Plenumvergadering

Séance plénière

 

van

 

Woensdag 10 oktober 2018

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 10 octobre 2018

 

Après-midi

 

______

 

 

De vergadering wordt geopend om 15.15 uur en voorgezeten door de heer Siegfried Bracke.

La séance est ouverte à 15.15 heures et présidée par M. Siegfried Bracke.

 

De voorzitter: De vergadering is geopend.

La séance est ouverte.

 

Een reeks mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. Zij worden op de website van de Kamer en in de bijlage bij het integraal verslag van deze vergadering opgenomen.

Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans l'annexe du compte rendu intégral de cette séance.

 

Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:

Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l’ouverture de la séance:

Charles Michel, Kris Peeters, Jan Jambon, Alexander De Croo, Didier Reynders, Koen Geens, Maggie De Block, Daniel Bacquelaine, Johan Van Overtveldt, Steven Vandeput, Sophie Wilmès, Pieter De Crem, Theo Francken.

 

Berichten van verhindering

Excusés

 

Franky Demon, gezondheidsredenen / raisons de santé.

 

Federale regering / gouvernement fédéral:

Denis Ducarme, gezondheidsredenen / raisons de santé.

 

01 Goedkeuring van de agenda

01 Adoption de l’ordre du jour

 

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 10 oktober 2018, stel ik u voor:

- de inoverwegingnemingen;

- de naamstemmingen over de moties ingediend tot besluit van de interpellatie van de heer Dirk Van der Maelen tot de minister van Financiën belast met Bestrijding van de fiscale fraude over “een btw-verlaging naar 6% voor elektriciteit” (nr. 283);

- en de goedkeuring van de agenda van de vergadering van donderdag 18 oktober 2018

te laten plaatsvinden voor de mondelinge vragen.

Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 10 octobre 2018, je vous propose que:

- les prises en considération ;

- les votes nominatifs sur les motions déposées en conclusion de l’interpellation de Monsieur Dirk Van der Maelen au ministre des Finances chargé de la lutte contre la fraude fiscale sur "une baisse de la TVA à 6% pour l’électricité" (n° 283);

- et l'approbation de l'ordre du jour de la séance du jeudi 18 octobre 2018

aient lieu avant les questions orales.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Naamstemmingen

Votes nominatifs

 

02 Motie van vertrouwen ingediend door de eerste minister na de verklaring van de regering

02 Motion de confiance déposée par le premier ministre à l’issue de la déclaration du gouvernement

 

Aan de orde is de stemming over de motie van vertrouwen ingediend door de eerste minister na de verklaring van de regering.

L’ordre du jour appelle le vote sur la motion de confiance déposée par le premier ministre à l’issue de la déclaration du gouvernement.

 

Ik breng deze motie in stemming.

Je mets cette motion aux voix.

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Début du vote / Begin van de stemming.

Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote? / Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd?

Fin du vote / Einde van de stemming.

Résultat du vote / Uitslag van de stemming

 

(Vote/stemming 1)

Oui

81

Ja

Non

59

Nee

Abstentions

1

Onthoudingen

Total

141

Totaal

 

De motie van vertrouwen is aangenomen.

La motion de confiance est adoptée.

 

(Applaus op de banken van de meerderheid)

(Applaudissements sur les bancs de la majorité)

 

03 Inoverwegingneming van voorstellen

03 Prise en considération de propositions

 

In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.

Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.

 

Indien er geen bezwaar is, beschouw ik deze als aangenomen; overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.

S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considérerai la prise en considération comme acquise et je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 10 oktober 2018, stel ik u ook voor in overweging te nemen:

- het voorstel van resolutie (de dames Catherine Fonck en Vanessa Matz) over de evaluatie en de uitbouw van alternatieven voor de opsluiting van migrantengezinnen met minderjarige kinderen, nr. 3306/1;

- het wetsvoorstel (de heren Raoul Hedebouw en Marco Van Hees) tot opheffing van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, nr. 3311/1.

Verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken, de Algemene Zaken en het Openbaar Ambt

- het wetsvoorstel (de heer Georges Gilkinet cs) betreffende de bescherming van de rechten van de werknemers bij de luchtvervoerondernemingen, nr. 3314/1.

Verzonden naar de commissie voor de Sociale Zaken

- het voorstel van resolutie (mevrouw Leen Dierick) betreffende het bestrijden van malafide webshops, nr. 3315/1;

- het wetsvoorstel (mevrouw Leen Dierick) tot wijziging van het Wetboek van economisch recht en de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie teneinde de gegevensbank van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren uit te breiden met de registratie van wanbetalingen betreffende telecomrekeningen, nr. 3316/1.

Verzonden naar de commissie voor het Bedrijfsleven, het Wetenschapsbeleid, het Onderwijs, de nationale wetenschappelijke en culturele Instellingen, de Middenstand en de Landbouw

Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 10 octobre 2018, je vous propose également de prendre en considération:

- la proposition de résolution (Mmes Catherine Fonck et Vanessa Matz) visant à évaluer et à développer les modes alternatifs à l’enfermement des familles avec mineurs d’âge, n° 3306/1;

- la proposition de loi (MM. Raoul Hedebouw et Marco Van Hees) abrogeant la loi du 24 juin 2013 relative aux sanctions administratives communales, n° 3311/1.

Renvoi à la commission de l'Intérieur, des Affaires générales et de la Fonction publique

- la proposition de loi (M. Georges Gilkinet et consorts) relative à la protection des droits des travailleurs dans les entreprises de transport aérien, n° 3314/1.

Renvoi à la commission des Affaires sociales

- la proposition de résolution (Mme Leen Dierick) relative à la lutte contre les webshops malhonnêtes, n° 3315/1;

- la proposition de loi (Mme Leen Dierick) modifiant le Code de droit économique et la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques afin d’élargir la banque de données de la Centrale des crédits aux particuliers à l’enregistrement des défauts de paiement de factures de télécommunications, n° 3316/1.

Renvoi à la commission l'Economie, de la Politique scientifique, de l'Education, des Institutions scientifiques et culturelles nationales, des Classes moyennes et de l'Agriculture

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

04 Overlijdensbericht

04 Avis de décès

 

Op 30 september overleed in Knokke-Heist, op 94-jarige leeftijd, Raphaël Declercq, gewezen lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers.

 

Raf Declercq was VU-Kamerlid voor het arrondissement Brugge van februari 1980 tot oktober 1985. Hij was lid van de provincieraad van West-Vlaanderen van 1970 tot 1980, en schepen in Knokke-Heist van 1988 tot 1992.

 

In naam van de Kamer van volksvertegenwoordigers heb ik zijn familie mijn oprechte deelneming aangeboden.

 

Naamstemmingen (voortzetting)

Votes nominatifs (continuation)

 

05 Moties ingediend in openbare commissievergadering op 3 oktober 2018 tot besluit van de interpellatie van de heer Dirk Van der Maelen tot de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude over "een btw-verlaging naar 6% voor elektriciteit" (nr. 283)

05 Motions déposées le 3 octobre 2018 en réunion publique de commission en conclusion de l’interpellation de M. Dirk Van der Maelen au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale sur "une baisse de la TVA à 6% pour l'électricité" (n° 283)

 

Deze interpellatie werd gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor de Financiën en de Begroting van 3 oktober 2018.

Cette interpellation a été développée en réunion publique de la commission des Finances et du Budget du 3 octobre 2018.

 

Twee moties werden ingediend (MOT n° 283/1):

- een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Dirk Van der Maelen;

- een eenvoudige motie werd ingediend door de heren Johan Klaps en Eric Van Rompuy.

Deux motions ont été déposées (MOT nr. 283/1):

- une motion de recommandation a été déposée par M. Dirk Van der Maelen;

- une motion pure et simple a été déposée par MM. Johan Klaps et Eric Van Rompuy.

 

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring?

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote?

 

05.01  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de eerste minister, ik richt mij tot u en alle collega's van de meerderheid.

 

De elektriciteitsfactuur is in België al een tweede belastingsbrief geworden. De elektriciteitsprijzen zijn in België zo hoog dat momenteel 100 000 gezinnen een afbetalingsplan moeten aanvragen. De situatie is al dramatisch. Door het geknoei van deze regering is er onzekerheid over de energiebevoorrading van dit land. Als gevolg daarvan heeft men berekend dat gemiddeld elk gezin 120 euro meer zal betalen dan nu het geval is.

 

Als er nog een greintje meevoelen met de bevolking in deze meerderheid zit, dan volgt u het voorstel van sp.a om die bijkomende 120 euro weg te werken door een verlaging van de btw-voet van 21 % naar 6 %.

 

Mijnheer de eerste minister, collega's van de meerderheid, kom alstublieft niet af met het argument van het slaan van een gat in de begroting. Nog niet zo lang geleden hebt u de nucleaire rente met 1 miljard euro verlaagd. Nu het erop aankomt om de mensen te behoeden voor een peperdure elektriciteitsrekening, komt deze meerderheid af met het budgettaire argument.

 

Mijnheer de eerste minister, collega's, ik vraag u om die verlaging naar 6 % goed te keuren.

 

De voorzitter: Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 2)

Ja

81

Oui

Nee

60

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

141

Total

 

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de motie van aanbeveling.

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, la motion de recommandation est caduque.

 

06 Goedkeuring van de agenda

06 Adoption de l’ordre du jour

 

Wij moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergadering van donderdag 18 oktober 2018.

Nous devons procéder à l’approbation de l’ordre du jour de la séance du jeudi 18 octobre 2018.

 

Geen bezwaar? (Nee) De agenda is goedgekeurd.

Pas d’observation? (Non) L’ordre du jour est approuvé.

 

Vragen

Questions

 

07 Vraag van mevrouw Veerle Wouters aan de eerste minister over "de reden voor de aanwezigheid van de eerste minister op de top van de francofonie in Armenië" (nr. P3129)

07 Question de Mme Veerle Wouters au premier ministre sur "les raisons de la présence du premier ministre au Sommet de la Francophonie organisé en Arménie" (n° P3129)

 

07.01  Veerle Wouters (Vuye&Wouters): Mijnheer de voorzitter, ik laat opmerken dat mijn vraag gericht was aan de eerste minister.

 

Mijnheer de minister, de eerste minister zal morgen deelnemen aan de zeventiende top van de francofonie in Armenië. Blijkbaar is dat heel belangrijk, want wij hebben de regeringsverklaring een dag vervroegd en de agenda in het Parlement overhoop gegooid. Bovendien stel ik vast dat hij zelfs geen vijf minuten kan blijven om te antwoorden op mijn vraag. De top moet dan ook heel belangrijk zijn.

 

Of de eerste minister aanwezig moet zijn op die top, is een andere vraag. Het lijkt mij wel logisch dat de minister-president van de Franse Gemeenschap, Rudy Demotte, daar aanwezig is. Ik wil er nog eens de nadruk op leggen dat taal een gemeenschapsbevoegdheid is. Ik vind de situatie dan ook heel vreemd.

 

Mijnheer de minister, u zult mij straks repliceren dat het nu eenmaal zo in mekaar zit. De wonderbaarlijke politieke structuren in België zorgen ervoor dat niet alleen de Franse Gemeenschap lid is van die organisatie van de francofonie, maar ook België. Andere eerste ministers zijn onze eerste minister voorgegaan. Toch heb ik daar de nodige bedenkingen bij.

 

Ook minister-president Geert Bourgeois heeft bedenkingen bij die gang van zaken geuit in het Vlaams Parlement. Hij zei dat dat eigenlijk helemaal niet kan en dat de eerste minister eigenlijk helemaal niets te zoeken heeft op die bijeenkomst van de francofonie in Armenië. Blijkbaar heeft hij zijn partijgenoten in de federale regering daarvan niet kunnen overtuigen.

 

Ik heb ook eens gekeken naar de agenda van de top en daar staan toch een paar geheimzinnige zaken op. Zo is er de appel francophone pour le vivre ensemble. Ik had eigenlijk graag geweten wat daarvan de inhoud is.

 

De vraag is ook wat het doel is van de aanwezigheid op die top. Wil de eerste minister de heer Macron ontmoeten met het oog op de lijstvorming voor de Europese verkiezingen? Of heeft het te maken met de vervanging van de F-16? Of heeft het te maken met het feit dat de top van de francofonie in 2022 in Brussel plaats zou kunnen vinden, een vraag van de Franse Gemeenschap?

 

De voorzitter: Voor ik het woord verleen aan de minister van Buitenlandse Zaken, wil ik u zeggen dat het onderwerp gisteren door de heer Calvo in het debat werd aangebracht. Aangezien ik geen reglementaire basis heb om mij daartegen te verzetten, heb ik uw vraag toegelaten.

 

07.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, collega's, ik heb net een antwoord gekregen van de eerste minister, die nu vertrekt naar de twaalfde top van de francofonie in Jerevan.

 

Landen worden doorgaans vertegenwoordigd door hun staatshoofden of regeringsleiders, vandaar de aanwezigheid van de eerste minister.

 

De Organisation internationale de la Francophonie (OIF), die landen verenigt waar Frans wordt gesproken, werd geleidelijk uitgebreid naar niet-Franstalige landen die een band hebben met de taal en cultuur van het Frans. Armenië, het gastland van de top, is daar een van. Het permanent hoofdkantoor van de OIF is in Parijs gevestigd. Onze bilaterale ambassadeur in Parijs is geaccrediteerd bij de OIF. In 2018 telde de OIF 84 staten of regeringen, 54 gewone leden, 4 geassocieerde leden en 26 waarnemers. Dat vertegenwoordigt een totaal van meer dan 900 miljoen inwoners, verspreid over de vijf continenten.

