KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 792
CRIV 52 COM 792
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTÉGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
B
INNENLANDSE
Z
AKEN
,
DE ALGEMENE
Z
AKEN EN HET
O
PENBAAR
A
MBT
C
OMMISSION DE L
'I
NTÉRIEUR
,
DES
A
FFAIRES
GÉNÉRALES ET DE LA
F
ONCTION PUBLIQUE
woensdag
mercredi
10-02-2010
10-02-2010
Namiddag
Après-midi
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de
eerste minister, belast met de Coördinatie van het
Migratie- en asielbeleid, over "de reis van de
eerste minister naar Turkije" (nr. 17973)
1
Question de M. Francis Van den Eynde au
premier ministre, chargé de la Coordination de la
Politique de migration et d'asile, sur "le voyage du
premier ministre en Turquie" (n° 17973)
1
Sprekers: Francis Van den Eynde, Yves
Leterme
, eerste minister
Orateurs: Francis Van den Eynde, Yves
Leterme
, premier ministre
Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de
eerste minister, belast met de Coördinatie van het
Migratie- en asielbeleid, over "het beroep van
BNP Paribas Fortis tegen de overname van het
bedrijf Decto" (nr. 18144)
4
Question de M. Georges Gilkinet au premier
ministre, chargé de la Coordination de la Politique
de migration et d'asile, sur "le recours de la
société BNP Paribas Fortis contre la reprise de la
société Decto" (n° 18144)
4
Sprekers: Georges Gilkinet, Yves Leterme,
eerste minister
Orateurs: Georges Gilkinet, Yves Leterme,
premier ministre
Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de
eerste minister, belast met de Coördinatie van het
Migratie- en asielbeleid, over "zijn uitspraak voor
het diplomatieke korps met betrekking tot de
merknaam 'Vlaanderen'" (nr. 18285)
5
Question de M. Francis Van den Eynde au
premier ministre, chargé de la Coordination de la
Politique de migration et d'asile, sur "les propos
qu'il a tenus devant le corps diplomatique au sujet
de la marque 'Flandre'" (n° 18285)
5
Sprekers: Francis Van den Eynde, Yves
Leterme
, eerste minister
Orateurs: Francis Van den Eynde, Yves
Leterme
, premier ministre
Samengevoegde vragen van
7
Questions jointes de
7
- de heer Ben Weyts aan de eerste minister,
belast met de Coördinatie van het Migratie- en
asielbeleid, over "de verkoop van kunstwerken, in
het bezit van de koninklijke familie, in het
buitenland" (nr. 18553)
7
- M. Ben Weyts au premier ministre, chargé de la
Coordination de la Politique de migration et
d'asile, sur "la vente à l'étranger d'oeuvres d'art
appartenant à la famille royale " (n° 18553)
7
- de heer Francis Van den Eynde aan de eerste
minister, belast met de Coördinatie van het
Migratie- en asielbeleid, over "de verkoop van
kunstvoorwerpen uit de Koninklijke verzameling"
(nr. 18691)
7
- M. Francis Van den Eynde au premier ministre,
chargé de la Coordination de la Politique de
migration et d'asile, sur "la vente d'objets d'art
provenant de la Collection Royale" (n° 18691)
7
Sprekers: Ben Weyts, Francis Van den
Eynde, Yves Leterme
, eerste minister
Orateurs: Ben Weyts, Francis Van den
Eynde, Yves Leterme
, premier ministre
Vraag van mevrouw Barbara Pas aan de eerste
minister, belast met de Coördinatie van het
Migratie- en asielbeleid, over "de wettelijkheid van
de benoeming van de regeringscommissaris"
(nr. 18629)
10
Question de Mme Barbara Pas au premier
ministre, chargé de la Coordination de la Politique
de migration et d'asile, sur "la légalité de la
nomination du commissaire du gouvernement"
(n° 18629)
10
Sprekers: Barbara Pas, Yves Leterme,
eerste minister
Orateurs: Barbara Pas, Yves Leterme,
premier ministre
Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de
eerste minister, belast met de Coördinatie van het
Migratie- en asielbeleid, over "de hervorming van
het stelsel van de notionele intrestaftrek"
(nr. 19130)
12
Question de M. Georges Gilkinet au premier
ministre, chargé de la Coordination de la Politique
de migration et d'asile, sur "la réforme du système
des intérêts notionnels" (n° 19130)
12
Sprekers: Georges Gilkinet, Yves Leterme,
eerste minister
Orateurs: Georges Gilkinet, Yves Leterme,
premier ministre
Samengevoegde vragen van
13
Questions jointes de
13
- de heer Georges Gilkinet aan de eerste minister,
belast met de Coördinatie van het Migratie- en
asielbeleid, over "het hervatten van de sociale
dialoog" (nr. 19375)
13
- M. Georges Gilkinet au premier ministre, chargé
de la Coordination de la Politique de migration et
d'asile, sur "la reprise du dialogue social"
(n° 19375)
13
- de heer Wouter De Vriendt aan de eerste
minister, belast met de Coördinatie van het
14
- M. Wouter De Vriendt au premier ministre,
chargé de la Coordination de la Politique de
13
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Migratie- en asielbeleid, over "het sociaal overleg"
(nr. 19386)
migration et d'asile, sur "la concertation sociale"
(n° 19386)
- de heer Hendrik Daems aan de eerste minister,
belast met de Coördinatie van het Migratie- en
asielbeleid, en aan de vice-eerste minister en
minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met
het
Migratie-
en
asielbeleid,
over
"de
verwachtingen en doelstellingen van de regering
inzake de onderhandelingen met de sociale
partners" (nr. 19437)
14
- M. Hendrik Daems au premier ministre, chargé
de la Coordination de la Politique de migration et
d'asile, et à la vice-première ministre et ministre
de l'Emploi et de l'Égalité des chances, chargée
de la Politique de migration et d'asile, sur "les
attentes et les objectifs du gouvernement en ce
qui concerne les négociations avec les
partenaires sociaux" (n° 19437)
13
Sprekers: Georges Gilkinet, Yves Leterme,
eerste minister
Orateurs: Georges Gilkinet, Yves Leterme,
premier ministre
Samengevoegde vragen van
16
Questions jointes de
17
- mevrouw Sarah Smeyers aan de eerste minister,
belast met de Coördinatie van het Migratie- en
asielbeleid, over "het migratiebeleid" (nr. 19411)
16
- Mme Sarah Smeyers au premier ministre,
chargé de la Coordination de la Politique de
migration et d'asile, sur "la politique de migration"
(n° 19411)
17
- de heer Jean Marie Dedecker aan de
eerste minister, belast met de Coördinatie van het
Migratie- en asielbeleid, over "het asiel- en
migratiebeleid" (nr. 19464)
16
- M. Jean Marie Dedecker au premier ministre,
chargé de la Coordination de la Politique de
migration et d'asile, sur "la politique d'asile et de
migration" (n° 19464)
17
- mevrouw
Martine
De Maght
aan
de
eerste minister, belast met de Coördinatie van het
Migratie- en asielbeleid, over "de regularisaties en
het migratiebeleid" (nr. 19469)
17
- Mme Martine De Maght au premier ministre,
chargé de la Coordination de la Politique de
migration et d'asile, sur "les régularisations et la
politique de migration" (n° 19469)
17
Sprekers: Sarah Smeyers, Yves Leterme,
eerste minister
Orateurs: Sarah Smeyers, Yves Leterme,
premier ministre
Vraag van mevrouw Meyrem Almaci aan de
staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de
Federale
Culturele
Instellingen
over
"de
visumplicht voor Turkse werknemers" (nr. 17596)
19
Question de Mme Meyrem Almaci au secrétaire
d'État au Budget, à la Politique de migration et
d'asile, à la Politique des familles et aux
Institutions culturelles fédérales sur "l'obligation
de visa pour les travailleurs turcs" (n° 17596)
19
Sprekers:
Meyrem
Almaci,
Melchior
Wathelet,
staatssecretaris
-
Begroting,
Migratie en Asiel, Gezinsbeleid en Federale
Culturele Instellingen
Orateurs:
Meyrem
Almaci,
Melchior
Wathelet, secrétaire d'État - Budget, Migration
et asile, Familles et Institutions culturelles
fédérales
Vraag van de heer Roland Defreyne aan de
staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de
Federale
Culturele
Instellingen
over
"de
transmigratieproblematiek in havens" (nr. 18158)
22
Question de M. Roland Defreyne au secrétaire
d'État au Budget, à la Politique de migration et
d'asile, à la Politique des familles et aux
Institutions culturelles fédérales sur "le problème
de la migration de transit dans les ports"
(n° 18158)
22
Sprekers:
Roland
Defreyne,
Melchior
Wathelet,
staatssecretaris
-
Begroting,
Migratie en Asiel, Gezinsbeleid en Federale
Culturele Instellingen
Orateurs:
Roland
Defreyne,
Melchior
Wathelet, secrétaire d'État - Budget, Migration
et asile, Familles et Institutions culturelles
fédérales
Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de
staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de
Federale
Culturele
Instellingen
over
"de
veroordeling van België door het Europees Hof
voor Rechten van de Mens met betrekking tot de
opsluiting van de 'Dublin families' in een gesloten
centrum" (nr. 18598)
24
Question de Mme Karine Lalieux au secrétaire
d'État au Budget, à la Politique de migration et
d'asile, à la Politique des familles et aux
Institutions
culturelles
fédérales
sur
"la
condamnation de la Belgique par la Cour
européenne des droits de l'Homme concernant la
détention des 'familles Dublin' en centre fermé"
(n° 18598)
24
Sprekers:
Karine
Lalieux,
Melchior
Wathelet,
staatssecretaris
-
Begroting,
Migratie en Asiel, Gezinsbeleid en Federale
Culturele Instellingen
Orateurs: Karine Lalieux, Melchior Wathelet,
secrétaire d'État - Budget, Migration et asile,
Familles et Institutions culturelles fédérales
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Vraag van mevrouw Zoé Genot aan de
staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de
Federale
Culturele
Instellingen
over
"de
veroordeling van België door het Hof voor
Rechten van de Mens met betrekking tot het
opsluiten van kinderen in gesloten centra"
(nr. 18602)
25
Question de Mme Zoé Genot au secrétaire d'État
au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à
la Politique des familles et aux Institutions
culturelles fédérales sur "la condamnation de la
Belgique par la Cour des droits de l'homme pour
la détention d'enfants en centre fermé" (n° 18602)
25
Sprekers: Zoé Genot, Melchior Wathelet,
staatssecretaris - Begroting, Migratie en Asiel,
Gezinsbeleid
en
Federale
Culturele
Instellingen
Orateurs: Zoé Genot, Melchior Wathelet,
secrétaire d'État - Budget, Migration et asile,
Familles et Institutions culturelles fédérales
Vraag van de heer Michel Doomst aan de
staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de
Federale
Culturele
Instellingen
over
"de
veroordeling van België door het Europees Hof
voor Rechten van de Mens" (nr. 18604)
27
Question de M. Michel Doomst au secrétaire
d'État au Budget, à la Politique de migration et
d'asile, à la Politique des familles et aux
Institutions
culturelles
fédérales
sur
"la
condamnation de la Belgique par la Cour
européenne des droits de l'homme" (n° 18604)
27
Sprekers:
Michel
Doomst,
Melchior
Wathelet,
staatssecretaris
-
Begroting,
Migratie en Asiel, Gezinsbeleid en Federale
Culturele Instellingen
Orateurs:
Michel
Doomst,
Melchior
Wathelet, secrétaire d'État - Budget, Migration
et asile, Familles et Institutions culturelles
fédérales
Vraag van mevrouw Hilâl Yalçin aan de
staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de
Federale
Culturele
Instellingen
over
"de
behandeling van visumaanvragen voor de imams"
(nr. 18848)
28
Question de Mme Hilâl Yalçin au secrétaire d'État
au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à
la Politique des familles et aux Institutions
culturelles fédérales sur "le traitement des
demandes de visas pour les imams" (n° 18848)
28
Sprekers: Hilâl Yalçin, Melchior Wathelet,
staatssecretaris - Begroting, Migratie en Asiel,
Gezinsbeleid
en
Federale
Culturele
Instellingen
Orateurs: Hilâl Yalçin, Melchior Wathelet,
secrétaire d'État - Budget, Migration et asile,
Familles et Institutions culturelles fédérales
Vraag van mevrouw Zoé Genot aan de
staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de
Federale Culturele Instellingen over "het statuut
voor Haïtianen" (nr. 18913)
30
Question de Mme Zoé Genot au secrétaire d'État
au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à
la Politique des familles et aux Institutions
culturelles fédérales sur "le statut des Haïtiens"
(n° 18913)
30
Sprekers: Zoé Genot, Melchior Wathelet,
staatssecretaris - Begroting, Migratie en Asiel,
Gezinsbeleid
en
Federale
Culturele
Instellingen
Orateurs: Zoé Genot, Melchior Wathelet,
secrétaire d'État - Budget, Migration et asile,
Familles et Institutions culturelles fédérales
Vraag van de heer Éric Jadot aan de
staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de
Federale
Culturele
Instellingen
over
"de
vereenvoudiging
van
de
gezinsherenigingsprocedures
voor
personen
afkomstig uit Haïti" (nr. 19012)
32
Question de M. Éric Jadot au secrétaire d'État au
Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la
Politique des familles et aux Institutions culturelles
fédérales sur "la simplification des procédures de
regroupement familial pour les personnes en
provenance d'Haïti" (n° 19012)
32
Sprekers: Éric Jadot, Melchior Wathelet,
staatssecretaris - Begroting, Migratie en Asiel,
Gezinsbeleid
en
Federale
Culturele
Instellingen
Orateurs: Éric Jadot, Melchior Wathelet,
secrétaire d'État - Budget, Migration et asile,
Familles et Institutions culturelles fédérales
Vraag van mevrouw Sarah Smeyers aan de
staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de
Federale Culturele Instellingen over "de medische
regularisaties" (nr. 19191)
35
Question de Mme Sarah Smeyers au secrétaire
d'État au Budget, à la Politique de migration et
d'asile, à la Politique des familles et aux
Institutions
culturelles
fédérales
sur
"les
régularisations
pour
raisons
médicales"
(n° 19191)
35
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
Sprekers:
Sarah
Smeyers,
Melchior
Wathelet,
staatssecretaris
-
Begroting,
Migratie en Asiel, Gezinsbeleid en Federale
Culturele Instellingen
Orateurs:
Sarah
Smeyers,
Melchior
Wathelet, secrétaire d'État - Budget, Migration
et asile, Familles et Institutions culturelles
fédérales
Vraag van de heer Michel Doomst aan de
staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de
Federale
Culturele
Instellingen
over
"economische
migratie
in
de zorgsector"
(nr. 19290)
37
Question de M. Michel Doomst au secrétaire
d'État au Budget, à la Politique de migration et
d'asile, à la Politique des familles et aux
Institutions culturelles fédérales sur "la migration
économique dans le secteur des soins"
(n° 19290)
37
Sprekers:
Michel
Doomst,
Melchior
Wathelet,
staatssecretaris
-
Begroting,
Migratie en Asiel, Gezinsbeleid en Federale
Culturele Instellingen
Orateurs:
Michel
Doomst,
Melchior
Wathelet, secrétaire d'État - Budget, Migration
et asile, Familles et Institutions culturelles
fédérales
Vraag van mevrouw Sarah Smeyers aan de
staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de
Federale
Culturele
Instellingen
over
"het
regularisatiebeleid" (nr. 19353)
38
Question de Mme Sarah Smeyers au secrétaire
d'État au Budget, à la Politique de migration et
d'asile, à la Politique des familles et aux
Institutions culturelles fédérales sur "la politique
de régularisation" (n° 19353)
38
Sprekers:
Sarah
Smeyers,
Melchior
Wathelet,
staatssecretaris
-
Begroting,
Migratie en Asiel, Gezinsbeleid en Federale
Culturele Instellingen
Orateurs:
Sarah
Smeyers,
Melchior
Wathelet, secrétaire d'État - Budget, Migration
et asile, Familles et Institutions culturelles
fédérales
Vraag van mevrouw Mia De Schamphelaere aan
de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie-
en asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de
Federale
Culturele
Instellingen
over
"het
verkrijgen van de Belgische nationaliteit op basis
van een schijnsamenwoonst" (nr. 19407)
40
Question de Mme Mia De Schamphelaere au
secrétaire d'État au Budget, à la Politique de
migration et d'asile, à la Politique des familles et
aux
Institutions
culturelles
fédérales
sur
"l'acquisition de la nationalité belge sur la base
d'une cohabitation de complaisance" (n° 19407)
40
Sprekers: Mia De Schamphelaere, Melchior
Wathelet
,
staatssecretaris
-
Begroting,
Migratie en Asiel, Gezinsbeleid en Federale
Culturele Instellingen
Orateurs: Mia De Schamphelaere, Melchior
Wathelet
, secrétaire d'État - Budget, Migration
et asile, Familles et Institutions culturelles
fédérales
Vraag van de heer Ben Weyts aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de toepassing van
de GAS" (nr. 19166)
41
Question de M. Ben Weyts à la ministre de
l'Intérieur sur "l'application des SAC" (n° 19166)
41
Sprekers: Ben Weyts, Annemie Turtelboom,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Ben Weyts, Annemie Turtelboom,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Roland Defreyne aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
controle op het dragen van een gordel"
(nr. 19277)
43
Question de M. Roland Defreyne à la ministre de
l'Intérieur sur "le contrôle du port de la ceinture de
sécurité" (n° 19277)
43
Sprekers:
Roland
Defreyne,
Annemie
Turtelboom, minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs:
Roland
Defreyne,
Annemie
Turtelboom, ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Roland Defreyne aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister, over "de grootschalige controle
op zwaar vervoer" (nr. 19280)
44
Question de M. Roland Defreyne au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre,
sur "l'importante opération de contrôle des poids
lourds" (n° 19280)
44
Sprekers:
Roland
Defreyne,
Annemie
Turtelboom, minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs:
Roland
Defreyne,
Annemie
Turtelboom, ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Mark Verhaegen aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
wetgeving rond de bevolkingsregisters en het
Rijksregister en de mogelijkheid tot zorgwonen"
46
Question de M. Mark Verhaegen à la ministre de
l'Intérieur sur "la législation relative aux registres
de population et au registre national et la
possibilité d'habitat accompagné" (n° 19287)
46
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
v
(nr. 19287)
Sprekers:
Mark
Verhaegen,
Annemie
Turtelboom, minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs:
Mark
Verhaegen,
Annemie
Turtelboom, ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de herstructurering
van de politieopleiding" (nr. 19291)
48
Question de M. Michel Doomst à la ministre de
l'Intérieur sur "la restructuration de la formation
policière" (n° 19291)
48
Sprekers:
Michel
Doomst,
Annemie
Turtelboom, minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs:
Michel
Doomst,
Annemie
Turtelboom, ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
ontmanteling van de kerncentrale van Chooz A"
(nr. 19310)
49
Question de M. Georges Gilkinet à la ministre de
l'Intérieur sur "le démantèlement de la centrale
nucléaire de Chooz A" (n° 19310)
49
Sprekers:
Georges
Gilkinet,
Annemie
Turtelboom, minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs:
Georges
Gilkinet,
Annemie
Turtelboom, ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
toekomstige brandweerschool voor de provincies
Namen,
Luxemburg
en
Waals-Brabant"
(nr. 19313)
52
Question de M. Georges Gilkinet à la ministre de
l'Intérieur sur "la future école du feu des provinces
de Namur, Luxembourg et Brabant wallon"
(n° 19313)
52
Sprekers:
Georges
Gilkinet,
Annemie
Turtelboom, minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs:
Georges
Gilkinet,
Annemie
Turtelboom, ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
financiering van de politieacademies" (nr. 19314)
54
Question de M. Georges Gilkinet à la ministre de
l'Intérieur sur "le financement des académies de
police" (n° 19314)
54
Sprekers:
Georges
Gilkinet,
Annemie
Turtelboom, minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs:
Georges
Gilkinet,
Annemie
Turtelboom, ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Josy Arens aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de afwezigheid
van de lokale overheden in het kader van het
sectoraal akkoord 2009-2010" (nr. 19385)
55
Question de M. Josy Arens à la ministre de
l'Intérieur sur "l'absence des autorités locales
dans le cadre de l'accord sectoriel 2009-2010"
(n° 19385)
55
Sprekers: Josy Arens, Annemie Turtelboom,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Josy Arens, Annemie Turtelboom,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "het Early Warning
System" (nr. 19391)
58
Question de M. Michel Doomst à la ministre de
l'Intérieur
sur
"le
Early Warning System"
(n° 19391)
58
Sprekers:
Michel
Doomst,
Annemie
Turtelboom, minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs:
Michel
Doomst,
Annemie
Turtelboom, ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "het aantal
overvallen met geweld" (nr. 19392)
59
Question de M. Michel Doomst à la ministre de
l'Intérieur sur "le nombre de braquages violents"
(n° 19392)
59
Sprekers:
Michel
Doomst,
Annemie
Turtelboom, minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs:
Michel
Doomst,
Annemie
Turtelboom, ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van
Binnenlandse
Zaken
over
"de
buurtinformatienetwerken" (nr. 19393)
60
Question de M. Michel Doomst à la ministre de
l'Intérieur sur "les réseaux d'information de
quartier" (n° 19393)
60
Sprekers:
Michel
Doomst,
Annemie
Turtelboom, minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs:
Michel
Doomst,
Annemie
Turtelboom, ministre de l'Intérieur
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
vi
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de diversiteit in het
politiekorps" (nr. 19397)
61
Question de M. Michel Doomst à la ministre de
l'Intérieur sur "la diversité au sein du corps de
police" (n° 19397)
61
Sprekers:
Michel
Doomst,
Annemie
Turtelboom, minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs:
Michel
Doomst,
Annemie
Turtelboom, ministre de l'Intérieur
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
BINNENLANDSE ZAKEN, DE
ALGEMENE ZAKEN EN HET
OPENBAAR AMBT
COMMISSION DE L'INTERIEUR,
DES AFFAIRES GENERALES ET
DE LA FONCTION PUBLIQUE
van
WOENSDAG
10
FEBRUARI
2010
Namiddag
______
du
MERCREDI
10
FEVRIER
2010
Après-midi
______
La séance est ouverte à 14.22 heures et présidée par M. André Frédéric.
De vergadering wordt geopend om 14.22 uur en voorgezeten door de heer André Frédéric.
01 Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het
Migratie- en asielbeleid, over "de reis van de eerste minister naar Turkije" (nr. 17973)
01 Question de M. Francis Van den Eynde au premier ministre, chargé de la Coordination de la
Politique de migration et d'asile, sur "le voyage du premier ministre en Turquie" (n° 17973)
01.01 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de eerste minister,
soms loopt er iets verkeerd. Dat gebeurt in elk kabinet, ook dat van de
eerste minister. Ik had, op uw verzoek, een brief ontvangen om ter
zake een schriftelijk antwoord te krijgen op deze vraag, maar die brief
is nooit aangekomen. Ik zeg dit maar. Het is geen verwijt.
01.01 Francis Van den Eynde
(VB):
J'avais
demandé
une
réponse écrite mais cette lettre ne
vous est manifestement jamais
parvenue.
01.02 Eerste minister Yves Leterme: Voor de relaties met het
Parlement hebben wij nu de heer Aart Geens. Wij gaan hem
onmiddellijk testen.
01.03 Francis Van den Eynde (VB): Ik ben ervan overtuigd dat het
perfect zal lopen.
Dit gezegd zijnde, mijnheer de minister, heb ik voor u een vraag over
uw recente reis naar Turkije. Voor een buitenstaander is die een
beetje mysterieus overgekomen. Ik zal u bekennen dat ik pas vernam
dat u naar dat land vertrokken was toen ik op een morgen op de radio
hoorde dat u terugkwam. Dat werd heel terloops vermeld...
01.03 Francis Van den Eynde
(VB): Ma question porte sur le
voyage quelque peu mystérieux du
premier ministre en Turquie: je
n'en ai été informé que lorsque j'ai
appris par la radio qu'il était de
retour.
01.04 Eerste minister Yves Leterme: Ik ben een man van de
schaduw. U weet dat, mijnheer Van den Eynde. Ik probeer altijd de
luwte op te zoeken. Schuchter van aard...
01.05 Francis Van den Eynde (VB): Het is u gegund. Maar u zult mij
mijn nieuwsgierigheid waarschijnlijk niet ten kwade duiden...
01.06 Eerste minister Yves Leterme: Wij kennen elkaar.
01.07 Francis Van den Eynde (VB): Voilà!
Ik kom tot mijn vragen. Ten eerste, wat was de reden van uw bezoek?
Ten tweede, wat zijn de politieke connotaties van dat bezoek? Ik heb
01.07 Francis Van den Eynde
(VB): Quel était le motif de cette
visite? Quelles en sont les
implications politiques?
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
natuurlijk een aantal vragen over de problemen die dat land op dit
ogenblik heeft. Ik geef een voorbeeld. Recentelijk verbood Turkije nog
een Koerdische partij die in het Parlement vertegenwoordigd is,
waarmee het als het ware een beroepsverbod oplegt aan een aantal
verkozenen van dat Parlement. Een ander element ­ wat men er ook
van moge zeggen ­ is dat het land stilaan een meer islamistische
koers volgt. Het is zijn verhoudingen met het buitenland ernstig aan
het wijzigen. Zo wordt bijvoorbeeld de eeuwenoude ­ als ik die
uitdrukking mag gebruiken, want ik geef toe dat zij wat overdreven is
­ vriendschap met Israël in vraag gesteld.
Het is duidelijk dat Turkije ervan droomt een nieuwe Ottomaanse
dimensie ­ ik zal het zo uitdrukken ­ aan zijn politiek te geven, niet
alleen in Centraal-Azië, maar zelfs in Europa. Op dat vlak wijs ik u op
een toespraak die de Turkse minister van Buitenlandse Zaken niet zo
lang geleden in ­ niet toevallig ­ Sarajevo, Bosnië, gehouden heeft.
Daarin zei hij duidelijk: "Bosnië heeft maar één roeping: een Turkse
roeping. U bent bij ons thuis. Wij zijn hier thuis." Kortom, Turkije heeft
de visie van een soort Ottomaanse dimensie in Europa.
Is voornoemde visie ter sprake gekomen? Wat werd besproken
inzake de aansluiting bij Europa? Wat is het standpunt dat
daaromtrent op dit ogenblik door de regering wordt ingenomen?
Que pense le premier ministre de
l'interdiction récente
par
les
autorités turques d'un parti kurde
représenté au Parlement? Que
pense le premier ministre de
l'orientation islamiste que prend la
Turquie
et
du
changement
intervenu dans ses relations
internationales, par exemple avec
Israël? La Turquie rêve de donner
une dimension ottomane à l'Asie
centrale et même à l'Europe. Cet
aspect a-t-il été évoqué, ainsi que
l'entrée dans l'Union européenne?
Quelle
est
la
position
du
gouvernement en la matière?
01.08 Eerste minister Yves Leterme: Mijnheer de voorzitter, het klopt
dat ik op 29 en 30 december 2009 in Turkije ben geweest. Ik ga
tijdens de krokusvakantie ook drie à vier dagen naar de Balkan. De
gesprekken ter plaatse passen in de voorbereiding van het Belgische
Voorzitterschap van de Europese Unie.
Ik ben eind 2009 dus in Turkije geweest. Ik heb er onder meer
ontmoetingen met president Gül, met eerste minister Erdogan, met de
minister van Buitenlandse Zaken Davutoglu en ook, op mijn verzoek,
met patriarch Bartholomaios gehad. Laatstgenoemd gesprek vond
plaats in Istanbul, waar ik uiteraard ook van de gelegenheid gebruik
heb gemaakt om een aantal elementen van onze consulaire
aanwezigheid aldaar van naderbij te bekijken. De andere gesprekken
vonden logischerwijs in Ankara plaats.
De talrijke onderwerpen die tijdens mijn verblijf in Turkije zijn
besproken ­ het waren heel uitgebreide gesprekken, onder meer
tijdens een diner met de heer Erdogan ­, gaan van onze bilaterale
betrekkingen over de kwestie van de toetreding van Turkije tot de
Europese Unie en tot uiteraard een aantal grote dossiers uit de
internationale actualiteit, gelet ook op de strategische ligging van
Turkije.
Ook de mensenrechten stonden op de agenda. Mijn gesprekspartners
hebben trouwens het onderwerp op eigen initiatief aangesneden. Zij
hebben toegegeven dat een aantal standaarden in Turkije nog moet
evolueren, wat uiteraard zijn belang heeft bij de inschatting van de
vervulling van de criteria van Kopenhagen in het toetredingsdossier.
Er is echter, niet alleen door de officiële ambtsdragers die ik heb
ontmoet, maar ook door mensen uit de Turkse samenleving die ik,
mede op initiatief van het consulaat in Istanbul, heb ontmoet,
beklemtoond dat er de voorbije jaren effectief, meer bepaald ook door
het goedkeuren van een aantal nieuwe wetgevingen, vooruitgang is
01.08 Yves Leterme, premier
ministre: Je me suis effectivement
rendu en Turquie les 29 et
30 décembre 2009. Durant le
congé de carnaval, je passerai
trois jours dans les Balkans dans
le cadre de la présidence de
l'Union européenne. J'ai rencontré
le président Gül, le premier
ministre Erdogan, le ministre des
Affaires
étrangères
et
le
patriarche. Ces entretiens se sont
déroulés à Istanbul et à Ankara.
Les discussions approfondies que
nous avons eues ont porté sur nos
relations bilatérales, l'adhésion à
l'Union européenne et, vu la
position stratégique de la Turquie,
une série de dossiers importants
de l'actualité internationale.
Il a également été question des
droits de l'homme et ce, à
l'initiative de mes interlocuteurs
eux-mêmes. Ils ont admis qu'une
série de normes devaient encore
évoluer en Turquie, point qui revêt
évidemment
une
importance
particulière dans le cadre de
l'adhésion à l'Union européenne et
du respect des critères de
Copenhague. Des progrès ont
toutefois été accomplis et de
nouvelles
lois
ont
été
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
geboekt.
Ik heb de vooruitgang aangemoedigd. Ik heb gesteld dat ze cruciaal is
en zal zijn in de nieuwe evaluatie die de Europese Commissie in het
najaar van 2010 van het toetredingsdossier zal maken. De
conformiteit met de politieke criteria van Kopenhagen zal bij de
evaluatie centraal staan.
De Turkse regering heeft akte van de beslissing van het
Grondwettelijk Hof te Ankara genomen, om de partij DTP, de pro-
Koerdische partij van de democratische maatschappij, te sluiten,
hoewel de meeste verkozen parlementsleden van voormelde partij
hun activiteiten voortzetten binnen een nieuwe partij die ondertussen
werd opgericht. Het verbieden van de partij DTP illustreert de
noodzaak van vooruitgang, waarnaar ik zopas heb verwezen, om de
Europese standaarden voor toetreding tot de Europese Unie in te
vullen.
Tijdens het gesprek met patriarch Bartholomeos viel het op dat het
optreden van de huidige Turkse regering ten gunste van de
minderheden en de uitoefening van de godsdienstvrijheid door de
patriarch werd toegejuicht, al moet in dat domein uiteraard nog
vooruitgang worden geboekt.
Met betrekking tot de toetreding van Turkije tot de Europese Unie heb
ik de kans gehad eraan te herinneren dat het onderhandelingsproces
een open proces is en dat elke kandidaat-lidstaat wordt geëvalueerd
op basis van eigen verdiensten. Wat dat betreft, moeten wij erkennen
dat de onderhandelingen de voorbije jaren niet ver zijn gevorderd.
Totnogtoe werd maar één hoofdstuk afgerond.
Het spreekt voor zich dat bij de talrijke blokkeringen het Cypriotische
dossier een beslissende rol speelt. Dat dossier blokkeert op zich niet
minder dan acht hoofdstukken. Turkije is zich bewust van die
moeilijkheden, maar hoopt dat de komende voorzitterschappen nog
een of ander hoofdstuk voor negotiatie zullen kunnen openstellen en
dat zo de onderhandelingen kunnen vorderen.
Mijnheer de voorzitter, tot zover mijn antwoord op de vragen van de
heer Van den Eynde. Soms is het gebruikelijk journalisten mee op reis
te nemen. Ik zal dat de komende maanden ook doen, maar om
praktische redenen heb ik dat dit keer in Turkije niet gedaan,
waardoor wellicht minder dan anders kond werd gedaan van mijn
bezoek aan het betrokken land.
promulguées. J'ai encouragé ce
processus et indiqué clairement
que ces développements seront
cruciaux lors de la nouvelle
évaluation de la Commission
européenne à l'automne prochain.
Le gouvernement turc a pris acte
de la décision prise par la Cour
constitutionnelle
d'Ankara
d'interdire le DTP, parti pro-kurde.
La majorité des députés de ce
parti militent depuis dans un
nouveau
parti
politique.
L'interdiction du parti kurde DTP
illustre cependant la nécessité de
se
conformer
aux
critères
européens d'adhésion à l'Union.
Il reste un travail considérable à
accomplir, même si le patriarche
a, bien entendu, salué l'attitude
positive du gouvernement actuel
par rapport aux questions touchant
aux minorités religieuses et à la
liberté des cultes.
Les négociations d'adhésion en
sont encore à un stade précoce,
un seul chapitre ayant pu être
clôturé
jusqu'à
présent.
La
question de Chypre bloque pas
moins
de
huit
chapitres.
Consciente de ces difficultés, la
Turquie espère toutefois que le
dossier évoluera positivement.
Pour des raisons d'ordre pratique,
aucun journaliste n'a participé à ce
voyage. Cet état de fait explique
sans doute le peu d'intérêt porté à
ce voyage par la presse.
01.09 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de eerste minister, u
bent mij voor geweest door Cyprus te vernoemen. Daarnaar wilde ik
immers nog verwijzen. Daar is toch niet alles koek en ei. Nog maar
een paar weken geleden heeft een hof van beroep in Engeland
Grieks-Cypriotische vluchtelingen uit Noord-Cyprus gelijkgegeven met
betrekking tot een geding dat zij tegen Turkije hadden aangespannen
in verband met de inbeslagname van hun immobiliën in Noord-Cyprus
door de Turkse regering naar aanleiding van de invasie van 1974. Ik
herinner er ook aan dat België de bezetting van Noord-Cyprus door
Turkije nooit heeft erkend en dat dit nog altijd een hindernis is met
betrekking tot de onderhandelingen met dat land over de EU.
Men zegt dat er vooruitgang is in de kwestie van de mensenrechten.
01.09 Francis Van den Eynde
(VB): Le dossier de Chypre est
complexe. Les Chypriotes grecs
ont obtenu gain de cause dans un
procès intenté contre la Turquie
pour la saisie des biens situés en
Chypre du Nord lors de l'invasion
turque. La Belgique n'a jamais
reconnu l'occupation de la Chypre
du Nord par la Turquie et ce point
reste un obstacle à l'évolution des
négociations d'adhésion.
