Commission de la Justice

Commissie voor Justitie

 

du

 

Mardi 20 septembre 2022

 

Matin

 

______

 

 

van

 

Dinsdag 20 september 2022

 

Voormiddag

 

______

 

 


De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 10.25 uur. De vergadering wordt voorgezeten door mevrouw Kristien Van Vaerenbergh.

Le développement des questions et interpellations commence à 10 h 25. La réunion est présidée par Mme Kristien Van Vaerenbergh.

 

De teksten die in cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.

Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.

 

01 Débat d'actualité sur le procès des attentats et questions jointes de

- Philippe Goffin à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "L'organisation des procès dans le bâtiment Justitia" (55029297C)

- Koen Metsu à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "Le procès d'assises sur les attentats terroristes du 22 mars 2016" (55029376C)

- Marijke Dillen à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "Le manque de moyens et de personnel pour le procès d'assises des attentats de Bruxelles et Zaventem" (55029760C)

- Marijke Dillen à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "L'incidence du procès des attentats sur le fonctionnement de la cour d'appel de Bruxelles" (55029944C)

- Nabil Boukili à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "Le manque de places pour les victimes au procès des attentats de Bruxelles" (55030133C)

- Marijke Dillen à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "Le nombre limité de places dans le bâtiment Justitia pour les parties civiles" (55030196C)

- Marijke Dillen à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "La webradio lors du procès du terrorisme" (55030197C)

- Kristien Van Vaerenbergh à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "Le déroulement du procès sur les attentats du 22 mars 2016" (55030247C)

- Claire Hugon à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "La décision de démontage des box des accusés au Justitia" (55030274C)

- Sophie Rohonyi à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "L’organisation du procès des attentats de Bruxelles du 22 mars 2016 au Justitia" (55030299C)

01 Actualiteitsdebat over het proces van de aanslagen en toegevoegde vragen van

- Philippe Goffin aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "De organisatie van processen in het Justitiagebouw" (55029297C)

- Koen Metsu aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "Het assisenproces over de terroristische aanslagen van 22 maart 2016" (55029376C)

- Marijke Dillen aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "Het tekort aan middelen en manschappen voor het proces over de aanslagen te Brussel en Zaventem" (55029760C)

- Marijke Dillen aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "De weerslag van het terreurproces op de werking van het hof van beroep te Brussel" (55029944C)

- Nabil Boukili aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "Het tekort aan plaatsen voor de slachtoffers op het proces over de aanslagen te Brussel" (55030133C)

- Marijke Dillen aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "Het beperkt aantal plaatsen in het Justitiagebouw voor de burgerlijke partijen" (55030196C)

- Marijke Dillen aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "De webradio tijdens het terreurproces" (55030197C)

- Kristien Van Vaerenbergh aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "Het verloop van het proces over de aanslagen van 22 maart 2016" (55030247C)

- Claire Hugon aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "De beslissing om de glazen boxen in het Justitiagebouw af te breken" (55030274C)

- Sophie Rohonyi aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "De organisatie in het Justitiagebouw van het proces over de aanslagen van 22 maart 2016 in Brussel" (55030299C)

 

01.01  Philippe Goffin (MR): Monsieur le ministre, il y a plusieurs mois déjà, l’ancien quartier général de l’OTAN a été transformé pour accueillir des procès de grande envergure et nécessitant notamment un degré de sécurité très élevé. C’est dans ce cadre qu’a débuté le procès des attentats de Bruxelles. Ce n’est toutefois pas le premier procès se déroulant au Justitia puisque, depuis quelques mois déjà, un certain nombre de procès d’une certaine ampleur ont pu s’y tenir, sortes de répétitions générales au procès des attentats de Bruxelles.

 

Comme pour toute répétition générale, celles-ci ont permis de mettre en lumière certains éléments tant positifs que négatifs, que seule la pratique quotidienne peut révéler. Ainsi, la cour vient d’ordonner le démontage des boxes des accusés, les estimant contraires à l’article 6 de la Convention européenne des droits de l'homme et vous charge de remédier adéquatement à ce problème. S’il paraît incontestable que l’objectif de sécurisation a été atteint (peut-être trop), d’autres aspects pratiques rendent le Justitia quelque peu inconfortable.

 

Il me revient en outre d’un certain nombre d’avocats ayant eu l’occasion de fréquenter le Justitia les problèmes principaux non résolus suivants:

 

- le parking des avocats (et des parties) se trouve à plusieurs centaines de mètres, si pas un kilomètre de l’entrée du bâtiment;

- aucune restauration n’est prévue sur place et le quartier dans lequel se trouve le Justitia comporte peu, pour ne pas dire pas, de commerces adéquats;

- la sécurité est à ce point importante qu’il n’est pas permis, ni aux justiciables, ni aux avocats, d’amener dans la salle d’audience de la nourriture ou des boissons, pas même de l’eau;

- les très nombreux check-points de sécurité entraînent des retards constants, dès lors que la majorité des acteurs arrivent tous au même moment.

 

Monsieur le ministre, quelles solutions concrètes, alliant sécurité et confort, sont-elles envisagées pour remédier aux problématiques évoquées?

 

01.02  Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de minister, ik heb mijn vraag drie maanden geleden ingediend. Het Assisenproces over de terroristische aanslagen van 22 maart 2016 is intussen van start gegaan. Ik meen dat iedereen die gekke start heeft kunnen volgen. Die vreselijke terroristen voelden zich blijkbaar als dieren in een kooi, heb ik mij laten vertellen. Ik meen nochtans dat onze vertalers elke dag aantonen dat er geen enkel probleem is om vanachter glas vlot te kunnen communiceren. Toch hebben zij hun eerste pleit al binnengehaald. Wij hebben daar toch enkele vragen bij.

 

Waren de nodige voorbereidingen getroffen om het transport in de meest veilige omstandigheden te doen plaatsvinden? Bent u daarover in overleg gegaan met uw collega's, de ministers van Frankrijk?

 

Wat werd afgesproken over het gevangenisregime? Ik heb mij laten vertellen dat men er in Frankrijk alles aan gedaan heeft om te vermijden dat de terroristen contact hadden met elkaar en dat zij bepaalde zaken konden afspreken.

 

Dit is voor mij de kernvraag. Kunt u ons verzekeren dat de terroristen geen contact hebben met elkaar in de gevangenis?

 

Mijn laatste vraag gaat over het geraamde kostenplaatje van de operatie.

 

01.03  Marijke Dillen (VB): Mijnheer de minister, het proces zal zeer lang duren. De duur wordt geschat op negen maanden. Heel recentelijk hebben de politievakbonden aan de alarmbel getrokken. Vele betrokkenen in het proces moeten immers, terecht, politiebeveiliging krijgen. De vakbonden hebben de terechte vrees geuit voor een tekort aan middelen en manschappen.

 

Bovendien heeft de grote verschuiving van middelen en manschappen tot gevolg dat de veiligheid op andere plaatsen in het gedrang kan komen. Ik mag er dan toch redelijkerwijze van uitgaan dat u, gelet op het feit het proces reeds bezig is, met uw collega van Binnenlandse Zaken hebt overlegd en dat u alle puzzelstukjes hebt ingevuld?

 

Hoeveel manschappen worden er ingezet tijdens de volledige duur van het proces? Hoe worden zij geselecteerd? Op welk niveau zijn die operationeel?

 

Hebt u in samenspraak met mevrouw Verlinden een plan uitgewerkt hoe de manschappen zullen worden vervangen in hun huidige functie tijdens het proces? Hoe ziet dat plan eruit?

 

Hoe zult u de veiligheid garanderen op plaatsen die te maken hebben met onderbemanning van politie door de verschuiving van manschappen? Werd er daarop aangedrongen bij mevrouw Verlinden?

 

Hoe zult u de vrees van de politionele diensten wegnemen en ervoor zorgen dat ieders veiligheid gegarandeerd is tijdens het assisenproces, niet alleen van de betrokkenen, maar ook van de bezoekers?

 

Wat is de geschatte kostprijs van de maatregelen ter plaatse voor het assisenproces, en afzonderlijk die van de onrechtstreekse middelen waarin moet worden voorzien?

 

Het proces heeft een heel grote weerslag op de werking van het Hof van Beroep te Brussel. Het hof zal in de negen maanden dat het proces vermoedelijk zal duren niet kunnen beschikken over vijf van zijn raadsheren, terwijl het hof vandaag al met een structurele onderbemanning kampt en de gerechtelijke achterstand al torenhoog is. Daarbovenop zullen twee andere raadsheren moeten instaan voor de dagelijkse leiding van het hof om de afwezigheid van de voorzitter op te vangen. Recent werden wel vier nieuwe raadsheren benoemd, maar zelfs dan zal het hof van beroep niet alle taken kunnen volbrengen, aldus persmagistraat mevrouw Leclercq. Zij stelt heel duidelijk dat “die versterking onvoldoende is. Het hof wordt sinds begin 2022 immers overspoeld door een aantal bijzonder grote dossiers van het federaal parket, boven op het proces van de aanslagen."

 

Het assisenhof doet ook een beroep op vier rechters uit de rechtbank van eerste aanleg en een groot aantal griffiers en medewerkers, wat nogmaals voor bijkomende problemen zorgt, onder andere voor de organisatie van andere assisenprocessen in de komende maanden. De problemen zijn al jaren bekend. Het hof van beroep heeft dat recent nog aangekaart.

 

Wat is uw reactie hierop? Graag kreeg ik wat toelichting. Hoeveel magistraten, griffiers en medewerkers zijn er tijdelijk niet beschikbaar voor de werking van het hof gedurende de duurtijd van het proces?

 

Aangezien het reeds van bij de beslissing om de zaak voor het hof van assisen te brengen, vaststaat dat het tot de vastgestelde problemen aanleiding zou geven, past de vraag welke initiatieven u het voorbije jaar proactief hebt ondernomen om op de problematiek, waarvan de omvang reeds lange tijd bekend is, een antwoord te bieden?

 

Hoe zult u ervoor zorgen dat de resterende problemen bij het Hof van Beroep te Brussel worden opgelost? Ik heb de vraag ingediend bij de aanvang van het assisenproces. Wat is er ondertussen gebeurd? U moet er namelijk over waken dat de gerechtelijke achterstand niet nog meer oploopt.

 

Ook de werking van de rechtbank van eerste aanleg zal hinder ondervinden. Kunt u hierover meer toelichting geven? Welke initiatieven bieden daarop een antwoord?

 

Er zijn voorts een beperkt aantal plaatsen voor de burgerlijke partijen in het Justitiagebouw, waardoor niet alle burgerlijke partijen die het wensen, het proces fysiek kunnen bijwonen. Het moet nochtans een absoluut recht voor iedere burgerlijke partij zijn om een proces over een strafdossier waarin hij of zij als slachtoffer betrokken is, fysiek mee te kunnen volgen. De webradio, waarover ik straks nog een vraag heb, biedt hier geen oplossing voor.

 

Mijnheer de minister, hebt u reeds zicht op het totaal aantal burgerlijke partijen dat de wens heeft geuit om het proces fysiek bij te wonen?

 

Welke alternatieven zullen er, naast de nieuwe mogelijkheden die bepaald zijn in artikel 258/1 van het Wetboek van Strafvordering worden aangereikt, aan de slachtoffers die het proces absoluut fysiek wensen bij te wonen, als de plaatsen voor de burgerlijke partijen allemaal ingenomen zijn?

 

Mijnheer de minister, er werd voor gezorgd dat slachtoffers die de debatten niet persoonlijk kunnen bijwonen - er wonen ook veel slachtoffers in het buitenland – de debatten toch kunnen volgen via een webradio. De voorzitster van het hof van assisen heeft een beschikking getroffen waarin de voorwaarden worden vastgelegd. Zo wordt de webradio beperkt tot een audio-opname van de debatten; de uitzending verloopt met 30 minuten vertraging en opslag en opname van spraak en gegevens, met inbegrip van persoonsgegevens, die tijdens de zitting worden meegedeeld, zijn strikt verboden.

 

Wie van die mogelijkheid gebruik wil maken, moet een aanvraag richten tot de griffie van het hof van assisen of tot het federaal parket via een aanvraagformulier dat kan worden gedownload op de website van het Hof van Beroep te Brussel. Per aanvraag moet de voorzitster dan telkens een individuele beschikking nemen om de verzoeker toegang te verlenen tot de webradio. Met andere woorden, zonder individuele beschikking is er geen toegang mogelijk.

 

Daar had ik graag meer toelichting over gekregen. Op welke wijze wordt dat ondersteund vanuit Justitie? Staat de mogelijkheid enkel ter beschikking van slachtoffers of hun nabestaanden, of kan iedere burger die op die wijze het terreurproces wil volgen, een aanvraag richten tot de griffie van het hof van assisen of het federaal parket? Ik heb de moeite genomen om het aanvraagformulier eens te bekijken: het biedt enkel de mogelijkheid voor de advocaat van een slachtoffer, de burgerlijke partij, de benadeelde partij of een erkend slachtoffer. Nochtans is het proces openbaar en moet elke burger die het wenst, de gelegenheid krijgen. Wat is uw standpunt?

 

Tot slot, hoe zal worden gecontroleerd dat er geen opslag of opname komt van spraak en gegevens, zoals is vastgelegd in de beschikking van de voorzitter van het hof van assisen van 1 september 2022?

 

01.04  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, les victimes des attentats de Bruxelles ont constaté le manque de places pour leur permettre d'assister aux débats dans le bâtiment consacré au procès des attentats. La salle ne compte en effet que 170 places, dont 40 sont réservées pour la presse et les autres visiteurs. Il n'y aurait que 100 places pour les 960 parties civiles. En conséquence, le principe du premier arrivé premier servi prévaudra. Quelles solutions comptez-vous apporter pour permettre à toutes les victimes d'assister au procès sur place et non pas seulement en distanciel? 

 

01.05  Kristien Van Vaerenbergh (N-VA): Mijnheer de minister, ik heb een vraag ingediend naar aanleiding van de preliminaire zitting, die reeds plaatsvond, en de beslissing van het hof van assisen dat de boxen niet mogen worden gebruikt. Wij zijn met onze commissie ook ter plaatse geweest, wij hebben de boxen ook gezien.

 

Ik heb een vraag met betrekking tot de communicatie. Werd het op voorhand getest? Werd de efficiëntie ervan getest? Door wie? Wat werd daaromtrent in het verslag voorgeschreven?

 

De boxen waren een veiligheidsmaatregel. Nu deze niet worden toegestaan door het hof van assisen, dient de veiligheid opnieuw te worden bekeken. Welke nieuwe veiligheidsmaatregelen zullen worden genomen om hetzelfde niveau van veiligheid te voorzien als in een scenario met de boxen?

 

Was er bij de voorbereidingen van het proces voorzien in een mogelijk scenario zonder de boxen? Zo ja, hoe snel kan dit scenario geïmplementeerd worden? Zo neen, om welke redenen werd hiermee geen rekening gehouden?

 

Tot slot – de vraag werd ook reeds gesteld door collega's –, welke impact heeft volgens u de beslissing van het hof op het verloop en de kostprijs van het proces?

 

01.06  Claire Hugon (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, l’organisation du procès relatif aux attentats du 22 mars 2016 représente un défi énorme pour les services de la Justice. C'est aussi un moment très attendu et important pour les victimes bien sûr et pour la société belge dans son ensemble, un moment qui devra amener des éléments de compréhension et permettre une forme de reconstruction individuelle et collective. Il est, à ce titre, fondamental que le procès se déroule dans les meilleures conditions pour favoriser la manifestation de la vérité judiciaire.

