Plenumvergadering

Séance plénière

 

van

 

Donderdag 22 juni 2017

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Jeudi 22 juin 2017

 

Après-midi

 

______

 

 


De vergadering wordt geopend om 14.17 uur en voorgezeten door de heer Siegfried Bracke.

La séance est ouverte à 14.17 heures et présidée par M. Siegfried Bracke.

 

De voorzitter: De vergadering is geopend.

La séance est ouverte.

 

Een reeks mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. Zij worden op de website van de Kamer en in de bijlage bij het integraal verslag van deze vergadering opgenomen.

Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans l'annexe du compte rendu intégral de cette séance.

 

Aanwezig bij de opening van de vergadering is de minister van de federale regering:

Ministre du gouvernement fédéral présent lors de l’ouverture de la séance:

Jan Jambon.

 

Berichten van verhindering

Excusés

 

Philippe Blanchart, Vanessa Matz wegens gezondheidsredenen / pour raisons de santé;

Elio Di Rupo, wegens ambtsplicht / pour devoirs de mandat;

Vincent Van Quickenborne, met zending buitenslands / en mission à l'étranger;

Nawal Ben Hamou, Zwangerschapsverlof / Congé de maternité;

Gwenaëlle Grovonius, buitenslands / à l'étranger.

 

Federale regering / gouvernement fédéral:

Charles Michel, Europese Top / Sommet européen;

Kris Peeters, buitenslands / à l'étranger;

Alexander De Croo, humanitaire missie Consortium / mission humanitaire;

Daniel Bacquelaine, wegens ambtsplicht / pour devoirs de mandat.

 

Vragen

Questions

 

01 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Barbara Pas aan de eerste minister over "de mislukte terreurdaad in Brussel-Centraal" (nr. P2158)

- de heer Georges Dallemagne aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der Gebouwen, over "de mislukte terreurdaad in Brussel-Centraal" (nr. P2159)

- de heer Koenraad Degroote aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der Gebouwen, over "de mislukte terreurdaad in Brussel-Centraal" (nr. P2160)

- de heer Philippe Pivin aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der Gebouwen, over "de mislukte terreurdaad in Brussel-Centraal" (nr. P2161)

- de heer Hendrik Vuye aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der Gebouwen, over "de mislukte terreurdaad in Brussel-Centraal" (nr. P2162)

- de heer Stefaan Van Hecke aan de eerste minister over "de mislukte terreurdaad in Brussel-Centraal" (nr. P2163)

- de heer Hans Bonte aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der Gebouwen, over "de mislukte terreurdaad in Brussel-Centraal" (nr. P2164)

- de heer André Frédéric aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der Gebouwen, over "de mislukte terreurdaad in Brussel-Centraal" (nr. P2165)

- de heer Servais Verherstraeten aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der Gebouwen, over "de mislukte terreurdaad in Brussel-Centraal" (nr. P2166)

- de heer Patrick Dewael aan de eerste minister over "de mislukte terreurdaad in Brussel-Centraal" (nr. P2167)

01 Questions jointes de

- Mme Barbara Pas au premier ministre sur "l'attentat manqué à Bruxelles-Central" (n° P2158)

- M. Georges Dallemagne au vice-premier ministre et ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "l'attentat manqué à Bruxelles-Central" (n° P2159)

- M. Koenraad Degroote au vice-premier ministre et ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "l'attentat manqué à Bruxelles-Central" (n° P2160)

- M. Philippe Pivin au vice-premier ministre et ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "l'attentat manqué à Bruxelles-Central" (n° P2161)

- M. Hendrik Vuye au vice-premier ministre et ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "l'attentat manqué à Bruxelles-Central" (n° P2162)

- M. Stefaan Van Hecke au premier ministre sur "l'attentat manqué à Bruxelles-Central" (n° P2163)

- M. Hans Bonte au vice-premier ministre et ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "l'attentat manqué à Bruxelles-Central" (n° P2164)

- M. André Frédéric au vice-premier ministre et ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "l'attentat manqué à Bruxelles-Central" (n° P2165)

- M. Servais Verherstraeten au vice-premier ministre et ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "l'attentat manqué à Bruxelles-Central" (n° P2166)

- M. Patrick Dewael au premier ministre sur "l'attentat manqué à Bruxelles-Central" (n° P2167)

 

01.01  Barbara Pas (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, het heeft geen haar gescheeld of de plenaire vergadering vandaag was begonnen met een minuut stilte voor slachtoffers van islamterreur. Dat zou dan op korte tijd reeds de zestiende keer geweest zijn.

 

Maar deze keer hebben wij veel geluk gehad. Wij hebben geluk gehad, omdat de Marokkaan Oussama Zariouh uit Molenbeek een amateur bleek te zijn. Wij hebben vooral geluk gehad, omdat zijn spijkerbom niet meteen volledig ontplofte. Of hij door zijn mislukte aanslag kans maakt op 72 maagden, is geen zekerheid, maar het is wel een zekerheid dat hij dankzij de linkse partijen hier achter mij geen enkele kans maakte op 72 uur aanhouding.

 

Ja, de militairen hebben erger voorkomen. Een woord van dank aan al die koelbloedige professionele veiligheidsmensen, die elke dag opnieuw hun leven riskeren om het onze te beschermen, is vandaag meer dan op zijn plaats.

 

Collega’s, de vraag is niet of die militairen op straat horen vandaag of niet. Uiteraard zijn ze nodig. De vraag is echter waarom ze nodig zijn. Welk regeringsbeleid zorgt ervoor dat onze militairen dat extra risico moeten lopen?

 

Dat is een beleid van open grenzen en van faciliteren van islamisering. Misschien kunt u zich eens afvragen of het niet door een heel andere immigratiepolitiek is dat het dreigingsniveau in landen als Polen, Tsjechië en Hongarije tot op vandaag op niveau 0 gehandhaafd blijft.

 

Mijnheer de minister, ik kom tot mijn vragen. Ik krijg graag een stand van zaken van uw opkuis van Molenbeek, waar duidelijk nog veel werk is. Hoe is het trouwens mogelijk dat de dader van de aanslag - en ik weiger om het zoals u doet een incident te noemen, het was wel degelijk een aanslag -, die IS-sympathisant, bij geen enkele dienst bekend was?

 

Hij was bevriend met salafistische predikers; hij had al enkele aanvaringen gehad met het gerecht en hij was al jarenlang actief op sociale media om daar haatpredikers en jihadaanslagen te verheerlijken. Zelfs de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo in januari 2015 was voor hem onderwerp van spot.

 

Ten slotte, wanneer zult u de oorzaken van de terroristische dreigingen erkennen? Zolang u niet durft te benoemen dat wij in oorlog zijn met de radicale islam, zult u ook niet de juiste maatregelen om dat islamterrorisme uit dit land te bannen.

 

01.02  Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le président, monsieur le ministre de l'Intérieur, chers collègues, je voudrais d'abord rendre hommage aux forces de l'ordre, aux forces de sécurité qui - tout le monde l'a souligné -sont intervenues avec beaucoup de professionnalisme, de rapidité et de sang-froid lors de cet attentat avorté. Je pense qu'il était important de le souligner. C'est aussi l'image de notre pays. Tous les témoignages sont unanimes. Ce soir-là, les nombreux touristes ont pu être raccompagnés chez eux, dans leur langue. Cet accompagnement, et la manière dont les choses se sont passées, sont la preuve d'un grand professionnalisme. Je voulais m'associer aux hommages du gouvernement.

 

Je voulais aussi dire, et tout le monde l'a souligné, que nous avons eu beaucoup de chance. C'était un amateur; la charge explosive n'a pas fonctionné correctement. D'après les informations que nous avons eues, que vous confirmerez peut-être, il s'agissait d'un explosif extrêmement dangereux et cette charge aurait pu faire de très nombreuses victimes.

 

Nous serons d'accord pour dire que la chance ne peut pas tenir lieu de stratégie politique et qu'il faudra continuer à revoir et à consolider nos dispositifs en matière de lutte contre le terrorisme.

 

Monsieur le ministre de l'Intérieur, à ce stade-ci, que pouvez-vous nous dire de cet auteur, de la manière dont il s'est radicalisé, de ses réseaux éventuels, des contacts qu'il avait peut-être avec d'autres auteurs d'attentats terroristes en Belgique ou à l'étranger?

 

D'après nos informations, l'explosif utilisé était le TATP. Cela ne montre-t-il pas que le dispositif actuel de signalement et de réglementation n'est pas efficace et qu'il est encore possible d'obtenir des précurseurs d'explosifs dans notre pays, soit en les achetant à l'étranger, soit en les obtenant sur le marché belge? Quelle est votre évaluation? Ne faut-il pas revoir le système de signalement et de réglementation en matière de TATP et de précurseurs d'explosifs?

 

Par ailleurs, le militaire qui a tiré était en état de légitime défense. Aurait-il pu tirer plus tôt? J'entends qu'il y a aujourd'hui une discussion entre les syndicats de la police et le gouvernement au sujet de la clarté des règles d'engagement. Ne faut-il pas les réévaluer?

 

Une autre question concerne le Plan Canal. Sur papier, c'est un bon modèle mais, visiblement, il souffre cruellement d'un manque de ressources. Comptez-vous les augmenter?

 

Qu'en est-il de la mise en place d'une force de protection spéciale? C'était l'annonce du gouvernement voici un an.

01.03  Koenraad Degroote (N-VA): Mijnheer de minister, eergisteren werden wij weer opgeschrikt door een aanslag in het Brusselse Centraal Station. Dergelijke aanslagen roepen bij ons enkele vragen en bedenkingen op.

 

Vooreerst, de diensten hebben goed werk geleverd. Wij mogen een woord van appreciatie richten tot de militairen die daar aanwezig waren en zeker hun nut hebben bewezen.

 

Ten tweede, toch betreur ik dat, ondanks de inzet van deze mensen, sommige groeperingen menen hieromtrent een polemiek te moeten voeren omtrent de zin en de onzin, de houdbaarheid, de duurtijd en dergelijke meer. Laat ons tevreden zijn dat die aanslag werd verijdeld, laat ons bedenken dat wij in uitzonderlijke omstandigheden leven. Het dreigingsniveau staat nog altijd op drie en dat vereist nu eenmaal uitzonderlijke maatregelen, zoals de aanwezigheid van militairen er een is. Iedereen in het halfrond zou graag hebben dat het dreigingsniveau naar beneden gaat, maar niemand van ons kan voorspellen wanneer dat zal gebeuren.

 

Ten derde, kon een dergelijk iets worden vermeden door een betere doorstroming van bepaalde informatie? Hoezeer wij ook ons best doen, nooit zullen wij tot een waterdicht systeem komen, mijnheer de minister.

Wat zijn de gevolgtrekkingen die u maakt naar aanleiding van deze jammerlijke, zoveelste aanslag? Wat is de stand van zaken aangaande de uitvoering van de veiligheidsmaatregelen? Moeten er op dat vlak afstemmingen gebeuren tussen het werk van de politie en het leger?

 

01.04  Philippe Pivin (MR): Monsieur le président, monsieur le ministre, ce mardi, nos militaires déployés dans le cadre de la mission Vigilant Guardian ont, avec efficacité, déjoué un attentat terroriste à la gare Centrale. L'auteur a été abattu. Il n'y a pas de blessé. Mais qui, aujourd'hui, songerait encore à remettre en question le déploiement des militaires dans nos rues, qui est une des toutes premières mesures à avoir été décidée par le gouvernement fédéral au lendemain de l'intervention à Verviers?

 

S'il faut se réjouir de l'efficacité du personnel militaire, nous savons aussi que, dès l'instant de la neutralisation de l'auteur, c'est tout un travail policier, tout un travail de renseignement qui démarre et que chaque minute compte afin de débusquer d'éventuels complices.

 

Monsieur le ministre, depuis mardi soir, des mesures nouvelles, complémentaires ou autres ont-elles été prises à l'égard des soft targets? Renforce-t-on encore la présence? Securail est-il associé?

 

Disposez-vous d'informations complémentaires concernant l'auteur? Est-ce un loup solitaire? Travaille-t-il en réseau?

 

En outre, je voudrais vous poser des questions relatives à la coopération policière. Si je suis bien informé, huit heures environ se sont écoulées entre la neutralisation et la perquisition au domicile de l'auteur. Je suppose que ce délai est lié au temps nécessaire à l'identification de la personne ainsi qu'à la mobilisation des unités spéciales. C'est à elles que je pense, en tout cas. Pourriez-vous donc nous confirmer que nous disposons bien, en Belgique, des moyens nécessaires suffisants pour pouvoir intervenir efficacement et utilement sur un théâtre d'opération tel que le domicile de l'auteur?

 

Enfin, je désire vous interroger au sujet des perquisitions du lendemain. La zone de Bruxelles-Ouest en a été dûment informée, ce qui est parfait car il n'en a pas toujours été ainsi. Il m'apparaît que les conclusions de la commission d'enquête n'y sont pas étrangères. Mais cette zone n'a plus été associée aux opérations de perquisition et n'en a appris le résultat que par le comité du procureur. Je suis certain qu'il y a des raisons à cela et je les respecte. Pouvez-vous nous en dire davantage? Pouvez-vous confirmer, je l'espère, qu'il y a une excellente collaboration entre fédéraux et locaux pour ce type d'opérations? Je vous remercie déjà, monsieur le ministre.

 

01.05  Hendrik Vuye (Vuye&Wouters): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, wij zijn natuurlijk allemaal blij dat de militairen erger hebben voorkomen. Zij hebben hun rol perfect vervuld. Ik meen dat het debat over de al dan niet aanwezigheid van militairen in de straat dan ook afgesloten is.

 

Wij moeten echter ook eerlijk zijn. Wij hebben heel veel geluk gehad dat die bom vrij amateuristisch in mekaar was gestoken. Ik vind het persoonlijk wel vrij beangstigend dat men er nog altijd kan in slagen om met zo’n spijkerbom door te dringen tot het hart van Brussel-Centraal.

 

Ik vind het ook beangstigend dat er telkens drie parameters terugkomen, steeds dezelfde. Ten eerste, de dader is al in aanraking gekomen met het gerecht. Ten tweede, er is een band met Molenbeek of de Kanaalzone. Ten derde, er is een sterke band met de geradicaliseerde islam.

 

Eigenlijk is het profiel gekend, maar toch kan zo iemand in zijn achterkeuken een spijkerbom in elkaar knutselen. Het lijkt mij dan ook duidelijk dat de Kanaalzone nog niet is opgekuist.

 

Ons systeem om potentiële terroristen te detecteren heeft hier duidelijk niet optimaal gewerkt. Wij slagen er nog altijd onvoldoende in om dat soort van signalen te detecteren en er de nodige gevolgen aan te geven.

 

Mijn vraag is dan ook de volgende. Hoe zult u bijsturen? Ik veronderstel immers dat u na elk incident en na elke aanslag bijstuurt. Hoe zult u concreet bijsturen om de daderprofielen nauwer in de gaten te houden en sneller preventief in te grijpen?

 

Ik kijk uit naar uw antwoord.

 

01.06  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, collega’s, mijnheer de minister, wij zijn inderdaad ontsnapt aan een drama en dat beseffen wij allemaal. Het had veel erger kunnen aflopen. Wij waarderen ook heel oprecht de professionaliteit en de koelbloedigheid van de betrokken militairen, politiemensen, personeelsleden van de NMBS en de burgers die daar aanwezig waren.

 

Het doet ons echter ook meteen beseffen hoe kwetsbaar onze samenleving is geworden, ondanks de honderden miljoenen extra aan budgetten die goedgekeurd werden, ondanks de nieuwe strenge terreurwetten die in de jongste maanden hier in de Kamer goedgekeurd werden, ondanks het al lang aangehouden dreigingsniveau 3 en ondanks de inzet van militairen op straat.

 

De dreiging wijzigt. Het grote gevaar vandaag komt vooral van eenzaten, en vaak van personen die niet naar Syrië zijn gegaan, maar die op korte termijn radicaliseren voor hun computerscherm. Zij zijn bij de politie- en inlichtingendiensten niet bekend voor zaken van terreur of voor radicalisme. Dat moeten wij heel goed beseffen. Dat overstijgt evident de vraag naar het nut van de inzet van militairen. Zelfs al zou men in elk station, in elk openbaar gebouw en in elke winkelstraat militairen of politiemensen plaatsen, dan nog kan men niet verhinderen dat bepaalde personen, lone wolves, plannen smeden, met een rugzak de straat op komen en tot daden overgaan. Een zekere nederigheid is volgens mij dan ook wel gepast.

 

Voor ons is de bewaking van gebouwen in de openbare ruimte inderdaad een kerntaak van de politie. Wij weten echter ook dat de politie heel zwaar onder druk staat. Dat hebben wij ook vastgesteld tijdens de werkzaamheden van de onderzoekscommissie Terroristische Aanslagen. Bij de federale politie is er een kader van 13 500 politiemensen, dat maar tot 11 000 ingevuld is. De druk is zeer zwaar en dus is de inzet van militairen, tijdelijk, inderdaad noodzakelijk, maar voor ons kan en mag dat geen structurele maatregel zijn op lange termijn. Dat wil ik duidelijk maken.

 

Collega’s, het rapport ligt sinds vorige week klaar. De regering kon er ondertussen kennis van nemen en nu komt het haar toe om actie te ondernemen.

 

Vandaar, mijnheer de minister, de volgende concrete vragen.

 

Wat is de reactie van de regering op de vaststellingen van de onderzoekscommissie?

 

Hoe zult u uitvoering geven aan de aanbevelingen voor dewelke u initiatieven kunt nemen? Daarbij denk ik aan enkele heel concrete problemen, zoals het gebrek aan middelen en personeel bij de federale politie, de problematische werking van de ADIV of het gebrek aan samenwerking en uitwisseling van informatie.

 

Mijnheer de minister, graag verneem ik uw reactie op het rapport en de aanbevelingen.

 

01.07  Hans Bonte (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik sluit mij aan bij alle vorige sprekers, die terecht hebben gewezen op het professionalisme van de veiligheidsdiensten en op de communicatie van de NMBS en zelfs van het federaal parket. Ik ben niet te beroerd om te zeggen dat ook de premier correct heeft gecommuniceerd en gereageerd op wat ook anderen hebben onderstreept, met name dat wij aan iets ontsnapt zijn. Wij zijn aan iets ontsnapt, en dat heeft deels te maken met het amateurisme van de man in kwestie.

 

Mijnheer Degroote, misschien was ik nog meer geërgerd dan u toen, terwijl het drama nauwelijks voltrokken was en de premier als het ware nog moest communiceren, sommige politici het al nodig vonden om te trachten pluimen op hun hoed te steken of vijandigheden te formuleren. Ik deel absoluut uw visie dat de perceptiestrijd over wie de stoerste en sterkste partij zou moeten zijn in het veiligheidsbeleid, zeer snel losbarstte.

 

Mijnheer de vicepremier, het is niet de eerste keer dat ik onderstreep dat veiligheid niet het toneel mag zijn van politieke profilering of spelletjes ten koste van anderen. Efficiëntie moet voorop staan. In dat verband heb ik twee vragen.

 

Ten eerste, ik lees in de krant dat uw partijvoorzitter pleit voor eenheid van commando en voor fusie van de Brusselse politiezones, om het veiligheidsniveau in Brussel omhoog te krijgen.

