...

Bulletin nr : B047 - Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0431 - Zittingsperiode : 54


Auteur Barbara Pas, VB
Departement Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
Sub-departement Sociale Zaken en Volksgezondheid
Titel De toename van allergieën.
Datum indiening16/09/2015
Taal N
Publicatie vraag     B047
Publicatiedatum 19/10/2015, 20152016
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum16/10/2015

 
Vraag

Terwijl 20 jaar geleden nog maar één op de tien burgers last had van allergieën, zou dat momenteel één op vier zijn. Een enorme stijging dus. De grote oorzaak zou zijn dat ons leefmilieu op die 20 jaar enorm veranderd zou zijn. Allerlei allergene stoffen bevinden zich in de lucht, die er vroeger niet waren. Ook de veranderende eetgewoonten zouden een deel van de oorzaak zijn, aldus een onderzoek. 1. Zijn er inderdaad cijfers die wijzen op een toename van het aantal allergieën op een termijn van 20 jaar? 2. Is die toename voor alle leeftijden dezelfde? Of zijn er met andere woorden leeftijden waar een grotere toename werd gemeten? Zijn het de jongeren waar de grootste toename wordt gemeten? 3. Is die toename merkbaar voor alle allergieën? Of zijn bepaalde allergieën meer gestegen op die termijn van 20 jaar dan anderen? Zijn hiervoor oorzaken aan te duiden? 4. Kan ook het toegenomen gebruik van geneesmiddelen niet een oorzaak zijn van de toegenomen allergieën? 5. Welke actie zal u ondernemen om een antwoord te bieden op de stijging van de allergieën?


 
Status 1 réponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B061
Publicatiedatum 08/02/2016, 20152016
Antwoord

Deze vraag behoort niet tot mijn bevoegdheden, maar tot die van de Gemeenschappen.


 
Status 2 réponse complémentaire - aanvullend antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B068
Publicatiedatum 04/04/2016, 20152016
Antwoord