 

Outre certaines difficultés auxquelles le collègue Goffin a fait allusion, la première semaine a surtout été marquée par la polémique relative aux conditions de comparution des accusés. Leurs avocats ont contesté le choix d’ériger des box en verre individuels disposant d’une seule fente pour échanger des documents. Selon la défense, ce dispositif entravait les droits de la défense parce qu’il ne permettait pas d’échanges spontanés entre les avocats et leurs clients et violait la présomption d’innocence en ce qu’il présentait les accusés comme des coupables. Le parquet, comme la police, défendaient le dispositif – selon eux, le moins mauvais et nécessaire pour la sécurité.

 

Les parties civiles ont indiqué que ce dispositif ne résultait pas d'une demande de leur part.

 

La présidente de la cour a tranché: les box violent effectivement l’article 6 de la Convention européenne des droits de l'homme (CEDH) et devront être démontés.

 

Monsieur le ministre, je ne doute pas qu’avec les services du SPF Justice, vous allez tout mettre en œuvre pour répondre avec la plus grande célérité afin de mettre l’infrastructure en conformité avec cette décision.

 

Pouvez-vous nous communiquer les considérations qui ont présidé à cette décision de construire de tels box en verre? Le procès des attentats de Paris, par exemple, n’avait pas eu recours à un tel dispositif et s’est pourtant déroulé de façon assez exemplaire. Certains rapportent qu’il s’agissait avant tout de considérations budgétaires, l’idée étant de mobiliser moins de policiers. Je voudrais m'assurer que ce n'était pas le cas car pour un procès aussi emblématique, il est important que tous les moyens soient mis en œuvre. 

 

Quel est l’impact escompté de la décision de vendredi en termes de timing et de budget?

 

01.07  Sophie Rohonyi (DéFI): Monsieur le ministre, à l'instar de mes collègues, je me devais de revenir sur la première audience préliminaire du procès des attentats de Bruxelles, lundi dernier. Cette audience devait régler des questions d'organisation pratique que la présidente de la cour doit trancher, mais auxquelles votre cabinet a été associé dès le départ. Lors de cette audience, de nouveaux problèmes pratiques d'organisation se sont posés, et ce, malgré nos interrogations à ce sujet lors de notre visite au Justitia avec la commission de la Justice, le 8 juillet dernier.

 

Je pense notamment, comme cela a été dit par mes collègues, à la salle d'audience, qui ne compte que 170 places non réservées. Parmi celles-ci, il y a 100 places seulement pour les 900 parties civiles que compte ce procès. Cela fait bien évidemment craindre aux victimes de ne pas pouvoir y prendre place à moins de camper devant l'entrée du bâtiment.

 

A été aussi constatée l'impossibilité de recevoir, de toute la journée, ne fut-ce qu'une seule collation pour les victimes et interprètes, qui risquent ainsi de faire des malaises.

 

Le contrôle de sécurité a été aléatoire et a empêché, par exemple, une victime qui avait besoin de son insuline, d'entrer dans le bâtiment, mais a permis à une autre d'entrer avec son coupe-ongles.

 

On a également vu que les distributeurs de café étaient tellement peu nombreux et tellement éloignés de la salle d'audience que le temps de s'y rendre et de faire la file, l'audience recommençait, en l'absence de victimes et de certains avocats.

 

Le streaming, qui ne propose que du son, avec 30 minutes de différé, fait craindre aux victimes résidant à l'étranger de ne pas pouvoir se concerter en direct avec leurs avocats.

 

L'accès à la salle d'audience est situé à 800 mètres de l'entrée du bâtiment; je l'avais soulevé à l'époque. Cela fait craindre aux personnes à mobilité réduite de ne pas pouvoir toutes bénéficier d'une chaise roulante.

 

La comparution libre de certains inculpés fait craindre aux victimes de les rencontrer aux toilettes ou dans les salles de repos, comme cela s'est passé lors des audiences de la chambre des mises en accusation en 2021.

 

Reste également la question des boxes en verre des accusés. Elle a pu être finalement tranchée vendredi dernier par la présidente de la cour, puisqu'elle a jugé que ces boxes, vu leur configuration actuelle, devaient être démontés d'ici le 10 octobre parce qu'ils ne respectent pas la présomption d'innocence mais aussi le droit à un procès équitable.

 

Monsieur le ministre, pourquoi ces questions n'ont-elles toujours pas été résolues à ce jour? Dans quelle mesure pouvez-vous encore intervenir aujourd'hui pour répondre aux préoccupations des victimes que j'ai citées? Quel est le coût des boxes initiaux mais aussi des nouveaux? Quand et de quelle manière allez-vous aménager ces nouveaux boxes des accusés conformément à la demande de la présidente de la cour? Enfin, pouvez-vous nous garantir que ces aménagements ne retarderont pas le procès tant attendu par les victimes? Je vous remercie.

 

01.08  Khalil Aouasti (PS): Madame la présidente, monsieur le ministre, je n'ai pas déposé de question mais je vais malgré tout en poser une. Je dois en effet vous avouer que j'ai été furieux, pas contre vous, mais j'ai été furieux lorsque j'ai vu l'arrêt de la présidente de la cour d'assises. Mais, en même temps, j'ai été heureux de cet arrêt de la cour d'assises.

 

Pourquoi furieux? Parce que, le 8 juillet dernier, avec cette commission de la Justice, nous avons visité le palais de justice "Justitia". Lors de cette visite, j'étais le seul - je dois le dire - à avoir indiqué publiquement que ces boxes ne respectaient pas la jurisprudence de la Cour européenne des droits de l'homme. Quelle réponse m'a-t-elle alors été offerte par les personnes qui étaient là et qui étaient chargées de la visite? Ce fut une réponse teintée d'ironie qui indiquait: "Regardez, les interprètes sont aussi derrière une vitre." Voilà la réponse qui a été donnée par le SPF Justice et par les représentants du parquet. Puis, lorsqu'il a été indiqué que les cellules ne permettaient même pas un accès avec un point d'eau, quelle a été la réponse qui a été donnée et qui a fait sourire certains de mes collègues? "Vous savez, si vous le souhaitez, certaines sont disponibles pendant l'été." Voilà la réponse qui m'a été donnée par les fonctionnaires du SPF Justice et les représentants du parquet.

 

Je suis furieux parce que, si cette question avait été abordée avec sérieux, cela fait peut-être trois mois déjà, et pas à trois semaines du début du procès, qu'on aurait pu envisager un autre boxe et d'autres circonstances pour détenir finalement ces accusés qui ne sont pas encore condamnés dans le cadre d'un procès majeur.

 

En même temps, je suis heureux car, cet arrêt, c'est peut-être le plus fier service que nous a rendu la cour d'assises. Cela nous a permis d'éviter qu'un arrêt, qui n'aurait pas été en ce sens, ne soit, dans quelques années, réformé par la Cour européenne des droits de l'homme et nous amène à devoir réorganiser le procès du siècle et à traîner à nouveau des centaines de victimes devant leurs présumés bourreaux.

 

01.09 Minister Vincent Van Quickenborne: Collega's, dank u voor de vele vragen.

 

Je répondrai en sept phases en commençant par les mesures de sécurité et l'équilibre à trouver pour une bonne organisation entre les parties.

 

Ik zal het hebben over de overbrenging vanuit Frankrijk en over het gevangenisregime. Verder zal ik ook spreken over de politiecapaciteit, de impact van het proces op de werking van het hof van beroep en de rechtbank van eerste aanleg van Brussel en over het aantal plaatsen voor de burgerlijke partijen. Ik zal het ook hebben over de webradio en tot slot over de boxen.

 

Ik meen dat het bezoek van de leden van de commissie voor Justitie aan de site op 8 juli 2022 zinvol was. Zoals u zelf hebt kunt zien, was het een delicate evenwichtoefening om twee belangen met elkaar te verzoenen, met name de veiligheid en de goede organisatie voor alle betrokken partijen. Het gaat dan om de burgerlijke partijen, de juryleden, de beschuldigden, de politiediensten, de advocaten, de magistraten, de pers en de bezoekers.

 

Chers collègues, il faut savoir que ce procès a été préparé par différents groupes de travail, déjà sous mon prédécesseur. Ce n'est pas sa faute. À partir d'octobre 2019, il a été décidé de s'atteler à la préparation du procès et de former des groupes de travail.

 

Le cher collègue Goffin m'a interrogé au sujet de la sécurité. En effet, plusieurs check-points de sécurité ont été mis en place. Il s'agit, bien entendu, d'une partie essentielle des mesures de sécurité qui ont été prises sur la base d'une évaluation des menaces et des risques par les services de sécurité. Il faut savoir que le procès se déroulera au niveau trois de l'échelle de sécurité. Il ne sera donc pas classique. Ce dispositif est important. Par conséquent, vous comprendrez que nous ne pouvons pas être totalement transparents, car cela en compromettrait l'efficacité.

 

En tout cas, je puis vous dire qu'en plus du check-point pour les véhicules, un autre sera installé à l'entrée du périmètre de sécurité et à celle du site même. Pour les avocats et les personnes handicapées, une fast line sera fournie dans la mesure du possible. Les personnes accréditées pourront entrer dans le bâtiment après le scan; celles qui ne le sont pas seront soumises à des contrôles de police. Une entrée avec scan pour la presse accréditée est également prévue.

 

Vous avez fait remarquer à juste titre qu'il n'est pas autorisé d'entrer dans la salle d'audience avec sa propre nourriture et ses boissons. Il s'agit d'une mesure de sécurité prise en concertation avec les services compétents et le Centre de crise. Toutefois, un système de restauration sera installé sur le site, tandis que des distributeurs de boissons seront également disponibles à des prix démocratiques. Quant au parking, il est évidemment situé à l'extérieur du périmètre de sécurité, à quelques pas du deuxième check-point. Il est également possible d'accéder au site en empruntant les transports publics.

 

L'audience préliminaire du 12 septembre constituait déjà un premier test pour ces mesures. Nous avons reçu des commentaires des diverses parties, parfois critiques. Je l'assume. Par exemple, l'interdiction d'apporter sa propre nourriture a été critiquée, tout comme l'absence de restauration dans le bâtiment. De même, les contrôles effectués par un chien spécialisé dans la détection des explosifs ont provoqué de nombreux retards. Toutes les mesures de sécurité sont en train d'être évaluées. Des ajustements seront apportés dans la mesure du possible.  

 

Madame Rohonyi, concernant les collations et les distributeurs de café, je tiens à vous rassurer. Le SPF Justice est conscient que seule une restauration limitée était prévue lors de l'audience préliminaire. Une restauration plus complète sera en revanche prévue dès le début du procès, début octobre.

 

S'agissant des contrôles de sécurité aléatoires, les contrôles de sécurité sont organisés selon des procédures clairement définies. Il ne devrait donc pas y avoir de hasard dans l'introduction de matériels interdits. Les instructions aux forces de sécurité seront répétées.

 

Pour ce qui concerne l'accès aux personnes à mobilité réduite un drop off est prévu. En outre, il leur est toujours possible de faire appel aux assistants de justice présents pour une aide personnalisée.

 

Vous avez évoqué la comparution libre de certains inculpés, qui fait craindre aux victimes de les croiser aux toilettes ou dans les salles de repos. Cette situation est potentiellement inévitable lorsque les accusés comparaissent librement, mais cette préoccupation sera prise en compte dans les préparations et l'évaluation ultérieures. Nous essaierons d'en tenir compte.

 

Vervolgens waren er de vragen van de heer Metsu over het gevangenisregime van de beschuldigden. De transporten van de verschillende beschuldigden werden uitgevoerd in juli en verliepen alle zonder incidenten, dit dankzij de goede voorbereiding van alle betrokken partners, zoals het Crisiscentrum, de federale politie, het OCAD, het gevangeniswezen en het federaal parket.

 

Naast de contacten die ik hierover had met mijn Franse collega, waren het vooral de operationele diensten die in contact stonden met de Franse autoriteiten ter organisatie van de transporten.

 

Ik weet dat er over de over de overbrenging van de plaats van detentie van de beschuldigden zaken zijn verschenen in de pers, maar u zult begrijpen dat wij om veiligheidsredenen zeer spaarzaam zijn met informatie ter zake. Mijnheer Metsu, in antwoord op uw vraag over het specifieke gevangenisregime kan ik u dus niet veel details meedelen. Het is duidelijk dat het gevangeniswezen speciale veiligheidsmaatregelen overweegt en toepast, overeenkomstig de basiswet van 2005.

 

Ik kom nu bij het derde luik, de politiecapaciteit. Uw laatste vraag, mijnheer Metsu, sluit aan bij de vraag van mevrouw Dillen, meer bepaald de vraag naar het kostenplaatje van de veiligheidsmaatregelen van dit assisenproces. De kosten van de transporten van de beschuldigden van Frankrijk naar België vallen ten laste van de politie. Voor de veiligheidsmaatregelen heeft zowel de politiezone Brussel Hoofdstad-Elsene, die de Gold Commander is voor het politioneel beheer, als de federale politie, die ondersteunend werkt, een budgettaire oefening gemaakt. De details kunt u bekomen bij mijn collega van Binnenlandse Zaken, daar de politie en het politiebudget onder haar bevoegdheid vallen.

 

Mevrouw Dillen, dagelijks zullen een tweehonderdtal politiefunctionarissen worden ingezet, van zowel de lokale als de federale politie. Het gaat om beveiligingsopdrachten, algemeen toezicht, verkeersregeling, technische bijstand en andere elementen.

 

De Gold Commander wordt voorzien in rondzendbrief P41. Die zal een operationele analyse en een risicoanalyse inzake veiligheid en welzijn maken, zodat de veiligheid en het welzijn van iedereen gegarandeerd worden. Er zijn bovendien al meerdere operationele oefeningen georganiseerd. Het staat buiten kijf dat niet alleen de politie maar ook alle andere partners er alles aan doen om het proces zo veilig en vlekkeloos mogelijk te doen verlopen.

 

Ik kom nu bij de vragen over de impact van het proces op de justitie in Brussel. De organisatie van het proces vergt natuurlijk een aanzienlijke inzet van personeel. Dat valt ten last van het hof van beroep, de rechtbank van eerste aanleg en ook het federaal parket. Wij hebben hierop geanticipeerd.

 

Ik heb vorig jaar reeds het initiatief genomen om middelen vrij te maken ter ondersteuning van het proces. De ministerraad heeft op 28 mei 2021 zijn akkoord gegeven voor de aanwerving van extra personeel en de aanrekening ervan aan de interdepartementale provisie.

 

Intussen werden er effectief reeds vier bijkomende raadsheren benoemd bij het hof van beroep te Brussel en vier rechters bij de Franstalige rechtbank van eerste aanleg. De benoeming van de vierde rechter verscheen in het Belgisch Staatsblad op 2 september. In totaal werden eveneens 55 personeelsleden aangeworven voor ondersteunende functies.

 

Uiteraard wordt, in samenwerking met de colleges, continu de invulling van de invullinggraad van de diverse rechtsmachten opgevolgd. Ik ben er mij van bewust dat er nog verdere inspanningen nodig zijn voor het hof van beroep te Brussel. De audit die de Hoge Raad voor de Justitie heeft verricht omtrent de werking van het hof van beroep te Brussel wijst daar ook op. Er werden daarover ook vragen gesteld.

 

Op dit ogenblik zijn er bij het hof van beroep 70  magistraten aanwezig en er zijn zes vacatures. Deze vacatures werden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad in februari, in maart, in mei en in juni.

