Commissie voor Financiën en Begroting

Commission des Finances et du Budget

 

van

 

Dinsdag 21 oktober 2025

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mardi 21 octobre 2025

 

Après-midi

 

______

 

De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.01 uur en voorgezeten door de heer Steven Vandeput.

La réunion publique de commission est ouverte à 14 h 01 et présidée par M. Steven Vandeput.

 

01 Interpellatie van Lode Vereeck aan Jan Jambon (VEM Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen) over "De cumulatie van belastingvrije sommen" (56000138I)

01 Interpellation de Lode Vereeck à Jan Jambon (VPM Finances, Pensions, chargé de la Loterie Nationale et Institutions culturelles fédérales) sur "Le cumul des quotités exemptées d'impôt" (56000138I)

 

01.01  Lode Vereeck (VB): Mijnheer de minister, tijdens de bespreking van het wetsontwerp houdende diverse bepalingen, waarvan we straks een tweede lezing zullen hebben, was er ook een afdeling met betrekking tot de flexi-jobs. Het is uw voornemen om de belastingvrije som op het inkomen dat wordt verdiend uit een flexi-job op te trekken van 12.000 euro voor dit aanslagjaar, vorig inkomstenjaar, naar 18.000 euro vanaf volgend jaar.

 

We hebben dat voornemen gesteund en we zullen dat opnieuw steunen, omdat we in principe elke verlaging van belasting op arbeid steunen. Ik trap echt een open deur in als ik zeg dat wij het zwaarst belaste land zijn wat betreft de belasting op arbeid, dus in principe steunen wij alles wat enigszins soelaas biedt.

 

We doen dat echter met lange tanden omdat de flexi-jobs en de fiscale regeling daarvan een zoveelste koterij is. We zouden veel liever een structurele fiscale hervorming zien. Het Vlaams Belang is niet de enige partij die daarvoor pleit, nog andere partijen pleiten daarvoor, net als alle fiscale experts. Ik heb nog geen enkel opiniestuk of commentaar gelezen van een fiscaal expert waarin niet wordt gepleit voor een wat grondigere fiscale hervorming.

 

Tijdens de bespreking realiseerde ik me dat er door die belastingvrijstelling een fiscale discriminatie ontstaat tussen twee gelijke groepen van werkenden, namelijk twee groepen van voltijds werkenden, en dat het gelijkheidsbeginsel dus wordt geschonden.

 

Dat komt omdat volgens mijn informatie – dat is meteen mijn eerste vraag – de belastingvrije som die men krijgt binnen de personenbelasting dit aanslagjaar, vorig inkomstenjaar, 10.570 euro, cumuleerbaar is met de belastingvrijstelling voor een flexi-job. Dat betekent dat de persoon die 5/5 werkt, dus een voltijdse job heeft, en die job bij één werkgever uitvoert, slechts een belastingvrijstelling heeft voor 10.570 euro. Een andere voltijds werkende, die een 4/5-job heeft en dat combineert met een flexi-job van 1/5, waardoor hij dus eveneens voltijds werkt, geniet voor dit aanslagjaar van een belastingvrije som van 22.570 euro. Dat bedrag bestaat uit de al genoemde 10.570 euro plus 12.000 euro.

 

Dat verschil zal nog toenemen, aangezien in de eraan komende wet houdende diverse bepalingen de regering van plan is om het belastingvrije gedeelte van het inkomen uit een flexi-job op te trekken tot 18.000 euro. In combinatie met de verhoogde belastingvrije som in 2025 zal dat voor het volgende aanslagjaar, en dus het huidige inkomstenjaar, oplopen tot 28.910 euro tegenover 10.910 euro.