 

Zal men de obstructiepolitiek opgeven, die wij nu al een jaar en enkele maanden ondergaan in de onderzoekscommissie Terroristische Aanslagen?

 

Zal men effectief doen wat CD&V en de minister van Justitie, alsook uw voorzitter bepleiten, en wat eigenlijk evident is, met name eenheid van commando creëren en een degelijke veiligheidsstructuur opzetten in de hoofdstad?

 

Ik heb deze week, als burgemeester, na twee jaar aandringen eindelijk een mail ontvangen in verband met de directe toegang van de politiezone tot de cameranetwerken in de stations. Dat is ook niet onbelangrijk in het onderzoek dat nu in Brussel loopt, om te zien waar de man de metro genomen heeft en waar hij zich bewogen heeft in het station Brussel-Centraal. Wel, u gelooft mij of niet, mijnheer de minister, maar volgens deze mail moet men de beelden achteraf niet langer opvragen per fax maar kan dat nu via e-mail.

 

Mijnheer de minister, dergelijke obstakels moeten toch opgeruimd kunnen worden? Ik pleit ervoor om efficiëntie op de agenda te plaatsen en om dat onderwerp te behandelen zonder taboes.

 

01.08  André Frédéric (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre, on vient de le rappeler, notre pays a subi une nouvelle attaque terroriste. Je ne souhaite pas profiter de cette occasion pour polémiquer, ni pour demander si on aurait pu faire mieux ou autrement. C'est toujours facile de réécrire l'histoire et une enquête judiciaire est en cours.

 

Monsieur le ministre, je souhaite profiter de cette question pour remercier les militaires qui au quotidien assurent la sécurité de nos concitoyens. Ces hommes et ces femmes, depuis deux ans, risquent aussi leur vie pour protéger la nôtre.

 

Je voudrais aussi remercier les forces de police. On l'a vu dans notre commission d'enquête sur les attentats terroristes: elles sont soumises au quotidien, depuis plusieurs mois, voire plusieurs années, à une pression terrible. Je souhaiterais profiter de cette tribune pour remercier tous les intervenants de la chaîne de sécurité qui, dans notre pays, sont soumis à cet état d'esprit quotidien extrêmement difficile et pénible, et qui continuent à faire leur travail pour protéger l'ensemble de nos concitoyens.

 

Je voudrais attirer votre attention sur deux éléments en lien avec la commission d'enquête sur les attentats terroristes, présidée par notre excellent collègue Patrick Dewael, qui a approuvé un rapport important sur la réforme des services de sécurité, de police et de renseignement.

 

D'abord, on a souligné – et vous avez pris connaissance de ces informations – des difficultés à l'égard de la coordination de l'ensemble des services, en tout cas concernant les faits du 22 mars et des faits terroristes qui ont précédé cette date. Ici, il faut bien l'admettre – du moins, en fonction des éléments dont on dispose –, on doit se féliciter de la coordination mise en œuvre pour déjouer cet attentat.

 

Ensuite, il y a une question, et elle n'est pas perfide, je vous rassure. Unanimement, nous avons mis en évidence le fait que tant dans les services de police – à la police fédérale, dans les zones de police, dans les polices de proximité – ou dans les services de renseignement – que ce soit la Sûreté de l'État ou le Service Général du Renseignement et de la Sécurité –, il y a un manque criant de moyens humains et technologiques qu'il faut absolument combler.

 

Monsieur le ministre, quelles sont vos intentions et celles du gouvernement en la matière?

 

01.09  Servais Verherstraeten (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de vice-premier, collega’s, de collega’s hebben daarnet terecht aangehaald dat we door het oog van de naald zijn gekropen. Gelukkig is de aanslag mislukt, omdat de dader faalde in zijn opzet, maar ook omdat de mensen die ter plaatse waren zeer alert hebben gereageerd.

 

Het debat over de aanwezigheid van militairen dat gisteren woedde en vanochtend te lezen was in de kranten – ik zou het eerder stellen als: wie doet wat om onze veiligheid te garanderen? – kan misschien een nuttig debat zijn, maar is vandaag niet de prioriteit. Vandaag is het, bij dit geval van terreurdreiging, onze absolute plicht om maximaal de veiligheid van de burgers te garanderen. Dat is een werk van velen en uiteraard verdienen ze allemaal lof: de militairen, de politie, de magistraten, maar niet minder de mensen uit het onderwijs, de preventiemedewerkers, de gemeenschapsdiensten. Allemaal verdienen ze lof voor het moeilijke werk dat ze onder druk moeten presteren de jongste jaren.

 

Het is reeds gezegd, de feiten van dinsdag tonen aan hoe kwetsbaar onze samenleving is geworden. Want één ding is zeker: die man is met bij wijze van spreken een zelfgemaakte bom ook het station binnen geraakt. Dat leert hoe fragiel we zijn. Maar dat is ook een constante die we in andere landen vinden bij de aanslagen van de laatste maanden: Duitsland met Berlijn, Londen, Manchester, Istanboel, zelfs ook de Verenigde Staten, en uiteraard Frankrijk. We zijn niet de enigen die met deze problemen worden geconfronteerd: hoe detecteert men tijdig eenzame wolven die op zichzelf handelen? Absolute veiligheid, collega’s, en dat moeten we ook bekennen aan de bevolking, daar moeten we naar streven, maar dat streefdoel zullen we nooit voor 200 % bereiken.

 

Mijnheer de minister, de parlementaire onderzoekscommissie heeft niet alleen vorige week, maar ook vorig jaar aanbevelingen gedaan, onder meer met betrekking tot het crisiscentrum en met betrekking tot het beheerscentrum dat het commando moet overnemen van het provinciale niveau.

 

Er waren ook aanbevelingen over het beveiligde internet, waarbij alle actoren op hetzelfde tijdstip dezelfde informatie kunnen krijgen. Hoe ver staat het een jaar later met die aanbevelingen van dat luik?

 

U hebt met de eerste minister de Nationale Veiligheidsraad bij elkaar geroepen.

 

Er zijn door de huidige regering en door het Parlement reeds vele maatregelen getroffen. Hebben zij naar aanleiding van het incident op het terrein effect gehad?

 

Ten slotte, mijnheer de voorzitter, stel ik mijn laatste vraag. Wij roepen hulpverleners en politiemensen op om vaak oefeningen te doen. Er is echter een verschil tussen oefeningen en de bikkelharde realiteit. Dinsdag was het bikkelharde realiteit.

 

Er zijn daarvoor veel draaiboeken en veel gouden theorieën. Ze in de praktijk uitvoeren, is echter een pak moeilijker.

 

Mijnheer de vice-eerste minister, hoe hebben de mensen op het terrein met elkaar samengewerkt, niet alleen de militairen maar ook de politie, de lokale politie, de spoorwegpolitie en de andere politie? Welke effecten heeft de federalisering van het dossier gehad? Hoe hebben de actoren op het terrein tijdens het beheer van het heel ernstige incident samengewerkt?

 

01.10  Patrick Dewael (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, er is al veel gezegd en er zijn al vele vragen gesteld. Het is echter hoe dan ook rationeel en verstandig het nadere onderzoek af te wachten, om de factoren en elementen die tot de mislukking van de aanslag hebben geleid, juist te kunnen inschatten.

 

Ik kan mij op dit ogenblik tot drie vaststellingen beperken.

 

Ten eerste, mijnheer de minister van Binnenlandse Zaken, u hebt heel correct gecommuniceerd. U hebt de juiste vragen gesteld.

 

In die vraagstelling vond ik een paar punten terug die ook in de onderzoekscommissie regelmatig naar voren zijn gekomen. Het waren als het ware retorische vragen.

 

Willen wij in een politiestaat belanden? U hebt die vraag gesteld. Indien wij het al zouden kunnen om op elke hoek van elke straat, in elk gemeentehuis en in elk station een politiemacht te ontplooien, willen wij dat dan wel? Wil onze samenleving in een dergelijke politiestaat leven?

 

Het antwoord is voor mij negatief. Wij merken trouwens ook dat in landen die het predikaat “politiestaat” of “dictatoriaal” meekrijgen, aanslagen altijd nog tot de mogelijkheden blijven behoren. Er is in die landen vaak veel machtsontplooiing. In ruil krijgen de burgers er enige virtuele veiligheid voor terug.

 

Die vraagstelling van u was dus heel terecht.

 

Ten tweede, het is ook belangrijk naar de reactie van mensen en burgers te verwijzen.

 

Men voelt naadloos aan dat er grenzen zijn aan alles wat wij redelijkerwijze proberen te ondernemen om de veiligheid te garanderen. Mensen weten dat, wat de regering ook moge doen en ook al gaan wij over tot de onmiddellijke en volledige implementatie van alle aanbevelingen van de commissie 22/03, het toch tot de risico’s behoort dat dergelijke aanslagen mogelijk zijn.

 

Mensen weten dat. Politici zouden wat dat betreft sober moeten zijn, ook in hun communicatie, als men ziet hoe mensen reageren. De ochtend nadien gaan ze opnieuw naar de stations, de daaropvolgende avond gaan ze naar een concert. Mensen blijven gewoon doen en dat siert hen.

 

Zij weigeren zich neer te leggen bij een klimaat van terreur. Ik denk dat dit het beste antwoord is dat wij moeten geven: nooit inboeten op onze gedragingen, onze levensgewoonten en onze manier van doen en handelen.

 

Ten derde, wil dat nu zeggen dat de politiek niets moet doen en wij gewoon overgaan tot de orde van de dag en lijdzaam toekijken omdat zoiets onvermijdelijk is? Neen. Mijn devies blijft, ook namens de commissie die ik mocht voorzitten, om binnen de perken van een rechtsstaat te blijven.

 

Het valt mij altijd op dat sommigen die grenzen proberen te verleggen. Dan vraag ik mij af waarom. Waarom grenzen verleggen als men binnen de perken van een rechtsstaat antwoorden kan en moet formuleren? Wij hebben daar ter zake een soort middelenverbintenis. Wij hebben de verdomde plicht om alle middelen te ontplooien die we binnen een democratische rechtsstaat kunnen ontplooien.

 

Ik kom tot het punt van de militairen. Stop toch de polemiek daarover. Militairen hebben een belangrijke rol gespeeld in deze en zullen dat de komende maanden blijven doen. Waarom? Vandaag stellen wij vast dat de kaders van de politie, die 13 500 eenheden veronderstellen, maar voor een elfduizendtal eenheden zijn ingevuld.

 

Dat is de realiteit. Alleen al om die reden zit er een complementaire aanvullende functie bij de militairen. Maakt dat hun rol en hun functie vandaag minder belangrijk? Neen, maar het ontslaat ons niet van de plicht om die kaders zo snel mogelijk effectief in te vullen. Dat is ook een van de aanbevelingen van de commissie.

 

Ik zie graag kaki op straat, maar ik zie nog veel liever blauw op straat. Wij moeten dringend dat meer op blauw op straat invullen. Welke actie zult u op korte termijn ondernemen? Koken kost geld, en meer blauw op straat veronderstelt budgettaire middelen. Wat dat betreft, hebt u de steun van een kamerbrede meerderheid in de onderzoekscommissie.

 

01.11 Minister Jan Jambon: Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, bedankt voor uw inbreng in het debat. Ik sluit mij uiteraard volmondig aan bij iedereen die hulde heeft gebracht aan de veiligheidsdiensten, aan de militairen op straat, aan de politie die de zaak heeft overgenomen en het onderzoek heeft gevoerd, aan het personeel van de NMBS, Securail, het crisiscentrum en alle medewerkers die die dag het beste van zichzelf hebben gegeven met maar een doelstelling: de veiligheid van onze samenleving, het mogelijk maken om in deze samenleving te blijven leven.

 

Ja, het klopt, men kan dat niet ontkennen, we zijn die dag aan iets erger ontsnapt door het amateurisme van de man in kwestie. Ik denk dat dit een correcte analyse is. We zijn aan iets erger ontsnapt.

 

Certains d’entre vous m’ont demandé quel est l’état actuel des investigations et les faits sur le terrain. Je vais vous communiquer l’état des lieux qui m’est fourni par l’OCAM. D’abord, sur le déroulement des faits, le 20 juin 2017, peu avant 21 h 00, un homme a tenté de faire exploser sa valise près d’un groupe de personnes se trouvant gare Centrale à Bruxelles. Son bagage s’est enflammé et l’individu n’a pu causer qu’une explosion partielle ne faisant pas de blessés, les personnes ciblées ayant pu prendre la fuite.

 

Il s’est ensuite dirigé vers un quai. À ce moment, sa valise a explosé une seconde fois de façon légèrement plus violente mais ne causant toujours que des dégâts matériels superficiels. L’auteur est ensuite remonté dans le hall. Il s’est précipité sur un militaire en criant "Allah Akbar". Le militaire a fait usage de son arme pour le neutraliser, causant son décès. Les cibles étaient des citoyens lambda manifestement choisis au hasard.

 

Quel a été son modus operandi? Il a recouru à l’utilisation d’une valise remplie d’explosifs. L’engin explosif n’a explosé que partiellement. Lors de la perquisition du domicile de l’auteur, les enquêteurs ont retrouvé du matériel pouvant servir à la confection d’explosifs. L’explosif qu’il a utilisé contenait des clous et des bonbonnes de gaz.

 

L’auteur est inconnu de l’OCAM. Il est arrivé en Belgique en 2002 avec un visa étudiant. Il est repris dans la BNG pour des faits de droit commun remontant à quelques années et qui concernaient des violences intrafamiliales. Nous n’avons aucune information concernant une possible radicalisation de l’intéressé. Il a manifestement agi seul.

 

En ce qui concerne son activité sur les réseaux sociaux, l’enquête n’a pas encore permis de mettre en évidence des liens directs avec des personnes concernées par la problématique des FTF. Il est clair que ces investigations continuent. Dès que nous aurons des résultas, je vous les communiquerai. Pour le moment, on ne peut pas encore mettre en évidence des liens directs. Il aurait, par contre, été en contact avec un imam radical. La nature même des contacts avec cet imam doit encore être investiguée. Le bilan, heureusement, s’élève à la seule mort de l’auteur des faits.

 

En ce qui concerne le niveau de la menace, étant donné l’absence de réseau autour de l’auteur des faits qui, selon les éléments dont nous disposons actuellement, aurait agi seul, l’OCAM a maintenu le niveau 3 grave de menace terroriste.

 

Néanmoins, l'enquête suit son cours et l'OCAM analyse immédiatement toutes les nouvelles informations, afin de modifier le niveau de la menace, le cas échéant. Voilà les éléments communiqués par l'OCAM.

 

Een aantal onder u heeft gevraagd welke lessen wij hieruit trekken. Een aantal sprekers, waaronder de heer Dewael het meest uitgebreid, hebben gezegd dat wij de burgers niet mogen wijsmaken dat wij in staat zijn een 100 % veilige samenleving te maken. Ik sluit mij aan bij die woorden. Men zou dat theoretisch kunnen bedenken, mochten er geen budgettaire beperkingen zijn. Ik stel u echter de vraag of dat het type samenleving is dat wij willen.

 

Wij kunnen theoretisch aan elke ingang van de metro of van een station metaaldetectoren plaatsen. Is dat het soort samenleving waarin wij willen wonen? Ik meen dat de vraag stellen ze ook beantwoorden is.

 

Ik wil mijn verantwoordelijkheid echter niet ontlopen. Er zijn een aantal lessen die kunnen worden getrokken. Ik zal nog geen conclusies trekken, maar er zijn wel twee elementen die we verder moeten onderzoeken.

 

Ten eerste, wij hebben na de aanslagen in Zaventem de luchthavenpolitie opgeleid in BDO – behavior detection. Hierbij bekijkt men hoe mensen zich gedragen en zo tracht men verdachte gedragingen op te sporen. Ik heb gisteren in de Veiligheidsraad aan de commissaris-generaal van de politie gevraagd of wij deze competentie niet moeten veralgemenen voor politiemensen op het terrein. Moeten wij die techniek om verdachte gedragingen op te sporen niet in de basisopleiding opnemen? Ik denk daarbij niet alleen aan de politie, maar ook aan metropersoneel, Securail en andere veiligheidsberoepen. Dit is een techniek waarmee men heel snel kan detecteren wanneer iemand zich verdacht gedraagt. Als men de beelden heeft gezien, heeft men kunnen vaststellen dat die persoon wel wat verdachte gedragingen vertoonde. Hadden de militairen die training gekregen, dan had men die man misschien kunnen onderscheppen vooraleer hij op het perron was geraakt.

 

Dit is een eerste vraag die ik heb gesteld aan de politie zodat kan worden nagegaan of dit mogelijk is.

 

Ten tweede, hoe kon die man radicaliseren zonder dat dit op de radar is verschenen? Ook hier wil ik twee dagen na de feiten nog niet concluderen, maar ik meen dat wij in de lokale LIVC eens moeten gaan kijken. Het gaat hier terug over Molenbeek, maar ik kan u garanderen dat de LIVC van Molenbeek goed werk levert. Ik werp hun geen steen, maar we moeten eens bekijken of er signalen waren, die hadden gedetecteerd kunnen worden, maar waarvoor misschien niet de juiste mensen in die LIVC zitten.

 

Ik veroordeel niet, ik trek nog geen conclusies, maar wij moeten dat onderzoeken op heel korte termijn en bekijken of wij de LIVC’s moeten bijsturen. Ik ben de werking van de LIVC’s trouwens bijzonder genegen. Wij zijn de uitbreiding over het hele grondgebied aan het voorbereiden, want vandaag is slechts ongeveer de helft van de gemeenten actief in een LIVC.

 

Er werd ook een aantal punctuele vragen gesteld.

 

Mevrouw Pas, u vroeg een stand van zaken van het Kanaalplan. Ik heb die al een aantal keer gegeven. Er is een enorm aantal acties gebeurd. Het Kanaalplan heeft ook een enorme aantrekkingskracht, want gemeenten die oorspronkelijk niet betrokken waren bij het Kanaalplan, komen nu aan de deur kloppen om er ook in mee te gaan. Als u mij echter vraagt of ik op tien maanden tijd een situatie heb kunnen rechttrekken die gedurende twintig jaar is fout gelopen, dan moet ik daar inderdaad negatief op antwoorden. Wij hebben echter al resultaten op het terrein geboekt. Ik nodig u uit om contact op te nemen met het lokale bestuur in Molenbeek en andere gemeenten en die zullen u bevestigen – ik heb het hier en in de commissie trouwens al vaak gezegd – welke de concrete resultaten zijn.

 

Monsieur Dallemagne, les règles d'engagement des militaires sont très claires: ils peuvent se défendre ou défendre l'environnement. Dans ce cas, c'est clairement une question de défense de l'environnement. Et cela ne se discute pas. Comme à chaque fois, le parquet réalise une enquête sur ce qu'il s'est passé. Il est évident que, dans cette situation, les militaires sont restés dans le cadre de leurs rules of engagement. Les règles actuelles sont parfaites et il n'y a pas de raison de les modifier.

 

Vous m'avez demandé quel était l'état des forces de protection, la DAB, la direction de Protection générale au sein de la police. Les décisions sont prêtes. Le budget est là: le Conseil des ministres thématique a libéré l'argent nécessaire. Et nous avons débuté le recrutement. Dans une première phase, nous incorporerons le corps de sécurité de justice dans cette DAB et nous élargirons le dispositif de ce corps, afin que nous ne devions plus faire appel aux polices locales pour renforcer le corps de sécurité et que ces forces restent opérantes dans la police locale.

