Commission de l'Intérieur, de la Sécurité, de la Migration et des Matières administratives

Commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken

 

du

 

Mercredi 21 septembre 2022

 

Matin

 

______

 

 

van

 

Woensdag 21 september 2022

 

Voormiddag

 

______

 

 


De openbare commissievergadering wordt geopend om 10.06 uur en voorgezeten door de heer Ortwin Depoortere.

La réunion publique de commission est ouverte à 10 h 06 et présidée par M. Ortwin Depoortere.

 

01 Échange de vues sur la crise de l'accueil et questions jointes de

- Hervé Rigot à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "La situation au Petit-Château" (55029735C)

- Daniel Senesael à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "Les tentatives de suicide dans le réseau d'accueil" (55029750C)

- Hervé Rigot à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "L'arrêt de travail à Fedasil le 23 août" (55029773C)

- Dries Van Langenhove à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "Des primes uniques pour la mise à disposition de places d'accueil supplémentaires" (55029910C)

- Hervé Rigot à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "La situation à Fedasil et la crise de l'accueil" (55029954C)

- François De Smet à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "L’abandon du projet de déplacement du Petit-Château à l’Hôpital Militaire de Neder-Over-Heembeek" (55030029C)

- Simon Moutquin à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "L'accueil des réfugiés ukrainiens" (55030258C)

- Simon Moutquin à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "La crise de l'accueil" (55030260C)

- Simon Moutquin à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "La crise de l'enregistrement" (55030261C)

- Simon Moutquin à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "Le centre d'accueil Ariane à Woluwe" (55030262C)

- Greet Daems à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "La persistance de la crise de l'accueil" (55030318C)

- Greet Daems à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "Les primes d'encouragement destinées aux communes" (55030319C)

- Greet Daems à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "Le personnel de Fedasil" (55030320C)

- Greet Daems à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "La communication relative aux personnes qui relèvent de la procédure de Dublin" (55030321C)

- Eva Platteau à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "Les mesures prises pour remédier à la crise de l'accueil" (55030325C)

- Eva Platteau à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "Les condamnations prononcées par le tribunal du travail" (55030332C)

- Theo Francken à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "La crise de l'asile" (55030347C)

- Theo Francken à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "Les partenaires d'accueil privés" (55030348C)

- Theo Francken à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "Le centre Dublin" (55030349C)

- Theo Francken à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "La dissuasion" (55030350C)

- Ben Segers à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "Le Fonds d'impulsion pour les ILA" (55030359C)

- Ben Segers à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "Divers aspects de l'accueil et les demandes de protection internationale" (55030360C)

- Ben Segers à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "Divers aspects de l'accueil et les demandes de protection internationale (question de suivi)" (55030361C)

- Theo Francken à Nicole de Moor  (Asile et Migration) sur "Le centre pour demandeurs d'asile de Goetsenhoven (Tirlemont)" (55030363C)

01 Gedachtewisseling over de opvangcrisis en toegevoegde vragen van

- Hervé Rigot aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "De situatie in het Klein Kasteeltje" (55029735C)

- Daniel Senesael aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "De zelfmoordpogingen in het opvangnetwerk" (55029750C)

- Hervé Rigot aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "De werkonderbreking bij Fedasil op 23 augustus" (55029773C)

- Dries Van Langenhove aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "Eenmalige premies voor extra opvangplaatsen" (55029910C)

- Hervé Rigot aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "De situatie bij Fedasil en de opvangcrisis" (55029954C)

- François De Smet aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "De niet-verhuizing van het aanmeldcentrum van het Klein Kasteeltje naar het Militair Hospitaal" (55030029C)

- Simon Moutquin aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "De opvang van Oekraïense vluchtelingen" (55030258C)

- Simon Moutquin aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "De opvangcrisis" (55030260C)

- Simon Moutquin aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "De crisissituatie op het vlak van de registratie van asielzoekers" (55030261C)

- Simon Moutquin aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "Het opvangcentrum Ariane in Woluwe" (55030262C)

- Greet Daems aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "De aanhoudende opvangcrisis" (55030318C)

- Greet Daems aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "De aanmoedigingspremies voor gemeenten" (55030319C)

- Greet Daems aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "De werknemers van Fedasil" (55030320C)

- Greet Daems aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "De communicatie over Dubliners" (55030321C)

- Eva Platteau aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "Maatregelen om de opvangcrisis op te lossen" (55030325C)

- Eva Platteau aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "De veroordelingen door de arbeidsrechtbank" (55030332C)

- Theo Francken aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "De asielcrisis" (55030347C)

- Theo Francken aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "De private opvangpartners" (55030348C)

- Theo Francken aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "Het Dublincentrum" (55030349C)

- Theo Francken aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "De ontrading" (55030350C)

- Ben Segers aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "Het Impulsfonds voor LOI’s" (55030359C)

- Ben Segers aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "Diverse aspecten van de opvang en de verzoeken om internationale bescherming" (55030360C)

- Ben Segers aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "Diverse aspecten van de opvang en de verzoeken om internationale bescherming (vervolgvraag)" (55030361C)

- Theo Francken aan Nicole de Moor  (Asiel en Migratie) over "Het asielcentrum in Goetsenhoven (Tienen)" (55030363C)

 

01.01 Staatssecretaris Nicole de Moor: Geachte leden, ik wens u te bedanken voor de uitnodiging voor deze gedachtewisseling. Dit geeft me nogmaals de gelegenheid om u uit te leggen hoe wij de voorbije maanden, ook tijdens de zomer, verder hebben gewerkt aan de maatregelen die in juli door de regering werden goedgekeurd.

 

Het geeft me ook de gelegenheid om heel duidelijk te zijn en fakenieuws de wereld uit te helpen. Niemand organiseert immers doelbewust een tekort aan opvangplaatsen. Niemand wil mensen op straat, ik niet en mijn administratie niet. Niemand wil dat. Hopelijk is dit heel duidelijk. De insinuatie dat er politieke onwil zou zijn, is dan ook totaal ongepast. Ikzelf, mijn medewerkers en de administraties zijn van ’s morgens tot ’s avonds in de weer om iedereen van een opvangplaats te kunnen voorzien. Dan zwijg ik nog van de vele opvangpartners op het terrein en de talrijke lokale besturen die ook alles uit de kast halen om ons hierin te ondersteunen.

 

Nous voulons offrir un accueil à tous ceux qui y ont droit. D'abord et avant tout, parce que c'est leur droit. Un gouvernement doit remplir ses obligations. Mais nous voulons aussi éviter à tout prix les astreintes. Je suppose que tout le monde dans cette salle est du même avis.

 

Chers collègues, je vais vous parler aujourd'hui des différentes mesures que nous avons déjà prises ainsi que de ce que nous prévoyons de faire dans un avenir proche. Je répondrai également aux différentes questions qui ont déjà été soumises. Et je vais aborder cela en fonction des trois piliers de mesures que nous utilisons pour résoudre la situation, plus précisément des mesures qui agissent sur l'entrée, la sortie des centres d'accueil et l’accueil lui-même.

 

Het gaat dus om een mix van maatregelen die momenteel in volle uitvoering of reeds gerealiseerd zijn. Deze mix is nodig. Enkel opvang voorzien zal immers niet voldoende zijn. Ook de in- en de uitstroom moeten aangepakt worden. Daarvoor ben ik continu in overleg met verschillende actoren, lokale besturen en hun vertegenwoordiging, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de stad Brussel, het middenveld en nog vele anderen. Dat zal ik ook blijven doen.

 

Er wordt vaak verwezen naar de situatie in 2015, maar de context is vandaag fundamenteel anders. Daar kom ik verder in mijn uiteenzetting op terug.

 

Examinons d'abord la réalité des flux entrants, car j'entends également toutes sortes de choses à ce sujet. Quels sont les chiffres pour 2022 jusqu'à présent? Eh bien! plus de 24 000 personnes ont déjà demandé une protection internationale en Belgique.

 

En termes de flux entrants de demandeurs de protection internationale, on constate une augmentation partout en Europe aujourd'hui. Surtout, les pays d'Europe occidentale connaissent une forte augmentation des demandes de protection internationale – et certainement la Belgique. En mai, il y avait 2 556 demandes, en juin déjà 2 945, en juillet encore 3 047 et en août 3 529. Et tout porte à croire que le nombre de demandes sera encore plus élevé en septembre.

 

Par habitant, nous avons plus de demandeurs de protection internationale que les Pays-Bas et l'Allemagne. Cela est vrai non seulement pour le mois d'août, mais aussi pour toute l'année 2022. Par exemple, la Belgique compte 195 demandes pour 100 000 habitants au cours de cette année, alors qu'elle en compte 159 pour l'Allemagne et 166 pour les Pays-Bas. Nous apportons donc notre contribution. Personne ne peut dire que notre pays ne fait pas preuve de solidarité.

 

En outre, nous constatons que le flux entrant de ces dernières années a été presque constamment élevé et en augmentation. En 2019, il y a eu 27 742 demandes, en 2021 25 971 et, cette année, nous sommes déjà au-dessus de 24 000. C'est une différence par rapport à 2015 où, bien que le nombre de demandes eût atteint un sommet historique de 44 000 personnes, il était tombé à moins de la moitié l'année suivante: soit quelque 18 000 personnes. Il s’agit donc plutôt d’un pic unique. À présent, l'augmentation est graduelle, mais forte.

 

Het is ook belangrijk om te kijken wie er juist naar België komt en hier een verzoek om internationale bescherming indient. In augustus werd de top vijf van herkomstlanden van de verzoekers gevormd door Afghanistan, Syrië, Burundi, Eritrea en Palestina. Burundi is daarbij een opvallende nieuwkomer. Bij dergelijke nieuwe fenomenen is het belangrijk om telkens de achterliggende redenen te kennen en daar meteen op te ageren.

 

Een andere belangrijke vaststelling is dat meer dan 50 % van de verzoekers al een Eurodachit in een andere Europese lidstaat heeft, waaronder Nederland, Frankrijk, Duitsland en andere landen. Dat is problematisch en het toont des te sterker aan dat een hervorming van het Europese migratiesysteem nodig is, met een betere spreiding over de Europese lidstaten. Dat wil echter niet zeggen dat we de vigerende regels niet zullen volgen. We hebben een hervorming nodig, maar ook vandaag bestaan er regels die tot een betere spreiding moeten leiden. Die huidige regels zullen we blijven volgen, zolang ze bestaan. Ik zal de Europese solidariteit nooit opgeven. Het toont wel het belang aan van een goed werkend Dublinsysteem.

 

Dans ce contexte, j'ai tout d'abord créé un centre Dublin pour effectuer le retour vers l'État membre qui est compétent pour la demande d'asile. L'objectif est de décourager les personnes venant d'autres États membres de l'Union européenne de recommencer une procédure d'asile ici. Un centre spécifique pour les cas Dublin a donc été créé à Zaventem avec une capacité de 220 personnes. Il s'agit là aussi d'accélérer les procédures. Avec mes administrations, j'ai établi une feuille de route pour appliquer plus strictement les règles de Dublin. Les premiers résultats des opérations sur le terrain sont encourageants. Par exemple, l'entretien Dublin à Zaventem a lieu seulement après deux ou trois jours ouvrables alors qu'auparavant il fallait souvent attendre un mois ou plus. Grâce à cette nouvelle approche, nous pouvons désormais notifier la décision de transfert beaucoup plus rapidement, à savoir six jours en moyenne après l'accord de l'autre État membre, alors que dans le passé, cela pouvait parfois prendre des mois. Cela nous permet de gagner un temps considérable pour réaliser un transfert efficace.

 

Naast het Dublincentrum zijn ook preventiecampagnes belangrijk om de instroom te beperken. Bijgevolg heb ik daar meteen werk van gemaakt. Vorige week was ik nog op missie in Georgië. Dat land staat immers hoog op de lijst van landen van herkomst van asielzoekers in België, ondanks dat de erkenningsgraad laag is. Ik heb in Georgië dan ook duidelijk aangegeven dat de asielprocedure niet dient voor migratie om economische redenen. Indien men om economische redenen wenst te migreren, dient men andere procedures te gebruiken en aan de voorwaarden te voldoen. Dat neemt niet weg dat Georgiërs die wel in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus, die ook kunnen krijgen.

 

Mijn volgende missie gaat naar Egypte. Ook dat lijkt misschien geen belangrijk land in dit kader, maar dat is het wel degelijk. Egypte is immers een belangrijk transitland: wie niet via Libië in de Europese Unie geraakt, probeert het vaak via Egypte. We blijven dus voortwerken aan goede relaties met transitlanden.

 

Daarnaast is het belangrijk om nieuwe fenomenen snel aan te pakken. Zo dienen er, zoals gezegd, elke maand ongeveer 300 Burundezen een asielaanvraag in. Dat weegt uiteraard op de totale instroom en op de cijfers. Blijkbaar reizen zij visumvrij naar Servië en steken dan op irreguliere wijze verschillende grenzen over, vooraleer ze in België hun aanvraag doen. Ze doen dat ook massaal: 80 % van de Burundezen die in Europa een asielaanvraag indient, doet dat in België. Dat kan uiteraard niet de bedoeling zijn. Via het Dublincentrum bieden we hierop een antwoord, maar ook andere lidstaten moeten daaraan meewerken. Dergelijke praktijken kunnen we niet aanvaarden.

 

Sinds begin september zien we ook een merkwaardige stijging van het aantal aanvragen van Turkse Koerden. Dat is een nieuwe fenomeen van de jongste weken. We houden ook daar de vinger aan de pols en we blijven aandachtig, ook voor nieuwe mensensmokkelroutes. Ik ben dan ook zeer tevreden dat de federale gerechtelijke politie onlangs nog een smokkelnetwerk heeft opgerold, waarbij personen na betaling van 20.000 euro met privévliegtuigjes vanuit Turkije richting België werden vervoerd.

 

Enfin, je voudrais mentionner qu'en plus de ces 24 000 demandes de protection internationale, plus de 56 000 Ukrainiens sont déjà arrivés dans notre pays sur une période de 6 mois. Cela peut sembler être un détail, mais ce n'est pas du tout le cas. Il est logique que de tels chiffres entraînent des défis. Prétendre le contraire serait incorrect. Leur présence exerce une pression supplémentaire sur le marché du logement, une pression sur les grandes infrastructures pour créer des places d’accueil, une pression sur les partenaires de Fedasil comme la Croix-Rouge qui sont également déployés pour accueillir les Ukrainiens à la demande des Régions.

 

Beste collega's, het is duidelijk dat de instroom vandaag hoog is en ons voor grote uitdagingen stelt. Instroombeperkende maatregelen blijven noodzakelijk.

 

Maar niet alleen de instroom moet worden beperkt; ook de uitstroom uit het opvangnetwerk moet sneller. De mensen blijven vandaag te lang in de opvangcentra. Ook wat dat betreft, zette ik al een aantal maatregelen op de rails.

 

Ten eerste moet het aantal beslissingen van het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS) omhoog. Het aantal beslissingen moet liggen tussen de 2.200 en 2.500 beslissingen per maand, tegenover een gemiddelde van 1.600 in de periode van januari tot mei 2022. Het CGVS werkte daarom aan een plan van aanpak om het aantal beslissingen op te drijven. De aanwervingprocedures kunnen nu verkort toegepast worden om de nodige dossierbehandelaars aan te nemen. Gelet op de oververhitting van de arbeidsmarkt en de daaruit volgende concurrentie voor de aanwerving van arbeidskrachten, was dat echt hoognodig. Om even het personeelsbestand van het commissariaat-generaal te schetsen, bij het begin van deze legislatuur werkten er 387 personeelsleden bij het commissariaat. Vandaag zijn dat er al 507. Er zijn op korte termijn nog 70 extra aanwervingen gepland.

 

Ten tweede werd bij Fedasil het project "Uitstroom" opgestart. Wie vandaag in de opvang verblijft en werkt, kunnen we versneld laten uitstromen. Zij kunnen immers op eigen benen staan. Op die manier maken wij ook plaatsen vrij voor anderen.

 

Een derde pijler van onze aanpak is uiteraard het creëren van voldoende capaciteit in de opvang.

 

Il va de soi qu'une pénurie de places d'accueil devrait également être traitée par une extension temporaire de la capacité. Je rappelle toutefois qu'aujourd'hui, le réseau d'accueil compte déjà 31 544 places. Il s'agit du nombre le plus élevé depuis 2016. Au total, 5 132 places ont été créées depuis l'été dernier. Comme certaines places ont également été fermées, par exemple parce que le propriétaire ne veut plus louer à Fedasil, le nombre net de places supplémentaires s'élève à 4 280. C'est un exploit! Après tout, cela implique un grand nombre de bourgmestres, un grand nombre de personnel et un grand nombre de partenaires. Cela étant, il y a des places supplémentaires à Boom, Lommel, Machelen, Evere, Auderghem, Verviers, Jambes, Montegnée, etc.