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
Ik kan alleen vaststellen dat op dit ogenblijk een Koerdische partij met
verkozenen in het parlement verboden werd.
Ik heb nog een laatste opmerking. De patriarch van Constantinopel ­
want ik denk dat dit zijn officiële titel is ­ die u in Istanbul hebt
ontmoet, zal u ongetwijfeld hebben gezegd wat u ons vertelt, dat staat
buiten kijf. Er zijn echter toch nogal wat klachten over
godsdienstvervolgingen tegen Syrische christenen, in die mate dat
een aantal parlementsleden van de meerderheid in de Kamer onlangs
nog een voorstel van resolutie hebben laten goedkeuren met
betrekking tot godsdienstvervolgingen in het Midden-Oosten. De
Syrische christenen in Turkije werden tijdens de bespreking
nominatim vernoemd. Daarom zou ik willen pleiten voor een zeer
grote omzichtigheid in verband met Turkije.
Si d'aucuns prétendent que le
pays a réalisé des progrès au
niveau des droits de l'homme, je
ne puis que constater, à cet égard,
l'interdiction récente d'un parti
kurde siégeant au Parlement.
À ces problèmes s'ajoute celui des
chrétiens syriaques de Turquie,
spécifiquement mentionnés dans
la résolution adoptée par la
majorité
et
relative
aux
persécutions
religieuses
au
Moyen-Orient. Nous plaidons dès
lors pour une attitude très
prudente vis-à-vis de la Turquie.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
02 Question de M. Georges Gilkinet au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de
migration et d'asile, sur "le recours de la société BNP Paribas Fortis contre la reprise de la société
Decto" (n° 18144)
02 Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het
Migratie- en asielbeleid, over "het beroep van BNP Paribas Fortis tegen de overname van het bedrijf
Decto" (nr. 18144)
02.01 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
monsieur le premier ministre, vous en conviendrez, un dossier qui
marquera sans doute cette législature fédérale est l'investissement de
l'État dans les banques, ce rachat de Fortis et cette participation à
BNP Paribas.
J'ai déjà eu ce débat avec le ministre des Finances mais j'estimais
important de l'avoir également avec vous. En effet, BNP Paribas
Fortis et une autre institution bancaire se sont positionnées contre la
poursuite des activités d'une entreprise de Fleurus, dans la région de
Charleroi, la société Decto. Cette dernière avait fait usage des
possibilités offertes par la loi sur la continuité des entreprises pour
poursuivre ses activités à la suite d'une diminution des commandes
liée à une baisse de l'activité sidérurgique dans la région, puisque son
principal client est Caterpillar.
BNP Paribas Fortis, de même qu'une autre banque, ont décidé
d'introduire un recours contre la décision du tribunal de commerce
permettant à la société Decto de poursuivre ses activités avec 60 de
ses 110 employés. Cela pose une question importante et grave sur la
capacité et la volonté des établissements bancaires, à commencer
par ceux qui ont été aidés par l'État, de soutenir l'économie réelle
dans notre pays.
Monsieur le premier ministre, après avoir interrogé le ministre des
Finances, je souhaitais connaître votre sentiment par rapport à cette
situation et connaître plus largement la politique du gouvernement vis-
à-vis de ses représentants au sein de BNP Paribas Fortis et au sein
de BNP Paribas. Quelle influence peut-on avoir sur les choix
d'investissement réalisés par ces deux banques importantes? Plus
globalement, que compte entreprendre le gouvernement à l'égard des
02.01 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): BNP Paribas Fortis heeft
samen met een andere bank
beslist beroep aan te tekenen
tegen de beslissing van de
rechtbank van koophandel om de
onderneming Decto, die in de
streek van Charleroi gevestigd is,
toestemming te geven haar
activiteiten met 60 van de 110
werknemers voort te zetten. Dit
plaatst heel wat vraagtekens bij de
bereidheid van de banken, op de
eerste
plaats
degene
die
staatssteun hebben ontvangen,
om de reële economie in ons land
te ondersteunen.
Welk beleid wil de regering via
haar vertegenwoordigers bij BNP
Paribas Fortis en BNP Paribas
voeren? In welke mate kan ze
wegen op de investeringkeuzes
van die twee banken? Wat zal de
regering ondernemen om ervoor te
zorgen dat de banken in de
toekomst de reële economie beter
ondersteunen? Wij mogen van
hen een voluntaristischere houding
jegens de economische actoren
verwachten.
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
banques pour qu'à l'avenir, elles soutiennent davantage l'économie
réelle. Il nous semblait être en droit d'attendre d'elles une attitude plus
volontariste à l'égard des acteurs économiques, notamment en
termes de soutien via des prêts ou, en l'occurrence, pour encourager
la poursuite des activités d'une entreprise qui avait des dettes mais
qui gardait l'espoir de pouvoir redémarrer.
02.02 Yves Leterme, premier ministre: Monsieur le président,
monsieur Gilkinet, je serai assez bref. Je me réfère à la réponse qu'a
donnée le ministre compétent, M. Reynders, en séance plénière de la
Chambre du 7 janvier 2010 ainsi qu'au courrier que le ministre des
Finances vous a remis en marge de la dernière commission des
Finances.
Je n'ai rien à ajouter. Le cadre légal prévoit que c'est le comité de
direction qui est chargé de la gestion journalière de la banque et non
pas le conseil d'administration.
02.02 Eerste minister Yves
Leterme: Ik verwijs naar het
antwoord
dat
de
bevoegde
minister, de heer Reynders, op
7 januari 2010 in de plenaire
vergadering van de Kamer heeft
gegeven, alsook naar de brief die
u in de marge van de jongste
vergadering van de commissie
voor de Financiën werd bezorgd.
Het directiecomité en niet de raad
van bestuur is belast met het
dagelijks beheer van de bank.
02.03 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le premier
ministre, votre réponse ne m'étonne nullement, je m'y attendais.
Je vais m'en contenter en espérant que, dans le chef du
gouvernement, il y a une réelle volonté d'influencer les choix
politiques et stratégiques des banques qui ont été aidées. Il est trop
facile de dire que vous vous en lavez les mains et qu'il s'agit de leur
seule responsabilité. Après les investissements réalisés par l'État,
nous sommes en droit d'attendre une autre attitude de la part des
institutions bancaires.
02.03 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Ik zal genoegen nemen
met dat antwoord en spreek de
hoop uit dat de regering echt
bereid zal zijn om invloed uit te
oefenen op de politieke en
strategische
keuzes
van de
banken
die
overheidssteun
hebben gekregen. Het is al te
gemakkelijk om uw handen in
onschuld te wassen en te zeggen
dat de verantwoordelijkheid enkel
bij de banken berust.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: La question n° 18215 de M. Geerts est transformée en question écrite à sa demande.
03 Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het
Migratie- en asielbeleid, over "zijn uitspraak voor het diplomatieke korps met betrekking tot de
merknaam 'Vlaanderen'" (nr. 18285)
03 Question de M. Francis Van den Eynde au premier ministre, chargé de la Coordination de la
Politique de migration et d'asile, sur "les propos qu'il a tenus devant le corps diplomatique au sujet de
la marque 'Flandre'" (n° 18285)
03.01 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de eerste minister, uw
uitspraak naar aanleiding van de dagen van de diplomatie in het
Egmontpaleis met betrekking tot de merknaam Vlaanderen, heeft
nogal voor ophef gezorgd in het Vlaams Parlement. Voor zover ik
weet, is het de eerste keer dat het hier aan bod komt. Ik vond het toch
nodig om uzelf daarover te ondervragen, want met het Vlaams
Parlement hebt u niets meer te maken op dit ogenblik. Ik dacht dat
het passend en billijk was om uzelf aan te spreken.
Concreet hebt u daar volgens de kranten verteld dat u halfweg
Frankrijk of Duitsland beter niet meer uitpakt met de merknaam
03.01 Francis Van den Eynde
(VB): Dans le cadre des journées
diplomatiques
qui
se
sont
déroulées au palais d'Egmont, le
premier ministre aurait affirmé
qu'au-delà
d'un
rayon
de
500 kilomètres en dehors de la
Belgique, il n'est plus utile d'utiliser
la marque 'Flandre' et que la
marque
'Belgique'
a
un
rayonnement plus important. Je ne
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
Vlaanderen. U hebt gepreciseerd dat buiten een straal van 500 km de
merknaam België een grotere uitstraling heeft. Ik haal nu letterlijk aan
wat in de krant staat. Indien dat niet juist is, zult u dat wel rechtzetten.
Die uitspraak is toch wel een beetje verbazend vanwege een
voormalige minister-president van de Vlaamse regering, maar ik zou
u toch nog wat anders willen tegenwerpen, en dat is dat het volgens
mij niet klopt. Ik zou u willen verzekeren dat mijn ervaring is dat men
in het buitenland het woordje "Flanders" vaak beter kent dan
"Belgium" en merkwaardig genoeg "Brussels" beter dan "Belgium", in
die mate dat ik ooit horen zeggen heb dat België waarschijnlijk de
hoofdstad van Brussel is. Brussel is natuurlijk bekend vanwege de
Europese instellingen en de NAVO, die hier gevestigd zijn.
Waarom is Vlaanderen bekend? Aan een Ieperling hoef ik dat niet
wijs te maken, dat is wegens Flanders Fields, zolang het in de
Angelsaksische wereld is, en voor de rest natuurlijk wegens de kunst.
De Vlaamse kunst heeft toch nog altijd een zeer grote reputatie en
dan denk ik aan I Fiamminghi zoals dat in Italië gezegd wordt. Ik denk
aan Spanje en ik denk dan verder ook aan Amerika en zo verder, met
andere woorden Vlaanderen promoten is naar mijn bescheiden
mening helemaal niet fout.
Om het eventjes buiten de sentimentele argumenten te halen, staat
Vlaanderen in voor ongeveer 80 % van de export van de Staat en
verdient bijgevolg ook die promotie. Ik zie dan ook niet in waarom de
Belgische diplomaten, om dat woord dan te gebruiken, als het ware
oorlog zouden moeten voeren tegen de Vlaamse diplomaten,
trouwens ook niet tegen de Waalse diplomaten. Het zijn verschillende
entiteiten. Laten zij elk hun ding doen. Dat is de bescheiden mening
van uw dienaar. Ik had graag gehoord wat u hierop te zeggen hebt.
crois pas que ce soit le cas. Les
marques 'Flanders' et 'Brussels'
sont en effet souvent plus connues
que le nom de la Belgique. Il n'y a
rien de mal à vouloir promouvoir la
Flandre, d'autant que celle-ci
représente 80 % des exportations.
Le premier ministre pourrait-il
m'apporter quelques précisions
supplémentaires
sur
ses
déclarations?
03.02 Eerste minister Yves Leterme: Mijnheer de voorzitter, ik wil
een en ander rechtzetten. Dat zal ook mijn antwoord zijn op de vraag.
zijn niet door mij uitgesproken. U verwijst naar krantenberichten en ik
sta uiteraard niet in voor de kranten. Ik heb de woorden "merknaam
Vlaanderen" niet uitgesproken. Uw vraag is dus eigenlijk zonder
voorwerp. Misschien kan ik er nog aan toevoegen dat ik in 2005 of
2006 in het Vlaams parlement ondervraagd ben. Ik heb daar mijn visie
gegeven, die ik ook nu nog heb op de materie. Ik verwijs naar het
verslag van die commissie. In elk geval, ik heb niet over de
merknaam Vlaanderen gesproken. De passage over het aantal
kilometers, 500, is die maandag niet aan bod gekomen op
Buitenlandse Zaken.
03.02 Yves Leterme, premier
ministre: L'appellation de "marque
Flandre" ne m'appartient pas. Par
conséquent, la question de M. Van
den Eynde n'a aucune raison
d'être. Il n'a pas été question non
plus de distance de 500 km. Pour
ce qui est de ma vision en la
matière, je vous renvoie à mes
exposés au Parlement flamand de
2005 et 2006.
03.03 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de voorzitter, ik dank
de eerste minister voor zijn antwoord, hoe kort het ook mag zijn.
Mijnheer de eerste minister, mag ik concluderen dat u helemaal niet
denigrerend gedaan hebt over de Vlaamse diplomatie en het
promoten van Vlaanderen in het buitenland?
03.03 Francis Van den Eynde
(VB): Le premier ministre n'a donc
pas dénigré la Flandre?
03.04 Eerste minister Yves Leterme: U mag dat concluderen.
03.04 Yves Leterme, premier
ministre: Non.
03.05 Francis Van den Eynde (VB): U confirmeert dat? Bedankt.
Het incident is gesloten.
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
L'incident est clos.
Le président: La question n° 18405 de Mme Staelraeve est reportée
à sa demande.
De voorzitter: Vraag 18405 van
mevrouw
Staelraeve
wordt
ingetrokken.
04 Samengevoegde vragen van
- de heer Ben Weyts aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en asielbeleid,
over "de verkoop van kunstwerken, in het bezit van de koninklijke familie, in het buitenland"
(nr. 18553)
- de heer Francis Van den Eynde aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en
asielbeleid, over "de verkoop van kunstvoorwerpen uit de Koninklijke verzameling" (nr. 18691)
04 Questions jointes de
- M. Ben Weyts au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de migration et d'asile,
sur "la vente à l'étranger d'oeuvres d'art appartenant à la famille royale " (n° 18553)
- M. Francis Van den Eynde au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de migration
et d'asile, sur "la vente d'objets d'art provenant de la Collection Royale" (n° 18691)
04.01 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de voorzitter, het is een vraag
over de veiling bij Christie's in New York van onder andere "De Vier
Elementen" van Jan Breughel II en Frans Franken. Ondertussen zijn
voornoemde werken, indien ik mij niet vergis, voor een bedrag van
meer dan 1,5 miljoen euro geveild.
De werken in kwestie blijken eigendom van de Koninklijke Familie te
zijn. Via prinses Lilian zijn de werken na de erfenis van Leopold III via
veilinghuizen aan privéverzamelaars verkocht. Het zijn vier Vlaamse
topwerken.
De reactie van het Paleis op de kleine mediaheisa die is ontstaan,
was dat de veiling niets met het Koningshuis te maken heeft en een
privézaak is.
Naderhand is ook aan het licht gekomen dat in de jaren tachtig en
later honderden werken aan het buitenland zijn verkocht. Wij spreken
over werken van Valerius De Saedeleer, Emiel Claus en de Latemse
School, wat letterlijk en figuurlijk kostbare kunstwerken zijn.
Mijnheer de eerste minister, in concreto heb ik de volgende vragen.
Wat is uw standpunt over de verkoop van kunstwerken door de
Koninklijke Familie aan het buitenland?
Bent u het ermee eens dat steeds moet worden getracht
topkunstwerken, zeker van eigen bodem, in ons land te houden?
Werden bij uw weten musea, de regering of een andere overheid van
voornoemde verkoop en van een mogelijke exodus van de werken in
kwestie naar het buitenland op de hoogte gebracht?
Acht u het niet opportuun om, gelet op dergelijke situaties, een
wettelijk onderscheid tussen de persoonlijke vergoedingen van de
Koning, zijnde een loon voor de uitoefening van het Koningschap, en
een vergoeding voor de werkingskosten te maken? Waarom stel ik
voorgaande vraag? Ik stel ze, omdat niet kan worden geweten wat het
privékapitaal van de Koninklijke Familie is. De leden van de
Koninklijke Familie krijgen immers een dotatie die niet alleen de
kosten dekt. Het overblijvende geld mag bovendien in eigen zak
04.01 Ben Weyts (N-VA): Le
mois passé, la galerie Christie's à
New York a vendu aux enchères
l'oeuvre Les quatre éléments de
Jan Brueghel II, qui appartenait à
la famille royale. Selon le Palais,
cette vente relevait de la sphère
privée et n'avait aucun rapport
avec la maison royale.
Quelle est la position du premier
ministre en ce qui concerne la
vente d'oeuvres d'art à l'étranger
par la famille royale? Ne devons-
nous pas nous efforcer de
conserver nos plus grandes
oeuvres d'art en Belgique? Des
musées ou le gouvernement ou
une autre instance ont-ils été
informés de cette vente?
Ne
faut-il
pas
établir
une
distinction claire ­ et légale ­ entre
l'indemnité que le Roi reçoit à titre
personnel et celle relative aux frais
de fonctionnement?
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
worden gestoken. Zodoende kan nooit het onderscheid tussen
privébezittingen, enerzijds, en bezittingen verworven in het raam van
de uitoefening van hun functie, anderzijds, worden gemaakt.
04.02 Francis Van den Eynde (VB): Bedankt mijnheer de voorzitter,
mijnheer de eerste minister, deze vraag sluit een beetje aan bij de
redenering die ik daarstraks maakte over de bekendheid van
Vlaanderen in het buitenland, in het bijzonder door zijn kunstwerken.
Ik hoor bij die groep mensen die het in feite niet zo leuk vinden dat
men meer Vlaamse doeken vindt in het Prado in Madrid, het Louvre in
Parijs, in het British Museum, dan bij ons. In het kunsthistorisch
museum in Wenen is er een hele Breugelzaal waar bekendere
doeken hangen dan in ons eigen land.
Principieel vind ik het altijd jammer wanneer doeken van die schilders
naar het buitenland verhuizen. Bovendien vind ik het nog meer te
betreuren wanneer diegene die voor de verkoop zorgt, iemand met
gezag is, ook al zou het om privébezit gaan. Ik vind dat een
staatshoofd, of iemand die nauw verwant is met een staatshoofd, de
plicht zou moeten hebben om het kunstpatrimonium van het eigen
land te vrijwaren en in eigen land te houden.
Mijn eerste vraag is dus de volgende. Vindt u het ook
betreurenswaardig dat grote kunstwerken van bij ons geveild worden
in het buitenland? Ten tweede stelt zich de vraag of dat wel
toegelaten is? Ik volg hier een advies van Herman Matthijs van de
VUB die letterlijk zegt dat de meubelen en kunstwerken dienen om de
paleizen en kastelen in te richten en te allen tijde het bezit van de
overheid blijven. Indien dat waar zou zijn, mochten ze zeker niet
verkocht worden. Ik wil u vragen of dat waar is? Mogen we ervan uit
gaan dat er hier sprake is van privé-eigendom? Indien dat het geval
zou zijn, blijf ik het betreuren dat er doeken van Breugel in het
buitenland worden verkocht. Of stelt er zich nog een ander probleem
en gaat het over eigendom van de Natie zelf?
04.02 Francis Van den Eynde
(VB): Je déplore qu'il y ait plus
d'oeuvres d'artistes flamands au
Prado, au Louvre ou au British
Museum que chez nous. Les
proches du chef de l'État devraient
être obligés de conserver le
patrimoine artistique dans leur
pays. Qu'en pense le premier
ministre?
Reste à savoir d'autre part si cette
vente est autorisée. À en croire
Herman Matthijs, de la VUB, le
mobilier et les oeuvres d'art des
palais royaux restent à tout jamais
propriété de l'État. Est-ce exact?
Peut-on dans ce cas parler de
propriété privée?
04.03 Eerste minister Yves Leterme: Mijnheer de voorzitter,
collega's, het spreekt voor zich dat ik geen uitspraken te doen heb
over het al dan niet aangewezen zijn om kunstwerken op Belgische
bodem te houden, ongeacht de eigenaar. Ten eerste zal u weten dat
sinds 1970 het cultuurbeleid een bevoegdheid is van de
Gemeenschappen in dit land, en ik wens mij daar niet in te moeien.
Ten tweede betreft dit een loutere privézaak. De vier schilderijen
bevonden zich reeds in de privécollectie van Léopold I voor zijn
eedaflegging in 1831. Via erfenis werden ze achtereenvolgens
eigendom van prins Filips, Graaf van Vlaanderen, koning Albert I, en
koning Leopold III. Ze bevonden zich in elk geval tot het overlijden van
Leopold III in kasteel Argenteuil. Na het overlijden van Leopold III op
25 september 1983 werden ze toebedeeld aan een erfgenaam die
geen lid is van de koninklijke familie in de grondwettelijke betekenis
van het woord.
04.03 Yves Leterme, premier
ministre: En tant que premier
ministre fédéral, je ne puis me
prononcer au sujet de l'opportunité
de conserver des oeuvres d'art en
Belgique. En effet, la politique
culturelle
ressortit
aux
Communautés
depuis
1970.
Ensuite il s'agit d'une affaire
strictement privée, puisque les
quatre toiles faisaient déjà partie
de la collection privée de Léopold I
avant sa prestation de serment en
1831, et qu'elles ont ensuite été
légalement léguées à ses héritiers.
04.04 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de eerste minister, het is juist dat
het cultuurbeleid een gemeenschapsbevoegdheid is, maar de dotaties
worden toegekend aan het Koninklijk Huis, en dat valt onder uw
bevoegdheid, en het is via deze dotaties...
04.04 Ben Weyts (N-VA): La
politique
culturelle
ressortit
effectivement aux compétences
des Communautés mais les
dotations, qui ont tout de même
permis à la maison royale
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
d'alimenter son capital, relèvent de
la compétence des autorités
fédérales.
04.05 Eerste minister Yves Leterme: Bij ordemotie: ik heb gezegd
dat het gaat over een privébezit. Ik heb alle respect voor uw vragen,
maar ik heb graag dat ze ook zinvol zijn.
04.06 Ben Weyts (N-VA): Als ik even verder mag, zoals daarstraks
gezegd, via deze dotaties, die worden toegekend aan de koninklijke
familie, wordt geen onderscheid gemaakt tussen wat effectief dient
voor de kosten die gemaakt worden, wat...
04.07 Eerste minister Yves Leterme: Dat kunstwerk was reeds in het
bezit van de betrokken, ondertussen koninklijke, familie voor 1831,
zoals ik u daarstraks al gezegd heb.
04.08 Ben Weyts (N-VA): Nogmaals: dat kapitaal is mede op basis
van dotaties opgebouwd, en ik ben niet de enige die dat stelt.
Evenmin ben ik de enige die stelt dat het zeer moeilijk is om een
onderscheid te maken tussen koninklijke schenking enerzijds, en de
privécollectie anderzijds. De Vlaamse minister van Cultuur, mevrouw
Schauvliege, zegt ook dat het onderscheid tussen de koninklijke
schenking en de privécollectie van de koninklijke familie zeer wazig is.
Als je vraagt wat waar hoort dan zegt men dat het zeker privé is.
De Vlaamse minister van Cultuur heeft blijkbaar ook contact gehad
met uw diensten, en alleszins met de federale regering, dus ik ben
zeker toch niet de enige die vindt dat er een zeer wazig onderscheid
bestaat. Ik betreur dat u niet vindt dat - vermits dergelijke
kunstwerken toch verworven worden via geld van de belastingbetaler
-, het toch maar enigszins nodig is dat er...
04.08 Ben Weyts (N-VA): La
distinction entre la donation royale
d'une part et la collection privée
d'autre part est des plus vagues.
La ministre flamande de la
Culture, Mme Schauvliege, l'admet
également. Il est donc aisé de
décréter que tel ou tel objet est un
bien privé.
04.09 Eerste minister Yves Leterme: Mijnheer Weyts, u beweert dat
het kunstwerk mede verworven is dankzij geld van de
belastingbetaler. Dat is niet zo.
04.10 Ben Weyts (N-VA): Toch wel, mijnheer de eerste minister. Het
kapitaal van de koninklijke familie wordt mee opgebouwd uit de
dotaties. Zolang er geen onderscheid wordt gemaakt in de dotatie
tussen enerzijds het geld dat dient voor de kosten en de uitoefening
van de koninklijke functie en, anderzijds hetgeen na aftrek hiervan
overblijft...
04.11 Eerste minister Yves Leterme: Mijnheer Weyts, bekijkt u nog
eens het deel van uw cursus dat gaat over de civiele lijst, de dotaties
en het eigen patrimonium. Kom dan eens terug.
04.11 Yves Leterme, premier
ministre: M. Weyts devrait faire un
petit effort pour essayer de
comprendre la différence entre
liste civile, dotations et patrimoine
privé.
Le président: Conclusion, M. Weyts.
04.12 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de voorzitter, bedankt dat u mij
tenminste het woord geeft. Dat deed de vorige spreker niet altijd.
Mijnheer de premier, ik denk dat ik mijn cursus betrekkelijk goed ken.
Voor de dotatie die wordt toegekend aan het Koninklijk Huis en de
04.12 Ben Weyts (N-VA): Pour
les
dotations
octroyées
à
la maison royale et aux autres
membres de la famille royale,
aucune justification ne doit être
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
dotaties die worden toegekend aan de andere leden van de
Koninklijke familie, moet geen enkele verantwoording worden
afgelegd. An sich doet men dus met dat geld wat men wil. Hetgeen
men overhoudt na aftrek van de kosten, spendeert men zoals men
wil. Daarmee kan ook een persoonlijk kapitaal worden opgebouwd,
bijvoorbeeld kunststukken verwerven.
Ik vind dat wij wel degelijk, als Parlement, als gemeenschap, iets te
zeggen hebben over het spenderen van dat kapitaal.
donnée. Elles peuvent donc servir
sans la moindre difficulté à
acquérir
des
oeuvres
d'art.
J'estime qu'en tant que Parlement,
nous avons notre mot à dire sur
ces dépenses.
04.13 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de eerste minister,
wanneer een gepassioneerde Griekse socialistische minister een
kleine twintig jaar geleden een kruistocht voerde voor het
terugbrengen naar Griekenland van de Elgin-collectie ­ dat zijn
beeldhouwwerken uit het Parthenon die zich in het British Museum
bevinden ­, gaf heel de wereld die Griekse dame gelijk ­ ik ook,
trouwens ­ omdat zij van mening was dat het om Grieks patrimonium
ging dat in Griekenland hoorde. Eerst en vooral bevonden die beelden
zich al in Engeland voor 1830, een referentiedatum. Bovendien waren
ze wettelijk aangekocht door Lord Elgin van de Turkse regering, die
toen Griekenland bezette. Wettelijk was het dus allemaal in orde,
maar toch gaf iedereen die dame erin gelijk dat dit Grieks was sinds
2 000 jaar en dat die beelden terug mochten naar Griekenland.
Mijnheer de minister, ik heb u mijn vraag niet gesteld omdat u
verantwoordelijk zou zijn voor Cultuur, want iedereen weet dat u
daarvoor niet bevoegd bent. Elke regering in dit land is echter
verantwoordelijk voor het patrimonium, zeker het kunstpatrimonium
van dit land. Vanuit dat standpunt vind ik het zeer jammer dat werken
van de grote Vlaamse schilder Bruegel, de schilder van het volk,
geveild worden in New York.
04.13 Francis Van den Eynde
(VB): Il y a environ vingt ans, un
ministre socialiste grec a mené
une
campagne
destinée
à
récupérer des sculptures du
Parthénon que Lord Elgin avait
achetées en toute légalité au
gouvernement turc à une époque
où la Turquie occupait la Grèce.
C'était avant la naissance de la
Belgique. Le monde entier a
estimé alors que la restitution de
ces chefs-d'oeuvre de l'antiquité
grecque était justifiée. De même,
chaque gouvernement de notre
pays est notamment responsable
de notre patrimoine artistique
national.
Je
déplore
par
conséquent au plus haut point la
vente aux enchères d'oeuvres de
Bruegel à New York.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van mevrouw Barbara Pas aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het
Migratie- en asielbeleid, over "de wettelijkheid van de benoeming van de regeringscommissaris"
(nr. 18629)
05 Question de Mme Barbara Pas au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de
migration et d'asile, sur "la légalité de la nomination du commissaire du gouvernement" (n° 18629)
05.01 Barbara Pas (VB): Mijnheer de eerste minister, artikel 5 van
de wet van 6 augustus 1931 bepaalt dat de leden van de Kamer
slechts ten minste één jaar na het verstrijken van hun mandaat tot
een bezoldigd staatsambt kunnen benoemd worden. Die termijn werd
niet nageleefd bij de benoeming van de heer Guido De Padt tot
regeringscommissaris. Hij heeft op 30 december 2008 door de
benoeming tot minister van Binnenlandse Zaken zijn mandaat als
Kamerlid beëindigd. Op 25 november 2009 werd hij benoemd tot
regeringscommissaris, toegevoegd aan de minister van Begroting.
Tussen 30 december 2008 en 25 november 2009 is er geen jaar
tussen. Er is ook geen volledig jaar verstreken tussen het beëindigen
van zijn parlementair mandaat en zijn benoeming, zoals nochtans
wettelijk is vastgelegd. De wet voorziet in uitzonderingen waarvoor de
regel van een jaar niet geldt. Die zijn limitatief opgesomd en de enige
uitzonderingen,
die
ook
zouden
kunnen
slaan
op
de
regeringscommissaris, zijn de ambten van minister. Dat zou een
05.01 Barbara Pas (VB): La loi
prescrit que les membres des
Chambres
ne
peuvent
être
nommés à une fonction salariée
par l'État qu'une année au moins
après la cessation de leur mandat,
un délai qui n'a nullement été
respecté lors de la nomination de
M. Guido De Padt à la fonction de
commissaire du gouvernement. Il
est
en
outre
difficile
de
comprendre si un commissaire du
gouvernement
fait
partie
intégrante du gouvernement et
quelle est la définition exacte
d'une fonction salariée par l'État?
Quelle
est
la
position
du
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
perfect mogelijke interpretatie zijn; ook de staatssecretarissen vallen
daar onder. In dat geval is de benoeming wel wettelijk in orde, maar
dan betekent het dat de regeringscommissaris wel deel uitmaakt van
de regering en dan duikt er een nieuw probleem op, namelijk de
onverenigbaarheid met een lokaal uitvoerend mandaat.
Mijnheer de eerste minister, ik had graag van u enige duidelijkheid
daarover gekregen. Op de concrete vraag van collega Joris Van
Hauthem in de Senaat hebt u geen duidelijk antwoord gegeven op de
vraag of de functie van regeringscommissaris al dan niet een
bezoldigd staatsambt is zoals vermeld in de wet van 6 augustus 1931.
Als dat niet zo is, had ik graag geweten wat in de ogen van de
regering dan wel een bezoldigd staatsambt is. Als dat wel het geval is,
mijnheer de eerste minister, werd dan de wettelijke termijn inderdaad
niet gerespecteerd of maakt de regeringscommissaris wel degelijk
deel uit van de regering? Dat is tot op heden niet duidelijk.
gouvernement à ce sujet?
05.02 Eerste minister Yves Leterme: Mijnheer de voorzitter, ik heb
op donderdag 21 januari effectief al geantwoord op een vraag van
collega Van Hauthem. De regeringscommissaris maakt geen deel uit
van de federale regering. De regeringscommissaris heeft hetzelfde
statuut als die onder Verhofstadt 1. Destijds hebben de
regeringscommissarissen die een parlementair mandaat uitoefenen,
ontslag genomen uit het mandaat, behalve een enkele die toen geen
bezoldiging voor zijn opdracht kreeg.
Artikel 5 van de wet van 6 augustus 1931 heeft betrekking op het
verstrijken van het mandaat. De ratio legis is erop toe te zien dat de
parlementaire controle volledig onafhankelijk kan worden uitgeoefend.
De onafhankelijkheid kan echter ter discussie gesteld worden door
het beloven van een bezoldigd staatsambt op het einde van het
mandaat. De regeringscommissaris heeft ontslag genomen uit zijn
lopend parlementair mandaat om een mandaat op te nemen dat op
dezelfde datum zal eindigen als dat van de minister aan wie hij is
toegevoegd, dus normaal op het einde van deze legislatuur. De
regeringscommissarissen worden benoemd met toepassing van
artikel 37 van de Grondwet voor een specifieke opdracht en worden
toegevoegd aan een minister. Het gaat niet om een benoeming in een
overheidsambt met toepassing van artikel 107, tweede lid van de
Grondwet.
05.02 Yves Leterme, premier
ministre: Le commissaire du
gouvernement n'est pas membre
du gouvernement fédéral et a un
statut identique à celui qu'il
occupait sous le gouvernement
Verhofstadt I. Le commissaire du
gouvernement
concerné
a
démissionné de son mandat
parlementaire en cours pour
occuper un mandat qui expirera à
la même date que celui du
ministre auquel il a été adjoint. Les
commissaires du gouvernement
sont nommés pour accomplir une
mission spécifique et sont adjoints
à un ministre. Il ne s'agit pas d'une
nomination à une fonction publique
relevant de l'article 107, deuxième
alinéa de la Constitution.
05.03 Barbara Pas (VB): Mijnheer de eerste minister, op de vraag of
het artikel 5 van de wet van 6 augustus 1931 betrekking heeft op het
verstrijken van het mandaat heb ik nu wel een duidelijk antwoord
gekregen dat het mandaat pas verstreken is als het betrokken
Kamerlid zijn volledige termijn heeft uitgemaakt en naar een andere
functie gaat.
Ik heb geen antwoord gekregen op de vraag of het wel degelijk een
bezoldigd staatsambt is, zoals omschreven in de wet.
Ik ben ervan overtuigd dat de wet zou moeten worden herzien. Er zijn
onduidelijkheden ter zake. Ik denk dat het naar aanleiding van de
polemiek zeker nuttig is om de wet onder de loep te nemen. Ik had
liever een antwoord in die zin van u gehoord.
05.03 Barbara Pas (VB): Le
membre concerné n'assumera
donc une autre fonction que
lorsque le délai sera intégralement
écoulé. Je n'ai cependant pas reçu
de réponse à la question de savoir
s'il s'agit d'un emploi public
rémunéré. J'aurai préféré que le
premier ministre me réponde que
la loi en question doit être
modifiée.
05.04 Eerste minister Yves Leterme: Mevrouw, de indiening van
wetsvoorstellen behoort tot de prerogatieven van de parlementsleden.
05.04 Yves Leterme, premier
ministre: Le dépôt de propositions
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
De wetgevende macht is hier, in de Kamer en de Senaat.
de loi fait partie des prérogatives
des parlementaires.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Question de M. Georges Gilkinet au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de
migration et d'asile, sur "la réforme du système des intérêts notionnels" (n° 19130)
06 Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het
Migratie- en asielbeleid, over "de hervorming van het stelsel van de notionele intrestaftrek" (nr. 19130)
06.01 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le premier
ministre, ma question concerne un débat qui a lieu au sein de la
majorité, à savoir l'adaptation du système des intérêts notionnels, un
système qui prive le Trésor public de recettes importantes, passe à
côté de l'objectif de renforcer les fonds propres des entreprises,
notamment des plus petites, et augmente les bénéfices de certaines
entreprises qui n'en ont pas besoin et qui décident de licencier malgré
leurs résultats positifs.
Dès le vote de cette mesure, le groupe Ecolo-Groen! a plaidé pour le
conditionnement des intérêts notionnels au maintien de l'emploi. Une
proposition de loi a été déposée en ce sens en mars 2008 avec un
dispositif que je ne détaillerai pas maintenant.
