|
Commissie
voor Financiën en Begroting |
Commission des Finances et du Budget |
|
van Dinsdag 16 december 2025 Namiddag ______ |
du Mardi 16 décembre 2025 Après-midi ______ |
De openbare commissievergadering wordt geopend om 15.01 uur en voorgezeten door de heer Steven Vandeput.
La réunion publique de commission est ouverte à 15 h 01 et présidée par M. Steven Vandeput.
01.01 Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Mijnheer de minister, vooreerst, de term meerwaardemiskleun komt niet van mij, maar werd uitgevonden door de u wellicht bekende professor Delanote. Hij noemt de meerwaardebelasting op X inderdaad een totale miskleun die volgens hem blijk geeft van een totaal gebrek aan respect voor belastingbetalers en financiële instellingen, die de klus maar moeten klaren. Laten we dus voortaan de meerwaardebelasting, die sommigen de Jambontaks noemen, maar betitelen als de meerwaardemiskleun, de M&M.
Waarom wordt de taks zo genoemd? Het is uniek in de Belgische geschiedenis dat een taks zal worden ingevoerd zonder dat daarover een wet is gestemd in het Parlement. In de Verenigde Staten is ooit gestreden voor de onafhankelijkheid van Engeland onder de slogan No taxation without representation. Welnu, de arizonaregering treedt hier een van de basisprincipes van een liberale democratie met voeten.
Collega's, dat doet enorm veel vragen rijzen en creëert ook chaos. Ik heb de papieren versie van de krant De Tijd van vorig weekend meegebracht. Het was een interessante editie. Isabel Albers, die toch nu niet zo negatief is over de regering, titelt het nu zeer mooi: "Chaos door valreeppolitiek." Ik lees: "Bij de praktische uitvoering van haar beleid loopt het bij de regering-De Wever grondig mis. Zoek het maar uit, burgers en bedrijven." Ze heeft het over tal van miskleunen, zoals uiteraard de fameuze belastingverhoging van 15 naar 18 % voor kleine vennootschappen, kwestie waar de eerste minister niet op wil reageren. Ze heeft het natuurlijk over de centenindex, die helemaal niet is afgerond. Ik wil het niet meer met u hebben over het btw-moeras. Ik weet niet of u dat een beetje volgt, mijnheer de minister. De pizza die u vers meeneemt 12 %, de diepvriespizza 6 %. Het is chaos troef.
Ik wil het vandaag hebben over de meerwaardentaks. Daar zijn heel veel vragen over. Gelukkig, zou ik zeggen, is er De Tijd. Die heeft vorige week een marktenchat georganiseerd waar journalisten maar liefst 600 vragen van lezers hebben beantwoord. Dat zijn er meer dan hier in het Parlement. We wachten immers nog op antwoorden op 200 vragen voor u. Mevrouw Albers spreekt over paniekverkoop bij goud. Dat staat trouwens ook op de voorpagina van de krant: Beleggers verkopen goud uit angst voor de meerwaardentaks. Goed bezig, Arizona. Er kwamen 600 vragen, waarop de journalisten gelukkig heel veel antwoorden hebben gegeven. Mijnheer de minister, misschien kunt u die journalisten inhuren op uw kabinet, want ik denk dat de mensen meer antwoorden krijgen in de krant dan hier in het Parlement.
Toch zijn vier vragen onbeantwoord gebleven. Ik zou die vier vragen aan u willen stellen.
Ten eerste, vormt de terugbetaling van een obligatie op de vervaldag een belastbaar meerwaardemoment? Dat is een zeer eenvoudige vraag. Sommige fiscalisten menen van niet, omdat de obligatie afloopt. Het gaat dus niet om de realisatie van een meerwaarde en valt niet onder een transactie. Ik vraag dus een duidelijk antwoord, mijnheer de minister, op de vraag of het gaat om meerwaarde of niet.
De tweede vraag betreft speculatie versus normaal beheer. Met uw initieel ontwerp wilde u speculatie afschaffen en een meerwaardebelasting van 10 % opleggen bij normaal beheer. Onder druk van Vooruit blijft het onderscheid behouden en dat leidt tot veel vragen. Welke concrete, objectieve criteria worden gehanteerd, mijnheer de minister, om iemand als speculant te beschouwen en dus een tarief van 33 % toe te passen? Bestaan er drempels, zoals een bepaald aantal transacties of een percentage van het vermogen? Wie beslist daarover, de bank of de fiscus? Wordt daarover vooraf rechtszekerheid gecreëerd via een circulaire of eventueel een ruling?
