...

Bulletin nr : B003 - Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0008 - Zittingsperiode : 54


Auteur Fabienne Winckel, PS
Departement Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
Sub-departement Sociale Zaken en Volksgezondheid
Titel Borstkanker bij Belgisch-Marokkaanse vrouwen.
Datum indiening28/10/2014
Taal F
Publicatie vraag     B003
Publicatiedatum 08/12/2014, 20142015
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum01/12/2014

 
Vraag

Uit een studie van het universitaire Erasmus Ziekenhuis dat in maart 2014 door de pers wereldkundig werd gemaakt, blijkt dat vrouwen van Marokkaanse origine bijna tien jaar eerder getroffen worden door borstkanker dan andere vrouwen. Een onderzoeksteam vergeleek 441 dossiers, waarvan er 91 betrekking hadden op Marokkaanse of Arabische vrouwen en 350 op Europese vrouwen. Uit het onderzoek bleek dat de Marokkaanse vrouwen, van wie de meeste in BelgiŽ geboren werden, gemiddeld behandeld werden op de leeftijd van 49 jaar, terwijl dat voor de Europese vrouwen pas op 60 jaar is. De tumoren zouden ook agressiever zijn en sneller dan gemiddeld evolueren. Of die verschillen te wijten zijn aan genetische factoren dan wel aan een verschillende levenswijze staat nog niet vast. Volgens professor Jean-Christophe NoŽl is het in de wetenschap nog steeds taboe de bevolking te klasseren op grond van hun etnische origine. Nochtans kan zo'n classificatie soms helpen om bepaalde patiŽnten beter te informeren en te helpen. 1. a) Heeft u kennis genomen van die studie? b) Werden er in andere landen vergelijkbare studies uitgevoerd? 2. De Stichting Kankerregister speelt een belangrijke rol, met name wat de gegevensinzameling, - verwerking en -analyse en wat de identificatie van bepaalde risico's betreft. Beschikt die stichting over informatie of cijfers die de bevindingen van die studie schragen? 3. Kan er een diepgaander studie worden uitgevoerd omtrent de factoren die ten grondslag liggen aan die verschillen?


 
Status 1 rťponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B008
Publicatiedatum 19/01/2015, 20142015
Antwoord

