...

Bulletin nr : B003 - Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0012 - Zittingsperiode : 54


Auteur Franky Demon, CD&V
Departement Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
Sub-departement Sociale Zaken en Volksgezondheid
Titel Referentiecriteria voor aids.
Datum indiening28/10/2014
Taal N
Publicatie vraag     B003
Publicatiedatum 08/12/2014, 20142015
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum01/12/2014

 
Vraag

BelgiŽ gaat als tweede land ter wereld, na de Verenigde Staten, het gebruik van een preventief medicijn tegen aids testen. Het gaat om pre-exposure profylaxe (PrEP), waarbij seronegatieve personen antiretrovirale middelen nemen om het risico op het virus te beperken. De maatregel maakt deel uit van een federaal plan tegen aids dat u vorig jaar lanceerde. De tests kaderen in een pilootproject en worden uitgevoerd door het Instituut voor Tropische Geneeskunde. Ook meldde u dat er twee nieuwe referentiecentra voor aids bijkomen, ťťn in Brugge en ťťn in Mont-Godinne. 1. Hoeveel hiv-patiŽnten worden jaarlijks gediagnosticeerd en behandeld in de referentiecentra, opgesplitst per provincie? 2. a) Hoeveel patiŽnten zal het nieuw referentiecentrum in Brugge kunnen begeleiden? b) Hoeveel personeelsleden worden hiervoor tewerkgesteld? 3. a) Wat is de gemiddelde kostprijs van een hiv-behandeling voor een patiŽnt? b) Hoeveel moet de patiŽnt hiervan zelf betalen en hoeveel het RIZIV? 4. Wanneer worden de eerste resultaten van het preventief aids-medicijn verwacht?


 
Status 1 rťponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B019
Publicatiedatum 07/04/2015, 20142015
Antwoord

