...

Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0047 - Zittingsperiode : 54


Auteur Robert Van de Velde, N-VA
Departement Vice-eersteminister en minister van Ontwikkelingssamenwerking, Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post
Sub-departement Ontwikkelingssamenwerking, Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post
Titel Benadeling van België door strikte opvolging BIO-wetgeving (MV 320).
Datum indiening21/01/2015
Taal N
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum20/02/2015

 
Vraag

De nieuwe BIO-wetgeving van 5 december 2013 benadeelt onze bedrijven tegen Japan en Nederland. Japan en Nederland springen veel "losser" om met de procurement regels voor aanbestedingen om deel te nemen aan investeringen, projecten, enzovoort in ontwikkelingslanden. Beide landen hebben een instelling gelijkaardig aan de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (BIO) maar met minder strikte regels. Onder meer wordt door BIO aan Belgische bedrijven opgelegd om volledige ontbinding van hun financiering na te streven wat niet gevraagd wordt door het Nederlandse Fonds Opkomende Markten (FMO) en het Japan International Cooperation Agency (JICA). Voorts beschikken FMO en JICA over een groter aantal consultants die graag de specificaties schrijven geënt op de industrie van Japan en Nederland. Belgische bedrijven zijn daardoor minder geneigd om investeringen te doen in ontwikkelingslanden. 1. Bent u bereid om te onderzoeken of deze verschillende benadering effectief commerciële nadelen heeft? 2. Op welke manier verloopt momenteel het overleg tussen de overheid/ngo's en de private investeerders met betrekking tot ontwikkelingsinvesteringen?


 
Status 1 réponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B011
Publicatiedatum 09/02/2015, 20142015
Antwoord

Ik dank de heer Van de Velde voor zijn belangstelling voor de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (BIO). Onlangs was ik aanwezig op een seminarie van BIO over het investerings- en ondernemersklimaat in de Democratische Republiek Congo om de krachtlijnen voor de ondersteuning van de lokale private sector uiteen te zetten. De ontwikkeling van de private sector is sinds enkele jaren sterk naar voor gekomen op de internationale ontwikkelingsagenda. Ons land moet zich in die agenda inschrijven. Ik pleit er daarom voor om in te zetten op de versterking van micro, kleine en middelgrote ondernemingen in de ontwikkelingslanden. Dat is ook de strategische doelstelling beschreven in de strategienota "De Belgische ontwikkelingssamenwerking en de lokale privé sector: ondersteuning van een duurzame, menselijke ontwikkeling". Het overleg met de private sector wordt ook beschreven in dezelfde strategienota. De eerste vergadering van het platform is gepland voor de nabije toekomst. Op basis van individuele dossiers vindt er al een regelmatige dialoog plaats met de partnerorganisaties uit de private sector. De nieuwe wet op de Belgische OS (Ontwikkelingssamenwerking) van 19 maart 2013 stelt in artikel 14 dat de Belgische hulp ongebonden moet zijn. Ik zal dat respecteren. Internationale studies tonen aan dat gebonden hulp leidt tot contracten die gemiddeld 30 % duurder zijn. Op die manier wordt ontwikkelingshulp een subsidie voor de eigen bedrijven en dat is niet de bedoeling. Wel wil ik in de toekomst, bij de keuze van interventies, meer rekening houden met de toegevoegde waarde die Belgische bedrijven kunnen leveren. Het is geen schande dat contracten worden toegewezen aan Belgische bedrijven, integendeel. Op voorwaarde dat wordt gewerkt met openbare en transparante aanbestedingen en op voorwaarde dat de interventies worden gekozen in functie van de noden van het partnerland. Ik wil niet terug naar de witte olifanten van de jaren 1990.

 
Eurovoc-hoofddescriptorECONOMISCH BELEID
Eurovoc-descriptorenINVESTERING | JAPAN | NEDERLAND | INVESTERINGSBELEID | ECONOMISCH BELEID | ONTWIKKELINGSHULP