...

Schriftelijke vraag en antwoord nr : 2159 - Zittingsperiode : 54


Auteur An Capoen, N-VA
Departement Minister van FinanciŽn, belast met Bestrijding van de fiscale fraude
Sub-departement FinanciŽn, Bestrijding van de fiscale fraude
Titel Herschrijven btw-regels bij plastische chirurgie (MV 22519).
Datum indiening22/03/2018
Taal N
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum30/04/2018

 
Vraag

Naar aanleiding van klachten van plastische chirurgen heeft het Grondwettelijk Hof zich uitgesproken over de nieuwe btw-regels. Het Hof stelt dat deze onwettig zijn wegens onduidelijk. Het Hof lijkt wel het idee te volgen dat van zodra er sprake is van enig therapeutisch effect, de ingreep volledig is vrijgesteld van btw, ongeacht of er nomenclatuur voor deze ingreep aanwezig is of niet. Maar is echter wel van oordeel dat er duidelijker moet aangegeven worden welke diensten vrijgesteld worden van btw en welke niet. Verder vindt het Grondwettelijk Hof ondermeer dat de huidige regelgeving discriminerend is voor plastische chirurgen, gezien andere zorgverleners die zuiver esthetische ingrepen uitvoeren niet onder de btw-regelgeving vallen; denken we ondermeer aan tandartsen. Problematisch lijkt mij wel dat het Grondwettelijk Hof oordeelt dat het karakter van de hoofdingreep bepaalt of afgeleide onderzoeken/ingrepen mee onder de btw-regelgeving vallen: bijvoorbeeld een cardioloog die een preoperatief onderzoek uitvoert. Dit laatste verontrust mij, gezien we zo potentieel kunnen afglijden naar een volledige btw-verplichting voor alle geneeskundige onderzoeken, wat de betaalbaarheid van de zorg voor de patiŽnt niet ten goede zal komen. 1. Wat is de stand van zaken met betrekking tot de huidige wetgeving betreffende btw bij esthetische ingrepen? Hoeveel personen in de medische sector hebben zich voor de btw moeten registeren ingevolge de onderwerping van de esthetische ingrepen aan de btw-heffing? Hoeveel heeft dit budgettair opgebracht in de tweede helft van 2016 en eerste helft van 2017? 2. Als volgens het Grondwettelijk Hof het feit dat een medische dienst al dan niet is opgenomen in de RIZIV-nomenclatuur en/of die terugbetaald worden door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, voor de btw-heffing niet relevant is, lijkt u een btw-inspecteur die normaal niet medisch geschoold is, onderlegt om het onderscheid tussen een louter esthetische ingreep dan wel een medische verzorging te beoordelen? 3. Het Grondwettelijk Hof vroeg zelf verduidelijking aan het Europese Hof van Justitie in hoeverre eventuele veranderingen in de wet met terugwerkende kracht zouden werken. Bevestigt u dat bij een terugwerkende vernietiging van de betreffende bepalingen en als de arts de cliŽntengegevens heeft, wat normaal in casu is, dat hij de btw van de fiscus kan terugvorderen en doorstorten aan zijn cliŽnten?


 
Status 1 rťponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B151
Publicatiedatum 04/04/2018, 20172018
Antwoord

1. Ik heb kennis genomen van het arrest nr. 106/2017 van 28 september 2017 van het Grondwettelijk Hof. Het Hof heeft nog geen definitieve uitspraak gedaan, maar heeft een prejudiciŽle vraag gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. In afwachting van een definitieve uitspraak blijven de huidige bepalingen van het Btw-Wetboek van toepassing. Het is voor mijn administratie niet mogelijk om op geautomatiseerde wijze te achterhalen hoeveel personen, werkzaam in de medische sector, zich hebben geregistreerd voor btw-doeleinden louter omwille van de invoering op 1 januari 2016 van de betwiste maatregel. Hun identificatie kan immers ook andere oorzaken hebben. Binnen het tijdsbestek van een mondelinge vraag is het niet mogelijk een diepgaande analyse te maken van de reŽle budgettaire impact uitgaande van de genomen maatregelen. Bovendien dient aangestipt dat bij de invoering van iedere maatregel het een zekere tijd vergt vooraleer deze op kruissnelheid komt. De periode van de laatste zes maanden van 2016 zijn daarvoor dus allesbehalve representatief. Daarom dient deze maatregel geŽvalueerd te worden eens de globale cijfers voor het jaar 2017 beschikbaar zijn. (Noot Minister: Deze zullen beschikbaar zijn in de beloop van de maand februari 2018.) 2. Ik wil niet vooruitlopen op het definitief arrest van het Grondwettelijk Hof en het antwoord van de wetgever hierop. Ik merk wel op dat aangezien de belastingheffing de regel is, het de dienstverrichter is die een vrijstelling wil inroepen die daartoe het bewijs zal moeten leveren. In het kader van de huidige regeling is het overigens reeds zo dat de behandelende arts in eer en geweten het therapeutisch of reconstructief doel van de handeling bepaalt en hiervoor btw-technisch aansprakelijk is, wanneer hij de vrijstelling toepast ten aanzien van een esthetische ingreep die niet in aanmerking komt voor terugbetaling ingevolge de RIZIV-nomenclatuur. De arts motiveert zijn beslissing ten aanzien van de patiŽnt alsook, desgevallend, ten aanzien van de btw-administratie. 3. Indien een beroep tot vernietiging van een wetgevende norm voor het Grondwettelijk Hof gegrond is, wordt die norm geheel of gedeeltelijk met terugwerkende kracht vernietigd. Het is evenwel mogelijk dat het Grondwettelijk Hof de terugwerkende kracht van de vernietiging verzacht door de gevolgen van de vernietigde norm te handhaven. In dit dossier is er momenteel enkel een tussenarrest van het Grondwettelijk Hof en moet ook het Europese Hof van Justitie nog over een aantal aspecten uitspraak doen ingevolge prejudiciŽle vragen die door het Grondwettelijk Hof werden gesteld. In die omstandigheden is het momenteel nog te vroeg om met zekerheid te kunnen zeggen welke gevolgen, inhoudelijk en temporeel, uit het eindarrest daadwerkelijk zullen voortvloeien voor de bestreden bepalingen. Tot slot moet hierbij worden opgemerkt dat het Grondwettelijk Hof in algemene termen, conform de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie, het principe heeft bevestigd dat, moet worden aangenomen dat de behandelingen en ingrepen met een esthetisch karakter btw-plichtig zijn wanneer die handelingen geen enkel therapeutisch doel hebben. De juridische kritiek lijkt daarbij vooral de moduleringen van de maatregel te betreffen die de draagwijdte van dat principe trachten te matigen.

 
Eurovoc-hoofddescriptorFISCALITEIT
Eurovoc-descriptorenFISCALITEIT | BTW | PLASTISCHE CHIRURGIE
Vrije trefwoordenBELGISCH GRONDWETTELIJK HOF