...

Bulletin nr : B003 - Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0026 - Zittingsperiode : 54


Auteur Sabien Lahaye-Battheu, Open Vld
Departement Minister van Justitie
Sub-departement Justitie
Titel Misdrijven. - Laster en eerroof.
Datum indiening24/10/2014
Taal N
Publicatie vraag     B003
Publicatiedatum 08/12/2014, 20142015
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum01/12/2014

 
Vraag

In navolging van antwoorden op eerder gestelde vragen hierover (vraag nr. 97 van 20 december 2011, Vragen en Antwoorden, Kamer, 2011-2012, nr. 58, blz. 392 en vraag nr. 96 van 20 december 2011, Vragen en Antwoorden, Kamer, 2011-2012, nr. 61, blz. 234), beoog ik met deze vraag recentere cijfers. De artikelen 443 en 444 van het Strafwetboek hebben betrekking op situaties waarin aan een persoon kwaadwillig een bepaald feit ten laste wordt gelegd, dat zijn eer kan krenken of hem aan de openbare verachting kan blootstellen, en waarbij het wettelijk bewijs ervoor niet kan worden geleverd. Artikel 445 van het Strafwetboek heeft betrekking op enerzijds het schriftelijk indienen van een lasterlijke aangifte bij de overheid en anderzijds het schriftelijk toesturen van lasterlijke aantijgingen aan een persoon tegen zijn ondergeschikte. Kan u voor elke van die misdrijven: - laster; - eerroof; - het schriftelijk indienen van een lasterlijke aangifte bij de overheid; - het schriftelijk toesturen van lasterlijke aantijgingen aan een persoon tegen zijn ondergeschikte; voor 2011, 2012 en 2013 opgeven: 1. het aantal aangiften per jaar; 2. het aantal seponeringen van deze aangiften; 3. het aantal effectieve veroordelingen dat volgde op deze aangiften?


 
Status 1 réponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B042
Publicatiedatum 16/09/2015, 20142015
Antwoord