 

Ons land wordt er vertegenwoordigd door de federale regering, alsook door de Franse Gemeenschap, la Fédération Wallonie-Bruxelles, die twee volwaardige leden met stemrecht zijn.

 

Het thema van de top is "Samenleven in solidariteit, het delen van humanistische waarden en respect voor de diversiteit: vrede en welvaart voor de regio's waar Frans gesproken wordt". De volgende onderwerpen zullen er worden besproken: het multilateralisme, de uitdagingen op het gebied van veiligheid en economie, de rechtstaat en de democratie.

 

Ook de werking van de OIF zal aan bod komen, met de aanstelling van een secretaris-generaal.

 

De eerste minister zal trouwens verscheidene bilaterale ontmoetingen hebben. Het is zeer belangrijk dat hij als vertegenwoordiger van de federale regering de top bijwoont. De Franse Gemeenschap wordt vertegenwoordigd door haar minister-president.

 

07.03  Veerle Wouters (Vuye&Wouters): Mijnheer de voorzitter, sta mij toe voorafgaandelijk op te merken in repliek op uw vaststelling dat ik de vraag hier ook gisteren heb gesteld, maar op dat ogenblik was de eerste minister niet aanwezig. Achteraf heeft hij daar ook niet meer op geantwoord. Daarom stelde ik de vraag opnieuw.

 

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, maar de samenstelling van de organisatie kenden we al. Het lijkt mij veeleer te gaan over een verborgen agenda van de MR inzake de francofonie. Wij hebben hier in het Parlement al een voorstel van resolutie voorbij zien komen om Brussel gaststad te maken in 2022. Dat voorstel leek neutraal, maar in de intussen door de Franse Gemeenschap unaniem goedgekeurde resolutie staat dat de MR Brussel wil promoten als Franstalige stad. Die top kost 75 miljoen euro en de Franse Gemeenschap wil die rekening doorschuiven naar de federale regering. Daarmee kunnen wij niet akkoord gaan.

 

Ik roep de Vlaamse partijen op om niet in die val te trappen. Het zou getuigen van heel veel kracht van verandering, indien de Vlamingen nog betalen om Brussel te promoten als Franstalige stad. Brussel is en blijft de hoofdstad van Vlaanderen. Ik hoop dat dat ook voor u duidelijk is.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

08 Question de Mme Muriel Gerkens au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "l'emploi des femmes" (n° P3125)

08 Vraag van mevrouw Muriel Gerkens aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de tewerkstelling van vrouwen" (nr. P3125)

 

08.01  Muriel Gerkens (Ecolo-Groen): Monsieur le président, monsieur le ministre, dans la déclaration gouvernemen­tale que nous avons découverte avant-hier, pas une seule fois le mot "femme" n'a été écrit ni prononcé. Mon chef de groupe, Jean-Marc Nollet, l'a signalé hier et le premier ministre a répondu: "Quand je parle des droits de l'homme, je parle évidemment aussi des droits de la femme." C'est évident. On devra d'ailleurs dire les "droits humains" et non plus les "droits de l'homme".

 

Néanmoins, monsieur le ministre, depuis le scandale Weinstein, toutes les réactions hashtag MeToo et l'attention attirée sur la fragilité des femmes dans différents secteurs dont le secteur de l'emploi en termes de harcèlement, il a aussi été mis en évidence nos difficultés à respecter nos objectifs d'égalité salariale. On sait que des écarts sont dus au temps de travail mais il y a aussi des écarts de base: 7 % de la différence salariale sont inexpliqués, si ce n'est qu'on applique des salaires différents aux hommes et aux femmes.

 

Un plan emploi "genre" nous est annoncé pour les prochains mois. Comment se fait-il que ce plan n'ait pas été cité dans la déclaration gouvernementale, s'il fait partie des priorités de ce gouvernement?

 

Par ailleurs, nous sommes en train de réformer le Code des sociétés. Et  M. Geens est là. À travers cette réforme, il y a toutes les obligations de gouvernance, de contenu dans le rapport comptable, dans le rapport social des entreprises. Pourtant, il n'est pas repris explicitement que les entreprises doivent veiller à l'égalité, identifier les problèmes de non-égalité entre les travailleurs et publier les recommandations que l'entreprise s'engage à réaliser pour atteindre ces objectifs.

 

Monsieur le ministre, je ne vais pas multiplier les exemples mais je trouve vraiment décevant et aussi étonnant que cette déclaration gouvernementale ne mentionne pas une seule fois votre préoccupation pour le droit des femmes, pour l'égalité homme-femme, notamment dans le monde de l'emploi, alors que vous avez encore plusieurs mois de travail devant vous.

 

08.02  Kris Peeters, ministre: Monsieur le président, madame Gerkens, tout d'abord, je veux profiter de l'occasion pour vous remercier une fois de plus pour votre travail parlementaire et pour les nombreuses questions que vous m'avez adressées en commission des Affaires sociales ainsi qu'en commission de l'Économie.

 

(Ovation dans l'ensemble de l'hémicycle et applaudissements nourris)

 

Chère collègue, j'ai pu constater un fil rouge: votre souci pour le bien-être des travailleurs sur leur lieu de travail. Nous partageons clairement le même souci. J'espère que votre successeur fera preuve du même intérêt pour cette matière. Madame Gerkens, merci et bonne continuation dans vos autres tâches et dans votre carrière politique.

 

J'en viens à votre question.

 

Le premier ministre, de même que le gouvernement, est évidemment très soucieux des droits des femmes. En général, nous pouvons dire que le degré de participation des femmes au marché du travail a fortement augmenté au cours des cinquante dernières années. La situation s'est inversée, entre autres à la suite des évolutions sociales.

 

Il est toutefois nécessaire de rester attentif à la position des femmes sur le marché du travail et, comme vous l'avez dit, en général, dans toutes les législations qui relèvent des compétences de mes collègues, et surtout de M. Koen Geens.

 

Voici quelques thématiques que j'ai prises à cœur, en tant que ministre de l'Emploi, au cours de cette législature.

 

Premièrement: la flexibilité sur le marché du travail, et surtout la conciliation entre la vie privée et la vie professionnelle. C'est très important. Nous avons approuvé des mesures concernant les horaires flottants, le télétravail occasionnel, etc.

 

Deuxièmement: la neutralité de genre, la classification des fonctions et les écarts salariaux.

 

Troisièmement: les mystery calls et nous avons approuvé un arrêté royal visant à améliorer la situation des femmes dans les entreprises.

 

Madame Gerkens, voilà quelques exemples qui, je l'espère, vous auront convaincue que votre souci est aussi le souci du gouvernement. Nous travaillons en ce sens.

 

08.03  Muriel Gerkens (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, je vous remercie.

 

Ma préoccupation subsistera tant que je n'aurai pas vu les réalisations concrètes. Vous vous en doutez bien! Je prends note des engagements et du fait que vous nous dites que cela constitue une préoccupation pour vous. C'est positif, mais il faut plus que cela. Au mois de juin, lors d'un échange avec le premier ministre, nous avions abordé l'idée de mettre en place avec le Parlement ce que l'on avait appelé les assises des droits des femmes. Il avait marqué son soutien à ce processus-là. J'espère vraiment que dans les mois à venir, cette dynamique sera mise en place.

 

Si vous le permettez, je voudrais profiter de ce moment pour dire que cela pourrait être l'occasion de créer au sein du Parlement une manière de travailler qui permette un vrai débat. Ce qui me frappe dans l'évolution au cours des années, c'est que le vrai débat parlementaire, la réflexion, l'échange entre majorité et opposition, ont presque disparu. Nous sommes dans une logique de majorité contre opposition.

 

Quand nous invitons des acteurs de la société civile, nous faisons des auditions. Nous leur donnons la parole dix minutes. Nous les écoutons, nous faisons nos commentaires et ils répondent. Je pense vraiment que si nous voulons travailler concrètement sur la dimension de l'égalité homme-femme de manière transversale dans toutes nos politiques, il faut que nous arrivions à mettre au point ici, au Parlement, un travail participatif interactif avec des représentants de cette société civile, où les parlementaires acceptent de prendre le risque de réfléchir avec des citoyens et des citoyennes. Il faut qu'eux-mêmes soient en confiance pour travailler.

 

Nous pourrions inventer d'autres choses. Nous appliquons tout le temps les mêmes recettes. Nous n'inventons pas d'autres choses. Je pense qu'une ouverture est possible et que vous pourriez faire un travail remarquable. J'espère le voir réalisé dans les mois qui viennent.

 

(Applaudissements nourris)

 

Le président: Madame Gerkens, permettez-moi de m'associer aux propos du ministre et aux applaudissements de la Chambre dont je me fais l'interprète. Nous tenons, tout d'abord, à vous remercier pour tout le travail que vous avez fourni au sein de cet hémicycle ainsi que dans les commissions.

 

Ik zal Nederlands spreken, want dan komen de woorden meer uit mijn hart dan uit mijn hoofd.

 

Ondanks onze politieke verschillen, die natuurlijk groot zijn en dat is maar goed ook, hebben wij de manier waarop u uw mandaat hebt opgenomen zeer geapprecieerd. Af en toe zal het wellicht niet naar de zin geweest zijn van degenen wie u het vuur aan de schenen hebt gelegd, maar dat is natuurlijk een deel van uw opdracht.

 

Bij uw laatste plenaire vergadering wens ik u te zeggen, ook in naam van de Kamer, dat de manier waarop u uw engagement hebt opgenomen, zeker bewonderenswaardig is.

 

Ik wens u veel succes en een mooie toekomst, die u ongetwijfeld wacht. Nogmaals, merci.

 

(Applaus)

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

09 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "les conséquences économiques du Brexit" (n° P3126)

09 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de economische gevolgen van de brexit" (nr. P3126)

 

09.01  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, le premier ministre l'a rappelé ce lundi lors de son discours à la Chambre, je le cite: "Plus près de chez nous, il reste d'énormes défis à relever. La mise en œuvre du Brexit constitue l'un d'entre eux à l'échelon européen." Le Brexit, monsieur le ministre, est et sera un énorme défi pour notre pays d'autant plus si, comme malheureusement beaucoup d'indices le montrent, le Brexit se déroule de manière chaotique, c'est-à-dire à la suite d'un no deal ou d'un échec de l'accord de séparation.

 

Je rappelle que le Royaume-Uni est notre quatrième partenaire commercial. Cela représente 32 milliards d'euros, 9 % de nos exportations. En cas de no deal, le commerce entre l'Union européenne et donc la Belgique et Londres se ferait selon les règles de l'OMC qui pourraient aboutir à des tarifs et à des barrières non tarifaires. Certaines études montrent d'ailleurs que cet échec pourrait particulièrement impacter la Belgique juste après l'Irlande, pays qui a le plus de relations avec le Royaume-Uni.

 

Les formalités douanières plus nombreuses auront un coût important pour les entreprises comme pour les consommateurs. Monsieur le vice-premier ministre, la France vient d'adopter un projet de loi d'habilitation permettant de légiférer par ordonnance, ce qui donnera au gouvernement la possibilité de prendre les mesures nécessaires pour qu'au 30 mars 2019, la date fatidique, quel que soit le scénario, la France puisse être prête.

 

Monsieur le vice-premier ministre, mes questions sont simples.

 

D'abord, quel est le scénario? Serons-nous prêts le 30 mars 2019, en partenariat avec les Régions et en concertation avec les milieux professionnels et les entreprises, à faire face aux conséquences d'un no deal du Brexit?

 

Deuxièmement, nos infrastructures douanières portuaires, vous qui êtes d'Anvers, seront-elles prêtes pour le contrôle à l'arrivée en Belgique des marchandises venant du Royaume-Uni face à des concurrents comme Le Havre ou Rotterdam?

 

Enfin, j'en viens à ma troisième question. Nos entreprises sont-elles bien informées et bien encadrées par les administrations pour répondre aux suites commerciales et juridiques du Brexit et du no deal? Je rappelle qu'en juillet, après votre rencontre avec Michel Barnier, vous aviez promis la mise à disposition d'outils pour les entreprises et la création d'un site internet à partir du mois de septembre.

 

09.02  Kris Peeters, ministre: Monsieur Flahaux, vous avez raison de considérer que l'absence d'accord entraînera d'énormes conséquences négatives sur l'économie belge, en particulier sur nos entreprises, grandes, moyennes et petites. De même, vous avez raison de rappeler que les négociations entrent dans leur dernière semaine. Nos intérêts économiques à défendre sont considérables, comme vous l'avez souligné.

 

Je commencerai par répondre à votre troisième question. J'ai élaboré un outil "Brexit Impact Scan" (BIS), surtout à destination des PME, afin de mieux les informer et de les préparer en cas d'absence d'accord avec le Royaume-Uni.

 

Votre deuxième question concerne les douanes. Mon collègue Johan Van Overtveldt, ici présent, et moi-même avons décidé d'augmenter le nombre de douaniers actifs à Anvers ainsi que dans les autres zones essentielles, qui pourraient subir les conséquences d'une absence d'accord avec le Royaume-Uni.

 

Votre première question est particulièrement intéressante. Vous avez souligné l'exemple de la France. Je suis tout disposé à y réfléchir et vais veiller à créer les conditions les plus favorables pour nos entreprises ainsi que pour nos concitoyens, dans le but de protéger notre économie. Nous allons discuter de cette idée au sein du gouvernement.

