...

Bulletin nr : B009 - Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0099 - Zittingsperiode : 54


Auteur Katja Gabriëls, Open Vld
Departement Vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Grote Steden en de Regie der gebouwen
Sub-departement Veiligheid en Binnenlandse Zaken
Titel Politie. - Wooncontroles.
Datum indiening12/12/2014
Taal N
Publicatie vraag     B009
Publicatiedatum 26/01/2015, 20142015
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum20/01/2015

 
Vraag

De politie voert jaarlijks een half miljoen woonstcontroles uit wanneer mensen verhuisd zijn of in België komen wonen. Uit een recent rapport van het Comité P dat De Tijd kon inkijken, blijkt dat er voor die controles nergens een doordachte en planmatige aanpak bestaat en dat ze overal anders verlopen (Lars Bove, "Chaos heerst bij 500.000 "woonst-controles"", De Tijd, 27 november 2014, blz. 7). Er blijkt ook onduidelijkheid over het aantal keren dat de politie langs moet gaan en over de identificatieprocedures. Bij de wijkagenten heersen uiteenlopende visies op wat ze moeten doen en in sommige politiezones worden de ingezamelde gegevens niet gestockeerd. Er is geen sprake van een gelijkwaardige dienstverlening, aangezien de lokale verscheidenheid ervoor zorgt dat overal te lande op diverse wijzen wordt gewerkt. De gemeenteraad is bevoegd voor de controles maar ze worden vrijwel overal uitgevoerd door de lokale politie. Echter, twee gemeenten in heel België, namelijk Scherpenheuvel-Zichem en Gerpinnes, vertrouwen het onderzoek naar adreswijzigingen niet toe aan de lokale politie. Voorts zou uit het rapport blijken dat de controles, ondanks het feit dat ze verplicht zijn, toch vaak gewoon niet gebeuren. In amper één politiezone uit het onderzoek werd er altijd een controle ter plaatse gedaan. Ook de termijn van acht werkdagen waarbinnen er beslist moet zijn blijkt in de praktijk gemiddeld een maand te bedragen. Om een en ander te stroomlijnen kan permanent overleg met de lokale overheid om de dienstverlening aan de burger te kunnen verbeteren (knelpunten detecteren en oplossen, evaluatie en bijsturing, gestandaardiseerde werkprocessen en richtlijnen (zeker in meergemeentezones), verkorten uitvoeringstermijn en digitalisering communicatie met de politie) soelaas brengen. Politiechefs zouden de woonstcontroles op een planmatige wijze moeten organiseren om een gelijkwaardige dienstverlening aan de burger te organiseren. 1. a) Aan wie hebben die twee gemeenten die taak toevertrouwd? b) Overweegt u aan te bevelen dat voorbeeld te volgen (cfr. kerntakendebat politie)? c) Zo ja, waarom? d) Zo neen, waarom niet? 2. a) Welke gemeenten vragen geen controle en op basis van welke gronden? b) Hoe kan in die gemeenten en steden domiciliefraude worden vastgesteld? c) Welke instructies zal u uit vaardigen om domiciliefraude op te sporen? 3. a) Overweegt u aan te bevelen om de uitvoeringstermijn aan te passen, zodat de burger geen valse verwachtingen heeft? b) Aan welke termijn denkt u dan (tussen acht dagen en een maand)? 4. a) Hoe overweegt u de lokale overheden en de politie te informeren over de noodzaak aan permanent overleg? b) Hoe zal de opvolging ervan worden gecontroleerd? 5. Welke specifieke acties heeft u in gedachten om te komen tot een gelijkwaardige dienstverlening voor alle burgers?


 
Status 1 réponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B011
Publicatiedatum 09/02/2015, 20142015
Antwoord