De derde vraag heeft betrekking op de keuzedividenden. Zijn aandelen verkregen via een keuzedividend volledig nieuw voor de meerwaardebelasting en hoe wordt de aankoopprijs bepaald? Journalisten geven toe dat daarover niets in het wetsontwerp staat.
De laatste vraag, mijnheer de minister, gaat over goud. Zoals ik heb gezegd, wordt goud nu in paniek verkocht wegens de meerwaardetaks. Een lezer schreef dat hij fysiek goud heeft gekocht tussen 1980 en 1985. Zijn vraag is hoe de taks wordt toegepast bij verkoop. Het antwoord van de journalisten luidt dat men uitgaat van de referentiedatum 31 december 2025 en dat enkel de meerwaarde die vanaf die datum wordt gerealiseerd, belast zal worden. Mijnheer de minister, kunt u hic et nunc bevestigen dat de referentie 31 december 2025 is en blijft indien iemand in 2028 verkoopt en geen aankoopbewijs heeft? Met andere woorden, kan de fiscus verder teruggaan in de tijd, als het aankoopbewijs ontbreekt?
Een daarmee samenhangende vraag is of er een officiële waarderingsbron voor edelmetaal bestaat. De Nationale Bank van België (NBB) bepaalt dagelijks de waarde van één kilo goud, maar er is geen officiële prijslijst voor gouden munten. Hoe wordt dat probleem opgelost?
Ik kom, ten slotte, tot het belangrijkste
knelpunt, namelijk de totale onzekerheid. Immers, de meerwaardetaks wordt
ingevoerd terwijl die nog niet is goedgekeurd.
U hebt daarvoor een handigheidje gevonden. Tussen 1 januari en de datum van inwerkingtreding geldt de opt-out als standaard. Dat betekent dat de belegger op dat moment zelf de meerwaarde aan de fiscus moet aangeven, tenzij hij aan de bank zegt dat die dat voor hem moet doet. Het probleem is dat als de bank die roerende voorheffing moet inhouden terwijl er nog geen belastbare basis is, ze dat niet kan doen. De regering heeft daarom beslist een equivalent van de roerende voorheffing te vragen.
Mijnheer de minister, stel dat de bank zegt dat zij dat niet kan of wil doen, dat de belegger het zelf moet aangeven. Dan is het gevolg dat men zijn anonimiteit kwijt is. Stel dat iemand een rekening heeft samen met familie, zussen, broers of kinderen en er is onenigheid en men zegt dat men niet wilt dat de bank het aangeeft, dat men dat zelf wil doen. De standaard is dat als er geen eensgezindheid is, de persoon het zelf moet aangeven. Met andere woorden, de anonimiteit is dan weg. Dat is het fundamentele probleem, de anonimiteit is weg in de overgangsperiode, terwijl u die net verzekerd had. Bovendien dreigt discriminatie. Als sommige banken de aangifte wel uitvoeren en andere niet, dan zullen belastingplichtigen op een verschillende manier worden behandeld in dezelfde situatie en dat is discriminatie.
De banken vertellen mij dat zij overstelpt worden met vragen en dus niet alleen de fantastische krant De Tijd, en de banken zijn de pineut, want zij kunnen niet antwoorden, want er zijn geen teksten. Dat is kafkaiaans. Komt er een callcenter bij de fiscus voor al die vragen met betrekking tot de meerwaardetaks? Of moeten de mensen eerst een abonnement nemen op De Tijd om antwoorden te krijgen? Dat is niet slecht voor De Tijd, maar ik denk dat de overheid ook een verantwoordelijkheid heeft.
Mijnheer de minister, ik heb een vermoeden wat u zult antwoorden. U zult zeggen dat we dat wel zullen bekijken bij de bespreking van de wettekst, dat het gaat over de modaliteiten. Die bespreking vindt pas plaats na 1 januari, terwijl mensen antwoorden willen vanaf 1 januari.
Wat u nu doet, schendt elk vertrouwensprincipe. Het is chaos. Ik geef u een tip, doe wat u oorspronkelijk zelf voorstelde en voer de meerwaardetaks in vanaf het moment dat die hier goedgekeurd is. Doe wat alle experts zeggen. Als u dat doet, als u de belasting inderdaad pas laat ingaan na de stemming hier, hebt u rechtszekerheid, want dan zijn alle modaliteiten effectief bekend. Dan is alles uitgeklaard, in de boeiende discussie, die ongetwijfeld zal volgen.