 

Ik benadruk dat door de kaderuitbreiding in de wet, met name die van 21 juli 2021 voor vier extra raadsheren en 23 december 2021 voor nog eens vier extra raadsheren, het hof van beroep nu beschikt over het hoogste aantal magistraten sinds 2016. De audit van de Hoge Raad voor de Justitie heeft dat trouwens ook effectief herhaald. Er kan dus niet gesteld worden dat wij het hof van beroep in Brussel in de steek zouden laten.

 

Collega's, dan kom ik bij de vragen over de slachtoffers en de burgerlijke partijen.

 

J'ai reçu des questions supplémentaires de M. Boukili et de Mmes Rohonyi et Dillen.

 

Monsieur Boukili, nous pensons bien entendu aux nombreuses victimes. Afin de permettre aux victimes démunies d'assister au procès, sept salles relais ont été prévues en plus de la salle d'audience, dans lesquelles les victimes et leurs avocats peuvent assister aux séances et intervenir dans les débats si nécessaire. Je peux vous fournir par écrit un aperçu des places disponibles. Au total, 840 places sont prévues pour les parties civiles.

 

Dans la salle d'audience, il y aura 20 places pour le public, 20 places pour la presse, 30 places pour les avocats des parties civiles et 100 places pour les parties civiles. Dans les salles relais, on parle de 740 places pour les parties civiles et 140 places pour les avocats des parties civiles.

 

Mevrouw Dillen, op het ogenblik zijn er 957 burgerlijke partijen bekend bij de griffie. Er zijn er nu 181 geaccrediteerd. Accreditatie is niet verplicht, maar het geeft een indicatief beeld van het reëel aantal burgerlijke partijen die op de site mogen worden verwacht. De capaciteit van 840 plaatsen lijkt mij dus ruimschoots te voldoen.

 

Nu kom ik tot de vraag over de webradio. Daarover heeft het Parlement een wet goedgekeurd, vrij parallel met wat in Parijs is gebeurd. Mevrouw Dillen, de webradio is enkel mogelijk, zoals de wet omschrijft, voor de slachtoffers en hun advocaten, niet voor het brede publiek, en wel na aanvraag bij de griffie van het hof van assisen of bij het federaal parket. De formulieren worden ter beschikking gesteld op de webstek van de hoven en rechtbanken, website die trouwens onlangs vernieuwd werd. De voorzitter van het hof van assisen heeft op 1 september de webradio toegelaten voor de slachtoffers, conform de wettelijke bepalingen uiteraard. Mevrouw Dillen, ik wil wel opmerken dat in België de categorie van personen die ervan gebruik kunnen maken, ruimer is dan die in de regeling in Frankrijk.

 

Madame Rohonyi, le streaming permet de suivre les débats mais si on souhaite intervenir activement, une présence sur place est en effet nécessaire. La loi prévoit donc une capacité suffisante sur place. Je l'ai déjà dit.

 

Dan kom ik bij de boxenkwestie, waarover meerdere collega's, waaronder mevrouw Van Vaerenbergh, de heer Aouasti en mevrouw Hugon, een vraag hebben gesteld. De FOD Justitie heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitster van het hof van assisen afgelopen vrijdag.

 

En tant que ministre de la Justice, je ne peux évidemment pas prendre position sur cette question alors que le procès est en cours. Je ne peux que répéter que toutes les mesures de sécurité, y compris les fameux box, sont le résultat des concertations menées dans trois groupes de travail mis en place en octobre 2019 en vue de bien préparer ce procès et auxquels tous les partenaires judiciaires et policiers ont été invités. C'est également ce que le SPF Justice a souligné dans sa communication de vendredi dernier: "L'administration tient à souligner que la solution sur mesure actuelle est le résultat d'années de réflexion et de concertation tant avec les fournisseurs multiservices qu'avec les partenaires impliqués en matière de sécurité et d'exigences légales."

 

De constructie werd gebouwd op basis van de analyse van de veiligheidsdiensten en in overeenstemming met het federaal parket. Er werd daarbij rekening gehouden met de ervaringen van het proces over de aanslag in de Bataclan in Parijs. Het proces moest toen immers meerdere keren worden stilgelegd wegens coronabesmettingen van één of meerdere beschuldigden. Ik kan alleen maar beklemtonen dat de diensten die dat voorbereid hebben, het zeer professioneel hebben aangepakt. Ze zijn niet over één nacht ijs gegaan. Ze zullen nu even ernstig en professioneel de beslissing van de voorzitter van het hof van assisen uitvoeren.

 

Dès lors qu'il a été décidé de procéder à de nouveaux ajustements, le SPF Justice travaillera de manière constructive aux solutions.

 

Hoe zullen ze het arrest in de praktijk brengen? Er wordt momenteel een uitgebreide analyse gemaakt op basis van het arrest in overleg met de multiservice supplier en de partners, aangezien er verschillende aspecten bestudeerd moeten worden. Het is momenteel nog te vroeg om een inschatting te kunnen maken van de impact van de aanpassingen op het budget en de timing. De FOD Justitie doet er echter alles aan om een nieuwe oplossing op maat te vinden om het verwachte verloop van het proces zo min mogelijk te verstoren. Ik hoop dat ik hiermee uw vragen heb beantwoord.

 

01.10  Philippe Goffin (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses complètes. On se rend compte de l'importance du moment. En tant que parlementaires, nous ferons aussi notre part du travail pour ce qui concerne le suivi de ce qui vient d'être abordé. Nous ferons régulièrement le point.

 

01.11  Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de minister, er blijft toch nog één vraag open, hoewel ik ze had benadrukt. Ik begrijp dat u niets kunt zeggen over het specifieke regime, maar u kunt vermoedelijk wel zeggen of u kunt garanderen dat de terroristen geen contact hebben met elkaar. Dat lijkt me cruciaal. De Franse collega's hebben er in het verleden jarenlang voor gezorgd dat er geen contact tussen hen was. Als minister van Justitie bent u daar ongetwijfeld ook van op te hoogte. Mijn vraag is heel eenvoudig, maar toch heb ik geen antwoord gekregen. Ik vraag zeker niet naar details over het regime.

 

01.12  Marijke Dillen (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor het zeer uitvoerige antwoord. Ik hoop in elk geval dat de inzet van manschappen door zowel de lokale als de federale politie ervoor zal zorgen dat de veiligheid van iedereen gegarandeerd zal worden.

 

Inzake de weerslag van het terreurproces op de werking van het hof van beroep in Brussel stel ik vast dat er nog zes vacatures openstaan. Ik wens u veel succes en hoop dat die zo spoedig mogelijk kunnen worden ingevuld. U sprak van 55 extra personeelsleden, naast vier extra magistraten bij het hof van beroep en vier Franstalige rechters bij de rechtbank van eerste aanleg. Kunt u meer toelichting geven over die 55 personeelsleden? Op welke diensten komen ze terecht?

 

Volgens u zijn er 957 burgerlijke partijen gekend en zijn er slechts 181 geaccrediteerd. Die verhouding verwondert mij enigszins. Betekent dit dat die andere burgerlijke partijen geen melding van tussenkomst hebben gemaakt of dat ze alles via hun advocaat regelen? Er zijn 800 plaatsen voorzien voor de burgerlijke partijen. Met deze cijfers zullen er dus inderdaad voldoende plaatsen zijn.

 

Wat de webradio betreft, weet ik dat het zo gestemd is, maar eigenlijk is het toch wel jammer dat het ruime publiek er geen gebruik van kan maken. U zegt dat de regeling hier ruimer is dan die in Frankrijk. Dat kan dan wel zo zijn, ik ken de details niet, maar dit proces zou in principe openbaar moeten zijn.

 

Tot slot, mijnheer de minister, zei u dat de website van het hof van beroep vernieuwd is. Dat is inderdaad zo, ze is aanzienlijk verbeterd, veel vlotter toegankelijk en veel gemakkelijker te doorzoeken. Dat is in elk geval positief.

 

01.13  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, j'ai écouté attentivement vos réponses. Il est vrai que nous ne pourrons pas avoir une salle d'audience de 1 000 personnes. Il faudra trouver les moyens de gérer cela et déterminer une répartition entre les avocats, les journalistes, les parties civiles et ainsi de suite. Ce qui a manqué surtout, monsieur le ministre, c'est la concertation. C'est une méthodologie récurrente dans la gestion de notre pays. On ne prend jamais en considération l'avis des personnes concernées par les mesures que l'on met en place alors qu'elles sont les premières concernées. Il n'y a pas eu de concertation avec les associations de victimes sur la manière dont on allait organiser ce procès.

 

Pour qui fait-on ce procès? Pour nous, en tant que société, mais avant tout pour les victimes, pour leur rendre justice. Comment les placer dans les conditions nécessaires pour qu'elles puissent suivre ce procès de la manière la plus sereine possible? Leur émotion et leur état d'esprit sont déjà assez problématiques; c'est le cas quand on fait face à ce genre de procès. Dès lors, essayons d'organiser les choses de la manière la plus sereine possible. Cette concertation a toujours manqué. On vient toujours dire par après qu'il manque ceci ou cela, alors que si on avait une méthodologie partant des besoins des personnes concernées, on arriverait toujours à de meilleures solutions. Je pense que si la répartition des places assises avait été discutée avec les associations de victimes, toutes ces réclamations et ces demandes n'existeraient pas maintenant. J'espère qu'à l'avenir, quand vous prendrez des initiatives, vous commencerez par vous concerter avec les personnes concernées. Croyez-moi, cela sera enrichissant pour elles et pour vous. Elles auront beaucoup à vous apporter.

 

01.14  Kristien Van Vaerenbergh (N-VA): Mijnheer de minister, ik hoop dat de aanpassingen die nu nodig zijn om het proces verder te laten gaan geen vertraging zullen betekenen voor het proces zelf. Het is immers voor heel veel mensen al moeilijk genoeg om het proces gedurende de hele duur te volgen. Het zou echt geen goede zaak zijn mocht dat er nog bijkomen.

 

01.15  Claire Hugon (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses détaillées. Étant malade, je n'avais malheureusement pas pu participer à la visite du "Justitia" le 8 juillet. Je le regrette car elle a semblé particulièrement instructive et intéressante.

 

Dans son arrêt, la présidente de la cour d'assises dit notamment au sujet des box: "Cet isolement réduira ou anéantira la participation des accusés à leur procès." Je suppose que la question a été soulevée dans les groupes de travail mis en place depuis trois ans et que les intervenants dans ces groupes ont considéré que malgré tout, c'était conforme ou que, comme certains aiment le dire – je l'ai entendu à plusieurs  reprises à la radio ou ailleurs –, il s'agissait de réduire les forces de police nécessaires. Quoi qu'il en soit, je suis d'accord avec mon collègue Aouasti, personne ne souhaite une remise à zéro du procès dans quelques années en raison d'une condamnation de la Cour européenne des droits de l'homme pour violation de l'article 6. L'État de droit, c'est aussi cela. On peut être presque soulagé que la décision soit intervenue maintenant pour éviter une condamnation plus tard.

 

J'entends que vous n'avez pas encore d'informations concrètes sur ce qui sera décidé puisqu'un groupe de travail se penche à nouveau sur la question mais la solution qui sera trouvée ne devrait pas avoir pour conséquence de réduire la place dévolue aux victimes dans la salle d'audience. Je suppose que vous y serez très attentif vu tout ce que vous venez de dire.

 

Par ailleurs, vous avez indiqué que les accusés qui comparaissent libres risquent inévitablement de côtoyer les parties civiles ou les autres personnes aux toilettes. C'est peut-être naïf de ma part mais je me demande si un aménagement organisationnel ne permettrait pas d'éviter cela. On peut effectivement comprendre qu'il est particulièrement stressant pour les victimes et les parties civiles de s'imaginer qu'elles vont pouvoir rencontrer ces personnes en marge du procès. Je me demande s'il ne serait pas possible d'organiser les choses autrement.

 

De voorzitster: Er was nog één vraag van de heer Metsu die onbeantwoord bleef, over de onderlinge contacten van de verdachten. Misschien kan de minister daar alsnog op antwoorden? Eerst is het aan mevrouw Rohonyi voor haar repliek.

 

01.16  Sophie Rohonyi (DéFI): Monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses, bien qu'elles ne soient pas du tout en mesure de me rassurer. Je le regrette d'autant plus qu'aussi longtemps que ces questions organisationnelles ne seront pas réglées, nous risquons de perdre un temps précieux pour un procès que les victimes attendent depuis près de six ans et dont elles ont besoin pour témoigner, pour connaître la vérité, pour que des sanctions pénales soient prononcées à l'encontre des auteurs et, donc aussi, pour se reconstruire.

 

Selon vous, 840 places représentent un nombre suffisant. Toutefois, force est de constater qu'elles sont réservées non seulement aux parties civiles, mais également à la presse et aux avocats. Par conséquent, le compte n'y est pas pour les victimes.

 

Pour ce qui concerne le streaming, vous invitez les victimes désireuses de communiquer avec leur avocat à venir sur place. Or ce dispositif a justement été prévu à destination de celles qui ne résident pas en Belgique et qui, par conséquent, n'ont pas la possibilité de venir assister au procès.

 

S'agissant des personnes à mobilité réduite, vous nous répondez qu'une fast line est prévue "dans la mesure du possible". Cela signifie qu'aucune garantie n'est apportée à ce sujet.

 

Pour la nourriture et les boissons, vous nous indiquez qu'une restauration plus complète et à prix démocratique sera prévue au plus tard au mois d'octobre. Pourquoi ne pas l'avoir envisagé dès le mois de septembre? Vous ajoutez que, pour des raisons de sécurité, les boissons sont interdites en salle d'audience. Il me semble qu'il aurait été judicieux de prévoir des dérogations - notamment médicales.

 

Ensuite, vous déclarez que la rencontre des victimes avec certains accusés - et c'est en effet assez choquant - est inévitable et que vous allez en tenir compte. Je ne suis pas du tout d'accord: cela doit être évité, car il ne faut pas ajouter du traumatisme au traumatisme; d'autant que, lors du prononcé de la présidente de la cour d'assises, le 16 septembre dernier, deux accusés étaient assis aux côtés des victimes dans la salle d'audience.

 

Enfin, en ce qui concerne les boxes des accusés, vous affirmez avoir tenu compte de l'expérience du procès des attentats de Paris, où des contaminations au covid auraient été constatées. Or ce risque est forcément accru lorsque l'on se retrouve dans un espace clos - ce qui n'était pas le cas à Paris, puisqu'une ouverture y avait été prévue.

 

Pour conclure, monsieur le ministre, vous n'avez pas répondu à une question élémentaire: quel sera l'impact budgétaire, durant tout le procès, du démontage de ces boxes à des fins d'adaptation? Il importe de rappeler que, si nous nous offusquons de cette nouvelle configuration, c'est au nom du respect des droits de la défense, mais aussi et surtout au nom des victimes. En effet, force est de constater qu'il en résultera un retard dans l'ouverture du procès. C'est bien évidemment inacceptable pour les victimes, qui en ont besoin au plus vite.

 

De voorzitster: Mijnheer de minister, volgens mij ging de vraag niet over het budget, maar over de onderlinge contacten van de verdachten.

 

01.17 Minister Vincent Van Quickenborne: Het is niet de gewoonte dat ik nog eens repliceer, anders zijn we hier een nieuwe traditie in het leven aan het roepen. Op dit moment is er geen contact in de gevangenis, maar op het proces zullen de verdachten natuurlijk wel naast elkaar staan. Dat is een realiteit.

 

Mevrouw Dillen, u had het over die 55 aangeworven mensen. Daarbij gaat het over 2 mensen van niveau A, 13 van niveau B, 13 van niveau C en 27 van niveau D. Dat is de verdeling.

