Commission de l'Énergie, de l'Environnement et du Climat

Commissie voor Energie, Leefmilieu en Klimaat

 

du

 

Mardi 28 juin 2022

 

Après-midi

 

______

 

 

van

 

Dinsdag 28 juni 2022

 

Namiddag

 

______

 

 


De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.13 uur en voorgezeten door de heer Christian Leysen.

La réunion publique de commission est ouverte à 14 h 13 et présidée par M. Christian Leysen.

 

Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.

De teksten die in cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.

 

01 Actualiteitsdebat over de overwinsten in de energiesector en toegevoegde vragen van

- Thierry Warmoes aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "Het afromen van de overwinsten in de energiesector" (55028969C)

- Leen Dierick aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "Het aanpakken van de overwinsten in de energiesector" (55029044C)

- Daniel Senesael aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "Een belasting op de overwinsten van de spelers op de energiemarkt" (55029109C)

01 Débat d'actualité sur les surprofits dans le secteur de l'énergie et questions jointes de

- Thierry Warmoes à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "L'imposition des surprofits dans le secteur de l'énergie" (55028969C)

- Leen Dierick à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "La lutte contre les surprofits dans le secteur de l'énergie" (55029044C)

- Daniel Senesael à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "La taxation des surprofits des acteurs des marchés de l'énergie" (55029109C)

 

01.01  Thierry Warmoes (PVDA-PTB): Mevrouw de minister, u ontving vorige week het rapport van de Nationale Bank over een crisisbijdrage uit de energiesector. In het rapport verwijst de Nationale Bank expliciet naar de overwinsten van de Belgische kerncentrales.

 

We moeten ons baseren op wat we daarover in de pers lezen, met name dat volgens de Nationale Bank het afromen van de overwinsten "zinvol en opportuun" is. Uw reactie daarop was dat u de laatste hand legt aan een voorstel voor het afromen van de overwinsten.

 

Mevrouw de minister, wat is de conclusie van de Nationale Bank? Heeft men de overwinsten berekend en gekwantificeerd?

 

Wanneer zal de regering de knoop doorhakken over het afromen van de overwinsten? Als dat voor 12 juli gebeurt, dan heeft een volgende commissievergadering voor het reces wel degelijk nut.

 

Wat is de inhoud van uw voorstel? Kunt u al een tipje van de sluier lichten? Richt u zich op alle overwinsten? Welk percentage van overwinsten wordt afgeroomd? Hoe zal dit werken? Wanneer zal dit ingaan?

 

01.02  Leen Dierick (CD&V): Mijnheer Warmoes, u bent niet de enige die hier al veel vragen over heeft gesteld. Veertien dagen geleden was er nog een debat hierover in de plenaire vergadering. Toen kondigde u aan, mevrouw de minister, dat u voor het zomerreces met een ontwerp zou komen.

 

Hoe ver staat u met de realisatie van een extra belasting op de hoge winsten in de energiesector?

 

Hoe zal die belasting eruitzien? Gaat het om een tijdelijke of eenmalige maatregel? Hoe zult u dat in de toekomst aanpakken?

 

Hoeveel zal de belasting bedragen, uitgedrukt in percentages? Vanaf wanneer zal er sprake zijn van overwinst? Op welke energieproducenten zal de belasting van toepassing zijn?

 

Zal de belasting retroactief werken en zo ja, vanaf welke datum?

 

Hoe zult u voorkomen dat overwinsten boekhoudkundig niet langer als overwinsten beschouwd kunnen worden?

 

Wanneer zal het systeem worden voorgesteld aan de regering en aan het Parlement?

 

Beschikt u over een overzicht van welke soort energieproducenten vandaag echt overwinsten maken en bij welke producenten er geen sprake is van overwinsten?

 

01.03  Daniel Senesael (PS): Madame la ministre, nous savons que des travaux ont été entamés dans le but d'établir une contribution de crise des acteurs du marché de l'énergie réalisant d'importants bénéfices. La CREG, un cabinet d'avocats et la Banque nationale de Belgique (BNB) ont été consultés. Plusieurs pistes de mesures ont été soulevées, que ce soit par la CREG ou par le cabinet d'avocats. Un rapport commun de la CREG et de la BNB devait vous être transmis à la fin du mois de mai, tandis qu'une initiative a été annoncée pour le mois de juin. Le 16 juin, vous annonciez avoir reçu le rapport en question. De manière générale, pouvons-nous obtenir votre retour sur ce document?

 

Vous annonciez alors que, pour la BNB, taxer les bénéfices de certains producteurs d'électricité était non seulement significatif mais également opportun.

 

La presse souligne que, sous réserve d'une identification claire des bénéfices exceptionnels, "un système permanent d’imposition des surprofits qui a du sens pour autant qu’il soit conçu intelligemment, qu’il soit cohérent ou symétrique dans le temps, et qu’il vise les bénéfices réalisés au-delà du rendement nécessaire (ceux générés par une explosion des cours générée par des facteurs extérieurs, notamment la guerre en Ukraine) serait privilégié par la BNB". Pouvons-nous avoir votre point de vue sur cette mesure? Quels critères d'identification des surprofits seraient-ils employés dans le cadre de la proposition de taxation des surprofits que vous entendez présenter au gouvernement? Pouvons-nous savoir si cette proposition correspondra aux suggestions de la BNB?

 

En outre, pouvons-nous savoir quels acteurs du secteur de l'énergie seront-ils concernés? S'agira-t-il des exploitants de centrales nucléaires, des centrales à gaz et des producteurs d'énergie renouvelable? Dans quelle mesure cette initiative sera-t-elle adaptée aux gains générés par ces producteurs, ainsi qu'aux différents engagements qui les lient à l’État? À ce sujet, nous savons que le contrat qui lie ENGIE-Electrabel pose problème quant à une augmentation de la rente nucléaire et notamment de la contribution de répartition. De plus, le parc éolien jouit d'un soutien de l'État sous certaines conditions, un soutien qui, de l'avis de la CREG, devrait être réexaminé compte tenu des bénéfices perçus actuellement par les exploitants en cette période de crise des prix de l'énergie. Votre proposition permettra-t-elle de solutionner ces éléments problématiques? Le risque de recours devant les tribunaux peut-il être exclu?

 

Enfin, j'aurais souhaité en apprendre plus sur les avancées des travaux sur cette proposition. Les discussions au sein du gouvernement ont-elles commencé? Le cas échéant, sous quelle échéance pouvons-nous attendre la publication du texte? D'avance, je vous remercie pour vos éléments de réponse.

 

01.04  Christian Leysen (Open Vld): Er worden inderdaad grote winsten gerealiseerd door een aantal energiebedrijven.

 

De eerste vraag die we ons moeten stellen is of we dat niet zelf in de hand hebben gewerkt door schaarste in het aanbod te creëren. Uiteindelijk is een prijs het gevolg van vraag en aanbod. Als het aanbod verkleint en de vraag blijft stijgen, stijgen de prijzen, ook al probeert de overheid via subsidieregelingen de samenstelling van het aanbod te wijzigen.

 

De echte vraag is in feite of we niet aan overregulering in de energiemarkt aan het doen zijn. Ik verwijs daar naar het bijzonder interessante interview met professor Jan Eeckhout dit weekend in De Standaard. In Barcelona heeft hij een zeer goede reputatie en hij heeft daarnaast nationale en internationale aandacht gekregen met een paper over de marktmacht van Amerikaanse bedrijven. Hij zegt onder andere: "Ook concurrentie ondergeschikt maken aan strategisch belang is totaal verkeerd. Door het toedoen van een man in Moskou dreigen we nu terug te keren naar de jaren zestig. (…) Ingrijpen op de energieprijs is niet de oplossing. Dat maakt de marktontwrichting eerder erger dan minder erg en bovendien subsidieert men zo vuile fossiele energie." In Duitsland heeft uw collega een soort alarmkreet geuit, met de aankondiging tot het heropenen van de steenkoolcentrales.

 

In deze hele discussie is de vraag of overwinsten effectief de cruciale uitdaging zijn.

 

Ik begrijp de problematiek. In een normale markteconomie, die uiteindelijk onze welvaart gecreëerd heeft, zijn er bedrijven die winst willen maken maar die ook aanvaarden dat ze als het mislukt, als ze met hun product, diensten of hun inschatting van de markt verkeerd zijn, verlies kunnen maken. We zitten nu in een markt die we wat onder controle willen houden, met als gevolg dat alle bedrijven die daar opereren niet meer profit-seeking maar rent-seeking zijn. Zij willen wel iets doen, maar de staat moet hen garanderen dat ze minstens zoveel verdienen.

 

Mevrouw de minister, hoe ziet u dat? Wat denkt u van de analyse van professor Eeckhout?

 

De voorzitter: Vraagt nog iemand het woord in het kader van dit actualiteitsdebat? (Nee)

 

01.05 Minister Tinne Van der Straeten: Mijnheer de voorzitter, geachte leden, over dit topic hebben we het al vaker gehad, de recentste keer in de plenaire vergadering twee weken geleden, toen ik het rapport van de Nationale Bank ontvangen heb.

 

U hebt mij al uitvoerig ondervraagd over dit thema, dus de voorgeschiedenis van dit dossier is u wel bekend. Vanaf september of oktober, op het moment dat wij zagen dat de energieprijzen aan het stijgen waren, hebben we de CREG bevraagd. Initieel trokken de prijzen aan door het opflakkeren van de economie post-corona en de hogere vraag naar energie vanuit Azië. Mijnheer de voorzitter, ik vermeld dit, omdat ik er dadelijk op terugkom in antwoord op uw concrete vragen. De prijzen stegen systematisch en kenden daarna nog een verdere stijging naar aanleiding van de oorlog. Aan de CREG hebben wij steeds gevraagd om in kaart te brengen wat de mogelijke overwinsten zijn en ook welke de mogelijke risico's zijn. Wij vroegen of er in de energiesector spelers zijn die te maken hebben met grotere risico's.

 

De conclusie van die bevraging kent u ook, die heb ik al verschillende keren toegelicht en u hebt ook al een toelichting door vertegenwoordigers van de CREG gekregen. De conclusie luidt dat er wel degelijk overwinsten zijn. De CREG adviseerde ook om daaraan iets te doen.

 

Vervolgens werden wij geconfronteerd met het feit dat een overwinst juridisch noch economisch gedefinieerd is. Dat heeft ons ertoe gebracht een vraag te stellen aan de Nationale Bank om ons op dat punt te helpen.

 

Een Kamerlid vraagt wat de conclusie is van de Nationale Bank, of de Nationale Bank de overwinsten heeft berekend en gekwantificeerd. Het antwoord is nee, de Nationale Bank heeft dat niet berekend en niet gekwantificeerd. Het ligt niet in de bevoegdheid van de Nationale Bank, ook niet in haar expertise. Daarvoor hebben we de CREG, de regulator, aangezien die inzicht heeft in de kosten van exploitanten, in vaste en operationele kosten en waar de winsten tot terug te leiden zijn. Dat werk heeft de CREG gedaan. Aan de Nationale Bank hebben wij gevraagd om ons te helpen door handvaten, richtlijnen of criteria aan te reiken, opdat we dat kunnen aanpakken.

 

U weet dat wij daarnaast ook geconfronteerd zijn met andere aspecten ter zake, die ik ook al uitvoerig heb toegelicht. De voorgaande regering heeft overeenkomsten afgesloten met ENGIE Electrabel, waardoor er niet meer verder getaxeerd kan worden.

 

Les deux rapports - celui de la Commission de Régulation de l'Électricité et du Gaz (CREG) et celui de la BNB - confirment l'existence de bénéfices exceptionnels. La CREG a calculé les bénéfices de certains acteurs du marché et ces chiffres ont été partagés au sein de cette commission. La BNB a ensuite déclaré dans le rapport qu'elle nous a fourni qu'il serait approprié de les taxer. La Commission européenne et le régulateur européen ont déjà indiqué par le passé qu'une mesure redistributive était la moins dommageable pour le fonctionnement actuel du marché. Un certain nombre d'États membres ont d'ailleurs déjà opté pour une telle taxe.

 

Ik heb vorige keer ook gezegd waar wij momenteel naar kijken. We beschikken eigenlijk over de meeste gegevens om de hand te kunnen leggen aan een concreet voorstel. We kijken naar de technische en juridische haalbaarheid van een eenmalige crisisbijdrage en inspireren ons daarvoor op Italië. Daarover zijn we uiteraard in zeer nauw overleg met de diensten van de minister van Financiën en vicepremier Vincent Van Peteghem. Een belangrijk deel van de uitvoering van zulke belastingen komt uiteraard bij zijn diensten te liggen. De komende dagen zullen we verder overleggen. In eerdere dossiers hebben we al zeer succesvol samengewerkt, met name inzake de energienorm en de ontwikkeling van de accijns op de energiefactuur. We werken nu aan de herziening van die accijns en de accijnshervorming gecombineerd met de btw-verlaging. Alleszins ga ik eerst naar de regering met mijn voorstel, dus ik kan nog niet op alle details ingaan.

 

Ik wil nog wel antwoorden op een aantal concrete vragen.

 

Wat betreft de vraag over een tijdelijke versus structurele maatregel, de Nationale Bank is van oordeel dat een structurele maatregel eerder aan de orde zou zijn, maar dat er in afwachting daarvan ook aan een eenmalige maatregel kan worden gedacht. Momenteel bewandelen wij de piste van een eenmalige maatregel, maar ons structureel beleid is natuurlijk van dien aard om overwinsten te allen tijde te kunnen vermijden. Daarvoor verwijs ik naar de payback obligation in het kader van het CRM, dat eigenlijk preventief overwinsten uitschakelt. Er is ook de herziening geweest in het kader van wind op zee, voor de laatste parken. Dat had daar voor een stuk mee te maken.

 

Waarom is dan nu een eenmalige maatregel toch aan de orde? Omdat blijkt uit de gecombineerde rapporten van de CREG en de Nationale Bank dat de overwinsten zijn toe te schrijven aan die zeer hoge prijzen.

