Commissie voor Financiën en Begroting

Commission des Finances et du Budget

 

van

 

Woensdag 12 november 2025

 

Voormiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 12 novembre 2025

 

Matin

 

______

 

De openbare commissievergadering wordt geopend om 10.02 uur en voorgezeten door de heer Steven Vandeput.

La réunion publique de commission est ouverte à 10 h 02 et présidée par M. Steven Vandeput.

 

01 Interpellatie van Barbara Pas aan Jan Jambon (VEM Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen) over "De berekening en de aanpak van de welvaartsoverdracht van Vlaanderen naar Wallonië" (56000166I)

01 Interpellation de Barbara Pas à Jan Jambon (VPM Finances, Pensions, chargé de la Loterie Nationale et Institutions culturelles fédérales) sur "Le calcul du transfert de richesses de la Flandre vers la Wallonie et les mesures pour y remédier" (56000166I)

 

01.01  Barbara Pas (VB): Mijnheer de minister, mijn dochters waren tot voor enkele jaren zeer grote fans van Harry Potter. Een van de hoofdfiguren in die serie is Voldemort, Hij-die-niet-genoemd-mag-worden. Dat doet me eraan denken dat de miljardenstroom, die vroeger wel nog ter sprake kwam op verschillende niveaus, vandaag blijkbaar ook niet meer genoemd mag worden. Daar rust blijkbaar een of ander taboe op.

 

Er is een tijd geweest dat in het Vlaams regeerakkoord nog de ambitie stond om de miljardentransfers van Vlaanderen naar Wallonië af te bouwen. Ik moet vaststellen dat sinds uw partij de minister-president levert, eerst met Geert Bourgeois, dan met uzelf en nu met Matthias Diependaele, dat helemaal niet meer het geval is, zelfs niet in de bijlagen.

 

Dat wil niet zeggen dat die transfers kleiner geworden zijn of dat ze plots niet meer bestaan. Er zijn verschillende soorten. Sommige transfers lopen via de sociale zekerheid, andere via de federale begroting en de bijzondere financierings­wet. In een aantal studies worden ook de rentes, de schuldenlasten, meegeteld, maar er is geen exact beeld wat betreft die transfers. Nochtans zijn er al bijzonder veel studies over verschenen. U hebt er destijds zelf nog een laten actualiseren, op onze vraag, door de Vlaamse regering. Over de exacte omvang blijft echter altijd discussie bestaan.

 

Professor Vereeck en ik hebben enkele jaren geleden een poging gedaan, wat veel werk kostte, om alle bestaande studies ter zake te analyseren en de resultaten te vergelijken. We probeerden te verklaren waarom de resultaten van al die verschillende studies anders zijn. Sommige dingen worden wel of niet in rekening genomen, er zijn verschillen in de methodologie, en dergelijke meer. Dat staat allemaal in het boek Bodemloos. Ik kan u de lectuur ervan van harte aanbevelen. Eigenlijk hoort het, ondanks de vele cijfertjes, thuis in het misdaadgenre, omdat het echt wel om een miljardendiefstal gaat.

 

In al die studies zijn er toch heel wat onderzoekers die vaststellen dat er noodzakelijke gegevens ontbreken om de transfers volledig en nauwkeurig in kaart te kunnen brengen. Als men het debat erover zuiver wil voeren, moet men over onbetwistbare gegevens kunnen beschikken. De federale overheid lijkt me daarvoor het meest aangewezen. U beschikt in principe over alle gegevens en over alle kanalen die dat probleem in kaart kunnen brengen. U kunt, misschien als enige, ter zake volledige openheid en volledige duidelijkheid brengen.

 

Naar aanleiding van een van de recentst verschenen studies hebt u zelf in 2021 nog verklaard, in uw toenmalige functie als minister-president van Vlaanderen, dat u het jammer vond dat u er niets aan kon doen, aangezien u niet aan de knoppen zat. U zei toen dat die transfers onder andere vervat zitten in de federale bijzondere financieringswet, en dat het het federale niveau toekomt om die problematiek aan te pakken. Welnu, er is goed nieuws: u zit nu op het federale niveau aan de knoppen. Niets houdt u dus nog tegen om de problematiek aan te pakken.