 

Madame Rohonyi, vous citez un chiffre de 840 places, mais il faut bien écouter, il y en a plus que 840. J'ai parlé de 840 places pour les parties civiles, mais il faut y ajouter 140 places pour les avocats des parties civiles, 30 places dans la salle d'audience, 20 places pour la presse ainsi que 20 autres places. Il y a donc plus que 840 places, madame Rohonyi, c'est ce que j'ai expliqué.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Actualiteitsdebat over de gevangenis van Haren en toegevoegde vragen van

- Kristien Van Vaerenbergh aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "Het personeel en de opening van de gevangenis van Haren" (55029632C)

- Marijke Dillen aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "De voorzieningen voor kinderen in de afdeling voor gedetineerde vrouwen in de gevangenis van Haren" (55029683C)

- Marijke Dillen aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "Het toekomstige gevangenispersoneel van de gevangenis van Haren" (55029684C)

- Stefaan Van Hecke aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "De aanwerving van personeel voor de gevangenis van Haren" (55029889C)

- Sophie Rohonyi aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "De ingebruikneming van de gevangenis te Haren" (55030135C)

- Nabil Boukili aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "De ingebruikname van de gevangenis van Haren" (55030189C)

- Khalil Aouasti aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "De overplaatsing van de gedetineerden naar de gevangenis van Haren" (55030205C)

02 Débat d'actualité sur la prison de Haren et questions jointes de

- Kristien Van Vaerenbergh à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "L'ouverture de la prison de Haren et le personnel pénitentiaire" (55029632C)

- Marijke Dillen à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "Les infrastructures destinées aux enfants dans la section des détenues de la prison de Haren" (55029683C)

- Marijke Dillen à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "Le futur personnel pénitentiaire de la prison de Haren" (55029684C)

- Stefaan Van Hecke à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "Le recrutement de personnel pour la prison de Haren" (55029889C)

- Sophie Rohonyi à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "L’inauguration de la prison de Haren" (55030135C)

- Nabil Boukili à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "L'ouverture de la prison de Haren" (55030189C)

- Khalil Aouasti à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "Le déménagement des détenus vers la prison de Haren" (55030205C)

 

02.01  Kristien Van Vaerenbergh (N-VA): In een advies van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen worden een aantal kritische opmerkingen geplaatst met betrekking tot het toekomstig gevangenispersoneel van de gevangenis van Haren.

 

De gevangenis wordt nog steeds verondersteld open te gaan in oktober 2022 op het moment waarop de beklaagden in het kader van het terrorismeproces rond de aanslagen van Zaventem en Maalbeek zouden aankomen.

 

Wanneer Haren op volle kracht zal draaien zal men moeten beschikken over 724 VTE en 23 gevangenisdirecteurs. Er geldt momenteel in 31 van de 35 gevangenissen een blijvend tekort vooral aan Nederlandstaligen. Ook het aantal directeurs zou de laatste jaren zijn afgenomen.

 

Er zouden nu 300 extra aanwervingen moeten komen en nog eens 250 in een latere fase. We lazen in Bruzz dat de aanwervingen tot nu toe tegenvielen ondanks de aanwezigheid op jobdagen.

 

Daarnaast wordt ook opgeroepen dat al het gevangenispersoneel te Haren een uitgebreide basisopleiding te voorzien. De specifieke basisopleiding is vereist voor indiensttreding maar er werd reeds aangekondigd dat deze opleiding gefaseerd zou verlopen. Het Rekenhof schreef in 2021 dat de penitentiaire opleidingsdienst die het beleid moet vormgeven nog niet was opgericht.

 

Ik heb volgende vragen

Hoever staan de aanwervingen voor de nieuwe gevangenis te Haren? Hoeveel personen stelden zich reeds kandidaat en hoeveel personen werden effectief aangeworven?

Wanneer zullen de effectief aangeworven personen effectief hun opleiding ontvangen? Waarom wordt de opleiding gefaseerd? Welke risico’s houdt dat in?

Zal de gevangenis effectief kunnen opengaan in oktober 2022? Als, dan zal dit waarschijnlijk geleidelijk gebeuren. In welke fases zal dit gebeuren? Wie zal wanneer overgeplaatst worden van een andere gevangenis naar Haren en om hoeveel personen gaat het telkens?

In een splinternieuwe gevangenis kunnen nog heel wat gebreken aanwezig zijn. Ook zijn er geen ‘organisatorische automatismen’ in de nieuwe gevangenis in tegenstelling tot andere gevangenissen waar al jarenlang een vaste modus operandi bestaat. Waarom worden de verdachten ikv het terrorismeproces opgesloten in een splinternieuwe gevangenis met mogelijk gebreken en zonder jarenlange vaste modus operandi. Welke risico’s houdt dat in?​

 

02.02  Marijke Dillen (VB): De Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen heeft een aantal aanbevelingen geformuleerd naar aanleiding van haar bezoek aan de bouwwerf van de gevangenis van Haren. De CTRG heeft geen specifieke afdeling te zien gekregen voor moeders met kinderen. Ook heeft de CTRG de ingerichte binnenplaats voor kinderen bezocht en “met verbijstering de extreem beperkte oppervlakte van deze ruimte heeft vastgesteld, alsook de totale insluiting ervan binnen de eenheid" en verder: “Een ommuurde binnenplaats zonder enig zicht naar buiten is geenszins in overeenstemming met de waardigheid van kinderen en ze is er evenmin op gericht om hun mentale en fysieke ontwikkeling te stimuleren omdat het uitzicht overduidelijk verwijst naar een gevangenisomgeving".

 

Kan de minister mij mededelen of er inderdaad een specifieke volledige leefeenheid voorbehouden zal zijn aan moeders met kinderen en zwangere vrouwen? Op welke wijze zal deze worden ingericht?

Kan de minister meer informatie geven over de voorzieningen die specifiek aangepast zijn aan moeders en kinderen zoals omschreven in artikel 4 van het protocolakkoord met betrekking tot de opvang van jonge kinderen bij hun gedetineerde ouder en de begeleiding van gedetineerde zwangere vrouwen, afgesloten tussen de minister van Justitie, de Franse Gemeenschap en het Office de la Naissance et de l' Enfance (ONE)?

Welke initiatieven zullen er genomen worden om ervoor te zorgen dat deze buitenspeelruimte zodanig zal worden ingericht dat alles wat in deze omgeving doet denken aan een gevangenis of opsluiting zoveel mogelijk wordt beperkt? Op welke wijze zal hierbij rekening worden gehouden met de richtlijnen van het welzijn, de waardigheid en het belang van het kind zoals voorgeschreven door het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind?

Heeft het ONE een advies uitgebracht inzake de minimumvoorwaarden waaraan voldaan moet worden voor de opvang van de kinderen?​

 

In het advies van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen n.a.v. het tweede bezoek aan de bouwwerf van de gevangenis van Haren heeft de CTRG gesteld dat er nog vele onduidelijkheden zijn over het toekomstige gevangenispersoneel van de gevangenis van Haren. Volgens de CTRG zouden er 724 FTE tewerkgesteld moeten worden geleid door 23 directeurs. “Rekening houdende o.m. met het personeelstekort in 31 van de 35 gevangenissen, het blijvende tekort aan Nederlandstalig personeel en met de noodkreet van de voorzitters van de Nederlandstalige en Franstalige verenigingen van directeurs ter versterking van het personeel waarbij ze erop wijzen dat er al 15 jaar geen directeur meer is aangenomen en het gebrek aan belangstelling van het huidig personeel om zich te heroriënteren naar de nieuwe functies van detentiebegeleider en veiligheids-assistent" is de CTRG bezorgd over de werking van de toekomstige gevangenis van Haren op het gebied van het personeel.

 

Ook op het gebied van de opleidingen heerst er veel bezorgdheid.

 

Kan de minister meer toelichting geven betreffende de personeelssituatie in aanloop naar de opening van de gevangenis van Haren?

Kan hierbij informatie worden gegeven over het aantal gevangenispersoneelsleden op alle niveaus en de planning van hun indiensttreding?

Zal de minister ervoor zorgen dat al het gevangenispersoneel een uitgebreide basisopleiding heeft gevolgd voordat het aan de slag gaat in Haren, zodat het personeel beschikt over de kennis, vaardigheden en attitudes die nodig zijn om hun taak uit te voeren met inachtneming van de rechten en waardigheid van de gedetineerden?

 

02.03  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): In de gevangenis van Haren zal plaats zijn voor 1200 gedetineerden. Daarvoor wilt u 724 voltijdse personeelsleden en 23 directeurs.

 

U gaf op 18 mei in deze commissie een overzicht van het reeds aangeworven personeel en de tekorten. U lichtte ook de extra ondernomen aanwervingsmaatregelen en de nog te ondernemen maatregelen toe, zoals de deelname aan Job Days en extra promotie online.

 

Hieromtrent heb ik voor u de volgende vragen:

Hoeveel personeel is er momenteel reeds aangeworven per functie en hoeveel personeel is er nodig gedurende de eerste drie maanden na de opening?

Hoe evalueert u de extra aanwervingscampagnes van de afgelopen maanden en de aanwervingsprocedure buiten Selor om? In welke mate hebben deze campagnes geleid tot nieuwe sollicitaties voor de openstaande vacatures?

Welke campagnes volgen er nog de komende maanden, zoals u vermeldde in uw antwoord op vraag nr. 55027019C?

Zal de opening moeten worden uitgesteld omwille van het personeelstekort? Zo ja, wanneer zal de opening plaatsvinden? Zo neen, hoe wordt het tekort aan personeel opgevangen in de eerste maanden?

 

02.04  Sophie Rohonyi (DéFI): Madame la présidente, monsieur le ministre, la semaine dernière, votre cabinet a annoncé au journal Le Soir que la prison de Haren serait inaugurée le 30 septembre prochain.

 

Or, force est de constater qu'il reste beaucoup d’éléments à concrétiser pour que cette ouverture se passe au mieux, tant pour les détenus que pour le personnel, à savoir que le certificat de disponibilité pour la prison n’a toujours pas été délivré, que la prison de Saint-Gilles ne serait pas prête d’être vidée et donc d’être remplacée par Haren, comme promis depuis des années, vu l'entrée en vigueur de l’exécution des courtes peines ce 1er septembre 2022. En outre, les modalités de transfert du personnel ne leur ont toujours pas été communiquées. Enfin, le nouveau personnel reste encore aujourd'hui à recruter avec, pour la plupart des offres d’emploi, une date butoir pour les candidatures au 30 septembre, ce qui correspond à la date de l'inauguration de la prison.

 

C’est la raison pour laquelle je me dois de vous poser les questions suivantes.

 

Quel est l’état d’octroi du certificat de disponibilité qui devait, à l’origine, être délivré le 30 juin dernier? Si un certificat de disponibilité partiel a été délivré, quelles sections de la prison sont-elles concernées?

 

Pouvez-vous nous faire un état des lieux du calendrier de déménagement des trois prisons bruxelloises? Est-ce correct que seuls 250 détenus seraient transférés jusqu'au mois de décembre prochain?

 

Quelles garanties pouvez-vous nous donner que la prison de Saint-Gilles perdra bien, à terme, son affectation pénitentiaire? Pouvez-vous nous assurer que l’exécution des courtes peines n’entravera pas sa fermeture?

 

Pour ce qui est du personnel, combien d'agents seront-ils pleinement opérationnels d'ici le 30 septembre 2022 et à quelles sections de la nouvelle prison seront-ils affectés? Confirmez-vous qu’il manque encore 350 agents pour remplir le cadre? Quelles mesures comptez-vous prendre pour revaloriser ces fonctions et attirer davantage de candidats? Comptez-vous faciliter la transition entre les agents déjà en fonction et les postes d’accompagnateurs de détention pour davantage valoriser leur connaissance du milieu carcéral?

 

Quel est l’état de votre concertation avec les ministres fédéral et régional de la Mobilité en vue de faciliter l’accès à la prison de Haren?

 

Concernant le règlement d’ordre intérieur de la prison, celui-ci a-t-il déjà été élaboré? Pouvons-nous le consulter?

 

Enfin, pourquoi avoir choisi de postposer l’ouverture de l’unité ouverte pour femmes à Haren et non pas celle de l’unité sécurisée? Ce report compromet-il l'ouverture d'une maison de détention annoncée à Berkendael pour cette année encore?

 

02.05  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Madame la présidente, monsieur le ministre, la prison de Haren doit être inaugurée le 30 septembre prochain. Pourtant, il semble que rien n'est prêt. Le bâtiment ne serait toujours pas terminé en raison d'ajustements à faire dans les blocs cellulaires et il manquerait encore 350 agents pénitentiaires pour compléter le cadre.

 

En conséquence, la prison ne pourra, dans un premier temps, accueillir que 250 détenus, à peine un cinquième de sa capacité. Olivia Nederlandt, présidente de la commission de surveillance de la prison de Forest, craint qu'il n'y ait aucune activité pour les détenus au vu du manque d'agents. La fermeture de la prison de Saint-Gilles pose aussi question, alors que vous avez décidé d'exécuter les courtes peines, ce qui entraînera un afflux supplémentaire de détenus.

 

Monsieur le ministre, quels travaux doivent-ils encore être exécutés à la prison de Haren? Seront-ils tous terminés pour le 30 septembre?

 

Par ailleurs, comment expliquez-vous le manque d'agents pénitentiaires pour compléter le cadre de la prison? Quand la prison disposera-t-elle d'un cadre complet? Ces agents seront-ils recrutés sous statut ou sous contrat Rosetta?

 

Enfin, confirmez-vous la fermeture de la prison de Saint-Gilles pour la fin de l'année 2024?

 

02.06  Khalil Aouasti (PS): Monsieur le Ministre, le 30 septembre, date prévue pour l’inauguration de la prison de Haren, approche à grands pas.

 

Nous avons eu l’occasion de lire dans la presse que ce déménagement d’envergure se heurtait à un certain nombre de difficultés pratiques.

 

Il nous a été indiqué que la section ouverte pour femmes de la prison ne serait pas mise en activité pour le moment et que l’établissement ne devrait accueillir, dans un premier temps, qu’un nombre de personnes détenues équivalent à un cinquième de la capacité totale de l’établissement.

 

En outre, l’entrée en vigueur de l’exécution de certaines courtes peines (les peines entre deux et trois ans) qui a eu lieu le 1er septembre va augmenter, dès le 10 octobre prochain, le nombre de personnes détenues en Belgique.

 

Étant donné l’état de surpopulation de nos établissements pénitentiaires, il est impératif que le calendrier de mise en activité de Haren soit respecté afin de tenter d’assurer des conditions de détention dignes aux personnes concernées sur l’arrondissement de Bruxelles mais également de garantir le calendrier discuté avec les autorités locales des établissements pénitentiaires qui doivent se vider.

 

Monsieur le Ministre,

 

1. Concernant les infrastructures, pouvez-vous m’indiquer quel est l’état des travaux? Sont-ils proches d’être terminés? Dans le cas contraire, le seront-ils à la date de mise en service prévue? A défaut, quel est le calendrier et quel contact a été pris avec les autorités locales pour les informer des retards engendrés?

 

2. Concernant le personnel

 

- Les discussions avec les syndicats sont-elles achevées et définitives?

 

- A l’heure actuelle, le cadre de personnel est-il entièrement pourvu? Dans le cas contraire, quelle proportion reste-t-il à pourvoir?