 

Tout cela signifie que nous atteignons nos limites opérationnelles et celles de nos partenaires. De plus, le contexte actuel est différent de celui de 2015, comme je l'ai déjà mentionné. Entre autres choses, le marché du travail tendu ne nous aide pas en matière d'ouverture de centres. Il est vraiment difficile de trouver le personnel nécessaire. En outre, la coopération avec certaines autorités locales est de plus en plus difficile. Parfois, cela passe même par les tribunaux, ce qui conduit à une situation absurde où nous risquons non seulement des astreintes parce que nous n'accueillons pas de personnes, mais aussi des astreintes parce que nous accueillons des personnes là où les bourgmestres ne le veulent pas.

 

Mais nous continuons à chercher. Ainsi, en juillet, il a été décidé au sein du gouvernement, sur ma proposition, que la Défense fournirait des structures d’accueil d'urgence. Dans la première phase, 750 places seront ouvertes dans des casernes; dans la deuxième phase, 750 places dans des villages, où des conteneurs seront mis à disposition par la Défense. Ce plan est en pleine mise en œuvre.

 

En outre, des marchés publics seront lancés auprès des acteurs privés, ainsi qu'un appel aux autorités locales et aux ONG pour qu'ils proposent des initiatives locales d'accueil (ILA) et des places collectives. Le nombre d'ILA a systématiquement diminué. Alors que 40 % du réseau d'accueil était autrefois constitué d'ILA, aujourd'hui, il ne s’agit que de 17 %. Cependant, les ILA ont une valeur ajoutée évidente. Ils sont moins chers que les places collectives. Et les résidents peuvent commencer leur intégration plus rapidement. C'est pourquoi nous hébergeons principalement des candidats réfugiés des pays qui ont des hauts taux de protection.

 

Om die reden deed ik onlangs een oproep aan de lokale besturen om, waar mogelijk, op vrijwillige basis individuele opvangplaatsen te voorzien. Het gaat dus niet om een verplicht spreidingplan, noch om het afdreigen van lokale besturen, zoals her en der werd geïnsinueerd. Die lokale opvanginitiatieven hebben ook hun plaats en hun meerwaarde in het opvangnetwerk. Dergelijke plaatsen zijn, zoals alle opvangplaatsen, niet gratis. Wanneer gemeenten nieuwe LOI-plaatsen opstarten, gaan daar ook opstartkosten mee gepaard, bijvoorbeeld voor het inrichten van de kamers met meubilair. Vanuit het federaal niveau willen wij dan ook evident de lokale besturen ondersteunen met een tegemoetkoming voor die opstart. Dat is niet meer dan logisch. De lokale besturen hebben immers al veel engagementen opgenomen en hebben tegenwoordig al heel wat op hun bord.

 

Wat mij absoluut stoort, is dat er hier onmiddellijk valse verhalen over worden verspreid. Nee, het gaat niet om een verplicht spreidingsplan, dat zal ik ook niet invoeren. En nee, niet elke asielzoeker krijgt handje contantje een premie in zijn of haar handen. Het gaat over een financiële tegemoetkoming voor steden en gemeenten, dus voor diegene die op vrijwillige  basis een inspanning leveren. De verzoekers om internationale bescherming krijgen enkel bed, bad, brood en begeleiding. Dat is zo en dat blijft zo. Dergelijke broodjeaapverhalen helpen niemand vooruit.

 

Beste Kamerleden, de maatregelen die ik vandaag heb toegelicht, in die drie pijlers, namelijk werken aan de instroom, aan de uitstroom en aan het creëren van opvangcapaciteit, zijn maatregelen die ons uit de huidige situatie moeten loodsen. Met de steeds stijgende instroom is dat geen evidente opdracht, maar we zullen daarin slagen. Wat we finaal nodig hebben, naast een oplossing voor de huidige situatie, is een duurzaam en flexibel asiel- en opvangsysteem dat beter bestand is tegen fluctuaties in de instroom, in een steeds veranderende geopolitieke context.

 

L'objectif ultime des nombreuses mesures que nous prenons et devrons prendre à l'avenir est de parvenir à un réseau d'accueil durable et flexible. Pour mettre cela en pratique et faire en sorte qu'il soit plus résistant aux fluctuations des flux entrants, les réformes suivantes sont nécessaires.

 

Tout d'abord, il est nécessaire de disposer de suffisamment de places tampons, des places qui peuvent devenir rapidement opérationnels si la situation l'exige. Une politique du personnel différente est également nécessaire. Il est bon qu'une partie du personnel puisse être recrutée plus rapidement aujourd'hui. Mais cela devrait être étendu. Il devrait également être plus facile de passer d'une administration à l'autre en cas de besoin.

 

Le fonctionnement de Dublin devrait également être étendu et des mesures spécifiques sont nécessaires pour les mineurs étrangers non accompagnés. Pour ce dernier groupe cible, il s'agit principalement de l'accélération des tests d'âge et de places suffisamment adaptées auprès des Communautés.

 

Ik vertel niets nieuws als ik zeg dat er ook dringend nood is aan een nieuw aanmeldcentrum. Ik denk dat iedereen wel beseft dat het Klein Kasteeltje vandaag niet meer voldoet. Het gebrek aan opvangplaatsen heeft extra druk gecreëerd in en om het Klein Kasteeltje. De situatie was daar allesbehalve vanzelfsprekend, zowel voor het personeel en de buurtbewoners als voor de verzoekers om internationale bescherming zelf. Ik ben mij daar zeer sterk bewust van geweest.

 

Daarom hebben we de registratie tijdelijk verplaatst naar de kantoren van de dienst Vreemdelingenzaken aan de Pachecolaan. Nadat de betrokkenen daar hun verzoek om internationale bescherming hebben laten registreren, krijgen ze een uitnodiging om op een vastgelegd ogenblik in het Klein Kasteeltje een opvangplaats toegewezen te krijgen. Deze werkwijze heeft alvast de situatie aan het Klein Kasteeltje verbeterd, ook op het vlak van veiligheid.

 

Je voudrais également profiter de cette occasion pour exprimer une fois de plus ma reconnaissance à l'égard de tout le personnel qui donne toujours le meilleur de lui-même dans ces circonstances difficiles tant à Bruxelles que dans les différents centres d'accueil.

 

Ten slotte kan ik in de discussie ook niet heen om de Europese context. Mijn voorganger en ikzelf hebben hier al meermaals aangehaald dat er dringend meer Europese samenwerking moet komen. Als we vandaag een tekort aan opvangplaatsen hebben, is dat voor een groot deel wegens asielzoekers die reeds in andere landen procedures hebben gevoerd. Elke Europese lidstaat moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Ik kan dat niet genoeg herhalen. Het Europese Asiel- en Migratiepact is een absolute must, met daarin onder andere een betere samenwerking inzake Dublinuitwisseling en een sterkere screening aan de buitengrenzen van de Europese Unie, om maar twee zaken te noemen.

 

We blijven de komende dagen, weken en maanden zoeken naar maatregelen. We staan daarvoor in permanent overleg met de opvangpartners, met Brussel en uiteraard met de regeringspartners. Ik doe er alles aan, ik herhaal alles om niemand op straat te laten staan.

 

01.02  Eva Platteau (Ecolo-Groen): Mevrouw de staatssecretaris, ik dank u voor uw heldere toelichting bij de maatregelen die u hebt genomen, en bij het beleid dat u wil voeren.

 

Ik ben blij met uw verklaring dat de regering niemand op straat wil laten staan, daarmee insinuaties over politieke onwil ontkrachtend. Ik moet toegeven dat de situatie al zo lang aansleept dat het niet verwonderlijk is dat die insinuaties beginnen te leven. Het is immers niet de eerste keer dat wij vragen stellen over de opvangcrisis, die binnenkort al zowat een jaar aansleept. Dat wordt stilaan een heel onaanvaardbare situatie. Mijn partij wil constructief nadenken en heeft ook voorstellen op tafel gelegd. Wij moeten er allemaal alles aan doen om de opvangcrisis onder controle te krijgen.

 

Op een deel van mijn vragen heb ik al een antwoord gekregen met uw toelichting bij uw maatregelen op het vlak van instroom, opvang en uitstroom.

 

Maar wanneer het over instroom gaat, blijft u verwijzen naar de situatie op Europees niveau en naar tendensen. U herhaalt ook dat het Europese systeem op zijn limieten stoot. Anderzijds stelt u dat u er desondanks alles aan zal doen om de huidige regels na te leven. Dat is tegenspraak. Uiteindelijk moeten wij de mensen die op het moment in Brussel en in België asiel willen aanvragen, een opvangplaats geven. Punt.

 

Een vraag waarop ik nog niet helemaal een antwoord heb gekregen, gaat over de opening van het Dublincentrum. Wat is op het moment het effect daarvan? Maakt u uw streefdoel voor een betere samenwerking met andere Europese landen, op die manier echt hard?

 

Voorts stel ik vast dat het middenveld een draaiboek met maatregelen en oplossingen om de opvangcrisis aan te pakken, heeft vastgesteld. U hebt dat ongetwijfeld heel grondig bestudeerd. Welke voorstellen uit dat boek zult u meenemen?

 

Het draaiboek suggereert onder andere de opheffing van code 207 voor bewoners die al langer dan zes maanden in het opvangnetwerk verblijven zonder bijkomende financiële voorwaarden of arbeidsvoorwaarden. Acht u dat mogelijk? Op die manier zouden de betrokkenen namelijk sneller kunnen uitstromen en de druk op het opvangnetwerk verlagen?

 

Een ander voorstel gaat over de prioritaire behandeling voor nationaliteiten met een hoge beschermingsgraad om mensen sneller, namelijk binnen een termijn van twaalf weken, een beslissing te kunnen geven, wanneer bekend is dat zij uit landen komen met een hoge beschermingsgraad. Is dat volgens u haalbaar? Waarom wel? Waarom niet?

 

Een derde voorstel in het draaiboek is om in samenwerking met de DVZ personen die zich bevinden in een situatie van onverwijderbaarheid, een verblijfsoplossing te bieden en hun dus een tijdelijk statuut te geven. Daarbij denk ik aan de Afghanen die een negatieve beslissing hebben gekregen, maar aan wie we geen verplichte terugkeer kunnen opleggen, waardoor ze zich dus in een situatie van onverwijderbaarheid bevinden.

 

We hebben daarover al gediscussieerd. Het is toch wel eigenaardig dat we allemaal het verzet tegen de taliban steunen, maar dat we Afghanen die precies vluchten voor de taliban en naar Europa komen om hier een toekomst op te bouwen, weigeren te zien als vluchtelingen die nood hebben aan internationale bescherming en ze beschouwen als economische vluchtelingen, die dus moeten terugkeren. Hoef ik nog te herinneren aan de beelden van de evacuatie in 2021 van mensen uit Afghanistan die wanhopig het land probeerden te ontvluchten? Zij zullen niet terugkeren, maar hier in Europa, België of elders, blijven en in de illegaliteit belanden. Dat maakt hen ook zeer kwetsbaar, onder andere voor mensenhandel. Zijn we wel goed bezig, als Afghaanse jongeren volgens een recent artikel zich moeten prostitueren? Kan ons land daar niet op een andere manier mee omgaan, zodat we die mensen wel een toekomst kunnen bieden en het verzet tegen de taliban op die manier ondersteunen, in plaats van die vluchtelingen volledig in de illegaliteit te duwen. Kortom, kan er worden gestreefd naar de toekenning van een tijdelijk statuut?

 

Wat de uitstroom betreft, ik juich toe dat het aantal beslissingen zal stijgen en ernaar gestreefd wordt om mensen aan te werven, zodat er maandelijks meer beslissingen kunnen worden genomen. U hebt het ook gehad over uitstroommaatregelen, waarbij mensen die op eigen benen kunnen staan omdat ze een arbeidscontract hebben, vroeger kunnen uitstromen. Over hoeveel personen gaat het dan precies? Hebt u daar cijfers van?

 

Een ander probleem in verband met de uitstroom lijkt mij ook hoe we de betrokkenen naar de huizenmarkt toe leiden. Er is een krapte op de woningmarkt. Ook asielzoekers met een positieve beslissing, die een erkenning krijgen of subsidiaire bescherming gekregen hebben, vinden niet allemaal snel een woning op de private huurmarkt. Hoe kunnen we ook op dat vlak zorgen voor een vlottere uitstroom? Hebt u daarvoor initiatieven genomen? Hebt u overleg gepleegd met OCMW's om de begeleiding op zich te nemen? Hebt u samengezeten met de bevoegde ministers van de deelstaten? Kunt u daarover iets meer vertellen?

 

Tal van vrijwilligers proberen nu al via tal van burgerinitiatieven die groep mensen naar de huurmarkt te begeleiden, maar dat is niet eenvoudig. Het is mogelijk dat de uitstroom daardoor deels wordt vertraagd.

 

Wat de samenwerking met lokale besturen betreft, zegt u dat u niet voor een verplicht spreidingsplan kiest, maar dat u een beroep doet op de vrijwilligheid van de lokale besturen om lokale opvanginitiatieven in te richten, waarvoor zij dan een financiële tussenkomst krijgen. Ik vind het een goede zaak dat u de lokale besturen blijft aansporen en ondersteunen, onder meer door financiële tussenkomsten. Ik stel helaas vast dat daar erg weinig reactie op komt. De vraag dringt zich dus op of men op een andere wijze iets kan doen voor de realisatie van lokale opvanginitiatieven door lokale besturen. Wat zijn de grootste bezorgdheden? Zoals u reeds hebt gezegd, hebben de lokale besturen al erg veel taken en hebben zij het moeilijk gehad tijdens de coronacrisis. Hoe kan men lokale besturen ervan te overtuigen lokale opvanginitiatieven op poten te zetten?

 

Wat het nieuw opvangcentrum van het Klein Kasteeltje betreft, hoe loopt de registratie bij DVZ in de Pachecolaan? De overlast aan het Klein Kasteeltje is dan misschien wel verdwenen, maar misschien staan de mensen nu wel ergens anders op straat aan te schuiven. Wat is de concrete situatie nu? Op welk vlak is er een verbetering?

 

Voorts kan mijns inziens de arbeidsrechtbank niet helemaal tevreden zijn met de gang van zaken waarbij asielzoekers hun toegang tot het opvangnetwerk bijna allemaal via de arbeidsrechtbank hebben moeten afdwingen, noch is zij vragende partij voor die aanpak, aangezien die een grote werklast genereert. Wat is uw kijk hierop?

 

Wat de urgentie betreft, zegt u dat men niemand op straat mag laten staan, maar dat is nu echter wel al meer dan een jaar het geval in Brussel. Dat is onaanvaardbaar. Met de winter in het vooruitzicht is er een winteropvangplan uitgewerkt. Hoe wordt ervoor gezorgd dat mensen niet de nacht op straat moeten doorbrengen als het vriest? Welke samenwerking is er met de humanitaire hub? Op het ogenblik bieden vrijwilligers al medische zorg en delen ze maaltijden aan asielzoekers uit.

 

Zult u de betrokken organisaties financieel ondersteunen? Zij krijgen toch wel een grote verantwoordelijkheid. Op welke manier werkt u met hen samen?

 

Vandaag stond een toelichting bij het managementplan van Fedasil door de directeur, de heer Kegels, in onze commissie gepland. Maar hij heeft intussen zijn ontslag ingediend. Het is zeer jammer dat op een moment dat het personeel het heel moeilijk heeft, een bangrijke leidinggevende functie niet is ingevuld. Wat is daar gaande? Is er een interim-directeur aangesteld? Op welke manier waakt u erover dat bij Fedasil de continuïteit van het management is gegarandeerd?

 

01.03  Hervé Rigot (PS): Monsieur le président, madame la secrétaire d'État, comme vous le savez, j'ai demandé cet échange de vue important. Pourquoi? D'abord parce que j'ai travaillé près de vingt-deux ans chez Fedasil, que je connais donc le domaine et que je vois aussi la situation actuelle qui est traversée par tous les collaborateurs et le staff de Fedasil. Cette situation perdure depuis près de trois ans déjà, avec des contextes très difficiles, que ce soit la covid, l'accueil des familles ukrainiennes ou un réseau aujourd'hui toujours saturé.

 

Le deuxième élément est constitué par les conséquences sur le centre d'arrivée. Nous avons pu les voir fin août et je me suis rendu sur place début septembre. Ce que j'ai pu constater est une situation dramatique, qui est exprimée par le personnel. Comme cela a été dit, entre 1 500 et 2 000 hommes figurent aujourd'hui sur une liste d'attente, à la rue. Ils sont pris en charge, heureusement, par des associations, par le volontariat, la Ville de Bruxelles, le Samusocial et tant d'autres. Ces personnes sont dans des conditions pénibles à l'approche de l'hiver. Elles souffrent de maladies comme la gale, et on parle aussi de dépression, de conséquences mentales importantes pour un public déjà vulnérable.