À présent, un parti membre du gouvernement, qui avait voté
originellement la mesure, semble se rallier à notre thèse et annonce
le dépôt d'une proposition de loi allant dans le même sens que la
nôtre. Plusieurs communications de membres du gouvernement ont
eu lieu sur le sujet. Vous aussi vous êtes exprimé sur l'émission
matinale de la VRT en réaction à cette annonce. Il conviendrait donc
de clarifier la position du gouvernement sur ce dossier important. En
effet, il concerne quelques milliards d'euros et l'emploi.
Monsieur le premier ministre, le gouvernement a-t-il débattu ou
compte-t-il prochainement débattre d'un ajustement du système des
intérêts notionnels? Une étude comparant les coûts et les bénéfices
de la mesure ne serait-elle pas utile afin de guider le gouvernement
dans ses réflexions? A-t-elle été commanditée? À quel organisme?
Êtes-vous personnellement favorable à une réforme de ce système?
Dans quel sens? Quel est le calendrier de travail du gouvernement à
propos d'une éventuelle réforme des intérêts notionnels?
06.01 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Door de aanpassing van
het systeem van de notionele
interestaftrek loopt de Schatkist
belangrijke ontvangsten mis, wordt
de doelstelling om het eigen
vermogen van de ondernemingen
op te trekken, niet bereikt en
neemt de winst toe van bepaalde
ondernemingen die dat niet nodig
hebben en die beslissen om
ondanks de goede resultaten
personeel te ontslaan.
Toen
die
maatregel
werd
goedgekeurd drong Ecolo-Groen!
er onmiddellijk op aan om de
notionele interestafrek aan het
behoud van de werkgelegenheid
te koppelen. Heeft de regering een
aanpassing van het systeem van
de
notionele
interestaftrek
besproken of zal zij dat binnenkort
doen? Zou het niet aangewezen
zijn om een studie te laten
uitvoeren waarin de kosten en de
baten van de maatregel worden
afgewogen? Bent u persoonlijk
voorstander van een hervorming
van dat systeem? In welke zin?
Welk tijdpad stelt de regering
voorop met betrekking tot een
eventuele hervorming van het
systeem
van
de
notionele
interestaftrek?
06.02 Yves Leterme, premier ministre: Monsieur Gilkinet, depuis le
remaniement du gouvernement en novembre 2009, aucune
discussion n'a, jusqu'à présent, été menée au sein du gouvernement
au sujet de la déduction des intérêts dits notionnels. Pour l'instant, le
gouvernement n'a aucune étude en cours à ce sujet et n'a donc pas
commandé une telle étude.
Il incombe naturellement à l'administration fiscale de contrôler la
bonne et correcte application de la mesure et d'en sanctionner toute
utilisation abusive. À cet effet, des directives ont été édictées dans les
circulaires des 3 avril et 2 juin 2008.
06.02 Eerste minister Yves
Leterme: Tot dusver heeft er in de
regering
nog
geen
enkele
bespreking over de zogenaamde
notionele
interestaftrek
plaatsgevonden.
Er
wordt
momenteel daarover evenmin een
studie uitgevoerd. Het komt de
fiscale
administratie
toe
de
correcte
toepassing
van
de
maatregel te controleren en iedere
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
onrechtmatige aanwending ervan
te bestraffen.
06.03 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le premier
ministre, merci pour cette réponse. Je regrette que cette question ne
soit pas abordée ailleurs que dans les médias. Au sein d'un
gouvernement, y compris quand on n'est pas d'accord, il est important
d'entendre les avis des uns et des autres, surtout quand un des
partenaires a des propositions qui méritent d'être abordées.
Par ailleurs, il est vrai qu'une circulaire a été édictée concernant le
système des intérêts notionnels, mais une circulaire n'est pas une loi
et ne prévoit pas ce critère minimal qui est de conditionner l'accès à
cette déductibilité fiscale au maintien de l'emploi. Quand on sait que
chaque jour voit de nouvelles annonces de suppression d'emplois,
partout dans notre pays, en Flandre comme en Wallonie, je trouve
que le gouvernement devrait s'emparer collectivement de ce sujet afin
d'agir pour l'emploi.
Je regrette donc que ce ne soit pas un sujet suffisamment important
pour mériter d'être débattu au sein de votre gouvernement.
06.03 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Ik betreur dat deze
kwestie alleen in de media aan
bod
komt.
De
omzendbrief
voorziet
niet
in
een
minimumcriterium
dat
moet
worden nageleefd om toegang te
hebben
tot
deze
fiscale
aftrekbaarheid die het behoud van
de tewerkstelling beoogt. De
regering moet zich collectief
inzetten voor deze maatregel die
de tewerkstelling ten goede komt.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: M. De Groote a retiré sa question n° 19189. M. Bonte
étant absent, sa question n° 19229 est reportée. M. Jambon a retiré
sa question n° 19232. M. Baeselen, hospitalisé pour une journée,
reporte toutes ses questions.
De voorzitter: De heer De Groote
heeft
zijn
vraag
nr. 19189
ingetrokken. Vraag nr. 19229 van
de heer Bonte die afwezig is,
wordt uigesteld. De heer Jambon
heeft
zijn
vraag
nr. 19232
ingetrokken. De heer Baeselen die
voor een dag in het ziekenhuis is
opgenomen, heeft al zijn vragen,
inclusief de vraag nr. 19234,
ingetrokken.
06.04 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
j'avais également déposé une question sur le problème de la Grèce;
monsieur le premier ministre, elle vous était adressée et j'étais étonné
de ne pas la voir à l'ordre du jour. Un sommet européen se tient
demain et cette question devrait y être posée.
Le président: Pour l'instant, je vous donne la parole pour votre question au point 13/1 de notre agenda!
Inutile que chacun expose ses états d'âme.
07 Questions jointes de
- M. Georges Gilkinet au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de migration et
d'asile, sur "la reprise du dialogue social" (n° 19375)
- M. Wouter De Vriendt au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de migration et
d'asile, sur "la concertation sociale" (n° 19386)
- M. Hendrik Daems au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de migration et
d'asile, et à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances, chargée de la
Politique de migration et d'asile, sur "les attentes et les objectifs du gouvernement en ce qui concerne
les négociations avec les partenaires sociaux" (n° 19437)
07 Samengevoegde vragen van
- de heer Georges Gilkinet aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en
asielbeleid, over "het hervatten van de sociale dialoog" (nr. 19375)
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
- de heer Wouter De Vriendt aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en
asielbeleid, over "het sociaal overleg" (nr. 19386)
- de heer Hendrik Daems aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en
asielbeleid, en aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het
Migratie- en asielbeleid, over "de verwachtingen en doelstellingen van de regering inzake de
onderhandelingen met de sociale partners" (nr. 19437)
07.01 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
monsieur le premier ministre, le dialogue social est un thème
important. Toutefois, le problème de la dette publique de la Grèce
mériterait également d'être abordé.
Le président: J'entends bien!
07.02 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Ce lundi, les membres du
Kern ont rencontré séparément ­ c'est original! ­ les représentants
des interlocuteurs sociaux afin d'amorcer la reprise du dialogue
social.
Se disant respectueux de ce dialogue social, le Kern a appelé les
partenaires sociaux à se remettre autour de la table pour rechercher
des pistes de sortie de crise et des consensus en vue d'un nouvel
accord professionnel.
Monsieur le premier ministre, de nouvelles propositions ont-elles été
mises sur la table à votre initiative? J'aurais voulu en connaître un peu
plus sur le contenu de ces discussions. Le gouvernement a-t-il émis
de nouvelles propositions pour tenter de mettre de l'huile dans les
rouages de la concertation sociale? Parmi les mesures proposées par
certains partenaires sociaux figure la mise sur pied d'un plan de
relance "écosolidaire" (respectueux de l'environnement et des
travailleurs), la conditionnalité des aides aux entreprises sur laquelle
je viens de vous interroger et la fin du harcèlement administratif des
demandeurs d'emploi. Le gouvernement a-t-il avancé en la matière?
Quelle est sa position? Pour ce qui concerne les intérêts notionnels,
je viens d'entendre qu'il n'en a pas. Ces demandes seront-elles
suivies d'effets et de mesures concrètes?
Une autre pierre d'achoppement est la question de l'harmonisation
des statuts d'ouvrier et d'employé. Le gouvernement compte-t-il
mettre sur la table des éléments nouveaux en vue de débloquer ce
dossier central et sensible? Au-delà de cette rencontre de lundi,
quelles autres initiatives comptez-vous prendre?
07.02 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Vorige maandag hadden
de leden van het kernkabinet een
aparte
ontmoeting
met
de
vertegenwoordigers van de sociale
partners met het oog op het
hervatten van de sociale dialoog.
Werden er nieuwe voorstellen ter
tafel gelegd? Sommige sociale
partners stellen onder meer een
'ecosolidair'
relanceplan
voor,
vragen dat de steun aan de
bedrijven aan voorwaarden zou
worden onderworpen en dat een
eind zou worden gemaakt aan de
administratieve regelneverij ten
aanzien van de werkzoekenden.
Hoe luidt het standpunt van de
regering in deze? Is er al nieuws in
verband met de harmonisering van
het statuut van arbeider en van
bediende?
Welke
andere
initiatieven heeft u nog voor ogen?
Le président: M. De Vriendt a transformé sa question n° 19386 en
question écrite. M. Daems étant absent, sa question devient sans
objet.
De voorzitter: De heer De Vriendt
heeft zijn vraag nr. 19386 omgezet
in een schriftelijke vraag. De
heer Daems is afwezig en zijn
vraag vervalt dus.
07.03 Yves Leterme, premier ministre: Monsieur le président,
monsieur Gilkinet, afin de ne pas hypothéquer la délicate reprise des
négociations entre les partenaires sociaux, je n'en dirai pas beaucoup
plus que ce que j'ai déjà déclaré dans la presse. Il va de soi que, pour
débloquer une négociation de cette importance, le gouvernement
multiplie, de façon informelle, les propositions et suggère des pistes
de solution, y compris pour le dossier de l'harmonisation des statuts
d'ouvrier et d'employé.
07.03 Eerste minister Yves
Leterme:
Om
de
delicate
hervatting
van
de
onderhandelingen
tussen
de
sociale
partners
niet
te
hypothekeren, zal ik niet veel meer
antwoorden dan wat ik al in de
pers heb gezegd.
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
Le lundi 8 février 2010, le gouvernement a rencontré consécutivement
les représentants des travailleurs et les représentants des employeurs
du groupe des Dix. Ces réunions se sont déroulées dans une
ambiance détendue, constructive et se sont soldées par un succès,
étant donné que les négociations vont reprendre. C'est une bonne
chose que le gouvernement ait réussi, aussi rapidement après les
manifestations et les expressions assez fortes, à remettre les
partenaires sociaux autour de la table. Le dialogue social est
important. Le gouvernement, dans une approche dynamique, s'est
investi pour pouvoir réussir dans cette tâche. C'est chose faite!
Tout d'abord, le gouvernement a constaté que les partenaires sociaux
étaient d'accord de reprendre le dialogue social à tous les niveaux. Il
faut souligner son importance, surtout en temps de crise: il faut que
tous les acteurs socioéconomiques dialoguent, les partenaires
sociaux comme les politiques. J'ai vu ce matin le gouvernement
bruxellois, la semaine dernière le gouvernement flamand et le
gouvernement de la Communauté germanophone; je vois cet après-
midi encore le gouvernement wallon et de la Communauté française.
Dans ce dossier comme dans d'autres, le gouvernement fédéral est
très actif et essaie de générer de nouvelles dynamiques et des
synergies aussi, ce qui est important dans cette lutte contre la crise.
Outre le fait de constater la disponibilité des partenaires sociaux pour
une reprise du dialogue, nous avons évalué la situation
socioéconomique. Les partenaires sociaux ont souligné l'importance
des réformes à ce sujet, dans des domaines divers. Certaines de
leurs prises de position convergent avec les vues du gouvernement.
Nous avons aussi discuté de l'actualité européenne. Vous savez
certainement qu'il y a un Conseil informel demain pour préparer le
Conseil du printemps où les chefs de gouvernement et les chefs
d'État seront appelés à fixer la nouvelle stratégie socioéconomique
sur la base d'un document de la Commission. Il est important
d'associer les partenaires sociaux à la préparation de ces Conseils
européens. Il en va de même avec les gouvernements des entités
fédérées.
Enfin, nous avons examiné plus en détail les dossiers
socioéconomiques nationaux. Nous avons décidé de fixer un
calendrier et une méthode de travail pour la suite de la concertation.
Ce matin, j'en ai discuté en kern. Après les vacances de printemps,
nous poursuivrons ce travail d'après des propositions que je ferai
avec Mme Milquet, la ministre de l'Emploi et du Travail qui s'investit
avec beaucoup de succès dans la reprise des négociations.
Sur trois points, les partenaires adopteront le 5 ou le 8 mars une
position commune: sur l'agenda du CNT et du CCE (le Conseil
national du travail et le Conseil central de l'économie) en 2010; sur les
grands dossiers qu'ils souhaiteraient examiner entre eux et avec le
gouvernement sur une base tripartite; enfin sur la méthode pour
aborder le problème des statuts d'ouvrier et d'employé ainsi que
l'agenda y afférent. À ce propos, j'ai reçu tous les acteurs de la
concertation sociale et je leur ai fait part directement de mes
propositions quant à la méthode et au contenu de ce dossier qui date
déjà de quelques décennies. Apporter une solution à ce dossier serait
contribuer à la restructuration et au renouvellement de notre système
socioéconomique.
De regering heeft vastgesteld dat
de sociale partners het sociaal
overleg op alle niveaus wensen te
hervatten. We zijn zeer actief en
trachten nieuwe impulsen te
geven.
We
hebben
de
sociaaleconomische
situatie
geëvalueerd. De sociale partners
hebben
het
belang
van
hervormingen onderstreept. Ze
zullen, net als de regeringen en de
deelgebieden, bij de voorbereiding
van
die
Europese
Raden
betrokken moeten worden.
Op nationaal niveau hebben we
een tijdpad en een werkmethode
uitgestippeld voor het vervolg van
het overleg. Na de krokusvakantie
zal
ik
met
mevrouw Milquet
voorstellen doen.
De
partners
zullen
een
gemeenschappelijk
standpunt
innemen over de agenda van de
NAR en de CRB, en de grote
lopende dossiers. Ik ben ervan
overtuigd dat de regering en de
Groep van Tien begin maart om
de tafel zullen zitten en dat we de
werkwijze, de agenda en de
behandelde
dossiers
zullen
kunnen
vaststellen.
Als
de
onderhandelingen weer afspringen
of als er geen consensus kan
worden bereikt, zal de regering
niet
aarzelen
om
haar
verantwoordelijkheid te nemen. Ik
herinner eraan dat de regering
in december,
nadat
de
onderhandelingen
waren
vastgelopen, de beslissingen heeft
genomen die geboden waren,
waardoor ons land beter tegen de
crisis in het Westen opgewassen
was dan sommige andere landen.
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
Entre-temps, depuis lundi, j'ai appris que les travaux ont démarré
chez les partenaires sociaux pour fixer l'ordre du jour. Je suis
persuadé que dans la première ou la deuxième semaine de mars,
nous arriverons à une réunion conjointe du gouvernement et du
groupe des Dix et que nous y fixerons la méthode, l'agenda, les
dossiers traités. Sachez encore qu'en cas de nouvelle rupture ou de
difficultés pour aboutir à un consensus, comme cela a été le cas au
mois de décembre, le gouvernement fédéral n'hésitera pas à prendre
ses responsabilités.
Monsieur Gilkinet, vous vous rappellerez peut-être qu'au mois de
décembre, quand on a constaté que les partenaires sociaux étaient
dans l'impossibilité de délivrer un avis commun sur les mesures dites
"anti-crise", dans un laps de temps de cinq heures après l'échec des
négociations, le gouvernement a pris ses responsabilités et a pris les
décisions qui s'imposaient et qui, dans la lignée d'autres décisions,
permettent à notre pays de résister mieux que d'autres à la crise
socioéconomique qui touche le monde occidental et même toute la
planète.
07.04 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le premier
ministre, je ne sais pas si l'on pourra encore affirmer longtemps que
notre pays résiste mieux que les autres à la crise économique. Je
constate tous les jours, dans ma région ou ailleurs, des fermetures
d'entreprises. Le fait de dire que c'est pire ailleurs, c'est se contenter
de peu et c'est de moins en moins vrai.
Cela dit, je me réjouis de la reprise du dialogue social et du dialogue
avec les entités fédérées. En ces temps difficiles, je pense qu'il faut
collaborer. Je constate que l'agenda est ambitieux mais je ne crierai
pas victoire trop vite. Les partenaires sociaux, tant les patrons que les
travailleurs, sont des acteurs responsables. On l'a constaté au fil des
ans et depuis le début de cette crise. Tant mieux si nous pouvons
avancer sur des dossiers, y compris ceux qui sont en attente depuis
des années.
Nous demandons également au gouvernement de continuer à être
proactif et de voir ce qui peut être mis sur la table, au départ des
points de convergence entre les partenaires sociaux.
En ce qui concerne la "verdurisation" de l'économie, on a remarqué
qu'il y avait des attentes fortes dans le chef des uns et des autres. Si
le gouvernement ne se contente pas d'attendre ce qui sortira de la
concertation et met des choses sur la table, ils seront preneurs et l'on
pourra peut-être essayer de jouer un coup plus loin dans la sortie de
crise, de contribuer à ce redéploiement économique et à cette
transition écologique qui nous permettront de capter les emplois de
demain et de sauver notre modèle social.
07.04 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Zeggen dat het elders
slechter is, betekent dat men met
weinig genoegen neemt. Toch
verheug ik mij over het hervatten
van de dialoog. Als de regering
met voorstellen komt, kan dat een
gelegenheid zijn om de economie
aan te zwengelen en een
ecologische overgang te bewerken
die het ons mogelijk maken jobs
en ons sociaal model te redden.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Sarah Smeyers aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en
asielbeleid, over "het migratiebeleid" (nr. 19411)
- de heer Jean Marie Dedecker aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en
asielbeleid, over "het asiel- en migratiebeleid" (nr. 19464)
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
- mevrouw Martine De Maght aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en
asielbeleid, over "de regularisaties en het migratiebeleid" (nr. 19469)
08 Questions jointes de
- Mme Sarah Smeyers au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de migration et
d'asile, sur "la politique de migration" (n° 19411)
- M. Jean Marie Dedecker au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de migration
et d'asile, sur "la politique d'asile et de migration" (n° 19464)
- Mme Martine De Maght au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de migration et
d'asile, sur "les régularisations et la politique de migration" (n° 19469)
08.01 Sarah Smeyers (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
eerste minister, het Antwerpse OCMW heeft beslist, zoals u ook hebt
gehoord, om in het kader van een besparingsactie het volledige
budget voor steun aan geregulariseerden, ongeveer 6 miljoen euro, te
schrappen. Indien het OCMW toch extra middelen wil, moet het
volgens de Antwerpse Open Vld-schepen van begroting, de heer
Bungeneers, maar aankloppen bij de federale overheid in plaats van
bij de stad Antwerpen. In Antwerpen werd trouwens herhaaldelijk
gewezen op het grote aantal regularisatieaanvragen en het grote
aantal asielzoekers dat daar komt aankloppen voor opvang. De
situatie dreigt nu te ontsporen.
Het Antwerpse parket trekt trouwens ook aan de alarmbel in de strijd
tegen schijnhuwelijken. Parallelle misbruiken via het statuut van
wettelijke samenwoner, waarop geen voorafgaande controle bestaat,
maken de strijd tegen schijnhuwelijken quasi onmogelijk. Het parket
vraagt de afschaffing van het statuut van samenwoner.
Volgens mij moet er iets anders worden gedaan. Er moet iets worden
gedaan aan het falend migratiebeleid van uw federale regering. Er is
geen omvattende visie op migratie en geen voeling met wat op het
terrein leeft. Enkele maanden geleden werd een akkoord bereikt
binnen de regering waarbij er, in ruil voor de massale regularisatie,
een verstrenging zou komen van het systeem van gezinshereniging.
Daarbij werd de aanpak van schijnhuwelijken en een verstrenging van
de nationaliteitswetgeving aangekondigd. U hebt dat trouwens twee
weken geleden in de plenaire vergadering nog eens herhaald. U hebt
gezegd dat de wetsontwerpen in de maak zijn en dat ze binnenkort ter
tafel zullen liggen. Wij wachten daar nog steeds op.
Ik heb voor u de volgende vragen.
Is de federale overheid bereid om de financiële gevolgen van de
regularisatieronde voor eigen rekening te nemen, zoals het Antwerpse
OCMW vraagt?
Zult u maatregelen nemen om de migratieproblematiek in grote
steden aan te pakken? Wat is uw reactie op de noodkreet van het
Antwerpse parket betreffende de schijnsamenwoningen?
Is er in de federale regering al een concreet akkoord betreffende de
verstrenging van de snel-Belgwet, de aanpak
van de
gezinshereniging, de misbruiken daarvan, de schijnhuwelijken en de
nationaliteitswetgeving? Zo ja, wanneer mogen we dat dan
verwachten, zoals u had aangekondigd?
08.01 Sarah Smeyers (N-VA):
Dans le cadre d'une opération
visant à réaliser des économies, le
CPAS d'Anvers a supprimé tout le
budget destiné à venir en aide aux
régularisés. À plusieurs reprises,
l'attention du ministre a été attirée
sur le grand nombre de demandes
de
régularisation
et
de
demandeurs d'asile qui sollicitent
une mesure d'accueil. La situation
risque de devenir incontrôlable. Le
parquet d'Anvers tire la sonnette
d'alarme en ce qui concerne la
lutte contre les mariages simulés
car dans ce domaine, beaucoup
de demandeurs d'asile abusent du
statut de cohabitants légaux. La
politique
de
migration
du
gouvernement
fédéral
tourne
manifestement au fiasco.
L'État fédéral compte-t-il assumer
les conséquences financières de
ce
nouveau
train
de
régularisations? Quelles mesures
compte-t-il prendre pour s'attaquer
au problème de la migration dans
les grandes villes? Comment le
premier ministre réagit-il à l'appel
au secours du parquet d'Anvers?
Quand seront déposés les projets
de loi durcissant la loi instaurant
une procédure accélérée de
naturalisation et les dispositions
légales
en
matière
de
regroupement familial ainsi que les
projets de loi visant à lutter contre
les mariages simulés et modifiant
la législation sur la nationalité?
Le président: Je n'aperçois pas M. Dedecker. Sa question n° 19464 est donc sans objet. Te laat is te laat!
Mevrouw De Maght is er ook niet. Sa question n° 19469 est également sans objet.
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
08.02 Eerste minister Yves Leterme: Mijnheer de voorzitter,
mevrouw Smeyers, eerst over de rolverdeling. U verwijt de regering
een gebrek aan visie en daadkracht. Het gaat allemaal niet snel
genoeg. Dat is uw rol. Ik heb daar alle begrip voor, maar ik zal mij
concentreren op de vragen die u stelt en proberen daar een zo
volledig mogelijk antwoord op te geven.
Ten eerste, ik moet niet ontkennen dat migratiebeleid een moeilijk en
polariserend dossier is, hoe dan ook. Omdat varen in zogenaamde
woelige wateren niet altijd evident is, verloopt dat ook met vallen en
opstaan. Wie valt, moet proberen het hoofd boven water te houden.
Dit gezegd zijnde, kiest de regering wel een duidelijke richting, die
trouwens door mijn voorganger nog is vertaald in akkoorden
dienaangaande waarbij collega Wathelet toen reeds aan tafel zat
wanneer deze zaken in het kernkabinet werden besproken.
Zo werd er enerzijds voor gekozen om een aantal zaken op een
humane wijze aan te pakken. Ik verwijs naar de regularisatie van
bepaalde personen die reeds jaren in ons land verblijven en die hier
verankerd zijn, of de genomen maatregelen inzake alternatieven voor
de opsluiting van gezinnen met kinderen. Anderzijds is er duidelijk
voor gekozen om een aantal misbruiken aan te pakken, bijvoorbeeld
de misbruiken aangaande meervoudige asielaanvragen. Dit werd
reeds goedgekeurd kort voor Nieuwjaar via de wet diverse
bepalingen.
Zoals u weet heeft de regering in dat verband ook een politiek
akkoord gesloten over hervormingen inzake gezinshereniging,
schijnhuwelijken en nationaliteitswetgeving. Die laatste hervormingen
zijn ingrijpend en complex: dat gebeurt niet van vandaag op morgen.
De werkgroepen daarrond zijn aan de gang en de teksten worden
gefinaliseerd, maar er moet wel advies worden ingewonnen bij de
privacycommissie. Ik denk bijvoorbeeld aan die databank waar men
zal kunnen consulteren of mensen niet op een andere plaats een
dossier hebben ingediend. Er zijn ook de privacycommissie en de
Raad van State ten einde de legistieke kwaliteit van de wetteksten te
garanderen.
Inzake
het
ontwerp
over
gezinshereniging
is
er
op
interkabinettenniveau nog het meeste werk, omdat bij het inschrijven
van een nieuwe voorwaarde ook de gelegenheid wordt gegrepen om
de problemen inzake toepasbaarheid van een bepaalde voorwaarde,
meer bepaald de huisvestingsvoorwaarde, onder de loep te nemen.
Ook werd afgesproken de gezinshereniging op basis van wettelijke
samenwoonst te herbekijken.
Dat brengt mij dan bij uw precieze vraag daarover naar aanleiding van
krantenartikels. Het is niet zo dat er vandaag geen controle is op
gezinshereniging op basis van de wettelijke samenwoonst. Deze
maakt het voorwerp uit van controle door de Dienst
Vreemdelingenzaken. We merken wel dat er nog problemen zijn.
Daarom wil de regering de wettelijke samenwoonst op bepaalde
punten strenger maken en een einde stellen aan bepaalde vormen
van misbruiken. Daarom worden zowel de schijnhuwelijken als de
wettelijke samenwoonst aangepakt.
Dan wat het begin van uw vraag betreft. Ik heb begrepen uit wat ik
08.02 Yves Leterme, premier
ministre: Le rôle de l'opposition est
de reprocher au gouvernement
son
manque
de
vision
et
d'efficacité. La politique de la
migration est un dossier difficile et
polarisé, une matière délicate à
traiter.
La
politique
du
gouvernement est pourtant claire
en la matière. En premier lieu, il
veut une approche humaine pour
les personnes qui séjournent dans
notre
pays
depuis plusieurs
années et sont enracinées, ainsi
que pour les familles avec enfants.
En deuxième lieu, il veut mettre un
terme aux abus en matière de
demandes d'asile multiples, de
regroupement
familial,
de
législation sur la nationalité et de
mariages de complaisance.
Les mesures de lutte contre les
demandes d'asile multiples ont
déjà
été
adoptées.
Nous
préparons des mesures contre les
deux autres formes d'abus. Le
processus prend un peu de temps
parce que la Commission pour la
protection de la vie privée et le
Conseil
d'État
doivent
être
consultés. Le projet relatif au
regroupement familial représente
le travail le plus important parce
que l'inscription d'une nouvelle
condition appelle un examen très
attentif de la condition du logement
et de son applicabilité. Il a
également
été
convenu
de
réexaminer
le
regroupement
familial sur la base de la
cohabitation légale.
Il est faux de dire que le
regroupement familial sur la base
de la cohabitation légale ne fait
l'objet d'aucun contrôle. L'OE
effectue des contrôles mais étant
donné
les
problèmes,
le
gouvernement
renforcera
les
critères de cohabitation légale de
manière à éviter toute forme
d'abus.
Les propos de Mme De Coninck
sont à replacer dans le cadre
d'une dispute qui l'oppose au
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
zelf heb gezien dat de uitspraken van mevrouw De Coninck ook te
situeren vallen in een dispuut tussen haar en het schepencollege met
betrekking tot de dotatie vanuit stadsmiddelen aan het OCMW. Dit
deel van de discussie is een beetje gedevieerd naar de Wetstraat,
maar ten gronde gaat het daar over. Het gaat over een begroting die
is ingediend bij de stad om een dotatie te verkrijgen en waar blijkbaar
in de meerderheid nog wordt geredetwist over de grootte van de
dotatie. Dan is het uiteraard handig om dat krediet te schrappen, de
aandacht af te leiden en de federale regering met haar brede rug daar
over aan te spreken.
Wat de OCMW's van de grote steden betreft, heb ik begrip voor de
vragen. Het is goed dat daarover overleg is. Elk niveau in dit land
heeft zijn bevoegdheden, maar die bevoegdheden staan uiteraard niet
los van elkaar.
Staatssecretaris Courard heeft vorige week trouwens nog contact
gehad met een aantal verantwoordelijken van grote steden om hun
vragen en bekommernissen te noteren. Die worden verder opgevolgd.
Ik engageer mij echter niet voor de door mevrouw De Coninck
gesuggereerde oplossing.
collège des échevins anversois à
propos de la dotation de la ville au
CPAS. Ce conflit a fini par
déborder partiellement rue de la
Loi.
Je me sens concerné par les
questions relatives aux CPAS des
grandes villes. Chaque instance
détient des compétences et celles-
ci se chevauchent évidemment. Le
secrétaire d'État Courard mène
des pourparlers avec les CPAS
des métropoles. Je ne m'engage
toutefois pas en ce qui concerne la
solution suggérée par Mme De
Coninck.
08.03 Sarah Smeyers (N-VA): Mijnheer de eerste minister, mijn
repliek zal kort zijn omdat er niet veel nieuws werd verteld. U kondigt
nog eens de betrokken wetsontwerpen aan, op basis van een akkoord
dat reeds lang is gesloten. Ik vraag wel af waarom de collectieve
regularisatie zeer snel beslist en tot uitvoering kon worden gebracht.
Waarom is dit niet binnen een totaalpakket beslist?
Het is mooi te zien hoe de eisen van de heer Wathelet zijn ingewilligd.
Op die van de Vlamingen blijven wij wachten, mijnheer de eerste
minister.
Wat het OCMW in Antwerpen betreft, gaat het misschien wel om een
begrotingsprobleem, maar dat begrotingsprobleem is er gekomen
door het stijgend aantal regularisatieaanvragen en het stijgend aantal
asielzoekers. Men kan wel zeggen dat het OCMW de aandacht
afleidt, maar ik meen dat u nu hetzelfde doet. Ook andere OCMW's,
in andere grootsteden, hebben met hetzelfde probleem te kampen.
Hun eisen zullen allicht volgen.
Het blijft een probleem en het blijft wachten op een concrete aanpak.
08.03 Sarah Smeyers (N-VA): Je
n'ai rien entendu de vraiment
nouveau. Le premier ministre
annonce pour la énième fois des
projets de loi découlant d'un
accord conclu il y a longtemps. La
régularisation collective souhaitée
par les francophones s'est faite
rapidement. La concrétisation des
exigences des Flamands se fait
attendre.
Le CPAS d'Anvers campe peut-
être avec un problème budgétaire
dû au nombre sans cesse
croissant de régularisations et de
demandeurs d'asile. Les CPAS
des autres grandes villes ne
tarderont pas à formuler eux aussi
leurs exigences.
On attend toujours une approche
concrète.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Vraag van mevrouw Meyrem Almaci aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "de visumplicht voor
Turkse werknemers" (nr. 17596)
09 Question de Mme Meyrem Almaci au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et
d'asile, à la Politique des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "l'obligation de visa pour
les travailleurs turcs" (n° 17596)
09.01 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, het
was een boeiend debat, maar mijn vraag handelt over iets anders,
09.01 Meyrem Almaci (Ecolo-
Groen!): À en croire la Cour de
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
namelijk over de afschaffing van de visumplicht voor Turkse
werknemers. Ik heb de vraag vorig jaar al gesteld aan de toenmalige
minister van Buitenlandse Zaken en kreeg een aantal maanden later
een antwoord van collega Chastel. Sindsdien was de vraag hangende
bij mevrouw Turtelboom, die u ondertussen hebt vervangen als
staatssecretaris voor Migratie-en Asielbeleid.
Ik zal u wellicht de hele context niet moeten schetsen, maar in
februari van vorig jaar kwam er een uitspraak van het Europees Hof
van Justitie, het arrest C-228/06, dat eigenlijk stelde dat de EU niet
langer een visumplicht mag opleggen aan een Turkse werknemer die
een lidstaat binnenkomt om er voor een in Turkije gevestigde
onderneming diensten te verrichten, zolang dat die visumplicht nog
niet bestond op 1 januari 1973.
België voerde pas in 1980 een algemene visumplicht, visa voor kort
verblijf, in voor Turkse onderdanen. Uw collega Chastel heeft in zijn
antwoord benadrukt dat België met Turkije echter al een bilateraal
akkoord had dat dateert van 2 januari 1956, en dat reeds een
visumplicht oplegde voor een verblijf van maximum drie maanden aan
Turkse onderdanen die gelijkgesteld kunnen worden met
dienstverleners. Kortom, Turkse werknemers blijven volgens collega
Chastel onderworpen aan de visumplicht. Hij heeft ook gezegd dat
deze analyse geconfirmeerd moest worden door de bevoegde
staatssecretaris, in dit geval bent u dat.
Mijn vraag is heel concreet: is dat arrest al dan niet van toepassing op
België, en waarom? Wat is de stand van zaken sinds vorig jaar? Uw
collega heeft namelijk na diepgaande analyse beweerd dat het enkel
van toepassing zou zijn op Denemarken en Duitsland, maar hij heeft
nooit deze diepgaande analyse gefundeerd. Ik vroeg mij af of dat
ondertussen al duidelijk is. Kan u bevestigen wat meneer Chastel zei,
en wat toch in tegenspraak is met de eerdere Europese berichtgeving
rond deze problematiek, om uiteindelijk duidelijkheid te scheppen over
de visumplicht voor Turkse werknemers die in ons land komen
werken, zonder hen te dwingen om rechtszaken aan te gaan? Dat
moet namelijk de doelstelling zijn.
justice
européenne,
l'Union
européenne ne peut imposer une
obligation de visa à un travailleur
salarié turc entrant dans un État
membre pour y travailler dans une
entreprise dont le siège est établi
en Turquie, si cette obligation
n'existait pas au 1
er
janvier 1973.
Ce qui est le cas pour la Belgique.
Selon le secrétaire d'État Chastel,
la Belgique a toutefois signé un
accord bilatéral avec la Turquie en
1956 qui prévoit un visa obligatoire
pour un séjour de maximum trois
mois. Il affirme dès lors que
l'obligation de visa existe toujours.
L'arrêt européen s'applique-t-il ou
non à la Belgique? L'accord
bilatéral est-il toujours en vigueur?
09.02 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mevrouw Almaci, ik kan u
bevestigen dat ik op de hoogte ben van het arrest van
19 februari 2009. In het arrest behandelt het Europees Hof van
Justitie inderdaad de vraag in welke mate een lidstaat visumplicht
mag opleggen aan Turkse werknemers die hier diensten komen
verrichten voor een in Turkije gevestigde onderneming.
Vooraleer in te gaan op de impact van het arrest wil ik er graag op
wijzen dat het beleid inzake visa voor kort verblijf een EU-materie is.
