...

Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0042 - Zittingsperiode : 54


Auteur Barbara Pas, VB
Departement Minister van Financiën
Sub-departement Financiën
Titel De btw-fiscaliteit inzake vennootschappen die op non-actief worden gezet.
Datum indiening06/11/2014
Taal N
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum12/12/2014

 
Vraag

Een ondernemer meldt mij het volgende geval. Een vennootschap wordt (onder meer inzake btw-nummer) op non-actief gezet met het oog op een vereffening of overlating van de zaak. Aangezien er dus geen activiteit meer is, lijkt het ook voor de hand te liggen dat er geen btw-aangifte meer moet worden gedaan. Wel blijkt het in dat geval noodzakelijk te zijn om nog een klantenlisting aan te geven, ook al is er geen activiteit meer. Bij laattijdige aangifte van deze listing blijkt er zelfs een forse administratieve boete te worden aangerekend van enkele duizenden euro's. Meer zelfs, bij niet-betaling van de boete, wordt deze aangerekend aan de eigenaars van de nieuwe, inmiddels overgenomen vennootschap, die het btw-nummer hebben overgenomen. Een en ander lijkt vrij kafkaiaans. 1. a) Klopt het dat vennootschappen die op non-actief worden gezet met het oog op vereffening of overname geen btw-aangifte meer moeten doen, maar wel een aangifte van een klantenlisting? b) Wat is de rechtsgrond en de motivering daarvan? c) Vindt u deze gang van zaken verantwoord en zinvol? 2. Waarom worden er zulke forse boetes uitgeschreven voor een (eventuele) formele overtreding van de regelgeving, hoewel de Staat daarvan geen enkel nadeel heeft ondervonden en het nut ervan in vraag kan worden gesteld? 3. a) Kunnen, bij overname van een vennootschap waarbij het btw-nummer van de voorganger wordt overgenomen, boetes door de administratie worden verhaald op de nieuwe eigenaar, ook al is deze in geen enkel opzicht in de fout gegaan? b) Wat zijn de rechtsgronden daarvoor? c) Vindt u dit verantwoord?


 
Status 1 réponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B003
Publicatiedatum 08/12/2014, 20142015
Antwoord

Een onderneming die alle economische activiteit stopzet waarvoor zij belastingplichtige is, is in principe gehouden, overeenkomstig artikel 53, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek en artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992, hiervan uitdrukkelijk aangifte te doen bij de administratie door binnen een termijn van één maand een aangifte van stopzetting van werkzaamheid in te dienen bij het btw-controlekantoor waarvan zij afhangt, door middel van het formulier nr. 604C, dat, onder andere, beschikbaar is op de website www.financien.belgium.be, rubriek "Formulieren". De definitieve stopzetting van werkzaamheid brengt in theorie automatisch het verlies van de hoedanigheid van btw-belastingplichtige met zich mee, maar zonder de inlichtingen verstrekt door het formulier nr. 604C kan de administratie echter geen kennis hebben van de stopzetting en kan ze de identificatie van de belastingplichtige in principe niet doorhalen. Bijgevolg zal de belastingplichtige die dit formulier niet binnen de termijn heeft ingediend, verondersteld worden nog steeds actief te zijn en blijft hij, zolang hij de stopzetting van activiteit niet meldt, gehouden periodieke btw-aangiften in te dienen, zelfs in het geval hij geen enkele belastbare activiteit meer uitoefent. Wanneer hij in voorkomend geval in de loop van een aangifteperiode geen enkele in de overeenstemmende periodieke btw-aangifte te vermelden handeling heeft verricht, zal de belastingplichtige een nihil periodieke btw-aangifte moeten indienen. De middels het voormelde formulier nr. 604C aan de administratie meegedeelde stopzetting van werkzaamheid heeft de doorhaling van het btw-identificatienummer van de belastingplichtige tot gevolg en beëindigt zijn verplichting tot indiening van periodieke btw-aangiften voor de toekomst. Overeenkomstig artikel 1, § 3, van het koninklijk besluit nr. 23 van 9 december 2009 met betrekking tot de jaarlijkse lijst van de btw-belastingplichtige afnemers, is de belastingplichtige die deze hoedanigheid verliest evenwel gehouden de jaarlijkse lijst van zijn belastingplichtige afnemers binnen drie maanden na dit verlies in te dienen, zelfs indien hij in de loop van deze periode geen enkele klant moet vermelden op deze lijst. Bij gebrek zal hem de boete voorzien in afdeling 1, rubriek IV, 1, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 44 van 9 juli 2012 tot vaststelling van het bedrag van de niet-proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde worden opgelegd. De jaarlijkse lijst van de btw-belastingplichtige afnemers vormt voor de administratie een essentieel document in het kader van haar controle-opdracht en in de strijd tegen de fiscale fraude. De voormelde boete werd derhalve vastgelegd met het oog op het aanmanen van de belastingplichtigen tot het indienen van deze lijst. De aandacht wordt tot slot gevestigd op het feit dat er geen stopzetting van werkzaamheid is ingeval van een wijziging van zaakvoerder, bestuurder of aandeelhouder van de onderneming en dat haar btw-identificatienummer behouden blijft. Het spreekt voor zich dat de onderneming in dit geval gehouden blijft tot de indiening van periodieke btw-aangiften en van de jaarlijkse lijst van de btw-belastingplichtige afnemers.

 
Eurovoc-hoofddescriptorFISCALITEIT
Eurovoc-descriptorenFISCALITEIT | GELDBOETE | VENNOOTSCHAP | BTW | OPHEFFING VAN DE ZAAK | BELASTINGAANGIFTE