...

Bulletin nr : B003 - Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0016 - Zittingsperiode : 54


Auteur Franky Demon, CD&V
Departement Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
Sub-departement Sociale Zaken en Volksgezondheid
Titel Geneesmiddelen voor geestelijke aandoeningen.
Datum indiening28/10/2014
Taal N
Publicatie vraag     B003
Publicatiedatum 08/12/2014, 20142015
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum01/12/2014

 
Vraag

De jongste tien jaar is, volgens het RIZIV, het gebruik van antidepressiva met 40% gestegen, en dat van antipsychotica met 50%. We slikken dus met zijn allen veel te veel medicatie wanneer we ons neerslachtig voelen, depressieve buien, slaap- of angststoornissen hebben. De wet Muylle, met name de erkenning van de klinisch psychologen, orthopedagogen en psychotherapeuten, zal hopelijk hierin een kentering teweegbrengen, doordat meer mensen de weg naar psychologische hulpverlening vinden, en dus minder snel naar de huisarts stappen en medicatie voorgeschreven krijgen (Parl. St., Kamer, 2013-2014, 53K3243/009). Het terugdringen van het gebruik van antidepressiva zal dus enerzijds een mentaliteitsverandering bij de patiënt vragen, anderzijds moeten ook huisartsen kunnen terugvallen op goede richtlijnen. Het RIZIV heeft reeds dergelijke richtlijnen voor bijvoorbeeld het minder voorschrijven van antibiotica. Een "commissie psychofarmaca en psychostimulantia" zou in 2014 opgericht worden en als taak hebben om specifieke richtlijnen voor huisartsen, aangaande het gebruik van dergelijke geneesmiddelen, uit te werken. 1. Hoe groot is het aandeel van de antidepressiva en antipsychotica, in het RIZIV-budget (uitgaven voor terugbetaalbare geneesmiddelen) in de jongste vijf jaar? 2. a) Is die commissie reeds opgericht? b) Zo ja, tegen wanneer zullen de richtlijnen uitgewerkt zijn? c) Zo niet, waar ligt het probleem, en tegen wanneer zal de oprichting rond zijn? 3. Worden er nog andere maatregelen gepland om het voorschrijfgedrag van (huis)artsen bij te sturen?


 
Status 1 réponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B022
Publicatiedatum 27/04/2015, 20142015
Antwoord

