Commission de l'…nergie, de l'Environnement et du Climat

Commissie voor Energie, Leefmilieu en Klimaat

 

du

 

Mardi 9 mai 2023

 

Matin

 

______

 

 

van

 

Dinsdag 9 mei 2023

 

Voormiddag

 

______

 

De openbare commissievergadering wordt geopend om 10.03 uur en voorgezeten door de heer Christian Leysen.

La rťunion publique de commission est ouverte ŗ 10 h 03 et prťsidťe par M. Christian Leysen.

 

01 Vraag van Kurt Ravyts aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "Een aantal aspecten van de North Sea Summit II van 24 april 2023 en de 'Ostend Declaration'" (55036350C)

01 Question de Kurt Ravyts ŗ Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "Certains aspects du 2e Sommet de la mer du Nord du 24 avril 2023 et la 'dťclaration d'Ostende'" (55036350C)

 

01.01 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, op 24 april vond de North Sea Summit II plaats. U hebt daar een rol gespeeld, want ook de veiligheid van de energie- en andere infrastructuur op zee stond op de agenda. Dat is een belangrijk thema, want er wordt veel bericht over potentiŽle dreigingen en spionage door Rusland.

 

Het doel is meer samenwerking tussen de Noordzeelanden rond regels voor bijvoorbeeld het inspecteren van kabels en het delen van camerabeelden. U hebt de noodzaak aan samenwerking beklemtoond en u was ook pleitbezorger van een platform waarop incidenten kunnen worden gedeeld.

 

Een ander aspect is de noodzaak aan standaardisatie in het gehele Europese offshoregebeuren, waardoor het plaatsen van turbines efficiŽnter zou kunnen verlopen en de kostprijs zou kunnen worden gedrukt. Ook het uniformiseren van het ondersteuningssysteem stond op de agenda. Elk land heeft nu immers zijn eigen regels om investeerders aan te trekken.

 

De industriŽle poot van de offshoresector heeft echter laten weten dat er de komende jaren knelpunten dreigen teontstaan in de toelevering. De Europese windindustrie is momenteel niet groot genoeg om tegemoet te komen aan de politieke engagementen om de totale capaciteit van de offshore op te voeren. De lonen, het transport en de cruciale grondstoffen worden duurder, wat zorgt voor kosteninflatie en maakt dat de vijf grootste Europese windturbinefabrikanten zelfs verlies maken. Dat is zorgwekkend.

 

Kunt u wat meer toelichting geven bij de besprekingen op deze tweede Noordzeetop? Ik vermoed dat het vooral ging over de beveiliging van energie- en andere infrastructuur op zee. Wat is uw visie op het aspect standaardisatie en uniformisering van het ondersteuningssysteem? Hoe beoordeelt u, in het licht van de Belgische offshorecontext, de Europese voorstellen rond de Net Zero Industry Act, waarbij de EU-regels voor openbare aanbesteding zouden moeten worden vereenvoudigd om de bouw van infrastructuur te kunnen versnellen? Hoe staat u tegenover beleidsmaatregelen om de financiŽle haalbaarheid van de offshore-industrie te garanderen in het licht van de geschetste toenemende problemen?

 

01.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Mijnheer Ravyts, u weet dat op 1 januari van dit jaar de nieuwe wet betreffende de maritieme beveiliging in werking is getreden. De wet bevat bepalingen om de beveiliging van alle infrastructuur in en op de Noordzee te versterken. Het gaat om datacommunicatie- en elektriciteitskabels, windmolenparken, het stopcontact op zee, de gaspijpleidingen en de interconnector.