 

Wat betreft het overzicht van de producenten, die werden in kaart gebracht door de CREG en hier ook toegelicht. Ik wil daarbij wel een opmerking maken inzake de vraag naar overwinsten en bij welke producenten die er niet zijn. De CREG heeft niet voor alle producenten op dezelfde manier gerekend. In het kader van de gascentrales bijvoorbeeld werkt de CREG met een theoretisch model, op basis waarvan ze overwinsten afleidt. Ik heb aan de CREG verdere opvolging gevraagd om dat ook naar concrete casussen en centrales terug te brengen. Het is immers de bedoeling om met een robuust voorstel te komen.

 

Mijnheer de voorzitter, u vraagt of dit in de hand is gewerkt door schaarste te creëren. Ik sta enigszins perplex van die vraag. De prijzen stijgen eigenlijk sinds de zomer van vorig jaar. Er was geen schaarste in de zomer, er was wel een prijsprobleem. Er was een hogere vraag en die heeft tot hogere prijzen geleid, maar er was geen schaarste. Tot nu toe heeft geen enkel land binnen de Europese Unie gevraagd voor elektriciteit noch voor gas om het verbruik te verminderen, ook Duitsland niet. Duitsland heeft de alarmfase aangekondigd om een aantal maatregelen te kunnen nemen, bijvoorbeeld het uitschrijven van een besparingstender in de industrie. Niemand heeft vandaag echter opgelegd dat er vanwege een tekort minder verbruikt mag worden. Wel wordt aangemoedigd om het verbruik te verminderen als een preventieve maatregel, maar er is op zich geen schaarste. In België is er geen schaarste, in onze buurlanden evenmin.

 

De hoge prijzen voor de oorlog zijn verklaarbaar door de hogere energievraag in Azië, prijsgedreven, post-corona. Sinds de oorlog zijn de hoge prijzen verklaarbaar omdat president Poetin energie inzet als een wapen en de leveringen geleidelijk aan vermindert. We zien een zeer hoge volatiliteit op de markt.

 

Ik wil hier dan ook graag een link leggen met de EU-Raad, waaraan ik gisteren deelnam. De situatie in Oekraïne hebben we daar uitgebreid besproken. De Italiaanse minister van Energie herhaalde wat de eerste minister van Italië ook al vaak heeft gezegd: dit is een war economy, een oorlogseconomie. Daar zitten we vandaag in.

 

Er werd gevraagd of het aan de orde is om in te grijpen in de prijs. Het antwoord is volmondig: ja. In normale omstandigheden, met een normale marktwerking waarbij vraag en aanbod min of meer in evenwicht zijn, zou ik wegblijven van overheidsingrijpen. In de huidige context helpt de markt ons echter helemaal niet. De prijzen zijn vandaag historisch hoog omdat er aan de andere kant een dictator zit die energie inzet als wapen. Daarom zijn exceptionele maatregelen gepast. Het is nu dan ook absoluut wel aan de orde om in te grijpen in de prijs.

 

Om op dat punt door te gaan, ik heb het interview gelezen en ik vond het eigenlijk zeer interessant. Overigens, de commissie voor Energie heeft samen met de commissie voor Financiën ook al werkzaamheden opgestart om te bekijken of de marginale prijszetting, ook in normale omstandigheden, wel de juiste manier van prijszetting is.

 

Zorgt de marginale prijszetting die we kennen in normale omstandigheden voor bevoorradingszekerheid aan de ene kant en het halen van de groene doelstelling aan de andere kant? Op deze vraag kennen wij het antwoord wel. Voor bevoorradingszekerheid hebben veel lidstaten, inclusief België, een capaciteitsremuneratiemechanisme om ervoor te zorgen dat er voldoende investeringen zijn. Het marginale prijsmodel trekt vandaag onvoldoende capaciteit aan om te voorzien in bevoorradingszekerheid. Bovendien hebben of hadden bijna alle lidstaten voor het grootste gedeelte van de technologieën van hernieuwbare energie ondersteuningsmechanismen, bijvoorbeeld onder de vorm van contract for differences. Het marginaal prijsmodel zorgt er blijkbaar toch niet voor dat die doelstellingen gehaald worden.

 

We moeten sowieso nadenken over hoe ons prijsmodel eruitziet. In een oorlogssituatie moeten we wel ingrijpen in de prijs. Uiteraard moeten we dat doen op een verantwoorde manier. België is een van de voortrekkers op het Europese toneel, met de eerste minister op kop, voor het instellen van een gemeenschappelijk aankoopplatform, op basis waarvan de lidstaten hun vraag kunnen aggregeren. Zo kunnen gas, lng en in de toekomst waterstof onder de vorm van langetermijncontracten worden aangekocht, met een vaste prijsindex, namelijk de Henry Hub. Zo kunnen we stabiliteit creëren op de markt en een gezondere mix verkrijgen van korte- en langetermijncontracten. Dat is een zachte vorm van prijsregulering. De eerste minister heeft dit steeds verdedigd, afgelopen donderdag en vrijdag nog.

 

Een van de eerste maatregelen van deze regering was het uitgebreid sociaal tarief. 20 % van de Belgen heeft recht op het uitgebreid sociaal tarief. Dat wil zeggen dat 20 % van de Belgen altijd beschermd is geweest tegen de prijsstijgingen en zo armoede heeft vermeden. De KU Leuven en de Nationale Bank hebben hierover gezegd dat dit de meest efficiënte maatregel is. Het sociaal tarief is prijsregulering, dat is ingrijpen op de prijs en de prijs plafonneren voor een groep van kwetsbare gebruikers. De markt is een goede zaak, de markt heeft ons veel bijgebracht, maar de markt voorkomt armoede niet, de markt zorgt niet altijd voor bevoorradingszekerheid en de markt zorgt er niet altijd voor dat we de klimaattransitie kunnen realiseren. Daarvoor is beleid nodig dat de termijnen uitzet, dat de horizon uitzet en dat de markt het juiste duwtje in de rug en in de goede richting geeft.

 

Na deze parenthese wil ik ook zeggen dat als de markt zotte dingen doet en als er mensen zijn die historisch hoge winsten maken, op een moment dat een recordaantal Belgen zijn facturen niet kan betalen, wij inderdaad de plicht hebben om in te grijpen. We hebben dan inderdaad de plicht om met betrekking tot die overwinsten, waarvan de CREG berekend heeft dat ze een realiteit zijn en waarvan de Nationale Bank heeft aangegeven dat een belasting aan de orde is, net als de Europese Commissie, het ACER en het Internationaal Energieagentschap, te zoeken naar een mechanisme om dat te doen. Dat zal in eerste instantie een tijdelijke maatregel zijn, naar Italiaans voorbeeld.

 

01.06  Thierry Warmoes (PVDA-PTB): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, ik heb een repliek in twee tijden, vermits wij nu ook een debat hebben over de markt, wat niet echt gepland was.

 

Wij wachten nog steeds op uw concreet voorstel voor het belasten van de overwinsten. Dat was de inzet van de discussie hier. Het duurt reeds negen maanden. U hebt ze zelf opgesomd: CREG, Nationale Bank, Europa. Ik weet niet hoeveel groene lichten er reeds zijn. Nogmaals, ik wil graag weten wanneer het er komt. Het zal besproken worden door de regering, dat weten we al, maar u hebt geen datum gegeven. Ik hoop dat u daarvan echt wel werk zult maken en dat wij het de eerstkomende weken of dagen zullen zien. Ik dacht dat u zei vóór het reces. Wij zullen daarop dan nog eens moeten terugkomen. Veel meer kan ik daarover nu niet zeggen.

 

Dan kom ik aan het deel over de markt. Wij zeggen reeds langer dat niet alleen dat het marginaal prijsmodel niet goed is en niet werkt, de markt werkt niet. U maakt een volgens mij vrij kunstmatig onderscheid – u zei dat de markt ons niet helpt, daarmee ga ik volledig akkoord – tussen een normale werking en een abnormale marktwerking. Het aanbod is niet veranderd. De productiekosten zijn niet gestegen. Hetgeen nu gebeurt, is dus puur speculatie. De beurs werkt op basis van speculatie. Dat maakt nu eenmaal deel uit van die marktwerking. Een onderscheid maken tussen die twee lijkt mij een beetje kunstmatig.

 

Uiteraard hebben wij prijsregulering nodig. Wij steunen u daarin. Wij hebben zelf het voorstel gedaan om de prijzen te blokkeren. Ik kan u bijtreden in uw discours vandaag, maar u doet alsof er andere periodes zijn waarin de markt wel goed werkt. Daarover heb ik toch wel mijn twijfels.

 

Tot hier een aantal beschouwingen.

 

01.07  Leen Dierick (CD&V): Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister.

 

U hebt nog eens het algemene kader geschetst. Alle opgevraagde elementen, de studie van de Nationale Bank en het advies van de CREG, zijn er. Ik begrijp dat de concrete elementen uiteraard eerst binnen de regering besproken moeten worden. Ik heb begrepen dat er aan de vooropgestelde timing, dus voor de zomer, wordt vastgehouden. Ik kijk uit naar de volgende stappen, de beslissingen en de terugkoppeling naar het Parlement.

 

01.08  Daniel Senesael (PS): Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses. J'entends bien évidemment que vous réserviez la primeur au gouvernement.

 

Permettez-moi de vous adresser trois remarques. Tout d'abord, cette mesure relative aux surprofits doit être véritablement ambitieuse et engagée - on l'a dit et répété - le plus tôt possible. Ensuite, j'ajouterai que les recettes générées devront servir à renforcer les aides accordées actuellement à la population pour affronter la hausse des prix énergétiques. Enfin, l'accent devrait être mis sur la pérennisation - et j'insiste sur le mot - des mesures existantes: le tarif social, les baisses de TVA, la mise en place d'un tarif spécial pour la classe moyenne, par exemple.

 

Par conséquent, je compte sur vous pour que ces suggestions puissent trouver un écho favorable au travers de votre détermination.

 

01.09  Kurt Ravyts (VB): Mevrouw de minister, iedereen leest natuurlijk in de reactie van de Nationale Bank wat hij wil lezen. Ik heb daar vooral een heel genuanceerde benadering gelezen. De Nationale Bank zet het licht op groen, maar vraagt meteen ook om een evenwichtig voorstel uit te werken. Het staat ook zo letterlijk in de perstekst.

 

Mevrouw de minister, ik ben ervan overtuigd, ik heb daar wel een zeker vertrouwen in, dat u samen met uw collega Van Peteghem daarin zult slagen. Ik begrijp dat een aantal mensen heel ongeduldig is, maar de realiteit zal mij de komende weken gelijk geven. Ik vermoed trouwens dat u daarover gesprekken voert met de exploitant en dat er naar een compromis zal worden gezocht.

 

01.10  Kim Buyst (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, collega's, het was een heel uitgebreid antwoord en een heel uitgebreide discussie. Ik wil graag teruggaan naar de kern. De kern is dat de energieprijzen hoog zijn en dat heel waarschijnlijk nog een tijdje gaan blijven. Ik zie een federale regering die in eerste instantie gericht ingrijpt als het gaat over de kwetsbaarsten, door dat sociaal tarief uit te breiden. Daarnaast hoor ik een minister die reeds regelmatig heeft gezegd, en dat ook blijft herhalen, dat niemand zich mag verrijken op de kap van die energiecrisis.

 

Mevrouw de minister, ik hoor vandaag dat u inderdaad werk wilt maken van een belasting op – en ik wil dat toch nog eens onderstrepen – overwinsten. Dat is voor mij wel een verschil met hetgeen de voorzitter zei over winsten. Als er overwinsten zijn, moeten wij die inderdaad belasten.

 

Mevrouw de minister, u zegt dat u momenteel werkt op een eenmalige maatregel, maar dat u ook goed gelezen hebt in het advies van de Nationale Bank dat een structurele manier om dat te doen ook heel belangrijk is en dat u daarom de tijd wilt nemen om goed te bekijken op welke manier die eenmalige maatregel zo dicht mogelijk kan komen bij een eventueel structureel beleid.

 

We hebben een federale regering die alles in het werk stelt om de hoge energieprijzen zo goed mogelijk aan te pakken, in eerste instantie gericht en daarnaast kijkend naar structureel beleid. Dat juich ik alleen maar toe.

 

01.11  Christian Leysen (Open Vld): Ik heb mijn spreektijd gebruikt. Ik zal mijn reactie op de vraag of de overheden de abnormale marktwerking in de hand hebben gewerkt, dus niet verder toelichten. Het kan misschien onderdeel zijn van het tweede actualiteitsdebat.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02  Actualiteitsdebat over gas en toegevoegde vragen van

- Leen Dierick aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "Het noodplan voor aardgas" (55029043C)

- Kurt Ravyts aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "De waarschuwing van het IEA voor een volledige afschakeling van het Russisch gas" (55029084C)

- Kris Verduyckt aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "De impact op België van de alertfase van het noodplan voor gasbevoorrading in Duitsland" (55029133C)

02 Débat d'actualité sur le gaz et questions jointes de

- Leen Dierick à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "Le plan d'urgence pour le gaz" (55029043C)

- Kurt Ravyts à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "L'avertissement de l'AIE concernant une coupure complète du gaz russe" (55029084C)

- Kris Verduyckt à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "L’incidence sur la Belgique de la phase d’alerte du plan d’urgence pour le gaz en Allemagne" (55029133C)

 

02.01  Leen Dierick (CD&V): Mevrouw de minister, ik had heel wat vragen over het noodplan gas. Ik zou willen verwijzen naar de schriftelijke versie ervan, zodat wij meer tijd hebben voor de repliek.

 

Op vraag van de Europese Commissie beschikt elke Europese lidstaat, waaronder dus ook België, over een Noodplan Aardgas. Dit noodplan treedt in werking van zodra er gasproblemen ontstaan. Laten we vooral hopen dat we dit Noodplan nooit hoeven te gebruiken. Maar gezien de Oekraïnecrisis en de houding van Russisch president Poetin, die de gasbevoorrading gebruikt als geopolitiek wapen, kunnen we maar beter voorbereid zijn op het ergste zeker met de winterperiode in het vooruitzicht. Gelukkig is ons land slechts voor 4 procent afhankelijk van Russisch gas en is de haven van Zeebrugge een draagschijf voor de import van vloeibaar gas. Toch, zullen wij als België ook solidair moeten zijn met de andere EU-lidstaten waar de impact groter zal zijn wanneer president Poetin de gaskraan steeds verder dichtdraait. Duitsland heeft ondertussen de alarmfase van haar Noodplan afgekondigd.

