...

Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0146 - Zittingsperiode : 53


Auteur Olivier Maingain, MR
Departement Minister van Justitie
Sub-departement Justitie
Titel Onwerkzame voorlopige hechtenis. - Mogelijke alternatieve maatregelen.
Datum indiening07/10/2010
Taal F

 
Vraag

Volgens de publicatie Justitie in cijfers 2009 van de FOD Justitie bedroeg, in 2009, het aantal gedetineerden in voorlopige hechtenis ongeveer 65% van het aantal gevangenen die veroordeeld zijn. Op grond van dit cijfer noemde u België in april 2009 trouwens de Europese kampioen van de voorlopige hechtenis. Uit dezelfde publicatie blijkt dat er in 2008 in totaal 8.582 mensen in voorlopige hechtenis in vrijheid werden gesteld, dit is 52,4 procent van alle invrijheidstellingen (16.377). Helaas kan uit deze publicatie niet worden afgeleid om welke redenen voorlopig gedetineerden in vrijheid worden gesteld: opheffing van het aanhoudingsbevel of van het bevel tot medebrenging; voorlopige invrijheidstelling van een verdachte (eventueel voorwaardelijk); vrijlating in hoger beroep of na verzet; verval van het aanhoudingsbevel; vrijlating na vrijspraak; invrijheidstelling omdat de ondergane hechtenis minstens gelijk is aan de uitgesproken hoofdgevangenisstraf (artikel 33 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis); vrijlating van de verdachte met het oog op zijn uitlevering. Bovendien kan op grond van artikel 28, § 1, van de wet van 13 maart 1973 betreffende de vergoeding voor onwerkzame voorlopige hechtenis "elke persoon die in voorlopige hechtenis werd genomen gedurende meer dan acht dagen, zonder dat deze hechtenis of de handhaving ervan te wijten is aan zijn persoonlijke gedraging" aanspraak maken op een vergoeding. Het zou interessant zijn om het aantal klachten die aanleiding gaven tot een vergoeding te kunnen vergelijken met het aantal invrijheidstellingen van personen in voorlopige hechtenis die werden vrijgesproken. In de commissie voor de Justitie verklaarde u op 12 mei 2009 dat u liet onderzoeken of het elektronische toezicht en andere moderne technieken zoals gps-enkelbanden een valabel alternatief zouden kunnen vormen voor de voorlopige hechtenis (vraag nr. 12942 van de haar Xavier Baeselen, Integraal Verslag, Kamer, 2008-2009, commissie voor de Justitie, 12 mei 2009, CRIV 52 COM 555, blz. 21). 1. Hoeveel gedetineerden in voorlopige hechtenis werden er in 2009 na een vrijspraak in vrijheid gesteld? 2. Hoeveel klachten werden er in 2009 in totaal ingediend wegens onwerkzame voorlopige hechtenis, en in hoeveel gevallen gaf de klacht aanleiding tot de toekenning van een vergoeding in dat jaar? 3. Wat zijn de mogelijke conclusies met betrekking tot het gebruik van moderne toezichttechnieken als alternatief voor de voorlopige hechtenis?


 
Status 1 réponse normale - normaal antwoord
Publicatie antwoord     B016
Publicatiedatum 04/02/2011, 20102011
Antwoord

1. Mijn diensten beschikken niet over de gevraagde cijfergegevens. 2. In 2009 werden 102 verzoekschriften voor de vergoeding voor onwerkzame voorlopige hechtenis ingediend bij de minister van Justitie. In het kader van 70 dossiers heeft de minister van Justitie of de Commissie voor de vergoeding voor onwerkzame voorlopige hechtenis een schadeloosstelling toegekend. In 25 dossiers werd de schadevergoeding geweigerd. De Commissie voor de vergoeding voor onwerkzame voorlopige hechtenis moet nog een beslissing nemen binnen het raam van 7 dossiers. 3. Wat deelvraag 3 betreft, verwijs ik naar het uitgebreid onderzoeksrapport van het NICC (Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie), onder leiding van de heer Eric Maes, met als titel "Toepassingsmogelijkheden van het elektronisch toezicht in het kader van de voorlopige hechtenis". Als lid van het begeleidingscomité, waarin het kabinet van de heer minister werd vertegenwoordigd door mevrouw H. Penne, maakte het parket-generaal te Antwerpen volgende samenvatting van de eindconclusies in dit onderzoek: "In het uitvoerig rapport wordt op zeer volledige en genuanceerde wijze een overzicht gegeven van de voor- en nadelen van een eventuele invoering van het elektronisch toezicht in het kader van de voorlopige hechtenis en van de talrijke problemen die hierbij te verwachten zijn. Het antwoord op de vraag naar de haalbaarheid/wenselijkheid van de invoering van het elektronisch toezicht in het kader van de voorlopige hechtenis varieert al naar gelang de specifieke doelstelling die men met de invoering zou willen nastreven. In zoverre de invoering van deze techniek zou moeten bijdragen tot een vermindering van de gevangenispopulatie of een besparing op de kosten van detentie - wat bij de opdracht toch wel een belangrijke beweegreden van de Minister was - lijkt het antwoord eerder negatief te zijn. Op basis van hun bevindingen verwachten de onderzoekers slechts een bescheiden daling van de beklaagdenpopulatie in de gevangenis. De kostprijs van het elektronisch toezicht ligt lager dan de kostprijs van detentie, maar de invoering van een performant systeem zou een bijkomende zware budgettaire inspanning vragen die de budgettaire winst waarschijnlijk ook zou compenseren. Anders is het natuurlijk wanneer men de invoering van het elektronisch toezicht ook beschouwt vanuit andere doelstellingen, zoals een betere beperking van detentieschade op sociaal vlak of een betere vrijwaring van het vermoeden van onschuld. In die optiek moeten er beleidsmatige keuzes worden gemaakt. Alleszins zal de invoering van het elektronisch toezicht in deze fase zeker een zeer zware budgettaire inspanning vragen en de zoektocht noodzaken naar zeer performante systemen. Het zou alleszins wel het beste zijn om bij een eventuele invoering eerst met een pilootproject te starten."

 
Eurovoc-descriptorenSCHADEVERGOEDING | GEDETINEERDE | VERVANGENDE STRAF | VOORLOPIGE HECHTENIS