité complémentaire et les conditions spécifiques auxquelles les libraires doivent satisfaire pour pouvoir offrir des paris. Cela a été fait dans l'arrêté royal du 17 février 2022. L'annulation par le Conseil d'État de l'arrêté royal du 17 février 2022 par arrêt du 22 janvier 2026 empêche depuis lors la Commission des jeux de hasard de traiter les demandes de licence et de renouvellement de licence pour l'exploitation de paris en librairies, car la Commission ne peut se substituer au Roi pour définir ce qu'il y a lieu d'entendre par activité complémentaire ou pour fixer les conditions d'exploitation.

 

Un nouvel arrêté royal doit donc être élaboré. La Commission des jeux de hasard a insisté pour qu'il soit remédié à cette situation le plus rapidement possible. Nous y travaillons en concertation avec le ministre de l'Économie. Un projet est en cours d'élaboration afin d'aboutir au plus vite.

 

Dans l'attente du nouvel arrêté royal, je peux déjà vous rassurer quant à la protection des mineurs étant donné que l'interdiction de participer à des paris pour les moins de 21 ans est déjà inscrite comme telle dans la loi.

 

18.03  Aurore Tourneur (Les Engagés): Madame la ministre, merci pour ces précisions. Je suivrai l'avancement de ce dossier avec attention.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

19 Question de Aurore Tourneur à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le décès à la prison de Mons, la surpopulation carcérale et les mesures urgentes" (56013612C)

19 Vraag van Aurore Tourneur aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Het sterfgeval in de gevangenis van Bergen, de overbevolkte gevangenissen en de noodmaatregelen" (56013612C)

 

19.01  Aurore Tourneur (Les Engagés): Madame la ministre, un jeune homme de 27 ans est décédé le jeudi 20 février dernier dans sa cellule à la prison de Mons, quelques heures seulement après avoir quitté l’hôpital où il avait été conduit pour des douleurs importantes.

 

Le parquet de Mons a annoncé avoir ouvert une enquête. Le président du syndicat Sypol-EPI indique que, dans les conditions actuelles à la prison de Mons, ce qui s’est passé risque encore d’arriver dans un futur proche. Un autre représentant de ce syndicat rappelle qu’en raison de la surpopulation carcérale, tous les services, dont le service médical, sont débordés par les demandes.

 

Madame la ministre, l’année dernière, lors de notre visite à la prison de Mons, nous avons pu constater par nous-mêmes à quel point la situation est urgente. Les chiffres, vous les connaissez, parlent d’eux-mêmes. Pour une capacité de 11 098 places, plus de 13 600 personnes sont incarcérées, dont plus de 600 dorment à même le sol.

 

La loi d’urgence de juillet 2025 a constitué un premier pas que nous avons soutenu. Les chiffres restent néanmoins extrêmement préoccupants et des personnes décèdent dans ces conditions. Des réponses fortes s’imposent désormais et elles ne peuvent plus attendre.

 

Dès lors, madame la ministre, quelles mesures urgentes supplémentaires envisagez-vous aujourd’hui et comment entendez-vous dépasser les blocages persistants pour apporter des réponses concrètes et durables à une situation qui reste, sur le terrain, inacceptable?

 

19.02  Annelies Verlinden, ministre: Chère collègue, je souhaite avant tout exprimer mes condoléances à la suite du décès du jeune homme à la prison de Mons. Chaque décès survenant en détention est un événement particulièrement grave et marquant. Le parquet a ouvert une enquête et il est essentiel que celle-ci puisse se dérouler dans la sérénité afin que toutes les circonstances soient pleinement éclaircies.

 

En ce qui concerne le dossier plus large auquel vous faites référence, je peux indiquer qu’il fait actuellement l’objet de discussions au sein du gouvernement. Afin de ne pas compliquer ces échanges, je m’abstiendrai à ce stade de tout commentaire de fond sur les propositions concrètes actuellement examinées. Je peux toutefois vous confirmer que, depuis des mois déjà, je propose des solutions à la table du gouvernement. Un ensemble équilibré de mesures est en cours d’élaboration, avec pour objectif d’avoir à court terme un impact concret sur le nombre de personnes contraintes de dormir sur un matelas à même le sol, sans compromettre la sécurité ni la sécurité juridique.

 

Par ailleurs, des solutions structurelles sont également poursuivies, notamment l’augmentation de la capacité, le renforcement de la politique de retour ainsi qu’une meilleure prise en charge et un meilleur encadrement des personnes internées. Ces mesures sont nécessaires pour améliorer le fonctionnement du système pénitentiaire et pour garantir à nouveau des conditions de détention dignes et humaines.

 

19.03  Aurore Tourneur (Les Engagés): Merci, madame la ministre, pour ces éléments de réponse.

 

Je serai attentive à la concrétisation des mesures fortes dont vous parlez, car cette surpopulation est aussi insupportable pour les détenus que pour les membres du personnel qui doivent les encadrer et, humainement, ce n’est vraiment plus acceptable. Gageons que vous puissiez rapidement dégager des solutions.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

20 Question de Julien Ribaudo à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "La disponibilité des téléphones DECT à la prison de Haren" (56013617C)

20 Vraag van Julien Ribaudo aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Het kunnen beschikken over DECT-telefoons in de gevangenis van Haren" (56013617C)

 

20.01  Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Monsieur le président, je renvoie à ma question telle que déposée.

 

Madame la ministre, des informations nous ont été transmises concernant d’éventuelles difficultés d’ordre logistique liées à l’utilisation des téléphones DECT au sein de la prison de Haren, dispositifs requis pour le personnel et pour les intervenants des services externes afin d’assurer la communication et la sécurité au sein de l’établissement.

 

Ces informations feraient état de problèmes de disponibilité et de fonctionnement de ces appareils, ainsi que de procédures internes qui auraient été adaptées ces derniers mois sans que leurs effets ne soient clairement identifiables pour l’ensemble des utilisateurs concernés.

 

Dans ce contexte, madame la ministre:

 

- Pourriez-vous faire le point sur la situation actuelle des téléphones DECT à la prison de Haren?

 

- Des difficultés ont-elles été signalées à l’administration pénitentiaire ou au SPF Justice concernant l’accès à ces dispositifs par les agents ou les services externes?

 

- Une commande supplémentaire de DECT serait-elle envisagée et, si oui, quel calendrier est prévu pour le déblocage du budget et la mise à disposition effective des appareils?

 

- Des dispositions transitoires sont-elles prévues afin de garantir la sécurité des agents et la continuité du travail des services externes en attendant la livraison de nouveaux DECT?

