...

Bulletin nr : B003 - Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0037 - Zittingsperiode : 54


Auteur Georges Gilkinet, Ecolo-Groen
Departement Vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Grote Steden en de Regie der gebouwen
Sub-departement Veiligheid en Binnenlandse Zaken
Titel Federale politie en lokale politiezones. - Discriminaties en haatmisdrijven. - Omzendbrief.
Datum indiening27/10/2014
Taal F
Publicatie vraag     B003
Publicatiedatum 08/12/2014, 20142015
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum01/12/2014

 
Vraag

Mijn vraag betreft de toepassing door de federale politie en de lokale politiezones van de gemeenschappelijke omzendbrief nr. col 13/2013 van de minister van Justitie, de minister van Binnenlandse Zaken en het College van procureurs-generaal bij de hoven van beroep betreffende het opsporings- en vervolgingsbeleid inzake discriminatie en haatmisdrijven (met inbegrip van discriminaties op grond van het geslacht). Die omzendbrief heeft als doel het opsporings- en vervolgingsbeleid voor de misdrijven bedoeld in de wetten en decreten inzake discriminatie, gender en racisme - met inbegrip van het negationismefenomeen - te uniformiseren. Daartoe wordt voorzien in een uniform kader en in uniforme criteria om dat beleid op het terrein op homogene wijze te kunnen uitvoeren. De brief bepaalt het volgende: "De federale politie zal, volgens de door haar bepaalde modaliteiten, referentieambtenaren van de politie aanwijzen die belast zijn met feiten van 'discriminatie en haatmisdrijven' (de zaken op grond van de antiracismewet, de genderwet en de antidiscriminatiewet, met inbegrip van de verzwarende omstandigheden en de negationismewet). Dit zal voornamelijk betrekking hebben op de componenten van de federale politie die eerstelijnspolitieopdrachten uitvoeren (zoals de wegpolitie of de spoorwegpolitie), alsook, in functie van de behoeftes, op de andere componenten van de federale politie." Hij bepaalt voorts: "De korpschefs van de lokale politie stellen een referentieambtenaar van de politie inzake 'discriminatie en haatmisdrijven' aan (de zaken op grond van de  antiracismewet, de genderwet en de antidiscriminatiewet, met inbegrip van de verzwarende omstandigheden en de negationismewet). In bepaalde grotere politiezones kan de korpschef overwegen om meer dan een referentieambtenaar van de politie aan te stellen. In kleinere politiezones kunnen de korpschefs overeenkomen om één referentieambtenaar van de politie aan te stellen die verantwoordelijk is voor meerdere zones." 1. a) Heeft de federale politie de in de omzendbrief vermelde referentieambtenaren aangewezen? b) Zo ja, om hoeveel referentieambtenaren gaat het? 2. a) Hoeveel lokale politiezones hebben een referentieambtenaar aangewezen? b) Hoeveel hebben er, gelet op hun omvang, meerdere aangewezen? c) Hoeveel zones hebben geopteerd voor samenwerking? d) Kunt u me die gegevens per zone meedelen? 3. a) Doen de politiezones het nodige om het bestaan en de identiteit van die referentieambtenaren bekend te maken? b) Kregen de politiezones daartoe de nodige instructies? 4. Krijgen de referentieambtenaren de nodige informatie, opleidingsmogelijkheden of gelegenheid tot onderlinge afstemming om hun opdracht optimaal uit te voeren? 5. a) Beschikt u over eerste statistische gegevens inzake het aantal misdrijven op grond van de antiracismewet, de genderwet, de antidiscriminatiewet of de negationismewet dat die referentieambtenaren werd voorgelegd? b) Kunt u me, opgesplitst per categorie, een overzicht bezorgen?


 
Status 1 réponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B014
Publicatiedatum 02/03/2015, 20142015
Antwoord

1. De federale politie telt in totaal 38 referentiepersonen zoals bedoeld in de omzendbrief n° col 13/2013 van de minister van Justitie, de minister van Binnenlandse zaken en het College van Procureurs-generaal. Binnen de eerstelijnsdiensten van de federale politie (spoorwegpolitie, scheepvaartpolitie, luchtvaartpolitie en wegpolitie) werden 36 referentiepersonen aangeduid. Twee gedeconcentreerde eenheden van de Federale Gerechtelijke Politie hebben eveneens een referentiepersoon aangeduid. 2. Eind april 2014 werd een schrijven gericht aan alle korpschefs om hen te wijzen op het bestaan en de inhoud van deze omzendbrief. In dit schrijven werd opgeroepen om een referentiepersoon aan te duiden en werd zijn takenpakket nader omschreven. Ten gevolge dit schrijven werden heel wat referentiepersonen aangeduid binnen de lokale politie. Uit de gegevens waarover we tot op heden beschikken, blijkt dat er 66 politiezones een referentiepersoon inzake discriminatie en haatmisdrijven hebben aangeduid. 11 politiezones hebben twee referentiepersonen aangeduid en één politiezone heeft zelfs drie referentiepersonen aangeduid. Voor meer informatie verwijs ik naar de tabel hierna. Verder blijkt uit de gegevens dat er geen politiezones zijn die zich gegroepeerd hebben en een gemeenschappelijke referentiepersoon hebben aangeduid. 3. Het takenpakket van de referentiepersoon verduidelijkt expliciet dat het de taak van de referentiepersoon is om het bestaan van de omzendbrief, zijn taken, alsook zichzelf, kenbaar te maken binnen de politiezone of entiteit van de federale politie. Binnen de federale politie werd vanuit de algemene directie van de bestuurlijke politie (DGA) een schrijven gericht aan de eerstelijnsdiensten binnen deze directie. Wat de politiezones betreft, heb ik hierover geen precieze informatie. 4. Er is een opleiding beschikbaar voor de referentiepersonen. Deze opleiding wordt per gerechtelijk arrondissement georganiseerd via de federale school en de gedeconcentreerde campussen. De brief verzonden eind april 2014 aan de korpschefs vraagt uitdrukkelijk om hun referentiepersonen de mogelijkheid te bieden deze opleiding te volgen. De opleiding wordt ondersteund door het Interfederaal Centrum van Gelijke kansen. 5. Hieronder een tabel die de geregistreerde feiten in de ANG bevat voor de periode 2009-2013.

 
Eurovoc-hoofddescriptorOPENBARE VEILIGHEID
Eurovoc-descriptorenOVERTREDING | POLITIE | BESTRIJDING VAN DISCRIMINATIE | OPENBARE VEILIGHEID