1. Het aandeel van de antidepressiva in de RIZIV-uitgaven voor terugbetaalbare geneesmiddelen afgeleverd in een publieke officina bedroeg de jongste vijf jaar ongeveer 5 procent. Het aandeel van de antipsychotica in de totale uitgaven bedroeg in deze periode ongeveer 4 procent. In bijlage 1 vindt u de exacte uitgaven (in euro) aan antidepressiva en antipsychotica en de totale RIZIV-uitgaven voor terugbetaalbare geneesmiddelen voor de periode 2009-2013, het laatste jaar waarvoor er volledige gegevens beschikbaar zijn, zoals ze voorkomen in Farmanet (specialiteiten afgeleverd in apotheken opengesteld voor het publiek en terugbetaald door het RIZIV). 2. Het BelPEP platform (Belgian Psychotropics Experts Platform) werd eind 2012 opgericht. Dit multidisciplinair platform bestaande uit een coördinatiecomité en drie werkgroepen (kinderen en jongeren/ niet geďnstitutionaliseerde volwassenen/ geďnstitutionaliseerde ouderen) heeft als taak het adequaat gebruik van psychofarmaca in België te bevorderen. Twee onderzoeken en een aantal projecten rond de antidepressiva werden reeds opgestart. In 2014 heeft elke werkgroep een actieplan opgesteld met mogelijk te overwegen relevante maatregelen. Op basis hiervan zullen binnenkort verdere acties ondernomen worden. Het actualiseren en de vertaling van de richtlijn "opvang van depressie in de algemene geneeskunde" uit 2008 werd aan Domus Medica en SSMG toevertrouwd. Dit zou eind 2015 moeten voltooid zijn. 3. De programmawet van 19 december 2014 voorziet een vervanging van de definitie "goedkoop voorschrijven" door de definitie zoals van toepassing in de maatregel aflevering van het "goedkoopste" geneesmiddel bij voorschriften op stofnaam. Dit betekent dat enkel de geneesmiddelen die zich aligneren binnen een vork van de "goedkoopste" geneesmiddelen (bestaande uit de specialiteit met de laagste vergoedingsbasis per eenheid op niveau buiten bedrijf + een vork van 5 % en een uitbreiding tot minstens 3 specialiteiten per groep indien nodig), voortaan als "goedkoop" zullen worden beschouwd en voor de voorschrijfquota van de artsen zullen meetellen. Producten die zich niet op deze prijs aligneren blijven terugbetaald, maar komen niet in aanmerking voor de nieuwe voorschrijfquota "zo goedkoop mogelijk". Zodoende wordt de arts gestimuleerd het goedkoopste geneesmiddel voor te schrijven. De nieuwe definitie van "goedkoop" geneesmiddel is: - voorgeschreven originele geneesmiddelen waarvoor de referentieterugbetaling van toepassing is (code R) én waarop geen supplement van toepassing is; - voorgeschreven generieken of kopieën met een werkzaam bestanddeel waarvoor de referentieterugbetaling van toepassing is; die bovendien behoren tot de groep van goedkoopste geneesmiddelen, beschouwd per molecule voor eenzelfde sterkte (aantal mg) en grootte van verpakking. De geneesmiddelen behorend tot de referentieterugbetaling voorgeschreven op stofnaam en afgeleverd in open officina, alsook de biosimilars en in prijs gedaalde biologische geneesmiddelen blijven "goedkope" geneesmiddelen. De maatregel "zo goedkoop mogelijk voorschrijven" trad in werking op 1 januari 2015 onder de vorm van: - de invoering van de nieuwe definitie, - een informatiecampagne naar de voorschrijvers. In overleg met de artsen zullen de aangewezen communicatiekanalen worden uitgewerkt en in juli 2015 zal een eerste kwalitatieve evaluatie gebeuren in overleg met de representatieve artsensyndicaten (hoe verloopt de doorstroming van de informatie met betrekking tot de nieuwe prijzen en het statuut "goedkoop" van een geneesmiddel naar de artsen?). In januari 2016 zal een eerste kwantitatieve evaluatie plaatsvinden op basis van de eerste 8 maanden van 2015 (zijn de artsen erin geslaagd de nieuwe quota 'goedkoopste geneesmiddelen' te halen?). Het niet halen van de nieuwe quota 'goedkoopste geneesmiddelen' in 2015 kan niet leiden tot een sanctie. In het kader van de overeenkomstencommissie artsen-ziekenfondsen zal verder op deze flankerende voorwaarden ingegaan worden. Ten slotte werden in het Nationaal Akkoord Geneesheren-Ziekenfondsen 2015 de volgende punten opgenomen: i. Begin 2015 zal een feedback aan de artsen worden gestuurd in verband met verschillende aspecten van het voorschrijven van geneesmiddelen en andere verstrekkingen. ii. Het RIZIV en het Comité voor de evaluatie van de medische praktijk inzake geneesmiddelen zal in 2015 een bijzondere conferentie organiseren rond het thema rationeel voorschrijven en goedgebruik van geneesmiddelen, toegespitst op de domeinen die bijzondere aandacht vragen (onder meer antibiotica, psychofarmaca, polyfarmacie, en dergelijke). Daarbij moet ook worden onderzocht welke incentives vanaf 2016 kunnen worden ingezet op basis van de door de conferentie voorgestelde indicatoren.

 
Eurovoc-hoofddescriptorGEZONDHEIDSBELEID
Eurovoc-descriptorenGEZONDHEIDSBELEID | ZIEKTEVERZEKERING | GENEESMIDDEL | GEESTELIJKE GEZONDHEID | GEZONDHEIDSVERZORGING