 

20.02  Annelies Verlinden, ministre: Monsieur Ribaudo, en ce qui concerne la disponibilité des téléphones DECT à la prison de Haren, il ressort des informations communiquées par l'établissement qu'un certain nombre d'appareils ne sont actuellement plus disponibles, notamment à la suite de déplacements internes et d'anomalies constatées dans l'inventaire. L'établissement de Haren prépare actuellement un dossier en vue de soumettre auprès de l'Inspection des finances une demande de remplacement des appareils. Parallèlement, une procédure renforcée de gestion et de contrôle est en cours d'installation et celle-ci prévoit notamment un système de traçabilité formalisé incluant une signature lors de la réception des appareils afin d'identifier précisément les détenteurs et d'éviter toute nouvelle perte.

 

À ce stade, les difficultés signalées relèvent principalement de la gestion interne des appareils et ne remettent pas en cause le fonctionnement global du dispositif de sécurité.

 

Il convient enfin de préciser qu'en complément du système DECT équipé de boutons d'alarme, des boutons d'alarme fixes sont installés dans l'ensemble des locaux de l'établissement permettant de déclencher une alerte immédiate en cas de besoin. La sécurité du personnel et des intervenants externes demeure ainsi garantie.

 

20.03  Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Merci madame la ministre pour les informations que vous venez de nous communiquer.

 

Nous resterons particulièrement attentifs au suivi de ce dossier puisque les DECT constituent un outil essentiel pour permettre aux agents pénitentiaires de travailler dans des conditions de sécurité adéquates mais aussi aux services extérieurs à qui la direction impose à juste titre l'utilisation de ces DECT pour, justement, garantir leur sécurité. Cette exigence est parfaitement légitime mais, dans le cadre actuel, cette obligation devient en fait très problématique pour ces services extérieurs parce qu'il y a un manque de dispositifs disponibles qui les oblige à traverser et courir dans toute la prison à la recherche d'un DECT, de rentrer en concurrence entre services et très concrètement souvent ça conduit très régulièrement à des impossibilités de travailler.

 

Au-delà des agents pénitentiaires donc, les services extérieurs accomplissent un travail essentiel auprès des détenus et ils doivent pouvoir le faire dans des conditions dignes et de sécurité. Nous continuerons donc à suivre ce dossier.

 

Je vous remercie madame la ministre.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

21 Questions jointes de

- Claire Hugon Lecharlier à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "La situation alarmante concernant les suicides au sein des prisons belges" (56013619C)

- Claire Hugon Lecharlier à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "L'application du Guide pour une politique de prévention du suicide - DG EPI" (56013620C)

21 Samengevoegde vragen van

- Claire Hugon Lecharlier aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De alarmerende situatie op het vlak van suïcide in de Belgische gevangenissen" (56013619C)

- Claire Hugon Lecharlier aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De toepassing van de Leidraad suïcidepreventiebeleid DG EPI" (56013620C)

 

21.01  Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, un article du 28 janvier dernier indiquait qu’un détenu de la prison de Haren s’était pendu le 13 janvier dans sa cellule d’isolement. Il s’agissait d’un détenu en détention préventive qui avait été mis au cachot après avoir exprimé des idées suicidaires. Nous savons pourtant que le risque suicidaire est accru lorsque les personnes détenues sont placées en cellule d’isolement. Plus généralement, nous savons que les suicides en prison sont non seulement beaucoup plus répandus que dans la population extérieure, mais qu’en Belgique, ils dépassent les moyennes du Conseil de l’Europe.

 

Dès lors, madame la ministre, je souhaiterais vous demander quelques chiffres concernant les décès par suicide. Combien de personnes détenues sont décédées dans les prisons belges en 2024 et 2025, ainsi que depuis le début de l’année 2026? Combien de ces décès sont dus à des suicides? Disposez-vous d’un décompte par prison?

 

Comment s’effectue le décompte des morts et des suicides lorsqu’une personne est hospitalisée et décède à l’hôpital? Ces décès sont-ils pris en considération dans les statistiques ou en sont-ils exclus? Comment se déroule l’information aux proches lors du décès à l’hôpital d'une personne détenue? Qui est chargé de les prévenir? Que se passe-t-il si les membres de la famille ne peuvent pas être contactés? Par ailleurs, à la suite d’un décès, quelle analyse de la situation est-elle réalisée?

 

Des poursuites ont-elles déjà été engagées contre l’État ou contre du personnel pénitentiaire à la suite d’un suicide, dans l’hypothèse où des manquements aux procédures auraient été constatés?

 

Enfin, en juillet 2025, à la suite d’une communication du Conseil central de surveillance pénitentiaire (CCSP) et de l’Institut Fédéral des Droits Humains (IFDH) adressée au Comité des Ministres du Conseil de l’Europe au sujet du taux alarmant de suicides dans les prisons belges, l’État belge s’était engagé à présenter un plan d’action actualisé d’ici la fin de l’année. Où en est ce plan?

 

S’agissant de ma deuxième question, je renvoie à la question telle que déposée.

 

Madame la ministre, selon les derniers chiffres du Conseil de l'Europe, la Belgique affichait en 2023 un taux de suicides en prison de 11,6 pour 10 000 détenus, soit plus de 25 % au-dessus de la médiane européenne (7,3).

 

Afin de répondre à cette situation, un guide de prévention du suicide a été diffusé en 2023 par la DG-EPI, comprenant plusieurs recommandations. Je souhaiterais obtenir davantage d'informations concernant ce guide. Celui-ci demande au personnel pénitentiaire de signaler les risques suicidaires ainsi que les tentatives de suicide: est-il possible d’avoir un décompte de ces signalements par prison pour les années 2023, 2024 et 2025?

 

Sur l’accompagnement aux personnes témoins: le guide prévoit également des dispositions spécifiques pour les personnes détenues, proches ou témoins par un suicide ou une tentative de suicide. Comment celles-ci sont-elles effectivement mises en œuvre? L’administration dispose-t-elle de données chiffrées sur le sujet? Comment ce guide est-il mis en œuvre? Quelles sont les remontées du terrain? Le guide prévoit aussi que des debriefings aient lieu après chaque incident avec notamment une analyse de ce qui doit être amélioré. Quelles analyses ont pu être tirées depuis la mise en œuvre du guide? Quels pratiques/recommandations ont été adaptés sur la base des analyses ainsi réalisées ? Le guide de 2023 a-t-il vocation à être mis à jour à la lumière des retours d’expérience? Dans quelles mesures les recommandations listées par le guide ont été mises en œuvre dans l'ensemble des établissements pénitentiaires? Notamment la disposition de dépliants de Télé-Accueil et des ouvrages sur la prévention du suicide dans les bibliothèques, et d'un téléphone d'urgence permettant d'appeler le centre de prévention du suicide, parmi d'autres. Comment la DG-EPI s’assure-t-elle du respect de ces dispositions?

 

Enfin, la procédure de mise sous surveillance "S2" est fréquemment utilisée pour les personnes détenues présentant des risques suicidaires. Cette procédure est-elle la procédure officielle dans toutes les prisons belges? Est-elle basée sur des recherches scientifiques et analysée régulièrement afin de l’adapter si nécessaire? Combien de personnes ont été mises sous "S2" pour des risques suicidaires en 2024, 2025 et depuis le début de l’année dans les prisons belges?

