...

Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0058 - Zittingsperiode : 54


Auteur Olivier Maingain, FDF
Departement Minister van Justitie
Sub-departement Justitie
Titel Uitgebreide minnelijke schikking. (MV 287)
Datum indiening17/11/2014
Taal F
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum19/12/2014

 
Vraag

Het regeerakkoord voorziet in een evaluatie van de toepassing van de uitgebreide minnelijke schikking 'zonder de grondslag ervan opnieuw ter discussie te stellen'. Die uitbreiding van de minnelijke schikking heeft een averechts effect gehad en tot klassenjustitie geleid. Men wilde zogezegd de gerechtelijke achterstand wegwerken en de staatskas spijzen, maar eigenlijk heeft men het grondbeginsel dat iedereen gelijk is voor de wet op de helling gezet. De gevolgen van de rondzendbrief van de procureurs-generaal dienen te worden geëvalueerd, wat de Hoge Raad voor de Justitie trouwens vorige zomer al in zijn memorandum heeft gevraagd. Meer bepaald dient te worden nagegaan of de uitgebreide minnelijke schikking de positie van het Openbaar Ministerie niet kan verzwakken doordat ze zijn onderzoek in grotefraudedossiers beperkt en aanzienlijke verschillen op het niveau van de parketten dreigt te doen ontstaan met betrekking tot de manier waarop die regeling wordt ingevuld. Ons inziens volstaat die evaluatie echter niet en is de uitgebreide minnelijke schikking aan een grondige herziening toe. Op die manier zal de rechter in zijn rechtsprekende functie worden hersteld, onder meer door het gebruik van die regeling niet langer toe te laten zodra de strafvordering is ingesteld. 1. Op grond van welke criteria zal de uitgebreide minnelijke schikking worden geëvalueerd? 2. Wanneer mogen we daar de resultaten van verwachten? 3. Komt er een grondige herziening van de uitgebreide minnelijke schikking indien de resultaten van de evaluatie aantonen dat zulks aangewezen is, zelfs indien dat zou betekenen dat de grondslag ervan opnieuw ter discussie wordt gesteld? 


 
Status 1 réponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B003
Publicatiedatum 08/12/2014, 20142015
Antwoord

Er wordt verwezen naar het antwoord op de vraag 137 van collega Stefaan Van Hecke dat betrekking heeft op hetzelfde onderwerp. (mondelinge vraag nr. 137, Integraal Verslag, Kamer, 2014/2015, commissie voor de Justitie, 5 november 2014, CRIV 54 COM 012, p. 15) Op vraag van het College van procureurs-generaal heeft de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid van het DG Wetgeving reeds een evaluatie gemaakt van de toepassing in het veld van COL 6/2012. De resultaten van die evaluatie zijn in een vrij uitgewerkt verslag opgenomen en werden door het College in een persbericht van 8 september 2014 kenbaar gemaakt, waarvan een kopie kan bezorgd worden. De evaluatie hiervan geeft niet aan dat de bepalingen van artikel 216bis, Sv. diepgaand zouden moeten worden gewijzigd. De te volgen procedure kan evenwel punctueel worden verduidelijkt en gewijzigd om enkele onnauwkeurigheden weg te werken en meer duidelijkheid te scheppen (bijvoorbeeld inzake de bedragen die in de sociale fraudedossiers moeten worden voorgesteld). Het expertisenetwerk strafrechtspleging van het College van procureurs-generaal zal die elementen ook nog bestuderen en streeft ernaar om ter zake een echt strafrechtelijk beleid te voeren. Het evaluatieverslag kan worden aangevraagd bij het secretariaat van het College van procureurs-generaal, dat belast is met de verspreiding ervan (secr.colpg@just.fgov.be).

 
Eurovoc-hoofddescriptorSTRAFRECHT
Eurovoc-descriptorenSTRAFRECHT | STRAFRECHTSPRAAK | STRAFVERVOLGING
Vrije trefwoordenMINNELIJKE SCHIKKING