...

Bulletin nr : B011 - Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0055 - Zittingsperiode : 54


Auteur Olivier Chastel, MR
Departement Vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel
Sub-departement Werk, Economie en Consumenten
Titel Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten.- Externe directies.- Deeltijdwerkers in de horeca.- Feestdagen.-
Datum indiening29/12/2014
Taal F
Publicatie vraag     B011
Publicatiedatum 09/02/2015, 20142015
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum06/02/2015

 
Vraag

Al te vaak geven de externe directies van de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten, die hun bevoegdheid uitoefenen over een welomschreven territoriaal ambtsgebied, verschillende antwoorden op een zelfde vraag, wat voor werkgevers met filialen in verschillende regio's van het land een grote rechtsonzekerheid inhoudt. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de toepassing van de wetgeving met betrekking tot de feestdagen op deeltijdwerkers in de horecasector. Die wetgeving wordt niet overal op dezelfde manier toegepast, omdat de inspecteurs van Toezicht op de Sociale Wetten de wetsbepalingen niet allemaal op dezelfde manier interpreteren. Ter illustratie geef ik het volgende voorbeeld van een concrete situatie waarmee een hoteldirectie geconfronteerd werd. De vraag gaat meer specifiek over het recht op een inhaaldag ter vergoeding van een niet genoten officiële feestdag die met een zondag of een gewone inactiviteitsdag samenvalt (artikel 6 van de wet van 4 januari 1974).  Gelet op de aard van de bedrijfsactiviteit heeft de onderneming in kwestie geen gewone inactiviteitsdag (hotelbedrijf 7 dagen per week). De deeltijdwerker heeft een vaste werkregeling met de volgende cyclus: week 1: maandag - dinsdag - woensdag - vrijdag (vier dagen per week); week 2: maandag - dinsdag - woensdag - donderdag - zaterdag - zondag (zes dagen per week). De werknemer staat voor vijf dagen per week aangegeven in de DmfA (aangezien zijn cyclische weekregeling vijf dagen per week omvat). Op de drie onderstaande vragen kreeg men van verschillende inspecteurs telkens een  ander antwoord, en geen van hen wenste schriftelijke richtlijnen te geven. 1. Heeft de werknemer in het kader van week 1 recht op een inhaaldag ter vergoeding van een feestdag die valt op: a) een zondag; b) een zaterdag of een donderdag? 2. Heeft de werknemer in het kader van week 2 recht op een inhaaldag ter vergoeding van een feestdag die op een vrijdag valt? 3. Kan deze kwestie voorgelegd wordt aan de Directie Toezicht op de Sociale Wetten, opdat de inspecteurs hun richtlijnen zwart-op-wit zouden geven, en men het niet meer zou moeten stellen met wisselende antwoorden die de werkgevers in een lastig parket brengen?


 
Status 1 réponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B016
Publicatiedatum 16/03/2015, 20142015
Antwoord