 

Je vous remercie pour vos réponses.

 

21.02  Annelies Verlinden, ministre: Collègue Hugon, en 2023, 49 décès ont été enregistrés dans les prisons belges, dont 15 suicides. En 2024, 54 décès ont été recensés, dont 16 suicides.

 

Les chiffres relatifs aux suicides et aux décès sont accessibles au public via les rapports annuels publiés sur le site du SPF Justice. Ces rapports contiennent également une ventilation par établissement pénitentiaire. Les données pour 2025 ne sont pas encore validées et ne peuvent donc pas être communiquées à ce stade.

 

Tout décès d’une personne détenue inscrite au rôle de la prison est systématiquement enregistré et immédiatement signalé au parquet compétent. En principe, une autopsie est réalisée et le parquet décide des suites à réserver au dossier. Des investigations peuvent également être menées à la suite de signalements effectués par des proches ou des tiers concernant les circonstances du décès.

 

L’information des proches est organisée au niveau local, en principe par la direction de l’établissement, éventuellement avec l’appui du service psychosocial selon les circonstances.

 

Des efforts importants ont été réalisés ces dernières années dans le domaine de la prévention du suicide. Les services médicaux ont été renforcés, notamment par l’engagement de psychologues cliniciens et d’assistants sociaux. Chaque personne détenue nouvellement admise est reçue dans les 24 heures par le directeur de la prison ainsi que par un médecin. Tous deux procèdent à un screening du risque suicidaire. Lorsqu’un risque est identifié, un protocole spécifique est immédiatement activé.

 

S’agissant du Guide de prévention du suicide diffusé en 2023, celui-ci contient une série de recommandations qui n’ont pas de caractère contraignant. Chaque établissement pénitentiaire dispose d’une autonomie organisationnelle qui lui permet d’adapter les mesures à son contexte et à ses priorités. À ce stade, il n’existe pas de mécanisme centralisé de monitoring permettant d’évaluer de manière systématique la mise en œuvre de l’ensemble de ces recommandations.

 

Les lignes téléphoniques d’urgence sont actuellement accessibles dans les établissements situés en Région flamande. En Région wallonne, des concertations sont en cours avec Télé-Accueil afin de permettre un accès similaire. Par ailleurs, des affiches d’information relatives à la prévention du suicide et aux dispositifs d’aide sont placées à différents endroits au sein des établissements.

 

Enfin, la dénomination "S2" est propre à un établissement spécifique. L’appellation officielle est "placement sous surveillance spéciale". Cette mesure constitue l’un des dispositifs pouvant être mis en œuvre afin de réduire le risque de suicide lorsqu’une évaluation individualisée le justifie. À ce jour, il n’existe toutefois pas de recensement systématique et centralisé du nombre de placements sous surveillance spéciale.

 

21.03  Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Merci madame la ministre pour les informations complémentaires.

 

Selon les derniers chiffres du Conseil de l'Europe, la Belgique se situe à plus de 25 % au-dessus de la médiane européenne quant au taux de suicide dans les prisons. On ne peut que supposer que les difficiles conditions de détention – qui le seront de plus en plus à cause de la surpopulation – accroissent le risque et diminuent les possibilités de suivi et de réactions adéquates. Le personnel n'a sans doute pas la possibilité d’organiser un suivi proche et les services qui interviennent en prison rencontrent souvent des difficultés d’accès en cas de surpopulation.

 

J'ai bien noté les chiffres pour 2023 et 2024, vu qu'ils sont maintenant publiés. Je trouverais vraiment intéressant qu'un monitoring et une évaluation de la mise en œuvre du Guide de prévention qui circule depuis 2023 soient mis en place. Il est évident que nous devons faire tout ce que nous pouvons pour participer à la diminution de ce taux alarmant qui continue à prévaloir dans les prisons belges.

 

Je vous reviendrai plus précisément quant à ces questions de façon périodique.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

22 Samengevoegde vragen van

- Alexander Van Hoecke aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Beelden van seksueel kindermisbruik in de cel van kindermoordenaar Marc Dutroux" (56013627C)

- Aurore Tourneur aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De in de cel van Marc Dutroux aangetroffen beelden van kindermisbruik" (56013631C)

22 Questions jointes de

- Alexander Van Hoecke à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Des images pédopornographiques dans la cellule de l'assassin d'enfants Marc Dutroux" (56013627C)

- Aurore Tourneur à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "La découverte d’images pédopornographiques dans la cellule de Marc Dutroux" (56013631C)

 

22.01  Alexander Van Hoecke (VB): Mevrouw de minister, maandag kwam een compleet waanzinnig verhaal uit. In de cel van kindermoordenaar Marc Dutroux, in de gevangenis van Nijvel, is tijdens een inspectie een honderdtal beelden van seksueel kindermisbruik aangetroffen. Die feiten vonden volgens het weekblad Humo al plaats in 2024. De onderzoeksrechter zou Dutroux in staat van beschuldiging hebben gesteld wegens het bezit of de verspreiding van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen.

 

De raadkamer zou zich al een eerste keer over de zaak gebogen hebben. De raadkamer heeft experten aangesteld die de leeftijd van de personen op de beelden moeten bepalen.

 

Ik heb daarover een heel aantal vragen, mevrouw de minister.

 

Ten eerste, kunt u het relaas van de feiten zoals vermeld in Humo bevestigen? Ik heb begrepen dat het parket van Waals-Brabant dat ondertussen gedaan heeft.

 

Ten tweede, hoe verklaart u dat er in de cel van de meest beruchte kindermoordenaar en pedofiel die dit land ooit gekend heeft, beelden van seksueel kindermisbruik werden aangetroffen? Ik heb begrepen dat het om geprinte foto’s gaat. Hoe kan het dat die in de cel van Dutroux geraakten?

 

Ten derde, is dat al vaker gebeurd? Werden er in de afgelopen jaren al vaker beelden van seksueel kindermisbruik aangetroffen in de gevangenissen? Zo ja, beschikt u ter zake over cijfers? Wat wordt er gedaan om de verspreiding van dergelijke beelden in de gevangenissen tegen te gaan?

 

Tot slot, deze zomer zal Dutroux 30 jaar in de cel zitten. Het spreekt voor zich, of voor mij lijkt het alleszins zeer logisch, dat iemand als Dutroux nooit kan re-integreren in de samenleving, en dat zijn vrijlating absoluut onaanvaardbaar is. Op welke manier zult u, als minister van Justitie, erover waken dat Dutroux werkelijk nooit meer vrijkomt?

 

22.02  Aurore Tourneur (Les Engagés): Madame la ministre, lors d'une fouille menée en 2024 à la prison de Nivelles, des agents pénitentiaires ont découvert près de 200 photographies dans la cellule de Marc Dutroux, dont une centaine représentant des enfants nus.

 

Le parquet du Brabant wallon a confirmé lundi soir l'existence d'une instruction judiciaire en cours pour possession d'images à caractère sexuel impliquant des mineurs.