 

Le personnel est épuisé et a perdu le cap. Ce centre d'arrivée, qui est un remarquable outil, a aujourd'hui perdu toute sa raison d'être. Il n'est plus un centre de première ligne. Il accueille quelquefois, pendant trois à quatre mois, des familles dans un contexte d'accueil temporaire. Le personnel voit cet outil qu'il avait construit de ses mains partir vers le néant. Des résidents séjournent dans des conditions temporaires qui ne sont pas idéales. Il n'y a aucune perspective, sans aucun doute, aujourd'hui. Pire encore, la perspective existe de voir bientôt des familles, des femmes et des enfants, sur liste d'attente, et sans accueil dans un réseau. C'est une situation tout à fait inhumaine.

 

Ce n'est pas une crise migratoire. Je ne vous rejoins pas sur ce sujet. C'est une crise de l'accueil. Je comprends évidemment ce que vous dites avec les Ukrainiens. La situation est un élément qui ne facilite pas la tâche quant à l'aide que l'on peut obtenir des CPAS, des villes et communes et des partenaires, puisqu'on est sur tous les fronts. Vous avez raison, l'effort mis en place est remarquable. Il n'y a pas à dire le contraire. L'effort est conséquent quant au nombre de places d'accueil ouvertes, mais c'est la course à l'échalote. Vous pouvez continuer tant que vous voulez à ouvrir des places, il faut trouver des options pour soulager le réseau. Si aujourd'hui la crise frappe l'accueil, la cause de cette crise dans l'accueil n'est pas un afflux de demandeurs de protection internationale. C'est une incapacité de nos services à assumer un suivi des procédures et à prendre des décisions dans les temps.

 

Et quand je dis "incapacité", je ne juge en rien la qualité du travail fourni. Il peut y avoir plein de raisons (cadre insuffisant, procédures trop lentes et à revoir, etc.) mais, aujourd'hui, il y a un fait. Comme vous l'avez exprimé, nous n'avons pas suffisamment de sorties de notre réseau. Vous allez donc toujours devoir courir à l'ouverture de places et, dans le contexte actuel, nous savons que ce n'est ni faisable ni tenable.

 

Il est incompréhensible pour moi qu'on n'arrive pas à trouver des réponses organisationnelles. J'ai connu les crises de 2011 et de 2015. On revit toujours des crises et j'ai l'impression que l'on refait toujours le travail, qu'on recrée à chaque fois quelque chose de nouveau et qu'on ne tire pas les leçons du passé. Or il y a de très bonnes leçons à retirer des crises précédentes, et certainement de la crise de 2015. Comme vous l'avez évoqué, le contexte était différent mais on a quand même dû accueillir, sur une période de six mois, 35 000 demandeurs. On a ouvert des places et on a su ensuite résorber, avec le CGRA et l'Office des étrangers, l'arriéré en procédure. Cela a été fait. C'est donc jouable et faisable, ce qui signifie qu'il faut trouver les moyens. Qu'a-t-on fait à l'époque? Le gouvernement a sans aucun doute délié des moyens financiers. Il y a eu un volontariat terrible des structures, des ONG et aussi politique. Il faut continuer en ce sens.

 

Il y a urgence. Comme vous l'avez dit, le personnel de Fedasil est épuisé. Quand on voit que même le directeur général quitte le navire… Michael Kegels, je l'ai connu. Il était là voici vingt-deux ans. Il est arrivé en même temps que moi. Son rêve était vraiment de pouvoir guider l'agences. S'il quitte le navire aujourd'hui, c'est évidemment à contrecœur. Et, lorsqu'un de ses plus fervents porte-drapeaux quitte le navire, c'est qu'on a un vrai problème sur le navire. Or ce n'est pas le moment d'en avoir un. J'espère donc que vous pourrez m'expliquer ce qui est envisagé pour assurer la direction temporaire de Fedasil mais aussi pour assumer le plus rapidement possible le remplacement de cette figure qui nous quitte à un très mauvais moment.

 

Il y a aussi les lettres des ONG que nous avons reçues, la lettre ouverte adressée au premier ministre. Qu'avez-vous fait depuis lors avec le gouvernement et le premier ministre? Envisagez-vous de rencontrer les ONG et de donner suite à leur questionnement? Les tribunaux saturés, la Belgique condamnée à des astreintes, etc., vous avez dressé tout ce volet. Il faut aussi ajouter à cela le programme de réinstallation et de relocalisation qui est suspendu avec des personnes particulièrement vulnérables qui sont en attente d'un accueil auquel elles ont droit.

 

Aujourd'hui, je ne comprends pas. Je pense qu'il faut évidemment accélérer la procédure ainsi que rechercher des solutions pour libérer des places dans le réseau. Vous avez reçu des propositions des ONG. Les avez-vous examinées et qu'en pensez-vous? Je vais également vous proposer quelques pistes sur lesquelles j'aimerais avoir votre avis.

 

Sur la procédure, je vous demanderai tout d'abord ce qu'il se passe. On a augmenté le cadre du personnel du CGRA et, malgré tout, le CGRA est toujours un coup en retard par rapport aux dossiers et a un arriéré. Cela veut-il dire qu'il n'y a pas un coup d'accélérateur ou que le cadre n'est pas rempli aujourd'hui? Si le cadre n'est pas rempli, pourquoi et que peut-on faire pour le remplir?

 

Combien de dossiers sont-ils traités mensuellement? J'aimerais que vous compariez les chiffres avec ceux de l'année 2015 quant au nombre de travailleurs au CGRA pour traiter les dossiers et le nombre de dossiers qu'alors ils traitaient effectivement. La situation actuelle est-elle moins bonne? Y a-t-il d'autres facteurs que nous ne maîtriserions pas?

 

Il est vrai que vous n'avez pas d'instructions à donner au CGRA, mais par contre, il peut leur être conseillé de travailler sur certains publics prioritaires pour avoir des décisions rapides: les hauts taux de protection, procéder au last in, first out, travailler sur les compositions familiales, etc. Il conviendrait de travailler sur des solutions qui désengorgeraient notre réseau d'accueil.

 

À la lecture du rapport de l'Office, je vois des goulots d'étranglement et des éléments qui ralentissent la procédure. Un audit externe est en cours. J'aimerais en recevoir un état des lieux. A-t-il rendu ses conclusions? Quand nous sera-t-il présenté? Y a-t-il des pistes de réponses efficaces et immédiates?

 

Nous évoquons la situation des Afghans. Heureusement que nous ne les renvoyons pas dans leur pays aujourd'hui! Ils représentent 20 à 25 % de la population dans notre réseau d'accueil. Ils sont soit en attente d'une décision soit en attente de la non-exécution d'une décision négative. N'y a-t-il pas de raison valable de leur accorder un statut temporaire, comme les Pays-Bas le font dans les cas de retours volontaires? Ce statut temporaire leur permettrait de séjourner temporairement sur le territoire, d'accéder au travail, à l'aide financière, et serait revu tous les six mois en fonction de l'évolution de la situation.

 

Ce public qui est encore aujourd'hui le plus demandeur d'une protection internationale dans notre réseau pourrait libérer des places. Nous savons aussi que la situation du public afghan risque de durer. Il n'est pas tenable de laisser des familles et des individus dans des structures d'accueil collectives sans perspective durant de nombreux mois. Cela peut porter à conséquences pour elles mais aussi engendrer des tensions et des difficultés de gestion dans les centres. Les places qu'ils occupent sont bloquées. Je pense qu'il faut rechercher des perspectives sans mettre le poids sur les CPAS, ce que vous avez vous-même évoqué, alors que leur travail est déjà conséquent à mener dans d'autres crises qu'ils doivent gérer.

 

S'agissant des hauts taux de protection, j'émettrai un peu les mêmes réflexions sans pour autant focaliser sur certaines nationalités. On sait qu'il y a des pays où le taux de protection est plus élevé que dans d'autres. On pourrait aussi analyser et définir un taux de protection, éventuellement revu à la baisse, un délai de séjour dans le réseau d'accueil ainsi que faire glisser ce public vers une aide temporaire dans l'attente d'une décision définitive qui, si elle est positive, leur octroiera l'ensemble de leurs droits et sinon, mènera à une fin de procédure avec les conséquences qui s'ensuivent.

 

Il ne faut pas attendre la décision pour faire glisser ces personnes vers un statut. On sait qu'aujourd'hui, on ne peut les faire glisser vers les ILA car on n'en a pas assez. Peut-être que ces personnes, qui sont sans aucun doute volontaires, peuvent venir sur le marché de l'emploi, s'assumer et quitter le réseau pour le soulager.

 

Dans beaucoup de secteurs, on ne trouve pas de personnel qualifié. On sait aussi que beaucoup de demandeurs de protection internationale sont volontaristes et souhaitent travailler. Ne peut-on prendre des mesures qui permettent d'accéder plus vite au marché de l'emploi?

 

Je pense que vous aurez une discussion avec vos homologues des entités fédérées pour trouver une piste et pour pouvoir débloquer l'accès à l'emploi et dès lors apporter une réponse à la saturation du réseau et une réponse économique et sociale à la demande de nombreux employeurs qui ont besoin de forces vives pour pouvoir fonctionner.

 

S'agissant des reconnus, ils saturent le réseau aujourd'hui. Vous l'avez évoqué et je vous rejoins. Les ILA, malgré l'appel lancé aux communes et aux CPAS, cela ne fonctionne pas car elles sont dans des situations déjà très difficiles à gérer. De belles expériences ont été menées par le passé, notamment avec le CIRÉ et des ONG. Pourquoi ne pas ouvrir des structures d'accueil en transition avec ces ONG, ce qui permettra de désengorger le secteur collectif?

 

Enfin, pensons à ceux qui ont besoin d'aide aujourd'hui et qui sont à la rue. Mais n'oublions pas non plus le personnel de Fedasil, des ONG ou du CGRA. Il faudra rendre l'emploi séduisant, ce qui n'est pas simple. Il faudra offrir un emploi stable, durable, des perspectives d'avenir et de la flexibilité. Il faut donner un message positif à ces hommes et ces femmes: "Merci pour tout ce que vous faites, nous sommes à votre écoute et cela va bouger". Madame la secrétaire d'État, si les choses bougent, vous savez que vous pouvez compter sur nous.

 

01.04  Dries Van Langenhove (VB): Mevrouw de staatssecretaris, ik dank u voor het antwoord. Het aantal asielaanvragen piekt inderdaad naar een recordhoogte. In juni waren er 3.529 aanvragen. Dat is stijging van 16 % tegenover de maand voordien. In de eerste acht maanden waren er meer dan 22.000 asielaanvragen. Dat is stijging van meer dan 50 %. De tendens is dus onmiskenbaar. Het aantal asielaanvragen blijft stijgen. U erkent ook dat het aantal asielaanvragen deze maand wellicht opnieuw zal stijgen.

 

Ik hoor u dan graag zeggen – dat is al een verschil met het begin van uw mandaat, dat nochtans nog niet zo lang bezig is – dat we ook de instroom en de uitstroom zullen moeten aanpakken. Waar blijven die concrete maatregelen dan, mevrouw de staatssecretaris? Die heb ik hier vandaag opnieuw niet gehoord. Vorige keer heb ik die maatregelen ook niet gehoord. Wat zult u dus concreet doen, behalve wachten op die Europese fata morgana, dat migratiepact, om de instroom te verminderen en de uitstroom te vermeerderen?

 

Het moet duidelijk zijn dat het hier niet gaat om de instroom en de uitstroom in de opvangcentra. Dat is het probleem beheren. Het gaat hier om de instroom en de uitstroom in ons land. Dat is het probleem beheersen. Dat is wat u zou moeten doen. Dat zou uw topprioriteit moeten zijn. Door het probleem te beheersen, wordt het immers automatisch ook beheerd.

 

Bent u bereid om werk te maken van een verstrenging van de regels voor gezinshereniging van erkende asielzoekers en een opschorting of beperking van de gezinshereniging voor subsidiaire bescherming? Dat zou een concrete maatregel kunnen zijn, maar daarover hoor ik u nooit iets zeggen. Nochtans is dat perfect mogelijk binnen het Europese carcan. Veel Europese lidstaten, zelfs buurlanden van ons, hebben dat reeds gedaan. Waar wachten wij dan in godsnaam nog op? Welke bijkomende maatregelen zult u nemen om ervoor te zorgen dat de terugkeer vlotter verloopt? Sinds het regeerakkoord van uw regering loopt dat allemaal veel minder vlot. Corona is nu grotendeels voorbij, dus ook achter dat excuus zult u zich niet meer kunnen verschuilen.

 

Uw voorganger, bij wie u kabinetschef was, zei dat we hem daarop mochten afrekenen. Ik veronderstel dat die belofte ook voor u nog geldt. Die afrekening staat momenteel behoorlijk negatief, mevrouw de staatssecretaris. Wat zult u doen om daar voor betere cijfers te zorgen?

 

Hoe evalueert u de werking van het Dublincentrum? Werd het beoogde doel, de effectieve terugkeer van 20 mensen per dag, bereikt? Wat is de stand van zaken met betrekking tot de regeling van de woonstbetreding? Ook dat werd jammer genoeg begraven door uw voorganger, door een veto van Groen, Ecolo en de socialistische partijen. Dat is zeer jammer, want dat zou een concrete maatregel kunnen zijn die zorgt voor verhoogde terugkeercijfers en een afschrikkend effect voor asielprofiteurs.

 

Mevrouw Platteau, u zegt dat het niet logisch en niet goed is dat veel van die asielzoekers eerst via de arbeidsrechtbank moeten passeren voor ze een asielplaats krijgen. Dat klopt zeker en vast. Dat is een teken aan de wand dat dit asielsysteem totaal faalt. Echter, die asielzoekers passeerden niet enkel via de arbeidsrechtbank, maar ook via verschillende veilige landen voor ze hier in Vlaanderen toekwamen. Ze zijn ook gepasseerd via verschillende Europese landen voor ze hier toekwamen. De staatssecretaris zei zelf dat dit een cijfer is waar we echt van achterover zouden moeten vallen. Meer dan 50 % van de asielaanvragers heeft al een Eurodac-nummer. Zij zijn al gepasseerd in andere Europese landen. Zij moeten daar asiel aanvragen en niet bij ons. Men heeft dus lak aan de Europese asielregels. Er wordt op massale schaal misbruik gemaakt van de flexibiliteit en de laksheid van deze regering. Daar moeten we iets aan doen. Dan zullen er automatisch veel minder asielzoekers, liefst zelfs geen, via de arbeidsrechtbank een plaats afdwingen. Het loopt dus volledig fout.

 

Mevrouw de Moor, het doel moet niet zijn dat er geen dwangsommen worden betaald. Een of andere spindoctor bij de cd&v heeft dat waarschijnlijk verzonnen om op die manier zowat alle Vlamingen aan hetzelfde zeel te laten trekken, want wie wil er nu dwangsommen betalen? Van extreemlinks tot uiterst rechts zal er wellicht niemand graag dwangsommen willen betalen. Bij cd&v, het moedige midden, moet men gedacht hebben dat dat iets is waarmee ze iedereen kunnen overtuigen. Dat is echter wel een heel flauw gesprekspunt. Het doel moet immers niet zijn om geen dwangsom te betalen, het doel moet zijn om het asielsysteem te laten werken voor dat waarvoor het bedoeld is.

 

Het is niet bedoeld om op massale schaal economische migratie te faciliteren. Het asielsysteem is bedoeld om voornamelijk individuen te helpen die nergens anders terechtkunnen en die recht hebben op asiel, die beschermd moeten worden voor bijvoorbeeld politieke of individuele vervolging op basis van hun geaardheid of hun politieke overtuiging. Het zijn net die mensen die nu niet geholpen kunnen worden door het asielsysteem doordat u en de andere leden van de regering het gebruiken voor dat waarvoor het niet is bedoeld, namelijk voor massale economische migratie. Tenzij u dringend hervormingen doorvoert, zal dat het einde betekenen van het asielsysteem en van alle mooie dingen waarvoor het zou kunnen en zou moeten zorgen.

 

Die Burundezen die massaal naar België komen, zijn nog zo'n teken aan de wand dat dit systeem volledig fout loopt. Dat zijn opnieuw cijfers om van achterover te vallen. 80 % van de asielaanvragen van Burundezen in Europa vinden plaats in België. Het is zeer goed dat u dat probleem schetst, maar wat doet u er concreet aan? Hoe zult u ervoor zorgen dat daar liefst vandaag al een oplossing voor komt? Dit is duidelijk een misbruik en daar moeten we dringend iets aan doen.

