...

Bulletin nr : B003 - Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0001 - Zittingsperiode : 54


Auteur An Capoen, N-VA
Departement Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
Sub-departement Sociale Zaken en Volksgezondheid
Titel Bevordering van borstvoeding. - Het Nationaal Voedings- en Gezondheidsplan.
Datum indiening17/10/2014
Taal N
Publicatie vraag     B003
Publicatiedatum 08/12/2014, 20142015
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum01/12/2014

 
Vraag

Eind 2005 werd het Nationaal Voedings- en Gezondheidsplan voor België (NVGP-B) opgesteld dat een antwoord moest bieden op bepaalde evoluties kenmerkend aan onze moderne tijd: vermindering van fysieke activiteit, gehaast en onregelmatig eten, ongezonde leef- en voedingsgewoonten, enzovoort. Het NVGP-B was eigenlijk een Belgische vertaling van internationale initiatieven uitgaande van onder andere de Europese Unie en de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). Vooral de WGO Globale strategie betreffende voeding, fysieke activiteit en gezondheid werd als basisdocument gebruikt voor het NVGP-B. Het NVGP-B voorzag ook enkele maatregelen en doelstellingen inzake borstvoeding. Het beklemtoonde nog maar eens de cruciale rol van borstvoeding tijdens de eerste levensmaanden. Het is en blijft de meest natuurlijke manier om pasgeborenen en jonge kinderen te voeden en staat garant voor de meest optimale groei, ontwikkeling en gezondheid van jonge kinderen. Borstvoeding mag zelfs aanzien worden als een investering in de toekomst en dit zowel voor het kind als voor de (gezondheids)economie: gezonde kinderen en in het verlengde gezonde volwassenen zijn per definitie minder kostelijk voor de staat aan sociale zekerheid. Zoals elk jaar vieren we in oktober (1 tot 7) de Internationale Week van de Borstvoeding, het moment om even stil te staan bij deze problematiek. Hoewel ik dergelijke initiatieven ondersteun stel ik vast dat borstvoeding enkel aandacht krijgt tijdens deze Wereldborstvoedingsweek. Na 7 oktober 2014 verdwijnt het weer voor een jaar van de radar. 1. Het NVGP-B had zich voorgenomen om tegen 2010 een percentage te halen van 50% borstvoeding op de leeftijd van drie maanden en stelde zich ook als doel om in 2015 de "Zweedse standaard" van 90% te halen inzake borstvoeding van pasgeborenen de eerste zes maanden na de geboorte. a) Gaat België dit doel halen? b) Wat zijn de huidige cijfers inzake borstvoeding bij pasgeborenen, 3 maanden en 6 maanden? c) Zijn er opvolgcijfers voor zuigelingen ouder dan 6 maanden? 2. In 2015 loopt het NVGP-B af. a) Wat zijn de maatregelen na 2015? b) Komt er nieuw een plan? 3. Sinds 2002 (artikel 33 van de programmawet van 2 augustus 2002) hebben vrouwen het recht op kolfpauzes op het werk. Is er een positief effect merkbaar van de kolfpauzes op de borstvoedingcijfers? 4. Tegen 2010 had 25% van de Belgische ziekenhuizen de status van "Baby-vriendelijke Ziekenhuis" moeten hebben. Toenmalig minister van Volksgezondheid, mevrouw Laurette Onkelinx, beloofde in 2009 dat dit cijfer zou worden gehaald. Uit eigen berekeningen op basis van informatie van het Federaal Borstvoedingscomité (FBVC) hebben op dit moment echter 23% van de materniteiten deze status. Wat is de huidige situatie?


 
Status 1 réponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B008
Publicatiedatum 19/01/2015, 20142015
Antwoord

1. a) Momenteel komen de gegevens waarover wij beschikken van Vlaanderen (Kind en Gezin) en van de Franse Gemeenschap (Office de la Naissance et de l'Enfance). We beschikken niet over nationale cijfers inzake borstvoeding. Op basis van de huidige gegevens kon de doelstelling van het NVGP-B (Nationaal Voedings- en Gezondheidsplan voor België) van een percentage van 50 % uitsluitend borstvoeding op de leeftijd van drie maanden niet worden gehaald op nationaal niveau, maar voor Brussel en Waals-Brabant liggen de cijfers hoger dan 50 %. b) Voor de ganse Franse Gemeenschap zitten we op iets meer dan 40 % baby's die uitsluitend borstvoeding krijgen op de leeftijd van drie maanden en voor Vlaanderen op 30 %. Op zes maanden gaat het zowel in de Franse Gemeenschap als in Vlaanderen om minder dan 10 % baby's die uitsluitend borstvoeding krijgen. c) Voor de Franse Gemeenschap beschikken we over gegevens tot de leeftijd van 36 maanden en borstvoeding ligt dan onder de drempel van 10 %. 2. We willen doorgaan met de maatregelen ter bevordering van borstvoeding, onder meer dankzij het Baby Friendly Hospital Initiative (BFHI) in de kraamafdelingen dat nu reeds tien jaar bestaat in ons land. We willen ook de beroepsmensen uit de gezondheidszorgsector die betrokken zijn bij een geboorte aanmoedigen om zich permanent te ontwikkelen inzake borstvoeding en het inlassen van borstvoedingscursussen in de opleidingsprogramma's van de toekomstige beroepsmensen stimuleren. Het Federaal Borstvoedingscomité (FBVC) heeft een aanbeveling gepubliceerd waarin het vereiste aantal studie-uren per beroep in detail wordt vermeld. De FOD Volksgezondheid zal dus, in samenwerking met het FBVC, zijn beleid inzake promotie, ondersteuning en bescherming van borstvoeding voortzetten binnen het kader van zijn bevoegdheden. 3. Elke maatregel die erop gericht is om moeders aan te moedigen om door te gaan met borstvoeding moeten we aanhouden en het recht op kolf- of borstvoedingspauzes is daar één van. Het is duidelijk dat een moeder die gesteund wordt door haar werkgever bij het toekennen van pauzes rustiger en tevredener zal zijn. Maar het is moeilijk om conclusies te trekken over het effect van deze maatregel uit de evolutie van de borstvoedingspercentages. 4. Het wereldwijde kwaliteitsproject BFHI ter promotie, ondersteuning en begeleiding bij borstvoeding werd in 2005 geďmplementeerd in de Belgische kraamafdelingen. Op dit ogenblik tellen we 23 BFHI-ziekenhuizen op 99 Belgische ziekenhuisinstellingen met een kraamafdeling (113 sites). Eind 2014 werden 2 nieuwe BFHI-evaluaties uitgevoerd wat het totaal op 25 Belgische ziekenhuizen kan brengen. Sinds 2012 werd het project BFHI uitgebreid met een opleidingscontract omtrent borstvoeding. Dit "Contract met betrekking tot opleiding inzage borstvoeding en ontwikkelingszorg van het medisch en verzorgend personeel van de materniteit (M-N*)" motiveert de ziekenhuizen om te investeren in de verruiming van de kennis over en in correcte begeleiding bij borstvoeding. Binnen dit contract telt de FOD 49 ziekenhuizen onder wie de 23 BFHI.

 
Eurovoc-hoofddescriptorGEZONDHEIDSBELEID
Eurovoc-descriptorenVOEDINGSGEWOONTE | KINDERVOEDING | GEZONDHEIDSBELEID | VROEGSTE KINDERJAREN | MOEDERSCHAP