...

Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0272 - Zittingsperiode : 54


Auteur An Capoen, N-VA
Departement Minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling
Sub-departement Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling
Titel Opvolging klimaatakkoord (MV 10208).
Datum indiening12/05/2016
Taal N
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum17/06/2016

 
Vraag

Op 4 maart 2016 stond de bespreking van het klimaatakkoord op de agenda van de Europese Ministerraad. Milieuorganisaties waren alvast pessimistisch over de resultaten van het akkoord. Nochtans voert de Nederlandse staatssecretaris Sharon Dijksma de druk op en is haar voorbereidingsnota ambitieus. 1. Wat is het standpunt van BelgiŽ voor de Europese Ministerraad? 2. Wat zijn de standpunten van de andere lidstaten, zijn er bepaalde tendensen merkbaar? 3. Welke resultaten komen er uit de Europese Ministerraad? 4. Wat zijn de volgende stappen voor de EU en BelgiŽ?


 
Status 1 rťponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B073
Publicatiedatum 17/05/2016, 20152016
Antwoord

1. De Belgische interventie voor het publieksdebat in de Raad Leefmilieu van 4 maart luidde als volgt: - Met de lange termijndoelstelling en de vijfjarige ambitiecyclus als kernelementen draagt het Akkoord van Parijs de architectuur in zich voor een multilateraal klimaatregime dat in staat is om geleidelijk het ambitieniveau op te schroeven. De EU heeft een belangrijke rol gespeeld in het conceptualiseren en onderhandelen van deze architectuur. - Het is essentieel dat de EU zich nu samen met de andere partijen loyaal inschrijft in deze logica, zonder de socio-economische impact over het hoofd te zien. BelgiŽ kijkt er naar uit hoe de commissie in haar wetgevende voorstellen de interne Europese beleidscyclus zal afstemmen met deze internationale dynamiek onder meer door het voorzien in review clausules. - De EU moet een grondige interne discussie voeren op basis van een onderbouwde analyse. Het uitwerken van een geactualiseerde lange termijn lage emissiestrategie tegen uiterlijk begin 2019, die rekening houdt met de gewijzigde politieke context na het akkoord van Parijs. We hebben er ons in Parijs toe geŽngageerd om een dergelijke strategie op te zetten Het onderbouwend analytisch werk hieraan, met inbegrip van een analyse van de INDCs, moet, zoals de Commissie voorstelt, zo snel mogelijk in 2016 opgestart worden, zodat het vooropgestelde tijdsschema kan gerespecteerd worden. - Voor BelgiŽ is het steeds duidelijk geweest dat de Europese INDCs "ten minste 40 % binnenlandse inspanningen bedraagt", die na Parijs zou kunnen herbekeken worden, in functie van deze elementen. - BelgiŽ verwacht dat de Europese inspanningen op een billijke wijze door alle lidstaten gedragen worden en dit rekening houdend met kostefficiŽntie. - Nu de schijn wekken dat de EU niet op een loyale manier in de vijfjarige cyclus zou meestappen, en zijn INDC niet grondig zal herbekijken, zou indruisen tegen het akkoord van Parijs, en ontneemt de EU de mogelijkheid om ook andere landen aan te moedigen om hun ambitie te verhogen in 2020. - Het is belangrijk dat de EU op een positieve manier bijdraagt aan een internationale dynamiek, waarbij alle landen overwegen om hun ambitieniveau te verhogen. - Vele ontwikkelingslanden zijn ondersteund geweest bij de ontwikkeling van hun INDC. Dit heeft er mee toe geleid tot dat bijna alle landen een INDC hebben ingediend. We moeten deze inspanningen verderzetten, zodat ze hun INDC verder kunnen verfijnen en in concreet beleid kunnen omzetten. - Tenslotte moeten alle beschikbare beleidsinstrumenten ingezet worden om alle financiŽle stromen compatibel te maken met een koolstofarme en klimaatweerbare ontwikkeling, zoals we afspraken in Parijs. - BelgiŽ dringt er ten slotte op aan dat het klimaatdossier op de agenda van de Europese Raad van maart blijft staan. 