Dat is zo sinds het verdrag van Amsterdam. Bijgevolg is een
gecoördineerde Europese aanpak in dit verband onontbeerlijk. De
Commissie
finaliseerde
op
29 september 2009
specifieke
richtsnoeren die in dit verband moeten worden gevolgd. Belangrijk is
hierbij op te merken dat de huidige Belgische analyse in de Europese
richtsnoeren wordt weerhouden.
Meer concreet kan ik de analyses van de minister van Buitenlandse
Zaken u bezorgd door staatssecretaris Chastel, bevestigen. De vraag
die gesteld dient te worden is immers of er in België reeds voor
1 januari 1973 een visumplicht van toepassing was op de hier
09.02
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: Depuis le traité
d'Amsterdam, la politique en
matière de visas pour séjour de
courte durée est une compétence
communautaire. Par conséquent,
une
approche
européenne
coordonnée est indispensable à
cet égard. La Commission a
indiqué des lignes à suivre à cet
effet. L'analyse de la Belgique
s'inscrit clairement dans cette
marche à suivre.
Je suis l'analyse des Affaires
étrangères. Le traité bilatéral de
1956 stipule clairement que
l'exemption de visa ne vaut pas
pour les personnes se livrant à
des activités de prestation de
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
bedoelde vreemdelingen. Op deze datum trad namelijk de standstill
clausule van het aanvullend protocol bij de associatieovereenkomst
tussen de EEG en Turkije in werking. Vanaf toen konden de toen
geldende voorwaarden niet meer worden verstrengd of ingeperkt.
Zoals door mijn collega opgemerkt, stelt het bilateraal verdrag van
1956 duidelijk dat de met het verdrag ingevoerde visumvrijstelling niet
geldt voor personen die dienstverlenende activiteiten komen
verrichten tijdens hun kort verblijf. Het is dus niet terecht te stellen dat
voor deze vreemdelingen pas in 1980 een visumplicht werd ingesteld.
Integendeel,
in
1980
werden
in
de
nieuwe
Belgische
vreemdelingenregelgeving andere categorieën geviseerd dan de
werknemers, namelijk Turkse onderdanen die naar hier komen voor
toerisme, familiebezoek of andere redenen die een kort verblijf
rechtvaardigen.
Wel is het zo dat het arrest in theorie gevolgen heeft voor de volledige
Schengen-ruimte. Ik gaf immers reeds aan dat het visumbeleid voor
kort verblijf Europees geharmoniseerd is. In de praktijk is de impact
van het arrest echter beperkt omdat bijna alle staten een
uitzonderingsclausule hadden toen zij het aanvullende protocol van
1973 aannamen. Bijna allen hadden een regeling die gelijkaardig is
als deze die volgt uit het bilateraal verdrag van 1956 dat tussen België
en Turkije geldt.
De grote uitzonderingen hierop zijn Duitsland en Denemarken. De
richtsnoeren van de Commissie behandelen dan ook de specifieke
situaties van Turkse werknemers die bijvoorbeeld via Duitsland of
Denemarken naar België reizen, of omgekeerd.
Samengevat, de situatie is vandaag duidelijk. Turkse werknemers
moeten in het bezit zijn van een visum voor kort verblijf wanneer ze
België als hoofdbestemming hebben in het raam van een kort verblijf,
en wanneer zij in België werken voor een onderneming die in Turkije
gevestigd is. Dat is al zo sinds 1956.
services durant leur séjour de
courte durée. Il n'est donc pas
exact qu'une obligation de visa n'a
été instaurée pour ces étrangers
qu'en 1980.
En théorie l'arrêt a toutefois des
conséquences pour tout l'espace
Schengen, étant donné que la
politique en matière de visa pour
séjour de courte durée a été
harmonisée
à
l'échelle
européenne. Dans la pratique,
l'impact de l'arrêt est toutefois
limité car la majorité des États
disposaient
d'une
clause
d'exception très semblable à celle
de la Belgique lorsqu'ils ont ratifié
le protocole additionnel de 1973.
Les grandes exceptions à cette
règle sont l'Allemagne et le
Danemark. Les directives de la
Commission concernent dès lors
des travailleurs turcs qui se
rendent
en
Belgique
par
l'Allemagne ou le Danemark, ou
inversement.
La situation est claire: les
travailleurs turcs doivent être en
possession d'un visa de court
séjour lorsque leur destination
principale est la Belgique dans le
cadre d'un court séjour et lorsqu'ils
travaillent en Belgique pour une
entreprise établie en Turquie.
Cette situation existe depuis 1956
déjà.
09.03 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Het antwoord is duidelijk. Ik
ben helemaal akkoord wanneer u zegt dat er een gecoördineerde
Europese aanpak noodzakelijk is. Zeker, en dat heeft u ook
benadrukt, wanneer er effectief verschillende uitzonderingen zijn die
niet de verdienste van de duidelijkheid hebben. Ik hoop dat u daar een
beetje achter zit. Binnenkort zijn wij Europees voorzitter. Ik ben
benieuwd of ons land op dat niveau enige daadkracht zal tonen om tot
een gecoördineerde aanpak te komen. Het heeft geen zin om in een
eengemaakt Europa te wonen als iedereen andere regels hanteert,
met hier en daar een uitzondering, voor werknemers die komen uit
een land dat ondertussen kandidaat is voor toetreding tot diezelfde
Europese Unie. Die politieke analyse moeten wij in het
voorzitterschap meenemen.
Ik ben blij dat u duidelijkheid heeft geschapen. Als de
hoofdbestemming België is, dan is er een visum nodig. Is de
hoofdbestemming Duitsland of Denemarken met België als
nevenbestemming, dan is het omwille van de uitzondering niet nodig
09.03 Meyrem Almaci (Ecolo-
Groen!):
Une
approche
coordonnée au niveau européen
est effectivement nécessaire. Les
choses s'accélèreront peut-être au
cours de la présidence belge. Il
n'est pas sensé dans une Europe
unifiée d'appliquer des règles
différentes dans chaque pays pour
des travailleurs originaires d'un
pays qui souhaite adhérer à cette
même Union européenne.
Il
convient
de
transmettre
d'urgence aux entreprises les
informations claires fournies par le
ministre.
La
coopération
économique est en effet une
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
om opnieuw een dergelijk visum aan te vragen. Dit soort van
informatie moet dringend aan de betrokken bedrijven worden
doorgegeven, omdat men heel erg is geïnteresseerd in een
economische samenwerking met Turkije. Deze praktische zaken
staan los van een eventueel lidmaatschap van Turkije. Ze
bemoeilijken de situatie.
Het is in het belang van de Belgische economie en van goede
onderhandelingen en verhoudingen met Turkije en haar economie dat
we zulks uitklaren. Deze informatie moet worden doorgegeven. Wij
hebben belang bij zo duidelijk mogelijke afspraken die zo goed
mogelijk worden opgevolgd.
Ik ben het helemaal met u eens dat we een Europees gecoördineerd
beleid moeten ontwikkelen.
question pratique et pas une
discussion
politico-idéologique
concernant l'adhésion.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: La question n° 17807 de M. Xavier Baeselen est
reportée pour des raisons évoquées précédemment. Sa question
n° 18126 l'est également.
De voorzitter: Vragen nrs 17807
en 18126 van de heer Baeselen
worden verdaagd.
10 Vraag van de heer Roland Defreyne aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "de
transmigratieproblematiek in havens" (nr. 18158)
10 Question de M. Roland Defreyne au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et
d'asile, à la Politique des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "le problème de la
migration de transit dans les ports" (n° 18158)
10.01 Roland Defreyne (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de staatssecretaris, mijn vraag betreft de transmigratieproblematiek
via onze havens in Oostende en in Zeebrugge. Het zal u niet
onbekend zijn dat Oostende een centrumstad is, een kuststad, die
ook met een zeer specifieke veiligheidsproblematiek heeft af te
rekenen. De aanwezigheid van de haven zorgt ervoor dat deze stad
een ideaal toevluchtsoord is voor illegalen die de vlucht richting Groot-
Brittannië plannen. Hetzelfde geldt voor Zeebrugge.
Het afgelopen jaar werden door de lokale politie en de zeevaartpolitie
ongeveer 1 000 illegalen opgepakt, zowel in Oostende als in
Zeebrugge. In de komende maanden wordt hierin nog een stijgende
trend verwacht. Dat de Belgische havens aantrekkelijker zijn, heeft
vooral te maken met het feit dat in Nederland en in Frankrijk een
strenger beleid geldt dan hier.
De havenbesturen trokken dienaangaande aan de alarmbel. Het is
goed, mijnheer de staatssecretaris, dat u een vergadering hebt
georganiseerd waarop alle partners die op dat vlak actief zijn, ook
aanwezig waren. De staatssecretaris heeft toen een aantal
maatregelen aangekondigd. Er zouden onder meer in de komende
maanden plaatsen worden vrijgehouden voor opgepakte illegalen in
gesloten centra.
Ik heb de volgende vragen.
Welk concrete afspraken werden toen gemaakt?
10.01 Roland Defreyne (Open
Vld): À la suite du renforcement de
la politique d'asile aux Pays-Bas et
en France, Zeebruges et Ostende
sont devenus les ports privilégiés
pour le transit vers la Grande-
Bretagne. Lors d'une réunion avec
toutes les parties concernées, le
secrétaire
d'État a annoncé
plusieurs mesures, notamment la
création
de
places
supplémentaires dans les centres
fermés.
Quelles décisions concrètes ont-
elles été prises? Depuis la
réunion, combien d'illégaux ont-ils
été interceptés dans les ports
d'Ostende et de Zeebruges?
Combien ont été placés en centre
fermé, combien ont été libérés et
combien ont été expulsés?
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
Wat is de stand van zaken vandaag in dit dossier?
Hoeveel illegalen werden sinds de vergadering in de havens van
Oostende en Zeebrugge opgepakt? Hoeveel zijn er daarvan
ondergebracht in de gesloten centra? Hoeveel zijn er opnieuw vrij
gelaten? Hoeveel mensen werden effectief uit het land gewezen?
10.02 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mijnheer de voorzitter, de
vergadering waarnaar de heer Defreyne verwijst, betrof inderdaad de
opvolging van de problematiek van de transitmigranten. Het gaat om
vreemdelingen die van onze kusthavens naar Groot-Brittannië willen
reizen. Voor een groot aantal onder hen was dat de bedoeling.
Ik houd eraan om de verschillende partners die bij dit overleg
betrokken waren uitdrukkelijk te danken voor hun constructieve
houding en ik had ook persoonlijk aanwezig willen zijn op die
vergadering. Dit zal ons immers toelaten om praktisch in te spelen op
dit migratiefenomeen. Zo werd inderdaad beslist om voor deze
specifieke categorieën vreemdelingen verschillende plaatsen vrij te
houden in de gesloten centra. Meer precies zullen de betrokkenen in
alle gesloten centra kunnen worden ondergebracht, met uitzondering
van het INAD- centrum dat gesitueerd is in de transitzone van de
luchthaven van Brussel-Nationaal.
Met deze maatregelen kan een concrete opvolging gelinkt worden aan
het werk dat door de politie en de gerechtelijke instanties op het
terrein wordt verricht. Maandag 11 januari vond een bijkomende
vergadering plaats. Normaliter zou de nieuwe regeling nog deze week
van kracht moeten worden.
Zoals u weet, kan de Dienst Vreemdelingenzaken enkel tot
verwijdering overgaan wanneer de betrokken vreemdeling is
geïdentificeerd
en
wanneer
zijn
noodzakelijke
reis-
of
identiteitsdocumenten beschikbaar zijn.
Voor de vreemdelingen die op basis van deze nieuwe maatregel naar
een gesloten centrum worden overgebracht, is het dan ook
vanzelfsprekend dat de procedure tot identificatie zal worden
opgestart, met het oog op een effectieve verwijdering van het
Belgische grondgebied. Daarnaast zult u hebben vastgesteld dat ik in
mijn beleidsnota van 5 november 2009 verschillende bemerkingen
maakte rond de terugkeer van vreemdelingen. Zo werd bijvoorbeeld
aangegeven dat ik de vrijwillige terugkeer wens te bevorderen en dat
wij onderzoeken hoe de opsluitingsvoorwaarden in de gesloten centra
nog kunnen worden verbeterd.
Teneinde de opsluitingsvoorwaarden in de gesloten centra te
verbeteren, zijn verschillende inrichtingswerken gepland, evenals de
aankoop van informatica en regulatief materiaal. Ook de aanwerving
van bijkomend personeel voor een betere omkadering en
ondersteuning is aan de gang. Bijzondere aandacht gaat daarbij naar
het zoeken van alternatieven voor het opsluiten van gezinnen en
minderjarigen.
10.02
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: Lors de la
réunion sur la migration de transit,
il a en effet été convenu de
réserver des places à ce groupe
spécifique de migrants dans les
centres fermés. Ils pourront être
placés dans tous les centres
fermés sauf au centre INAD de
l'aéroport de Zaventem. Les
efforts de la police et des
instances judiciaires bénéficient
ainsi d'un suivi concret. La
nouvelle réglementation entre en
vigueur cette semaine.
L'Office des étrangers ne peut
procéder
à
l'éloignement
d'étrangers que si ces derniers
sont
en
possession
des
documents de voyage ou d'identité
requis. C'est la raison pour
laquelle
la
procédure
d'identification est immédiatement
lancée pour les étrangers conduits
dans une institution fermée.
Ma note de politique générale
précise que je souhaite favoriser
les retours volontaires et qu'il faut
améliorer
les
conditions
de
détention dans les centres fermés.
Des travaux d'aménagement sont
déjà
prévus,
du
matériel
informatique a été acheté et du
personnel
supplémentaire
est
recruté.
Nous
sommes
particulièrement attentifs à la
recherche
de
solutions
de
rechange pour la détention de
familles avec enfants.
10.03 Roland Defreyne (Open Vld): Mijnheer de staatssecretaris, ik
dank u voor uw antwoord. Als ik het goed begrijp, is dit een nieuwe
maatregel die nu pas van start gaat. Het is natuurlijk wel belangrijk dat
er in dit verband doortastend wordt gehandeld. Het politiepersoneel,
10.03 Roland Defreyne (Open
Vld): Une intervention ferme
s'impose, les illégaux revenant
sans cesse.
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
zowel de lokale politie als de zeevaartpolitie, wordt immers
geconfronteerd met steeds terugkerende illegalen die moeten worden
opgepakt. Deze problematiek moet worden ingedijkt op een adequate
manier.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 18200 de M. Xavier Baeselen est
reportée.
De voorzitter: Vraag 18200 van
de heer Baeselen wordt uitgesteld.
11 Question de Mme Karine Lalieux au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et
d'asile, à la Politique des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "la condamnation de la
Belgique par la Cour européenne des droits de l'Homme concernant la détention des 'familles Dublin'
en centre fermé" (n° 18598)
11 Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "de veroordeling van
België door het Europees Hof voor Rechten van de Mens met betrekking tot de opsluiting van de
'Dublin families' in een gesloten centrum" (nr. 18598)
11.01 Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, monsieur le
secrétaire d'État, cela fait quatre fois en moins de dix ans que la
politique d'asile et d'immigration de la Belgique est condamnée par la
Cour européenne des droits de l'homme de Strasbourg.
La dernière condamnation date d'il y a peu. Elle concerne la détention
de quatre enfants tchétchènes et de leur mère au centre 127bis. Cette
détention a duré plus de six mois avant le renvoi vers la Pologne car
cette famille était dans la configuration Dublin. Comme d'habitude,
dans son jugement la Cour a estimé que la Belgique a usé de
traitements inhumains et dégradants et détenu illégalement quatre
enfants âgés entre 7 mois et 7 ans. Ces enfants souffrent aujourd'hui
de troubles psychiques graves.
Outre ces situations médicales graves dont l'Office des étrangers n'a
pas tenu compte, la Cour de Strasbourg a encore rappelé que les
centres belges n'étaient pas adaptés pour accueillir des enfants
Monsieur le secrétaire d'État, je sais que depuis octobre 2008, la
détention des enfants appartient au passé puisqu'ils sont dirigés avec
leur famille vers des maisons supervisées, mais pour les cas Dublin,
la détention des familles avec enfants en centre fermé est toujours
d'application avant le renvoi vers le pays de l'Union européenne où la
première demande a été introduite.
À ce propos, j'aimerais avoir des précisions sur certaines de vos
déclarations parues dans la presse. En effet, vous avez déclaré qu'à
l'heure actuelle si la réadmission de la famille était jugée trop longue
par l'Office des étrangers, les enfants pouvaient être réorientés vers
des maisons supervisées. De plus, vous avez annoncé que vous
vouliez une durée maximale de détention très courte.
Monsieur le secrétaire d'État, en ce qui concerne la durée de
détention de ces familles, qu'entendez-vous par très court? Avez-vous
déjà des indications à fournir à ce sujet?
Pour ce qui est des détentions de ces familles, ne pourrait-on pas
envisager, lorsque des familles Dublin se présentent sur notre sol, de
11.01 Karine Lalieux (PS): Voor
de vierde keer in minder dan tien
jaar tijd heeft het Europese Hof
voor de Rechten van de Mens
België veroordeeld wegens zijn
asiel- en migratiebeleid. De meest
recente
veroordeling
heeft
betrekking op vier Tsjetsjeense
kinderen en hun moeder die
gedurende
meer
dan
zes
maanden vastgehouden werden in
het centrum 127bis, voordat ze
naar Polen werden teruggestuurd
in het kader van de Dublin II-
verordening. Net als de vorige
keren acht het Hof dat België de
betrokkenen
onmenselijk
en
vernederend heeft behandeld en
vier
kinderen
tussen
zeven
maanden en zeven jaar oud
onwettig heeft opgesloten. Die
kinderen lijden nu aan psychische
stoornissen.
Naast die ernstige medische
toestanden waarmee de Dienst
Vreemdelingenzaken
geen
rekening heeft gehouden, heeft
het Hof in Straatsburg er eens te
meer
op
gewezen dat de
Belgische centra niet geschikt zijn
voor de opvang van kinderen.
Sinds oktober 2008 verblijven
gezinnen
met
kinderen
in
individuele woonunits, waar ze
onder
toezicht
staan,
maar
gezinnen met kinderen die onder
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
les rediriger immédiatement vers des infrastructures plus adéquates
comme des maisons supervisées au lieu de les détenir, même un
minimum de temps, dans les centres frontières?
de
Dublinverordening
vallen,
worden nog altijd in gesloten
centra ondergebracht.
U zei in de pers dat als de Dienst
Vreemdelingenzaken van oordeel
is dat de overname van het gezin
te lang duurt, de kinderen nu naar
woonunits onder toezicht kunnen
worden overgebracht. U heeft ook
gezegd dat u de maximale
opsluitingsduur zeer kort wil
houden.
Wat verstaat u onder "zeer kort"?
Is
het
niet
mogelijk
om
Dublingezinnen die in ons land
asiel
aanvragen,
onmiddellijk
onder te brengen in adequatere
opvangvoorzieningen?
11.02 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Madame Lalieux, je
confirme que pour l'instant les familles arrivées à la frontière qui ne
peuvent être refoulées dans les 48 heures sont transférées vers les
lieux d'hébergement individuels à Zulte et à Tubize et bénéficient là de
l'encadrement des coachs et ce, depuis le 1
er
octobre 2009.
Comme je l'ai souvent déclaré, les familles Dublin ­ d'ailleurs la
dernière condamnation concerne ces familles ­ sur le territoire sont
déjà orientées directement vers les maisons depuis octobre 2008.
Elles sont transférées directement à partir des lieux d'hébergement
individuels.
11.02 Staatssecretaris Melchior
Wathelet: Gezinnen die aan de
grens staan en niet binnen 48 uur
kunnen worden teruggestuurd,
worden inderdaad overgebracht
naar de woonunits in Zulte en
Tubize; sinds 1 oktober 2009
worden ze begeleid door een
coach.
De Dublingezinnen worden sinds
oktober 2008 al direct naar de
woningen
overgebracht.
Ze
worden rechtstreeks vanuit de
individuele
woonunits
overgedragen.
11.03 Karine Lalieux (PS): Si tout cela se fait directement ­ mais
apparemment pas tout à fait ­, c'est très bien. C'est en effet l'objectif
de tout le débat que nous avons eu.
Je vous remercie, monsieur le secrétaire d'État.
11.03 Karine Lalieux (PS): Het is
prima als dat rechtstreeks gebeurt
- maar blijkbaar is dat toch niet
altijd het geval - want daar ging
ons debat nu juist om.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
12 Question de Mme Zoé Genot au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à
la Politique des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "la condamnation de la Belgique
par la Cour des droits de l'homme pour la détention d'enfants en centre fermé" (n° 18602)
12 Vraag van mevrouw Zoé Genot aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "de veroordeling van
België door het Hof voor Rechten van de Mens met betrekking tot het opsluiten van kinderen in
gesloten centra" (nr. 18602)
12.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, ma
question porte sur le même sujet.
12.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Op 19 januari werd ons land voor
de tweede maal veroordeeld door
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
Monsieur le secrétaire d'État, le mardi 19 janvier, la Belgique a été à
nouveau condamnée par la Cour de Strasbourg, pour violation de
l'article 3 de la Convention européenne des droits de l'homme qui
prohibe les traitements inhumains et dégradants et de l'article 5, § 1
de la même Convention qui garantit le droit à la liberté.
Quatre jeunes enfants ont été détenus pendant une longue période
au centre 127bis dans l'attente de leur reprise par la Pologne dans le
cadre du Règlement Dublin II.
La Cour se réfère également à l'affaire Thabita, dans laquelle elle a
condamné la Belgique pour la détention de la petite Thabita, âgée de
quatre ans, dans un centre pour adultes, suivie de son expulsion au
Congo. Dans cet arrêt, la Cour dénonce le manque flagrant
d'humanité de l'administration belge.
Je n'ignore pas que depuis que vous êtes secrétaire d'État, il n'y a
plus de détention d'enfants au centre 127bis. Je pense cependant
qu'il est devenu nécessaire d'inscrire dans la loi cette interdiction de
principe de la détention d'enfants mineurs en centre fermé, afin de
garantir que cette pratique de la détention appartienne bien au passé
et ne se reproduise plus.
Monsieur le secrétaire d'État, ne pensez-vous pas qu'il serait
opportun, après cette deuxième condamnation de la Belgique pour
avoir infligé des traitements inhumains et dégradants à des enfants en
les détenant administrativement, d'inscrire dans la loi le principe de
l'interdiction de l'enfermement des enfants en centre fermé?
het Hof in Straatsburg wegens
schending van artikel 3 van het
Europees
Verdrag
tot
bescherming van de rechten van
de mens, dat een verbod op
onmenselijke of vernederende
behandelingen inhoudt, en van
artikel 5,
§ 1
van
hetzelfde
Verdrag, dat het recht op vrijheid
waarborgt. Vier kinderen werden
gedurende
langere
tijd
vastgehouden in het centrum
127bis, in afwachting van hun
'overname' door Polen in het kader
van de Dublin II-verordening. Zou
het volgens u, na deze tweede
veroordeling, niet aangewezen zijn
een principieel verbod op de
opsluiting van kinderen in een
gesloten centrum in de wet in te
schrijven?
12.02 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Madame Genot, les
mineurs non accompagnés ne sont plus maintenus dans les centres
fermés mais ils sont accueillis dans les centres d'observation et
d'orientation. Les familles avec des enfants mineurs sont transférées
vers les lieux d'hébergement individuels à Zulte ou à Tubize et
bénéficient de l'encadrement de coachs.
J'ai pris cette mesure car l'infrastructure des centres fermés n'était
pas adaptée à l'accueil des familles avec des enfants mineurs.
J'étudie différentes propositions pour de nouvelles infrastructures
avec un accompagnement adapté.
Toutefois, si on veut arriver à l'éloignement des familles qui ont quitté
les lieux d'hébergement individuels ou qui refusent leur éloignement,
un maintien dans un environnement plus sécurisé demeure
malheureusement l'ultime recours. Il convient de rappeler que le
placement des familles dans les hébergements individuels est basé
sur la loi qui prévoit l'enfermement en vue de l'éloignement.
Je souhaite également limiter légalement la détention des enfants et
cette question est toujours en discussion au sein du gouvernement.
12.02 Staatssecretaris Melchior
Wathelet: Niet-begeleide minder-
jarigen worden opgevangen in
observatie- en oriëntatiecentra.
Gezinnen
met
minderjarige
kinderen worden overgebracht
naar woonunits in Zulte of Tubeke.
Ik bestudeer momenteel een
aantal voorstellen voor nieuwe
wooninfrastructuur. Indien men
gezinnen die de woonunits hebben
verlaten of die zich verzetten tegen
hun verwijdering, effectief van het
grondgebied wil verwijderen, is er
helaas geen andere oplossing dan
ze vast te houden in een meer
beveiligde omgeving. Ik ben
voorstander
van
wettelijke
beperkingen voor de opsluiting van
kinderen. Deze aangelegenheid
wordt
nog
besproken
op
regeringsniveau.
12.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le secrétaire d'État, je
vous remercie. J'espère que nous aurons rapidement le résultat de
ces discussions et qu'il ira dans cette direction afin d'éviter les
dommages graves que subissent ces enfants détenus dans de telles
conditions. J'espère que ces arguments feront réfléchir l'ensemble du
gouvernement pour avancer dans cette direction.
12.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Ik hoop dat die besprekingen snel
tot resultaten zullen leiden.
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Vraag van de heer Michel Doomst aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "de veroordeling van
België door het Europees Hof voor Rechten van de Mens" (nr. 18604)
13 Question de M. Michel Doomst au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et d'asile,
à la Politique des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "la condamnation de la Belgique
par la Cour européenne des droits de l'homme" (n° 18604)
13.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, deze vraag gaat in dezelfde lijn, misschien nog wat
meer omkaderd door cijfergegevens, omdat België door het Europees
Hof voor de Rechten van de Mens werd veroordeeld voor de
opsluiting van kinderen in het centrum 127 bis. Het Hof meent dat dit
een onmenselijke en onterende behandeling is en dat daarmee
fundamentele rechten zijn geschonden.
Midden 2008 antwoordde de toenmalige minister van Asiel en
Migratie dat kinderen vasthouden niet in strijd was met het
internationaal Verdrag. Op dat moment werden 16 minderjarigen,
onder begeleiding van hun ouders, in gesloten centra vastgehouden.
Samen met de Regie der Gebouwen is dan gezocht naar meer
aangepaste infrastructuur. Momenteel worden gezinnen met
minderjarige kinderen doorverwezen naar meer aangepaste centra of
huizen in Zulte.
Mijnheer de staatssecretaris, wat is uw reactie op die veroordeling?
Hoeveel gezinnen met kinderen verblijven er momenteel in gesloten
centra?
Wat was vorig jaar de gemiddelde verblijfsduur van gezinnen met
kinderen in gesloten centra?
Welke maatregelen werden het afgelopen jaar genomen of zullen in
de nabije toekomst genomen worden?
Zijn er plannen om de initiatieven inzake opvanghuizen, zoals in Zulte,
uit te breiden?
13.01 Michel Doomst (CD&V):
La Belgique a été condamnée par
la Cour européenne des Droits de
l'Homme
pour
l'enfermement
d'enfants au centre 127bis. Que
pense le secrétaire d'État de cette
condamnation?
Combien
de
ménages
avec
enfants
se
trouvent-ils actuellement dans des
centres fermés? Quelle a été en
2009 la durée moyenne de séjour
des ménages avec enfants dans
ces centres fermés? Quelles
mesures ont-elles déjà été ­ ou
seront-elles bientôt ­ prises à cet
égard? Y a-t-il des projets visant à
agrandir les maisons d'accueil
comme celle de Zulte?
13.02 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mijnheer de voorzitter,
mijnheer Doomst, wat het arrest van Straatsburg van 19 januari 2010
aangaat, kan ik u zeggen dat de feiten teruggaan tot 2007. De
gezinnen zijn sinds oktober 2008 in individuele wooneenheden in
Zulte en Tubeke, waar zij door coaches worden begeleid. Dat is
hetzelfde element als in antwoord op de twee vorige vragen.
Op 22 januari 2010 bevinden zich vier gezinnen met in totaal tien
minderjarigen in die woningen. Geen enkel gezin met minderjarige
kinderen bevindt zich in een gesloten centrum.
In 2009 bedroeg de gemiddelde verblijfsduur van de gezinnen die aan
de grens aankwamen 1,7 dagen voor het INAD-centrum en 23 dagen
voor de centra 127 en 127 bis. Eén gezin bleef 101 dagen
vastgehouden als gevolg van de veelvuldige beroepen die werden
13.02
Melchior
Wathelet,
secrétaire
d'État:
Les
faits
auxquels se rapportent l'arrêt de
Strasbourg du 19 janvier 2010
remontent à 2007. Depuis octobre
2008, les ménages avec enfants
ont été hébergés dans des
logements individuels à Zulte et à
Tubize, où ils sont suivis par des
coaches. Le 22 janvier 2010,
quatre familles avec au total dix
mineurs séjournaient dans ces
logements. Aucun ménage avec
des enfants mineurs ne réside
actuellement en centre fermé. En
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
ingesteld. In totaal zijn er 30 gezinnen geweest, met in totaal
46 kinderen.
De laatst genomen maatregel is dat de gezinnen die aan de grens
tegengehouden worden en niet binnen 48 uur teruggedreven kunnen
worden, ondergebracht worden in de woonunits in Tubeke of Zulte. Er
zijn inderdaad ook plannen om bijkomende woningen in gebruik te
nemen.
2009, la durée moyenne de séjour
des familles atteignait 1,7 jour
pour le centre INAD et 23 jours
pour les centres 127 et 127bis.
Une famille est toutefois restée
durant 101 jours à la suite de
nombreux recours. Au total, 30
familles avec 46 enfants ont
séjourné dans ces centres en
2009. La dernière mesure prise
est que les ménages qui sont
retenus à la frontière et qui ne
peuvent être repoussés dans un
délai de 48 heures sont accueillis
dans les logements de Tubize et
de Zulte. Il existe également des
projets
d'aménagement
de
logements supplémentaires.
13.03 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris,
bedankt voor de heel concrete cijfers. Ik neem aan uit uw relaas dat
op korte termijn bijkomende initiatieven niet nodig zijn omdat we aan
de vraag kunnen voldoen op dit ogenblik.
13.03 Michel Doomst (CD&V):
Je suppose que des initiatives
supplémentaires ne sont pas
nécessaires à court terme, étant
donné
que
nous
sommes
actuellement en mesure de faire
face à la demande.
13.04 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Wij moeten dat allemaal
verzekeren of op de beste manier reglementeren om de procedures
op de beste mogelijke manier te laten verlopen, zodat we er zeker van
zijn dat initiatieven die misschien nodig zullen zijn, op een goede
manier gereglementeerd worden.
13.04
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: Nous devons en
tout cas être sûrs que les
initiatives qu'il sera peut-être
encore nécessaire de prendre
soient correctement réglementées.
13.05 Michel Doomst (CD&V): Dank u.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: Mme Douifi reporte sa question n° 18649.
De voorzitter: Mevrouw Douifi
stelt haar vraag 18649 uit.
14 Vraag van mevrouw Hilâl Yalçin aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "de behandeling van
visumaanvragen voor de imams" (nr. 18848)
14 Question de Mme Hilâl Yalçin au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à
la Politique des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "le traitement des demandes de
visas pour les imams" (n° 18848)
14.01 Hilâl Yalçin (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, in de
Turkse gemeenschap in België doet zich de laatste maanden een
groot probleem voor in verband met de aanstelling van de imams.
Heel wat moskeeën hebben namelijk al maanden geen imam omdat
de dienstperiode van de vorige imams afgerond is. Deze imams in
kwestie zijn ook effectief teruggekeerd naar Turkije en de nieuwe
imams zijn op bureaucratische problemen gestuit. De behandeling
van deze visumaanvragen, ingediend op hetzelfde ogenblik en
verspreid over heel België, blijkt verschillend te evolueren. Enkele visa
14.01 Hilâl Yalçin (CD&V): De
très nombreuses mosquées du
pays sont sans imam depuis
plusieurs mois déjà parce que la
période de service de l'imam
précédent est terminée et que les
nouveaux imams se sont heurtés
à des problèmes administratifs.
Des visas ont été délivrés et des
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
zouden al toegekend zijn en enkele geweigerd maar over het grootste
deel tast men in het duister.
Mijnheer de staatssecretaris, ik hoef u niet uit te leggen dat we met
een zeer serieus probleem te kampen hebben. In het verleden is de
wissel van de imams vrij vlot gebeurd. Ik betreur dan ook dat deze
procedure momenteel zulke proporties heeft aangenomen. Er zijn
momenteel moskeebesturen en moskeeën die al tussen de vier
maanden en een jaar aan het wachten zijn op een nieuwe imam.
Daarom wil ik graag enkele vragen tot u richten. Welk beleid wordt er
in het algemeen gevolgd inzake de verblijfsvergunningen voor de
imams?
Op
basis
van
welke
criteria
worden
deze
verblijfsvergunningen
uitgereikt?
Klopt
het
dat
er
reeds
verblijfsvergunningen geweigerd zijn? Zo ja, op grond van welke
criteria? Hoeveel lopende visumaanvragen zijn er momenteel? Wat is
het aantal reeds goedgekeurde en geweigerde dossiers? Waarom
laat deze behandeling van de visumaanvragen zo lang op zich
wachten? Last but not least, welke maatregelen zult u treffen om dit
probleem hopelijk zo snel mogelijk uit de wereld te helpen? Alvast
hartelijk dank voor uw aandacht en antwoord.
demandes rejetées mais, dans la
plupart des cas, c'est la confusion
la plus complète qui règne.
Quelle est la procédure habituelle
en la matière? Quels critères sont
pris en considération pour délivrer
les permis de séjour? Combien de
visas ont été octroyés et combien
de demandes ont été rejetées?
Combien de demandes sont
toujours en cours? Pourquoi ces
lenteurs? Quelles mesures le
secrétaire
d'État
compte-t-il
prendre?
14.02
Staatssecretaris
Melchior
Wathelet:
De
Dienst
Vreemdelingenzaken is bevoegd voor de toegang tot het grondgebied
en het verblijf van vreemdelingen. De procedure om een
verblijfsvergunning toe te kennen aan imams is van bijzondere aard
en wordt geregeld geëvalueerd. Onlangs werd de procedure nog
afgestemd op de regeling waarbij de Belgische Staat wedden toekent
aan imams van erkende moskeeën, dit om de coherentie met het
beleid van de FOD Justitie te verzekeren. De procedure kan worden
samengevat als volgt: op grond van artikel 9 van de
vreemdelingenwet kunnen imams die zich naar België willen begeven
een visum type D aanvragen bij de Belgische diplomatieke post in het
land van herkomst. Het visum wordt pas afgeleverd wanneer alle
documenten voorhanden zijn en de nodige onderzoeken zijn gedaan.
De voorwaarden voor imams van erkende moskeeën die betaald
worden door de Belgische Dtaat zijn soepeler dan die voor imams van
niet-erkende moskeeën.