 

Au-delà de l'émotion qu'elles suscitent, ces révélations soulèvent des questions concrètes sur le fonctionnement de notre système pénitentiaire et sur le suivi de l'accompagnement des détenus condamnés pour des infractions sexuelles, notamment sur mineurs.

 

L'accord de gouvernement et votre note de politique générale affichent une ambition claire en matière de sécurisation des établissements pénitentiaires et de suivi de certains détenus à haut risque.

 

Madame la ministre, Marc Dutroux est présenté comme un détenu placé sous haute surveillance, totalement isolé de ses codétenus. Comment, dans ce contexte, des centaines de photographies ont-elles pu se retrouver dans sa cellule sans être détectées? Quelles mesures comptez-vous prendre pour assurer un meilleur contrôle de ce qui entre en prison et dans les cellules?

 

Quels accompagnement et suivi psychologique sont-ils prévus pour les détenus condamnés pour des infractions sexuelles, notamment sur mineurs? Ce suivi fait-il l'objet d'une évaluation régulière? Si oui, par qui?

 

Enfin, la presse évoque aussi l'existence de versements sur des comptes en prison via des correspondances extérieures. Sans viser un cas particulier, pouvez-vous rappeler quelles règles et quels contrôles existent aujourd'hui sur ces flux afin d'éviter qu'ils ne facilitent l'accès à des biens interdits? Par ailleurs, comment cela peut-il coexister avec une éventuelle impossibilité de dédommager les victimes de manière générale?

 

22.03  Annelies Verlinden, ministre: Chers collègues, les informations parues dans la presse depuis hier concernent un dossier mis à l'instruction par le parquet du Brabant wallon en date du 11 juillet 2024 pour détention d'images à caractère pédopornographique, en cause de Marc Dutroux incarcéré à la prison de Nivelles. Le dossier a été ouvert à partir d'informations reçues par la direction de ladite prison, indiquant que Marc Dutroux détenait un GSM et qu'il avait eu accès à des images à caractère pédopornographique. Une perquisition de sa cellule a été menée le 31 juillet 2024, sans qu'elle permette de confirmer la détention d'un GSM, mais les enquêteurs ont saisi quatre enveloppes contenant des images de femmes nues, dont certaines représentaient des jeunes filles mineures. À l'issue des différents devoirs, le dossier a été transmis au parquet le 8 janvier 2025.

 

Gelet op het lopende gerechtelijk onderzoek kan ik geen verdere details over de feiten delen. Net als het parket van Waals-Brabant betreur ik ten zeerste dat er fragmentarische informatie wordt verspreid die niet bijdraagt tot de voortgang van het onderzoek. Het openbaar ministerie is van mening dat een correcte en volledige communicatie vereist dat het onderzoek volledig is afgerond en de raadkamer beslist heeft of er voldoende tenlasteleggingen zijn voor verwijzing naar de correctionele rechtbank. In dit stadium zijn geen bijkomende specifieke maatregelen genomen naar aanleiding van de feiten.

 

En ce qui concerne les contrôles et la prévention de l'introduction de contenus illégaux, les dispositifs existants sont évalués en permanence et adaptés si nécessaire.

 

L'accompagnement des détenus condamnés pour des faits de mœurs fait partie des enquêtes spécifiques menées par le service psychosocial (SPS). Compte tenu de la pathologie constatée, un suivi doit être inclus dans le dossier soumis à la Direction de la gestion de la détention (DGD) et au tribunal de l'application des peines (TAP) lors d'une demande de modalités ou de permission de sortie. La décision d'accorder des modalités revient toujours au TAP.

 

Au niveau EPI (établissements pénitentiaires), les dossiers de mœurs sont pris en charge par du personnel spécialisé et ayant suivi des formations spécifiques organisées en interne par des experts externes et/ou par les centres d'appui compétents dans les trois communautés, installés via les accords de coopération conclus entre l'État fédéral, la Flandre, la Communauté française et Bruxelles. Un accord spécifique pour la Communauté germanophone est aussi en cours de préparation.

 

La comptabilité contrôle les demandes d'envoi de fonds et attire l'attention de la direction locale en cas de suspicion de malversation. La direction valide ou pas ces envois de fonds. Les mandats envoyés aux détenus font l'objet du même type de contrôle.

 

Actuellement, la prison ne peut pas obliger les détenus à indemniser les victimes avec l'argent dont ils disposent en prison. Seuls les TAP et les juges de l'application des peines (JAP) peuvent imposer l'indemnisation des parties civiles dans leurs conditions de libération.

 

22.04  Alexander Van Hoecke (VB): Mevrouw de minister, het blijft een hallucinant verhaal. De beruchtste kindermoordenaar en pedofiel die het land ooit heeft gekend, wordt betrapt op beelden van kinderporno in zijn cel. Men zegt altijd dat hij onder het strengste veiligheidsregime leeft dat er bestaat.

 

Als ik u goed heb begrepen, zegt u dat er geen bijkomende maatregelen zijn genomen. Wordt er dan niets gedaan met het feit dat hij op kinderporno in zijn cel werd betrapt? Worden er geen maatregelen genomen? Als er berichten zijn, en die zijn er volgens Humo, dat hij over een gsm zou hebben beschikt met daarop beelden van seksueel kindermisbruik, dan vind ik het logisch dat daaraan iets wordt gedaan en dat het veiligheidsregime nog wordt aangescherpt.

 

Het is geleden van 2024. Intussen zouden wij toch al moeten weten waar die beelden vandaan komen. Hoe komt Dutroux in godsnaam aan geprinte beelden van kinderporno in zijn cel? Zijn die bezorgd? Zijn die binnengesmokkeld? Op welke manier is hij daaraan geraakt? Dat een van de zwaarst bewaakte personen in het land, een pedofiel en kindermoordenaar, in zijn cel gewoon kinderporno kan bekijken, vind ik ronduit degoutant.

 

Het gaat bovendien verder dan de zaak-Dutroux. We hebben het daar al vaker over gehad. Onze cellen zijn zo lek als een zeef. Er worden gsm’s en drugs binnengesmokkeld en nu blijkbaar ook kinderporno. Ik vraag me af wat er in godsnaam nog moet gebeuren om het besef te laten doordringen dat dat een complete ramp is en dat er iets grondig mis is met de staat van beveiliging in onze gevangenissen. Ik weet echt niet wat er nog moet gebeuren vooraleer het besef doordringt dat onze gevangenissen zo lek als een zeef zijn en dat we met een enorm groot probleem zitten.

