...

Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0071 - Zittingsperiode : 54


Auteur Veerle Wouters, N-VA
Departement Eerste minister
Sub-departement Eerste minister
Titel De dotaties van Prins Laurent en Prinses Astrid. - Overschot.
Datum indiening15/09/2015
Taal N
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum16/10/2015

 
Vraag

De wet van 27 november 2013 met betrekking tot de dotaties en de vergoedingen die worden toegekend aan leden van de Koninklijke familie, alsook de transparantie van de financiering van de monarchie, kent een dotatie toe aan Prins Laurent en aan Prinses Astrid. Artikel 22 bepaalt dat Prinses Astrid een jaarlijkse dotatie krijgt van 320.000 euro en artikel 23 dat Prins Laurent een jaarlijkse dotatie krijgt van 307.000 euro. Artikel 3 stelt dat deze dotatie bestaat uit een "bezoldigingsbestanddeel" en een "deel werking en personeel". Artikel 14 voegt hieraan toe dat de besteding van het "deel werking en personeel" gecontroleerd wordt door de eerste voorzitter en de voorzitter van het Rekenhof. Wat is het lot van een eventueel overschot? Maakt dit deel uit van het privévermogen van de dotatiegerechtigde? Wordt dit teruggestort aan de Staat? Wordt dit overgeboekt naar het volgende jaar?


 
Status 1 réponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B047
Publicatiedatum 19/10/2015, 20152016
Antwoord

Met toepassing van artikel 3, 1°, van de wet van 27 november 2013 met betrekking tot de dotaties en de vergoedingen die worden toegekend aan leden van de Koninklijke Familie alsook de transparantie van de financiering van de monarchie, stemt het "bezoldigingsbestanddeel" overeen met een bezoldiging die wordt vastgesteld op basis van de bezoldiging van een topfunctie in de magistratuur of in het openbaar ambt, in casu het ambt van Staatsraad. Zoals elk beroepsinkomen, is dit deel van de dotatie persoonlijk en definitief verworven voor de Prins en de Prinses zonder dat zij verantwoording moeten afleggen over het gebruik ervan of een eventueel overschot moeten terugstorten aan de Schatkist. Wat betreft het deel " werking en personeel " van de dotatie, moeten de Prins en de Prinses alle uitgaven die hierop worden aangerekend, registreren en elk jaar de voornaamste rubrieken van de rekeningen betreffende de bedoelde uitgaven bekendmaken (artikel 13 van voornoemde wet). In ieder geval onderzoeken de eerste voorzitter en de voorzitter van het Rekenhof de wettigheid en de regelmatigheid van de uitgaven die aangerekend worden op het deel " werking en personeel " (artikel 14 van bovenvermelde wet). De tekst van de wet voorziet niet in de toewijzing van een eventueel jaarlijks overschot.

 
Eurovoc-descriptorenGRONDWETTELIJK RECHT | FINANCIERING
Vrije trefwoordenKONINKLIJKE FAMILIE