...

Bulletin nr : B003 - Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0009 - Zittingsperiode : 54


Auteur Stefaan Van Hecke, Ecolo-Groen
Departement Minister van Justitie
Sub-departement Justitie
Titel Ambtskledij bij tuchtrechtbanken.
Datum indiening23/10/2014
Taal N
Publicatie vraag     B003
Publicatiedatum 08/12/2014, 20142015
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum01/12/2014

 
Vraag

De oprichting van rechtscolleges bij de tuchtrechtbanken heeft al veel onduidelijkheid opgeleverd (wet van 15 juli 2013 tot wijziging van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de tucht (1)). Allereerst bleek het niet evident om deze rechtscolleges te bevolken, zowel met magistraten als gerechtspersoneel van niveau A en B. Bovendien stelde zich de vraag of men al dan niet in ambtskledij diende te zetelen. Bij de invoering van de tuchtrechtscolleges werd nergens bepaald dat de leden de toga zouden dragen. Het koninklijk besluit van 22 juli 1970 betreffende de ambtskledij van de magistraten en de griffiers van de Rechterlijke Orde werd alleszins niet aangepast en stelt op de dag van vandaag bijgevolg nog het volgende: "Artikel 1, § 1. Op de gewone zittingen dragen de leden van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank, van de rechtbank van koophandel, van het parket van de procureur des Konings, van het parket van de arbeidsauditeur, de vrederechters en de rechters in de politierechtbank een toga van zwarte stof met wijde mouwen, met opslagen, kraag en mouwrand van zwarte zijde, een geplisseerde hangende bef van wit batist en een met zwart fluweel omzette baret van zwart lamé. [...] §3. Op de gewone zittingen dragen de hoofdgriffiers of de griffiers-hoofden van de griffie, de griffiers en de klerken-griffiers de voor de leden van de rechtbanken voorgeschreven kledij en een baret van effen zwarte wol. [...] Artikel 2, § 1. Op de gewone zittingen dragen de leden van de hoven en van hun parketten een toga van zwarte stof met wijde mouwen, met opslagen, kraag en mouwrand van zwarte zijde, een geplisseerde hangende bef van wit batist en een baret van effen zwarte zijde. [...] § 3. De hoofdgriffiers dragen dezelfde kledij als de leden van het Hof en een met een boordsel van zwart fluweel omzette baret van zwarte zijde. De griffiers en klerken-griffiers dragen diezelfde kledij en een baret van effen zwarte zijde." Aangezien voornoemd koninklijk besluit van 22 juli 1970 nergens spreekt over de tuchtrechtbank of de tuchtrechtbank in hoger beroep, moet daaruit geconcludeerd worden dat ook de magistraten of de personeelsleden, zoals de griffier, die op andere zittingen wel de toga dienen te dragen dit niet in de tuchtrechtscolleges kunnen doen. Alle leden van de tuchtrechtscolleges dienen bij een strikte lezing derhalve in burgerkledij te zetelen. 1. De tuchtrechtbank onderscheidt zich op dit gebied van de andere rechtscolleges. Wat is hiervan de reden? 2. a) Gaat het om een vergetelheid? b) Zo ja, zal het koninklijk besluit van 22 juli 1970 dan worden aangepast?


 
Status 1 réponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B007
Publicatiedatum 12/01/2015, 20142015
Antwoord

1. Wat de samenstelling van de tuchtrechtscolleges betreft, werd er zowel voor wat de magistraten als voor wat het gerechtspersoneel betreft een tweede oproep gelanceerd en de namen van de aangewezen leden werden ondertussen ook reeds bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 21 en 24 november 2014. Het koninklijk besluit van 22 juli 1970 spreekt niet over deze tuchtrechtbanken of de tuchtrechtbanken in hoger beroep, zodat de leden van deze rechtscolleges bij strikte lezing inderdaad in burgerkledij dienen te zetelen. Dit hoeft inderdaad geen probleem te zijn, aangezien de toga vooral naar de buitenwereld toe een belangrijk onderscheidingbetekenis heeft. De tuchtrechtscolleges behandelen evenwel louter interne aangelegenheden waarbij alle partijen, gaande van de leden van het tuchtrechtscollege tot de betrokkene, behoren tot de rechterlijke orde. Men zou hierbij dan ook evengoed kunnen pleiten voor minder formalisme. 2. Het koninklijk besluit van 1970 heeft sinds zijn invoering geen wijzigingen gekend, met als gevolg dat bepaalde bepalingen minder actueel zijn. Zo behoort volgens dit koninklijk besluit bijvoorbeeld 'een met zwart fluweel omzette baret van zwart lamé' ook nog steeds tot de ambtskledij van de magistraat, terwijl dit in de praktijk niet meer gangbaar is. Een wijziging van het koninklijk besluit is niet uitgesloten doch hoeft zich niet te beperken tot het invoeren van het verplicht dragen van de toga door de leden van de tuchtrechtscolleges.

 
Eurovoc-hoofddescriptorRECHTSSTELSEL
Eurovoc-descriptorenMAGISTRAAT | RECHTERLIJK BEROEP | DISCIPLINAIRE PROCEDURE | KLEDINGSTUK | RECHTSPRAAK | RECHTSSTELSEL