 

Veel van deze infrastructuur stopt echter niet aan onze landsgrenzen, maar verbindt ons met andere landen. Het is dan ook belangrijk dat een zelfde niveau van beveiliging en gelijke beveiligings≠maatregelen worden vastgelegd voor de hele infrastructuur, over de landsgrenzen heen. Aangezien een goede beveiliging al start bij de ontwikkeling en de bouw van de infrastructuur op zee, was de Noordzeetop de ideale gelegenheid om hierover in gesprek te gaan met de deelnemende landen en om afspraken te maken over de beveiliging van de bestaande en de toekomstige infrastructuur in de Noordzee.

 

We zullen alvast het initiatief nemen om een memorandum of understanding (MOU) tussen de Noordzeelanden te sluiten, dat niet alleen inzet op preventieve en gestandaardiseerde maatregelen, maar ook afspraken zal bevatten over het uitwisselen van informatie en het inzetten van middelen wanneer er zich incidenten voordoen. Bij dit laatste zal de NAVO nauw betrokken worden. Ons land heeft alvast 1 miljoen euro uitgetrokken om dit MOU te ondersteunen en de informatie-uitwisseling tussen de landen via een beveiligd platform te laten verlopen.

 

Ik kom dan bij uw tweede vraag. Naast het inzetten op standaarden voor beveiliging, werd op de Noordzeetop ook gepleit voor meer standaardisering bij de bouw van windmolen≠parken. Dit is uiteraard een goed initiatief. De Europese ambities liggen hoog. Ontwikkelaars worden steeds uitgedaagd om in te zetten op grotere windmolens met hogere capaciteit, waarvoor steeds grotere schepen nodig zijn om ze te installeren. Investeren in onderzoek en ontwikkeling krijgt op die manier de kans om rendabel te worden. Willen we tijdig onze ambities realiseren, dan zal het nodig zijn om tussen de Noordzeelanden afspraken te maken omtrent het type windmolen dat moet worden geÔnstalleerd, de capaciteit en de planning van de installatie, om zo het hele bouwproces onderling af te stemmen en vlot te laten verlopen.

 

Dan is er de uniformisering van het ondersteuningssysteem. U weet dat Europa pleit voor een two-sided contract for difference als een lidstaat overweegt om steun te geven. Elke lidstaat moet voor zichzelf beslissen hoe en onder welke voorwaarden een tender voor offshore-energie in de markt wordt gezet. U weet dat we daarover met de federale regering recent een beslissing hebben genomen.

 

Ik kom dan bij uw laatste vraag, eigenlijk uw enige vraag die in deze commissie thuishoort. De twee andere vragen waren eerder voor de commissie voor Mobiliteit. We zijn echter inschikkelijk, zoals altijd. Mijn diensten onderzoeken momenteel de recente Europese voorstellen, die interessant zijn, maar voor ons wel moeten voldoen aan een aantal voorwaarden. Zo is het inzake milieuaspecten belangrijk dat de milieunormen die in het internationale en/of Europese recht zijn vastgelegd, behouden blijven. Biodiversiteit en klimaatgerelateerde of andere essentiŽle maatregelen mogen niet elkaars tegenpool zijn. Er moet naar een win-winsituatie worden gestreefd, zonder de biodiversiteitsnormen te verlagen. Instrumenten als ruimtelijke ordening of flankerende maatregelen kunnen in dat geval nuttig zijn. Het Belgische deel van de Noordzee is hiervoor alvast vaak een pionier geweest.

 

De vermindering van de administratieve lasten en de stroomlijning van de procedures is een goede zaak, maar de procedures moeten wel werkbaar blijven en geschikt voor hun doel. Om dat te garanderen, zal ik alvast overleg plegen met mijn diensten die bevoegd zijn voor het afleveren van vergunningen op zee.