Ten tweede respecteert u dan het vertrouwensbeginsel, dat bijzonder belangrijk is voor de fiscaliteit. Dat beginsel is cruciaal. Ten derde zult u zeggen dat dit opbrengsten doet mislopen. Collega’s, het gaat over de meerwaarde die wordt gerealiseerd vanaf 31 december tot pakweg 1 maart of 1 april. Dat is peanuts in vergelijking met de meerwaarde die daarna zal worden gerealiseerd. U hebt de btw-aanpassing uitgesteld tot 1 maart. Doe dit ook met de meerwaardetaks.
Ik vrees echter dat u dit niet kunt. De reden daarvoor is dat Vooruit in dit dossier heer en meester is. Ze hebben gezegd dat het zo zal moeten zijn en u hebt zich daarnaar moeten plooien, opnieuw ten voordele van de Vlaamse socialisten en hun symbool.
Mijnheer de minister, ik kijk uit naar de antwoorden op mijn precieze vragen. Vooral alle beleggers kijken daarnaar uit.
01.02 Minister Jan Jambon: Mijnheer de voorzitter, bij interpellaties is het gebruikelijk dat de vragen vooraf worden bezorgd, zeker wanneer het om zeer precieze vragen gaat in een complexe materie. Ik wil absoluut vermijden dat ik het risico loop foutieve informatie te verstrekken.
Mijnheer Van Quickenborne, de invoering van de meerwaardebelasting is zowel conceptueel als inhoudelijk een ingrijpende fiscale wijziging. U bent vertrouwd met de gang van zaken. Na de goedkeuring in de ministerraad werden de ontwerpteksten gisteren ter ondertekening aan de Koning bezorgd. Die teksten zijn eveneens overgemaakt aan het wetgevend secretariaat. Na de goedkeuring van de drukproef en na de indiening van de officiële documenten zullen de teksten tegen het einde van deze week beschikbaar zijn op de website van de Kamer. U zult het wetsontwerp dus binnenkort kunnen raadplegen. Dat ontwerp zullen we uitgebreid bespreken in deze commissie, waarvoor ruimschoots de gelegenheid zal bestaan.
Concreet gaat het om een bedrag dat equivalent is aan de roerende voorheffing. Ik wil reeds benadrukken dat nergens in de tekst een verplichting wordt opgelegd aan de banken om vóór de publicatie van de wet enige voorheffing te heffen. Eenmaal de wet in werking is getreden, kan de belastingplichtige zijn of haar bank vragen om het equivalent bedrag voor dit inkomstenjaar te storten. Het gaat niet om een verplichting voor de banken en er zijn geen sancties voorzien.
Alle details over de berekeningsmethoden en de andere aspecten van de meerwaardebelasting zullen binnenkort in de commissie voor Financiën worden besproken. Het is wel al duidelijk dat beursgenoteerde vennootschappen de slotkoers van 31 december 2025 moeten gebruiken als referentie. Niet-beursgenoteerde vennootschappen kunnen kiezen uit de hoogste van de volgende waarden: ofwel de waarde bij een overdracht onder bezwarende titel van de aandelen tussen volstrekt onafhankelijke partijen, ofwel de waarde naar aanleiding van de oprichting van de vennootschap of van de laatste kapitaalverhoging die plaatsvond tussen 1 januari 2025 en 31 december 2025. Daarnaast kan ook worden gekozen voor de waarde die het resultaat is van de toepassing van een waarderingsformule die is vastgelegd in een contract of in een contractueel aanbod van een verkoopoptie met betrekking tot de aandelen, dat in werking is op 1 januari 2026, ofwel de waarde van het eigen vermogen verhoogd met viermaal de EBITDA van het laatst afgesloten boekjaar voor 1 januari 2026.
Daarnaast kan een waardering worden uitgevoerd door een bedrijfsrevisor of een gecertificeerde accountant, waarbij geen van beide de gebruikelijke beroepsbeoefenaar mag zijn. Hij of zij zal dan een of meer waarderingsmethodes gebruiken om tot een zo accuraat mogelijke waardering op maat van de vennootschap te komen. Bovendien krijgt men meer tijd, tot en met 31 december 2027.
Er zal geen callcenter worden ingericht bij de FOD Financiën, maar de administratie zal zo snel mogelijk een lijst met veelgestelde vragen publiceren, bestaande uit 600 vragen, die alle mogelijke vragen en onduidelijkheden zal behandelen. Ik betreur dat de wet niet in 2025 kan worden goedgekeurd. Ik hoop evenwel op een constructieve samenwerking met de leden van deze commissie, zodat via het parlementaire debat bij de bespreking van het wetsontwerp duidelijke antwoorden kunnen worden gegeven op de nog openstaande vragen.
