...

Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0023 - Zittingsperiode : 54


Auteur Georges Dallemagne, CDH
Departement Vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Culturele Instellingen
Sub-departement Buitenlandse Zaken en Europese Zaken
Titel Toestand in LibiŽ. (MV 417)
Datum indiening25/11/2014
Taal F
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum29/12/2014

 
Vraag

LibiŽ staat thans niet meer in het brandpunt van de actualiteit. Niettemin is de toestand er sinds 13 juli 2014 dramatisch verslechterd en is er in het westen van dat land een conflict uitgebroken. De diverse milities en gewapende groeperingen in de regio maken zich volgens Amnesty International schuldig aan talloze mensenrechtenschendingen, waaronder oorlogsmisdaden, zoals foltering, gijzelingen en aanvallen als bestraffing van afkomst of politieke opvattingen. Volgens het rapport van Amnesty International van 30 oktober 2014 blijkt uit satellietbeelden dat alle partijen in het conflict in hun strijd het leven van de burgers niet sparen en woningen en ziekenhuizen vernielen. Die groeiende instabiliteit dreigt nu over te slaan naar de buurlanden. De Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen heeft het over minstens 287.000 ontheemden. In augustus 2014 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties sancties goedgekeurd tegen de mensenrechtenschenders in LibiŽ, met name de bevriezing van hun tegoeden en een reisverbod. 1. Over welke actiemiddelen beschikken de Europese Unie, de Arabische Liga en de Afrikaanse Unie, en welke initiatieven hebben ze in dat verband al ontwikkeld? 2. Deelt u de bezorgdheid van degenen die menen dat het conflict in LibiŽ zich zou kunnen† toespitsen en naar de buurlanden zou kunnen overslaan? 3. a) Welke maatregelen werden er genomen voor de opvang en de bestuurlijke omkadering van de ontheemden? b) Zullen er vluchtelingen in de EU worden opgevangen? 4. Als u de balans opmaakt van de internationale interventie in LibiŽ sinds de val van Kadhafi, welke resultaten werden er dan volgens u geboekt op politiek en militair vlak?


 
Status 1 rťponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B003
Publicatiedatum 08/12/2014, 20142015
Antwoord