Graag wil ik ook benadrukken dat in deze vooralsnog geen
verblijfsvergunningen werden geweigerd aan imams. Wel is het zo dat
er één verblijfsvergunning is geweigerd voor een vrouw. Zij is echter
een religieus medewerkster en geen imam. Bijgevolg komt zij ook
helemaal niet in aanmerking voor de bijzondere regeling die op imams
van toepassing is.
Ik geef een overzicht voor de 20 visumaanvragen die werden
ingediend bij de Belgische ambassade in Turkije. 2 akkoorden zijn al
gegeven, 15 akkoorden zijn gegeven op voorlegging van bijkomende
documenten, voor 1 dossier wordt gewacht op het advies van de
Staatsveiligheid, 1 dossier moet nog worden overgezonden en 1
aanvraag wordt geweigerd. De reden daarvoor heb ik daarnet
uiteengezet.
Voorlopig werden op de ambassade te Ankara en op het consulaat-
generaal te Istanbul enkel de visa afgeleverd waarvoor een akkoord
werd ontvangen. Wanneer de extra documenten worden
overgezonden, zullen ook de visa op voorlegging van een akkoord
14.02
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: L'Office des
étrangers
est
compétent
et
applique une procédure spéciale
pour les permis de séjour des
imams. Cette procédure est
évaluée régulièrement. Les imams
qui souhaitent se rendre en
Belgique doivent demander un
visa de type D. Celui-ci est délivré
par le poste diplomatique de leur
pays sur présentation de tous les
documents requis. Les conditions
sont moins sévères pour les
imams des mosquées reconnues
que pour ceux des mosquées non
reconnues.
Aucun permis de séjour n'a été
refusé à un imam jusqu'ici. Sur les
vingt demandes qui ont été
introduites auprès de l'ambassade
belge en Turquie, deux ont été
acceptées, quinze ont donné lieu à
un
accord
moyennant
la
production
de
documents
supplémentaires, un dossier est
soumis à l'accord de la Sûreté de
l'État et un autre dossier doit
encore être fourni.
Les délais de traitement des
demandes étaient de six à huit
semaines et cette durée s'explique
par l'évaluation de la procédure.
Le processus devrait pouvoir
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
kunnen worden afgegeven. De behandelingstermijn voor de
visumaanvragen bedroeg uitzonderlijk 1,5 tot 2 maanden. Ik wens
daarbij echter uitdrukkelijk te benadrukken dat die termijnen
uitzonderlijk zijn. Ze zijn immers toe te schrijven aan het feit dat de
procedure werd geëvalueerd, zoals ik daarnet heb opgemerkt. Nu de
herevaluatie is gebeurd, zouden de termijnen in de toekomst moeten
kunnen worden beperkt.
s'accélérer dès à présent.
14.03 Hilâl Yalçin (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, mijn vraag dateert van eind januari. Ondertussen is
een en ander inderdaad al gepasseerd. Blijkbaar is het grootste deel
van de aanvragen grotendeels in orde.
Een aanvraag zou nog worden onderzocht. Als mijn gegevens
kloppen, zou het gaan om een moskee in Limburg, in Genk. Het is
een van de grootste moskeeën in België, met ongeveer 3 000
moskeegangers. Het erkenningsdossier zal binnenkort worden
ingediend. De vorige imam is eind september vertrokken, waardoor
een van de grootste moskeeën in België al bijna 5 maanden zonder
voorganger zit. Ik wil daarom met aandrang een snelle behandeling
van het dossier vragen, want ik vrees voor lokale problemen, in de
praktische beleving en dergelijke.
Ik ben uiterst verheugd te vernemen dat u ook in de toekomst zult
proberen om de procedure, na de herevaluatie, zo snel mogelijk af te
ronden, zodat we niet meer met die problemen te kampen hebben. Ik
denk dat u het met mij eens bent. Zo heeft de moskee van Namen
bijna een jaar moeten wachten op een nieuwe imam. Ik zal het
dossier met veel plezier en interesse blijven volgen. Ik hoop dat er zo
snel mogelijk een oplossing kan komen voor de desbetreffende
moskee in Genk.
14.03 Hilâl Yalçin (CD&V): Je
plaide pour un traitement rapide du
dossier relatif à la mosquée de
Gand, car elle n'a plus d'imam
depuis maintenant cinq mois et le
dossier d'agrément sera déposé
sous peu.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
15 Question de Mme Zoé Genot au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à
la Politique des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "le statut des Haïtiens" (n° 18913)
15 Vraag van mevrouw Zoé Genot aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "het statuut voor
Haïtianen" (nr. 18913)
15.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, monsieur le
secrétaire d'État, après le tremblement de terre à Haïti, personne n'a
pu rester insensible face à une catastrophe d'une telle ampleur qui a
anéanti un pays. Tout le monde se sent alors solidaire. En plus,
lorsqu'il s'agit d'un des pays les plus pauvres, nous ne pouvons que
chercher tout ce qui est en notre pouvoir pour soulager la souffrance
qui règne là-bas.
Actuellement, le pays est complètement ravagé. Chacun a pu le voir.
Des manifestations contre la faim sont organisées, les services
publics sont désorganisés, le pays ne fonctionne plus et n'est même
plus capable de s'occuper de ses ressortissants sur place.
C'est pourquoi plusieurs pays ont pris attitude. La France a déclaré
qu'elle suspendait les procédures d'expulsion vers Haïti. Cependant,
elle continue à refuser d'accorder à certaines personnes un statut à
l'issue de leur procédure d'asile. Le Sénégal a proposé de donner un
15.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Na de aardbeving in Haïti is het
land volledig verwoest. Er wordt
betoogd
tegen
de
honger.
Frankrijk heeft verklaard dat het
de procedures van uitzetting naar
Haïti heeft opgeschort. De Franse
overheid blijft echter weigeren om
bepaalde personen een statuut toe
te kennen na afloop van hun
asielprocedure.
Ik zou wat meer uitleg willen
krijgen over de houding van ons
land ter zake. Hoeveel Haïtianen
hebben in ons land een statuut
aangevraagd? Welke houding zal
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
territoire aux Haïtiens qui le souhaiteraient.
J'aurais aimé en apprendre davantage sur l'attitude de la Belgique.
Monsieur le secrétaire d'État, combien de Haïtiens sont-ils en
demande de statut en Belgique?
Quelle attitude adopterez-vous vis-à-vis de leur demande vu la
situation d'Haïti et l'impossibilité pour ce pays d'accueillir des retours
pour quelques années?
Quelle attitude comptez-vous adopter vis-à-vis des expulsions?
Quel statut pour les personnes déjà arrivées?
Quel statut pour les personnes à venir?
u in dat verband aannemen? Welk
statuut zal er worden toegekend
aan de personen die al in ons land
zijn aangekomen en aan degenen
die nog naar België zullen komen?
15.02 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Monsieur le président,
madame Genot, pour l'instant, aucun Haïtien n'a introduit de demande
d'asile. Les éloignements vers Haïti ont été suspendus
immédiatement. De façon plus générale, il convient de préciser qu'un
nombre très limité d'Haïtiens est en séjour précaire en Belgique. Les
derniers éloignements organisés vers Haïti datent de 2002.
Après les jours d'effervescence qui ont suivi le séisme et le dernier vol
militaire qui a ramené les équipes belges dépêchées sur place, B-
Fast, je privilégie le retour aux procédures normales et le respect des
conditions posées par le législateur en matière d'accès au territoire et
de séjour, évidemment, en fonction des spécificités de la situation du
pays toujours dramatique, comme vous le soulignez à juste titre dans
votre question.
Ainsi, les personnes qui séjournaient temporairement en Belgique lors
de la catastrophe sont autorisées à prolonger leur séjour jusqu'au
rétablissement des lignes commerciales régulières, mais devront, si
elles souhaitent demeurer en Belgique, en faire formellement la
demande en se référant à l'une des dispositions de la réglementation
en vigueur.
Quant à celles qui projettent de gagner la Belgique, elles restent
soumises à l'obligation de visa. L'ambassade de France à Port-au-
Prince recevra et traitera les demandes de visa pour un séjour
n'excédant pas trois mois, dès qu'elle sera à nouveau accessible au
public.
Dans l'intervalle, l'ambassade belge de Caracas assure l'essentiel du
travail d'information sur les procédures à suivre et les documents
justificatifs à produire selon le motif du séjour invoqué. Elle se tient
également prête à recevoir les premiers dossiers qui lui seront
adressés directement; ces dossiers seront gérés en parfaite
collaboration avec l'Office des étrangers.
Sachez également que DHL et Fedex ont repris leurs activités à Haïti,
ce qui devrait faciliter la transmission des demandes et documents
justificatifs à Caracas.
Soyez assurée que je suis régulièrement informé de l'évolution de la
situation et je resterai attentif au traitement correct des demandes
dont mon administration sera saisie.
15.02 Staatssecretaris Melchior
Wathelet: Tot dusver heeft nog
geen
enkele
Haïtiaan
een
asielaanvraag
ingediend.
De
uitzettingen naar Haïti werden
onmiddellijk opgeschort. Meer in
het algemeen verblijven er maar
een zeer beperkt aantal Haïtianen
met een precair statuut in ons
land. De jongste georganiseerde
uitzettingen naar Haïti vonden
plaats in 2002.
Ik geef echter de voorkeur aan
een terugkeer naar de normale
procedures en de inachtneming
van de voorwaarden die de
wetgever inzake de toegang tot en
het verblijf op het grondgebied
oplegt, maar uiteraard in functie
van
de
situatie
in
het
desbetreffende land. Zo mogen
personen die tijdelijk in ons land
verbleven in de periode waarin de
ramp plaatsvond hun verblijf
verlengen
tot
wanneer
de
geregelde
lijnvluchten
worden
hervat, maar indien zij in ons land
willen blijven zullen zij daartoe een
formele aanvraag moeten indienen
en zich daarbij op een van de
bepalingen van de vigerende
regelgeving moeten beroepen.
Degenen die naar ons land
zouden willen komen, blijven
onderworpen aan de visumplicht.
De Belgische ambassade in
Caracas neemt het grootste deel
van het werk voor haar rekening
op
het
stuk
van
de
informatieverstrekking over de te
volgen procedures en de over te
leggen bewijsstukken afhankelijk
van de opgegeven reden van het
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
verblijf. Zij maakt zich ook op om
de eerste dossiers te ontvangen
die haar rechtstreeks zullen
worden toegezonden en die in
perfecte samenwerking met de
Dienst Vreemdelingenzaken zullen
worden beheerd.
15.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, monsieur le
secrétaire d'État, j'entends bien que peu de personnes sont
concernées. J'espère donc que nous serons d'autant plus souples
dans l'examen de ces rares demandes de personnes qui demeurent
actuellement sur notre territoire et qui ne souhaiteraient pas repartir
vu la situation; nous pouvons les comprendre. Il serait absolument
inefficace de les garder ici sans statut pendant plusieurs années, le
temps que le pays se redresse. J'espère que nous pourrons faire
preuve de la plus grande souplesse possible.
Pour les personnes qui devraient éventuellement venir, nous devrons
également faire preuve d'une grande souplesse: les administrations
sur place seront dans l'incapacité de produire des documents officiels
pendant quelque temps. Il conviendra d'en tenir compte.
15.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Ik hoop dat wij een grote
soepelheid aan de dag zullen
kunnen leggen: de administraties
ter plaatse zullen nog een tijdlang
geen officiële documenten kunnen
verschaffen; daar zal rekening
mee moeten worden gehouden.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
16 Question de M. Éric Jadot au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la
Politique des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "la simplification des procédures de
regroupement familial pour les personnes en provenance d'Haïti" (n° 19012)
16 Vraag van de heer Éric Jadot aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid,
voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "de vereenvoudiging van de
gezinsherenigingsprocedures voor personen afkomstig uit Haïti" (nr. 19012)
16.01 Éric Jadot (Ecolo-Groen!): Monsieur le secrétaire d'État, à la
suite de la catastrophe survenue en Haïti, un large élan de solidarité
se développe au sein de la communauté internationale. Afin de faire
face aux enjeux engendrés par la situation en Haïti, je ne peux que
me réjouir des mesures d'accélération prises par la Belgique en ce
qui concerne les procédures d'adoption de 14 enfants haïtiens arrivés
sur notre sol le 24 janvier dernier.
La concertation entre instances fédérales et communautaires ainsi
qu'entre les ministères de la Justice, des Affaires étrangères et votre
département est, à ce titre, exemplaire. Force est toutefois de
constater que les informations relatives aux démarches de
regroupement familial restent moins précises.
Or, de nombreuses personnes au sein de la communauté haïtienne
résidant en Belgique s'inquiètent, à juste titre, pour leurs proches
ayant survécu au séisme et souhaiteraient pouvoir accueillir ici un ou
plusieurs membres de leur famille. Vu le chaos actuel, ces membres
de la famille, dont des enfants orphelins, auront les pires difficultés à
se procurer les documents habituellement exigés pour l'octroi d'un
visa de regroupement familial.
Si les demandes de regroupement familial introduites avant le séisme
peuvent être traitées en urgence au niveau de l'Office des étrangers,
quelles suites votre département apportera-t-il aux demandes
16.01 Éric Jadot (Ecolo-Groen!):
Het overleg tussen de diverse
instanties met betrekking tot de
adoptieprocedures voor veertien
Haïtiaanse kinderen is uitstekend
verlopen. De informatie inzake de
stappen
met
het
oog
op
gezinshereniging is echter veel
minder nauwkeurig. Vele mensen
uit de Haïtiaanse gemeenschap in
België willen nochtans een of
meerdere familieleden kunnen
opvangen. Gelet op de chaos die
momenteel in het land heerst, zal
het voor die familieleden - onder
wie ook weeskinderen - zeer
moeilijk zijn om de nodige
documenten voor de toekenning
van
een
visum
voor
gezinshereniging te verkrijgen.
Hoe zal uw departement gevolg
geven aan de aanvragen die nu en
de komende maanden bij de
Dienst
Vreemdelingenzaken
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
introduites hic et nunc ainsi que dans les mois à venir? En ce qui
concerne le traitement des demandes de visas de regroupement
familial à venir, la Croix-Rouge de Belgique nous informe n'avoir reçu
aucune information complémentaire concernant les mesures
envisagées par l'Office des étrangers et le ministère des Affaires
étrangères pour les demandes de visas en provenance d'Haïti et être
en attente d'une réunion de concertation avec les autorités fédérales.
Qu'en est-il? Pouvez-vous m'éclairer quant à la date et au contenu de
la réunion d'information prévue avec les services concernés? Si elle a
eu lieu, quelles en sont les conclusions?
Par ailleurs, le ministre des Affaires étrangères et le secrétaire d'État
à la Politique de migration et d'asile comptent-ils prendre des
mesures de simplification (dispense de visa, dispense de production
de documents prouvant la filiation, accélération de traitement des
dossiers) afin de faciliter le voyage et le séjour de membres de la
famille de ressortissants haïtiens résidant légalement en Belgique et
de Belges d'origine haïtienne? Dans l'affirmative, pouvez-vous
préciser le contenu de ces mesures? La possibilité d'introduction
d'une demande de séjour au siège de l'Office des étrangers en lieu et
place du poste diplomatique est-elle envisagée par votre
département?
worden ingediend? Het Belgische
Rode Kruis heeft geen bijkomende
informatie ontvangen over de
visumaanvragen voor Haïtianen.
Wanneer
zal
de
geplande
informatievergadering
met
de
federale overheid plaatsvinden, en
wat zal er op de agenda staan?
Zullen
de
minister
van
Buitenlandse
Zaken
en
de
staatssecretaris voor Migratie- en
asielbeleid maatregelen nemen ter
vereenvoudiging
van
de
procedures, teneinde de inreis en
het verblijf van familieleden van
Haïtiaanse
staatsburgers
die
legaal in België verblijven, en van
Belgen van Haïtiaanse afkomst te
vergemakkelijken?
16.02 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Monsieur Jadot, je tiens
à signaler que les éloignements vers Haïti ont été suspendus
immédiatement. De façon plus générale, un nombre très limité de
demandes avaient été introduites. Après les jours d'effervescence et
le dernier vol militaire, on privilégie le retour aux procédures
normales.
La Croix-Rouge n'a pas été informée de l'adaptation de mesures plus
souples qui dérogeraient à la réglementation en vigueur applicable
notamment à un regroupement familial. Cela n'a rien d'étonnant en
tant que tel, étant donné que la loi s'applique et que les procédures
sont toujours appliquées évidemment en fonction des circonstances
spécifiques et du chaos que vit, hélas, ce pays.
Les personnes qui séjournaient temporairement en Belgique lors de la
catastrophe sont autorisées à prolonger leur séjour jusqu'au
rétablissement des lignes commerciales. Si elles souhaitent rester ici,
elles devront en exprimer formellement la demande en se référant à
l'une des dispositions de la réglementation en vigueur.
Je ne puis vous livrer beaucoup plus d'informations, sinon en vous
renvoyant à ma réponse à Mme Genot, dans laquelle j'ai signalé que
l'ambassade française était toujours présente. Pour l'ambassade à
Caracas, un consul itinérant nous a permis d'entamer une procédure
spécifique afin que ces enfants puissent arriver en Belgique, compte
tenu de l'absence d'administration à Haïti.
En collaboration avec les Affaires étrangères, nous essayons de tout
mettre en oeuvre pour que l'information circule entre les différentes
administrations concernées (Affaires étrangères et Office des
étrangers) en vue de mieux respecter la législation ­ quoi de plus
normal ­ mais surtout, d'un point de vue plus pratique, de permettre à
ces procédures d'aboutir malgré l'absence d'organismes d'État à Haïti
pour le moment.
16.02 Staatssecretaris Melchior
Wathelet: De uitwijzingen naar
Haïti
werden
onmiddellijk
opgeschort. Er werden maar heel
weinig aanvragen ontvangen. Nu
de rust in het land enigszins is
weergekeerd en na de laatste
militaire vlucht, volgen we liever
opnieuw de normale procedures.
Het is normaal dat het Rode Kruis
niet werd geïnformeerd over de
aanpassing van maatregelen die
van de geldende regelgeving
zouden afwijken, aangezien de
wet dient te worden toegepast en
de vigerende procedures nog
steeds moeten worden gevolgd, zij
het rekening houdend met de
specifieke, chaotische toestand
waarin het land verkeert.
De personen die tijdelijk in België
verbleven, mogen hun verblijf
verlengen tot de commerciële
vluchten hersteld zijn. Indien ze
hier wensen te blijven, dienen ze
daartoe een formele aanvraag in
te dienen.
De Franse ambassade is nog
steeds
aanwezig.
Wat
de
ambassade in Caracas betreft,
kunnen we dankzij een reizend
consul een specifieke procedure
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
opstarten zodat die kinderen naar
België kunnen komen.
We stellen alles in het werk opdat
er informatie uitgewisseld wordt
tussen Buitenlandse Zaken en de
Dienst vreemdelingenzaken, zodat
die procedures tot een resultaat
leiden, in weerwil van het feit dat
er geen staatsinstellingen zijn in
Haïti.
16.03 Éric Jadot (Ecolo-Groen!): Monsieur le secrétaire d'État, votre
réponse ne me satisfait que partiellement, même si je ne doute pas
de votre bonne volonté en ce domaine. Étant donné que ma question
datait déjà du 28 janvier, j'ai recontacté aujourd'hui la Croix-Rouge
pour obtenir un état des lieux actualisé de la situation. Une réunion de
concertation lui avait été promise pour discuter des regroupements
familiaux, mais elle a été reportée semaine après semaine. Cette
organisation le déplore.
16.03 Éric Jadot (Ecolo-Groen!):
Ik kan niet volledig genoegen
nemen met uw antwoord. Het
Rode Kruis betreurt dat de
beloofde overlegvergadering over
de gezinsherenigingen week na
week wordt uitgesteld.
16.04 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Qui avait fait cette
promesse?
16.04 Staatssecretaris Melchior
Wathelet: Wie had dat beloofd?
16.05 Éric Jadot (Ecolo-Groen!): Une personne de contact à l'Office
des étrangers.
16.05 Éric Jadot (Ecolo-Groen!):
Iemand
van
de
Dienst
vreemdelingenzaken.
16.06 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Et cette réunion a été
postposée de semaine en semaine?
16.07 Éric Jadot (Ecolo-Groen!): Oui, selon mes informations.
16.08 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Nous vérifierons.
16.08 Staatssecretaris Melchior
Wathelet: We zullen dat nagaan.
16.09 Éric Jadot (Ecolo-Groen!): Suivant les acteurs de terrain, les
familles arrivent en plus grand nombre. Sans information claire, il est
constaté que les dossiers sont traités au cas par cas ­ d'où
l'allongement de la durée du traitement, malgré le caractère prioritaire
qui a été annoncé dès le départ.
Bref, vu l'ampleur de la crise et le vécu difficile de ces personnes, il
conviendrait que la concertation soit plus aboutie.
16.09 Éric Jadot (Ecolo-Groen!):
De dossiers worden geval per
geval
behandeld,
wat
de
behandelingsduur verlengt. Er was
nochtans van bij de aanvang
aangekondigd dat dit prioriteit
moest krijgen.
16.10 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Il y a des familles qui
arrivent mais ont-elles introduit une procédure? Comment sont-elles
arrivées? Sont-elles arrivées avec un titre de séjour? Ont-elles fait
des demandes en vue d'obtenir un regroupement familial de Haïti?
Car à ce moment-là, je connais le nombre de dossiers qui sont
aujourd'hui en cours de traitement, il y en a quatre; et je sais
exactement où ils en sont: ils sont en cours de traitement spécifique.
Je pense donc qu'il y a peut-être là un certain nombre d'informations
que nous devrons vérifier, de notre côté également.
Ce que je peux dire c'est que les réunions de coordination chez nous
ont eu lieu, notamment avec les Affaires étrangères et avec le centre
de crise, pour faire en sorte de respecter la loi, ce qui est tout à fait
16.10 Staatssecretaris Melchior
Wathelet: Er komen gezinnen aan
in ons land, maar hebben ze ook
een procedure opgestart? Hoe zijn
ze hier gekomen? Hebben ze een
aanvraag met het oog op
gezinshereniging ingediend vanuit
Haïti? Dat was in vier dossiers het
geval, en die worden afzonderlijk
behandeld.
Er
vonden
wel
degelijk
coördinatievergaderingen plaats,
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
indispensable. Mais elles ont évidemment eu lieu en fonction de
modalités pratiques totalement inexistantes de par le caractère de la
catastrophe, de par la situation que nous connaissons tous en Haïti.
Je pense donc qu'il y a là certains éléments que l'on devrait évaluer et
approfondir, et de votre côté et de notre côté, en confrontant les
informations et ce sera peut-être plus clair des deux côtés.
met het departement Buitenlandse
Zaken en met het crisiscentrum.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: La question n° 19078 de Mme Douifi est reportée.
De voorzitter: Vraag 19078 van
mevrouw Douifi wordt uitgesteld.
17 Vraag van mevrouw Sarah Smeyers aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "de medische
regularisaties" (nr. 19191)
17 Question de Mme Sarah Smeyers au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et
d'asile, à la Politique des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "les régularisations pour
raisons médicales" (n° 19191)
17.01 Sarah Smeyers (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, op basis
van artikel 9ter van de vreemdelingenwet kunnen vreemdelingen die
hier verblijven, een verblijfsrecht om medische redenen aanvragen.
Uit een antwoord op een vraag in de commissie van 6 januari 2010
blijkt dat het aantal aanvragen voor dergelijke, medische
regularisaties in 2009 ten opzichte van 2008 enorm is gestegen.
Graag kreeg ik van u enige verduidelijking over de voornoemde,
medische regularisaties.
Ten eerste, hoeveel aanvragen zijn er in de periode januari 2009 tot
januari 2010, dus het voorbije jaar, maandelijks gedaan? Op hoeveel
personen hebben de aanvragen betrekking?
Hoeveel beslissingen ten gronde, uitgesplitst per soort, werden door
de DVZ ter zake reeds genomen? Op hoeveel personen hebben de
beslissingen betrekking?
Hoeveel dossiers zijn er op dit moment nog hangende bij de dienst
Vreemdelingenzaken?
Bestaan
er
voor
de
geneesheren
die
bij
de
dienst
Vreemdelingenzaken in dienst zijn, richtlijnen voor de behandeling
van de bedoelde dossiers? Zo ja, kunt u mij de desbetreffende
richtlijnen of criteria geven?
Tot slot, is er een verband tussen het aantal aanvragen tot medische
regularisatie, met name de stijging van het aantal aanvragen, en de
vernietiging door de Raad van State van de instructie die op
9 juli 2009 is uitgevaardigd? Is intussen al een juridische oplossing
gevonden om de gevolgen van voornoemde vernietiging op te
vangen?
17.01 Sarah Smeyers (N-VA): En
vertu de l'article 9ter de la loi
relative
aux
étrangers,
les
étrangers séjournant en Belgique
peuvent introduire une demande
de séjour pour raisons médicales.
L'an dernier, le nombre de ces
demandes a fortement augmenté.
Je voudrais connaitre les chiffres
et la raison de cette augmentation.
Pourrait-t-elle
être
liée
à
l'annulation par le Conseil d'état de
l'instruction du 9 juillet 2009?
Comment l'Office des étrangers
gère-t-elle ces dossiers? Les
médecins
ont-ils
reçu
des
directives spécifiques?
17.02 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mijnheer de voorzitter,
maandelijkse cijfers voor aanvragen tot regularisatie op basis van
artikel 9ter kan ik u voor het jaar 2009 geven. Per maand in 2009 ging
het voor januari om 676 aanvragen, voor februari om 751, voor maart
om 1 023, voor april om 1 055, voor mei om 872, voor juni om 908,
voor juli om 896, voor augustus om 626, voor september om 559,
17.02
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: Le nombre de
demandes de régularisation pour
raisons médicales s'élevait à 676
en janvier 2009, à 751 en février, à
1 023 en mars, à 1 055 en avril, à
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
voor oktober om 467, voor november om 318 en voor december om
424 aanvragen.
Het
aantal
betrokken
personen
wordt
door
de
dienst
Vreemdelingenzaken bij de indiening van de aanvragen niet
bijgehouden. Uiteraard gebeurt dat wel bij de regularisatie of de
ongunstige beslissing. In geval van een ongunstige beslissing wordt
voorts geen onderscheid tussen onontvankelijkheid en afwijzing ten
gronde gemaakt, omdat de negatieve beslissing in beide gevallen
geen invloed op de legale immigratie heeft.
Medische regularisaties kunnen worden aangevraagd op basis van
artikel 9ter. Vroeger werden ze in sommige verzoeken ook
aangevraagd op basis van artikel 9, alinea 3 van de
vreemdelingenwet. In het jaar 2009 werden bijgevolg beslissingen
getroffen op basis van beide artikelen.
De beschikbare cijfers inzake de beslissingen genomen in 2009 staan
in bijlage, die ik u zal bezorgen. Eind 2009 waren er bij de dienst
vreemdelingenzaken 9 291 aanvragen op basis van artikel 9ter in
onderzoek.
Conform de intentie van de wetgever zijn de geneesheren bij de
dienst vreemdelingenzaken volstrekt onafhankelijk wat de medische
beoordeling betreft; zij krijgen dan ook geen enkele richtlijn ter zake.
Uiteraard overleggen zij regelmatig onderling om hun bevindingen uit
te wisselen of om hun methodiek op elkaar af te stellen. Omwille van
de eenvormigheid krijgen zij wel praktische richtlijnen mee wat betreft
de fysieke vormgeving. Om evidente redenen van goed beheer kan
de dienst Vreemdelingenzaken hun prioritair adviezen vragen, of
specifieke antwoorden in verband met medische elementen in de
ontvangen aanvragen.
Ten slotte is het evident dat de artsen zich bij ontvankelijke dossiers
zich moeten uitspreken over de vraag of een persoon lijdt aan een
voldoende ernstige ziekte. Ze moeten namelijk nagaan of de ziekte
een reëel risico inhoudt voor het leven van de aanvrager, of voor zijn
fysieke integriteit of een reëel risico inhoudt op een onmenselijke of
vernederende behandeling in het land van herkomst wanneer er geen
adequate behandeling beschikbaar is.
Er is vooralsnog nog geen verband vastgesteld tussen het betreffende
arrest van de Raad van State en het aantal aanvragen op basis van
artikel 9ter. De geannuleerde instructie van 19 juli 2009 had trouwens
betrekking op de artikelen 9bis en 9, § 3 van de wet van 1980.
De regering onderzoekt nu hoe zij de gevolgen van de vernietiging
van de instructie kan opvangen. Er liggen verschillende pistes op
tafel. Die moeten allemaal rechtszekerheid aan de betrokken persoon
garanderen.
872 en mai, à 908 en juin, à 896
en juillet, à 626 en août, à 559 en
septembre, à 467 en octobre, à
318 en novembre et à 424 en
décembre.
Le
nombre
de
personnes
concernées n'est pas tenu à jour
par l'Office des étrangers lors de
l'introduction de demandes mais
l'est
au
moment
de
la
régularisation ou en cas de
décision défavorable. En cas de
décision
défavorable,
aucune
distinction
n'est
faite
entre
l'irrecevabilité et le refus sur le
fond.
Fin 2009, 9 291 demandes étaient
à l'examen sur la base de
l'article 9ter. Les médecins de
l'ONSS procèdent à leurs
évaluations médicales en toute
indépendance. Il va de soi qu'ils se
concertent à propos de leurs
conclusions et de leurs méthodes.
Des directives pratiques leur sont
adressées pour la formulation de
leur décision, dans un souci
d'uniformité. Ils peuvent être
consultés par l'ONSS concernant
les éléments médicaux qui figurent
dans les demandes.
Les médecins doivent déterminer
si une personne souffre d'une
maladie
suffisamment
grave,
vérifier
quel
traitement
est
disponible pour cette maladie dans
le pays d'origine et voir quelles
sont les conséquences de la
maladie dans la société d'origine.
Jusqu'à présent, aucun lien n'a été
établi entre l'arrêt du Conseil d'État
et le nombre de demandes
enregistrées sur la base de
l'article 9ter. Le gouvernement
cherche aujourd'hui les moyens de
pallier l'annulation de l'instruction
et veut donc tendre vers une plus
grande sécurité juridique pour les
personnes concernées.
17.03 Sarah Smeyers (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, dat is
toch een enorme stijging van het aantal aanvragen tot medische
regularisatie? U zegt dat er 9 000 in behandeling zijn, maar dat is een
enorme stijging tegenover vroeger, gelet op de cijfers die u op
17.03 Sarah Smeyers (N-VA): Il y
a donc 9 000 demandes en cours
d'examen, une augmentation qui
pose question. L'OE pourra-t-il tout
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
6 januari al gaf.
Ik heb daarbij toch vragen. Zal DVZ alles tijdig kunnen afhandelen?
Hoeveel artsen werken er voor de dienst Vreemdelingenzaken? Zij
kunnen toch die 9 000 dossiers niet adequaat opvolgen? Mij lijkt het
dat er een verband bestaat tussen het feit dat die mensen, zoals u zelf
zegt,
in
rechtsonzekerheid
leven
­
zij
hebben
een
regularisatieaanvraag gedaan in die specifieke periode tussen 15
september en 15 december en leven in onzekerheid ­ en het feit dat
zij nu hun toevlucht nemen, al dan niet terecht, tot artikel 9ter en een
aanvraag indienen op basis van medische regularisatie.
Ik stel voor dat u daarvoor alert bent, eventueel de procedure versnelt
en meer artsen op die aanvragen zet, zodat er tot het betreffende
artikel niet meer toevlucht wordt gezocht en de dossiers zo worden
opgestapeld dat het over een paar jaar tot een derde regularisatiegolf
moet komen. Daar vrees ik wat voor.
traiter dans les délais? Les
médecins sont-ils en mesure
d'assurer le suivi de tous ces
dossiers? Pour moi, l'explication
est simple: les gens ont introduit
une demande de régularisation
entre le 15 septembre et le
15 décembre et vivent depuis lors
dans l'incertitude. Ils recourent
alors à l'article concernant la
régularisation
pour
raisons
médicales. Il faut faire appel à un
plus grand nombre de médecins
de manière à pouvoir accélérer la
procédure.
À
défaut,
nous
risquons
d'assister
l'année
prochaine à une troisième vague
de régularisations.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Vraag van de heer Michel Doomst aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "economische migratie
in de zorgsector" (nr. 19290)
18 Question de M. Michel Doomst au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et d'asile,
à la Politique des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "la migration économique dans
le secteur des soins" (n° 19290)
18.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, omdat de zorgsector toch blijft kampen met een
aantal moeilijke knelpuntvacatures, hield de minister van
Binnenlandse Zaken vorig jaar een pleidooi om maximaal de eigen
reserves te activeren en complementair daaraan via economische
migratie een aantal oplossingen aan te reiken. Een goed onthaal,
gedegen voorbereiding en permanente opvolging van buitenlandse
arbeidskrachten zouden kunnen helpen om de taalproblemen en
moeilijkheden van culturele aard op te vangen. Er is toen gezegd dat
we absoluut werk moeten maken van een goede omkadering en
opleiding van de begeleiders.
Mijnheer de staatssecretaris, stunt u die visie? Wat is de stand van
zaken in de opbouw van omkadering en opleiding? Welke initiatieven
werden daarvoor genomen? Heeft men al zicht op het aantal
vacatures dat via economische migratie werd ingevuld?
18.01 Michel Doomst (CD&V):
Au vu du nombre d'emplois en
pénurie dans le secteur des soins
de santé, le ministre de l'Intérieur
avait plaidé l'an dernier en faveur
de
l'activation
des
réserves
propres
afin
de
parvenir
complémenrtairement, grâce à
une migration économique, à une
solution. Où en sont l'encadrement
et la formation? Quelles initiatives
ont été prises? Combien de postes
la migration économique a-t-elle
permis de pourvoir?
18.02 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mijnheer de voorzitter,
mijnheer Doomst, ik deel de visie van mijn voorganger dat een goed
begeleide economische migratie onontbeerlijk is voor onze
samenleving. Een goed onthaal, een gedegen voorbereiding en een
permanente opvolging van buitenlandse arbeidskrachten zijn daarbij
effectief nodig. Om die reden is een gedegen samenwerking met de
eveneens bevoegde deelstaten noodzakelijk.
De dienst waarvoor ik bevoegd ben en die een rol speelt in de
economische migratie, heeft het jongste jaar niet stilgezeten. De
Dienst Vreemdelingenzaken denkt er immers aan om haar activiteiten
ter stimulering van economische migratie verder te ontwikkelen en uit
18.02
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: Une migration
économique bien encadrée est
indispensable pour notre société.
Un
accueil
approprié,
une
préparation sérieuse et un suivi
permanent
des
travailleurs
étrangers
sont
effectivement
nécessaires à cet égard. Par
ailleurs,
une
collaboration
adéquate
entre
les
États
membres, également compétents,
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
te breiden tot elke visumaanvraag waarvan het bijzonder belang een
snelle en aangepaste behandeling vergt. Aangezien de zaak nog in
beraad is, is het te vroeg om er hier reeds over uit te weiden.