 

22.05  Aurore Tourneur (Les Engagés): Je vous remercie, madame la ministre.

 

Une démocratie ne se juge pas uniquement à la sévérité de ses lois, mais à la manière dont elle traite ceux et celles qui ont fauté. Être exemplaire en matière de détention et d’accompagnement, c’est protéger nos enfants en réduisant durablement la récidive, c’est protéger le personnel pénitentiaire en lui donnant un cadre sûr et cohérent, et c’est protéger la société tout entière en faisant véritablement de nos prisons un lieu de responsabilité et de reconstruction. Soyons donc attentifs à faire vivre cette démocratie exemplaire.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

23 Question de Claire Hugon Lecharlier à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "La prison flottante envisagée par le gouvernement" (56013628C)

23 Vraag van Claire Hugon Lecharlier aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Het plan van de regering voor een drijvende gevangenis" (56013628C)

 

23.01  Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, selon des informations parues récemment dans la presse, vous envisageriez l'installation, dès cet été, d'un centre pénitentiaire flottant, qui pourrait accueillir jusqu'à 300 détenus dans un port belge.

 

Les bateaux-prisons ont existé, notamment en France et au Royaume-Uni à la fin du XVIIIème siècle et au début du XIXème siècle, comme solution de relégation massive dans des conditions souvent indignes. Plus récemment, en 2023, on a vu le Royaume-Uni mettre en service une sorte de prison sur l'eau destinée à l'accueil des demandeurs d'asile. Ce projet avait suscité de grosses critiques quant aux conditions de vie et à son coût particulièrement élevé.

 

Au-delà de ces précédents, le fait que vous envisagiez une telle solution pose, évidemment, de nombreuses questions liées aux permis nécessaires, à la conformité aux normes de sécurité, au recrutement et aux conditions de travail du personnel qui serait engagé pour faire fonctionner ce centre flottant, à l'organisation des espaces extérieurs, aux visites des proches, à l'accès des avocats, à l'accès aux soins et aux services essentiels. Par ailleurs, on entend que des acteurs privés auraient manifesté leur intérêt pour un tel projet, ce qui, à nouveau, interroge sur le rôle du secteur privé dans l'exécution des peines.

 

Dès lors, mes questions sont les suivantes: quel serait le coût estimé de l'investissement initial (acquisition, aménagement, sécurisation, etc.)? Quel serait le coût annuel de fonctionnement d'un tel centre flottant? Comment comptez-vous garantir, dans un tel cadre, le respect des droits fondamentaux des personnes détenues? Comment réconciliez-vous l'idée d'un tel bateau-prison avec, notamment, les principes de normalisation et de protection juridique sur lesquels est fondé le droit pénitentiaire? Quel rôle exact serait confié à des partenaires privés? Quelle garantie de contrôle public serait prévue?  

 

23.02  Annelies Verlinden, ministre: Chère collègue, j'ai, comme vous, pris connaissance de ces articles parus dans la presse. J'examine activement avec mes services chaque piste susceptible de réduire la surpopulation carcérale et de lutter contre l'impunité. Dans ce contexte, l'idée d'une prison flottante est à nouveau étudiée. Il s'agit d'une méthode éprouvée notamment aux Pays-Bas. Notre pays y a déjà également eu recours de 2016 à 2017 pour répondre de manière temporaire à la crise migratoire, alors particulièrement aiguë. Fedasil exploite d'ailleurs encore aujourd'hui un ponton dans le port de Gand.

 

Cela dit, transformer une telle infrastructure en établissement pleinement opérationnel implique de remplir de nombreuses conditions préalables. Le personnel nécessaire doit pouvoir être recruté afin d'en assurer l'exploitation. La problématique du personnel constitue en effet un chantier majeur et particulièrement exigeant dans l'ensemble du pays. Un tel projet nécessiterait également la mise en place, sur un site adapté, des dispositifs de sécurité requis, aussi bien sur l'eau qu'à quai. Les travaux concernant les raccordements au réseau, les aspects logistiques, la sécurité et la prévention incendie ainsi que l'ensemble des équipements destinés au personnel, aux détenus et aux visiteurs devraient être réalisés. Des espaces de promenade sécurisés devraient par ailleurs être aménagés sur le ponton même ou sur un terrain adjacent. Au regard de tous ces éléments, il serait prématuré de se prononcer aujourd'hui sur la faisabilité d'un tel projet.

 

Ce qui importe, c'est le fait que j'ai demandé un examen approfondi de toutes les pistes envisageables, sans en écarter a priori aucune. Je tiens cependant à souligner que, le cas échéant, toute mesure prise en ce sens le serait dans le plein respect des droits fondamentaux des personnes détenues.

 

23.03  Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, je vous remercie de vos réponses.

 

J'espère de tout cœur que l'analyse parviendra à la conclusion que cette piste n'est pas envisageable, parce que je dois vous avouer que je ne parviens pas à imaginer comment elle pourrait se concilier avec le respect des droits fondamentaux. Un des principes de base de notre droit pénitentiaire est la normalisation, selon laquelle les conditions à l'intérieur des prisons doivent être aussi proches que possible de celles qui prévalent en dehors de celles-ci. Dès lors, je ne vois pas comment l'installation de détenus sur un bateau pourrait se conformer à ce principe.

 

Toutes les études montrent que la réponse à la surpopulation ne consiste pas à ouvrir plus de places, mais bien à décider de moins incarcérer. J'entends bien que vous examinez toutes les possibilités, puisque vous essayez de travailler avec l'Estonie et que vous avez réfléchi à des prisons flottantes. Franchement, je me demande si, la prochaine fois, vous n'allez pas proposer de mettre des détenus en orbite. Les solutions applicables existent. Le Conseil central de surveillance pénitentiaire les répète depuis des mois et des années. Ce sont celles-là qu'il convient d'envisager.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

24 Question de Claire Hugon Lecharlier à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Les astreintes liées à la surpopulation carcérale" (56013629C)

24 Vraag van Claire Hugon Lecharlier aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De dwangsommen in het kader van de overbevolking van de gevangenissen" (56013629C)

 

24.01  Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, la surpopulation carcérale, je ne vous l'apprends pas, atteint un niveau plus dramatique que jamais avec plusieurs centaines de détenus qui dorment sur des matelas par terre, avec 1 900 détenus qui sont entassés par trois dans des cellules de neuf mètres carrés. C'est l'espace prévu pour une cellule individuelle! Depuis des mois, votre gouvernement essaie, mais échoue, à dégager une solution crédible pour mettre fin à cette situation qui maintient les personnes détenues et le personnel pénitentiaire dans des conditions inacceptables.