 

09.03  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, monsieur le ministre, je vous remercie pour votre prise de conscience et les actions que vous menez de concert avec le premier ministre, le ministre des Affaires étrangères et le ministre des Finances dans le cadre de ce dossier où tout est transversal, si j'ose dire.

 

Il est vrai qu'il faut tout faire pour minimiser l'impact sur notre économie, en l'absence d'accord, même si je rêve, je ne le cache pas, qu'un deuxième référendum puisse être organisé et aboutir à un non-Brexit, car cela serait, selon moi, la meilleure solution.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10 Samengevoegde vragen van

- de heer David Geerts aan de vice-eersteminister en minister van Ontwikkelingssamenwerking, Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post over "de sociale onrust bij bpost" (nr. P3127)

- de heer Laurent Devin aan de vice-eersteminister en minister van Ontwikkelingssamenwerking, Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post over "de sociale onrust bij bpost" (nr. P3128)

10 Questions jointes de

- M. David Geerts au vice-premier ministre et ministre de la Coopération au développement, de l'Agenda numérique, des Télécommunications et de la Poste, sur "les tensions sociales au sein de bpost" (n° P3127)

- M. Laurent Devin au vice-premier ministre et ministre de la Coopération au développement, de l'Agenda numérique, des Télécommunications et de la Poste, sur "les tensions sociales au sein de bpost" (n° P3128)

 

10.01  David Geerts (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, sta mij toe u even de huidige situatie bij bpost te schetsen. Er zijn 300 openstaande vacatures voor postbodes, 280 000 openstaande overuren en 50 000 openstaande verlofdagen. Dit gaat alleen over dit jaar. Elke dag blijven tientallen postbedelingen onuitgevoerd, waardoor de mensen hun brieven niet krijgen.

 

Mijnheer de minister, de cijfers met betrekking tot de werkdruk bij bpost zijn hallucinant. U zult moeten erkennen dat de werkdruk enorm hoog ligt. Postbodes krijgen hun ronde niet meer afgewerkt. Zij moeten 's morgens vroeger beginnen en 's avonds later werken. De achterstand groeit en de overuren kunnen niet gerecupereerd worden.

 

Ook voor de klanten heeft dat natuurlijk gevolgen. In mijn regio worden twee bedelingen stelselmatig niet uitgevoerd. Dat heeft uiteraard een impact op de klanten. Mensen vertellen mij bijvoorbeeld dat hun geboortekaartjes steeds later bij de geadresseerden toekomen. Het schrijnendst was toen een familie mij vertelde dat hun rouwbrieven pas na de begrafenis werden bezorgd.

 

Toch maakt dit bedrijf enorme winsten. Ik heb de cijfers er eens op nageslagen. In 2017 was er 291 miljoen euro winst. Die winst komt de werknemers of de klanten echter niet ten goede, en is enkel en alleen voor de aandeelhouders. De aandeelhouders kregen 90 % van de winst uitgekeerd. Voor de Belgische overheid ging het om 132 miljoen euro.

 

Ik richt mij dus tot u als vertegenwoordiger van de overheid, de belangrijkste aandeelhouder. Enerzijds, incasseert u dus 132 miljoen euro voor uw begroting, anderzijds ziet u toch ook dat er een probleem is met het aantal overuren, het uitpersen van de werknemers en het verwaarlozen van de klanten.

 

Mijnheer de minister, mijn vraag is zeer eenvoudig.

 

Wat gaat u doen, als voogdijminister en belangrijkste aandeelhouder van bpost, om de werkdruk opnieuw normaal te krijgen en om ervoor te zorgen dat de klanten opnieuw worden gesoigneerd?

 

10.02  Laurent Devin (PS): Monsieur le vice-premier ministre, management dépassé, formation insuffisante, augmentation de la charge de travail et de la productivité, heures supplémentaires non payées, congés refusés au mépris de la santé et de la vie familiale des travailleurs. Les conséquences: une augmentation des congés de maladie, des grèves spontanées et une réduction de la qualité du service pour le citoyen. Aujourd'hui, le sous-effectif à bpost est structurel!

 

La situation sociale chez bpost est grave. La dégradation continue des conditions de travail de nos facteurs est une évidence. Jamais depuis que l'entreprise a entamé sa modernisation nous n'avons assisté à pareille situation. Vu la médiocrité des conditions de travail, comment s'étonner qu'aujourd'hui bpost ait tant de mal à recruter? Le phénomène était déjà bien réel en Flandre et il touche aujourd'hui la Wallonie. Les communes wallonnes ne reçoivent plus le courrier chaque jour.

 

Le forcing pour mettre fin au J+1 et les prétendues baisses soudaines de volume de courrier sont des excuses sur lesquelles on s'appuie pour servir un seul maître: la cotation boursière de l'entreprise. À la vérité et à votre plus grand désappointement, cette cotation touche le fond à cause des errements de la direction.

 

Monsieur le vice-premier ministre, vous l'avez récemment confirmé, votre volonté est de privatiser bpost et tant que l'action restera faible, vous ne pourrez justifier une vente purement idéologique. Les faits sont là. Quoiqu'en dise la bourse, bpost, grâce à ses travailleurs, reste une des entreprises postales au plus grand rendement en Europe.

 

Monsieur le vice-premier ministre, comptez-vous intervenir pour que les conditions de travail redeviennent acceptables pour le personnel de bpost? Allez-vous enfin mettre la pression sur la direction de bpost pour qu'elle assume ses responsabilités sociales et de service public? Je vous l'avais déjà demandé dans le courant de l'été.

 

Quel message envoyez-vous aujourd'hui aux travailleurs en prolongeant la période qui permet au gouvernement de privatiser bpost?

 

10.03 Minister Alexander De Croo: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Geerts, mijnheer Devin, er zijn inderdaad enkele problemen geweest in bepaalde mail- en uitreikingcentra, waar door een gebrek aan personeel het werk werd neergelegd.

 

Zoals u aangeeft, mijnheer Devin, was dat tot nu toe veeleer het geval in het noorden van het land, maar wij merken nu dat de acties zich uitbreiden naar andere zones.

 

La situation sociale chez bpost n'est, pour l'instant, pas idéale en raison d'une pénurie de personnel.

 

Bpost est consciente de ce problème et essaie de confier à des facteurs la distribution de courrier dans des tournées qu'ils ne connaissent pas, ce qui suscite chez eux des problèmes de stress.

 

Wij zien ook zeer duidelijk een aantal gaten in de organisatie, waardoor de werkdruk voor een groot deel van het personeel bijzonder hoog wordt. Bpost heeft reeds een aantal inspanningen gedaan, waaronder de deelname aan jobbeurzen en een intense samenwerking met de VDAB, Forem en Actiris om te proberen meer mensen te rekruteren. Er zijn bij bpost honderden vacatures, terwijl er toch nog een zeker niveau van werkloosheid is in ons land. Het moet dus absoluut mogelijk zijn om meer mensen naar die jobs te leiden.

 

Ik wil eindigen met een oproep aan bpost en de sociale partners. In feite moeten bpost en de sociale partners bondgenoten zijn. Zij moeten samen bekijken op welke manier zij opnieuw mensen kunnen rekruteren.

 

Je voudrais appuyer la concertation sociale en vue de prendre un nombre de mesures. Par exemple, il est parfaitement possible de rendre les procédures de recrutement plus rapides; de regarder de quelle manière des affectations de personnel sur des zones différentes avec du personnel expérimenté peuvent être réalisées; et d'examiner les conditions de recrutement. Par exemple, actuellement, on demande un permis B à tout le monde, alors que certains facteurs font leur distribution sans voiture. Des mesures pourraient être prises dans ce sens.

 

Ik wil eindigen met te zeggen dat ik de directie van bpost met aandrang vraag om de hand te reiken naar de sociale partners en het personeel van bpost. Het personeel levert vandaag bijzonder grote inspanningen, zeker in deze periode waarin er veel wordt gevraagd van onze postbodes. Ik vraag haar om na te gaan op welke manier men zo snel mogelijk opnieuw kan komen tot een sociale dialoog, op welke manier men de rekrutering kan versnellen en meer inspanningen kan doen om ervoor te zorgen dat de openstaande vacatures, die leiden tot alle problemen die vermeld werden, worden ingevuld.

 

10.04  David Geerts (sp.a): Mijnheer de minister, vier maanden geleden stelde ik dezelfde vragen aan de CEO tijdens een hoorzitting in de Kamer. Ik kan slechts vaststellen dat er in de loop van die vier maanden niets is gebeurd om het familiale leven van de postmannen en -vrouwen te verbeteren. U hebt het over een aantal voorstellen waaraan zou worden gewerkt, maar op het terrein blijkt hiervan tot op heden eigenlijk nog niets te zijn gerealiseerd. Die voorstellen werden nochtans al vier maanden geleden aangekondigd. Onze fractie stelt voor om het dividend, ter waarde van 90 % van de winst die wordt uitgekeerd, te investeren om mensen op te leiden en aan te werven en alzo de vicieuze cirkel waarin het bedrijf zich bevindt, te doorbreken.

 

10.05  Laurent Devin (PS): Monsieur le vice-premier ministre, j'ai bien entendu votre réponse. Vous tendez la main aux syndicats en leur demandant de vous donner un bon coup de main.

 

Cela fait plusieurs mois que nous dénonçons cette situation parce qu'en particulier la CGSP secteur Poste est venue à notre rencontre pour dénoncer ce qui se passait en Flandre. Il s'agit d'un vrai problème qui s'étend, aujourd'hui, en Wallonie. Cela fait des mois que nous attirons l'attention sur la situation et c'est seulement maintenant que vous entendez notre appel. En effet, vous auriez pu tenir ce type de discours il y a quelques temps déjà.

 

Quoi qu'il en soit, vous avez changé d'avis, comme cela a été le cas pour le prix du timbre, et je m'en réjouis. En effet, il est grand temps d'assumer vos responsabilités. Durant l'été, nous attendions un pompier et c'est un pyromane qui s'est présenté.

 

Vous devez changer radicalement votre politique. Une entreprise publique n'est pas au service de la bourse, mais bien des citoyens. Vous devez pouvoir le comprendre. Elle se doit d'être un exemple surtout quand on sait qu'elle emploie autant de travailleurs peu qualifiés.

 

Il est également temps que vous compreniez qu'un travailleur n'est pas une donnée comptable corvéable à merci. Il est temps que vous compreniez que, pour que les clients, pour que les 11 millions de personnes qui attendent leur courrier soient contents, il faut que les travailleurs puissent bénéficier de conditions de travail qui leur permettent de bien remplir leur tâche et rendre un bon service public.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Vraag van de heer Luk Van Biesen aan de minister van Justitie over "de strafuitvoering bij verkeersdelicten" (nr. P3130)

11 Question de M. Luk Van Biesen au ministre de la Justice sur "l'exécution des peines dans le cadre des infractions de roulage" (n° P3130)

 

11.01  Luk Van Biesen (Open Vld): Mijnheer de minister, ik wil het graag met u even hebben over een probleem dat leeft in onze maatschappij. De mensen in de straat begrijpen totaal niet hoe bepaalde uitspraken van de strafuitvoerings­rechtbanken tot stand komen.

 

Ik wil het met u hebben over het dossier van de doodrijder van Merel De Prins. Het gaat om een 21-jarige jongen die 18 keer veroordeeld was voor het rijden zonder rijbewijs, die nooit zijn rijbewijs gehaald heeft, en die na zijn dodelijke tocht vluchtmisdrijf pleegde en naar Hongarije vluchtte.

 

Nu kan hij vervroegd vrijkomen doordat zijn gevangenisstraf wordt omgezet in elektronisch toezicht.

 

De mensen begrijpen dat niet, mijnheer de minister. Er is immers een fundamenteel verschil tussen iemand opsluiten in de gevangenis, hopend dat hij daar beter wordt, en iemand onder elektronisch toezicht houden. Dat is een hemelsbreed verschil.

 

De jongste maanden zijn er inderdaad wetten verstrengd op het vlak van de strafmaat, maar inzake de periode gedurende dewelke iemand zijn straf effectief moet uitzitten, gaat men blijkbaar, misschien onder druk van de overvolle gevangenissen, vrij snel over tot andere vormen van straf die door de mensen helemaal niet aanvaard worden als zijnde dezelfde straf als die uitgesproken werd voor het vergrijp.

 

De ouders van Merel De Prins waren bij de gesprekken over de beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank aanwezig en zij hebben een totaal andere indruk over de dader dan blijkt uit de rapporten van de verschillende diensten die hem onder elektronisch toezicht willen houden. Ik ben dezelfde avond nog naar die ouders gegaan en zij hebben mij gezegd op geen enkel vlak beterschap te zien bij die jongen, integendeel.

 

Mijnheer de minister, gaat u initiatieven nemen met betrekking tot de strafuitvoering? Gaat u trachten te verwezenlijken dat mensen langer in de gevangenis kunnen blijven? Wij hebben nu immers de strafmaat verhoogd, maar wij hebben de duur dat zij langer in de gevangenis moeten blijven niet verhoogd. Gaat men meer doen om de familie van de slachtoffers en de slachtoffers te betrekken bij een wijziging in de strafuitvoering?

 

11.02 Minister Koen Geens: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van Biesen, u weet hoezeer ik meeleef met het leed van de familie van Merel. Wij hebben destijds de ouders op het kabinet ontvangen en hebben toen de verzwaring van de strafmaat beloofd. Wij hebben deze begin dit jaar ook ingevoerd. Een vluchtmisdrijf met dodelijk ongeval kan voortaan leiden tot een strafmaat van negen jaar.

