...

Bulletin nr : B003 - Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0035 - Zittingsperiode : 54


Auteur Jef Van den Bergh, CD&V
Departement Minister van Justitie
Sub-departement Justitie
Titel Wifi-tracking.
Datum indiening27/10/2014
Taal N
Publicatie vraag     B003
Publicatiedatum 08/12/2014, 20142015
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum01/12/2014

 
Vraag

Steeds vaker verzamelen organisatoren van evenementen, winkels, enzovoort gegevens (bijvoorbeeld mac-adressen) van telefoons en andere apparaten van de mensen die op het evenement of in hun winkel lopen, via het wifi of bluetooth signaal welke deze gsm's uitzenden. Soms worden deze persoonsgegevens enkel gebruikt voor het in kaart brengen van de personenbewegingen of om gedragsprofielen op te stellen. Soms worden deze gekoppeld aan andere persoonsgegevens van de betrokkenen. 1. a) Op welke wijze dienen winkels het verzamelen van gegevens via wifi of bluetooth kenbaar te maken aan de betrokkenen? b) Welke vorm beveelt de Privacycommissie ter zake aan? 2. Kunnen winkels zonder voorafgaande toestemming deze gegevens verzamelen en koppelen aan andere persoonsgegevens door te voorzien in een opt-out procedure? 3. Op welke wijze ziet de Privacycommissie toe opdat in deze de toepasselijke wetgeving nageleefd wordt? 4. Hoeveel inspecties ter zake vonden plaats in respectievelijk 2010, 2011, 2012, 2013 en 2014? 5. Overweegt u de Privacycommissie te vragen onderzoek te doen naar en advies uit te brengen over wifi-tracking?


 
Status 1 réponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B033
Publicatiedatum 13/07/2015, 20142015
Antwoord

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (hierna genoemd "de Commissie") is een onafhankelijk orgaan dat werd ingesteld bij de Kamer van volksvertegenwoordigers. Deze behoort niet tot het bevoegdheidsdomein van de minister van Justitie. Er werd een staatssecretaris voor Privacy aangeduid. De vragen over dit onderwerp kunnen aan hem gericht worden. Hierbij, in samenspraak met de staatssecretaris, het antwoord van de privacycommissie: 1. a) Artikel 9 van de wet tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens (hierna de "WLP") voorziet erin dat de verantwoordelijke voor de verwerking steeds de personen wier gegevens worden verwerkt vooraf moet informeren over de naam en het adres van de verantwoordelijke voor de verwerking, over de doeleinden van de verwerking en over het bestaan van een recht om zich tegen de voorgenomen verwerking van hem betreffende persoonsgegevens te verzetten, indien de verwerking verricht wordt met het oog op direct marketing. In dat verband hebben bepaalde aanbieders van wifi-diensten privacypolicies aangenomen, waarbij de gebruiksvoorwaarden voor hun diensten zijn aangegeven en de gebruikers worden geďnformeerd over het gebruik dat zij van die diensten zullen maken. Voorts blijkt, op grond van Aanbeveling 02/2013 van de Commissie, dat dit soort praktijken in bepaalde gevallen gelijkgesteld kan worden aan direct marketing. Het louter informeren van personen is echter ontoereikend volgens de wet, aangezien de latere verwerking van persoonsgegevens, inzonderheid voor profileringsdoeleinden, in het kader van direct marketing verboden is, tenzij de betrokkene daarin toestemt. Naast het informeren van de betrokkene is diens toestemming a priori vereist voor de verzending van ongevraagde boodschappen, wat zoveel betekent dat een opt-in-procedure zou moeten worden ingesteld (vereiste op grond van artikel 5 WPL, artikel 14 van de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, en artikel 100 van de wet op de marktpraktijken). Een recentelijk gepubliceerde studie van het INRIA (Institut national de recherche en informatique et en automatique) toont aan dat bepaalde 'policies' voorzien in een mogelijkheid tot opt-out: http://hal.inria.fr/docs/00/96/85/85/PDF/RR-8506.pdf. b) Tot dusver heeft de Commissie geen enkele aanbeveling inzake de vorm van kennisgeving aangenomen. Op basis van het voorgaande moet er evenwel een toestemming volgen op de verstrekte informatie. Het louter informeren is bijgevolg ontoereikend volgens de wet. 2. De verwerking zal alleszins moeten stoelen op een van de legitimiteitsgronden onder artikel 5, WPL. De Commissie verwijst naar haar aanbeveling inzake direct marketing, waarin zij vooropstelt dat verkrijgen van de toestemming van de betrokkene een best practice is en blijft, dit in het licht van het beginsel van informationele zelfbestemming (Advies 02/2013 van de Commissie). Voorts voorziet artikel 124 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie in een verbod op het onderscheppen van gegevens inzake elektronische communicatie zonder toestemming vanwege alle personen die deel hebben aan de communicatie. Meer bepaald is het verboden de informatie, identificatie of gegevens die met of zonder opzet werden verkregen te wijzigen, te schrappen, kenbaar te maken, op te slaan of er enig gebruik van te maken. Dat artikel kan dus van toepassing zijn. Ook moet erop gewezen worden dat het gebruik van de verkeers- en locatiegegevens voor marketingdoeleinden en het verstrekken van diensten gebaseerd op locatie onderworpen zijn aan specifieke bepalingen in de wet betreffende de elektronische communicatie, met name de artikelen 122 (bedoeld voor alle operatoren) en 123 (bedoeld voor de mobiele operatoren). Een van de voorwaarden voor verwerking voor dergelijke doeleinden is de voorafgaande toestemming met kennis van zaken vanwege de gebruiker of abonnee. Die artikelen zijn evenwel enkel van toepassing op de operatoren van communicatiediensten, en een zekere twijfel blijft bestaan omtrent de kwalificatie van de aanbieders van diensten zoals wifi-diensten indien zij een aanvulling zijn op een hoofdprestatie (evenementen, drank- en consumptiegelegenheden en zo meer). Indien die dienstverleners bijgevolg gekwalificeerd kunnen worden als operatoren in de zin van artikel 9, kunnen de artikelen 122 en/of 123 van toepassing zijn. 3 tot 5. De Commissie heeft tot dusver geen specifieke inspectie ter zake verricht.

 
Eurovoc-hoofddescriptorPOST EN TELECOMMUNICATIE
Eurovoc-descriptorenPOST EN TELECOMMUNICATIE | EERBIEDIGING VAN HET PRIVE-LEVEN | RADIOCOMMUNICATIE | TELECOMMUNICATIE | MOBIELE TELEFOON