In de studie die u aanhaalt, wordt vastgesteld dat, in de populatie die in de studie onderzocht werd, bij vrouwen van Marokkaanse origine borstkanker optreedt op vroegere leeftijd en agressiever van aard is. Deze vrouwen zouden dus tot een verhoogde risicogroep behoren. Het gaat hier echter over een observationele studie bij een relatief klein aantal vrouwen, die dus niet de hoogste wetenschappelijke bewijskracht vertegenwoordigt. Zoals de onderzoekers zelf aanhalen, is verder onderzoek hierin nodig. Het Federaal Kenniscentrum voor de gezondheidszorg (KCE) heeft uitgebreid onderzocht volgens welke criteria vrouwen kunnen ingedeeld worden in verschillende risicogroepen voor borstkanker. In hun rapport "Borstkankerscreening: hoe vrouwen met een verhoogd risico identificeren - welke beeldvorming gebruiken?" (KCE reports 172A), wordt onder meer onderzocht welke vrouwen extra risico op borstkanker vertonen. Om te bepalen of een vrouw een verhoogd risico heeft op borstkanker, dienen de volgende stappen ondernomen te worden: - Een risicobepaling moet eerst het onderscheid maken tussen vrouwen die een risico hebben vergelijkbaar met de algemene populatie en zij die een verhoogd risico hebben. Dit moet in de eerste plaats gebeuren op basis van een eenvoudige familiale anamnese. - Bij vrouwen met een verhoogd risico kan een grondigere risicobepaling volgen om individueel advies te kunnen geven over een screeningstrategie, genetische tests en profylactische maatregelen. Dergelijke individuele risicobepaling moet steeds besproken worden met de vrouw, rekening houdend met alle mogelijke maatregelen, limieten, onzekerheden en alternatieven. De bepaling van het individuele risico is gebaseerd op de volgende principes: A. De belangrijkste risicofactor is familiale belasting. 1. Op basis van eenvoudige familiale anamnese kunnen vrouwen in drie risicogroepen ingedeeld worden: Gemiddeld risico: Geen of ťťn eerste- of tweedegraads familielid met borstkanker, waarbij de diagnose werd gesteld op een leeftijd ouder dan 40 jaar. Verhoogd risico (dit betekent een 10-jaar risico tussen 3 en 8 procent voor vrouwen van 40 tot 49 jaar of een levenslang risico op borstkanker tussen 17 en 29 %): - Eťn eerstegraads familielid met borstkanker gediagnosticeerd op een leeftijd jonger dan 40 jaar; of - twee eerste- of tweedegraads familieleden met de diagnose van borstkanker op een gemiddelde leeftijd boven de 50 jaar; of - drie eerste- of tweedegraads familieleden gediagnosticeerd met borstkanker op een gemiddelde leeftijd ouder dan 60 jaar. Sterk verhoogd risico (dit betekent een 10-jaar risico hoger dan 8 % procent voor vrouwen van 40 tot 49 jaar of een levenslang risico op borstkanker van 30 % of hoger): - Twee eerste- of tweedegraads familieleden met de diagnose van borstkanker op een gemiddelde leeftijd jonger dan 50 jaar waarbij minstens 1 van de 2 familieleden eerstegraads verwant is; of - drie eerste- of tweedegraads familieleden met de diagnose van borstkanker op een gemiddelde leeftijd jonger dan 60 jaar waarbij minstens 1 van de 3 familieleden eerstegraads verwant is; of - vier familieleden met borstkanker onafhankelijk van de leeftijd bij diagnose waarbij minstens 1 van de 4 familieleden eerstegraads verwant is; of - van Joodse afkomst zijn; of - ťťn van de volgende elementen in de familiale voorgeschiedenis: bilateraal borstkanker, borstkanker bij een man, ovariumcarcinoom, sarcoma gediagnosticeerd op een leeftijd jonger dan 45 jaar, glioma of carcinoma van bijnierschors op kinderleeftijd, patroon van multipele carcinomen op jonge leeftijd, sterke familiale belasting in de vaderlijke stamboom (vier familieleden met diagnose van borstkanker op een leeftijd jonger dan 60 jaar aan vaderlijke zijde). 2. Vrouwen met op basis van familiale anamnese een sterk verhoogd risico moeten een individuele risicobepaling aangeboden krijgen gevolgd door overleg over de screeningsstrategie, eventuele genetische tests of profylactische maatregelen. - Het bepalen van het individueel risico omvat een grondige familiale anamnese en eventueel een gevalideerde, gecomputeriseerde schaal, zoals bijvoorbeeld het Gail model of het Tirer-Cuzick model. - Deze risicobepaling zou moeten uitgevoerd worden door professionelen met voldoende expertise ter zake en gepaard gaan met uitgebreide counseling en aandacht voor de voorkeuren van de patiŽnt en voldoende ondersteuning B. Andere risicofactoren 3. Personen die op jonge leeftijd radiotherapie met mantelveld ondergingen moeten ingedeeld worden in de groep van vrouwen met een sterk verhoogd risico op borstkanker. 4. Vrouwen met zeer dens borstweefsel (BIRADS 4) kunnen tot de categorie met een verhoogd risico gerekend worden (levenslang risico +/- 17 %). 5. Ductale of lobulaire atypische hyperplasie zou moeten worden beschouwd als sterk verhoogd risico. 6. Screeningsonderzoeken buiten het bevolkingsonderzoek worden niet aanbevolen op basis van risicofactoren zoals dens borstweefsel BIRADS 3, obesitas, alcoholgebruik, hormonale substitutietherapie, vroege menarche, nullipariteit, hormonale contraceptie of andere exogene hormonen (bijvoorbeeld diethylstilbestrol of DES). In de praktijk zijn deze risicofactoren enkel te gebruiken binnen een geÔntegreerd risicomodel omdat hun invloed op het risico op borstkanker slechts beperkt is. Dit zijn de risicofactoren die het Kenniscentrum na diepgaand literatuuronderzoek kon identificeren. De Stichting Kankerregister verzamelt gegevens over alle nieuw gediagnosticeerde tumoren in BelgiŽ, meer bepaald de datum van diagnose, de lokalisatie, de histologie, het tumorstadium, evenals het geslacht, de leeftijd en de verblijfplaats van de patiŽnt. We beschikken tot op vandaag over deze gegevens voor alle kankerdiagnoses in BelgiŽ tussen 2004 en 2011 (2012 zal eind dit jaar beschikbaar zijn). Informatie over risicofactoren zoals de origine van de patiŽnten zijn niet opgenomen in de standaard dataset van het Kankerregister. Maar, aangezien het Kankerregister volgens de wet het nationaal identificatienummer mag gebruiken als uniek identificatienummer van de patiŽnt, kan de gegevensbank van het Kankerregister op een eenduidige manier gekoppeld worden met andere gegevensbanken die deze informatie wel bevatten. Dankzij deze koppeling worden de gegevens verzameld in ťťn enkele gegevensbank die kan geanalyseerd worden voor wetenschappelijke onderzoeksdoeleinden. Deze procedure vereist echter telkens een machtiging van het Sectoraal Comitť van de Sociale Zaken en van de Gezondheid van de Commissie tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

 
Eurovoc-hoofddescriptorGEZONDHEIDSBELEID
Eurovoc-descriptorenMAROKKO | GEZONDHEIDSBELEID | VERSLAG | MIGRANT | KANKER | VROUW