Ook met betrekking tot de bijstand van vreemdelingen bij
economische migratie, neemt de DEM, de Dienst Economische
Migratie van de DVZ, zijn verantwoordelijkheid om zijn taken naar
behoren te vervullen. Zo wordt ernaar gestreefd om het doelpubliek
van toegankelijke en correcte informatie te voorzien over de
verschillende procedures om toelating te krijgen om in België een
winstgevende activiteit uit te oefenen, een visum te verkrijgen, een
verblijfstitel te verkrijgen en zich te verplaatsen. Voorts wordt alles in
het werk gesteld om als centrale overheid het vlotte verloop van die
procedures te bevorderen.
Ten slotte worden de diplomatieke en consulaire posten maximaal
ondersteund, zodat de visumaanvragen een aangepaste, correcte en
snelle behandeling krijgen.
Deze
aangeraden
activiteiten
worden
overigens
geregeld
geëvalueerd.
Voor het verstrekken van cijfergegevens over het aantal vacatures dat
reeds werd ingevuld door economische migranten zijn mijn regionale
collega's van Werkgelegenheid bevoegd.
est essentielle.
L'Office des étrangers (OE)
envisage de développer ses
activités par le biais de la
migration économique, et de les
étendre à chaque demande de
visa
dont
l'intérêt particulier
requiert une attention particulière
et un traitement rapide et adapté.
Le Service pour la migration
économique de l'OE prend ses
responsabilités à cet égard. Les
postes
diplomatiques
et
consulaires
bénéficient
d'un
soutien maximum.
Les
ministres
régionaux
de
l'Emploi sont compétents en ce qui
concerne les chiffres relatifs au
nombre de vacances pourvues par
les immigrés économiques.
18.03 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, ik dank u voor het antwoord en de doorverwijzing
voor de resultaten.
Ik denk dat de nood van de economische immigratie voor de deur
staat en wij ons daarop absoluut moeten voorbereiden. U zegt dat uw
tijd nog niet is gekomen. Wanneer denkt u dat uw tijd zal gekomen
zijn?
18.04 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Ik zal u zeker geen vaste
datum geven, maar u hebt gehoord dat wij doorgaan en dat het DVZ
daarmee vooruitgang probeert te boeken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19 Vraag van mevrouw Sarah Smeyers aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "het regularisatiebeleid"
(nr. 19353)
19 Question de Mme Sarah Smeyers au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et
d'asile, à la Politique des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "la politique de
régularisation" (n° 19353)
19.01 Sarah Smeyers (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, ik wil het hebben over een concreet geval op de
luchthaven, beschreven in het weekblad Humo van enkele weken
geleden door een personeelslid van de Federale Politie. Daar werd de
situatie beschreven van een man van Marokkaanse afkomst die
vijftien jaar illegaal in het land heeft verbleven. Een belangrijk deel van
die periode heeft hij doorgebracht in gevangenissen en gesloten
centra. Ondanks herhaalde veroordelingen wegens zware feiten en
ondanks enkele mislukte uitwijzingen, werd de man uiteindelijk toch
19.01 Sarah Smeyers (N-VA): Il y
a quelques semaines, le magazine
Humo a publié le récit d'un
Marocain qui a séjourné pendant
quinze
ans
illégalement
en
Belgique, a passé quelque temps
en prison et dans un centre fermé
et a finalement été régularisé
après différentes condamnations
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
geregulariseerd en is hij ondertussen op vrije voeten.
Ik heb de volgende vragen voor u, mijnheer de staatssecretaris. Kent
u dat concrete dossier en klopt het verhaal? Komen mensen die
veroordeeld worden wegens ernstige feiten nog in aanmerking voor
regularisatie of worden dergelijke aanvragen consequent afgewezen?
Welke veroordelingen worden relevant geacht bij de beoordeling van
een regularisatieaanvraag? Bestaan hierover concrete richtlijnen?
Komen mensen, waarvan de uitwijzing door hun eigen toedoen
mislukt is, nog in aanmerking voor regularisatie? Wat gebeurt er met
vreemdelingen van wie de uitwijzing herhaaldelijk mislukt is doordat zij
zich agressief gedragen en dus de mislukking zelf veroorzaken?
Wordt er in dat geval op een of andere wijze toch voorzien in een
gedwongen repatriëring, of blijven zij in de praktijk gewoon op ons
grondgebied?
Op welke manier worden tot slot contacten tussen de DVZ en de FOD
Justitie gestructureerd, zodat de Dienst Vreemdelingenzaken op de
hoogte kan worden gesteld van onderzoeken en hangende
procedures tegen vreemdelingen of van veroordelingen die deze
mensen reeds opliepen. Op die manier kan de DVZ daarmee
rekening houden bij de beoordelingen van de regularisatieaanvraag.
pour des faits graves et malgré
des
tentatives
manquées
d'expulsions.
Il
est
libre
aujourd'hui. Le secrétaire d'État
est-il informé de ce dossier? Le
récit est-il exact? Peut-on encore
être
régularisé
après
une
condamnation ou une tentative
d'expulsion manquée à cause de
l'intéressé lui-même? Lorsqu'une
expulsion échoue à cause d'un
comportement agressif, procède-t-
on néanmoins au rapatriement
forcé? Comment les contacts
entre l'Office des étrangers et la
Justice sont-ils structurés pour que
l'Office des étrangers soit informé
des instructions judiciaires, des
procédures en cours et des
condamnations?
19.02 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mijnheer de voorzitter,
mevrouw Smeyers, indien er geen voldoende gegevens worden
verstrekt die een concrete identificatie mogelijk maken, kan er ook
geen onderzoek naar die dossiers worden verricht.
Wanneer de Dienst Vreemdelingenzaken feiten van openbare orde of
fraude ontdekt of verneemt, houdt hij daar rekening mee in de
beoordeling van de dossiers, overeenkomstig de geldende richtlijnen.
De beoordeling gebeurt geval per geval. Ik heb u dat al verschillende
keren uitgelegd. Indien dat nodig is, deelt de DVZ de feiten mee aan
de parketten in toepassing van art. 29 van het Wetboek van
Strafvordering. Het gaat dus om een wettelijke verplichting van de
DVZ.
Indien het gedrag van de vreemdeling zonder wettig verblijf in die
mate gewelddadig is, dat repatriëring met een commerciële vlucht om
veiligheidsredenen niet meer aangewezen is, gaat de Dienst
Vreemdelingenzaken over tot de organisatie van beveiligde vluchten.
Dat laatste is ook het geval indien de organisatie van de gewone
repatriëring problemen opleverde voor de burgerluchtvaart,
bijvoorbeeld door het grote aantal vreemdelingen zonder wettig
verblijf, die naar een bepaalde bestemming moeten worden
gerepatrieerd.
Dergelijke repatriëringen worden met militaire vliegtuigen van het type
Embraer 145 vanaf de luchthaven van Melsbroek uitgevoerd. In 2009
werden met het oog op de verwijdering van illegaal verblijvende
personen vijf beveiligde vluchten georganiseerd zonder de deelname
van andere landen. Binnen de DVZ staat het bureau Opsporing in
voor de mededeling aan parketten in toepassing van artikel 29 van
het wetboek van strafvordering.
19.02
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: Si les données
fournies ne sont pas suffisantes
pour
permettre
l'identification,
aucune enquête sur le dossier en
question n'est réalisable. Lorsque
l'Office des étrangers découvre ou
prend connaissance de faits
relevant de l'ordre public ou de
fraudes, il en tient compte dans
l'évaluation des dossiers. Des
directives ont été édictées à ce
sujet. L'évaluation est réalisée au
cas par cas. Si nécessaire, l'Office
des étrangers communique les
faits au parquet. Il s'agit d'une
obligation légale.
Si le comportement d'un étranger
est
violent
au point qu'un
rapatriement
par
un
vol
commercial n'est pas indiqué pour
des raisons de sécurité, on opte
pour un vol sécurisé. C'est
également le cas lorsqu'il s'agit
d'un groupe d'étrangers qui rejoint
une destination donnée.
Ces rapatriements ont lieu au
moyen d'avions militaires depuis
l'aéroport de Melsbroek. En 2009,
il y a eu cinq vols sécurisés. Au
sein de l'Office des étrangers, le
bureau des Recherches s'occupe
des communications au parquet
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
en application de l'article 29 du
Code d'instruction criminelle.
19.03 Sarah Smeyers (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, ik
begrijp dat u het concrete geval niet kunt beoordelen. Er is misschien
inderdaad wel wat weinig informatie. Als het geval per geval wordt
beoordeeld blijkt toch dat er geen echt concrete richtlijnen bestaan.
U hebt nogal verwezen naar artikel 29 van het wetboek van
strafvordering in antwoord op eerdere vragen. Op basis van mijn
ervaring in de commissie voor de Naturalisaties heb ik de inschatting
dat de stroom van informatie tussen de DVZ en Justitie -- vooral van
bepaalde parketten, zonder te veralgemenen -- veel beter en veel
sneller kan. Als het geval waar mocht zijn, zou men dat zo kunnen
vermijden.
19.03 Sarah Smeyers (N-VA): Je
comprends que le secrétaire d'État
ne puisse pas porter de jugement
sur ce cas précis mais j'ai le
sentiment qu'il n'y a pas de
véritables directives. Je retiens de
mon expérience en commission
des Naturalisations que l'échange
d'informations entre l'Office des
Étrangers et la Justice ­ et,
surtout,
certains
parquets
­
pourrait être nettement plus rapide
et plus efficace. Si les faits en
question sont exacts, ils auraient
pu être évités de la sorte.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
20 Vraag van mevrouw Mia De Schamphelaere aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie-
en asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "het verkrijgen van
de Belgische nationaliteit op basis van een schijnsamenwoonst" (nr. 19407)
20 Question de Mme Mia De Schamphelaere au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration
et d'asile, à la Politique des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "l'acquisition de la
nationalité belge sur la base d'une cohabitation de complaisance" (n° 19407)
20.01 Mia De Schamphelaere (CD&V): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, mijn vraag gaat over de oproep van het
Antwerps parket in verband met de schijnhuwelijken. Er is duidelijk
naar voren gebracht dat het nog weinig zin heeft om schijnhuwelijken
te beteugelen of er een grondig onderzoek naar te doen, vermits voor
de toekomstige partners, die eventueel zouden worden afgewezen
omwille van andere belangen dan de pure liefdesrelatie die hier in het
geding is, de mogelijkheid bestaat om wettelijk samen te wonen. Die
wettelijke samenwoonst geeft hun ook een recht op verblijf, waardoor
ze toch in ons land kunnen verblijven, wat de uiteindelijke doelstelling
van hun relatie was.
De vraag rijst of een nieuw controlemechanisme kan worden
uitgewerkt om schijnsamenwoonst tegen te gaan en of eventueel ook
het verbinden van de verblijfsvergunning aan de wettelijke
samenwoonst opnieuw kan worden afgeschaft.
Ik denk dat de staatssecretaris bevoegd voor Familierecht samen met
de minister van Justitie aan deze problematiek tegemoet moeten
komen omdat het weinig zin heeft om schijnhuwelijken te beteugelen
en wettelijke samenwoonst met dezelfde illegale doelstelling wel toe
te laten.
20.01 Mia De Schamphelaere
(CD&V):
Selon
le
parquet
d'Anvers, la lutte contre les
mariages de complaisance n'a
plus guère de sens, étant donné
que les futurs partenaires ont
également
la
possibilité
de
cohabiter
légalement.
La
cohabitation légale permet en effet
aussi d'obtenir un droit de séjour.
Ne faudrait-il pas mettre en place
un nouveau mécanisme dans le
cadre de la lutte contre la
cohabitation de complaisance? Le
droit de séjour obtenu par la
cohabitation
de
complaisance
pourrait-il
à
nouveau
être
supprimé?
20.02 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mijnheer de voorzitter, de
regering heeft op 9 oktober 2009 beslist om de strijd tegen de
schijnsamenwoonst aan te pakken binnen de wet van
15 december 1980. In dit kader heb ik reeds eerder opgemerkt dat
een wetsontwerp betreffende de wijzigingen aan de verblijfswet, meer
in het bijzonder in het kader van de gezinshereniging, in voorbereiding
20.02
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: Un projet de loi
visant à adapter la loi sur le séjour,
et
plus
particulièrement
les
passages
concernant
le
regroupement familial, est en
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
is.
Voortaan zal bijvoorbeeld een inkomenseis voor gezinsherenigers
worden gesteld. Een dergelijke voorwaarde bestaat reeds voor andere
categorieën van vreemdelingen, maar zal dus nu worden uitgebreid.
Ook zal een aantal technische updates gebeuren die de coherentie in
de wetgeving moet bevorderen.
In overeenstemming met wat de regering op 9 oktober heeft beslist
zal ook de gezinshereniging op grond van de wettelijke samenwoonst
worden gewijzigd om misbruiken tegen te gaan.
Er wordt momenteel intensief aan dit ontwerp gewerkt, dat onder
meer in een wijziging voorziet van het begrip duurzame en stabiele
relatie. Meer precies zouden de niet-affectieve partnerschappen geen
verblijfsrechtelijke voordelen kunnen opleveren. Ik denk hierbij aan
partnerschappen die tussen broer en zus werden afgesloten.
Ook de controle a posteriori op de wettelijke samenwoonst wordt
onderzocht. Wij wensen deze controle nog efficiënter te maken. Een
mogelijke piste hier is om de termijn voor controle op te trekken van
twee naar drie jaar.
Ook de basisvoorwaarden waaraan de duurzame en stabiele relatie
moeten voldoen, worden mogelijks herzien.
préparation. Des critères de
revenus seront ainsi instaurés et la
loi sera mise à jour techniquement
dans plusieurs domaines, afin
d'améliorer la cohérence. Le
problème de la possibilité de
regroupement familial sur la base
de la cohabitation légale sera
également abordé et la notion de
"relation durable et stable" sera
modifiée.
Les
relations
non
affectives, par exemple entre frère
et soeur, n'entreront pas en ligne
de compte pour obtenir un droit de
séjour. L'efficacité du contrôle a
posteriori de la cohabitation légale
sera également améliorée. Une
possibilité pourrait consister à faire
passer le délai de contrôle de deux
à trois ans.
20.03 Mia De Schamphelaere (CD&V): Mijnheer de
staatssecretaris, ik weet dat op dit moment binnen de regering over
een en ander nog wordt onderhandeld, in opvolging van de afspraken
die gemaakt zijn in oktober verleden jaar, om tot die nieuwe visie te
komen in verband met gezinshereniging. Coherentie in heel de
wetgeving is natuurlijk van essentieel belang, zodanig dat onze
Belgische rechtsstaat een juiste, correcte visie naar buiten meegeeft,
ook naar het buitenland. Het verkrijgen van de Belgische nationaliteit
moet altijd aan enkele stringente voorwaarden voldoen.
Op dit moment worden dezelfde vragen gesteld aan de minister van
Justitie. Daar zal ik ook eens gaan luisteren. Daarna zal ik u kunnen
melden of er overeenstemming is tussen de antwoorden.
20.03 Mia De Schamphelaere
(CD&V): Il importe que notre
législation
soit
correctement
perçue à l'étranger. La cohérence
de la législation est dès lors
essentielle. La nationalité belge ne
peut être obtenue que s'il est
satisfait à des conditions strictes.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
21 Vraag van de heer Ben Weyts aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de toepassing van de
GAS" (nr. 19166)
21 Question de M. Ben Weyts à la ministre de l'Intérieur sur "l'application des SAC" (n° 19166)
21.01 Ben Weyts (N-VA): Mevrouw de minister, twee jaar geleden in
april werden in Wezembeek-Oppem actievoerders van het Taal Aktie
Komitee opgepakt. Zij kregen even later, via de provinciale
sanctionerende ambtenaar van de provincie Vlaams-Brabant,
sancties opgelegd voor een totaal bedrag van meer dan 6 000 euro.
Recentelijk heeft een politierechter die sanctie bevestigd.
De GAS, en meer bepaald artikel 40 van het politiereglement van
Wezembeek-Oppem, vormen de basis van de sancties. Het artikel
luidt als volgt: "Zonder schriftelijke vergunning van de burgemeester is
het verboden in de openbare ruimte samenscholingen, betogingen of
21.01 Ben Weyts (N-VA): Il y a
deux ans, des militants du Taal
Aktie Komitee
ont été arrêtés à
Wezembeek-Oppem.
Le
fonctionnaire provincial du Brabant
flamand leur a infligé des
sanctions pour un montant de plus
de 6 000 euros. Dernièrement, un
juge de police a confirmé la
sanction, qui est basée sur les
articles 40 et 45 du règlement de
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
optochten van gelijk welke aard te organiseren en/of te veroorzaken
en eraan deel te nemen. Wie de bepalingen van dit artikel overtreedt,
wordt bestraft met een geldboete van 150 euro."
Daarnaast werd ook artikel 45 van hetzelfde politiereglement
gehanteerd. Dat heb ik ook bij mij. Ik zal het niet volledig voorlezen,
maar het voorziet ook in straffen van 100 euro. In dat artikel worden
bepaalde feiten, zoals het gebruik van wapens, in het bijzonder van
vuurwapens, gelijkgesteld. Het voorziet ook in een boete van 100 euro
voor het "uitvoeren van lawaaierige spelen of oefeningen". Dat is dus
de logica van dat politiereglement. De beklaagden betwistten de feiten
zoals verwoord in het pv en klaagden daarentegen zelfs het
politieoptreden aan.
Ten gronde lijkt het voor iedereen duidelijk dat de geldstraffen niet in
verhouding tot de feiten staan en dat de burgemeester het
politiereglement, gebaseerd op de GAS-reglementering, misbruikt als
politiek instrument om de vrijheid van vereniging, van meningsuiting
en van manifestatie aan banden te leggen, alleszins wat zijn politieke
tegenstanders betreft. De burgemeester in kwestie, nu dienstdoend
burgermeester, Van Hoobrouck, geeft dat ook openlijk toe.
Hij verklaarde op de lokale televisie dat hij het beu is en dat wie in
Wezembeek-Oppem komt betogen, een lesje moet krijgen. Hij
voegde eraan toe, ik citeer: "Zij plukken nu de zure vruchten van hun
acties." De kwestie gaat al een tijdje mee. Uw voorganger, de heer
Dewael, heeft het politiereglement in kwestie in twijfel getrokken. Hij
heeft letterlijk gezegd: "Naar de letter van de wet volgt de gemeente
misschien een juridisch correcte procedure, maar de vraag rijst
inderdaad of het bewuste artikel 40 van het politiereglement wel
verzoenbaar is met de Grondwettelijke rechten en vrijheden. Ik heb
hierbij persoonlijk mijn bedenkingen. Ik denk dat wij de wetgeving op
de gemeentelijke administratieve sancties vanuit een andere filosofie
hebben gecreëerd." Dat citaat werd door toenmalig minister Dewael
op 28 mei in commissie uitgesproken.
Welke initiatieven wenst u te nemen om het overduidelijke misbruik
van de GAS in de toekomst te vermijden? Gebeurt zulks via een
omzendbrief, of via het nieuwe wetsontwerp dat u hebt
aangekondigd?
Maakt een gelijkaardige casus deel uit van de globale evaluatie die
uw administratie momenteel uitvoert?
police à Wezembeek-Oppem.
Les prévenus contestent les faits
tels qu'ils sont décrits dans le
procès-verbal, et il paraît clair pour
tout le monde que les amendes ne
sont pas en rapport avec la gravité
des faits commis. Il est clair
également que le bourgmestre
abuse du règlement de police,
basé sur le système des SAC
(sanctions
administratives
communales), et en fait un usage
politique,
ce
qu'il
admet
ouvertement.
Lorsqu'il
était
ministre
de
l'Intérieur,
M. Dewael
avait
pourtant demandé si l'article 40 du
règlement de police était bien
compatible avec les libertés et
droits constitutionnels, et si les
SAC n'avaient pas été élaborées
sur
la
base
d'une
autre
philosophie.
Comment la ministre évitera-t-elle
des abus aussi flagrants à la
réglementation
relative
aux
sanctions
administratives
communales?
Tiendra-t-elle
compte de ce cas lors de
l'évaluation de la réglementation?
21.02 Minister Annemie Turtelboom: Als minister van Binnenlandse
Zaken kan of wil ik niet tussenbeide komen in of oordelen over
individuele gevallen die aanleiding geven tot de oplegging van een
gemeentelijke administratieve sanctie. Indien een overtreder oordeelt
dat hem of haar onterecht een administratieve sanctie werd opgelegd,
dan voorziet het artikel 119 bis van de Nieuwe Gemeentewet in de
nodige beroepsmogelijkheden. De gemeentelijke reglementen en de
politieverordeningen waarin de sanctioneerbare gedragingen en de
sancties zijn opgenomen, zijn onderworpen aan het gewoon
administratief toezicht, dat bij de gewesten berust. Die zijn dan ook
bevoegd om toezicht uit te oefenen op de reglementen en
politieverordeningen van de onder hun toezicht staande gemeenten.
Indien er al sprake zou zijn van misbruik bij de toepassing van de
21.02 Annemie Turtelboom,
ministre: En tant que ministre de
l'Intérieur, je ne peux pas
intervenir dans les cas individuels
qui
entraînent
une
sanction
administrative communale. Si un
contrevenant estime que cette
sanction est injuste, il dispose de
possibilités de recours en vertu de
l'article 119bis de la nouvelle loi
communale. Les Régions sont
compétentes pour le contrôle
administratif
normal
des
ordonnances et des règlements de
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
gemeentelijke administratieve sancties, zoals u aanhaalt, dan kan via
de twee voorgaande manieren gepast worden gereageerd.
Als minister van Binnenlandse Zaken komt het mij niet toe om op dat
vlak initiatieven te nemen. Om dezelfde reden zal de casus dan ook
geen deel uitmaken van de evaluatie met betrekking tot de toepassing
van de gemeentelijke administratieve sanctie.
police communaux. Elles peuvent
donc réagir contre d'éventuels
abus. Je ne tiens pas compte d'un
cas individuel pour l'évaluation de
la réglementation.
21.03 Ben Weyts (N-VA): Dat is een ontgoochelend antwoord. U
kunt zich misschien niet uitspreken over een individuele casus of over
de overtreding zelf, maar wel over de overeenstemming van het
politiereglement in kwestie met de letter en de geest van de GAS-
reglementering.
U verwijst naar de beroepsmogelijkheden die voorhanden waren.
Door het verstrijken van de termijn kan het politiereglement niet meer
worden aangevochten. Ik dring erop aan dat u zulke misbruiken van
de GAS-regelgeving bant. Wij zetten het hele systeem op de helling
als u politiek misbruik van die in se goedbedoelde regelgeving toelaat.
Ik confronteer u nogmaals met de woorden van uw voorganger, de
heer Dewael. Hij zei heel duidelijk dat het politiereglement wat hem
betreft onverzoenbaar is met de letter en de geest van de GAS-
reglementering en zelfs met de Grondwettelijke rechten en vrijheden.
21.03 Ben Weyts (N-VA): Cette
réponse me déçoit. La ministre ne
peut peut-être pas se prononcer
sur un cas individuel mais bien sur
sa conformité avec le règlement
de police et la réglementation
relative
aux
sanctions
administratives communales. De
tels abus inspirés politiquement de
cette réglementation dont les
objectifs sont pourtant louables
doivent être bannis. M. Dewael
avait en tout cas une vision
totalement différente de celle de la
ministre sur ce dossier.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le
président:
Les
questions
s
19178
et
19179
de
M. Van den Eynde sont reportées à sa demande. Il en est de même
pour la question n° 19187 de M. Vanhie ­ apparemment il s'agit d'une
question importante.
M. Baeselen reporte sa question n° 19201 pour les questions
médicales évoquées tout à l'heure.
Quant à M. Peetermans, il est d'habitude là quand il n'a pas de
question et aujourd'hui qu'il a une question inscrite à l'ordre du jour, il
est absent. Sa question n° 19230 est donc reportée. Il doit apprendre!
Les questions jointes n° 19252 de M. Baeselen, n°
s
19299 et 19408
de Mme Lalieux et n° 19438 de M. Weyts sont reportées, par décision
de la Conférence des présidents, à demain en séance plénière.
La question n° 18191 de M. Collard est transformée en question
écrite.
De
voorzitter:
De
vragen
nr. 19178 en nr. 19179 van de
heer Van den Eynde, nr. 19187
van de heer Vanhie, nr. 19201 van
de heer Baeselen en nr. 19230
van de heer Peetermans worden
uitgesteld. Vraag nr. 18191 van de
heer Collard wordt omgezet in een
schriftelijke
vraag.
De
samengevoegde vragen nr. 19252
van de heer Baeselen, nr. 19299
en nr. 19408 van mevrouw Lalieux
en nr. 19438 van de heer Weyts
worden conform de beslissing van
de Conferentie van voorzitters
uitgesteld
tot
de
plenaire
vergadering van morgen.
22 Vraag van de heer Roland Defreyne aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de controle op
het dragen van een gordel" (nr. 19277)
22 Question de M. Roland Defreyne à la ministre de l'Intérieur sur "le contrôle du port de la ceinture de
sécurité" (n° 19277)
22.01 Roland Defreyne (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, mijn vraag betreft de controle op het dragen van de
gordel. De politie van Bilzen-Hoeselt-Riemst stelde vast dat het
percentage gordeldragers in de politiezone nauwelijks is gestegen,
ondanks verschillende sensibilisatiecampagnes. Klaarblijkelijk is het
dus onvoldoende om via sensibilisatie de inzittenden van een auto
22.01 Roland Defreyne (Open
Vld): La police de Bilzen a
récemment contrôlé à l'aide de
jumelles le respect du port de la
ceinture de sécurité par les
conducteurs. En France, la police
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
ertoe aan te zetten om deze verplichting op te volgen. Dat is in elk
geval wat men moet afleiden uit het gedrag van de politie van Bilzen
die daarop gerichte controles uitvoert en hierbij gebruik maakt van
een verrekijker of iets wat erop leek. Met andere woorden, het toestel
dat gebruikt wordt en veeleer thuishoort in het rariteitenkabinet van de
politie in Bilzen, is niet zozeer het onderwerp van mijn kritiek. Ook in
Frankrijk wordt immers gebruik gemaakt van een dergelijke, zij het
meer professionele techniek, gebaseerd op een verklikkersysteem
gekoppeld aan detectie.
Mevrouw de minister, bent u van plan om deze techniek -- uiteraard
professioneel, zoals in Frankrijk -- te promoten bij andere
politiezones?
utilise une technique plus ou
moins
semblable mais
plus
sophistiquée avec notamment un
système de détection. Cette
technique sera-t-elle également
utilisée chez nous à l'avenir?
22.02 Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer de voorzitter, op
basis van de meerjarenanalyse van de ongevallencijfers van het BIVV
en de aanbevelingen van de staten-generaal voor de
verkeersveiligheid
moet
de
aandacht
van
het
verkeersveiligheidsbeleid prioritair uitgaan naar ongevalfactoren,
zoals onder meer het dragen van een veiligheidsgordel. Zowel de
federale verkeerspolitie als de lokale politiezones bepalen in hun
strategische
en
operationele
plannen
de
verkeersveiligheidsfenomenen waarop zij zich zullen toespitsen en de
inspanningen die zij daarvoor zullen leveren. Wanneer een lokale
politiezone meent dat zij het controleren van de gordel gerichter kan
uitvoeren met behulp van verrekijkers, dan kadert dat in haar
specifiek actieplan.
Hoewel goede ideeën navolging verdienen meen ik ook dat een
politiedienst een zekere vrijheid moet hebben in de aanpak van de
bestrijding van de verkeersonveiligheid. Ik ben bovendien van mening
dat de politiediensten voldoende onderlegd zijn om in te schatten
welke hulpmiddelen de meest optimale resultaten geven bij de
uitvoering van hun actieplan.
22.02 Annemie Turtelboom,
ministre:
Dans
leurs
plans
stratégiques et opérationnels, la
police fédérale et la police locale
déterminent les phénomènes de
circulation auxquels ils entendent
consacrer
une
attention
particulière et la manière dont ils
comptent opérer. Chaque service
de police doit pouvoir disposer
d'une
certaine
marge
de
manoeuvre en matière de sécurité
routière. L'utilisation de jumelles
est donc parfaitement possible.
22.03 Roland Defreyne (Open Vld): Mevrouw de minister, als ik een
schaal
mag
voorstellen,
dan
zou
ik
zeggen
eerst
sensibilisatiecampagnes, dan gerichte controles en dan misschien
stiekem proberen sommige overtreders te betrappen. Als men dat
doet, moet het gebeuren op een professionele manier maar niet zoals
het in Bilzen gebeurt.
22.03 Roland Defreyne (Open
Vld): Si la police entend constater
des infractions, il serait préférable
de
le
faire
de
manière
professionnelle et non pas de
manière amateuriste comme à
Bilzen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
23 Vraag van de heer Roland Defreyne aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister, over "de grootschalige controle op zwaar vervoer" (nr. 19280)
23 Question de M. Roland Defreyne au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre, sur
"l'importante opération de contrôle des poids lourds" (n° 19280)
23.01 Roland Defreyne (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, het betreft de controle die onlangs werd uitgevoerd inzake
zwaar vervoer.
De federale wegpolitie heeft een tijd geleden een grootschalige
controle-operatie op zwaar vervoer georganiseerd. De focus van de
controles lag op de rij- en de rusttijden, de tussenafstanden, de
23.01 Roland Defreyne (Open
Vld): La police fédérale de la route
a mené une opération de contrôle
des poids lourds à grande échelle.
Au cours de cette opération, 302
camions ont été contrôlés. La
police a dressé 14 procès-verbaux
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
snelheid en de ladingzekering. Er werden 302 vrachtwagens
gecontroleerd en er werden nogal wat pv's opgesteld. 14 pv's voor
een onveilige ladingzekering: dat is toch wel een belangrijke factor,
verantwoordelijk voor een groot aantal ongevallen. Verder ook
17 inbreuken op rij- en rusttijden en 11 technische inbreuken, en ten
slotte
nog
56 pv's
die
uitgeschreven
werden
inzake
maximumsnelheid, inhaalverbod en de vergunningswetgeving.
Ik las in het betrokken artikel niet dat overtredingen werden
vastgesteld op de toegelaten alcohollimiet. Ik had graag willen
vernemen of de actie die voor de derde maal werd georganiseerd, op
regelmatige tijdstippen zal worden herhaald. Worden de chauffeurs
die aan die acties worden onderworpen, in de toekomst ook
gecontroleerd op alcoholgebruik? Zo niet, acht de minister het nuttig
om dit bij een eventuele volgende actie standaard in te voeren?
pour chargement non sécurisé, 17
pour non-respect des temps de
conduite et de repos, 11 pour
infraction technique et 56 pour
excès de vitesse, non-respect de
l'interdiction de dépasser et non-
respect de la législation relative
aux licences. Cette action sera-t-
elle répétée et la consommation
d'alcool sera-t-elle contrôlée à
l'avenir?
23.02 Minister Annemie Turtelboom: Verkeersongevallen met
vrachtwagens hebben een zeer belangrijke invloed op het subjectieve
onveiligheidsgevoel van de andere weggebruikers. De gevolgen van
dergelijke ongevallen zijn vaak immers groot: menselijke drama's,
verkeerschaos en vooral ook een belangrijke economische impact.
Om het aantal ongevallen met vrachtwagens te doen dalen,
organiseert de federale wegpolitie jaarlijks naast de controleacties op
initiatief van de lokale verkeersposten, enkele nationale acties rond
het thema zwaar vervoer. De focus ligt hierbij op de rij- en rusttijden,
de tussenafstanden, het inhaalverbod bij neerslag en, niet te
vergeten, de ladingzekering. Hierbij wordt steeds de helikopter ingezet
voor bijkomende vaststellingen vanuit de lucht.
In 2010 werden drie nationale acties gepland. Tweemaal per jaar vindt
er eveneens een internationale TISPOL-actie zwaar vervoer plaats,
waaraan 26 Europese landen tegelijkertijd deelnemen. Zo'n actie
duurt een ganse week. De federale wegpolitie organiseert dan
dagelijks acties in minstens één provincie. De federale wegpolitie
schrijft haar personeelsleden voor om een ademtest op te leggen bij
elke controle van een bestuurder. Tijdens de laatste nationale actie
zwaar vervoer op 27 januari werd op die manier 1 bestuurder betrapt
op het rijden onder invloed van alcohol.
23.02 Annemie Turtelboom,
ministre: Les accidents de la route
impliquant des camions influent
sur le sentiment d'insécurité des
usagers de la route et les
retombées sont importantes. Afin
de réduire le nombre d'accidents,
la police fédérale de la route
organise chaque année des
opérations de contrôle. Des
opérations relatives aux poids
lourds sont également menées par
les polices locales de la circulation
ainsi qu'à l'échelle nationale. Une
attention particulière est portée
aux temps de conduite et de
repos, aux distances de sécurité, à
l'interdiction de dépasser en cas
de précipitations et à la sécurité du
chargement.
Lors de ces opérations de
contrôle, la police disposait d'un
hélicoptère.
Trois
opérations
nationales sont prévues pour
2010. Deux fois par an, l'opération
internationale en matière de poids
lourds Tispol est organisée, elle
implique 26 pays.
La police fédérale de la route
propose de soumettre également
chaque
conducteur
à
un
éthylotest.
Durant
l'opération
nationale la plus récente, qui a eu
lieu
le
27 janvier,
un seul
conducteur a été surpris sous
influence au volant.
23.03 Roland Defreyne (Open Vld): Ik hoor tot mijn tevredenheid dat
de federale wegpolitie in elk geval op een meer professionele manier
opereert dan de politie van Bilzen. Mijn vermoeden wordt bevestigd en
23.03 Roland Defreyne (Open
Vld):
Si
un
éthylotest
est
systématiquement effectué, il est
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
het verrast mij dat als er wordt gecontroleerd, als er een ademtest
wordt afgelegd bij elke controle, dat er dan maar één overtreding
wordt vastgesteld. Ik heb die bedenking meer bepaald in het licht van
het voornemen van de staatssecretaris van Mobiliteit om voor de
groep van de vrachtwagenchauffeurs de alcohollimiet te verlagen van
0,5 naar 0,2 promille. Als ik die cijfers zie, zie ik daar niet echt een
grondige reden voor.
tout de même étonnant qu'une
seule infraction ait été constatée.
Pourquoi le secrétaire d'État
souhaite-t-il alors réduire le taux
d'alcoolémie pour les chauffeurs
de camions?