 

Naar aanleiding van de studie hebt u toen ook het volgende verklaard. Ik citeer: "Het is in de federale bovenbouw dat die dingen zich afspelen. De mensen denken soms dat wij hier jaarlijks een cheque uitschrijven en dat die dan per koerier naar Wallonië of Brussel wordt gebracht. Dat is natuurlijk gelukkig niet het geval. Ik heb nooit onder stoelen of banken gestoken dat de transfers op zijn minst transparanter moeten, met meer aandacht voor responsabilisering."

 

Mijnheer de minister, u zit nu op de plaats om voor transparantie te zorgen. U hebt toegang tot alle gegevens die een transparant, duidelijk en objectief beeld kunnen geven op basis waarvan een noodzakelijke discussie gevoerd kan worden.

 

Mijnheer de minister, wat hebt u de voorbije negen maanden binnen de huidige regering al ondernomen om tot meer transparantie te komen ter zake? Wanneer mogen we daarvan resultaten verwachten? Hebt u uw administratie al gevraagd om daarover een studie te bestellen of een en ander na te gaan? In het onwaarschijnlijke geval dat dat nog niet is gebeurd, waar wacht u dan nog op? Zult u dat binnen de kortste keren onverwijld doen?

 

De discussie over het in kaart brengen van de transfers is één aspect, maar nog veel belangrijker is de afbouw ervan. Het is een open deur intrappen te stellen dat de transfers enerzijds de welvaart in Vlaanderen afromen en anderzijds Wallonië in slaap wiegen, zoals een aantal Waalse professoren jaren geleden trouwens zelf al bevestigden. Welke initiatieven heeft de huidige regering al genomen of zal ze nog nemen om, behalve het in kaart brengen van de transfers, ze eindelijk af te bouwen? Kunnen we daar concrete resultaten van verwachten?

 

01.02 Minister Jan Jambon: Mevrouw Pas, het debat over de interregionale transfers is inderdaad geen nieuw debat. De federale herverdelings­mechanismen zijn het gevolg van de huidige bijzondere financieringswet. Het is inderdaad een kwestie van institutionele bevoegdheden en raakt aan de fundamenten van de federale staatsstructuur.

 

Vlaanderen kan daar niet eenzijdig aan sleutelen, dat weet u. Solidariteit mag echter geen blanco cheque zijn, maar moet gepaard gaan met inspanningen aan beide kanten. Dat is met de hervormingen van deze regering het geval. Transparantie is daarbij een belangrijk aandachtspunt en het lijkt me essentieel dat dergelijke analyses grondig gemaakt worden, door de bevoegde instanties en in samenwerking met experten.

 

Zoals u in het regeerakkoord kunt terugvinden, zal de eerste minister, die ook bevoegd is voor communautaire vraagstukken, daar voorstellen rond uitwerken.

 

01.03  Barbara Pas (VB): Mijnheer de minister, uw antwoord is zelfs nog korter dan toen ik deze vraag tien jaar geleden stelde aan toenmalig minister van Financiën Van Overtveldt. Ook hij weigerde toen die berekening te maken.

 

Ik weet wie er binnen deze regering bevoegd is voor communautaire zaken. Ik heb de eerste minister al regelmatig over allerlei communautaire thema’s ondervraagd, maar veel beweging of vooruitgang in verband met die transfers is er niet te bespeuren. U zegt dat het geen nieuw debat is. Dat klopt. Er was een tijd, heel lang geleden, dat uw partij nog met vrachtwagens vol nepgeld naar Strépy trok om die miljardenstroom aan te klagen die elk jaar opnieuw welvaart kost aan Vlaanderen. Ondertussen moet ik vaststellen dat er jaarlijks veel meer vrachtwagens rondrijden met echt geld, dankzij u.

 

U hebt in het verleden herhaaldelijk gezegd dat er een draagvlak moet zijn voor heel wat communautaire dossiers. Maar door over die zaken te zwijgen, door ze zelfs niet te willen berekenen en door het debat niet aan te gaan, creëert u uiteraard geen draagvlak. Door te doen alsof die communautaire problemen niet bestaan, creëert u geen draagvlak, wel integendeel.

 

We hebben dat al kunnen vaststellen met uw partij binnen de federale regering. Het is eigenlijk een heel jammerlijke vaststelling dat men, nu de N-VA meer dan twintig jaar aan de knoppen zit van de Vlaamse regering, de ambitie om de transfers af te bouwen volledig heeft laten varen. Ook met de N-VA in de federale regering worden daarvoor geen initiatieven genomen.