Het recht op feestdagen volgt uit de toepassing van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen en haar koninklijk besluit tot uitvoering van 18 april 1974. De werknemers die een volledig jaar voltijds worden tewerkgesteld hebben recht op 10 feestdagen, verdeeld over het jaar, wat neerkomt op 10 verlofdagen, die door de werkgever worden betaald (artikel 4 van de wet). Het artikel 1 van het koninklijk besluit bepaalt de datums van deze feestdagen. Om te garanderen dat de werknemers effectief deze 10 verlofdagen krijgen, heeft de wetgever voorzien, dat de feestdagen die samenvallen met een gewone inactiviteitsdag of een zondag moeten vervangen worden door een normale activiteitsdag (artikel 6 van de wet). Als de feestdag samenvalt met een zondag, ongeacht of dit al dan niet een gewone inactiviteitsdag is, moet hij automatisch vervangen worden. Het vastleggen van de vervangingsdagen (binnen de periode van 1 januari tot 31 december van het lopende jaar waarin de feestdag moet worden vervangen) is het resultaat van een cascadeprocedure, die voorrang geeft aan een akkoord dat opeenvolgend genomen wordt op collectieve wijze binnen een paritair orgaan of een ondernemingsraad, of vervolgens in akkoord tussen de werkgever en de vakbondsafvaardiging of een afvaardiging van werknemers, of individueel met elke werknemer. Indien er geen akkoord is, wordt de vervangingsdag automatisch vastgelegd op de eerst gewone werkdag die, in de onderneming, volgt op de feestdag (artikel 7 van de wet). De maatregelen tot bekendmaking die verbonden zijn met het vastleggen van een vervangingsdag van een feestdag, met betrekking tot de vermeldingen die verplicht moeten worden opgenomen in het arbeidsreglement of geafficheerd en tot de meldingen die naar het Toezicht op de Sociale Wetten moeten worden gestuurd, worden verduidelijkt in het artikel 13 van de wet. De vervangingsdag krijgt steeds de kwaliteit van feestdag in plaats van de dag die werd vervangen. In een onderneming die werknemers continu tewerkstelt gedurende 7 dagen per week, zal de gewone activiteitsdag die de vervangingsdag wordt niet noodzakelijk dezelfde voor alle werknemers van de onderneming, die onderworpen zijn aan verschillende of cyclische uurroosters. Het is dus elk werkrooster dat collectief wordt toegepast op ploegen of groepen van werknemers, dat zal toelaten om voor elk geheel van werknemers te bepalen welke dagen de gewone werkdagen zijn. Deze kunnen eveneens variëren van de ene week naar de andere, maar elke werkweek moet verplicht één gewone inactiviteitsdag bevatten omwille van de verplichting tot het toekennen van zondagsrust. Er moet dus rekening gehouden worden met het normale arbeidsregime in de onderneming. Als de werknemers op regelmatige wijze elke zondag mogen werken, hebben zij ook de toelating om tijdens de feestdagen of de vervangingsdagen te werken (artikel 10 van de wet). In dit geval hebben zij recht op inhaalrust, die hun moet worden toegekend binnen de zes weken die volgen op de prestatie op de feestdag of de vervangingsdag voor de feestdag (artikel 10 van de wet). Voor de werknemers die deeltijds worden tewerkgesteld zijn de regels enigszins anders: - Als het werkrooster variabel is, garandeert de wetgever geen recht op verlof voor de feestdag, als deze niet valt op een gewone activiteitsdag of vervangingsdag, maar hij garandeert het recht op een forfaitair loon, dat is berekend voor elk van de tien feestdagen of vervangingsdagen (artikel 4, § 2, van het koninklijk besluit). - Als het werkrooster vast is en het wekelijks aantal arbeidsdagen dat is opgenomen in het werkrooster van de deeltijdse werknemer, lager is dan het aantal wekelijkse dagen dat is opgenomen in het werkrooster van een voltijds tewerkgestelde werkgever, dan kan de werknemer die een onvolledig werkrooster heeft niet genieten van feestdagen of vervangingsdagen die samenvallen met een inactiviteitsdag, volgens zijn vast werkrooster (1). In het beschreven voorbeeld kan de deeltijdse werknemer met vast uurrooster niet genieten van een feestdag die samenvalt met de donderdag en de zaterdag van de eerste week of met de vrijdag van de tweede week. Als de feestdag samenvalt met een zondag, wordt hij vervangen, en de werknemer kan slechts genieten van een vervangingsdag als deze samenvalt met een activiteitsdag in zijn werkrooster. (1) Cass., 22 septembre 1980, Pas., 1981, I, p.79 ; R.W., 1980-1981, 1.259, concl. Av. gén. H. Lenaerts .

 
Eurovoc-hoofddescriptorARBEID
Eurovoc-descriptorenSOCIAAL RECHT | HORECABEDRIJF | CONTROLEORGAAN | FEESTDAG | RUSTTIJD | ARBEID | DEELTIJDARBEID