 

02.07 Minister Vincent Van Quickenborne: Eerst en vooral is het geen geheim dat de aanwervingen niet vlotten. Er zijn veel vacatures en de krapte op de arbeidsmarkt speelt ook Justitie parten. Dat is ook de reden waarom de regering begin juli op mijn expliciete verzoek beslist heeft om te voorzien in een versnelde aanwervingprocedure, waardoor geschikte kandidaten binnen enkele weken aan de slag kunnen op basis van een contract voor 1 jaar, dat met 1 jaar kan worden verlengd. Die maatregel is van kracht tot einde 2022.

 

Naar aanleiding van de versnelde selectieprocedure, die trouwens ook van toepassing is op de diensten van staatssecretaris de Moor en de calltakers van minister Verlinden, werd afgelopen zomer een wervingscampagne gelanceerd met onlineadvertenties en aanwezigheid op diverse evenementen. Er was voldoende interesse voor een job in de gevangenis van Haren. Intussen hebben 441 personen zich kandidaat gesteld voor een job als detentiebegeleider. De gevangenis van Haren is trouwens de eerste gevangenis met gesplitste functies voor klassieke veiligheidsassistent enerzijds en detentiebegeleider anderzijds. Het personeel van de Brusselse gevangenissen van Berkendael, Vorst en Sint-Gillis dat de overstap naar de gevangenis van Haren maakt, wordt in eerste instantie automatisch opgenomen in de functie van veiligheidsassistent. Indien men detentiebegeleider wil worden, dan moet men zich daarvoor kandidaat stellen.

 

Il y a 160 membres du personnel interne des prisons à Bruxelles qui ont postulé à la fonction d'accompagnateur de détention. Quelque 123 personnes ont réussi la procédure de sélection interne. Elles pourront donc bientôt travailler en tant qu'accompagnateurs de détention.

 

Les autres membres du personnel travailleront comme assistants de sécurité. De plus, 43 nouveaux accompagnateurs de détention, 61 assistants de sécurité et 29 collaborateurs pour d'autres fonctions (psychologue, infirmier, personnel administratif) ont déjà été recrutés.

 

Ook vanuit de andere gevangenissen is er interesse om als detentiebegeleider aan de slag te gaan in de gevangenis van Haren.

 

De gevangenis van Haren zal gefaseerd in gebruik worden genomen. In de eerste plaats kijken wij naar de afdeling Hoge Veiligheid. Wij zullen ook de gevangenissen van Berkendael en Vorst verhuizen. Daarvoor hebben wij in totaal 168 veiligheidsassistenten nodig en 132 detentiebegeleiders. Op korte termijn beschikken wij nu over 166 detentiebegeleiders en over voldoende veiligheidsassistenten. De veiligheidsassistenten zijn momenteel als penitentiair bewakingsassistent tewerkgesteld in één van de Brusselse gevangenissen. Er is dus voldoende bewakingspersoneel om de gevangenis van Haren zoals gepland te kunnen openen. Bovendien lopen er nog tal van selectieprocedures en hopen wij op relatief korte termijn nog eens 60 extra personeelsleden te kunnen aanwerven.

 

In een volgende fase zullen de gedetineerden van de site Sint-Gillis worden overgebracht. De bedoeling is dat de volledige inhuizing, zoals dat heet, rond is tegen de zomer van 2023.

 

Voor de volledige ingebruikname van de gevangenis van Haren hebben wij in totaal 731 bewakingspersoneelsleden nodig, opgesplitst in  375 detentiebegeleiders en 356 veiligheidsassistenten. Wij zoeken op dit ogenblik dus nog 158 detentiebegeleiders en 40 veiligheidsassistenten.

 

Welke initiatieven nemen wij nog om extra personeel aan te werven? Uiteraard loopt de campagne. Wij zullen ook actief deelnemen aan tal van jobbeurzen in Geel, Hasselt, Mechelen, Antwerpen, Sint-Niklaas, Aalst, Dendermonde en Waregem en ook aan de Brussels Airport Jobfair. Bovendien openen de gevangenissen van Beveren en Antwerpen de deuren voor een jobdag. Er komt op 24 september 2022 nog een infosessie in Beveren en op 23 oktober 2022 in de gevangenis van Antwerpen.

 

Ik kom nu bij het luik van de opleidingen. Mevrouw de voorzitster, u hebt terecht opgemerkt dat de opleidingen voor de nieuwe functies van detentiebegeleider en veiligheidsassistent in twee modules worden opgedeeld. Er is met andere woorden een gemeenschappelijke introductiemodule, met daarnaast een vervolgtraject en een specifiek traject. Die opleidingen werden in het voorjaar van 2022 voor het eerst georganiseerd voor de nieuwe personeelsleden van het detentiehuis in Kortrijk. Sinds juli 2022 wordt de opleiding ook georganiseerd voor de nieuwe personeelsleden van de gevangenis van Haren.

 

De introductiemodule duurt vijftien dagen en is een evenwichtig aanbod van een mensgerichte benadering van detentie en van de veiligheidsprincipes en de voornaamste regimetaken. Ik denk aan de wandeling, het appel, de bewegingen en de fouille. Ik ken ze sinds het voorbije weekend intussen ook.

 

Daarnaast komt de deontologie aan bod en is er aandacht voor communicatieve vaardigheden. Na deze vijftien dagen krijgen de nieuwe medewerkers de kans om de aangeleerde stof in de praktijk om te zetten. Na zes maanden volgt het vervolgtraject van tien dagen en het specifieke traject van 21,5 dagen voor de functie van detentiebegeleider of veiligheidsassistent.

 

Het gevangenispersoneel dat reeds in dienst is en de overstap naar detentiebegeleider maakt, zal ook het specifieke traject voor de functie van detentiebegeleider moeten volgen.

 

De gefaseerde aanpak van de opleiding heeft als voordeel dat klassiek leren en werkplekleren afgewisseld worden. Op die manier kan de aangeleerde theorie snel omgezet worden in de praktijk. Dit draagt bij tot het leerproces.

 

Door de personeelstekorten is het niet eenvoudig om de nieuwe medewerkers vrij te stellen voor de opleiding. Dit is echter eerder een algemeen probleem en heeft niet zozeer met de gefaseerde aanpak te maken. De administratie is zich bewust van dit risico en ziet erop toe dat de nieuw medewerkers effectief deelnemen aan alle opleidingsmodules.

 

Wat de mobiliteit betreft, het gevangeniswezen organiseert op verschillende tijdstippen pendelbussen voor het personeel van en naar de stations in de buurt. Dat zijn de stations van Diegem, Haren-Zuid en Buda, alsook Brussel-Noord. Deze pendelbussen houden rekening met de verschillende werkschema's van de gevangenissen.

 

Le partenaire privé n'a pas respecté la date du 30 juin et les travaux se sont poursuivis de manière intensive durant l'été. Un certificat de disponibilité partielle de 81 % a été délivré le 23 août. Le reste du certificat a suivi environ deux semaines plus tard, aboutissant à une disponibilité totale de la prison à partir du 1er septembre.

 

Sinds 1 september 2022 is de gehele gevangenis dus ter beschikking.

 

Le calendrier est maintenu. Actuellement, aucun problème insurmontable ne s'oppose à une ouverture. L'emménagement se fera en plusieurs phases. La première phase sera celle de l'emménagement de la partie de haute sécurité.

 

Het veiligheidsniveau van de gevangenis van Haren maakt dat de locatie geschikt is voor diverse profielen die in diverse veiligheidsniveaus kunnen worden geplaatst, gaande van hoog beveiligde tot open afdelingen. De systemen moeten voldoen aan strenge technische criteria en worden voldoende getest alvorens de gedetineerden worden overgebracht, ongeacht hun profiel.

 

Het immersieweekend was een eerste oefening. Het personeel zal de komende dagen voldoende tijd krijgen om zich in te werken.

 

Madame Rohonyi, le règlement interne est en cours de finalisation afin qu'il soit disponible à temps pour l'accueil des premiers détenus.

 

La décision du Conseil des ministres du 18 mars est claire par rapport à Saint-Gilles. La Régie des Bâtiments sera chargée, en collaboration avec le comité d'acquisition fédéral, de rédiger et de faire signer l'acte de vente de la prison de Saint-Gilles avant fin 2023. En outre, la propriété du bâtiment et l'ensemble des détenus devront être transférés au plus tard le 1er janvier 2025.

 

Collega Dillen stelde vragen over kinderen in de gevangenissen. In Haren komt er, naast een afdeling binnen de perimeter, voor het eerst ook een moeder-kindafdeling buiten de perimeter. De afdeling binnen de perimeter bestaat uit twee leefeenheden. De eerste leefeenheid bestaat uit 35 kamers, waar een open regime zal gelden. Tien kamers zijn paarsgewijs met een tussendeur verbonden. Bij elke moeder-kindcombinatie wordt de tussendeur opengezet. De open afdeling buiten de perimeter bevat vijf moeder-kindkamers. De cellen, zowel binnen als buiten de perimeter, zijn specifiek gebouwd voor moeders met kinderen. Het gaat om twee aangrenzende cellen met een tussendeur, zodat er aparte ruimtes zijn voor moeder en kind. De ruimte voor het kind kreeg een aangepaste inrichting, met een bed, een bad en verzorgingsmateriaal. Wanneer de cellen niet worden ingenomen door moeders met kind, kunnen ze worden omgevormd tot klassieke cellen. Zo gaat er geen capaciteit verloren.

 

Collega's, er is al veel gezegd en geschreven over de buitenspeelruimte waarvan sprake is in het verslag van het comité. Ik wil verduidelijken dat de faciliteit van de buitenspeelruimte niet overeenstemt met de wandeling van de afdeling. Die faciliteit komt daarbovenop, is aangepast aan de behoeften van jonge kinderen en biedt hun een veilige speelomgeving. De buitenspeelruimte is ingewerkt in het gebouw bij de moeder-kindafdeling en is dus ook rechtstreeks toegankelijk vanuit de afdeling. Er hoeft daarvoor niet langs de klassieke wandeling gegaan te worden. De vloer bestaat uit een zachte blauwe speeltuinvloer en niet uit groen geschilderd beton, zoals foutief werd voorgesteld in diverse artikelen in de media. Ik weet niet of die artikelen ondertussen rechtgezet zijn.

 

Ik kan u wel geruststellen dat bij de voorbereidingen van de opmaak van het bestek overleg werd gepleegd met het Office de la naissance et de l'enfance (ONE) over de inrichting van de ruimten. De aanbevelingen en opmerkingen van het ONE werden geïntegreerd in het bestek.

 

02.08  Marijke Dillen (VB): Mijnheer de minister, u zegt dat de gevangenis gefaseerd in gebruik zal worden genomen. Is er reeds een zicht op de verschillende fases? Tegen wanneer zal die volledig operationeel zijn?

 

02.09 Minister Vincent Van Quickenborne: (…)

 

02.10  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik dank u voor de volledige antwoorden met heel wat cijfermateriaal over de aanwervingen. Op basis van de cijfers denk ik dat het goed vooruitgaat. U bent ook ingegaan op de praktische problemen met betrekking tot mobiliteit. Hopelijk zal alles feilloos verlopen.

 

Men gaat er prat op wanneer moderne gevangenissen ter beschikking zijn, maar dan blijkt vorige weekend dat een journalist of magistraat die er zat, moeilijk kon communiceren via de hoogstaande technologische snufjes, terwijl het in oudere gevangenissen gemakkelijker is om contact te hebben met een begeleider. Ik hoop alvast dat ze goed zullen werken; de tests zullen dat moeten uitwijzen.

 

Wij zullen waarschijnlijk nog vaak terugkomen op de gevangenis de komende weken en maanden. Hopelijk zal alles vlot verlopen. Daarnaar kijken wij alvast uit.

 

02.11  Sophie Rohonyi (DéFI): Monsieur le ministre, votre réponse a le mérite de clarifier le fait que cette inauguration concerne une ouverture de la prison de manière phasée. Cette clarification était importante car elle permet de justifier que cette inauguration a lieu malgré un cadre incomplet.

 

Toujours est-il que je ne saisis toujours pas en quoi la procédure de recrutement des agents pénitentiaires a été accélérée ni en quoi elle permettrait, dans le même temps, que les agents recrutés soient formés dans les temps. Vous nous l'aviez dit dans le cadre de nos débats sur le projet de loi portant sur une justice plus humaine et plus ferme. Car force est de constater qu'en ce compris pour les profils d'accompagnateurs de détention, l'on peut postuler jusqu'au 30 septembre. C'est affiché sur le site du Selor comme tel. Ces personnes devront ensuite procéder à leurs entretiens et obtiendront probablement leurs résultats pour décembre 2022. Suivra ensuite la formation de 15 jours que vous avez évoquée. Je crains que ces personnes ne soient correctement engagées et formées que beaucoup plus tard, contrairement à votre objectif de recrutement accéléré.

 

Je ne vous suis pas non plus en ce qui concerne le calendrier de transfert des détenus et des agents. Je vous ai posé cette question à plusieurs reprises déjà. Vous nous dites qu'en ce qui concerne la prison de Saint-Gilles, les détenus seront transférés d'ici l'été prochain alors que, par ailleurs, vous évoquez le 25 juin 2025. Je peux comprendre que l'objectif puisse fluctuer en fonction des aléas, mais il serait plus que temps qu'au moins le personnel sache à quelle date il sera transféré pour encadrer correctement les détenus à leur charge.

 

Le dernier point qui reste flou est celui de l'impact de l'exécution des courtes peines depuis ce 1er septembre sur le nombre de détenus que devra contenir la prison de Haren, mais aussi celles de Saint-gilles, Forest et Berkendael dans l'attente du transfert vers Haren. J'attends cette réponse avec impatience.

 

02.12  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Pour ce qui est du manque de candidats, il est normal qu'il y ait un manque de candidats car c'est un métier qui devient de moins en moins attractif. Vous le savez, on en a déjà parlé par le passé. Ceci est dû aux politiques qui ont été menées par vous-même et aussi par vos prédécesseurs et qui ont rendu ce métier moins attractif. Je pense que c'est le politique qui doit s'en mordre les doigts s'il n'arrive pas aujourd'hui à trouver les candidats nécessaires à la fonction d'agent pénitentiaire.

 

Le fait qu'il n'y ait pas de sécurité d'emploi dans le secteur joue également. Vous nous dites qu'il y a des contrats d'un an. Pourquoi n'engage-t-on pas des statutaires? Là, vous auriez plus de candidats. Pourquoi a-t-on recours à des contrats? Pourquoi ne leur offre-t-on pas une sécurité d'emploi? Vous dites ne pas trouver de candidats. C'est une des raisons pour lesquelles vous ne trouvez pas de candidats.

 

02.13  Vincent Van Quickenborne, ministre: Monsieur Boukili, on trouve beaucoup de candidats. Comme je l'ai expliqué, pendant cette période d'un an plus un an, on peut solliciter la statutarisation. On n'a donc rien changé. Mais on ne peut pas accélérer la procédure de statutarisation, tel que cela a été fait début juillet. On combine les deux. Il me semble l'avoir déjà expliqué.

 

02.14  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Oui mais cela nous ramène aux problèmes structurels actuels. Parmi les agents pénitentiaires engagés ces dernières années, qui a été statutarisé? Il s'agissait de personnes engagées sous contrats Rosetta qui devaient partir avant 26 ans. On a donc créé un problème structurel dans le métier et on le paie aujourd'hui.

 

Il y a également la question de la formation. Quand les personnes engagées seront-elles formées? Seront-elles suffisamment formées? On sait que de nombreux agents pénitentiaires se sont formés sur le tas, en travaillant dans les prisons. À la prison de Haren, seront-ils formés à temps ou apprendront-ils aussi sur le tas, quand on sait toutes les difficultés dans nos prisons?

