Commissie voor het Bedrijfsleven, het Wetenschapsbeleid, het Onderwijs, de Nationale wetenschappelijke en culturele Instellingen, de Middenstand en de Landbouw

Commission de l'Économie, de la Politique scientifique, de l'Éducation, des Institutions scientifiques et culturelles nationales, des Classes moyennes et de l'Agriculture

 

van

 

Dinsdag 2 oktober 2018

 

Voormiddag

 

______

 

 

du

 

Mardi 2 octobre 2018

 

Matin

 

______

 

 


La réunion publique de commission est ouverte à 10.24 heures et présidée par M. Michel de Lamotte.

De openbare commissievergadering wordt geopend om 10.24 uur en voorgezeten door de heer Michel de Lamotte.

 

01 Hoorzitting over de bevoorradingszekerheid inzake elektriciteit met:

- de dames Danielle Devogelaer en Dominique Gusbin, experten Federaal Planbureau;

- de heer Chris Peeters, CEO Elia;

- de heer Thierry Saegeman, Chief Nuclear Officer ENGIE Electrabel;

- de heren Laurent Jacquet, Andreas Tirez en Koen Locquet, directeurs CREG.

01 Audition sur la sécurité d'approvisionnement en matière d'électricité de:

- Mmes Danielle Devogelaer et Dominique Gusbin, expertes du Bureau fédéral du Plan;

- M. Chris Peeters, CEO Elia;

- M. Thierry Saegeman, Chief Nuclear Officer ENGIE Electrabel;

- MM. Laurent Jacquet, Andreas Tirez et Koen Locquet, directeurs CREG.

 

Le président: Mesdames, messieurs, je vous souhaite la bienvenue à cette séance. J'accueille également M. Philippe Donnay, commissaire au Plan.

 

Je vous accueille en tant que président faisant fonction puisque M. Delizée est pour l'instant dans les embouteillages; il nous rejoindra plus tard.

 

Nous allons écouter les différentes interventions; ensuite il y aura un échange de vues entre les parlementaires et les personnes présentes à la tribune aujourd'hui.

 

Y a-t-il des questions?

 

01.01  Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen): Monsieur le président, j'aimerais savoir si après les présentations, nous pourrons avoir un échange direct. Je m'explique: pour éviter qu'il y ait une succession de nombreuses questions, et puis seulement les premières réponses, chaque parlementaire devrait pouvoir avoir les réponses à ses questions immédiatement. C'est plus dynamique, me semble-t-il.

 

Le président: J'en parlerai à M. Delizée à son arrivée, mais ce principe me paraît acceptable.

 

01.02  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, is het geen optie om de presentaties op te splitsen om te vermijden dat er vragen gaan gesteld worden die voor iedereen door elkaar bestemd zijn? Ik sluit me dus aan bij de suggestie van collega Nollet. Het zou interessant zijn om de discussie op te splitsen per spreker.

 

Le président: Monsieur Calvo, il a été proposé que les personnes soient écoutées dans la foulée pour nous permettre d'avoir une vue d'ensemble. Ensuite, les parlementaires interviendront. Les intervenants disposent d'un temps de parole limité. Cela nous laissera du temps pour réagir.

 

01.03  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, laat ons dan wel de vragen en de discussie opsplitsen per spreker. Ik heb er geen probleem mee dat de presentaties gebundeld worden, maar volgens mij kunnen de vragen beter apart worden gesteld. Anders wordt het heel moeilijk om te werken.

 

Le président: Monsieur Calvo, je suis flexible. Si la commission veut que les parlementaires interviennent après chaque exposé, il en sera ainsi. La réunion pourra être prolongée. Des sandwichs sont commandés. On peut travailler jusqu'à 14 h 00. Si je suis bien informé, il y a une commission Sûreté nucléaire à 14 h 15. Il faudra donc que nous ayons terminé à cette heure-là.

 

01.04  Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik zou de uiteenzettingen allemaal na elkaar programmeren omdat ik me kan voorstellen dat ik op basis van een bepaalde uiteenzetting opnieuw een aantal vragen zal hebben. De extra informatie kan dan weer aanleiding geven tot extra vragenrondes, en dan halen het einduur van 14 u 00 nooit. Daarom pleit ik ervoor alle uiteenzettingen na elkaar te horen zodat we een geheel overzicht krijgen.

 

Le président: C'est une bonne solution. D'autant que des réponses pourraient être données dans les exposés ultérieurs.

 

Procédons aux auditions et ayons un échange questions-réponses, comme décidé.

 

Comme inscrit à l'ordre du jour, les experts du Bureau du Plan ont la parole pour leur exposé.

 

Voorzitter: Jean-Marc Delizée.

Président: Jean-Marc Delizée.

 

01.05  Danielle Devogelaer: Mijnheer de voorzitter, geachte leden, goedemorgen.

 

Allereerst wil ik u hartelijk bedanken dat wij hier vandaag aanwezig mogen zijn. Wij danken u voor de uitnodiging om onze analyse voor te stellen.

 

Onze analyse handelt over de nucleaire onbeschikbaarheid en het nieuws dat wij daarom­trent op vrijdag 21 september 2018 vernamen, meer bepaald dat zes van de zeven nucleaire reactoren in november 2018 zouden stilliggen.

 

Sta me toe om even heel kort in te gaan op de werking van het Planbureau, want via de media hebben wij vernomen dat er toch wel wat onduidelijkheid bestaat over onze rol en over wat wij doen.

 

Het Federaal Planbureau is een onafhankelijke instelling van openbaar nut. Wij maken studies, wij stellen analyses op en wij maken vooruitzichten over sociaal-economische en milieubeleids­kwesties. Energie valt daar uiteraard onder. Meer specifiek als het over energie gaat, breng ik graag de elektriciteitswet onder de aandacht, die al in 1999 geboekstaafd werd. Sinds 1999 is de rol van het Planbureau daarin gespecificeerd. Een wetswijziging in 2012 heeft de rol van het Planbureau nog meer in de kijker gezet. In samenwerking met de Algemene Directie Energie is het Planbureau aangesteld om tweejaarlijks een aanvullend verslag over de monitoring van de bevoorradingszekerheid op te stellen.

 

Dat wilde ik even kort schetsen, omdat wij via de media hebben vernomen dat daarover wel wat vragen bestaan. Wij maken in dat verband dus geen financiële analyses, maar wel analyses die kaderen in energie- en wettelijke contexten.

 

In het weekend van 22 september 2018 zijn wij overgegaan tot een eerste analyse van de feiten. Die analyse is gebeurd op basis van bestaande studies; die studies liggen niet ergens in de archieven stof te vergaren, ze zijn gedocumen­teerd en vrij op onze website te raadplegen.

 

In onze analyse zijn wij dieper ingegaan op drie rapporten of papers die wij ter beschikking hebben en die ook openbaar zijn.

 

De eerste studie is Impact van het Pact getiteld. Die studie is in februari 2018, zowat een half jaar geleden, gemaakt in opdracht van de federale minister van Energie, mevrouw Marghem, die ons toen de opdracht heeft toevertrouwd om berekeningen te maken naar aanleiding van het Energiepact. De resultaten daarvan hebben wij in rapportvorm op onze website gedocumenteerd.

 

Een tweede studie die wij rond deze thematiek hebben gemaakt, betreft de impact van nucleaire productievariaties op groothandelsprijzen op de elektriciteitsbeurzen, dus op de veilingen die daartoe bestemd zijn.

 

Een derde studie die ons heeft geholpen bij die eerste analyse is een studie van 2014. Die studie betrof een kwantitatieve evaluatie van plotse, onverwachtse stroomonderbrekingen op Belgisch grondgebied.

 

Wij zijn overgegaan tot die eerste analyse omdat wij hadden vastgesteld dat de situatie waarin wij ons in november zouden bevinden en waarvan wij op vrijdag 21 september 2018 op de hoogte werden gebracht hoogst uitzonderlijk is.

 

U moet weten dat elk elektriciteitssysteem, niet enkel het Belgische, wordt uitgebouwd, gedimensioneerd op een N-1. Een N-1 betekent dat het systeem, de productiecapaciteiten, zo worden gebouwd dat zij moeten kunnen weerstaan aan de uitval van een grote eenheid. Dat kan een nucleaire reactor zijn, dat kan evenzeer een interconnectielijn met Frankrijk of Nederland zijn. Als die uitval van een grote eenheid zich voordoet, moet het elektriciteits­systeem blijven functioneren en mag men daarvan niets ondervinden.

 

De aankondiging die wij op 21 september kregen, was dat wij niet in een N-1 zouden zitten. Wij hebben al een N-2 en een N-3 'overleefd', maar wij zouden in een N-6 terechtkomen. Dat is hoogst uitzonderlijk en ongezien. Ik dank de VRT voor de mooie grafieken die duidelijk tonen wanneer de zeven nucleaire reactoren op Belgische bodem al dan niet zouden functioneren.

 

U moet weten dat de nucleaire productie in normale omstandigheden ongeveer 50% van de binnenlandse elektriciteitsproductie uitmaakt. Dat kan schommelen tussen 20 en 75%, maar onder normale omstandigheden is het om en bij de 50%. Wij vernamen dat 85% daarvan niet beschikbaar zou zijn in november 2018.

 

Uit een van de studies waarover ik het net had, blijkt dat de LOLE – loss of load expectations –, of het aantal uren dat het aanbod niet toereikend zal zijn om de vraag op ons territorium te dekken, stijgt bij hogere nucleaire onbeschikbaarheid. Dat betekent dat de productietoereikendheid, de toereikendheid om te allen tijde aan de vraag te voldoen, ernstig onder druk komt te staan. Dat betekent niet dat die per definitie in coma gaat vallen. Dat betekent wel dat die zeer gestresseerd gaat worden.

 

Wat blijkt uit de tweede studie die ik heb genoemd? Wij zijn gaan rekenen met nucleaire productie­variaties. In die paper gaat het over de periode tussen 2013 en 2016. Wij hebben dan berekend wat er gebeurt als nucleair 'on' of 'off' zou staan voor 2,5 gigawatt – op dat moment ging het over Tihange 1, Tihange 3 en Doel 1 – en welke impact dat zou hebben op de groothandelsprijzen voor elektriciteit. Dat is voor de commodity elektriciteit. Dan hebben wij ontdekt dat, voor 2,5 gigawatt die toen alternerend uitlag, wij een prijseffect van 10 euro per megawatt/uur konden vaststellen. Dat is dus aanzienlijk.

 

De derde studie, de black-outstudie gaat over een inschatting van de maatschappelijke kostprijs van een onaangekondigde, plotse stroomonderbreking die het volledige Belgische territorium zal behelzen. Het gaat dus om een onaangekondigde stroomstoring die heel België betreft en waarvoor geen voorzieningen kunnen worden getroffen om daarop in te spelen. De maatschappelijke kostprijs voor een uur onderbreking loopt op tot maar liefst 126 miljoen euro voor één uur. Voor het tweede uur krimpt het effect een beetje in omdat er een soort gewenningseffect optreedt, maar na drie, vier of vijf uur kan dat exponentieel de hoogte ingaan.

 

Naar aanleiding van al die cijfers en studies begrijpt u dat wij een zeer secure opvolging van de situatie aanraden en een verdere analyse van de situatie noodzakelijk achten.

 

De eerste analyse gaat dieper in op de Impact van het Pact-studie, in opdracht van de federale minister van Energie, mevrouw Marghem. Daarin hebben we al een sensitiviteit door­gerekend van wat zou er gebeuren als ons nucleaire park minder beschikbaar zou zijn in de winter. Wij hebben doorgerekend wat er zou gebeuren met een verminderde beschikbaarheid van het nucleaire park en een verhoogde beschikbaarheid in de zomer. Daaruit leerden we dat de LOLE, het aantal uren waarin het aanbod niet volstaat, stijgt van een comfortabele minder dan 3 uur – het wettelijke criterium – naar 15 uur.

 

Wij hebben in het weekend van 22 september een analyse uitgevoerd van een verminderde beschikbaarheid van 4 gigawatt. Dan zien wij dat de LOLE stijgt tot 28 uur. Wij kunnen daaruit afleiden dat de LOLE bij hogere nucleaire onbeschikbaarheden significant zal stijgen en dat het wettelijk criterium op losse schroeven komt te staan.

 

Wij zijn dan ook tot bijkomende analyses overgegaan, die veeleer deterministisch zijn gebeurd. Wat betekent de term "deterministische analyses"? Dat betekent dat wordt gewerkt met één dataset die voorhanden is, dus niet probabilistisch of met waarschijnlijkheids- of kansberekeningen, maar met één dataset die wij voorhanden hadden. Wij bekijken dan wat er gebeurt, als november 2018 hetzelfde vraagprofiel zou vertonen als november 2017.

 

Wij hebben eerst en vooral bekeken wat op het Belgisch territorium is geïnstalleerd en opgesteld zonder de 5 gigawatt nucleair vermogen waarop wij niet zouden kunnen rekenen, zoals op 21 september 2018 werd aangekondigd.

 

Dat ziet u op de linkerkant van de figuur. Daarop ziet u de geïnstalleerde capaciteit. Deze wordt voorgesteld door verschillende technologieën, wat men de elektriciteitsmix noemt. U merkt dat ze erg gevarieerd is. Er zijn heel wat kleurtjes en dus heel wat technologieën die wij ter beschikking hebben, om elektriciteit op te wekken. Dat is geïnstalleerd en staat op ons domein. Wanneer wij echter toereikendheidsanalyses doen, volstaat het niet te bekijken wat er is geïnstalleerd maar dan moeten wij ook rekening houden met wat wij betrouwbaar en beschikbaar kunnen inzetten. Betrouwbaar en beschikbaar inzetten is niet hetzelfde als wat is geïnstalleerd. Daarvoor moet wat in technische termen een derating wordt genoemd, worden uitgevoerd. Dat betekent dat van de totaal geïnstalleerde capaciteit stukjes worden verminderd of afgesneden, waarvan wij niet zeker zijn dat zij ook op een winteravond in staat zullen zijn om de volledige vraag te dekken. Dat is wat betrouwbaar en beschikbaar of in het Engels reliable available capacity wordt genoemd.

 

Ik geef een voorbeeld.

 

U ziet bijvoorbeeld dat het tweede blokje in de linkerkolom helemaal zal wegvallen. Dat is de productie die door zonnepanelen wordt geleverd. Die productie valt tijdens de winteravonden volledig weg. Daarop kunnen wij dus niet rekenen om bijvoorbeeld de piekvraag in te vullen.

 

Wij hebben een en ander daarna afgetekend naast de vraag die in november 2017 is gebeurd. Wanneer wij dan kijken naar de minimumvraag die in november is gebeurd, merken wij dat wij nog een kussentje overhebben. Met de minimumvraag zitten wij nog altijd binnen de betrouwbare en beschikbare capaciteit. Aan die capaciteit zullen wij dus wel komen. Wanneer wij echter de gemiddelde vraag bekijken, merken wij dat ze boven de betrouwbare en beschikbare capaciteit uittorent. Zeker wanneer wij de maximumvraag bekijken die in november 2017 is gebeurd, merken wij een echte delta of een gap, wat door de blauwe pijl wordt voorgesteld.

 

De betrouwbaar beschikbare capaciteit is dus de capaciteit op het Belgische territorium. Die blauwe pijl kan eventueel ingevuld worden door bijvoorbeeld invoercapaciteit, capaciteit die wij invoeren uit het noorden, het zuiden, uit Nederland, Frankrijk en blijkbaar ook Luxemburg. Dan zijn wij gaan spelen met het invullen van die blauwe pijl, de beschikbaarheid van invoer­capaciteit. Dat hebben wij gedaan in gevoeligheids­analyses of sensitiviteiten.

 

Wij hebben ook een sensitiviteit uitgevoerd om na te gaan wat er zou gebeuren als het onderhoud van de reactor Tihange 1 vervroegd zou worden. Eerst was dat ingepland tussen 20 oktober en 29 november, nu werd aangekondigd dat het vervroegd zou worden naar de periode tussen 13 oktober en 17 november. Dat hebben wij ook doorgerekend, om na te gaan of dat een impact heeft op de toereikendheidsberekeningen.

 

Ten slotte, zijn wij met het oog op het voorzichtigheids­principe ook uitgegaan van de situatie waarin Doel 1, Doel 2 en Doel 4 verlaat op de markt zouden terugkeren. Nu wordt gepland dat zij in de loop van de maand december, op 10, 15 en 31 december 2018, op de markt zullen terugkeren. Wat als dat niet kan gebeuren om een of andere reden en zij bijvoorbeeld pas in februari opnieuw operationeel zijn?

 

Wij hebben dan enkele tabellen opgesteld. Die tabellen geven weer, voor de vier maanden die wij kritiek achten, wat enerzijds de missing capacity of de ontbrekende capaciteit is en de LOLE, het aantal uren waarvoor wij voor die maand verwachten dat het volledige aanbod, dus inclusief invoer, niet toereikend zal zijn om de vraag te dekken. Wij zien dan bij een maximale invoercapaciteit, dus met de maximale rek op het systeem, van 4 500 megawatt dat enkel de maand november het wettelijk criterium bereikt. Wij zitten daar dus nog binnen de wettelijke voorwaarden maar het is echt op de limiet.

 

Stel dat men 400 megawatt minder kan invoeren en wij dus maar 4 100 megawatt ter beschikking hebben, dat om een of andere reden een STEG-centrale niet beschikbaar zou zijn of dat er een offshorewindmolenpark niet kan leveren, dan leidt dat direct tot onrustwekkende cijfers in de maand november. Wij zien dat wij dan al aan 17 uur LOLE zitten en een ontbrekende capaciteit van 614 megawatt. Zo zijn wij nog verder naar beneden gegaan.

 

Deze maximale invoercapaciteit kan ook bekeken worden als minder wind in het systeem zit dan wij berekend hebben voor onze betrouwbaar beschikbare capaciteit. Ook de gascentrales moeten op volle toeren draaien. Als daar dan, zoals in de pers verscheen, een wiel zou afdraaien bij manier van spreken en er bijkomend een gascentrale zou uitvallen, dan zien wij dat de LOLE-uren snel gaan oplopen en dat ook de maanden oktober en december in het vizier komen. Zij zullen dus ook een aanzienlijk aantal LOLE-uren optekenen.

 

Zoals gezegd, hebben wij ook een sensitiviteit uitgevoerd bij het later naar de markt terugkeren van Doel 1, Doel 2 en Doel 4. Als wij deze tabellen bekijken, lijkt de maand januari immers altijd buiten schot te blijven. Dat is omdat wij in de maand januari nog altijd op minstens 2 500 megawatt invoer kunnen rekenen.

 

Deze tabel – de onderste tabel – geeft weer dat er zich geen probleem stelt, als wij het onderhoud van Doel 1, 2 en 4 verlaten in de tijd en op een maximale invoer van 4 500 megawatt kunnen rekenen. Als de invoer echter zou dalen naar 2 500 of zelf 1 500 megawatt dan merken wij dat het aantal LOLE-uren sterk zal stijgen. Volgens de laatste statistieken, die wij hebben kunnen raadplegen, zat het maximaal netto-invoerniveau in januari 2016 veeleer in de tweede kolom van deze tabel, dus zo'n 2 500 megawatt.

 

Om het iets bevattelijker voor te stellen – ik hoop dat dit de geesten niet verder zal troebleren – hebben wij in deze figuur ook het aantal LOLE-uren afgetekend ten opzichte van een van de parameters die daarop een invloed kunnen hebben. Ik wil nog even verduidelijken dat de LOLE geen statisch gegeven is. De LOLE kan wijzigen, kan variëren en hangt af van heel wat parameters.

 

Dit zien wij ook heel duidelijk in deze figuur. Het aantal uren hangt sterk af van de aannames en de situatie zoals ze zich voordoet. Wij zijn gaan bekijken hoe de LOLE varieert al naargelang wij meer of minder invoercapaciteit hebben waarop wij kunnen rekenen om ons binnenlands aanbod te versterken. U ziet dat de LOLE per maand wordt voorgesteld. Per maand wordt een ander symbool en een andere kleur gebruikt. Hoe meer netto-invoercapaciteit, hoe meer de LOLE afneemt, hoe comfortabeler de situatie en hoe meer het wettelijk criterium opnieuw kan worden benaderd.

 

Dat is een belangrijke les.

 

Wij hebben de cijfers genomen van 2016, die op de site staan van Elia, de systeembeheerder, en wij zijn nagegaan hoeveel de maximumnetto-invoer bedroeg in de diverse afgetekende maanden. Dit wordt weergegeven door cirkeltjes. De groene cirkeltjes geven aan hoeveel de maximuminvoer bedroeg in die maand en geven ook aan dat wij eigenlijk onder het het wettelijke criterium zaten. Met andere woorden, dat wij in een veilige modus opereren. De rode bolletjes geven weer wat de maximale invoer was in de maanden van 2016 en dat wij, als deze situatie zich in 2018 voordoet, het wettelijk criterium serieus zullen overschrijden. Dat gebeurt in november en december.

 

Dat was de analyse die wij in eerste instantie hebben gemaakt.

 

Ik wil u hartelijk bedanken voor uw aandacht. Wij zijn beschikbaar voor verdere vragen en toelichtingen.

 

Le président: Bonjour à tous. Je vous demande d'excuser mon léger retard. Les problèmes de circulation de ce matin en sont la cause. Je remercie mon collègue M. de Lamotte d'avoir lancé la réunion.

 

Je salue tous nos invités, qui nous ont été présentés. Je salue M. le commissaire au Plan qui est également présent.

 

Je cède à présent la parole à M. Chris Peeters, le CEO d'Elia.

 

01.06  Chris Peeters: Mijnheer de voorzitter, geachte parlementsleden, beste aanwezigen, bedankt om ons vandaag het woord te geven.

 

Avant de commencer, je souhaite préciser que je vais faire ma présentation en néerlandais, parce que la matière est assez technique. Par contre, je répondrai à vos questions en français et en néerlandais, en fonction de la langue dans laquelle la question a été posée.

 

Vooraleer we toelichting geven bij de actualiteit zouden wij, net zoals mijn voorgangster, graag een aantal punten toelichten. De elektriciteitsector is een vrij complexe sector met veel partijen. Ook in de pers hebben wij een aantal keren gezien dat de rol van Elia niet altijd even duidelijk was. Wij zullen kort toelichten wat onze exacte rol is.

 

Wat zijn de kerntaken van Elia? Elia heeft drie grote kerntaken.

 

Ten eerste, wij beheren de hoogspannings­infrastructuur. Dat betekent dat wij, enerzijds, het onderhoud ervan uitvoeren zodat wij een hoge betrouwbaarheid van het netwerk hebben. Anderzijds, verzorgen wij ook de uitbouw van het netwerk dat nodig is voor de onder­steuning van de energietransitie. Op de powerpoint ziet u projecten zoals Stevin en de uitbouw van de interconnecties staan, maar ook de versterking van de backbone in België behoren tot deze kerntaak.

 

De tweede kerntaak van Elia is ervoor zorgen dat de marktwerking gefaciliteerd wordt. Daarvoor geven wij mensen toegang tot ons systeem, operatoren maar ook leveranciers. Wij zorgen ervoor dat nieuwe spelers toegang kunnen krijgen, onder andere aggregatoren die nieuwe technologie brengen. De laatste tijd zijn wij ook veel met batterijtechnologie bezig. We participeren ook in de beurzen. We zorgen ervoor dat de marktwerking goed kan functioneren.

 

De derde taak van Elia is de taak waarover wij het vandaag zullen hebben: wij zorgen ervoor dat het Belgische elektriciteitssysteem operationeel op elk moment in evenwicht is. Daarvoor ontwikkelen wij producten zoals demand response, maar ook reserves waardoor wij die taak kunnen uitvoeren. Die taak voeren wij uit in real time, en belangrijk, op basis van middelen die door anderen aan ons ter beschikking worden gesteld.

 

Elia is dus zelf geen producent van energie en kan zelf niet interveniëren met eigen capaciteit. Elia zal er dus voor moeten zorgen dat hij die capaciteit op de markt kan kopen. Als die capaciteit er niet is, kan Elia zijn taken niet uitvoeren zonder bijkomende maatregelen te nemen.

 

Om dat in goede banen te leiden hebben wij naast deze kernopdrachten ook een aantal wettelijke taken.

 

Een belangrijke wettelijke taak is het aanleggen van een strategische reserve en het bekijken van de wintersituatie. Dit is iets dat gebeurt op verzoek van de federale minister van Energie.

 

Zoals u weet is de overheid verantwoordelijk voor de Belgische bevoorradingszekerheid en heeft Elia daarin een consulterende of adviserende rol. Wij maken studies en leveren die af aan de minister. Op basis daarvan neemt zij haar beslissingen, die wij achteraf ook eventueel operationeel uitvoeren.

 

Belangrijk, in de pers is een aantal keer de opmerking gemaakt dat Elia weinig commu­niceerde naar het groot publiek. In deze hebben wij een adviserende rol. Dat wil voor ons zeggen dat wij de instituten respecteren. Wij adviseren de minister en de overheid. De primeur zal dus altijd voor het Parlement of voor de minister zijn en het zal aan hen zijn om over de verdere communicatie te beslissen.

 

In onze rol van het ondersteunen van de bevoorradingszekerheid met berekeningen komen wij terug op diezelfde LOLE-berekeningen. De wettelijke criteria om onze taak te kunnen uitvoeren, dus om het systeem een hele winter in evenwicht te houden, zijn vastgelegd op 3 uur LOLE in normale omstandigheden en 20 uur LOLE in extreme omstandigheden.

 

Ik kom tot de actualiteit.

 

Wat is er in de laatste tien dagen gebeurd dat al onze aandacht heeft opgeëist?

 

Wij hebben vorige week maandag ons rapport voorgelegd aan de minister, waarbij wij hebben aangetoond dat de wettelijke criteria voor deze winter niet meer werden gehaald. De redenen daarvan zijn plots veranderende marktomstandig­heden.

 

Zoals u op de tijdlijn ziet, zijn wij begonnen op het moment dat de minister aankondigde dat wij geen strategische reserve voor deze winter nodig hadden. Ik kom daarop straks terug. Dat was eind augustus.

 

Twee dagen later maakte ENGIE Electrabel bekend dat Doel 1 en 2 langer zouden dicht blijven, namelijk tot midden december en tot eind december.

 

Drie weken later schrijven verschillende kranten dat er onzekerheid groeit over het terug op de markt komen van Tihange 2 en 3.

