...

Bulletin nr : B003 - Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0021 - Zittingsperiode : 54


Auteur Sabien Lahaye-Battheu, Open Vld
Departement Minister van Justitie
Sub-departement Justitie
Titel Werkstraffen uitgesproken in correctionele zaken en politiezaken.
Datum indiening24/10/2014
Taal N
Publicatie vraag     B003
Publicatiedatum 08/12/2014, 20142015
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum01/12/2014

 
Vraag

In navolging van antwoorden op eerder gestelde vragen hierover (vraag nr. 503 van 15 juni 2011, Vragen en Antwoorden, Kamer, 2010-2011, nr. 41, blz. 84; vraag nr. 375 van 18 maart 2011, Vragen en Antwoorden, Kamer, 2010-2011, nr. 40, blz. 114; vraag nr. 371 van 8 maart 2012, Vragen en Antwoorden, Kamer, 2011-2012, nr. 62, blz. 301; vraag nr. 865 van 28 maart 2013, Vragen en Antwoorden, Kamer, 2013-2014, nr. 140, blz. 237), beoog ik met deze vraag onder andere recentere cijfers. De wet van 17 april 2002 voerde de werkstraf als autonome straf in correctionele en in politiezaken in. Indien een veroordeelde een werkstraf opgelegd krijgt, wordt hij of zij voor de uitvoering ervan doorverwezen naar het justitiehuis, waar hij of zij verder opgevolgd wordt door een justitieassistent. Werkstraffen moeten in principe binnen het jaar, nadat ze werden uitgesproken, worden uitgevoerd. Dossiers waarvoor verlenging van de uitvoeringstermijn moet worden aangevraagd, worden door de justitieassistent ook voorgelegd aan de probatiecommissie. Als het niet halen van de uitvoeringstermijn buiten de wil om van de werkgestrafte geschiedt, beslist de probatiecommissie tot verlenging van de uitvoeringstermijn. Artikel 37quinquies, § 4, van het Strafwetboek voorziet dat in het geval de werkstraf niet of slechts gedeeltelijk wordt uitgevoerd, de justitieassistent dit onverwijld meldt aan de probatiecommissie. Deze commissie houdt vervolgens zitting en stelt een verslag op met het oog op de toepassing van de vervangende straf. Dit verslag wordt door de probatiecommissie ter kennis gebracht van het openbaar ministerie. 1. Hoeveel werkstraffen werden uitgesproken in respectievelijk correctionele en/of politiezaken in 2013? 2. Hoeveel werkstraffen werden in 2013 uitgevoerd binnen de vooropgestelde termijn van één jaar en voor hoeveel werkstraffen besliste de probatiecommissie al dan niet tot verlenging van de uitvoeringstermijn? 3. Hoeveel dossiers met betrekking tot werkstraffen staan er momenteel op de wachtlijst? 4. In hoeveel gevallen werd in 2013 door de verschillende justitiehuizen vastgesteld dat een door de strafrechter opgelegde werkstraf niet voleindigd werd? 5. Hoeveel werkstraffen werden door de verschillende justitiehuizen opgestart in 2013, en wat was het mislukkingspercentage? Graag, waar mogelijk, de gegevens per gerechtelijk arrondissement.


 
Status 1 réponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B007
Publicatiedatum 12/01/2015, 20142015
Antwoord

1. In 2013 werden er 9.908 nieuwe mandaten geregistreerd binnen de justitiehuizen waarvan 3.697 in regio Noord (37 %) en 6.211 in regio Zuid (63 %). Van deze werkstraffen is 4,81 % (481) afkomstig van de hoven van beroep, 56 % (5.557) van de correctionele rechtbanken en 38,44 % (3.808) van de politierechtbanken (zie tabel in bijlage : cijfers mei 2014 DG justitiehuizen). 2. In 2013 werden tussen 1 januari en 31 december in totaal 10.558 mandaten afgesloten. Van alle afgesloten mandaten in 2013, werden 6.010 (57 %) mandaten binnen het jaar afgesloten. Dit impliceert dat 4.548 (43 %) van de afgesloten mandaten langer dan één jaar in beslag namen (cijfers DG justitiehuizen januari 2014). Dit houdt een gunstige evolutie in ten opzicht van vorig werkjaar. In 2012 werden slechts 53,4 % van de afgesloten mandaten binnen het jaar afgerond. Enerzijds kan dit cijfer toegeschreven worden aan de inspanningen die er zijn gebeurd om de doorlooptijden te verkorten. In het kader van het actieplan werd voorzien in bijkomende middelen (aanwerving justitieassistenten) en een herverdeling van de slapende middelen voor de projecten waardoor de capaciteit op het terrein werd verhoogd. Anderzijds wordt de doorlooptijd steeds in grote mate bepaald door de aard van de straf zelf. Een werkstraf wordt immers uitgevoerd tijdens de vrije tijd van de tot de werkstraf veroordeelde, wat vaak weekendwerk impliceert en dus een relatief trage voortgang van het dossier. In die gevallen dat de duur van één jaar wordt overschreden, wordt een verlenging van de uitvoeringstermijn gevraagd. 3. De cijfers in verband met de wachtlijsten betreffen een momentopname en fluctueren naargelang het ogenblik dat men deze opvraagt in het registratiesysteem. Een dossier wordt geregistreerd als nieuw mandaat en komt op de wachtlijst terecht wanneer er nog geen justitieassistent werd aangesteld. In januari 2013 stonden er in totaal 571 dossiers op de wachtlijst, in oktober 2013 bereikten de cijfers een dieptepunt tot 143 dossiers, om daarna weer te stijgen tot 434 dossiers in december 2013. In september 2014 noteren we 588 dossiers werkstraf op de wachtlijst. (cijfers DG Justitiehuizen oktober 2014). 4. De afgesloten dossiers binnen de justitiehuizen kunnen geregistreerd worden in vier categorieën: - het mandaat is volledig uitgevoerd en dus gelukt; - het mandaat is niet of niet volledig uitgevoerd en dus mislukt; - het mandaat is omwille van een technische reden niet uitvoerbaar (deze categorie omvat dossiers die niet onder te brengen zijn in de categorie mislukte dossiers) - en ten slotte een categorie die het overlijden van de tot een werkstraf veroordeelde omvat. Van het totaal aantal afgesloten dossiers in 2013, werden er 19 % niet (volledig) uitgevoerd. 79 % van het totaal aantal afgesloten dossiers in 2013 waren volledig uitgevoerd en dus geslaagd. 5. Zie vraag 1 en vraag 4.

 
Eurovoc-hoofddescriptorSTRAFRECHT
Eurovoc-descriptorenSTRAFRECHT | STRAFSANCTIE | VERVANGENDE STRAF