 

Monsieur le ministre, vous avez une vision de fuite en avant. En effet, la prison de Haren n'est pas encore prête. On ne sait pas encore avec certitude ce qui sera ouvert ou pas ni si on aura le personnel nécessaire, etc. Par contre, vous poursuivez l'application des courtes peines, alors que nous avions prévenu que cela aggraverait le problème de la surpopulation. Il y a donc une politique de fuite en avant incompréhensible à mes yeux.

 

02.15  Khalil Aouasti (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Samengevoegde vragen van

- Darya Safai aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "Het aantal vrouwen en meisjes dat genitaal is verminkt in België" (55029289C)

- Katleen Bury aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "Genitale verminking" (55029296C)

03 Questions jointes de

- Darya Safai à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "Le nombre de femmes et de fillettes victimes de mutilations génitales en Belgique" (55029289C)

- Katleen Bury à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "Les mutilations génitales" (55029296C)

 

03.01  Katleen Bury (VB): Mevrouw de voorzitster, wenst mevrouw Safai dat ik mijn vraag uitstel?

 

De voorzitster: Wij hebben niets van mevrouw Safai vernomen. De vraag werd al eens uitgesteld en we stellen maar één keer uit. U krijgt het woord voor uw vraag.

 

03.02  Katleen Bury (VB): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

 

Vrouwelijke genitale verminking komt voor op Belgisch grondgebied en niet alleen in Afrika, Azië en het Midden-Oosten. In 2001 heeft België vrouwelijke genitale verminking expliciet bij wet verboden (art. 409 Strafwetboek). Het probleem is complex want het gaat niet alleen over de bescherming van meisjes die een risico lopen, maar ook om de zorg bij gynaeco-verloskundige en psychoseksuele complicaties van vrouwen die slachtoffer werden van VGV.

 

Uit een studie van de regering die recent werd gepubliceerd, blijkt dat er naar schatting 23.395 vrouwen en meisjes het slachtoffer zouden zijn van genitale verminking en dat er 12.064 vrouwen en meisjes het risico lopen om besneden te worden. Uit de vorige prevalentieschatting bleek dat ons land op 31 december 2016 17.575 vrouwen telde "die hoogstwaarschijnlijk al besneden zijn" en 8.342 meisjes "die het risico lopen te worden besneden".

 

We zien dus een enorme stijging op enkele jaren tijd. Daarom is het noodzakelijk de gegevens om de 3 à 4 jaar bij te werken om de acties van de diensten die betrokken zijn bij de bescherming van jonge meisjes en de verzorging van besneden vrouwen beter te kunnen sturen.

 

Deze studie komt overeen met maatregel 23 van het nationale actieplan ter bestrijding van gendergerelateerd geweld 2021-2025.

 

Het preventieve plaatje komt toe aan de gemeenschappen. Wat betreft de adequate vervolging en bestraffing is het federale niveau bevoegd.

 

1. U hebt ongetwijfeld kennis van deze exponentieel stijgende cijfers. Voorziet U hiertegen een actieplan?

2. Wat zijn de aangiftecijfers? Graag sinds 2007, opgesplitst per gerechtelijk arrondissement.

3. Wat is de vermoedelijke dark number cijfer? Hoe denkt U dit cijfer naar beneden te halen?

4. Hoeveel veroordelingen zijn er al geweest? Graag sinds 2007, opgesplitst per gerechtelijk arrondissement.

5. Bent U voorstander om de straffen hiervoor op te trekken? Cfr. Zorgverleners die i.p.v. hulp bieden, vrouwen en meisjes verminken? Quid verzwarende omstandigheden in dit geval? Quid automatisch beroepsverbod?

 

03.03 Minister Vincent Van Quickenborne: Mevrouw de voorzitster, mevrouw Bury, de problematiek is ons niet onbekend. Maatregel 23 van het nationaal actieplan van staatssecretaris Schlitz verwijst er heel expliciet naar. Het is onder meer de bedoeling om te komen tot betrouwbare cijfers. Er is een lage aangiftebereidheid en een grote clandestiniteit, waardoor we een onvoldoende totaalbeeld hebben. Er is sprake van een groot dark number. Gelukkig is er de studie waarnaar u zelf verwijst. Volgens onderzoek in opdracht van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen lopen er 12.064 meisjes en vrouwen in België het risico om besneden te worden. Alleszins kan en moet de registratie en codering op het niveau van justitie en politie verbeteren. Dat is de inzet van die maatregel 23 van het nationaal actieplan.

 

Ook het openbaar ministerie neemt deze problematiek zeer ernstig. Het College van procureurs-generaal heeft omzendbrief COL 06/2017 uitgevaardigd aangaande het opsporings- en vervolgingsbeleid van eergerelateerd geweld, de vrouwelijke genitale verminking en gedwongen huwelijken. Die omzendbrief bepaalt dat de daders van die praktijken voor de rechtbank moeten worden gedaagd rekening houdend met verzwarende omstandigheden zoals beschreven in het Strafwetboek, die vaak met het misdrijf gepaard gaan, zoals discriminatie gebaseerd op het geslacht of de band tussen dader en slachtoffer.

 

Zeker in deze materie geldt het motto 'Voorkomen is beter dan genezen.' Als justitie en politie strafrechtelijk moeten optreden, is het helaas meestal te laat. Daarom is de vraag hoe we dit kunnen voorkomen, wellicht de belangrijkste. Het belangrijkste doel van het strafrechtelijk beleid op het gebied van vrouwelijke genitale verminking is die te voorkomen door samen te werken met frontlinieactoren, zich bewust te zijn van de mogelijke tekenen van dreigende vrouwelijke genitale verminking en snel te reageren.

 

Om deze reden heeft de rechterlijke macht samen met de Orde der artsen bijgedragen tot de totstandkoming van de code voor het melden van vrouwelijke genitale verminking. Die code werd opgesteld door het Instituut en is beschikbaar op de website. De dreiging met of de handhaving van civiele en beschermende maatregelen, gekoppeld aan het criminele karakter en de extraterritoriale reikwijdte, zorgt ervoor dat de praktijk van vrouwelijke genitale verminking kan worden voorkomen en dat jonge meisjes die het risico lopen, beschermd kunnen worden. Het lage aantal vervolgingen en het uitblijven van veroordelingen zijn dan ook niet representatief voor het succes van het beleid op dit gebied, dat meer gericht is op preventie dan op bescherming. De wijzigingen van artikel 458bis van het Strafwetboek maken hier ook deel van uit en zijn zeker van belang in de vroege opsporing van gevallen van vrouwelijke genitale verminking.

 

Daarnaast hebben de verenigingen die gespecialiseerd zijn in de strijd hiertegen via de gezamenlijke strategie een toolkit samengesteld in overleg met Justitie. Onder de tools die in deze kit worden aangeboden bevindt zich ook de beslissingenboom. Die geeft de verschillende acties aan die men kan uitvoeren en vermeldt de specifieke kanalen waarnaar meisjes en vrouwen worden geleid om toegang te krijgen tot de nodige hulp en adequate bescherming. Sinds enkele jaren bieden twee referentiecentra, het UZ in Gent en het CHU Saint-Pierre, multidisciplinaire zorg aan aan besneden vrouwen.

 

Voor 2022 en 2023 is er op initiatief van staatssecretaris Schlitz een bewustmakingscampagne gepland, gericht op de betrokken gemeenschappen, en een zichtbaarheidcampagne voor de twee zorgcentra. Tot slot werd in samenwerking met de Orde der artsen een meldcode voor vrouwelijke genitale verminking ontwikkeld in de vorm van een instrument waarmee artsen actief en zorgvuldig kunnen ingrijpen bij vermoedens.

 

Ik zal u ook nog meedelen hoe deze feiten in het ontwerp van Wetboek van strafvordering zullen worden omschreven en bestraft. Ik overloop ze, want dit is belangrijk.

 

Vrouwelijke genitale verminking wordt bestraft met strafniveau 3. Indien de feiten worden gepleegd met een winstoogmerk, dan zijn ze strafbaar met strafniveau 4. Indien de feiten resulteren in een derdegraadsschending van de integriteit, zullen die ook bestraft worden met strafniveau 4. Indien de vrouwelijke genitale verminking de dood tot gevolg heeft, worden de feiten bestraft met strafniveau 6. Indien de feiten worden gepleegd op een minderjarige of een kwetsbare persoon, zullen ze worden bestraft met strafniveau 4 of 5. Het aanmoedigen of promoten van vrouwelijke genitale verminking wordt bestraft met strafniveau 2. De verzwarende omstandigheid van een relatie tussen de dader en het slachtoffer werd in het voorontwerp enigszins aangepast, in die zin dat ook een familielid in de direct dalende lijn, alsook ascendenten en verwanten in de zijlijn tot in de derde graad, binnen de reikwijdte hiervan vallen.

 

De inconsistenties die aan het licht komen in de doctrine met betrekking tot de straffen bepaald voor dit misdrijf die voortvloeien uit artikel 409 worden weggenomen door de omzetting in een verzwarend element. Daarnaast wordt de partner toegevoegd. De verhoogde straf die de minderjarigheid met zich meebrengt, wordt ook uitgebreid doordat eveneens rekening wordt gehouden met de ernst van de gevolgen. Bovendien wordt de verzwaring van de straf in verband met de minderjarigheid uitgebreid tot kwetsbare personen. Dat vergroot de samenhang van het geheel, aangezien minderjarigen en mensen in kwetsbare situaties in het hele voorontwerp op dezelfde manier worden behandeld. Momenteel is het aanmoedigen en promoten van vrouwelijke genitale verminking opgenomen in hetzelfde artikel als de daadwerkelijke uitvoering. Gezien de verschillende aard van de gepleegde feiten is het echter passend die feiten in een afzonderlijk strafbaar feit op te nemen.

 

Het huidige wetboek Strafrecht voorziet niet in beroepsverboden. Boek 1 van het ontwerp van het wetboek Strafrecht bepaalt dat de rechter de veroordeelde kan verbieden zijn beroep uit te oefenen indien hij ernstig misbruik heeft gemaakt van zijn beroep om het strafbare feit te plegen. Het beroepsverbod heeft een minimumduur van 1 jaar en een maximumduur van 5 jaar. Bovendien laat het ontwerpartikel 197bis de rechter toe om de dader te veroordelen tot de onwaardigheid van de erfenis ten opzichte van het slachtoffer.

 

03.04  Katleen Bury (VB): Bedankt voor uw uitgebreide antwoord. Ik zal een aantal zaken opzoeken, zoals de toolkit, justitiehulp en -bescherming en de meldcode bij vermoedens. Ik bekijk ook wat de CLB's en dergelijke kunnen doen op scholen wanneer ze dit bij kinderen vaststellen.

 

Het automatische beroepsverbod staat volgens u ook in het ontwerp. Dan moeten we daar zo snel mogelijk werk van maken. U vermeldt er wel onmiddellijk bij dat dat verbod 1 tot maximaal 5 jaar kan gelden. Als zorgverleners zich tot zoiets in staat stellen, mogen die mensen gewoon helemaal niet meer in de zorgverlening zitten. Dan kunnen we het niet over 1 tot en met 5 jaar hebben. Daar kunnen we echter verder over debatteren wanneer het ontwerp wordt besproken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Vraag van Marijke Dillen aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "De Antwerpse gevangenissen" (55029312C)

04 Question de Marijke Dillen à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "Les prisons anversoises" (55029312C)

 

04.01  Marijke Dillen (VB): Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.

 

Op 1 maart 2022 werd er door de stad Antwerpen een gemeenteraadsbesluit uitgevaardigd dat resulteerde in de bestuurlijke maatregel waarbij werd bepaald dat er vanaf 1 juli 2022 slechts 660 gevangenen in de Antwerpse Begijnenstraat zouden mogen worden opgesloten.

 

In januari 2022 waren dat er nog 724. Hierbij moeten we beklemtonen dat de capaciteit 439 plaatsen is waarvan er 48 voorbehouden zijn voor vrouwelijke gedetineerden.

 

Kunt u mij zeggen of er kon worden tegemoet gekomen aan het aantal gevangenen zoals vermeld in de bestuurlijke maatregel?

Hoe kon het overtal worden weggewerkt? Zijn er gevangenen ondergebracht in andere gevangenissen?

Indien dit niet zou zijn gerealiseerd, weet u of de bestuurlijke maatregel zal worden afgedwongen? Op welke manier zal dit desgevallend gebeuren?

Zullen er gevangenen worden vrijgelaten? Dank enige toelichting te willen verschaffen.

 

04.02 Minister Vincent Van Quickenborne: In het besluit heeft men het inderdaad over een maximum van 660 gedetineerden. De cijfers fluctueren dagelijks. Op 16 september waren er 704 gedetineerden aanwezig in de gevangenis van Antwerpen.

 

De capaciteit van de gevangenissen wordt momenteel dagelijks gemonitord. Gedetineerden worden maximaal gespreid over de beschikbare capaciteit en de extra geplaatste stapelbedden in de verschillende penitentiaire inrichtingen.

 

Het gevangeniswezen stelt werkelijk alles in het werk om de bestuurlijke maatregelen te respecteren binnen de beschikbare mogelijkheden. Het besluit van 1 maart maakt geen melding van de manier waarop een en ander zou kunnen worden afgedwongen. Er is ook een goed contact met de stad en de provincie Antwerpen.

 

De vrijstelling gebeurt alleen conform de vigerende wetten en reglementering.

 

04.03  Marijke Dillen (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Mijn vraag heb ik ingediend voor het reces, toen de burgemeester de betreffende maatrege, waarschijnlijk met het oog op een warme zomer, had aangekondigd. U zegt dat er op 16 september 704 gedetineerden waren. Wij hebben echter geen zicht op hoe dat in de grote vakantie is verlopen. De burgemeester kan dan misschien wel straffe taal verkondigen – 680 en 660 gedetineerden en niet meer –, maar uit uw antwoord meen ik te kunnen afleiden dat dat in de praktijk niet wordt gerealiseerd.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Vraag van Kristien Van Vaerenbergh aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "Het transport van gevangenen" (55029399C)

05 Question de Kristien Van Vaerenbergh à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "Le transport de détenus" (55029399C)

 

05.01  Kristien Van Vaerenbergh (N-VA): Mijnheer de minister, deze vraag is ingediend in juni. Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

In het weekend van 25 juni werd in Schaarbeek een man opgepakt na een inbraak bij een juwelier en daarbij een bewaker bijzonder zwaar aanpakte. De man werd door de onderzoeksrechter aangehouden voor poging tot doodslag, maar slaagde er in te ontsnappen tijdens zijn overbrenging naar de gevangenis.

 

De feiten bewijzen dat elk transport van en naar de gevangenis risicovol blijft.

 

Ik stel u graag volgende vragen:

 

Is de verdachte intussen al terug gevat? Was hij gekend voor eerdere feiten of eerdere veroordelingen? Werden deze veroordelingen uitgevoerd? Was de verdachte op het moment van de nieuwe feiten in afwachting van een strafuitvoering of in een strafonderbreking/penitentiair verlof/incidenteel verlof... of enige andere vorm waardoor een vrijheidsberoving werd onderbroken of niet uitgevoerd?

 

Wat waren de omstandigheden van de ontsnapping? Hoe is de ontsnapping kunnen gebeuren?

 

Is alles ok met het personeel dat aanwezig was tijdens de ontsnapping? Stellen ze het fysiek en mentaal goed? Welke begeleiding krijgen ze?

 

Wie verzorgde het transport? Was er voldoende veiligheidspersoneel of politie aanwezig bij het transport? Werden de protocollen gevolgd of werden er fouten gemaakt? Zo ja, welke regels werden niet in acht genomen?