 

Mevrouw de Moor, vooraleer ik het over de premies heb, wil ik eerst nog eens terugkomen op iets anders. U begon uw betoog met te stellen dat u fakenieuws de wereld uit wou helpen. Uw voorganger heeft dat ook een aantal keer gedaan, hoewel hij zelf ook een aantal keer fakenieuws heeft verspreid.

 

Ik begin bij het begin. Het eerste voorbeeld dat u aanhaalt, is dat bepaalde politici het nieuws zouden hebben verspreid dat er handje contantje premies werden uitbetaald aan asielzoekers. Wat u nu echter doet, is een spook bestrijden dat u zelf op de muur schildert. Wie in godsnaam kunt u immers met de vinger wijzen? Kunt u een naam noemen van een Kamerlid dat zou hebben gezegd dat er handje contantje premies worden gegeven aan asielzoekers? Ik meen van niet.

 

De heer Mahdi was ook heel goed in het uiten van gespeelde verontwaardiging over zaken die eigenlijk niet waren gebeurd. Wie kan er op die manier dan tegen zijn? Iedereen zou immers boos zijn mocht iemand dat hebben beweerd.

 

Hetzelfde geldt voor het spreidingsplan. U hebt zelf door uw op dat vlak gebrekkige communicatie minstens de indruk gewekt dat, indien de lokale besturen niet zouden ingaan op uw vraag, het alternatief een verplicht spreidingsplan zou zijn, ook al zou u dat niet graag willen doorvoeren. Pas enkele dagen later hebt u dan gelukkig maar verduidelijkt dat een dergelijk spreidingsplan er niet zou komen. Vandaag herhaalt u dat gelukkig maar opnieuw.

 

Misschien moet u dus beginnen bij uzelf wat dat goede voornemen betreft.

 

U merkt op dat de premies om lokale besturen te ondersteunen heel evident zijn. Dat is voor u heel logisch. Echter, wanneer wij een a-contrarioredenering toepassen, was het beleid van uw voorganger, de heer Mahdi, dan niet logisch? Heeft hij maatregelen getroffen die niet logisch waren? Die eenmalige premies voor lokale besturen zijn immers nieuw. Toen was dat blijkbaar niet evident en onlogisch. Nu zijn ze dat opeens wel.

 

Die redenering is dus heel bizar. Misschien moet u gewoon toegeven dat er de voorbije jaren een boeltje van is gemaakt, dat u heel dringend en heel paniekerig op zoek moet naar lokale plaatsen en LOI's en dat u daarom premies zult beginnen uitkeren.

 

U wijst er ook op dat u er alles aan doet om niemand op straat te laten slapen. Vele leden zullen het echter al dan niet stilzwijgend met mij eens zijn dat het niet zo is. U stelt dat u er alles aan doet, dat hebt u verschillende keren herhaald, maar dat klopt natuurlijk niet.

 

Uw regering straft EU-lidstaten die voor een strenger migratiebeleid kiezen. Uw regering heeft de woonstbetredingen laten varen en heeft de ontrading op een laag pitje gezet. Zij heeft de gezinshereniging, in tegenstelling tot onze buurlanden, niet verstrengd. Zij heeft de quota afgeschaft. Zij heeft geen verplichte PCR-test ingevoerd voor terugkeer. Zij heeft beslist gezinnen niet meer vast te houden met het oog op terugkeer. Zij heeft geen nieuwe re-admissieakkoorden gesloten, behalve dan – voor alle duidelijkheid, anders zult u dat herhalen – met Suriname. Zelfs fakeasielzoekers, die op reis gingen naar het land waaruit ze zogezegd waren gevlucht, hebt u op kosten van de Belgische belastingbetaler teruggehaald.

 

Mevrouw de Moor, laten we even eerlijk blijven, u doet niet alles om te voorkomen dat ons asielsysteem uit zijn voegen barst, want dat is de reden waarom er mensen in schrijnende omstandigheden op straat moeten slapen, tussen de pis en het afval, aan onder andere het Klein Kasteeltje.

 

Mevrouw de Moor, als u zegt dat u uw deel doet, kunt u dan eens verduidelijken voor de burgers van dit land wat precies dit deel is. On a déjà donné. Wat moeten wij nog meer doen? Waar zal het stoppen? Wat is voor u genoeg? Wanneer zult u zeggen dat wij echt ons deel hebben gedaan, dat het kan stoppen, dat wij terug onze mensen op de eerste plaats kunnen zetten? Want dat laatste is wat u en uw regering zouden moeten doen.

 

01.05  Philippe Pivin (MR): Monsieur le président, je serai moins bavard qu'hier après-midi. Je voudrais remercier la secrétaire d'État pour son exposé. Nous avons déjà eu l'occasion d'échanger au mois de juillet dernier sur cette thématique et d'autres, à l'occasion de la présentation de la note d'orientation politique. Nous en reparlerons encore au cours des prochaines semaines à l'occasion de la note de politique générale, lorsque viendront les discussions budgétaires. Je n'ai pas de question précise à vous poser sur le sujet aujourd'hui, mais j'aborderai à nouveau cette thématique, de façon plus générale, lors de la prochaine discussion.

 

De voorzitter: Ik overloop de fracties in volgorde van grootte. Eerst komt cd&v en dan is het aan u, mevrouw Daems. Eerst geef ik dus het woord aan de heer Briers.

 

01.06  Jan Briers (cd&v): Mevrouw de staatssecretaris, dank u voor uw toelichting bij de huidige opvangsituatie. Vanaf de eerste dag van uw staatssecretariaat bent u met de situatie in de asielopvang aan de slag gegaan. De cd&v-fractie deelt de visie die u daarnet formuleerde, namelijk dat er op verschillende fronten tegelijkertijd – instroom, uitstroom, opvang – gewerkt moet worden. Met betrekking tot elk van deze aspecten hebt u dan ook een aantal maatregelen genomen.

 

Wat de instroom betreft, gaf u de recentste cijfers, die ik niet hoef te herhalen. Opvallend is de stijging uit Burundi. Daarover wil ik toch even meegeven, beste collega's, dat die mensen hier niet alleen om economische redenen aankomen. We hebben het hier over een van de armste landen ter wereld, maar ook over een land met een grote politieke onveiligheid. Met onze bijzondere commissie voor het Belgisch koloniaal verleden, de 'Congocommissie', hebben we dat twee weken geleden tijdens onze missie kunnen vaststellen. Op elke straathoek staan militairen. Tijdens ons verblijf verdween de eerste minister en 's anderendaags was die al vervangen. Onveiligheid troef, dat kan ik u garanderen.

 

Mevrouw de staatssecretaris, u zegt dat die asielzoekers ons land via Servië binnenkomen. Wordt er gepraat met Servië, al dan niet via de EU?

 

Ongeveer 53 % van de verzoekers om internationale bescherming zijn personen die volgens de Dublinregels al elders recht zouden hebben op opvang. Ik zou daarbij toch iets willen aanstippen, en daarvoor kijk ik nu even achter mij. U gaf aan dat er nu iets meer dan 3.000 personen per maand binnenkomen. In Oostenrijk zijn dat er 3.000 per week. En daar zijn ze volgens mij strenger dan bij ons. Dat toont wat ons nog te wachten staat.

 

Zoals u zegt en zoals wij allemaal blijven zeggen, zorgt dit alles voor een zeer zware druk op ons opvangnetwerk. Onze fractie blijft u steunen in uw vraag om een correcte toepassing van de Dublinregels op Europees niveau. De opening van het Dublincentrum in Zaventem was een heel belangrijke stap.

 

Zijn er voor u nog punten waar bijsturing moet gebeuren in dat Dublincentrum?

 

Wij weten dat de samenwerking met de andere Europese landen op het vlak van de toepassing van de Dublinregels niet goed loopt. Dat blijft een prioriteit. Wij moeten dus allemaal, vanuit de verschillende fracties, ook onze collega's die actief zijn in andere commissies, zoals de commissie voor Buitenlandse Zaken, erop aandringen om op alle mogelijke niveaus actie te ondernemen ten opzichte van de andere lidstaten.

 

Er is natuurlijk ook de goede samenwerking tussen de verschillende asieldiensten. Die is cruciaal om de doorlooptijden te verkorten. Er werd een audit uitgevoerd van de verschillende asieldiensten. Die moet verduidelijken op welke vlakken de samenwerking tussen de diensten structureel kan verbeterd worden. Hebt u de resultaten van die audit? Hebt u op korte termijn in dit kader specifieke bijkomende maatregelen op het oog?

 

Op het vlak van de opvang zet u ook sterk in op een verhoging van de capaciteit. U hebt dat ook toegelicht. Verder is er ook het stimuleringsfonds om lokale besturen een premie toe te kennen bij de opstart van individuele opvangplaatsen. Daarmee steunt u de lokale besturen die vrijwillig plaatsen willen aanbieden.

 

Dat is een beleid dat ten volle op onze steun kan rekenen. Alleen door een goede samenwerking tussen de verschillende overheden kunnen wij ervoor zorgen dat er geen dwangsommen dienen betaald te worden.

 

Mijnheer de voorzitter, het antwoord op de huidige moeilijke situatie in de asielopvang valt duidelijk in twee delen uiteen. Op korte termijn zetten wij samen met u, mevrouw de staatssecretaris, verder in op het verlagen van de instroom, het verhogen van de uitstroom en het vinden van bijkomende opvangplaatsen. Dat doen we wat ons betreft door sterk in te zetten op de toepassing van de Dublinregels, het voeren van preventiecampagnes, het aantrekken van bijkomend personeel voor de asieldiensten en het zoeken naar extra mogelijkheden voor de opvang van asielzoekers.

 

Het is heel veel, het is ontzettend veel, maar wij moeten daar samen voor gaan, niet alleen u, mevrouw de staatssecretaris.

 

Wij moeten er ook voor zorgen dat ons asielsysteem op lange termijn houdbaar blijft. Daartoe moet er, ten eerste, op Europees niveau verder gewerkt worden aan dat langverwachte asiel- en migratiepact. Collega's, deze staatssecretaris is daarnaast volop bezig met de uitwerking van het nieuwe migratiewetboek. Dat is niet alleen een actualisatie van de huidige wetgeving, maar zal er ook voor zorgen dat de procedures in ons land efficiënter zullen verlopen.

 

Tot slot moeten wij de audit van de asieldiensten aangrijpen om werk te maken van een structurele versterking van de samenwerking tussen alle verschillende diensten. We willen geen eilandvorming meer. Iedereen is gebaat bij een goede samenwerking: de diensten zelf, de overheid en niet het minst de verzoekers om internationale bescherming.

 

01.07  Greet Daems (PVDA-PTB): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, de opvangcrisis duurt nu al een jaar en het is een crisis van eigen makelij. Dat is geen fake nieuws. Overal wordt er aan de alarmbel getrokken. Bij de werknemers van Fedasil in het Klein Kasteeltje ontstond op 23 augustus een spontane staking omdat het personeel op is. De personeelsleden kunnen niet meer. Tijdens de middag kwamen zij naar buiten met actiebordjes met de woorden "Het is genoeg" en "Een oplossing nu". Zij vragen heel duidelijk veiligere werkomstandigheden en een menswaardige opvang.

 

We zijn nu een maand verder, maar er is nog altijd geen duurzame oplossing. De registratie is wel verhuisd naar de Pachecolaan en u spreekt vandaag ook over extra aanwervingen, maar de vraag is of dat zal volstaan. Het probleem lijkt immers alleen maar groter te worden. Sinds deze week worden naast alleenstaande mannen ook koppels wandelen gestuurd. Dat wijst er nog maar eens op hoe de opvangcrisis blijft voortduren.

 

Mevrouw de staatssecretaris, welke concrete stappen zult u nog meer zetten om te voldoen aan de eisen die de werknemers van Fedasil tijdens hun staking van 23 augustus duidelijk maakten?

 

Naast dat duidelijk signaal van de werknemers van Fedasil trekt ook het middenveld stevig aan de alarmbel, want 52 organisaties samen voelden zich genoodzaakt om u een draaiboek te bezorgen, omdat structurele en duurzame oplossingen van uw kant uitblijven. Na een jaar opvangcrisis is er weinig verbetering op te merken. Mensen slapen nog steeds op straat. Een duidelijke aanbeveling is dat de dossierbehandeling bij het CGVS sneller moet verlopen. Dat hebt zelf ook u duidelijk gemaakt. In het algemeen wordt ook het huidig jojobeleid bekritiseerd, naar mijn mening terecht. De afgelopen jaren leren ons dat wij snel moeten overstappen naar een opvangnetwerk waarin bufferplaatsen niet meteen afgebouwd worden als de vraag naar opvangplaatsen daalt.

 

U sprak daarnet ook over een duurzaam en flexibel opvangnetwerk, maar die twee termen lijken mij moeilijk verenigbaar. Een duurzaam opvangnetwerk met bufferplaatsen is nodig, maar het is een opvangnetwerk waar de opvangplaatsen flexibel worden afgebouwd en bijgemaakt, dat mee de oorzaak van de huidige opvangcrisis is. Er is dan ook nood aan extra capaciteit om de bezettingsgraad onder de 90 % te krijgen. Zonder buffers kunnen we niet spreken van een duurzame aanpak van de opvangcrisis. Welke stappen zult u daartoe ondernemen?

 

Ik wil ook graag de vraag van Vluchtelingennetwerk Vlaanderen herhalen. Vanaf welk moment zult u kunnen garanderen dat er geen mens meer op straat slaapt? Duurt dat nog weken, maanden, een jaar? Ik heb daarover daarnet ook niets gehoord.

 

U sprak ook over de eenmalige premie waarmee u de gemeenten wilt ondersteunen voor het vrijmaken van opvangplaatsen. De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten heeft daarop meteen gereageerd. Ze zeiden dat het niet realistisch was en dat de rek eruit was. Ik zou dan ook willen weten of er concrete plannen zijn om de gemeenten op nog andere manieren bij te staan voor de creatie van nieuwe opvangplaatsen. Die zijn namelijk wel noodzakelijk.

 

Tot slot herhaalt u ook vaak dat 53 % van de aanvragers voor internationale bescherming al een asielaanvraag heeft lopen in een andere lidstaat of zelfs al bescherming geniet. Daarnet hebt u het ook opnieuw gezegd. U baseert zich daarvoor op de Eurodac-hits. Een Eurodac-hit verwijst echter naar de herkenning van een vingerafdruk in een systeem. Een vingerafdruk achterlaten in een doorreisland wil evenwel niet zeggen dat er ook effectief een asielprocedure lopende is in een andere lidstaat. Wanneer u dat wel beweert, is dat misleidend en onjuist. Het is zelfs een betoog dat de schuld bij de vluchteling zelf legt.

 

Een mens op de vlucht is niet verantwoordelijk voor het gebrekkige beleid van uzelf en dat van uw voorgangers. Ook die mensen hebben het recht om opgevangen te worden. De oorzaak van het probleem ligt niet bij de hoeveelheid asielzoekers, maar wel bij het jojobeleid dat steeds mikt op een hoge bezettingsgraad zonder bufferplaatsen.

 

Kunt u dus verklaren, mevrouw de staatssecretaris, waarom u blijft beweren dat de helft van de mensen die bij ons asiel aanvraagt, al elders bescherming genieten of al een procedure heeft lopen? Ik denk dat het hier dan ook wel een gepast moment is om uw uitspraken recht te zetten.

 

01.08  Tim Vandenput (Open Vld): De huidige opvangcrisis is natuurlijk een verhaal van symptomen en oorzaken. De opvangcrisis die we vandaag hebben, is een symptoom, het gevolg van een grote instroom en de te trage procedures die we hebben om mensen die niet het recht hebben om hier te verblijven, het land uit te zetten. Dublin is er daar een van.

 

Eerst wil ik het hebben over de uitstroom. U vertelde dat het Commissariaat-generaal nu 1.600 beslissingen per maand neemt en dat dat aantal moet stijgen tot 2.000 of 2.500. Dat lijkt me een heel goed plan, maar wanneer bereiken we dat getal van 2.000 à 2.500? Ik begrijp dat er nieuwe aanwervingen zijn, maar hebt u al een richtdatum?

 

Een tweede vraag betreft de uitstroom. Wordt er, naast het beheren van de opvangcrisis en het versterken van het Commissariaat-generaal, ook eens nagedacht over hoe het hele uitstroomproces efficiënter georganiseerd kan worden? Het huidige systeem, met de DVZ, Fedasil, het Commissariaat-generaal, bevelen om het land te verlaten via de gemeentebesturen, de luchtvaartpolitie enzovoort, is een bijzonder complexe keten, die op termijn misschien gemakkelijker en efficiënter kan. U weet dat wij als liberalen een efficiënte Staat willen, met efficiënte procedures. Ook daarover moeten we het debat eens aanvatten.