 

Mijn vragen aan de Minister:

 

Kan u mij toelichten hoe het Noodplan Gas functioneert wanneer het inwerking treedt? Welke voorwaarden dienen afgevinkt te worden vooraleer het Noodplan effectief in werking treedt? Wie en wanneer (bedrijven, huishoudens, ziekenhuizen, nutmaatschappijen…) zal stelselmatig als eerste of als laatste zijn verbruik sterk moeten reduceren?

Hoe ziet de minimale gastoevoer aan onze bedrijven en gezinnen eruit wanneer het Noodplan in werking treedt?

U heeft de FOD Economie de opdracht gegeven 1.000 bedrijven te bevragen. De bedoeling zou zijn om tegen begin juli een zicht te krijgen op de individuele mogelijkheden en beperkingen van ondernemingen als het tot een gedwongen afschakeling komt. Kan u toelichten welke informatie u wil halen uit de bevraging? Hoe zal u aan de hand van de input uit deze bevraging het Noodplan verfijnen?

Hoe verloopt het overleg met betrokken stakelholders uit de indrustrie? Zij geven aan dat het huidige Noodplan te weinig rekening houdt met de specifieke impact op de verschillende soorten bedrijven. Kan u deze verschillende soorten bedrijven toelichten? Zal u kiezen voor een lineaire aanpak in het Noodplan dat voor alle bedrijven hetzelfde is of zal het Noodplan eerder op maat van de verschillende soorten bedrijven werken?

Voorziet u een financiële compensatie voor bedrijven die noodgedwongen dienen af te schakelen? Hoe zal deze compensatie er uit zien?

Hoe zal u iedereen voorbereiden op de invoering van het Noodplan Gas? Zal u op korte termijn een sensibiliseringscampagne opstarten met concrete tips om het gasverbruik zoveel mogelijk te verminderen, gelet op de verwachting van nog hogere gasprijzen?

Kan u mij het communicatieplan toelichten wanneer het Noodplan in werking treedt?

België voert vandaag al 3,5 keer het eigen verbruik uit naar Duitsland en Nederland. Is de maximumcapaciteit aan uitvoer vandaag bereikt voor ons land in kader van het Europese solidariteitsverplichting? Indien ja, wat zal dit betekenen voor de winterperiode wanneer we zelf meer gas nodig hebben?

Hoe staat het met onze eigen gasvoorraden vandaag? Zullen deze voldoende aangelegd zijn tegen de winter?

 

02.02  Kurt Ravyts (VB): Mevrouw de minister, de heer Wollants heeft u al ondervraagd over uw intentie om tegen de winter een gedetailleerder afschakelplan te maken. Het Internationaal Energieagentschap verklaarde ondertussen dat Europa klaar moet zijn voor een mogelijke volledige afschakeling van het Russisch gas. Het is duidelijk dat Rusland druk wil zetten op de aanvulling van de gasvoorraden in de EU.

 

U hebt vorige donderdag al geantwoord dat de solidariteit met Duitsland verhoogd werd. Het IEA sluit niet uit dat landen hun gasverbruik zullen moeten rantsoeneren. Het pleit ook onomwonden voor uitstel om de kerncentrales te sluiten. De sluiting van heel wat kerncentrales op internationaal vlak is immers niet direct zeer compatibel met de oorlogssituatie en de oorlogseconomie van vandaag.

 

Momenteel loopt uw onlinebevraging bij meer dan 1.000 bedrijven, die tot 3 juli online kunnen aangeven wat zij een aanvaardbaar minimumverbruik van gas vinden, welk soort gas ze precies gebruiken en waarvoor.

 

Mevrouw de minister, kunt u meer toelichting geven bij uw initiatief en bij de impact op België van een volledige afschakeling van het Russisch gas? Dat scenario is niet ondenkbeeldig. Wij zijn maar voor 4 tot 6 % afhankelijk, maar België is een doorvoerland van gas en er zal sowieso een impact op de prijs zijn.

 

02.03  Kris Verduyckt (Vooruit): Mevrouw de minister, de winter komt eraan en dan is het goed om eens de vergelijking te maken met andere landen. Duitsland heeft de tweede fase van het noodplan afgekondigd en Nederland zit in de eerste fase, de fase van early warning. In Frankrijk heeft de regering opgeroepen het energieverbruik in te perken. Zoals de heer Ravyts heeft opgemerkt, is België vooral een doorvoerland. Fluxys stelt ons gerust, want we beschikken over de terminal in Zeebrugge en pijpleidingen naar Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk. We zouden ons dus niet veel zorgen hoeven te maken. Anderzijds denk ik wel dat wanneer de buurlanden in de problemen komen, dat een gigantische weerslag op de prijzen kan hebben.

 

FEBEG stelde vandaag dat het een goed idee zou zijn om consumenten ertoe aan te sporen minder energie te verbruiken. Zult u consumenten oproepen hun energieverbruik te verminderen?

 

Wat het solidariteitsmechanisme betreft, heeft België vandaag een bilaterale overeenkomst? Wat zijn de mogelijke gevolgen van de problemen in de andere landen voor de gasbevoorrading en gasprijzen in België?

 

02.04  Daniel Senesael (PS): Madame la ministre, le 23 juin, l'Allemagne est passée à la phase deux d'alerte de son plan de crise d'approvisionnement en gaz naturel, en raison notamment de la baisse de 60 % des importations de gaz russe via le gazoduc Nord Stream 1. Ajoutons que neuf autres États membres de l'Union européenne sont entrés en phase 1 de pré-alerte. Si entre 4 et 6 % du gaz consommé en Belgique provient de Russie, la diminution progressive des importations russes risque d'avoir un impact sur le marché gazier européen auquel notre pays est fortement interconnecté et dont il est donc fortement dépendant.

 

Le plan d'urgence en cas de pénurie de gaz naturel de la direction générale Énergie du SPF Économie prévoit qu'en cas d'entrée en phase 3 (urgence), le gouvernement peut décider une réduction de la consommation, voire la déconnexion des utilisateurs finaux et, en premier lieu, de l'industrie raccordée au réseau de transport Fluxys. Cela regroupe les producteurs d'engrais, les cimenteries, les verriers, la pétrochimie et la sidérurgie par exemple. Viennent ensuite certaines centrales à gaz, puis les PME et les services de la fonction publique. Enfin, dans le scénario le plus grave, il peut procéder à la fermeture de parties du réseau principal qui impliquerait la déconnexion de particuliers.

 

Madame la ministre, jeudi passé, vous indiquiez que rien ne justifiait pour le moment une entrée en phase 1 (alerte précoce). Quels sont les critères en vigueur pour un tel passage? Quelle est votre évaluation du risque d'une entrée en phase 2 et en phase 3, compte tenu de la baisse des importations de gaz russe et de l'évolution du marché européen? Dans quelle mesure le REPower de l'Union européenne ainsi que les récentes décisions du Conseil européen relatives à la sobriété énergétique permettent-ils de prévenir ce risque?

 

Nous savons que le SPF Économie a entrepris un dialogue avec un millier d'entreprises pour affiner le plan d'urgence. Pouvons-nous avoir votre retour sur les modifications envisagées?

 

Enfin, la presse donne aujourd'hui quelques précisions quant aux modalités de la phase 3. Si la réduction de la consommation est décidée, quelques 120 entreprises raccordées directement à Fluxys, des hôpitaux et des ménages reliés au réseau de distribution seront obligés de consommer moins. Pouvez-vous nous indiquer précisément sous quelles conditions cela surviendrait? Quelles garanties seraient-elles apportées quant à la continuité et au bon fonctionnement des services hospitaliers? Quelles initiatives seraient-elles mises en place pour protéger nos concitoyens?

 

02.05  Christian Leysen (Open Vld): Mevrouw de minister, het thema sluit natuurlijk aan bij het voorgaande. Ik beken eerlijk dat ik geen antwoord heb op de moeilijke vraag of de overheden medeverantwoordelijkheid dragen voor de abnormale marktwerking. In ieder geval heb ik van u een stelling in dat verband gehoord, waar ik toch vraagtekens bij plaats. Ik verwijs naar Duitsland waar een groene minister de steenkooluitbating moet heropstarten, nadat de heer Schröder een planning had gemaakt om de kerncentrales te sluiten tegen 2030 en mevrouw Merkel de sluiting met tien jaar had vervroegd, waardoor Duitsland zich nu in een impasse bevindt. U kunt dan toch niet stellen dat het overheidsbeleid geen impact heeft op vraag en aanbod.

 

U hebt ook verklaard dat de regering bezig is met een heleboel ondersteuningsmechanismen. Laten we echter eerlijk zijn. Die werken niet in de goede richting op de prijsvorming. Wij subsidiëren immers heel veel. Wij hebben hoge prijzen, die we dan compenseren. Uw stelling om zowat 20 % van de bevolking een sociaal tarief toe te kennen, heeft niets te maken met prijsregulering. De maatregel heeft gewoon te maken met het subsidiëren post factum van de hoge prijzen en met het bestendigen van de hoge prijzen.

 

Laten we even naar de grond van de zaak gaan. Er is een heel grote bezorgdheid, niet alleen over de hoge prijzen, maar ook over de bevoorradingszekerheid. Wij kunnen wel stellen dat wij maar weinig gas hebben, maar we leven in de Europese Unie, waarin we niet alleen solidariteit moeten betonen met onze Duitse vrienden. Dat solidariteitsprincipe heeft niet alleen een politieke, maar ook een economische realiteit.

 

Ik hoop van u niet te horen dat de regering ermee bezig is of dat alles in orde komt. Laten we eerlijk zijn, er zullen lastige en moeilijke boodschappen worden uitgedragen wanneer vraag en aanbod niet in evenwicht zijn. Dat probleem is ruimer dan een waarbij de heer X of een of andere dictator in antwoord op het gegeven dat landen zijn gas niet meer willen, de kraan toedraait. In dat geval moeten wij de bevolking tijdig en duidelijk inlichten over de scenario's en de inspanningen die zij zal moeten leveren. Bovendien hebben ook de ondernemingen dan problemen, wat een impact zal hebben op de bevolking.

 

Bent u daarop voldoende voorbereid? Zult u daarover heel duidelijk communiceren?

 

02.06 Minister Tinne Van der Straeten: Hoe werkt het noodplan? Ik heb al geantwoord op gelijkaardige vragen in de commissievergadering van 15 juni. Mijn kabinet heeft bij de eerste tekenen van risico's op de bevoorradingszekerheid, onder andere op 25 februari, 5 april en 21 juni, de procedures opgefrist bij de andere regeringsleden in een interkabinettenwerkgroep. Op 7 april hebben we ook een online-infosessie voor de industrie georganiseerd, die door veel bedrijven gevolgd werd. Mijnheer Leysen, hopelijk is dat een antwoord op uw vraag, hoewel u niet tevreden bent met een antwoord dat ik ermee bezig ben. Ik ben ermee bezig.

 

Mijn administratie en Fluxys monitoren elke dag de situatie op de voet. Als iets de bevoorrading in gevaar kan brengen, adviseren zij mij over de impact en doen ze voorstellen omtrent mogelijke maatregelen. Dan wordt beslist of een van de drie mogelijke fases aangekondigd moet worden, met name early warning, alert of emergency.

 

Monsieur Senesael, les critères de décision pour cette phase sont les suivants.

 

Is de toevoer naar België fysiek in gevaar of zou die in gevaar kunnen komen?

 

Je parle d'une réduction des flows sur l'un de nos points d'interconnexion – qui sont au nombre de dix-huit en Belgique.

 

Ensuite, se pose la question de problèmes financiers d'un acteur de marché, parce qu'il doit se fournir sur un marché de gros, en tenant compte de prix qui sont très élevés. Il en résulte un risque, sinon de faillite, en tout cas de difficultés financières. Dans de telles circonstances, cela signifie qu'un acteur de marché se retire du jeu, avec un risque pour la sécurité d'approvisionnement.

 

En outre, nous examinons la situation et les décisions prises dans les pays qui nous entourent, et regardons si un pays voisin a fait appel à la solidarité.

 

Ces critères sont évalués chaque jour par mon administration et par Fluxys et peuvent faire en sorte qu'une des phases soit engagée. Aujourd'hui, nous ne l'avons pas encore fait puisque nous ne nous trouvons pas dans une telle situation.

 

De verplichte vermindering van het verbruik in de laagste fase en in de hoogste fase van nood, dus de fase van emergency, is ook opgenomen in de maatregelen van het noodplan. Dat is ook de fase waarin beslissingen door het Nationaal Crisiscentrum worden genomen, samen met de minister van Binnenlandse Zaken. Dat wordt pas in allerlaatste instantie ingeroepen, als er echt te weinig gas in ons systeem komt.

 

Ik wil ook beklemtonen dat het systeem voor gas inherent afwijkt van het systeem voor elektriciteit. Bij elektriciteit gaat het over zones, vooral in landelijke gebieden, die daadwerkelijk worden afgeschakeld zonder dat een onderscheid tussen afnemers in die zones wordt gemaakt. De regelgeving voor gas zit fundamenteel anders in elkaar. Daar is duidelijk bepaald wie de beschermde afnemers zijn, met name de huishoudens. Dat betekent dat in extreme condities, als er te weinig gas is, de verwarming van de huishoudens moet worden gegarandeerd. Ter herinnering, 50 % van ons gasverbruik zit bij de gezinnen. Het grootste deel van het gas wordt voor verwarming gebruikt.

 

De niet-beschermde afnemers zijn de industrie, de nijverheid en de commerciële activiteiten. Bij de activatie van ons noodplan zullen zij een instructie krijgen om hun gebruik te verminderen.

 

Ik heb vorige keer uitgelegd dat het huidige noodplan gaat over een procentuele vermindering opdat er voldoende gas in het systeem blijft om de beschermde afnemers en prioritaire klanten, zoals de hulpdiensten en elektriciteitscentrales, te kunnen blijven bevoorraden.