 

De reden waarom mij dat opviel, is dat ik in de dagen voorafgaand aan de bespreking van de wet houdende diverse bepalingen heel wat e-mails had ontvangen van mensen die bewust hun voltijdse job hadden teruggeschroefd naar een 4/5-job om die job te kunnen combineren met een flexi-job. Het blijft immers een gegeven dat om een flexi-job te mogen uitoefenen, een werknemer minstens 4/5 moet werken gedurende minstens drie kwartalen voorafgaand aan de opname van de flexi-job. Het idee daarachter is dat de werknemer op die 4/5-baan wel belastingen en bijdragen betaalt, zowel patronale als werknemersbijdragen, maar dat die bedrijfsvoorheffing en werknemersbijdragen wegvallen voor het deel dat als flexi-job wordt gepresteerd tot 18.000 euro. Er treedt dus een belangrijke verschuiving op.

 

Ik heb u daarover al bevraagd. U vermeldt in uw ontwerp iets over 177.952 niet-gepensioneerde flexi-jobbers, goed voor 454 miljoen euro aan extra koopkracht. Ik heb u gevraagd hoe zeker u eigenlijk van uw zaak bent, zeker met betrekking tot het bruto nationaal inkomen. Er zijn immers heel wat mensen die overschakelen van een 5/5-tewerkstelling naar een 4/5-betrekking gecombineerd met een flexi-job van 1/5. Met andere woorden, er vindt een soort van labour shift plaats.

 

U hebt daarop nooit geantwoord. Ik heb een vermoeden waarom u daarop niet antwoordt, met betrekking tot de netto toename van de koopkracht en de netto toename van het bruto binnenlands inkomen, het BBI. Ik heb één studie gevonden die gewoon maar het theoretische framework schetst van hoe men een dergelijke labour shift zou moeten berekenen. Dit is theoretisch pittig, niet té complex, maar toch al redelijk complex. De onderzoeker geeft aan hoe men dat moet berekenen, maar hij heeft daarvoor ontzettend veel cijfers nodig en dus de hulp van de overheid. Dat onderzoek is bijgevolg nog nooit uitgevoerd, waardoor u het ook niet kunt weten. We kunnen alleen maar gissen, op basis van anekdotisch materiaal en casuïstiek, dat heel wat mensen bewust overschakelen van 5/5 naar 4/5 plus 1/5 flexi-job.

 

Ik heb dat eens doorgerekend en dat scheelt toch behoorlijk wat. De belastingvrije som kan toenemen tot 18.000 euro, dat is 1.500 euro per maand. In de hogere regionen gaat het toch al snel over 600 à 800 euro per maand, duizenden euro's op jaarbasis indien men van 5/5 overstapt naar 4/5.

 

Uiteraard moet men wel een flexi-job vinden waardoor men aan die 1.500 euro geraakt. Die vraag heb ik u ook al een paar keer gesteld. Over welke doelgroep gaat het, over welke profielen? Gaat het over ingenieurs? Het gaat in ieder geval niet over werknemers in de horeca, waar het gemiddeld loon 17,9 euro per uur bedraagt en die dus bijna drie werkdagen extra zouden moeten werken. Wat is de doelgroep?

 

Indien men de juiste flexi-job vindt, kan dat snel duizenden euro's schelen. Het advies is dus om, als men kan, voor 1/5 afscheid te nemen van zijn hoofdwerkgever, voor 4/5 in dienst te blijven en voor 1/5 een flexi-job te nemen. Nogmaals, het scheelt honderden euro's per maand mits men de volledige belastingvrije som uitput. Op jaarbasis gaat het om duizenden euro's.

 

Dat lijkt mij echter eigenlijk een schending van het gelijkheidsbeginsel. Ik vind nergens een redelijke en objectieve verantwoording voor de discriminatie tussen mensen die 5/5 werken en mensen die 5/5 werken. Het zijn immers allemaal mensen die 5/5 werken. De ene persoon werkt 5/5 in één hoofdactiviteit. De andere presteert 4/5 in een of verschillende hoofdactiviteiten – dat mag ook 2/5 plus 2/5 zijn, dat kunnen ook vier jobs zijn, zolang maar alle sociale bijdragen worden afgedragen – en werkt daarnaast dan nog 1/5 in een flexi-job. Die personen werken allemaal voltijds, en toch krijgt een van hen – ik hou het bij 2025 – een belastingvrijstelling van 10.570 euro, namelijk degene met een voltijdse betrekking, terwijl wie een 4/5-baan combineert met een flexi-job, aan 22.570 euro komt.