 

Voorts verwelkom ik uiteraard elk beleidsinitiatief dat de verbetering van de financiŽle haalbaarheid van projecten rond offshore windmolenparken tot doel heeft. Het is echter ook belangrijk om op te merken dat de sector van de windenergie ondertussen een volwassen industrie is geworden die een snelle groei kende, wat gepaard ging met dalende kosten. De voorbije jaren zag de sector echter ook de prijzen van grondstoffen, zoals koper en staal, in stijgende lijn gaan en konden de kosten van onderzoek rond het ontwikkelen van steeds grotere windmolens niet worden verzilverd. Dat neemt niet weg dat de offshore-industrie nog steeds een aantrekkelijke investering is, wat wordt ondersteund door de grote interesse in de tender voor de Prinses Elisabethzone. Voorts valt ook te verwachten dat de kosten opnieuw zullen dalen, niet alleen door de economische omstandigheden, maar ook omdat bedrijven blijven investeren in nieuwe technologieŽn, bijvoorbeeld de drijvende zonnepanelen, waarover ik later in de vergadering nog een vraag zal beantwoorden.

 

Als wij nu met de Noordzeelanden werk maken van standaardisering en effectieve planning, dan zal dat de bedrijven de nodige financiŽle ademruimte geven om hun activiteiten verder te ontplooien. Dat zal nodig zijn willen wij de Europese ambities inzake hernieuwbare energie waarmaken.

 

01.03 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, het is juist dat mijn eerste twee vragen eerder in de commissie voor Mobiliteit thuishoren, maar ik bepaal niet zelf aan welke commissie mijn vraag wordt toegewezen.

 

Ik ben het ermee eens dat meer uniformisering en standaardisering misschien soelaas kunnen bieden voor de bezorgdheden van de offshore-industrie. Wij zullen moeten afwachten wat er de volgende jaren gebeurt. Aan de ene kant zijn er immers de politieke realiteit en engagementen en aan de andere kant is er de financieel-economische realiteit op het terrein. Wij volgen de zaak alvast verder op.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Vraag van Kurt Ravyts aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "De stand van zaken m.b.t. het internationale regelgevingskader voor diepzeemijnbouw" (55036354C)

02 Question de Kurt Ravyts ŗ Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "L'ťtat d'avancement du cadre rťglementaire international pour l'exploitation miniŤre de fonds marins" (55036354C)

 

02.01 Kurt Ravyts (VB): De jongste tijd komen er ietwat merkwaardige zaken in onze commissie aan de orde, wat uw kabinet wel gevolgd zal hebben: er circuleren allerlei voorstellen van resoluties die eigenlijk niet nodig zijn, want de federale regering heeft al een standpunt ingenomen, waar de oppositie overigens mee akkoord gaat. Ik zal dat standpunt niet herhalen.

 

Mij interesseert nu vooral wat er de volgende weken te gebeuren staat na de bijeenkomst van de Raad van maart 2023, zeker in het licht van de afloop van de termijn van twee jaar. U hebt in uw visie op de voorstellen van resolutie wel aangestipt dat het wetenschappelijke onderzoek de goedkeuring van een robuust regelgevend kader niet in de weg mag staan. Het regelgevend kader moet er trouwens komen voordat voldoende wetenschappelijke kennis voorhanden is op grond waarvan kan worden beslist om diepzeemijnbouw al dan niet toe te laten. Dat regelgevend kader zal de context creŽren om de wetenschappelijke kennis te verzamelen om een verantwoorde beslissing te kunnen nemen. Het ene veronderstelt dus het andere. Daar ga ik volledig mee akkoord.

 

Wat is nu de stand van zaken in de onderhandelingen in de ISA over de Mining Code, gelet op het feit dat op 9 juli de termijn van twee jaar afloopt? Is er al juridische duidelijkheid over het what-ifscenario? Er waren namelijk wel wat bezorgdheden daarover.

 

Hoever staat het met de aanpassingen aan het Belgische wetgevend kader? Ik heb het over een kaderwet rond diepzeemijnbouw? Die kwestie is daar niet volledig aan gelinkt, maar er is wel nood aan.