 

Wat de instroom betreft, hebben collega's al vermeld dat Burundi in de top vijf van herkomstlanden staat. 80 % van alle Burundese asielaanvragen in de EU gebeurt bovendien in België. Als ik dan hoor dat zij met een visum via Servië binnenkomen, waar ze waarschijnlijk geen asiel aanvragen, waarna ze rechtstreeks doorreizen naar hier, dan heb ik dezelfde vraag als collega Briers: hebt u al contact opgenomen met uw Servische collega om dat probleem aan te kaarten? Voor ons land is dat echt wel een problematische situatie.

 

Dublin is de grote oorzaak van de instroom. Onder andere de Burundezen via Servië tonen dit aan. Het is goed dat er een Dublincentrum is. Dat is een goed initiatief. Is het mogelijk om uit te leggen hoe dat werkt? Kunnen we daar misschien eens met de commissie naartoe gaan? Het centrum ligt niet ver van het Parlement, namelijk in Zaventem. Dan kunnen we eens horen van de mensen zelf en ter plaatse zien hoe dat daar allemaal werkt. Het is een zeer interessant concept, maar ik heb nog niet gehoord of gezien hoe dat daar allemaal werkt. Misschien is het een goed idee om daar eens naartoe te gaan.

 

Er zouden maar 19 Dublinakkoorden zijn binnen de EU. Er zijn 27 staten, maar slechts 19 akkoorden. Kunt u dat bevestigen of is mijn informatie daarover fout?

 

De heer Briers had het al over Oostenrijk. Er komen daar 3.000 aanvragen per week. Die mensen reizen dan door naar Nederland, België, Duitsland, Frankrijk enzovoort. In België en Nederland worden dan vingerafdrukken genomen en dan zien ze dat er in Oostenrijk al een dossier loopt. Hebt u ook al eens contact opgenomen met uw Oostenrijkse collega om dat probleem aan te kaarten?

 

België behoort al tot de top van Europa voor het aantal opvangplaatsen per capita. Dat mag ook eens gezegd worden. Wij doen al heel veel en dat is nodig op dit moment. In juni kondigde u een tijdelijke capaciteitsverhoging aan via Defensie en andere kanalen. Waar staan we vandaag? Wat moet er nog komen met het oog op de vergroting van de tijdelijke opvangcapaciteit?

 

Enkele weken geleden was ik bij G4S, dat ook een tak heeft om opvangcentra open te houden. Het heeft een aantal nare ervaringen gehad in Kalmthout en Molenbeek. In Molenbeek is het moeten vertrekken en heeft Samusocial de zaak overgenomen. G4S heeft echter nog altijd interesse in deze tak en wil Fedasil helpen. Het zou echter naar duurzamere, langer lopende contracten willen gaan. Als het contract maar twee of drie jaar loopt, moet G4S het feit dat het mensen moet ontslaan ook meerekenen in zijn prijs. Als er naar langere contracten kan worden gegaan, zal dat ook goedkoper zijn. Die piste moeten we ook onderzoeken: duurzamer met de privé omgaan en die bedrijven niet als een soort tijdelijke oplossing binnenbrengen.

 

Ten slotte kom ik bij de lokale besturen. Ik ben zelf burgemeester en het stemt me tevreden dat er geen spreidingsplan komt, overeenkomstig wat u steeds hebt verklaard. Uw plan om 2.000 of 3.000 euro te geven voor de opstart van een opvangplaats lijkt me vooral interessant voor centrumsteden die tientallen of honderdtallen plaatsen kunnen voorzien. Voor een kleine gemeente zoals de mijne is dat niet haalbaar. Hoeilaart heeft slechts acht LOI-plaatsen. De andere plaatsen worden momenteel ingenomen door Oekraïense oorlogsvluchtelingen. Het heeft geen enkele zin om met 2.000 of 3.000 euro in mijn gemeente een huis te huren om vijf à zes LOI-plaatsen te creëren. Ik zal dat dan ook niet doen. Ik heb immers andere prioriteiten, zoals de Oekraïense oorlogsvluchtelingen in mijn gemeente. Voor kleinere gemeenten is dat dus niet interessant, maar voor grotere steden en gemeenten wel wegens hun grotere beschikbare opvangcapaciteit. Ik kijk uit naar uw antwoorden, mevrouw de staatssecretaris.

 

01.09  Ben Segers (Vooruit): Mevrouw de staatssecretaris, het moet mij van het hart dat ik te weinig antwoorden heb gekregen op de vragen die ik heb ingediend. De vorige weken zijn er nog verschillende gedachtewisselingen geweest waarbij er vragen werden ingediend. De antwoorden op die vragen werden reeds verwerkt in de inleidende uiteenzetting. Dat was  nu voor mij amper het geval. Ik erken wel dat sommige vragen relatief laat werden ingediend. Ik blijf nu echter wat op mijn honger en het is me niet duidelijk of ik de antwoorden alsnog mag verwachten in de tweede ronde dan wel of ik ze beter volgende week weer stel.

 

Zoals ik eerder heb gezegd en zal blijven zeggen, is het huidige opvangnetwerk groot. In normale omstandigheden zou dat moeten volstaan. Een netwerk van 31.500 plaatsen is niet niks, het zijn er zelfs zeer veel. We hebben deels kaduuk gemaakte migratiediensten geërfd van de vorige regering, wat enorme implicaties heeft voor de behandelingstermijn van asielaanvragen en dus ook voor de opvang. Deze regering herstelt terecht die situatie en dat zal ook renderen. Dat heeft echter tijd nodig en de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne hebben zeker niet geholpen.

 

Ik had wel gehoopt, verwacht en erop gerekend dat dit veel sneller zou gaan, dat de verkorting van de behandelingstermijn sneller zou gebeuren. Dat neemt niet weg dat we in afwachting daarvan naar oplossingen moeten zoeken voor een overgangsperiode. Daarvoor blijven we ook rekenen op uw creativiteit. We zien daarvoor een aantal voorstellen in het draaiboek dat vanuit het middenveld aan u overgemaakt werd.

 

Er is al een aantal tijdelijke oplossingen bedacht. Het leger is ons al opnieuw te hulp geschoten. Toen beloofden we dat dit tijdelijk zou zijn en dat we oplossingen zouden zoeken. We moeten er inderdaad voor zorgen dat de opvang die nu nog extra gecreëerd wordt tijdelijk is. Als dat beloofd wordt, dan moet het ook hard gemaakt worden, mede omwille van uw geloofwaardigheid. De behandelingstermijn moet dus omlaag.

 

Wat de omvang van het probleem betreft, blijf ik op mijn honger. Ook daarover heb ik een aantal vragen ingediend. Ik hoor regelmatig zeggen dat de opvang voor gezinnen met kinderen binnenkort geweigerd zal worden. Klopt dat inderdaad? Is dat moment nu bijna aangebroken of is dit nog niet het geval?

 

Ik diende de vraag in wat de verwachtingen zijn bij een instroom zoals die van de voorbije maanden. Die prognose moet u toch kunnen geven? Wat verwacht u, als de asiel- en migratiediensten doen wat ze moeten doen? Alleen als we de ware omvang kennen, weten we ook exact wat we moeten doen en kunnen we hier een degelijk debat voeren. Schetst u daarom graag nog even de omvang van het probleem.

 

Ik stelde u ook de vraag welke centra er nu eigenlijk gaan sluiten. Over hoeveel plaatsen gaat het? Hoeveel plaatsen zullen er verdwijnen? We kunnen het wel hebben over nieuwe plaatsen, maar hoe zit het dan als er tegelijkertijd ook veel verdwijnen?

 

Ik ben ook geschrokken van het aantal beslissingen van het Commissariaat-generaal deze zomer. Daarover hebben we het gehad bij de bespreking van de beleidsverklaring. Toen meldde u mij dat het aantal beslissingen was gestegen met 1.000 en dat er maatregelen waren genomen om dat volume in de zomermaanden aan te houden. Ondertussen zien we dat het aantal beslissingen in de maand augustus is teruggevallen met 1.000, zelfs tot 1.800. Daar ben ik zeer ongerust over. Is dat enkel te wijten aan de zomermaanden? Hoe komt dit? Wat zijn de prognoses in dat verband? We kunnen immers wel discussiëren over 100 plaatsen hier en 100 plaatsen elders en zo van crisis naar crisis sukkelen, maar als er ondertussen 1.000 beslissingen minder worden genomen, weet ik niet zeker of we wel de juiste discussie aan het voeren zijn.

 

Hoe zit het nu met de achterstand bij de DVZ? Ik zie dat de werkvoorraad bij het CGVS, mede door het overmaken van minder dossiers, wat gedaald is. Ik denk echter dat die bij de DVZ wat gestegen is, dus misschien zit de flessenhals nu eerder daar. Wat doet u daaraan?

 

Ik had ook nog een vraag over het impulsfonds voor de LOI's. Dat is een goede zaak en ik ben daar heel blij mee. Ik kan de hele vraag hier niet herhalen, maar mevrouw Daems is er ook op ingegaan. Er moet mij wel nog iets van het hart. Ik heb dat namelijk ook vaak gevraagd aan uw voorganger en toen was het geen prioriteit. Ik begrijp dat, want het was ook toen crisis. De urgentie werd dus toen niet gedeeld, hoewel ik denk dat er van dat kader al veel eerder werk had moeten worden gemaakt, zoals ook de VVSG had gevraagd. Ik meen ook dat het niet verrassend is dat het momenteel nog niet op veel enthousiasme kan rekenen, maar spreek me gerust tegen. Ik had dat in de vraag ook vermeld, maar misschien is het ondertussen al een succes.

 

Het is misschien optimistisch, maar stel dat er ook meer zou worden teruggekeerd naar Oekraïne, zult u de besturen en de personen die de infrastructuur uitbaten ook systematisch aanspreken en benaderen vanuit het impulsfonds om de continuïteit te garanderen? Ik weet namelijk dat iedereen met iedereen in concurrentie ligt, maar misschien ligt daar wel een opportuniteit.

 

Het Dublincentrum is een goede zaak. Ik had u ook gevraagd of er een verklaring is voor de spectaculaire daling van het aantal beslissingen. Hoe komt dat nu eigenlijk? Ik heb er eerlijk gezegd geen flauw idee van.

 

Ik wil ook nog iets kwijt over de boutade die we vaak horen bij het middenveld. Ze zeggen daar namelijk dat er geen asielcrisis is maar een opvangcrisis. Ik wil het hier ook duidelijk zeggen: stop met dat te verkondigen. Dat is het licht van de zon ontkennen. U hebt daarnet ook zeer terecht de omvang van het probleem geschetst. Ik wil het middenveld wel bedanken voor het draaiboek, waarmee u zeker aan de slag zult gaan, maar kijk alstublieft ook naar de cijfers van het voorbije jaar en de maand augustus. Het gaat om zeer veel aanvragen.

 

Men mag ook de oorlog in Oekraïne niet vergeten. Het gaat inderdaad wel om een tijdelijke bescherming, maar dat telt uiteraard ook mee in deze crisis. Dat heeft enorme gevolgen gehad voor de diensten en de opvang. Stop dus met te zeggen dat er geen asielcrisis is. Als men vertrekt vanuit deze analyse, kan men eveneens niet herkennen wat er wel gebeurt. Dat stoort mij enorm en ik wil dat dan ook hier klaar en duidelijk zeggen.

 

Ik zal de suggesties die hier al zijn gedaan niet herhalen, maar ik ga er wel twee aan toevoegen. Er was een studie van de Odisee Hogeschool over Plekvrij. Daaruit is gebleken dat er veel enthousiasme bestond en bestaat voor Plekvrij. Dat is een goede zaak. Er is wel een vraag naar een betere omkadering. Er is ook het engagement van velen om die rol op korte termijn opnieuw op zich te nemen. Ik wil u vragen om daarmee aan de slag te gaan.

 

Ik lees ondertussen ook de berichten dat er 1.500 of meer erkende vluchtelingen in de collectieve opvang zitten. Daar ligt volgens mij een enorme kans om in de transitieperiode meer te doen. Dat zal meteen ook zorgen voor een betere inburgering, voor een betere integratie. Uw voorganger zei dat dit een Vlaamse bevoegdheid was. Ik vind dat flauw. Men is op het federale vlak bevoegd voor de transitiefase. Dat heeft ook zo veel implicaties voor uw bevoegdheid dat dit minstens samen moet worden aangepakt. Ik denk dat daarvoor genoeg federale hefbomen bestaan.

 

Dirk Van den Bulck, de commissaris-generaal, heeft het gehad over de aantrekkingskracht van de kindpremie en de schoolpremie. We lezen ondertussen ook de verschrikkelijke verhalen in de Gazet van Antwerpen en De Morgen over de uitbuiting van de Afghaanse niet-begeleide minderjarigen. Ik denk dat we daaraan heel dringend iets moeten doen. De Vlaamse regering heeft iets gedaan, veel te laat, aan de kindpremie. Men heeft dat tot een derde teruggebracht. Twee derde zou naar de collectieve voorzieningen gaan, maar dat belandt eigenlijk in een pot en komt helemaal niet terecht bij de voorzieningen die met niet-begeleide minderjarigen aan de slag gaan.

 

In Vlaanderen hebben we bijvoorbeeld geen Esperantocentrum, dat omgaat met de uitbuiting van minderjarigen. In Franstalig België heeft men dat wel. Zorg dat de middelen van die kindpremie ook daar terechtkomen. Zorg voor die omkadering. Zorg voor die begeleiding. Zo doet men meteen ook iets structureels aan de netwerken en doet men ook iets aan de instroom.

 

Pak alstublieft ook eindelijk de schoolpremie aan. De schoolpremie bedraagt 3.387 euro. Dat is veel te hoog voor iemand die geen kosten heeft. Dat is niet goed. Knip de band door tussen de niet-begeleide minderjarigen en dat geld en steek dat in de omkadering. Doe daarmee iets structureels. Pak dat alstublieft ook aan met uw collega's en uw partijgenoten in de Vlaamse regering, want dat heeft ook een enorme impact op uw bevoegdheden. Ik wens u daarmee veel succes.

 

De voorzitter: Mevrouw de staatssecretaris, er zijn nog twee vraagstellers die zich willen aansluiten. Ik geef eerst het woord aan de heer Moutquin en daarna aan de heer Senesael.

 

01.10  Simon Moutquin (Ecolo-Groen): Monsieur le président, j'avais préparé une réplique aux réponses détaillées de Mme la secrétaire d'État. Comme de nombreuses questions ont déjà été posées, je préfère laisser ma place à Mme la secrétaire d'État pour pouvoir commenter à la suite.

 

01.11  Daniel Senesael (PS): Monsieur le président, madame la secrétaire d'État, durant le break estival, deux événements dramatiques sont venus endeuiller le centre Fedasil à Mouscron - le plus grand du pays -et cela à quelques jours d'intervalle seulement! Vous y aviez d'ailleurs fait une visite.

 

Dans ce temps bref, deux jeunes filles ont mis fin à leurs jours et ont trouvé un terme tragique, l'une dans l'enceinte même du centre et l'autre sur une voie de chemin de fer. Il ne s'agit malheureusement pas d'événements isolés. Le nombre de tentatives réussies ou non au sein des structures d'accueil reflètent un désespoir profond et une détresse grandissante auxquels l'on ne peut rester sourd.

 

En réponse à une précédente question, il a été confirmé que le nombre de gestes désespérés a augmenté ces dernières années, augmentation qui a fait l'objet d'un commentaire choquant de la part d'un porte-parole, ramenant le sujet à une question de statistiques en pointant que cette augmentation ne suivait pas celle du nombre de demandeurs.

 

Devant une telle situation, on ne peut pourtant rester inactif ou indifférent! La législation prévoit, dans le cadre de l'aide matérielle, un soutien psychologique. Quels dispositifs sont-ils mis en place pour répondre aux souffrances psychologiques des résidents? Ont-ils augmenté avec la hausse du nombre de personnes présentes dans le réseau d'accueil? Avez-vous un regard sur le nombre de personnes ayant bénéficié d'un tel soutien et du temps nécessaire pour en bénéficier à compter de la première demande? Suivant quelle fréquence les rendez-vous se succèdent-ils? Fedasil ou d'autres instances mènent-elles des enquêtes spécifiques pour ce qui concerne le risque psychologique pour prévenir de tels gestes de désespoir? D'autres mesures sont-elles mises en place pour identifier et venir au secours de ces personnes dans les centres?

 

01.12 Staatssecretaris Nicole de Moor: Collega's, dank u voor uw vragen. Ik zal proberen er zo goed mogelijk op te antwoorden.