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
24 Vraag van de heer Mark Verhaegen aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de wetgeving
rond de bevolkingsregisters en het Rijksregister en de mogelijkheid tot zorgwonen" (nr. 19287)
24 Question de M. Mark Verhaegen à la ministre de l'Intérieur sur "la législation relative aux registres
de population et au registre national et la possibilité d'habitat accompagné" (n° 19287)
24.01 Mark Verhaegen (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, recentelijk werden wijzigingen aangebracht aan de Vlaamse
Codex Ruimtelijke Ordening, waardoor een aantal problemen worden
opgelost inzake zorgwonen. Zo is voortaan het creëren van een
tweede gezinswoning, in casu de ondergeschikte wooneenheid
binnen een zelfde woning, geen inbreuk meer op het
opsplitsingsverbod dat in de meeste gebieden in Vlaanderen geldt ten
aanzien van een eengezinswoning.
De Vlaamse decreetgever wou een zorgrelatie regelen, maar die is
misschien onvoldoende afgestemd op de federale wetgeving
betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten, waar
mogelijk niet is voorzien in een dergelijke opsplitsing in geval van
zorgwonen. Daarom dient elk geval afzonderlijk te worden
onderzocht. Uit het onderzoek door de wijkagent dient duidelijk te
blijken of het betrokken gebouw een geheel vormt dan wel uit twee
aparte wooneenheden bestaat. Maatstaven hierbij kunnen onder
meer de inrichting van de kamers zijn, de aanwezigheid van een
afzonderlijke keuken of badkamer, de vaststelling dat er twee
afzonderlijke ingangen zijn, de vaststelling van afzonderlijke
brievenbussen of deurbellen, de aansluiting op de distributienetten, de
aanwezigheid van afzonderlijke tellers voor gas, water of elektriciteit,
afzonderlijke telefoonnummers enzovoort.
Bij de gewone zorgmelding aan de gemeente van een eindige
zorgrelatie ­ vaak erg tijdelijk ­ kan zelden in die voorwaarden worden
voorzien, maar als het verslag van de wijkagent negatief is en die
elementen bijgevolg niet voorhanden zijn, is er slechts één woning en
bijgevolg slechts een enkel gezin met één referentiepersoon. Dan kan
er geen bijkomend huisnummer worden toegekend.
Toch is het toekennen van een tweede huisnummer aan een zelfde
woning, bijvoorbeeld een A- en een B-nummer, voor die mensen vaak
van cruciaal belang. In de huidige context heeft het wonen op één
huisnummer immers belangrijke gevolgen, bijvoorbeeld door het
verminderen van uitkeringen of studietoelagen, aangezien men als
samenwonend wordt beschouwd.
Mevrouw de minister, deze discussie werd ooit met uw voorganger,
de heer Dewael, gevoerd, die toen verklaarde dat er geen probleem
was. Nochtans blijkt dat op het terrein vandaag anders te zijn. Ik lees
ook de verslagen van de wijkagenten die goed hun job doen, maar die
24.01 Mark Verhaegen (CD&V):
Des modifications récentes du
Code flamand de l'aménagement
du territoire résolvent une série de
problèmes en matière d'habitat
accompagné. Ainsi, la création
dans un logement d'une unité de
logement
subordonnée
ne
constitue plus une infraction à
l'interdiction de division d'une
habitation.
Cependant,
cette
nouvelle disposition ne tient pas
suffisamment
compte
de
la
législation fédérale en matière de
registres de population et de
cartes d'identité puisque celle-ci
ne prévoit pas la possibilité de
diviser une habitation en vue de
l'habitat accompagné. Si un agent
de quartier constate que certaines
conditions requises pour la division
ne sont pas réunies ­ s'il n'y a
qu'une salle de bains ou une
cuisine, par exemple ­, un
deuxième numéro de maison ne
peut pas être attribué. Par
conséquent, toutes les personnes
domiciliées à la même adresse
sont censées constituer un seul
ménage,
ce
qui
a
des
conséquences
pour
l'octroi
d'allocations
et
de
bourses
d'études.
Que pense la ministre de ce
problème? La division d'une
habitation est-elle possible? Quelle
procédure les communes doivent-
elles observer à cet effet? Est-il
possible d'attribuer provisoirement
un deuxième numéro d'immeuble,
quitte à le retirer par la suite s'il n'y
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
ook met handen en voeten gebonden zijn.
Vandaar mijn vragen.
Welke visie heeft de minister op dit probleem? Is het opsplitsen
mogelijk in het huidige wettelijke kader? Welke procedure moeten de
gemeentediensten in dat geval volgen? Kan er een pragmatische
benadering worden gevonden, zoals het realisme dat ook de
provinciaal stedenbouwkundig ambtenaar die ik heb gesproken aan
de dag legt? Hij zegt dat twee huisnummers kunnen worden verleend,
op voorwaarde dat er terug één huisnummer komt wanneer het
zorgwonen ophoudt. Dat is ook logisch. Hij is alleen niet bevoegd voor
het bevolkingsregister. Daarom kom ik met mijn vraag tot bij u.
a plus d'habitat accompagné?
24.02 Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer de voorzitter, vorig
jaar heeft het Vlaams Parlement inderdaad een decretale basis
verleend aan het begrip zorgwonen. Zodra is voldaan aan vijf
voorwaarden die zijn opgesomd in artikel 4.1.1 van de Vlaamse
Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 is er sprake van
zorgwonen en dienen de bewoners van de ondergeschikte
wooneenheid als afzonderlijk gezin te worden beschouwd, terwijl ze
worden ingeschreven onder hetzelfde huisnummer als de bewoners
van de hoofdwooneenheid.
Het is daarbij de bedoeling dat het zorgwonen geen sociale of
financiële repercussies heeft voor de bewoners van de
hoofdwooneenheid en van de onderschikte wooneenheid.
De decretaal vastgestelde regeling vormt eigenlijk een uitzondering op
het algemene principe dat alle personen die een gezin vormen op
dezelfde hoofdverblijfplaats met een adres en huisnummers als een
gezin worden ingeschreven.
Voor bewoners van een zorgwoning dient aldus geen rekening te
worden gehouden met de feitelijke elementen, bedoeld in 11B van
deel I van de Algemene onderrichtingen betreffende het houden van
de bevolkingsregisters. Dit betekent dat de bewoners van een
zorgwoning als afzonderlijke gezinnen kunnen worden beschouwd,
zonder dat bijvoorbeeld twee afzonderlijke keukens of badkamers
aanwezig moeten zijn of zonder dat afzonderlijke afrekeningen voor
energieverbruik moeten worden voorgelegd.
Op basis van de bepalingen in de Vlaamse Codex Ruimtelijke
Ordening is het dan ook mogelijk om voor de bewoners van een
zorgwoning, de woning op te splitsen in twee afzonderlijke
wooneenheden zonder dat hierbij een tweede huisnummer dient te
worden toegekend.
In de nieuw gecoördineerde versie van de Algemene onderrichtingen
betreffende het houden van bevolkingsregisters die in de loop van het
eerste semester 2010 aan de gemeenten zal worden gestuurd, zal
expliciet naar deze mogelijkheid worden verwezen.
Momenteel bereiden de diensten van het Rijksregister een nieuwe
inschrijvingscode voor, die het voor de gemeenten mogelijk zal
maken in de bevolkingsregisters de specifieke gevallen van
zorgwonen aan te duiden. Binnenkort zal deze code operationeel zijn
en zal mijn administratie aan de gemeenten de praktische instructies
24.02 Annemie Turtelboom,
ministre: Le parlement flamand a
défini l'année dernière une base
décrétale
pour
l'habitat
accompagné.
Lorsqu'il
est
question d'habitat accompagné
selon les critères du Codex
flamand pour l'aménagement du
territoire, les habitants de l'unité de
logement
subordonnée
sont
considérés comme formant un
ménage distinct, même si leur
adresse est la même que celle des
habitants de l'unité de logement
principale. Il n'y a pas lieu dans ce
cas de tenir compte des éléments
de
fait
figurant
dans
les
instructions générales relatives à
la
tenue
des
registres
de
population. Même si les deux
ménages partagent la même salle
de bains ou la même cuisine, ils
sont
considérés
comme
constituant des ménages distincts.
Il est également possible de
scinder
l'habitation
en
deux
parties, sans attribution d'une
deuxième adresse.
La nouvelle version coordonnée
des instructions générales, qui
sera transmise aux communes
durant le premier semestre de
cette année, attirera formellement
l'attention sur le point. Les
services du registre national
préparent également un nouveau
code d'enregistrement.
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
hiervoor meedelen.
24.03 Mark Verhaegen (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, ik dank u voor het antwoord. Ik denk dat daarmee aan een
grote bekommernis van heel wat mensen is tegemoetgekomen. Ik
hoop dat de communicatie ter zake met de gemeentebesturen goed
verloopt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
25 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de
herstructurering van de politieopleiding" (nr. 19291)
25 Question de M. Michel Doomst à la ministre de l'Intérieur sur "la restructuration de la formation
policière" (n° 19291)
25.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, de geplande herstructurering van de politieopleiding moet
leiden tot een systeem dat uniformer, rationeler en ook meer
internationaal wordt. De grote verandering is dat kandidaat-
politieagenten voortaan enkel in oktober aan hun opleiding kunnen
beginnen van een jaar. Zo sluit de opleiding meer aan bij andere
hogere opleidingen.
Vorig jaar installeerde u samen met uw collega, de minister van
Justitie een stuurgroep die moest onderzoeken hoe het
politieonderwijs vernieuwd kan worden. Kunt u wat meer informatie
geven over die herstructurering? Tegen wanneer moet de stuurgroep
een basis hebben samengesteld? Dreigt er na verloop van tijd geen
probleem te ontstaan omdat de politiezones tijdens hun verschillende
mobiliteitsrondes weinig of geen kandidaten zullen vinden?
25.01 Michel Doomst (CD&V):
Les
candidats
policiers
ne
pourront désormais plus entamer
une formation d'un an qu'au mois
d'octobre. Quand le groupe de
pilotage pour la modernisation de
la formation policière devra-t-il
avoir élaboré une base? Ne
risque-t-on pas des problèmes
étant donné que les zones de
police ne trouveront guère de
candidats lors des divers cycles de
mobilité?
25.02 Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer de voorzitter, in
november laatstleden heb ik samen met de minister van Justitie mijn
goedkeuring gegeven om het project "Politie, een lerende organisatie"
op te starten. Het project beoogt enerzijds, een vernieuwing van het
politieonderwijs, gestoeld op de visie van de lerende organisatie en op
de richtlijnen van het Europees hogere onderwijssysteem, die destijds
in de conventies van Kopenhagen en Bologna zijn vastgelegd. Het
beoogt anderzijds een human resourcesbeleid te ontwikkelen dat
deze vernieuwing mogelijk maakt.
De vernieuwingsoperatie van het politieonderwijs in het bijzonder
bestaat uit drie onderdelen. Het eerste luik bevat de organisatie van
vorming, training en opleiding voor leidinggevenden. Het tweede luik
van de vernieuwingsoperatie bestaat uit een haalbaarheidsstudie
inzake een mogelijke accreditering van het politieonderwijs op het
niveau van het basiskader, het middenkader en het officierenkader,
evenals het uitwerken van een beleid dat de voorbereiding van die
accreditering mogelijk maakt. Monitoring en optimalisatie van de
functionele opleidingen en de voortgezette opleidingen, gebaseerd op
een moderne visie op competentiemanagement vormen ten slotte het
derde luik.
Voorts verwijs ik naar mijn algemene beleidsnota voor 2010. Een van
mijn vijf uitgangspunten is de strikte toepassing van het koninklijk
besluit van 6 april 2008 over de kwaliteitsstandaarden en de
pedagogische en omkaderingsnormen van de politiescholen.
25.02 Annemie Turtelboom,
ministre: Le projet "Police, une
organisation en apprentissage"
tend à moderniser la formation
policière et à mettre en place une
politique de ressources humaines
permettant ce renouveau. Le
projet se compose de trois volets.
Le premier concerne l'organisation
de
la
formation
et
de
l'entraînement et s'adresse aux
dirigeants, le deuxième a trait à
une étude de faisabilité portant sur
l'accréditation de la formation
policière au niveau du cadre
officiers, du cadre moyen et du
cadre de base et le dernier se
rapporte au monitoring et à
l'optimisation
des
formations
fonctionnelles et continuées.
L'application stricte de l'arrêté
royal du 6 avril 2008 relatif aux
standards de qualité, aux normes
pédagogiques et d'encadrement
des écoles de police constituait un
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
U zult wellicht vernomen hebben dat wij in dat raam een eerste
kwaliteitsproef hebben afgenomen. De eerste voorzichtige besluiten
daaruit zijn de volgende. De verschillen tussen de scholen zijn veeleer
klein. Wel kan de kwaliteit van het onderwijs in globo nog beter.
U merkt dat ik kies voor een tweesporenbeleid, met maatregelen en
doelstellingen op korte termijn en een aanpak op langere termijn.
Wat uw vraag over de timing van de stuurgroep betreft, kan ik u
zeggen dat het plan dat wordt opgesteld door het project
management team op 5 maart 2010 ter goedkeuring aan de
stuurgroep zal worden voorgelegd. Een definitieve planning zal pas
later kunnen worden meegedeeld.
Wat uw vraag over de synergie van de mobiliteitsrondes betreft, ben
ik mij bewust van de aangehaalde problematiek. Bij de uitwerking van
het projectplan zal het nieuwe HR-beleid dan ook ontwikkeld worden
met het oog op een procesmatige afstemming van de keten
rekrutering-selectie-opleiding en mobiliteit.
des principes énoncés dans ma
note de politique générale 2010.
Un premier test de qualité a déjà
été réalisé dans ce cadre. Si les
différences entre écoles sont
plutôt restreintes, globalement, la
qualité de l'enseignement peut
encore être améliorée. Le projet
de plan sera soumis au groupe de
pilotage
le
5 mars
pour
approbation. La nouvelle stratégie
en
matière
de
ressources
humaines sera également mise au
point lors de l'élaboration de ce
plan.
25.03 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de minister, dat betekent
dus dat u erbij blijft dat de zaak één keer per jaar wordt gestart en niet
verschillende keren per jaar? Ziet u dat als praktisch haalbaar?
25.03 Michel Doomst (CD&V):
Cette méthode selon laquelle la
formation ne débutera qu'une fois
par an est-elle viable sur le plan
pratique?
25.04 Minister Annemie Turtelboom: Het eerste jaar is dat lastig,
maar wij vertrekken vanuit het principe dat wij het willen afstemmen
op het gewone onderwijs en in het Bolognasysteem willen treden. Dan
moet men bijna slechts één instapmoment hebben. Als er constant
instapmomenten zijn, is het veel moeilijker af te stemmen voor een
afgestudeerde uit het middelbaar onderwijs die een planning wil
maken van zijn loopbaan.
Ik geef toe dat dit het eerste jaar een aanpassing vergt van iedereen.
25.04 Annemie Turtelboom,
ministre: La première année, ce
système
sera
certainement
problématique, mais puisque nous
voulons aligner cette formation sur
le processus de Bologne, il ne
peut y avoir qu'une seule rentrée
par an. Il sera beaucoup plus
difficile
pour
un
élève
de
l'enseignement
secondaire de
planifier sa carrière s'il est possible
de rejoindre la formation à tout
moment.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
26 Question de M. Georges Gilkinet à la ministre de l'Intérieur sur "le démantèlement de la centrale
nucléaire de Chooz A" (n° 19310)
26 Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de
ontmanteling van de kerncentrale van Chooz A" (nr. 19310)
26.01 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
madame la ministre, la centrale nucléaire française de Chooz se
situant en bordure directe de notre territoire et au bord de la Meuse,
les vents dominants soufflant sur la Belgique et la zone de
qualification de 10 kilomètres s'étendant essentiellement sur notre
pays, il convient, autant que possible et comme c'est le cas pour les
centrales belges, de s'assurer du respect le plus strict des consignes
de sécurité en son sein et d'une coordination transfrontalière efficace,
notamment en termes de communication et ce, afin d'assurer la
26.01 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): De Franse regering
besliste
bij
decreet
van
27 september
2007
om
de
kerncentrale
van
Chooz A
versneld te ontmantelen, teneinde
gebruik te kunnen maken van de
deskundigheid van de ingenieurs
die de centrale hielpen ontwerpen.
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
sécurité de nos concitoyens.
Par décret du 27 septembre 2007, le gouvernement français a décidé
du démantèlement de la centrale dite de Chooz A, construite au début
des années 60, qui était l'un des premiers réacteurs à eau
pressurisée. Mise en service en 1967, cette centrale de Chooz a
connu une quantité impressionnante d'aléas, de pannes et de
dysfonctionnements, jusqu'à son arrêt définitif en 1991. Cette centrale
de Chooz A a été rejointe en 1996 et 1997 par une autre unité
baptisée Chooz B et composée de deux réacteurs toujours en activité.
Une des principales caractéristiques de la centrale de Chooz A est
d'avoir été construite à même la roche, ce qui pose un problème
particulier. La France a fait le choix d'un démantèlement rapide de
cette centrale afin, apparemment, de pouvoir bénéficier de l'expertise
des ingénieurs qui ont participé à sa conception, et ce même si ce
n'est pas sans risque à l'égard de la radioactivité encore observable
sur le site et à ses caractéristiques très particulières.
Il s'agit d'une opération inédite, particulièrement complexe et
concernant un volume à évacuer assez extraordinaire (985 000
tonnes de déchets dont 115 000 de très faible radioactivité, 53 000 de
faible et moyenne radioactivité à vie courte et 300 de déchets de
faible et moyenne radioactivité à vie longue, selon le responsable de
ce démantèlement). Près de 100 personnes sont occupées à cette
opération. Il convient néanmoins de veiller à ce que ce
démantèlement se déroule dans les meilleures conditions de sécurité
en veillant au respect de la santé des travailleurs et des riverains, en
évitant la dispersion d'ondes radioactives, en s'assurant de la
meilleure concertation avec les populations et autorités concernées,
en assurant une information exhaustive de la population et en
garantissant une expertise finale indépendante, exhaustive et fiable.
Madame la ministre, voici mes questions. Comment s'organise la
concertation entre les autorités belges et françaises relativement au
démantèlement de la centrale de Chooz A? Quelle est la fréquence
de réunion entre les autorités de sécurité nucléaire des deux pays?
Combien de réunions ont eu lieu au cours des deux dernières
années? À quelles dates? Existe-t-il un système permanent
d'échange d'informations en cas de problème ou d'incident?
Un suivi particulier de ces travaux de démantèlement est-il assuré
dans la perspective du démantèlement futur des centrales nucléaires
belges?
Ne conviendrait-il pas d'observer de près les techniques et
procédures mises en oeuvre à Chooz en vue de leur évaluation et de
leur transposition vers la Belgique? Des ingénieurs belges sont-ils
associés à ces travaux? Est-ce prévu? Cela fera-t-il l'objet de rapports
publics et indépendants?
Les risques de ruissellement radioactif ont-ils été spécifiquement
étudiés, dès lors qu'on peut imaginer que cette caverne ­ dont
certains disent qu'elle se situe en Belgique ­ dispose de galeries
connectées à la Meuse?
Estimez-vous que les systèmes de mesure de la radioactivité existant
autour de Chooz A sont suffisants par rapport au risque spécifique
Dit is een primeur, en er werken
bijna 100 personen aan mee. Men
moet erop toezien dat de
ontmanteling op een zo veilig
mogelijke manier gebeurt.
Hoe is het overleg tussen de
Belgische
en
de
Franse
autoriteiten over de ontmanteling
georganiseerd?
Hoe
vaak
vergaderen
de
nucleaire-
veiligheidsautoriteiten van beide
landen?
Bestaat
er
een
permanente informatie-uitwisseling
in geval van problemen? Werd er
gezorgd voor een bijzondere
voortgangsbewaking
van
de
ontmantelingswerkzaamheden
met het oog op de toekomstige
ontmanteling van de Belgische
kerncentrales? Is het geen goed
idee om de in Chooz aangewende
technieken
van
nabij
te
bestuderen, om ze nadien ook in
ons land toe te passen? Zijn er
Belgische ingenieurs betrokken bij
die werken? Zullen er openbare en
onafhankelijke
rapporten
verschijnen over de ontmanteling?
Zijn
de
meetsystemen
voor
radioactiviteit toereikend, rekening
houdend met de risico's waarmee
de ontmanteling gepaard gaat?
Zouden ze niet moet worden
versterkt tijdens die werken, en
zouden de noodmaatregelen niet
moeten worden afgestemd op de
bijbehorende
risico's?
Welke
initiatieven werden er al genomen
op het vlak van de voorlichting?
Zou er hierover niet stelselmatig
een
debat
moeten
worden
georganiseerd? Heeft de lokale
informatiecommissie van Chooz
dit
punt
op
de
agenda
ingeschreven? Wanneer heeft die
commissie
voor
het
laatst
vergaderd?
Welke
Belgische
vertegenwoordigers
namen
daaraan deel? Wat is het
prijskaartje van die operatie? Wie
draagt die kosten? Wat is de aard
van de verbintenis van de uitbater
om de volledige kosten van de
ontmanteling op zich te nemen?
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
que constitue ce démantèlement? Ne conviendrait-il pas de les
diversifier et de les renforcer pendant la durée de ces travaux? De
même, ne conviendrait-il pas d'adapter les dispositifs d'urgence et
d'intervention à la dangerosité de ces opérations de démantèlement?
Quelles initiatives d'information de la population belge sur ces travaux
ont-elles été prises? Un toute-boîte systématique lui a-t-elle été
diffusé? Un tel toute-boîte est-il prévu dans le futur, notamment à
l'occasion du transport des matières les plus radioactives? N'y a-t-il
pas lieu d'organiser un débat systématique à ce sujet? J'ai en effet
été interpellé par des citoyens inquiets du peu d'informations
disponibles.
Enfin, la commission locale de l'information de Chooz a-t-elle mis
cette question à son ordre du jour? De quand date ses dernières
réunions? Quels sont les représentants de l'autorité belge qui ont
participé à ces réunions?
Avez-vous été informé du coût de cette opération de démantèlement?
Quel est-il? Par qui est-il pris en charge? Quelle est la nature de
l'engagement de l'exploitant à assurer la totalité du coût de ce
démantèlement?
26.02 Annemie Turtelboom, ministre: Monsieur le président,
l'échange d'informations sur la sûreté du parc nucléaire de Chooz, y
compris sur les travaux en cours pour le démantèlement du réacteur
Chooz A, est régi par plusieurs accords bilatéraux conclus entre les
autorités belges et françaises. Une description exhaustive de ces
accords vous a déjà été donnée dans la réponse à votre question
écrite du 27 septembre 2007.
La fréquence des réunions du groupe franco-belge chargé de la
sûreté des réacteurs est toujours semestrielle, comme le précisait la
réponse à votre question écrite du 9 janvier 2008. Les quatre
dernières réunions ont eu lieu le 17 juin 2008, le 17 décembre 2008,
le 25 juin 2009 et le 16 décembre 2009. L'ordre du jour couvre de
manière systématique la situation de Chooz A et de Chooz B. Comme
je vous l'expliquais dans les réponses écrites, l'échange
d'informations en cas d'incident est assuré par ces conventions et ces
arrangements particuliers.
Votre question relative à un éventuel transfert de connaissances vers
l'exploitant de centrales nucléaires belges relève davantage de la
compétence de notre ministre de l'Énergie.
Le démantèlement de la centrale nucléaire de Chooz A a fait l'objet de
deux autorisations successives qui ont été respectivement accordées
par les décrets du 19 mars 1999 et du 27 septembre 2007. Les
demandes d'autorisation ont fait l'objet d'une procédure de
consultation publique à laquelle la population belge a pu participer.
L'autorisation de démantèlement pour l'ensemble du site nucléaire a
récemment été renouvelée par un arrêté du 30 novembre 2009 du
ministre de l'Écologie. Comme le précisait la réponse que je vous ai
donnée le 21 avril 2009 à votre question orale, le dossier a été
examiné par l'AFCN (Agence fédérale de contrôle nucléaire) et son
conseil scientifique. Il n'y a dès lors aucune raison de mettre en doute
l'efficacité des mesures de précaution adoptées.
26.02
Minister
Annemie
Turtelboom: De Belgische en
Franse autoriteiten hebben in
verband met de kerncentrale van
Chooz verscheidene bilaterale
overeenkomsten
gesloten,
waarover u reeds tekst en uitleg
hebt
gekregen.
De
Frans-
Belgische groep komt om de zes
maanden bijeen. De vier recentste
vergaderingen vonden plaats op
17 juni 2008, 17 december 2008,
25 juni 2009 en 16 december
2009. De agenda heeft zowel
betrekking
op
Chooz A
als
Chooz B.
Die
specifieke
overeenkomsten
regelen
de
uitwisseling van informatie in geval
van een ongeval.
Voor uw vragen over een
eventuele kennisoverdracht aan
de exploitanten van Belgische
centrales, verwijs ik u naar de
minister van Energie. Er werden
twee
opeenvolgende
vergunningen verleend voor de
ontmanteling van de kerncentrale
Chooz A. Er werd een openbare
raadpleging
georganiseerd
in
verband
met
de
vergunningsaanvragen.
Het
dossier werd bestudeerd door het
Federaal
Agentschap
voor
Nucleaire
Controle
en
de
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
La Commission locale d'information de Chooz compte en son sein les
personnalités belges suivantes: le gouverneur de la province de
Namur, le consul de Belgique, les cinq bourgmestres des communes
de Doische, Houyet, Gedinne, Beauraing et Philippeville. Les autres
autorités n'y sont pas représentées. Les réunions de la commission
ont lieu entre deux et trois fois par an. Pour connaître l'ordre du jour,
vous devez vous adresser à la commission ou à ses membres.
Pour toute information sur le coût du démantèlement, je vous renvoie
au propriétaire de la centrale, Électricité de France. Je ne dispose pas
de cette information, qui ne relève pas de ma compétence.
Wetenschappelijke Raad van het
FANC. Er is geen enkele reden
om
de
efficiëntie
van
de
goedgekeurde
voorzorgs-
maatregelen ter discussie te
stellen.
Enkele
Belgische
prominenten maken deel uit van
het lokaal informatiecomité van
Chooz. Het comité vergadert twee
tot drie keer per jaar. Voor de
agenda moet u zich tot het comité
richten.
Voor
informatie
betreffende de kosten van de
ontmanteling verwijs ik u naar de
eigenaar
van
de
centrale,
Électricité de France.
26.03 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, vous
me renvoyez à beaucoup de personnes.
Je voulais mettre en évidence avec cette question le côté inédit et la
dangerosité de l'opération. Il est clair qu'il y a des mécanismes
structurels d'échange d'informations qui se poursuivent. J'estime que,
vu la dangerosité ponctuelle, même si cela va durer un certain temps,
il est nécessaire de prendre des dispositions complémentaires.
Vous dites qu'une procédure de consultation publique a eu lieu en
Belgique précédemment à l'autorisation de démantèlement. Je le
conteste. En tout cas, elle n'a pas été faite de façon à impliquer
l'ensemble des citoyens concernés.
Les informations disponibles au sujet de ce démantèlement sont
totalement parcellaires. Rien ne transparaît naturellement des travaux
de la Commission locale d'information. J'interrogerai les cinq
bourgmestres concernés.
Je pense qu'on ne peut pas prendre à la légère le démantèlement qui
est en cours, surtout vu les caractéristiques particulières de ce projet
d'une centrale nucléaire qui se situe plus en Belgique qu'en France.
Je vous demande d'être particulièrement attentive à ce sujet. Vous
avez souligné que j'ai déjà posé beaucoup de questions sur le sujet.
Je vous annonce que je continuerai à le faire.
26.03 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): U verwijst mij naar veel
personen. Ik wilde benadrukken
dat het om een volkomen nieuwe
en gevaarlijke operatie gaat.
Bijkomende
maatregelen
zijn
noodzakelijk. Bij de organisatie
van de openbare raadpleging werd
er niet voor gezorgd dat alle
belanghebbende burgers konden
reageren. De informatie over de
ontmanteling is fragmentarisch. Er
werd nooit spontaan informatie
verstrekt naar aanleiding van de
werkzaamheden van het lokaal
informatiecomité. Het is belangrijk
dat u dat project op de voet volgt.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
27 Question de M. Georges Gilkinet à la ministre de l'Intérieur sur "la future école du feu des
provinces de Namur, Luxembourg et Brabant wallon" (n° 19313)
27 Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de toekomstige
brandweerschool voor de provincies Namen, Luxemburg en Waals-Brabant" (nr. 19313)
27.01 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
madame la ministre, de nombreux services régionaux d'incendie se
plaignent de voir les jeunes recrues en intervention, alors qu'elles
n'ont même pas reçu une formation complète. De même, de
nouveaux risques voient le jour et nécessitent une formation
spécifique ou un recyclage. Permettre à chaque pompier de
fréquenter une "école du feu" permettrait d'éviter des accidents et de
27.01 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!):
Tal
van
regionale
brandweerdiensten beklagen er
zich over dat de jonge rekruten
uitrukken zonder dat ze een
volledige
opleiding
gekregen
hebben. Bovendien duiken er
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
sauver nombre de vies.
Les provinces de Namur, du Luxembourg et du Brabant wallon
étaient, voici quelques mois, en négociation pour mettre sur pied une
école du feu commune pour les trois provinces. Si cette
"interprovincialité" potentielle est positive, on pourrait imaginer, au vu
des investissements nécessaires à la réalisation d'un tel projet, que
celui-ci se fasse sur base régionale, voire nationale.
Outre d'âpres négociations sur la localisation, ce dossier semble
souffrir de quelques lenteurs voire d'une remise en cause, malgré
l'absolue nécessité d'organiser de façon optimale l'écolage des
hommes du feu.
Madame la ministre, il s'agit aujourd'hui de faire le point sur le dossier.
Confirmez-vous que le ministère de l'Intérieur est partie prenante
dans ce projet? Quelle est votre optique à ce sujet? Quel
cofinancement pouvez-vous en assurer? Êtes-vous informée de l'état
d'avancement du projet d'une école du feu pour les provinces de
Namur, du Luxembourg et du Brabant wallon? Qu'en est-il de la
participation financière des trois provinces concernées? Quels sont
les derniers éléments connus dans ce dossier? Quel est le planning
envisageable? Ne serait-il pas plus économique et efficace de créer
un centre bien équipé pour toute la Région wallonne ou pour tout le
pays? Travaillez-vous à cette hypothèse?
nieuwe risico's op waarvoor een
opleiding nodig is. Vandaar het
belang van de brandweerscholen.
Enkele
maanden
geleden
onderhandelden de provincies
Namen, Luxemburg en Waals-
Brabant over de oprichting van
een
gemeenschappelijke
brandweerschool. Dat dossier, dat
nochtans heel belangrijk is, lijkt
vertraging op te lopen. Hoe staat
het met dat dossier? Doet het
ministerie
van
Binnenlandse
Zaken mee aan het project? Hoe
ziet u de zaak? Kunt u ze
medefinancieren?
Over
welk
tijdpad gaat het? Zou het niet
efficiënter zijn een goed uitgerust
centrum op te richten voor het hele
Waalse Gewest of voor het hele
land?
27.02 Annemie Turtelboom, ministre: Monsieur le président,
monsieur Gilkinet, mon administration n'a, à ce jour, reçu aucune
demande d'agréation officielle d'un centre de formation commun aux
provinces de Namur, du Luxembourg et du Brabant wallon. Je n'ai
pas non plus été informée plus en détail de ce projet.
Un centre de formation peut être agréé par une province et le SPF
Intérieur octroie des subsides au centre pour l'organisation de
formations. Si certaines provinces entament des pourparlers en vue
de la création d'un centre unique, le SPF Intérieur ne peut
qu'encourager l'initiative et contribuer par le biais des subsides
provinciaux. Ce projet s'inscrit parfaitement dans le cadre de la
standardisation des formations et des économies d'échelle.
27.02
Minister
Annemie
Turtelboom: Mijn administratie
heeft tot op heden nog geen
enkele aanvraag tot erkenning van
een
gemeenschappelijk
opleidingscentrum
voor
de
provincies Namen, Luxemburg en
Waals-Brabant ontvangen. Ik werd
ook niet op de hoogte gebracht
van dat plan.
Een
opleidingscentrum
kan
worden erkend door een provincie
en de FOD Binnenlandse Zaken
subsidieert er dan de opleidingen.
Indien bepaalde provincies van
plan zijn een gemeenschappelijk
centrum op te richten, kan de FOD
Binnenlandse Zaken ze alleen
maar aanmoedigen en ertoe
bijdragen via provinciale subsidies.
Een dergelijk project zou perfect
passen in het kader van de
normalisering van de opleidingen
en de schaalvoordelen.
27.03 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, me
voilà bien surpris! En effet, si l'on en croit les autorités provinciales de
la province de Namur, il s'agit d'un projet majeur qui avance. Je
regrette que l'un des principaux interlocuteurs, à savoir l'État fédéral
et le ministère de l'Intérieur, n'en ait pas été informé.
27.03 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Volgens de provinciale
overheid van Namen gaat het om
een project dat al gevorderd is. Ik
betreur dat het ministerie van
Binnenlandse Zaken niet op de
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
54
Madame la ministre, je relaierai aux intéressés cette ouverture dont
vous faites preuve et l'intérêt que vous témoignez à ce projet commun
au trois provinces via les conseillers provinciaux de mon parti. Ceci
dit, je vous encourage également à être proactive. Vous êtes
régulièrement en contact avec les gouverneurs de province. Le
gouverneur de la province de Namur est bien informé de ce dossier,
même si ce n'est pas lui qui le gère directement. Dans le cadre des
échanges réguliers que vous entretenez, peut-être pourrez-vous jouer
un rôle proactif et les encourager à avancer, de manière à ne pas
faire de ce centre une promesse qui ne sera jamais tenue. Ce serait
dommageable!
hoogte is. Ik zal uw belangstelling
voor
het
project
aan
de
belanghebbenden doorgeven. De
gouverneur van de provincie
Namen is goed op de hoogte van
het dossier. In het kader van de
regelmatige contacten die u heeft,
kunt u misschien een proactieve
rol spelen en ze aanzetten met dat
project door te gaan.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
28 Question de M. Georges Gilkinet à la ministre de l'Intérieur sur "le financement des académies de
police" (n° 19314)
28 Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de financiering
van de politieacademies" (nr. 19314)
28.01 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, il s'agit
cette fois du financement des académies de police. Celles-ci doivent
répondre à des normes pédagogiques et d'infrastructure définies dans
l'arrêté royal du 6 avril 2008 relatif aux standards de qualité et autres
normes. Ces normes ont un effet potentiel important sur les finances
des écoles dispensant ces formations. En effet, tant en matière
d'encadrement que d'infrastructure, l'adaptation à ces nouvelles
règles nécessite de lourds investissements.
À titre d'exemple, il me revient que les engagements pourraient
s'élever à 500 000 euros entre 2009 et 2012 pour l'académie de
police de la province de Namur. Outre ce coût relatif aux
engagements, les infrastructures namuroises devraient être
grandement améliorées pour continuer à recevoir l'agrément. Outre
ce qui est défini dans l'arrêté royal du 28 février 2002, je m'interroge
sur le financement de ces adaptations nécessaires à la bonne
formation des policiers selon les normes définies par l'arrêté de 2008.