 

Op 19 of 20 september zegt ENGIE Electrabel in een reactie aan de pers dat er niets aan de planning wordt gewijzigd, om dan een dag later een wijziging aan te kondigen van vijf, respectievelijk zeven maanden. Kortom, Tihange 2 en 3 zijn niet meer beschikbaar voor de rest van de winter.

 

Zeer kort na die bekendmaking op vrijdag zaten wij al samen bij de minister op het kabinet. Daar werd afgesproken dat wij tijdens het weekend analyses zouden maken. De LOLE-berekeningen die wij doen, zijn volledig probabilistisch, met een vrij complex model, dat een kleine dag draait om tot resultaten te komen. Op dat moment zijn er verschillende scenario's uitgewerkt. Die hebben wij dan op maandag terug besproken met de minister.

 

De plotse wijzigingen die wij gezien hebben, zijn van een grootteorde die wij in ons land nog nooit meegemaakt hebben. Liefst 3 gigawatt is op drie weken tijd plots niet meer beschikbaar voor deze winter, of een deel minstens tot het eind van het jaar en 2 gigawatt gedurende de hele winter. Het gaat om 25 % van het totaal aan geïnstalleerde beheersbare productiecapaciteit in België. Dat heeft natuurlijk onmiddellijk impact op de leveringszekerheid deze winter.

 

Vragen doken op, onder meer of Elia dat had kunnen inschatten en of Elia desgevallend strategische reserves had moeten aanleggen. Op die vragen kunnen wij duidelijk antwoorden dat dit niet het geval is.

 

De reden daarvoor is de volgende. Kijkt u mee terug op de tijdlijn naar het verloop van de aanleg van strategische reserve, zoals dat in de Belgische elektriciteitswet is vastgelegd, dan ziet u dat wij aan het begin van het jaar een begroting opstellen voor de daaropvolgende winter. Op 15 januari heeft de minister op basis van het advies van Elia gezegd dat er potentieel 500 megawatt strategische reserve aangelegd moest worden voor de komende winter. Elia mocht de procedure starten om die 500 megawatt te contracteren. Om die reden hebben wij op 15 maart een veiling georganiseerd.

 

Na die veiling zijn er enkele belangrijke wijzigingen ten positieve gebeurd in de markt. Op 19 maart heeft EDF Luminus aangekondigd dat de gascentrale van Seraing terug naar de markt komt. De strategische reserve en de markt werken enigszins als communicerende vaten, in die zin dat een in de markt of in de strategische reserve beschikbare centrale meegeteld kan worden voor de bevoorradingszekerheid in de winter, waardoor wij die niet meer hoefden mee te tellen in de volumes voor de strategische reserve. In april werd bovendien binnen Centraal-West-Europa afgesproken dat er een bijkomende transmissiecapaciteit of grensoverschrijdende capaciteit zou zijn voor België. Daardoor is de importbeperking van België verhoogd van 4 500 megawatt naar 5 500 megawatt.

 

Op basis daarvan heeft de minister ons eind juli gevraagd om de berekeningen opnieuw te maken, rekening houdend met die nieuwe situatie. Op 17 augustus hebben wij onze besluiten van die studie aan de minister bezorgd. Daarin hebben wij rekening gehouden met alle op dat moment beschikbare informatie. Dat betekent dat wij voor de beschikbaarheid van de centrales terugvallen op het transparantieplatform REMIT, wat een wettelijk ondersteund platform is, waarin de leveranciers verplicht zijn om de beschikbaarheid en de onbeschikbaarheid onmiddellijk kenbaar te maken. Ook eventuele wijzigingen moeten onmiddellijk op dat platform kenbaar gemaakt worden, aangezien dat een impact heeft op de elektriciteitsprijzen.

 

Naast de op REMIT geregistreerde beschik­baarheid hielden wij, net als de collega's van het Planbureau, ook een marge aan van één grote entiteit die supplementair kon uitvallen. Terug­reflecterend op de maand november gingen wij er op basis van REMIT van uit dat er twee centrales in onderhoud zouden zijn. Wij namen in de berekening dus een marge op van een bijkomende uitgevallen centrale, zodat het halve park ter beschikking zou zijn, terwijl wij uiteindelijk kunnen reken op één centrale.

 

Hier ziet u hoe het plaatje snel gewijzigd is en hoe drastisch de veranderingen zijn, waarmee wij geconfronteerd werden. Hier ziet u de onbeschik­baarheid zoals die op 30 augustus bekend was op REMIT aangeduid in het geel. Ook ziet u de prognose voor de maand november. Zoals ik gezegd heb, gingen wij ervan uit dat er twee nucleaire centrales onbeschikbaar zouden zijn. U ziet ook dat tegen midden september het hele park opnieuw beschikbaar moest zijn.

 

U ziet hier dat op dat ogenblik, kort nadat meegedeeld werd dat een strategische reserve niet nodig was, bekendgemaakt werd dat Doel 1 en Doel 2 tot midden december of eind december onbeschikbaar zouden zijn. Wij hebben onze berekeningen dus opnieuw gemaakt en wij zagen dat de marge waarvan ik gesproken heb, zou volstaan. Dat is op dat ogenblik ook met de minister besproken.

 

Toen wij op 21 september op de hoogte werden gesteld dat er bijkomend 2 gigawatt onbeschik­baar was, zagen wij natuurlijk onmiddellijk de consequentie daarvan. Voor november is er een consequentie van 3 000 megawatt, vergeleken met de berekening van 17 augustus. Voor de winter is er een verschil van ongeveer 2 000 megawatt. Die zaken vergen natuurlijk al onze aandacht.

 

Ik zoom even in op de berekening in de verschillende tijdsvakken. De simulatie van juli, die op 17 augustus aan de minister gecommuniceerd werd, bevatte het negatieve cijfer 300. Het kwam erop neer dat wij 300 megawatt extra beschikbaar hadden op de markt, vergeleken bij wat wij nodig hadden om onze taken uit te voeren, en dus was er geen nood aan een strategische reserve.

 

Op 1 september, na de aankondiging van de onbeschikbaarheid van Doel 1 en Doel 2 voor de periode tot midden of eind december, hebben wij de berekening opnieuw gemaakt. U ziet dat de marge toen terugviel naar nul. Een belangrijk punt daarin is dat de oorspron­kelijke berekening het grootste spanningsveld gaf in de maanden januari en februari. Daar heb ik het straks nog over. Doordat de planning voor Doel 1 en Doel 2 alleen maar betrekking had op het eerste deel van de winter, werd op dat ogenblik november de meest kritische maand in onze berekeningen.

 

Wat u dan ziet op de berekening van maandag 24 september, die toen aan de minister werd overhandigd, is dat door de bijkomend uitvallende 2 gigawatt wij een tekort op de markt hebben volgens die berekeningen van 1,6 tot 1,7 gigawatt, hetgeen u daarover correct in de pers heeft gehoord of gelezen.

 

Wat is nu onze rol vanaf die aankondiging op vrijdag? Kortom, wat doen wij en wat doen wij niet?

 

Wij zijn uiteindelijk verantwoordelijk om na te kijken wat de situatie is in de buurlanden. Wij hebben onmiddellijk contact opgenomen met onze geburen TSO's. Dat zijn in ons geval TenneT, Amprion en RTE, waarbij RTE in het zuiden natuurlijk zeer belangrijk is. Ik zal het daar straks ook nog even over hebben. Of de situatie in Frankrijk een import- dan wel exportsituatie is, heeft voor een groot deel een repercussie op het niveau van spanning op de Belgische markt.

 

Gisteren hebben wij in dat verband zeer positief nieuws ontvangen. De Franse netbeheerder heeft de simulatie ondertussen laten lopen voor de hele winter. Voor het eerste deel van de winter kwam men immers tot de conclusie dat voor een winter die één keer op tien jaar voorkomt, voor de maanden november en december de netbeheerder wellicht voor die periode een capaciteit van 1 000 megawatt export richting Belgische markt beschikbaar blijft hebben. Dat is belangrijk goed nieuws, want u zult straks bij de analyse van de situatie zien dat dit een belangrijke rol speelt in de verbetering van de toestand.

 

Wat doen wij nog? Wij zijn een vaste deelnemer aan de taskforce, opgericht onder leiding van mevrouw Marghem. Wij zijn natuurlijk niet degenen die zelf rechtstreeks op zoek moeten gaan naar capaciteit, want dat is de verantwoor­delijkheid van de regering, maar wij ondersteunen dat proces, omdat er voor bepaalde marktpartijen eventueel barrières kunnen bestaan. Wij hebben onder andere ook gekeken of het technisch mogelijk is, of het regulatoir kan worden ondersteund, of het legislatief moet worden ondersteund en of er contracten moeten worden getekend, dat Seraing vroeger naar de markt kan komen. Dat geldt ook voor Vilvoorde. Wij kijken naar de kwaliteit van de demand response die wij binnenkrijgen, en onderzoeken of de bijdragen die wij krijgen effectief een bijdrage leveren aan de oplossing van het probleem. Zoals mevrouw Devogelaer reeds heeft gezegd, een bijkomende installatie zonnepanelen zal niet helpen om in de avonduren de piek af te toppen. In die zin moeten wij vooral kijken naar de kwaliteit en de absolute beschikbaarheid gedurende de kritieke uren.

 

Wat is er ondertussen gebeurd?

 

Ik kom straks terug op de nieuwe berekeningen, die wij sindsdien hebben gemaakt. Er is ondertussen overleg geweest met ENGIE zelf en met een aantal marktpartijen. Daarna heeft ENGIE vorige week vrijdag zelf aangekondigd dat Tihange 1 vroeger naar de markt komt en dat Coo 5 en Rodenhuize 4 sneller naar de markt kunnen komen. Daarnaast hebt u gezien dat, op initiatief van de minister, een aantal andere volumes geïdentificeerd werden en die hebben wij dan ook mee opgenomen in onze berekening.

 

Als wij er in de berekening even van uitgaan – dat proces is nog gaande – dat alles wat ik net heb gezegd, definitief wordt geconfirmeerd, dan ziet u dat het tekort van 1,6 à 1,7 gigawatt voor de komende winter teruggebracht wordt naar een tekort van 700 à 900 megawatt. Dat is natuurlijk, zoals ik zei, op voorwaarde dat de aangekondigde 750 megawatt volledig firm is en op voorwaarde dat Tihange, Coo 5 en Rodenhuize 4 effectief vroeger naar de markt komen.

 

Wij zien dus enerzijds een zeer gunstige evolutie voor de maand november, anderzijds voldoen wij voor de hele winter nog altijd niet aan de wettelijke criteria voor de uitvoering van onze taak, wat dus wil zeggen dat er een risico op schaarste blijft.

 

Ik zal ook even inzoomen op het importverhaal, omdat dit natuurlijk een belangrijke sleutel is voor de verdere risico-inschatting. Hier ziet u de berekening die overeenstemt met de berekening die wij afgelopen maandag hebben gedaan. Het is zeer belangrijk te vermelden dat die twee berekeningen onafhankelijke berekeningen zijn. Hier gaat het om een operationele berekening, die deterministisch is, terwijl het op de vorige pagina's om probabilistische berekeningen ging. Er kunnen dus wel wat kleine afwijkingen zijn tussen die twee cijfers, maar het zijn wel de cijfers die bij ons worden gemonitord voor de komende weken en die week na week verder worden uitgewerkt.

 

Op de capaciteitsberekening ziet u dat er in de maand november, als de wintercondities wat tegenvallen, een grotere capaciteit moet worden ingevoerd dan België ooit heeft ingevoerd. In die zin is dat natuurlijk een zeer kritieke situatie. Hier ziet u de berekening gemaakt na alle maatregelen die ik daarnet heb aangekondigd: u ziet dat de situatie in november nog altijd zeer spannend is indien wij in strenge wintercondities terechtkomen. Anderzijds ziet u dat de situatie toch al wat afgevlakt is, zeker met het nieuws erbij dat er in al die omstandigheden zeker minstens 1 000 megawatt vanuit Frankrijk zou kunnen worden ingevoerd.

 

Wij menen dat wij, gezien de wettelijke criteria, het afschakelplan achter de hand moeten houden, ook al is de kans dat we het effectief zullen moeten toepassen, behoorlijk teruggedrongen.

 

U ziet ook dat er een uitdaging blijft met betrekking tot de situatie in de winter, zeker als dat een strenge winter is. Daar hebben wij tot nu toe veel minder positieve signalen gekregen vanuit Frankrijk, wat dus ook wil zeggen dat er verder moet worden gezocht naar potentiële oplossingen voor de periode januari-februari.

 

Ik kom tot de conclusies.

 

De situatie waarin wij terechtgekomen zijn, is ongezien. De marktomstandigheden zijn enorm veranderd in zeer korte tijd, met 3 000 megawatt verschil voor de maand november, 2 000 megawatt voor een aantal andere maanden. In onze vroegere studies hebben wij reeds gezegd dat wij in ons land werk moesten maken van de kernuitstap. Ik herinner u eraan dat wij in de vorige hoorzitting nog het cijfer 3,6 gebracht hebben, wat overeenstemt met de nood aan gascentrales om een kernuitstap te compenseren. Als wij dat cijfer vergelijken met de huidige situatie, dan zitten we met 1 gigawatt beschikbare nucleaire capaciteit automatisch met een probleem.

 

Uit de jongste analyses blijkt dat er nog altijd een bijkomende capaciteit nodig is van 700 tot 900 megawatt. Als wij dat realistisch bekijken, dan moeten wij zeggen dat wij dat voor november waarschijnlijk niet volledig zullen kunnen compenseren. We blijven samen met de minister wel zoeken. We bekijken de pistes die zij aanbrengt om na te gaan of die meer megawatt kunnen opleveren. Wij blijven dus samenwerken om te bekijken wat er mogelijk is.

 

Als we zien wat er op de markt beschikbaar is, stellen we echter vast dat we waarschijnlijk het hele verschil niet zullen kunnen dichtrijden. November zal een kritieke maand blijven. Het is wel belangrijk om te vermelden dat de verschuiving van het onderhoud van Tihange zeker en vast soelaas zal bieden in het tweede deel van de maand november. Daar krijgen we een volle gigawatt supplementaire capaciteit. U ziet in onze cijfers dat de risico's dan behoorlijk afnemen.

 

In januari en februari zijn nog steeds bijkomende maatregelen nodig.

 

Wij achten het nodig dat ENGIE verder bekijkt of er in de maintenance planning aanpassingen kunnen gebeuren waardoor zij in nucleair veilige omstandigheden vervroegd met een van deze nucleaire blokken terug naar de markt kunnen komen, hopelijk vanaf begin januari, zodat de situatie daar ook terug onder controle wordt gebracht.

 

Samenvattend leek de situatie ons zeer ernstig toen we ze op vrijdagmiddag in de eerste uren beoordeelden. Intussen zijn er een aantal acties ondernomen waardoor de risico's gedeeltelijk verminderd zijn. De windows zijn ook voor een stuk teruggedrongen. We focussen op dit ogenblik vooral op de eerste weken van november en op januari-februari. Toch wordt het een winter die we niet conform de wettelijke bepalingen zullen ingaan en we zullen week op week moeten monitoren hoe de situatie evolueert. Wij blijven dan ook ter beschikking van de overheid om te ondersteunen waar wij kunnen en om alle pistes die zij aanbrengt op hun haalbaarheid te onderzoeken en naar hun impact op de bevoorradingszekerheid te analyseren.

 

01.07 De voorzitter: Bedankt voor uw presentatie, mijnheer Peeters.

 

De volgende spreker is de heer Thierry Saegeman, Chief Nuclear Officer van ENGIE Electrabel.

 

01.08  Thierry Saegeman: Geachte parlementsleden, beste dames en heren, ik zal mijn presentatie afwisselen in het Nederlands en in het Frans.

 

Er is veel gezegd en geschreven sinds 21 september. Het is mijn bedoeling om jullie vragen zo precies en zo pragmatisch mogelijk te beantwoorden. Ik betreur dat er een zekere verwarring heerst rond de situatie die zich voordoet.

 

Laten we dus bij het begin beginnen.

 

In november zal slechts één van onze zeven kerneenheden draaien. Vanaf 17 november zullen, als alles verloopt zoals voorzien, Doel 3 en Tihange 1 aan het net gekoppeld zijn.

 

De onbeschikbaarheid van het nucleaire park heeft drie oorzaken. Tihange 1 zal in geplande revisie zijn van 13 oktober tot 17 november. De nucleaire brandstof moet gelost en geladen worden opdat de centrale opnieuw zou kunnen draaien tijdens de winter. Doel 1 en Doel 2 liggen stil om een deel van de investeringen van 700 miljoen euro uit te voeren, die nodig zijn om ze tien jaar langer uit te baten. Er werd ook een klein lek gedetecteerd en onze teams werken aan de analyse en herstellingen. Ten slotte, in Doel 4, Tihange 2 en Tihange 3 zijn inspecties aan het beton aan de gang, uitgevoerd in de gebouwen in de niet-nucleaire zone, waar de noodpompen zijn ondergebracht van het tweede niveau.

 

De toestand van het beton verschilt van gebouw tot gebouw, maar wat zeker is, is dat de werken, aangepast aan elke diagnose, voltooid moeten worden volgens een aanpak en methodologie die goedgekeurd is door de overheid, zodat het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, de goedkeuring voor de heropstart kan geven.

 

Er ligt dus slechts één eenheid stil voor onderhoud. De rest ligt stil wegens herstellings­werken die gelinkt zijn aan de vereisten voor nucleaire veiligheid.

 

Quand on parle des problèmes de béton, de quoi s'agit-il exactement? Dans des conditions normales de fonctionnement, le système 1 fonctionne dans la centrale. Le système 1 est composé de la salle de contrôle habituelle et de tous les équipements nécessaires au refroidissement du réacteur. Dans le cas très exceptionnel d'un incident, comme par exemple en cas de tremblement de terre, le système 2 peut se mettre en marche.

 

Le système 2 qui est donc le système de back-up se situe dans un bâtiment séparé en béton armé. Il est situé dans la partie non nucléaire de la centrale. Ce bâtiment, un bunker, résiste à des événements extrêmes comme la chute d'un avion. Dans d'autres pays, comme par exemple la France ou les Pays-Bas, un tel système de back-up n'existe pas.

 

Pour des raisons de sûreté nucléaire, avant chaque démarrage de la centrale, on doit démontrer que ce bunker est opérationnel. Quand, dans certaines parties du bunker, le béton est trop endommagé – et vous voyez ici quelques photos avant les réparations –, des réparations profondes s'imposent. C'est précisément ce qui est en cours pour l'instant.

 

Pourquoi le béton est-il atteint? De la vapeur à très haute pression et à très haute température (environ 200 degrés) est dégagée dans des locaux supérieurs du bunker que vous voyez sur les photos, lors des arrêts et démarrages de la centrale. Ceci se produit depuis trente ans déjà. Cette vapeur occasionne un choc thermique et de l'humidité sur les murs et sur les plafonds. Ces phénomènes finissent par endommager à la longue le béton. Soit dit en passant, on ne parle pas du tout ici du phénomène de béton dégradé (ou "betonrot" en néerlandais) mais d'un phénomène très particulier et limité à un endroit bien précis qui ne se produit donc que dans lesdits locaux.

 

Ik kom nog even terug op de foto's.

 

Dit zijn de herstellingen die we uiteindelijk hebben uitgevoerd in Doel 3. Vandaag is Doel 3 op het net en levert 1 000 broodnodige megawatt aan het net. Op deze foto's kunt u zien dat we een nieuwe daklaag hebben aangebracht op het gebouw. We hebben de goedkeuring van het FANC gekregen om opnieuw op te starten.

 

Hoe komt het dat het onderhoud van de verschillende centrales nu samenvalt?

 

Ik krijg vaak de vraag of dit niet beter gespreid kon worden. In normale omstandigheden valt het onderhoud van de verschillende centrales helemaal niet samen, maar vandaag beleven we geen normale situaties. Vandaag beleven we zeer uitzonderlijke omstandigheden. Als nucleaire operator zitten we vandaag midden in een cascade van aanzienlijke onderzoeken en werkzaamheden aan drie centrales tegelijk, waarbij we vanaf de eerste vaststellingen steeds vooruitziend hebben gehandeld en steeds met de nucleaire veiligheid als eerste prioriteit. Dit gebeurt in een continue dialoog met het FANC, dat uiteindelijk groen licht moet geven voor de opstart. U kunt het vergelijken met een complexe renovatie van uw huis. U begint bij de muren en uiteindelijk beslist u om ook het dak te vervangen, omdat er bij zeer extreme storm wel eens een dakpan zou kunnen wegvliegen.

 

Hier ziet u de tijdlijn van onze communicaties. Het is belangrijk om deze tijdslijn even te overlopen. In oktober 2017 stellen wij vast dat Doel 3 aanzienlijke herstellingen vereist. Na verschillende opties te hebben onderzocht, leidt dit uiteindelijk op 1 februari 2018 tot het aanbrengen van een nieuwe daklaag en een veilige opstart in augustus 2018.

 

Onmiddellijk na de winter 2017-2018, met name in april 2018, starten we met de uitgebreide inspecties van Tihange 3. De eerste vaststellingen zijn geruststellend, maar midden juni stellen we vast dat de verticale ijzers in het plafond niet allemaal op hun juiste plaats lijken te zitten. Dit hadden we absoluut niet kunnen weten. In mijn centrales werken echte supermensen, maar we zijn geen supermannen die door het plafond heen kunnen kijken. De nucleaire veiligheid vereist echter op dat moment dat men dit nieuwe gegeven onderzoekt in dialoog met het FANC. Dat vraagt tijd.

 

Met onze vaststellingen op Tihange 3 beslissen wij in juni onmiddellijk om de inspecties op Doel 4 te vervroegen van november naar augustus. Wij doen dit net om die eenheid in de winter van 2018 beschikbaar te hebben. Vooralsnog gaan wij uit van een terugkeer van deze eenheid op 15 december van dit jaar. Ook in Tihange 2 beginnen wij in augustus onmiddellijk met de inspecties. Wij hebben tijdens de zomer meer dan 200 ingenieurs en meerdere honderden contractors samengeroepen op drie werven om tegelijkertijd kolossale inspectieprogramma's en dito herstellingen uit te voeren. Het is ook belangrijk dat u weet dat dit geen copy-pasteverhaal is. Alle eenheden hebben een ander ontwerp en er zijn verschillende hersteltechnieken toegepast in het verleden.

 

De maand augustus gaat voorbij, alle inspecties vinden plaats, en op 21 september beschikken wij over alle informatie en kunnen wij op een stabiele manier nieuwe opstartdata bekendmaken. Laat mij daarbij iets zeggen over REMIT en onze communicatieverplichtingen. Ik wil daarmee reageren op wat ik daarstraks heb gehoord, met name: "ENGIE Electrabel zegt op 20 september dat alles goed is, en op 21 september is dat plots niet meer zo."

 

Zo gaat het natuurlijk niet, in termen van communicatie. Er is enerzijds de informatie die men heeft over de toestand van de centrales en anderzijds wat men moet communiceren aan alle energiespelers op de markt over de beschik­baarheid van centrales. De regelgeving, REMIT genaamd, is heel strikt. Telkens men een nieuw, duidelijk inzicht heeft over de toestand van zijn centrales moet men zijn beste inschatting van de nieuwe opstartdatum communiceren.

 

Ik geef het voorbeeld van Doel 3. U kunt dat hier zien. Lichtgroen gekleurd, onder aan de pijl. De opstartdatum van Doel 3, gestopt in oktober 2017, is op REMIT bijvoorbeeld vijf keer bijgesteld. Dat is niet ongewoon. Dat is ook het geval voor alle andere, klassieke centrales die op REMIT informatie publiceren. In de tussentijd, bepaalt de regelgeving, mag men onder geen enkel beding bepaalde spelers op de markt bevoorrechte informatie geven en moet men bij zijn vooropgestelde opstartdatum blijven. Wij passen die regelgeving altijd zeer nauwgezet toe, ook in deze technisch complexe situatie.

 

Ik sta even stil bij hoe onze stilstanden worden ingepland en wat er dan gebeurt.

 

Comment s'articulent tous ces travaux, ces révisions, ces arrêts programmés, avec l'exploitation de nos centrales?

 

Tous les 18 mois (ou tous les 12 mois pour Doel 3) une centrale nucléaire est mise à l'arrêt. C'est donc relativement fréquent. Cela se fait de façon périodique, donc planifiée, et ce afin de remplacer le combustible du réacteur. Pendant un tel arrêt planifié, des centaines d'inspections sont effectuées et, en fonction des constatations, des réparations sont réalisées. Certaines sont reportées. Ceci fait partie du déroulement normal des opérations. À condition, bien entendu, que cela ne présente aucun risque pour la sécurité nucléaire.

 

Il n'en va pas autrement pour le béton des bunkers. Dans les années 1990 et 2000, nous avions déjà effectué des réparations et apporté des améliorations à ceux-ci. Nous avions par exemple installé des plaques de protection thermique ou des coatings, c'est-à-dire des revêtements spécifiques.

 

Et donc, en passant, je tiens à démentir ferme­ment les propos d'un mystérieux témoin anonyme que vous avez peut-être vu à la télévision, repris la semaine dernière à ce sujet dans les médias. Des inspections ont toujours eu lieu, ainsi que des réparations. Et dès que nous avons su que des réparations plus importantes étaient requises, en octobre 2017, sur Doel 3, nous avons pris les mesures qui s'imposaient. Ces mesures, nous sommes toujours en train de les prendre sur les autres unités.

 

Ik wil ook graag nog even terugkomen op de verantwoordelijkheid van ENGIE Electrabel, meer bepaald met betrekking tot de bevoorradings­zekerheid, nu en in de toekomst.

 

ENGIE Electrabel beschikt over een lokaal en gediversifieerd productiepark. U weet dat wij de grootste groenestroomproducent van het land zijn en dat wij in dit land ook gas-, biomassa- en waterkrachtcentrales hebben. Wij vertegen­woordigen ongeveer 50 % van de elektriciteits­productie in België, wat ook wel wil zeggen dat er nog andere spelers zijn, die de overige 50 % produceren.

 

Als nucleaire exploitant is het onze eerste verantwoordelijkheid de nucleaire veiligheid voor onze medeburgers, personeelsleden en contractors te garanderen. Die heeft altijd voorrang. Onze tweede verantwoordelijkheid, als grootste energieleverancier van het land, is onze meer dan 2 000 000 klanten dag en nacht van energie en diensten te voorzien en daarvoor de nodige centrales te laten draaien of energie aan te kopen bij andere producenten of op de energie­markt. De energie die onze klanten van het net halen, moet dus met andere woorden globaal en op elk moment in overeenstemming zijn met wat wij als netgebruiker injecteren. Dat is onze bijdrage aan het globale evenwicht van het Elia-systeem. Wij hebben die verantwoordelijkheden steeds opgenomen en zullen die ook steeds opnemen.