1. Het laatste rapport van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid betreffende de "Surveillance van seksueel overdraagbare aandoeningen in de aidsreferentiecentra (ARC)", waarin de toestand op 31 december 2012 werd toegelicht, signaleert 1.227 gediagnosticeerde gevallen van hiv-infecties in 2012. Het aantal gevolgde patiŽnten in de aidsreferentiecentra die een RIZIV-overeenkomst hebben gesloten bedragen: - voor het aidsreferentiecentrum van Charleroi gaat het om 230 patiŽnten; - voor alle 4 aidsreferentiecentra van Brussel gaat het om 4.818 patiŽnten; - voor het aidsreferentiecentrum van Luik gaat het om 940 patiŽnten; - voor het aidsreferentiecentrum van Antwerpen gaat het om 2.069 patiŽnten; - voor het aidsreferentiecentrum van Leuven gaat het om 860 patiŽnten; - en voor het aidsreferentiecentrum van Gent gaat het om 1.043 patiŽnten. De cijfers hebben betrekking op het jaar 2013 en zijn verzameld aan de hand van data die de referentiecentra om de drie maanden aan het RIZIV moeten bezorgen. Die cijfers weerspiegelen echter niet de opsplitsing per provincie, aangezien de patiŽnten die in een referentiecentrum worden gevolgd, niet noodzakelijk in de provincie wonen waarin dat centrum is gevestigd. Daarnaast is het op basis van de uitgaven van het RIZIV mogelijk om het aantal gevallen die door alle aidsreferentiecentra ten laste worden genomen, per provincie uit te splitsen afhankelijk van de woonplaats van de patiŽnt. Het aantal gevallen voor het volledige jaar 2013 ziet er dan als volgt uit: Brussel: 3.355 gevallen; Antwerpen: 1.715 gevallen; Limburg: 339 gevallen; Oost-Vlaanderen: 991 gevallen; Vlaams-Brabant: 955 gevallen; West-Vlaanderen: 307 gevallen; Henegouwen: 590 gevallen; Luik: 904 gevallen; Luxemburg: 81 gevallen; Namen: 155 gevallen; Waals-Brabant: 266 gevallen. Voor 53 gevallen was dat gegeven niet beschikbaar. In totaal gaat het in 2013 om 9.711 gefactureerde patiŽnten. 2. De overeenkomst met het aidsreferentiecentrum van Brugge voorziet een enveloppe die uitgaat van een tenlasteneming van 280 patiŽnten op jaarbasis (de minimumdrempel die voor elk aidsreferentiecentrum wordt verwacht, is op 250 patiŽnten op jaarbasis vastgelegd). Er wordt evenwel van het referentiecentrum verwacht dat het alle patiŽnten begeleidt die op het centrum beroep doen (zelfs wanneer de drempel van 280 patiŽnten is bereikt). Dat is haalbaar omdat de modaliteiten van de overeenkomst een marge voorzien. Per jaar volstaat ťťn uur contact met een patiŽnt immers al om een jaarforfait te kunnen aanrekenen, ook al vergoedt dat jaarforfait gemiddeld +/- 14 uur werk per patiŽnt en per jaar. Wat het aantal tewerkgestelde personen betreft, legt de overeenkomst de aanwezigheid op van minstens 2 geneesheren-specialisten in de inwendige geneeskunde en, voor de centra die kinderen van jonger dan 16 jaar ten laste nemen: 1 geneesheer-specialist in de pediatrie, en voor de centra die zwangere vrouwen ten laste nemen: 1 geneesheer-specialist in de gynaecologie-verloskunde. Voor het referentiecentrum van Brugge, dat 280 patiŽnten ten laste kan nemen (en gesteld dat voor hen enkel basisforfaits worden aangerekend), kan met de middelen die door de overeenkomst kunnen worden vrijgemaakt, de volgende begeleiding worden gefinancierd: 3. Alle antiretrovirale behandelingen voor een infectie met het human immonudeficiency virus (hiv) worden door de ziekteverzekering in categorie A, dus tegen 100 %, terugbetaald. In 2012 kregen 9.303 patiŽnten minstens ťťn terugbetaalde verpakking van een van die geneesmiddelen. In 2013 bedroeg volgens de Farmanetdata het aantal 10.354 patiŽnten. De behandeling houdt altijd in dat een combinatie van minstens 3 verschillende geneesmiddelen wordt toegediend. Begin 2014 bedroeg de gemiddelde kostprijs (niet afgewogen op basis van de reŽle markt) voor het RIZIV voor patiŽnten met een eerste behandeling per maand (28 dagen) 976 euro per patiŽnt; voor eerder behandelde patiŽnten (met resistentie en/of intolerantie voor bepaalde geneesmiddelen) was dat 1.038 euro per patiŽnt. Wat de begeleiding van een patiŽnt door een aidsreferentiecentrum betreft, voorziet de nieuwe overeenkomst die op 1 augustus 2014 in werking is getreden in een tegemoetkoming van de verplichte verzekering van 625 euro per jaar en per patiŽnt. Voor sommige categorieŽn van patiŽnten die een intensievere tenlasteneming vereisen, kan er een bedrag van 937 euro worden terugbetaald. De patiŽnt betaalt een persoonlijk aandeel dat 1,73 euro per verstrekking bedraagt. Daaraan moet de kostprijs worden toegevoegd van de raadplegingen en medische onderzoeken. Om de uitgaven te kunnen bepalen van deze verstrekkingen die via de nomenclatuur ten laste worden genomen, is het nodig om de consumptie van de patiŽnten longitudinaal op te volgen. Wat de kostprijs van de klinisch-biologische onderzoeken betreft, bedraagt het totaalbudget 2014 van de aidsreferentielaboratoria 9.324.000 euro. Dat bedrag heeft echter niet alleen betrekking op uitgaven voor hiv-patiŽnten, aangezien de onderzoeken ook kunnen worden uitgevoerd voor patiŽnten voor wie het diagnoseresultaat HIV/aids uiteindelijk negatief is. 4. Het RIZIV kan geen termijn meedelen waarin de eerste resultaten van het preventief aids-medicijn bekend zullen zijn, aangezien het RIZIV in deze fase niet betrokken is bij de experimentele pre-exposure profylaxe.

 
Eurovoc-hoofddescriptorGEZONDHEIDSBELEID
Eurovoc-descriptorenGEZONDHEIDSBELEID | GENEESMIDDEL | AIDS | GEZONDHEIDSVERZORGING