 

Wij hadden, inzake de medische zorg die de veroordeelde nodig had gedurende zijn straf, voordien de wet reeds aangepast, zodat de tijdelijke vrijstelling wegens medische zorg tijdens de straf op verzoek van het openbaar ministerie kon worden herroepen. Dat is ook gebeurd en de man is opnieuw opgesloten. Dat was het gevolg van een wettelijke ingreep in 2015. Ik zeg u dit om u te bewijzen dat wij niet stilzitten.

 

Wat de strafuitvoering betreft, het Grondwettelijk Hof heeft onlangs de wet-Lejeune gedeeltelijk terzijde gesteld. Voortaan is het bij recidive niet meer toegelaten om als minimum tweederde van de straftijd te gebruiken. Een derde is ook maar een minimum, uiteindelijk kan de strafuitvoeringsrechter veel verder gaan. Het Grondwettelijk Hof heeft die beslissing genomen. De regering heeft een wetsontwerp aan de Raad van State verstuurd, op grond waarvan de twee derde opnieuw wordt ingevoerd. Dit komt er dus binnenkort aan.

 

In dit geval was er technisch geen herhaling. Mocht dit toepasselijk geweest zijn, dan had de rechter dezelfde beslissing kunnen nemen. Ik kan op die beslissing, dat weet u, in geen enkel opzicht ingaan. Ik kan alleen zeggen dat de strafmaat vandaag veel zwaarder zou kunnen zijn geweest. Wat de medische verzorging betreft, hebben we al alles gedaan wat we konden.

 

De volgende weken ga ik naar de regering met een voorontwerp van wet op de strafuitvoering, dat zal proberen dit soort zaken te remediëren. Ik weet dat dit voor de betrokkenen pleisters zijn op een houten been. Ik kan alleen maar zeggen dat we onze uiterste best doen en dat er scheiding der machten is in dit land.

 

Ik dank u.

 

11.03  Luk Van Biesen (Open Vld): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Op het vlak van de strafuitvoering zullen we nauwlettend kijken naar twee punten, onder meer dat het uitzitten van de straf wel degelijk grotendeels in de gevangenis gebeurt en niet zoals dat vandaag nog kan. Verder zullen we er ook over waken dat de familie van de slachtoffers beter wordt betrokken bij de strafuitvoering als zodanig.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

12 Question de M. Richard Miller au ministre de la Justice sur "les soupçons d'infractions et de fraudes commises dans le milieu du football" (n° P3131)

12 Vraag van de heer Richard Miller aan de minister van Justitie over "vermoedelijke misdrijven en/of fraude in de voetbalwereld" (nr. P3131)

 

12.01  Richard Miller (MR): Chers collègues, ce n'est pas le football, mais la justice qui m'intéresse.

 

Monsieur le ministre, ce matin même, nous avons appris par la presse les avancées spectaculaires d'une enquête de grande envergure dirigée par le parquet fédéral. Certains parlent même de séisme dans le monde du football. Cette enquête, qui a débuté à la fin de 2017, vise des activités qui auraient été accomplies par une organisation criminelle, ainsi que le blanchiment d'argent et la corruption privée. Elle fait suite à un rapport de l'unité des fraudes sportives de la police fédérale - du reste, il convient de souligner le travail réalisé - mettant à jour des indications de transactions financières suspectes.

 

Au cours de l'enquête, il est apparu que des matchs livrés au cours de la saison 2017-2018 auraient pu être influencés. Pour cette raison, quarante-quatre perquisitions ont été effectuées dans tout le pays et treize l'ont été à l'étranger, mobilisant pas moins de cent quatre-vingt-quatre policiers rien qu'en Belgique. Elles visaient dix des seize clubs de football de division 1A, ainsi que des agents de joueurs, des responsables de club, un ancien avocat, des journalistes et bien d'autres. Certains d'entre eux ont également été interpellés en vue d'une audition.

 

Au vu de la popularité de ce sport dans notre pays, ainsi que de l'image globale qu'il nous renvoie, il me semble que cette affaire revêt une grande importance.

 

Monsieur le ministre, mes questions sont les suivantes.

 

Dans le respect de votre devoir de réserve et, bien entendu, de la séparation des pouvoirs, pouvez-vous nous apporter plus de précisions quant à la situation actuelle? Qu'en est-il des perquisitions menées à l'étranger? Quels sont les clubs concernés? De nombreux clubs de division 1A belges semblent touchés par cette enquête. Peut-on parler, à ce stade, d'un système organisé? Enfin, quid des clubs des divisions inférieures? Pourraient-ils également être impliqués?

 

12.02  Koen Geens, ministre: Monsieur Miller, je vous remercie de votre question.

 

Même si j'en savais davantage que vous, je ne pourrais en dire plus, dans la mesure où les communiqués de presse sont très récents et aussi parce que les informations que le parquet consent à nous livrer – vu le secret de l'instruction et le fait que l'enquête est réellement en cours sur le terrain – nous sont données, comme vous pouvez l'imager, de manière particulièrement parcimonieuse.

 

L'enquête fédérale a débuté à la fin de 2017, à la suite d'un rapport de l'unité des fraudes sportives de la police fédérale. Elle a mis au jour des indications de transactions financières suspectes dans le monde du football. Certains agents sportifs auraient organisé ces opérations qui dissimulaient aux autorités belges et à d'autres personnes concernées par ces transactions des commissions portant sur des transferts de joueurs, des salaires de joueurs et d'entraîneurs, ainsi que sur d'autres paiements. Il s'agit donc, à première vue, d'une affaire de dissimulation de commissions.

 

Au cours de l'enquête, des indications d'influences possibles sur les matchs de la saison 2017-2018 sont apparues. L'instruction judiciaire couvre des activités menées dans le cadre d'une organisation criminelle, le blanchiment d'argent et la corruption privée.

 

L'enquête émane du parquet d'instruction du Limbourg mais c'est le parquet fédéral qui a repris l'enquête. Quarante-quatre perquisitions ont été effectuées, comme vous le dites. Treize ont été opérées à l'étranger dans des pays comme la France, le Luxembourg, Chypre, le Monténégro, la Serbie et la Macédoine. Je ne sais pas quels clubs de football étrangers pourraient être impliqués.

 

Je peux ajouter, sans penser ni même suggérer qu'il y ait un lien quelconque avec les jeux de hasard, que nous avons justement, pour protéger l'intégrité du sport et du football en particulier, une plate-forme nationale dans laquelle sont représentées le SPF Justice, le ministère public, la police fédérale, les Communautés, les services d'enquête, les régulateurs de jeux de hasard, la Loterie nationale et le secteur du sport.

 

Une fois de plus: je le dis à titre informatif. Je ne crois aucunement qu'il y ait un lien ici avec les jeux de hasard mais je voulais quand même vous dire que nous sommes attentifs à tous les aspects de la fraude en l'espèce.

 

Je vous remercie, monsieur le président, monsieur Miller.

 

12.03  Richard Miller (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie pour ces éléments de réponse.

 

Je savais, en vous adressant cette question, la difficulté de pouvoir déjà apporter des éléments davantage concrets, encore qu'à travers votre réponse, certains éléments nous ont été donnés, mais la question devait être posée étant donné la nature du sport.

 

L'image que le football apporte est un formidable symbole pour nos jeunes à travers toute notre société. C'est un symbole de dépassement possible des barrières sociales. C'est l'image que toute vie peut se transformer en une réussite. C'est la raison pour laquelle, avec notre groupe, nous sommes très attentifs à ce dossier parce qu'on ne peut pas laisser le doute d'une corruption ou de commissions occultes obscurcir cette image de l'espoir qu'incarnent les différents clubs de football dans notre pays.

 

Je vous remercie, monsieur le ministre.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

13 Questions jointes de

- M. Marco Van Hees au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "la réglementation relative aux lanceurs d'alerte dans le cadre de la lutte contre la fraude fiscale" (n° P3132)

- M. Johan Klaps au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "la réglementation relative aux lanceurs d'alerte dans le cadre de la lutte contre la fraude fiscale" (n° P3133)

- Mme Griet Smaers au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "la réglementation relative aux lanceurs d'alerte dans le cadre de la lutte contre la fraude fiscale" (n° P3134)

- M. Peter Vanvelthoven au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "la réglementation relative aux lanceurs d'alerte dans le cadre de la lutte contre la fraude fiscale" (n° P3135)

- M. Stefaan Van Hecke au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "la réglementation relative aux lanceurs d'alerte dans le cadre de la lutte contre la fraude fiscale" (n° P3136)

- Mme Carina Van Cauter au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "la réglementation relative aux lanceurs d'alerte dans le cadre de la lutte contre la fraude fiscale" (n° P3137)

- M. Ahmed Laaouej au premier ministre sur "la réglementation relative aux lanceurs d'alerte dans le cadre de la lutte contre la fraude fiscale" (n° P3138)

13 Samengevoegde vragen van

- de heer Marco Van Hees aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de klokkenluidersregeling in de strijd tegen fiscale fraude" (nr. P3132)

- de heer Johan Klaps aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de klokkenluidersregeling in de strijd tegen fiscale fraude" (nr. P3133)

- mevrouw Griet Smaers aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de klokkenluidersregeling in de strijd tegen fiscale fraude" (nr. P3134)

- de heer Peter Vanvelthoven aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de klokkenluidersregeling in de strijd tegen fiscale fraude" (nr. P3135)

- de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de klokkenluidersregeling in de strijd tegen fiscale fraude" (nr. P3136)

- mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de klokkenluidersregeling in de strijd tegen fiscale fraude" (nr. P3137)

- de heer Ahmed Laaouej aan de eerste minister over "de klokkenluidersregeling in de strijd tegen fiscale fraude" (nr. P3138)

 

13.01  Marco Van Hees (PTB-GO!): Monsieur le ministre, les lanceurs d'alerte sont essentiels pour notre société. En effet, les grandes avancées contre la grande fraude fiscale internationale ne sont pas dues aux États, ni à la Belgique, ni aux autres pays, c'est grâce aux différents leaks et papers qui ont fait suite aux fuites de lanceurs d'alerte.

 

Or quel est le sort de ces lanceurs d'alerte (Antoine Deltour, Edward Snowden, Denis Robert,…)? Des médailles? Non! Licenciements, procès, dommages et intérêts, peines de prison même! Qu'a fait la Belgique à l'égard des lanceurs d'alerte? En commission Panama Papers, on a vu que la majorité de droite avait déjà commencé à torpiller un peu les recommandations sur les lanceurs d'alerte. Et que constate-t-on aujourd'hui? On voit que l'Open Vld finit, achève au bazooka ce qui avait été fait dans la commission Panama Papers.

 

Je comprends maintenant pourquoi, lundi, le premier ministre était si vague lorsqu'il a évoqué les mesures contre la fraude fiscale dans le plan du gouvernement. Visiblement, l'Open Vld a cassé deux mesures qu'il y avait dans votre avant-projet de loi mais vous nous le confirmerez. Il y a, d'une part, l'indemnisation des lanceurs d'alerte. Pourquoi indemniser un lanceur d'alerte en cas de licenciement? Il n'y a aucune raison de l'indemniser: C4 et pourquoi pas la prison? D'autre part, il y a les astreintes pour ceux qui font obstruction à une enquête fiscale.

 

Finalement, que devrait faire ce gouvernement? Il devrait protéger les lanceurs d'alerte et s'en prendre aux fraudeurs. Mais dans la réalité, il fait l'inverse. Il défend les fraudeurs et s'en prend aux lanceurs d'alerte. On l'a vu avec la transaction pénale élargie en faveur des fraudeurs, la taxe diamant et autres mesures.

 

Les lanceurs d'alerte, on les attaque! On les a attaqués en juillet en votant ici une loi sur le secret d'affaires, loi d'ailleurs dénoncée par l'Association des journalistes professionnels parce qu'elle met en danger les lanceurs d'alerte et les journalistes. La charge de la preuve incombe aux lanceurs d'alerte. C'est à eux de prouver qu'ils ont agi dans l'intérêt public.

 

Monsieur le ministre, je n'ai qu'une seule question: vu votre bilan catastrophique dans la lutte contre la fraude fiscale, allez-vous, ou non, réinsérer dans votre projet de loi ces deux mesures que l'Open Vld a fait retirer?

 

13.02  Johan Klaps (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, deze regering heeft al talloze maatregelen genomen tegen fraude en witwaspraktijken. De modernisering van het bankenregister is daar een voorbeeld van maar ik zou er tientallen kunnen geven. De heer Van Hees heeft die niet goed onthouden, denk ik.

 

Er ligt blijkbaar een nieuw pakket maatregelen op de regeringstafel. Ik wil u vragen om van deze gelegenheid gebruik te maken om toe te lichten wat daarin al allemaal werd beslist.

 

In het rapport van de Panamacommissie was er sprake van een klokkenluiderregeling. Dat hoofdstuk past helemaal in het witwassen van geld ten gevolge van ernstige fiscale fraude. Die aanbeveling was het resultaat van de zoektocht naar een evenwicht tussen de belangen van de klokkenluider, de belastingplichtige en de maatschappij. De Standaard bericht vandaag dat over dit evenwicht blijkbaar geen consensus in de regering is gevonden.

 

Mijnheer de minister, gaat u de discussie in de regering voortzetten om de aanbevelingen van de Panamacommissie zoveel mogelijk uit te voeren?

