...

Bulletin nr : B008 - Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0098 - Zittingsperiode : 54


Auteur Jef Van den Bergh, CD&V
Departement Minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische spoorwegen
Sub-departement Mobiliteit, Belgocontrol en NMBS
Titel Schonere brandstoffen. - Licenties CNG-installaties.
Datum indiening10/12/2014
Taal N
Publicatie vraag     B008
Publicatiedatum 19/01/2015, 20142015
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum13/01/2015

 
Vraag

In het kader van een beter leefmilieu is het van belang dat we streven naar een vergroening van ons wagenpark. Een van de belangrijkste elementen daarbij is het inzetten op schonere brandstoffen, die een grote bijdrage kunnen leveren aan de verbetering van het leefmilieu. Er zijn echter nog enkele problemen wat betreft de omgevingsvoorwaarden bij het inzetten op schonere brandstoffen. Onze economie zou innovatiever moeten worden op dit vlak. Zo zien we dat de verkoop van CNG-wagens bij de diverse automerken, waaronder Opel, stijgt. Dat is een goede evolutie in het kader van een beter leefmilieu, maar daarbij zijn er nog verbeteringen nodig wat de omgevingsvoorwaarden betreft. Vandaag bestaan er immers wettelijke moeilijkheden voor (onder andere?) Opel om te werken aan CNG-installaties. De Opel-autogarages hebben immers geen licentie om te mogen en kunnen werken aan CNG-installaties, waardoor ze heel wat technische problemen (bijvoorbeeld beperkt motorvermogen, herhaaldelijk stilvallen) met wagens op CNG niet zelf kunnen oplossen. De Opel-autodealer zou alleen aan de CNG-installatie mogen werken als het gaat om lagedrukproblemen. Voor hogedrukproblemen zou alleen CNG Drive Systems (Tienen) erkend zijn als plaatser en hersteller. Bij Volkswagen bijvoorbeeld blijkt dit geen probleem te zijn en zou elke plaatselijke garage wel herstellingen mogen uitvoeren op CNG-installaties, aangezien zij over speciaal opgeleid personeel beschikken en er daarbij geen sprake is van wettelijke beperkingen. De situatie bij andere merken is mij niet bekend. Deze belemmeringen (bij Opel) en onduidelijkheid (omwille van verschillende situaties bij Opel en Volkswagen) kunnen een potentieel doelpubliek voor wagens op CNG mogelijk afschrikken, vandaar de vraag om duidelijkheid te scheppen en mogelijk het systeem van licenties uit te breiden (gekoppeld aan speciale opleidingen voor herstellingen aan CNG-installaties). Zo kan de groei van wagens op schonere brandstoffen verder mogelijk gemaakt worden. 1. a) Klopt het dat Opel-autodealers geen licentie hebben om te werken aan CNG-installaties (behalve wanneer het gaat om lagedrukproblemen) en Volkswagen wel? Hoe is dat voor andere automerken? b) Hoe wordt deze discrepantie verklaard? Is het verschil tussen de automerken te wijten aan het (gebrek aan) speciaal opgeleid personeel of spelen er andere factoren een rol? 2. a) Kunnen deze licenties ook worden toegekend aan de Opel-autodealers, zodat zij de CNG-installaties eveneens kunnen plaatsen en herstellen? b) Zo ja, hoe ziet u dat precies? c) Wordt daar een speciale opleiding aan gekoppeld? 3. In het regeerakkoord wordt gesteld dat het cruciaal is dat ons wagenpark de komende jaren drastisch vergroent. Hoe ziet u de invulling van alternatieve brandstoffen, naast het aangekondigde koninklijk besluit voor LNG-voertuigen?


 
Status 1 réponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B011
Publicatiedatum 09/02/2015, 20142015
Antwoord

1. a) Neen, van geen van beide of andere merken zijn er garages die tot op heden aanvragen tot erkenning als installateur CNG (gecomprimeerd aardgas) hebben ingediend. b) Er is bijgevolg geen discrepantie, mijn administratie heeft alle merken per brief op de hoogte gebracht van het nieuwe koninklijk besluit CNG met de nodige aandachtspunten op datum van 26 maart 2014. 2. Eenieder kan een aanvraag tot erkenning als installateur CNG indienen, de erkenning wordt verkregen wanneer voldaan is aan de voorwaarden zoals beschreven in het koninklijk besluit CNG. (Belgisch Staatsblad van 5 april 2013) 3. Ik zal hiervoor nauw samenwerken met mijn collega bevoegd voor Energie. Een belangrijk project volgt uit de Europese richtlijn 2014/94 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen. Dit initiatief heeft als doelstelling dat in heel Europa laad- en tankstations voor alternatieve brandstoffen worden gebouwd, met gemeenschappelijke normen. De richtlijn bepaalt onder andere dat elke lidstaat een nationaal plan moet opstellen tegen eind september 2016. Het opstellen en de implementatie van een dergelijk nationaal plan in België zal uiteraard de verschillende beleidsniveaus (zowel federaal, gewestelijk als lokaal) en hun respectieve bevoegdheidsdomeinen (zoals onder andere: economie, energie, mobiliteit, leefmilieu, financiën) moeten respecteren. Samen met de FOD Economie zorgt mijn administratie voor de coördinatie om dit coherent nationaal beleid te kunnen realiseren.

 
Eurovoc-hoofddescriptorVERVOERBELEID
Eurovoc-descriptorenONDERHOUD | VERVOERBELEID | MILIEUBESCHERMING | NIEUWE TECHNOLOGIE | AUTOMOBIEL | VERMINDERING VAN GASEMISSIE