 

De Zweedse regering – u weet wel, de periode 2014-2019 – werd voorafgegaan door een grote belofte van uw partij: er zou een grondige staatshervorming komen als de N-VA de verkiezingen won. U zei toen letterlijk dat als uw partij meer dan 30 % zou halen, er een grote staatshervorming zou komen, vertrekkend van een wit blad. U hebt toen meer dan 30 % gehaald, maar het resultaat was communautaire stilstand, waarbij de toenmalige minister van Financiën zelfs geen cijfers wilde bezorgen, duidelijkheid wilde scheppen of het debat wilde aangaan. Dat was de periode – u zult zich die ongetwijfeld herinneren – waarin u als minister van Binnenlandse Zaken zelfs bestaande wetgeving, zoals de taalwetgeving, weigerde toe te passen, omdat die volgens u onder de communautaire omerta viel.

 

Blijkbaar zijn we nu, tien jaar later, nog altijd niet bereid om die transfers te gaan berekenen. U weigert het punt op de politieke agenda te plaatsen. Ik vind het mijn plicht om daartoe pogingen te blijven ondernemen en dat debat te blijven voeren. Het is immers wraakroepend, in tijden waarin deze regering voortdurend verklaart dat extra inspanningen nodig zijn van de Vlamingen, die al uitzonderlijk veel belastingen betalen in dit land, dat er over die transfers niet eens gediscussieerd mag worden.

 

U pleitte naar aanleiding van die laatste studie voor meer transparantie en meer aandacht voor responsabilisering. Ik kan echter niet anders dan vaststellen dat er ook nu een hemelsbreed verschil bestaat tussen de verklaringen vóór en na de verkiezingen en dat het Vlaams Belang vandaag nog de enige partij is die die aandacht vraagt en het thema op de politieke agenda plaatst.

 

Nochtans kunt u voor klaarheid en duidelijkheid zorgen. U beschikt via uw administratie over alle nodige gegevens. Als u dat nu probeert af te schuiven op de premier, die ik al ondervraagd heb en van wie ik weet dat ook hij dat niet van plan is, dan kan ik niet anders dan vaststellen dat u een duwtje in de rug nodig hebt. Daarom dien ik een zeer constructieve motie van aanbeveling in, die tegemoetkomt aan vele uitspraken die u zelf in het verleden en zelfs recent nog hebt gedaan, met als doel te komen tot een duidelijke berekening van die transfers.

 

Moties

Motions

 

De voorzitter: Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.

En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.

 

Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Barbara Pas en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellatie van mevrouw Barbara Pas

en het antwoord van de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen,

- vaststellende dat ondanks de aanwezigheid van Vlaamse confederalisten in de Vlaamse en de federale regering, er over het dossier van de miljardentransfers de jongste jaren met geen woord meer wordt gerept;

- gelet op eerdere uitspraken van de minister dat 'deze tranfers o.a. vervat zitten in de federale bijzondere financieringswet; en dat het aan het federale niveau toekomt om deze problematiek aan te pakken';

- gelet op eerdere uitspraken van de minister dat 'de transfers op zijn minst transparanter moeten met meer aandacht voor responsabilisering';

- gelet op de noodzaak om tot een duidelijke berekening van deze transfers te komen, teneinde het beleid hierop te kunnen afstemmen;

vraagt de regering

een objectieve studie te bestellen, teneinde de financiële transfers tussen de gewesten in België in kaart te brengen."

 

Une motion de recommandation a été déposée par Mme Barbara Pas est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu l’interpellation de M. Dieter Vanbesien

et la réponse du vice-premier ministre et ministre des Finances et des Pensions, chargé de la Loterie Nationale et des Institutions culturelles fédérales,

- considérant qu'en dépit de la présence de confédéralistes flamands au sein des gouvernements flamand et fédéral, le dossier des transferts de milliards d'euros n'a plus du tout été abordé ces dernières années;

- eu égard aux déclarations du ministre selon lesquelles ces transferts sont notamment inclus dans la loi spéciale fédérale de financement; et qu'il revient au niveau fédéral de gérer cette problématique";

- eu égard à de précédentes déclarations du ministre selon lesquelles les transferts devraient à tout le moins être plus transparents, avec une attention accrue portée à la responsabilisation;

- eu égard à la nécessité de parvenir à un calcul clair de ces transferts afin de pouvoir adapter la politique menée en conséquence;

demande au gouvernement

de commander une étude objective afin de cartographier les transferts financiers entre les régions en Belgique."

