...

Bulletin nr : B003 - Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0009 - Zittingsperiode : 54


Auteur Jef Van den Bergh, CD&V
Departement Minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische spoorwegen
Sub-departement Mobiliteit, Belgocontrol en NMBS
Titel NMBS.- Personeelsevoluties bij het spoor.
Datum indiening23/10/2014
Taal N
Publicatie vraag     B003
Publicatiedatum 08/12/2014, 20142015
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum01/12/2014

 
Vraag

Van zondagavond 29 tot maandagavond 30 juni 2014 hield de socialistische spoorvakbond ACOD een 24-urenstaking. De staking was gericht tegen het personeelstekort waardoor verlofdagen niet volledig kunnen worden opgenomen. Het NMBS-personeel zou 53 dagen verlof hebben waarvan 26 effectieve vakantiedagen en 27 compensatiedagen. NMBS-CEO Jo Cornu had geen begrip voor de staking omdat de problemen die aangekaart werden volgens hem worden aangepakt. 1. Wat is de personeelsevolutie bij de NMBS? a) Graag de evolutie over de jongste vijf jaar (indien mogelijk tien jaar) volgens statuut en volgens leeftijd. b) Graag ook de cohortes werknemers die met pensioen gaan door de jaren heen en de verwachte evolutie voor de komende jaren. 2. Wat de verlofproblematiek betreft: a) Welke systemen zijn in voege en op hoeveel verlof- en compensatiedagen geven zij recht? b) Hoeveel openstaande verlof- en recuperatiedagen zijn er gemiddeld per werknemer/per systeem? 3. Wat de pensioenleeftijd betreft: a) Graag een overzicht van de pensioenleeftijden verbonden aan de verschillende functies binnen de NMBS. b) Graag duiding bij de mogelijkheid, en de omvang van de toepassing in de praktijk ervan, om verlofdagen op te sparen om deze vervolgens vooraf aan het pensioen op te nemen.


 
Status 1 réponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B013
Publicatiedatum 23/02/2015, 20142015
Antwoord

1. a) en b) zie bijlage 1. 2. a) Bij de Belgische spoorwegen bestaan er twee verlofstelsels, namelijk het stelsel voor statutairen en het stelsel voor niet-statutairen. Verloftypes: - de gewone vakantieverlofdagen (wettelijke vakantiedagen); - de kredietdagen voor de arbeidsduurvermindering van 38 naar 36 uur; - de variabele compensatieverlofdagen voor de arbeidsduurvermindering van 40 naar 38 uur. Deze laatste categorie is niet toegankelijk voor personeelsleden van rang 1 tot 3+, personeelsleden van rang 3 na 1 juli 2008 werden aangeworven in een betrekking van universitair niveau en de personeelsleden die 32/38e werken. De gewone vakantiedagen en de kredietdagen kunnen de personeelsleden vrij opnemen. Dit in tegenstelling tot de compensatieverlofdagen, die door de planning worden bepaald. Samenvattende tabel van het aantal verlofdagen per verloftype en per stelsel per jaar: Vermindering van het verlof: Voor het statutair personeel wordt het geheel van het verlof waarvan hierboven sprake verminderd in verhouding tot het aantal perioden van het beschouwd burgerlijk jaar gedurende welke het personeelslid niet in actieve dienst is geweest, d.w.z. alle perioden waarvoor hij niet volledig bezoldigd werd. b) Per werknemer bedraagt het gemiddeld aantal achterstallige dagen (vakantiedagen, kredietdagen, compensatiedagen en een beperkt aantal rustdagen): - bij NMBS: 38, 9 dagen (toestand op 31/12/2014) ; - bij Infrabel: 52, 2 dagen (toestand op 31/12/2014). 3. a) Het rustpensioen kan worden verleend vanaf de eerste dag van de maand die volgt op die van hun 62ste verjaardag of op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van de stopzetting van hun functies indien deze zich later voordoet, aan de personen die: 1°minstens 40 pensioenaanspraakverle-nende dienstjaren tellen in het stelsel van de staatsambtenaren; 2° en hun loopbaan hebben beëindigd na 31 december 1976 en diensten of periodes van na die datum kunnen laten gelden op voorwaarde dat zij ten minste vijf werkelijke pensioenaanspraakverlenende dienstjaren tellen. In afwijking hiervan wordt de leeftijd van 62 jaar vervangen door: 1° 60 jaar voor de personen die minstens 42 dienstjaren kunnen laten gelden; 2° 61 jaar voor de personen die minstens 41 dienstjaren kunnen laten gelden. Personeelsleden die behoren tot het rijdend personeel kunnen het rustpensioen aanvragen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op die waarin zij de leeftijd van 55 jaar bereiken, op voorwaarde dat zij dertig jaar dienstjaren tellen, bewezen in de hoedanigheid van leden van het rijdend personeel. Indien zij aan die vereiste niet voldoen, kunnen zij hun rustpensioen aanvragen zoveel maanden vóór de eerste dag van de maand die volgt op die waarin zij de leeftijd van 60 jaar bereiken, als zij semesters tellen doorgebracht in de hoedanigheid van leden van het rijdend personeel, op voorwaarde dat de duur van de werkelijke diensten dertig jaar bereikt. Elke persoon die op een bepaald ogenblik de voorwaarden inzake leeftijd en duur van de diensten vervult die gelden voor de personeelscategorie waartoe hij op dat ogenblik behoort om voor de leeftijd van 62 jaar een rustpensioen te bekomen, behoudt het genot van dit voordeel, ongeacht de latere werkelijke ingangsdatum van zijn pensioen of de personeelscategorie waartoe hij op die datum behoort. Op de leeftijd van volle 65 jaar moeten alle personeelsleden voorgoed de dienst van de Belgische Spoorwegen verlaten. Ze worden gepensioneerd voor zover zij op die datum ten minste 5 jaar werkelijke diensten tellen. Ingeval zij geen 5 jaar werkelijke diensten tellen, worden zij geacht aan het pensioenstelsel van de wettelijke sociale zekerheid onderworpen te zijn geweest voor de duur van de bij de Belgische Spoorwegen bewezen werkelijke diensten en kunnen zij aanspraak maken op de bij dat stelsel verleende voordelen. b) In afwijking van de regel moet het jaarlijks verlof algeheel worden toegestaan op verzoek van de bediende die bij toepassing van de bepalingen van artikelen 5, 6 en 7 van hoofdstuk XVI van het Statuut van het Personeel, pensioengerechtigd is, ongeacht de datum van de oppensioenstelling. Volgens de bepalingen die vermeld zijn in paragraaf 1, laatste alinea, dient het jaarlijks vakantieverlof te worden toegekend in het jaar waarop het betrekking heeft, behoudens uitzonderlijke gevallen. De niet opgenomen verlofdagen kunnen naar het volgende kalenderjaar overgedragen worden en mogen verleend worden tot 30 april. De toekenning van de gevraagde kredietdagen, met inbegrip van het saldo van het voorgaande jaar, mag, op verzoek van de bediende of met zijn instemming uitgesteld worden naar het volgende jaar, tijdens hetwelk zij dienen toegestaan te worden. Het aantal overgedragen kredietdagen mag niet meer dan 35 bedragen.

 
Eurovoc-hoofddescriptorVERVOERBELEID
Eurovoc-descriptorenPERSONEELSBEHEER | PERSONEEL | VERVOERBELEID | VERVOER PER SPOOR
Vrije trefwoordenNMBS