Welke lessen zal men trekken uit deze ontsnapping?

 

In dit geval had het waarschijnlijk niet geholpen aangezien het een eerste overbrenging naar de gevangenis betrof, maar hoe ver staat het met  investeringen in informatica en het uitrollen van videoconferentie die uiterst risicovolle, tijdrovende en dure overbrenging tussen de gevangenis en de raadkamer / KI moet beperken?

 

05.02 Minister Vincent Van Quickenborne: U verwijst naar een voorval op 20 juni, waarbij een persoon onder aanhoudingsmandaat kon ontsnappen aan het toezicht door de politie bij de overbrenging naar de gevangenis. De man is bekend voor eerdere feiten. Hij werd in oktober 2020 vrijgelaten op grond van artikel 33 van de wet van 20 juli 1990.

 

Het gerechtelijk onderzoek naar de juiste omstandigheden van de ontsnapping is nog lopend. Mocht uit het onderzoek aanbeveling volgen, wordt dat verder opgenomen. Ik kan u alvast meedelen dat twee politiemensen tien dagen arbeidsongeschikt waren naar aanleiding van de feiten. Zij krijgen posttraumatische begeleiding vanuit de politiezone. Meer informatie krijgt u bij mijn collega, minister Verlinden.

 

Er zijn vorig jaar aanzienlijke investeringen gedaan in videoconferentie, 1 miljoen euro. Dit jaar voorzien wij in een uitbreiding daarvan, opnieuw 1 miljoen euro.

 

Op grond van de rechtspraak van het Europees Hof volstaat het tijdrovend karakter of de kostprijs van een overbrenging echter niet een in verdenking gestelde te verhinderen persoonlijk te verschijnen voor de rechter. Enkel als het risico te hoog is en de veiligheidssituatie het noodzaakt, zal videoconferentie kunnen worden opgelegd. Wij werken aan een wetgevend kader ter zake, dat nog dit jaar aan de Ministerraad zal worden voorgelegd.

 

05.03  Kristien Van Vaerenbergh (N-VA): Mijnheer de minister, u hebt, meen ik, niet geantwoord op de vraag of de verdachte al opnieuw gevat is?

 

05.04 Minister Vincent Van Quickenborne: De verdachte is tot op heden nog niet gevat.

 

05.05  Kristien Van Vaerenbergh (N-VA): Wat de videoconferentie betreft, ik ben daar voorstander van. Wij kijken uiteraard uit naar het wetgevend initiatief dat u ter zake zult nemen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitster: Mevrouw Matz is niet aanwezig, dus haar vraag nr. 55029466C komt te vervallen.

 

06 Vraag van Sophie De Wit aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "De stand van zaken over de detentiehuizen" (55029511C)

06 Question de Sophie De Wit à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "Le point sur les maisons de détention" (55029511C)

 

06.01  Sophie De Wit (N-VA): Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

Mijnheer de minister, in uw wetsontwerp om justitie menselijker, sneller en straffer te maken staat opnieuw de doelstelling opgenomen om tegen 2024 een totaal van 720 plaatsen te voorzien in detentiehuizen. Tot op heden is er echter, ondanks uw eerdere aankondigingen, nog geen enkele plaats geopend. Aangezien u deze detentiehuizen ziet als de methode om de overbevolking van de gevangenissen tegen te gaan, is het belangrijk dit nauwgezet op te volgen.

 

Vandaar mijn vragen:

 

Kan u een overzicht geven voor de reeds aangekondigde detentiehuizen (Kortrijk, Berkendael, Ninove, Wellin,…?) wanneer zij precies zullen openen en hoeveel plaatsen ze zullen bieden?

Hoeveel locaties hebt u verder in het vizier en hoeveel plaatsen zullen zij nog bijkomend creëren? Op welke termijn plant u deze locaties definitief vast te leggen en voor wanneer is de opening voorzien?

Op welke manier wordt er ingezet op het bekomen van de broodnodige draagkracht bij de lokale bevolking van de gemeenten waar u een detentiehuis inplant? Zijn er al effectief plannen gewijzigd omdat er te veel weerstand was?

Een gevangenis en dus ook een detentiehuis werkt nooit op zichzelf alleen. Hulp- en dienstverlening van buitenaf zijn ook heel belangrijk, denk maar aan de diensten van werk, onderwijs, CAW's, justitiehuizen, enzoverder. Worden zij betrokken in de opstart en werking van de detentiehuizen? Wordt er rekening mee gehouden dat ook zij extra capaciteit moeten voorzien?

Houdt u vast aan de 720 plaatsen tegen 2024? Acht u dit nog haalbaar? Zo neen, welke andere maatregelen neemt u om die verminderde gevangeniscapaciteit op te vangen?

 

06.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Mevrouw De Wit, in antwoord op uw vragen 1, 2 en 5 wil ik er in de eerste plaats op wijzen dat de detentiehuizen ertoe dienen om de uitvoering van de korte straffen op te vangen, niet om de overbevolking op te lossen. Voor de overbevolking wordt het masterplan uitgevoerd en hebben wij beslist om enkele gevangenissen langer open te houden, wat u al bekend is.

 

Het detentiehuis te Kortrijk is geopend. De eerste gedetineerden met een straf zijn intussen aangekomen.

 

In Berkendael wordt een huisvesting van 60 bewoners beoogd. Zodra de vrouwelijke gedetineerden die inrichting verlaten, worden de nodige aanpassingswerken uitgevoerd. De opening van het detentiehuis is gepland over enkele maanden.

 

In Ninove gaat het om een voormalige rijkswachtkazerne en terreinen die eigendom zijn van de Regie der Gebouwen. Wij onderzoeken de mogelijkheden om aldaar in 2023 een detentiehuis te realiseren.

 

Daarnaast komen nog vier sites, in eigendom van de Regie der Gebouwen, in aanmerking. Daarvoor worden de renovatieplannen momenteel uitgewerkt. Voor drie panden loopt de aankoopprocedure, voor drie andere panden lopen er gesprekken met eigenaars en uitbaters. Daarnaast blijven wij zoeken naar geschikte panden en terreinen.

 

Op uw derde vraag, wij overleggen steeds vooraf met het lokaal bestuur. Daarna gaan wij met de buurt in gesprek. Dat is zo gebeurd in Kortrijk en Ninove en onlangs ook in Gentbrugge met het transitiehuis. Wij leggen het concept uit en laten daarbij personeelsleden van het detentie- en transitiehuis, alsook van een klassieke gevangenis en een ervaringsdeskundige aan het woord en geven natuurlijk ruimschoots de tijd voor vragen. Eens de directie van het detentiehuis is bekend, overleggen wij een tweede keer en organiseren we een bezoek. Wij zien dat de argwaan op die manier gevoelig vermindert. In Kortrijk hebben zich intussen zelfs zes buurtbewoners als vrijwilliger aangemeld, wat nog eens positief nieuws is. Wij zijn ervan overtuigd dat het draagvlak zal groeien, als het concept zijn meerwaarde in de praktijk heeft aangetoond. Kortrijk is daarin voortrekker.

 

Op uw laatste vraag, de Gemeenschappen zijn op de hoogte van het aantal plaatsen dat wij zoeken en van de verdeling per provincie waarnaar wij streven. Reeds van voor de opstart werden er contacten gelegd met de Gemeenschappen en lokale initiatieven om zo tot een maximale samenwerking te komen.

 

06.03  Sophie De Wit (N-VA): Mijnheer de minister, u zei dat de eersten zijn toegekomen in Kortrijk. U gaf echter geen aantal mee. Ik begrijp dat het geen evidente oefening is, maar ik merk toch wel dat een en ander niet voor meteen is, in tegenstelling tot de communicatie dat er heel wat plaatsen nog dit jaar – 2022 is al vergevorderd - zouden zijn gerealiseerd. U stelt nog 720 plaatsen tegen 2024. Acht u dat nog haalbaar aan dit tempo?

 

Als dat niet zo is, welke andere maatregelen zult u dan nemen om de verminderde capaciteit op te vangen? U rekent daar immers echt op in het kader van de strafuitvoering.

 

U onderstreepte voorts dat er overlegmomenten zijn. Maar het is essentieel dat bij de opstart van zo'n detentiehuis, duidelijk en met alle sectoren, zoals werk, onderwijs, CAW's en justitiehuizen, contacten worden gelegd. Ook zij moeten immers in extra capaciteit voorzien. Zo niet loopt het hele opzet opnieuw mank.

 

Dat is belangrijk en op die opmerkingen heb ik vandaag nog geen ruim antwoord gekregen. Maar goed, dan kan voer zijn voor onze gedachtewisseling binnenkort. Alleszins moet daarover duidelijkheid komen, anders zal de uitvoering van de korte straffen in de problemen komen en dat mag toch niet de bedoeling zijn.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

07 Vraag van Marijke Dillen aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "De polygraaftest" (55029617C)

07 Question de Marijke Dillen à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "Le test polygraphique" (55029617C)

 

07.01  Marijke Dillen (VB): België is het enige West-Europese land dat de leugendetector gebruikt in gerechtelijke procedures. “De politie verdedigt de test met vuur, experts kraken haar af. Het Belgische gebruik van de polygraaftest is pseudo-wetenschappelijk". Dit stond deze week te lezen in de media. De leugendetector zou resultaten opleveren, maar gaan ten koste van onschuldige burgers. De kans op een valspositief resultaat is maar liefst 10 tot 23%.

 

Te meer is een recente overzichtsstudie erg kritisch voor de gepubliceerde studies.

 

De auteurs concluderen dat de wetenschappelijke basis voor de leugendetector zwak is en de studies van lage kwaliteit. U zelf zou tenslotte verklaard hebben dat 'als je onschuldig bent, het toch een kans biedt om je onschuld te bewijzen.'

 

Vindt u niet dat personen die een polygraaftest ondergaan dienen geïnformeerd te worden over het aantal valspositieve testen?

Als de kans op een valsnegatieve test kan oplopen tot bijna 1 op 4 uitgevoerde testen, vindt u het dan nog nuttig, noodzakelijk en wetenschappelijk om deze testen uit te voeren?

Wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat de politionele diensten beter worden opgeleid voor het afnemen van de testen?

Bent u van oordeel dat het vermoeden van onschuld geldt in strafzaken en het dus niet aan personen is om hun onschuld aan te tonen - in dit geval met het risico op een valspositieve test?

 

07.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Mevrouw Dillen, zoals u weet, heeft dit Parlement een wettelijk kader voor de polygraaftest gecreëerd. Uiteraard respecteer ik dat kader.

 

Wat uw eerste vraag betreft, de omzendbrief die ik samen met mijn collega heb uitgebracht, is heel duidelijk over de relatieve waarde van de polygraaftest. Ik citeer: "Hierbij is op te merken dat artikel 112duodecies bepaalt dat de resultaten van de polygraaftest alleen in aanmerking mogen worden genomen als ondersteunend bewijs van andersoortige bewijsmiddelen en dat dit, zoals gezegd, aan de betrokkenen moet worden meegedeeld.” Die mededeling heeft tot gevolg dat de relatieve waarde van de polygraaftest is bewezen en dat de polygraaftest op zichzelf geen bewijs kan aanleveren. Daarom is het niet nodig om de geschatte wetenschappelijke betrouwbaarheid van de polygraaftest verder te onderzoeken.

 

Natuurlijk is het verboden en onwettig om de betrokkenen te doen geloven dat de polygraaf onfeilbaar is en dat het apparaat werkelijk gedachten leest. Bovendien moet de betrokkene die een polygraaftest ondergaat, tweemaal een toestemmingsformulier ondertekenen: eenmaal wanneer de persoon aan de ondervrager te kennen geeft dat hij ermee instemt de polygraaftest te ondergaan of wanneer hij daarom heeft gevraagd, en een tweede keer vlak voor de test wordt afgenomen. In het pv wordt ook nogmaals vermeld dat de polygraaftest op zichzelf geen bewijs kan leveren.

 

In deze medenotulen wordt ook vermeld dat de leugendetectortest op zichzelf niet als bewijs in de rechtbank kan worden gebruikt en dat één van de mogelijke uitkomsten van de polygraaftest is dat hij geen uitsluitsel geeft en dat de polygraaftest dus geen oordeel over de verklaringen kan geven.

 

Het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek zijn steeds gebaseerd op een geheel van bewijzen, die wel degelijk moeten kloppen. De onderzoeksrechter en de procureur des Konings staan in voor de manier waarop de bewijzen worden verkregen.

 

Ten slotte bepaalt artikel 112duodecies ook dat de bodemrechter alleen rekening houdt met het resultaat van de polygraaftest als er ook andere bewijzen zijn. Er wordt dus voldoende informatie meegedeeld aan de betrokkenen en de rechercheurs en er zijn ook voldoende procedurele waarborgen voor het gebruik van de polygraaf.

 

Wat uw tweede vraag betreft, er kunnen in twintig procent van de gevallen geen conclusies worden getrokken uit de polygraaftest, bijvoorbeeld omdat de persoon erg emotioneel reageert op elke vraag. Dat betekent natuurlijk niet dat twintig procent van de gevallen valsnegatieven zijn. Die gevallen worden door de polygrafisten gedetecteerd tijdens de test. De polygrafisten zullen daarna in het proces-verbaal vermelden dat zij uit de polygraaftest geen conclusies konden trekken.

 

Mevrouw Dillen, ik herhaal dat er geen bewijzen bestaan met absolute betrouwbaarheid. Weet u dat bijvoorbeeld getuigenissen een veel lagere betrouwbaarheid hebben dan de polygraaftesten? Een persoon kan alleen worden veroordeeld als er een geheel van convergerende bewijzen is, die eerst door een procureur of onderzoeksrechter als geldig bewijs worden aanvaard en vervolgens ook door de bodemrechter, tegen wiens beslissing trouwens beroep kan worden ingesteld.

 

In antwoord op uw derde vraag merk ik op dat polygraaftesten voor de geïntegreerde politie worden uitgevoerd door vijf polygrafisten. Zij volgen een opleiding van tien weken in Canada en hebben tweejaarlijkse opfriscursussen in Canada of in de Verenigde Staten. Het niveau van opleiding en deskundigheid is hoog.

 

Op uw vierde vraag kan ik antwoorden dat het beginsel van het vermoeden van onschuld uiteraard de belangrijkste pijler van ons strafrecht is. Artikel 112duodecies vormt daarop uiteraard geen uitzondering met betrekking tot de polygraaftest. Het artikel bepaalt ook dat de betrokkene zelf een polygraaftest kan aanvragen. Het gaat er dus om de betrokkene een extra mogelijkheid te bieden om actief deel te nemen aan het zoeken naar de waarheid. Het is een zeer nuttig instrument in gevallen waarin er sprake is van woord tegen woord, zoals bepaalde zaken van seksueel geweld of gevallen van het shakenbabysyndroom.

 

07.03  Marijke Dillen (VB): Mijnheer de minister, ik dank u vriendelijk voor uw heel uitvoerige antwoord op mijn vragen.

 

Ik weet natuurlijk dat een polygraaftest enkel en alleen als ondersteunend bewijs kan gelden, mits de goedkeuring van de betrokkene. De test blijft in elk geval wel in het dossier zitten, zodat de magistraten die over het dossier moeten oordelen daarvan kennis hebben, ook wanneer de test niet volledig waarheidsgetrouw is.

 

Het verwondert mij niet dat u stelt dat de betrouwbaarheid van getuigenissen nog veel lager ligt dan de betrouwbaarheid van de polygraaftest. Dat verwondert mij niet, maar hebt u daar een wetenschappelijke basis voor, op grond waarvan u dat mededeelt? U stelt dat de betrouwbaarheid van een getuigenis lager ligt. Baseert u zich voor die uitspraak op wetenschappelijke gronden?