 

Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Charlotte Verkeyn.

Une motion pure et simple a été déposée par Mme Charlotte Verkeyn.

 

Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.

Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

 

02 Interpellatie van Dieter Vanbesien aan Jan Jambon (VEM Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen) over "De vennootschapsbelasting en de culturele vzw's" (56000167I)

02 Interpellation de Dieter Vanbesien à Jan Jambon (VPM Finances, Pensions, chargé de la Loterie Nationale et Institutions culturelles fédérales) sur "L'impôt sur les sociétés et les ASBL culturelles" (56000167I)

 

02.01  Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, er is sinds enige tijd onrust in de socioculturele sector. De reden daarvoor is de fiscus. Veel organisaties zijn georganiseerd als een vzw, waardoor ze kunnen werken met vrijwilligers en belast worden onder de rechtspersonen­belasting in plaats van de vennootschapsbelasting.

 

Sinds enige tijd klopt de fiscus echter aan bij die culturele vzw's om daar toch vennootschaps­belasting te gaan innen. De fiscus beschouwt deze vzw's als professionele organisaties met commerciële activiteiten. Dat was vroeger niet het geval. Dit lijkt een recent fenomeen te zijn dat wel degelijk onrust en onzekerheid veroorzaakt in de sector.

 

Vandaar deze interpellatie, mijnheer de minister. Laten we proberen opnieuw rust te brengen in de sector en de rechtsonzekerheid weg te nemen.

 

Om dat te doen, moeten we eerst nagaan waar het probleem precies zit. Ik heb hierover de voorbije weken een aantal persartikels gelezen en contacten gehad. Een van de artikels die ik heb gelezen, was een interview met onze geachte collega Steven Matheï, lid van deze commissie. Ik heb hem uitgenodigd om ook deel te nemen aan deze interpellatie, maar hij zal dat niet doen. Geen nood, ik zal zijn argumenten hier wel aanbrengen.

 

Volgens het interview met collega Matheï in de krant is de hamvraag waar alles om draait de volgende: wat is ondergeschikt bij de betrokken vzw, de professionele organisatie die handelsmethodes gebruikt of het socioculturele netwerk errond? Daar zit het probleem: hoe bepaalt men of een vzw commerciële handelsmethodes gebruikt en dus commercieel of professioneel is?

 

Vandaag gebruikt de fiscus argumenten als het verkopen van tickets via een website of het voeren van promotie via sociale media. Men stelt dat de vzw's te professioneel werken. Collega's, elke lokale jeugdbeweging die vandaag een mosselsouper organiseert, maakt daarvoor echter reclame op sociale media en kan daarbij een beroep doen op een dienst die tickets online verkoopt. Dat kan op zich toch geen criterium zijn om te worden beschouwd als een vennootschap?

 

Wat is een vzw? Een vzw streeft geen winstmaximalisatie na en keert geen winst uit aan aandeelhouders. De winst die wordt gemaakt, wordt integraal geïnvesteerd in de werking. Dat zijn heel duidelijke criteria waarmee rekening moet worden gehouden. De statuten van de vzw bepalen welke doelen ze heeft en welke activiteiten mogen worden ontplooid om die doelen te bereiken. Commerciële activiteiten zijn toegestaan. Vrijwilligers inschakelen is toegestaan. Adverteren is toegestaan.

 

Waar wringt dan het schoentje? De economische activiteit bij die vzw is ondergeschikt aan het ideële doel. Met andere woorden, de winst die wordt gemaakt met grote evenementen, wordt gebruikt om verlieslatende activiteiten te financieren en die verlieslatende activiteiten zijn maatschappelijk en sociocultureel heel belangrijk. Ze zorgen voor participatie aan culturele activiteiten door groepen voor wie dat niet altijd evident is.

 

Mijnheer de minister, daarom moet de fiscus niet kijken naar het al dan niet aanwezig zijn van commerciële activiteiten, maar naar de aanwezigheid van sociale doelen. Dat zijn criteria die relevant zijn in deze discussie.