1. In België is de enige bron met representatieve cijfers over het aantal patiënten met allergie de nationale gezondheidsenquête. Het gaat hier weliswaar om zelfgerapporteerde gegevens. Aan de respondenten van de gezondheidsenquête wordt gevraagd of zij het afgelopen jaar last hadden van allergie, zoals neusloop, oogontsteking, huiduitslag, voedselallergie of andere (maar geen allergisch astma). De resultaten van de verschillende enquêtes geven aan dat het percentage personen van 15 jaar en ouder met allergie tussen 1997 en 2013 significant toenam van 12,7 % naar 14,2 %. Tijdens dezelfde periode is de prevalentie van astma (waaronder ook allergisch astma) in dezelfde leeftijdsgroep echter gedaald van 4,7 % naar 4,3 %. Voor kinderen en jongeren beneden de 15 jaar zijn er in de gezondheidsenquête 2013 geen gegevens over de prevalentie van deze ziekten. 2. Uit de gegevens van de gezondheidsenquête blijkt dat de prevalentie van allergie vooral is toegenomen bij de 45 tot 74 jarigen. In deze groep zien we tussen 1997 en 2013 een toename met meer dan een derde: van 9,4 % in 1997, over 10,6 % in 2001, 11,4 % in 2004, 11,3 % in 2008 tot 12,7 % in 2013. Bij 15 tot 44 jarigen en bij 75-plussers is die stijgende trend minder duidelijk. Het is dus zeker niet zo dat de toename vooral bij jongeren gezien wordt. Ook in andere landen, onder meer in een studie in Zweden, werd een toename vastgesteld van allergieën bij volwassenen. 3. De Belgische cijfers geven hier niet onmiddellijk uitsluitsel. Onderzoek uit andere landen, vooral de Verenigde Staten, geeft hier wel zicht op. Tot op het einde van de 20ste eeuw werd vooral een zeer sterke toename vastgesteld van respiratoire allergieën (vooral dan allergisch astma) bij kinderen. Redenen die hiermee in verband gebracht werden, hadden te maken met vaccinatie, geneesmiddelengebruik, en vooral een veranderende leefomgeving voor de kinderen, die zich minder buitenshuis en meer binnenshuis situeerde. Vanaf 2000 is deze toename echter sterk verminderd. Dit wordt onder meer bevestigd door gegevens van de National Health and Nutrition Survey (NHANES), waaruit blijkt dat het aantal kinderen en jongeren van 0 tot 17 jaar met respiratoire allergie in de Verenigde Staten tussen 1997-1999 en 2009-2011 stabiel bleef. Het aantal personen met een voedselallergie is echter toegenomen sinds het einde van de jaren negentig.  Zo was in dezelfde NHANES studie de prevalentie van voedselallergie bij de 0-17 jarigen tussen 1997-1999 en 2009-2011 toegenomen van 3,4 % tot 5,1 %. De toename van het aantal voedselallergieën in de afgelopen jaren wordt ook bevestigd in een recent overzichtsartikel over de allergie-epidemie in het Journal of Allergy and Clinical Immunology. Wellicht is de gestegen prevalentie van allergie in de Belgische gezondheidsenquête dus vooral een gevolg van een toename van het aantal personen met een voedselallergie. Het leeftijdspatroon wijst in die richting. Voedselallergieën kunnen zich ook pas op latere volwassen leeftijd manifesteren, terwijl respiratoire allergieën eerder afnemen met de leeftijd. Over de redenen van de toename van voedselallergieën zijn er een aantal theorieën, maar geen wetenschappelijke evidentie. Eén hypothese is dat eetgewoonten veranderd zijn, wat geleid heeft tot een verandering van de darmflora. Een andere theorie gaat er van uit dat de daling van het aantal infecties in het algemeen er voor gezorgd heeft dat ons immuunsysteem "minder werk heeft" en zo overreageert op allergenen. Ook de manier waarop het voedsel bereid wordt (bijvoorbeeld het roosteren in plaats van koken) zou een invloed kunnen hebben. Verder onderzoek is echter nodig om deze hypotheses te bevestigen. 4. Het klopt inderdaad dat het gebruik van geneesmiddelen in de afgelopen twee decennia, ook in België, is toegenomen. Uit de Belgische gezondheidsenquête blijkt bijvoorbeeld dat het percentage personen dat aangeeft in de afgelopen twee weken een geneesmiddel te hebben ingenomen tussen 1997 en 2013 gestegen is van 40,8 % naar 51,4 %. Alle geneesmiddelen kunnen bijwerkingen veroorzaken. In slechts 5 tot 10 % van de bijwerkingen gaat het echter om allergische reacties. Een andere manier waarop medicatiegebruik een rol zou kunnen spelen bij het optreden van allergie, meer bepaald voedselallergie, is een verstoring van de darmflora door het gebruik van breedspectrumantibiotica. Verder onderzoek is echter nodig om dit te bevestigen. 5. De wetenschappelijke literatuur geeft aan dat allergieën zich tot nu toe vooral ontwikkelden als gevolg van een verandering in de leefstijl. Inspanningen om de volksgezondheid te verbeteren via een betere hygiëne en aanpak van infectieziekten hebben er toe geleid dat een groot deel van de bevolking een overgevoeligheid ontwikkelde voor vreemde eiwitten, die op zich geen toxische werking hebben. Het is belangrijk dat de overheid zicht heeft op de grootteorde van het probleem. De monitoring van het aantal personen met allergie, onder meer via de nationale gezondheidsenquête, zal daarom zeker verder gezet worden.   Verder wetenschappelijke studies zullen moeten bevestigen of lopende acties van de Belgische Commissie voor de Coördinatie van het Antibioticabeleid (BAPCOC), die een rationeel antibioticagebruik nastreeft, ook een rol spelen bij het inperken van voedselallergieën. De wetenschappelijke evidentie over de specifieke determinanten die het toenemend aantal gevallen van allergieën in de bevolking kunnen verklaren zal verder opgevolgd worden en als basis dienen voor verdere actie.

 
Eurovoc-hoofddescriptorGEZONDHEIDSBELEID
Eurovoc-descriptorenGEZONDHEIDSBELEID | ALLERGIE