 

07.04 Minister Vincent Van Quickenborne: Mevrouw Dillen, ik zal u die informatie bezorgen. Ik heb nog niet zo lang geleden een ontmoeting gehad met twee polygrafisten. Zij hebben verwezen naar wetenschappelijke literatuur en ik zal ze u bezorgen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Vraag van Marijke Dillen aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "De versnelde aanwerving voor vacatures in de gevangenissen" (55029619C)

08 Question de Marijke Dillen à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "Le recrutement accéléré pour les postes vacants dans les établissements pénitentiaires" (55029619C)

 

08.01  Marijke Dillen (VB): De regering heeft een tijdelijke maatregel uitgewerkt waardoor een aantal overheidsdiensten tot einde 2022 een versnelde aanwervingsprocedure kunnen toepassen. Deze maatregel zal ook gelden voor het gevangeniswezen dat kampt met een ernstig personeelstekort. Ook voor de nieuwe gevangenissen van Dendermonde en Haren en voor de te openen detentiehuizen wordt er naar personeel gezocht.

 

De huidige officiële procedures hebben een veel te lange doorlooptijd waardoor kandidaten afhaken en een job elders gaan zoeken. Nu is er een tijdelijke maatregel waarbij er een versnelde aanwervingsprocedure wordt uitgewerkt. 

 

Kan de minister mij mededelen op welke functies binnen Justitie in het algemeen en het gevangeniswezen in het bijzonder deze tijdelijke maatregel betrekking heeft?

Wat zijn de concrete doelstellingen van deze maatregel? Hoeveel nieuwe aanwervingen hoopt de minister hiermee binnen Justitie te bereiken?

Wat is de duurtijd van deze maatregel?

Wat is de verhouding met de statutaire aanwervingsprocedure? Krijgen deze tijdelijk aangeworven personeelsleden de mogelijkheid om een statutair statuut te krijgen?

Kan de minister mij mededelen op welke officiële wijze deze beslissing werd bekend gemaakt aan het brede publiek?

Het zou in het belang zijn van een vlottere aanwerving van personeel bij de overheid om de aanwervingsprocedures te vereenvoudigen. Dergelijke hervorming van de aanwervingsprocedures is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de overheid concurrentieel kan blijven op de arbeidsmarkt. Wat is hier uw standpunt? Dit behoort tot de bevoegdheid van minister van Ambtenarenzaken Petra de Sutter. Heeft er ter zake reeds overleg plaats gevonden tussen u en uw bevoegde collega specifiek met het oog op aanwervingen binnen Justitie? Zo ja, wat zijn de resultaten?

 

08.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Collega, deze vraag sluit enigszins aan bij de vragen over Haren. Ik heb toen verwezen naar de tijdelijke noodmaatregel rond de versnelde aanwerving, die naar ik meen op 12 juli van dit jaar in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd werd. Het gaat dus over de meest kritieke functies, zoals veiligheidsassistenten en detentiebegeleiders, maar ook over administratieve en financiële functies, verpleegkundigen en psychologisch en maatschappelijk assistenten.

 

In antwoord op uw tweede vraag kan ik zeggen dat deze maatregel geldt als aanvulling op de klassieke statutaire aanwerving. We behouden dus de klassieke, statutaire aanwerving, maar die procedure duurt langer. Ik hoop met behulp van deze versnelde aanwervingsprocedure maximaal te kunnen aanwerven. In totaal werden er meer dan 800 plaatsen voor penitentiair bewakingsassistent via deze procedure vacant verklaard. We hebben ook nog eens 20 plaatsen voor maatschappelijk assistent, 26 plaatsen voor verpleegkundigen, 48 plaatsen voor psychiatrisch verpleegkundigen en een honderdtal plaatsen voor administratieve functies vacant verklaard via deze procedure.

 

Deze maatregel loopt nog tot eind 2022, omdat collega De Sutter normaliter in oktober of november met een nieuw algemeen KB komt dat de klassieke regels zal versnellen.

 

U had ook een vraag over de verhouding met de statutaire aanwervingsprocedure. Deze wordt dus voortgezet en krijgt natuurlijk steeds voorrang. Wanneer men echter kiest voor de versnelde procedure – waarbij men dus twee keer een jaar aangesteld kan worden – kan men ook deelnemen aan de statutaire examens. Dat betekent dus dat de mensen al aan de slag kunnen en ondertussen kunnen solliciteren voor een statutaire benoeming.

 

Het KB was van 12 juli, mijn excuses, en werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 15 juli. Dan is natuurlijk de ganse wervingscampagne op gang gekomen die u deze zomer waarschijnlijk wel gezien hebt op verschillende plaatsen. De resultaten daarvan waren eigenlijk wel goed. In juli en augustus hebben we 90 mensen aangeworven via de versnelde procedure en 130 mensen via de klassieke statutaire procedure. We hebben dus in totaal toch 220 nieuwe talenten mogen verwelkomen bij Justitie in juli en augustus, hoewel dat eigenlijk vakantiemaanden zijn. Dat is dus positief en werd ook zo ervaren door onze mensen.

 

Dan kom ik bij uw laatste vraag, mevrouw Dillen. Ik ben het met u eens en ik heb dat probleem ook meermaals aangekaart bij mevrouw De Sutter. Zij is zich ervan bewust dat er inderdaad vereenvoudigde, versnelde procedures moeten komen, zeker gelet op de huidige context van de arbeidsmarkt.

 

In afwachting van deze initiatieven werd in samenspraak met Selor beslist dat er voor Antwerpen, dus voor uw provincie, een vereenvoudigde statutaire selectieprocedure zal worden toegepast. Deze procedure bestaat alleen uit een selectie-interview. Er zal dus geen prescreening via een pc-test meer gebeuren. Deze maatregel werd genomen omdat er, gelet op de krapte op de arbeidsmarkt in deze regio, te weinig kandidaten zijn. We willen voorkomen dat degelijke kandidaten zouden afhaken.

 

08.03  Marijke Dillen (VB): Hartelijk dank voor uw antwoord, we zullen dit opvolgen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Samengevoegde vragen van

- Kristien Van Vaerenbergh aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "De aanbevelingen uit de audit van de HRJ bij het hof van beroep van Brussel" (55029636C)

- Katleen Bury aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "De gerechtelijke achterstand bij de hoven van beroep te Brussel" (55029893C)

09 Questions jointes de

- Kristien Van Vaerenbergh à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "Les recommandations formulées dans l'audit réalisé par le CSJ auprès de la cour d'appel de Bruxelles" (55029636C)

- Katleen Bury à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "L'arriéré judiciaire dans les cours d'appel bruxelloises" (55029893C)

 

09.01  Kristien Van Vaerenbergh (N-VA): Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

Vorige week raakten de resultaten bekend van een audit die de Hoge Raad voor Justitie voerde bij het hof van beroep van Brussel. Het werd een lijvig document dat finaal 19 aanbevelingen doet, 8 belangrijke, 7 gemiddelde en 4 niet-prioritaire.

 

Acht van deze negentien aanbevelingen richten zicht tot u als minister van justitie ( zie p. 122 ev voor 6.2 aanbevelingen 1,2, 3, 5, 8 en 9; voor 6.3 aanbeveling 1; voor 6.4 aanbeveling 3)

 

De aanbevelingen behandelen onder meer volgende punten: invullen personeelsformaties, aantrekkelijkheid werkplaats, aantrekken nieuw personeel, afwezigheid van bestaand personeel, verbeteringspistes voor productiviteit en extra budget voor een inhaalplan.

 

In zijn eindebeschouwing merkt de HRJ op dat audits geen verandering garanderen, ze mogen immers geen dode letter blijven.

 

Graag had ik van u een concrete reactie op de 8 aanbevelingen die tot u zijn gericht. Welke maatregelen zal u nemen om ze uit te voeren en binnen welke tijdspanne?

Hoe zal u het hof van beroep te Brussel, de FOD, het college en andere actoren aanzetten over te gaan tot actie zodat deze audit geen papieren oefening blijkt maar de start van een echte noodzakelijke inhaalbeweging?

 

09.02  Katleen Bury (VB): Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

Ik verwijs naar het verslag van de commissie van 27 april 2022 (blz. 2) betreffende de gerechtelijke achterstand bij de hoven van beroep te Brussel.

 

U antwoordde dat uw plan was om 5 bijkomende raadsheren voor het HVB, bovenop wettelijke kader aan te werven. Daarenboven drie bijkomende griffiers, negen administratieve deskundigen en zeven assistenten.

 

De resultaten van audit van Hoge Raad waren ook binnen, het Hof zou een maand tijd gevraagd hebben om daarop te reageren. Zodra de reacties verwerkt zijn, zou het rapport openbaar worden gemaakt en zouden we debatteren, zo stelde u.

 

Werden de reacties reeds verwerkt?

Wanneer zal het rapport openbaar worden gemaakt en wanneer zal een debat kunnen volgen?

Hoeveel van de voormelde aanwervingen die u van plan was te realiseren, werden ook gerealiseerd?

Wanneer hoopt u de nog niet gerealiseerde aanwervingen te kunnen doen?

 

09.03 Minister Vincent Van Quickenborne: Collega's, wij hebben natuurlijk niet gewacht op de audit om maatregelen te nemen. Ik verwijs naar mijn antwoord op de vragen over Haren. Wij hebben op het ogenblik bij het Hof van Beroep te Brussel het hoogste aantal magistraten sinds 2016. De audit verwijst daar trouwens ook naar.

 

Ik vind ook dat het hof zelf nu aan de slag moet gaan met de resultaten van de audit. De Hoge Raad voor de Justitie schrijft dat ook, het is het hof zelf, dat een en ander nu moet aanpakken.

 

Het is niet alleen een kwestie van middelen en personeel, het is meer dan dat. Ik verwijs naar de mercuriale van de procureur-generaal van Brussel, die vorig jaar in september zei dat men zelfkritisch moest zijn voor het functioneren van het hof. Hij suggereerde ook een ander zittingsmanagement. Ik weet niet of men dat intussen reeds toepast in Brussel. Uiteraard zullen wij blijven ondersteunen waar het kan. Het is mijn volle overtuiging dat wij het probleem moeten aanpakken.

 

Intussen zijn wij ook in overleg met het hof een project gestart om via onze dienst Crossborder de achterstand beter in kaart te brengen. Op basis daarvan kan het beleid ook beter worden gestuurd.

 

Met betrekking tot de aanbevelingen, er zijn er in totaal acht, als ik mij niet vergis. De eerste aanbeveling is om de personeelsformaties te respecteren. In samenwerking met het college werd de focus gelegd op de situatie in Brussel en de verschillende vacatureplannen. Er werden niet altijd kandidaten gevonden voor vacatures. In 2021 werden er vier nieuwe raadsheren benoemd, in 2022 zijn dat er acht. Er zijn nog zes vacatures.

 

Ook voor het gerechtspersoneel hebben wij heel wat gedaan. In 2021 hebben wij 26 personeelsleden extra aangeworven, in 2022 acht. Het aantal referendarissen is gestegen van 5,4 voltijdse equivalenten naar 13,2. Dat is bijna een verdrievoudiging van het aantal referendarissen bij het hof van beroep.

 

Het tweede punt is het aantrekkelijker maken van de werkplaats. Dat gaat over de toestand van het Poelaertgebouw. Ik zet wat dat betreft druk op mijn collega de staatssecretaris. Met betrekking tot het meubilair en de andere behoeften volstaat het voor het hof om zijn behoeften kenbaar te maken. Dan kan de DGRO die behoefteaanvragen opnemen in de planning.

 

De derde aanbeveling betreft bijkomende maatregelen om personeel aan te trekken. Bij het vinden van geschikte kandidaten speelt de tweetaligheid. Er kwam conform de aanbeveling uit de audit een actieve communicatie over nieuwe taalexamens van Selor. We nemen ook een wetgevend initiatief om het aantal magistraten dat recht heeft op een taalpremie, te verhogen. Daarmee hopen we dat meer magistraten zullen deelnemen aan de taalexamens.

 

Ten vierde, de afwezigheidsratio ligt inderdaad hoger dan gemiddeld. Er is contact opgenomen met de hoofdgriffier met het oog op re-integratietrajecten voor betrokken personeelsleden.

 

Met betrekking tot de vijfde vraag, de aanwerving van raadsheren veroorzaakt noodgedwongen telkens een tekort bij een andere rechtbank. Van de acht raadsheren die in 2022 zijn benoemd, zijn er vijf afkomstig van eerste aanleg. We stellen regelmatig nieuwe plaatsen open in de Franstalige rechtbank van eerste aanleg. In 2022 werden al negen nieuwe rechters benoemd.

 

De zesde aanbeveling inzake het budgettair mechanisme is moeilijk te realiseren, omdat de budgettaire regels moeten worden gevolgd. Wanneer een plaats open wordt verklaard, moet er ook budget zijn om de benoemde kandidaten een loon te betalen. Wel is de berekeningswijze al verbeterd om minder verlies te lijden, als de vacature niet onmiddellijk wordt ingevuld.

 

De zevende aanbeveling om de productiviteit te onderzoeken, werd aan alle actoren gedaan. We zijn zeker bereid om met die actoren aan tafel te zitten. Alleen stelt de Hoge Raad voor de Justitie dat het initiatief van het hof zelf moet komen, als we resultaten op het terrein willen boeken.

 

De achtste aanbeveling omvat twee onderdelen. Ten eerste betreft het extra middelen voor een inhaalplan. Zodra het hof met een concreet en aanvaardbaar plan komt om de achterstand weg te werken, zullen we de nodige middelen investeren. Het is daarbij belangrijk dat we niet enkel extra kamers creëren, maar dat ook de efficiëntie verhoogt. Uit de eerste resultaten van de werklastmeting blijkt dat er ook verbeteringen mogelijk zijn aan het tweede onderdeel van de achtste aanbeveling, die rechtstreeks is voor het hof en niet voor de minister van Justitie, zijnde de identificatie van opportuniteiten. Het betreft het identificeren van zaken die ofwel op een alternatieve wijze kunnen worden beslecht, ofwel kunnen worden gegroepeerd, ofwel waarin partijen afstand van geding deden.

 

09.04  Kristien Van Vaerenbergh (N-VA): Het is inderdaad belangrijk dat het hof hier ook zelf mee aan de slag gaat. Het is trouwens niet de eerste audit. Het is een kwestie om de aanbevelingen in uitvoering brengen.

 

09.05  Katleen Bury (VB): Er is inderdaad al wat werk verzet. Er zijn nog 6 vacatures lopende voor raadsleden. Er zijn 14 personeelsleden, maar dat moeten er 19 zijn. Van 5,4 naar 13,2 voltijdse personen is zeker niet niks. In het inhaalplan worden er extra middelen uitgetrokken. Maar ik moet wel vaststellen dat men herhaaldelijk verwijst naar het hof zelf om maatregelen te nemen. Wij blijven wel wat op onze honger. Immers, wanneer wordt het inhaalplan effectief uitgevoerd? Er wordt daar geen termijn op gekleefd. Het hof ziet zelf wanneer het ermee aan de slag gaat. Nochtans kan hiermee de achterstand worden weggewerkt. Het is dus heel belangrijk dat we Op dat moment kunnen we die achterstand verder inhalen. Het is wel heel belangrijk dat we wat dat betreft perspectief krijgen en u zich niet beperkt tot het antwoord dat het hof het maar moet doen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.13 uur.

La réunion publique de commission est levée à 12 h 13.