 

Ik wil het ook even hebben over het beleid en de beleidskeuzes in verband met cultuur. U bent zelf minister van Cultuur geweest en u weet dat het beleid stelt dat culturele organisaties zo veel mogelijk zelfbedruipend moeten zijn, zo veel mogelijk eigen inkomsten moeten verwerven, zodat er zo weinig mogelijk subsidies moeten worden uitgereikt. Dat is net hetgeen hier nu wordt afgestraft. Ik neem aan dat u zelf ook wel inziet dat er een tegenstelling bestaat tussen deze beleidskeuze en de recente aanpak om culturele vzw's fiscaal te beschouwen als vennootschappen. Daar zit een tegenstelling in.

 

Uiteraard kunt u niet spreken in naam van uw Vlaamse collega, maar ik vermoed dat uw opvolger in Vlaanderen als minister van Cultuur niet zit te wachten om de subsidies aan deze organisaties opnieuw op te trekken. Er zijn echter niet veel mogelijkheden. Ofwel worden de inkomsten van de vzw verhoogd via subsidies, ofwel wordt er niet geraakt aan de uitgaven door de fiscus. Als beide gebeuren, zal het aanbod het slachtoffer zijn. Dan verliezen we een deel van het waardevolle en diverse culturele aanbod. Wat overblijft, dat zullen de grote commerciële successen zijn. De ontluikende kunstenaars, het experimentele, dat zal niet meer kunnen.

 

Dat brengt ons bij een ander aspect. De impact hiervan is niet alleen maatschappelijk, in de zin dat er minder geld zal gaan naar maatschappelijke projecten, maar ook artistiek en cultureel. Er zal minder geïnvesteerd worden in jonge, opkomende kunstenaars. De artistieke sector staat reeds onder druk op andere vlakken. Kijk maar naar de discussies over het kunstwerkersstatuut, de pensioenhervorming, die u ook heel goed kent, het schrappen van subsidies enzovoort. Dan komt dit er nog eens bovenop. Het is onze plicht om ervoor te zorgen dat die artistieke impact niet wordt genegeerd.

 

Er is nog een ander aspect, een ander argument dat in deze discussie relevant is. Elk festival werkt samen met veel toeleveranciers – podiumbouwers, lichtinstallateurs, geluidstechnici, cateraars. Al die leveranciers betalen wel vennootschapsbelasting. Indien bepaalde festivals niet meer georganiseerd worden omdat dit financieel niet meer haalbaar is na het betalen van vennootschapsbelasting, dan heeft dat een impact op de omzet van al die toeleveranciers en dus ook op de vennootschaps­belasting die zij betalen. Met andere woorden, de fiscus schiet zichzelf hier in de voet. Wat vindt u van dat argument?

 

Het is duidelijk dat er momenteel een probleem van rechtsonzekerheid heerst in de non-profitsector. Niemand weet precies hoe hij of zij zich moet voorbereiden op de toekomst en hoe het financiële plan er precies moet uitzien. Op dit ogenblik is er een rechtszaak lopende met de vzw Dranoeter. Het is wachten op de uitspraak in beroep in dat dossier.

 

De vraag is evenwel waar u naartoe wilt. Mocht de uitspraak in het nadeel van de vzw's uitvallen, bent u dan bereid om de wetgeving aan te passen en te moderniseren, zodat de vzw's in de toekomst gevrijwaard blijven?

 

In het regeerakkoord staat een passage over de fiscaliteit van vzw's en de non-profitsector. Ik zal ze even citeren: "De toepassing van de non-profitfiscaliteit, onder andere de rechtspersonen­belasting, wordt aangepast in het licht van het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen. We evalueren de doelmatigheid van het winstuitkeringsverbod en pakken de toenemende tendens aan van het gebruik van vzw's om onrechtmatig handel te drijven en zichzelf te verrijken zonder belastingen te betalen. Een hervorming moet gericht zijn op vereenvoudiging, rechtszekerheid, duidelijkheid en met het oog op de gezonde financiële situatie van non-profitorganisaties en vzw's. Daarbij worden alle verschillende belastingen die drukken op vzw's en andere non-profitorganisaties, zoals de patrimoniumtaks en de rechtspersonenbelasting, geëvalueerd."

 

De vraag is opnieuw wat u daar precies mee wilt doen. Hoe ziet u de rol van socioculturele vzw's in dit verhaal? Hoe ver staat het met al die evaluaties die in het regeerakkoord ter sprake komen? Wanneer komt u naar het Parlement met een voorstel? Is daarvoor wetgevend werk nodig of kan een circulaire ook al een en ander oplossen?