 

Mijn vraag is dan ook of u daarin een vorm van discriminatie herkent en wat u daaraan denkt te doen. Dat kan zowel op het vlak van de arbeidsmarkt als op het vlak van de fiscaliteit. Ik ben benieuwd naar uw antwoord.

 

01.02 Minister Jan Jambon: Mijnheer Vereeck, wat uw eerste vraag betreft, wil ik voor de volledigheid preciseren dat het wetsontwerp waarnaar u verwijst in de verhoging voorziet vanaf het aanslagjaar 2026 en niet vanaf het aanslagjaar 2025.

 

In principe geldt dat de inkomsten uit een flexi-job belastbare bezoldigingen vormen. Ze zijn onder bepaalde voorwaarden en binnen bepaalde grenzen vrijgesteld. Daarnaast blijft de belastingvrije som van toepassing op de gezamenlijke belastbare netto-inkomsten. Dat geldt bijvoorbeeld voor inkomsten uit de hoofdactiviteit, zoals beroepsinkomsten, winsten of baten. In die zin zijn de belastingvrijstelling voor een flexi-job en de belastingvrije som cumulatief.

 

Wat uw tweede vraag betreft, heeft de regering zich voorgenomen de personenbelasting te hervormen en de lasten op arbeid in het algemeen te verlagen. Ze zal in dat kader binnenkort een wetsontwerp indienen in het Parlement.

 

Wat de flexi-jobs betreft, wil ik erop wijzen dat tewerkstelling via een flexi-jobovereenkomst een andere vorm van tewerkstelling is dan via een gewone arbeidsovereenkomst. Zo bestaat er minder zekerheid wat betreft effectieve tewerkstelling, geldt er een plafond voor het flexiloon en is er geen recht op bijvoorbeeld een eindejaarspremie.

 

Er zijn in het verleden reeds drie arresten geweest van het Grondwettelijk Hof waarin verschillende onderdelen van de flexi-jobregeling werden betwist. Telkens kwam het Hof tot de conclusie dat er geen schending was van de Grondwet en dus van het non-discriminatiebeginsel. Ik ben er dan ook van overtuigd dat de huidige regeling zal standhouden.

 

01.03  Lode Vereeck (VB): Mijnheer de minister, in de eerste plaats dank ik u van harte voor uw beginopmerking. Ik had inderdaad ook opgemerkt dat ik in mijn interpellatie de belastingvrije som in de personenbelasting voor dit aanslagjaar en de 18.000 voor volgend jaar verkeerd had opgeteld. Ik heb dat in mijn mondelinge toelichting meteen gecorrigeerd, want daar was ik ondertussen ook achter gekomen.

 

U zegt dat het over een ander soort tewerkstelling gaat. Daarmee ben ik het principieel niet eens. Natuurlijk is er een verschil. Het enige dat de wet vraagt is dat men die flexi-job bij een andere werkgever uitvoert. Dat kan natuurlijk nog steeds binnen dezelfde sector zijn. Ik zie het totale verschil dus niet. Voltijds werken is voltijds werken, dat is een evidentie.

 

Als het Grondwettelijk Hof zich daarover nogmaals buigt, moet het nu zeker wel toegeven dat er niet alleen sprake is van discriminatie, maar ook dat de discrepantie tussen een voltijdse werknemer 5/5 en een voltijdse werknemer 4/5 plus 1/5 stilaan uit de klauwen begint te lopen.