 

Het is echter niet onze verantwoordelijkheid om het evenwicht tussen vraag en aanbod op het hoogspanningsnet te verzekeren. Dat is het werk van Elia. Het is ook niet ons werk om de elektriciteit tot bij u thuis te vervoeren. Dat is het werk van Fluvius, Sibelga, RESA of ORES. Het is evenmin onze verantwoordelijkheid de energie­politiek van het land te bepalen. Dat is natuurlijk het werk van de opeenvolgende regeringen.

 

Anderzijds, zijn wij wel een verantwoordelijk bedrijf, dat al meer dan 100 jaar elektriciteit produceert in België. Wij zullen dus alles doen om Elia te helpen in zijn zoektocht naar extra capaciteit. Wij zullen ons gediversifieerd en flexibel productiepark deze winter maximaal inschakelen.

 

Wij hebben in ons klassieke productiepark optimalisaties uitgevoerd door zo veel mogelijk onderhoudsbeurten uit te stellen tot na de winter. Dit vertaalt zich in een beschik­baarheid van 12 gigawatt (of 12 000 megawatt) aan capaciteit, het equivalent van 12 kerncentrales – geen 12 kern­centrales, zoals ik ook ergens heb gelezen, maar het equivalent van 12 kern­centrales. Die capaciteit is als volgt verdeeld: 5,2 gigawatt in België en 6,8 gigawatt in Nederland, Duitsland en Frankrijk.

 

We hebben vorige week vrijdag, na een overleg met de operationele teams, kunnen vastleggen dat we het geplande onderhoud van Tihange 1 met een week konden vervroegen en de scope van de werken konden inkorten. We hebben ook een akkoord gesloten met de eigenaars van de centrale van Vilvoorde.

 

Tot slot, hanteren we ook een systeem van vraagbeheer met onze grote industriële klanten.

 

We bekijken trouwens verder alle mogelijkheden. Ik was dan ook blij te horen dat onze inspanningen hebben geloond, als ik de presentatie van de heer Peeters heb gezien. Wij roepen dan ook op om verder te werken. Wij zullen ook meewerken. Wij roepen ook alle andere producenten en leveranciers, en ook Elia, op om samen te werken en de ontbrekende megawatts te vinden.

 

Une question souvent posée concerne l'impact sur les prix de ces indisponibilités, notamment suite aux annonces du 21 septembre. Je me permets de revenir un instant là-dessus. C'est une question logique, que tout le monde se pose: nos clients, et l'ensemble des consommateurs d'ailleurs.

 

Il est vrai que l'énergie devient chère. Les prix du mazout de chauffage ont doublé par rapport à l'an dernier pour les gens qui doivent remplir leur cuve à mazout. Les prix du gaz sur les marchés ont augmenté de près de 60 % en un an, de 16 euros/MWh à 25 euros/MWh.

 

Je sais que vous le savez: dans votre facture, seul un quart représente votre consommation énergé­tique. C'est la partie Luminus, Lampiris ou Electrabel. Le reste, ce sont les charges et taxes, le soutien aux énergies renouvelables, le transport, la distribution.

 

L'indisponibilité des centrales nucléaires belges a entraîné une augmentation des prix dits "spot", à court terme, en Belgique, principalement en raison de l'incertitude. Les acteurs de marché se posent des questions sur quand ces unités seront de retour. Cette augmentation est de nature temporaire. Elle durera jusqu'à ce que les centrales fonctionnent à nouveau. Ceci aura donc un impact relativement faible sur la facture des clients finaux.

 

Par contre, ce qu'il faut souligner, et le graphique présenté ici en atteste, c'est que les éléments qui ont un impact réel sur le prix de l'électricité sur les marchés de gros sont à la hausse depuis le début de l'année. Le prix du gaz, du charbon et du CO2 ont un impact structurel sur le prix de l'énergie sur les marchés, sur lesquels les différents fournisseurs achètent pour répondre aux besoins de leurs clients.

 

Vous voyez d'ailleurs ici la courbe représentant l'évolution des prix de l'électricité, alors que les surfaces illustrent l'évolution des prix du gaz et du charbon, incluant le coût de leurs émissions de CO2, transformés dans les centrales adéquates. Finalement, les coûts de production de ces centrales au gaz ou à charbon déterminent la hausse des prix. L'arrêt des centrales nucléaires en ce moment et les annonces du 21 septembre n'ont que faiblement contribué à cette hausse, avec une incertitude avec effet court terme.

 

Pour ce qui est de nos clients et pour les ménages en général, nous rappelons que tout dépend du type de contrat: fixe ou variable. Il est difficile de donner des chiffres. Quoi qu'il en soit, je crois que l'énergie devient plus chère. C'est notre conviction, raison pour laquelle ENGIE travaille à offrir des solutions d'efficacité énergétique. La solution, selon nous, est de consommer moins. Notre ambition est d'aider nos clients à mieux et à moins consommer et de faire de ce pays le champion de l'efficacité énergétique.

 

Nog een woord over ENGIE Electrabel. Sommigen beweren dat Electrabel zich verrijkt door de huidige situatie in België. Deze bewering is uiteraard fout en wij wensen dat dan ook formeel te ontkennen. Zoals u ziet, zijn de prijzen op de Europese markten al een jaar aan het stijgen door de verhoogde prijzen van steenkool, CO2, aardgas. Wij herinneren er trouwens aan dat de onbeschikbaarheid van onze kerncentrales gelinkt is aan nucleaire veiligheid en dat dit voor ons dit jaar voor een verlies zal zorgen van 600 miljoen euro. Het is dus volledig verkeerd en absurd om te beweren dat het bedrijf economisch voordeel haalt uit deze situatie. Wij zouden het eerste bedrijf ter wereld zijn dat munt slaat uit een situatie waarbij wij de fabrieken waar wij ons eigen product maken, stilleggen.

 

En guise de conclusion, je vous dirai que ce n'est pas de gaieté de cœur que nous devons mettre à l'arrêt une partie de notre parc nucléaire cet hiver. J'espère que vous avez bien compris que ce n'est en rien un planning de révision mal établi mais que c'est bien à cause des questions relatives à la sûreté nucléaire. Nous mettons tout en œuvre pour remettre en activité notre parc. Cela se fera sous le contrôle intransigeant de l'AFCN.

 

L'état des dégradations du béton est différent d'un bâtiment à l'autre et d'une unité à l'autre. Nous avons mobilisé les meilleurs ingénieurs et les meilleurs techniciens dont je suis très fier. Nous négocions avec nos contractants qualifiés pour qu'ils nous garantissent la disponibilité de leurs meilleures équipes et de leurs meilleurs chefs de chantier. Bien entendu, nos contractants doivent être habilités par l'autorité compétente et subir tous les contrôles pour avoir accès aux deux sites nucléaires belges.

 

Il s'agit de vastes travaux de génie civil qui nécessitent des analyses, des mesures, des préparations minutieuses. Qui plus est, les chantiers évoluent en parallèle, ce qui a un impact considérable sur les équipes à mobiliser. Ces contractants doivent au préalable être habilités, comme je l'ai dit. Ces étapes prennent donc du temps et se font sous le contrôle de l'AFCN qui devra, au final, pour chaque unité, donner son accord pour le redémarrage.

 

Je voudrais vous garantir le sérieux et l'implication de mes équipes. Nous faisons tout ce qui est en notre pouvoir pour faire tourner nos unités. Le préjudice que nous subissons comme entreprise, je vous l'ai dit, est gigantesque mais nous sommes aussi un acteur responsable et ancré localement. Nous sommes le premier producteur vert du pays. Nous ferons tout ce qui est en notre pouvoir pour aider Elia dans sa responsabilité d'assurer à tout moment l'équilibre entre l'offre et la demande.

 

Je vous remercie beaucoup.

 

Le président: Je vous remercie, monsieur Saegeman, pour votre intervention. Nous aurons certainement l'occasion d'y revenir lors de l'échange de vues, tout à l'heure.

 

Le quatrième organisme invité est la CREG qui est représentée par un trio de directeurs: M. Andreas Tirez, M. Laurent Jacquet et M. Koen Locquet. J'imagine que vous allez, comme à votre habitude, vous répartir le temps de parole. Je vous demanderai simplement de vous en tenir à quinze, vingt minutes, si c'est possible.

 

Les salles de commission sont formatées pour quatre invités. Dès qu'ils sont plus nombreux, il faut jouer aux chaises musicales. Je le regrette mais c'est ainsi.

 

01.09  Koen Locquet: Monsieur le président, chers membres de la commission, je vous remercie pour cette invitation qui nous donne l'occasion de pointer certains éléments et de donner quelques informations sur ce dossier. Je tiens également à excuser notre présidente qui est actuellement souffrante.

 

La présentation comportera deux volets.

 

De heer Tirez zal een uiteenzetting geven over de maatregelen die betrekking hebben op de marktwerking en die een impact kunnen hebben op de beschikbare capaciteit.

 

Laurent Jacquet donnera, quant à lui, un aperçu de ce qu'on a pu constater concernant l'évolution des prix à l'heure actuelle et pour le futur proche impacté par les événements.

 

01.10  Andreas Tirez: Mijnheer de voorzitter, geachte parlementsleden, ik dank u voor de uitnodiging om ook de impact van de marktwerking op de bevoorradingszekerheid uiteen te kunnen zetten. Wij denken dat een goede marktwerking risico's op tekorten sterk kan verminderen en hopelijk zelfs verwaarloosbaar kan maken.

 

Ik zal drie punten uiteenzetten.

 

Ten eerste, de maatregelen om de binnenlandse capaciteit te verhogen. Het gaat dus over de extra capaciteit die gezocht wordt. Wij denken dat de markt haar werk doet. Ten tweede, de maat­regelen om de import­capaciteit te verhogen. Wij schatten in dat Elia werkt met importniveaus van 2 000 tot 3 000 megawatt ten opzichte van een maximale import van 5 500 megawatt, die mogelijk is voor België. Ten derde, wij hebben een aantal vragen omtrent het model dat Elia hanteert voor de bevoorradings­zekerheid, betreffende transparantie en in welke mate de resultaten consistent zijn met hetgeen wij zien op de markt.

 

Ten eerste, de maatregelen om de binnenlandse capaciteit te verhogen.

 

Wij zien dat er op de markten zeer hoge prijzen zijn en dat geeft een signaal, een incentive aan alle marktspelers, dus niet alleen aan ENGIE Electrabel, om zoveel mogelijk extra capaciteit te vinden. Daarvoor zijn er in sommige gevallen uitzonderlijke maatregelen nodig, in die zin dat wij toelaten dat de gascentrales in Vilvoorde en Seraing sneller naar de markt kunnen terugkeren. Er is daarvoor een koninklijk besluit in de maak. Dan zijn er nog andere manieren om de capaciteit naar de markt te brengen, bijvoorbeeld demand response via een nieuw systeem van transfer of energy, dat sinds dit jaar van kracht is. Dat is niet meer dan het verlagen van de barrière om de demand response naar de markt te krijgen. Anderzijds, is er ook nog back-upcapaciteit geïnstalleerd bij veel consumenten. Dat gaat over de industrie, ziekenhuizen, telecom en de landbouw. De CREG heeft bijvoorbeeld een analyse gemaakt van de geïnstalleerde capaciteit bij ziekenhuizen en daar zou in totaal 200 megawatt geïnstalleerd zijn, waarvan het grootste deel kan synchroniseren met het net. Dat zijn zaken die de capaciteit in het binnenland kunnen verhogen.

 

Wij zijn er dan ook geen voorstander van, in deze situatie, dat deze worden opgenomen in een strategische reserve. Waarom niet? Omdat men moet betalen voor die strategische reserves en omdat deze alleen kunnen gebruikt worden als er echt een elektriciteitstekort dreigt. Als men die daarentegen buiten de strategische reserves houdt, dan kunnen ze veel meer ingezet worden en hebben ze een veel positievere impact, neerwaartse impact, op de prijs. De prijzen zijn van die aard dat de extra capaciteit wel rendabel in de markt kan geactiveerd worden.

 

Ik zal ook nog iets zeggen over REMIT.

 

Zoals daarnet gezegd, is REMIT een Europese verordening die elke marktspeler verplicht om alle informatie die een significante impact kan hebben op de prijs onmiddellijk en adequaat te publiceren. Pas dan mag die marktspeler zelf op de markt handelen op basis van die informatie. Dat is een belangrijke nieuwe regelgeving die de CREG, samen met de Europese regulator, afdwingt – in België dan. Wij hebben die analyses in het verleden al uitgevoerd, bijvoorbeeld in de periode van oktober tot december van vorig jaar, toen er ook een aantal vragen was over de plotse onbeschikbaarheid van nucleaire centrales. Wij hebben dan de nodige informatie opgevraagd bij ENGIE en het FANC en vastgesteld dat de regels van REMIT gerespecteerd werden.

 

De importcapaciteit is een ander belangrijk middel om de bevoorradingszekerheid te verbeteren.

 

Voor België is dat heel belangrijk: wij kunnen tot 5 500 megawatt importeren, en wij hebben recent ook bijna 5 000 megawatt geïmporteerd. Uit de nieuwe analyses die wij gisterenmiddag van Elia hebben gekregen blijkt dat de nood aan import maximaal 4 000 megawatt is in november. Daarvoor werd er wel gerekend met minder import. Elia deed de berekening als volgt: als Frankrijk ook moet importeren, dan zakt de mogelijke import voor België terug naar 2 000 megawatt of minder. Wij schatten nu in dat Elia rekent op een importcapaciteit van 3 000 megawatt of minder, en dat dit nog altijd leidt tot een tekort van 700 tot 900 megawatt.

 

Er is dus nood aan extra importcapaciteit en wij denken dat er drie maatregelen zijn die men tegen november 2018 zou kunnen nemen. Dat zijn geen uitzonderlijke maatregelen, maar gewoon maatregelen die een betere toepassing zijn van de regels voor de interne markt, de single market, gebaseerd op Europese verordeningen en een aanbeveling van de Europese regulator, ACER.

 

Ik wil ook nog aanstippen dat die lage import­capaciteit van 2 000 à 3 000 megawatt ten opzichte van de 5 500 megawatt die mogelijk is, ook indien er geen tekorten zijn in België de komende winter, problematisch is, want hogere prijzen dan nodig kunnen de markt ernstig verstoren.

 

Ook de rol van de Europese Commissie om de regels van de interne markt af te dwingen, mag niet worden onderschat.

 

Drie maatregelen.

 

De eerste maatregel is sinds april 2018 van kracht. De Europese markt­koppeling is de markt­koppeling die de verschillende markten in België en de ons omringende landen met elkaar verbindt. Als een transmissielijn van een netbeheerder in die marktkoppeling zit, moet deze minstens 20 % van de lijncapaciteit ter beschikking stellen van de Europese markt. Wij vinden 20 % echt een minimum en pleiten ervoor om dat op te trekken, maar er is nu afgesproken dat het minstens 20 % moet zijn. Alleen is dat niet gegarandeerd. Er zijn al dagen geweest dat netbeheerders in andere landen die 20 % niet hebben gehaald. Wij pleiten ervoor dat toch minstens 20 % zou worden gegarandeerd. Volgens een inschatting van Elia levert dat 500 megawatt meer importcapaciteit op ten opzichte van vorig jaar, toen die regel nog niet van kracht was.

 

Voorzitter: Michel de Lamotte.

Président: Michel de Lamotte.

 

Wij pleiten er ook voor dat de winterlimiet van de transmissielijnen wordt toegepast in de winter. Dat lijkt evident, maar de CREG heeft op basis van een analyse van 2016 en 2017 vastgesteld dat niet alle Europese netbeheerders dat doen. Wij pleiten ervoor dat alle netbeheerders die winterlimiet altijd zouden toepassen. Dat geeft ook meer capaciteit omdat een lijn 's winters meer kan transporteren wanneer het koud is dan in de zomer wanneer het warm is.

 

Een derde belangrijke maatregel is het beperken van de zogenaamde loop flows waarover de CREG hier in de Kamercommissie al regelmatig informatie heeft gegeven. Zij heeft daarbij regelmatig haar beklag gedaan over het feit dat er hoge loop flows door het Belgische netwerk stromen.

 

Loop flows worden gegenereerd. In deze context is dat vooral in Duitsland, omdat Duitsland veel elektriciteit in het noorden heeft waar veel wind is en, niet te vergeten, ook veel bruinkool. Er is ongeveer 19 gigawatt bruinkool in het noorden van Duitsland. Dat produceert veel elektriciteit, die naar het zuiden moet worden getransporteerd. Een groot deel gaat uiteraard via Duitsland, maar een aanzienlijk deel gaat ook via de buurlanden, namelijk Oost-Europese landen maar ook via Nederland, België en Frankrijk. Dat zijn fysieke stromen. Dat zijn dus geen virtuele maar fysieke stromen, die weliswaar voor lage prijzen in Duitsland zorgen omdat ze dan goedkope bruinkoolstroom en windstroom naar het zuiden kunnen voeren. Ze gebruiken echter wel onze importcapaciteit waardoor wij hogere prijzen hebben en misschien zelfs een risico van afschakeling. Dat gaat over stromen tot 1 000, 2 000 en zelfs meer megawatt die wij volgens de huidige regels moeten laten passeren, wat niet conform is volgens de regels van de interne marktwerking. Een en ander betekent immers een discriminatie, aangezien Duitse consumenten in dat geval voorrang krijgen op het gebruik van die netwerkcapaciteit ten nadele van Belgische en andere consumenten in Europa. Dat is een discriminatie die tegen de regels van de interne markt ingaat.

 

Belangrijk daarbij is ook het volgende. Zelfs indien wij op het vlak van de bevoorradingszekerheid in problemen zouden komen en dus een elektriciteits­tekort zouden riskeren met prijzen die tot 1 000, 2 000 en zelfs tot het maximum van 3 000 euro zouden gaan, dan nog kunnen wij de loop flows niet wegconcurreren. Zij krijgen prioritaire toegang.

 

Het goede nieuws is dat er een snelle oplossing mogelijk is. Fysisch is het mogelijk om die loop flows te beperken. Dat kan heel snel. Dat kan bij wijze van spreken volgende week al verminderd worden. Waarom? Omdat Duitsland zelf capaciteit in het zuiden in reserve heeft, wat men dan noemt om aan redispatching te kunnen doen.

 

Duitsland heeft dus die reservecapaciteit die vorige winter en deze winter op 6 600 megawatt staat. Dat is capaciteit die de Duitse netbeheerders hebben gecontracteerd in het zuiden van Duitsland, om te activeren indien er bij hen interne congestieproblemen zouden zijn, om dus die centrales in het zuiden op te starten zodat die stromen van noord naar zuid teruggeduwd kunnen worden. Zouden die ingezet worden om onze loop flows te verminderen, dan zou dat een effect kunnen hebben dat wij inschatten op 1 500 tot 2 000 megawatt. Dat zou de importcapaciteit voor België gevoelig verhogen en het risico van afschakeling en te hoge prijzen sterk verminderen.

 

Nog een paar woorden over de analyses die Elia maakt over de bevoorradingszekerheid.

 

We hebben een aantal vragen over de trans­parantie van die analyse. We krijgen van Elia wel gegevens over hoeveel importcapaciteit er nodig is om security of supply te garanderen, maar krijgen geen informatie van Elia over met hoeveel importcapaciteit zij rekenen. Er is 4 000 megawatt nodig in november, er is ongeveer 900 megawatt te kort voor de volledige winter: is dat dan omdat er maar 3 000 megawatt wordt geïmporteerd of kan worden geïmporteerd in november? Die zaken zijn voor ons niet duidelijk. Eerder werd er gerekend met de lagere niveaus: 2 000 megawatt. We kennen ook niet alle redenen waarom Elia met die lage importniveaus rekent.

 

Voorzitter: Jean-Marc Delizée.

Président: Jean-Marc Delizée.

 

Er is evenmin communicatie over de context. Uit het model van Elia, waarop ik straks even terugkom, bleek vorige week, toen wij daarvan in de taskforce konden kennisnemen, dat er in november in België enkel een tekort zou zijn als Frankrijk ook importeert. Dat laatste is een belangrijke voorwaarde en naar ons gevoel kon dat voor de markt belangrijke informatie geweest zijn. In ieder geval, wij vinden dit belangrijke informatie, die ik straks zal tonen, omdat men qua marktprijzen een andere inschatting zou kunnen maken.

 

Wij zien daarnaast dat Elia geen maatregelen voorstelt om de importcapaciteit gevoelig te verhogen, terwijl er volgens ons wel maatregelen mogelijk zijn. Nogmaals, het gaat niet om uitzonderlijke maatregelen, het gaat gewoon over de toepassing van de Europese regels van de interne markt, de single market, wat sinds de brexit toch wel een hot topic is, zo heb ik ergens gelezen.

 

Een tweede punt is dat de resultaten die wij vrijdag van Elia te zien hebben gekregen, niet consistent zijn met de marktresultaten. Indien het klopt, zoals uit het Elia-model bleek, dat België in november enkel een elektriciteitstekort kan hebben op het moment dat ook Frankrijk importeert, dan wordt het natuurlijk zeer belangrijk om te weten of Frankrijk al dan niet ook zal importeren. De gevolgtrekking daarvan is, als Frankrijk moet importeren wanneer wij een tekort hebben, dat ook Frankrijk een tekort heeft. De marktkoppeling betekent dat Frankrijk dan ook zeer hoge prijzen zal kennen, tot 3 000 euro per megawattuur.

 

Als we dan kijken naar de marktprijzen voor november 2018, dan ziet u het verloop van de marktprijzen sinds 1 augustus van dit jaar tot einde september. U kunt zien dat er in België een schaarste wordt verwacht, met prijzen tot 150 en gisteren zelfs tot 170 euro per megawattuur. Dat is enorm hoog. In andere landen is dit echter niet het geval. Op basis van deze marktprijzen had men kunnen inschatten dat Frankrijk zeker niet evenveel uren schaarste zal hebben als België, om niet te zeggen helemaal geen schaarste. Dat werd heel recent ook bevestigd door de Franse netbeheerder aan Elia.

 

Wij willen toegang tot dat model. Dat hebben we hier vorig jaar ook gevraagd. We denken dat het nodig is om de inschattingen te kunnen maken en de impact op de bevoorradingszekerheid omdat die marktwerking, niet enkel binnenlandse capaciteit maar ook importcapaciteit, een belangrijk aspect is om de bevoorradings­zekerheid te garanderen.

 

Le président: Monsieur Jacquet, je vous en prie.

 

01.11  Laurent Jacquet: Goedemiddag dames en heren, ik zal het hebben over de evolutie van de elektriciteitprijzen. We zullen de evolutie van de groothandelprijzen laten zien en daarna de impact op de facturen van de gezinnen, de kmo's en de grote bedrijven analyseren.

 

Je ferai ma présentation en français mais les slides sont disponibles en français et en néerlandais.

 

Si on commence avec les prix de gros, que voit-on? Le graphique du dessus montre que le prix du CO2 a augmenté de manière significative depuis le début 2018. C'est dû à une réforme des mécanismes de droits d'émission qui tend à faire diminuer l'offre et qui pousse donc le prix vers le haut.

 

Le deuxième graphique concerne l'évolution du prix du gaz naturel. On voit qu'il est également en hausse depuis le début de l'année. C'est dû non seulement à l'augmentation du prix du CO2 mais aussi à l'offre de gaz qui a eu tendance à diminuer en Europe suite à des indisponibilités sur les infrastructures de transport et à une demande élevée en Asie pour le moment.

 

Le troisième graphique concerne le prix de l'électricité. On voit qu'il est en hausse mais, pour la Belgique, plutôt depuis les mois d'avril et mai de cette année. Dans le tableau, vous voyez les prix sur les bourses à différents horizons de temps, avec livraison pour le lendemain (D+1) ou l'année suivante (Y+1). On voit que cette augmentation est significative, de l'ordre de 30 euros pour le prix annuel, de moins de 40 euros en janvier et de 65 euros aujourd'hui si on fait la moyenne du mois de septembre.

 

Au slide suivant, si on regarde de plus près les prix de l'électricité en Belgique, on voit qu'il y a un décrochage du prix belge par rapport aux pays voisins. Vous voyez que la courbe bleue, qui représente le prix en Belgique, passe au-dessus des courbes des pays voisins. C'est dû à l'indisponibilité de centrales nucléaires – c'est l'effet dont on a parlé – mais aussi de certaines centrales au gaz.

 

Vous pouvez voir tout cela sur le tableau situé en dessous. En rouge sont indiqués les arrêts des centrales tant pour le parc nucléaire (au-dessus) que les centrales au gaz (en dessous). Vous pouvez clairement voir qu'il y a eu plus de rouge en septembre qu'en août ou en juillet.

 

Voyons maintenant quel est l'impact pour les ménages et les PME. La question que tout le monde se pose est de savoir quel sera l'impact de la hausse des prix de gros sur la facture. On peut dire, en toute objectivité, que cet impact dépendra de la durée durant laquelle les prix seront élevés.

 

Deux cas sont possibles. Il y a les contrats en cours. Pour ceux-ci, on a une relative bonne nouvelle puisque la grande majorité – plus de 60 % des ménages et environ 70 % des PME – ont signé des contrats à prix fixe. Cela veut dire qu'ils sont "protégés" par ce contrat. Pour eux, il n'y aura donc pas d'impact de la hausse des prix jusqu'à l'échéance du contrat. Dans ce cas, on ne peut donc recommander de ne pas changer de produit, ni de fournisseur. Il y aussi les contrats à prix variables. Cela représente à peu près un tiers des consommateurs. Ces prix variables suivent l'évolution en bourse des prix de l'électricité. Dans ce cas, il n'y a pas d'urgence à changer de produit ou de fournisseur.

 

À l'échéance du contrat, il est vivement recommandé de comparer les prix, tout d'abord avec le CREG Scan, un outil mis en place pour situer son produit par rapport au produit le plus cher et le moins cher du marché afin de décider vraiment en connaissance de cause s'il est opportun ou non d'en changer. Il est recommandé, ensuite, d'aller voir sur un comparateur en ligne de manière à choisir, parmi l'offre des fournisseurs, le produit le plus intéressant.

 

Si le contrat qu'on a arrive à échéance, deux options sont possibles. On peut opter pour un prix fixe. Dans ce cas, il existe un certain danger puisque les prix sont assez élevés, aujourd'hui. Opter pour un prix fixe veut donc dire bloquer ce prix élevé pendant un an, voire deux ou trois ans.