 

In het huidige noodplan werd een minimale flow berekend voor de afnemers op het transportnet. Die wordt individueel berekend op basis van het historische minimumverbruik van elk van die bedrijven. Voor de andere afnemers, zoals individuele afnemers op het distributienet, zijn er nog geen targets voor minimale gastoevoer.

 

Op mijn vraag doet mijn administratie momenteel een consultatie, waarbij alle bedrijven de kans krijgen om feedback over die berekende minimumflow te geven. Er wordt ook gepolst naar de andere technische mogelijkheden van die bedrijven, waaronder de snelheid waarmee veilig kan worden verminderd.

 

De consultatie herinnert de bedrijven eraan dat zij in principe een eigen nood- en veiligheidsplan moeten hebben, waarin een onderbreking van de elektriciteit- en gastoevoer altijd kan.

 

We vragen ook wat het effect kan zijn op het stroomverbruik en of de bedrijven op alternatieven kunnen overschakelen.

 

Op basis van die informatie zal het noodplan worden aangepast. Wij willen daarmee klaar zijn tegen de winterperiode van 2023. Dat betekent dat we na de zomer aan de slag gaan met de input.

 

Ter parenthese, ook de Europese Commissie heeft gisteren op de Energieraad aangegeven dat zij haar regelgeving inzake haar contingency planning of noodplanning onder de loep zal nemen, omdat de noodplannen natuurlijk niet zijn ontwikkeld op basis van een oorlogssituatie, maar op basis van een andere crisissituatie, bijvoorbeeld een brand ergens, waardoor er een tijdelijke onbeschikbaarheid is en er tijdelijk moet worden ingegrepen. De plannen zijn echter niet op maat van een langdurige onderbreking.

 

Ik maak even de vergelijking met onze buurlanden, die wel zijn overgegaan tot de fase van early warning, en met Duitsland dat overgegaan is tot de alarmfase. Duitsland heeft dat gedaan wegens de vermindering van de gastoevoer via Nord Stream I. Volgens Rusland is de toevoer verminderd omdat er een onderhoud moet gebeuren. Niemand gelooft dat. Gisteren is op de Raad ook opgemerkt dat het om een politiek spel gaat. Er wordt niet geloofd dat er ook effectief een onderhoudsprobleem is, maar dat het echt een keuze is van Poetin om de flows te verminderen. Er is dus minder toevoer richting Duitsland, waardoor de aanvulling van de voorraden in Duitsland in het gedrang komt.

 

Elke lidstaat van Europa wil goed voorbereid de winter in gaan, dus met gevulde voorraden. Duitsland heeft bijgevolg de alarmfase afgekondigd om de maatregelen in die fase te kunnen activeren, gas te kunnen sparen, een besparingstender te kunnen uitschrijven bij bedrijven en kolencentrales extra te laten produceren, zodat het beschikbare gas prioritair naar de voorraden kan gaan, teneinde maximaal beschermd de winter in te kunnen gaan.

 

Hetzelfde geldt voor Nederland. Ik heb met mijn beide collega's uitvoerig contact. Ook zij hebben de fase van early warning getriggerd, om de productie op steenkoolcentrales te kunnen invoeren.

 

We zien dus dat de fases in de noodplannen worden getriggerd om zich preventief voor te bereiden op de winter. Wij onderzoeken ook welke bijkomende maatregelen wij moeten nemen ter voorbereiding van de winter.

 

We bevinden ons ondertussen natuurlijk in een andere logica dan een aantal maanden geleden.

 

Mevrouw Dierick, wanneer u mij vraagt of ik een noodplan kan opstellen waarvan geen enkel bedrijf negatieve gevolgen zal ondervinden, dan kan ik dat niet beloven. Ik doe er echter wel alles aan om zo goed mogelijk voorbereid te zijn. Daarom hebben wij op 31 maart 2022 het ministerieel besluit inzake het noodplan aardgas genomen en heb ik hier het wetsontwerp voorgelegd, om de gasvoorraad versneld aan te vullen.

 

Collega's, ik kan u ook meegeven dat wij, doordat het ontwerp hier heel snel is goedgekeurd – herinner u dat wij heel hard hebben gewerkt –, een maand voorsprong hebben op het schema inzake de aanvulling van de stocks in Loenhout.

 

Wij evalueren elke dag. We actualiseren ons noodplan. We moeten inderdaad voorbereid zijn op alle fronten. We mogen niets aan het toeval overlaten, zeker niet in een oorlogssituatie waarin gas wordt ingezet als wapen.

 

Ik herinner u eraan, collega's, dat we al in april de bewustmakingscampagne Ik heb impact! hebben gelanceerd. Waarom hebben wij dat gedaan? Dat was de periode van de roebelkwestie. Toen heeft Poetin gezegd dat het gas wordt afgesloten van wie niet in roebels betaalt. Toen was er een reële vrees dat de flows zouden verminderen. Wat hebben wij toen gedaan? We hebben onmiddellijk die campagne gelanceerd, omdat als er werkelijk een onderbreking of een vermindering aan de orde kwam, wij veel strikter zouden moeten zijn en zouden moeten overgaan tot een verplichte reductie bij onze bedrijven.

 

Slim omgaan met energie is vandaag belangrijker dan ooit. Dat is de reden waarom de Europese Commissie gisteren in de Energieraad zei dat ze zal werken aan een globaal plan om de vraag te verminderen.

 

Ik heb vanmorgen de cijfers gekregen van Fluxys. Het gasverbruik in de periode 1 januari-26 juni is in vergelijking met dat van de eerste zes maanden van vorig jaar met 18,5 % gedaald. Laten we kijken naar de verschillende segmenten. In de industrie werd -11 % verbruikt. De reden daarvoor is dat het verbruik integraal samenvalt met de prijs. Wat zien we? Zodra de gasprijs voor de industrie te hoog is, zal die het verbruik verminderen. De industrie reageert op de prijssignalen. Zij doet een soort arbitrage aan de hand van de vraag of men nog kan produceren of niet.

 

De elektriciteitscentrales verbruikten 26,45 % minder gas. Reden daarvoor is de beschikbaarheid van nucleaire energie. Wij zitten niet in de Franse situatie, waar 56 % van het nucleaire park onbeschikbaar is. Wij zitten in de Belgische situatie, waar de beschikbaarheid hoger is. Bovendien is er hernieuwbare energie beschikbaar. Wij hebben vandaag op de Noordzee een eerste zone die volledig operationeel is. Natuurlijk zijn er ook de export en de import.

 

Op het distributieniveau, de huishoudens, zien wij een vermindering van het gasverbruik met 18,33 %, dankzij de temperaturen en een gedragsverandering waarbij de verwarming lager gezet wordt.

 

Hieruit leren we, ten eerste, dat onze industrie kwetsbaar is en dat er een risico is op inflatie en vertraging van de economie. Fuel switch is dus ook voor de industrie heel belangrijk: er moet worden nagegaan hoe we de op fossiele brandstoffen gebaseerde industrie kunnen doen overschakelen op andere bronnen, zoals groene waterstof.

 

We stellen, ten tweede, een versnelling van de energietransitie vast in onze elektriciteitsbevoorrading. Eén zone in de Noordzee volstaat niet. De tweede zone moet er zo snel mogelijk komen en aangesloten worden. Infrastructuurprojecten die zo dringend zijn, mogen niet nog meer vertraging oplopen.

 

Ten derde, bij de gezinnen helpen gedragswijzigingen. Een van de aanbevelingen uit de campagne Ik heb impact!, namelijk de temperatuur 1 graad lager zetten, werkt. Dat levert zowel energiebesparing als energie-efficiëntie op. Onze woningen moeten efficiënter worden verwarmd en beter geïsoleerd om voorbereid te zijn op de schokken.

 

Mijnheer Ravyts, uw vraag wat er gebeurt, is niet eenvoudig te beantwoorden. Er kunnen namelijk veel elementen meespelen. Alles wordt op Europees niveau gemonitord, geanalyseerd en gesimuleerd door de Gas Coordination Group, ondersteund door de Europese samenwerking van netbeheerders ENTSOG en ENTSO-E. Wanneer blijkt dat er een onderbreking optreedt bij de toelevering van Russisch gas, zal het niet voor alle Europese landen mogelijk zijn om de voorraden tegen de winter aan te vullen. België, Frankrijk, Spanje en Portugal zullen geen probleem hebben om de gasvoorraden tijdig aan te vullen, maar een land als Duitsland wel. Dat is de reden waarom Duitsland de alarmfase heeft afgekondigd om een maximumhoeveelheid gas prioritair naar de voorraden te kunnen sturen.

 

Wij bevinden ons aan de goede zijde van Europa, namelijk zonder rechtstreekse pijpleidingen naar Rusland. Wij kunnen via Zeebrugge rekenen op zeer veel invoercapaciteit vanuit Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en van over zee met lng. Er komt 3,5 keer meer gas toe dan dat we in België verbruiken, en dat we ook massaal uitvoeren naar Nederland en Duitsland.

 

Mijnheer Verduyckt, onze leidingen naar Duitsland werken vandaag al 50 % boven hun gegarandeerde maximum.

 

Wat de monitoring en analyse betreft, heeft de Europese Commissie gisteren gezegd dat ze die nog verder zal versterken om maximaal voorbereid te zijn. Duits minister van Energie Habeck heeft mij in april gecontacteerd met een voorstel van bilaterale overeenkomst, zoals ingeschreven in de gasbevoorradingszekerheidsverordening van 2017. De CREG, Fluxys en mijn administratie hebben dat geanalyseerd en melden me dat er nog wat juridische, technische en financiële hiaten in het voorstel zitten. Vooral artikel 14 van de Duitse Grondwet zorgt ervoor dat de financiële regeling in de overeenkomst niet gegarandeerd is. Ik heb dat aan minister Habeck laten weten.

 

Wel kijken we in het Benelux-samenwerkingsverband of we een solidariteitsovereenkomst kunnen sluiten tussen de drie landen van de Benelux.

 

Mijnheer Verduyckt, wat de technische aspecten betreft, is de gegarandeerde vaste capaciteit van het interconnectiepunt met Duitsland 22,6 gigawattuur (GWh), maar er wordt momenteel 13 GWh extra capaciteit op onderbreekbare basis ter beschikking gesteld. Ik heb ook begrepen dat Duitsland niet méér capaciteit kan ontvangen. Dat wil zeggen dat wij, aan onze kant van de grens, meer zouden kunnen sturen, maar aan de andere kant van de grens zijn ze niet in staat om meer te ontvangen.

 

De analyses van wat een onderbreking van de gasbevoorrading vanuit Rusland zou betekenen voor de elektriciteitsbevoorrading, zijn volop aan de gang. De twee zijn immers inherent gelinkt. De verschillen tussen de lidstaten van de Europese Unie zijn ook heel groot. Die analyses worden op Europees niveau uitgevoerd door ENTSO-E en ENTSOG gezamenlijk. In elk geval worden er voor de komende zomer geen problemen verwacht; de resultaten van de simulaties voor komende winter worden in september verwacht.

 

De impact op de prijzen is moeilijk in te schatten. De gebeurtenissen en de aankondigingen van de vorige weken hebben ertoe geleid dat de prijs op onze trading hub in Zeebrugge, de ZTP, gestegen is van 70 euro per MWh naar 115 euro per MWh. Bij het begin van de oorlog in maart werden piekprijzen tot 240 euro per MWh bereikt.

 

Samengevat, collega's, de situatie wordt op de voet gevolgd en gemonitord. Daaruit volgen de beslissingen, die nodig zijn. Ik hoor, zie en lees de oproepen om de vraag te verminderen. Dat is uiteraard cruciaal. De Europese Commissie zorgt voor een gecoördineerd plan om dat op Europees niveau aan te pakken. Uiteindelijk moeten we allemaal samen het gas zo goed mogelijk verdelen om er maximaal voor te zorgen dat onze gezinnen kunnen blijven verwarmen, zonder dat we daarmee onze economie schade toebrengen. Dat is een uitdagende oefening, die alleen kan slagen als we er lessen uit trekken. We moeten onze fuel switch, de omschakeling naar andere, propere bronnen, versnellen, zodat we de problemen zowel op korte als op middellange termijn oplossen.

 

02.07  Leen Dierick (CD&V): Niemand kon voorspellen dat de gasbevoorrading als geopolitiek wapen gebruikt zou worden. Gelukkig is ons land niet al te afhankelijk van Rusland, voor slechts 4 %, en gelukkig is er ook de haven Zeebrugge, die zeer belangrijk is voor de gassector.

 

Toch moeten we ons voorbereiden op het allerergste. Van een noodplan hoopt men altijd dat men het niet hoeft te gebruiken. Daarom is het belangrijk om het te actualiseren. Het is goed dat er een bevraging is geweest bij de bedrijven, zodat we met hun informatie aan de slag kunnen gaan met het oog op de actualisatie van het noodplan. Ik kijk dus uit naar de verdere stappen.

 

Ook de communicatie is zeer belangrijk. Er is al een bewustmakingscampagne georganiseerd, maar herhalen, herhalen, herhalen moet hier echt de boodschap zijn. Er moet dus nog extra communicatie gebeuren, wanneer het noodplan op punt staat, zodat de bedrijven en de burgers helemaal mee zijn.

 

02.08  Kurt Ravyts (VB): Dank voor uw gestoffeerde antwoord. Ik ben alvast tevreden dat ik een aantal goede vragen heb gesteld.

 

Het is voor u inderdaad een kwestie van jongleren en dansen op de slappe koord. U doet dat samen met de actoren op EU-niveau en ik heb vertrouwen in de monitoring. Maar in de huidige gascrisis – ik doe geen uitspraken voor de toekomst –, is er mijns inziens geen ruimte voor de koolstoftaks, waar sommigen in de vivaldiregering bij het begin van de legislatuur om riepen.

 

Ik ben er mij van bewust dat we in de toekomst, in het licht van energieonafhankelijkheid, moeten inzetten op hernieuwbare energie en volgens mij ook op kernenergie van de nieuwste generatie. Ik hoop wel dat men de transitie echt sociaal houdt en dat men op dit moment niet te veel spreekt van prijssignalen.