 

U zegt – en dat is een goede zaak – dat u gaat werken aan een belastinghervorming. Die zou voor 2029 gepland zijn, al horen we ook dat ze eventueel vervroegd zou worden en dergelijke meer. Wat we daarover nu al weten, is dat dit ook via de belastingvrije som zou gebeuren, op vraag van cd&v. Dat biedt echter geen oplossing voor het probleem dat ik hier schets. Als de belastingvrije som in de personenbelasting verhoogd zal worden, geldt dat immers voor iedereen, en daar komt binnenkort nog eens de 18.000 euro bovenop.

 

Het is in ieder geval zo dat, wanneer u niets zult doen, wanneer u dat verschil tussen 5/5 en 4/5 plus 1/5 niet tracht te verkleinen – ik heb daar ideeën over, maar u bent lid van de uitvoerende macht, u moet zelf maar zeggen hoe u dat ziet, ik heb voorlopig nog niets gehoord –, u gewoon een fiscale prikkel geeft om de hoofdactiviteit van 5/5 terug te schroeven en iets anders te gaan doen. Dat is de sturing die u geeft.

 

In de zorgsector schakelen mensen met een voltijdse job over naar een 4/5. Ik begrijp dat, want werken in de zorg is zeer zwaar. Vervolgens gaan ze bijvoorbeeld in de horeca aan de slag. Het is hun van harte gegund, ten eerste omdat het een ander soort job is, en ten tweede omdat ze veel meer nettoloon overhouden dan wanneer ze voltijds in de zorg zouden blijven werken.

 

Dat is natuurlijk bijzonder pijnlijk voor een knelpuntsector zoals de zorg. Daarom blijf ik er bij u op aandringen, mijnheer de minister, dat u dat goed onderzoekt. Ik zal de verschillende uitspraken van het Grondwettelijk Hof eens nakijken. Het Grondwettelijk Hof en de Raad van State spreken immers ook over mogelijke staatssteun, dus er zullen hoe dan ook nog rechtszaken volgen.

 

Als u een consequente arbeidsmarkt tot stand wilt brengen, waar werken meer moet lonen en het niet uitmaakt hoe iemand zijn werktijd invult – 5/5 of 4/5 plus 1/5 –, dan moeten beide regelingen financieel hetzelfde opbrengen. U moet dus een oplossing bieden. Dat betekent dat mensen die voltijds één job hebben, een hogere belastingvrije som krijgen. Dat spreekt voor zich. Er zijn nog andere opties, maar die laat ik voor wat ze zijn.

 

Ik heb nog twee opmerkingen.

 

Mijn eerste opmerking is bedoeld voor de diensten van de Kamer: mijn naam is Lode Vereeck en niet Verbeeck, zoals verkeerdelijk op de agenda van vandaag staat. Verbeeck is de wat meer ordinaire versie, de budgetversie, en die naam komt ook veel vaker voor dan mijn naam, die tamelijk uniek is. Ik voeg er ook meteen aan toe dat er bij de diensten van de Kamer een genderverwisseling plaatsvindt en dat ik al mijn correspondentie ontvang als mevrouw Lode Vereeck. Ik deel het maar mee, dan zijn die twee zaken rechtgezet.

 

Een tweede, belangrijker punt is dat ik toch een motie indien en die nu overhandig.

 

Moties

Motions

 

De voorzitter: Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.

En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.

 

Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Lode Vereeck en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellatie van de heer Lode Vereeck

en het antwoord van de minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen,

- overwegende het voornemen van de regering dat werken meer moet lonen;

- overwegende dat een flexi-job is toegelaten mits een hoofdactiviteit van minstens 4/5 van een voltijdse betrekking (5/5) bij een andere werkgever wordt uitgeoefend, die minstens 3 kwartalen voorafgaand aan de flexi-job werd aangevat, waarop bedrijfsvoorheffing en sociale bijdragen worden betaald;

- overwegende dat voor de overschakeling van een voltijdse naar een 4/5 tewerkstelling gecombineerd met een flexi-job een wachtperiode van 2 kwartalen geldt;