 

Au-delà des enjeux fondamentaux liés aux droits humains, à la dignité des détenus, au-delà du bien-être des travailleuses et des travailleurs du milieu carcéral, au-delà aussi des questions de sécurité évidentes que cela pose – un directeur de prison exprimait encore il y a quelques jours l'impossibilité dans ces conditions de suivre correctement les détenus censés faire l'objet d'une surveillance renforcée en raison de leur dangerosité – au-delà de tout cela donc, la surpopulation carcérale représente aussi un coût considérable pour les finances de l'État. D'une part, les nouvelles prisons qui ont été construites en partenariat public-privé, en DBFM, prévoient des pénalités à payer en supplément aux consortiums privés lorsque l'occupation dépasse un certain taux et, d'autre part, des astreintes élevées sont infligées par la justice faute d'avoir pu ramener le nombre de détenus sous un certain seuil. Ainsi, à partir de ce dimanche 1er mars, l'État belge devra s'acquitter de 2 000 euros par jour et par détenu dépassant le seuil de 110 % d'occupation à la prison de Mons. La surpopulation à la prison de Mons n'est pas en baisse, elle est même en nette hausse par rapport à l'année passée lorsque la cour d'appel de Mons avait prononcé cet arrêt. La Libre Belgique avait calculé que ça reviendrait donc à 250 000 euros par jour, seulement pour la surpopulation à la prison de Mons.

 

Madame la ministre, quelle somme la Belgique a-t-elle payée en 2025 à cause de la surpopulation carcérale? Quelle part de cette somme concerne les pénalités pour les prisons DBFM, quelle part concerne les astreintes judiciaires et, dans les deux cas, quels sont les établissements concernés? À combien s'élèvent les projections pour ces mêmes coûts en 2026? Ces sommes grèvent-elles directement le budget de la justice, ou viennent-elles d'ailleurs dans le budget?  

 

24.02  Annelies Verlinden, ministre: S’agissant des prisons construites selon la formule DBFM, la Belgique a versé en 2025 un total de 370 741,33 euros (TVA comprise), en raison de la surpopulation carcérale.

 

À ce jour, trois décisions judiciaires ont condamné l’État belge pour ce motif. Concernant la prison de Mons, la cour d’appel de Mons a, par arrêt du 27 mars 2025, condamné l’État belge à des astreintes de 2 000 euros par jour et par détenu au-delà de 110 % de la capacité maximale, avec un plafond fixé à 50 millions d’euros. Ces astreintes prendront cours le 28 mars 2026.

 

Concernant les établissements bruxellois, la cour d’appel de Bruxelles a, par arrêt du 18 février 2025, condamné l’État belge à des astreintes de 2 000 euros par jour et par détenu au-delà de la capacité maximale, sans application d’un seuil de 110 %. Ces astreintes ont pris cours le 5 avril 2025 et, à ce jour, l’Ordre des barreaux francophones et germanophone de Belgique (OBFG) a réclamé 44 792 000 euros pour la prison de Haren. Il convient de préciser que ces astreintes concernent, à ce stade, les établissements pénitentiaires bruxellois, la prison de Saint-Gilles n’étant pas encore visée, bien qu’elle puisse l’être à l’avenir.

 

Concernant la prison de Lantin, la cour d’appel de Liège a, par arrêt du 12 décembre 2023, condamné l’État belge à des astreintes de 1 000 euros par jour et par détenu au-delà de 110 % de la capacité maximale, portées à 2 000 euros par jour et par détenu après 5 ans. Ces astreintes ont pris cours le 9 décembre 2022. À ce jour, l'OBFG a réclamé un montant de 117 994 845,64 euros.

 

Je précise que les montants réclamés jusqu’à présent par l'OBFG sont contestés devant les juges des saisies et que plusieurs procédures sont en cours.

 

Ces chiffres illustrent l’ampleur du défi auquel nous sommes confrontés et confirment l’urgence de trouver rapidement des solutions pour résorber la surpopulation carcérale.

 

Ce sont des préoccupations que j’adresse au gouvernement depuis des mois. Les discussions sur les solutions se poursuivent cette semaine au niveau gouvernemental. Je compte sur la coopération de toutes les parties concernées pour trouver rapidement des solutions permettant d’éviter ou, à tout le moins, limiter le paiement de ces astreintes. Quiconque refusera de coopérer assumera une part de responsabilité dans le paiement de ces astreintes obligatoires.  

 

24.03  Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Merci, madame la ministre, pour vos réponses.

 

Les montants que vous évoquez sont véritablement vertigineux. Je comprends de votre réponse que ce qui a effectivement été payé correspond aux pénalités DBFM, tandis que l’ensemble des sommes découlant des astreintes infligées par les arrêts est, à ce stade, contesté et n’a donc pas encore été acquitté. Mais les montants en jeu – 44 millions, 117 millions – sont évidemment tout à fait considérables. Cela nous rappelle l’urgence de trouver et de mettre en œuvre des solutions.

 

Je ne doute pas de votre bonne volonté. Cependant, cet après-midi encore, vous avez soumis au vote de la commission de la Justice un projet de loi qui rehausse de nombreuses peines, alors qu’il ne s’agit pas d’une demande émanant du terrain. Nous ne cessons de créer de nouvelles infractions.

 

Des solutions existent. Les idées ne manquent pas pour faire baisser efficacement et immédiatement la surpopulation carcérale. Ce qui fait défaut, c’est la volonté politique. Je constate une nouvelle fois que cette volonté manque, sinon à vous-même, en tout cas à votre gouvernement.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

25 Vraag van Alexander Van Hoecke aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Het gebrek aan speekseltesten" (56013630C)

25 Question de Alexander Van Hoecke à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "La pénurie de tests salivaires" (56013630C)

 

25.01  Alexander Van Hoecke (VB): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

Vroeger was het zo dat politiezones zelf speekseltesten om te controleren op drugs in het verkeer konden bestellen bij de fabrikant. Voortaan gebeurt dat via de FOD Justitie, maar daar heeft men een vertraging opgelopen en er doen zich problemen voor met de verdeelsleutel. Verschillende Oost-Vlaamse politiezones trekken daarom aan de alarmbel: hun voorraad is uitgeput en nieuwe exemplaren zijn nog niet in zicht. Nochtans trad er in 2023 een raamovereenkomst in werking die toelaat om tot en met 2027 jaarlijks 100.000 testen te bestellen.

 

Er wordt gewezen naar de verdeelsleutel die gehanteerd wordt door de FOD Justitie. Daarbij wordt gekeken naar het personeelskader, maar dat is niet altijd representatief voor het werkelijke gebruik van de speekseltesten.

 

Ook bij de financiering van de tests duiken problemen op. Die financiering gebeurde namelijk tot begin 2026 via het budget voor gerechtskosten, maar sinds 2026 is die financiering overgeheveld naar het Verkeersveiligheidsfonds. Die overheveling zou moeten zorgen voor en stabielere en voldoende financiering. Maar zolang de begroting niet definitief is goedgekeurd, werkt men met voorlopige twaalfden en kan slechts met een beperkt deel van het jaarbudget worden gewerkt. Vanaf maart zou een nieuwe dienst instaan voor de opvolging van de bestellingen.

 

Niet alleen de speekseltesten, maar ook de speekselanalyses zorgen voor problemen. Ook daar kampen verschillende politiezones met een voorraad die bijna uitgeput is. De FOD Justitie stelt daarover dat er voor 2026 nog geen raamcontract is voor de speekselanalyses, maar dat er volgens de berekeningen voldoende voorzien zijn.