 

02.02 Minister Vincent Van Quickenborne: De enige juridische duidelijkheid die we momenteel hebben, is dat de Mining Code op 9 juli 2023 niet klaar zal zijn. De onduidelijkheid over wat daarna moet gebeuren, het zogenaamde what-ifscenario, werd helaas niet volledig weggewerkt tijdens de Raadzitting in maart 2023.

 

De Raad heeft mede onder impuls van ons land wel stappen vooruitgezet. Zo werd een tijdslijn aangenomen om de juridische twistpunten aan te pakken en weg te werken tegen de volgende Raadzitting in juli van dit jaar.

 

Voorts heeft BelgiŽ, als cofacilitator van het intersessioneel webinar over het what-ifscenario, samen met Singapore een briefing paper voorgesteld, dat nu de basis voor elke verdere discussie vormt. De tekst werd goed onthaald, zodat ook beslist werd om de intersessionele dialoog voort te zetten.

 

Belangrijk is dat de preambule van de Raadbeslissing ditmaal duidelijk vermeldt dat er geen commerciŽle exploitatie in het gebied mag worden uitgevoerd, zolang er geen wetgevend kader is. Ik citeer: ďConsidering that the commercial exploitation of mineral resources in the area should not be carried out in absence of such RRPísRRPís zijn "rules, regulations and procedures".

 

Dat neemt uiteraard niet weg dat ons nog lange en moeilijke gesprekken te wachten staan. De juridische twistpunten wegwerken is niet evident, aangezien een aantal landen daarbij vaak aarzelen. Ik verwijs naar een land als Noorwegen. Noorwegen gaat full force voor diepzeemijnbouw, ondanks het toch wel Scandinavische imago van dat land. Daarnaast gaat het ook om landen als ArgentiniŽ, Zuid-Korea, Mexico en in mindere mate China.

 

De teksten van de nationale kaderwet worden door de regering besproken. Het gaat goed vooruit. Het overleg verloopt constructief. Ik verwacht de tekst in de komende weken aan de ministerraad te kunnen voorleggen.

 

02.03 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, ik veronderstel dat wij het dan in de commissie mogen verwachten in de loop van de komende maanden, in elk geval zeker nog dit kalenderjaar.

 

Het is juist dat Noorwegen daar voluit voor gaat. Dat berichtte de pers trouwens al enkele maanden geleden, zelfs voor de bijeenkomst van de ISA-Raad.

 

Ik dank u voor de extra informatie over de internationale evoluties. Er is toch wel een stap vooruitgezet om commerciŽle diepzeemijnbouw te voorkomen tot de goedkeuring van een Mining Code, wat dus niet zal gebeuren tegen 9 juli, maar dat is een andere zaak.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Vraag van Bert Wollants aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "Stikstof in de Noordzee" (55036497C)

03 Question de Bert Wollants ŗ Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "L'azote en mer du Nord" (55036497C)

 

03.01 Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, in antwoord op een schriftelijke vraag hebt u aangegeven dat de stikstofwaarden in de Noordzee, meer bepaald in het deel het dichtst bij de kust, nog ruime tijd te hoog zullen blijven. Ook al werden die normen enkele jaren geleden wat versoepeld, het blijkt dat we ook die aangepaste normen niet zullen halen. Ik besef natuurlijk dat de instrumenten die u hebt om daar iets aan te doen, relatief beperkt zijn, ten eerste omdat de bevoegdheid voor een stuk bij de gewesten zit, ten tweede omdat onze kustwateren ook onder invloed staan van stikstofnutriŽnten aangevoerd vanuit Frankrijk, Nederland en Duitsland, die in ons deel van de Noordzee ook een effect hebben.

