...

Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0048 - Zittingsperiode : 54


Auteur Hans Bonte, SP.A
Departement Staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken
Sub-departement Asiel, Migratie en Administratieve Vereenvoudiging
Titel De werking van de Dienst Vreemdelingenzaken (MV 438).
Datum indiening08/01/2015
Taal N
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum13/02/2015

 
Vraag

Op 20 oktober 2014 ben ik als burgemeester overgegaan tot de sluiting van de Sikh-tempel te Vilvoorde. Daarmee werd een beslissing herhaald van 2008. Deze sluitingsbeslissingen werden genomen naar aanleiding van een reeks incidenten die wijzen op georganiseerde mensenhandel met mensen van Indische nationaliteit. De recente beslissing volgt minder dan een jaar na de correctionele veroordeling van twaalf mensen (waaronder elf Indiërs en één Bulgaar) die verantwoordelijk werden gesteld voor de organisatie van mensenhandel met gebruik van de Vilvoordse Sikh-tempel. Uit recente vaststellingen blijkt dat het netwerk zich blijkbaar heeft hersteld. Keer na keer moeten we vaststellen dat mensen die zonder papieren worden opgepakt de dag zelf opnieuw in vrijheid werden gesteld. Ook een minderjarige die onlangs nog werd opgepakt, leeft vandaag opnieuw op straat in de illegaliteit. Op deze manier dweilen onze politiediensten met de kraan open en draait het lokaal bestuur op voor een falend beleid. 1. Wat is de procedure voor slachtoffers van mensenhandel als ze door de politie voor de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) worden voorgeleid? 2. a) Wat is de procedure voor minderjarige slachtoffers van mensenhandel als ze voor DVZ worden voorgeleid? b) Op welke bescherming kunnen deze minderjarigen rekenen? 3. a) Op welke manier worden mensen zonder papieren, die bij herhaling het bevel hebben gekregen om het land te verlaten, behandeld als ze opgepakt worden? b) Op welke manier zullen lokale besturen worden bijgestaan die worden geconfronteerd met dergelijke problemen? 4. Op welke manier overweegt de regering ernaar te streven om mensenhandel tegen te gaan door middel van misbruik van religies en religieuze infrastructuur?


 
Status 1 réponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B011
Publicatiedatum 09/02/2015, 20142015
Antwoord

