...

Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0032 - Zittingsperiode : 54


Auteur Roel Deseyn, CD&V
Departement Minister van FinanciŽn
Sub-departement FinanciŽn
Titel Het Belgisch-Frans Verdrag ter vermijding van dubbele belasting van 10 maart 1964.
Datum indiening31/10/2014
Taal N
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum08/12/2014

 
Vraag

Volgens het akkoord tussen de Belgische en Franse autoriteiten, over de toepassing van artikel 10.3 van het Belgisch-Frans Verdrag ter vermijding van dubbele belasting van 10 maart 1964, zijn de bezoldigingen die door toepassing van artikel 10.3 uitgesloten zijn uit het toepassingsgebied van artikel 10.1 uitsluitend belastbaar in de woonstaat van de genieter. Volgens de Circulaire nr. Ci.R.9 F/596.979 (AOIF nr. 11/2009) van 5 maart 2009 was dit akkoord noodzakelijk vanwege de uiteenlopende interpretaties tussen de Franse en Belgische jurisdicties die leidden tot dubbele (niet-)belasting. Ten gevolge hiervan is BelgiŽ heffingsbevoegd voor personeelsleden van overheidsdiensten die in Frankrijk werken maar in BelgiŽ wonen en tevens de Belgische nationaliteit bezitten. De Franse brutolonen zijn echter niet aangepast aan de aanzienlijke hogere belastingdruk in BelgiŽ, waardoor een ongunstige situatie ontstaat. Bovendien moeten de betrokkenen hogere sociale lasten in Frankrijk betalen. Ze zijn op deze manier "twee keer gestraft". In de feiten geniet deze categorie van loontrekkers dus niet van de afschaffing van het stelsel voor grensarbeiders. Bovendien werd er voor grensarbeiders voorzien in een overgangsregeling tot 2033. Bij de wijziging van het verdrag in 2009 werd er niet voorzien in een gelijkaardige overgangsregeling voor personen die werken in overheidsdienst. 1. In 2009 werd in een akkoord tussen de Belgische en Franse autoriteiten bepaald dat openbare beloningen betaald door een staat aan een inwoner en onderdaan van een andere staat uitsluitend belastbaar zijn in de woonstaat van de genieter. Omwille van welke redenen werd niet voorzien in een overgangsregeling zoals deze bestaat voor grensarbeiders? 2. a) Heeft de Belgische wetgever de mogelijkheid om een verlaagd aanslagpercentage in te voeren voor openbare beloningen uitgekeerd door de Franse staat aan Belgen die in BelgiŽ wonen? b) Is een verlaagd aanslagpercentage in overeenstemming met het Europees principe van vrij verkeer en non-discriminatie?


 
Status 1 rťponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B003
Publicatiedatum 08/12/2014, 20142015
Antwoord