 

Pour donner un ordre de grandeur, les prix des produits fixes, aujourd'hui en octobre 2018, sont en moyenne de 110 euros plus élevés que les prix que nous avons connus en octobre de l'année dernière.

 

Les prix des produits variables sont effectivement élevés aujourd'hui, mais n'oublions pas les indexations périodiques, en général quatre fois par an. Autrement dit, il faut se caler à nouveau sur l'évolution des prix sur les marchés de l'électricité en bourse. On s'attend généralement, car c'est ce que l'on constate chaque année, à une baisse des prix aux alentours du printemps et de l'été. Avec le retour annoncé des unités nucléaires, nous devrions connaître une baisse de prix si tout se passe comme prévu. Celle-ci se reflétera bien sûr dans la facture du consommateur.

 

À court terme, s'il faut changer de contrat, on a intérêt à choisir un contrat variable et à suivre les évolutions pour, dans quelque temps, comparer à nouveau les prix et faire le bon choix.

 

J'en viens à deux éléments importants. Le premier est le fait que la composante électricité représente environ 25 % de la facture en Flandre et 30 % de la facture totale en Wallonie et à Bruxelles; l'impact à la hausse portera donc sur ces 25 à 30 % de la facture.

 

Le deuxième élément est que la facture de décompte que vous recevez est établie sur douze mois. Autrement dit, le montant de cette facture dépendra du moment où vous la recevrez. Les clients qui la recevront prochainement connaîtront une augmentation de facture relativement limitée. Par contre, les clients qui la recevront après l'hiver ressentiront l'augmentation de manière plus importante.

 

Après avoir parlé des ménages et des PME, voyons le cas des consommateurs industriels. Un point plutôt négatif est que la composante énergie représente une part plus importante dans la facture totale des industriels que dans celle des ménages. En effet, les industriels récupèrent et ne payent pas la TVA. Ils ont souvent des dégressivités de surcharge de taxes, etc. Lorsqu'ils ne sont pas raccordés au réseau de distribution, ils paient uniquement les tarifs de transport. Lorsqu'ils sont raccordés au réseau de distribution, ils paient des tarifs relativement bas. L'impact à la hausse des prix de gros sera plus sensible pour les industriels; c'est le premier constat.

 

Un point positif est que la grande majorité des industriels fixent leurs prix à l'avance, sur la base de ce qu'on appelle des "clics" qu'ils font sur les prix futurs. Autrement dit, les prix pour l'année 2018 ont été en grande partie déterminés lors de l'année 2017, et parfois même lors des années précédentes.

 

Que voit-on? Avec le temps il y a une évolution tendant à être plus exposé au prix horaire de Belpex et au prix de déséquilibre, mais, en général, les industriels optimisent bien leurs clics. Dans l'exemple repris ici, en moyenne, ils étaient pour l'année 2017 à 36 euros/MWh au niveau des clics alors que la moyenne de tous les prix de l'année était de 39 euros/MWh, donc supérieure. Cela signifie qu'ils ont des comportements relativement optimaux en matière de fixation de leurs prix de l'électricité.

 

En conclusion, on peut dire que l'impact de ces prix en hausse sur les marchés de gros sur la facture des consommateurs va dépendre de la durée pendant laquelle seront constatés ces prix élevés; c'est le premier point.

 

Deuxième point: l'impact diffère fortement d'un client à l'autre en raison du type de contrat, qu'il soit fixe ou variable, mais aussi de l'échéance du contrat et de l'arrivée de la facture de décompte.

 

Dernier point: avant de changer de produit ou de fournisseur – on ne le répètera jamais assez! –, il faut comparer les prix. Pour les ménages et les PME, il faut d'abord aller sur le CREG Scan pour voir où l'on se situe par rapport au produit le moins cher et le plus cher du marché. Ensuite, il convient d'aller sur un comparateur en ligne, de préférence labellisé par la CREG pour l'objectivité de la comparaison, et de choisir parmi les produits proposés par les fournisseurs l'offre qui convient le mieux. Je vous remercie pour votre attention.

 

Le président: Monsieur Jacquet, je vous remercie. Je remercie aussi vos deux collègues, MM. Tirez et Locquet.

 

Chers collègues, ainsi se terminent les exposés de nos invités, des quatre institutions invitées. Il est midi. Vient maintenant le moment de l'échange de vues.

 

À ce sujet, je vous fais part de deux indications techniques. Puisque la configuration des lieux fait que nous pouvons avoir quatre invités, je propose que les quatre institutions soient représentées à la table des invités pour être face aux députés et aux questions. On peut accueillir encore deux personnes à ma droite. On utilise l'espace tel qu'il existe. C'est un premier point.

 

Une deuxième considération pratique, c'est que la sous-commission Sécurité nucléaire se réunit dans cette salle à 14 h 15. Cela limite donc nos travaux dans le temps.

 

Je réfléchissais à la manière d'organiser ce débat. Si on procède de la manière classique, les groupes sont invités à prendre la parole avec un temps limité; une dizaine de groupes multiplié par cinq minutes, cela fait déjà grosso modo une heure. Si c'est dix minutes, cela fait deux heures, ce qui n'est déjà plus vraiment gérable. Comme le débat politique a eu lieu la semaine dernière avec Mme Marghem, le but n'est pas que chaque groupe expose son point de vue sur l'énergie. Nous n'allons pas refaire ce débat. Je crois que la valeur ajoutée de cet échange de vues, après avoir entendu les exposés, c'est que les députés puissent poser des questions précises et, je l'espère, obtenir des réponses précises également pour faire avancer, "éclairer" le débat général.

 

J'avais ainsi pensé faire des tours de deux questions par groupe, en essayant d'organiser deux à trois tours. Il est déjà passé midi. C'est une possibilité. Mais j'entends que, sous la présidence de mon collègue de Lamotte, en tout début de séance, certains ont émis le souhait de poser des questions à chaque invité ou à chaque institution représentée pour terminer un débat et éviter d'avoir un débat allant dans tous les sens.

 

Donc, je n'ai aucun problème à ce qu'on pose les questions par personne ou institution invitée, si cette manière de travailler vous convient. On peut faire plusieurs tours si le temps le permet. Je demanderais alors que les interventions se limitent à deux ou trois minutes. Cela fait déjà une demi-heure de questions pour un tour de dix parlementaires. Il faut faire preuve de discipline.

 

Si cette façon de fonctionner vous agrée, je propose de suivre l'ordre des interventions. Commençons avec le Bureau du Plan, représenté par Mme Devogelaer.

 

01.12  Bert Wollants (N-VA): Ondertussen hebben wij de gegevens gekregen en de uiteenzettingen van een heel aantal andere betrokkenen gehoord, zoals Elia, dat berekeningen heeft gemaakt, en zoals de CREG, die een zicht op de interconnectie­capaciteit heeft gegeven.

 

Mevrouw Devogelaer, met die gegevens in het achterhoofd, hoe zou u vandaag de zaken inschatten? Ik kan mij immers voorstellen, wat ik ook in de diverse uiteenzettingen heb gehoord, dat u met iets anders hebt gerekend dan de heren naast u, om tot uw resultaten te komen.

 

Zou u dus vandaag opnieuw bij dezelfde resultaten uitkomen of ziet u een nood om een aantal zaken opnieuw tegen het licht te houden, bij voorkeur in combinatie met de mensen die bij u aan tafel zitten?

 

01.13  Danielle Devogelaer: Mijnheer Wollants, dank u voor de vraag.

 

Wij werden eigenlijk die vrijdag en zaterdag enigszins overvallen door de feiten. Wij hebben dan een eerste analyse gemaakt, zoals die vanmorgen beschreven werd. Die eerste analyse was echt gebaseerd op de drie studies die ik aangehaald heb en die alle geïnteresseerden vrijelijk kunnen raadplegen. Wij zijn dan overgegaan tot bijkomende analyses op deter­ministische manier, uiteraard met de gegevens die wij van datasites van Elia en uit mediaberichten over onder andere het vervroegde onderhoud van Tihange 1 en het eventueel naar de markt brengen van de capaciteit van de centrale te Vilvoorde, konden plukken. De resultaten zouden er nu uiteraard wel enigszins anders uitzien, maar wij hebben gewerkt zoals we vandaag gewerkt hebben. Dat is trouwens ook niet onze taak.

 

Ere wie ere toekomt, het gaat daarbij om Elia met de modellen waarover zij beschikken en hun contacten met RTE, met Amprion. De heer Peeters heeft het heel duidelijk aangekaart. Hun contacten, hun modellen en hun informatie zijn veel rijker dan die van ons. Wij zijn ook geen federaal energiebureau, wij zijn een energieteam bij het Planbureau. Ik meen dat zij dus het meest geschikt zijn om de detailberekeningen accuraat uit voeren. Wij vonden echter dat wij met die analyse toch wat dingen in kaart konden brengen.

 

01.14  Frank Wilrycx (Open Vld): Mevrouw, u sprak van een maatschappelijke kostprijs van 126 miljoen euro voor een uur waarin er afgeschakeld zou moeten worden. Kunt u daar wat meer toelichting over geven? Dat is immers een immens bedrag, het lijkt heel hoog. Kunt u eens toelichten wie die kosten draagt? Is dat vooral de sector of zijn de particulieren of de bedrijven? Kunt u wat meer inzicht geven in de samenstelling van die maatschappelijke kosten?

 

01.15  Danielle Devogelaer: Bedankt voor de vraag.

 

Wij hebben inderdaad over die studie op onze website gerapporteerd. Ik kan niet genoeg onderstrepen dat het daarin gaat over een onverwachte en plotse uitval van de stroom in het hele territorium van België. Er kunnen dus geen voorzieningen worden getroffen om de gevolgen te verzachten. In de paper van 2014, die op onze website staat, hebben wij berekend dat de kostprijs 120 miljoen euro was. Ondertussen hebben wij de black-outsimulator, zoals de methodologie heet, opnieuw laten draaien en ten gevolge van inflatie is dat nu 126 miljoen euro.

 

Waarop is dat gebaseerd? Dat is op twee zaken gebaseerd.

 

Enerzijds, kijken wij naar het bedrijfsleven, zowel naar de industrie per NACE-code als naar de dienstensector. Daar wordt gewerkt met een toegevoegdewaarderegressiemodel. Wij zijn nagegaan hoeveel elektriciteit elke economische activiteit behoeft en wat er gebeurt met die activiteit als de elektriciteit om een of andere reden niet voorhanden is. Ik denk bijvoorbeeld aan de activiteiten van het Planbureau. Als er onverwacht om 10 uur geen stroom meer is, dan valt het licht uit en de computers, maar wij kunnen zaken lezen en berekeningen maken zonder stroom. Onze hele activiteit hoeft dus niet stil te liggen. Dat is heel anders bij de ijzer- en staalindustrie. Als daar de hoge temperatuur voor de ovens niet kan worden gegarandeerd, dan zijn er heel wat kosten. Men moet ook personeel naar huis sturen. Het ijzer en staal dat nog niet gemaakt is, kan zich rond de ovens formeren. Dat brengt echte grote kosten met zich mee. Wij zijn dat dus nagegaan voor elke economische activiteit.

 

Anderzijds, zien we dat gezinnen ook econo­mische kosten hebben. Dat zijn veeleer ongemakken. Men kan alleszins door middel van enquêtes bepalen hoe groot die ongemakken zijn. Men kan de tijd niet benutten zoals men het had ingepland. Opeens kan men geen tv kijken, werkt de microgolf niet enzovoort. Daarmee hebben wij ook rekening gehouden.

 

Van de 126 miljoen euro wordt ongeveer 8 miljoen euro door de huishoudens gedragen. Dat is aanzienlijk. Dat is 2 euro per gezin. Het grote deel, 95 %, is voor rekening van de Belgische economie. Ongeveer 50 % daarvan wordt door de industrie gedragen en ongeveer 40 % door de dienstensector. Het is dus niet zo dat degenen die de meeste elektriciteit consumeren, ook de grootste kosten zullen dragen. Daar bestaat geen een-op-eenrelatie tussen. Het heeft echt ermee te maken hoe de economische activiteit wordt geïmpac­teerd, als men plots zonder stroom valt.

 

Uiteraard is die 126 miljoen euro een cijfer voor een uur stroomuitval tijdens een winterwerkdag, maar eigenlijk moeten wij rekening houden met curves, afhankelijk van het moment. Is dat in de winter, in de zomer, om 3.00 uur 's nachts of om 16.00 uur in de namiddag? 126 miljoen euro is het bedrag voor een winterwerkdag om 10.00 uur in de voormiddag. Als we de gevolgen om 5.00 uur 's morgens evalueren, ligt die kostprijs anders. Tijdens een winterwerkdag, zonder bouwverlof, kan de economische schade echt wel extreem zijn voor een uur stroomuitval.

 

01.16  Marco Van Hees (PTB-GO!): Je voulais aborder avec vous un aspect qui me semble essentiel: la cause de la situation aujourd'hui.

 

On voit que ce sont les insuffisances du nucléaire qui sont principalement responsables du risque de pénurie aujourd'hui. Par rapport à l'étude que vous avez faite en 2013 sur "100 % d'énergies renouve­lables à l'horizon 2050", la situation problématique dans laquelle nous sommes aujourd'hui n'est-elle pas simplement la conséquence du fait qu'on n'a pas suivi ce plan? Pourquoi, selon vous, ce plan n'a-t-il pas servi de base à la politique énergétique menée par la Belgique? Je pense que ce plan n'a pratiquement pas été suivi par les autorités.

 

01.17  Danielle Devogelaer: Die analyse hebben wij vandaag niet gemaakt. Het betreft een politieke beslissing. Het Planbureau heeft de studie ook niet alleen ondernomen. Ze werd uitgevoerd in opdracht van de vier ministers van Energie, in samenwerking met VITO/EnergyVille en met ICEDD. Wij hebben in opdracht van die vier ministers inderdaad een studie naar de technische haalbaarheid uitgevoerd.

 

Hetgeen vandaag aan de orde is, is een heel ander fenomeen. Hier spelen andere dingen. Ik zie dus niet echt de link tussen de twee.

 

01.18  Marco Van Hees (PTB-GO!): Le lien est que c'est l'énergie nucléaire qui est en cause dans le risque de pénurie de cet hiver. Si on avait suivi un plan de remplacement du nucléaire – qui se trouve dans votre étude de 2013 –, on ne serait pas dans la situation dans laquelle nous sommes aujourd'hui. Il y a donc un lien direct entre la manière de gérer la transition énergétique et la situation de risque de pénurie de cet hiver. Il faudrait analyser les causes pour lesquelles ce plan n'a pas servi de guide à la politique énergétique de la Belgique.

 

01.19  Danielle Devogelaer: Mijnheer de voorzitter, het Planbureau kan geen positie innemen over de vraag waarom de regering al dan niet een plan of een rapport volgt.

 

Zoals ik in het begin al heb meegegeven, maken wij analyses, stellen wij vooruitzichten op, maken wij rapporten en staan wij ten dienste van de federale regering maar ook van de regionale regeringen. Wij staan ook ten dienste van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en voor de sociale partners. Wij doen dat werk. Nadien ligt de bal in het kamp van de beleidsmakers.

 

Iedereen moet zijn rol invullen. Wij hebben het rapport gemaakt. Het is beschikbaar en is na te lezen. Daarna is het echter uiteraard aan het beleid om, indien gewenst, daarmee aan de slag te gaan.

 

01.20  Philippe Donnay: Monsieur le président, pour appuyer ce que Danielle Devogelaer vient de dire, nous sommes un organisme qui élabore des analyses et développe des outils d'aide à la décision. Ce n'est pas nous qui prenons les décisions; nous ne sommes pas là pour remplacer les décideurs, non seulement politiques, mais également économiques.

 

Comme l'a dit Danielle, nos mandataires sont les gouvernements, le Parlement, mais aussi les partenaires sociaux réunis au sein du Conseil Central de l'Économie et du Conseil national du Travail.

 

01.21  Marco Van Hees (PTB-GO!): Donc vous ne pouvez pas les critiquer…

 

Le président: Merci, monsieur Donnay, pour cette précision.

 

Des collègues souhaitent-ils encore intervenir à propos du Bureau du Plan? Non? En ce cas, madame Devogelaer, je vous remercie pour vos interventions et vos réponses.

 

Des collègues souhaitent-ils poser des questions à la deuxième institution prévue à notre ordre du jour, à savoir Elia, représentée par M. Chris Peeters? Je vois beaucoup de demandes.

 

01.22  Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik dank de heer Peeters hartelijk voor zijn uiteen­zetting. Het was verhelderend een aantal zaken te vernemen.

 

Wij moeten inderdaad nagaan hoe het precies is gesteld met de interconnectiecapaciteit. Wij weten dat deze de voorbije jaren is toegenomen. Kunt u daar wat meer duiding bij geven?

 

Wij hebben ook de CREG gehoord, over met welke interconnectiecapaciteit er precies werd gerekend en wat de scenario's zijn. Ik kreeg graag uw visie daarop.

 

Tegelijk moet worden getracht een aantal zaken zo goed mogelijk te plannen. Denkt u dat er op korte termijn qua vermogen nog mogelijkheden zijn om aan extra capaciteit te geraken? Ik hoorde bijvoorbeeld in uw uiteenzetting dat Seraing op 15 oktober naar de markt zou kunnen terugkeren, maar in de REMIT-communicatie heeft EDF het voorlopig nog altijd over 1 november. Wat meer uitleg daarover zou bijzonder interessant zijn.

 

01.23  Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, je remercie aussi les intervenants de cette matinée.

 

La première question concerne le fait que, le 17 août. Elia a remis un avis selon lequel il ne fallait pas de réserve stratégique pour cet hiver. Le gouvernement fédéral est au courant, via l'AFCN, des différents travaux qui peuvent se faire dans les centrales et de leur timing. L'AFCN est sous l'autorité du ministre de l'Intérieur. Avez-vous contacté le gouvernement avant de rendre cet avis? Ou vous êtes-vous contentés des déclarations d'Electrabel?

 

Question subsidiaire: les canaux d'information existant entre Elia, le gouvernement fédéral, les opérateurs, sont-ils suffisants pour prévoir les indisponibilités?

 

Deuxième question: même dans les scénarios optimistes, qui sont plus optimistes qu'il y a quinze jours, il y aura quand même, si j'ai bien compris, un nombre d'heures lors desquelles la sécurité d'approvisionnement ne sera pas assurée cet hiver. Nous avons vu que le mois de novembre commençait à sortir un peu de la zone critique. Qu'en est-il des mois de décembre, janvier et février?

 

M. Wollants a parlé des importations. Nous savons qu'à ce moment-là, les importations sont sans doute moins possibles, puisque les autres pays auront besoin de leur capacité énergétique. Pouvez-vous nous dire avec des mots simples s'il y a une forte probabilité de délestage? Si oui, pendant combien d'heures?

 

Comment répondez-vous aux critiques formulées par la CREG, il y a un instant, sur ces capacités d'importation? La CREG vous demande ce que vous faites de vos capacités d'importation et d'interconnexion? Voilà la question que je vous pose aussi. Je vous remercie.

 

01.24  Benoît Friart (MR): Monsieur le président, je voudrais d'abord revenir sur le rôle d'Elia.

 

M. Peeters semble dire que la sécurité d'approvisionne­ment n'est pas une compétence d'Elia et qu'ils n'ont pas la responsabilité de cette situation. Elia ne doit pas essayer de se disculper car la loi électricité dit que la gestion des réseaux de transport est assurée par un gestionnaire unique responsable aussi de l'exploitation, de l'entretien, du développement du réseau de transport, y compris de ses interconnexions avec d'autres réseaux électriques, en vue, justement d'assurer la sécurité d'approvisionnement. Je voudrais donc l'entendre à ce sujet.

 

Par ailleurs, au niveau des capacités d'importation, je m'attendais à ce que vous les explicitiez davantage. Nous avons 5,5 gigawatts de capacité d'importation, mais vous mentionnez seulement un gigawatt provenant de la France. Ces capacités vont augmenter. Pourquoi? Est-ce bien nécessaire? Ce sont des investissements qui coûtent énormément d'argent au consommateur. Ne vaudrait-il pas mieux investir plutôt dans des capacités de production?

 

Je ressens un manque de dialogue entre Elia et les producteurs d'électricité. ENGIE, bien sûr, qui produit 50 % d'électricité en Belgique, mais aussi tous les autres qui se répartissent l'autre moitié. Le contexte est préoccupant quand on voit les conséquences d'un délestage. Cela mérite un dialogue plus intense et constructif entre Elia et les différents producteurs.

 

01.25  Leen Dierick (CD&V): Mijnheer de voorzitter, collega's, beste sprekers, ik dank u om naar hier te komen.

 

Ik ben blij dat wij nu cijfers kregen. De voorbije week werden allerlei cijfers gelost in de pers, maar die werden niet bevestigd. Ik vond het dus belangrijk u te horen, vandaar dat ik meteen de commissievoorzitter aanschreef om u uit te nodigen.

 

Ik heb drie vragen.

 

De eerste vraag betreft het tekort dat er momen­teel nog is. Ik ben blij dat het al van 1 700 megawatt naar 700 tot 900 megawatt is gedaald. Het probleem is al iets kleiner, maar nog steeds niet opgelost. Ik verneem graag welke mogelijke oplossingen u alsnog ziet. Welke capaciteit kan er eventueel nog worden aangeschakeld of aangesproken? Welke pistes ziet u nog?

 

Ten tweede, zoals collega Wollants al zei, is import een mogelijke belangrijke oplossing. Wat mij echter opvalt, is dat de verschillende sprekers verschillende cijfers hanteren. Het Federaal Planbureau spreekt van 4 500 megawatt, Elia rekent met 5 200 megawatt en de CREG stelt dat de import nog kan toenemen als de loops kunnen worden verminderd. Ik vind het opmerkelijk dat er nog steeds verschillende analyses zijn omtrent de import. Ik verneem graag hoeveel megawatt zeker op korte termijn kan worden geïmporteerd. Is het niet beter dat wij allemaal hetzelfde cijfer gebruiken in onze analyses? Anders blijft men speculeren met verschillende cijfers.

 

Ten derde, de hele discussie gaat over het feit of er nu plots een probleem is of men dat eerder had kunnen zien en of wij voorzichtiger analyses hadden moeten maken. De discussie gaat over de REMIT-regel. Het blijft heel raar dat Elia de minister op 17 augustus adviseerde om 0 megawatt strategische reserve aan te leggen. Rekening houdend met de tijdlijn van Electrabel, stellen wij vast dat Electrabel op dat ogenblik al wist dat de situatie van Tihange 3 veel slechter was dan oorspronkelijk gedacht. Had men dit toen al niet moeten melden aan Elia om rekening te houden met een worstcasescenario?

 

Hetzelfde doet zich later voor, wanneer de minister zelf aankondigt dat er 0 megawatt strate­gische reserve komt. Twee dagen later wordt er aangekondigd dat Doel 1 en Doel 2 langer buiten dienst zullen zijn en minder dan een maand later wordt uitstel voor Tihange 2 en Tihange 3 gemeld. Had een en ander niet gewoon sneller aan Elia moeten worden gecommuniceerd, zodat daarmee rekening kon worden gehouden bij de berekening van de strategische reserve?

 

Is volgens u de REMIT-regeling al dan niet correct toegepast?

 

Als men al die gegevens op voorhand had gekend, zou men dan meer strategische reserve hebben kunnen aanleggen? Was er dan voldoende capaciteit om daarin te kunnen voorzien?

 

Moet volgens u de REMIT-regel worden aangepast? Is hij al dan niet accuraat?

 

Kunnen wij hieruit lessen trekken voor de toekomst?

 

01.26  Frank Wilrycx (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, wij zijn al deels in een betere situatie dan 14 dagen geleden. Mijnheer Peeters, u zei dat er nog een tekort is van 700 tot 900 megawatt, wat iets rooskleuriger is. Misschien ware het beter geweest dat, zodra de informatie van 21 september 2018 bekend was, alle partijen die daarnet een toelichting hebben gegeven, hadden samengezeten en geprobeerd de oplossing die nu voorhanden is, op dat moment al te communi­ceren. Dat had heel wat heisa kunnen voorkomen.

 

Er blijft natuurlijk nog een tekort. Nog niet alles is opgelost. Ik heb daarover enkele vragen.

 

Er worden door de CREG enkele oplossingen gesuggereerd, vooral op het vlak van de import. De loop flows met Duitsland zouden eventueel een oplossing kunnen bieden. Zijn daarover contacten met Duitsland geweest? Duitsland heeft blijkbaar nog 6 000 megawatt reserve in het zuiden. Misschien ligt daar al een mogelijke oplossing.

 

U haalde daarnet aan dat Frankrijk 1 000 megawatt ter beschikking zou stellen. Is dat ook een mogelijke oplossing? Het is immers niet duidelijk hoeveel import u in uw berekeningen meerekent. Zou deze import een oplossing kunnen zijn, om de resterende 700 tot 900 megawatt te kunnen wegwerken?

 

Bovendien heb ik nog een vraag over de vraag­zijde. Verschillende bedrijven willen afsluiten, indien hen die vraag wordt gesteld. Gaat het daarbij enkel om bedrijven die op het Elianet zitten of wordt ook aan de distributienetbeheerders gevraagd of zij ook bedrijven hebben die eventueel kunnen afsluiten?

 

Ik nog een vraag over de volgende winter, wat uiteraard niet de discussie van vandaag is. Er zitten echter verschillende interconnecties in de pijplijn, zoals de Nemokabel. Kunt u even toelichten wat dat volgens u voor de toekomst zou kunnen betekenen?

 

01.27  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik heb drie vragen.

 

Ten eerste, kan Elia reageren op wat wij net gehoord hebben van de CREG? Twee zaken lijken mij belangrijk. Met welke importcapaciteit houdt Elia zelf rekening? De CREG zei het niet te weten, ik zou dat dus graag van u horen. Wat denkt Elia van de drie door de CREG voorgestelde maatregelen? Voelt Elia zich bij machte om alleen die gesprekken te gaan voeren met Duitsland, Frankrijk en de Europese Commissie? Of heeft Elia daarvoor de hulp nodig van DG Energie, het Planbureau of iemand anders? Kan Elia de CREG en ook het Planbureau toegang geven tot de rekenmodellen? Andere collega's hebben er reeds op gewezen dat het hier elke keer hetzelfde is, iedereen heeft zijn eigen rekenmodellen en er zijn lichte en soms grote verschillen. De politiek wil de verschillende actoren oproepen om samen te zitten en het eens te worden over één rekenmodel.