 

Monsieur Pivin, vous m'avez demandé si un renforcement des dispositifs serait instauré sur le terrain. Oui, après la tentative d'attentat, nous les avons immédiatement augmentés. Tant que l'enquête judiciaire se poursuit, nous garderons ces mesures et lorsque ses résultats seront connus, nous verrons quelles décisions nous prendrons. Pour le moment, je vous confirme que nous avons renforcé les effectifs.

 

D'après mes informations, je n'ai pas entendu de critiques concernant la coopération locale et fédérale. Or, normalement, des commentaires négatifs sont vite connus. Selon les réactions que j'ai reçues, il y aurait une bonne collaboration entre le niveau local et le niveau fédéral.

 

Mijn tijd is beperkt, mijnheer de voorzitter, maar in het debat over de militairen wil ik toch het volgende zeggen. Wij zijn in een periode van terreurdreigingsniveau 3. Iedereen van ons gaat ervan uit dat die tijdelijk is. Ja, wij moeten de politie versterken, maar niet voor uitzonderlijke omstandigheden. De politie moet worden versterkt om haar taken te kunnen uitvoeren. Daar zijn wij ook mee bezig. Ik heb vorig jaar 1 600 politiemensen aangeworven. Dit jaar en de volgende jaren zal ik er telkens 1 400 aanwerven.

 

Mijnheer Dewael, wij hebben prioriteit gegeven aan de departementen die gelieerd zijn met de strijd tegen terrorisme, maar ook de wegpolitie is onderbezet. Daarvoor komt er allemaal meer mankracht. We worden evenwel geconfronteerd met een beperking inzake de capaciteit van de scholen. Ga het maar na, de scholen zitten vol. Iedere maand komen er opgeleide politiemensen uit. De scholen zitten vol. Wij werven aan volgens onze maximumcapaciteit. Dat zullen wij ook in de volgende jaren doen.

 

Ondertussen zullen wij de militairen nodig hebben. Zij hebben hun nut meer dan bewezen. Wat de inzet van militairen op lange termijn betreft, zodra wij uit dreigingsniveau 3 zijn, is het voor mijn part ook gedaan met de militairen op straat. Dan moet men met de normale capaciteit van de politie de zaken aankunnen.

 

Mijnheer Van Hecke, u hebt mij gevraagd hoe de regering zal reageren op het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie. Zoals wij bij het eerste tussentijds rapport gezegd hebben, zullen wij ons maximaal engageren om de aanbevelingen uit te voeren. Het is degelijk werk, dat breed gedragen is, door een brede meerderheid in de Kamer. Wie zijn wij, als uitvoerende macht, om daar niet het maximaal mogelijke mee te doen?

 

Het eerste wat wij nu zullen doen, is de aanbevelingen opsplitsen in een aantal categorieën. Er zijn aanbevelingen waar wetgevend werk voor nodig is, en er zijn aanbevelingen die wij onmiddellijk kunnen uitvoeren, via KB’s of ministeriële besluiten. In het wetgevende werk zullen wij met het Parlement bekijken wat het best via een regeringsinitiatief of een parlementair initiatief kan gebeuren. Het eerste wat wij zullen doen, is dus een werkwijze afspreken om zo snel mogelijk de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie in de praktijk te brengen.

 

Mijnheer Bonte, wat de fusie van de zones betreft, ik ben daar een heel grote voorstander van, niet alleen voor de Brusselse politiezones. Ik meen dat wij tot een rationalisering moeten komen van de 189, straks nog 188 zones in dit land. Wat waar is voor Brussel – ik steun die visie –, is eigenlijk ook waar voor het hele land. Daarom heb ik aan de heren Brice De Ruyver en Koekelberg de opdracht gegeven om samen met de lokale besturen te bekijken wat, vanuit iedere politiezone de ideale taille is. Wanneer zijn de schaalvoordelen groot genoeg om tot een efficiëntere politiemacht te komen? Die studie is momenteel aan de gang. Ik kijk met veel interesse uit naar de resultaten, om daarna tot een model te komen dat wij kunnen implementeren.

 

Monsieur Frédéric, j'ai répondu à la question des moyens destinés au personnel. Nous engageons actuellement mais les écoles sont remplies.

 

Mijnheer Verherstraeten, u vroeg naar het crisiscentrum. Onmiddellijk na het eerste tussentijdse rapport van de onderzoekscommissie zijn we aan de slag gegaan. De aanbevelingen daarin zijn ook van technologische aard. De marktbevraging is lopende. Ik engageer mij ertoe dat die aanbevelingen helemaal zullen worden uitgevoerd.

 

U vraagt mij of er maatregelen zijn die effect op het terrein zullen sorteren. Een heel aantal maatregelen is genomen om een aantal zaken te vermijden. De maatregel die eergisteren het meeste effect heeft gehad, is de maatregel van de militairen op straat.

 

Ik besluit met een oproep. Ik denk dat wij allemaal samen een verantwoordelijkheid hebben, ook het Parlement, om erover te waken dat onze samenleving niet de agenda van de terroristen uitvoert en onze vrijheden en onze waarden weggooit. Wij moeten ons beleid voort kunnen zetten en, niet gedreven door angst of paniek aandachtig blijven en de aanbevelingen van de veiligheidsdiensten strikt uitvoeren. Het laatste wat wij willen, is dat de terroristen hun agenda kunnen verwezenlijken.

 

01.12  Barbara Pas (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor het uitgebreide antwoord maar ik heb toch enkele elementen van repliek. Ten eerste hebt u al langer dan tien maanden de tijd gehad om scheefgetrokken situaties recht te trekken. U had al drie jaar om daar werk van te maken.

 

Ten tweede, ik heb u gevraagd hoe het zit met de screening op internet. Hoe komt het dat die jihadist jarenlang via Facebook sympathie heeft kunnen tonen voor jihadterreur? Ik heb daar geen antwoord op gekregen.

 

Ten derde, ik ben tevreden dat iedereen er ondertussen van overtuigd is dat de militairen op straat broodnodig zijn. Collega's, besef echter dat die bij gelijkblijvend laks justitiebeleid, bij gelijkblijvend beleid inzake migratie, inzake islamisering en inzake asiel helaas ook nodig zullen blijven. Men mag het probleem immers niet zomaar veralgemenen. Collega Verherstraeten verwees naar Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, waar men met dezelfde problemen kampt. Dat klopt, maar niet heel Europa heeft er last van. Het zijn alleen de landen met heel veel moslimimmigratie. Ik heb daarjuist al verwezen naar Hongarije, naar Polen, naar Tsjechië, waar dat blijkbaar niet het geval is dankzij een ander immigratiebeleid.

 

Men legt er de klemtoon op dat het een eenzaat is, die alleen handelde, de zogenaamde lone wolf. Ondertussen zijn al die lone wolves samen wel al een heel groot roedel geworden. Ze hebben allemaal dezelfde inspiratie. Dat is het grote probleem. Daarmee rond ik af, mijnheer de voorzitter. Men durft het probleem niet bij naam te noemen. Ook u gebruikt de term radicalisering, alsof we evengoed een probleem zouden kunnen hebben met radicaliserende boeddhisten. Mijnheer de minister, het woekerende moslimfundamentalisme moet met wortel en tak verwijderd worden. Daar moet u werk van maken.

 

Tot slot, collega Dewael heeft er daarjuist naar verwezen dat we niet moeten inboeten op ons dagelijks leven. Ik ga daar volledig mee akkoord; terroristen mogen onze agenda niet bepalen. Tegelijk verwerp ik de boodschap die sommigen geven, namelijk dat we er maar mee moeten leren leven. Terrorisme is niet normaal, het vereist een kordate aanpak; het vereist een andere aanpak.

 

01.13  Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le ministre de l'Intérieur, je vous remercie pour cette réponse détaillée. Vous avez raison, l'équation à laquelle nous sommes confrontés, comme toutes les démocraties, consiste à la fois à mieux protéger les citoyens, à vérifier quels sont les dispositifs qui les protègent le mieux, sans léser nos libertés fondamentales. Nous y tenons comme à la prunelle de nos yeux. Préserver nos libertés, notre mode de vie, nos valeurs, c'est de cela qu'il s'agit dans la lutte contre le terrorisme.

 

Vous avez fait état d'une série d'éléments. Nous tirerons les leçons de vos réponses dans les semaines à venir car il est un peu tôt pour avoir des réponses à toutes les questions. J'imagine que vous reviendrez au parlement pour répondre à certaines questions précises.

 

Je voudrais revenir sur deux éléments. Tout d'abord les précurseurs d'explosifs, dont vous n'avez pas du tout fait mention dans votre réponse. Je pense que cela continue à être un sujet de préoccupation très sérieux. Et je crois que le dispositif qui a été mis en place n'est absolument pas efficace. Ce sont des produits d'usage courant, ce qui rend les choses plus difficiles. Mais nous devons en tout cas reconnaître que ce dispositif ne fonctionne pas.

 

Il existe un numéro d'appel au SPF Économie concernant les précurseurs d'explosifs et qui, en principe, est ouvert 24h/24. J'ai essayé de joindre ce service plusieurs fois, et je n'ai parlé à personne qui soit au courant de ce qu'il fallait faire, du nombre d'alertes, etc. Je n'ai pas eu de réponse à mes questions et on a fini par me dire qu'il fallait écrire. Visiblement, ces questions ne sont pas suffisamment prises au sérieux.

 

Ensuite, vous avez signalé qu'il y avait eu un contact avec un imam radical. Vous connaissez mon combat pour éviter que l'islam de Belgique soit influencé par un islam contraire à nos valeurs, hostile à nos valeurs et à notre société. C'est le troisième volet de notre commission d'enquête Attentats terroristes. Je pense qu'il sera important que nous ayons dans ce domaine des recommandations fortes, qui soient suivies par le gouvernement, parce que c'est un problème extrêmement sérieux qui pèse sur notre société.

 

01.14  Koenraad Degroote (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw uitgebreide antwoord en voor de verantwoordelijkheid die u opneemt. Het is inderdaad gebleken dat wij in het belang van onze veiligheid moeten zorgen voor permanente waakzaamheid.

 

Over waakzaamheid gesproken, zelfs al zetten wij alle middelen in, 100 % veiligheid zal nooit gegarandeerd kunnen worden.

 

Mevrouw Pas heeft hier gezegd dat die dader op het internet jarenlang zijn ding heeft kunnen doen. Mevrouw Pas, ik vind het jammer dat u dat nu pas ontdekt en er pas nu mee voor de dag komt.

 

U hebt ook gesproken over de LIVC’s, mijnheer de minister. Ik hoop dat iedere gemeente die nog geen LIVC heeft nu overtuigd is en onverwijld werk maakt van de oprichting ervan.

 

Ten slotte, alle partijen zijn het eens over het nut en de inzet van de militairen op straat. Wij van N-VA vinden dat alle ordediensten onze sympathie verdienen. Niet enkel onze sympathie en steun in bepaalde omstandigheden zoals vandaag, maar consequent, zowel in goede als in kwade dagen.

 

Het spijt mij dat er bepaalde uitspraken circuleren als “ laat ze desnoods patatten schillen”. Ik meen dat zoiets het beste achterwege blijft.

 

01.15  Philippe Pivin (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse complète et responsable. J'ai, d'emblée, souligné l'utilité d'une des premières mesures prises par votre gouvernement: le déploiement des militaires en rue. Une deuxième mesure a démontré sa totale utilité puisque, vous le savez, une perquisition a eu lieu à 04 h 30 du matin. Elle n'aurait pu avoir lieu si ce gouvernement, avec l'appui du parlement, n'avait pas pu présenter, parmi les trente mesures, une mesure d'extension 24h/24 des perquisitions, qui peuvent dorénavant avoir lieu la nuit. D'autres perquisitions ont eu lieu en journée. Mais sincèrement, j'espère que ceux qui n'ont pas permis d'étendre le délai de garde à vue de 24 à 72 heures ne feront pas regretter les merveilleuses avancées réalisées depuis la commission Attentats ainsi que l'efficacité de nos services. J'espère aussi que le blocage de cette mesure la semaine dernière - nombre d'entre nous en ont gros sur le cœur à cet égard - ne nuira pas à l'enquête qui vient de démarrer.

 

01.16  Hendrik Vuye (Vuye&Wouters): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.

 

We moeten de zaken durven te benoemen. Ik denk dat wij er ons vaak te gemakkelijk vanaf maken met praatjes, door te zeggen dat het om een eenzame wolf gaat of te stellen dat het geen probleem ván de islam, maar een probleem ín de islam is. Volgens mij is het eerlijk gezegd wel een probleem ván de islam. De burgers van ons land zijn echt niet ziende blind, ze zien wel dat de islam van binnenuit aan het radicaliseren is. Over zaken als boerka’s, boerkini’s, hoofddoeken en halal voedsel was er tot een vijftal jaar geleden in feite helemaal geen sprake.

 

Ik heb gelezen dat Luckas Vander Taelen spreekt over zelfsegregatie en dat vind ik een heel mooi en juist concept. Zelfsegregatie betekent niet dat de integratie mislukt, dat de integratiepogingen vanuit onze maatschappij mislukken. Zelfsegregatie betekent dat betrokkenen zich wetens en willens afzonderen en weigeren toe te treden tot onze maatschappij. Dat is iets helemaal anders dan mislukte integratie.

 

Moeten wij dan maar een politiestaat worden? Natuurlijk niet. Moeten wij iedereen controleren? Evident niet. Moeten wij binnen de grenzen van de rechtsstaat blijven? Natuurlijk moeten we dat doen.

 

Een weerbare democratie is iets helemaal anders dan een politiestaat. Een weerbare democratie moet volgens mij de zelfradicalisering die zich binnen de islam aan het afspelen is, echt in de gaten houden, daartegen durven op treden en maatregelen nemen. Wij moeten dus vooral de zaken durven te benoemen.

 

01.17  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik waardeer ten zeerste de toon en de manier waarop u geantwoord hebt. U hebt ook gezegd dat u, twee dagen na de aanslag, niet te snel conclusies zult trekken en dat is ook een goede zaak.

 

U hebt ervoor gewaarschuwd dat we niet mogen evolueren naar een politiestaat. Daarover zijn wij het volgens mij allemaal eens.

 

Collega’s, ik ben tevreden met de sereniteit van het debat. Immers, wat mij eigenlijk wat op de maag lag – mijnheer de minister, ik richt me daarbij niet tot u, maar tot sommige leden van de meerderheid en partijgenoten van u – is dat sommigen op de sociale media nogal hard proberen uit te halen naar linkse partijen, alsof linkse partijen geen voorstanders van veiligheidsmaatregelen zouden zijn. Welnu, mijnheer de minister, collega’s, dat pik ik niet. Ik ben daarom ook heel tevreden over de serene toon van het debat van vandaag en de manier waarop u, mijnheer de minister, daarop hebt geantwoord.

 

In de parlementaire onderzoekscommissie hebben wij immers met meerderheid en oppositie een jaar lang gezocht. Wij hebben straffe vaststellingen gedaan en wij hebben geprobeerd om erg constructieve voorstellen te formuleren om de veiligheidssituatie te verbeteren. Daarbij hebben wij vooral gezocht naar wat ons bindt en niet de verschillen opgezocht.

 

Daarom zijn wij tot een sterk rapport gekomen.

 

Ten tweede, wij staan voor enorme uitdagingen. Het komt er nu inderdaad op aan dat de regering goed kijkt naar wat de aanbevelingen zijn, waarvoor wetgevend werk nodig, waar samenwerking met het Parlement nodig is, welke maatregelen de regering al kan nemen via ministeriële besluiten en dergelijke meer, want er ligt wat op tafel. Kijk naar de problemen bij de militaire inlichtingendienst. Dat is niet direct uw bevoegdheid, maar het vormt wel een groot probleem voor de regering. Er zijn immers militairen op straat die zaken signaleren aan de politie en inlichtingendiensten, maar daar is niets mee gebeurd. Dat moet inderdaad heel streng en heel snel worden aangepakt.

 

Tot slot, ik steun uw oproep ten volle, mijnheer de minister. Wij moeten waken over de fundamenten van onze rechtsstaat. Fundamentele rechten beschermen doet men niet door andere fundamentele rechten af te bouwen. Dat is de toetssteen voor ons bij alle maatregelen die wij nog zullen bespreken in het Parlement.

 

01.18  Hans Bonte (sp.a): Mijnheer de minister, ik dank u zowel voor de inhoud als de toon van uw antwoord.

 

Over een aantal punten verschillen wij misschien van accenten, maar over één punt verschillen wij fundamenteel, namelijk de snelheid waarmee het moet vooruitgaan. Andere mensen hebben er al naar verwezen en u zelf ook. Gisteren hoorden wij van het Comité P nog een pijnlijke maar duidelijke analyse die al langer bestaat over de tekorten op het federale niveau wat de politie betreft. Er zijn de aanbevelingen van de onderzoekscommissie. Er liggen zeer interessante wetsvoorstellen voor in de commissie voor de Terrorismebestrijding die echter in de diepvries worden gestopt wegens allerlei redenen.

 

Sommige maatregelen vragen inderdaad middelen, mijnheer de minister. Rekruteren kost geld. Het Kanaalplan – ik treed u bij – is een zegen voor mijn regio, maar, ook daar, als wij onze ambities willen realiseren, zal er moeten worden geïnvesteerd. Er wordt geïnvesteerd, maar als wij onze doelstellingen willen bereiken, zal er extra geld moeten komen.

 

Ik rond af, mijnheer de minister. Ik wil in het bijzonder de aandacht vestigen op de zaken die geen geld kosten. U verwees naar het bijzonder interessante experiment op de luchthaven in verband met waarnemingstechnieken die worden aangeleerd aan de politiediensten. Om iemand waar te nemen, moet men hem natuurlijk kunnen zien. Het blijft dus absurd dat een wet die jaren geleden met een zeer grote meerderheid werd aangenomen nog steeds wacht op een KB. Volgens die wet kunnen politiediensten of zij nu in Brussel, Antwerpen of Vilvoorde zijn, online toegang krijgen tot de cameranetwerken van de metro- en treinstations.

 

Technisch is alles in orde. Technisch kan alles, alleen wacht men op een koninklijk besluit.

 

Een koninklijk besluit kost geen geld. Ik wil dus erop aandringen dat u de maatregelen die niets kosten meteen uitvoert.

 

01.19  André Frédéric (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre, je souhaite vous remercier pour la qualité de la réponse, tant sur le fond que sur la forme.

 

Vous faites appel à la solidarité de l'ensemble du parlement. Je peux, au nom de mon groupe, m'y engager. Notre objectif est commun: lutter au quotidien contre le terrorisme. On l'a répété à de nombreuses reprises

 

À la question précise sur les moyens, vous avez répondu que vous aviez engagé 1 000 personnes et qu'il y en avait encore 1 400 qui allaient arriver. Nous savons tous les deux que pour pallier tant une certaine forme d'absentéisme lié aux burn out dans les services que les départ naturels et les départs à la retraite, 2 400 engagements ne suffiront pas. Dès à présent, sachez que vous aurez le soutien de mon groupe pour combler demain ces difficultés et pour pouvoir compléter les engagements dans les services.

 

Le président: Excusez-moi, monsieur Frédéric. Le ministre demande la parole. Exception faite au Règlement. Pour une correction factuelle, il me semble.