Op basis van de gegevens die werden overgemaakt door de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid en de statistisch analisten bij het College van procureurs-generaal kan het volgende meegedeeld worden, mits het voorbehoud dat er geen cijfers kunnen worden aangeleverd met betrekking tot 'het schriftelijk toesturen van lasterlijke aantijgingen aan een persoon tegen zijn ondergeschikte', aangezien geen enkele tenlasteleggingscode betrekking heeft op dit specifiek type misdrijf. 1. Tabel 1 toont het aantal zaken met de tenlasteleggingen 'laster, eerroof en lasterlijke aangifte' binnengekomen op de correctionele parketten tussen 1 januari 2011 en 31 december 2013. De cijfers worden opgesplitst naargelang het jaar van binnenkomst van de zaak en per tenlasteleggingscode. Het rijpercentage toont per jaar van binnenkomst de verhouding tussen de tenlasteleggingscodes. Tabel 2 toont de laatste vooruitgangsstaat op 10 juli 2014 van de zaken betreffende 'laster, eerroof of lasterlijke aangifte' die tussen 1 januari 2011 en 31 december 2013 zijn binnengekomen op de correctionele parketten. De cijfers worden opgesplitst per tenlasteleggingscode en naargelang de laatste vooruitgangsstaat van de zaken. Indien een zaak door het parket werd gevoegd bij een andere zaak, is in de gepresenteerde tabel de vooruitgangsstaat van deze zogenaamde moederzaak in rekening genomen. Als bijvoorbeeld een zaak gevoegd is aan een moederzaak die werd gedagvaard voor de correctionele rechtbank, is deze zaak in de tabel geteld in de rubriek dagvaarding verder. Gezien de geringe aantallen bij de tenlasteleggingscodes '52C - eerroof' en '52F - lasterlijke aangifte', dient men de percentages voor deze tenlasteleggingscodes met de nodige voorzichtigheid te interpreteren. Daarnaast dient men bij de interpretatie van tabel 2 rekening te houden met het feit dat een aantal zaken nog in vooronderzoek of gerechtelijk onderzoek is. Naarmate deze zaken in de toekomst een afsluitende beslissing krijgen, zullen de aantallen en proporties per vooruitgangsstaat nog wijzigen. 2. Voor elk van de op 10 juli 2014 'zonder gevolg' staande zaken wordt in tabel 3 het motief tot seponeren gegeven. De wet legt aan de procureur des Konings de verplichting op om zijn beslissing tot zondergevolgstelling te motiveren (artikel 28quater, al. 1, van het Wetboek van Strafvordering, ingevoegd door de wet van 12 maart 1998). De parketten beschikken daartoe over een uniforme lijst van motieven tot zondergevolgstelling. De rubrieken zijn weergegeven in bijlage 1 van de omzendbrief nr. COL12/98 van het College van procureurs-generaal. De kolompercentages tonen per tenlasteleggingscode de verhouding tussen de motieven tot seponering. Het geheel van de motieven van de zondergevolgstellingen kan worden ingedeeld in drie hoofdcategorieën, namelijk de zondergevolgstelling om opportuniteitsredenen, om technische redenen (hetgeen inhoudt dat een eventuele vervolging sowieso onmogelijk is, bijvoorbeeld dader onbekend) en andere richtinggevende beslissingen. Uit tabel 3 blijkt dat het in 58,71 % van de geseponeerde zaken een technisch motief betreft, waarbij vervolging niet mogelijk is. Hierbij gaat het hoofzakelijk om onvoldoende bewijzen (40,24 %). Dit percentage varieert van 36,68 % voor zaken met tenlasteleggingscode '52C - eerroof' tot respectievelijk 39,74 % en 40,38 % voor zaken met tenlasteleggingscode '52F - lasterlijke aangifte' en '52B - laster'. In 39,63 % van de geseponeerde zaken werd gebruik gemaakt van een opportuniteitsmotief. Het gaat hier voornamelijk om andere prioriteiten (13 %), waarbij dit percentage varieert 12,86 % voor '52B - laster' en 13,51 % voor '52F - lasterlijke aangifte' tot 16,61 % voor '52C - eerroof'. 3. Voor wat betreft het aantal effectieve veroordelingen kan men zich baseren op cijfergegevens komende uit de databank van het Centraal Strafregister, meer bepaald de extractie van juni 2014 (zie bijlage 4). Er dient rekening te worden gehouden met een algemene registratieachterstand die, anno november 2012, werd geschat op ongeveer 300.000 nog in te brengen dossiers in voornamelijk het politiecontentieux. Hier wordt het aantal veroordelingen geteld die geregistreerd werden in het centraal strafregister op basis van de veroordelingsbulletins die worden opgesteld door de griffies van de Hoven en Rechtbanken. De telling is gebeurd op 'uniek' bulletin wat inhoud dat een persoon er meerdere kan ontvangen binnen eenzelfde jaar. Elke inbreuk wordt één maal geteld per veroordelingsbulletin ongeacht de eraan gekoppelde sancties die door de rechtbank werden gegeven. Onder voorbehoud van eventueel achterstallige data kan het volgende besloten worden: - Laster en eerroof (artikel 443-444, SW) heeft een minimum aantal veroordelingen, te weten 18 in 2012 wat een lichte stijging is ten opzichte van 2011. - Lasterlijke aangifte (artikel 445,2 SW) heeft in vergelijking met voorgaande categorie, en met wat tot dagvaarding leidt bij het parket een hoger cijfer van veroordeling (62,50 % in 2012), te weten 31 in 2012. - Lasterlijke aantijgingen tegen een ondergeschikte (artikel 445,3 SW) worden wel geregistreerd maar zijn erg verwaarloosbaar. In 2011 werden slechts 4 veroordelingen teruggevonden.

 
Eurovoc-hoofddescriptorSTRAFRECHT
Eurovoc-descriptorenSTRAFRECHT | OVERTREDING | EERROOF