 

Daarom heb ik een aantal vragen voor u.

 

Ten eerste, wat is uw intentie? Bent u al dan niet van mening u dat culturele vzw's moeten worden belast als een vennootschap?

 

Vervolgens stel ik de vraag van daarnet over de passage in het regeerakkoord. Hoe ver staat het met de evaluaties? Hoe ziet u de rol van socioculturele vzw's in het verhaal? Wanneer mogen wij iets verwachten in het Parlement?

 

Kunt u ook toelichting geven bij de criteria die de fiscus toepast bij de beoordeling of een organisatie al dan niet aan de vennootschapsbelasting moet worden onderworpen? Welke criteria zijn daarbij doorslaggevend?

 

Ik heb ook nog enkele vragen die reeds via de vzw Dranoeter aan u werden bezorgd, maar waarop nog geen antwoord werd gegeven. Ik zal ze even hernemen.

 

Zou u bereid zijn om een specifieke regeling in te voeren voor vzw's die in het kader van hun maatschappelijk doel winstgevende activiteiten ontplooien waarvan de opbrengsten integraal worden geherinvesteerd in de vzw? Zou dat kunnen leiden tot een gedeeltelijke of volledige vrijstelling van vennootschapsbelasting voor dergelijke activiteiten?

 

Bent u van oordeel dat de huidige fiscale behandeling van vzw's voldoende rekening houdt met hun maatschappelijke functie en de vaak beperkte middelen waarover zij beschikken? Welke aanpassingen zouden kunnen worden overwogen om de administratieve lasten en de fiscale druk op vzw's te verminderen, zonder afbreuk te doen aan de fiscale rechtvaardigheid?

 

Erkent u het inherente niet-commerciële karakter van een vzw die hoofdzakelijk met vrijwilligers werkt? In hoeverre worden de aanwezigheid en de omvang van vrijwilligerswerk meegenomen in de fiscale beoordeling of een vzw al dan niet winstgevende activiteiten ontplooit? Bent u bereid om te onderzoeken of de economische waarde van vrijwilligerswerk, ook al is het onbetaald, in de fiscale beoordeling kan worden erkend? Zou dat kunnen leiden tot een herziening van de criteria voor onderwerping aan de vennootschaps­belasting, rekening houdend met de maatschappelijke bijdrage die vrijwilligers leveren?

 

Als een vzw, gedragen door vrijwilligers, activiteiten met een commercieel aspect ontplooit, bijvoorbeeld een jaarlijkse kerstmarkt of een café tijdens een evenement, waarvan de opbrengsten integraal aan het maatschappelijk doel en de vrijwilligerswerking ten goede komen, in hoeverre kan dat dan alsnog leiden tot onderwerping aan de vennootschapsbelasting? Zou daarvoor geen specifieke tolerantie of vrijstelling moeten gelden?

 

Tot slot nog een heel belangrijke vraag, mijnheer de minister. De vzw-sector en het vrijwilligerswerk zijn van onschatbare waarde voor de samenleving. Hoe zult u ervoor zorgen dat de fiscale wetgeving voor vzw's de groei en het engagement van vrijwilligers niet ontmoedigt maar juist stimuleert?

 

Ik kijk uit naar uw antwoorden, mijnheer de minister.

 

02.02 Minister Jan Jambon: Mijnheer Vanbesien, het is evident dat ik niet kan ingaan op individuele dossiers. Mijn kabinet beslist ook niet of en welke vzw's gecontroleerd worden; gelukkig maar. De insinuatie dat mijn kabinet daar iets mee te maken zou hebben, klopt helemaal niet. Vaak gaat het trouwens om oude taxaties die nu voor de fiscale rechtbanken komen, zaken die misschien al opgestart zijn in de periode voor ik zelf minister was.

 

Of een vzw al dan niet onderworpen is aan de vennootschapsbelasting, is een feitelijke beoordeling die geval per geval moet gebeuren. Dat zal afhangen van de juridische en feitelijke situatie. Over deze vraag kunnen dan ook geen algemene uitspraken worden gedaan. Fiscaliteit is complex en in dit domein zijn de antwoorden dat ook. Telkens moet worden nagegaan of de vzw een onderneming exploiteert of zich bezighoudt met verrichtingen van winstgevende aard. Daarvoor verwijs ik naar artikel 179 van het WIB 92. Daarnaast kan een vzw onder een van de uitzonderingen vallen die zijn opgenomen in de artikelen 180 tot en met 182 van datzelfde wetboek, waardoor zij van de vennootschaps­belasting is uitgesloten.