Mijnheer Van Quickenborne, als het u echt om de inhoud te doen is, ben ik bereid de antwoorden op uw precieze vragen later alsnog aan het verslag van de vergadering toe te voegen. Ik ben echter voorzichtig met het onmiddellijk beantwoorden van die vragen, om eventuele onvolkomenheden te vermijden.
01.03 Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Mijnheer de minister, bedankt voor uw voorstel om het op een andere manier op te lossen. Ik vind dat interessant, mijnheer de voorzitter, want ik heb inderdaad heel precieze vragen gesteld die nog niet beantwoord zijn. Ik begrijp dat u niet onmiddellijk kunt antwoorden, mijnheer de minister, maar ik wil wel de gelegenheid hebben om iets te zeggen over de antwoorden zodra ze beschikbaar zijn. Als u de antwoorden in het verslag laat opnemen, stel ik voor dat u ons de kans geeft om daarover nog een mondelinge vraag te stellen in de loop van de komende dagen, voor 1 januari, want u zegt zelf …
01.04 Minister Jan Jambon: U hebt een mondelinge vraag gesteld en ik zal ze beantwoorden in het verslag van de vergadering.
Dat is weer typisch. Mijnheer de voorzitter, ik doe een constructief voorstel en dat wordt onmiddellijk aangegrepen om iets anders mee te doen, dus mijn voorstel vervalt, mijnheer de voorzitter.
01.05 Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Mijn tijd loopt. Kunt u de klok terugzetten, mijnheer de voorzitter?
De voorzitter: We zullen er 15 seconden aftrekken.
01.06 Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Nee, het zijn er 30 ondertussen.
De voorzitter: Kom, 25 dan.
01.07 Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, ik vind het een interessant voorstel, maar u begrijpt dat ik, indien nodig, nog vragen moet kunnen stellen. Zo verloopt toch een debat, mijnheer de minister.
Ik noteer dus dat u bereid bent uw antwoorden op de precieze vragen toe te voegen aan het verslag. Ik hoop dat we in de loop van de komende uren nog de kans krijgen om mondelinge vragen te stellen, want sinds 1 oktober hebben we die mogelijkheid niet meer gehad. De voorzitter van de Kamer zal er bij u op aandringen om morgen en/of overmorgen, parallel met de plenaire zitting, nog mondelinge vragen te beantwoorden.
Mijnheer de minister, u begrijpt dat mensen met veel vragen zitten. U zegt dat het wetsontwerp tegen het einde van deze week aan de Kamer zal worden bezorgd. Dat klopt, dat hebt u zonet bevestigd, waarvoor dank. Het probleem is evenwel dat het Parlement tussen het einde van deze week en 1 januari niet meer zal vergaderen. U kent mij intussen, ik ben iemand die teksten grondig analyseert en uitpluist. Ik zou u daarom zeer concreet willen vragen wat u precies bedoelt, zodat de vele betrokkenen op 1 januari weten hoe zij zich moeten gedragen. U zegt terecht dat men de banken niet vraagt om de roerende voorheffing te innen. Dat klopt. Het gaat om een equivalent bedrag, een spitstechnologie à la Dehaene die op zich verdedigbaar is. Een bank kan echter weigeren om daaraan mee te werken, mijnheer de minister. In dat geval is men verplicht om aangifte te doen, waardoor de anonimiteit verdwijnt. Dat is een fundamenteel probleem. Dat is een eerste punt dat ik in mijn repliek wil maken.
Een tweede punt betreft een analyse van de heer Gert Bakelants, hoofd aandelenstrategie bij De Belegger, een scherpzinnig analist die zijn standpunten bijzonder helder formuleert. Hij is onnavolgbaar. In zijn nieuwjaarsbrief, verschenen in De Tijd – Mijn Geld – Sparen en Beleggen, opent hij met een citaat van Milton Friedman. Milton Friedman heeft ooit gesteld dat mensen goed moeten beseffen dat alles wat de overheid uitgeeft, toekomstige belastingen zijn. Men betaalt die ofwel rechtstreeks, ofwel via inflatie en/of via hogere schulden. Dat is volkomen juist. Ik weet dat u een fan bent van Friedman, met uitzondering van de pakjestaks, en dat siert u.
