Bulletin nr : B145 - Schriftelijke vraag en antwoord nr : 0888 - Zittingsperiode : 49


Auteur Thierry Detienne, Agalev-Ecolo
Departement Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken
Sub-departement Binnenlandse Zaken
Titel Asielrecht. - Gedwongen huwelijken.
Datum indiening03/08/1998
Taal F
Publicatie vraagB145 - Page : 19839
Publicatiedatum05/10/1998, 199719983
Status vraagAntwoorden ontvangen

 
Vraag

De pers heeft ruime aandacht besteed aan de situatie van mevrouw Semira Amadu, een Nigeriaanse van 20 jaar die haar land verliet om aan een gedwongen huwelijk met een 65 jaar oude polygame man te ontsnappen. Haar asielaanvraag werd door onze diensten verworpen omdat de Conventie van Genève niet in een dergelijk geval voorziet. Toch hebben tal van landen gedwongen huwelijken opgenomen in de lijst van gevallen die asielrecht rechtvaardigen. 1. Bestuderen uw diensten de mogelijkheid om een soortgelijk initiatief te nemen? 2. Moet men ervan uitgaan dat het aantal vluchtelingen in ons land daardoor aanzienlijk zou stijgen? 3. Op hoeveel raamt men het aantal analoge gevallen waarvoor de jongste jaren een asielaanvraag werd ingediend? 4. Wat zijn de middelen om die kwestie op te lossen?

Publicatie antwoordB159 - Page : 21441
Publicatiedatum18/01/1999, 199819990
Antwoord

Ik heb de eer het geachte lid de volgende inlichtingen te verstrekken. Alhoewel geslacht als zodanig niet als vervolgingsgrond in de Vluchtelingenconventie van Genève is opgenomen, ben ik van oordeel dat deze conventie voldoende bescherming biedt voor vrouwen die gendergebonden vervolging vrezen of hebben ondergaan. Ik verklaar mij nader. Vandaag wordt zowel door de rechtsleer als door alle instanties die in België betrokken zijn bij de toepassing van genoemde conventie algemeen aanvaard dat vrouwelijke (en mannelijke) asielzoekers die slachtoffer werden van sexueel geweld de internationale bescherming kunnen inroepen op grond van een gegronde vrees voor vervolging «wegens het behoren tot een bepaalde sociale groep». Ook het Europees Parlement heeft in een resolutie van 13 april 1984 over het criterium «behoren tot een bepaalde sociale groep» reeds gesteld dat «vrouwen die een wrede en onmenselijke behandeling ondergaan, omdat de opvatting heerst dat ze de zeden of etnische regels van de samenleving waarvan zij deel uitmaken hebben overtreden recht moeten hebben op bescherming». In zijn antwoord op de vraag nr. 35 van 23 augustus 1995 van de heer Decroly (Vragen en Antwoorden, Kamer, 1995-1996, nr. 26, blz. 2985) aangaande de asielzoekers die slachtoffer werden van seksueel geweld, heeft de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken onder meer de aandacht erop gevestigd dat «het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van oordeel is dat seksueel geweld op zich als een vorm van vervolging wordt beschouwd in de zin van de Conventie van Genève - ook wanneer particulieren dit geweld veroorzaken - wanneer dit feitelijk wordt aangemoedigd of getolereerd door de overheid, aangezien betrokkene dan geen beroep kan doen op de bescherming van de overheid. In dit verband wens ik de aandacht van het geachte lid te vestigen op het negende en tiende jaarverslag van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen over het werkingsjaar 1996 en 1997 waarin, onder hoofdstuk III, D, rubriek 2, speciale aandacht wordt besteed aan de problematiek van de vrouwelijke asielzoekers. In deze rubriek wordt uitvoerig uitgewijd over de internationale ontwikkelingen, cijfergegevens, het onderzoek van de asielaanvraag met betrekking tot gendergebonden vervolgingsgronden, andere procedurele aspecten en de mensenhandel. Tevens blijkt uit de veelvuldige mondeling en schriftelijk afgelegde verklaringen van de commissaris-generaal dienaangaande dat, waar theoretisch gezien het geslacht in de Vluchtelingenconventie van Genève niet als vervolgingsgrond is opgenomen en bijgevolg problemen zou kunnen opleveren, dit in de praktijk wordt opgelost door de commissaris-generaal van genoemde Vluchtelingenconventie. Trouwens in de meeste gevallen wordt seksueel geweld door vrouwelijke asielzoekers niet als enige vervolgingsgrond ingeroepen, maar valt het samen met één of meer andere vervolgingsgronden die door de Conventie van Genève zijn voorzien, zoals ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging. Over het algemeen is er dan ook geen behoefte om de vervolging wegens seksueel geweld als een specifieke vervolgingsgrond te beschouwen. Ik kan het geachte lid verzekeren dat zowel de Dienst Vreemdelingenzaken als het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen en de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen bijzondere aandacht besteden aan de problematiek van de vrouwelijke asielzoekers. Ik wens tevens de aandacht erop te vestigen dat in de Belgische Vreemdelingenwet de garantie is ingeschreven dat de commissaris-generaal geheel onafhankelijk optreedt bij het nemen van beslissingen naar aanleiding van het onderzoek ten gronde. Hetzelfde geldt voor de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen die bij haar uitspraken optreedt als administratief rechtscollege. Uit wat voorafgaat blijkt dat, zonder aanpassing van de Belgische wet of de Conventie van Genève, ook nu reeds iedere aanvraag van een vrouwelijke asielzoeker op een uiterst correcte wijze wordt behandeld. Een eventuele uitbreiding van de criteria voor asiel tot onder meer het gedwongen huwelijk voor vrouwelijke asielzoekers kan, mijns inziens, slechts overwogen worden nadat hierover onderhandelingen zijn gevoerd in een ruimere internationale context. België kan dit niet alleen. De regering verbindt er zich wel toe om op het internationale vlak de Conventie met betrekking tot de vluchtelingen te actualiseren zodat de sekse ingeschreven wordt als grond van vervolging. Bij de Dienst Vreemdelingenzaken en het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen zal een sensibiliseringscampagne worden georganiseerd over de toepassingsmogelijkheden van de Conventie en de bijzonderheden waarop gelet moet worden als het om vrouwen gaat. Anderzijds zullen ook de inspanningen die nu reeds worden geleverd voor de organisatie van de procedure (vrouwvriendelijke interviewomstandigheden, vrouwelijke ambtenaren, vrouwelijke tolken, enz.), verder worden gezet en uitgebreid.

 
Eurovoc-descriptorenHUWELIJK, POLITIEKE VLUCHTELING