 

01.20  Jan Jambon, ministre: Monsieur Frédéric, vous dites qu'on a engagé 1 000 personnes l'année dernière. Ce n'est pas vrai. On en a engagé 1 600. On en engage 1 400 cette année et les années suivantes.

 

01.21  André Frédéric (PS): Je vous remercie pour ces précisions. Il est possible qu'étant donné mon âge, j'aie un problème d'audition!

 

En tout cas, l'heure n'est pas à la comptabilité excessive, mais à vous dire notre volonté d'être à côté du gouvernement pour faire en sorte que nos services de police et de renseignement disposent de moyens suffisants.

 

On a aussi abordé une problématique compliquée – les collègues de la commission d'enquête ne me contrediront pas: le phénomène de radicalisation de ces personnes qui en arrivent à poser des actes extrêmes et barbares en s'exposant eux-mêmes et en faisant un maximum de victimes. On croit connaître le rôle joué par l'internet et par les réseaux sociaux, mais il faut certainement investir massivement. Là aussi nous sommes au service du parlement et du gouvernement, comme nous l'avons fait depuis un an et demi au sein de la commission d'enquête parlementaire.

 

À cet égard, monsieur le ministre, je signale, au cas où vous ne le sauriez pas, que nous sommes favorables à une commission de suivi dans laquelle nous sommes prêts à nous investir. Cela nous paraît indispensable pour pouvoir mettre en œuvre les recommandations approuvées par les partis de la majorité et de l'opposition.

 

Nous souhaitons, sans réserve, au-delà des clivages – les débats d'il y a quelques instants me semblent déplacés –, lutter ensemble contre le terrorisme pour assurer la sécurité de nos concitoyens dans notre État de droit.

 

01.22  Servais Verherstraeten (CD&V): Mijnheer de vice-eersteminister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Collega's, op twee jaar tijd waren er tientallen wetten en nog meer koninklijke besluiten, honderden pagina's rapport van een onderzoekscommissie, terechte budgetverhogingen en aanwervingen, maar zij zullen nooit beletten dat er zich links of rechts geen aanslag voordoet.

 

Dat mag ons niet bang maken. Angst is een slechte raadgever. Alle Belgen moeten de komende tijd naar het voetbal, naar concerten, naar stations voor het werk en naar drukbevolkte terrassen blijven gaan. Wij passen ons gedrag niet aan.

 

Mijnheer de vice-eersteminister, mag ik toch heel even concreet ingaan op enkele maatregelen, die u suggereert? U hebt veel aanwervingen gedaan, ook mede dankzij de extra budgetten die u in het Parlement hebt gekregen. De politie zal evenwel de komende jaren worden geconfronteerd met een enorme uitstroom ten gevolge van pensionering. U zei hier dat de bottleneck de politiescholen zijn, die vol zitten. Mag ik u een suggestie doen? Kom naar hier met maatregelen om die scholen uit te breiden, om meer politieleerkrachten aan het werk te zetten, zodat wij het probleem van die bottleneck oplossen en het saldo van uitstroom en instroom leidt tot meer politieagenten om de noodzakelijke kaders op te vullen.

 

Ik ben het volledig met u eens om sneller gedragsdetectie uit te breiden tot de stations. Dat lijkt mij in de eerste plaats een taak voor de spoorwegpolitie. Er is immers veel spoorwegpolitie.

 

U nam een pak maatregelen en suggereerde er heel wat andere. U had het er vandaag over een aantal, die ik volledig onderschrijf. Daarnaast past het om een accent te leggen op preventie. U bent slechts gedeeltelijk bevoegd, in de zin dat politiewerk ook preventiewerk is.

 

Laten we ons niet alleen focussen op manieren om de crisis te beheren, maar er ook ook voor hebben om incidenten te voorkomen. Laten we die coherente totaalaanpak hanteren, over alle beleidsniveaus heen.

 

01.23  Patrick Dewael (Open Vld): Mijnheer de minister, u sprak, ten eerste, naar ons hart toen u opriep om de agenda niet te laten bepalen door terroristen en om gehecht te blijven aan onze fundamentele rechten en vrijheden. Wij steunen u daar volop in, maar die boodschap moet breed worden gedragen. Ik blijf vaststellen dat er, telkens er zoiets gebeurt, nood blijkt aan een zekere steekvlampolitiek, waarbij sommigen blijven onderzoeken hoe men bepaalde grenzen kan verleggen. Zij zullen altijd ons op hun weg vinden.

 

Ten tweede, wat de methode betreft voor de uitvoering van de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie, is het zeer goed dat de regering snel uitmaakt wat zij doet en voor haar rekening neemt en dat, mijnheer de voorzitter, het Parlement hetzelfde doet voor al wat wetgevend werk veronderstelt.

 

Ten derde, wanneer het gaat om meer middelen in te zetten vraag ik u om dat niet lineair te doen, maar ten gunste van het geheel van de politie- en veiligheidsdiensten, gelet op het feit dat terrorisme belangrijk is, maar niet het enige waarmee uw diensten af te rekenen hebben.

 

Ten slotte, zoals collega Frédéric al zei, zal de onderzoekscommissie nu het laatste en wellicht moeilijkste hoofdstuk aansnijden, namelijk radicalisering. Wat gaat er om in het hoofd van sommige personen? De dader van de voorbije aanslag was niet bekend op de lijsten van terrorisme, althans, dat zegt het onderzoek tot nu toe. Als hij niet bekend is, hoe komt het dan dat iemand op een mum van tijd vaak kan radicaliseren, zich kan ontpoppen tot een monster en in staat is te doen wat hij heeft gedaan? Dat is het moeilijkste wat de commissie moet onderzoeken. Het is een complex samenspel, waarbij het internet een belangrijke rol speelt. Er zijn echter verscheidene factoren. Weet dat de parlementaire onderzoekscommissie de komende weken en maanden die problematiek zal aansnijden. Dit is misschien het allerbelangrijkste: hoe kunnen we voorkomen dat mensen zich ontwikkelen tot dergelijke monsters en in staat zijn tot dergelijke handelingen? Dat is de vraag waarop een complex antwoord van tel is.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

02 Questions jointes de

- M. Marco Van Hees au ministre de la Justice sur "la transaction pénale accordée à Bernard Arnault" (n° P2168)

- M. Peter Vanvelthoven au ministre de la Justice sur "la transaction pénale accordée à Bernard Arnault" (n° P2169)

- Mme Karine Lalieux au ministre de la Justice sur "la transaction pénale accordée à Bernard Arnault" (n° P2170)

02 Samengevoegde vragen van

- de heer Marco Van Hees aan de minister van Justitie over "de minnelijke schikking voor Bernard Arnault" (nr. P2168)

- de heer Peter Vanvelthoven aan de minister van Justitie over "de minnelijke schikking voor Bernard Arnault" (nr. P2169)

- mevrouw Karine Lalieux aan de minister van Justitie over "de minnelijke schikking voor Bernard Arnault" (nr. P2170)

 

02.01  Marco Van Hees (PTB-GO!): Monsieur le président, monsieur le ministre, aujourd'hui, L'Echo a révélé qu'une transaction pénale avait été conclue entre le parquet de Bruxelles et le milliardaire français Bernard Arnault relative à sa fausse domiciliation dans la commune d'Uccle.

 

Le contexte est lourd puisque la transaction pénale est non seulement un instrument de justice de classes mais  aussi une affaire d'État traitée actuellement au sein d'une commission d'enquête en ce Parlement. On sait que la Cour constitutionnelle, dans son arrêt du 2 juin, considère que cette loi est une violation de la Constitution. Alors que la commission d'enquêté précitée et la commission spéciale Panama n'ont toujours pas terminé leurs travaux, vous décidez de rédiger une nouvelle loi pendant que le parquet décide, lui, d'autoriser les transactions!

 

Monsieur le ministre, en séance plénière, il y a trois semaines, vous aviez dit que le parquet autoriserait les transactions mais, et je vous cite: "Les dossiers politiques sensibles ne seront pas traités."

 

Que découvrons-nous? Que le premier cas est relatif à Bernard Arnault! Savez-vous qui est Bernard Arnault? C'est la première ou deuxième fortune de France. C'est lui qui avait déjà fait scandale chez nous lors de la naturalisation qu'il avait demandée ou des fondations privées qu'il avait créées en Belgique dans le but d'organiser sa succession, et autres scandales du même genre. Comme dans le cas de M. Chodiev, nous sommes dans l'axe "Sarkozy - Reynders - De Decker", trois proches de Bernard Arnault.

 

On peut, en outre, se demander quel est l'intérêt pour l'État belge. L'argument classique pour l'application des transactions pénales est celui d'éviter le procès mais aussi d'au moins récupérer l'argent. Mais dans ce cas-ci, il n'y a pas d'argent en jeu puisqu'il s'agit d'une fausse domiciliation. L'État n'a rien à gagner mais Bernard Arnault, lui, a tout à gagner!

 

Monsieur le ministre, confirmez-vous cette transaction? Qui l'a conclue et pour quelle somme? Si l'État n'a rien à gagner, pourquoi cette transaction? Pourquoi, et pour reprendre vos mots, si c'est politiquement sensible, a-t-on conclu cette transaction? Quand vous disiez, il y a trois semaines, que le terrain était impatient d'appliquer cette loi sur la transaction pénale, de qui parliez-vous lorsque vous parlez de terrain? Est-ce de Bernard Arnoult dont vous parliez? Pourquoi n'interdisez-vous pas au parquet de conclure des transactions pénales?

 

02.02  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik vraag mij af of u even verbaasd was als ik toen u het nieuws over de minnelijke schikking van Bernard Arnault vernam. Ik was echt verbaasd en dit om twee redenen.

 

Ten eerste, enkele weken geleden zei u in deze Kamer, naar aanleiding van de reparatie van de wet op de minnelijke schikking, dat het parket u had bevestigd, dat er in afwachting geen minnelijke schikkingen in moeilijke politieke dossiers zouden worden getroffen. Toch doet men twee of drie weken later achter uw rug om blijkbaar toch zijn zin.

 

Ten tweede, er is een parallel met wat er in 2011 is gebeurd. In 2011 moest de wet op de verruimde minnelijke schikking gerepareerd worden. De toenmalige minister van Justitie riep de parketten op om in afwachting daarvan geen minnelijke schikkingen te treffen. Er zijn daarop toen twee uitzonderingen geweest, namelijk Chodiev en de Société Générale, net de dossiers die vandaag aanleiding geven tot een onderzoekscommissie in dit Parlement. En een onderzoekscommissie is toch niet het minste.

 

Vandaag gebeurt precies hetzelfde. De wet moet gerepareerd worden. U kondigt aan, gelukkig dat u ze gaat repareren en dat u tegen het begin van het nieuwe parlementaire jaar een voorstel zult voorleggen, maar ondertussen doet men rustig voort.

 

Mijnheer de minister, vindt u niet dat u ook de parketten zult moeten oproepen om in afwachting van de reparatie geen minnelijke schikkingen te treffen, dat dit een beleidslijn zou kunnen zijn die u naar voren schuift?

 

Is het dossier-Arnault volgens u al dan niet een moeilijk politiek dossier, waarin men niet had mogen overgaan tot een minnelijke schikking, zoals u trouwens werd beloofd en zoals u hier hebt verkondigd?

 

02.03  Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, nous nous souvenons tous, pour ceux qui étaient présents, qu'en 2013, M. Bernard Arnault a essayé de devenir belge, non pas par amour de la Belgique, mais simplement pour échapper à l'impôt français. Avec d'autres collègues de la commission, nous avons refusé cette naturalisation, unanimement.

 

Avec une fortune de 35 milliards d'euros, M. Arnault estime qu'il n'a pas les moyens de participer à la collectivité, de payer l'impôt en France. Il essaie d'être belge, pour échapper à l'État français et aux impôts français. Mais, en plus, il ne respecte pas les lois belges puisqu'il réalise une fausse domiciliation. Maintenant, nous apprenons qu'après Chodiev et ses associés des grandes banques et des grandes sociétés, il bénéficie aussi d'une transaction pénale.

 

Nous l'avons dit, les travaux de la commission d'enquête Kazakhgate sont en cours. Un arrêt de la Cour constitutionnelle n'a pas encore été traduit en loi. Nous constatons que des transactions pénales sont toujours réalisées pour de richissimes fraudeurs.

 

Le minimum, en tant que ministre de la Justice, c'est de rendre la justice, la vraie justice, l'égalité. Que nous  soyons riches ou pauvres, la justice est égale et s'applique de la même façon à chacun.

 

Monsieur le ministre, j'aimerais vous poser quelques questions sur cette transaction pénale. Un juge d'instruction a-t-il été saisi? Ou n'y a-t-il eu qu'un stade: celui de l'information? Pour quel type d'infraction Bernard Arnault a-t-il bénéficié de cette transaction pénale? Quel était le montant de celle-ci? Cette transaction est-elle conforme à l'arrêt de la Cour constitutionnelle, qui date de 2016 et qui est connu par tous et par l'ensemble des magistrats? Le Collège des procureurs généraux a-t-il réalisé une circulaire pour savoir comment appliquer cette transaction pénale depuis l'arrêt de la Cour constitutionnelle? Nous sommes en train d'auditionner l'ensemble des procureurs généraux, et je peux vous garantir que leurs réponses sont quelque peu chaotiques.

 

02.04  Koen Geens, ministre: Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, permettez-moi d'abord une comparaison, une explication peut-être un peu pédagogique, mais Mme Lalieux l'appelait dans sa question.

 

Il y a trois moments où une transaction peut intervenir: avant l'ouverture de l'instruction criminelle et le début de l'action publique; en deuxième phase, entre la requête ou le début de l'action publique et le jugement en première instance; en troisième phase, après le jugement en première instance.

 

Het is zo dat wij in de wet potpourri II, die de regering aan uw Parlement heeft voorgelegd en die reeds is goedgekeurd, de derde fase hebben afgeschaft. Het is niet meer mogelijk, volgens de geldende bepaling van artikel 216bis, om na een vonnis in eerste aanleg nog een verruimde minnelijke schikking te sluiten. Dat is een goede zaak.

 

Ten tweede, artikel 216bis is door het Grondwettelijk Hof alleen op prejudiciële vraag geherinterpreteerd. Daarom hebben de parketten zich veroorloofd daarover een rondzendbrief te verspreiden in afwachting van een nieuwe wettelijke bepaling die ervoor zorgt dat er een toetsing is van de rechter nadat de verruimde minnelijke schikking is gesloten.

 

Comme Mme Lalieux l’a justement suggéré, la transaction élargie concerne la phase 2, après que l'action publique a été entamée. C'est l'article 216bis. En l'espèce, le procureur compétent de Bruxelles m'assure qu'on était dans la phase 1 où l'article 216bis ne trouve pas à s'appliquer. Ce n'est pas une transaction pénale élargie. C'est une simple transaction pénale qui, comme toutes les autres transactions, échappe à tout contrôle du ministre de la Justice.

 

Donc, la seule chose que je veux vous dire par rapport à la transaction qui a été conclue avec M. Arnault, c'est qu'en l'espèce, il s'agit d'une transaction pénale simple, contrairement à ce qu'on pourrait lire dans une certaine presse, à savoir que l'action publique n'aurait pas été entamée. Je répète qu'il s'agit d'une transaction pénale simple qui n'a rien à voir avec la circulaire dont je vous ai parlé dans ce parlement, voici trois semaines.

 

Ik wil er dus op wijzen dat de minnelijke schikking die hier is gesloten een minnelijke schikking was die is ingesteld voordat de strafvordering werd ingesteld. Dat wil zeggen dat de onderzoeksrechter niet was gevat. Op die manier ontsnapt zij aan de regels van de verruimde minnelijke schikking. Het is een gewone minnelijke schikking waarover het Grondwettelijk Hof in zijn arrest van 2 juni 2016 niets over de proportionaliteitstoetsing heeft gezegd.

 

02.05  Marco Van Hees (PTB-GO!): Monsieur le ministre, ordinaire ou élargie, cela reste une transaction pénale. C’est bien cela le problème. Le problème, c’est qu’on a quelqu’un qui est la première ou la deuxième fortune de France qui fait défaut et qui échappe à toute poursuite. Comment échappe-t-il à toute poursuite? C’est la question qu’on peut se poser.

 

L’État n’avait aucun intérêt à conclure cette transaction. Je vous ai posé la question. Quel était l’intérêt de l’État dans la conclusion de cette transaction? Vous n’avez pas apporté de réponse. Je vous ai demandé qui l’a conclue et pour combien. Vous n’avez pas répondu non plus. Cette absence de transparence est assez inquiétante.

 

Au final, on se retrouve toujours dans le même scénario de justice de classe dans lequel les plus riches peuvent échapper aux règles alors que le voleur de pommes, lui, est condamné à tous les coups. On a donc un problème sérieux. La question qu’on ne peut manquer de se poser, c’est celle de savoir quelles influences politiques ont pu jouer pour que Bernard Arnault puisse bénéficier de cette transaction.

 

02.06  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de minister, ik heb geluisterd naar uw uitleg volgens dewelke deze minnelijke schikking niets te maken heeft met de reparatie van de wet, die u moet uitvoeren.

 

Er rijzen toch vragen wanneer in een dergelijke zaak in een eerste fase een schikking wordt getroffen. Het gaat om een publieke figuur en bovendien om iemand die niet werd vervolgd voor twee fraudezaken waarin een strafonderzoek heeft plaatsgevonden. De ene zaak ging over een zeer verdachte monstertransactie en de tweede ging over domiciliefraude. Beide zaken werden geschikt in de eerste fase. Dan mag men toch minstens verwachten dat daarover transparantie bestaat en dat wij weten waarom er in die gevallen een schikking getroffen werd. Dit voelt zeer onaangenaam aan. Hoe rijker men is, hoe makkelijker men blijkbaar een schikking krijgt. Wij willen ook weten wat die schikking dan inhoudt.

 

Ik meen, mijnheer de minister, als uw reparatiewet besproken wordt, de eerste fase grondig onder de loep moet worden genomen en dat daarover van gedachte moet worden gewisseld.

 

02.07  Karine Lalieux (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Encore une fois, quel contrôle peut-on exercer à propos de cette justice, de cette transaction? Aucun. Quel est l'intérêt de l'État - vous n'avez pas répondu? Aucun.

 

Nous analyserons bien entendu les conclusions de la commission Kazakhgate. Mais la seule impression aujourd'hui, c'est celle d'une justice de riches, d'une justice de classe. Quand on a un nom, une fortune, on échappe à la justice alors que d'autres se retrouvent devant les tribunaux. Il est temps de réformer la transaction pénale et la transaction pénale élargie, monsieur le ministre, parce que nous n'avons plus l'impression d'une justice égale pour chaque citoyen.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

03 Question de Mme Catherine Fonck au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "la volonté du ministre de diminuer les accises sur le tabac" (n° P2171)

03 Vraag van mevrouw Catherine Fonck aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "het plan van de minister om de accijnzen op tabak te verlagen" (nr. P2171)

 

03.01  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le président, monsieur le ministre, le Comité de monitoring a réajusté les fameux 9 milliards à trouver, en majorité pour l'État fédéral, afin de respecter la trajectoire budgétaire d'ici 2019. Dans ce contexte, vous avez annoncé voici quelques jours votre volonté de diminuer les accises sur le tabac et donc le prix du tabac, pour relancer les ventes et faire rentrer plus d'argent dans les caisses de l'État.

