...

Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0001 - Zittingsperiode : 54


Auteur Jean-Marc Nollet, Ecolo-Groen
Departement Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie
Sub-departement Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie
Titel Beroep van vastgoedmakelaar.
Datum indiening30/10/2014
Taal F
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum08/12/2014

 
Vraag

Op 22 augustus 2013 werd de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. 1. Hoe beoordeelt u de toepassing van die wet een jaar na de inwerkingtreding ervan? 2. Hoe is het aantal klachten bij het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars (BIV) de afgelopen drie jaar geëvolueerd? 3. Hoeveel tuchtstraffen werden er uitgesproken en wat was de gradatie ervan? 4. Hoe vaak werden de artikelen 18, 19 en 20 van de voornoemde wet van 11 februari 2013 toegepast? 5. In artikel 2, 5° van de wet van 11 februari 2013 wordt het begrip "bemiddelaar" als volgt omschreven: "wie voor rekening van derden bepalende bijstand verleent met het oog op het tot stand komen van een overeenkomst van verkoop, aankoop, ruil, verhuring of overdracht van onroerende goederen, onroerende rechten of handelsfondsen". a) Wat is uw definitie van het begrip "bepalende bijstand"? b) Dient men er bijvoorbeeld van uit te gaan dat een populaire website zoals Immoweb bepalende bijstand verleent? c) Heel wat gebruikers zouden vast geneigd zijn die vraag positief te beantwoorden, maar is die interpretatie van de wet wel in overeenstemming met de geest ervan? 6. En hoe zit het met ambtenaren (bijvoorbeeld de comités tot aankoop van onroerende goederen) die regelmatig vastgoedtransacties afsluiten waarbij uitsluitend derden betrokken zijn (bijvoorbeeld een gemeente die een goed van een particulier koopt door bemiddeling van het aankoopcomité)? 7. Is de voornoemde wet ook van toepassing op instellingen die ondersteunende vastgoeddiensten leveren voor rekening van de overheid (federaal, gewestelijk, gemeenschaps- of gemeentelijk niveau)?


 
Status 1 réponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B003
Publicatiedatum 08/12/2014, 20142015
Antwoord

De balans is eerder positief: De nieuwe bepalingen met betrekking tot de opsplitsing in twee kolommen van het tableau van vastgoedmakelaars opgesteld bij het Instituut (één voor de bemiddelaars en één voor de syndici) en de nieuwigheden inzake tucht (de mogelijkheid om, in bepaalde gevallen, een vastgoedmakelaar tijdelijk te schorsen gedurende het onderzoek van het tuchtdossier, de eindbeslissing en, mits motivering, de volledige tekst van de beslissing mee te delen aan de klagers, enzovoort) beginnen hun vruchten af te werpen in de praktijk. 2. Het totaal aantal klachten dat neergelegd werd tussen 1 januari 2011 en 30 juni 2014 beloopt 3.857, en is als volgt verdeeld: 2011 : 1.138 2012 : 1.050 2013 :1.034 2014 (zes eerste maanden) : 635. 3. Van 1 januari 2011 tot 30 juni 2014 hebben de Uitvoerende Kamers van het BIV (Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars) 612 beslissingen inzake tucht uitgesproken (belangrijk om weten is dat deze beslissingen tegelijkertijd meerdere dossiers en/of klachten geformuleerd vóór 2011 kunnen betreffen). Buiten de beslissingen inzake de heropening van de debatten, de vraag inzake een bijkomend onderzoek enzovoort, zijn de genomen beslissingen die de Uitvoerende Kamers van het BIV gedurende deze periode genomen hebben de volgende: 2011: 154 schrappingen, 121 schorsingen, 66 blamen, 28 waarschuwingen en 56 vrijspraken; 2012 : 104 schrappingen, 155 schorsingen, 40 blamen, 29 waarschuwingen en 53 vrijspraken; 2013: 78 schrappingen, 86 schorsingen, 33 blamen, 40 waarschuwingen en 31 vrijspraken; 2014 (eerste semester) : 44 schrappingen, 28 schorsingen, 10 blamen, 3 waarschuwingen en 2 vrijspraken. 4. Er werd: - 459 maal(2) toepassing gemaakt van artikel 18 van de wet van 11 februari 2013 (doorzenden van de beslissingen inzake schorsing en schrapping aan de procureur-generaal na het afsluiten van de eventuele beroepsprocedure); - 16 maal toepassing gemaakt van artikel 19 van dezelfde wet (6 schorsingen van de uitspraak en 10 beslissingen met uitstel); - 3 maal toepassing gemaakt van artikel 20 van dezelfde wet (tijdelijk verbod om het beroep uit te oefenen gedurende het onderzoek van het tuchtdossier). (2) Dit cijfer omvat de jaren 2011 tot 2014 (eerste semester), gelet op het feit dat de regel ingeschreven door artikel 8 van de wet van 11 februari 2013 al voorzien werd door artikel 67 van het koninklijk besluit van 27 november 1985 tot bepaling van de regels inzake de organisatie en de werking van de beroepsinstituten die voor de dienstverlenende intellectuele beroepen zijn opgericht ,hetgeen vervolgens hernomen werd door artikel 68 van het koninklijk besluit van 20 juli 2012 tot bepaling van de regels inzake de organisatie en de werking van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars. 5. a) De wet definieert niet wat verstaan dient te worden onder "bepalende bijstand". Deze term dient echter in samenspraak met het woord "bemiddelaar", gebruikt door artikel 2, 5°, van de wet, gelezen te worden. Bijgevolg vallen enkel de personen, die als tussenpersoon handelen voor rekening van derden met het oog op het tot stand komen van een overeenkomst van verkoop, aankoop, ruil, verhuring of overdracht van onroerende goederen, onroerende rechten of handelsfondsen onder deze bepaling. b) Gelet op het hierboven gegeven antwoord in punt a) handelen de platforms zoals "Immoweb" niet in de hoedanigheid van bemiddelaar en worden bijgevolg niet geviseerd door de wet van 11 februari 2013. c) Gelet op het feit dat het antwoord op punt b) negatief is, is het niet nodig om de wet in dit verband anders te interpreteren. 6. De aankoopcomités zijn onderworpen aan een specifiek wettelijk en reglementair kader en zijn wat hun wettelijke opdrachten betreft, in die zin niet onderworpen aan de wet van 11 februari 2013. Voor meer informatie omtrent deze regeling dient het geachte lid zijn vraag te richten tot mijn collega, de minister van Financiën, de heer Johan Van Overtveldt, die bevoegd is voor deze materie. 7. Indien de activiteiten van een dergelijk organisme geen bemiddelingsactiviteit vormen, zoals bedoeld hierboven in punt 5. a), noch de activiteit van syndicus of deze van rentmeester bedoeld in artikel 2, 6°, of 7°, van de wet van 11 februari 2013, dan is deze laatste er niet op van toepassing.

 
Eurovoc-hoofddescriptorECONOMISCH BELEID
Eurovoc-descriptorenWET | ECONOMISCH BELEID | ONROEREND EIGENDOM | BEROEPSKWALIFICATIE | VERKOOP