 

In wetenschappelijke literatuur wordt ook een link gelegd tussen de hogere waarden van stikstof en fosfaat, al is het fosfaatgehalte de jongste jaren wat gedaald, en de mate waarin algenbloei en gevaarlijke algenbloei zich voordoen. De algenbloei wordt door de stijgende watertemperatuur bovendien versterkt. In het verleden zijn schattingen gemaakt van het effect van algenbloei op enkele economische sectoren. Voor Europa kwam dat neer op een bedrag van 860 miljoen euro per jaar. Nederland heeft ooit een inschatting gemaakt enkel voor de schuimalg, waarvan de impact op de recreatiesector werd geschat op een verlies van 9 miljoen euro per jaar.

 

Mijnheer de minister, welke bevoegdheden hebt u om initiatieven te nemen, zodat de normen behaald kunnen worden? Met andere woorden, wat kunt u doen?

 

Welke gevolgen hebben de hogere stikstofwaarden op economische en andere parameters in de Noordzee? Welke adaptatie≠maatregelen zijn volgens u mogelijk om die sectoren beter te beschermen?

 

03.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Daar de Belgische kust onderhevig is aan invloeden, zoals die van de Schelde, de Rijn, de Maas, de Seine en de Somme, zet de federale overheid in op nationale en internationale samenwerking. Zo wordt er binnen de Internationale Scheldecommissie voortdurend gewerkt aan een betere afstemming om de waterkwaliteit in het Scheldebekken, waartoe ook de Belgische kustwateren behoren, te verbeteren.

 

Een van de maatregelen die wij vanuit de federale overheid actief willen ondersteunen, is de bescherming en het herstel van slik- en schorvegetaties, daar deze een buffer kunnen vormen tegen de verstoring van de nutriŽntenbalans. In het Belgische maatregelenprogramma voor de kaderrichtlijn mariene strategie en binnen de stroomgebiedsplannen is daarom het herstel van estuariene getijdennatuur als maatregel opgenomen.

 

Daarnaast ziet de federale overheid erop toe dat de activiteiten in het Belgische deel van de Noordzee niet bijdragen tot de eutrofiŽring. Daarom wordt bijvoorbeeld aan alle aquacultuurprojecten de voorwaarde opgelegd dat zij zorgen voor een vermindering van het eutrofiŽringsniveau.

 

Mijn diensten hebben geen expliciete kennis van de gevolgen van de hogere stikstofwaarden op economische parameters. De eutrofiŽring verstoort echter wel de voedselketen door overmatige groei van de bruine slijmalg. Dat ziet men bijvoorbeeld door het schuim op het strand in het late voorjaar. De slijmalg, Phaeocystis, verstoort zowel het zogenaamde pelagische voedselweb, in open water, als het benthische voedselweb, dat men terugvindt op de bodem. De verstoring van het Benthische voedselweb is echter tijdelijk, doordat overmatige aanrijking van organisch materiaal afsterft en bezinkt.

 

Kortom, het is bovenal belangrijk dat wij een goede milieutoestand in onze Noordzee nastreven, en dit om negatieve effecten te minimaliseren of zelfs volledig te vermijden. Willen wij een impact op de economische ontwikkeling van kust- en zeegebonden sectoren vermijden, dan moeten wij vooral inzetten op het realiseren van een goede milieutoestand en een gezond marien milieu.

 

03.03 Bert Wollants (N-VA): We hebben nog een lange weg te gaan. U hebt immers zelf aangegeven dat het, op basis van de gegevens waarover we nu beschikken, nog 12 tot 15 jaar zou kunnen duren voor de goede toestand wordt bereikt.

 

Uiteraard heeft het voorkomen van dat schuim op de Noordzee wel een impact. De Nederlanders hebben dat heel snel ontdekt. Er zijn zelfs een aantal dodelijke ongevallen gebeurd in het verleden en dat moeten we toch zeker vermijden.