 

Doet het tekort aan speekseltesten zich in het hele land voor of zijn het vooral de Oost-Vlaamse politiezones die met tekorten kampen? Waar zijn de tekorten het grootst? Tegen uiterlijk wanneer zullen de tekorten worden aangevuld?"

 

Staat er een aanpassing van de verdeelsleutel die gehanteerd wordt gepland? Indien ja, wat houdt die aanpassing precies in en wanneer zal ze doorgevoerd worden? Indien niet, waarom niet?

 

Is er een raamcontract in opmaak voor de aankoop van speekselanalyses? Wanneer kan dit verwacht worden?

 

25.02 Minister Annelies Verlinden: Collega, we hebben begrepen dat niet alle door de FOD Justitie bestelde speekseltesten konden worden geleverd aan de entiteiten van de geïntegreerde politie.

 

Voor het eerste semester van 2026 zullen eerstdaags 25.000 speekseltesten ter beschikking worden gesteld van de geïntegreerde politie. Voor de drie volgende trimesters van 2026 samen zullen nog eens 75.000 testen ter beschikking worden gesteld, zoals altijd in het verleden.

 

De nieuwe verdeelsleutel van de speekseltesten zal door Centrex Wegverkeer eerstdaags worden toegepast binnen de GPI. Die verdeelsleutel is gebaseerd op het aantal vaststellingen, onder meer bij verkeersongevallen en verkeersacties waarbij speekseltesten worden afgenomen, per entiteit van de GPI in het overeenstemmende semester van het jaar voordien.

 

Er is een nieuw lastenboek voor speekseltesten in opmaak. Het huidige raamcontract, dat loopt tot 2027, laat toe om jaarlijks 100.000 speekseltesten te bestellen. In de praktijk bestelde de politie 54.140 testen in 2024 en 52.420 in 2025. De beschikbare capaciteit binnen het raamcontract is op basis van de beschikbare gegevens dus voldoende om aan de noden van de politiediensten te voldoen.

 

Eind 2025 liep het vorige lastenboek voor speekselcollectoren af. Het nieuwe lastenboek voor de aankoop van collectoren werd op 23 oktober door de FOD Justitie gepubliceerd en de procedure loopt momenteel.

 

In het nieuwe lastenboek wordt gewerkt met een vork van 25.000 tot 35.000 speekselcollectoren per jaar. Die raming werd afgestemd met Centrex Wegverkeer en zal volstaan om aan de noden op het terrein te voldoen.

 

Om eventuele tekorten op het terrein in afwachting van de gunning van de nieuwe speekselcollectoren te vermijden, heeft de FOD Justitie nog 1.775 stuks aangekocht en een voorraad aangelegd. Die worden vanaf maart verdeeld naar de politiezones.

 

25.03  Alexander Van Hoecke (VB): Dank u wel voor uw antwoord, mevrouw de minister.

 

Als ik het goed begrijp, is de verdeelsleutel aangepast en gebaseerd op het aantal vaststellingen. Dat lijkt mij zeer goed. Het is natuurlijk heel belangrijk dat we, als we de strijd tegen drugs in het verkeer ernstig willen nemen, ook kunnen testen. We blijven dat verder opvolgen en ik reken erop dat er alles aan wordt gedaan om die problemen van de baan te krijgen. Dank u wel.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

26 Question de Julien Ribaudo à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Les perquisitions à la suite des événements du 18 septembre 2025 à Liège" (56013632C)

26 Vraag van Julien Ribaudo aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De huiszoekingen naar aanleiding van de gebeurtenissen van 18 september 2025 in Luik" (56013632C)

 

26.01  Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Madame la ministre, nous avons appris que plusieurs personnes ont été perquisitionnées et interpellées à Liège à l'aube du 9 février 2026 dans le cadre de l'enquête sur les événements du 18 septembre 2025, place du 20 Août. Ces opérations ont concerné des manifestants pour des faits liés à la participation à un rassemblement politique.

 

On nous rapporte que certaines saisies se seraient faites sans mandat et que des inculpations pour association de malfaiteurs ont été prononcées, avec une détention à la prison de Lantin pour une personne et des mesures restrictives pour d'autres.

 

Dans ce cadre, madame la ministre, pouvez-vous nous préciser les critères et la proportionnalité qui justifient ces perquisitions? Comment s'inscrivent-elles dans le respect du droit de manifester et de se rassembler?

 

Quel mandat judiciaire a été délivré pour chacune des perquisitions et des saisies effectuées? Quelle est la justification juridique du recours à la qualification d'association de malfaiteurs dans ce contexte? Comment le ministère veille-t-il à la proportionnalité de la réponse pénale au regard des faits reprochés?

 

Quels mécanismes de contrôle et quels garde-fous existent pour éviter que des outils pénaux lourds, tels que les perquisitions à l'aube, les détentions préventives ou la qualification d'association de malfaiteurs, ne produisent un effet dissuasif ou intimidant à l'encontre de mobilisations sociales et politiques?

 

26.02  Annelies Verlinden, ministre: Collègue Ribaudo, comme vous le savez, je ne peux formuler aucun commentaire sur des enquêtes pénales en cours qui sont couvertes par le secret de l'instruction. Je ne peux donc pas me prononcer sur ce dossier concret.

 

Je souhaite vous rappeler de manière générale que toute perquisition ou saisie effectuée dans le cadre d'une instruction judiciaire doit reposer sur une base légale et respecter les principes de nécessité et de proportionnalité, que les qualifications pénales, dont celle d'association de malfaiteurs, sont appréciées par le ministère public et, le cas échéant, par le juge d'instruction en fonction des éléments concrets du dossier, que les mesures privatives ou restrictives de liberté sont décidées par l'autorité judiciaire compétente sous le contrôle des juridictions d'instruction et que l'ensemble de ces actes est soumis à des mécanismes de contrôle juridictionnels destinés à garantir le respect des droits fondamentaux, y compris la liberté de réunion et de manifestation.

 

26.03  Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse.

 

Je prends acte du fait que vous vous retranchez derrière le caractère en cours de la procédure, ce qui est normal. Mais, précisément, nos questions ne portaient pas vraiment sur la légalité formelle d'un dossier. Elles portaient sur le choix des moyens, leur proportion et le signal politique qu'ils envoient à la société.

 

Il faut être clair dès le départ, nous n'acceptons pas que des personnes soient violentées parce qu'elles souhaitent assister à un événement politique. La violence n'est jamais une réponse politique acceptable, et cela vaut aussi lorsque des membres du MR sont concernés. Ce point est fondamental.

 

Ce qu'on a vu à Liège, par contre, dépasse largement cette question. À l'aube, des portes s'ouvrent sous la contrainte, des domiciles sont perquisitionnés, du matériel est saisi, une personne est placée en détention préventive, d'autres se voient imposer des conditions lourdes, comme un couvre-feu, tout cela au nom de faits liés à un rassemblement politique où il est question de blocage, de bousculades et de jets de fruits pourris. Et c'est là que quelque chose ne va plus. Ce déploiement spectaculaire de moyens pose une question très simple que beaucoup de citoyens se posent aujourd'hui. Contre qui l'État choisit-il d'être fort – car on ne voit pratiquement jamais ces méthodes?

