...

Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0033 - Zittingsperiode : 52


Auteur Luc Goutry, CD&V
Departement Minister van Landsverdediging
Sub-departement Landsverdediging
Titel Voormalige Duitse militaire begraafplaatsen uit de Eerste Wereldoorlog in West-Vlaanderen.
Datum indiening02/02/2009
Taal N
Termijndatum06/03/2009

 
Vraag

Op het einde van de Eerste Wereldoorlog waren er in gans BelgiŽ niet minder dan 678 Duitse "soldatenkerkhoven". Bij een eerste herschikking in de jaren 1920 werd dit aantal teruggebracht tot 170. Na een tweede herschikking tijdens de jaren 1930 bleven nog 128 Duitse militaire begraafplaatsen in BelgiŽ over, aangelegd op gronden die voor 30 jaar waren verpacht. Tussen 1955 en 1958 werden veel Duitse militaire begraafplaatsen uit de Eerste Wereldoorlog in BelgiŽ ontruimd. De stoffelijke resten die bij naam bekend waren werden overgebracht naar de begraafplaatsen van Vladslo of Menen, de onbekende resten werden bijgezet in het "Kameradengraf" op de begraafplaats van Langemark. Bij deze operatie werd het aantal Duitse militaire begraafplaatsen in West-Vlaanderen teruggebracht tot vier, met name: Hooglede, Langemark, Menen en Vladslo. In de rest van BelgiŽ blijven nog 17 Duitse militaire begraafplaatsen uit de Eerste Wereldoorlog: Lommel in Vlaanderen, Evere in Brussel en 15 in WalloniŽ: Anloy, Bellefontaine, Bertrix, Eupen, Halanzy, Herstal, LiŤge-Robermont, Maissin, Musson-Baranzy, Neufch‚teau-Malonne, Recogne, Saint-Symphorien, St.-Vith, Tarcienne en Virton-Bellevue. Van de Duitse "Volksbund Deutsche KriegsgršberfŁrsorge e.V.", die sinds de overeenkomst tussen BelgiŽ en de Bondsrepubliek Duitsland van 28 mei 1954 verantwoordelijk is voor het onderhoud van deze begraafplaatsen, krijg ik als antwoord op mijn vraag naar het waarom van deze samenvoeging, dat deze opgedragen wordt door de voornoemde overeenkomst. In die tekst, opgemaakt in het Duits en het Frans, wordt echter geen aantal begraafplaatsen opgelegd. Het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis in Brussel meent dat de hoge onderhoudskosten voor het grote aantal begraafplaatsen de Duitse overheid noodzaakte tot deze samenvoeging. 1. a) Wat was de aanleiding tot het opheffen van de Duitse militaire begraafplaatsen uit de Eerste Wereldoorlog in de jaren 1955-1958? b) Was dit een Belgische beslissing of een beslissing vastgelegd in een verdrag tussen BelgiŽ en de toenmalige Bondsrepubliek Duitsland? 2. Door welke beslissing (koninklijk besluit, ministerieel besluit,...) werd aan deze operatie uitvoering gegeven?


 
Status 1 rťponse normale - normaal antwoord
Publicatie antwoord     B052
Publicatiedatum 09/03/2009, 20082009
Antwoord

Het Ministerie van Defensie noch het Instituut voor Veteranen - Nationaal Instituut voor Oorlogsinvaliden, Oud-strijders en Oorlogsslachtoffers (IV-NIOOO), Cel Oorlogsgraven zijn bevoegd voor de Duitse militaire begraafplaatsen in BelgiŽ. Deze bevoegdheid berust bij de Volksbund Deutsche KriegsgršberfŁrsorge e.V., Werner Hilperstrasse 2 te 34112 Kassel, Duitsland. Ten titel van inlichting kan ik u echter meedelen dat de conventie van 28 mei 1954 betreffende de Duitse militaire begraafplaatsen die gesloten werd tussen BelgiŽ en de Bondsrepubliek Duitsland in artikel 4 stelt dat de Belgische Staat de desaffectatie van een Duitse begraafplaats in BelgiŽ kan beslissen terwijl de Duitse overheid de desaffectatie van een Duitse begraafplaats in BelgiŽ kan aanvragen. Eventuele plannen tot hergroeperen van stoffelijke resten op Duitse begraafplaatsen in BelgiŽ dienen aan het IV-NIOOO voorgelegd te worden teneinde de nodige toelatingen met betrekking tot de Belgische wetgeving ter zake te bekomen. Voor aanvragen tot hergroeperen van stoffelijke resten van Duitse militairen op gemeentelijke begraafplaatsen, moet de aanvraag gericht worden aan de burgemeester van de betrokken gemeente.

 
Eurovoc-descriptorenPROVINCIE WEST-VLAANDEREN | DUITSLAND | KRIJGSMACHT | BEGRAAFPLAATS | EERSTE WERELDOORLOG