 

Cela signifie un recul majeur en termes de lutte contre le tabac. J'ai presque envie de vous dire, quel cynisme! Parce que c'est oublier que le tabac tue la moitié de ses consommateurs. C'est oublier que, chaque année, 15 000 personnes décèdent prématurément à cause du tabac. C'est oublier que, chaque année, 300 000 personnes souffrent de cancers, de maladies cardiovasculaires, de maladies broncho-pulmonaires liés au tabac. C'est énorme!

 

Les rentrées fiscales du tabac diminuent? C'est tant mieux! Cela veut dire que nous sommes un peu plus efficaces en matière de lutte contre le tabac. Et tant mieux parce que c'est avantageux en matière de santé. Faut-il rappeler que l'augmentation des prix est le levier le plus efficace dans la lutte contre le tabac? Monsieur le ministre, faut-il rappeler que, si on lutte plus efficacement contre le tabac demain, à moyen et long terme, nous aurons aussi un avantage en termes de budget de l'État, compte tenu des coûts énormes en matière de santé et de maladie invalidité?

 

Vous êtes un récidiviste. C'est la deuxième fois en six mois que vous vous prononcez dans la presse en faveur d'une diminution des accises sur le tabac. Cela doit faire terriblement plaisir aux cigarettiers.

 

Ma question est très simple. Dans ce dossier, allez-vous, au niveau du gouvernement, favoriser les petits compteurs budgétaires et les petites rentrées fiscales? Ou allez-vous faire le choix d'une politique nettement plus efficace en matière de santé?

 

03.02  Johan Van Overtveldt, ministre: Monsieur le président, madame Fonck, permettez-moi de commencer par un élément fondamental afin d'éviter tout malentendu: je n’ai jamais plaidé en faveur d’une baisse des accises sur le tabac. Je sais que certains aiment me mettre ces mots dans la bouche mais je n’ai jamais rien déclaré en ce sens. Je pense avoir toujours été clair en ce qui concerne les accises.

 

Il est évident que les objectifs en matière de santé sont primordiaux. Pour les atteindre, il faut que la vente et la consommation baissent, étant entendu qu’il y a une différence entre vente et consommation. En réalité, nous constatons que les consommateurs se tournent de plus en plus vers l’étranger pour effectuer leurs achats ou vers les alternatives illégales comme les cheap white. Le consommateur adapte donc son comportement, mais pas nécessairement de la façon dont vous et moi le souhaiterions dans le cadre de la santé publique.

 

Permettez-moi aussi de vous rappeler que, le mois passé, les douanes ont saisi 90 millions de cigarettes illégales dans le port d’Anvers. Il s’agit d’une prise record qui illustre que ce circuit, malheureusement, est en croissance.

 

Pour toutes ces raisons - achats à l’étranger, cigarettes illégales -, il est tout à fait vrai que j’ai, à plusieurs reprises, déclaré que nous devions procéder à une évaluation critique des effets des mesures prises sur les recettes mais également du comportement du consommateur.

 

En ma qualité de ministre des Finances, il est de mon devoir de suivre cette situation de très près et de communiquer les résultats au gouvernement. C’est donc ce que je fais systématiquement. À l’heure actuelle, monsieur le président, la modification des accises n’est pas à l’ordre du jour. Si des modifications devaient être apportées, elles le seraient à la suite d’une discussion et, évidemment, d’une décision prise au sein du gouvernement.

 

03.03  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le ministre, je vous remercie. Vous affirmez ne pas l'avoir dit. Je constate cependant que vous avez fait la Une du journal Le Soir et que les journalistes ont persisté dans leurs dires. Manifestement, ils ont pris contact avec votre cabinet qui a confirmé vos propos.

 

J'ai parfois l'impression, en vous entendant, que vous parlez des consommateurs qui changent leurs habitudes. Mais les cigarettes illégales, ce n'est pas nouveau. La responsabilité du gouvernement est de lutter contre ces trafics et circuits illégaux. C'est aussi votre job.

 

Vous affirmez que les consommateurs vont acheter leurs cigarettes à l'étranger. Faut-il rappeler qu'en France, le prix du tabac est plus élevé qu'en Belgique? Vous pourriez prendre des initiatives au niveau européen, non pas pour essayer de tirer l'autre vers le bas, mais au contraire pour tirer un prix unique vers le haut. Ce serait efficace et pour la santé et pour régler ce problème de vente transfrontalière.

 

Monsieur le ministre, si vous choisissiez vraiment le camp et la stratégie de la santé, il faudrait à la fois augmenter les accises, mettre en place le paquet neutre, protéger les mineurs exposés à la fumée et interdire complètement la publicité pour le tabac. Je vous propose de mettre la priorité non pas sur le volet fiscal, mais sur le volet de la santé.

 

Certains me trouveront peut-être trop énergique sur ce combat. Monsieur le ministre, si vous visitiez pendant une semaine les patients à l'hôpital, vous pourriez effectivement comprendre mon combat.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Vraag van mevrouw Griet Smaers aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de door de Europese Commissie geplande aanpak van tussenpersonen bij belastingconstructies" (nr. P2172)

04 Question de Mme Griet Smaers au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "la lutte de la Commission européenne contre les intermédiaires intervenant dans les montages fiscaux" (n° P2172)

 

04.01  Griet Smaers (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de Europese Commissie maakt verder werk van haar strijd tegen belastingfraude. Zij heeft deze week een interessant voorstel op tafel gelegd om werk te maken van een richtlijn zodat de Europese lidstaten die ook in hun eigen wetgeving kunnen omzetten.

 

De Europese Commissie heeft vorige week een voorstel ingediend om een meldingsplicht te kunnen invoeren voor professionele tussenpersonen die betrokken zijn bij het advies geven of het meewerken aan het opzetten van buitenlandse belastingconstructies, of beter gezegd – buitenlandse constructies om eventueel belasting te ontwijken. Die tussenpersonen kunnen bankiers, advocaten, consulenten of mensen zijn die professioneel betrokken zijn bij de advisering of het opzetten van die constructies.

 

Ook in het Parlement zijn wij de voorbije maanden actief geweest in de bijzondere commissie Panamapapers. Uit een aantal hoorzittingen bleek ook dat maatregelen voor het invoeren van meer transparantie interessant zouden kunnen zijn om de strijd tegen fiscale fraude en ontwijkingsgedrag beter te kunnen aangaan.

 

Ik heb eveneens begrepen dat dit een van de aanbevelingen is uit het OESO-maatregelenpakket in de strijd tegen fiscale fraude. Mij lijkt het alvast een interessant voorstel om er ook in België werk van te maken.

 

Mijnheer de minister, zelf hebt u in uw Fraudeplan van 2015 aangekondigd te willen inzetten op veel meer transparantiemaatregelen om de transparantie te verhogen en zo meer grip op en informatie over de financiële stromen te krijgen. Op die manier kan ook tijdig worden ingespeeld op mogelijke fiscale fraude.

 

Ik kom dan tot mijn vragen, mijnheer de minister. Wat vindt u van dit voorstel van richtlijn van de Europese Commissie? Welk standpunt zult u namens België innemen in dat overleg van de Europese ministers omtrent het voorstel tot richtlijn om de meldingsplicht voor financiële tussenpersonen te kunnen invoeren? Ik hoop alvast op een positief standpunt.

 

04.02 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Smaers, u hebt verschillende keren verwezen naar transparantie. Ik vind dat zeer terecht. Uit de discussies, die wij onder meer in de commissie voor de Financiën hebben gevoerd, weet u dat ik die fiscale transparantie zeer belangrijk vind.

 

Dit is echter iets totaal anders dan totale fiscale harmonisatie. Van dit laatste ben ik veel minder voorstander omdat ik meen dat kleine, open economieën als de onze een bepaald fiscaal instrumentarium ter beschikking moeten houden.

 

Wat transparantie betreft, hebben wij de afgelopen periode volgens mij op een aantal punten het voortouw genomen, onder meer met de spontane, en als eerste, uitwisseling van rulings.

 

Wij hebben er allemaal meer dan belang bij dat er meer gegevensuitwisseling komt, dat er duidelijke regels zijn en dat er vooral ook minder achterpoortjes zijn.

 

De initiatieven die op dat vlak binnen Europa en binnen de OESO worden genomen, steunen wij en ik voluit. Er is trouwens al heel wat wetgeving uit die initiatieven voortgekomen die meer transparantie en minder achterpoortjes tot gevolg heeft gehad, wat wij ook met de hervorming van de vennootschapsbelastingen zeker zouden moeten kunnen realiseren.

 

Hoewel ik bereid blijf alle mogelijke voorstellen en initiatieven ter zake te bekijken, lijkt mij de aanpak die daarnet kort is beschreven, effectiever en efficiënter dan het viseren van tussenpersonen, met vooral ook de daarmee samenhangende verhoogde complexiteit van de administratie tot gevolg.

 

Wat wij nodig hebben, is niet nog meer complexiteit maar vereenvoudiging. Wij moeten niet aan symptoombestrijding doen, maar de oorzaken aanpakken en op die manier onze fiscaliteit eerlijker, eenvoudiger en transparanter maken.

 

04.03  Griet Smaers (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Uiteraard kunnen wij ons vinden in een beleid dat op veel meer vereenvoudiging van fiscaliteit en op veel meer transparantie en gegevensuitwisseling inzet. Iedereen in het Parlement volgt u daarin en kan met dergelijk beleid zeker akkoord gaan.

 

Uit aanbevelingen – niet alleen binnenlandse aanbevelingen uit ons eigen werk maar ook buitenlandse van de OESO en nu ook van de Europese Commissie – blijkt echter dat ook kan worden ingezet op meer transparantie van schakels die bij het mogelijk opzetten van ontwijkingsgedrag en -constructies betrokken zijn alsook dat het niet alleen te maken heeft met het inzetten op meer vereenvoudiging van wetgeving en gegevensuitwisseling. Ook bepaalde controlechecks kunnen blijkbaar maar beter worden ingevoerd.

 

Daarom mijn pleidooi om op het voorstel van de Europese Commissie nader in te gaan.

 

Ik heb u niet horen antwoorden op mijn vraag naar het standpunt van de Belgische regering over het voorstel van richtlijn dat zal worden voorgelegd, in het bijzonder inzake de meldingsplicht van tussenpersonen. Bij die vraag heb ik geen specifiek standpunt gehoord.

 

Ik zou willen dat de regering haar standpunt ter zake inneemt en het in de Europese Commissie bijtreedt. Ik herhaal dat ik hoop dat het om een positief standpunt gaat.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

05 Questions jointes de

- Mme Véronique Caprasse au ministre des Classes moyennes, des Indépendants, des PME, de l'Agriculture et de l'Intégration sociale, sur "l'augmentation du nombre d'étudiants bénéficiaires du revenu d'intégration sociale" (n° P2173)

- Mme Valerie Van Peel au ministre des Classes moyennes, des Indépendants, des PME, de l'Agriculture et de l'Intégration sociale, sur "l'augmentation du nombre d'étudiants bénéficiaires du revenu d'intégration sociale" (n° P2174)

- Mme Muriel Gerkens au ministre des Classes moyennes, des Indépendants, des PME, de l'Agriculture et de l'Intégration sociale, sur "l'augmentation du nombre d'étudiants bénéficiaires du revenu d'intégration sociale" (n° P2175)

- M. Egbert Lachaert au ministre des Classes moyennes, des Indépendants, des PME, de l'Agriculture et de l'Intégration sociale, sur "l'augmentation du nombre d'étudiants bénéficiaires du revenu d'intégration sociale" (n° P2176)

05 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Véronique Caprasse aan de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie over "de stijging van het aantal leefloners bij studenten" (nr. P2173)

- mevrouw Valerie Van Peel aan de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie over "de stijging van het aantal leefloners bij studenten" (nr. P2174)

- mevrouw Muriel Gerkens aan de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie over "de stijging van het aantal leefloners bij studenten" (nr. P2175)

- de heer Egbert Lachaert aan de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie over "de stijging van het aantal leefloners bij studenten" (nr. P2176)

 

05.01  Véronique Caprasse (DéFI): Monsieur le président, monsieur le ministre, comme vous le savez, l'explosion du nombre de jeunes bénéficiant de l'aide des CPAS n'est pas un phénomène nouveau mais il s'accentue dangereusement.

 

Je me réjouis d'avoir lu dans la presse que cela vous préoccupe, tant pour les étudiants qui doivent financer leurs études que pour les jeunes bénéficiaires du revenu d'intégration sociale. Vous auriez demandé à vos services d'investiguer quant aux causes afin de prendre les mesures adéquates.

 

J'espère toutefois que votre réflexion n'aboutira pas uniquement à une mise en place d'un projet individualisé d'intégration sociale spécifique pour les étudiants, puisque vous avez déjà évoqué cette piste. Je pense que le problème est bien plus vaste, monsieur le ministre, et qu'il ne suffira pas de donner quelques consignes de plus aux CPAS. Je vous invite notamment à lire le dernier rapport annuel de l'ONEM à propos de l'exclusion des allocations d'insertion et du durcissement des règles décidés par votre gouvernement.

 

Je ne vais pas ici aligner les chiffres repris dans ce rapport mais il est clairement démontré que ces jeunes sont touchés de plein fouet par ces mesures, outre le fait qu'une grande partie des personnes qui n'ont plus droit au chômage vont frapper à la porte des CPAS.

 

Monsieur le ministre, réaliserez-vous un véritable audit de l'explosion du nombre des jeunes qui s'adressent aux CPAS afin d'en inventorier toutes les causes? Le cas échéant, seriez-vous disposé à remettre en cause les politiques fédérales qui génèrent la pauvreté chez les jeunes et chez ceux qui doivent s'adresser aux CPAS?

 

05.02  Valerie Van Peel (N-VA): Mijnheer de minister, u hebt vandaag inderdaad cijfers bekendgemaakt over het stijgend aantal studenten met een leefloon. U zei dat het in 2016 in Vlaanderen zou gaan om 5 400 studenten, in Brussel om meer dan 8 200 en in Wallonië zelfs om ongeveer 13 500.

 

De eerste vraag is of u eigenlijk zeker bent van deze cijfers. Immers, onlangs gaf u mij cijfers tot half 2016 en daaruit bleken er ongeveer 6 000 studenten minder te zijn met een leefloon. Misschien beschikt u over een nieuw monitorsysteem, anders vind ik dit vreemd.

 

Hoe dan ook, net zoals in alle leeflooncijfers en ondanks het lagere bevolkingsaantal spannen Brussel en Wallonië hier in totale cijfers toch weer de kroon. Ik meen dat dit blijvende aandacht vraagt maar het moet ons ook niet blind maken voor het feit dat er een algehele problematiek is waarvoor er ook in Vlaanderen aandacht moet zijn.

 

Om te beginnen wil ik waarschuwen voor een al te negatieve beeldvorming telkens deze cijfers de krant halen. In het OCMW waarvan ik voorzitter ben, zie ik ook heel wat studenten en telkens stel ik vast dat de brede ondersteuning die zij van onze maatschappelijk assistenten krijgen bij hun project er veelal toe leidt dat zij aan het einde van de rit een succesverhaal schrijven. Zij raken ook uit die carrousel.

 

Wij moeten af geraken van het negatieve beeld dat terechtkomen bij het OCMW oproept. Op zich is dat niet per definitie een negatieve zaak. Er is een onderzoek geweest van de POD MI in 2015 waaruit bleek dat maar liefst 80 % van die studenten daadwerkelijk afstudeert of voort studeert. Op dat punt zijn er dus absoluut goede zaken te vertellen. Met de steun van de maatschappelijk assistenten kunnen betrokkenen ervoor zorgen dat zij op latere leeftijd nooit meer een beroep moeten doen op het OCMW. Men moet dus opletten voor een al te negatieve lezing van sommige cijfers in dit verband, al blijft deze materie een aandachtspunt.

 

U beloofde te zullen onderzoeken wat de stijging van het aantal precies veroorzaakt. Dat moet uiteraard worden bekeken. Een van de elementen waarvoor u volgens mij zeker aandacht moet hebben, betreft de autonomie van de OCMW’s.

 

De voorzitter: (…)

 

05.03  Valerie Van Peel (N-VA): Sorry, voorzitter, ik weet dat het warm is maar dit punt ga ik toch nog maken.

 

Het onderzoek naar de onderhoudsplicht van de ouders en het onderzoek of zo'n student wel echt behoeftig is, gebeurt niet in alle OCMW's op dezelfde manier. Het is bijvoorbeeld algemeen geweten dat zulks in Gent amper gebeurt. Uit de cijfers blijkt trouwens dat het aantal studenten met een leefloon in Gent twee keer zo hoog ligt als in Antwerpen. En dan spreek ik nog niet over de Waalse grootsteden. Wij mogen daar niet blind voor zijn.

 

De voorzitter: Gelieve nu uw vraag te stellen.

 

05.04  Valerie Van Peel (N-VA): Ik heb jongeren gekend wier ouders hen niet meer wilden steunen.

 

De voorzitter: Mevrouw Van Peel, u moet nu uw vraag stellen.

 

05.05  Valerie Van Peel (N-VA): Mijnheer de voorzitter, geef toe dat dit toch een interessant thema is.

 

Mijnheer de minister, zult u dit element meenemen in uw onderzoek naar de reden van de stijging?

 

05.06  Muriel Gerkens (Ecolo-Groen): Monsieur le président, monsieur le ministre, le nombre d'étudiants qui bénéficient du CPAS en vue de poursuivre leurs études a en effet été multiplié par sept: ils sont vingt-sept mille, chiffre impressionnant. Je cite la réaction qui vous a été attribuée: "C'est interpellant. Je vais mettre en place un nouveau contrat PIIS qui sera réellement orienté vers l'emploi." Monsieur le ministre, j'en suis abasourdie et choquée! Le premier boulot d'un étudiant n'est-il pas d'étudier? En tout cas, il ne consiste pas à travailler, mais à mener des études dans le but d'acquérir des qualifications pour travailler. En clair, la mission des employés du CPAS est de l'accompagner dans le cheminement de ses études.

 

Je me permets de mentionner quelques chiffres. D'abord, 70 % de ces étudiants sont cohabitants. Trois quarts d'entre eux sont issus de familles qui vivent dans la pauvreté – et dont le nombre continue d'augmenter. Si l'un d'eux doit venir demander de l'aide auprès du CPAS, c'est parce que sa famille est pauvre. Mon interprétation est que ce sont les mesures d'austérité, parmi lesquelles l'exclusion de tout droit au chômage, qui les plongent dans une précarité croissante.

 

Ensuite, 39 % de ces jeunes suivent l'enseignement secondaire. Allez-vous aussi leur imposer un contrat individuel d'intégration sociale "orienté emploi"? Ils doivent suivre leur formation de base.

 

Nous avons déjà eu l'occasion de discuter en commission des discriminations dont cette frange de la population est victime. À ces jeunes qui ont le courage d'entreprendre des études, qui viennent de milieux difficiles, qui doivent demander l'aide du CPAS et obtenir une bourse, qui doivent travailler en plus de leurs études, on retire une part de leur revenu d'intégration s'ils ont des revenus complémentaires. En outre, on ne leur laisse pas le choix des études, contrairement aux autres étudiants.

