...

Bulletin nr : B003 - Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0033 - Zittingsperiode : 54


Auteur Vincent Van Quickenborne, Open Vld
Departement Vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Grote Steden en de Regie der gebouwen
Sub-departement Veiligheid en Binnenlandse Zaken
Titel Alarmeringstest. - Pilootgemeenten. - Test van het BE-Alertsysteem.
Datum indiening24/10/2014
Taal N
Publicatie vraag     B003
Publicatiedatum 08/12/2014, 20142015
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum01/12/2014

 
Vraag

Op donderdag 2 oktober 2014 werd er via verschillende kanalen een alarmeringstest uitgevoerd door het Crisiscentrum van de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken. Zo was er een test in 10 van de 33 pilootgemeenten van het BE-Alertsysteem. Het was de bedoeling dat de gebruikers die ingeschreven zijn in BE-Alert tussen 14 en 15 uur een test-sms kregen. Via de sociale media vernam ik echter dat een en ander minder goed dan voorzien verliep en niet zo goed bleek te functioneren. 1. a) Kan u bevestigen dat er moeilijkheden waren? b) Wat was de oorzaak van deze moeilijkheden? c) Hoe kunnen deze in de toekomst voorkomen worden? 2. a) Hoeveel inwoners zijn er ingeschreven in elk van de 33 pilootgemeenten? b) Is dat aantal voldoende? c) Graag een overzicht per gemeente. 3. Welke acties overweegt u om het aantal geregistreerde bewoners te vergroten? 4. Hoe zal BE-Alert blijven functioneren bij een al dan niet geplande stroomuitval?


 
Status 1 rťponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B012
Publicatiedatum 16/02/2015, 20142015
Antwoord

1. a) Tijdens de pilootfase van het project Be-Alert werden effectief verschillende tests georganiseerd. Het specifieke opzet daarbij was steeds eventuele problemen aan het licht te brengen zodanig dat deze in het definitieve Be-Alertproject op voorhand vermeden kunnen worden. Op 2 oktober 2014 namen 11 van de 33 gemeenten deel aan de voorziene test. Daarbij werd voor het eerst ook het gebruik van sociale media vooropgesteld. Drie gemeenten gebruikten Facebook om een bericht te versturen, 4 gebruikten Twitter. In aanloop naar de oefening meldden verschillende gemeenten problemen met de voorbereiding van de berichten via sociale media. Op het vlak van alarmering via sms bleek tijdens en na de test dat hier en daar het verzenden van de sms-berichten vertraging opliep. Daarnaast ontstond eveneens een probleem met rapportage (een groot aantal berichten werd gerapporteerd als niet afgeleverd, terwijl ze wel afgeleverd werden.) b) Ter voorbereiding aan het versturen van een bericht via de sociale media van een gemeente dient deze gemeente zijn sociale media te configureren in het Be-Alertsysteem. Een aantal gemeenten heeft hier niet tijdig mee rekening gehouden, waardoor ze dit niet meer hebben kunnen doen voor de test (bijvoorbeeld doordat ze geen toegang tot de account van de sociale media van hun gemeente hadden enzovoort). De vertraging in het verzenden van sms-berichten heeft alles te maken met het feit dat voor deze pilootfase (met een beperkt budget en gespreid over een vrij beperkte tijdspanne) een systeem werd uitgewerkt dat gebruik maakt van een commerciŽle sms-gateway. Deze zijn inherent sterk afhankelijk van de commerciŽle sms-trafiek en leveren geen garanties met betrekking tot aflevertijd. c) Voor het definitieve Be-Alertproject wordt gewerkt aan een oplossing waarbij het Be-Alertsysteem een directe link zou hebben met de mobiele operatoren en zo dus geen gebruik van een commerciŽle gateway hoeft te maken. Dit zou eventuele vertragingen in verzending vermijden. Eveneens zal in het lastenboek voor het definitief project meer ruimte gevraagd worden voor betere opleidingen, regelmatige tests en een meer gestructureerde ondersteuning. 2. a) Stand: 17 oktober 2014 b) Binnen het beperkte financiŽle kader en tijdskader van het pilootproject werd besloten om geen grootschalige inschrijvingscampagne te organiseren. Wel werden 400.000 extra telefonische gegevens voor de pilootgemeenten geÔmporteerd uit een databank. Dit maakt dat het systeem voldoende uitgebreid is om op een representatieve manier te voldoen aan het opzet van het Be-Alertpilootproject, te weten het testen en detecteren van eventuele problemen in het systeem. c) Zie 2 a. 3. Het is uiteraard de bedoeling om voor het definitieve Be-Alertproject het aantal inschrijvingen en het totale bereik zo hoog mogelijk te krijgen. Daarom zal het nodig zijn in te zetten op informatiecampagnes om de bevolking te overtuigen zich in te schrijven. Daarnaast zal bekeken worden welke strategische partnerschappen kunnen worden afgesloten en welke koppelingen met bestaande databanken mogelijk zijn. Op die manier zal ook naast de spontane inschrijvingen aan een groter adressenbestand worden gewerkt. 4. Een eventuele al dan niet geplande stroomuitval zal een minimale impact hebben op de alarmering via Be-Alert. Zo is de infrastructuur van het platform zelf beveiligd door middel batterijen en een dieselgenerator. Eveneens is er een redundantie van de gegevens in twee datacenters op een verschillende locatie. De activering van Be-Alert is evenwel afhankelijk van het apparaat waarvan de alarmering wordt verstuurd (computer, laptop, smartphone, en zo meer). De impact van een stroomuitval van korte duur op mobiele apparaten is echter minimaal. Bovendien kan men de activering ook doen vanaf een locatie waar wel nog elektriciteit beschikbaar is.

 
Eurovoc-hoofddescriptorOPENBARE VEILIGHEID
Eurovoc-descriptorenGEMEENTE | OPENBARE VEILIGHEID | BEVEILIGING EN BEWAKING