 

Collega Segers, u hebt kort vermeld dat ik misschien niet op alle vragen heb geantwoord. Ik had helaas maar een kort tijdbestek van 30 minuten. Er zijn ontzettend veel vragen ingediend, soms ook heel gedetailleerde vragen naar cijfers, waarop ik onmogelijk tijdens deze gedachtewisseling kon antwoorden. Ik vond het belangrijk om in dat halfuurtje tijd een breed beeld te geven van wat wij allemaal aan het doen zijn. Ik probeer nu zo goed als mogelijk op jullie vragen te antwoorden. Er werden heel wat vragen gesteld, maar ik vind het ook belangrijk op te merken dat wij het blijkbaar over heel veel zaken eens zijn.

 

Er is meer personeel nodig bij het Commissariaat-generaal om de dossiers sneller te behandelen. Het is onaanvaardbaar dat mensen zo lang in de opvangcentra verblijven. Er mag geen jojobeleid meer gevoerd worden in de opvang. Wij hebben buffercapaciteit nodig, en in de tussentijd hebben wij tijdelijk extra capaciteit nodig.

 

Collega's, dat zijn maatregelen die allemaal in uitvoering zijn maar die de situatie niet in één nacht oplossen. Ook dat is wel een belangrijke boodschap. Er worden al heel veel maatregelen genomen. Niet enkel sinds vandaag. Wij zijn al een hele tijd bezig met de maatregelen die nu in uitvoering zijn. Maar het is niet evident.

 

Collega Segers, u hebt er heel terecht naar verwezen: de instroom is zeer hoog. Onze diensten staan in een moeilijke periode voor heel grote uitdagingen.

 

Mevrouw Daems, dat u deze crisis "eigen makelij" noemt, is wat mij betreft gewoon absurd.

 

Ik wil nog een aantal zaken zeggen over de instroom. Er is verwezen naar de instroom van Burundezen. Die is, zoals ik geschetst heb, zeer hoog. Het is heel belangrijk de instroom continu te monitoren en te reageren op nieuwe fenomenen waar dat mogelijk is.

 

Inzake de Burundezen stellen we vast dat zij visumvrij naar Servië reizen en dan vrij vlot een aantal grenzen passeren en vaak via Kroatië de Europese Unie binnenkomen. Het is heel belangrijk dat we daarop reageren, en dat hebben we gedaan.

 

Ik heb al op 19 juli daarover een gesprek gehad met de Servische ambassadeur. Daarop volgde nog een aantal contacten met Servië. Wij blijven dat doen, zowel op bilateraal vlak, samen met de collega's in de regering, als op Europees vlak. Het is belangrijk dat wij niet alleen bilateraal met Servië spreken, maar ook via de Europese Unie. Dat doen wij zeker. Dat is heel belangrijk.

 

We stellen ook vast dat een groot aantal van deze Burundezen een Eurodac-hit hebben in Kroatië. Vandaar het belang van het Dublincentrum om ook daar snel het signaal gegeven dat Kroatië de verantwoordelijke lidstaat is en er opvolging aan te gegeven.

 

Zeer recent stellen we vast dat een groot en stijgend aantal personen geen Eurodac-hit heeft, hoewel we weten dat ze niet rechtstreeks naar België gevlogen zijn, maar ook via andere Europese landen binnengekomen zijn. Dat toont des te meer aan dat de registratie die vandaag moet gebeuren in de landen van binnenkomst, niet gebeurt. Vandaar het pleidooi voor sterkere Europese grenzen, waarbij wordt geregistreerd wie er toekomt. Wie een hit heeft kunnen we in het kader van Dublin terugsturen naar de verantwoordelijke lidstaat, maar wie geen hit heeft is in se ook problematisch als we weten dat zij wel via andere Europese landen zijn gekomen. Ook daar blijven we op diezelfde nagel kloppen. Dat zal ik als belangrijk punt naar voren schuiven op de Europese Raad Justitie en Binnenlandse Zaken die half oktober plaatsvindt.

 

De situatie in het opvangnetwerk blijft algemeen zeer prangend. Er werd verwezen naar de situatie van bijvoorbeeld gezinnen met minderjarige kinderen. Wij hebben er met een tekort aan opvangplaatsen altijd voor gekozen om de beschikbare plaatsen niet toe te kennen aan de eersten in de rij, maar aan de meest kwetsbaren in de rij. Dat is een beslissing die ik altijd zal blijven verdedigen. Dat is het juiste, maar dat is vandaag zeker een heel moeilijke opdracht voor de diensten. We zitten daar niet met een ruim overschot. Het is elke dag zoeken naar zeer praktische oplossingen op het terrein om die meest kwetsbaren te blijven opvangen. We zetten onze schouders daaronder, samen met Fedasil en heel veel andere actoren, om dat te doen lukken. Het is echter niet evident om daarin te slagen. We moeten heel snel de uitstroom omhoog krijgen om daar beschikbare plaatsen te hebben.

 

Mevrouw Daems, u vraagt me vanaf welk moment ik kan garanderen dat er niemand op straat slaapt en dat we dus een opvangplaats kunnen toekennen aan iedereen. Dat zal zo snel als mogelijk zijn. Dat zal ik altijd blijven zeggen. Ik heb geen glazen bol en asiel is geen exacte wetenschap. Als er op maandag meer dan 400 mensen aan de poort staan, is dat anders dan wanneer die cijfers anders zouden zijn. De instroom van de komende weken zal daarin cruciaal zijn.

 

Mevrouw Platteau, de heer Rigot en nog een aantal andere collega's hebben verwezen naar de voorstellen die door het middenveld zijn geformuleerd om de situatie in de opvang te verbeteren.

 

Laat mij duidelijk zijn. Ik wil alle voorstellen bekijken en ik zal altijd in dialoog gaan met verschillende betrokkenen. Daarom hebben mijn medewerkers en ikzelf al meermaals samengezeten met verschillende ngo's die een pakket voorstellen hadden gelanceerd. Ik zal dat ook in de toekomst blijven doen.

 

Ik wil er wel in alle eerlijkheid op wijzen dat ik, wanneer wordt opgemerkt dat ik met ngo's moet samenwerken, omdat zij opvangcapaciteit kunnen creëren, hun daartoe al verschillende keren de hand heb aangereikt. Ook andere organisaties, niet alleen Fedasil, botsen echter op hun operationele limieten. Het klopt niet dat ik opvangplaatsen niet aanneem die ngo's zouden kunnen aanbieden. Dat klopt absoluut niet. U mag het hun vragen. Ook zij hebben operationele limieten. Ook zij vinden geen personeel om opvangplaatsen te openen. Wij zullen echter zeker constructief blijven samenwerken.

 

Heel wat voorstellen die de ngo's doen voeren wij vandaag overigens al uit. Ik heb geen federaal rampenplan nodig, zoals zij voorstellen, om rond de tafel te gaan zitten met collega's van de verschillende regeringen en met de lokale besturen. Dat doe ik vandaag al. Die dialoog vindt echter niet altijd publiek plaats met de camera's erop, net om die dialoog alle kansen te geven.

 

Ook de prioritaire behandeling door het CGVS voor bepaalde doelgroepen is waar mogelijk een maatregel die wij vandaag al toepassen.

 

Ik ben niet van plan terug te grijpen naar recepten uit het verleden die in het verleden ook niet hebben gewerkt. Ik zal bijvoorbeeld niet teruggrijpen naar opvang in hotels. Wat ik zeker niet zal doen, is terugkeerplaatsen gebruiken als reguliere opvangplaatsen. Dat lijkt mij niet het signaal te zijn dat wij vandaag moeten geven. Het signaal dat België niet meer aan terugkeer werkt, lijkt mij geen goede boodschap. Dat zal ik dus niet doen.

 

En outre, monsieur Rigot, je vous invite à vous concerter avec vos bourgmestres pour aider à la recherche de places supplémentaires. En effet, vous avez pointé la volonté présente en 2015 chez nombre de partenaires et de bourgmestres, volonté qui fait souvent défaut aujourd'hui. Aussi, je vous invite à vous asseoir autour de la table avec moi pour parler aussi avec vos bourgmestres et j'invite chacun d'entre vous à le faire.

 

Ik kom dan bij het voorstel met betrekking tot Afghanen in de opvang. Het klopt dat er vandaag heel veel aanvragen zijn van Afghaanse vluchtelingen. Het Commissariaat behandelt deze steeds meer. Er is heel lang een opschorting geweest van de asielprocedure van Afghanen omdat de situatie niet duidelijk was. Ondertussen oordeelt het Commissariaat-generaal dat de situatie wel opnieuw duidelijk is en neemt het opnieuw beslissingen.

 

Ik vind het opmerkelijk dat we vaak twee maten en twee gewichten hanteren in deze commissie, wanneer het gaat over de onafhankelijkheid van het Commissariaat-generaal. Het Commissariaat-generaal is bevoegd, niet de politiek. Het Commissariaat-generaal is bevoegd om te oordelen over asielaanvragen en om te beoordelen of het voor een betrokkene nodig is om internationale bescherming toe te kennen of niet.

 

Wat ik niet zal doen, is bij de behandeling van personen die door het Commissariaat-generaal geweigerd worden en dus geen nood hebben aan internationale bescherming, een ander beleid hanteren voor bepaalde nationaliteiten. Ik ben geen voorstander van twee maten en twee gewichten. Ik zal dit dus ook niet doen. Wat we wel moeten doen, is de netwerken aanpakken die misbruik maken van jonge Afghaanse vluchtelingen, die vaak minderjarig zijn.

 

Mijnheer Vandenput, u had een vraag met betrekking tot de private partners in de opvang. Vandaag zijn er verschillende opvangcentra die nog steeds beheerd worden door private partners. Dat is het geval in Hasselt, Jalhay, Luik en Marcinelle. Deze centra zijn samen goed voor 1.147 plaatsen. We gaan in de komende weken al een nieuwe openbare aanbesteding lanceren die het mogelijk moet maken om blijvend gebruik te maken van plaatsen aangeboden door private partners in het netwerk. Het lastenboek daarvoor werd al uitgeschreven in de afgelopen weken. Er zal begin oktober 2022 een dossier worden voorgelegd aan de ministerraad. In een situatie als vandaag kunnen we ook plaatsen die private partners aanbieden gebruiken om ons opvangtekort op te lossen.

 

Mevrouw Daems, u had een opmerking over het buffersysteem. Inderdaad, al in juni 2021 besliste de ministerraad tot de creatie van 5.400 bufferplaatsen. Sindsdien bestaat daarvoor een kader. Dat betekent dat we bij toekomstige afbouwoperaties geen plaatsen gaan sluiten, maar ze deactiveren en achter de hand houden voor momenten waarop ze nodig zijn. We hebben dus al een structurele keuze gemaakt voor een veerkrachtiger opvangnetwerk.

 

Ik kom nu tot de uitstroom en de moeilijke zoektocht voor erkende vluchtelingen op de private huurmarkt. Collega's Platteau en Segers, jullie merkten terecht op dat dit een moeilijke uitdaging is. Ik wil wel even opmerken dat de overgrote meerderheid van de personen met de status van erkende vluchteling die zich vandaag in het opvangnetwerk bevinden in die vier maanden transitieperiode zit. Het is niet zo, anders dan in Nederland, dat het een zeer groot aantal vluchtelingen betreft die niet kunnen doorstromen naar de gewone woningmarkt, hoewel de uitdaging zeer groot is. De cijfers die genoemd werden, 1.500 en 1.600, betreffen personen die in die vier maanden transitie zitten.

 

Het is juist, het is vandaag voor nagenoeg elke precaire doelgroep moeilijk om op de private huurmarkt een beschikbare en betaalbare woning te vinden. Dat geldt zowel voor erkende vluchtelingen en voor Oekraïners met tijdelijke bescherming als voor Belgen met een lager inkomen. De grootste oorzaak daarvan is een capaciteitstekort aan betaalbare woningen.

 

Dat werd reeds meermaals aangekaart door verschillende middenveldorganisaties en overheidsinstanties. Mijn kabinet is reeds meermaals in overleg gegaan met het middenveld, om na te denken over andere pistes om de uitstroom van erkende vluchtelingen te vergemakkelijken. Wij zullen dat in de toekomst ook blijven doen.

 

Ik heb ook reeds een gesprek gehad met minister Diependaele, bij mijn aanstelling. Ik heb ook toen die problematiek aangekaart. Mijn kabinet heeft dat ook reeds gedaan tijdens de voorbereidende vergaderingen van de interministeriële conferentie rond maatschappelijke integratie. Wij zijn daar dus absoluut mee bezig.

 

Federaal staan wij in contact met het kabinet van minister Lalieux, om te bekijken hoe wij die transitieperiode kunnen verbeteren, om voor een snellere uitstroom uit de opvangcentra te kunnen zorgen en vooral ook voor een snellere en gemakkelijkere integratie van erkende vluchtelingen in die woningmarkt.

 

Monsieur Senesael, pour ce qui concerne le suicide des résidents du réseau d'hébergement, je ne peux que regretter ces tragiques faits. Les résidents du réseau d'hébergement traversent une période très stressante et constituent un groupe cible vulnérable aux problématiques ou problèmes psychologiques. En collaboration avec ses partenaires, Fedasil a mis en place une structure de soutien pour accompagner au mieux les résidents. Au cours de la période écoulée, nous avons intégré cette approche de manière structurelle. Nous devons chercher à améliorer notre approche de concert avec Fedasil.

 

Onlangs ben ik op bezoek geweest in Moeskroen, waar een aantal tragische gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Ik had er een heel constructief overleg, zowel met het lokale bestuur als met de medewerkers van het opvangcentrum. Ik dank hen om met ons in overleg te blijven treden.

 

Dan ga ik in op de lokale opvanginitiatieven.

 

Vandaag bestaat het grootste deel van ons opvangnetwerk uit collectieve plaatsen. Het aandeel van de LOI's is, zoals ik al zei, gedaald tot 17 %, net omdat we zoveel collectieve structuren hebben gecreëerd. Toch hebben we ook die individuele opvangplaatsen nodig. Om verschillende redenen zijn die een belangrijke aanvulling op ons opvangnetwerk. Er kwamen heel wat vragen en opmerkingen over de oproep die ik deed ten aanzien van de lokale besturen. Ik moet vandaag vaststellen dat het aantal plaatsen dat de voorbije jaren werd aangeboden, is afgenomen. In een tijd van acute opvangcrisis kunnen we zoiets niet gebruiken. Ik heb er wel bewust voor gekozen om ondersteuning te bieden aan lokale besturen die op vrijwillige basis deze bijkomende opdracht willen opnemen. Ik kan u meedelen dat we daarvan vandaag de eerste, licht positieve resultaten zien. Er werd een vijftigtal plaatsen aangeboden: voor het eerst sinds 2018 zien we daar een kleine positieve evolutie. Ik blijf in dialoog treden met de lokale besturen en hun vertegenwoordigers om te bekijken hoe we het voor hen nog beter kunnen organiseren.

 

De heer Van Langenhove en mevrouw Daems stelden een aantal vragen over het Dublincentrum. Mevrouw Daems, ik wil even opmerken dat ik hoegenaamd geen uitspraken met betrekking tot Dublin hoef recht te zetten. U legt mij woorden in de mond die ik nooit heb uitgesproken.

 

Ik vind het absoluut noodzakelijk om te blijven kaderen dat meer dan de helft van de asielaanvragen in ons land gebeurt door mensen die al een Eurodac-hit hebben. Ik beschuldig daarmee die mensen niet van misbruik, wel kaart ik het aan als een probleem, want dat is het. Er is meer Europese samenwerking nodig. De huidige regels zijn er en zal ik toepassen. De verantwoordelijke lidstaat is de lidstaat van binnenkomst of van de eerste asielaanvraag.

 

Wat is nu de stand van zaken met betrekking tot het Dublincentrum? Het centrum in Zaventem is nu een kleine maand operationeel. Tot gisteren werden er al meer dan 150 personen aan toegewezen.

 

De personen in het Dublincentrum, maar ook degenen die daarbuiten met een Dublin-hit worden opgevangen, worden tegenwoordig zo snel mogelijk behandeld, om zo snel mogelijk hun overdracht naar de bevoegde lidstaat mogelijk te maken. Het Dublin-interview is er vandaag al twee of drie werkdagen na het verzoek om internationale bescherming. Vroeger kon dat soms oplopen tot meer dan anderhalve maand. De wettelijke termijn voor het verzoek tot overdracht is twee maanden. We zaten vroeger dus zeer dicht bij die termijn. Nu doen we dat veel sneller.