 

Ten tweede, Elia kan volgens zijn technisch reglement vragen om het onderhoud van centrales uit te stellen in het licht van de bevoorradings­zekerheid. Ik heb daarnet horen zeggen dat Electrabel misschien nog kan kijken wat mogelijk is in januari en februari. Werd die vraag ook officieel door Elia gesteld?

 

Mijn derde vraag ligt in de lijn van deze van collega Dierick. Het wordt ons hier voorgesteld alsof het probleem plots is opgedoken. Hebt u contact gehad met het FANC? Het FANC heeft reeds in 2013 een rapport gepubliceerd waaruit bleek dat er problemen waren met betrekking tot betonrot. Wij stellen echter vast dat daaraan niets gedaan is. U kon dit ook weten, aangezien wij het weten. Hebt u met Electrabel zelf contact gehad? Electrabel is immers wat betreft informatie op dit vlak niet de betrouwbaarste partner. De heropstartdatum van Tihange 3 is ook verschillende keren verplaatst. Hebt u de nodige voorzichtigheid aan de dag gelegd en rekening gehouden met de beschikbare informatie, om toch twijfels te hebben bij bepaalde informatie die door Electrabel bezorgd werd?

 

01.28  Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen): Monsieur Peeters, j'ai de nombreuses questions à poser sur l'annonce que vous avez faite, le 17 août, et sur le calcul que vous faites pour arriver à la conclusion qu'il ne faudrait pas de réserve stratégique. Comme beaucoup d'observateurs, je me pose ces questions. Je suis retourné consulter les documents que vous aviez soumis à la consultation au mois d'avril et au mois de mai. En lisant ces documents, j'ai mieux compris. Dans vos hypothèses, vous utilisez une indisponibilité non programmée des centrales nucléaires à hauteur de 3,6 %. Au cours des années précédentes, nous avons été bien au-delà de ce chiffre. En 2016, nous étions à 20 %. En 2015, nous étions à 50 % et en 2014, à 38 %.

 

C'est d'autant plus incompréhensible, voire irresponsable, que dans le cadre de la consultation publique, un acteur, M. Woitrin pour ne pas le citer, vous a interpellé. C'est sur le site, dans les répliques. Il dit ceci, qui est repris aujourd'hui: "La disponibilité aléatoire et déclinante de notre parc nucléaire n'est pas correctement prise en compte dans vos hypothèses." Excusez-moi, mais quand on regarde ce qui s'est passé ces dernières années, on ne peut pas lui donner tort. Votre réponse à cette remarque est totalement laconique et vous ne changez rien par la suite. Vous vous basez sur des hypothèses irréalistes pour la disponibilité du parc nucléaire. Comment expliquez-vous ce 3,5 ou 3,6 %? Je ne comprends pas qu'on prenne ces chiffres comme base, au regard de ce qui s'est produit ces dernières années. Malheureusement, l'actualité qui a suivi a donné raison à M. Woitrin. Comment expliquez-vous ce chiffre retenu à l'époque? J'ai d'autres questions mais je les réserve pour plus tard.

 

01.29  Michel de Lamotte (cdH): Monsieur le président, je voudrais poser deux ou trois questions à notre interlocuteur d'Elia, en plus des questions de mes collègues. M. Peeters d'Electrabel annonce des entretiens pour les centrales. On constate, in fine, que les délais de réouverture sont toujours postposés. Entre le moment où l'on décide de procéder à l'entretien à telle date et la réouverture, un délai intervient toujours. C'est l'histoire qui le montre.

 

Je voudrais savoir si vous avez tenu compte de cela dans les calculs, notamment dans le calcul visant à établir la réserve stratégique nécessaire pour l'hiver 2018-2019. Si oui, comment? Avec quel pourcentage de réservation?

 

Monsieur Peeters, je voudrais vous poser une deuxième question. La CREG dit qu'Elia manque parfois de transparence et qu'elle pourrait être plus claire au niveau des modèles mathématiques utilisés pour le transfert de l'ensemble des données. Je voudrais savoir pourquoi ce transfert d'études n'a pas lieu de manière systématique. Existe-t-il une indisponibilité pour les opérateurs de se parler clairement au sujet du système ou s'agit-il de secrets de marché? En tout cas, je voudrais savoir pourquoi il n'y a pas systématiquement un discours commun vers Elia?

 

Par ailleurs, on évoque les indisponibilités pour le mois de novembre et les mois suivants. Mais sait-on déjà, à l'heure actuelle, être plus précis? On parle du mois de novembre qui s'étale entre le 1er et le 30 novembre. Mais peut-on déjà être plus précis sur ces indisponibilités au fur et à mesure que l'on avancera dans le temps?

 

Je souhaiterais également que vous puissiez répondre aux remarques de la CREG, notamment par rapport à REMIT et à l'application de ce règlement européen, entre autres les loop flows.

 

01.30  Marco Van Hees (PTB-GO!): Monsieur le président, je voudrais poser deux questions. La première a également trait à la critique formulée par la CREG à l'égard d'Elia. Cette question comporte deux niveaux.

 

Tout d'abord, il y a la réponse que l'on peut attendre sur le fond du dossier. Ainsi, pour ce qui concerne la France, quels sont les éléments dont vous disposez et qui permettent de penser à une exportation ou à des importations de la France? De quelles données disposez-vous en la matière?

 

Sur la forme, la non-transparence de vos analyses pose question. En effet, Elia est quand même une société cotée en bourse avec une série de grands actionnaires parmi lesquels le milliardaire Fernand Huts de Katoen Natie. La non-transparence résulte-t-elle de la velléité de garder des secrets parce que la rentabilité de l'entreprise en dépend? Si tel était le cas, cela poserait question dans le sens où, vu le rôle essentiel que vous jouez pour l'approvisionnement en électricité, je trouverais dommageable qu'il y ait une non-transparence motivée par de telles considérations.

 

Deuxième question. En cas de pénurie à cause du marché, dites-vous – ce qui est une façon sibylline de parler de la responsabilité primordiale d'Electrabel –, est-il possible, plutôt que de délester les ménages, de viser l'industrie, les grandes entreprises? Les dommages sont plus importants pour les ménages qui sont en situation plus précaire. Comment cela pourrait-il se faire? Cela doit-il passer par des accords avec des entreprises, ce qui impliquerait des compensa­tions? Ou peut-on prendre une décision unilatérale sans compensation? Puisqu'il y a des décisions unilatérales vis-à-vis des ménages, je pense que cela doit pouvoir se faire vis-à-vis de l'industrie! Je voudrais avoir votre réponse.

 

01.31  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, ik dank de verschillende sprekers en ook zij die geen vraag kregen.

 

Wat Elia betreft, wil ik toch twee zaken aanhalen.

 

Ten eerste, mijnheer Peeters, net als de andere collega's heb ik het heel moeilijk met het advies van Elia op 17 augustus, het advies waarop de minister zich vandaag trouwens beroept om haar eigen verantwoordelijkheid te minimaliseren. Ik begrijp eerlijk gezegd niet dat een actor met zoveel terreinkennis op 17 augustus kan oordelen dat er geen strategische reserve noodzakelijk is. U bent vertrokken van een naïef geloof in de beschikbaarheid van de kerncentrales. Dat blijkt ook uit de cijfers. Misschien hebt u wel de nodige contacten gelegd en hebt u foutieve informatie gekregen, maar ik vermoed dat er te weinig communicatie geweest is, of dat u de zaken te weinig hebt gevolgd. De betonproblemen waren op dat moment immers bekend. Ik begrijp dus eerlijk gezegd niet waarom u op 17 augustus geadviseerd hebt geen strategische reserve aan te leggen.

 

Ten tweede, ik stel in het algemeen vast dat de verschillende actoren hier vandaag kwamen uitleggen waarvoor zij niet verantwoordelijk zijn. Dat was de rode draad doorheen alle presentaties. U hebt dat ook gedaan, mijnheer Saegeman. U hebt heel veel van uw tijd gespendeerd aan het uitleggen waar u niet verantwoordelijk voor bent. Elia heeft dat ook gedaan. De CREG heeft dat ook gedaan. De minister doet dat ook.

 

Op dit moment is niet belangrijk waarvoor u niet verantwoordelijk bent. Op dit moment is belangrijk waar wij samen voor staan en hoe wij dit zullen oplossen. Ik begrijp eerlijk gezegd niet waarom onze regulator en onze netbeheerder vandaag een presentatie durven te tonen waarbij zij vertrekken van verschillende uitgangspunten op het vlak van import, twee weken na het uitbreken van de crisis. Ik begrijp dat niet.

 

Mijn vraag aan u, en straks aan de CREG, is: wat is uw antwoord op de kritiek van de CREG? Waarom lossen jullie het niet gewoon op? Waarom zitten jullie niet gewoon rond de tafel? Waarom komen jullie hier vandaag met presen­taties die vertrekken van andere premissen, terwijl wij elke megawatt nodig hebben? Iedereen zegt dat wij elke megawatt nodig hebben, maar iedereen vertrekt wel van andere cijfers. Eerlijk gezegd, ik begrijp dat niet. Ik zie hiervoor een verantwoordelijkheid bij iedereen, ook bij Elia.

 

Le président: Monsieur Peeters, voici un premier lot d'une dizaine d'interventions. Je vous donne la parole.

 

01.32  Chris Peeters: Monsieur le président, je vous remercie. Il y a beaucoup de questions sur les interconnexions, je vais y répondre de manière groupée.

 

Over die interconnectie bestaat er volgens mij heel wat verwarring.

 

Ten eerste, de modellen van Elia moeten niet uitgaan van een gegarandeerde importcapaciteit. De importcapaciteit wordt gemodelleerd op een schaal met 21 landen, waarrond er een probabilistisch model wordt gemaakt. De import­capaciteit zal ook afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van energie in die andere landen. In het model zit er dus een variabele. We hebben de fysieke capaciteit, de hoeveelheid die wij kunnen invoeren over een lijn, waartegenover zeker in de winterperiode de vraag rijst of die capaciteit ook effectief beschikbaar is. De berekening die daartoe moet gebeuren, is wettelijk voorgeschreven en wij passen die al gedurende meerdere jaren correct toe. Onze collega-TSO's voeren die berekeningen op dezelfde manier uit. Dat zijn probabilistische berekeningen, wat betekent dat we uitgaan van een dertigtal klimaatjaren, van een verwachte en een onverwachte beschikbaarheid en van een aantal centrales. Op basis van die uitgangspunten berekenen we of we onder alle omstandigheden het netwerk stabiel kunnen houden. Op die manier wordt een winter voorbereid.

 

Op het ogenblik van die berekeningen kunnen wij dus geen rekening houden met de reële toestand van de winter, aangezien die nog niet bekend is. Immers, niemand kan nu al vertellen welke temperaturen we in januari of februari zullen krijgen en hoe het zit met de beschikbaarheid van het nucleaire park in Frankrijk, waarmee ik naar de situatie van vorig jaar verwijs. Een probabilistisch model dient ervoor dat wij de middelen in handen hebben om de winter op een correcte manier door te komen, zodat wij het afschakelplan als noodmiddel bij een gebrek aan capaciteit niet nodig hebben. In ons model is import dus geen input, want wij modelleren 21 landen samen, waarop probabilistische berekeningen gemaakt worden, die wij 600 keer simuleren, reden waarom die berekeningen 24 uur duren.

 

Daarnaast is er uiteraard de discussie over de werkelijk beschikbare importcapaciteit vanuit Frankrijk. Over die analyse kan ik het volgende zeggen.

 

Gisteren hebben wij een mailtje van een halve pagina gekregen, waarbij ons wordt uitgelegd welke inschatting er gemaakt wordt op basis van de preliminaire berekeningen in Frankrijk. De berekeningen bij ons lopen, maar wie denkt dat wij in het midden van deze crisis alles herberekend hebben op basis van het model dat ons sinds gisteren bekend is, moet ik teleurstellen, want zo snel kan dat niet. Misschien zijn de resultaten er deze middag wel al, maar eigenlijk is dat een andere vraag.

 

Er staan twee vragen naast elkaar, namelijk, hoe komen we november en december door, versus, hebben wij alle middelen ter beschikking om de winter op een normale manier door te komen, zoals door de wet voorgeschreven. Het is voor ons weliswaar zeer goed nieuws dat Frankrijk op dit ogenblik beschikbaarheid claimt en bijkomende berekeningen zal uitvoeren, waardoor wij over 1 000 megawatt kunnen beschikken. Vanaf het moment dat wij vanuit Frankrijk effectief via de zuidgrens van ons land importeren, is de netto-importcapaciteit van ons land enorm gereduceerd, wat dus een belangrijke factor is om rekening mee te houden. In de operationele berekeningen, waarvan u het schema gezien hebt in de importgrafieken, kunt u dat terugvinden. Het gaat dus om verschillende berekeningen. In het ene geval wordt er met een kortere horizon gewerkt en kan er met de realiteit rekening worden gehouden; in het ander geval gaat het over berekeningen voor de winter over een jaar, waarbij nagegaan wordt of het transportbedrijf dat verantwoordelijk is voor het evenwicht, de middelen in handen heeft om dat evenwicht te vrijwaren in alle mogelijke omstandigheden die wij ons kunnen inbeelden.

 

Ik wil toch nog even stilstaan bij die LOLE 3 en LOLE 20 waarvan de mensen vragen of dat te streng is of niet streng genoeg.

 

Toen we ons vorige keer kwamen verdedigen, waren we te streng geweest en lagen de kosten van de strategische reserve te hoog. Ik kan u wel zeggen: er is geen jaar bij Elia – ik ben er nu drie jaar – dat wij niet in de winter ergens een periode hebben waarbij wij dag op dag moeten kijken hoe wij langs de rand van de stabiliteit van het netwerk gaan. Waarom is dat? Dat is gewoon omdat in dit land al gedurende jaren niet meer geïnvesteerd is in extra capaciteit. Dat is natuurlijk hetgeen waar men een zekere onzekerheid in het systeem brengt. Aan de andere kant is effectief de import­capaciteit verhoogd en kunnen wij op veel meer momenten ervoor zorgen dat import die compensatie zal verzekeren. Die vraag verschilt wel van of wij denken dat het allemaal wel zal lukken in november en of wij volgens de wet wel in alle omstandigheden alle middelen ter beschikking hebben. Dat zijn twee verschillende vragen en op die twee vragen zal ook een verschillend antwoord komen.

 

Ik heb het nog even over de 3,6 in de probabilis­tische berekening. Ik vat nog even kort samen wat er in de probabilistische berekening gebeurt. Wij nemen een marge zoals het Planbureau doet, N–1. Dat wil zeggen dat wij uitgaan van de geplande onbeschikbaarheden en dat wij daar bovenop één grote entiteit als onbeschikbaar beschouwen. Daar bovenop gaan wij op basis van die 3,6 ongeplande onbeschikbaarheid een trekking doen op het volledige park aan productiecapaciteit. Dat zorgt er dus voor dat we daarmee in alle omstandig­heden normaal robuust kunnen zijn. Ik laat het over aan de heer Saegeman om het verschil te maken tussen geplande en niet geplande beschikbaarheid van de nucleaire centrales. Bij de laatste berekeningen die wij gemaakt hebben, zit de 3,6 % voor de niet-geplande beschikbaarheid nog redelijk op schema. Ik denk dat we dat onderscheid ook moeten maken als we die berekeningen gaan maken.

 

Ik denk dat er effectief door onze regulator een aantal interessante pistes zijn neergelegd. Wij gaan die pistes natuurlijk bekijken. Die worden ook bij ons mee opgenomen en we zullen die gaan doorrekenen. De vraag naar de haalbaarheid van die pistes laat ik op dit ogenblik in het midden. Ik denk dat die ernstig moeten worden bestudeerd. Het is niet de eerste keer dat we praten over loop flows. Iedereen weet dat dit een zeer complexe, politieke discussie is. Dat gaat over akkoorden tussen lidstaten van Europa. Als de CREG zich sterk maakt dat dit kan worden opgelost in de komende maand, zullen wij enkel applaudisseren. Ik denk dat het soms wat complexer is om dit soort akkoorden te sluiten, maar als het zou kunnen, zullen we het zeker meenemen.

 

Het punt van de waarden die in de systemen staan werd twee jaar geleden door Elia geopperd. Wij hebben zeer zwaar gelobbyd om winter­waarden in de netwerken op te nemen. Er is een probleem geweest met Amprion en TenneT. Ik meen dat wij dit punt altijd hebben ondersteund. Ik kan vandaag alleen niet uitmaken of zij terug met zomerwaarden werken. De lokale regulator moet dit nakijken. Als de CREG contact opneemt met BnetzA kunnen zij dit nakijken. Ik meen dat, na de afspraken die de afgelopen jaren werden gemaakt, de TSO's zich aan die richtlijn houden. In die zin rijst dan ook de vraag of dit werkelijk een verschil zal uitmaken.

 

Tot zover de bijkomende maatregelen.

 

Wat betreft het verschil in modelering. Ik meen dat er zeer veel wordt uitgewisseld tussen ons en de regulator. Er worden zeer veel meetings georganiseerd. Er worden zeer veel resultaten gedeeld. Het is natuurlijk wel zo dat de minister, aangezien wij hem moeten adviseren, altijd de primeur krijgt en dat wij pas daarna verder communiceren.

 

Ik meen dat hier sprake is van twee discussies. Enerzijds, zijn wij transparant en zijn de gegevens beschikbaar? Anderzijds, is er de grote wens van de regulator om het dynamische model, waaraan samen met andere TSO's permanent verbete­ringen worden aangebracht, over te brengen naar hun lokalen zodat zij eigen berekeningen kunnen uitvoeren. Wij hebben ter zake een zeer grote terughoudendheid.

 

Zoals u ziet, heeft iedereen zijn eigen hypotheses. Geen van de aanwezigen heeft wat Elia ook heeft, namelijk een operationele verantwoordelijkheid en een uitwisseling met de operationele teams. Het is vrij makkelijk om wat cijfertjes te veranderen en dan tot conclusies te komen over wat allemaal mogelijk is. Wij nemen de verantwoordelijkheid om het waar te maken en ik meen dat dit een heel groot verschil betekent bij het omgaan met een bepaald model. Wij hebben geen zin in leraar-tovenaars die op basis van ons model bewijzen dat onze berekeningen op een andere hypothese gebaseerd moeten zijn.

 

Wij willen met heel plezier en heel transparant over de hypotheses discussiëren. Wij willen met heel veel transparantie de discussie aangaan. Dit gebeurt trouwens nu reeds in de taskforce. Ik meen evenwel dat er een groot verschil is tussen iemand die eindverantwoordelijkheid draagt van het evenwicht en iemand die de modellen runt. Bij ons zijn die twee departementen permanent met elkaar in discussie. Zij kijken na waar er problemen zijn op het netwerk en imputeren de realiteit, zoals de kerncentrales vorig jaar en de congestieproblemen die er komen door te veel wind infeed in Europa. Dit is een zeer dynamisch gegeven. Een model overdragen zodat iemand op basis van bepaalde gegevens, die niet werden gecheckt aan operationele zijde, parameters kan gaan aanpassen, lijkt mij niet veel zoden aan de dijk te zetten.

 

Ik blijf erbij dat dit een zeer complex model is. Wij hebben daarover ook met het Planbureau heel vaak discussies. Wij hebben niet altijd dezelfde cijfers, maar de uiteindelijke conclusies, die relevant zijn voor de beslissingname, convergeren bijna altijd. Wij zullen misschien via een andere weg tot die beslissing komen, maar daarom lijkt het mij net goed dat er verschillende modellen worden gehanteerd. Dit geeft robuustheid aan de besluiten die wij uiteindelijk nemen. Ik herinner mij niet dat wij op dat gebied, tijdens mijn periode als CEO, blijvende meningsverschillen hadden over de te nemen conclusies.

 

Wat betreft het aantal uren, bekijken wij vandaag de operationele planning voor de maand november. Wij zullen dus effectief kunnen bekijken voor hoeveel uren wij denken dat de situatie gespannen zal zijn, nog altijd met de delta van de weersverwachtingen en onverwachte evenementen die zich op het netwerk kunnen voordoen. Eigenlijk kan men geen uitspraak doen voor de maanden januari en februari, omdat er daar een vrij grote onzekerheid is over de effectieve beschikbaarheid van de centrales en de lijnen en over de klimatologische toestand. Zoals ik u heb verteld toen wij de langetermijnstudie kwamen voorstellen, is in Frankrijk elke graad onder nul goed voor ongeveer 2,2 gigawatt extra capaciteit op dit ogenblik. Als de temperatuur daalt, kan men in Frankrijk heel snel omschakelen van exporteur naar importeur, met daarbij direct ook een vrij grote impact op de importcapaciteit die voor ons land overblijft.

 

Ik kom even terug op de agenda inzake REMIT. De REMIT-regelgeving is er voor een reden: er moet transparantie zijn ten opzichte van de verschillende actoren – traders, leveranciers, producenten – en die informatie moet gelijktijdig komen voor iedereen. Het is een zeer goede zaak dat dat transparantieplatform bestaat. Naast dat platform hebben wij geen directe uitwisseling met ENGIE. Het verwijst ons, terecht, altijd naar REMIT. Mocht het bepaalde informatie wel hebben, had het die gewoon op REMIT moeten zetten. Mochten er onzekerheden zijn, dan zou informatie daarover via de minister moeten worden gevraagd, volgens een nieuw te draaien scenario, wat te gepasten tijde al eens gebeurt. Het gebeurt al eens dat de minister vraagt om bijzondere scenario's uit te rekenen en te kijken of wij robuust genoeg zijn voor bepaalde toestanden.

 

Ik ga terug naar de realiteit waarin wij tien dagen geleden zijn terechtgekomen. Het is een extreem uitzonderlijke omstandigheid. Ik denk niet dat iemand ons had geloofd als wij op 17 augustus hadden gezegd dat ENGIE een beschikbaarheid van 4 gigawatt plant uit vijf van de zeven centrales, en dat wij ervan uitgingen dat er in de maand november slechts één centrale zal draaien. De mensen zouden zeggen: "Daar gaat hij weer, hij wil grotere marges om zijn eigen operatie te runnen en dat kost strategische reserve aan de mensen."

 

Als men kijkt naar de grootteorde, dan verdwijnt de discussie over de strategische reserve in het niets, vergeleken bij de situatie waar we voorstaan. We moeten 750 megawatt verder bevestigd zien, die we vandaag nog aan het evalueren zijn. Ik denk dat deze hoeveelheid zowat het maximaal beschikbare is in dit land. We kunnen nog enkele dieselgroepen uit het buitenland laten aanvoeren en links of rechts zal er misschien nog wel een noodgroep kunnen meedraaien. Maar het telt niet meer op.

 

Ik denk niet dat deze conclusie inconsequent is met wat we in het verleden gezegd hebben. Als we alle nucleaire voorzieningen uitschakelen, hebben we 3,6 gigawatt nieuw gas nodig. We hebben alles uitstaan in november, behalve 1 gigawatt nucleaire energie. U kunt zelf de rekening maken. Het zou dan 2,6 moeten zijn. Door een betere importsituatie en door een aantal andere maatregelen die intussen genomen zijn, zien we dat er op dat moment een kloof van 1,6 is en dat de recent genomen maatregelen verder gaan.

 

Zijn er intussen gesprekken gaande over verdere maatregelen? Inderdaad. De minister heeft een taskforce opgestart. De mensen die hier rond de tafel zitten maken ook allen deel uit van deze taskforce. Daarbinnen worden alle mogelijke opties grondig geëvalueerd waarbij iedereen zijn rol speelt. De vertegenwoordigers van ENGIE zijn bij ons op kantoor gekomen en we hebben met hen een aantal pistes besproken die zij nu verder moeten uitwerken. Ik kan enkel met blijdschap vaststellen dat er intussen al een resultaat geboekt is op Tihange 1, COO 5 en Rodenhuize 4. Ik hoop dat we ook voor januari 2019 nog goed nieuws kunnen melden in de komende dagen. Ik besef ook dat de materie complex is en dat dit soort planning niet op één of twee dagen kan worden opgelost.

 

Zijn we dan niet verantwoordelijk voor de leverzekerheid van dit land? Neen. U kunt gaan kijken naar artikel 157 van het technisch reglement, waarbij Elia voor het evenwicht verantwoordelijk is op basis van de middelen die hen ter beschikking gesteld worden. Als deze middelen onvoldoende zijn, hoort de afschakeling bij deze ter beschikking gestelde middelen. Zo wordt het concreet beschreven in het technisch reglement. Natuurlijk doen we alle moeite om voldoende middelen ter beschikking te hebben, zodat een afschakelplan niet aan de orde hoeft te zijn, gezien de belangrijke economische schade die dit met zich kan brengen.

 

Ten slotte, werd gevraagd naar de evolutie.

 

Zoals elk jaar zijn wij ons netwerk verder aan het versterken. Wij zorgen voor meer invoercapaciteit. De kabel Nemo Link zal volgende winter ter beschikking zijn. Dat geeft een equivalent van 1 gigawatt op de markt. Zoals u in onze langetermijn­studies ziet, heeft die bijkomende interconnectie een zeer belangrijke impact. Dit is dan ook nog een stuurbare interconnectie, die we in geval van nood volledig in onze richting kunnen laten werken. Dat zorgt dus voor bijkomende leverzekerheid.

 

Ik maak echter opnieuw een onderscheid tussen normale interconnecties en HBDC-interconnecties. Een normale interconnectie bouwt men vanwege de positieve economische impact, die zij levert voor het land in zijn geheel. De bijkomende leverzekerheid, die zij biedt, is een afgeleide daarvan. Ze worden dus gebouwd vanuit het perspectief van welfare. We stellen dat, als we die bouwen, er een zeer korte terugverdienperiode voor ons land is, omdat die connecties zorgen voor convergentie met de prijzen in het buitenland. Dergelijke connecties worden echter niet specifiek gebouwd om centrales in een land te vervangen in het kader van leverzekerheid.

 

Dat hebt u ook in de studie gezien die wij in november hebben uitgegeven. Wij zijn daarvoor in december van vorig jaar naar hier gekomen. We hebben toen steeds gezegd dat het een en-en-verhaal is. Interconnecties leveren een beperkte bijdrage aan de adequatie en zijn belangrijk in het operationele gebeuren. Ze zorgen er ook voor dat wij prijsconvergentie zullen krijgen. Er zullen echter gascentrales moeten worden gebouwd als we uit de nucleaire capaciteit moeten stappen. U kunt dat vertalen als een en-en-verhaal van lokale capaciteit en interconnecties, ook op de toekomstige markt na de Energiewende of de energietransitie, als we over heel Europa praten.