 

02.09  Kris Verduyckt (Vooruit): Ik zou de minister willen danken voor de duidelijke informatie over onze situatie en die in Nederland en Duitsland. Zo begrijpen we ook waarom daar vandaag met koolcentrales gewerkt moet worden. Op zich is dat voor de groene Wende op energiegebied een lastig gegeven, al is die voor mij altijd een voorbeeld geweest qua langetermijnplanning op het vlak van energie.

 

Het is wel pijnlijk dat men door een oorlog aan onze buitengrenzen de energiebevoorrading door kolencentrales opnieuw boven moet halen, maar feit blijft dat men daar wel over de langere termijn heeft nagedacht. U had ook naar Frankrijk kunnen verwijzen, waar men vandaag ook oproept om minder energie te verbruiken. De reden daarvoor is het niet-functioneren van heel wat kerncentrales. Hoe dan ook blijft het een pijnlijke vaststelling.

 

Mijnheer Ravyts, u plaatst vraagtekens bij de koolstoftaks in het kader van de groene taxshift, maar ik mag toch hopen dat wij het klimaatprobleem vandaag niet helemaal aan de kant schuiven vanwege de problemen die er zijn, ook al is het heel lastig. Als straks immers uw huis scheurt of onder water loopt, dan hebt u geen boodschap aan uitstel. We zitten in een lastige situatie in Europa door de oorlog en de hoge energieprijs, maar we mogen niet vergeten dat de klimaatopwarming wat mij betreft boven aan de agenda moet blijven staan, ook al gaat het bijzonder moeilijk.

 

Ik stel vast dat onze gezinnen er toch in slagen om 18,5 % minder gas te verbruiken en dat is een knappe prestatie, die toe te juichen is. Hopelijk zal het niet betekenen dat gezinnen de komende winter in de kou zitten, omdat zij het financieel moeilijk hebben. Wij moeten daar oog voor blijven hebben. De regering heeft ook maatregelen genomen om de OCMW's wat extra ademruimte te geven om die gezinnen bij te staan.

 

Tot slot, u zegt dat de solidariteit van België met Duitsland maximaal is, mevrouw de minister. Er is ook werk voor de Benelux Interparlementaire Assemblee. Die zal het nog druk krijgen, want ze moet zich ook buigen over telewerk door grensarbeiders, waarover ik zopas nog een vraag heb gesteld. Dat is op zich niet erg, want samenwerking is altijd een goede zaak.

 

02.10  Thierry Warmoes (PVDA-PTB): Mevrouw de minister, u verheugt zich blijkbaar, net als de heer Verduyckt, over de besparing van de huishoudelijke sector met 18 %. U gaat voorbij aan het feit dat mensen dat noodgedwongen doen omdat de prijzen gewoon onbetaalbaar zijn geworden. Dat is eigenlijk een gedwongen besparing. Dat is niet zo positief. Ik kan u wel volgen in het belang van besparing en isolatie. Bij de Bond Beter Leefmilieu ging het daar vorige week over. Er moet effectief een derde-betalersysteem komen om dat mogelijk te maken. Zo positief vind ik dat niet.

 

Ik geef graag nog enkele beschouwingen mee.

 

De situatie is nu toch wel te gek. Er is in principe genoeg gas. Sommige landen produceren nu meer elektriciteit met kolencentrales en bruinkool. Eigenlijk bewijst die situatie nu dat de oorlog zo snel mogelijk moet stoppen. Die is voor niemand meer houdbaar. Er is bevoorradingszekerheid, maar de hoge prijzen zijn er. Die treffen volop de werkende klasse. Het is tijd voor diplomatie en er moet een einde komen aan de escalatie van sancties en wedersancties. Die werken niet en doen alleen de werkende klasse betalen.

 

De PVDA is altijd voor doelgerichte sancties geweest tegen de Russische oligarchie, maar tegen dit soort algemene sancties. De situatie vandaag is echt niet te doen en dat moet stoppen, zowel de oorlog in Oekraïne als de hele internationale context die daarmee gepaard gaat.

 

02.11  Kris Verduyckt (Vooruit): De heer Warmoes zegt dat ik mij verheug om het feit dat mensen minder gas verbruiken. Ik heb de afgelopen maanden in Limburg heel wat Energiecafés gedaan. Ik ben met heel wat mensen in gesprek gegaan over hun energieverbruik. Er zijn inderdaad mensen die noodgedwongen hun verbruik beperken. Er zijn ook best veel mensen die vandaag kijken naar hun energieverbruik en op zoek zijn naar tips om minder energie te verbruiken. Zij komen tot de vaststelling dat dat op zich mogelijk is. We moeten toejuichen dat mensen die maatregelen nemen. Het eenzijdige beeld dat u hier probeert voor te stellen, alsof ik mij zou verheugen omdat mensen hun verwarming uitzetten, klopt dus absoluut niet met de realiteit.

 

02.12  Christian Leysen (Open Vld): De realiteit is soms wat complexer dan de ideologische denkbeelden van de ene of andere.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

03 Questions jointes de

- Thierry Warmoes à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "Le traité sur la Charte de l’énergie (Energy Charter Treaty)" (55028470C)

- Kurt Ravyts à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "Le compromis trouvé dans le cadre de la réforme du traité sur la Charte de l’énergie" (55029153C)

03 Samengevoegde vragen van

- Thierry Warmoes aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "Het Energiehandvestverdrag (Energy Charter Treaty)" (55028470C)

- Kurt Ravyts aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "Het bereikte compromis m.b.t. de hervorming van het Energy Charter Treaty" (55029153C)

 

03.01  Thierry Warmoes (PVDA-PTB): Mevrouw de minister, op 22 april vond de twaalfde onderhandelingsronde over het Energiehandvestverdrag plaats. Dat verdrag is vooral bekend – of eerder berucht – omdat het multinationals toelaat overheden aan te klagen als een overheidsbeslissing de winsten van de multinationals bedreigt. Het verdrag is dus een serieuze bedreiging voor de energietransitie. Zo diende de Duitse energiemultinational RWE een claim van maar liefst 1,4 miljard euro in tegen de Nederlandse overheid toen die besliste om alle kolencentrales te sluiten tegen 2030.

 

Het Energiehandvestverdrag hangt als een zwaard van Damocles boven regeringen. Als zij werk maken van een daadkrachtige energietransitie, dan dreigen de fossiele giganten met megaclaims; 97 % van de claims werd ingediend door de fossielebrandstofindustrie. Ook ENGIE Electrabel diende in Hongarije een schadeclaim in toen de overheid daar de energieprijzen probeerde te reguleren. Ook sociaal is dat energiehandvest dus schadelijk.

 

Een van de hete hangijzers van het verdrag is het ISDS-mechanisme, voluit Investor-State Dispute Settlement, een clausule die bedrijven de macht geeft om staten aan te klagen. Tot nu toe was uw positie en die van de regering dat u een herziening van het verdrag vroeg. Na pakweg vijftien onderhandelingsrondes kunnen we echter niet anders dan vaststellen dat de onderhandelingen mislukt zijn. Het huidige compromis is voor ons onvoldoende.

 

Het middenveld en de vakbonden roepen al langer op om uit het verdrag te stappen. Gezien de mislukking van de onderhandelingen krijgt die oproep almaar meer gehoor. Duitsland, Nederland, Polen en Spanje hebben recent aan de Europese Commissie gevraagd om te onderzoeken hoe een geplande terugtrekking uit het verdrag kan plaatsvinden, en ook Frankrijk riep al op om uit het verdrag te stappen.

 

Hoe evalueert u het compromis dat uit de onderhandelingen kwam? Noopt dat u om van positie te veranderen?

 

Steunt u de oproep van een aantal landen om de uitstap uit het verdrag te onderzoeken?

 

Welke positie verdedigt België? Bent u ook van oordeel dat het compromis veel te zwak is? Is België van plan om uit het verdrag te stappen?

 

03.02  Kurt Ravyts (VB): Mevrouw de minister, de werkelijkheid is grijs, zoals het haar van de voorzitter, en bestaat uit het sluiten van compromissen. Ik weet niet hoe de vraagsteller bij uitstek over dit thema, de heer Cogolati, de uitkomst evalueert, maar na vijftien moeizame overlegrondes werd op vrijdag 24 juni 2022 een akkoord bereikt over de hervorming van het Energy Charter Treaty.

 

Men probeert daarmee een modernisering door te duwen, maar blijkbaar lag een herziening van het arbitragesysteem nooit echt op tafel. Het compromis dat werd bereikt, geeft landen de optie de bescherming van fossiele investeringen uit te faseren, weliswaar ten vroegste vanaf 2033. Ook daar wordt er dus getemporiseerd. Het ziet er dus niet direct naar uit dat de wereldwijde investeringen in kolen, gas en olie de komende jaren drastisch zullen worden teruggeschroefd, mijnheer Warmoes. Dat is een realitycheck. Het compromis breidt de bescherming bovendien uit naar nieuwe technologieën, zoals biomassa, waterstof en koolstofopvang en -opslag.

 

Het akkoord moet natuurlijk worden goedgekeurd door de Europese Raad en het Europees Parlement, dat gewoontegetrouw veel radicaler is en waar een meerderheid zich vorige week uitsprak voor een exit uit het verdrag.

 

België vroeg het Europees Hof van Justitie of het Energy Charter Treaty verenigbaar is met het EU-recht, maar het Hof wilde de hervormingen afwachten. Nu daar duidelijkheid over is, kan België in principe de vraag opnieuw stellen. Het antwoord is al door een meerderheid in het Europees Parlement gegeven, ik zal mij daar als oppositielid niet over uitspreken, maar ik ben natuurlijk wel benieuwd wat uw opstelling en die van de regering is. Uw voorgangster wilde absoluut niet weten van een exit uit het verdrag.

 

Hoe evalueert u het compromis? Welke stappen zal België in het dossier nog zetten, want de onderhandelingen zijn natuurlijk door de EU gevoerd?

 

03.03 Minister Tinne Van der Straeten: Collega's, het Energiehandvestverdrag (ECT) is een controversieel verdrag met heel wat pijnpunten. De bekendste zijn de arbitrageprocedures, de beknotting van het right to regulate en de bescherming die het biedt aan investeringen in fossiele energiebronnen.

 

We kunnen daarop op twee manieren reageren: ofwel door zo snel mogelijk uit het verdrag te stappen, met zo weinig mogelijk collateral damage, ofwel door te moderniseren en een instrument te creëren dat ons helpt om de klimaatdoelstellingen te behalen in plaats van ze tegen te werken. U weet dat ik tot nog toe altijd beide opties aangehouden heb omdat men zich als betrouwbare partner constructief opstelt en omdat ik ervan overtuigd ben dat men met een dialoog resultaten kan boeken. Uiteraard moet het resultaat dan worden geëvalueerd.

 

De landen die zich eerder al kritisch hebben uitgelaten, zoals Duitsland, Nederland, Polen en Spanje, zijn allemaal actief betrokken gebleven bij de onderhandelingen. Nu is er een principeakkoord bereikt dat in finale teksten moet worden omgezet.

 

Uit de input die ik heb gekregen van mijn administratie en van de Europese Commissie, zijn er zeker stappen vooruit gezet.

 

De bescherming geboden door het verdrag wordt uitgebreid naar hernieuwbare energiebronnen en -dragers, zoals waterstof, biogas en ReFuNoBiO's. Voor de Europese Unie en de lidstaten die daarvoor opteren, komt er een fossil fuel carve-out. Dat wil zeggen dat de investeringen in fossiele energie vanaf 15 augustus 2023 niet langer bescherming genieten. Voor bestaande investeringen is er een overgangstermijn van tien jaar, die begint te lopen 90 dagen na de jaarlijkse conferentie die is gepland op 22 november 2022. Er komt ook een vijfjaarlijks videomechanisme dat moet garanderen dat het verdrag relevant blijft. De modernisering voorziet in een duidelijker omschrijving van wie aanspraak kan maken op investeringsbescherming. Daarbij wordt ook meer ruimte gecreëerd voor overheden door hun right to regulate beter in te vullen. Daarnaast wordt ook voorzien in strengere criteria en meer transparantie in de geschillenbeslechting. Binnen de EU zullen arbitrageprocedures ook niet meer mogelijk zijn. Daarmee wordt tegemoetgekomen aan de opmerkingen van het Europees Hof van Justitie. Wat betreft duurzame ontwikkelingen zijn er duidelijke referenties naar de ILO-conventies en het akkoord van Parijs.

 

Zoals gezegd zijn er stappen gezet, maar er zijn nog heel wat bezorgdheden die niet of slechts beperkt aangepakt lijken te zijn. Daarbij denk ik aan de volgende drie zaken.

 

Ten eerste, bescherming van bestaande fossiele investeringen voor ten minste tien jaar. Laat dit nu net de periode zijn waarin het grootste gedeelte van de fossiele investeringen in Europa moet worden uitgefaseerd. Wij moeten dus heel grondig bekijken of dit onze doelstellingen intra-Europees, onze bescherming, niet in gevaar brengt.

 

Ten tweede is er de mogelijkheid tot ontwijking van het verbod tot arbitrageprocedures binnen de EU door derdelanden in te schakelen. Dat gebeurt nu enkel binnen de EU.

 

Ten derde is er de impact die het verdrag heeft op de realisatie van het akkoord van Parijs in de rest van de wereld.

 

Of het vernieuwde ECT werkelijk voldoet aan de vereiste wijzigingen om duurzame ontwikkeling en klimaatneutraliteit te ondersteunen, zal op zich pas beoordeeld worden als er een finaal voorstel tot vedragswijziging op tafel ligt. Ik verwacht dat eind augustus.

 

België heeft er in het onderhandelingsproces sterk op aangedrongen dat het voorstel van de gewijzigde verdragstekst zo snel mogelijk publiek gemaakt wordt. Hierover is een open en democratisch debat nodig. Om het vernieuwde akkoord te kunnen afsluiten, zal de Commissie een procedure ter ondertekening en ter afsluiting van de overeenkomst moeten starten, waarvoor de goedkeuring van de Raad en het Europees Parlement vereist zijn. Het is binnen die procedure dat ons land op basis van de finale tekst een standpunt zal innemen, samen met onze Europese partners.