Madame la ministre, pouvez-vous préciser à qui incombe la charge
d'adaptation des infrastructures des écoles de police afin de répondre
aux normes définies dans l'arrêté relatif aux standards de qualité? Un
subventionnement particulier a-t-il été défini afin de permettre aux
écoles de police de s'adapter? Êtes-vous informée du cas particulier
de l'académie de police de la province de Namur? Des moyens sont-
ils prévus pour son financement, par le niveau provincial ou le
fédéral? Que compte faire le pouvoir fédéral si des moyens ne sont
pas dégagés pour son financement au niveau provincial? Quelles
sont les sanctions prévues en cas de non-financement local de cette
académie?
28.01 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!):
De
politieacademies
moeten
voldoen
aan
pedagogische
en
infrastructuurnormen die in het
koninklijk besluit van 6 april 2008
zijn vastgelegd. De aanpassing
aan die voorschriften vergt zware
investeringen
(500 000 euro
tussen 2009 en 2012 voor de
politieacademie van de provincie
Namen).
Wie moet de kosten van die
infrastructuuraanpassing dragen?
Ontvangen
de
politiescholen
speciale subsidies waarmee ze die
aanpassing kunnen realiseren?
Bent u op de hoogte van de
specifieke
situatie
van
de
politieacademie van de provincie
Namen? Wat zal de federale
overheid doen indien er op
provinciaal
niveau
geen
financieringsmiddelen
worden
uitgetrokken?
28.02 Annemie Turtelboom, ministre: Monsieur Gilkinet, la question
du financement des académies de police relève autant de l'autorité
fédérale que de l'autorité provinciale. L'autorité fédérale participe au
financement de base de ces académies alors que le reste est à
charge de l'autorité provinciale ou des zones de police bruxelloises
pour ce qui concerne l'école de police de Bruxelles.
Quant au financement fédéral, il est utile de savoir que le niveau
28.02
Minister
Annemie
Turtelboom: De federale overheid
draagt bij aan de basisfinanciering
van die academies; het overige
deel is voor rekening van de
provinciale overheid (of van de
politiezones
voor
wat
de
politieschool van Brussel betreft).
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
55
fédéral finance une classe d'aspirants inspecteurs de police à hauteur
de 125 000 euros par classe et par an et qu'un forfait supplémentaire
de 2 000 euros par aspirant par an est financé à partir du 26
e
aspirant.
Il va de soi que le fédéral finance également forfaitairement les
formations de base des aspirants inspecteurs principaux de police
ainsi que les formations fonctionnelles et continues.
Pour ce qui est plus particulièrement du financement de l'académie
de police de la province de Namur, une réunion entre le directeur de
cette académie et le collège provincial est prévue le 25 février
prochain afin d'envisager les possibilités de révision du financement
de cette académie. Un groupe de travail constitué de représentants
de la province de Namur et de l'académie de police de cette même
province est à l'oeuvre afin de dégager des solutions, tant en matière
d'infrastructure que d'encadrement. Je vais solliciter le gouverneur de
la province de Namur pour qu'il me tienne au courant des conclusions
de ce groupe de travail.
Het federale niveau financiert een
klas van aspirant-inspecteurs van
politie (125 000 euro per klas en
per jaar) en vanaf de 26
ste
aspirant
wordt een forfait van 2 000 euro
per aspirant gefinancierd. Het
federale niveau voorziet tevens in
de forfaitaire financiering van de
basisopleidingen van aspirant-
hoofdinspecteurs van politie en
van de functionele en voortgezette
opleidingen.
Tijdens een vergadering met de
directeur van de politieacademie
van de provincie Namen en het
provinciecollege op 25 februari zal
er worden bekeken hoe de
financiering van die academie kan
worden herzien. Een werkgroep
tracht daartoe oplossingen aan te
reiken.
28.03 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Madame la ministre,
j'espère qu'une solution pour le financement de cette académie de
police sera trouvée. L'affaire me semblait mal engagée, mais le fait
que nous nous parlions, y compris avec l'autorité fédérale, est plutôt
de bon augure.
Si nous nous montrons parfois critiques par rapport à l'utilité des
provinces, lorsqu'elles permettent des économies d'échelle et une
intercommunalité de ce type, elles sont utiles. J'espère donc que la
province de Namur pourra dégager les moyens adéquats pour
cofinancer cet outil important et que le ministère de l'Intérieur
assumera ses responsabilités, tel que vous l'avez décrit.
28.03 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): We laten ons soms
kritisch uit over het nut van de
provincies, maar als ze de
mogelijkheid
bieden
om
schaalvoordelen te realiseren en
een interlokale wisselwerking te
bewerkstelligen, bewijzen ze wel
degelijk hun nut.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 19339 de Mme Dierick est reportée pour
cause d'absence. La question n° 19371 de Mme Jadin est reportée à
sa demande. Les questions n°
s
19382, 19383 et 19384 de M. George
sont reportées pour cause d'absence.
De voorzitter: Vraag nr. 19339
van mevrouw Leen Dierick wordt
uitgesteld daar de spreker afwezig
is.
Vraag
nr. 19371
van
mevrouw Kattrin Jadin wordt op
haar verzoek uitgesteld. De vragen
nr. 19382, nr. 19383 en nr. 19384
van de heer Joseph George
worden uitgesteld daar de spreker
afwezig is.
29 Question de M. Josy Arens à la ministre de l'Intérieur sur "l'absence des autorités locales dans le
cadre de l'accord sectoriel 2009-2010" (n° 19385)
29 Vraag van de heer Josy Arens aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de afwezigheid van
de lokale overheden in het kader van het sectoraal akkoord 2009-2010" (nr. 19385)
29.01 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, madame la ministre,
l'Union des villes et communes de Wallonie déplore vivement
l'absence des autorités locales dans les négociations qui ont
29.01 Josy Arens (cdH): De
Union des Villes et Communes de
Wallonie betreurt ten sterkste dat
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
56
débouché sur l'augmentation de l'allocation de fin d'année pour les
fonctionnaires fédéraux.
L'association représentative des villes et communes wallonnes
souligne que cette mesure est de nature à affecter considérablement
les budgets locaux, alors même que les autorités locales n'ont jamais
participé aux négociations syndicales ni à d'autres discussions
relatives à cette mesure. Il faut dire que l'accroissement de la prime
de fin d'année des policiers avait engendré, en 2008, un coût de
13 500 000 euros à charge des zones. Par conséquent, l'Union
demande que l'augmentation de la prime de fin d'année
s'accompagne d'une aide financière au profit des autorités locales
pour compenser le coût subi par le budget des zones.
Je ne remets, bien sûr, pas en cause la volonté d'améliorer le statut
du personnel de la police, mais je souhaite, madame la ministre, vous
poser quelques questions. D'abord, comment réagissez-vous face
aux revendications de l'Union des villes et communes de Wallonie?
Ensuite, aux termes de l'article XI.III.4 de l'arrêté royal du 30 mars
2001, certaines allocations dont bénéficient les fonctionnaires
fédéraux sont directement applicables au sein des services de police,
sans nécessité d'une nouvelle négociation au sein de la police
intégrée. Il faut entendre par "police intégrée" la police fédérale, qui
dépend de l'autorité fédérale, et la police locale, qui dépend des
zones de police.
L'absence de négociation complémentaire pourrait se comprendre
pour les membres de la police fédérale, étant donné que le fédéral a
déjà participé aux négociations, mais il faut reconnaître que l'autorité
locale a été absente tout au long de la procédure syndicale.
N'estimez-vous pas, dès lors, opportun de modifier le statut syndical
afin que les autorités locales ou leurs représentants puissent
également participer aux négociations syndicales pour les projets qui
les concernent et, a fortiori, lorsque la mesure engage les finances
locales?
Enfin, prévoyez-vous une compensation pour les pouvoirs locaux? En
effet, cette mesure décidée par le fédéral et financée par les pouvoirs
locaux rapportera à l'État fédéral au travers des différents
prélèvements.
de
lokale
autoriteiten
niet
aanwezig
waren
tijdens
de
onderhandelingen
die
hebben
geresulteerd in de verhoging van
de eindejaarspremie voor de
federale ambtenaren.
Die maatregel bezwaart de lokale
begrotingen immers aanzienlijk.
De Union des Villes et Communes
vraagt daarom dat die maatregel
gepaard zou gaan met financiële
steun voor de lokale autoriteiten
om de extra kosten voor de
begroting van de zones te
compenseren.
Wat is uw reactie op die eis?
Meent
u
niet
dat
het
vakbondsstatuut zo zou moeten
worden gewijzigd dat de lokale
autoriteiten
of
hun
vertegenwoordigers ook kunnen
deelnemen
aan
de
vakbondsonderhandelingen
in
verband met aangelegenheden die
hen aanbelangen, zeker wanneer
een maatregel gevolgen heeft voor
de lokale financiën?
Komt er een compensatie voor de
lokale besturen? Deze door de
lokale
besturen
gefinancierde
maatregel leidt immers via de
verschillende heffingen tot extra
inkomsten voor de federale Staat.
29.02 Annemie Turtelboom, ministre: Monsieur le président, le
statut fut fixé en 2001, en ce compris le lien avec la fonction publique.
En ce qui concerne l'allocation de fin d'année, les instances locales
ont été sollicitées pour donner leur avis.
Je peux vous confirmer que lorsque les négociations ont un impact
direct sur les finances des autorités locales, des contacts préalables
sont pris avec les responsables afin de vérifier jusqu'où la proposition
peut aller. Je constate que cette méthode, que nous appliquons avec
vigueur depuis 2009, est appréciée par les autorités locales. De plus,
je tiens des réunions systématiques avec les associations des villes et
communes. Je n'estime dès lors pas nécessaire de modifier le statut
syndical.
29.02
Minister
Annemie
Turtelboom: Het statuut werd in
2001 vastgelegd, met inbegrip van
de link met het openbaar ambt.
Wat de eindejaarstoelage betreft,
werd de lokale instanties gevraagd
hun advies te geven.
Wanneer onderhandelingen een
rechtstreekse impact hebben op
de financiën van de lokale
overheid, zijn er voorafgaande
contacten met de beleidsmensen.
Bovendien
organiseer
ik
systematisch vergaderingen met
de verenigingen van steden en
gemeenten.
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
57
Ik ben bijgevolg niet van oordeel
dat het nodig is het syndicaal
statuut te wijzigen.
29.03 Josy Arens (cdH): Madame la ministre, je reviendrai en
séance plénière sur cette mesure. Il y a deux ans, votre
prédécesseur, M. Patrick Dewael, nous avait accordé des
compensations. M. Guido De Padt n'en avait déjà plus obtenues. Si
c'est pour faire payer les zones de police, ne prenez plus de
décisions! Nous ne sommes plus d'accord et je continuerai à me
battre contre cette mesure. C'est inacceptable!
Les bourgmestres savent que ce sont les communes qui paient pour
des mesures décidées par le fédéral. C'est inacceptable!
29.03 Josy Arens (cdH): Het zijn
de gemeenten die betalen voor de
maatregelen waarover de federale
overheid
beslist.
Dat
is
onaanvaardbaar!
29.04 Annemie Turtelboom, ministre: Le lien avec la fonction
publique signifie que, quand le ministre de la Fonction publique prend
un arrêté royal, il est immédiatement applicable pour la police fédérale
et pour la police locale. Ce lien a été décidé en 2001, lorsqu'on a revu
le statut des policiers. Ce lien a beaucoup d'implications pour notre
budget mais il produit des résultats.
29.04
Minister
Annemie
Turtelboom: De link met het
openbaar ambt betekent dat
wanneer
de
minister
van
Ambtenarenzaken een koninklijk
besluit neemt, dat onmiddellijke
toepasselijk is voor de federale en
voor de lokale politie. Die link heeft
heel wat implicaties voor ons
budget maar hij levert wel
resultaten op.
29.05 Josy Arens (cdH): Je reste quand même sur ma position.
Vous avez dit que les instances locales avaient été consultées mais je
me demande par quel biais. L'Union des villes et communes m'écrit
qu'elle n'a jamais été consultée sur ce dossier.
29.05 Josy Arens (cdH): De
Union des villes et communes
heeft mij geschreven dat ze nooit
geraadpleegd werd in dat dossier.
29.06 Annemie Turtelboom, ministre: Ce n'est pas correct! J'ai eu
des réunions avec le VVSG, l'Union des villes et communes et
l'organe représentatif bruxellois, dont le nom m'échappe, et nous
avons abordé ces thématiques.
Je dois regarder dans mon agenda. En principe, tous les trois, quatre
ou cinq mois, je rencontre les trois organisations responsables pour
évoquer différents sujets: les pompiers, la police et tous les thèmes
qui touchent au niveau local.
29.06
Minister
Annemie
Turtelboom: Ik heb vergaderd
met de VVSG, de Union des villes
et communes en het Brussels
representatief orgaan.
Normaal gezien vergader ik om de
drie, vier of vijf maanden met de
drie verenigingen van steden en
gemeenten om de problemen in
verband met de brandweer, de
politie en alle andere lokale
aangelegenheden te bespreken.
29.07 Josy Arens (cdH): Madame la ministre, j'estime qu'elles
doivent être associées à la négociation syndicale. Ce n'est pas
possible autrement, puisqu'elles représentent l'Union des villes et
communes et que les finances communales sont en jeu.
29.07 Josy Arens (cdH): Ik vind
dat
ze
bij
de
vakbondsonderhandelingen
betrokken moeten worden.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: M. Landuyt n'est pas là, c'est étonnant! Sa question
n° 19387 est reportée.
De voorzitter: Vraag nr. 19387
van
de
heer Landuyt
wordt
uitgesteld.
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
58
30 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het Early Warning
System" (nr. 19391)
30 Question de M. Michel Doomst à la ministre de l'Intérieur sur "le Early Warning System" (n° 19391)
30.01 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de minister, vorig jaar werd
door de minister van Binnenlandse Zaken samen met Justitie een
protocolakkoord over het early warning system gesloten met het
Verbond van Belgische Ondernemingen. Het was de bedoeling zo
snel mogelijk de bevoegde diensten in kennis te stellen van bepaalde
verdachte handelingen, bommeldingen of incidenten. Ten tweede wou
men de betrokken bedrijfssectoren informeren over dreigingen die
eventueel op hun sector zouden rusten. Het nieuwe was dat de
interne uitwisseling van gegevens via een centraal contactpunt zou
kunnen gebeuren. In de andere richting kan de overheid het systeem
gebruiken om een of meer bedrijfssectoren te waarschuwen of
aanbevelingen te geven.
Hoe ver staat men met dat early warning system? Is dat al
geïmplementeerd? In welke mate wordt het gebruikt? Wordt de
werking geëvalueerd? Op basis van welke criteria zal dat
desgevallend gebeuren?
30.01 Michel Doomst (CD&V):
L'année passée, les SPFJustice et
Intérieur ont signé un protocole
d'accord avec la FEB concernant
l'early warning system. En vertu de
ce protocole d'accord, il était
notamment prévu de faire passer
les échanges internes de données
par un point de contact central. Où
en est la mise en place de ce
système? Une évaluation est-elle
prévue?
30.02 Minister Annemie Turtelboom: Sinds de dag van de
ondertekening van het protocolakkoord van 6 maart 2009 is het early
warning system in werking. Via dit systeem werden sinds die datum
acht berichten vanwege de algemene directie Crisiscentrum bezorgd
aan het bedrijfsleven en werden er drie ontvangen vanwege het
centraal invalspunt van het VBO. Het eerste bericht dat werd
overgemaakt had betrekking op de vermeende terreurdreiging tegen
de winkels in Amsterdam Zuidoost op 12 en 13 maart 2009. Het
contactpunt van de privésector werd ingelicht dat de gespecialiseerde
diensten in België geen verhoogde dreiging hadden vastgesteld tegen
gelijkaardige winkels op Belgisch grondgebied. Het tweede bericht
betrof de uitwisseling van informatie tussen de overheid en de
financiële sector naar aanleiding van de G 20 in Groot-Brittannië. Er
werden geen bijzondere dreigingen vastgesteld. Verder werd een
bericht verstuurd naar aanleiding van de klimaattop in Kopenhagen,
twee
berichten
naar
aanleiding
van
acties
door
dierenrechtenactivisten en drie in het kader van de stijging van
incidenten en dreigingen vanuit anarchistische hoek. Ook de drie
berichten ontvangen van de privésector hadden betrekking op
bedreigingen gelinkt aan anarchisme waarvan twee in antwoord op de
expliciete vraag van de overheid dat de betrokken bedrijven zich
zouden melden.
De bedoeling hiervan is de incidenten en de doelwitten in kaart te
brengen en op basis hiervan de politiediensten en de bedrijven te
oriënteren en te sensibiliseren.
De evaluatie van het early warning system geschiedt op permanenten
basis binnen het overlegplatform bedrijfsbeveiliging georganiseerd
door de diensten van mijn collega van Justitie. Zowel het VBO als
mijn diensten zijn daarin vertegenwoordigd. Door deze aanpak wordt
de kwaliteit van de informatie-uitwisseling tussen de overheid en het
bedrijfsleven op een gecoördineerde en structurele wijze bewaakt.
30.02 Annemie Turtelboom,
ministre: Le système est en place
depuis le 6 mars 2009, date de la
signature du protocole d'accord.
Depuis lors, la direction générale
Centre de crise a déjà envoyé huit
avertissements
destinés
aux
entreprises, et la FEB en a elle-
même diffusé trois. Le premier
avertissement qui a été envoyé
concernait la menace terroriste
supposée contre des magasins à
Amsterdam les 12 et 13 mars
2009. Les autres mises en garde
vis-à-vis de menaces potentielles
concernaient
notamment
le
Sommet
sur
le
climat
à
Copenhague, l'organisation du
G20 en Grande-Bretagne et des
risques liés à des groupuscules
anarchistes.
L'évaluation de l'early warning
system
se fait de manière continue
au sein de la plate-forme
permanente de concertation pour
la protection des entreprises, en
présence de représentants de
l'Intérieur, de la Justice et de la
FEB.
30.03 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de minister, uit uw
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
59
antwoord blijkt dat dit een heel goed werkend en doelmatig instrument
is. Ik hoop dat wij daarmee in de toekomst in het raam van de steeds
groter wordende mogelijkheden om snel informatie uit te wisselen een
stevige link hebben inzake de veiligheid op het terrein en dat we
vooral met de handelszaken en bedrijven van de riskante en
gevaarlijke sectoren snel contact kunnen opnemen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
31 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het aantal
overvallen met geweld" (nr. 19392)
31 Question de M. Michel Doomst à la ministre de l'Intérieur sur "le nombre de braquages violents"
(n° 19392)
31.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, volgens de voorlopige cijfers van FEDIS is het aantal
gewelddadige overvallen op grotere verkooppunten in 2009
verdubbeld ten opzichte van 2008. Het aantal geregistreerde
winkeldiefstallen zou voor het eerst oplopen tot meer dan 20 000,
hoewel de helft van de getroffen handelaars geen aangifte zou doen.
In de strijd tegen gewapende overvallen zitten alle betrokken partijen
al jaren rond de tafel voor structureel overleg. FEDIS vraagt nu een
gelijkaardig overleg voor winkeldiefstallen.
Kunt u de cijfers van FEDIS bevestigen en wat uw standpunt over het
organiseren van een dergelijk overleg?
31.01 Michel Doomst (CD&V):
En 2009, le nombre de braquages
violents dans les grandes surfaces
a doublé par rapport à 2008. Par
analogie à la concertation sur la
lutte contre les attaques à main
armée, la FEDIS demande à
présent d'organiser également une
concertation sur les vols à
l'étalage. La ministre peut-elle
confirmer cette augmentation?
Répondra-t-elle à la demande de
la FEDIS?
31.02 Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer de voorzitter, het
klopt dat het aantal overvallen op grootwarenhuizen in 2009 gestegen
is. Daarbij moet echter worden opgemerkt dat het aantal overvallen
de voorgaande jaren was afgenomen, zodat wij eigenlijk kunnen
spreken over een stabiele trend over de jongste jaren. Uiteraard moet
de stijging van 2009 ons zeer alert houden. Om die reden is er een
periodiek overleg met de vertegenwoordigers van de sector, politie,
Justitie en preventieve diensten op federaal niveau.
Daarnaast heb ik voor de eindejaarsfeesten een nota gericht aan alle
politiediensten met de vraag om verhoogde waakzaamheid. Op basis
van de gegevens van het eerste semester van 2009 stellen wij een
lichte toename vast van het aantal winkeldiefstallen, 10 427 gevallen,
in vergelijking met het eerste semester van 2008 toen er 9 888 waren.
De problematiek van de winkelcriminaliteit is mij wel degelijk bekend.
Ik onderschat die niet. Ik ben tegen elke vorm van straffeloosheid van
criminele feiten, winkeldiefstallen natuurlijk inbegrepen. Elke aangifte
van diefstal of inbraak bij de politiediensten moet ernstig genomen
worden, net zoals de straf correct moet worden uitgevoerd. De
politionele aanpak is echter niet altijd de meest aangewezen weg om
het aantal winkeldiefstallen terug te dringen. Een geïntegreerd beleid
is noodzakelijk. Een succesvol veiligheidsbeleid noodzaakt dat
iedereen zijn steentje bijdraagt, in partnerschap met elkaar. Veiligheid
is een gedeelde verantwoordelijkheid. Vooral op preventief vlak is een
belangrijke rol weggelegd voor de ondernemers, onder het motto:
voorkomen is altijd beter dan genezen.
Dit is ook de inzet van het regelmatige overleg "Veilig ondernemen"
31.02 Annemie Turtelboom,
ministre: Le nombre de braquages
dans les grandes surfaces a
effectivement augmenté en 2009
mais
étant
donné
qu'une
diminution avait été enregistrée les
années précédentes, la tendance
peut être qualifiée de stable. Une
concertation périodique a lieu avec
le secteur, la police, la Justice et
les services de prévention au
niveau fédéral. Pour la période des
fêtes de fin d'année, j'ai adressé
une note à tous les services de
police leur demandant d'être plus
vigilants.
Au cours du premier semestre
2009, 10 427 déclarations de vols
à l'étalage ont été introduites, par
rapport à 9 888 au cours du
premier semestre 2008. Chaque
déclaration doit être prise au
sérieux
mais
une
solution
répressive ne constitue pas
toujours la solution la plus
appropriée pour réduire le nombre
de vols à l'étalage. Une politique
intégrée est nécessaire à cet effet.
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
60
dat ik heb met de verschillende zelfstandigenorganisaties: Unizo,
NSZ, UCM en LVZ. In deze context ben ik er ook voorstander van een
overleg met FEDIS en de andere betrokken partners, de
zelfstandigenorganisaties, de vzw Preventie en Veiligheid, de politie
en het parket, en dit specifiek inzake winkeldiefstallen. Dit overleg
moet er in de eerste fase toe strekken een degelijke analyse te
maken van het probleem winkeldiefstal, namelijk het aantal feiten, de
regio, het type daders. Bestaande en nieuwe maatregelen kunnen op
basis hiervan verder uitgewerkt en aangescherpt worden.
Als minister van Binnenlandse Zaken blijf ik erop aandringen dat
aangifte van delicten belangrijk is. Indien de handelaar ondanks
preventieve maatregelen toch slachtoffer wordt van winkeldiefstal, kan
hij gebruikmaken van Police-on-Web om klacht in te dienen.
Het is belangrijk dat wij een volledig beeld krijgen van de fenomenen
waarmee zelfstandigen te maken hebben, om er adequaat te kunnen
op inspelen en beleidsmatig de juiste prioriteiten te kunnen leggen.
Elke aangifte is dus belangrijk.
Les commerçants jouent eux-
mêmes un rôle important, plus
particulièrement au niveau de la
prévention.
C'est
également
l'enjeu
des
concertations
régulières avec les organisations
des indépendants sur le thème de
la sécurité d'entreprise.
Je suis disposée à organiser
également une concertation sur
les vols à l'étalage. Il conviendra
d'effectuer d'abord une analyse
approfondie du problème. Ensuite,
nous pourrons orienter la politique
en fonction des résultats.
En vue de définir les priorités de la
politique à mener, il nous faut une
vue d'ensemble des problèmes
auxquels les indépendants sont
confrontés. Chaque déclaration
est dès lors importante.
31.03 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de minister, ik dank u voor
de cijfers, voor de bevestiging en voor uw bereidwilligheid om dat
overleg aan te gaan.
Ik denk dat het een branche is die in de toekomst toch nog wel
delicaat zal blijken. Men voelt dat de aandacht van geldtransporten en
dergelijke wat afgeleid is naar grootwarenhuizen. Dit is onder meer
door het feit dat ze gemakkelijk toegankelijk zijn en dat men daar snel
een vluchtweg kan vinden. Naar mijn aanvoelen is dat een van de
redenen waarom het heel delicaat blijft. Het zou goed zijn om vanuit
het overleg een aantal lokale modellen aan te reiken. U zult het ook
voor een stuk lokaal moeten oplossen om vanuit de fenomeenanalyse
een aantal goede voorstellen van remedie aan te reiken.
31.03 Michel Doomst (CD&V):
Je me réjouis que la ministre soit
ouverte à la concertation. Il
convient avant tout de résoudre ce
problème au niveau local. J'espère
que la ministre proposera des
remèdes efficaces.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
32 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de
buurtinformatienetwerken" (nr. 19393)
32 Question de M. Michel Doomst à la ministre de l'Intérieur sur "les réseaux d'information de
quartier" (n° 19393)
32.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, het aantal buurtinformatienetwerken is in vier jaar tijd bijna
verdubbeld, waardoor er een jaar geleden 407 BIN's in ons land
waren, waarvan slechts 18 in Wallonië. Om de BIN's nog meer te
ondersteunen zou u een nieuw aanspreekpunt binnen de FOD
Binnenlandse Zaken oprichten. Ook de politie zou worden uitgerust
om snel naar de BIN's te kunnen sms'en of mailen.
Ik denk dat wij deze structuur niet te zwaar mogen maken, maar ik
denk wel dat er iets in zit om de solidariteit en de waakzaamheid met
betrekking tot de veiligheid in buurten te verhogen.
32.01 Michel Doomst (CD&V):
Le
nombre
de
réseaux
d'information de quartier (RIQ) a
presque doublé en l'espace de
quatre ans. Afin de mieux soutenir
ces réseaux, le ministre avait
annoncé la création d'un nouveau
point de contact au sein du SPF
Intérieur. Il était également prévu
de fournir à la police les
équipements nécessaires afin de
pouvoir envoyer rapidement des
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
61
Mevrouw de minister, wat is de stand van zaken in het oprichten van
het aanspreekpunt? Wat is de stand van zaken met betrekking tot de
uitrusting van de politie? Hoeveel BIN's telt ons land momenteel? Hoe
is de gewestelijke indeling ervan?
SMS ou des courriels à ces RIQ.
Où en sont actuellement ces
projets, qu'il s'agisse du point de
contact ou de l'équipement des
services de police? Combien de
RIQ notre pays compte-t-il à
l'heure actuelle?
32.02 Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer de voorzitter, sinds
vorig jaar is het aanspreekpunt binnen de FOD Binnenlandse Zaken
operationeel om eenieder, zowel Nederlandstalig als Franstalig, die
interesse heeft om een BIN op te starten met advies bij te staan. Via
de websites bsafe.be of via buurtinformatienetwerken.be komt u bij
het aanspreekpunt binnen mijn diensten terecht. Hier kan bijkomend
sensibiliseringsmateriaal zoals de BIN-stickers worden besteld.
Ook werd een begeleidingscomité opgestart met vertegenwoordigers
van politiediensten, verantwoordelijken uit buurtinformatienetwerken
en zelfstandigenorganisaties. Dit begeleidingscomité moet de nodige
voeding en richting geven aan het aanspreekpunt.
Nog voor de zomer zal ik een geactualiseerde rondzendbrief
verspreiden naar alle burgemeesters om de werking van deze
buurtinformatienetwerken verder toe te lichten en aan te prijzen.
De communicatiestructuren binnen de CIC's werden in de loop van
2009 aangepast. Een aansluiting op de tools die worden gebruikt en
aangeboden om een BIN te activeren via sms en e-mail is nu
mogelijk.
BIN-berichten kunnen snel en efficiënt vanuit de CIC's worden
verstuurd, wat voornamelijk interessant is voor politiezones die niet
over een eigen dispatching beschikken. Bij Binnenlandse Zaken
registreerden wij tot nu toe 435 BIN's waarvan 415 in Vlaanderen en
20 in Wallonië.
32.02 Annemie Turtelboom,
ministre: Dans mes services, il est
possible, depuis l'année passée,
de joindre le point de contact par
le biais des sites web bsafe.be ou
buurtinformatienetwerken.be. Un
comité d'accompagnement a par
ailleurs été mis en place avec des
représentants des services de
police, des RIQ et d'organisations
d'indépendants. J'enverrai, avant
l'été prochain, une circulaire
actualisée à tous les bourgmestres
afin de mieux expliquer le
fonctionnement de ces RIQ et de
les recommander. En ce moment,
il est possible d'activer un RIQ par
SMS
ou par
courriel.
Les
messages RIQ peuvent être
envoyés efficacement au départ
des CIC. Au SPF Intérieur, nous
avons enregistré jusqu'à présent
435 RIQ, dont 415 en Flandre et
20 en Wallonie.
32.03 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, ik dank u voor de exacte cijfers. Wij kijken uit naar de
nieuwe rondzendbrief. Ik ben ervan overtuigd dat wij dit allemaal niet
te moeilijk mogen maken. Ik heb soms de indruk dat de
administratieve omkadering soms te zwaar is en wij dat iets lichter
moeten maken. Ik voel dat de politie nog wat terughoudend is als men
hiermee aankomt.
Ik denk dat dit een heel goed instrument is, waarmee wij de integrale
veiligheid en betrokkenheid van de burger in de toekomst kunnen
verhogen. Ik zie daar wel wat in.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
33 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de diversiteit in
het politiekorps" (nr. 19397)
33 Question de M. Michel Doomst à la ministre de l'Intérieur sur "la diversité au sein du corps de
police" (n° 19397)
33.01 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de minister, ondanks grote
aanwervingcampagnes, kostprijs maar liefst 600 000 euro, blijkt de
33.01 Michel Doomst (CD&V):
Jusqu'il y a deux ans, malgré
10/02/2010
CRIV 52
COM 792
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
62
Antwerpse politie er tot twee jaar geleden niet in geslaagd te zijn om
meer diversiteit in het korps te bewerkstelligen. Maar 2 % van de
Antwerpse agenten was midden 2008 van allochtone afkomst.
Mevrouw de minister, wat is nu de stand van zaken inzake de grotere
diversificatie van het korps?
Welke maatregelen werden er tot nu toe genomen?
In welke mate ervaren andere korpsen dezelfde problemen?
Hebt u maatregelen genomen om de lokale korpsen te ondersteunen
in die politiek?
Hoe is de toestand bij de federale politie?
d'importantes
campagnes
de
recrutement, la police anversoise
n'a pas été en mesure d'introduire
une plus grande diversité au sein
de son corps de police: à la mi-
2008, seulement 2 % des agents
de police étaient des allochtones.
Qu'en est-il à l'heure actuelle?
Quelles mesures ont déjà été
prises? D'autres corps de police
sont-ils confrontés au même
problème? Quelle est la situation
au niveau fédéral?
33.02 Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer Doomst, op een
totaal van 2 519 medewerkers bij de lokale politie van Antwerpen zijn
er momenteel 65 medewerkers van allochtone afkomst in dienst, dat
is 2,58 %. Die zijn als volgt verdeeld. Bij de classificatie wordt
dezelfde nomenclatuur gebruikt als voor de stad Antwerpen.
Categorie B: 3; categorie C: 33; categorie D: 29.
Gelet op de zeer beperkte tijd, was het voor mij niet mogelijk om de
andere korpsen te bevragen.
Het actieplan Integriteit loopt sinds 2003 en is een plan voor de
geïntegreerde politie. Het wordt jaarlijks tijdens het eerste semester
aan een evaluatie onderworpen door de dienst Gelijkheid en
Diversiteit van de federale politie. Dat actieplan bevat interne en
externe oriëntaties. De acties zijn zeer gevarieerd en omvatten de
communicatie, de rekrutering, de integratie, het welzijn van het
personeel en het loopbaanbeheer.
Heel wat acties worden ontwikkeld in partnerschap, zowel intern als
extern, met het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor
Racismebestrijding, met het Instituut voor Gelijkheid tussen Man en
Vrouw, met de Vereniging voor Politievrouwen en met
gespecialiseerde organisaties zoals de Brailleliga, de Info voor Doven,
de integratiecentra, de vormingcentra enzovoort.
Het actieplan is een dynamisch gegeven. Dat wil zeggen dat het
evolueert.
Het actieplan en het ondersteuningsbeleid werden aan een audit
onderworpen door de FOD Tewerkstelling in 2006-2007 met het oog
op het verkrijgen van het federaal label gelijkheid en diversiteit. Op
22 maart 2007 heeft de federale politie dat label verkregen.
Ten slotte is het belangrijk te onderstrepen dat het beleid van
diversiteit en gelijke kansen opgenomen is in het nationaal
veiligheidsplan 2008-2011, meer bepaald in het strategisch project
"inzet van de medewerkers". Zones die dat wensen, kunnen extra
activiteiten ontwikkelen, naast het globaal actieplan, dat de federale
politie met veel sérieux aanstuurt.
33.02 Annemie Turtelboom,
ministre: Actuellement, 65 des
2 519 personnes employées au
sein de la police locale anversoise
sont d'origine allochtone, soit
2,58 %. Je ne dispose pas encore
de chiffres pour les autres corps
de police. Le plan d'action relatif à
l'intégrité est mis en oeuvre depuis
2003 et est évalué chaque année
par le service Égalité et Diversité
de la police fédérale. Les actions
portent sur la communication, le
recrutement, l'intégration, le bien-
être du personnel et la gestion des
carrières. De nombreuses actions
sont développées en collaboration
avec des partenaires internes ou
externes. Le plan d'action est
dynamique et évolue donc. Le plan
d'action ainsi que la politique de
soutien ont été soumis à un audit
effectué par le SPF Emploi en
2006-2007.
La
politique
de
diversité et d'égalité des chances
a également été incorporée dans
le Plan national de sécurité 2008-
2011.
33.03 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de minister, ik dank u voor
uw laatste, ook weer serieuze, antwoord. Ik meen dat het een
33.03 Michel Doomst (CD&V): Il
s'agit d'un défi pour l'avenir. La
CRIV 52
COM 792
10/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
63
uitdaging voor de toekomst is. Ik kijk ook naar Brussel, waarover wij
het morgen nog even zullen hebben. De herkenbaarheid van de
politie, ook in haar interculturele samenstelling, wordt in de toekomst
heel belangrijk. De politie moet aanspreekbaar en herkenbaar zijn.
visibilité et la proximité de la police
­ y compris dans sa composition
interculturelle ­ seront à l'avenir
très importantes.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.27 uur.
La réunion publique de commission est levée à 17.27 heures.