 

Kunnen wij ook op een andere manier selectief afschakelen? Dat is een vraag van politieke orde. De input van Elia is hier te antwoorden op de vraag met welke posten wij erin kunnen slagen om een totaal van 500 à 700 megawatt afschakel­capaciteit te krijgen om ons netwerk onder controle te houden. De achterliggende vraag wie daar prioriteit in moet krijgen, is echter een politieke vraag. Dat is vroeger ook politiek zo opgelost. Wij menen dat het goed is dat dat een politieke vraag blijft.

 

Le président: Des collègues souhaitent-ils intervenir pour une réplique ou pour d'autres questions?

 

01.33  Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik heb nog een aanvullende vraag over de mogelijk­heden op het vlak van productie.

 

Ik heb de cijfers van januari 2013 er eens bijgenomen toen we ook krap zaten, of dat was althans zo aangekondigd. Ik heb gekeken hoe we dan zijn omgegaan met energieopslag. Ik heb het dan specifiek over Coo. Ik zie dat men in de hele maand januari 2013 vrij consequent was: 's nachts pompen en overdag produceren. Afhankelijk van de nood werd dat: vooral 's morgens, vooral 's avonds of een combinatie van beide, waarbij men altijd dezelfde hoeveelheid energie verdeelt maar doorheen de hele dag.

 

Een mogelijke denkpiste die ik heb gehoord is deze. Is er tussen de ochtendpiek en de avond­piek een mogelijkheid om, wanneer er energie op de markt is en er interconnectiecapaciteit is, tussen de twee generatiemomenten bij Coo, aanvullend te pompen zodat de capaciteit die in de avondspits en de ochtendspits beschikbaar is te verhogen? We weten immers dat Coo een totale capaciteit van ongeveer 1 160 megawatt gedurende vijf uren heeft. Als men niet alleen 's nachts pompt zou men daar misschien meer kunnen uithalen.

 

Is dat een piste die door Elia al is bekeken? Kan dit nog worden onderzocht?

 

01.34  Benoît Friart (MR): Monsieur Peeters, je reviens vers vous parce que je n'ai pas l'impression d'avoir vraiment eu réponse à mes questions.

 

Vous dites assumer la responsabilité du modèle mais quid de la responsabilité de la sécurité d'approvisionnement? À mon sens, c'est la loi qui prime et la loi dit que vous devez assurer la sécurité d'approvisionnement.

 

Pour ce qui est des capacités d'importation, j'aurais préféré avoir une réponse plus concrète quant à l'utilisation de toutes ces capacités d'importation.

 

Par ailleurs, qu'envisagez-vous pour un dialogue accrû avec les producteurs mais aussi avec tous les stakeholders, parce que j'ai compris qu'il y avait quand même des problèmes relationnels avec la CREG?

 

01.35  Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen): Monsieur le président, je reviens sur cette question des 3,6 %.

 

Je suis désolé. Vous dites que vous vous basez sur les chiffres fournis par ENGIE Electrabel mais vous avez quand même une connaissance de ce qu'il s'est passé ces dernières années au-delà des informations données ou non au marché par ENGIE Electrabel! Vous devez aussi vous baser sur ce qui s'est réellement déroulé plutôt que sur les informations données par ENGIE Electrabel.

 

Je m'explique. En fait, c'est tout le problème du système. La ministre se base sur Elia. Elia se base sur Electrabel. Electrabel fait ce qu'elle veut. Elle fait ce qu'elle veut parce qu'entre le planifié et le non-planifié, vous avez aussi renvoyé la balle à Electrabel. Comment peut-on expliquer qu'un arrêt qui se produit le matin est annoncé comme planifié pour la journée même? C'est évidemment impossible! À l'inverse, des arrêts qui sont non planifiés deviennent planifiés au moment de leur première prolongation. Cela ne tient pas la route pour les statistiques, ultérieurement, mais cela, vous le savez! Je ne vous fais découvrir que ce chiffre n'est pas crédible en termes de solidité. Je ne vous fais quand même pas découvrir cet élément-là? Mais vous prenez encore 3,6 %!

 

D'ailleurs – je termine sur ce volet-là –, pourquoi, l'année dernière, dans vos travaux pour le calcul de la réserve stratégique, avez-vous pris comme pire hypothèse celle de deux centrales nucléaires à l'arrêt et qu'ici, vous n'en avez pris qu'une? Pourquoi, il y a deux ou trois ans, avez-vous pris celle de trois centrales nucléaires alors qu'il n'y en a plus qu'une ici dans le pire des scénarios? Je ne comprends pas, alors que les informations sur la réalité des centrales nucléaires n'est pas meilleure aujourd'hui qu'il y a un, deux ou trois ans.

 

01.36  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer Peeters, ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag of er contact met het FANC is geweest. Het FANC had weet van en schrijft in zijn rapporten over problemen met betonrot. Mocht u met het FANC contact hebben gehad dan had u kunnen weten dat de informatie die u van Electrabel kreeg, niet volledig betrouw­baar was.

 

01.37  Marco Van Hees (PTB-GO!): Monsieur Peeters, à propos du délestage prioritaire qu'on pourrait imposer aux acteurs industriels, vous répondez que c'est une décision politique. Je l'entends bien et c'était d'ailleurs implicite dans ma question. Ma question portait en fait sur les possibilités légales et techniques en la matière. J'aurais souhaité avoir un éclairage de votre part à ce propos.

 

01.38  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, er werden door de collega's een aantal belangrijke vragen gesteld over het gebrek aan overleg.

 

Mijnheer Peeters, volgens mij zijn er twee mogelijk­heden. Ofwel heeft Elia de verantwoor­delijkheid om advies te verstrekken, maar daar hoort een verantwoordelijkheid bij om zich te informeren, niet alleen bij ENGIE Electrabel maar ook bij het FANC. Ofwel neemt Elia die verantwoor­delijkheid om te adviseren over de strategische reserve niet. Het is het een of het ander. Die opdracht is toegewezen aan Elia en dan moet Elia die ook volledig uitvoeren. Dat brengt mij bij de vraag of u zelf vragende partij bent om de opdracht uit te voeren om als marktpartij te adviseren over de noodzaak om een strategische reserve aan te leggen of niet? Als u vragende partij bent, hoort daarbij uiteraard de verplichting om u terdege te informeren en dan volstond het om het parlementaire debat te volgen om de problemen inzake de nucleaire veiligheid te kennen.

 

01.39  Chris Peeters: Mijnheer de voorzitter, er was een vraag over Coo.

 

Coo wordt mee in de modellen opgenomen. Coo wordt gemodelleerd op de manier zoals het meedoet aan de marktwerking of wordt mee gemodelleerd als het in de reserves van Elia zit. In die zin zullen normalerwijs de uitwerkingen op basis van de modellen die marktwerking simuleren hetzelfde resultaat hebben, aangezien een marktacteur zal werken in functie van het moment dat hij geld kan maken, en dat is in de piekuren. Men zou kunnen kijken of dat bij de sourcing van strategische reserve komt, maar uiteindelijk gaat het om een operationele entiteit die veel meer functionaliteiten heeft in het dagelijks beheer van het systeem. In die zin is het element van Coo mee opgenomen aan de marktzijde.

 

Dan kom ik aan de vragen in verband met het model en de importcapaciteit.

 

Het betreft een probabilistisch model voor alle centrales in 21 landen, dus voor het hele 360kV- en 220kV-netwerk, waarbij men op basis van scenario's bekijkt hoe de flows in Europa lopen. Het gaat om dezelfde modellen die vandaag gebruikt worden, telkens als de crossborder­capaciteit aan de markt gegeven wordt. Dat is een vrij technische berekening. Voordat de markt berekend wordt, wordt er steeds bekeken wat de beschikbare capaciteit is tussen de verschillende grenzen. Het is natuurlijk de CREG, die uitsluitsel moet geven in verband met een deel van de loopflowdiscussie. Dat is een ernstige discussie voor ons land. Wij moeten er zeker onze tijd voor nemen. In de modellering gaat men er natuurlijk vanuit dat er niet alleen een crossbordercapaciteit is, maar dat er ook energie over die lijnen gaat en dat die op dat moment in de juiste richting loopt.

 

Het is dus heel belangrijk dat wij het onderscheid maken tussen een statistisch model, dat berekend wordt om te bekijken of Elia de middelen heeft om op elk ogenblik de komende winter het evenwicht te garanderen en of er, indien dat niet het geval is, strategische reserves moeten worden aangelegd. Dat is hetgeen wij in een eerste fase doen. Op die manier geven wij de minister ook advies. Als dat niet genoeg is, zal de minister ook bijkomende maatregelen moeten nemen.

 

Uiteindelijk neemt de minister de beslissingen in verband met de strategische reserve op basis van niet alleen onze adviezen, maar ook die van de CREG en het Planbureau. Ze mag zich daarbij informeren zoals ze wilt. Ik ga er echter van uit dat ons advies daarin een belangrijk gewicht heeft.

 

Mijnheer Nollet, u stelde een vraag over de 3,6 %.

 

Ik denk nog steeds dat u niet helemaal begrepen hebt hoe ons model werkt. Ons model gaat ervan uit dat wij de geplande onderhoudsperiodes volledig modelleren. Die zijn op dat moment ook bekend in het systeem. Daarbovenop nemen wij de volledige, de supplementaire, de historische, de extra en de ongeplande beschikbaarheid van alle types van centrales in de verschillende scenario's op. Die worden dan gerund en dan wordt er gekeken of wij op probabilistische basis het netwerk in al die omstandigheden stabiel kunnen houden, op drie uur of twintig uur na. Dat is hoe de berekening loopt. Trouwens, voor die berekening zijn ook de procedures waar we informatie moeten halen, hoe wij die informatie moeten nemen, wat de referentie van die informatie is, vrij mooi beschreven in de wet, die wij ook op die manier uitvoeren.

 

Ik denk dat er zeker en vast meer kan worden gecommuniceerd. Er zijn op geregelde basis discussies met het FANC, maar ik denk dat het FANC altijd weer dezelfde opmerking zal maken, namelijk: het is niet aan het FANC om de planning uit te werken, noch om er uitspraken over te doen. De operator moet dat doen, terwijl het agentschap daarentegen verantwoordelijk is voor de controle of de centrale al dan niet kan starten. Het is de operator die verantwoordelijk is voor het wede­ropstarten in veilige omstandigheden. Ik denk dat mijn buurman hier aan de rechterzijde daar meer over kan vertellen. Ik denk dat het ook terecht is, want de eigenaar van een capaciteit beschikt uiteindelijk over de beste informatie, die men op REMIT zal registreren.

 

Als er, zoals nu, exceptionele omstandigheden zijn, dan kan ik daar vandaag alleen maar akte van nemen. Ik ben geen specialist in betonrot. Ik heb ook geen toegang tot die sites. Ik denk ook dat het verkeerd zou zijn dat ik op basis van een krantenartikel of een publicatie van het FANC op een website een betere inschatting zou moeten maken dan de operator die de werken organiseert, de planning kent, de interactie met de leveranciers kent en de discussies met het FANC zelf voert.

 

01.40  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer Peeters, met alle respect, maar ik heb daar toch twee grote bedenkingen bij.

 

Ten eerste, uit de concrete praktijk blijkt dat er regelmatig laattijdig inzake de kalender van de onderhoudswerken wordt bijgestuurd. Dat is toch een eerste belangrijke reden om geen blind vertrouwen te hebben in de operator.

 

Ten tweede, nog los van de praktische ervaring, het is toch gek om zich daar helemaal op te baseren en Electrabel eigenlijk vrije baan te geven. Het FANC doet hetzelfde, want het komt met een gelijkaardige redenering, namelijk dat het de kalender niet beoordeelt, maar er enkel akte van neemt. De realiteit is dat onze bevoorradings­zekerheid een speelbal is van ENGIE Electrabel, hetzij bewust, hetzij uit onkunde, maar het resultaat is hetzelfde.

 

Ik begrijp niet dat u gewoon akte neemt van informatie die met u gedeeld wordt. Dat is een veel te passieve houding in dezen.

 

01.41  Chris Peeters: Ik ben het daar niet mee eens, mijnheer Calvo. Ik zal u zeggen waarom.

 

Hadden wij met de informatie die wij nu, vandaag, hebben, de situatie in augustus kunnen inschatten en dan het alarm kunnen afslaan? Dan hadden wij kunnen zeggen: source alle strategische reserve die in de markt zit en zorg maar dat het afschakel­plan klaar is. Dat is immers de realiteit als er maar één kerncentrale beschikbaar is in dit land. Dat kunt u lezen in alle rapporten die wij daarover geschreven hebben, dat kunt u lezen in alle communicatie die Elia daarover doet.

 

Er zijn voldoende studies van Elia waarin duidelijk gemaakt wordt dat de kerncentrales vandaag nodig zijn voor de stabiliteit van het systeem en dat de overheid maatregelen zal moeten nemen, als zij een op ordelijke manier uit de kernenergie wil stappen.

 

01.42  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Dat is toch net een reden om…

 

01.43  Chris Peeters: Het argument dat wij op basis van een krantenartikel over betonrot zouden moeten weten dat vier extra kerncentrales na 17 augustus onbeschikbaar worden, is een beetje over de schreef. Ik denk dat u dat zelf ook wel weet.

 

01.44  Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen): Mais vous aviez le retour d'expérience des années précéden­tes ainsi que les réponses du ministre Jambon à toutes mes questions parlementaires. Vous avez d'autres informations que celles simplement données par Electrabel. Arrêtez de vous baser exclusivement sur ce que vous fournit Electrabel!

 

Et c'est la même chose pour la CREG!

 

01.45  Chris Peeters: Wij nemen op dat vlak de marges op. Wij nemen één entiteit extra en daarbovenop nemen wij statistisch uit de modellen een aantal capaciteiten weg. Blijkbaar hebt u een nieuw rekenmodel, waarbij u het beter zult doen na de feiten. De modellen worden telkens na de feiten …

 

01.46  Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen): Modèle basé sur la moyenne des absences des cinq dernières années! En 2015, le taux d'absentéisme s'est élevé à 50 %. En 2016, il oscillait entre 20 et 22 %. Prenez cela en considération et, au vu de ces statistiques, prenez aussi une marge! Ce n'est quand même pas compliqué de tenir compte de ce qui s'est passé ces dernières années!

 

01.47  Chris Peeters: Ik herinner u eraan dat wij de vorige keer de strategische reserve berekend hebben. Wij hebben hier twee keer mogen komen uitleggen waarom onze strategische reserve zo duur was. Toen waren wij te voorzichtig. Een ex-postdiscussie over de feiten die wij vandaag kennen, is iets gemakkelijker dan een ex-antediscussie.

 

01.48  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Sorry dat ik u in de rede val, maar…

 

Le président: Monsieur Calvo, attendez! Vous n'avez pas la parole. Je voudrais que M. Peeters termine. Ensuite, les parlementaires auront droit à une dernière réplique. Chacun aura l'occasion de s'exprimer. Je voudrais que nous avancions dans le débat. En effet, il nous reste une heure pour entendre les autres intervenants. Je propose que M. Peeters termine, suite à quoi les groupes qui le souhaitent pourront faire une dernière réplique.

 

01.49  Chris Peeters: Mijnheer de voorzitter, wij gebruiken de wettelijke middelen die wij ter beschikking hebben om aan informatie te komen. Vandaag zijn ons geen andere middelen toegestaan. Iedereen die na de feiten denkt dat hij, door de uitkomst, de statistiek op voorhand had kunnen bepalen, namelijk dat wij elk jaar een delta van vier centrales moeten modelleren, komt tot de conclusie dat wij niet meer moeten modelleren, dat wij elk jaar tot het besluit zullen komen dat men een maximale strategische reserve moet aanleggen en dat men het afschakelplan moet klaar houden. Dat is niet realistisch en is geen manier om hiermee om te gaan.

 

Het is een uitzonderlijke omstandigheid. Iedereen erkent dat ook. In de maand september zijn er op korte tijd vier extra centrales uitgevallen, waar wij rekening houden met één extra centrale die uitvalt. Het is gewoon een uitzonderlijke omstan­digheid. Anders kunnen wij het niet stellen.

 

Als u daarover andere elementen van informatie hebt, dan moeten wij de vraag stellen of er ergens in het systeem iemand was die informatie had moeten geven. Zoals ik zeg, zegt het FANC vandaag dat het daarover geen informatie kan geven, omdat het de operator toekomt, terwijl aan de andere kant de operator zegt dat alle informatie die hij heeft, op REMIT staat. De REMIT-regeling is voldoende strikt dat, als daar problemen zouden zijn, zij de gevolgen daarvan ook zullen dragen, want dat komt dan onmiddellijk neer op markt­manipulatie. Als u dat suggereert, is dat voor uw rekening, maar ik moet er niet constant van uitgaan dat de andere partijen onheus met de wettelijke verplichtingen omgaan.

 

Le président: Chers collègues, je propose à ceux d'entre vous qui le souhaitent d'intervenir pour la dernière fois durant une minute. Nous passerons, ensuite, aux questions à l'invité suivant.

 

01.50  Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen): Monsieur le président, nous sommes au cœur du problème. On verra ce qu'il en est avec les autres opérateurs.

 

En effet, tout est basé sur la fiabilité des informations données par Electrabel. Personne ne remet en cause ces informations alors que le retour des expériences des années qui ont précédé montre qu'elles ne sont pas fiables. C'est le cœur du problème. La ministre fait confiance à Elia. Elia fait confiance à Electrabel. La CREG ne vérifie pas ou ne valide pas les chiffres d'Electrabel. Nous sommes confrontés à un vrai problème de gouvernance. Il en va de même pour l'AFCN. Quand je pose des questions au ministre Jambon, il répond que ce n'est pas leur job. Donc, personne ne fait son job excepté Electrabel qui maîtrise le moment où elle donne ou pas l'information. Je m'interroge donc à ce sujet.

 

Vous avez raison, monsieur Peeters, il faut interroger l'opérateur, ce que je vais faire. Je vais évidemment l'interroger, comme vous l'avez fait, au sujet des informations qu'il divulgue ou non concernant ce qui est ou ce qui n'est pas planifié. Vous aviez évidemment raison en disant qu'il faudrait, un jour, examiner la question. Quand on voit ce qui est planifié et qui ne l'est plus le lendemain, on peut se dire que cela pose problème.

 

01.51  Benoît Friart (MR): Monsieur le président, je voudrais poser une dernière question.

 

Elia était-elle au courant de la problématique "béton" dans les centrales Electrabel? L'était-elle depuis un certain temps ou l'a-t-elle appris en même temps que le grand public?

 

01.52  Chris Peeters: De informatie over het betonrot is publiek gemaakt. Dezelfde informatie werd door het FANC op zijn website gepubliceerd.

 

Volgens mij komt het Elia niet toe een evaluatie te maken van de gevolgen van het betonrot. Aangezien die evaluatie over nucleaire veiligheid gaat, moet het FANC die maken. De operator moet samen met het FANC bekijken wat de impact ervan is op zijn planning. Die planning moet vervolgens correct, zoals de wet het voorschrijft, op de REMIT meegedeeld.

 

Als er aanwijzingen zijn, dan denk ik dat dit aan de minister kan meegedeeld worden. De minister zou ons daarop kunnen vragen om, zonder over de marktinformatie te beschikken, bepaalde scenario's bijkomend te berekenen. Dat is volgens mij de enige manier om, enerzijds, de marktwerking te vrijwaren en, anderzijds, ervoor te zorgen dat iedereen correct zijn rol speelt, met name het FANC voor de nucleaire veiligheid en wij voor het maken van berekeningen op basis van juiste informatie.

 

01.53  Benoît Friart (MR): J'en déduis que vous n'aviez pas l'information.

 

01.54  Chris Peeters: Effectief. Ik heb u uitgelegd welke informatie wij hebben.

 

Le président: Je remercie M. Peeters pour sa participation à cet exercice difficile. Il a donné des informations. Des échanges ont eu lieu. C'était le but.

 

La troisième instance invitée est ENGIE Electrabel

 

Zijn er collega's die vragen hebben voor de heer Saegeman?

 

01.55  Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de voorzitter, het blijft natuurlijk een moeilijke zaak waarin we beland zijn. De grote vraag is op welke manier hoe we dit in de toekomst zien evolueren en hoe we ervoor kunnen zorgen dat die centrales operationeel blijven. Tegelijkertijd lijkt het mij ook belangrijk om te weten wanneer bepaalde centrales terug operationeel zullen worden. Ik denk dan aan Doel 1 en 2.

 

Zijn er vandaag ter zake al inschattingen te maken? Welke maatregelen worden er genomen zodat die centrales terug operationeel kunnen worden? Dit verandert immers het volledige model waarmee Elia vervolgens aan de slag gaat. Als wij morgen nog enige vertraging oplopen, links of rechts, dan komt het erop aan terug te gaan rekenen en terug maatregelen te treffen. Wij vragen hiervoor de nodige aandacht. Wij willen graag weten hoe dit wordt aangepakt.

 

Ik heb een vraag gesteld aan Elia met betrekking tot Coo. Ik ga dit niet onmiddellijk loslaten. Ik zou graag van u weten hoe dit juist in zijn werk gaat. U bent een marktspeler maar biedt grof geschat maar 5 800 megawattuur per dag aan. Als u niet meer aanbiedt, omdat er 's nachts niet meer wordt opgepompt, dan kan dit natuurlijk een verschil maken. Ik wil van u graag weten of dit technisch gezien mogelijk is. Heeft u dit al onderzocht?

 

01.56  Karine Lalieux (PS): Lors de la commission de l'Économie de la semaine dernière, la ministre a tenu des propos assez durs envers ENGIE Electrabel: "Un opérateur qui a la haute main sur la possibilité d'organiser ses travaux, comme le préconise l'AFCN, se laisse aller à commencer les travaux avec les surprises éventuelles qu'il pourrait rencontrer dans une période qui va s'allonger - la période hivernale -, alors que c'est un opérateur dominant". Voilà ce que disait la ministre la semaine dernière, en étant assise à votre place. En bref, elle vous reproche très clairement la manière dont vous menez vos entretiens et vos inspections, en ajoutant: "Aucune information ne m'a été communiquée". Nous nous situons donc toujours dans la transmission d'informations, dont nous avons aussi parlé avec Elia. Elle note également du côté d'ENGIE Electrabel "un sous-investissement chronique en matière de sécurité".

 

Mes questions sont les suivantes.

 

Avez-vous failli dans votre manière d'organiser les entretiens et inspections des centrales nucléaires? Avez-vous échoué dans votre communication destinée au gouvernement fédéral et à l'AFCN? Mme Marghem disposait-elle des moyens de connaître les risques d'indisponibilité avant le 21 septembre dernier? Enfin, est-il exact que vous ne garantissiez pas, à défaut d'investissements réguliers, la sécurité des centrales nucléaires?

 

Ensuite, à entendre la CREG, le prix se situe bien au cœur de nos débats, tant chez les ménages et les PME que chez les grands industriels. La ministre a déclaré à la presse qu'ENGIE Electrabel devrait indemniser les consommateurs. Ma question sera simple: êtes-vous disposés à le faire? De plus, la ministre estime que vous êtes responsables de la situation de pénurie sur le marché belge et, partant, de la hausse des prix qui en découle. Bref, qu'avez-vous à lui répondre?

 

01.57  Leen Dierick (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ten eerste, het is duidelijk dat wij ons nog altijd in een crisissituatie bevinden. De grote vraag blijft of deze plotseling is ontstaan of voorspelbaar was. ENGIE is de energiepartner bij uitstek die perfect over alle info beschikte en de situatie heel goed had kunnen inschatten. Ik blijf het merkwaardig vinden dat twee dagen nadat de minister de strategische reserve op nul aankondigde, de revisie van Doel 1 en Doel 2 werd verlengd. Ik richt mij tot de mensen van ENGIE Electrabel. U kende perfect de procedure van de strategische reserve. U had die datum dan toch zien aankomen? Had u de zaken niet sneller kunnen melden? Dan waren wij wellicht niet in de huidige situatie beland. Het komt allemaal ongeloof­waardig over. Nu worden er allerlei speculaties gedaan om de prijs naar omhoog te jagen en winst te maken. De gekste verhalen doen de ronde. Dat komt omdat het zo hallucinant is dat, twee dagen nadat de minister dergelijk nieuws verkondigt, plots de revisies worden uitgesteld. Dat is zeer merkwaardig. Volgens de ene mocht het niet ingevolge de REMIT-regel, volgens de andere beschikte men niet over de informatie. Hieruit moeten lessen worden getrokken, om te vermijden dat het zich in de toekomst nog voordoet.

 

Ten tweede, het probleem van het betonrot is uiteraard ook niet van de ene op de andere dag aan de oppervlakte gekomen. Wat hier nog niet echt aan bod is gekomen, is de vraag of dat probleem ook in andere kerncentrales in andere landen opduikt. Nu wordt uiteraard opgemerkt dat de bunkers moeten worden hersteld. De nucleaire veiligheid staat uiteraard voorop en daaraan mag zeker niet worden getornd. Het probleem is echter dat de bunkers niet meer voldoen om aan een vliegtuiginslag te weerstaan. Ik weet niet of ook over andere methodes is nagedacht, waarbij de nucleaire veiligheid zeker wordt bewaard, maar de centrale niet moet worden stilgelegd en de bunker zeker voldoet aan de vereisten om tegen een vliegtuiginslag bestand te zijn. Misschien zijn er andere methodes. Werden die pistes al dan niet onderzocht? Op die vraag had ik ook nog graag een antwoord gekregen.

 

Ten derde, u zei dat u alles in het werk zult, om zoveel mogelijk de klanten te kunnen bedienen, wat uiteraard evident is. U vermeldt in dat verband de centrale van Vilvoorde. Kunt u toelichten wanneer precies deze zal worden opgestart? Welke andere capaciteit hebt u nog in uw portefeuille?

 

Ten slotte nog dit, en dat blijf ik ook merkwaardig vinden. Na alle verhalen hier te hebben gehoord, merk ik dat nog altijd met verschillende import­cijfers wordt gewerkt. Dat kan een verklaring hebben. Iedereen blijft echter in zijn eigen niche werken. Er wordt niet samengewerkt.

 

Wij bevinden ons nu in een crisissituatie, die gelukkig minder groot is dan bleek uit de cijfers die wij vorige week gekregen. Wij hebben wel nog altijd een tekort van 700 tot 900 megawatt. Ik zou de oproep willen lanceren dat iedereen uit zijn hokje komt, dat alle schotten worden weggehaald en dat wij allen samen zoeken naar een oplossing, om de lamp te laten branden. Dat is immers de uiteindelijke doelstelling. Uiteraard moet de minister daarbij zijn. Elke energiespeler en iedereen die een rol in ons energielandschap speelt, moet nu zijn uiterste best doen, om elke megawatt die wij kunnen inzetten, ook te gebruiken. Wij willen immers absoluut dat de lamp blijft branden. Iedereen heeft ter zake zijn verantwoordelijkheid. Nu moeten wij vooral samen naar oplossingen zoeken.