- overwegende dat het inkomen uit een flexi-job is vrijgesteld van personenbelasting tot 12.000 euro in het inkomstenjaar 2024 (verhoogd naar 18.000 euro per jaar vanaf het inkomstenjaar 2025 mits het wetsontwerp houdende diverse bepalingen van 3 juli 2025 wordt goedgekeurd (DOC 56 0963/001));

- overwegende dat de belastingvrije som in de personenbelasting 10.570 euro in het inkomstenjaar 2024 bedraagt (verhoogd naar 10.910 euro in het inkomstenjaar 2025);

- overwegende dat de belastingvrijstelling van inkomen uit een flexi-job cumuleerbaar is met de belastingvrije som in de personenbelasting;

- overwegende dat voltijds werkenden (5/5) in één betrekking (5/5) versus in een 4/5 betrekking in combinatie met een flexi-job een belastingvrijstelling krijgen van 10.570 euro versus 22.570 euro in het inkomstenjaar 2024 (10.910 euro versus 28.910 euro in het inkomstenjaar 2025);

- overwegende dat deze fiscale discriminatie tussen voltijds werkenden een schending van het gelijkheidsbeginsel inhoudt, die niet objectief, noch redelijk is gemotiveerd;

vraagt de regering

onmiddellijk de nodige maatregelen te nemen om werken meer te doen lonen en de fiscale discriminatie tussen voltijds werkenden met of zonder flexi-job op te heffen."

 

Une motion de recommandation a été déposée par M. Lode Vereeck et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu l’interpellation de M. Lode Vereeck

et la réponse du ministre des Finances et des Pensions, chargé de la Loterie Nationale et des Institutions culturelles fédérales,

- compte tenu de l'intention du gouvernement de rendre le travail davantage rémunérateur;

- considérant qu'un travailleur peut effectuer un flexi-job à condition qu'il exerce une activité principale à raison d'au moins 4/5e d'un emploi à temps plein (5/5e) auprès d'un autre employeur, pour autant qu'il ait commencé cette activité au moins 3 trimestres avant le flexi-job et qu'elle donne lieu au paiement du précompte professionnel et des cotisations sociales;

- considérant qu'une période d'attente de 2 trimestres s'applique en cas de passage d'un emploi à temps plein à un emploi à 4/5e combiné à un flexi-job;

- considérant que les revenus issus d'un flexi-job sont exonérés d'impôt des personnes physiques jusqu'à 12 000 euros pour l'année de revenus 2024 (montant porté à 18 000 euros par an à partir de l'année de revenus 2025 moyennant l'adoption du projet de loi portant des dispositions diverses du 3 juillet 2025 (DOC 56 0963/001));

- considérant que la quotité exemptée d'impôt à l'impôt des personnes physiques s'élève à 10 570 euros pour l'année de revenus 2024 (montant porté à 10 910 euros pour l'année de revenus 2025);

- considérant que l'exonération fiscale des revenus issus d'un flexi-job est cumulable avec la quotité exemptée d'impôt à l'impôt des personnes physiques;

- considérant que travailler à temps plein (5/5e) dans le cadre d'un emploi unique (5/5e) donne droit à une exonération fiscale de 10 570 euros pour l'année de revenus 2024, contre 22 570 euros pour un emploi à 4/5e combiné à un flexi-job (ou respectivement 10 910 euros contre 28 910 euros pour l'année de revenus 2025);

- considérant que cette discrimination fiscale entre les travailleurs à temps plein constitue une violation du principe d'égalité, qui n'est ni objectivement ni raisonnablement justifiée;

demande au gouvernement

de prendre immédiatement les mesures nécessaires pour rendre le travail davantage rémunérateur et supprimer la discrimination entre les travailleurs à temps plein avec ou sans flexi-job."

 

Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Wim Van der Donckt.

Une motion pure et simple a été déposée par MWim Van der Donckt.

 

Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.

Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

 

De behandeling van de interpellatie eindigt om 14.19 uur.

Le développement de l'interpellation se termine à 14 h 19.