 

Uw laatste drie vragen sluiten aan bij het voornemen uit het regeerakkoord om werk te maken van een hervorming van de non-profitfiscaliteit. In dat kader wordt momenteel gewerkt aan een herziening van de bestaande opdeling tussen de vennootschaps- en de rechtspersonenbelasting. Over de concrete uitwerking zal te gepasten tijde met het Parlement worden gecommuniceerd. Ik ga daar nu niet op vooruitlopen. Tot dan blijft de vigerende wetgeving van toepassing voor iedereen. De huidige fiscale bepalingen zijn van openbare orde en daarvan kan niet worden afgeweken.

 

Het spreekt voor zich dat zo’n hervorming grondig moet gebeuren, in overleg met het middenveld, en de nodige rechtszekerheid moet bieden aan de vzw's. Tegelijk moet ze ervoor zorgen dat er geen concurrentievervalsing ontstaat tussen vennootschappen en vzw's.

 

Als de oplossing snel en makkelijk zou zijn, dan zou deze problematiek niet al tientallen jaren aanslepen. We zijn met de werkzaamheden begonnen en zullen die in een gestaag tempo afwerken. Daarna zullen we te gepasten tijde met het Parlement in overleg treden, omdat dit thema het inderdaad verdient meer klaarheid en transparantie te krijgen.

 

02.03  Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Dank u wel, mijnheer de minister.

 

Ik wil benadrukken dat ik niet heb willen insinueren dat uw kabinet tussenkomt in die zaken, absoluut niet.

 

U zegt dat de beoordeling afhankelijk is van de juridische situatie, geval per geval. Dat is juist wat wij hier doen. Wij maken de wetten en bepalen de juridische situatie. Die juridische situatie moet duidelijk zijn. U verwijst naar de artikelen 180 tot 182 van het WIB 92 over uitzonderingen. Wat daar beschreven wordt, is al behoorlijk oud en verouderd ten opzichte van de wetgeving rond vennootschappen en verenigingen. Die bepalingen hebben een update nodig, wat volgens mij precies de intentie is van het regeerakkoord.

 

U geeft aan dat het te gepasten tijde zal gebeuren en er is dus nog geen timing bepaald, maar mijn vraag is wat uw intentie is. Is het uw bedoeling om er met de vernieuwde wetgeving voor te zorgen dat culturele vzw's met de juiste ingesteldheid gevrijwaard blijven?

 

U kunt niet ingaan op concrete gevallen, maar de zaken die recent in de pers kwamen, zoals vzw De Roma en vzw Dranoeter, betreffen vzw's die erom bekendstaan met de juiste intentie te handelen en hun opbrengsten te herinvesteren in hun ideële doel, met name cultuur op een laagdrempelige manier bij de mensen brengen. Is het uw intentie om dergelijke verenigingen te beschermen en ervoor te zorgen dat zij geen vennootschaps­belasting moeten betalen omdat ze voldoen aan de voorwaarden?

 

Het regeerakkoord stelt dat de wetgeving wordt aangepast omdat sommige vzw's misbruik zouden maken van het statuut. Uiteraard steunen wij elke aanpak van fiscale en sociale fraude, zoals uw initiatief rond datamining van het CAP. De vzw's die misbruik maken van hun statuut moeten worden aangepakt. Tegelijk moeten we ervoor zorgen dat legitieme culturele vzw's, die van onschatbare waarde zijn voor onze samenleving en cultuur, gevrijwaard blijven. Ik hoop dat we dezelfde doelstelling hebben.

 

Ik zal geen motie indienen en ga ervan uit dat we over de partijgrenzen heen de juiste beslissingen kunnen nemen.

 

Ik kijk uit naar uw wetgevend werk ter zake. We zullen ongetwijfeld nog op deze kwestie terugkomen.

 

De voorzitter: Als ik het goed begrijp komt er dus geen motie van aanbeveling.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De behandeling van de interpellaties eindigt om 10.32 uur.

Le développement des interpellations se termine à 10 h 32.