 

01.58  Frank Wilrycx (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, sommige van mijn vragen werden al gesteld, onder andere over de ongelukkige timing en de garantie dat de centrales ook effectief in december zullen actief zijn.

 

Ik heb nog een bijkomende vraag over het betonrot, of de betonaantasting door stoom. Blijkbaar is het dus geen betonrot. Is het zo dat het back-upsysteem hier in België op die manier beveiligd wordt, terwijl dat in Frankrijk niet zo gebeurt? Heb ik dat zo goed begrepen? Bestaat de kans dan dat wij een centrale sluiten en kernenergie uit Frankrijk zouden importeren van een centrale die niet op dezelfde manier beveiligd is? Verwoord ik het zo goed?

 

01.59  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik heb twee vragen voor de heer Saegeman.

 

Mijnheer Saegeman, de eerste lijkt mij de meest cruciale, namelijk waarom werd de problematiek van het betonrot niet beter opgevolgd? Er zijn rapporten van het FANC uit 2013, waaruit blijkt dat er reeds in 2007 melding gemaakt werd van problemen met betonrot, bijvoorbeeld het betonrot van Tihange 2. Op de website van het FANC lezen wij het volgende bericht van 19 september: "Indicaties van veroudering van het beton in Tihange 2 werden reeds vastgesteld tijdens eerdere inspecties, waardoor herstellingswerken reeds voorzien waren, nog voor de meest recente inspecties van augustus."

 

Samengevat, men wist al langer dat er met Tihange 2 problemen van betonrot waren. Er waren al herstellingswerken gepland. Waarom zijn die niet eerder uitgevoerd, bijvoorbeeld begin dit jaar of in de zomer? Waarom moest daarmee gewacht worden tot het moeilijkste moment, namelijk de winter?

 

Met betrekking tot Doel 3 herinner ik mij ook dat uw woordvoerster verklaarde in De Zevende Dag dat in 2016 voor het eerst een onderzoek werd gestart naar betonrot en dat pas in oktober 2017 formeel een alarm afging.

 

Ik heb daarnet echter verwezen naar studies van 2013 van het FANC, die wijzen op die problemen. Waarom zo lang wachten en waarom alles samen laten komen? Daarover verneem ik graag meer van u, mijnheer Saegeman.

 

Ten tweede, ik heb u daarnet horen zeggen dat REMIT u niet toelaat om aan één marktspeler bevoorrechte informatie te verstrekken. De vraag is wat de definitie van een marktspeler is. Voor mij is de federale administratie Energie geen marktspeler.

 

Ik vraag u dus wanneer u de federale adminis­tratie voor Energie hebt geïnformeerd over die problemen van betonrot. Als u dat eerder had gedaan, dan kan ik niet begrijpen waarom de minister in augustus heeft beslist om geen strategische reserve aan te leggen.

 

Hebt u de federale administratie Energie voor 17 augustus geïnformeerd over die problemen? Indien ja, waarom denkt u dat de minister daarmee dan geen rekening heeft gehouden? Indien neen, waarom hebt u die informatie niet verstrekt?

 

01.60  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer Saegeman, u hebt, nog meer dan de andere sprekers, vooral heel veel tijd besteed aan duiding waarom een en ander niet tot uw takenpakket behoort.

 

Voor mij staat het buiten kijf dat als u een contract sluit met uw klanten, burgers en kmo's, het uiteraard uw kerntaak is om ervoor te zorgen dat er stroom is. Als uw klanten een maandje te laat betalen, zult u er als de kippen bij zijn om een aanmaning te sturen. Dan denk ik dat het vandaag hoogtijd is om uw verantwoordelijkheid voor 100 % op te nemen.

 

Een aantal van die zaken heeft mij behoorlijk geïrriteerd en wekten bij mij de indruk dat het nog niet helemaal is doorgedrongen hoe groot de verantwoordelijkheid van ENGIE Electrabel in dezen is.

 

Samen met andere collega's stel ik mij heel wat vragen bij de timing van de bijsturing van de onderhoudswerken. U weet wanneer de minister een uitspraak moet doen over de strategische reserve. Waarom wacht u met het delen van die informatie tot zij die beslissing heeft genomen? U doet het, zoals redelijk wat collega's denken, niet geheel toevallig twee dagen later.

 

De passage die collega Van der Maelen heeft geciteerd, is mij ook opgevallen. Ik meen dat u zei dat u aarzelt of het niet zo evident vindt om voor een andere marktpartij informatie ter beschikking te stellen. Begrijp ik dan goed dat u doelt op de terbeschikkingstelling van informatie voor Elia? Dat is nochtans heel cruciaal. Als u bewust aarzelt en talmt met het beschikbaar stellen van die informatie voor de andere marktpartij, Elia, die informatie noodzakelijk acht om een advies uit te brengen over de strategische reserve, dan rijst er toch een gigantisch probleem. Het lijkt bijna alsof u uw informatie niet met Elia wilt delen.

 

Mijnheer Peeters, daardoor kan ik voor uw positie al iets meer begrip opbrengen dan daarnet. Niemand is namelijk echt verantwoordelijk voor de juiste informatie en de heer Saegeman wil zijn informatie blijkbaar niet delen met anderen.

 

Mijnheer Saegeman, met ENGIE draagt u bijgevolg verantwoordelijkheid voor heel deze situatie. U zegt bijna dat u met het delen van informatie hebt gewacht tot nadat er beslissingen werden genomen inzake de strategische reserve. Ik wil graag dat u dat voldoende toelicht.

 

Mijn tweede vraag gaat over het juridisch onderzoek dat de minister opgestart heeft. De minister heeft al wel meer onderzoeken opgestart. Ondertussen lezen wij in de media dat de energieprijzen stijgen. U hebt in het weekend erg veel moeite gedaan om uit te leggen dat een en ander ongelooflijk moeilijk is, maar het is pas echt moeilijk voor uw klanten, voor de consumenten, die met ongelooflijke meerkosten worden geconfronteerd. Bent u bereid om tot een compensatie over te gaan of om anderszins uw verantwoordelijkheid op te nemen? Welke inspanning wenst u te leveren ten aanzien van de Belgische consument?

 

In het verleden hebben wij iets vergelijkbaars moeten afdwingen, wat ik mij nog herinner uit de tijd dat ik nog een heel jong parlementslid was. Mevrouw Dutordoir, toenmalig bestuurder, verklaarde hier dat de prijzen niet lager konden, waarna wij in het Parlement enkele zaken beslist hebben, en plots bleek een prijsdaling wel mogelijk, aangekondigd in een grote pers­conferentie. De politieke druk zal, als het van ons afhangt, dus niet verdwijnen, maar misschien is het meer gepast als u zelf over de brug komt als grote verantwoordelijke ter zake.

 

Ik heb nog enkele vragen over de nucleaire veiligheid, maar ik vermoed dat mijn collega de heer Nollet die ook zal aansnijden.

 

01.61  Marco Van Hees (PTB-GO!): Monsieur le président, monsieur Saegeman, vous avez dit tout à l'heure que le témoignage anonyme ayant relayé l'existence de supposés rapports internes alarmants sur la dégradation du béton était une fausse information. Mais on sait, d'autre part, que le béton est mis en cause depuis de nombreuses années. Des rapports accablants internes à Electrabel ne seraient pas étonnants.

 

Pouvez-vous nous fournir tous les rapports internes concernant le béton? La question est simple et appelle un oui ou un non.

 

ENGIE Electrabel est responsable, par la disponibilité des centrales nucléaires, de la hausse des prix, au moins à court terme. Tout le monde est d'accord sur ce point. ENGIE Electrabel va-t-elle prendre en charge ce surcoût pour les consommateurs?

 

Vous avez dit que l'indisponibilité des réacteurs vous coûtait 600 millions d'euros. Êtes-vous en train de nous préparer à l'idée d'une faillite d'Electrabel? On sait qu'en mai 2018, 1,6 milliard d'euros sont passés des caisses d'Electrabel à ENGIE. On craint que cette dernière soit en train de déshabiller la première pour éviter d'avoir à assumer le coût du démantèlement des centrales, la gestion des déchets, etc.; opérations qui coûtent des dizaines de milliards d'euros. Est-ce cela que vous êtes en train de préparer?

 

01.62  Michel de Lamotte (cdH): Monsieur le président, monsieur Saegeman, la semaine dernière, dans cette salle, la ministre ne vous a pas épargné. Vous avez répondu que votre objectif était de produire de l'énergie en toute sécurité. C'est une bonne réponse, mais la ministre posait d'autres questions et j'aimerais savoir si vous avez d'autres réponses à lui donner, notamment en ce qui concerne le coût de l'énergie pour le consommateur. J'y reviendrai.

 

Monsieur Saegeman, vous annoncez aussi dans votre intervention la possibilité que la société subisse des pertes. Voilà qui me perturbe quelque peu! Car, si vous annoncez des pertes, je ne comprends pas comment vous ne pouvez pas activer des chantiers et, tout en restant dans le principe de la sécurité nucléaire, travailler plus vite en réduisant au maximum le temps d'indisponibilité des centrales.

 

Je m'interroge donc par rapport à la réalité: lorsque vous annoncez une réouverture de centrale, il y a la plupart du temps un allongement des délais. Pouvez-vous maintenant garantir vos échéances pour le futur, puisque l'hiver est à nos portes et que la question se pose de cette manière-là? Quel type d'engagement pouvez-vous prendre?

 

Deux dernières questions: par rapport à Doel 3, vous avez évoqué ce témoignage anonyme. J'imagine que vous avez porté plainte à ce sujet. J'aimerais bien le savoir et, Doel 3 devant normalement fonctionner jusqu'en 2022, pouvez-vous garantir la réalité de cette échéance par rapport à une centrale, dont on dit qu'elle est de plus en plus obsolète?

 

Enfin, je rejoins mes collègues par rapport à l'effort qui sera éventuellement réalisé par votre société vis-à-vis du consommateur belge, qu'il s'agisse d'un particulier ou d'une entreprise, parce que c'est en raison de la fermeture et de la remise à niveau des centrales qu'un certain nombre d'indisponibilités existent et que le coût de l'énergie augmente.

 

01.63  Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen): Monsieur le président, monsieur Saegeman, toute votre explication d'aujourd'hui se résume à dire, à propos de Doel 3, qu'on a découvert en octobre 2017 un énorme problème et que tout est parti de là. Les photos que vous avez vues, monsieur Saegeman, vous évoquent-elles vaguement quelque chose?

 

Ces photos qui datent de novembre 2016 – je ne parle donc pas ici d'octobre 2017 – vous étaient-elles connues? Ou s'agirait-il de faux? Puisque vous parlez, dans le cadre du témoignage - or ces photos en font également partie - d'éléments incohérents, falsifiés et autres. Est-ce que ces photos sont authentiques? Et ne suffisent-elles pas à impliquer d'agir dès novembre 2016 plutôt que de prétendre avoir tout découvert en octobre 2017?

 

En second lieu, le 4 janvier 2017, le journal Le Soir publie un extrait d'interview du patron de l'Agence fédérale de contrôle nucléaire qui critique ENGIE pour sa négligence en matière d'entretien. Vous souvenez-vous de la réponse qu'ENGIE a formulée en début d'après-midi? Non? "ENGIE Electrabel ne comprend pas les reproches de l'Agence fédérale de contrôle nucléaire". Voici donc la réponse qu'ENGIE Electrabel donne à la critique début janvier.

 

Quelques mois plus tard, en juillet, les choses commencent à mal tourner et, là, c'est une autre communication qui est donnée non par vous mais par M. Van Troeye, qui disait en affichant un profil un peu plus bas: "Effectivement, ce phénomène de vieillissement n'a pas été pris en compte à sa juste mesure."

 

J'aimerais bien comprendre ce qui se passe entre la première communication qui dit à l'AFCN: "Vous débloquez!? Qu'est-ce que cette affaire? Je ne comprends pas les reproches" et la deuxième communication? Dès lors que cette deuxième communication a été formulée au mois de juillet et que vous reconnaissez que vous n'avez pas estimé le danger à sa juste mesure et que vous ne l'avez pas suffisamment anticipé (cf. photos de 2016), êtes-vous prêts à assumer votre responsabilité? Puisque vous reconnaissez l'erreur, vous reconnaissez votre responsabilité! Et l'impact est calculable sur les prix. C'est donc à vous à prendre en charge cet impact-là.

 

Je suis bien précis. Je ne parle pas de la partie CO2, ni de celle relative à l'augmentation du gaz. J'ai bien entendu les exposés et, de toute évidence, une partie est liée au CO2 et au gaz. Mais on peut décortiquer. On le fait d'ailleurs en partie dans les modèles de la CREG et dans d'autres modèles aussi. Mais la partie liée à l'erreur que vous ou, en tout cas, M. Van Troeye, avez reconnue dans cette interview – cela a régulièrement été répété depuis lors – j'estime que vous devez la prendre en compte et diminuer la facture à due concurrence pour l'ensemble des clients, particuliers ou PME.

 

De voorzitter: Mijnheer Saegeman, u hebt veel vragen gekregen. Wij zijn benieuwd naar uw antwoorden.

 

01.64  Thierry Saegeman: Mijnheer de voorzitter, ik zal proberen de vragen in volgorde te beantwoorden.

 

Ik ben een industrieel. Ik sta aan het hoofd van een organisatie van meer dan 2 200 technici en ingenieurs, ik vind persoonlijk, de beste van het land. Wij hebben een eerste prioriteit en dat is nucleaire veiligheid. Wij zoeken op dit moment naar oplossingen. Wij hebben gezegd dat wij solidair zijn met Elia en andere spelers op de markt om die oplossingen te zoeken.

 

De heer Wollants had een vraag over de maatregelen die worden genomen om ons te verzekeren van de beschikbaarheid van de centrales. U hebt ook verwezen naar Doel 1 en Doel 2. U hebt ook een vraag gesteld over Coo.

 

Voor alle duidelijkheid, ik zit niet in de commissie waar ik sommigen van u normaal zie, maar daar gaat het al over nucleaire veiligheid. Laat ons niet vergeten dat er vandaag twee eenheden draaien op het net en dat we dus ook al speciale maat­regelen hebben genomen om ervoor te zorgen dat de bedrijfszekerheid van die installaties kan worden verzekerd.

 

Op dit moment hebben we op iedere nucleaire site een eenheid in dienst. Als een nucleaire centrale daar ook nog eens zou uitvallen, zou dat een extra probleem zijn, zowel voor het net, maar ook, een nucleaire site zonder draaiende productie is een situatie die men industrieel moet kunnen beheren.

 

Wij hebben al specifieke maatregelen genomen voor de eenheden die draaien. Dat is belangrijk en mag niet worden vergeten.

 

Voor de andere eenheden kan ik alleen verwijzen naar de informatie die beschikbaar is en die we ook hebben gegeven over Doel 1 en 2.

 

U weet dat we dit jaar een groot deel van de 700 miljoen euro uitgeven in het kader van de levensduurverlengingswerken. In totaal zijn dat meer dan 200 projecten die het veiligheidsniveau moeten versterken. Dat zijn bouwkundige werken. Dat is de installatie van nieuw materieel, dat moet worden getest.

 

Sowieso, het was al gepland dat Doel 1 en 2 dit jaar en volgend jaar ongeveer zes maanden onbeschikbaar zou zijn. Dat wil dus zeggen dat het kolossale werken zijn die te allen tijde onze aandacht vragen en zeker de nucleaire veiligheids­aandacht.

 

Daarbij komt nog, dat is u bekend, dat wij een klein lek hebben gehad op Doel 1. Ik wijs er trouwens op dat wij om die reden een REMIT-wijziging hebben moeten doen, want we hebben die geplande stock van zes maanden geanticipeerd op het ogenblik dat het lek is opgetreden op Doel 1. Sindsdien wordt dat dossier in dialoog en in volledige transparantie bekeken, besproken en opgevolgd met het FANC.

 

Ik kan enkel zeggen dat op basis van de informatie waarover wij vandaag beschikken met betrekking tot de technische toestand, de lopende analyses, de data die vandaag in REMIT staan onze meest waarschijnlijke data zijn, het robuuste industriële scenario dat wij op dit moment hanteren. Dat was dan op respectievelijk 10 en 31 december voor Doel 1 en Doel 2.

 

Wat Coo betreft moet ik mij verontschuldigen. Ik ben enkel verantwoordelijk voor de nucleaire centrales en Coo is er geen. Ik zal uw vraag moeten meenemen. Ik weet echter zeker dat mijn collega's die de klassieke en waterkrachtcentrales beheren, meegenomen zijn in mijn boodschap met betrekking tot het uitwerken van oplossingen in de huidige benarde situatie. Als dat zou kunnen, dan hadden we het misschien al gedaan. Mocht dat nog kunnen, dan zullen we het zeker bekijken.

 

Madame Lalieux, vous avez fait référence à des paroles de la ministre: "ce laisser-aller", "des surprises". Je vais répondre très clairement à votre question sur la communication. Avons-nous failli? Non, nous n'avons pas failli dans notre communication.

 

La communication est de deux ordres dans ce dossier. Je pense que nous avons suffisamment expliqué quelles étaient nos obligations dans le cadre de cette réglementation REMIT. Je dis clairement que nous avons toujours respecté, et nous respecterons toujours, la réglementation qui nous est imposée.

 

Les dates que nous avons données, lorsque nous les avons données, étaient les plus probables. Nous avions à ce moment-là, et uniquement à ce moment-là, les informations nécessaires pour le faire.

 

Je comprends que, de votre côté, vous fassiez des liens avec d'autres éléments d'information qui nous dépassent, déjà, dans nos responsabilités, quand il est question de réserve stratégique. Mais il n'y a pas de lien à faire. Nous ne nous occupons pas des autres éléments. Nous regardons la réalité technique, parfois très complexe, en tenant compte des injonctions de l'Agence fédérale pour le contrôle nucléaire, pour déterminer les dates que nous donnons.

 

Ensuite, il y a un deuxième élément de communi­cation. Cette question revient de temps en temps de manière sous-jacente. Je me permets quand même de faire le point. J'en réfère à mon slide avec la ligne du temps, un peu compliquée – je m'en excuse. Vous n'avez peut-être pas pu le voir en détail. Je reviens sur un point important de cette chronologie.

 

En juin 2018, il est déjà connu que Doel 1 et Doel 2 ne seront en fonctionnement que début octobre. Cela a déjà été annoncé au mois d'avril. Doel 3, normalement, devrait être disponible sur cette période de octobre-novembre. Depuis avril, la prévision d'une disponibilité à partir du mois d'août est connue du marché. Cette unité devrait donc être disponible en octobre et novembre.

 

En juin, nous annonçons que Doel 4 ne sera pas remise en service en octobre et novembre. Nous annonçons un nouveau délai, porté au 15 décembre. Quant à Tihange 1, nous annonç­ons qu'il sera indisponible du 20 octobre au 28 novembre, parce que nous avons des impositions d'arrêts planifiés. On ne déplace pas facilement des arrêts. La sûreté nucléaire nous impose le remplacement du combustible nucléaire dans le cœur.

 

En juin, nous annonçons que Tihange 2 ne sera de retour que le 31 octobre. Pour Tihange 3, nous annonçons un retour le 30 septembre. Je fais ce simple constat en tant que citoyen, ou en tant que consultant de REMIT: en juin, Doel 3 devait tourner en octobre-novembre. Tihange 3, le 30 septembre. Cela pourrait aller. Toutes les autres unités sont soit out, soit annoncées de retour fin octobre. Toute la presse et les six communiqués de l'AFCN, disponibles sur le site web public de l'Agence depuis le mois d'octobre 2017, indiquent que le problème auquel nous faisons face n'est pas un petit problème, notamment concernant les bétons. Il est clair qu'à plusieurs reprises, ce problème est indiqué par l'Agence. Je respecte totalement le fait qu'elle devra avoir tous les éléments de preuve pour décider elle-même d'autoriser le redémarrage de ces unités. En tant que citoyen, je me pose une question: en juin, c'est tout de même limite? Après, on peut discuter de quand commence l'hiver, mais mon hiver, le vôtre et celui d'Elia sont différents. Pour moi, l'hiver commence en décembre- janvier, mais a priori, on ne connaît pas cette donnée. Dans les modèles, si en juin on sait que deux unités devraient être là, et que les autres sont au ras des pâquerettes en termes d'annonce REMIT, ne doit-on pas en prendre connaissance, en tenir compte? Voici l'élément qui porte sur la communication publique.

 

Votre dernière question était: "Faites-vous des investissements réguliers? Tout ceci est-il finalement lié à cela?" Non, ce n'est pas lié, nous faisons des investissements réguliers. Nous investissons chaque année plus de 200 millions d'euros dans la maintenance de nos installations. Nous sommes en train d'investir 1,2 milliard d'euros dans la prolongation de la durée de vie des centrales de Tihange 1 et de Doel 1 et 2. Aujourd'hui, vous avez vu les photos. Doel 3 doit s'arrêter en 2022. Nous continuons à faire les investissements nécessaires pour mettre cette unité en marche. C'est ce qui est fait entre-temps, de manière sûre, pour mettre cette unité en marche. Nous faisons tout ce qui est possible et tout ce qui est dans nos moyens; j'en viendrai aux aspects techniques quand je répondrai aux autres questions. Mais financièrement, nous avons toujours fait des investissements réguliers et nous le ferons toujours.

 

Je rappelle qu'ici, on parle d'un bâtiment avec une fonction de sûreté. Il ne s'agit pas d'une panne de turbine ou de chaudière nucléaire, nous parlons d'une question de sûreté. Nous nous demandons si, en cas d'accident aérien, vu un certain niveau de dégâts dans les chambres en dessous du plafond de ce bâtiment bunkérisé, ce plafond va tenir. S'il ne tient pas, il pourrait rendre indisponibles des équipements de sûreté de deuxième niveau qui se trouvent à des étages inférieurs de ce bâtiment. Quand on perd le deuxième niveau, c'est un problème de sûreté, si on a perdu le premier niveau. Mais le premier niveau, il faut encore le perdre aussi au même moment. Donc on parle ici d'exigences de sûreté nucléaire qui sont très élevées. Ce n'est pas à moi de remettre en cause ce niveau de sûreté, particulier en Belgique – je parlerai de la France et des autres pays après –, nous avons à le respecter. C'est écrit dans notre permis d'exploiter et c'est dans le rapport de sûreté. C'est à l'Agence de décider finalement si nous avons apporté toutes les preuves pour assurer cette sûreté nucléaire.

 

C'est difficile à vous expliquer et j'en suis frustré. Il ne s'agit pas d'une petite réparation de béton! Pour justifier la tenue de ce bâtiment, il faut décaper du béton, il faut prendre des mesures, notamment acoustiques, il faut forer dans le béton pour vérifier sa tenue mécanique, pour en mesurer ses composantes chimiques. Un expert, qu'il soit de notre côté ou de celui de l'Agence, posera ses questions sur la tenue chimique du béton par exemple. Nous devons procéder à ces analyses pour prouver la robustesse de ce bâtiment. Il ne s'agit pas simplement de le réparer.

 

Il faut prendre tout cela en compte dans le processus auquel nous faisons face.

 

Mevrouw Dierick, u spreekt van een merkwaar­dige inschatting, maar het woord merkwaardig staat niet in mijn industrieel woordenboek in dit kader. Wij doen aankondigingen op het moment dat wij informatie hebben. U verwees naar de aankondiging van de strategische reserve. Ik heb net gezegd als antwoord op de vraag van de heer Wollants dat er in verband met Doel 1 en 2 onderzoek loopt naar de redenen van het kleine lek. Ik heb verschillende reacties gelezen, onder andere van u waarin u uw bekommering over dat lek uit. Welnu, wij voeren dat onderzoek grondig en volledig. Als wij op een bepaald moment nieuwe informatie hebben in het dossier die een impact heeft op de planning – ik kan dit nog vaak herhalen –, dan zullen wij dat, conform de REMIT-reglementering binnen de juiste tijd, op de REMIT-transparantiewebsite zetten, en dat hebben wij gedaan.

 

Ik besef dat het een technisch element is, maar ik kan enkel herhalen – meerderen hebben het gezegd – dat het geen betonrot is. Ik heb de definitie van Wikipedia mee. Die is heel gemakkelijk bereikbaar en leesbaar. Betonrot is een chemisch proces binnen in beton, terwijl het hier gaat over de oppervlakkige aantasting door de jaren heen, sinds de opstart van de installatie, van een betonlaag van anderhalve meter dik, sterk gewapend met staal. Enkel de onderlaag daarvan wordt aangevallen door thermische shocks ten gevolge van stoom die in de lokalen wordt geblazen bij elke start en elke stop van de installatie. Het heeft dus niets te maken met betonrot.

 

Komt dat ook voor in andere landen? Er zijn allerlei betonproblemen zowel in onze als andere centrales. Dat wordt allemaal geïnspecteerd en opgevolgd en wij doen de nodige herstellingen.

 

Zijn er andere mogelijkheden om ons te beschermen tegen een vliegtuiginslag? Dat is moeilijk, want het regelgevend kader in België rond de nucleaire veiligheid is deterministisch met betrekking tot onze exploitatievergunning. Dat wil zeggen dat in het dossier dat onze installatie beschrijft een dak beschreven staat zoals het er is en het dak moet ook voldoen aan die criteria. Wij kunnen dan voorstellen doen – daar zijn wij ook mee bezig, in dialoog met het FANC – om te kijken of de huidige toestand van het dak voldoende robuust is. Daarvoor moeten wij juist al die onderzoeksdaden plegen, omdat wij onder andere in onze berekeningsmodellen de reële parameters van het dak moeten meenemen wat bijvoorbeeld de kwaliteit van het beton en de toestand van het staal betreft. Dat zijn wij dus ook aan het doen.

 

J'ai entendu la question sur Vilvorde. Tout est-il mis en œuvre en la matière et selon quel calendrier? À ma connaissance, le REMIT a été publié et dit – mais je peux me tromper – que l'unité serait disponible du 22 octobre au 31 mars.

 

Vous avez posé des questions sur le système de back-up, notamment si j'ai bien compris ce que vous disiez.