 

13.03  Griet Smaers (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, vorig jaar in november hebben wij in plenaire vergadering het rapport met 123 aanbevelingen van de Panamacommissie goedgekeurd, na lange besprekingen zowel in de plenaire vergadering als in de commissie. De 123 duidelijke aanbevelingen werden na de stemming aan de regering overhandigd met de vraag om efficiënt te werk te gaan en de krachten te bundelen om de strijd tegen fiscale fraude te kunnen opvoeren.

 

Een jaar na de goedkeuring van het rapport van de Panamacommissie heeft de Ministerraad een aantal beslissingen genomen met betrekking tot de strijd tegen fiscale fraude, met de wens om een aantal aanbevelingen uit de Panamacommissie uit te voeren.

 

Ik heb in de begrotingsnotificaties gezien dat er twee momenten zijn geweest, op 30 maart 2018 en op 26 juli 2018, waarop de Ministerraad een beslissing heeft genomen over het uitvoeren van het werk uit de Panamacommissie. De regering heeft daar ook een opbrengst aan gekoppeld, in die zin dat dit werk dit jaar 150 miljoen euro extra moest opbrengen in de begroting.

 

Ondanks de beslissingen die hierover zijn genomen in de Ministerraad is het op dit moment eigenlijk niet duidelijk welke maatregelen zullen worden uitgevoerd en welke maatregelen de Ministerraad wil voorleggen aan het Parlement. Wij wachten nog altijd op een wetsontwerp over de uitvoering van die maatregelen, waarover nochtans al twee keer is beslist geweest in de Ministerraad, vandaar mijn vragen, mijnheer de minister.

 

CD&V hamert op een efficiënte strijd tegen de fiscale fraude. Ook in de aanbevelingen van de bijzondere commissie over de Panama Papers hebben wij de klemtoon gelegd op vier zaken: ten eerste, meer fiscale transparantie en een betere antiwitwasreglementering, ten tweede, een betere inning en invorderingsprocedure in ons eigen land, ten derde, betere afspraken met landen in de Europese Unie om tot een efficiëntere uitwisseling van informatie te komen, en ten vierde, de meldingsplicht voor financiële tussenpersonen met betrekking tot het opzetten van agressieve fiscale constructies. Dat is ook een belangrijk element waar Europa naar vraagt in de strijd tegen de fiscale fraude.

 

Ik heb hierbij de volgende vragen, mijnheer de minister.

 

De voorzitter: Heel snel, mevrouw Smaers, want het duurt te lang.

 

13.04  Griet Smaers (CD&V): Mijnheer de minister, wat wilt u nu voorleggen aan het Parlement? Welke maatregelen wil de regering effectief nemen ter uitvoering van het lijvige rapport van de Panamacommissie?

 

Welke timing plant u zelf voor de uitvoering en omzetting van de DAC 6-richtlijn, die in het bijzonder voorziet in de omzetting van de mandatory disclosure-richtlijn?

 

De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Smaers. De vraag is dus wat de regering gaat doen.

 

13.05  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, ik meen dat een goede twee jaar geleden dit Parlement bol stond van verontwaardiging toen de Panama Papers waren uitgelekt dankzij klokkenluiders. Het gevolg was dat een bijzondere commissie in het leven werd geroepen die meer dan een jaar heeft gewerkt en 132 — en geen 123 — aanbevelingen deed. Vervolgens was het wachten op de uitvoering van deze aanbevelingen door de minister van Financiën.

 

Vorige week is het resultaat van dat regeringswerk in een voorontwerp aan de regering voorgelegd. Ik heb het hier bij mij. Het telt 16 artikelen. Na verzet van de Open Vld, begrijp ik, zijn er van die 16 artikelen nog eens 10 geschrapt. Ik citeer even de titel: "Voorontwerp van wet inzake de uitvoering van de parlementaire aanbevelingen wat de Panama Papers betreft." Zes artikeltjes blijven er over.

 

Is dat geen lachertje, mijnheer de minister?

 

Ik hoor de heer Klaps hier zeggen dat hij tientallen maatregelen kan opnoemen. Collega Smaers zegt terecht te wachten op het vervolg want tot nu toe is er nog niet veel te zien. Het enige waarover de regering het eens is, is de opbrengst. Dit zal 150 miljoen euro opbrengen. Voor de rest, niks.

 

Mijnheer de minister, mijn vragen zijn eigenlijk heel duidelijk. Klopt het dat die twee belangrijke aanbevelingen —  de klokkenluiderregeling en de sanctie voor belastingplichtigen die weigeren mee te werken aan een fiscaal onderzoek — uit het ontwerp werden gehaald? Gebeurde dit na uitdrukkelijk verzet van de Open Vld? Ik wil daarover graag duidelijkheid.

 

Ik wil ook graag weten wanneer u eindelijk met de maatregelen zult komen in uitvoering van de aanbevelingen van de Panamacommissie.

 

13.06  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, als er nieuwe maatregelen komen om de fiscale fraude aan te pakken, dan slaat de schrik meteen toe bij de liberalen. Dat is duidelijk. Dat was vroeger zo en dat is vandaag nog altijd zo.

 

De schrik moet er goed in zitten bij de liberalen. Ze zijn, nu er meer middelen dreigen te komen om de fiscale fraude ernstig te bestrijden, blijkbaar bang om hun kiespubliek te treffen, zeker de komende week.

 

Het moet gezegd, de liberalen hebben hun slag thuisgehaald. Proficiat aan Open Vld. U mag dan nog zo vaak van naam veranderen, maar Open Vld lijkt alvast meer op de PVV van vroeger. De champagnekurken zullen knallen bij de 1%. Gewoon doen, zegt men dan, zoals de slogan van de partij luidt.

 

Waarover gaat het nu? Zoals het hier al werd geschetst, gaat het onder meer over een betere bescherming, een beter statuut van de klokkenluider. Dat is inderdaad heel belangrijk, wil men fraudemechanismen blootleggen. Panama Papers, Swissleaks, Luxleaks, zonder klokkenluiders zouden die dossiers moeilijker boven water zijn gekomen.

 

Blijkbaar zit er ook een klokkenluider in de regering of in het kabinet, wat een goede zaak is, want anders waren wij ook niet te weten gekomen wat er aan de hand is. Wij moeten klokkenluiders beschermen, zodat zij met hun getuigenis naar buiten kunnen komen.

 

Klokkenluiders bevinden zich in een gevaarlijke situatie. De werkgever heeft ze niet graag. Om die reden moet de klokkenluider worden beschermd. Carrièrekansen kunnen immers worden gefnuikt of men kan ontslagen worden.

 

Vandaar dat de Panamacommissie aanbevelingen heeft geformuleerd voor een betere bescherming van de klokkenluider. Als extra bescherming voor de klokkenluider die niet meer bij zijn frauderende werkgever kan blijven werken, zou de klokkenluider een vergoeding voor geleden schade ontvangen. Dat stond in de aanbevelingen en net dat element is onder druk van de liberale lobby uit de voorgestelde wettekst gehaald.

 

Mijnheer de minister, volgens uw liberale collega's zou u de aanbevelingen van de commissie selectief hebben gelezen. Hebt u die inderdaad selectief gelezen? Vooral, zal de regering effectief alle aanbevelingen van de Panamacommissie overnemen voor haar wetsontwerp? Dat is essentieel.

 

Ten slotte, hoe zult u de 150 miljoen euro aan inkomsten uit de strijd tegen de fiscale fraude kunnen realiseren wanneer een aantal van de maatregelen niet in het wetsontwerp door de sabotage van de liberalen is opgenomen?

 

13.07  Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, collega's, ondertussen is het ongeveer een jaar geleden dat het Parlement het rapport van de Panamacommissie heeft goedgekeurd. Het betrof een lijvig rapport, dat veel meer inhield dan alleen de problematiek van de Panama Papers. Alle aspecten van de strijd tegen de fiscale fraude werden erin overwogen en er werd met een aantal te nemen maatregelen voor de dag gekomen.

 

Collega's, u vergist zich van vijand. Als het gaat over de strijd tegen de fiscale fraude, dan hebben het Parlement en de minister van Financiën aan ons een partner. Wij zijn inderdaad van oordeel dat wij de strijd tegen belastingontduiking en fiscale fraude echt moeten voeren.

 

13.08  Meryame Kitir (sp.a): Toon het dan.

 

13.09  Carina Van Cauter (Open Vld): Als wij kijken naar de cijfers, collega's, dan zien wij dat de regering het beter doet dan alle voorgaande. Op het einde van de legislatuur zal de strijd tegen de fiscale fraude ongeveer 1 miljard euro opgebracht hebben.

 

Dat wij niet mogen stilzitten en dat fraudeurs vindingrijk zijn, dat beseffen ook wij. Dat is ook de reden waarom een aantal aanbevelingen moest worden omgezet. Als ik goed ben ingelicht – het is een beslissing van de regering –, dan heeft de regering ook een aantal maatregelen genomen: geen rulings meer met bedrijven in belastingparadijzen, verborgen kapitalen effectief beter opsporen door gegevensuitwisseling, boetes niet alleen heffen, maar ook daadwerkelijk innen. Dat is inderdaad wat wij moeten doen, want dan kunnen wij het geld teruggeven aan degenen die jaar in, jaar uit en dag in, dag uit werken, sparen en uiteindelijk ook nog correct hun belastingen betalen.

 

Wij staan achter een doelgerichte aanpak met rechtvaardige maatregelen, rechtvaardige brieven en tarieven. Laat het duidelijk zijn.

 

Mijnheer de minister, kunt u voor het Parlement even toelichten wat de regering nu heeft beslist – het is inderdaad een regeringsbeslissing – en wat er vandaag nog op tafel ligt, omdat een en ander nog niet voldoende is uitgewerkt. Ik heb het in dat verband over de klokkenluidersregeling.

 

Ik hoorde hier wel vaker populistische voorstellen, zoals de afschaffing van de onderzoeksrechters in de strijd tegen de transmigranten. Vandaag blijkt dat zij de enigen zijn, welke een oplossing kunnen bieden voor het probleem, omdat zij het bij de wortel aanpakken, namelijk de mensenhandel. Welnu, wij willen ook in dit verband een rechtvaardige aanpak met oog voor de rechten van de verdediging.

 

13.10  Ahmed Laaouej (PS): Comme nous le savons depuis le début de la législature, en matière de lutte contre la fraude fiscale, vous êtes le ministre de l'eau tiède. Nous n'avons pas vu grand chose venir. Rappelons-nous: nous avions perdu un an avec Mme Sleurs. Vous avez repris le dossier. On allait voir ce qu'on allait voir. On n'a pas vu grand-chose. Quand vous preniez des mesures, prétendument pour rapporter 500 milliards, on se rendait compte qu'elles en rapportaient dix fois moins. Bref, sur le terrain de la lutte contre la fraude fiscale, on ne peut pas dire que votre bilan soit impressionnant.

 

Je vois que vous vous disputez à l'intérieur du gouvernement sur le statut juridique des lanceurs d'alerte. L'Open Vld, comme il l'a fait pendant la commission Panama Papers, bloque une fois de plus ce qui pourrait être un début d'avancée. C'est votre problème. Nous verrons les textes le moment venu. Ce qui m'intéresse, c'est de voir ce qui reste du rapport de la commission d'enquête. Pas le rapport édulcoré, mais le rapport des experts.

 

J'aimerais savoir si vous comptez proposer au Parlement un rôle accru pour la Banque nationale pour les enquêtes en banque en matière de lutte contre la fraude fiscale. J'aimerais savoir si vous allez renforcer l'Inspection spéciale des impôts, comme le proposaient les experts, et si vous allez rétablir l'OCDFO (Office central de lutte contre la délinquance économique et financière organisée) qui a été démembré par votre gouvernement. J'aimerais également savoir si nous pourrons avancer vers une meilleure définition du paradis fiscal, avec le critère de l'impôt réellement payé. Surtout, suivrez-vous ce que proposaient les experts sur l'obligation de déclarer toutes les transactions à destination d'un paradis fiscal, et pas seulement celles dont le montant est supérieur à 100 000 euros? C'est ce que je souhaite savoir. Allez-vous poursuivre votre politique de l'eau tiède ou allez-vous enfin nous proposer un vrai plan de lutte contre la fraude fiscale?

 

13.11 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer de voorzitter, ik heb verschillende interpellanten allusie horen maken op dat artikel dat vanmorgen in de Vlaamse kwaliteitskrant is verschenen. Ik ben wel even geschrokken toen ik dat artikel zag, en wel om twee dingen.

 

Ten eerste, de titel: "Klokkenluidersregeling genekt". Heel vreemd, want op 9 november van vorig jaar heeft deze regering aan deze plenaire vergadering een wetsontwerp voorgelegd, dat trouwens goedgekeurd is, waarin precies het statuut van klokkenluiders geregeld werd.

 

Op 28 december 2017 is de wet effectief verschenen in het Belgisch Staatsblad. Er is dus niets genekt. Deze regering heeft het klokkenluiderstatuut geregeld.

 

Il semble cependant avisé de ne pas instaurer un tel système uniquement dans le cadre fiscal. Les prochains mois seront donc mis à profit pour étudier si un système avec un champ d'application plus étendu peut être mis en place.