2. - Samen met BelgiŽ zijn onder meer Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Luxemburg, Portugal, Oostenrijk, Slovakije en Zweden van oordeel dat de EU op basis van een grondige analyse haar 2030 ambitieniveau moet heroverwegen na de Facilitatieve Dialoog in 2018, die de start inluidt van de vijfjaarlijkse evaluatiecyclus onder het Akkoord van Parijs. - Een aantal andere lidstaten met onder andere Polen, Hongarije, Bulgarije en de Tsjechische Republiek zijn van oordeel dat het Europese ambitieniveau niet moet herzien worden. - Nog andere lidstaten zoals Spanje, Denemarken en Finland houden zich eerder op de vlakte. - Er zit dus zoals de laatste jaren zo vaak het geval is geweest een spanningsveld tussen de oude (EU15) en nieuwere lidstaten (EU13), al is er eerder sprake van een continuŁm van posities dan van een breuklijn tussen twee kampen en zijn er uitzonderingen, zoals bijvoorbeeld Slovakije, dat pleit voor meer ambitie. 3. Het Nederlandse Voorzitterschap van de Raad heeft zoals aangekondigd het beleidsdebat in de Raad Leefmilieu samengevat in een brief aan Voorzitter Donald Tusk van de Europese Raad. Gedurende enige tijd was het niet duidelijk of de opvolging van COP 21 op de Europese Raad van 18 maart zou geagendeerd worden, gezien de prioriteit die gegeven werd aan asiel en migratie op deze Europese Raad, maar uiteindelijk nam de Europese Raad op 17 maart toch volgende conclusies aan: De Europese Raad verwelkomt de indiening door de Commissie van het pakket inzake energiezekerheid en van de mededeling "Wat na Parijs?". Hij moedigt de wetgevers aan bij wijze van prioriteit voort te gaan met de bespreking van de voorstellen ter versterking van de energiezekerheid van de EU, voortbouwend op zijn vorige conclusies en de door de Europese Raad goedgekeurde strategieŽn ter zake. Hij herinnerde ook aan het belang van een volledig functionerende en onderling verbonden energiemarkt. Op basis van de mededeling over het klimaat wijst hij op de inzet van de EU om de binnenlandse uitstoot van broeikasgassen te verminderen, alsook om het aandeel van hernieuwbare energiebronnen te vergroten en om de energie-efficiŽntie te verbeteren, zoals de Raad in oktober 2014 is overeengekomen.†† De aanpassing van de wetgeving ter uitvoering van dit kader blijft een prioriteit. De Europese Raad verzoekt de Commissie om met het oog daarop snel alle resterende voorstellen ter zake te presenteren, opdat het wetgevingsproces met bekwame spoed kan worden aangevat. De Europese Raad ziet uit naar de ondertekening van de Overeenkomst van Parijs op 22 april in New York, en benadrukt dat de Europese Unie en haar lidstaten deze overeenkomst zo spoedig mogelijk en tijdig moeten kunnen ratificeren, zodat zij vanaf de inwerkingtreding partijen bij de overeenkomst zijn. 4. - De Europese Commissie zal in de loop van de komende maanden een aantal voorstellen publiceren om de doelstelling die de EU in de aanloop naar COP 21 heeft voorgesteld om te zetten in Europese wetgeving. - BelgiŽ zal het Akkoord van Parijs op 22 april samen met de EU en zijn Lidstaten tijdens een daartoe door VN-Secretaris-Generaal Ban Ki Moon in New York georganiseerde ceremonie ondertekenen en zal werk moeten maken met de voorbereiding van de ratificatie van het Akkoord, wat de goedkeuring vereist van deze assemblee, maar ook van de gewestparlementen. - Daarnaast moeten we werk maken van de implementatie van het Akkoord en zullen we onder meer een interfederale langetermijn-visie moeten voorbereiden. De contacten die ik in dit verband gehad heb met mijn gewestelijke collega's zijn bemoedigend. We moeten in de context van het Europese beleid ook concreet werk moeten gaan maken van de opmaak van een nationaal geÔntegreerd energie- en klimaatplan en verder werken aan de voorbereiding van een strategie voor de transitie naar een koolstofarme samenleving, die immers de rode draad vormt van het Akkoord van Parijs. - In de zoektocht om concrete maatregelen te nemen die deze transitie ondersteunen, ben ik overigens van plan om een nationaal debat te organiseren over de introductie van een koolstofprijs op te starten, zoals al het geval is in een aantal Europese landen, onder meer recent nog in Frankrijk.

 
Eurovoc-hoofddescriptorMILIEUBELEID
Eurovoc-descriptorenMILIEUBELEID | EUROPESE UNIE | KLIMAATSVERANDERING