 

Lorsqu'il s'agit de lutter contre la grande fraude fiscale, contre l'évasion fiscale organisée, contre des dirigeants qui ferment des usines, détruisent des emplois et s'enrichissent encore davantage, là, soudainement, l'urgence disparaît. Et ce n'est pas un hasard si ça arrive maintenant. Sur le plan démocratique, quelque chose est en train de se jouer. De plus en plus de personnes se mobilisent pour refuser la banalisation de l'extrême droite, une banalisation qui est nourrie par des discours, des provocations répétées, notamment de la part du président du MR, Georges-Louis Bouchez.

 

Voici quelques jours, il parlait de l'extrême droite comme d'un péril imaginaire, alors que la plus grande part de la violence politique vient de l'extrême droite, de ses réseaux, de ses idées, de ses passages à l'acte. Les services de sécurité eux-mêmes le constatent dans leurs rapports.

 

Pourtant, ce n'est pas contre ces idées-là que l'arsenal judiciaire est mobilisé prioritairement. C'est sur celles et ceux qui résistent, qui manifestent, qui contestent le vol des pensions, les attaques antisociales, les politiques qui frappent les plus précarisés et, donc, sur celles et ceux qui s'opposent à ces politiques que s'exerce une pression disproportionnée. Ce que nous avons vu à Liège constitue le signal inquiétant d'une réponse de plus en plus répressive à mesure que la mobilisation sociale croît. Nous refusons cette trajectoire qui, nous le disons clairement, ne fera ni reculer ni taire le mouvement social. Défendre les libertés démocratiques aujourd'hui consiste à refuser que la justice serve à intimider celles et ceux qui contestent un projet de société injuste.

 

Le président: Merci, monsieur Ribaudo. Je suis toujours très souple quant au temps de parole. Cependant, l'expérience des séances plénières me donne envie d'imiter le vrai président et de vous couper promptement.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

27 Vraag van Sam Van Rooy aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De teruggekeerde Syrië-jihadiste Fatima C." (56013460C)

27 Question de Sam Van Rooy à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le retour de la djihadiste syrienne Fatima C." (56013460C)

 

27.01  Sam Van Rooy (VB): Mevrouw de minister, ik kon mijn ogen niet geloven toen ik las dat de jihadiste Fatima C., 31 jaar, onlangs werd gearresteerd in België, nadat ze vanuit Turkije was teruggekeerd met het vliegtuig. De omstandigheden waarin ze afgelopen weekend terugkeerde naar België zijn onduidelijk, zo luidt het. Ze moet nu haar celstraf van vijf jaar uitzitten. Ze heeft echter al verzet aangetekend, wat betekent dat het proces opnieuw gevoerd moet worden. Dit is een casus die misschien wel tekenend is voor het beleid in dit land. Dus heb ik voor u de volgende vragen.

 

Hoe kan het toch dat zulke levensgevaarlijke jihadisten kunnen terugkeren naar België, minister?

 

Vindt u het normaal dat onze gevangenissen en onze rechtsstaat, die – dat hoef ik u niet te vertellen – al zwaar overbelast zijn, extra worden belast met terugkerende Syrië-jihadisten?

 

Hoe wordt voorkomen dat zulke jihadisten onze gevangenissen islamiseren? Ik heb u daar al een aantal keren vragen over gesteld.

 

Hoe worden zulke jihadisten opgevolgd als ze vrijkomen, wat in dit geval al over bijna vijf jaar zal zijn?

 

27.02 Minister Annelies Verlinden: Zoals ik vandaag al heb gezegd, is mijn benadering van een eventuele terugkeer van FTF’s naar België duidelijk. Door de omstandigheden daar is de situatie op het terrein bijzonder volatiel geworden. Onze veiligheidsdiensten verzamelen informatie en wisselen die met elkaar uit om een zicht te houden op de situatie ter plaatse. Fatima C. was het voorwerp van een Europees aanhoudingsbevel dat door België werd uitgevaardigd. Het ging in dit geval om een uitzetting door Turkije. Radicalisering tijdens detentie is inderdaad een risico. In België bestaat daarom een systeem om dat tegen te gaan. Het toezicht op terreurverdachten en geradicaliseerde gevangenen werd volledig geïntegreerd in het nationale mechanisme van de Strategie T.E.R.

 

Binnen het gevangeniswezen werd op het gebied van veiligheid een speciaal team opgericht. Terroristen en geradicaliseerde gedetineerden zijn verspreid over verschillende penitentiaire inrichtingen. Voor sommigen geldt een veiligheidsregime dat hun contacten beperkt. CelEx en de externe veiligheidsdiensten volgen ook de anderen op. CelEx zorgt er op die manier voor dat netwerken zich niet hervormen binnen detentie. Ook contacten daarbuiten, zoals met bezoekers, worden opgevolgd. Contacten binnen detentie en met externe bezoekers worden systematisch geverifieerd en opgevolgd, net als gedrag en uitspraken, die door het gevangeniswezen systematisch worden gerapporteerd.

 

De operationele werkgroep gevangenissen, voorgezeten door de Veiligheid van de Staat, bespreekt alle personen die in de GGB zijn opgenomen zolang ze in de gevangenis verblijven. Tijdens die bijeenkomsten wordt alle nieuwe relevante informatie over hun verblijf, gedrag, mogelijke radicalisering, mentale toestand en dergelijke besproken. Het verslag van die bijeenkomsten wordt gedeeld met de actoren van de Strategie T.E.R. op lokaal niveau om lokale partners te betrekken bij de opvolging, met name bij vrijlatingen of in de aanloop naar hun vrijlating uit de gevangenis. We doen wat we kunnen om de veiligheid te verzekeren en de risico’s te beperken.

 

27.03  Sam Van Rooy (VB): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord, maar ik vind dit te gek voor woorden.

 

Onze gevangenissen zitten overvol door een gigantisch aantal illegalen en buitenlandse criminelen, terroristen en jihadisten. Onze gevangenissen zijn steeds meer een broeihaard van islamitische radicalisering en islamisering, maar toch slaagt een Syriëjihadist – Fatima – erin om naar ons land te reizen. Deze moslimterroriste zal ons gevangeniswezen, ons politieapparaat en onze rechtsstaat alleen maar extra belasten en dit zal de belastingbetaler alleen maar geld kosten.

 

Ik moet dus helaas weer maar eens concluderen dat België de islamitische jihad blijft importeren, met alle gevolgen van dien.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Le président: La séance de questions est terminée. Je remercie encore une fois les services, madame la ministre et ses équipes, ainsi que les collègues encore présents. Bonne fin de journée!

 

La réunion publique de commission est levée à 18 h 54.

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.54 uur.