1. Het administratief akkoord van 2009 is een op wederkerigheid gebaseerd interpretatief akkoord, waarmee de Belgische en Franse bevoegde autoriteiten zijn overeengekomen om op uniforme manier in beide staten een bepaling van het Belgisch-Frans Dubbelbelastingverdrag van 10 maart 1964 toe te passen (in dit geval, paragraaf 3 van artikel 10 dat betrekking heeft op overheidsbeloningen). Het geachte lid vraagt waarom dat akkoord niet voorziet in overgangsmaatregelen zoals die welke genomen werden voor de grensarbeiders. Het gaat hier evenwel om twee verschillende gevallen. In het geval van de grensarbeidersregeling werden de relevante bepalingen van het Dubbelbelastingverdrag op verzoek van BelgiŽ gewijzigd met als doel die regeling, die aanleiding gaf tot talrijke misbruiken, op termijn op te heffen. Frankrijk wou die wijziging enkel aanvaarden op voorwaarde dat voorzien werd in een overgangsregeling (in het Avenant van 2008 tot wijziging van het Dubbelbelastingverdrag) voor de inwoners van Frankrijk die op 31 december 2011 voldeden aan bepaalde voorwaarden inzake hun duurzaam tehuis en de plaats van uitvoering van hun bezoldigde werkzaamheid. Zolang zij aan die voorwaarden voldoen (en uiterlijk tot 2033) blijven die werknemers verder belastbaar in Frankrijk. De verdragsbepaling met betrekking tot overheidsfuncties werd van haar kant niet gewijzigd. Het sluiten van het Administratief Akkoord van 2009 werd genoodzaakt door een interpretatieconflict dat resulteerde uit een evolutie van de Franse rechtspraak. Artikel 10, paragraaf 3 van het Dubbelbelastingverdrag bepaalt dat de beloningen die door een Staat (of door een publiekrechtelijke rechtspersoon van een Staat) betaald worden aan inwoners van de andere Staat, die de nationaliteit van die andere Staat bezitten, niet onder de toepassing van artikel 10 vallen. Aanvankelijk waren de Belgische en de Franse administratie van oordeel dat de beloningen die buiten de werkingssfeer van artikel 10 vielen op grond van paragraaf 3 van dat artikel, onder de toepassing van artikel 11 vielen. Zij waren dus in principe belastbaar in de Staat waar de werkzaamheid uitgevoerd werd (behoudens uitzonderingen, zoals bijvoorbeeld de grensarbeidersregeling). In de loop van de jaren 2000 heeft de Franse administratie zich echter moeten schikken naar een uitspraak van de Franse Raad van State, die van mening is dat de beloningen in kwestie onder toepassing vallen van artikel 18 van het Dubbelbelastingverdrag (het "restartikel") en bijgevolg altijd belastbaar zijn in de woonstaat van de verkrijger. Dit gewijzigde standpunt van de Franse administratie heeft geleid tot gevallen van dubbele belasting (voor de inwoners en onderdanen van Frankrijk die in BelgiŽ werkten) en tot dubbele vrijstellingen (voor de inwoners en onderdanen van BelgiŽ die in Frankrijk werkten) waaraan het akkoord van 2009 een einde heeft gesteld. Vermits geen van voornoemde gevallen door de beugel kon, was het niet mogelijk om overgangsmaatregelen te nemen. 2. a) Het invoeren in de Belgische belastingwetgeving van een verminderd belastingtarief, dat specifiek van toepassing zou zijn op overheidsbeloningen die door de Franse Staat betaald worden aan Belgen die in BelgiŽ wonen, zou in strijd zijn met het beginsel dat alle Belgen gelijk zijn voor de belastingen. b) Het Europees recht (vrij verkeer van werknemers - artikel 45 VwEU) verbiedt BelgiŽ niet a priori om een fiscaal onderscheid te maken dat voordelig is voor de belastingplichtige inwoners die beroepsinkomsten behalen uit Franse bron ten opzichte van gelijksoortige belastingplichtigen die vergelijkbare inkomsten behalen uit Belgische bron. Aangezien het verschil in fiscale behandeling in het voordeel speelt van personen die hun recht van vrijheid van verkeer hebben uitgeoefend, kan er geen sprake zijn van die vrijheid te belemmeren. Het vrij verkeer van werknemers zou ook verzoenbaar zijn met een fiscale bepaling die een onderscheid maakt dat voordelig is voor belastingplichtige inwoners die beroepsinkomsten uit Franse bron behalen ten opzichte van gelijksoortige belastingplichtige inwoners die vergelijkbare inkomsten behalen uit een andere lidstaat, op voorwaarde: - dat die bepaling opgenomen zou zijn in het Frans-Belgisch Dubbelbelastingverdrag; wanneer zulks het geval zou zijn, zou het verschil in behandeling aanvaard worden door het HvJEU op grond van de rechtspraak D (C-376/03) en ACT (C-374/04), ofwel - dat die bepaling, indien ze opgenomen zou zijn in het intern recht, van toepassing zou zijn op alle belastingplichtige inwoners die bedrijfsinkomsten behalen uit een andere lidstaat en die qua brutoloon en sociale lasten in dezelfde toestand verkeren als de werknemers die gelijksoortige inkomsten verkrijgen uit Franse bron. Niettemin legt noch het Europees recht, noch de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie aan BelgiŽ de verplichting op om compensatie te verlenen voor de nadelen die personen die hun recht van vrijheid van verkeer hebben uitgeoefend ondervinden wanneer, zoals in dit geval, die nadelen het resultaat zijn van het gegeven dat twee Staten een verschillende sociale en fiscale wetgeving toepassen. Momenteel wordt onderhandeld over een herziening van het Frans-Belgisch Dubbelbelastingverdrag. De Belgische delegatie zal alles in het werk stellen om in het kader van die onderhandelingen een oplossing te vinden voor het probleem van die werknemers.

 
Eurovoc-hoofddescriptorFISCALITEIT
Eurovoc-descriptorenDUBBELE BELASTING | FISCALITEIT | FRANKRIJK | BELASTINGGRONDSLAG | BILATERALE OVEREENKOMST | GRENSARBEIDER
Vrije trefwoordenOVERHEIDSPERSONEEL