 

We moeten dus de nodige stappen zetten om dat te verhelpen en ik heb de indruk dat u daaraan werkt.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Vraag van Kurt Ravyts aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "Het totstandkomingsproces rond het nieuwe MRP 2026-2034 en de pleziervaart" (55036500C)

04 Question de Kurt Ravyts ŗ Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "Le processus d'ťlaboration du nouveau PAEM 2026-2034 et la navigation de plaisance" (55036500C)

 

04.01 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, enkele weken geleden werd door de dienst Marien Milieu van de FOD Volksgezondheid het officiŽle startschot gegeven voor de opmaak van een nieuw marien ruimtelijk plan (MRP) voor de Belgische Noordzee voor de periode 2026-2034. Dat is dus een achtjarige cyclus, op basis van de nieuwe wet ter bescherming van het marien milieu. Dat plan moet alle activiteiten op zee in kaart brengen om hun ruimtelijke impact met elkaar en met de natuur te verzoenen.

 

Het wordt echter druk in de Belgische territoriale wateren. Er wordt immers een zeer grote impact verwacht van het nieuwe offshore windpark in de Prinses Elisabethzone. Bepaalde sectoren blijven bezorgd, zoals de pleziervaart. Ik denk in dat verband bijvoorbeeld aan Nieuwpoort, dat bijzonder grote ontwikkelingen heeft op het vlak van de pleziervaart. Dat is eigenlijk een Vlaamse bevoegdheid, maar het is wel de realiteit. Er was eveneens commotie over de mosselboerderij, maar men is ook bevreesd over de vaarmogelijkheden wanneer de offshore windparken voor onze westkust zullen worden gerealiseerd.

 

Deze regering heeft al wat tegemoetkomingen gedaan aan deze sector, zoals de digitalisering van de stuurbrevetten. Er blijft echter enige bezorgdheid. Het voorbije weekend heeft men nog een sensibiliserende actie gevoerd.

 

Wat is uw reactie op de bezorgdheid van de sector? Hoe ziet u de realisatie van wat u meervoudig ruimtegebruik noemt in het totstandkomingsproces van het nieuwe MRP? Zal er voldoende inspraak zijn? Waarom is er zoín grote bezorgdheid? Is er wel in voldoende inspraakmogelijkheid voorzien? Er is immers een zeker wantrouwen.

 

04.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Mijnheer Ravyts, de bezorgdheid van de pleziervaartsector is me goed bekend. Ondertussen hebben we samen al verschillende mooie projecten verwezenlijkt, zoals de hervorming van de pleziervaartwetgeving, de digitalisering van de brevetten en recent de opstart van de Maand van de Pleziervaart voor het tweede jaar op rij.

 

De oproep om in voldoende ruimte te voorzien in het volgende marien ruimtelijk plan is me natuurlijk bekend. Ik was in Oostende bij de start van de publieksconsultatie. We hebben hen zelfs een plaats gegeven in het panel rond de mariene ruimtelijke planning op zee. We hebben hen ook gehoord in het kader van het onderzoek naar een derde energiezone op zee. We zullen daarnaast ook de vertegenwoordigers van Sport Vlaanderen uitnodigen voor de vergaderingen van de raadgevende commissie die over het huidige en het toekomstige MRP adviezen kan geven.

 

Wat de ligging van de zeeboerderij betreft, weet u waarschijnlijk dat we al geruime tijd gesprekken voeren met de private partner om na te gaan of we de zeeboerderij wat kunnen opschuiven. Dat zijn geen eenvoudige gesprekken, maar we streven ernaar een vergelijk te vinden dat alle partijen voldoende juridische en economische zekerheid biedt.

 

In een volgend MRP zullen we inderdaad bekijken hoe we meervoudig ruimtegebruik als norm kunnen inschrijven veeleer dan exclusieve gebruiksrechten toe te kennen voor bepaalde zones. Een eerste stap werd reeds gezet door aquacultuur en passieve visserij mogelijk te maken in de Prinses Elisabethzone zonder dat hiervoor de goedkeuring moet worden gevraagd aan de concessiehouder. In het nieuwe MRP zullen we op die weg verdergaan. Er zal rekening worden gehouden met het veilig naast elkaar kunnen uitvoeren van verschillende activiteiten, eventueel ook pleziervaartactiviteiten.