Het probleem is echter dat we met de nieuwe meerwaardetaks, aldus de heer Bakelants, intussen werkelijk elke denkbare belasting op aandelen hebben verzameld. Hij verwijst daarbij naar alle bestaande taksen. Wat hij bovendien scherp opmerkt, is dat door die meerwaardetaks, gezien het huidige gedrag van mensen die bijvoorbeeld goud bezitten, een inkomstenbron dreigt op te drogen. Wanneer bij elke verkoop een flink deel naar de Staat gaat, zal een belegger immers aarzelen om te verkopen. Dat werkt moordend voor de markt, mijnheer de minister. Er komen steeds minder kopers naar de beurs, de interesse van bedrijven neemt af en de beurs wordt als het ware drooggelegd.
Er bestaat nochtans een alternatief. Dat alternatief kan worden omschreven als de Laffer/Jambon-benadering. U hebt zelf aangegeven dat wanneer accijnzen op dranken worden verlaagd, mensen opnieuw komen kopen. Ik wil u daarom een tip geven: voer die meerwaardetaks niet in en verlaag in de plaats daarvan de beurstaksen, bijvoorbeeld door die te verlagen of op nul te zetten voor jongeren tot 25 jaar. Mijnheer de voorzitter, u zult dan zien dat massaal veel jonge mensen hun spaargeld richting de beurs laten doorstromen. Mensen zullen beginnen te beleggen.
In de Verenigde Staten hebt u het voorstel gezien van Donald Trump en Michael Dell. Zij hebben voorgesteld om vanaf de geboorte aan alle jongeren een beursrekening te geven. Dat geld wordt geïnvesteerd in kapitaal, in de toekomst en in de economie, terwijl tegelijkertijd vermogen wordt opgebouwd. Dat is een tip voor iedereen die meeluistert. Wie zijn geld op de beurs plaatst en dat daar jarenlang laat staan in plaats van het op een spaarboekje te zetten, zal veel hogere opbrengsten realiseren. Daarmee bewijst men de economie een veel grotere dienst dan door het geld naar de bank te dragen.
Mijnheer de minister, handel zoals Arthur Laffer het heeft uiteengezet. Milton Friedman is overleden in 2006 maar Arthur Laffer leeft nog en ontving recent nog een prijs, in 2019. Soms geldt het principe trop d'impôt tue l'impôt. Men zegt dat in het Frans; ik weet niet hoe men dat zegt in het Engels. In elk geval is mijn advies: doe zoals Laffer, en doe zoals Jambon om te handelen volgens de inzichten van Laffer en handel zoals Jambon als het gaat over de grensaankopen.
Bij de start van de begrotingsbesprekingen hebt u zelf verklaard dat de belastingen moeten worden verlaagd om meer opbrengsten te genereren. Dat is de juiste Jambon. Er zijn twee Jambons, namelijk de Jambon die gelooft in belastingverlagingen en in meer groei, en daartegenover een Jambon die onder druk van Vooruit zegt dat de belastingen moeten worden verhoogd.
Mag het een voornemen zijn voor 2026, na een welverdiende periode van rust. Ik zou graag opnieuw de echte Jambon zien, namelijk lower taxes, more growth and more profits. Ik wens u dat toe.
Ik zal een motie van aanbeveling indienen.
De motie luidt: "Gehoord de interpellatie, vraagt de regering, in het bijzonder de minister van Financiën, om de meerwaardetaks pas in te voeren nadat de wet is goedgekeurd."
Motions
De voorzitter: Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.
Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Vincent Van Quickenborne en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord de interpellatie van de heer Vincent Van Quickenborne
en het
antwoord van de minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale
Loterij en de Federale Culturele Instellingen,
vraagt de regering, en in het bijzonder de minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen,
om de meerwaardetaks pas in te voeren nadat de wet gestemd is."
Une motion de recommandation a été déposée par M. Vincent Van Quickenborne est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu l’interpellation de M. Vincent Van Quickenborne
et la réponse du ministre des Finances et des Pensions, chargé de la Loterie Nationale et des Institutions culturelles fédérales,
demande au gouvernement, et en particulier au ministre des Finances et des Pensions, chargé de la Loterie Nationale et des Institutions culturelles fédérales,
de n'instaurer la taxe sur les plus-values que lorsque la loi aura été votée."
Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Charlotte Verkeyn.
Une motion pure et simple a été déposée par Mme
Charlotte Verkeyn.
Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.22 uur.
La réunion publique de commission est levée à 15 h 22.