...

Bulletin nr : B047 - Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0278 - Zittingsperiode : 54


Auteur Benoit Hellings, Ecolo-Groen
Departement Staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken
Sub-departement Asiel, Migratie en Administratieve Vereenvoudiging
Titel Toepassing van artikel 15 van de Europese richtlijn 2011/95/EU inzake de voorwaarden voor het verlenen van de vluchtelingen- of subsidiaire beschermingsstatus.
Datum indiening08/09/2015
Taal F
Publicatie vraag     B047
Publicatiedatum 19/10/2015, 20152016
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum09/10/2015

 
Vraag

Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) heeft zich moeten uitspreken over de reikwijdte van de subsidiaire bescherming naar aanleiding van de zaak-Diakité (Zaak C-285/12). Het Hof wees in dat verband op 30 januari 2014 een arrest met daarin een aantal interessante preciseringen met betrekking tot de interpretatie van artikel 15 van richtlijn 2004/83/EG (nu 2011/95/EU) inzake minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins internationale bescherming behoeft, en de inhoud van de verleende bescherming.  In artikel 15 van die richtlijn worden de ernstige bedreigingen (die aanleiding kunnen geven tot het verlenen van de subsidiaire beschermingsstatus) als volgt omschreven: "[...] c) ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict". Nu wil het geval dat de voornoemde persoon (die de Guineese nationaliteit heeft) naar aanleiding van de weigering van zijn twee asielaanvragen, die respectievelijk in 2008 en 2010 werden ingediend, hoger beroep indiende bij de (Belgische) Raad van State. De Raad vroeg vervolgens aan het Europese Hof van Justitie of de definitie van het begrip binnenlands gewapend conflict uit het internationale humanitaire recht moet worden overgenomen dan wel of de interpretatie daarvan losstaat, en hoe in het laatste geval het begrip dan moet worden geïnterpreteerd. Tal van landen, waaronder ook België, nemen immers de definitie van de noties binnenlands gewapend conflict en burger over van artikel 1 van het Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 inzake de bescherming van de slachtoffers van niet-internationale gewapende conflicten van 8 juni 1977. Beide juridische teksten hebben evenwel niet rechtstreeks betrekking op asielaangelegenheden. Het HvJ-EU bevestigt in het voornoemde arrest dat de bescherming van de vluchteling los van het internationale humanitaire recht moet worden bekeken en gaat er dus van uit dat het begrip gewapend conflict zoals bedoeld in de kwalificatierichtlijn een betekenis moet hebben die losstaat van van het internationale humanitaire recht. 1. Welke definitie van het begrip gewapend conflict hanteert het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) sinds het arrest-Diakité (dat dateert van januari 2014) bij zijn beoordeling van de situatie in het land van herkomst van een asielzoeker en zijn beslissingen inzake het verlenen van asiel? 2. Welke definitie hanteert het CGVS voor het begrip burger, zoals dat in artikel 15, c) van de kwalificatierichtlijn 2011/95/EU is opgenomen? 3. Worden er door de Europese Raad besprekingen gevoerd met het oog op een nieuwe en specifieke betekenis voor de begrippen gewapend conflict en burger? a) Zo ja, wat is in dat verband het standpunt van België? b) Zo niet, waarom niet?


 
Status 1 réponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B055
Publicatiedatum 21/12/2015, 20152016
Antwoord

1. Arrest CJUE C/285/12, Diakité tegen Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen van 30 januari 2014 verduidelijkt het begrip "binnenlands gewapend conflict" en benadrukt dat dit onafhankelijk moet worden begrepen van de definitie van het internationaal humanitair recht en worden gedefinieerd volgens de omgangstaal, rekening houdend met de context en de doelstellingen van de "Kwalificatierichtlijn" 2004/83/EG. Het CGVS is van oordeel dat uit dit arrest en uit de rest van het EU-recht voortvloeit dat het "binnenlands gewapend conflict" van artikel 15, c) van de voormelde richtlijn moet worden begrepen als een oorlogstoestand die echte oorlogvoerende partijen in conflict brengt, wat unilateraal geweld uitsluit. Het organisatieniveau van de oorlogvoerende partijen heeft echter geen belang. Het CGVS is ook van oordeel dat het gewapende conflict een zekere duur moet hebben. Uit wat voorafgaat, vloeit voort dat een context van oproer, ernstige verstoringen van de openbare orde of veralgemeende schendingen van de basisrechten normaal geen binnenlands gewapend conflict kan zijn dat aanleiding kan geven tot de toekenning van subsidiaire bescherming. 2. Het CGVS definieert het begrip "burger" bedoeld in hetzelfde artikel 15, c) in tegenstelling met het begrip "strijder". Als de status van strijder niet kan worden bewezen voor de persoon die om internationale bescherming verzoekt, wordt deze verondersteld een "burger" te zijn voor zijn procedure. 3. Neen, er zijn op dit ogenblik geen besprekingen bij de Europese Raad om een nieuwe of specifieke betekenis aan de begrippen "gewapend conflict" of "burger" te geven. Deze concepten vinden hun oorsprong in de kwalificatierechtlijnen 2011/95/EU. Deze richtlijn wordt momenteel geëvalueerd door de Commissie. Er wordt verwacht dat deze evaluatie medio 2016 zal voltooid zijn.

 
Eurovoc-hoofddescriptorMIGRATIEBELEID
Eurovoc-descriptorenHOF VAN JUSTITIE EG | INTERNATIONAAL HUMANITAIR RECHT | OORLOG | MIGRATIEBELEID | VLUCHTELING | EG-RICHTLIJN | ASIELRECHT