 

Ik geef u de tweede reden waarom ik opkeek toen ik het artikel vanmorgen las. Het valt toch wel erg te betreuren dat dit artikel, dat zogezegd gewijd was aan de nieuwe maatregelen die de regering neemt op het vlak van fiscale fraude, op geen enkele manier inging op alle andere maatregelen die werden genomen, maar zich slechts fixeerde op die twee aspecten die hier nu aan de orde zijn. Nochtans was de journalist in kwestie perfect op de hoogte van het hele pakket aan maatregelen. Het werd hem in het lang en in het breed uitgelegd.

 

Inderdaad, vrijdag hebben we opnieuw een heel pakket aan antifraudemaatregelen goedgekeurd. In het kader van de beslissingen die door deze regering werden genomen, is dit het vierde pakket.

 

De belangrijkste maatregelen die werden genomen, zijn de volgende.

 

Ten eerste, er werd wettelijk verankerd dat de fiscus geen rulings meer kan geven aan bedrijven die opereren in belastingparadijzen. Dat klinkt logisch, dat is ook logisch, maar het is wel pas deze regering die de stap zet om dit af te blokken. Vorige regeringen hebben daar passief op toegekeken.

 

Ten tweede, uit internationale gegevensuitwisseling blijkt dat honderdduizend belastingplichtigen hun buitenlandse rekening of buitenlandse levensverzekering niet aangeven. Er werd beslist tot bijkomende sanctionering in geval van niet-aangifte.

 

Ten derde, zwart kapitaal dat niet wordt aangegeven via regularisatie en waar de fiscus niet meer aan kan wegens verjaring, zal door Justitie kunnen worden aangepakt. Justitie zal daaromtrent bijkomende initiatieven nemen. Vroeger, mijnheer Vanvelthoven, u weet dat zeer goed, werd zwart kapitaal ongemoeid gelaten.

 

Ten vierde, de gegevensuitwisseling in het kader van het UBO-register wordt uitgebreid naar andere landen dan enkel de EU-landen.

 

Ten vijfde, in dossiers waarin sprake is van constructies via belastingparadijzen, wordt de onderzoekstermijn verlengd tot tien jaar. Heel belangrijk.

 

Ten zesde, domiciliefraude wordt aangepakt door de kruising van internationale gegevens met het Rijksregister.

 

Ten zevende, aandelenopties vanuit een buitenlandse moederonderneming moeten verplicht worden aangegeven.

 

Zo zou ik nog even kunnen doorgaan. Ik zou ook opnieuw kunnen verwijzen naar de een-op-eenvervanging in controletaken die al eerder door de regering beslist zijn en uitgeoefend zullen kunnen worden in een qua informatica veel beter uitgeruste omgeving dan voorheen.

 

Ik durf te stellen dat wij op het vlak van de fraudebestrijding een flinke inhaalbeweging hebben gemaakt in vergelijking met vroeger, een bewering waarover ik trouwens vanmorgen in verschillende media menig fiscaal expert dezelfde mening heb horen ventileren. De resultaten bewijzen dat ook. Daarbij maken wij inderdaad maximaal gebruik van de internationale gegevensuitwisseling, die eindelijk op gang is gekomen.

 

Monsieur Van Hees, nous savons bien en quoi consiste votre alternative. Nous ne savons que trop parfaitement comment vous souhaitez, peut-être même personnellement, prendre les choses en main. Vous voudriez organiser des raids dans tous les établissements financiers et les entreprises. Je suis désolé pour vous, mais cette approche plutôt vénézuélienne n'est pas mon style, et certainement pas ma conception de l'État de droit et de la manière dont il doit fonctionner.

 

13.12  Marco Van Hees (PTB-GO!): Monsieur le ministre, merci pour votre réponse.

 

Elle est éclairante, surtout la dernière partie. Effectivement, c'est parce que vous êtes l'ami des riches, des capitalistes, que vous leur épargnez toutes leurs fraudes, et on sait qu'ils sont spécialistes de la fraude. Vous confirmez que vous avez effectivement retiré les deux seules mesures un peu ambitieuses de votre plan sous la pression de l'Open Vld.

 

Par un hasard de calendrier, le PTB sort justement aujourd'hui son top 50 des sociétés qui bénéficient des plus gros cadeaux fiscaux en Belgique. Le numéro 1 de cette liste nous renvoie aussi à l'Open Vld, puisqu'il s'agit de Sofina, le holding de la famille Boël, quinzième fortune de Belgique. Qui trouve-t-on dans le conseil d'adminis­tration? Un certain Guy Verhofstadt. Il touche 170 000 euros par an pour y siéger. Sofina fait 1 milliard d'euros de bénéfices et paie 0,05 % d'impôt. En plus, elle se retrouve dans les paradis fiscaux.

 

Nos amis les libéraux ne risquent donc pas d'être des lanceurs d'alerte. Ils sont plutôt les porte-serviettes de milliardaires qui, non contents de profiter du système fiscal belge, vont encore planquer leur magot dans les paradis fiscaux.

 

13.13  Johan Klaps (N-VA): Mijnheer Van Hees, u zou beter eens wat andere publicaties lezen dan alleen die van uw studiedienst, dan wordt u misschien iets beter geïnformeerd. Ik verwijs naar een artikel in Knack vandaag, waar de studie waarover u spreekt, volledig onderuit wordt gehaald. Uw studie klopt langs geen kanten.

 

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw toelichting over weer een nieuw pakket antifraudemaatregelen. Wij gaan stap na stap veel verder dan eender welke voorgaande regering.

 

Onze fractie blijft ook volledig achter de aanbevelingen van de Panamacommissie staan, met respect voor de belangen van iedereen die betrokken is bij de naleving van de fiscale wetgeving.

 

Ten slotte, wil ik u nog een pluim geven voor op uw hoed, omdat u zo snel komt met de maatregelen, want de omzetting van de maatregelen gevraagd door de vorige onderzoekscommissie inzake grote fiscale fraudedossiers heeft jaren op zich laten wachten.

 

13.14  Griet Smaers (CD&V): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.

 

U hebt een aantal maatregelen aangekondigd en wij kijken met grote verwachtingen uit naar de behandeling van dat ontwerp hier in de Kamer, zodat wij effectief de verschillende maatregelen op hun merites kunnen beoordelen.

 

Het klopt dat de regering reeds heel wat stappen heeft gezet na het rapport met betrekking tot de Panama Papers, maar ook reeds voordien. Ik denk dan onder meer aan de kaaimantaks. Die kwam er niet onder de vorige regering, maar wel onder de huidige regering en werd bovendien verstrengd naar aanleiding van de Panama Leaks. Er worden dus wel degelijk heel wat maatregelen genomen en stappen gezet.

 

Het werk is echter nog niet af. Nog heel wat aanbevelingen uit het rapport van de Panamacommissie moeten nog uitvoering krijgen. Mijnheer de minister, deze legislatuur telt nog enkele maanden, hopelijk krijgen ook die maatregelen nog hun beslag.

 

Collega Van Cauter, wij zijn absoluut ook voor een heel goede en doelgerichte inning. Het zou het beste zijn dat de belastingadministratie met respect voor het vertrouwensprincipe ten opzichte van belastingplichtingen kan werken.

 

Ik zie liever dat we de belastingen nog verder verlagen. Als iedereen zijn rechtvaardige belasting, die werd berekend op basis van een open en transparante gegevensuitwisseling, correct betaalt, dan zullen wij die doelstelling inderdaad kunnen verwezenlijken.

 

13.15  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de minister, u beweert dat de klokkenluiderregeling al bestaat. Maar u hebt ze wel ingeschreven in uw voorontwerp, hoofdstuk 2 van titel 3 en ermee naar de regering gegaan. Dus ofwel bestaat die en had u niet met de aanpassingen naar de regering moeten gaan, ofwel had u ze hier niet moeten inschrijven.

 

Mijnheer de minister, wat ik zeg, is dat er in uw voorontwerp een hoofdstuk klokkenluiderregeling is opgenomen. Kom hier dus in het Parlement niet zeggen dat die al lang bestaat of vragen wat wij hier komen lullen. U hebt ze zelf in uw voorontwerp geschreven. Dat stuk is geschrapt.

 

Ik heb gevraagd hoe dat komt. Ik weet het niet. Begrijp ik dat dit is omdat Open Vld daartegen is? Het zou onvoldoende uitgewerkt zijn. U hebt een jaar de tijd gehad. U hebt alles kunnen uitwerken maar net dat gedeelte is niet uitgewerkt.

 

Dan zijn er de sancties om belastingplichtigen aan te zetten om mee te werken aan een fiscaal onderzoek. Dat was een belangrijke aanbeveling van de Panamacommissie en ze werd unaniem aanvaard, ook door Open Vld. Nu moet die maatregel voor Open Vld geschrapt worden. Waarom? Ik heb het u noch de collega van Open Vld horen vertellen.

 

U onderstreept dat internationale gegevensuitwisseling belangrijk is. Dat is absoluut zo. Wat ik nog steeds niet begrijp, is dat we de internationale gegevensuitwisseling in ons land in het intern recht nog niet georganiseerd krijgen. Daar blijft de regering, met Open Vld op kop, zich ook tegen verzetten. Kom dus niet aan met strijd tegen fiscale fraude; het is hier een strijd tegen fiscalefraudebestrijding.

 

13.16  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, uw antwoord was deels naast de kwestie.

 

De vragen gingen over het feit dat bepaalde delen van het wetsontwerp zouden zijn geschrapt, onder druk van de liberalen, zo wordt gezegd. Op die vraag antwoordt u niet.

 

Het is in ieder geval duidelijk dat een aantal essentiële aanbevelingen van de Panamacommissie niet in het wetsontwerp zal voorkomen en dat zij ofwel volledig is afgeschaft ofwel op de lange baan wordt geschoven.

 

Wij moeten ook even kijken naar de onderzoekscommissie inzake Fiscale Fraude van vroeger. Ook toen is gebleken dat heel wat maatregelen nooit is uitgevoerd.

 

Wat hier gebeurt, typeert de huidige regering. Als het erop aankomt de kleine man te treffen, dan kunnen de maatregelen en controles niet hard en snel genoeg zijn, maar wanneer het er echter op aankomt fiscale fraude keihard aan te pakken voor een bedrag van 20 miljard euro per jaar, dan steigert Open Vld, plooit de N-VA en zit CD&V ernaar te kijken.

 

13.17  Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor uw uitvoerig antwoord en ook voor de toelichting, die noodzakelijk was.

 

Ten eerste, collega's, wij zijn niet tegen de klokkenluidersregeling en de uitbreiding die vandaag op tafel ligt, zoals ik in het kader van mijn vraagstelling heb aangegeven. Wij willen alleen dat er een proportionele regeling op tafel komt die niet tot strafbare feiten kan aanzetten. Wij willen een regeling waarbij er zekerheid kan zijn dat de aangeleverde gegevens niet gemanipuleerd zijn en met andere woorden geen onschuldige burgers zouden treffen die wel correct hun aangifte hebben gedaan. Het is het werk van de huidige regering om die regeling nader uit te werken. Mijnheer de minister, indien ik u goed heb begrepen, zal dat ook gebeuren.

 

Ten tweede, collega's, de resultaten bewijzen dat de strijd tegen fiscale fraude nog nooit zo goed is gevoerd. Dat op die manier effectief 1 miljard euro kan worden teruggegeven, is inderdaad wat wij moeten doen tegenover burgers die correct hun belastingen betalen.

 

Ten derde, collega's, met populistische beweringen zullen wij er absoluut niet komen. Ik heb hier in het halfrond tot vervelens toe gehoord dat wij in dit land de wonderoplossing kennen, niet de vermogensbelasting, maar de erfbelasting. In drie generaties belasten wij een nalatenschap in rechte lijn weg met een aanslagvoet van 27 %. De aanslagvoet voor nonkels en tantes hebben wij gelukkig met 10 % verlaagd, maar is vandaag nog altijd 55 %.

 

Wat hoor ik echter bij de oppositie? Wij hebben geen belasting. Ze is te weinig.

 

Wat hoor ik van de leden van de PS over de strijd tegen fiscale fraude? Ze is te laag en te ontoereikend.

 

Collega's, kijk naar de cijfers en naar de realiteit. Dan weet u dat het goed is.

 

13.18  Ahmed Laaouej (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre, savez-vous combien le citoyen paie, aujourd'hui, un litre de diesel ou d'essence à la pompe? Savez-vous combien les ménages paient leur électricité?

 

Les citoyens savent, monsieur le ministre, que c'est parce que vous avez augmenté les taxes qu'ils paient plus cher leur carburant ou leur électricité. Et ce qu'ils ne comprennent pas, qu'ils n'admettent pas, c'est que, pendant qu'eux paient leurs taxes, un certain nombre de "gros poissons", de gros fraudeurs planqués dans les paradis fiscaux ne paient pas leurs impôts, en raison de votre incapacité à mettre sur la table un vrai plan de lutte contre la fraude. Voilà ce que les gens ne comprennent pas et n'admettent pas!

 

Il vous aura fallu quatre ans pour venir avec un plan. On nous annonce visiblement des mesurettes. Permettez-moi de vous dire, monsieur le ministre, qu'il ne vous a pas fallu quatre ans pour augmenter la TVA sur l'électricité; il ne vous a pas fallu quatre ans pour augmenter les accises, les taxes sur le diesel; il n'a pas fallu quatre ans pour qu'on coupe dans les soins de santé, bref, pour faire payer la population pendant que certains dormaient tranquilles planqués dans les paradis fiscaux.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

14 Vraag van de heer Eric Van Rompuy aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de waarschuwing van het IMF over de wereldwijde schulden" (nr. P3139)

14 Question de M. Eric Van Rompuy au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "la mise en garde du FMI sur le niveau des dettes mondiales" (n° P3139)

 

14.01  Eric Van Rompuy (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, gisteren heeft het Internationaal Monetair Fonds een belangrijk rapport gepubliceerd in verband met de wereldwijd stijgende schuldenlast van de gezinnen, de bedrijven en de overheid. Wij bereiken nu een recordpeil van 250 % van het bruto binnenlands product, wat een opmerkelijke stijging is in vergelijking met tien jaar geleden.