 

Monsieur le ministre, il faut mettre fin à cette discrimination. J'espère vous avoir mal compris. Par conséquent, j'aimerais sincèrement que vous me répondiez que je me suis trompée dans l'interprétation de votre réponse que j'ai lue ce matin dans la presse.

 

05.07  Egbert Lachaert (Open Vld): Mijnheer de minister, ik hoorde daarnet een heel negatieve interpretatie van de cijfers.

 

Mijnheer de minister, u hebt gezegd dat het aantal studenten dat een beroep doet op een leefloon, op het OCMW, drastisch gestegen is. Tegenover 2002 is dat aantal 7 keer hoger.

 

Wij kunnen dat op twee manieren bekijken. Net als collega Van Peel zie ik in ons OCMW het aantal studenten stijgen. Natuurlijk, als de dienstverlening beter bekend is, en als de drempel tot de socialedienstverlening laag is, kan men de mensen die in moeilijkheden zitten makkelijker helpen. Dat ziet men in de cijfers. Dan stijgt het aantal personen dat daar terechtkomt om een beroep te doen op een leefloon.

 

Op zich hoeft die stijging dus geen negatieve zaak te zijn.

 

Het is iets anders wanneer het uit de hand begint te lopen en wij onze middelen oneigenlijk beginnen te besteden aan bepaalde groepen terwijl wij ze misschien beter aan anderen zouden geven. Dan begin ik mij lichtjes zorgen te maken over de evolutie van die cijfers. Ik zie in ons eigen OCMW dat die stijging zich doorzet. Men beroept zich heel vaak op een verbroken band tussen de ouders en de student.

 

In de meeste OCMW’s, de OCMW’s die dit degelijk aanpakken, bestaat de onderhoudsplicht en kijkt men hoe men het geld van de ouders kan terugvorderen. Maar als die band verbroken is, als de relatie slecht is, zijn er billijkheidsredenen om het niet terug te vorderen. Ik vraag mij af of de OCMW’s wel voldoende tools hebben om dit goed te controleren. Ik vind dat die tools vandaag ontbreken.

 

Als wij het aan de ouders zelf vragen, winnen zij er financieel bij als zij zeggen dat de band verbroken is. Dan wordt de onderhoudsplicht immers niet toegepast.

 

Ik meen dat wij hier aandachtig voor moeten zijn en ik ben blij dat u dit thema opgenomen hebt.

 

Mijn concrete vraag is: hoe interpreteert u die cijfers? Op zich hoeft men ze niet als negatief te zien, maar zij zijn exponentieel stijgend.

 

En welke tools wilt u ter beschikking stellen van de OCMW’s om dit beter op te volgen?

 

05.08 Minister Willy Borsus: Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, dames en heren, wij stellen inderdaad vast dat het aantal studenten dat een GPMI geniet, sinds enkele jaren constant stijgt. De cijfers zijn nu bekend. In 2002 werden de volgende aantallen studenten met een leefloon genoteerd.

 

Pour Bruxelles, de 615 bénéficiaires; pour la Flandre, de 847; pour la Wallonie, de 2 192. En 2002, nous avons donc un total de 3 654 bénéficiaires d'un PIIS étudiant.

 

En 2016, les chiffres sont effectivement, madame Van Peel, de 27 133 bénéficiaires au total, soit 8 263 pour Bruxelles, 5 400 pour la Flandre et 13 470 pour la Wallonie.

 

J'apporterai une nuance car l'année 2002 est celle de la mise en place du dispositif. Il n'a que partiellement été développé durant l'année 2002. L'année vraiment complète est celle de 2003. Il a d'ailleurs été observé qu'entre 2002 et 2003, le nombre de bénéficiaires concernés avait doublé.

 

Voor een grondigere analyse van de omvang en de oorzaken van het fenomeen verwijs ik u graag naar de studie "Focusnota nr. 16 Studenten en het leefloon" uit september 2016 van de POD Maatschappelijke Integratie. Dat document is beschikbaar op de website van de POD.

 

Die vaststelling is alleszins verontrustend, zowel door de omvang van het fenomeen als door de verschillen tussen de gewesten van ons land. Voor een groot stuk zijn die verschillen natuurlijk het gevolg van de uiteenlopende sociaal-economische situaties van de drie gewesten.

 

Ik wens mij niet te beperken tot die vaststelling. Ik opteer in het dossier voor een meer voluntaristische benadering.

 

Je veux vraiment aider plus efficacement les jeunes, les bénéficiaires et les étudiants. Au premier regard, on peut se dire: "Tant mieux l'outil est utilisé et un plus grand nombre de jeunes font des études." Cela leur confèrera plus de chances pour leur avenir.

 

J'ai un autre chiffre à partager avec vous. En matière d'intégration professionnelle, après une année, seulement 30,2 % des personnes qui ont bénéficié d'un PIIS étudiant sont effectivement au travail. Si je compare avec les jeunes bénéficiaires d'un minimex, je constate que 23,7 % d'entre eux sont au travail après un an. La différence est finalement très faible.

 

Je perçois ce chiffre de 30,2 % comme un échec. C'est insuffisant, surtout dans une situation où, on le sait, les emplois sont créés et se développent, et où des emplois sont vacants.

 

Je me fixe donc l'objectif de 50 % de bénéficiaires qui, après un an, à la sortie de leur PIIS étudiant, seront effectivement au travail.

 

In deze context wens ik een GPMI in te voeren dat daadwerkelijk op tewerkstelling is gericht. Ik zal nog deze zomer richtlijnen in die zin geven aan de OCMW’s. Meer in het bijzonder wens ik een professionele balans, een stand van zaken te ontwikkelen voor de begunstigde. Ten tweede wens ik een betere begeleiding te ontwikkelen op het einde van en na de studies. Ten derde wens ik er op toe te zien dat de OCMW’s zich richten naar initiatieven voor jobcoaching of –begeleidng. Ten vierde wens ik de link te maken met de gewestelijke diensten, enzovoort, enzovoort.

 

En ce qui concerne le devoir d'aliments, mon but est d'améliorer la procédure. Des outils plus efficaces doivent être mis à la disposition des CPAS pour vérifier que les débiteurs d'aliments sont sollicités avant que la société ne le soit.

 

Un mot de conclusion: ma démarche est tournée vers les jeunes, vers les étudiants, et est profondément respectueuse. Je ne peux pas me satisfaire du fait qu'une année après leurs études, seulement trois jeunes sur dix soient au travail. Nous devons progresser. Je le fais en étant à votre écoute, croyez-le bien.

 

05.09  Véronique Caprasse (DéFI): Monsieur le ministre, je vous remercie. J'entends que vous êtes pleinement conscient des manquements de ce système et que vous voulez atteindre un taux de 50 %. Mais je ne suis pas satisfaite de la réponse. Je ne vois pas comment vous allez faire. C'est ce que j'aurais voulu entendre. Je reviendrai en commission avec de nouvelles questions, parce que cela mérite le questionnement.

 

05.10  Valerie Van Peel (N-VA): Mijnheer de minister, u zegt dat slechts iets minder dan 30 % doorstroomt naar een job achteraf. Ik denk dat dat sowieso de eerste jaren na de studie wat moeilijk is. Het is nog steeds het beste voor een jongere dat hij zo’n diploma kan halen. Ik zeg het nog eens, ik zie heel veel succesverhalen in mijn OCMW op dat vlak.

 

Maar het is natuurlijk ook wel belangrijk - en daarop zetten wij bijvoorbeeld in - dat een maatschappelijk assistent met iemand die reeds een heel moeilijke start had, die niet omringd wordt, die op niets kan terugvallen, ook gaat kijken naar de keuze van de studie. Mevrouw Gerkens, u wilt er weer vrijheid blijheid van maken, maar wij zullen niet elke studie aanvaarden. Men moet immers bekijken of men een studie kiest die meteen tot doorstroming kan leiden. En dat is wel sociaal, want dan onderzoekt men hoe men een en ander kan beïnvloeden voor iemand die geen ander opvangnet heeft.

 

Mijnheer de minister, ten slotte kom ik toch nog eens even terug op hetgeen collega Lachaert ook zei. U moet ook eens bekijken of de OCMW’s wel degelijk toetsen of de relaties tussen ouders en kind daadwerkelijk verstoord zijn. Wij kijken daar alvast zeer hard op toe en ik ben reeds op zaken gestoten die achteraf niet zo koosjer bleken te zijn. Ongetwijfeld gaat niet elk OCMW even streng te werk.

 

05.11  Muriel Gerkens (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, comme vous, évidemment, je trouve positif que de plus en plus de jeunes vivant des situations financières difficiles, dans des familles pauvres, poursuivent des études. C'est positif aussi que le CPAS puisse les y aider.

 

Mais j'aurais aimé vous entendre dire, de manière vraiment très claire, que l'accompagnement de ces jeunes, pendant leur période d'apprentissage, vise à les aider à réaliser des études qui correspondent à ce qu'ils savent et à ce qu'ils projettent de faire. Grâce à ce type d'accompagnement, ils pourront avoir des facilités afin de développer leurs compétences, et leurs chances de trouver un emploi augmentera. Ensuite, il s'agira de les accompagner lors de la recherche d'un emploi.

 

Mais se fixer un objectif d'emploi et fixer des contraintes, comme vous le faites, vis à vis des travailleurs sociaux et non pas privilégier la qualité des études, cela entraîne des effets pervers et négatifs.

 

De plus, je ne peux vraiment plus accepter que, parce qu'une personne est pauvre et vient d'une famille pauvre, elle ne puisse pas avoir les mêmes choix que les autres jeunes. Nous devons pouvoir choisir nos études pour qu'elles nous conviennent. Si nous voulons orienter les jeunes, alors nous nous devons de tous les orienter. Mais ce n'est pas parce qu'une personne est pauvre et qu'elle a besoin de la solidarité, qu'elle ne peut pas choisir ses études et son parcours de formation comme les autres étudiants.

 

05.12  Egbert Lachaert (Open Vld): Mijnheer de minister, er zijn, mijns inziens, twee elementen..

 

Ten eerste, wat de onderhoudsplicht betreft, is de conclusie dat de lokale OCMW’s daarmee pragmatisch, maar correct moeten omgaan. De OCMW’s die dat niet doen, werken dat soort cijfers in de hand. Het is dus aangewezen om geval per geval goed te bestuderen. Misschien moet samen met de OCMW’s eens bekeken worden welke tools er nog zijn om die zaken goed te kunnen controleren.

 

Ten tweede, uit wat ik hier daarnet hoorde, blijkt dat men niet goed begrijpt wat een GPMI is en wat de bedoeling is van ieder OCMW. Het maakt niet uit wie het beleid voert in een OCMW, de OCMW-voorzitters in dit land, in het zuiden en het noorden, hebben de taak om iedereen individueel zo goed mogelijk te helpen, zo goed mogelijk maatschappelijk te integreren en studies te helpen begeleiden. Het gaat niet altijd over mensen die oorspronkelijk in de armoede zaten. Het gaat bijvoorbeeld ook over familiale banden die doorbroken werden, wat een individuele aanpak behoeft, maar het GPMI is net daarvoor voorzien. Er is geen enkel probleem met het kader.

 

U moet ons alle tools geven en goede afspraken maken. De cijfers moeten goed worden nagekeken, maar het zou mij ook interesseren te zien hoe de onderhoudsplicht door de tijd heen geëvolueerd is en wat de last is die effectief op de samenleving terechtkomt en gerecupereerd kan worden. Misschien is dat voer voor een later debat.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

06 Question de M. Benoît Friart au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les PME et la simplification administrative" (n° P2177)

06 Vraag van de heer Benoît Friart aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "het kmo-plan en de administratieve vereenvoudiging" (nr. P2177)

 

06.01  Benoît Friart (MR): Monsieur le président, chers collègues, monsieur le secrétaire d'État, la presse indiquait ce matin que le gouvernement allait proposer des mesures concernant la simplification administrative. Toutes ces mesures sont probablement destinées à simplifier la vie des entreprises. Les mesures évoquées concernaient les données que les indépendants et les entreprises doivent transmettre aux administrations, les dispenses de cotisations sociales, les règles inhérentes aux marchés publics ou encore les règles comptables.

 

Il est en effet important que l'on puisse réduire les charges administratives qui encombrent la vie des entreprises. Le ministre Borsus, que je salue ici, avait d'ailleurs déjà, dans son Plan PME, créé un axe "simplification administrative" concrétisant déjà différentes mesures. Je pense notamment à celle permettant aux entreprises intéressées par les marchés publics de s'inscrire sur une boîte électronique à partir de laquelle elles pouvaient recevoir les appels lancés susceptibles de les concerner.

 

Le ministre Borsus évoquait ce matin dans la presse certaines de ces mesures comme la simplification des procédures ayant trait à l'AFSCA pour les entreprises qui exportent, la création d'un dossier électronique unique pour l'INASTI et, enfin, le raccourcissement de six à deux mois de la procédure de demande d'exonération de cotisations sociales.

 

Monsieur le secrétaire d'État, pourriez-vous nous en dire plus sur toutes ces mesures? Lesquelles concernent surtout les entrepreneurs et les indépendants?

 

06.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Monsieur le président, monsieur Friart, comme vous le dites si bien, la simplification administrative pour les PME et les indépendants est un défi important pour le gouvernement. C'est une tâche permanente et qui ne sera jamais finie, mais nous avons déjà fait de grands pas en avant et envisageons des mesures additionnelles dans les années à venir.

 

Permettez-moi d'abord d'expliquer les grands axes du plan de simplification administrative pour les PME. Le but de ce plan est de diminuer les charges administratives qui pèsent sur les PME et les indépendants, conformément à l'accord gouvernemental.

 

Au sein du gouvernement, on travaille au niveau "macro" pour améliorer l'environnement des entreprises; pensez aux mesures prises dans le cadre du tax shift, par exemple. Le plan de simplification administrative pour les PME s'ajoute à cette politique "macro" en améliorant l'environnement des entreprises au niveau "micro", avec des mesures concrètes qui vont faciliter leur business. Bref, on vise à annuler des formalités qui ne sont pas nécessaires pour l'État et, en même temps, à simplifier le plus possible les formalités encore nécessaires pour les rendre plus efficaces.

 

La base de ce plan est un avis émis par le Conseil supérieur des indépendants et des PME, en avril 2016, à la demande du ministre Borsus, avec des propositions de simplification. Le Conseil avait proposé septante et une mesures à prendre, auxquelles le gouvernement a encore ajouté cinquante-quatre mesures additionnelles. Le Plan PME concerne donc cent vingt-cinq projets concrets, répartis sur les portefeuilles de treize ministres et secrétaires d'État.

 

Septante-quatre de ces projets sont déjà réalisés, tandis que cinquante et un sont en cours de préparation. Il est bien évident qu'il n'est pas utile d'énumérer durant cette séance plénière ces cinquante et un projets. Je vais donc me limiter à cinq projets très importants: simplification des demandes de permis à l'Agence fédérale de sécurité nucléaire; harmonisation du recours à la signature électronique; gestion autonome, par les entreprises, d'une Banque-Carrefour des Entreprises; rendre les formulaires de TVA conformes au principe "only once" par voie électronique; innovation et simplification de l'accès des entreprises aux marchés publics (projet déjà mentionné dans votre question).

 

Pour conclure, je réaffirme que le gouvernement a, dans son ensemble, pour objectif de libérer le plus possible les entrepreneurs des tâches administratives afin qu'ils puissent investir un maximum de leur temps dans leur entreprise. Ils génèrent la richesse de notre pays et méritent, dès lors tout notre soutien.

 

06.03  Benoît Friart (MR): Monsieur le secrétaire d'État, je vous remercie pour ces précisions. Nous pouvons être certains que toutes ces mesures apporteront un gain de temps, d'efficacité et de productivité aux administrations et entreprises. Cela simplifiera la vie des entrepreneurs leur permettant de se consacrer à leur core business, c'est-à-dire trouver de nouveaux marchés et mettre au point de nouveaux produits. Cela rendra notre pays beaucoup plus attractif aux yeux des investisseurs étrangers et par-là même, créera de l'emploi.

 

Tout ceci semble s'inscrire dans l'action que le gouvernement a entreprise de donner davantage de facilités aux entreprises pour la création d'emplois. Un rapport du Bureau du Plan est sorti ce mardi signalant un volume d'emplois de 262 000 nouveaux emplois d'ici 2022.

 

Monsieur le secrétaire d'État, le MR continuera à soutenir votre action ainsi que celle du gouvernement en faveur des entreprises et de la création d'emplois.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Einde van de mondelinge vragen.

 

07 Agenda

07 Ordre du jour

 

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 21 juni 2017 stel ik u voor de bespreking van het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen, nrs 2493/1 tot 3, te verdagen.

Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 21 juin 2017, je vous propose de reporter la discussion du projet de loi portant modification de la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées, nos 2493/1 à 3.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Wetsontwerpen

Projets de loi

 

08 Wetsontwerp houdende maatregelen in de strijd tegen de fiscale fraude (2400/1-4)

08 Projet de loi portant des mesures de lutte contre la fraude fiscale (2400/1-4)

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

De heren Laaouej en Van de Velde, rapporteurs, verwijzen naar het schriftelijk verslag.

 

08.01  Marco Van Hees (PTB-GO!): Monsieur le président, chers collègues, nous allons nous abstenir sur ce projet, pas tellement à cause de son contenu, mais plutôt en fonction de ce qu'il n'y a pas dedans. Il s'agit d'un projet intitulé "Mesures de lutte contre la fraude fiscale" et, quand on examine ce qu'il y a dans ce texte, on ne voit pratiquement rien. Quelques trous sont bouchés, quelques lacunes sont comblées, alors que les enjeux en matière de lutte contre la fraude fiscale sont énormes.

 

Lors des questions d'actualité, un collègue a interpellé le ministre des Finances sur une brèche qu'il a ouverte au niveau de la lutte contre la fraude fiscale des multinationales, et le ministre n'a pas vraiment répondu. On voit d'un côté un gouvernement et un ministre des Finances qui ouvrent grand la porte à la fraude, aux abus, à l'évitement fiscal, au fait que les plus riches et les multinationales payeront de moins en moins d'impôts. Et, de l'autre côté, quand il s'agit de prendre des mesures concrètes contre la fraude fiscale, il n'y a rien, un texte pratiquement vide, qui comble quelques lacunes constatées de-ci de-là, mais qui ne s'attaque pas de front à la fraude fiscale.

 

Nous attendons encore les mesures qui se trouvaient dans le plan que le ministre a déposé lorsqu'il a succédé à la secrétaire d'État Elke Sleurs: l'octroi du statut d'officier de police judiciaire aux agents de l'ISI, l'arrêt Antigone. Une série de mesures qui, visiblement, ne passent pas dans la majorité.

 

Voilà un projet vraiment indigent en matière de lutte contre la fraude fiscale, ce qui justifie une abstention.

 

08.02  Hendrik Vuye (Vuye&Wouters): Mijnheer de voorzitter, ik denk dat iedereen het erover eens is dat de strijd tegen fiscale fraude een belangrijke aangelegenheid is.

 

Onder strijd tegen fiscale fraude versta ik evident de strijd tegen de grote fiscale fraude. Het is niet de bedoeling om mensen die ergens een administratieve vergissing hebben begaan te sanctioneren.

 

Wat de strijd tegen de grote fiscale fraude betreft, heeft de minister van Financiën in 2015 meerdere aankondigingen gedaan in persberichten en zijn partij heeft daarover ook getweet dat de BBI zou worden uitgebreid met 100 personeelsleden.