 

De verzoeken aan de andere lidstaten kunnen nu onmiddellijk na het interview gebeuren. Op dit moment is de periode tussen het akkoord van de andere lidstaat en de betekening van de beslissing, volgens bijlage 26quater, gehalveerd in het Dublincentrum ten opzichte van de werking buiten het Dublincentrum. Het gaat nu over zes dagen waar dat in het verleden twee tot drie maanden kon zijn. Ook de overdrachtstermijn loopt vanaf het akkoord. Dat is heel belangrijk. Als men al twee of drie maanden verliest voor het nemen van de beslissing, terwijl de overdrachtstermijn al loopt, dan haalt men die termijn niet.

 

Belangrijk is ook dat wij drie tot vier dagen na de betekening van de beslissing de terugkeerbegeleiding naar de andere lidstaat opstarten. In het verleden gebeurde dat niet, want mensen verbleven in een opvangcentrum van Fedasil en moesten dan aan een ander centrum worden toegewezen. Ze moesten verhuizen om pas daar begeleiding te krijgen. Nu gebeurt dat meteen.

 

We slagen er dus in om veel sneller beslissingen te nemen, interviews af te nemen, de overdracht aan te vragen en de terugkeerbegeleiding op te starten.

 

Mijnheer Segers, u had een vraag over de versterking van de Dublincel. Sinds januari 2022 hebben 15 attachés en 2 niveau C's de dienst versterkt. Er moeten nog een aantal aanwervingen gebeuren, er staan nog vacatures open. Ook daar speelt de krapte op de arbeidsmarkt ons heel erg parten. Dat is zo bij Fedasil, maar ook bij het CGVS en de DVZ. We blijven ook kijken of er nog meer versterking nodig is.

 

Het werk van de Dublincel bestaat natuurlijk uit meer dan alleen het nemen van de beslissingen betreffende de bijlage 26quater, waardoor men het aantal beslissingen niet zomaar maand per maand op de productiviteit kan afstemmen. Er moeten aanvragen tot overname worden gericht aan andere Europese lidstaten. Er worden ook aanvragen van andere landen behandeld.

 

Het aangepaste systeem stelt ons vandaag wel in staat om veel sneller van die Dublinregeling werk te maken en om het signaal te geven dat België die regels toepast. Dat is heel belangrijk.

 

Over het aantal beslissingen van het Commissariaat-generaal zijn verschillende vragen gesteld. Inderdaad, het aantal beslissingen is in de zomermaanden, vooral in augustus, gedaald. Dat is ontzettend jammer. Dat signaal geven wij ook aan het Commissariaat-generaal. Dat is niet evident vanuit mijn positie, maar het is cruciaal dat het aantal beslissingen stijgt.

 

Wat de prognose voor de komende maanden betreft – een vraag van collega Vandenput – geeft het Commissariaat-generaal mij aan dat het in september wellicht beslissingen voor 2.300 personen zal nemen, en in oktober zelfs voor 2.800 personen, dus meer dan het vooropgestelde aantal. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat deze aantallen behaald worden. Dit is echter wat het Commissariaat-generaal nu vooropstelt.

 

Wanneer wordt de output van het Commissariaat-generaal merkbaar bij Fedasil? Vanaf ongeveer twee maanden na de beslissing zien wij dat. Er zijn zowel beslissingen tot weigering, waarna mensen nog de beroepsprocedure kunnen gebruiken, als beslissingen tot erkenning, waarbij er een transitieperiode is. Grosso modo ziet Fedasil na twee tot drie maanden een effect in de uitstroom.

 

Wij zien dat ook vandaag. Deze maand bedraagt de gemiddelde uitstroom uit het netwerk 96 per dag. Dat cijfer ligt hoger dan vorige maand, toen het iets meer dan 60 bedroeg. Nu is het 96. In de eerste twee weken van de maand is de uitstroom wel altijd iets hoger dan in de laatste twee weken, maar dat het cijfer vandaag zo hoog is, is alvast een positief signaal. Dat is het gevolg van het hogere aantal beslissingen dat het Commissariaat-generaal in juni heeft genomen.

 

Wat de achterstand betreft, collega Segers, moeten wij inderdaad naar de totale werkvoorraad kijken en niet alleen naar die bij het Commissariaat-generaal. Wij zien uiteraard dat de achterstand in de voorbije periode is toegenomen. Dat heeft ook te maken met de toegenomen werkvoorraad bij de Dienst Vreemdelingenzaken. Beide instanties worden versterkt en zullen in de komende maanden nog verder versterkt worden, om sneller verzoeken te kunnen behandelen.

 

Tot slot, mijnheer Segers, hebt u een aantal vragen gesteld over de niet-begeleide minderjarigen. Inderdaad, wij zien in België een zeer hoge instroom van Afghaanse niet-begeleide minderjarigen, meer dan in andere Europese landen.

 

Er is geen eenduidige verklaring voor de stijging die wij vandaag zien. Wij zien ook wel dat er gemiddeld vaker twijfel wordt geuit over de leeftijd: 66 % heeft leeftijdstwijfel vandaag, vergeleken met andere periodes waarin dat 50 % was. Het feit dat die personen zich minderjarig verklaren, kan natuurlijk ook rechtstreeks te maken hebben met het tekort aan opvangplaatsen, omdat minderjarigen worden opgevangen en meerderjarigen niet. Er is ter zake een effect. Dat hebben wij ook in voorgaande periodes al gezien. Daarom is het, zoals ik in mijn exposé ook heb toegelicht, zo belangrijk om de leeftijdstesten heel snel te kunnen doen. Anders zijn er meerderjarigen die plaatsen innemen van echte minderjarigen. Dat kunnen wij ook niet aanvaarden.

 

Over het Groeipakket als mogelijke aantrekkingsfactor zijn er geen objectieve gegevens beschikbaar. Een kleine rondvraag in de centra van Fedasil een tijdje geleden deed net vermoeden dat de minderjarigen daarvan niet altijd op de hoogte zijn. Het is dus heel moeilijk om op dat punt de vinger op de wonde te leggen. Niettemin is het Groeipakket aangepast, wat een goede zaak is. U hebt dat ook aangegeven. Vanaf 1 augustus 2022 ontvangen niet-begeleide minderjarigen in de Fedasilcentra slechts een derde van hun Groeipakket en niet het volledige Groeipakket zoals voorheen. Dat geldt ook voor minderjarigen die door de jeugdhulp van de Gemeenschappen worden opgevangen.

 

De schooltoeslag blijft inderdaad dezelfde. Wij zien ter zake geen legitieme reden om een onderscheid te maken. Fedasil trof echter wel een maatregel die ervoor zorgt dat de schooltoeslag effectief wordt gebruikt om de schoolkosten te betalen. Daarvoor dient die schooltoeslag immers. De schooltoeslag wordt nu gehanteerd om de schoolkosten te betalen. Daarvoor is die bedoeld en dat is dus een goede zaak.

 

Ik wil jullie ook graag wijzen op de recente communicatie van het parket over het misbruik van Afghaanse niet-begeleide minderjarigen, dat zich ook in ons land afspeelt en waarvan er ook bij mijn diensten signalen zijn. Wij mogen niet onderschatten hoe mensensmokkelaars en mensenhandelaars een rol spelen in het land van bestemming. Het feit dat er heel veel Afghaanse kinderen in ons land aankomen is niet toevallig. Daar zitten netwerken achter. De strijd tegen die netwerken is van enorm groot belang. Ik weet dat ook het Parlement zich daarvoor erg inzet, waarvoor ik jullie dank.

 

Tot slot waren er een aantal vragen over de audit die heel recent werd afgerond. Ik heb de resultaten deze zomer ontvangen. Er staan verschillende zaken in die kunnen leiden tot een versterking van de diensten, zowel qua samenwerking tussen de diensten als met betrekking tot personeelszaken, digitalisering enzovoort. Wij hebben reeds afgesproken dat ik de audit hier in het Parlement op 4 oktober 2022 zal komen voorstellen, samen met de firma die de audit uitvoerde. Op dat moment kunnen wij verder van gedachten wisselen.

 

Monsieur Rigot, la procédure de sélection du nouveau directeur général de Fedasil sera lancée dès que possible. Toutes les procédures sont en cours de rédaction et de validation, mais il n'est pas encore possible de donner un calendrier concret. Bien sûr, c'est le droit de chacun d'élaborer sa propre trajectoire personnelle et le directeur général a choisi un nouveau défi. Je tiens à remercier Michael Kegels pour l'engagement dont il a fait preuve. Nous faisons tout notre possible pour avoir une nouvelle personne à ce poste. Un directeur général ad interim sera nommé rapidement et il ou elle sera en fonction pendant la durée de la procédure de sélection.

 

Ik heb hiermee op al uw vragen geantwoord. Ik zal in alle volgende commissies, ook via de mondelinge en schriftelijke vragen, verder op uw vragen antwoorden.

 

De voorzitter: Bedankt voor uw bijkomende antwoorden.

 

Ik geef het laatste woord aan het Parlement. We beperken de replieken tot vijf minuten per fractie.

 

01.13 Simon Moutquin (Ecolo-Groen): Monsieur le président, puis-je me servir des cinq minutes de M. Francken, puisqu'il est absent aujourd'hui?

 

Madame la secrétaire d'État, je vous remercie de vos réponses et des premières mesures prises, bien que beaucoup de choses restent à accomplir. Vous vous êtes montrée à l'écoute de certaines initiatives que nous vous avions suggérées en juillet. J'espère que vous l'êtes également à l'égard de celles qui sont proposées par le milieu associatif et la société civile.

 

Hier, je siégeais en commission de la Santé. Il est assez fou de constater la différence, puisqu'au sein de cette dernière, à chaque problème est apportée une solution à l'issue d'un débat. En commission de l'Intérieur, le jeu ne se déroule pas toujours de cette façon: on propose des solutions, mais on entend des fake news et on assiste à du show politique motivé par la peur. D'où le caractère parfois irrationnel de nos débats. Dans mon intervention, je reviendrai sur certaines fake news.

 

Sur le plan européen, je vous ai entendue à propos du système de Dublin. Toutefois, il apparaît une contradiction très nette entre la promotion d'une solidarité européenne et la défense de ce dispositif qui est notamment critiqué par les pays du Sud, sur lesquels pèse une charge plus élevée. À quelques jours des élections italiennes, où l'extrême droite fasciste, raciste et homophobe est donnée gagnante, je m'inquiète d'entendre que le système de Dublin est indispensable, en dépit de ses défauts.

 

Ma première question, que je vous poserai plus tard, est: dans le cadre de la toute proche présidence belge de l'Union européenne, afficherez-vous une réelle solidarité entre États membres?

 

Vous parlez des 50 % de hit Eurodac. Je ne prétends pas du tout que vous avancez une fake news, mais c'est quelque chose qu'on entend très régulièrement dans ce pays depuis des années. Ce chiffre doit être nuancé. Il faut rappeler que certaines personnes n'ont pas enregistré de demande, mais ont été arrêtées, si bien que leurs empreintes ont été prises. Toutes n'ont donc pas entrepris une démarche dans un pays du Sud. De plus, je répète que la situation en Grèce est catastrophique sur le plan de l'aide matérielle. Vous pouvez y avoir introduit une demande, mais vous savez tout aussi bien que vous pouvez vous retrouver à la rue, sans emploi ni aide matérielle.

 

Par conséquent, il faut arrêter avec ce discours – même si je sais bien que ce n'est pas le vôtre – selon lequel les demandeurs d'asile viendraient en Belgique en fonction d'un shopping de l'asile, comme certains le prétendent. C'est indécent et cela témoigne d'une méconnaissance totale de la réalité de ces personnes exilées.

 

À l'échelle internationale, je remercie très sincèrement mon collègue du CD&V d'avoir évoqué le cas complexe du Burundi. Je n'y reviendrai pas. En revanche, je vous ai entendue annoncer un prochain voyage en Égypte. Je ne sais pas si vous êtes au courant de la situation des droits humains qui y prévaut en ce moment. En Égypte, 65 000 personnes sont des prisonniers politiques.

 

Je peux entendre que certaines campagnes se font dans des pays extérieurs, mais en termes de droits humains, il y a aussi des éléments à garder en tête.

 

Au niveau national, la situation est très difficile. C'est un vrai défi. Il y a du progrès, certes, mais elle est complexe. On n'a jamais eu des plans ou des paroles politiques qui se résument en "yaka". En revanche, il y a quand même des contradictions, comme pour les places d'hôtel, par exemple. "Payer des places d'hôtel créera un appel d'air." Certaines personnes le répètent souvent dans cette commission. Qui, ici, peut prouver qu'ouvrir des places d'hôtel – on ne parle pas du Sheraton – crée un appel d'air dans le chef des demandeurs d'asile? Personne! Aucune étude ne montre que l'ouverture de places d'hôtel est la seule solution valable aujourd'hui, de manière temporaire et dans l'urgence, pour créer un appel d'air. Aucune personne ne peut le justifier, mais on continue à véhiculer ces propos sur Twitter, dans la presse et dans les interventions politiques! Or, c'est faux, totalement faux! Toutes les études montrent que deux facteurs orientent la migration des exilés: la diaspora dans le pays où ils se rendent et l'accès au marché de l'emploi. Toutes les études le montrent et pas des études de gauchiste! Ce sont les deux raisons qui orientent les demandeurs d'asile. Donc, il faut arrêter de laisser croire que des places d'hôtel constitueraient un éventuel appel d'air.

 

Par ailleurs, l'option de traiter avec des partenariats privés est pour le moins contradictoire. Même nous, nous avons ouvert notre porte à cette éventualité, alors que ce n'est pas celle que nous privilégions, parce que nous nous rendons compte que la situation est compliquée. Mais ouvrir des partenariats privés avec, parfois, des responsables de groupes hôteliers, à qui on ne veut pas donner d'argent dans le cadre de places d'accueil dans les hôtels privés, tout en étant prêts à élaborer des contrats avec eux pour ouvrir des places en centres d'accueil, est contradictoire.

 

L'autre contradiction, ma collègue Mme Platteau l'a évoqué, c'est la situation des Afghans. On sait aujourd'hui qu'on ne va pas expulser les Afghans en Afghanistan. On le sait. Or, on maintient des personnes afghanes dans des centres Fedasil, alors qu'il n'y a aucune possibilité de retour. Aussi donner un titre de séjour momentané aux Afghans, comme l'Allemagne y réfléchit, comme l'Espagne y réfléchit, c'est juste une question de bon sens.

 

En ce qui concerne le manque de personnel, vous avez donné des chiffres interpellants: 4 000 places d'accueil nécessitent le recrutement de 800 personnes. Le personnel, il est là. Il peut s'agir de demandeurs d'asile qui rentrent dans un cadre de travail et qui peuvent accompagner des futurs demandeurs d'asile. Une solidarité pourrait aussi naître entre ces personnes.

 

Rappelons que le lien avec les communes a été détricoté par des prédécesseurs et que nous devons le reconstruire: 40 % de places en ILA autrefois et 17 % aujourd'hui! Il faut vraiment y travailler. Par contre, j'entends que certains bourgmestres de certaines communes de tous partis confondus ferment des places d'accueil ou les restreignent. C'est intolérable!

 

En conclusion, nous ne pouvons nous contenter de la situation actuelle ni accepter que quelqu'un dorme encore dehors. Dans les quatre saisons de la Vivaldi, l'hiver arrive et des personnes dormiront dans la rue probablement ces prochains jours. C'est inacceptable! On a tous un rôle à jouer mais vous êtes la cheffe d'orchestre. C'est à vous d'accorder les violons notamment ceux des bourgmestres. Si affecter des places en centres de retour pour l'accueil n'est pas vendeur politiquement, si donner un statut aux Afghans n'est pas vendeur politiquement et si ouvrir des places d'accueil n'est pas non plus vendeur politiquement, mais que ce sont les seules solutions aujourd'hui pour que personne ne dorme dehors, alors il faut envisager ces mesures et avoir du courage politique. C'est à cela que je vous appelle aujourd'hui, madame la secrétaire d'État.

 

01.14  Hervé Rigot (PS): Madame la secrétaire d'État, je soulignerai quatre points:

 

1. Au sujet de Fedasil, il y a urgence à désigner un directeur général faisant fonction. Car s'il part le 1er octobre, Michael Kegels n'est déjà plus là étant donné qu'il avait des congés à prendre et qu'il les a pris. Il faut trouver une solution au sein du dircom ou autre. C'est à vous de trouver les solutions et de voir comment les mettre en œuvre; mais il faut un capitaine sur le navire et le plus rapidement possible.

 

2. Au sujet de Dublin, je ne suis pas l'option que vous préconisez disant que Dublin doit être appliqué et qu'il faut le rappeler au niveau européen. Dublin est un principe choisi dans un contexte différent et qui ne peut plus fonctionner aujourd'hui. Il va à l'encontre d'une solidarité entre pays européens et à l'encontre d'une solidarité internationale à l'égard de celles et ceux qui, pour des raisons légitimes, quittent leur pays pour venir chez nous.

