...

Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0026 - Zittingsperiode : 54


Auteur Véronique Caprasse, FDF
Departement Vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Culturele Instellingen
Sub-departement Buitenlandse Zaken en Europese Zaken
Titel Verdrag van Istanbul inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. - Niet-ratificatie door België. (MV 511)
Datum indiening25/11/2014
Taal F
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum29/12/2014

 
Vraag

Meer dan twee jaar geleden, op 11 september 2012, heeft België het Verdrag van 11 mei 2011 van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld ondertekend. Die tekst is in feite een stappenplan voor de acties die moeten worden ondernomen ter bestrijding van geweld tegen vrouwen. Het verdrag biedt een raamwerk voor een preventiebeleid en een zo ruim mogelijke bescherming van de slachtoffers. Het voorziet ook in een mechanisme voor de vervolging van de daders. België heeft dat verdrag nog niet geratificeerd. Het betreft een gemengd verdrag dat ook betrekking heeft op tal van bevoegdheden van de deelgebieden, zoals huiselijk geweld. Die ratificatie zou nochtans niet te vroeg komen. Uit een enquête die in januari 2014 door Amnesty International België werd uitgevoerd, blijkt immers dat 13 procent van de Belgische vrouwen verkracht werden door iemand die niet hun partner was en dat 25 procent van de Belgische vrouwen door hun partner tot seksuele betrekkingen gedwongen werden. Tegelijkertijd heeft België altijd werk gemaakt van de bestrijding van geweld tegen vrouwen, ook al moeten er nog heel wat inspanningen worden geleverd op het vlak van de opvang en begeleiding van de slachtoffers en van de vervolging van de daders. Onze institutionele complexiteit mag echter geen rem zetten op al die inspanningen. Tot onze grote tevredenheid hebben we dan ook kunnen vaststellen dat de ratificatie van het Verdrag van Istanbul in uw regeerakkoord vermeld staat. Frankrijk, Italië en Spanje en niet-EU-lidstaten zoals Albanië, Servië en Turkije hebben de tekst al geratificeerd zodat die er reeds van kracht is. 1. Zal er bij de uitvoering van het regeerakkoord aan die ratificatie voorrang worden gegeven? 2. Zo ja, zullen er tussen de diverse beleidsniveaus afspraken worden gemaakt? 3. Hoever zijn de diverse deelgebieden al met de instemmingsprocedure opgeschoten?


 
Status 1 réponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B003
Publicatiedatum 08/12/2014, 20142015
Antwoord

Ik deel uw analyse over het belang van deze Conventie. Op het interne Belgische niveau is de Conventie een gemengd verdrag. Voor het bekrachtigd kan worden, moeten alle betrokken parlementaire vergaderingen met andere woorden hun goedkeuring geven. Op federaal niveau hebben mijn diensten nog geen voorbereidend instemmingsdossier ontvangen. Voor de samenstelling van het dossier verwijs ik het geachte lid naar mijn bevoegde collega, de minister van Justitie. Op het niveau van de deelstaten ontbreekt de goedkeuring van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en van de Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie(1). Tot slot wil ik erop wijzen dat niet de FOD Buitenlandse Zaken maar wel het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) verantwoordelijk is voor de coördinatie van te nemen maatregelen voor de uitvoering van de Conventie. Het IGVM is samen met de bevoegde instanties een nationaal actieplan aan het uitwerken. Dat plan omvat de strijd tegen geweld dat gebaseerd is op geslacht en richt zich vanzelfsprekend op het toepassingsgebied van de Conventie. (1) Op heden hebben verschillende communautaire en regionale parlementaire vergaderingen een decreet goedgekeurd dat met deze Conventie instemt: decreet van de Vlaamse overheid van 29 november 2013, decreet van de Franse Gemeenschap van 27 februari 2014, decreet van het Waalse Gewest van 13 maart 2014, decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 7 april 2014 en decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 6 mei 2014. Er is dus reden om de aanname van de ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op te volgen.

 
Eurovoc-hoofddescriptorOVERHEID
Eurovoc-descriptorenRAAD VAN EUROPA | RECHTEN VAN DE VROUW | OVERHEID | RATIFICATIE VAN EEN OVEREENKOMST | EUROPESE CONVENTIE | HUISELIJK GEWELD