 

Dat is niet gebeurd. Nadien is gebleken dat dit eigenlijk een publiciteitscampagne was, maar dat het aantal personeelsleden van de BBI in werkelijkheid is verminderd. Mijn fractie wil dan ook een amendement indienen om de minister te herinneren aan zijn verklaringen van 2015 en met de vraag om ervoor te zorgen dat die 100 extra personeelsleden effectief worden aangeworven.

 

De voorzitter: Mijnheer Vuye, uw amendement zal ons worden overhandigd?

 

08.03  Hendrik Vuye (Vuye&Wouters): Ja.

 

De voorzitter: Dank u wel.

 

08.04 Minister Johan Van Overtveldt: Wat betreft de BBI, zijn er inderdaad 100 bijkomende mensen ingeschakeld. Er is ondertussen echter ook een natuurlijke afvloeiing, waardoor het netto-effect minder is dan die 100, maar er zijn effectief 100 nieuwe mensen bijgekomen.

 

En ce qui concerne les remarques de M. Van Hees, je crois que finalement je vais avoir une autre opinion que lui des mesures prises, de leurs effets et de la fraude fiscale en général. Je crois que cela reste ainsi. C’était déjà le cas et cela continue.

 

08.05  Hendrik Vuye (Vuye&Wouters): Mijnheer de minister, ik moet er u helaas aan herinneren dat wat u zegt niet strookt met uw persberichten uit 2015 waarin u wel degelijk spreekt over extra personeelsleden en een uitbreiding van het kader. Dat betekent normaal dat men ook rekening zal houden met de natuurlijke afvloeiingen. Wat u nu zegt, is echt niet in overeenstemming met uw persberichten van 2015.

 

08.06  Marco Van Hees (PTB-GO!): M. le ministre nous dit qu'il n'a pas la même conception que moi de la lutte contre la fraude fiscale. Je suis tout à fait d'accord avec lui sur ce sujet. Mais il n'a même pas la même conception que lui-même de la fraude fiscale. En effet, de nombreuses mesures qu'il a annoncées dans son plan ne se retrouvent pas dans ce texte, et ne semblent pas en bonne voie. Le ministre n'est pas d'accord avec lui-même!

 

De voorzitter: Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2400/4)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2400/4)

 

Het wetsontwerp telt 7 artikelen.

Le projet de loi compte 7 articles.

 

*  *  *  *  *

Ingediende amendementen:

Amendements déposés:

 

Art. 8 (n)

2 – Hendrik Vuye cs (2400/5)

*  *  *  *  *

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over de aangehouden amendementen en artikelen en over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur les amendements et les articles réservés ainsi que sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

Besluit van de artikelsgewijze bespreking:

Conclusion de la discussion des articles:

Aangehouden: de stemming over amendement 2.

Réservé: le vote sur l’amendement 2

Artikel per artikel aangenomen: de artikelen 1 tot 7.

Adoptés article par article: les articles 1 à 7.

 

09 Wetsontwerp tot wijziging van artikel 276 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 op het stuk van de verrekening van de vervroegde inning van de taks op het lange termijnsparen (2454/1-3)

09 Projet de loi modifiant l'article 276 du Code des impôts sur les revenus 1992 en matière de l'imputation de la perception anticipée de la taxe sur l'épargne à long terme (2454/1-3)

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

De rapporteurs, de heren Piedboeuf en Deseyn, refereren aan het schriftelijk verslag, waarvoor dank.

 

Vraagt iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2454/3)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2454/3)

 

Het opschrift werd door de commissie gewijzigd in “wetsontwerp tot wijziging van artikel 276 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 op het stuk betreffende de verrekening van de vervroegde inning van de taks op het lange termijnsparen".

L’intitulé a été modifié par la commission en “projet de loi modifiant l’article 276 du Code des impôts sur les revenus 1992 en matière d’imputation de la perception anticipée de la taxe sur l’épargne à long terme".

 

Het wetsontwerp telt 3 artikelen.

Le projet de loi compte 3 articles.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

De artikelen 1 tot 3 worden artikel per artikel aangenomen.

Les articles 1 à 3 sont adoptés article par article.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

10 Wetsontwerp tot wijziging van artikel 134 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 op het stuk van de berekening van het belastingkrediet voor kinderen ten laste (2469/1-3)

10  Projet de loi modifiant l’article 134 du Code des impôts sur les revenus 1992 en matière du calcul du crédit d’impôt pour enfants à charge (2469/1-3)

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

Ik neem aan dat de rapporteur, de heer Klaps, verwijst naar het schriftelijk verslag.

 

Vraagt iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2469/3)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2469/3)

 

Het opschrift in het Frans werd door de commissie gewijzigd in “projet de loi modifiant l’article 134 du Code des impôts sur les revenus 1992 en matière de calcul du crédit d’impôt pour enfants à charge".

L’intitulé en français a été modifié par la commission en “projet de loi modifiant l’article 134 du Code des impôts sur les revenus 1992 en matière de calcul du crédit d’impôt pour enfants à charge".

 

Het wetsontwerp telt 3 artikelen.

Le projet de loi compte 3 articles.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

De artikelen 1 tot 3 worden artikel per artikel aangenomen.

Les articles 1 à 3 sont adoptés article par article.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

11 Wetsontwerp houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met betrekking tot het beheer van de dienst voor de regularisatie van gewestelijke belastingen en niet uitsplitsbare fiscaal verjaarde kapitalen en de oprichting van een regularisatiesysteem van niet uitsplitsbare fiscaal verjaarde kapitalen en het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid en het Vlaamse Gewest met betrekking tot de regularisatie van niet uitsplitsbare bedragen (2473/1-4)

11 Projet de loi portant assentiment à l'accord de coopération entre l'État fédéral, la Région de Bruxelles-Capitale et la Région wallonne relatif à la gestion du service pour la régularisation des impôts régionaux et des capitaux fiscalement prescrits non scindés  et à la mise en place d'un système de régularisation des capitaux fiscalement prescrits non scindés et à l'accord de coopération entre l'État fédéral et la Région Flamande relatif à la régularisation des montants non scindés (2473/1-4)

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

De verslaggevers, de heren Calomne en Van de Velde, verwijzen naar het schriftelijk verslag.

 

Vraagt iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

Wij vatten de bespreking aan van de artikelen. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2473/3)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2473/3)

 

Het wetsontwerp telt 3 artikelen.

Le projet de loi compte 3 articles.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

De artikelen 1 tot 3 worden artikel per artikel aangenomen.

Les articles 1 à 3 sont adoptés article par article.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

12 Parlementaire onderzoekscommissie belast met het onderzoek naar de omstandigheden die hebben geleid tot de terroristische aanslagen van 22 maart 2016 in de luchthaven Brussel-Nationaal en in het metrostation Maalbeek te Brussel, met inbegrip van de evolutie en de aanpak van de strijd tegen het radicalisme en de terroristische dreiging – verlenging voor de indiening van het verslag

12 Commission d'enquête parlementaire chargée d’examiner les circonstances qui ont conduit aux attentats terroristes du 22 mars 2016 dans l’aéroport de Bruxelles-National et dans la station de métro Maelbeek à Bruxelles, y compris l’évolution et la gestion de la lutte contre le radicalisme et la menace terroriste – prolongation pour le dépôt du rapport

 

De Conferentie van voorzitters van 21 juni 2017 stelt aan de Kamer van volksvertegenwoordigers voor de einddatum voor de indiening van het verslag van de parlementaire onderzoekscommissie belast met het onderzoek naar de omstandigheden die hebben geleid tot de terroristische aanslagen van 22 maart 2016 in de luchthaven Brussel-Nationaal en in het metrostation Maalbeek te Brussel, met inbegrip van de evolutie en de aanpak van de strijd tegen het radicalisme en de terroristische dreiging, uit te stellen tot uiterlijk 16 oktober 2017.

La Conférence des présidents du 21 juin 2017 propose à la Chambre des représentants de reporter la date ultime pour le dépôt du rapport de la commission d'enquête parlementaire chargée d’examiner les circonstances qui ont conduit aux attentats terroristes du 22 mars 2016 dans l’aéroport de Bruxelles-National et dans la station de métro Maelbeek à Bruxelles, y compris l’évolution et la gestion de la lutte contre le radicalisme et la menace terroriste, au 16 octobre 2017 au plus tard.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

13 Parlementaire onderzoekscommissie "minnelijke schikking in strafzaken"– verlenging van het mandaat

13 Commission d'enquête parlementaire "transaction pénale"– prolongation du mandat

 

De Conferentie van voorzitters van 21 juni 2017 stelt aan de Kamer van volksvertegenwoordigers voor het mandaat van de parlementaire onderzoekscommissie "minnelijke schikking in strafzaken", te verlengen tot eind november 2017.

La Conférence des présidents du 21 juin 2017 propose à la Chambre des représentants de prolonger le mandat de la commission d'enquête parlementaire "transaction pénale", jusqu'à fin novembre 2017.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

14 Verzending van een wetsvoorstel naar een andere commissie

14 Renvoi d'une proposition de loi à une autre commission

 

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 21 juni 2017 en op aanvraag van de indieners, stel ik u voor het wetsvoorstel (de dames Muriel Gerkens en Evita Willaert, de heer Georges Gilkinet, mevrouw Anne Dedry, de heer Benoit Hellings, mevrouw Meyrem Almaci en de heren Jean-Marc Nollet en Gilles Vanden Burre) betreffende de vrijwillige zwangerschapsafbreking, nr. 2271/1, te verwijzen naar de commissie voor de Justitie, teneinde het toe te voegen aan het wetsvoorstel (de dames Karine Lalieux, Laurette Onkelinx, Fabienne Winkel en Özlem Özen, de heer Eric Massin en mevrouw Julie Fernandez Fernandez) teneinde vrijwillige zwangerschapsafbreking uit het Strafwetboek te lichten en op te nemen in de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt, nr. 1867/1.

Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 21 juin 2017 et à la demande des auteurs, je vous propose de renvoyer à la commission de la Justice la proposition de loi (Mmes Muriel Gerkens et Evita Willaert, M. Georges Gilkinet, Mme Anne Dedry, M. Benoit Hellings, Mme Meyrem Almaci et MM. Jean-Marc Nollet et Gilles Vanden Burre) relative à l'interruption volontaire de grossesse, n° 2271/1, afin de la joindre à la proposition de loi (Mmes Karine Lalieux, Laurette Onkelinx, Fabienne Winkel et Özlem Özen, M. Eric Massin et Mme Julie Fernandez Fernandez) visant à sortir l'interruption volontaire de grossesse du Code pénal et à l'introduire au sein de la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient, n° 1867/1.

 

Dit voorstel werd vroeger verzonden naar de commissie voor de Volksgezondheid, het Leefmilieu en de Maatschappelijke Hernieuwing.

Cette proposition avait été précédemment renvoyée à la commission de la Santé publique, de l'Environnement et du Renouveau de la Société.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

15 Raadgevende interparlementaire Beneluxraad

15 Conseil interparlementaire consultatif Benelux

 

De N-VA-fractie heeft mij de kandidatuur bezorgd van de heer Brecht Vermeulen als effectief lid en van de heer Christoph D'Haese als plaatsvervangend lid van de Raadgevende interparlementaire Beneluxraad.

Le groupe N-VA m'a fait parvenir la candidature de M. Brecht Vermeulen comme membre effectif et de M. Christoph D'Haese comme membre suppléant du Conseil interparlementaire consultatif Benelux.

 

Aangezien er geen andere kandidaturen zijn, moet er, overeenkomstig artikel 157, 6, van het Reglement, niet gestemd worden en verklaar ik de heer Brecht Vermeulen verkozen als effectief lid en de heer Christoph D'Haese verkozen als plaatsvervangend lid in de Raadgevende interparlementaire Beneluxraad.

Étant donné qu'il n'y a pas d'autres candidatures, il n'y a pas lieu à scrutin, conformément à l'article 157, 6, du Règlement, et je proclame M. Brecht Vermeulen élu en qualité de membre effectif et M. Christoph D'Haese élu en qualité de membre suppléant du Conseil interparlementaire consultatif Benelux.

 

16 College van deskundigen belast met de controle op elektronische stemsystemen - Vervanging van een plaatsvervangend lid

16 Collège d'experts chargé de contrôler les systèmes de vote automatisés - Remplacement d'un membre suppléant

 

Bij mail van 10 april 2017 heeft de heer Freddy Tomicki, gewezen bestuursdirecteur van de dienst Informatica, zijn ontslag ingediend als plaatsvervangend lid van het permanent College van deskundigen belast met de controle op elektronische stemsystemen.

Par courriel du 10 avril 2017, M. Freddy Tomicki, ancien directeur d'administration du service Informatique, a présenté sa démission en sa qualité de membre suppléant du Collège permanent d'experts chargé de contrôler les systèmes de vote automatisés.

 

Artikel 24, § 2, eerste lid, van de wet van 7 februari 2014 tot organisatie van de elektronische stemming met papieren bewijsstuk bepaalt dat de Kamer, voor een periode van vijf jaar, drie effectieve en drie plaatsvervangende deskundigen dient aan te wijzen en dat bij deze aanwijzing de taalpariteit van het College dient te worden verzekerd.

L'article 24, § 2, premier alinéa, de la loi du 7 février 2014 organisant le vote électronique avec preuve papier stipule que la Chambre doit désigner trois experts effectifs et trois experts suppléants, pour une période de cinq ans, et que la parité linguistique doit être respectée lors de cette désignation.

 

Aangezien de heer Freddy Tomicki werd aangewezen als Franstalig deskundige dient de Kamer over te gaan tot de aanwijzing van een nieuw Franstalig plaatsvervangend lid van het permanent College.

Étant donné que M. Freddy Tomicki a été désigné en qualité d'expert francophone, il incombe à la Chambre de procéder à la désignation d'un nouveau membre suppléant francophone pour ce Collège permanent.

 

Overeenkomstig de beslissing van de Conferentie van voorzitters van 3 mei 2017 werd bij mail van 3 mei 2017 een oproep tot kandidaten verstuurd naar de personeelsleden van de Kamer en de Senaat en naar de leden van het niet-permanent College van deskundigen voor het mandaat van Franstalig plaatsvervangend lid van het permanent College van deskundigen belast met de controle op elektronische stemsysteem.

Conformément à la décision de la Conférence des présidents du 3 mai 2017, un appel aux candidats a été envoyé par courriel, le 3 mai 2017, aux membres du personnel de la Chambre et du Sénat ainsi qu'aux membres du Collège d'experts non permanent pour un mandat de membre suppléant francophone du Collège permanent d'experts chargé de contrôler les systèmes de vote automatisés.

 

De kandidaturen dienden uiterlijk op 25 mei 2017 te worden ingediend.

Les candidatures devaient être introduites au plus tard le 25 mai 2017.

 

De volgende kandidatuur werd binnen de voorgeschreven termijn ingediend: de heer Jérôme Dossogne, onderzoeker aan de "Université Libre de Bruxelles" en bij het ministerie van Landsverdediging, lid van het niet-permanent College van deskundigen.

La candidature suivante a été introduite dans le délai prescrit: M. Jérôme Dossogne, chercheur à l'Université Libre de Bruxelles et au ministère de la Défense, membre du Collège d'experts non permanent.

 

Aangezien er slechts één kandidaat is en overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 21 juni 2017, stel ik u voor de heer Jérôme Dossogne - met toepassing van artikel 157.6 van het Kamerreglement – aan te wijzen tot Franstalig plaatsvervangend lid van het permanent College van deskundigen belast met de controle op elektronische stemsysteem.

Étant donné qu’il n’y a qu’un seul candidat et conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 21 juin 2017, je vous propose de désigner M. Jérôme Dossogne en qualité de membre suppléant francophone du Collège permanent d'experts chargé de contrôler les systèmes de vote automatisés, en application de l’article 157.6 du Règlement de la Chambre.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

17 Federale Deontologische Commissie - Benoeming van een nieuw lid

17 Commission fédérale de déontologie - Nomination d'un nouveau membre

 

Als gevolg van het ontslag van mevrouw Camille Dieu dient de Kamer in een vervanger te voorzien voor de resterende duur van haar mandaat, overeenkomstig artikel 10 van de wet van 6 januari 2014 houdende oprichting van een Federale Deontologische Commissie.

À la suite de la démission de Mme Camille Dieu, la Chambre doit pourvoir à son remplacement pour la durée restante de son mandat, conformément à l'article 10 de la loi du 6 janvier 2014 portant création d'une Commission fédérale de déontologie.

 

De kandidatuur van mevrouw Marie José Laloy werd aangekondigd tijdens de plenaire vergadering van 8 juni 2017.

La candidature de Mme Marie José Laloy a été annoncée au cours de la séance plénière du 8 juin 2017.

 

Aangezien er slechts één kandidaat is en overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 21 juni 2017, stel ik u voor mevrouw Marie José Laloy - met toepassing van artikel 157.6 van het Kamerreglement - te benoemen tot lid van de Federale Deontologische Commissie voor de categorie "Voormalige leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers en/of de Senaat".

Étant donné qu’il n’y a qu’une seule candidate et conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 21 juin 2017, je vous propose de nommer Mme Marie José Laloy en qualité de membre de la Commission fédérale de déontologie pour la catégorie "Anciens membres de la Chambre des représentants et/ou du Sénat", en application de l’article 157.6 du Règlement de la Chambre.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

18 Inoverwegingneming van voorstellen

18 Prise en considération de propositions

 

In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.

Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.

 

Indien er geen bezwaar is, beschouw ik deze als aangenomen; overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.

S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considérerai la prise en considération comme acquise et je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

19 Urgentieverzoeken vanwege de regering

19 Demandes d’urgence émanant du gouvernement

 

De regering heeft de spoedbehandeling gevraagd met toepassing van artikel 51 van het Reglement, bij de indiening van volgende wetsontwerpen:

Le gouvernement a demandé l'urgence conformément à l'article 51 du Règlement lors du dépôt des projets de loi suivants:

 

1. Wetsontwerp tot aanpassing van diverse wetgevingen aan de richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, gewijzigd door de richtlijn 2013/55/EU, nr. 2502/1.

1. Projet de loi adaptant diverses législations à la directive 2005/36/CE du parlement européen et du conseil du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles, modifiée par la directive 2013/55/UE, n° 2502/1.

 

Monsieur le ministre, vous avez la parole pour la motivation de la demande du gouvernement.

 

19.01 Minister Willy Borsus: Mijnheer de voorzitter, collega’s, voor de behandeling van dit ontwerp werd de hoogdringendheid gevraagd omdat een inbreukprocedure wegens niet-omzetting van de richtlijn 2013/55/EU werd ingeleid door de Europese Commissie.

 

Le présent projet de loi s'inscrit dans un processus législatif belge complexe qui concerne l'ensemble des niveaux de pouvoirs, d'où la difficulté de traiter ce dossier dans un délai plus précoce.

 

Merci de votre attention répétée.

 

De voorzitter: Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.

Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.

 

De urgentie wordt aangenomen bij zitten en opstaan.

L’urgence est adoptée par assis et levé.

 

2. Wetsontwerp houdende bekrachtiging van twee koninklijke besluiten met toepassing van artikel 71 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, nr. 2530/1.