 

Ik kan u zeggen dat gisteren bij het punt ‘diversen’ op de agenda van de EU-Raad Spanje, Nederland en Duitsland zich uiterst kritisch hebben uitgelaten over de resultaten van de onderhandelingsronde. Zij hebben met name alle drie, los van elkaar, of misschien geïnspireerd door elkaar, grote vraagtekens geplaatst bij de tekst, namelijk of hij wel in lijn is met het akkoord van Parijs.

 

Wat onze eigen positie betreft, ben ik van mening dat de onderhandelingen nu voorbij zijn en dat we nu moeten evalueren. Wij zullen de mogelijkheid van een gecoördineerde uitstap op Europees niveau verder moeten onderzoeken, zeker als we tot de conclusie komen dat het resultaat van het moderniseringsproces niet volstaat. Dan moeten we daarop voorbereid zijn.

 

03.04  Thierry Warmoes (PVDA-PTB): Mevrouw de minister, ik kreeg al schrik bij het begin van uw antwoord, maar u hebt het gradueel opgebouwd, waardoor ik blij was dat ik op het einde toch kritische tot zeer kritische bedenkingen gehoord heb.

 

U wacht natuurlijk nog tot u de tekst hebt, zo zegt u, maar eigenlijk weet u ook dat verschillende dingen niet kunnen. Dat lees ik althans tussen de lijnen. De arbitrageprocedures bijvoorbeeld zijn in Europa misschien niet meer toegelaten, maar die kunnen voor ons ook niet ten aanzien van Afrikaanse landen of landen van het Midden-Oosten. Dat private multinationals zich boven de staten stellen of staten voor de rechter dwingen, kan gewoon niet. Nog tien jaar bescherming voor investeringen in fossiele brandstoffen, kan ook echt niet. Hoe de tekst er zal uitzien, zal nog moeten blijken, maar op basis van wat u hebt geantwoord, weten we dus eigenlijk al dat dit niet kan en dat er uit dat verdrag gestapt moet worden.

 

Met interesse neem ik kennis van uw objectieve verslaggeving en uw kritische bedenkingen daarbij.

 

03.05  Kurt Ravyts (VB): Mevrouw de minister, bedankt voor uw uitgebreide antwoord.

 

In tegenstelling tot de heer Warmoes heb ik in uw antwoord ook zaken gehoord die over het compromis gaan. In tegenstelling tot wat de pers liet uitschijnen, is er voor de eerste helft toch sprake van enkele belangrijke stappen vooruit. Aangezien het maar een principeakkoord is, heb ik er daarnaast begrip voor dat u nog eventjes wacht met een finale evaluatie van dat moderniseringsproces.

 

Ik vraag mij natuurlijk af of datgene wat nu voorligt inhoudelijk gezien voldoende accordeert met de wereldwijde klimaatdoelstellingen, daarin kan ik collega Warmoes wel bijtreden. Aangezien het Energy Charter Treaty over wereldwijde zaken gaat, kan het uiteraard niets anders dan een compromis zijn. Zo simpel is het, dat is de realiteit.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

04 Question de Thierry Warmoes à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "Les indicateurs de précarité énergétique" (55028472C)

04 Vraag van Thierry Warmoes aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "De indicatoren over de energiearmoede" (55028472C)

 

04.01  Thierry Warmoes (PVDA-PTB): In uw beleidsnota 2022 schreef u, mevrouw de minister, dat u de energiearmoede beter in kaart wilt brengen en uiteraard ook bestrijden. U zou dan werken aan een nieuwe lijst met indicatoren voor energiearmoede.

 

Afgaande op de vele getuigenissen hebben we de indruk dat de energiearmoede in ons land dramatisch is toegenomen. Met de hoge prijzen van nu kan dat ook niet anders. Er is dus ook dringend nood aan nieuwe cijfers over de situatie nu en de toename van de energiearmoede sinds het begin van de energiecrisis. Bij mijn weten zijn die nog niet beschikbaar en moeten we met oude cijfers werken. Die brengen al een vrij dramatische situatie aan het licht, namelijk dat 20 % van onze gezinnen in energiearmoede leeft, volgens de criteria van de Koning Boudewijnstichting.

 

Hoeveel is de energiearmoede gestegen sinds het begin van de energiecrisis? Wat is de meest recente inschatting van de energiearmoede in ons land? Hebt u preciezere cijfers en van wanneer dateren die? Hoe staat het met de nieuwe lijst van energiearmoede-indicatoren? Ik weet wel dat u veel werk hebt de laatste tijd. Maar tegen wanneer kunnen we daar de resultaten van verwachten?

 

04.02 Minister Tinne Van der Straeten: Dat cijfer van 20 % is inderdaad schokkend. Ik deel uw bezorgdheid dan ook volledig. Ik ben ervan overtuigd dat we de uitbreiding van het sociaal tarief moeten bestendigen en de energiefondsen versterken.

 

De regering heeft daarom besloten om bijkomende financiering toe te kennen aan het Sociaal Verwarmingsfonds en het Energiefonds. De aangehaalde 20 % staat in de Barometers energie- en waterarmoede. In die publicatie van de Koning Boudewijnstichting van maart 2021 wordt gezegd dat de energiearmoede bij de sociale huurders oploopt tot zelfs 40 %. Binnenkort wordt een update gepubliceerd voor het jaar 2020.

 

Zomaar een recente inschatting maken is niet mogelijk. De cijfers zijn gebaseerd op een uitgebreid wetenschappelijk onderzoek door de Universiteit Antwerpen en de ULB. Het duurt een aantal maanden om alle gegevens te verzamelen en dan nog eens drie maanden om de data te verwerken. De analyse gebeurt op basis van historische data en loopt dus per definitie altijd wat achterop.

 

Het wetsontwerp ter omzetting van de EMD-richtlijn op het niveau van de federale overheid wordt zeer binnenkort ingediend bij de Kamer. Dit ontwerp biedt het nodige kader om een lijst van energiearmoede-indicatoren te bepalen bij KB.

 

Er werd reeds uitgebreid overlegd met collega Lalieux over deze indicatoren. Een expertengroep heeft ook bijgedragen tot de uitwerking daarvan. Zodra het wettelijke kader voorhanden is, gaan we daar dus mee aan de slag.

 

Ten slotte wil ik nog verwijzen naar de recente studie van consultancybureau PwC in het kader van de energienorm. Die studie toonde aan dat het sociaal tarief een krachtig instrument is om kwetsbare gezinnen te beschermen tegen de historisch hoge gas- en elektriciteitsprijzen. De KU Leuven kwam trouwens tot dezelfde conclusie. Gezinnen die het sociaal tarief voor gas en elektriciteit genieten, voelen de crisis dus veel minder dan kwetsbare groepen in de buurlanden.

 

04.03  Thierry Warmoes (PVDA-PTB): Dank u voor de stand van zaken. U verwijst terecht naar het sociaal tarief en maakt de vergelijking met de buurlanden. U zegt dat de gezinnen die daarvan 'genieten', de crisis misschien minder voelen dan in de buurlanden, maar ze voelen de crisis wel. Die sociale tarieven zijn immers ook stapsgewijs gestegen en die stijging is niet onbeduidend.

 

Ik vind het vreemd zo tergend lang te moeten wachten op gegevens in het midden van een energieprijzencrisis. De Koning Boudewijnstichting werkt volgens de eigen methodieken en planning. Dat kan haar niet worden verweten, maar u zou als minister van Energie wel sneller over de statistieken moeten beschikken. U hebt steeds gezegd dat u uw beleid op basis van statistieken en gegevens verdedigt. Over die gegevens beschikt u nu niet en dat betreur ik.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Vraag van Kim Buyst aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "Het REPowerEU-plan" (55028694C)

05 Question de Kim Buyst à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "Le plan REPowerEU" (55028694C)

 

05.01  Kim Buyst (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, deze vraag dateert al van een aantal weken geleden en in feite is ze daarnet, in het tweede actuadebat, al ter sprake gekomen. Ik zal ze dus enigszins parafraseren, omdat ik denk dat u een aantal elementen al beantwoord hebt. Toch wil ik nog even stilstaan bij een aantal punten.

 

Op 18 mei pakte de Europese Commissie sterk uit met REPowerEU, een ambitieus plan om meer hernieuwbare energie in Europa op te wekken en op die manier energieonafhankelijker te worden. De reden daarvoor kennen we allemaal: de situatie in Rusland. Tegelijk wordt daar ook een beleid op de langere termijn aan gekoppeld, waarbij het plan een hefboom kan zijn om onze klimaatdoelen te bereiken.

 

Het plan bestaat uit drie pijlers, waarover we het daarnet al hadden: minder en efficiënter energie verbruiken, de import van gas en liquid natural gas (lng) diversifiëren, en meer investeren in hernieuwbare energie. Volgens het plan zou de ambitie inzake hernieuwbare energie tegen 2030 45 % zijn. Alle grote gebouwen moeten uitgerust worden met zonnepanelen, iets waar u de Commissie eerder toe opriep om er een verplichting rond uit te werken. Ook in België wordt daaraan gewerkt, maar uit de cijfers die ik opvroeg bij onder andere de NMBS, blijkt dat er nog heel wat moet gebeuren voor we zover zijn.

 

De Commissie stelt ook voor om in 2030 tot 10 miljoen ton aan binnenlandse productie van hernieuwbare waterstof en 10 miljoen ton aan invoer te komen. De Noordzee wordt daarbij aangewezen als een van de drie belangrijke importcorridors voor waterstof.

 

Hoe onthaalt u de aangescherpte ambities en plannen van de Europese Commissie? Welke extra inspanningen zullen we moeten leveren om aan de hogere ambities te kunnen voldoen? Wat is daarvoor nodig?

 

05.02 Minister Tinne Van der Straeten: Dank u wel, mevrouw Buyst. Het klopt dat de vraag en dus ook mijn initiële antwoord al van een aantal weken geleden dateren, maar dat neemt niet weg dat het thema actueel blijft. Daardoor kan ik nu ook even de link leggen met de Energieraad van gisteren.

 

België heeft de voorstellen van REPowerEU verwelkomd. Wij ondersteunen de doelstellingen om de energieafhankelijkheid te verminderen en te diversifiëren. De import van gas en olie uit Rusland moeten we vervangen, en REPowerEU biedt de kans om die import niet te vervangen door import van dezelfde energiedragers uit andere landen, maar door de import van duurzame energie.

 

De verhoogde ambitie en de bijkomende middelen om die doelstelling te bereiken, zijn voor ons land een goede zaak. Ik geloof daar zelf zeer sterk in, maar ik stel jammer genoeg vast dat niet alle overheden van ons land die mening delen.

 

Hoe dit concreet vertaald zal worden, zal uitgebreid worden besproken op Europees niveau. Daar werd gisteren op de Raad al een voorafname op gedaan, want we hebben de oriëntatienota van het voorzitterschap goedgekeurd omtrent energie-efficiënte en hernieuwbare energie. Over energie-efficiëntie werd er vrij snel een akkoord bereikt. Dat was echter niet zo voor hernieuwbare energie. De verhoging tot 45 % van de doelstelling in REPowerEU werd niet meegenomen in de herziening van de hernieuwbare-energierichtlijn. De Europese Commissie heeft wel aangekondigd dat ze dit weer op tafel zal leggen in het kader van de triloog, de besprekingen tussen het Parlement, de Raad en de Commissie. De Commissie rekent op de lidstaten om in het kader van de energieonafhankelijkheid en -veiligheid die verhoogde doelstelling te blijven beogen.

 

Er zijn natuurlijk nog een aantal innovatieve voorstellen in het kader van REPowerEU die goed zijn voor ons land, bijvoorbeeld de gezamenlijke aankoop van gas en waterstof, maar ook de IT-tool voor het aggregeren van de vraag en de transparantie en infrastructuur, of de strengere regelgeving betreffende gasopslag en de versnelde vergunningsprocedures.

 

De ambitieverhoging inzake energie-efficiënte en hernieuwbare energie vereist een stevige inspanning. Voor onze doelstellingen voor hernieuwbare energie moeten we statistieken in het buitenland aankopen. Het zou beter zijn om dat geld in onze eigen economie te investeren, bijvoorbeeld voor de uitbreiding van windenergie op zee en het stimuleren van PV-installaties op overheidsgebouwen. Ik wil u bedanken voor uw initiatief om uw oor te luisteren te leggen bij de NMBS. Er is inderdaad nog werk aan de winkel. Deze commissie bundelt graag haar krachten met andere commissies, bijvoorbeeld de commissie voor Financiën en de commissie voor Economie. Ik zou de suggestie willen doen om ook eens samen te werken met de commissie voor Mobiliteit. In het kader van de beslissing van 18 maart heeft de regering beslist om een technische werkgroep op te starten om die technische criteria rond hernieuwbare energie weg te werken, zowel voor luchtvaart als voor defensie.

 

Mijn collega Georges Gilkinet en ikzelf zijn graag bereid om een stand van zaken te geven van hoe het een en ander zich ontwikkelt. Het is natuurlijk ook steeds goed om vanuit het Parlement de nodige suggesties te krijgen.

 

Met betrekking tot de energie-efficiënte, ligt de bal vooral in het kamp van de gewesten. België haalt vandaag de doelstelling niet. Vanuit de federale overheid doen wij wat mogelijk is: beter geïsoleerde overheidsgebouwen, het verminderen van tractieverliezen bij de NMBS en de btw-regeling voor efficiënt bouwen en renoveren gunstig maken.

 

05.03  Kim Buyst (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, Ecolo-Groen wist reeds dat de energietransitie nodig is, omdat die onze samenleving betaalbaarder, veiliger en duurzamer maakt. De huidige situatie stelt die noodzaak scherp. Ik ben blij om te horen dat die urgentie in Europa gedeeld wordt en dat u daarover gisteren nog gesproken hebt met uw collega's.

 

Naast de innovatieve voorstellen, in verband met die snellere regelgeving en een eerste aanzet tot een herwerking van de energiemarkt, is het goed dat er hogere ambities gesteld worden inzake het efficiënter omgaan met ons energieverbruik. Ik ben het met u eens dat wij daar moeten samenwerken. Dat is een woord dat ik geregeld heb gebruikt in onze commissie. Samenwerken inzake klimaat en inzake energie betekent dat alle regio's hun verantwoordelijkheden moeten opnemen en alle hefbomen die ze hebben, moeten inzetten om die doelen te bereiken.

