...

Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0106 - Zittingsperiode : 54


Auteur Dirk Van der Maelen, SP.A
Departement Minister van FinanciŽn
Sub-departement FinanciŽn
Titel Fiscale concurrentie in de Europese Unie (MV 959).
Datum indiening09/01/2015
Taal N
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum13/02/2015

 
Vraag

1. a) Bent u het eens met mij dat op grond van artikel 24 van de wet van 24 december 2002 alle voorafgaande beslissingen op anonieme wijze moeten gepubliceerd worden? b) Waarom is dat met minstens 60 rulings niet gebeurd? c) Overweegt u de rulingdienst opdracht te geven om alle rulings openbaar te maken conform artikel 24 van de wet van 24 december 2002? 2. a) Bent u het eens dat de Europese gedragscode inzake transfer pricing vereist dat, ingeval de winst neerwaarts wordt aangepast, de andere EU-Iidstaat of -staten moeten ingelicht worden? b) Kan u meedelen in hoeveel gevallen en ten aanzien van welke EU-lidstaten BelgiŽ deze regel geschonden heeft? c) Overweegt u de rulingdienst opdracht te geven om alle bestaande en alle nieuwe rulings door te sturen naar alle EU-lidstaten? 3. Kan u bevestigen dat de excess profit en PPL rulings die in de afgelopen jaren werden toegekend conform de Europese regelgeving waren wetende dat de zogenaamde " Code of Conduct Group" van de EU aan BelgiŽ zijn bezwaren heeft kenbaar gemaakt? 4. Zowel de OESO als de EU bepleiten aanpassingen aan de nationale wetgevingen om de staten beter gewapend de strijd tegen de massale ontwijking en ontduiking door internationale bedrijven te kunnen aangaan. a) Bent u van oordeel dat op het vlak van mankracht en op het vlak van regelgeving BelgiŽ nood heeft aan versterking? b) Zo ja welke maatregelen op wetgevend vlak plant u? 5. a) Graag vernam ik de houding van ons land ten aanzien van het CCTB voorstel dat de Commissie aankondigt? b) Gaat ons land dit commissievoorstel voluit steunen? c) Gaat ons land de aangekondigde richtlijn steunen die alle EU-lidstaten verplicht rulings automatisch uit te wisselen?


 
Status 1 rťponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B011
Publicatiedatum 09/02/2015, 20142015
Antwoord

1. Artikel 24 van de Wet van 24 december 2002 stelt het volgende: "De voorafgaande beslissingen worden op anonieme wijze gepubliceerd, onder naleving van de bepalingen inzake het beroepsgeheim". In de praktijk wordt nu meer dan 95 % van de rulings (anoniem) gepubliceerd. Zoals ik reeds eerder verklaarde kan, in het geval van de voorafgaande beslissingen waarvan hier sprake, het beroepsgeheim evenwel niet gegarandeerd worden aangezien de ondernemingen, vooraleer een dergelijke beslissing te kunnen krijgen, als het ware heel hun organisatie moeten op tafel leggen en die per onderneming zo specifiek is dat zelfs bij een anonieme publicatie de onderneming zelf zou herkend worden. Ook bij een anonieme publicatie zou het beroepsgeheim in deze dus geschonden worden. De betrokken dienst onderzoekt in elke mate in dergelijke gevallen meer informatie via het jaarverslag kan worden meegedeeld. 2. Vooreerst dient onderstreept te worden dat het mogelijk is dat winsttoerekening in de Belgische rulings leidt tot een verschuiving van belastbare winsten van of naar BelgiŽ, maar hierbij worden de OESO-richtlijnen correct toegepast. Zo is het mogelijk dat de Belgische onderneming in wiens hoofde een hogere winst wordt toegerekend een vergoeding dient te betalen aan de buitenlandse onderneming die hierdoor een lagere winst behaalt. Zodoende worden de Belgische ondernemingen op een arm's length wijze vergoed, rekening houdende met hun uitgeoefende functies, gelopen risico's en ingezette activa, zoals voorzien in deze richtlijnen. 3. Inzake de excess profit rulings heeft de Europese Commissie een onderzoek opgestart. BelgiŽ geeft zijn volledige medewerking aan dit onderzoek en verstrekt binnen de afgesproken termijnen steeds de inlichtingen die door de Europese Commissie gevraagd worden. Ik verwijs ook naar mijn antwoorden in dit verband tijdens de plenaire zitting van 5 februari 2015. Wat de PPL-rulings betreft kan ik verwijzen naar de aanpassing van de moeder-dochterrichtlijn dienaangaande zodat de problematiek van de dubbele niet-belasting verholpen is. 4. BelgiŽ is reeds zeer actief in de strijd tegen belastingontduiking en belastingontwijking. Met de algemene anti-misbruikbepaling uit artikel 344, ß 1, WIB 1992 en de verscheidene specifieke anti-misbruikbepalingen beschikt mijn administratie over heel wat middelen om haar hierbij te helpen. Op het vlak van de vennootschapsbelasting neemt het aantal gecontroleerde aangiftes toe. Dit komt door de toename van het aantal gerichte controles en door een toegenomen automatisering van het proces. De elektronische aangifte laat minder fouten toe die dan weer rechtgezet moeten worden en maakt het gemakkelijker om anomalieŽn te detecteren. Dit vergemakkelijkt het gebruik van datamining. Zo heeft de cel Verrekenprijzen, een gespecialiseerde eenheid binnen de belastingadministratie, ervaring opgebouwd die haar toelaat om zich nog doeltreffender te concentreren op verschillende alarmbellen, zoals plotselinge dalingen van de winstgevendheid, van personeelsaantallen of van bepaalde onderdelen van de financiŽle resultaten, enzovoort. 5. De regering staat achter het principe van de CCTB (CCCTB: common consolidated corporate tax base) maar wacht het finale voorstel van de Europese Commissie, alsook de positie van de andere lidstaten af. Ik ben niet tegen meer fiscale harmonisatie binnen de Europese Unie, maar dan wel met respect voor de evenwichten. Gelet op de strenge begrotingsnormen, die tevens door de Europese Commissie worden opgelegd, zal BelgiŽ ook vragende partij zijn om op een nauwkeurige wijze de budgettaire gevolgen van de eventuele invoering van de CCTB te laten narekenen. Fiscale transparantie is voor mij een absolute prioriteit. We nemen daartoe ook de nodige initiatieven, op Europees niveau. Er moet meer transparantie komen, zodat voor iedereen klaar en duidelijk is welk fiscaal beleid elke Europese lidstaat voert. BelgiŽ heeft zich dan ook achter de oproep van Frankrijk, Duitsland en ItaliŽ geschaard voor een richtlijn die de voorwaarden bepaalt voor lidstaten om voorafgaande beslissingen af te leveren en die voorziet in de automatische en verplichte uitwisseling van voorafgaande beslissingen tussen de belastingadministraties van de lidstaten. Op de Ecofinraad van 9 december 2014 heeft deze Raad dit verzoek positief onthaald. Wanneer de richtlijn er is, zal BelgiŽ zijn regelgeving aanpassen indien deze niet in overeenstemming zou zijn met die richtlijn. In afwachting daarvan gaat BelgiŽ voort met het delen van de voorafgaande beslissingen met de andere lidstaten wanneer die daarom verzoeken.

 
Eurovoc-hoofddescriptorFISCALITEIT
Eurovoc-descriptorenFISCALITEIT | BELASTINGBELEID | BELASTINGOVEREENKOMST | EUROPESE UNIE