2. Projet de loi portant, en application de l'article 71 de la loi du 15 mai 2007 relative à la sécurité civile, confirmation de deux arrêtés royaux, n° 2530/1.

 

Je passe la parole au ministre pour la motivation de la demande.

 

19.02 Minister Willy Borsus: Mijnheer de voorzitter, het betreft twee koninklijke besluiten die de federale dotaties aan de hulpverleningszones regelen en die begin dit jaar door de regering werden gewijzigd. Die wijziging was noodzakelijk omdat een aantal gemeenten intussen was overgestapt naar andere zones. Bijgevolg strookte de federale dotatiepolitiek niet meer met de realiteit, iets wat de regering ondertussen heeft rechtgetrokken.

 

De voorzitter: 

Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.

Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.

 

De urgentie wordt aangenomen bij zitten en opstaan.

L’urgence est adoptée par assis et levé.

 

3. Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, nr. 2543/1.

3. Projet de loi portant modification de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions, n° 2543/1.

 

Je passe la parole au ministre pour la motivation de la demande.

 

19.03  Willy Borsus, ministre: Monsieur le président, la demande d'urgence doit être soutenue. Elle est motivée par le fait que le projet de loi adapte les minima de pensions à la norme bien-être. Cette adaptation traduit, comme vous le savez, l'accord interprofessionnel, en tout cas une de ses parties, et doit être effective le 1er septembre 2017, de manière à ce que la logistique administrative et technique dans son ensemble soit opérationnelle pour le payement le 1er septembre 2017. De façon très humble, je n'ai d'autre choix, en l'espèce, que de vous demander l'urgence.

 

De voorzitter: Wij appreciëren uw bescheidenheid, mijnheer de minister.

 

Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.

Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.

 

De urgentie wordt aangenomen bij zitten en opstaan

L’urgence est adoptée par assis et levé

 

Naamstemmingen

Votes nominatifs

 

20 Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van mevrouw Karine Jiroflée over "het verbod op de chemische substantie glyfosaat voor particulieren en professionelen" (nr. 223).

20 Motions déposées en conclusion de l’interpellation de Mme Karin Jiroflée sur "l'interdiction de vente du glyphosate pour les particuliers et les professionnels" (n° 223).

 

Deze interpellatie werd gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor de Volksgezondheid, het Leefmilieu en de Maatschappelijke Hernieuwing van 14 juni 2017.

Cette interpellation a été développée en réunion publique de la commission de la Santé publique, de l'Environnement et du Renouveau de la Société du 14 juin 2017.

 

Twee moties werden ingediend (MOT nr. 223/1):

- een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Karin Jiroflée;

- een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Kattrin Jadin.

Deux motions ont été déposées (MOT n° 223/1):

- une motion de recommandation a été déposée par Mme Karin Jiroflée;

- une motion pure et simple a été déposée par Mme Kattrin Jadin.

 

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? 

 

20.01  Karin Temmerman (sp.a): Mijnheer de voorzitter, collega’s, minister Borsus heeft op 27 april aangekondigd dat hij een verbod zou introduceren op de verkoop van herbiciden, inclusief glyfosaat, bestemd voor particulieren. Dat laatste is hier het belangrijke woord. Vorige week heeft hij dat voornemen nog eens bevestigd in de commissie. Daar zijn wij zeer tevreden over.

 

Wat is nu het probleem? Het product glyfosaat wordt voornamelijk in de landbouw gebruikt. Onze Belgische landbouwers spuiten jaarlijks ongeveer 150 ton glyfosaat, de particulieren slechts 41 ton. Het helpt dus niet om het alleen voor particulieren te verbieden. Men zou, nu er zo veel onzekere studies zijn over de gevolgen van het gebruik van glyfosaat, voor onze gezondheid en de gezondheid van onze kinderen toch wat voorzichtiger moeten zijn, vandaar onderhavige motie voor het verbod op het gebruik van glyfosaat voor particulieren en professionelen.

 

Le président: Début du vote / Begin van de stemming.

Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote? / Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd?

Fin du vote / Einde van de stemming.

Résultat du vote / Uitslag van de stemming.

 

(Stemming/vote 1)

Ja

74

Oui

Nee

57

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

132

Total

 

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, la motion de recommandation est caduque.

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de motie van aanbeveling.

 

Raison d'abstention?

Reden van onthouding?

 

20.02  Stéphanie Thoron (MR): Monsieur le président, je me suis abstenue car j'ai un pairage avec Mme Ben Hamou. Il en sera de même pour tous les votes de cette séance.

 

Le président: Dont acte.

 

21 Amendement et article réservés du projet de loi portant des mesures de lutte contre la fraude fiscale (2400/1-5)

21 Aangehouden amendement en artikel van het wetsontwerp houdende maatregelen in de strijd tegen de fiscale fraude (2400/1-5)

 

Vote sur l'amendement n° 2 de Hendrik Vuye cs tendant à insérer un article 8(n).(2400/5)

Stemming over amendement nr. 2 van Hendrik Vuye cs tot invoeging van een artikel 8(n).(2400/5)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 2)

Ja

29

Oui

Nee

102

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

132

Total

 

En conséquence, l'amendement est rejeté.

Bijgevolg is het amendement verworpen.

 

22 Ensemble du projet de loi portant des mesures de lutte contre la fraude fiscale (2400/4)

22 Geheel van het wetsontwerp houdende maatregelen in de strijd tegen de fiscale fraude (2400/4)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 3)

Ja

129

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

3

Abstentions

Totaal

132

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

 

Raison d'abstention? (Non)

Reden van onthouding? (Nee)

 

23 Wetsontwerp tot wijziging van artikel 276 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 op het stuk betreffende de verrekening van de vervroegde inning van de taks op het lange termijnsparen (nieuw opschrift)  (2454/3)

23 Projet de loi modifiant l'article 276 du Code des impôts sur les revenus 1992 en matière d'imputation de la perception anticipée de la taxe sur l'épargne à long terme (nouvel intitulé)  (2454/3)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 4)

Ja

131

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

132

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.

 

24 Wetsontwerp tot wijziging van artikel 134 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 op het stuk van de berekening van het belastingkrediet voor kinderen ten laste (2469/3)

24 Projet de loi modifiant l'article 134 du Code des impôts sur les revenus 1992 en matière de calcul du crédit d'impôt pour enfants à charge (nouvel intitulé) (2469/3)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 5)

Ja

131

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

132

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.

 

25 Wetsontwerp houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met betrekking tot het beheer van de dienst voor de regularisatie van gewestelijke belastingen en niet uitsplitsbare fiscaal verjaarde kapitalen en de oprichting van een regularisatiesysteem van niet uitsplitsbare fiscaal verjaarde kapitalen en het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid en het Vlaamse Gewest met betrekking tot de regularisatie van niet uitsplitsbare bedragen (2473/3)

25 Projet de loi portant assentiment à l'accord de coopération entre l'Etat fédéral, la Région de Bruxelles-Capitale et la Région wallonne relatif à la gestion du service pour la régularisation des impôts régionaux et des capitaux fiscalement prescrits non scindés  et à la mise en place d'un système de régularisation des capitaux fiscalement prescrits non scindés et à l'accord de coopération entre l'Etat fédéral et la Région Flamande relatif à la régularisation des montants non scindés (2473/3)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 6)

Ja

86

Oui

Nee

25

Non

Onthoudingen

21

Abstentions

Totaal

132

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

26 Goedkeuring van de agenda

26 Adoption de l’ordre du jour

 

Wij moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergaderingen van de week van 26 juni 2017.

Nous devons procéder à l’approbation de l’ordre du jour des séances de la semaine du 26 juin 2017.

 

Geen bezwaar? (Nee) De agenda is goedgekeurd.

Pas d’observation? (Non) L’ordre du jour est approuvé.

 

De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering woensdag 28 juni 2017 om 14.15 uur.

La séance est levée. Prochaine séance mercredi le 28 juin 2017 à 14.15 heures.

 

De vergadering wordt gesloten om 16.53 uur.

La séance est levée à 16.53 heures.

 

De bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 54 PLEN 174 bijlage.

 

L'annexe est reprise dans une brochure séparée, portant le numéro CRIV 54 PLEN 174 annexe.

 

 

  


Detail van de naamstemmingen

 

Détail des votes nominatifs

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 001

 

 

Oui        

074

Ja

 

Becq Sonja, Beke Wouter, Bellens Rita, Bogaert Hendrik, Bracke Siegfried, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Calomne Gautier, Capoen An, Chastel Olivier, Clarinval David, De Coninck Inez, de Coster-Bauchau Sybille, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Dewael Patrick, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Flahaux Jean-Jacques, Foret Gilles, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Gustin Luc, Heeren Veerle, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Klaps Johan, Lachaert Egbert, Lahaye-Battheu Sabien, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Luykx Peter, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Piedboeuf Benoît, Pivin Philippe, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Smaers Griet, Smeyers Sarah, Somers Ine, Terwingen Raf, Thiéry Damien, Turtelboom Annemie, Uyttersprot Goedele, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vandenput Tim, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Peteghem Vincent, Van Vaerenbergh Kristien, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Wollants Bert, Yüksel Veli

 

 

Non        

057

Nee

 

Almaci Meyrem, Bonte Hans, Brotcorne Christian, Calvo Kristof, Caprasse Véronique, Carcaci Aldo, Cheron Marcel, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, De Coninck Monica, Dedry Anne, de Lamotte Michel, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Delpérée Francis, Detiège Maya, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Dispa Benoît, Fernandez Fernandez Julie, Fonck Catherine, Frédéric André, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Hedebouw Raoul, Hellings Benoit, Kir Emir, Kitir Meryame, Laaouej Ahmed, Lalieux Karine, Lambrecht Annick, Lutgen Benoît, Maingain Olivier, Massin Eric, Mathot Alain, Nollet Jean-Marc, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pas Barbara, Pehlivan Fatma, Penris Jan, Pirlot Sébastian, Poncelet Isabelle, Senesael Daniel, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Top Alain, Vanden Burre Gilles, Van der Maelen Dirk, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Vanvelthoven Peter, Vuye Hendrik, Willaert Evita, Winckel Fabienne

 

 

Abstentions

001

Onthoudingen

 

Thoron Stéphanie

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 002

 

 

Oui        

029

Ja

 

Almaci Meyrem, Bonte Hans, Calvo Kristof, Carcaci Aldo, Cheron Marcel, De Coninck Monica, Dedry Anne, Detiège Maya, De Vriendt Wouter, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Hedebouw Raoul, Hellings Benoit, Kitir Meryame, Lambrecht Annick, Nollet Jean-Marc, Pas Barbara, Pehlivan Fatma, Penris Jan, Temmerman Karin, Top Alain, Vanden Burre Gilles, Van der Maelen Dirk, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Vanvelthoven Peter, Vuye Hendrik, Willaert Evita

 

 

Non        

102

Nee

 

Becq Sonja, Beke Wouter, Bellens Rita, Bogaert Hendrik, Bracke Siegfried, Brotcorne Christian, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Calomne Gautier, Capoen An, Caprasse Véronique, Chastel Olivier, Clarinval David, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, De Coninck Inez, de Coster-Bauchau Sybille, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, de Lamotte Michel, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Delpérée Francis, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Devin Laurent, Dewael Patrick, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Dispa Benoît, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julie, Flahaux Jean-Jacques, Fonck Catherine, Foret Gilles, Frédéric André, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Gustin Luc, Heeren Veerle, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Kir Emir, Klaps Johan, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lahaye-Battheu Sabien, Lalieux Karine, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Lutgen Benoît, Luykx Peter, Maingain Olivier, Massin Eric, Mathot Alain, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Piedboeuf Benoît, Pirlot Sébastian, Pivin Philippe, Poncelet Isabelle, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Senesael Daniel, Smaers Griet, Smeyers Sarah, Somers Ine, Terwingen Raf, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Turtelboom Annemie, Uyttersprot Goedele, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vandenput Tim, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Peteghem Vincent, Van Vaerenbergh Kristien, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Winckel Fabienne, Wollants Bert, Yüksel Veli

 

 

Abstentions

001

Onthoudingen

 

Thoron Stéphanie

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 003

 

 

Oui        

129

Ja

 

Almaci Meyrem, Becq Sonja, Beke Wouter, Bellens Rita, Bogaert Hendrik, Bonte Hans, Bracke Siegfried, Brotcorne Christian, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Calomne Gautier, Calvo Kristof, Capoen An, Caprasse Véronique, Carcaci Aldo, Chastel Olivier, Cheron Marcel, Clarinval David, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, De Coninck Inez, De Coninck Monica, de Coster-Bauchau Sybille, Dedecker Peter, Dedry Anne, Degroote Koenraad, de Lamotte Michel, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Delpérée Francis, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Detiège Maya, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Dispa Benoît, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julie, Flahaux Jean-Jacques, Fonck Catherine, Foret Gilles, Frédéric André, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Gustin Luc, Heeren Veerle, Hellings Benoit, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Kir Emir, Kitir Meryame, Klaps Johan, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lahaye-Battheu Sabien, Lalieux Karine, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Lutgen Benoît, Luykx Peter, Maingain Olivier, Massin Eric, Mathot Alain, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Nollet Jean-Marc, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pas Barbara, Pehlivan Fatma, Penris Jan, Piedboeuf Benoît, Pirlot Sébastian, Pivin Philippe, Poncelet Isabelle, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Senesael Daniel, Smaers Griet, Smeyers Sarah, Somers Ine, Temmerman Karin, Terwingen Raf, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Top Alain, Turtelboom Annemie, Uyttersprot Goedele, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van der Maelen Dirk, Van Hecke Stefaan, Vanheste Ann, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Peteghem Vincent, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Vuye Hendrik, Willaert Evita, Winckel Fabienne, Wollants Bert, Yüksel Veli

 

 

Non        

000

Nee

 

 

 

 

Abstentions

003

Onthoudingen

 

Hedebouw Raoul, Thoron Stéphanie, Van Hees Marco

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 004

 

 

Oui        

131

Ja

 

Almaci Meyrem, Becq Sonja, Beke Wouter, Bellens Rita, Bogaert Hendrik, Bonte Hans, Bracke Siegfried, Brotcorne Christian, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Calomne Gautier, Calvo Kristof, Capoen An, Caprasse Véronique, Carcaci Aldo, Chastel Olivier, Cheron Marcel, Clarinval David, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, De Coninck Inez, De Coninck Monica, de Coster-Bauchau Sybille, Dedecker Peter, Dedry Anne, Degroote Koenraad, de Lamotte Michel, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Delpérée Francis, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Detiège Maya, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Dispa Benoît, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julie, Flahaux Jean-Jacques, Fonck Catherine, Foret Gilles, Frédéric André, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Gustin Luc, Hedebouw Raoul, Heeren Veerle, Hellings Benoit, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Kir Emir, Kitir Meryame, Klaps Johan, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lahaye-Battheu Sabien, Lalieux Karine, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Lutgen Benoît, Luykx Peter, Maingain Olivier, Massin Eric, Mathot Alain, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Nollet Jean-Marc, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pas Barbara, Pehlivan Fatma, Penris Jan, Piedboeuf Benoît, Pirlot Sébastian, Pivin Philippe, Poncelet Isabelle, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Senesael Daniel, Smaers Griet, Smeyers Sarah, Somers Ine, Temmerman Karin, Terwingen Raf, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Top Alain, Turtelboom Annemie, Uyttersprot Goedele, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van der Maelen Dirk, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Peteghem Vincent, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Vuye Hendrik, Willaert Evita, Winckel Fabienne, Wollants Bert, Yüksel Veli

 

 

Non        

000

Nee

 

 

 

 

Abstentions

001

Onthoudingen

 

Thoron Stéphanie

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 005

 

 

Oui        

131

Ja

 

Almaci Meyrem, Becq Sonja, Beke Wouter, Bellens Rita, Bogaert Hendrik, Bonte Hans, Bracke Siegfried, Brotcorne Christian, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Calomne Gautier, Calvo Kristof, Capoen An, Caprasse Véronique, Carcaci Aldo, Chastel Olivier, Cheron Marcel, Clarinval David, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, De Coninck Inez, De Coninck Monica, de Coster-Bauchau Sybille, Dedecker Peter, Dedry Anne, Degroote Koenraad, de Lamotte Michel, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Delpérée Francis, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Detiège Maya, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Dispa Benoît, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julie, Flahaux Jean-Jacques, Fonck Catherine, Foret Gilles, Frédéric André, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Gustin Luc, Hedebouw Raoul, Heeren Veerle, Hellings Benoit, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Kir Emir, Kitir Meryame, Klaps Johan, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lahaye-Battheu Sabien, Lalieux Karine, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Lutgen Benoît, Luykx Peter, Maingain Olivier, Massin Eric, Mathot Alain, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Nollet Jean-Marc, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pas Barbara, Pehlivan Fatma, Penris Jan, Piedboeuf Benoît, Pirlot Sébastian, Pivin Philippe, Poncelet Isabelle, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Senesael Daniel, Smaers Griet, Smeyers Sarah, Somers Ine, Temmerman Karin, Terwingen Raf, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Top Alain, Turtelboom Annemie, Uyttersprot Goedele, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van der Maelen Dirk, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Peteghem Vincent, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Vuye Hendrik, Willaert Evita, Winckel Fabienne, Wollants Bert, Yüksel Veli

 

 

Non        

000

Nee

 

 

 

 

Abstentions

001

Onthoudingen

 

Thoron Stéphanie

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 006

 

 

Oui        

086

Ja

 

Becq Sonja, Beke Wouter, Bellens Rita, Bogaert Hendrik, Bracke Siegfried, Brotcorne Christian, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Calomne Gautier, Capoen An, Carcaci Aldo, Chastel Olivier, Clarinval David, Dallemagne Georges, De Coninck Inez, de Coster-Bauchau Sybille, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, de Lamotte Michel, Delpérée Francis, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Dewael Patrick, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Dispa Benoît, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Flahaux Jean-Jacques, Fonck Catherine, Foret Gilles, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Gustin Luc, Heeren Veerle, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Klaps Johan, Lachaert Egbert, Lahaye-Battheu Sabien, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Lutgen Benoît, Luykx Peter, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Pas Barbara, Penris Jan, Piedboeuf Benoît, Pivin Philippe, Poncelet Isabelle, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Smaers Griet, Smeyers Sarah, Somers Ine, Terwingen Raf, Thiéry Damien, Turtelboom Annemie, Uyttersprot Goedele, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vandenput Tim, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Peteghem Vincent, Van Vaerenbergh Kristien, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Vuye Hendrik, Wollants Bert, Yüksel Veli

 

 

Non        

025

Nee

 

Almaci Meyrem, Bonte Hans, Calvo Kristof, Cheron Marcel, De Coninck Monica, Dedry Anne, Detiège Maya, De Vriendt Wouter, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Hedebouw Raoul, Hellings Benoit, Kitir Meryame, Lambrecht Annick, Nollet Jean-Marc, Pehlivan Fatma, Temmerman Karin, Top Alain, Vanden Burre Gilles, Van der Maelen Dirk, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Vanvelthoven Peter, Willaert Evita

 

 

Abstentions

021

Onthoudingen

 

Caprasse Véronique, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Devin Laurent, Fernandez Fernandez Julie, Frédéric André, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lalieux Karine, Maingain Olivier, Massin Eric, Mathot Alain, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pirlot Sébastian, Senesael Daniel, Thiébaut Eric, Thoron Stéphanie, Winckel Fabienne