 

Met betrekking tot de hogere ambitie van hernieuwbare energie hoor ik dat het niet meteen meegenomen werd, maar dat men er wel naar blijft streven. Ik neem uw suggestie om ook daar samen te werken met de commissie voor Mobiliteit zeker mee, zodat wij ook op federaal niveau alle hefbomen kunnen inzetten die wij hebben.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

06 Questions jointes de

- Thierry Warmoes à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "La prolongation des mesures énergétiques" (55028868C)

- Kris Verduyckt à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "L'accord visant à renforcer les mesures destinées à soutenir le pouvoir d'achat" (55029132C)

- Kurt Ravyts à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "Les mesures énergétiques applicables aux bâtiments équipés d'un chauffage collectif" (55029152C)

06 Samengevoegde vragen van

- Thierry Warmoes aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "De verlenging van de energiemaatregelen" (55028868C)

- Kris Verduyckt aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "Het akkoord ter versterking van maatregelen voor koopkracht" (55029132C)

- Kurt Ravyts aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "De energiemaatregelen voor gebouwen met collectieve verwarming" (55029152C)

 

06.01  Thierry Warmoes (PVDA-PTB): Mijn vraag is intussen door de actualiteit ingehaald, want toen ik ze indiende, had de regering nog geen beslissing genomen over het verlengen van de maatregelen betreffende de energieprijzen.

 

Premier De Croo had wel al aangekondigd dat die beslissing er zat aan te komen. Intussen heeft de regering op 18 juni beslist dat de energiemaatregelen tot eind dit jaar worden verlengd. Tot onze verbazing en teleurstelling zijn die maatregelen niet permanent gemaakt en dus opnieuw tijdelijk gebleven. Het gaat over het uitbreiden van het sociaal tarief en het verlagen van de btw op energie. Is het voor de regering dan nog altijd niet duidelijk dat energie een basisbehoefte is? Wilt u blijven gebruikmaken van tijdelijke maatregelen?

 

Bovendien zat er een zekere dubbelzinnigheid in de communicatie, omdat u op Twitter zei dat die maatregelen verlengd zijn tot eind maart 2023. Uit het ontwerp van koninklijk besluit van minister Van Peteghem blijkt dat het maar tot 31 december 2022 is. Blijkbaar is er dus een misverstand.

 

Waarom weigert de regering nog altijd de uitbreiding van het sociaal tarief permanent te maken? Omdat u zelf vaak naar het sociaal tarief verwijst, ga ik er immers van uit dat u de noodzaak daarvan voor de mensen kent.

 

Waarom is ook de btw-verlaging op energie tijdelijk en niet permanent?

 

Tot welke datum zijn die maatregelen nu verlengd? Tot eind dit jaar of tot eind maart 2023?

 

Hoe zult u die maatregelen financieren? Met het afromen van de overwinsten of hebt u andere ideeën? De voorzitter zal het met mij eens zijn dat dat veel geld kost.

 

06.02  Kurt Ravyts (VB): Mevrouw de minister, ik wil me concentreren op één aspect van het akkoord binnen het kernkabinet van 18 juni. Ik had de vraag over gebouwen met collectieve verwarming al drie dagen eerder gesteld. Ik weet dat de bevoegdheid voor de implementatie van die maatregel bij uw collega Van Peteghem zit. Maar uiteraard deelt u die bekommernis.

 

Volgens het persbericht zou de btw-verlaging voor gas vanaf 1 juli ook gelden voor appartementsgebouwen, woon-zorgcentra, ziekenhuizen en andere gebouwen en plaatsen met collectieve verwarmingsinstallaties. Ik heb in de wandelgangen vernomen dat het niet 1 juli, maar 1 augustus zal worden. U zult daar straks duidelijkheid over geven.

 

Voorzitter: Thierry Warmoes.

Président: Thierry Warmoes.

 

In antwoord op mijn vraag hebt u op 15 juni gezegd dat een oplossing voor de btw niet mogelijk was, gezien de gewestelijke bevoegdheden en de Vlaamse decreetgeving. Op de persconferentie van de regering werd geen concrete verduidelijking gegeven over hoe de oplossing eruitziet. Mijn collega Vermeersch ondervraagt daarover op dit moment uw collega Van Peteghem, maar ik vraag het hier ook aan u. Een andere vraag is of het advies van de CREG en de FOD Economie, dat aangevraagd werd in april, bruikbaar was en of het ook werd aangewend.

 

06.03 Minister Tinne Van der Straeten: Voor het sociaal tarief en de permanente uitbreiding daarvan verwijs ik naar mijn antwoord tijdens eerdere vergaderingen. De uitbreiding naar de doelgroep met recht op sociaal tarief was een van de eerste maatregelen van mijn sociaal energiebeleid. Ik maak er een speerpunt van om die maatregel te verlengen. Ik volg dus de experts en armoedeorganisaties, die het erover eens zijn dat die structurele verankering nodig is. Of die er ook komt, hangt af van het debat in de regering.

 

Voor de verlaging van de btw naar 6 % voor gemeenschappelijke aansluitingen heb ik vorige keer verwezen naar het feit dat we zijn uitgegaan van residentiële contracten. We zijn dan op de definitie van residentiële contracten in de decreten gestoten. Daardoor is er een groep uit de boot gevallen. Daarom hebben we er nu voor geopteerd om een algemene btw-verlaging te financieren. Concreet houdt dat in dat leveranciers aan niemand nog meer dan 6 % btw aanrekenen bij de verkoop van aardgas.

 

Zo komen de collectieve aansluitingen in elk geval in aanmerking. Dan is het, belangrijk, aan de eigenaars van die collectieve aansluitingen om de btw-verlaging door te rekenen aan de bewoners. Ik vind het wel belangrijk hier even bij stil te staan. Het kan niet de bedoeling zijn dat die vervolgens ergens blijft plakken. Ik reken erop dat het op een correcte manier wordt toegepast.

 

Die beslissing kwam als beste optie uit de bus, omdat na navraag bij de CREG, de FOD Economie, de FOD Financiën en de leveranciers is gebleken dat dit binnen de federale bevoegdheid de enige werkbare oplossing is waarbij geen klanten uit de boot vallen.

 

De btw-verlaging naar 6 % is verlengd. Het overleg over het permanent maken ervan is lopend. Zoals altijd gezegd is, vind ik dat een permanente btw-verlaging gekoppeld moet worden aan het slimmer gebruik van accijnzen. Op de precieze uitwerking van de slimme accijnsregelaar kan ik niet vooruitlopen, maar de accijnzen zullen in elk geval enkel mogen stijgen of dalen afhankelijk van het verbruik, en niet langer afhankelijk van de prijs. Wij moeten werk maken van een energiefactuur die bijdraagt tot de energietransitie. De eerste stenen hiervoor zijn reeds door deze regering gelegd.

 

Wat uw vraag over 1 juli of 1 augustus betreft, moet ik het antwoord schuldig blijven. Als dat ondertussen nog binnenkomt, kom ik daar graag op terug.

 

Voorzitter: Christian Leysen.

Président: Christian Leysen.

 

06.04  Thierry Warmoes (PVDA-PTB): Wat de structurele verankering van het sociaal tarief betreft, verneem ik met plezier dat u daar voorstander van bent, maar dat sommigen in de regering nog dwarsliggen. Ik hoop dat het in orde komt. Ik kan vermoeden wie er dwarsligt, maar goed.

 

Wat de btw-verlaging betreft, moeten wij nog wat wachten, maar die wordt toch overwogen. Daar zijn we blij mee. Ik hoop alleen dat dit snel opgelost wordt.

 

Mevrouw de minister, om duidelijkheid te hebben, u hebt niet geantwoord op de vraag tot wanneer een en ander is verlengd. Ik neem aan dat het tot 31 december 2022 is?

 

06.05 Minister Tinne Van der Straeten: Het is tot 31 december. (Zonder microfoon.)

 

06.06  Thierry Warmoes (PVDA-PTB): Op de vraag over de financiering hebt u ook niet geantwoord. Ik neem echter aan dat die globaal in het budget is opgenomen. Zijn er dus specifieke maatregelen qua financiering genomen of is een en ander in het kader van het budget gebeurd?

 

06.07 Minister Tinne Van der Straeten: Er zijn geen maatregelen getroffen. (Zonder microfoon.)

 

06.08  Thierry Warmoes (PVDA-PTB): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, ik heb zodoende antwoord op mijn vragen gekregen. Ik hoop dat het om de laatste verlenging gaat; vooraleer het structureel wordt verankerd.

 

06.09  Kurt Ravyts (VB): Mevrouw de minister, ik dank u voor het concretiseren van de persconferentie, waarop ik, tenzij u mij tegenspreekt, niet meteen die enige werkbare oplossing heb gehoord die u nu hebt voorgesteld en die vrij merkwaardig kan worden genoemd.

 

Ik zal uw antwoord nog eens goed laten bezinken, samen met mijn collega uit de commissie voor Financiën en Begroting, die daarvan veel meer weet. Ik zal ook even bekijken wat minister Van Peteghem daarover vanmiddag heeft verklaard.

 

Misschien hebt u het antwoord rond 1 juli of 1 augustus 2022 al ontvangen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

07 Vraag van Kurt Ravyts aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "De keuze van sommige EU-lidstaten om tijdelijk meer stroom uit kolen te gaan produceren" (55029085C)

07 Question de Kurt Ravyts à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "Le choix d’États membres de l'UE de produire temporairement plus d'électricité à partir du charbon" (55029085C)

 

07.01  Kurt Ravyts (VB): Mevrouw de minister, de tijdelijke stijging van de productie van stroom uit kolen hebben we eerder al besproken. De impact op de gasvoorraden voor deze winter speelt eveneens een rol. Ik zal deze vragen en opmerkingen hier niet herhalen.

 

Mevrouw de minister, de kern van mijn vraag gaat over het ETS-systeem. Bent u van mening dat de flexibiliteit van het ETS-systeem ervoor zal zorgen dat meer CO2-uitstoot de Europese klimaatdoelstellingen echt niet in het gedrang zal brengen? In een worstcasescenario blijft de oorlog nog een tijd duren en escaleert die misschien, al hoop ik absoluut van niet, maar alle scenario's zijn mogelijk. Komen de Europese klimaatdoelstellingen echt niet in het gedrang door die mogelijke ontwikkelingen? Wie had gedacht dat de productie van energie door middel van kolen nog nieuw leven ingeblazen zou krijgen?

 

Ik hoop dat op Europees niveau de groepsaankopen en het prijsplafond uiteindelijk effectief als noodrem geïmplementeerd zullen kunnen worden, maar die kwestie hebt u al beantwoord.

 

07.02 Minister Tinne Van der Straeten: Mijnheer Ravyts, ik was natuurlijk zelf niet aanwezig op de top van staats- en regeringsleiders. De premier heeft daar inderdaad opnieuw gepleit voor een gecoördineerde Europese aanpak van de huidige energiecrisis. Daarbij is het belangrijk om snel de groepsaankopen via het EU Energy Platform te ontwikkelen en verder onderzoek te doen naar prijsbeperkingen en het verbeteren van de werking van onze Europese elektriciteitsmarkt.

 

Een zeer positieve evolutie is de beslissing tot het oprichten van een energy steering board. Dat is een groep van politiek gemandateerde topambtenaren die op regelmatige basis samenkomt om de EU-acties en de acties van de lidstaten te coördineren, onder meer inzake de afstemming van gasdoorvoer, het aanvullen van gasvoorraden en de afstemming over noodplannen.

 

Hoewel iedereen het eens was over de urgentie van de energiecrisis, werden er geen concrete beslissingen genomen. Daarom heb ik gisteren tijdens de Raad opnieuw gepleit om sneller werk te maken van Europese maatregelen om de prijzen sneller te drukken en de bevoorrading te verzekeren.

 

Wat betreft uw vraag over steen- en bruinkool, ik kan alleen ten sterkste betreuren dat er midden in een klimaatcrisis weer meer steen- en bruinkool zal worden gebruikt. We bevinden ons in uitzonderlijke omstandigheden. We zien dat verschillende landen maatregelen nemen om de bevoorrading veilig te stellen. Dit toont eens te meer de nood aan om op Europees niveau meer samen te werken.

 

Dan kom ik bij uw redenering over het stabiliserende effect op de prijzen. In principe is het zo dat de gascentrales in de meeste gevallen bij de marginale productiecapaciteit zullen blijven en dus de prijs zullen bepalen en dat de steenkoolcentrales voor gascentrales in de merit order komen. Ik denk dat we hierbij niet uit het oog mogen verliezen dat we in een crisis zitten en dat de prijzen heel volatiel zijn. Het prijseffect blijft dus moeilijk te voorspellen. Duitsland heeft deze maatregel bovendien vooral genomen om ervoor te zorgen dat het de gasvoorraad wel kan aanvullen.

 

We mogen in de gegeven context van geluk spreken dat we ingekapseld zitten in een robuust en ambitieus Europees klimaatbeleid, waarbij het EU ETS ervoor zorgt dat de emissiereducties, nodig om onze doelstellingen te halen, in ieder geval zullen worden bereikt. Paradoxaal genoeg kan dankzij de werking van het ETS de meeruitstoot van kolencentrales net leiden tot versnelde investeringen in emissievrije technologieën elders.

 

Daarbij moeten we er vanuit het beleid over waken dat het inschakelen van kolencentrales om de bevoorradingszekerheid te garanderen slechts een tijdelijke oplossing is en dat we tegelijkertijd zo snel mogelijk minder energie gaan consumeren en meer hernieuwbare energie produceren.

 

De voortgang van de Fit for 55-dossiers, met inbegrip van de goedkeuring van de algemene oriëntatie gisteren van de richtlijn inzake energie-efficiënte en de richtlijn inzake hernieuwbare energie, is daarbij een belangrijke stap, zelfs al moest België zich onthouden door interne Belgische meningsverschillen.