 

Een en ander heeft te maken met de bankencrisis, aangezien de overheid enorm veel heeft moeten lenen, en ook met de lage rentes.

 

De Nationale Bank heeft enkele weken geleden ook een belangrijk rapport gepubliceerd — dat kwam al aan bod in de commissie — waaruit blijkt dat bij de Belgische gezinnen de schuldenlast enorm gestegen is. Heel wat gezinnen zijn, mede door de huidige lage rentes, leningen aangegaan. Indien echter in de volgende jaren de groei vertraagt en de werkloosheid stijgt, zal er zich een probleem van terugbetaling voordoen. De Nationale Bank heeft al twee keer kapitaalbuffers ingevoerd met betrekking tot hypothecaire kredieten, maar in haar kwartaalblad schrijft de Nationale Bank dat er toch meer moet gebeuren.

 

Mijnheer de minister, overweegt de regering, gelet op de stijgende schuldenlast van de gezinnen, bijkomende maatregelen?

 

14.02 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer de voorzitter, collega's, mijnheer Van Rompuy, wat het IMF gisteren gelanceerd heeft, zou ik inderdaad als een soort van gedempte noodkreet willen omschrijven, tien jaar na de financiële crisis, waarover iedereen het eens is dat de opbouw van schulden een belangrijk onderdeel vormde van wat zich toen heeft afgespeeld. Toen zaten wij wereldwijd op 210 % van het bbp aan schulden, en nu, tien jaar later, moeten wij vaststellen dat wij wereldwijd op 250 % uitkomen. Van de toen zo in het vooruitzicht gestelde ombuiging van die trend is er dus eigenlijk niet veel in huis gekomen.

 

U hebt gewezen op de gevolgen van de financiële crisis. De continue lage rentevoeten hebben zeker tot deze situatie bijgedragen.

 

Voor België wil ik er toch op wijzen dat de overheid, vooral de jongste jaren, van 2014 tot 2018, van 107 % of zelfs bijna 108 % schuld bbp, naar minder dan 102 % is gedaald. Dat gaat in elk geval tegen die trend in. Wat betreft de gezinnen en de bedrijven is er inderdaad een duidelijke toename.

 

Ik heb, net zoals u, de recente publicatie van het Economisch Tijdschrift van de Nationale Bank aandachtig doorgenomen en met de mensen van de Nationale Bank besproken. Op dit moment is het de rol van de Nationale Bank — en men heeft dat goed opgenomen — om te wijzen op een potentieel gevaarlijke tendens. Zij volgen de zaken nauwgezet op en samen overleggen wij.

 

Wat in die context van bijzonder groot belang is, is dat wij de stijging van het beschikbaar inkomen in uitgesproken mate zien plaatsgrijpen, met name dit jaar met 1,8 % en vorige jaar met 1,2 %. Daarmee zitten wij in elk geval boven de trendgroei. Dat betekent dat er ook een bijkomende buffer tegenover de toegenomen schuldgraad is, als gevolg van de toename van het beschikbaar inkomen, maar het spreekt voor zich, zeker ook inzake de hypothecaire leningen, dat wij alert moeten en zullen zijn om, op het moment dat de Nationale Bank het nodig acht, steun te verlenen voor de nodige collectieve maatregelen.

 

14.03  Eric Van Rompuy (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.

 

Uit de statistieken van het IMF blijkt dat wij eigenlijk — dat is verontrustend — bij de top vijf zitten op het vlak van schulden bij overheid, bedrijven en gezinnen. Alleen Canada en China gaan ons voor. Alle anderen landen, Duitsland, Nederland, Japan, zitten veel lager.

 

Kredieten van gezinnen zijn nog gevaarlijker, want de terugbetalingcapaciteit hangt af van de koopkracht en werkgelegenheid. De Nationale Bank heeft ook ontmoedigend gewerkt tegenover de banken, want het zijn de banken die de hypothecaire kredieten verlenen. Zij vragen extra kapitaalbuffers maar het is goed dat u, als minister van Financiën, dit probleem samen bekijkt met de Nationale Bank, want vanaf het moment dat een aantal ontwikkelingen zich voordoet op het vlak van de rente en de economie, kan men plots worden geconfronteerd met een situatie in de banksector zoals in 2008.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

15 Question de M. Georges Dallemagne au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le dossier F-16" (n° P3140)

15 Vraag van de heer Georges Dallemagne aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het F-16-dossier" (nr. P3140)

 

15.01  Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le ministre, il y a eu deux rebondissements dans cette saga sur le renouvellement de nos avions de combat. Lundi, une enquête approfondie du Knack confirmait ce que beaucoup  dans l'opposition suspectaient depuis longtemps: la procédure d'acquisition de nouveaux chasseurs est biaisée. Le Knack n'hésite pas à dire qu'elle est truquée! L'appel d'offres aurait été aménagé ainsi que le cahier des charges de manière à ce que ce dernier favorise le F-35 américain. Il y a une série de pièces qui sont dévoilées et qui montrent qu'on a essayé de faire en sorte qu'on ne puisse pas détecter ce favoritisme en utilisant des éléments de langage qui pourraient être difficilement compris, notamment par le Parlement. 

 

Chaque fois que je vous ai interrogé, en disant que cette procédure était opaque et non objective, vous avez protesté. Aujourd'hui, je comprends mieux pourquoi, sur les cinq constructeurs qui avaient été pressentis, seuls deux se sont conformés au RfGP, un en est sorti et deux ont carrément renoncé à leur offre.

 

Dans le même temps, le même jour, le premier ministre nous disait dans sa déclaration qu'une décision serait prise avant la fin de la législature pour les achats militaires. J'ai donc compris qu'il n'y aurait pas de décision avant le 14 octobre sur l'acquisition des ces avions. C'est un nouveau report de la décision, ce dont je me réjouis.  Je pense qu'il n'aurait pas été raisonnable de décider maintenant.

 

Monsieur le ministre, étant donné ces révélations du Knack, étant donné qu'on est hors de la deadline imposée par l'ambassadeur des Etats-Unis – selon lui, les conditions ne valent plus après le 14 octobre –, n'est-il pas temps de remettre cette procédure à plat? N'est-il pas temps d'avoir enfin un appel d'offres qui réponde à l'ensemble de nos intérêts aujourd'hui?

 

Par ailleurs, cette nouvelle deadline est-elle raisonnable? On rentre progressivement en période électorale et on sait les tensions très vives qui existent au sein de votre gouvernement sur la manière dont il faut remplacer nos avions de chasse.

 

15.02  Steven Vandeput, ministre: Monsieur le président, monsieur Dallemagne, chers collègues, comme dit la semaine dernière, le Conseil des ministres restreint a décidé d'interroger les États-Unis sur la durée de validité de leur offre censée expirer le 14 octobre prochain. Ceci a été fait. Nous attendons leur réponse.

 

Dans le cadre de l'application de l'article 346 du Traité de l'Union européenne, le gouvernement a défini les intérêts essentiels de sécurité. Chaque programme d'investissement repris dans la loi de programmation militaire est concerté avec le SPF Économie et le respect des intérêts essentiels de sécurité de la Belgique est pris en compte dans les critères d'évaluation du programme de remplacement des F-16.

 

Monsieur Dallemagne, le RfGP a été mis sur mon site internet, accessible au monde entier. Il n'y a aucune preuve qu'il serait biaisé. Qui a fait cela préalablement? Personne! Plusieurs pays sont venus nous voir et ont exprimé leur intérêt pour notre RfGP et la procédure d'évaluation afférente. Il y a eu des heures de discussion en commission de la Défense du Parlement. Les agents étatiques, candidats pour le marché, sont venus expliquer leur point de vue. Plusieurs experts ont été passés en revue.

 

Je constate qu'un an et demi après sa publication et une semaine avant les élections locales, Knack y voit un dossier truqué. Une semaine avant les élections! J'ai toujours été et je reste convaincu que ce n'est pas le cas et je ne vois aucune preuve de cela, pour aucun programme d'investissement d'ailleurs! Le gouvernement poursuit ses travaux sur ce dossier important pour l'avenir de la Défense mais surtout pour la sécurité de nos concitoyens et pour nos soldats.

 

15.03  Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le ministre de la Défense, pour ma part, j'ai lu ce dossier et j'ai vu qu'effectivement certains termes avaient été maquillés. Plutôt que de nous parler de furtivité, on parlait de critères de l'OTAN pour le choix des avions, sans nous dire, au Parlement, qu'on faisait référence à la furtivité des avions. On peut aussi s'interroger sur le besoin de la Belgique d'avoir des avions furtifs par rapport aux missions qu'on mène aujourd'hui.

 

Donc, j'ai quand même l'impression, monsieur le ministre, et c'est une impression que j'ai depuis le début à travers ce cahier des charges, que le Parlement a été roulé dans la farine, qu'il ne s'agit absolument pas d'une procédure transparente et objective. Je vous ai interrogé mais vous n'avez pas répondu à cette question. Puisqu'on sort de cette deadline prévue par les Américains, vous nous dites que vous avez redemandé aux Américains mais de facto, on sort des termes dans lesquels les Américains ont remis leur offre. S'ils la prolongent, d'autres concurrents pourraient probablement argumenter sur le fait que cette offre n'est plus la même que celle qui avait été remise au début et ils pourraient probablement casser la procédure.

 

Moi, ce que je vous demande, monsieur le ministre, c'est de rouvrir cette offre, de rouvrir notre appel à des avions qui pourraient répondre à nos enjeux d'aujourd'hui, les enjeux en matière géostratégique, industrielle et budgétaire.

 

Je vous remercie.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

16 Vraag van mevrouw Inez De Coninck aan de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, over "de impact van de koperdiefstallen" (nr. P3141)

16 Question de Mme Inez De Coninck au ministre de la Mobilité, chargé de Belgocontrol et de la Société Nationale des Chemins de fer Belges, sur "les conséquences des vols de cuivre" (n° P3141)

 

16.01  Inez De Coninck (N-VA): Mijnheer de minister, nu de regering opnieuw het vertrouwen gekregen heeft van het Parlement meen ik dat het tijd is om de dossiers verder te bewaken en vooruitgang na te streven. Ik spreek u aan als bevoegde minister voor onze spoorbedrijven, maar eigenlijk bent u ook bevoegd voor 800 000 treinreizigers per dag.

 

Wat zien wij bij onze spoorbedrijven? De stiptheidscijfers zijn jammer genoeg zeer slecht. Dat is nefast voor de reiziger. Wat zien wij nog? Na een lange periode van dalende aantallen koperdiefstallen zitten die sinds korte tijd opnieuw in de lift. De koperdiefstallen hebben immense gevolgen voor het spoorverkeer en de stiptheid ervan. Ze veroorzaken vertragingen, omleidingen en afschaffingen van treinen. Ook de reputatie van onze spoorweg­bedrijven lijdt er natuurlijk onder.

 

De vele koperdiefstallen kosten de maatschappij veel geld, want ik las in september in de krant dat het zou gaan om twee miljoen euro per maand. Dat is een enorm bedrag. Vooral de regio rond Luik en Henegouwen lijken geplaagd te worden door koperdiefstallen. Van juni tot september dit jaar zou het gaan om 116 gevallen. Op vier maanden tijd zijn het er zo al meer dan in het hele jaar 2017.

 

In het verleden ondernam Infrabel met enig succes een actieplan om het aantal koperdiefstallen te verminderen – en dat heeft effect gehad –, maar nu er een nieuwe golf lijkt te ontstaan, meen ik dat er een nieuw actieplan nodig is, in het belang van de reiziger. Ik roep onze spoorbedrijven en u op, mijnheer de minister, tot een groter verantwoordelijkheidsgevoel voor de stiptheid. Ik heb namelijk het gevoel dat men al te veel en al te gemakkelijk de oorzaken van de vertragingen onder "derden" categoriseert. Elke actie die de bedrijven zelf kunnen ondernemen, moeten zij ook ondernemen om de stiptheid omhoog te krijgen.

 

Daarom heb ik de volgende concrete vragen over de koperdiefstallen.

 

Wat is de exacte impact op de stiptheid van al die koperdiefstallen? Hoe groot zijn de financiële en operationele gevolgen voor onze spoorwegen? Welke maatregelen nemen de spoorwegen zelf om die nieuwe golf van koperdiefstallen een halt toe te roepen?

 

Ik dank u alvast voor uw antwoord.

 

16.02 Minister François Bellot: Mijnheer de voorzitter, mevrouw De Coninck, dit is geen nieuw verschijnsel. Reeds in 2012 en begin 2013 werd een forse toename van kabeldiefstallen vastgesteld.

 

Na een piek van de kabeldiefstallen in 2012 maakte Infrabel werk van een strategie om deze vorm van vandalisme efficiënt te bestrijden. Het nationale actieplan tegen kabeldiefstallen, gelanceerd midden 2013, bestond uit een samenwerking met de verschillende actoren: Infrabel, Binnenlandse Zaken, Justitie enzovoort.