 

04.03 Kurt Ravyts (VB): Dat verheugt mij, mijnheer de minister. Ik ben ook voorstander van dat meervoudig ruimtegebruik. Ik ben niet de man van de polarisatie, maar van de dialoog. Ik denk dat er op het terrein, gezien de beperkte ruimte in de Belgische territoriale wateren, geen andere mogelijkheid is dan de sectoren onderling met elkaar in gesprek te laten gaan, zodat men het gezond verstand kan laten zegevieren in het kader van het algemeen belang.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Vraag van Bert Wollants aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "Het project van drijvende zonnepanelen" (55036501C)

05 Question de Bert Wollants ŗ Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "Le projet de panneaux solaires flottants" (55036501C)

 

05.01 Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de minister, de federale regering heeft in het verleden al een budget vrijgemaakt voor een proefproject met drijvende zonnepanelen op de Noordzee. U had aangegeven dat een eerste test zou plaatsvinden in 2022. Er werd toen verwezen naar het project MPVAqua. Recent werd bekendgemaakt dat er ook volgende zomer een proefproject zal worden uitgevoerd, onder de naam SeaVolt. Het is momenteel niet duidelijk welke vaststellingen er al konden worden opgetekend uit het eerste project en wat we daaruit leren voor de toekomst.

 

Waar staan we op dit moment? Welke vaststellingen kunt u doen voor de verschillende projecten? Welke lessen trekken we daaruit? In welke mate is het budget van 2 miljoen euro ondertussen aangewend? Staat daar ook een geÔnstalleerd vermogen tegenover? Welke projecten worden nog verder uitgevoerd op dit budget? Over welk vermogen spreken we dan? Wat is de tijdslijn voor deze projecten?

 

05.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Wollants, de federale regering heeft inderdaad beslist om 2 miljoen euro te investeren in een testinstallatie met drijvende zonnepanelen, die deze zomer zal worden geÔnstalleerd aan de Blue Accelerator in Oostende. Die testinstallatie, SeaVolt genaamd, bouwt verder op het MPVAquaproject, dat gefinancierd werd met Vlaamse middelen. De ontwikkeling van het SeaVoltproject kunt u trouwens volgen via de website www.seavolt.be.

 

De 2 miljoen euro kan als volgt worden onderverdeeld. Een half miljoen euro wordt toegewezen aan de bouw van de testinstallatie. Die subsidie werd reeds uitbetaald. De overige 1,5 miljoen euro zal via het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) besteed worden aan het opmaken van LCOE-studies, om de kostprijs per geproduceerde megawattuur te berekenen, en aan materiaal en ecologische studies die in 2023 en 2024 zullen worden uitgevoerd.

 

Op basis van de resultaten van die testinstallatie zal volgend jaar vervolgens een overheidsopdracht van 10 miljoen euro in de markt worden gezet om een grootschalig demonstratieproject te kunnen bouwen.

 

05.03 Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik begrijp dat het project, oorspronkelijk gepland voor vorig jaar, met een jaar vertraging zal worden uitgevoerd.

 

05.04 Minister Vincent Van Quickenborne: Dat heeft blijkbaar te maken met een laattijdige levering van het platform, daar zat wat vertraging op.

 

05.05 Bert Wollants (N-VA): We kijken uit naar de test die deze zomer zal worden uitgevoerd en naar de lessen die we daaruit kunnen trekken. De installatie bevindt zich nog niet in een fase waarin we daarvan grote vermogens kunnen verwachten. Wel kunnen we er lessen uit leren om een grootschalige uitbouw te kunnen ondersteunen, al dan niet afhankelijk van de uitgevoerde studies.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 10.30 uur.

La rťunion publique de commission est levťe ŗ 10 h 30.