 

Ik kijk uit naar de triloog tussen het Europees Parlement, de Europese Raad en de Europese Commissie in het najaar. Ik hoop dat er voor het einde van het jaar een akkoord uit de bus valt. Tegelijkertijd en in afwachting van het aangescherpte Europese kader moeten alle lidstaten ook in hun nationaal beleid bijkomend en versneld inzetten op de energietransitie, iets wat ik alleszins blijf doen in mijn beleid.

 

07.03  Kurt Ravyts (VB): Mevrouw de minister, ik ben in elk geval, misschien samen met een aantal collega's en de voorzitter, zeer benieuwd of de gascrisis werkelijk slechts een marginale impact zal hebben op Fit for 55 en de concrete uitwerking van het wetgevingspakket. Ik heb daarover namelijk nog altijd een dubbel gevoel.

 

Ik heb wel al begrepen dat men zeer voorzichtig is wat betreft de uitbreiding van het ETS-systeem naar andere sectoren. Men temporiseert daar al enigszins. De toekomst zal het uitwijzen en we zullen hierover in deze commissie in het najaar ongetwijfeld nog leerrijke debatten voeren.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

08 Question de Patrick Prévot à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "l’actualité autour de la Boucle du Hainaut" (55029151C)

08 Vraag van Patrick Prévot aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "De actualiteit in verband met het project 'Boucle du Hainaut'" (55029151C)

 

08.01  Patrick Prévot (PS): Monsieur le président, madame la ministre, le projet de la Boucle du Hainaut inquiète énormément les habitants de la région du Centre dont je me fais une nouvelle fois le porte-parole. Des banderoles contre cette nouvelle infrastructure fleurissent le long des routes. Une mobilisation citoyenne sans précédent, qui a vu le jour il y a plusieurs mois, ne cesse de s'intensifier.

 

À l’issue du North Sea Summit auquel vous avez participé avec le premier ministre, Alexander De Croo, la Belgique a signé un accord de coopération qui prévoit de quadrupler la capacité des éoliennes offshore en mer du Nord. Cette annonce pousse à croire que les ambitions énergétiques émanant du gouvernement sont revues à la hausse et que les prévisions faites en 2019, à l’horizon de 2030-2040, ne sont plus au goût du jour.

 

C’est là qu’intervient la Boucle du Hainaut. En effet, à la suite de la signature de cet accord de coopération, les calculs d’Elia qui fondaient le déploiement de ce projet si controversé ne seraient plus à jour.

 

Enfin, le fédéral a récemment porté plainte auprès des instances européennes contre un projet français de parc éolien de 50 km² à la frontière avec la Belgique au nom de la pollution visuelle qu’il engendrerait et du risque pour le tourisme local, deux arguments avancés par les contestataires de la Boucle du Hainaut. 

 

Madame la ministre, compte tenu notamment des nouveaux objectifs du gouvernement en matière de production d’électricité éolienne offshore, les calculs d’Elia concernant la Boucle du Hainaut sont-ils à jour ou doivent-ils être revus? Pouvons-nous obtenir votre retour à ce sujet? Cela a-t-il été discuté au sein du groupe de travail Projets transrégionaux?

 

Dans quelle mesure la construction de la Boucle du Hainaut telle qu'envisagée en 2019 est-elle encore jugée pertinente? Une modification du projet existant a-t-elle été évoquée dans le cadre des discussions avec Elia?

 

Enfin, comment justifiez-vous le dépôt de la plainte par le fédéral, alors que les raisons avancées sont identiques pour les lignes à haute tension qui défigureraient également notre belle région du Centre?

 

08.02  Tinne Van der Straeten, ministre: Monsieur Prévot, les ambitions accrues n'ont pas d'impact sur le projet de la Boucle du Hainaut. Les calculs d'Elia concernant ce projet restent donc d'actualité et ne doivent pas être revus. Ceci a également été expliqué en détail lors de la réunion du groupe de travail Projets transrégionaux (GOP PTR) du 20 juin dernier. La Boucle du Hainaut reste importante pour trois raisons: un réseau viable, le développement de l'industrie et de l'électrification de la région, et le développement de l'éolien en mer.

 

Comme à chaque fois que je reçois des questions sur ce projet, je souligne clairement que la procédure concernant la Boucle du Hainaut est actuellement entre les mains de la Région wallonne.

 

Je trouve votre comparaison entre les arguments en faveur d'un parc éolien offshore et ceux en faveur d'une liaison par câble peu appropriée. Elle déshonore les préoccupations des résidents concernant la Boucle du Hainaut. Ces préoccupations sont entendues et l'impact minimisé autant que possible pour atteindre les objectifs qui viennent d'être mentionnés.

 

Pour les questions sur les objections concernant le parc offshore de Dunkerque, je vous renvoie à mon collègue le ministre Vincent Van Quickenborne, responsable pour la Mer du Nord.

 

08.03  Patrick Prévot (PS): Madame la ministre, j'entends plusieurs choses dans cette réponse: ces ambitions accrues ne modifieraient en rien les calculs d'Elia et, selon le gouvernement, cette Boucle du Hainaut reste importante à plusieurs égards.

 

Je peux vous dire qu'elle inquiète très fortement les citoyens sur le terrain, tant c'est une balafre qui, si le projet voit le jour, devrait traverser les villes et les campagnes. Je sais que la procédure est actuellement dans les mains du gouvernement wallon et de M. Borsus en l'occurrence.

 

Cependant, sur le dernier élément, je ne manquerai pas d'interroger votre collègue chargé de la Mer du Nord, car je trouve un peu cocasse que le gouvernement fédéral puisse porter plainte auprès des instances européennes contre un projet français, pour pollution visuelle, alors que cette même pollution visuelle est évoquée par les citoyens contre ce projet de la Boucle du Hainaut.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 55029184C van de heer Warmoes wordt uitgesteld.

 

09 Vraag van Christian Leysen aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "De nieuwe wet om nieuwe nucleaire technologieën toe te laten" (55029188C)

09 Question de Christian Leysen à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "La nouvelle loi autorisant de nouvelles technologies nucléaires" (55029188C)

 

09.01  Christian Leysen (Open Vld): Mevrouw de minister, op 23 december 2021 bereikte de regering een akkoord om nieuwe nucleaire technologieën toe te laten. We zijn ondertussen zes maanden later.

 

Hebt u het wetsontwerp daaromtrent al klaar? Wanneer mogen wij dat verwachten?

 

09.02 Minister Tinne Van der Straeten: Mijnheer Leysen, het akkoord van 23 december 2021 voorziet er inderdaad in dat er een wet wordt aangenomen om de ontwikkeling van een duurzame en koolstofneutrale energieproductie mogelijk te maken. In die wet wordt onder andere de mogelijkheid van het ontwikkelen van SMR's, groene waterstof en power-to-X opgenomen.

 

Een voorontwerp van wet op de ontwikkeling van een duurzaam en klimaatneutraal energiesysteem werd inmiddels voorgelegd aan de coalitiepartners en werd besproken. De komende weken wordt de discussie hierover voortgezet.

 

Het voorontwerp heeft de doelstelling om technologieën te helpen ontwikkelen die kunnen bijdragen tot een duurzaam en klimaatneutraal energiesysteem. Het onderzoek naar dergelijke systemen wordt samengebracht en gestimuleerd. Er worden suggesties voor bijkomend onderzoek gedaan en er wordt beleidsondersteunend advies verleend om eventuele hinderpalen weg te werken en prototypes te begeleiden naar commerciële toepassingen.

 

De huidige regelgeving staat het onderzoek naar SMR's en de ontwikkeling van een prototype-SMR niet in de weg. Zoals u weet, heeft de regering 100 miljoen euro vrijgemaakt om het onderzoek naar SMR's te ondersteunen. In een eerste stap daarin werd opdracht gegeven aan het SCK CEN om, eventueel in samenwerking met een private speler en/of universiteiten, een technology assessment uit te voeren van alle in ontwikkeling zijnde kleine modulaire reactortypes en de mate waarin die voldoen aan een aantal principes. Die principes zijn passieve veiligheid, de minimalisering van langlevend afval, non-proliferatie, flexibiliteit, economische haalbaarheid, economische verzekerbaarheid, duurzame ontwikkeling en de realisatietermijn.

 

09.03  Christian Leysen (Open Vld): Mevrouw de minister, u hebt herhaald wat we al weten. Wij blijven wachten. Intussen is er voortschrijdend inzicht gekomen om sterker in te zetten op nieuwe technologieën, niet alleen inzake waterstof. Ik verwacht daar toch wat meer. Mijn volgende vraag sluit hier trouwens bij aan.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10 Vraag van Christian Leysen aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "De Nederlandse plannen voor nieuwe kernreactoren" (55029189C)

10 Question de Christian Leysen à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "Les projets néerlandais concernant de nouveaux réacteurs nucléaires" (55029189C)

 

10.01  Christian Leysen (Open Vld): Mevrouw de minister, deze vraag sluit aan bij mijn vorige. De Nederlandse minister van Energie, Rob Jetten, heeft aangekondigd dat hij concrete plannen zal voorleggen voor twee nieuwe kernreactoren. Hij formuleert het ook als zodanig: "Wij zetten volop in op wind, zon en duurzame energiebronnen, maar in die energiemix wil je ook een stabiele CO2-vrije energiebron hebben. Twee nieuwe kerncentrales zijn een goede aanvulling op alle duurzame technieken."

 

Mevrouw de minister, hoe staat u daartegenover, wetende dat, ook door de elektrificatie en verbindingen, het leefruim van Energie steeds meer een materie van Europese orde is? Volgens het Verdrag van Lissabon is de energiemix nog nationale materie, maar dat is in feite voorbijgestreefd. Hebt u daarover ook contact met uw Nederlandse collega, mede aangezien die centrales ook dicht bij ons land gelegen zijn? Graag ken ik uw standpunt daarover.

 

10.02 Minister Tinne Van der Straeten: Mijnheer Leysen, de Nederlandse regering voert het Nederlandse regeerakkoord uit en ik voer het Belgische regeerakkoord uit. Het Belgische regeerakkoord voorzag erin dat als blijkt dat er een onverwacht probleem is met de bevoorradingszekerheid, de regering de gepaste maatregelen zal nemen, zoals de aanpassing van de wettelijke kalender, voor een capaciteit tot 2 gigawatt nucleaire capaciteit. In het licht van de oorlog in Oekraïne hebben wij beslist om 2 gigawatt aan nucleaire centrales te verlengen met een periode van tien jaar.

 

De federale regering zorgt ervoor dat wij investeren in CO2-vrije energiebronnen, met name via wind op zee. Ter herinnering, daarin zijn wij wereldwijd gezien het tweede land in capaciteit per inwoner. België heeft de ambitie om de capaciteit van wind op zee te verviervoudigen tot bijna 6 gigawatt tegen 2030 en 8 gigawatt tegen 2040. We bereiden de capaciteit van de Prinses Elisabethzone uit van 3,1 tot 3,5 gigawatt. Samen met Nederland, Duitsland en Denemarken maken we van de Noordzee de grootste duurzame energiecentrale van Europa.

 

Ik weet drie dingen zeer zeker. De windmolens op de Noordzee zullen er sneller staan dan de nieuwe Nederlandse kerncentrales. De windmolens produceren geen hoogradioactief kernafval, dat meer dan 300.000 jaar zeer gevaarlijk blijft. De windmolens zullen nooit aan de basis liggen van een kernramp, zoals we die jammer genoeg al gekend hebben in Tsjernobyl of Fukushima.

 

Daarnaast heeft, overeenkomstig artikel 194 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, elke lidstaat het recht op zijn keuze tussen verschillende energiebronnen of op de algemene structuur van zijn energievoorziening. Als minister houd ik mij aan de Europese verdragen en ik respecteer dus dit recht van Nederland. Daarnaast is natuurlijk ook de ons dankzij Doel 1 en 2 welbekende richtlijn 2011/92EU van 13 december betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten van toepassing. Ik twijfel er dan ook niet aan dat Nederland de milieu-effectbeoordelingsprocedure correct zal toepassen, waardoor iedere bezorgde burger, en dus niet alleen ministers, de mogelijkheid zal hebben om zijn bezorgdheid kenbaar te maken.

 

Ik heb gisteren nog met de heer Jetten gesproken. We hebben het vooral gehad over onze situatie wat betreft de gasvoorziening en het feit dat wij vandaag maximaal exporteren naar Nederland en Duitsland, en hoe we ons samen kunnen beschermen tegen de hoge prijzen en een eventueel bevoorradingsprobleem.

 

10.03  Christian Leysen (Open Vld): Ik verheug mij over de contacten, in de mate dat u altijd schermt met de risico's van nucleair. Het is natuurlijk een zeer belangrijke materie, die onze aandacht heeft. The Economist van deze week geeft een uitgebreide analyse van de energie-uitdagingen. Er staat ook iets in over het aantal doden per tetrawattuur volgens de energiebronnen. Voor kolen en olie zit dat tussen 15 en 25, voor gas op 4, en bij nucleair en wind op 0,03 of 0,04.

 

Ik wil misverstanden vermijden en toegeven dat nucleair ook niet zaligmakend is. Interessant in het artikel is dat ook nog eens de beperkingen en uitdagingen worden vermeld. Een uitdaging die ik niet kende, is niet alleen dat er een lange aanlooptijd is en dat er overeenkomstige kosten zijn, maar dat de stijgende intrestlasten ook een impact zullen hebben op de keuzes die we maken.

 

Ik blijf erbij dat we wellicht voor ogen moeten houden dat in de energiebevoorrading het verlengen van de levensduur van de bestaande kerncentrales altijd de beste en goedkoopste oplossing is. Dit staat niet in het regeerakkoord of in het akkoord dat u in het eerste kwartaal hebt gesloten. Ik hoop met u dat wij in deze legislatuur of de volgende niet genoodzaakt zullen zijn om weer opnieuw bij te sturen. Ik denk dat er overoptimisme is inzake de geopolitieke toestand of inzake de snelheid en kosten van de transitie naar hernieuwbare energie. Het is namelijk mooi om te elektrificeren, maar als er geen connecties aan geknoopt kunnen worden, helpt het niet veel. Wordt dus vervolgd.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

De voorzitter: Ik dank u voor uw aanwezigheid en sluit hierbij de vergadering.

 

La réunion publique de commission est levée à 16 h 14.

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.14 uur.