1. In deze context dient er vooreerst gepreciseerd te worden dat mensenhandel verschilt van mensensmokkel. Dit onderscheid is van belang, aangezien de bestraffingen verschillend zijn en de maatregelen ten aanzien van de slachtoffers evenzeer verschillen. Mensenhandel (MH) heeft betrekking op uitbuiting, terwijl mensensmokkel refereert naar hulp bij onregelmatige grensoverschrijding met het oog op het verkrijgen van een vermogensvoordeel. Wanneer er door de politie- en inspectiediensten slachtoffers van mensenhandel worden gedetecteerd, dienen zij als eerstelijnsdiensten een belangrijke rol te spelen in de correcte toepassing van het beschermingssysteem voor deze slachtoffers, zoals voorzien in de Omzendbrief van 26 september 2008 inzake de invoering van een multidisciplinaire samenwerking met betrekking tot de slachtoffers van mensenhandel en/of van bepaalde zwaardere vormen van mensensmokkel. Zij moeten de slachtoffers op de hoogte brengen over het bestaan van het beschermingsstatuut. Dit gebeurt onder meer via de overhandiging van een meertalige informatiebrochure. Hierbij moet ieder potentieel slachtoffer door deze diensten ook worden doorverwezen naar één van de drie erkende gespecialiseerde onthaalcentra voor slachtoffers van mensenhandel die opvang verlenen, de slachtoffers begeleiden, in psychologische en medische hulp voorzien, en de verblijfsdocumenten aanvragen bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) die de administratieve dossiers beheert en de voornoemde documenten afgeeft. Deze eerstelijnsdiensten moeten daarbij gelijktijdig ook nog de volgende taken uitvoeren: - de referentiemagistraat van het bevoegd parket informeren; - één van de gespecialiseerde onthaalcentra contacteren; - de DVZ op de hoogte brengen. 2. Op 28 januari 2013 werd het "samenwerkingsprotocol betreffende de registratie van personen die verklaren niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV) te zijn en die geen asielzoeker zijn en op het Belgisch grondgebied zijn gesignaleerd", ondertekend. Dit protocol werd recentelijk door de Raad van State vernietigd, maar de principes ervan worden nog wel toegepast. De NBMV kunnen worden opgeroepen of door de politie naar de DVZ gebracht, zodat een signalementfiche kan worden opgesteld en ze over de verschillende beschermingsmechanismen voor jongeren kunnen worden geďnformeerd. Tijdens dit verblijf bij de DVZ neemt gespecialiseerd personeel een interview af. Dit interview heeft tot doel de relevante inlichtingen over deze jongere (identiteit, familie, traject, adres, enzovoort) te verzamelen, zodat de signalementfiche die voor de dienst voogdij bestemd is, kan worden opgesteld. Deze dienst is bevoegd voor de tenlasteneming van de jongere, zijn identificatie als NBMV en de aanduiding van een voogd. Tijdens het interview van de jongere heeft de DVZ ook een andere prioriteit: hem alle nuttige inlichtingen verstrekken over alle administratieve maatregelen die ten opzichte van hem zullen worden genomen en hem informeren over de mogelijkheden tot tenlasteneming in de hoedanigheid van slachtoffer van MH, indien er MH-elementen aanwezig zijn. De jongere kan steeds opgevangen worden in een centrum voor minderjarigen (observatie- en oriëntatiecentrum Fedasil). De verzamelde inlichtingen worden meegestuurd met de jongere en de personeelsleden van deze centra worden op de hoogte gebracht van het verhaal en het profiel van de jongere, zodat ze hun tenlasteneming en de noodzakelijke opvolging kunnen optimaliseren. Een NBMV die het slachtoffer is van MH wordt in een gespecialiseerd begeleidingscentrum opgevangen en volgt een procedure die voorzien wordt in de artikelen 61/2 tot 61/5 van de wet van 15 december 1980. In dit kader worden gunstigere maatregelen voorzien voor de minderjarigen. In de multidisciplinaire omzendbrief van 26 september 2006 is een hoofdstuk gewijd aan dit onderwerp. Alle beschermingsmaatregelen voor NBMV's en/of slachtoffers van MH worden echter op vrijwillige basis genomen. Een NBMV mag niet gedwongen worden om een bepaalde beschermingsmaatregel te aanvaarden. 3. De plaatsen in de gesloten centra zijn beperkt. Er wordt gestreefd naar een optimale bezetting in functie van de effectieve terugkeer. Er werden in 2013, 6.285 personen vastgehouden in de gesloten centra. Prioritair worden volgende personen vastgehouden: - personen geweigerd aan de grens; - openbare orde; - tansitmigratie; - Dublin. Het is echter mogelijk dat door een gebrek aan medewerking van betrokkene de overheid er niet in slaagt om deze persoon te identificeren en te doen terugkeren. De voorkeur wordt gegeven aan personen die snel kunnen worden teruggekeerd en waarvan de identiteit/ nationaliteit vaststaat. Het komt voor dat personen meerdere keren worden geďntercepteerd vooraleer ze worden vastgehouden bij gebrek aan plaats. DVZ zal in samenwerking met de lokale besturen en politiediensten een 'pre-identificatie' opstarten. Eenmaal het bewijs van identiteit of nationaliteit is bekomen zal deze persoon prioritair worden vastgehouden met het oog op terugkeer. De dienst sefor van DVZ staat in voor ondersteuning aan de lokale besturen bij de opvolging van mensen zonder wettig verblijf op hun grondgebied. 4. Deze vraag betreft het beleid en de aanpak van mensenhandel, een fenomeen dat behoort tot de bevoegdheid van de minister van Justitie in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Interdepartementale Coördinatie Cel Mensenhandel/Mensensmokkel. Hierover kan kort samengevat reeds het volgende gezegd worden: - implementatie van Europese en Internationale wetgeving en reglementering; - Europese, Internationale en Bilaterale of Multilaterale samenwerking; - een zwaardere bestraffing die onlangs werd ingevoerd; - een integrale aanpak van het fenomeen (preventie-opsporing en vervolging-bijstand aan en bescherming van slachtoffers; - een geďntegreerde aanpak van het fenomeen (coördinatie van het beleid inzake mensenhandel via de Interdepartementale Coördinatie Cel; - afstemming van de initiatieven en activiteiten onder de belangrijkste actoren in de bestrijding van mensenhandel; - opstellen van periodieke actieplannen. Voor meer gedetailleerde informatie wordt verwezen naar de minister van Justitie.

 
Eurovoc-hoofddescriptorMIGRATIEBELEID
Eurovoc-descriptorenINDIA | ILLEGALE MIGRATIE | MIGRATIEBELEID | STRIJD TEGEN DE MISDADIGHEID | MENSENHANDEL