1. a) Na het inwinnen van inlichtingen bij de betrokken gemeenten blijkt dat de woonstcontroles in beide gemeenten, Scherpenheuvel-Zichem en Gerpinnes, worden verricht door de lokale politie, zoals dit ook gebeurt in alle andere gemeenten van het land. b) tot d) In kader van het kerntakendebat van de politie onderzoekt een taskforce welke "kerntaken" de politie dient uit te voeren en welke mogelijke alternatieven (samenwerking, uitbesteden) wenselijk en haalbaar zijn. Zoals voor andere politietaken, zal ook deze opdracht "woonstcontroles door de politie" onder de loep genomen worden. Momenteel wordt de regeling betreffende de woonstcontroles door de lokale politie bepaald door omzendbrief van 1 december 2006 en is deze opdracht een wettelijk administratieve en verplichte opdracht van de lokale politie. Het is zo dat deze administratieve taak de kans biedt aan de politiediensten en specifiek aan de wijkagent, om een bevoorrecht contact te hebben met de "nieuwe" burgers in zijn wijk. Hierbij kan informatie worden uitgewisseld die dienstig kan zijn én voor de burger (exemplaar van het politiereglement, wijze van inschrijving voertuig, enzovoort) én voor de politie. Het feit dat men deze taak "woonstcontroles" aan de politie toevertrouwt (geüniformeerd en beëdigd), bewijst eveneens het belang dat men eraan hecht. Al deze gegevens zullen mee in het licht genomen worden van het kerntakendebat, alsook de aanpak van domiciliefraude. 2. a) Ik heb geen kennis van gemeenten die geen woonstcontrole laten uitvoeren in het geval van een aangifte van adreswijziging. Indien uit de analyse van het rapport van het Comité P blijkt dat bepaalde gemeenten geen woonstcontroles verrichten, zullen deze gemeenten door de bevolkingsinspecteurs van mijn departement worden gewezen op de noodzaak om telkens een woonstonderzoek uit te voeren. b) en c) Het behoort niet tot mijn bevoegdheid om uit te leggen hoe domiciliefraude wordt vastgesteld, noch om instructies terzake uit te vaardigen. Dit is een competentie van Justitie en in het bijzonder van het College van de procureurs-generaal (zie verder). Gezien het belang van een "geďntegreerde" aanpak en verwijzend naar het regeerakkoord waarin voorzien is dat we domiciliefraude willen tegengaan via een goede samenwerking tussen de politie, het Rijksregister en de sociale inspectiediensten, zal ik erop toezien of extra (preventieve en/of, organisatorische) maatregelen wenselijk/ noodzakelijk zijn. Ik vestig er de aandacht op dat, in het kader van de strijd tegen domiciliefraude, de omzendbrief van 30 augustus 2013 reeds heel wat aandachtspunten voor de gemeenten bevat aangaande de wijze waarop het woonstonderzoek dient te worden uitgevoerd. Voor wat domiciliefraude zelf betreft, wordt in punt 4 van deze omzendbrief verwezen de omzendbrief van 3 juli 2013 van het College van procureurs-generaal betreffende de bestrijding van de sociale fraude die voortvloeit uit fictieve domiciliëringen. 3. a) en b) Het is niet mijn bedoeling om de voorgeschreven uitvoeringstermijn voor het woonstonderzoek aan te passen. Artikel 7, § 5, van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister schrijft voor dat het woonstonderzoek wordt uitgevoerd binnen de 8 werkdagen na de aangifte van adreswijziging. Een termijn van die orde is erop gericht om de woonstcontrole zo kort mogelijk te laten volgen op de aangifte van adreswijziging. Indien in de praktijk de termijn voor het uitvoeren van de woonstcontrole wordt overschreden, veroorzaakt dit voor de burger geen nadelen omdat deze - in het geval van een positieve woonstvaststelling - toch wordt ingeschreven op zijn nieuw adres op de datum van de aangifte van adreswijziging. 4. a) Ik verwijs hiervoor naar de omzendbrief van 30 augustus 2013 die reeds de noodzaak benadrukt van een goede samenwerking tussen de gemeentelijke bevolkingsdienst en de lokale politie op het vlak van de woonstvaststellingen, waarbij dagelijkse contacten tussen de politie en de gemeente aangewezen zijn. Dit permanent overleg kan ook gebeuren via de bestaande overlegorganen tussen de lokale overheden en de politie. In vele gemeenten gebeurt dit in overleg met politie en OCMW waardoor er bij de eindbeslissing kan rekening gehouden worden met de vereisten van elke, in het dossier betrokken, "discipline". b) Op lokaal niveau is het de bevoegdheid van de burgemeesters en de korpschefs van de lokale politie om een globale en gecoördineerde aanpak van de preventie en van de bestrijding van fictieve domicilies in hun gemeenten te bevorderen. Dit fenomeen is immers schadelijk voor de lokale gemeenschap, zowel in economische termen, als op het vlak van de veroorzaakte verloedering van woningen en van de omgeving. Ik zal de inspectiedienst van het Rijksregister, via zijn afvaardigingen, vragen om de overlegplatformen te bevorderen en een opvolging ervan regelmatig te verzekeren. 5. Ik voorzie momenteel geen specifieke acties. De noodzaak van een woonstonderzoek en het belang dat gehecht moet worden aan bepaalde punten staan beschreven in de Algemene Onderrichtingen van 1 juli 2010 betreffende het houden van de bevolkingsregisters (deel I, nr. 81) en zijn nogmaals in herinnering gebracht in de omzendbrief van 30 augustus 2013. Deze onderrichtingen gelden voor alle gemeenten. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeenten om bij verordening de nadere regels te bepalen voor de woonstcontroles (artikel 10 van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister). Zij moeten, binnen dit algemeen kader, preciezer bepalen hoe de woonstcontroles dienen te gebeuren. Ter ondersteuning van de gemeenten en de politiediensten vindt u hierna een aantal realisaties. Zo heeft mijn administratie reeds in 2010 een model van verslag uitgewerkt dat de politie kan gebruiken bij woonstonderzoeken. Dit model van verslag van woonstvaststelling is opgenomen in de Algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkingsregisters. Het is tevens ter beschikking gesteld van de gemeenten met de bedoeling een grotere eenvormigheid te creëren in de wijze waarop de woonstonderzoeken worden verricht. Na overleg met de federale opleidingsschool van de politie, verzekeren de bevolkingsinspecteurs van mijn administratie (die over een grondige kennis beschikken op het vlak van de bevolkingsreglementering en het verrichten van woonstonderzoeken) sinds 2010 een permanente opleiding "woonstcontrole voor de wijkpolitie" in de provinciale politiescholen. De bevolkingsinspecteurs verlenen eveneens hun medewerking wanneer opleidingen met betrekking tot de woonstcontrole worden georganiseerd in de verschillende politiezones. In deze opleidingen (die elk jaar opnieuw worden georganiseerd ten behoeve van wijkinspecteurs in opleiding en wijkinspecteurs in functie), wordt op praktische wijze toegelicht hoe de wijkagent dient te handelen bij het uitvoeren van woonstcontroles.

 
Eurovoc-hoofddescriptorOPENBARE VEILIGHEID
Eurovoc-descriptorenGEMEENTE | POLITIE | POLITIECONTROLE | DOMICILIE | OPENBARE VEILIGHEID