...

Bulletin nr : B047 - Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0549 - Zittingsperiode : 54


Auteur Roel Deseyn, CD&V
Departement Minister van Justitie
Sub-departement Justitie
Titel Spionage door Russische diplomaten.
Datum indiening16/09/2015
Taal N
Publicatie vraag     B047
Publicatiedatum 19/10/2015, 20152016
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum16/10/2015

 
Vraag

Mo* publiceerde onlangs een artikel waarin wordt aangegeven dat Russische diplomaten geaccrediteerd bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) en de Europese Unie, en wonende in Brussel, leden zouden zijn van Russische inlichtingendiensten. Zo is er sinds de crisis in OekraÔne meer activiteit waar te nemen van de Russische militaire inlichtingendienst GRU. Westerse contraspionage kwam verschillende contacten op het spoor tussen deze Russische spionnen en Europese topambtenaren bij gevoelige departementen, zoals het Europese Defensie Agentschap (EDA), de Europese dienst voor Extern Optreden (EEAS), de militaire pijler, maar ook bij het Europees Parlement. Verschillende van deze ambtenaren werden na verdenking teruggeroepen naar hun thuisland en verschillende Lidstaten, met name Duitsland en Polen, zouden ook Russische spionnen hebben uitgewezen. 1. a) Heeft u weet van Russische diplomaten die in feite spionageactiviteiten uitvoeren? b) Kunt u apart voor de EU, de NAVO en BelgiŽ meedelen hoeveel Russische spionnen gekend zijn? c) Hoeveel Russische spionnen dienden terug te keren naar hun thuisland nadat de EU, de NAVO of BelgiŽ stappen tegen hen hadden ondernomen? Gelieve hiervan een aparte opdeling te maken voor de EU, de NAVO en BelgiŽ. 2. a) Heeft de Belgische diplomatie haar bezorgdheden over bepaalde personen geuit tegen de Russische ambassadeur? b) Hoeveel personen betreft het? c) Wat was het antwoord van de Russische ambassadeur? 3. a) Heeft u weet van contactpersonen bij de EU, de NAVO of BelgiŽ die informatie bezorgden aan Russische spionnen? b) Kunt u apart voor de EU, de NAVO en BelgiŽ meedelen hoeveel contactpersonen van de Russische spionnen gekend zijn? c) Kunt u meedelen tot welke departementen van de EU, de NAVO of de Belgische of deelstatelijke overheden de contactpersonen van deze spionnen behoren? d) Hoeveel contactpersonen dienden terug te keren naar hun thuisland nadat de EU, de NAVO of BelgiŽ stappen tegen hen hadden ondernomen? Gelieve hiervan een aparte opdeling te maken voor de EU, de NAVO en BelgiŽ. 4. a) Werden Belgen bij de EU, de NAVO of de Belgische of deelstatelijke overheden geÔdentificeerd als contactpersoon voor Russische spionnen? b) Zo ja, hoeveel? c) Waar zijn/waren deze tewerkgesteld (aantal per specifiek departement)? d) Welke gevolgen werden hieraan door ons land gegeven? 5. Kunt u toelichting geven over de informatie die werd verworven door Russische spionnen?


 
Status 1 rťponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B063
Publicatiedatum 23/02/2016, 20152016
Antwoord

1. a) In het kader van de strijd tegen spionageactiviteiten in BelgiŽ blijft het opsporen van buitenlandse inlichtingenofficieren ťťn van de voornaamste taken van de Veiligheid van de Staat (VSSE). Buitenlandse inlichtingendiensten maken nog steeds veelvuldig gebruik van diplomatieke dekmantels, ondanks de gekende zichtbaarheid en de voorspelbaarheid ervan. De diplomatieke dekmantel biedt een legitimiteit die op zichzelf talrijke contactnames wettigt. Zij biedt eveneens een immuniteit die praktisch elke gerechtelijke vervolging verhindert en dus de mogelijkheden voor het gastland om tegenmaatregelen te treffen danig beperkt. b) Omwille van veiligheidsaspecten is het niet mogelijk dit soort informatie onder niet geclassificeerde vorm mee te delen. c) en 2. Deze vragen maken deel uit van het bevoegdheidsdomein van de minister van Buitenlandse Zaken. 3. a) De VSSE heeft effectief weet van de overdracht van informatie. Niet alle gevallen van informatieverstrekking kunnen evenwel worden vereenzelvigd met spionage daar er ook een legitieme informatie-uitwisseling met inlichtingenagenten bestaat en plaatsvindt, zeker wanneer de betrokken officieren ook diplomatieke opdrachten vervullen en wanneer ze hun land officieel in overlegorganen vertegenwoordigen. Elk geval wordt individueel geŽvalueerd door (of in samenspraak met) de bevoegde overheden. b), c) en d) en 4. a), b) en c) Omwille van veiligheidsaspecten is het niet mogelijk dit soort informatie onder niet geclassificeerde vorm mee te delen. 4. d) Bij de identificatie van een spionageactiviteit die strafrechtelijk is verboden (zoals bijvoorbeeld de niet gemachtigde overdracht van geclassificeerde documenten) brengt de VSSE het bevoegde parket op de hoogte. In het geval dat geen enkele strafbare inbreuk werd vastgesteld maar de VSSE de activiteiten of de relaties van een persoon toch als een reŽel of mogelijk risico inschat, helpt de inlichtingendienst de bevoegde instelling of de directe werkgever bij de evaluatie van de aangerichte schade en/of de omvang van de risico's. Het is vervolgens aan die instellingen om te beslissen welk gepast gevolg er aan deze vaststellingen zal worden gegeven. In functie van de ernst van de feiten en de professionele situatie van het betrokken individu, kunnen de getroffen maatregelen gaan van een waarschuwing, over disciplinaire sancties, tot de effectieve verwijdering van betrokkene (door overplaatsing of ontslag) of nog, in desbetreffende geval, het intrekken van zijn veiligheidsmachtiging. 5. Omwille van veiligheidsaspecten is het niet mogelijk dit soort informatie onder niet geclassificeerde vorm mee te delen.

 
Eurovoc-hoofddescriptorBUITENLANDS BELEID
Eurovoc-descriptorenNAVO | BUITENLANDS BELEID | PERSONEEL IN DIPLOMATIEKE DIENST | EUROPESE UNIE | SPIONAGE | RUSLAND