 

Het masterplan werd een succes vermits kabeldiefstallen in 2017 een marginaal fenomeen waren geworden, volgens Infrabel. Jammer genoeg zijn de kabeldiefstallen opnieuw in opmars sinds enkele maanden. Ik maak gebruik van uw vraag om de kabeldiefstallen over de laatste jaren te becijferen.

 

Sinds het begin van deze zomer wordt Infrabel evenwel opnieuw geteisterd door een ware golf aan kabel­diefstallen. Tussen januari en mei registreerden wij 37 kabeldiefstallen. In de periode juni tot september gaat het al om 116 incidenten.

 

Het aantal minuten vertraging spreekt eveneens boekdelen: van 14 680 minuten in 2014 was men teruggevallen tot 3 200 minuten in 2015, maar in 2018 zitten wij na amper negen maanden al aan 19 919 minuten. Dat is drie uur vertraging per dag voor het treinverkeer. Gelet op de omvang van de impact op de dagelijkse stiptheid is het naar mijn mening een aandachtspunt geworden voor de actoren die reeds in 2013 hadden samengewerkt.

 

Een ad-hocwerkgroep heeft al vergaderd teneinde oplossingen te vinden en te implementeren om dergelijke diefstallen tegen te gaan. In de werkgroep zitten de voornaamste belanghebbende partijen in het dossier, inzonderheid Infrabel, de politie, de NMBS en Securail. Het masterplan van mei 2013 heeft zijn vruchten afgeworpen. Ik heb gevraagd dat de dynamiek van het masterplan 2013 opnieuw geactiveerd zou worden met de steun van mijn collega's van Binnenlandse Zaken en Justitie en van hun diensten.

 

16.03  Inez De Coninck (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Het is goed dat die werkgroep opnieuw wordt opgestart. Wij hebben in 2013 gezien dat het actieplan succes had. De koperdiefstallen werden tot een minimum herleid.

 

Wij moeten opnieuw al het mogelijke doen om ervoor te zorgen dat er geen koperdiefstallen meer gebeuren. Ik roep u op om er bij de spoorbedrijven op aan te dringen dat zij hun verantwoordelijkheid nemen en al het nodige doen in de strijd tegen de koperdiefstallen.

 

Het is immers al te gemakkelijk om als bedrijf te zeggen dat de vertragingen te wijten zijn aan derden. Zij moeten acties ondernemen om ook die factor te doen dalen.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

17 Questions jointes de

- M. Georges Dallemagne au ministre de la Mobilité, chargé de Belgocontrol et de la Société Nationale des Chemins de fer Belges, sur "le survol de Bruxelles" (n° P3142)

- Mme Karine Lalieux au ministre de la Mobilité, chargé de Belgocontrol et de la Société Nationale des Chemins de fer Belges, sur "le survol de Bruxelles" (n° P3143)

17 Samengevoegde vragen van

- de heer Georges Dallemagne aan de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, over "de vluchten boven Brussel" (nr. P3142)

- mevrouw Karine Lalieux aan de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, over "de vluchten boven Brussel" (nr. P3143)

 

17.01  Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le président, monsieur le ministre, vous savez que l'OMS vient d'édicter de nouvelles recommandations en matière de pollution sonore autour des aéroports. Elle insiste beaucoup sur la pollution du bruit liée aux avions.

 

L'OMS a rendu des recommandations plus strictes qu'auparavant parce qu'elle a pu mesurer, à travers des études approfondies, que l'impact sur la santé des riverains était bien plus grave qu'on l'avait imaginé initialement. Ainsi, il est question d'un impact en matière de santé mentale, de santé cardiovasculaire, sur le sommeil avec des conséquences en matière de performance et des conséquences sociales et économiques importantes.

 

On a déjà longuement débattu de la question des normes, notamment édictées par la Région bruxelloise, qui ne sont pas respectées par l'aéroport alors qu'elles sont, en quelque sorte, plus favorables que les nouvelles normes de l'OMS.

 

Par ailleurs, on a entendu le patron de BIAC déclarer à plusieurs reprises que la fin de la tolérance par rapport au dépassement de ces normes de vent était, pour lui, inacceptable.

 

Monsieur le ministre, comment et quand allez-vous, enfin, prendre très sérieusement en considération la qualité de vie des riverains? Comment allez-vous faire pour que les normes de l'OMS qui sont effectivement liées à des problèmes graves de santé – cela ne concerne pas que la Région Bruxelloise, le Brabant flamand et le Brabant wallon sont également concernés – soient enfin d'application.

 

Pas plus tard que samedi dernier, un avion gros-porteur, un Kalitta, a atterri sur la piste 01 à 23 h 15 avec 85 décibels de bruit à l'atterrissage, ce qui correspond à seize fois la norme de l'OMS en matière de bruit.

 

Monsieur le ministre, quand cesserons-nous de voir des avions qui sont de véritables poubelles sonores atterrir à Zaventem? Vous savez que Schiphol a adopté des normes beaucoup plus strictes à propos des atterrissages. Quand interdira-t-on, par exemple, l'atterrissage et le décollage d'avions de type Boeing 747-400 sur les pistes de notre aéroport?

 

17.02  Karine Lalieux (PS): Monsieur le ministre, ce que l'OMS rappelle aujourd'hui, de nombreux Bruxellois le savent car ils le vivent et le subissent au quotidien. Le survol de Bruxelles est mauvais pour la santé publique. Les Bruxelloises qui subissent ce survol, ces atterrissages et ces décollages intempestifs courent plus de risques que les autres lors de leur grossesse. Les habitants ont plus de risques de souffrir de troubles du sommeil et de troubles cardiovasculaires. Les Bruxellois qui habitent le long du canal, comme moi, le savent très bien. Ces vols détruisent non seulement leur qualité de vie mais aussi leur propre santé et celle de leurs enfants.

 

Il y a maintenant quatre ans que je vous demande d'agir et que vous ne faites absolument rien. Pourtant, monsieur le ministre, les mesures sont faciles à prendre. La première mesure est l'allongement de la nuit, de 22 h 00 à 07 h 00. La nuit européenne n'est pas compliquée à mettre en place. Vous pouvez le faire immédiatement et vous ne le faites pas. De plus, vous ne respectez même pas votre déclaration gouvernementale. Il y est écrit qu'il fallait créer un institut indépendant, une autorité de contrôle indépendante qui contrôlerait les nuisances sonores. Rien n'est fait.

 

Vous ne respectez même pas votre propre parole, monsieur le ministre. Le 4 juillet 2017, vous déclariez en commission qu'il était "absolument indispensable de clarifier les normes de vent appliquées par Belgocontrol pour les choix des pistes". C'était après un audit que vous aviez demandé. "Absolument indispensable", pour éviter cette confusion et pour arrêter le survol de Bruxelles. Je constate que rien n'est fait aujourd'hui non plus.

 

Monsieur le ministre, ma question est simple.

 

C'est toujours la même: quand allez-vous agir, avec ce gouvernement, pour soulager les Bruxellois, leur santé et la santé de leurs enfants?

 

17.03  François Bellot, ministre: Chers collègues, j'ai bien entendu pris connaissance de la sortie, hier soir, des nouvelles recommandations de l'OMS relatives aux nuisances dans l'environnement, et notamment celles concernant les nuisances sonores, aériennes et autres.

 

Je note qu'outre les nuisances sonores aériennes, l'organisation relève que les nuisances liées au trafic routier, à la circulation des trains, mais aussi celles émises par les éoliennes, peuvent être considérées comme présentant les mêmes risques pour la santé. Ce serait une erreur ou une manœuvre politique, de concentrer le débat sur les seules nuisances aériennes. Ce serait également une erreur de ne pas intégrer ces nouveaux éléments dans les travaux en cours sur la question du survol de Bruxelles.

 

Par conséquent, chacun, dans ses champs de responsabilité, va devoir prendre en compte cette nouvelle donne. Cela ne vaut pas que pour la Belgique, bien entendu.

 

En Belgique, via leurs compétences environnementales, les Régions vont probablement devoir affiner leur plan d'action pour réduire les nuisances sonores, et notamment les limites.

 

En ce qui me concerne, et dans le cadre de l'étude d'incidence menée par le bureau d'études ENVISA au sujet du dossier du survol, je vais examiner ces nouvelles recommandations avec mon cabinet et mon administration. Je vais informer le bureau d'études, s'il ne l'est déjà, de cette nouvelle recommandation de l'OMS et lui demander d'intégrer ce nouvel élément dans son étude et dans les solutions alternatives qu'il devra présenter. C'est une nouvelle modification du cadre à l'intérieur duquel la solution équilibrée et structurelle doit être trouvée. Cela ne va pas affecter ma détermination à travailler dans l'ordre logique des choses, à construire une solution globale équilibrée, structurelle à cette problématique du survol.

 

Les bases d'une telle solution sont, premièrement, de partir d'une analyse rationnelle et indépendante et, deuxièmement, de veiller à organiser, dans le cadre des pistes de solution étudiées, une large concertation avec des représentants des riverains, les autorités communales et régionales et les opérateurs aéroportuaires. Ce processus est en cours à travers le travail du bureau d'études ENVISA qui est en contact avec les acteurs concernés (Régions, associations de riverains, etc.), ce dont les acteurs se sont d'ailleurs félicités hier lors d'une vaste réunion qui s'est tenue ici à Bruxelles et où étaient présentes plus de 250 personnes.

 

Il ne faut donc pas inverser les priorités pour gérer ce problème vieux de vingt ans. Le timing ne doit pas primer sur la méthode. Les résultats de l'étude d'incidence sont attendus pour mars 2019. Comme je l'ai toujours dit, je préfère une bonne étude en mars, sur laquelle une solution globale équilibrée et structurelle va pouvoir être trouvée, qu'une étude bâclée ou une décision politique qui ne fait qu'envenimer les choses plutôt que de les apaiser et de trouver des solutions d'équilibre.

 

Enfin, je reste convaincu que la solution globale passe par la création d'une autorité indépendante de contrôle – mais l'indépendance doit être absolue, pas comme certains qui essaient déjà de dire à ENVISA ce qu'il doit faire! – qui permettra le respect des règles en la matière ainsi que la transparence de la communication de l'ensemble des acteurs. Dans ce cadre, je tiens à souligner que le service de médiation assure à l'heure actuelle un travail important, itinérant et utile d'information des riverains. Je vous invite d'ailleurs à lire sa synthèse qui est parue dans un grand quotidien bruxellois il y a un mois et une semaine pour vous faire une idée de la philosophie sous-jacente à l'ensemble des prises de position des uns et des autres, quelle que soit la région survolée.

 

17.04  Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le ministre, les choses sont claires: vous n'avez rien fait et vous annoncez que vous ne ferez rien!

 

Mars 2019, soyons de bon compte, cela veut dire que vous ne ferez rien! Ce n'est pas en avril 2019 que vous prendrez les décisions, quinze jours avant les élections! Même dans votre majorité, on rit de la réponse que vous livrez aujourd'hui, monsieur le ministre! Vous ne ferez rien, y compris par rapport à votre déclaration de gouvernement, y compris par rapport à vos promesses de quick win à obtenir suite à votre déclaration d'il y a un an. Vous ne ferez absolument rien! Vous ne ferez même rien pour faire en sorte que la licence d'exploitation de l'aéroport – l'article 34 prévoit que l'aéroport doit respecter les normes en matière de bruit – soit respectée.

 

J'en prends acte.

 

Cela me semble extrêmement grave pour la santé des riverains. Vous le savez, nous rencontrons tous les jours des gens qui sont gravement affectés par l'usage abusif des pistes à Bruxelles. Vous n'y réagirez pas. Je le déplore amèrement. Nous avons perdu cinq ans dans le traitement du dossier de l'aéroport, alors que nous aurions pu soulager les riverains.

 

Il est temps que vous déclariez clairement, puisque vous l'avez fait indirectement aujourd'hui, que vous et le gouvernement vous êtes assis sur ce dossier pendant cinq ans. Les citoyens doivent le savoir.

 

17.05  Karine Lalieux (PS): Monsieur le ministre, comme vous en avez pris l'habitude dans nombre de vos dossiers, vous noyez le poisson.

 

Je vous demande une seule chose: écoutez enfin les Bruxellois. De la sorte, vous entendrez qu'ils en ont marre. Surtout, ils en ont assez des promesses du MR. En effet, en 2014, celui-ci avait promis à tous les Bruxellois qu'il mettrait un terme au survol de la capitale. Or vous vous êtes montrés incapables – vous, MM. Michel et Reynders – de soulager les Bruxellois. Pire, vous avez renforcé ce survol!

 

Cet échec, votre inaction au cours des quatre dernières années, ce n'est pas vous ni votre sourire qui allez le payer; ce sont les Bruxellois et leur santé. Leurs enfants le payeront longtemps, comme l'a indiqué l'OMS. C'est indigne de la gestion d'un dossier, monsieur le ministre!

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

De voorzitter: Einde van de mondelinge vragen en van onze werkzaamheden.

 

Ik wens u allemaal een uitstekend weekend.

 

De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 18 oktober 2018 om 14.15 uur.

La séance est levée. Prochaine séance le jeudi 18 octobre 2018 à 14.15 heures.

 

De vergadering wordt gesloten om 17.21 uur.

La séance est levée à 17.21 heures.

 

 

De bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 54 PLEN 250 bijlage.

 

L'annexe est reprise dans une brochure séparée, portant le numéro CRIV 54 PLEN 250 annexe.