 

Vous évoquiez des chiffres argumentant que nous faisons plus d'efforts que l'Allemagne et que les Pays-Bas. Mais si l'on suit votre raisonnement d'appliquer demain Dublin stricto sensu, alors nous ferons moins d'efforts que tout le monde au regard de notre position géographique, ce qui n'est ni l'Europe ni la Belgique que je veux.

 

Ce qu'il faut défendre, c'est la révision du principe de Dublin et une Europe solidaire au sein de laquelle chacun porte la solidarité internationale au regard de critères objectifs et en fonction de ses capacités.

 

3. Les MENA: leur situation est terrible. Elle s'annonce encore plus difficile dans les prochaines semaines. On a un manque de tuteurs et un manque de places. On est confronté à des difficultés de répondre dans les délais impartis aux tests osseux et d'âge. D'ailleurs, la semaine prochaine, je reviendrai en commission avec la résolution que le PS a déposée au terme d'auditions sur la situation des MENA. Nous en avons fait une priorité et je crois que nous devons agir en front commun avec, par ailleurs, vos collègues de la Justice et des entités fédérées.

 

Je ne vous rejoins pas du tout quand vous parlez du manque de volonté des bourgmestres. Je veux bien aller les trouver, je suis moi-même municipaliste. Mais ils supportent déjà tant de charges de la politique fédérale - les zones de secours, les zones de police, et tant d'autres encore - qu'aujourd'hui ils sont acculés. Et lorsqu'un bourgmestre refuse d'offrir une nouvelle place d'accueil, il faut se souvenir de ce qu'on a fait aux villes et communes et CPAS à la fin de la crise de 2016, alors que M. Francken était aux commandes. On a fermé les places, en remerciant les CPAS et les communes pour leur action, afin de récupérer de l'argent, et en les laissant se débrouiller avec le personnel qui avait été engagé, les infrastructures, etc. Aujourd'hui les bourgmestres n'ont plus confiance dans Fedasil et dans les politiques fédérales.

 

Ensuite, si la bourgmestre de Spa décide de poursuivre Fedasil et d'appliquer des astreintes à son égard, rappelez-vous qu'un bourgmestre a une responsabilité en termes de sécurité pour l'organisation sur son territoire de tous les bâtiments. J'ai participé, à Spa, aux conciliations entre Fedasil et les autorités communales. À l'époque de la gestion par le privé, il y avait des manquements et des risques. La bourgmestre a décidé de ne pas les suivre. Elle n'a pas dit qu'elle ne voulait pas d'un centre d'accueil sur le territoire de sa commune. On ne peut pas me taxer de défendre la politique socialiste, car elle est libérale. Ici, elle a fait son travail de bourgmestre, à savoir se protéger, protéger son collège et ses citoyens, sa zone de secours et de police alors que Fedasil, de son côté, ne prenait pas les mesures nécessaires pour que les conditions de sécurité soient garanties.

 

Il faut changer le dialogue avec les bourgmestres, la concertation, le phasage, les moyens mis à disposition, les garanties que tout se passera bien au niveau du cadre du personnel, des infrastructures, etc. C'est un enjeu qui, je m'en doute, n'est pas simple.

 

Je me rends bien compte que votre tâche est difficile. J'imagine à quel point vous devez prendre des responsabilités et des décisions qui ne sont pas aisées. C'est clair, et d'autant plus dans un contexte socioéconomique difficile pour tous. Mais la mission n'est pas impossible, et il y a des points positifs: des décisions ont été prises par le gouvernement en juillet dernier et doivent être concrétisées maintenant, des moyens vous ayant été donnés pour ce faire.

 

Il y a des équipes motivées disponibles chez Fedasil, chez les partenaires. Il y a des ONG qui vous proposent des solutions et qui sont prêtes à s'investir, notamment dans la gestion de la transition. En Wallonie, il y a des ministres soucieux de la situation, notamment Christie Morreale, en charge de l'Emploi, qui ne demande qu'à trouver des solutions pour l'accessibilité au marché du travail, ce qui peut être aussi une solution dans le cadre de l'accueil des demandeurs de protection internationale.

 

Vous avez ici une majorité, qui sera présente à chaque fois qu'il le faudra pour soutenir des propositions qui iront dans le sens de solutions.

 

Madame la secrétaire d'État, merci et bonne chance.

 

01.15  Dries Van Langenhove (VB): Mevrouw de staatssecretaris, als reactie op mevrouw Daems zei u dat u de asielzoekers die doorreizen door verschillende Europese, lees veilige, landen, niet beschuldigt van misbruik. Ik zal dat dan in uw plaats doen. Zij plegen wel zeker misbruik. Zij doorkruisen vanuit Burundi, bijna 10.000 kilometer hier vandaan, of Afghanistan, 7.000 kilometer hier vandaan, 6 tot 9 veilige landen om te komen tot de Europese Unie, om daar door een van de grenslanden, Italië, Griekenland of een ander land, te reizen richting noordwest-Europa. Zo doen zij wel degelijk aan asielshoppen om te komen tot de Europese lidstaat waar de sociale zekerheid het gulste is. U ontkent dat het Groeipakket daar een invloed op heeft, maar wees maar zeker dat die asielzoekers zeer goed op de hoogte zijn van wat er overal te rapen valt. Die mensen zijn niet dom. Zij hebben ook een internetverbinding en smartphones. Zij weten zeer goed waar ze naartoe moeten gaan. Het is niet voor het goede weer dat de Afghanen en Burundezen bijvoorbeeld naar België en noordwest-Europa komen.

 

De heer Moutquin zegt dat we moeten nuanceren dat 50% van de asielzoekers al geregistreerd is of een aanvraag heeft gedaan in een ander Europees land. Volgens hem wilden ze soms eigenlijk geen asielaanvraag indienen. Maar er valt weinig te nuanceren. Het systeem werkt nu eenmaal zo dat bij bijvoorbeeld aankomst in Italië de betrokken worden tegengehouden en geregistreerd. De asielzoeker is vervolgens verplicht om daar een asielaanvraag in te dienen.

 

Laat ik het nog eens scherp stellen. Overigens, die verduidelijking is jammer genoeg niet van u, niet van de oppositie, niet van de regeringspartijen, noch van de media. Toen ik een tijdje geleden een trip naar Polen ondernam toen er daar wantoestanden waren aan de grens tussen Polen en Wit-Rusland, verstopten heel wat zogezegde asielzoekers die de grens wilden oversteken, zich in het bos voor de Poolse autoriteiten.. Die mensen – ik herhaal wat ik al vaker in de commissie heb gezegd – wilden helemaal geen asiel in Polen aanvragen. Zij wilden de autoriteiten en de grenswachters ontwijken om door te kunnen reizen naar België, naar noordwest-Europa, naar Duitsland, waar ze zogezegd allemaal een auto, een huis en geld uit de muur zullen krijgen. Dat is namelijk wat velen van hen denken. Dat is wat zij wilden. Zij wilden helemaal geen asiel aanvragen.

 

Slechts een handvol asielzoekers vroeg asiel aan daar aan de grens in Polen. Pas wanneer ze worden vastgegrepen bij het illegaal oversteken van de grens en worden geregistreerd en vastgezet in asielzoekerscentra, vragen ze, in vele gevallen, asiel aan. De heer Moutquin zegt dan dat die 50 % toch moet genuanceerd worden. Ik vind dat behoorlijk onterecht. Zo luiden nu eenmaal de regels en jammer genoeg worden die niet toegepast.

 

Aansluitend, niet alleen het percentage van 50 % is hallucinant, ook de beschermingsgraad is gezakt tot aan het vriespunt. Er is slechts 34 % beschermingsgraad. Dat wil zeggen dat twee op de drie asielaanvragers hier in België geen recht heeft op asiel. Dat is niet volgens de regels van het Vlaams Belang, voor alle duidelijkheid, dat is volgens de zeer soepele en lakse regels die uw regering heeft gecreëerd, en volgens het CGVS, dat toch ook behoorlijk soepel omspringt met asielaanvragen, als u het mij vraagt. Dat wil zeggen dat er iets behoorlijk fout loopt en dat een groot deel van die asielzoekers wel degelijk misbruik maakt van het lakse asielkader.

 

Ter verduidelijking, ik verwijt dat die mensen niet. Ik verwijt dat u, mevrouw de Moor, en al uw voorgangers en de vele mensen die reeds deel hebben uitgemaakt van de vele voorgaande regeringen. Zij hebben dat misbruik mogelijk gemaakt.

 

De asielzoekers kunnen voor het misbruik dat ze maken van het systeem, nog als excuus aanhalen dat ze gewoon hun leven willen verbeteren, dat ze graag een uitkering willen in een noordwest-Europees land, dat ze een job willen in een noordwest-Europees land en op die manier geld willen kunnen opsturen naar hun land van herkomst. Maar welk excuus hebt u, mevrouw de Moor, voor de miskleun die u hebt gecreëerd? Welk excuus hebben u en uw voorgangers voor de honderdduizenden illegale migranten die u hebt toegelaten richting dit land en die ons sociaal weefsel en onze sociale zekerheid volledig kapot hebben gemaakt? U hebt, in tegenstelling tot die asielzoekers, geen excuus. Als er iemand is die misbruik maakt van de situatie, bent u het en uw voorgangers.

 

Dan wil ik nog een aantal korte verduidelijkingen. U zegt dat 150 mensen zijn toegewezen aan het Dublincentrum, maar u hebt niet geantwoord, denk ik, op de vraag hoeveel daarvan er effectief zijn teruggekeerd. Misschien moet ik daarover nog bijkomende vragen indienen. Het lijkt mij cruciaal om ook dat te weten.

 

Voorts verwijst u in verband met Burundi naar heel wat externe factoren, maar 24 % van de mensen uit Burundi die in België een aanvraag hebben ingediend, kreeg een goedkeuring. U kunt zich inderdaad verschuilen achter het onafhankelijk statuut van het CGVS, maar de realiteit is nu eenmaal dat een op de vier wel degelijk een goedkeuring krijgt en dat die drie op de vier anderen die geen goedkeuring hebben gekregen, hier gewoon in Brussel en omstreken in de illegaliteit verzeild geraken. Die mensen worden ook niet teruggestuurd. Of ze nu een goedkeuring of een afwijzing krijgen op hun asielaanvraag, uiteindelijk loont de illegale reis naar België van meer dan 9.500 kilometer altijd. De asielzoekers, de asielfraudeurs winnen door uw systeem altijd.

 

De individuele opvang is volgens u niet goedkoper, maar dat is natuurlijk niet waar. Op termijn creëert dat een aanzuigeffect, waardoor die op lange termijn wel degelijk duurder zal zijn.

 

Ten slotte zegt u dat de premies nodig zijn, omdat er onwil bestaat bij de burgemeesters om bijkomende asielopvangplaatsen te creëren. Dan moet u misschien eens met hen overleggen en hun vragen hoe dat precies komt en waarom de bevolking dat niet meer pikt. Misschien kunt u beginnen bij de vele CD&V-burgemeesters.

 

01.16  Greet Daems (PVDA-PTB): Mevrouw de Moor, bedankt voor uw antwoorden. De opvangcrisis sleept al een jaar aan. Al een jaar lang slapen mensen op straat en wordt het recht op opvang en asiel dagelijks geschonden. U merkt wel op dat er veel maatregelen worden genomen, maar dat we de problemen niet op een dag kunnen oplossen. Daarin geef ik u gelijk. Alleszins stel ik vast dat alle maatregelen die tot nu toe genomen zijn, nog niet het gewenste effect hebben gesorteerd. Er slapen immers nog steeds mensen op straat. We moeten nu dus veel meer inzetten op kortetermijnoplossingen om te verzekeren dat er vanavond al niemand meer op straat moet slapen.

 

De regering heeft ook al aangetoond dat het kan. Voor de Oekraïense vluchtelingen is er heel snel en daadkrachtig gereageerd. De yes-we-can-mentaliteit, die we toen zagen, heeft geleid tot een snelle respons van lokale overheden, de gewesten en de federale overheid. Maar vandaag is die ver te zoeken.

 

Naast kortetermijnoplossingen zijn ook langetermijnoplossingen nodig om te voorkomen dat de crisis zich zal blijven herhalen. Het opvangmodel moet gewijzigd worden via de uitbouw van buffers. Ik ben dan ook blij te vernemen dat er plannen zijn in die richting. We zullen dat zeker blijven opvolgen. In de toekomst zal het aantal asielaanvragen zeker blijven fluctueren.

 

Mevrouw de Moor, u noemde het daarnet absurd dat het een opvangcrisis van eigen makelij zou zijn, maar het huidige jojobeleid is wel degelijk van eigen makelij. U gaf daarnet ook toe dat we moeten afstappen van het jojobeleid.

 

Tot slot wil ik het even hebben over de zogenaamde Dubliners. Ik kan me volledig aansluiten bij wat de heer Moutquin er daarnet over zei, en ik wil er graag aan toevoegen dat Dubliners vaak verplicht worden om een vingerafdruk achter te laten en zo, zonder het te beseffen, een Eurodac-hit worden. Op dat moment hebben ze niet eens door dat er een asielprocedure zal worden opgestart, maar ze worden wel afgeschilderd als asielshoppers en uw discours draagt daar wel degelijk toe bij.

 

Elke persoon die een verzoek om internationale bescherming indient, heeft automatisch recht op opvang. Ik vind het belangrijk om dat hier nog eens te herhalen. Dat recht staat los van het feit dat je al in een ander land een vingerafdruk hebt achtergelaten of een verzoek hebt ingediend.

 

01.17  Tim Vandenput (Open Vld): Mevrouw de staatssecretaris, ik ben blij te horen dat de cijfers van het Commissariaat-generaal al snel de hoogte in zullen gaan: deze maand 2.300, in oktober 2.800. Hopelijk blijven ze zo hoog, maar u hebt alvast uw engagement uitgesproken, waarvoor dank.

 

De cijfers die u geeft van het Dublincentrum in Zaventem bewijzen dat het centrum werkt. Zou het mogelijk zijn om het eens te bezoeken, nu of later? Mijnheer de voorzitter, misschien moeten we het daarover hebben bij de regeling der werkzaamheden.

 

Ten slotte, wat de inschakeling van de privésector voor opvangcentra betreft, ben ik blij te horen dat er in oktober een lastenboek aan de ministerraad wordt voorgelegd. Hopelijk geldt dat lastenboek ook voor de langere termijn en niet alleen om eventjes gaten te vullen. De betrokkenen zijn echt vragende partij om op de langere termijn te werken. Zo kunnen ze ook de prijzen laten zakken. Vandaag is de perceptie dat de privésector te duur is en dat we het beter zelf doen. Ze zijn alleen maar duur omdat ze enkel korte contracten krijgen. Dat zou veranderen als er op de langere termijn kan worden gewerkt.

 

De voorzitter: Mijnheer Vandenput, het is misschien raadzaam om uw verzoek per mail naar het secretariaat te sturen.

 

01.18  Simon Moutquin (Ecolo-Groen): Monsieur le président, je ne me souviens plus de la règle. En commission, lors d'un débat d'actualité ou de questions orales, lorsqu'on est interpellé, peut-on répliquer, répondre, entamer un débat ou n'est-ce pas le lieu? Parfois, quand on est interpellé de manière personnelle, on peut répliquer, ce qui permet de faire émerger un débat intéressant mais il me semble que pour les débats d'actualité ou les questions orales, cette règle ne s'applique pas.

 

Le président: Effectivement.

 

01.19  Simon Moutquin (Ecolo-Groen): Je vous remercie. Je m'entretiendrai donc avec M. Vandenput après la commission! (Rires)

 

01.20  Ben Segers (Vooruit): Mevrouw de staatssecretaris, ik dank u voor het antwoord. Over een aantal zaken zal ik volgende week meer gedetailleerde vragen stellen.

 

Ik wist niet dat u maar een half uur voor uw uiteenzetting kreeg, mevrouw de staatssecretaris. Mijnheer de voorzitter, dat lijkt mij niet gemakkelijk voor de staatssecretaris als er zo veel vraagstellers zijn. Het is ook voor de vraagstellers niet gemakkelijk om te weten welk deel van de vraag al is beantwoord en op wat men nog een antwoord kan verwachten. Dat maakt het debat wat moeilijker. Ik zou willen vragen of de staatssecretaris volgende keer wat meer tijd kan krijgen als er veel vragen zijn.

 

De voorzitter: Mijnheer Segers, het is altijd een evenwichtsoefening om de tijd die men aan de staatssecretaris en het Parlement geeft te verdelen. Ik dank de staatssecretaris voor haar deskundige uitleg en haar bereidheid om verdere vragen te komen beantwoorden, want de leden hebben uiteraard het recht om bijkomende vragen in te dienen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.20 uur.

La réunion publique de commission est levée à 12 h 20.