Zoals u het terecht opmerkt, blijft de situatie in LibiŽ zowel op politiek als op veiligheidsvlak achteruit gaan. Dat leidt tot zeer grote humanitaire gevolgen en heeft een erg schadelijke invloed op de hele regio. Bovendien is de situatie uitzonderlijk complex. Dat maakt het moeilijker om een internationale strategie uit te werken die het land moet helpen om uit de huidige impasse geraken. De Kamer van volksvertegenwoordigers en de regering van Tobroek, die in juni 2014 werd verkozen, worden door de internationale gemeenschap tot op vandaag als de enige legitieme Libische autoriteiten erkend, in tegenstelling tot de regering in Tripoli. Die laatste werd in augustus 2014 aangesteld met de steun van de Libische Dageraad, een militie die de stad en het omliggende gebied in handen heeft. Het arrest van het Libische Hooggerechtshof op 6 november (2014), dat de verkiezingen van 25 juni 2014 ongeldig verklaart, heeft de politieke situatie verder vertroebeld. Die beslissing van het Hof heeft een zeer grote impact op de bemiddelingspogingen die speciaal VN-gezant Bernardino Leon op 29 september (2014) in Ghadames begon. Het doel van de heer Leon blijft evenwel om de onderhandelingen over een wapenstilstand aan te moedigen en een inclusieve dialoog tussen de verschillende partijen op poten te zetten. In dit stadium stellen de VN een voorzichtige benadering voor en dringen ze erop aan de dialoog verder te zetten met alle politieke spelers die een rol spelen in LibiŽ. Het doel is te bepalen hoe een inclusieve politieke dialoog in LibiŽ opgestart kan worden. De extreme polarisatie tussen de verschillende Libische partijen wordt evenwel dieper en dieper en het ziet er steeds moeilijker uit om de verschillende standpunten te verzoenen. Op vlak van veiligheid is de regio rond Tripoli, die sinds augustus in handen is van de militie van de Libische Dageraard (Misrata), vrij stabiel. In het Benghazi-gebied gaat het er anders aan toe. Daar blijven gevechten woeden tussen de troepen van ex-generaal Haftar en de moslimstrijders van de Islamic Youth Shura Council. Het politieke vacuŁm en het gebrek aan veiligheid vergroot bovendien de instabiliteit in het hele Zuid-Libische gebied, waar leden van radicale moslimgroeperingen, die in de regio actief zijn, hun toevlucht hebben genomen. Deze algemene instabiliteit heeft erg negatieve gevolgen voor de hele regio. Om een gemeenschappelijke aanpak te ontwikkelen, overleggen de buurlanden van LibiŽ dikwijls met elkaar. Die coŲrdinerende inspanningen hebben evenwel hun beperkingen. Bepaalde buurlanden betuigen immers openlijk hun steun voor de een of andere van de partijen in het Libische conflict. Op humanitair vlak maakt de afwezigheid van ngo's in het gebied een inschatting erg moeilijk. Ondanks de groeiende nood is het daardoor niet eenvoudig om fondsen vrij te maken. Om een sterk internationaal antwoord klaar te hebben op de humanitaire gevolgen van de achteruitgang in LibiŽ, richt de EU zich op een betere coŲrdinatie tussen de lidstaten en de internationale organen. Wat een internationale reactie op de Libische kwestie betreft, is het nuttig om behalve het bemiddelingsproces van de VN ook Resolutie 2174 te vermelden. Die heeft de Veiligheidsraad op 27 augustus (2014) goedgekeurd en roept op tot een onmiddellijk staakt-het-vuren, het openen van een nationale dialoog en de ontwapening van de Libische milities. De resolutie verwijst ook naar het sanctieregime in het kader van de Resolutie uit 2011 (CSR 1970). Op basis daarvan kunnen groepen of individuen die het goede verloop van het overgangsproces in LibiŽ hinderen, met het oog op sancties op een lijst gezet worden. Alle lidstaten van de VN mogen vrij aan het sanctiecomitť voorstellen om entiteiten en personen die in aanmerking komen voor een sanctie toe te voegen aan de lijst. Het is wel het sanctiecomitť zelf dat de verantwoordelijkheid heeft over wie uiteindelijk op de lijst terechtkomt. BelgiŽ werkt samen met de Verenigde Naties door te antwoorden op vragen en verzoeken tot informatie die door het expertenpanel van de VN aan de Belgische overheid worden gesteld. LibiŽ staat ook hoog op de agenda van de EU. Tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van de EU, zowel die van 20 oktober als 17 november (2014), hebben de ministers van Buitenlandse Zaken gedebatteerd over de evolutie van de situatie in LibiŽ. De ministers hebben er hun bezorgdheid uitgesproken, zowel over de toestand waarin het land verkeert als over de regionale impact en over de alarmerende gevolgen op humanitair niveau. De EU steunt het initiatief van B. Leon, dat alle partijen rond de tafel wil brengen en de noodzaak aan een inclusief politiek proces met alle betrokken partijen benadrukt. Om een politieke oplossing te kunnen beogen, beklemtoont de EU het belang van een snel staakt-het-vuren. De EU heeft overigens een regionaal beschermingsprogramma voor Noord-Afrika op poten gezet. Dat programma omvat ook LibiŽ en moet in de nabije toekomst versterkt worden. De taskforce voor het Middellandse Zeegebied, naar aanleiding van het drama in Lampedusa opgericht door de EU, heeft dat beslist. Hoewel LibiŽ voor vluchtelingen en migranten het belangrijkste vertrekpunt naar Europa is, is er op het ogenblik geen massale toevloed aan Libische asielaanvragen in de Europese Unie. Het zijn vooral EritreeŽrs en SomaliŽrs die via LibiŽ asiel aanvragen in de EU. (Van januari tot oktober 2014 waren er, in de hele Europese Unie, ongeveer 2000 Libische asielaanvragers. In BelgiŽ, een vijftigtal.) Ook de Arabische Liga en de Afrikaanse Unie volgen het dossier van nabij op. Ze hebben allebei een speciaal gezant voor LibiŽ benoemd. Die neemt deel aan internationale coŲrdinatievergaderingen over LibiŽ. De meest recente vond plaats in Madrid, in de marge van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in september 2014. Hoewel het geen speciale LibiŽgezant heeft, zal BelgiŽ de evolutie van het dossier en de regionale gevolgen van nabij opvolgen. In dat kader pleit ons land binnen de EU voor een versterkte coŲrdinatie tussen de EU-landen en de andere betrokken internationale spelers. Behalve de Arabische Liga en de Afrikaanse Unie zijn dat de leden van de groep buurlanden van LibiŽ. We pleiten ook voor een transparante informatiewisseling van de speciale gezanten van de verschillende EU-lidstaten ten opzichte van de andere EU-lidstaten, zoals BelgiŽ, die niet aan de internationale vergaderingen van de speciale gezanten deelnemen. Tot slot bevestig ik u dat er nog altijd een Belgische ambassade is in Tripoli. Om veiligheidsredenen is het diplomatisch personeel er sinds de maand augustus wel teruggeroepen. De ambassade blijft toegankelijk, maar draait op beperkte middelen. Het beleid van de consulaire diensten is toevertrouwd aan onze ambassade in Tunis.

 
Eurovoc-hoofddescriptorBUITENLANDS BELEID
Eurovoc-descriptorenRECHTEN VAN DE MENS | BURGEROORLOG | LIBIE | BUITENLANDS BELEID | GEWELD