 

Wat is het back-upsysteem? Als de centrale gewoon draait, is het eerste systeem van de centrale een controlezaal met daarin mensen en een hele reeks veiligheidstuigen die in andere gebouwen staan opgesteld. Het Belgische design van de jaren 70 en 80 is dermate robuust dat er in tegenstelling tot in andere landen zoals Frankrijk, Nederland, Zwitserland en de Scandinavische landen van bij het begin aan de exploitanten werd opgelegd om een tweede systeem op te zetten. Wat zit daarin? Dat is een tweede controlezaal, die volledig de zaak overneemt als de eerste controlezaal verloren gaat, en een kopie van alle veiligheidstuigen die nodig zijn om de kernreactor op een veilige manier stil te leggen en te blijven koelen. Dat is een ander gebouw, buiten het nucleaire gedeelte, in gewapend beton. Het moet immers weerstaan aan alle mogelijke extreme, externe gebeurtenissen zoals een zeer zware aardbeving en een vliegtuiginslag.

 

Zullen we kernenergie importeren uit Frankrijk waar zo'n bunkers niet bestaan? Ik verwijs naar Elia voor de exacte flows. Ik denk dat wij vervuilende ligniet- en steenkoolelektriciteit zullen invoeren uit Duitsland. Wij hopen dat wij heel veel windenergie zullen kunnen importeren uit Duitsland. Wij zullen waarschijnlijk ook een stuk – dit blijkt redelijk beperkt te zijn – of misschien ook niet kernenergie invoeren en die is, voor zover ik weet, minder veilig. Ik zou dat echter niet durven te beweren, want alle centrales hebben waarschijnlijk maatregelen genomen om, in geval van een extreme gebeurtenis, te kunnen reageren. Alle regulatoren zijn immers streng, ook de Franse.

 

Ik kom dan tot de vragen van de heer Van der Maelen over de problematiek van de betonaantasting door thermische schokken en de opvolging daarvan. Ook al is de minister noch het Directoraat-generaal Energie een actor op de markt, de regelgeving laat niet tot om inside informatie door te spelen aan om het even welke partij. Wij respecteren, voor zover ik weet, de reglementering ter zake.

 

Er zijn inderdaad eerder inspecties gebeurd. Andere mensen hebben dat ook aangehaald. Ik heb dat nooit ontkend, ik dacht dat ik dat duidelijk had gezegd in mijn exposé. Het gaat over een heel specifiek probleem, een heel specifiek fenomeen in een beperkte ruimte van de centrale. Dat is begonnen, zoals ik hopelijk duidelijk heb uitgelegd aan u, vanaf de eerste exploitatie. Het fenomeen werd opgevolgd, geïnspecteerd, hersteld. Men heeft allerlei hersteltechnieken geprobeerd en toegepast: thermische beschermings­platen, er werden bepaalde coatings uitgeprobeerd.

 

Nogmaals, er is ook geen copy-paste mogelijk, het ontwerp van die gebouwen is verschillend. Ik herinner iedereen eraan dat de kerncentrales oorspronkelijk zijn gebouwd door twee verschil­lende bedrijven, namelijk EBES en Intercom, met twee verschillende studiebureaus, Electrobel en Tractionel, en door verschillende aannemers, Vlaamse, Waalse en internationale, op twee verschillende plaatsen in het land. Er zijn dus geen gelijkenissen tussen die centrales en elke centrale moet dus eenheid per eenheid worden geëvalueerd. Daarom konden wij ook geen algemene conclusies trekken na de eerste vaststellingen bij Doel 3, omdat er nu eenmaal geen copy-paste mogelijk is.

 

Ja, wij wisten reeds langer dat er een thermisch schokeffect was, maar wij hebben dat steeds geïnspecteerd en behandeld. En wij hebben ook steeds de toelating gekregen om herop te starten, want die bunker moet beschikbaar zijn volgens de exploitatievergunning. Zo niet mogen wij niet opstarten.

 

In oktober 2017 kwamen wij, tot onze grote spijt – wij zijn de eerst geïmpacteerde – tot de vaststelling dat het moment gekomen was om ingrijpende herstellingen te doen. De rest van de impact op de agenda die later komt op de andere eenheden, heeft niet noodzakelijk een rechtstreeks link met Doel 3. Zo hadden wij pas midden juni verrassend vastgesteld dat de verticale ijzers bij Tihange 3 niet op de juiste plaats zoals op de plannen stond, zaten. Hadden wij dat kunnen zien? Dat gaat terug naar de bouwperiode. Heeft dat een impact op de structurele integriteit van dat gebouw? Die analyse is lopende. Is die analyse simpel? Neen, die is absoluut niet simpel. Dat kan ik u garanderen. Ik kan er uren over vertellen, maar ik denk dat wij daarvoor niet genoeg tijd hebben.

 

Mijnheer Calvo, dan kom ik aan uw vragen.

 

Wat het contract met de klant betreft, een opmerking kan ik moeilijk accepteren. Ik heb in mijn exposé niet alleen aangegeven waar wij niet voor verantwoordelijk zijn. Ik heb ook onderstreept dat wij vorige week allerlei oplossingen hebben aangebracht om het probleem te helpen oplossen. Wij hebben 750 megawatt gezocht en gevonden. Wij hebben de revisie van Tihange 1 een week vervroegd, op drieënhalve week voor ze moet starten.

 

Als u denkt dat dat een simpele zaak is, dat is absoluut niet het geval. Er moeten berekeningen worden gemaakt en bevestigd, ook door het FANC, met betrekking tot het herladen van de nucleaire fuel. Dat is nucleaire veiligheidsmaterie. Bovendien moet de hele logistiek van die werf een week worden vervroegd. Als een dergelijke revisie met een geplande stilstand plaatsvindt, dan verdubbelen wij, zo niet verdrievoudigen wij het aantal personeelsleden. Dat moet allemaal worden georganiseerd. Onze teams hebben daar een week voor nodig gehad om te kunnen bevestigen dat dit kon. Dan hebben we REMIT onmiddellijk aangepast. We hebben ook onze klassieke centrales in binnen- en buitenland zodanig geoptimaliseerd, dat ze op maximale capaciteit kunnen werken. We hebben geplande stilstanden op andere eenheden – dat zal ook wel op REMIT staan – verplaatst, buiten die periode. Dat moet allemaal technisch worden onderzocht en dat is ook gebeurd. Ten slotte, hebben wij ook met de eigenaars van de centrale van Vilvoorde een contract gesloten om een beroep te kunnen doen op die capaciteit. Dat is onlangs gelukt en dat heeft dan ook aanleiding gegeven tot de nieuwe REMIT, waarvan u daarnet de data hebt gekregen.

 

Onze klanten zijn zeer belangrijk. Onze eerste verantwoordelijkheid blijft echter steeds en altijd als nucleaire operator de nucleaire veiligheid. Wij zullen onze verantwoordelijkheid met betrekking tot de bevoorrading van onze klanten opnemen. Onze verantwoordelijkheid, zoals ik heb gezegd, is het in evenwicht houden van onze portefeuille. Wat we aan onze klanten hebben verkocht, dat moeten we coveren, dat moeten we omvatten met eigen productiemiddelen of aangekochte elektriciteit bij andere producenten in binnen- en buitenland.

 

Ik zal de vraag van de prijzen even nemen, als u mij toestaat. U hebt veel vragen gesteld over de prijzen. Ik hoop te hebben uitgelegd dat de prijzen structureel stijgen door de stijging van de prijzen van de fossiele brandstoffen en van de CO2. Als een van de energieleveranciers van het land kan en zal ik niet ontkennen dat de structurele stijging in het kader van alle lopende contracten moet worden herbekeken. Er zijn vaste en variabele contracten, die worden geïndexeerd. De indexatie­formules worden ook door de CREG nagekeken. Ik ben echter geen specialist in die materie. Een en ander zal echter in dat kader worden bekeken.

 

Ik heb proberen uit te leggen dat de impact van de prijsstijging op de kortetermijnmarkt ten gevolge van onze aankondigingen op 21 september 2018 een heel beperkte invloed zal hebben.

 

À vrai dire, cet effet est lissé. En effet, le prix sur le marché de l'électricité n'est pas propre à la Belgique, dans la mesure où, la plupart du temps, les prix sont alignés. J'espère que vous aurez vu leur évolution identique sur les graphiques. Cela signifie qu'il convient de considérer le prix de l'électricité à l'échelle d'un marché gigantesque, à ma connaissance, d'une production de 396 GW.

 

Nous venons d'annoncer une indisponibilité pour quelques mois de certaines centrales nucléaires. Cela va-t-il affecter sensiblement les prix? Non! Que les prix du gaz aient augmenté depuis un an de 65 %, que ceux du charbon augmentent et entraînent une hausse du prix de l'électricité, que les gouvernements et les politiques prennent, à juste titre, des mesures pour quadrupler le prix du CO2 depuis un an, tout cela provoque un effet structurel sur les prix.

 

01.65  Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen): Non! (…)

 

01.66  Thierry Saegeman: Sur le marché à court terme, vous aurez bien vu que le prix a décollé depuis l'annonce, en Belgique – et seulement en Belgique. À vrai dire, si l'on regarde les prix chez nos voisins, on constate que ne se pose a priori aucun problème d'approvisionnement et de disponibilité d'électricité sur les autres marchés, puisque son prix n'y a pas décollé. Donc, l'impact de nos centrales nucléaires consiste en un léger décollage des prix depuis une semaine, lequel va repartir. Nous travaillons tous les jours pour que nos centrales nucléaires refonctionnent aussi vite que possible en toute sécurité.

 

Nous sommes, bien sûr, les premiers à pâtir de cette situation. Du reste, EDF Luminus a clairement indiqué dans son communiqué de presse de ce matin que nous n'étions pas les seuls, puisque cette entreprise est partenaire et actionnaire de nos installations nucléaires. C'est pourquoi elle en subit aussi les conséquences. Si vous ne nous croyez pas, peut-être croirez-vous EDF Luminus?

 

Vous avez posé des questions sur les rapports, qui sont des documents internes que nous partageons avec l'Agence. Je vous propose de consulter les autorités compétentes. Selon moi, un débat peut avoir lieu au sein du Comité de Sûreté nucléaire, si vous le souhaitez.

 

Je reviens ensuite, puisque la question a été posée, sur…

 

01.67  Marco Van Hees (PTB-GO!): Cela signifie que vous êtes d'accord de mettre ces rapports à la disposition de la Chambre?

 

01.68  Thierry Saegeman: Si l'Agence nous demande ces rapports!

 

01.69  Marco Van Hees (PTB-GO!): Et si c'est la Chambre qui vous le demande?

 

01.70  Thierry Saegeman: On va laisser jouer les règles des commissions. Vous avez accès à l'AFCN qui, à ma connaissance, dispose de toutes les informations nécessaires pour évaluer l'état de nos installations. Vous pouvez les consulter à tout moment.  En tout cas, nous sommes prêts à coopérer avec l'AFCN.

 

En ce qui concerne la faillite et la somme de 1,6 milliard d'euros dont vous avez parlé, vous avez oublié un petit montant, très important pour nous: nous avons déjà payé des taxes nucléaires à hauteur de 2,7 milliards! C'est presque deux fois la somme de 1,6 milliard que vous mentionnez et qui est, en somme, un opération d'entreprise. On peut aussi se demander ce que l'on fait de ces 2,7 milliards d'euros pour engager la transition énergétique.

 

Nous sommes une entreprise ancrée localement. Nous produisons de l'électricité dans ce pays depuis plus de 100 ans. Nous comptons plus de deux millions de clients pour l'électricité, plus de 16 000 employés dans ce pays; la compétence nucléaire est bien belge, elle a commencé en Belgique. Pour faire référence à des articles que j'ai lus ou à des reportages que j'ai vus, nous ne sommes pas exploitant nucléaire en France ou ailleurs. Les seuls actifs nucléaires que nous avons se trouvent en Belgique. La compétence est née et s'est développée ici. Nous espérons rester une entreprise bien belge, car nous aimons bien nos clients. Nous voulons continuer à leur fournir l'énergie et les services d'efficacité dont ils ont besoin.

 

Pour ce qui concerne l'effort, à chacun ses responsabilités! Il ne faut pas polémiquer. Chacun doit prendre ses responsabilités, mais aujourd'hui, il ne faut pas tout nous mettre sur le dos. Demain, s'il n'y a plus de vent ou de soleil en novembre, on va nous demander d'indemniser les clients! Nous ne sommes qu'un acteur du marché de l'énergie. Nous assurons environ 50 % de la production. Il y a d'autres fournisseurs et producteurs en Belgique: Lampiris, Total, EDF Luminus, Eneco, Essent, etc.

 

Je pense que tout le monde (avec Elia) doit maintenant arrêter de polémiquer, car si la situation est réellement aussi alarmante que je l'entends, il faut que les techniciens, les industriels que nous sommes et les fournisseurs d'électricité puissent se concentrer sur les solutions à trouver et à mettre en œuvre le plus rapidement possible. Pour ce qui nous concerne, c'est, en tout cas, ce que nous faisons depuis la semaine dernière.

 

Enfin, monsieur Nollet, vous avez fait allusion à des propos évoqués dans la presse. Même si je respecte beaucoup cette dernière, je m'interroge toujours un peu quant à l'exactitude des propos tenus et des faits rapportés concernant des situations relativement complexes.

 

Il a été question de négligence. Je réponds "dont acte", si le patron de l'Agence fédérale de contrôle nucléaire a effectivement émis une telle critique.

 

Quand nous répondons que nous ne comprenons pas, c'est que nous considérons qu'il n'y a évidemment pas eu de négligence. En effet, comme vous et d'autres l'ont signalé, il existe des rapports d'inspection. Et je n'ai jamais caché que cette problématique bien spécifique à un endroit donné existe depuis le début de l'exploitation des installations. Mais, nous les avons toujours inspectées et réparées.

 

Par ailleurs, nous tirons les leçons de ce que nous découvrons et nous adaptons nos plans d'inspection. Les programmes d'inspection relatifs à Tihange 3, Doel 4 et Tihange 2 ont évolué sur la base de ce que nous avons identifié au niveau de Doel 3. Quand, à un moment donné, il y a des effets et qu'on estime que le moment est venu de réparer, le plus important est de faire en sorte qu'à tout moment – il s'agit de notre première priorité – les installations soient exploitées de manière juste, correcte en termes de sûreté nucléaire. C'est ce que nous avons fait. Vous comprenez bien que ce n'est pas de gaieté de cœur que nous mettons nos installations à l'arrêt.

 

L'impact économique est très important pour nous.

 

Oublions l'aspect économique. Aujourd'hui, j'ai des centaines de personnes et de contractants qui travaillent sur trois chantiers. J'ai dû annoncer à des opérateurs en salle de contrôle à Tihange 1 et Tihange 3 que leur installation sera à l'arrêt, ce qui n'est pas facile. Vous connaissez bien l'histoire de ces installations et de leurs perspectives d'avenir. Ce n'est pas de gaieté de cœur qu'on annonce tout cela.

 

01.71  Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen): Est-ce pour cela que vous ne l'avez pas fait en novembre 2016?

 

01.72  Thierry Saegeman: Non. Novembre 2016, vous brandissez une photo. Novembre 2016, on a inspecté et on a fait les réparations nécessaires.

 

01.73  Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen): C'est exactement la même situation.

 

01.74  Thierry Saegeman: Nous avons changé de méthodologie. Jusqu'en octobre 2017, nous suivions, nous inspections et nous faisions des réparations à des endroits donnés et, à tout moment, nous avons eu l'approbation pour redémarrer les installations. Ce n'est pas parce qu'il y a un certain niveau de dommages sur une photo - dont je ne peux pas voir la date exacte: nous faisons des réparations, nous faisons des choix, nous soumettons ces informations et en discute et on statue sur la disponibilité du bunker. Quand on dit qu'il est disponible, cela veut dire que la sûreté est assurée et on redémarre parce que nous en avons l'autorisation. C'est ce qu'il s'est passé.

 

Par contre, ce n'est qu'en octobre 2017 que, procédant aux inspections, on s'est dit que cela n'allait plus être possible. Nous ne rentrions plus dans la fenêtre de temps de l'arrêt planifié et l'état des dommages était tel que nous devions regarder plus loin et procéder à des réparations plus conséquentes.

 

01.75  Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen): (…)

 

01.76  Thierry Saegeman: C'est comme toujours, monsieur Nollet. Nous sommes un exploitant nucléaire responsable. Nous faisons d'abord nos propres analyses et nous amenons ces éléments sur la table. Je suis peut-être dans la mauvaise commission mais vous savez que nous avons aussi un service de contrôle physique totalement indépendant dans notre entreprise. Il ne dépend pas de moi mais il fait ses contrôles et donne ses avis. Tout cela est discuté ensuite avec l'Agence fédérale de contrôle nucléaire qui intègre tout cela.  Nous devons à tout moment respecter les injonctions de l'Agence. C'est ce qui s'est produit. En octobre 2017, la décision a été prise de continuer les investigations puis de réparer. Je ne vous cache pas que ce chantier a évolué dans le diagnostic, dans l'ampleur des travaux à faire, dans la façon de les organiser, sinon la date de reprise de Doel 3 n'aurait pas évolué à plusieurs reprises. Et le REMIT n'aurait pas été revu à plusieurs reprises.

 

On nous demande pourquoi nous avons fait ces travaux en hiver et non pas en été. Nous avons tout fait pour éviter la période d'hiver. Nous avons fait les premiers constats en octobre 2017.

 

01.77  Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen): En novembre 2016! Vous auriez pu!

 

01.78  Thierry Saegeman: En novembre 2016, nous sommes aussi à la veille d'un hiver. Encore une fois, on ne fait pas le trade-off, on ne joue pas l'équilibre entre la sûreté nucléaire et le moment où l'on doit dire que cette installation-là ne peut plus être redémarrée aujourd'hui, selon les règles et selon l'Agence.

 

En novembre 2016, nous avons procédé aux inspections et nous avons redémarré. En octobre 2017, on a commencé à investiguer plus loin. L'état des dommages était tel que nous avons engagé des investigations plus importantes. Ceci a conduit à un dialogue avec l'AFCN. Cela a eu comme conséquence que le calendrier de Doel 3 a évolué à plusieurs reprises. À chaque fois que nous avions de nouveaux diagnostics, éléments de mesure, de calcul, que nous savions à quelle vitesse les réparations avançaient, quelles seraient les solutions techniques de réparation, etc., nous avons à tout moment, dès que nous avions ces informations de manière stabilisée, informé le marché. C'est pour cela que sur Doel 3, nous avons revu nos dates à plusieurs reprises.

 

Je reviens sur l'aspect de la communication publique. J'espère l'avoir expliqué. À un moment donné, on sait que trois autres unités sont concernées puisque l'Agence le dit six fois dans des communiqués de presse. Nous organisons des briefings de certains journalistes cet été pour expliquer dans le détail ce qu'il se passe, comment on procède, etc. Tout cela, ce sont des informations publiques. Nous annonçons au mois de juin que nous sommes à la limite du retour de l'hiver. C'est sûr parce que nos plannings, à ce moment-là, nous permettent de statuer que ces dates sont tenables.

 

Puis, c'est vrai, les investigations ont continué. Les diagnostics ont évolué. Je rappelle que c'est à la mi-juin que nous constatons un certain écart sur Tihange 3, un nouvel élément qu'il faut prendre en compte. Ce sont les injonctions tout à fait pertinentes de l'Agence. Dans la sûreté nucléaire, toutes les questions doivent avoir une réponse. Je pense que vous êtes tous d'accord de dire qu'il ne faut pas badiner avec la sûreté nucléaire. Excusez-moi mais nous sommes dans une situation très difficile qui a par ailleurs déjà évolué. Alors, examinons-la! Mais la sûreté nucléaire, c'est notre priorité.

 

01.79  Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen): De quelles informations disposiez-vous le 21 septembre que vous n'aviez pas la veille? C'est neuf jours avant l'échéance annoncée pour la relance de Tihange 3. Normalement, vous pensiez pouvoir redémarrer. Quelle est la nouvelle information qui fait que vous arriviez si près de la date prévue pour la relance de Tihange 3?

 

01.80  Thierry Saegeman: Monsieur Nollet, je vais vous le dire. Pendant que le Belge moyen profitait du soleil cet été, nous avons mobilisé plus de 200 ingénieurs, techniciens, contractants, sur trois sites. Nous avons arrêté les installations de Doel 4 et de Tihange 3 début août pour procéder aux investigations minimales.

 

Je dois vous avouer que même à ce jour, les investigations ne sont pas terminées. Le diagnostic n'est pas totalement complet. Nous continuons donc à diagnostiquer, à mesurer, à calculer, à réparer. C'est la réalité. Je ne peux pas le dire autrement. C'est la réalité. Nous avons quand même eu besoin d'environ six semaines - je ne vais pas faire le compte exact - pour avoir le début d'un diagnostic pour Doel 4 et Tihange 2 et pouvoir statuer sur la planification.

 

Je rajoute à cela que les diagnostics sur Tihange 3 ont encore évolué cet été. Nous avions commencé avec une hypothèse de travail. D'ailleurs, en travaillant sur les plafonds, nous ne pouvions pas directement commencer les travaux d'inspection ou de réparation sur les murs. Au fil du temps, nous avons constaté, très tardivement, je dois le dire, que les murs de Tihange 3 sont aussi atteints, et qu'il faut donc aussi entreprendre la réparation des murs.

 

Pourquoi l'avons-nous vu si tard? C'est l'apprécia­tion des uns et des autres. Nous sommes techniciens. Mes collaborateurs ont fait leur travail correctement. Je le confirme. J'ai toute confiance en eux. Il y avait des plaques de protec­tion thermique sur ces murs. Lors des inspections du passé, nous avions des éléments pour statuer sur la bonne tenue de ces murs.

 

Néanmoins, avec les investigations, les calculs, les analyses supplémentaires, nous devons aller plus loin aussi dans ces investigations. Je vous l'ai dit, c'est comme la rénovation complexe d'une maison. Une fois qu'on commence, on gratte, on regarde, on investigue. Il faut se poser des questions: tiens, qu'est-ce que cela? Au fil du temps, cela évolue.

 

Tihange 3 a évolué dans son diagnostic. Doel 4 et Tihange 2, c'est juste six semaines pour faire le premier diagnostic et arriver le 21 septembre avec … 

 

01.81  Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen): Sur Tihange 3, ce qui a changé, c'est votre connaissance des murs?

 

01.82  Thierry Saegeman: Notre connaissance, appréciation de l'impact de la situation et de l'état des murs sur l'évaluation globale de sûreté.

 

01.83  Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen): Alors pourquoi, non pas au mois de septembre mais en juillet, le ministre Jambon, en répondant à mes questions, me parlait-il déjà du problème des murs?

 

01.84  Thierry Saegeman: Je ne sais pas de quels murs a parlé le ministre Jambon.

 

01.85  Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen): Des murs de Tihange 3.

 

01.86  Thierry Saegeman: Je ne sais pas de quels murs on a parlé. Il y avait sans doute des questions mais à ce moment-là, notre évaluation, c'était que les murs étaient ok. Par la suite, notre dossier d'investigation, de calculs et d'analyse de l'intégrité structurelle du bâtiment a évolué. De même que l'importance du problème des murs.

 

Le président: Si je peux me permettre, devant maintenant terminer notre commission, peut-être avez-vous un mot de conclusion, monsieur Saegeman? Ou avez-vous terminé?

 

01.87  Thierry Saegeman: Monsieur le président, je pense avoir répondu à toutes les questions.

 

Le président: Je vous remercie.

 

Chers collègues, je n'avais pas choisi de limiter la durée de cette commission, mais une autre commission est prévue à 14 h 15, avec l'audition du directeur de l'AFCN et la sous-commission qui doit se réunir. Il y a eu des questions et des réponses.

 

Je voudrais savoir s'il se trouve des collègues qui souhaiteraient interroger la CREG? Vous êtes quatre? Je vous demanderai de limiter votre intervention à une minute. Par correction pour nos invités, nous nous devons de rester succincts.

 

01.88  Bert Wollants (N-VA): Ik heb een vraag over de loop flows.

 

Ik heb begrepen uit een aantal studies van onder meer de CREG dat, om de loop flows beter te begeleiden en gedeeltelijk af te blokken, de dwarsregeltransfo's kunnen worden ingezet. Tegelijkertijd wordt melding gemaakt van het feit dat de aansturing van die transformatoren wel gebeurt op CWE-niveau, zodat dit ruimer gebeurt. Is er een mogelijkheid om, samen met de Nederlanders en de Fransen, want die zijn daar mee het slachtoffer van, gelet op de verschillende prijzen die in de CWE-zone worden bereikt door die loop flows uit Duitsland, op dat niveau ook afspraken met Duitsland te maken om in het zuiden een aantal reservecentrales in te schakelen?

 

Een tweede onderdeel van de vraag, op welke manier merken wij die loop flows in het geval van onvoldoende stroom? Die stromen passeren hier wel. Als er zones met tekorten zijn, op welke manier vertaalt zich dat naar de concrete feiten? Als er tekorten zijn, we zagen dat onlangs nog in Oost-Europa, heeft dat immers ook een effect op de fysieke stromen.

 

Daarover wil ik graag meer vernemen.

 

01.89  Karine Lalieux (PS): Je reviens un instant sur les prix. Vous avez dit qu'il y aurait une augmentation, mais annoncé que la cause n'est pas uniquement liée à la fermeture des centrales. Mme Marghem dit que ENGIE devrait rembourser les consomma­teurs. Selon vous, en tant que régulateur, est-ce possible au regard de la législation actuelle?

 

Le mécanisme du filet de sécurité a été activé par l'État à un moment donné. Si je ne m'abuse, ce filet de sécurité figure toujours dans la loi. Que faudrait-il pour réactiver un filet de sécurité? Voilà deux questions très courtes.

 

01.90  Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen): Je reviens sur la note d'Elia du mois d'avril-mai. Ils consultent les différents stakeholders et annoncent ne prendre en considération que 3,6 % d'indisponibilité non planifiée. Pourquoi la CREG ne réagit-elle pas à ce moment-là? La CREG fait une série de remarques en réaction, mais pas à ce sujet.

 

Considérez-vous qu'il y a un problème, ou bien qu'il n'y en a pas, quand ENGIE Electrabel annonce un arrêt un matin en disant qu'il est planifié? Considérez-vous qu'il y a un problème de distorsion de marché quand un arrêt non planifié devient un arrêt planifié simplement par sa prolongation? N'y a-t-il pas, derrière ces deux informations aux marchés, une manière de tromper les autres opérateurs potentiels sur ce marché?

 

01.91  Michel de Lamotte (cdH): Monsieur le président, la CREG peut-elle nous indiquer si la réglementation européenne empêche ou stimule la mise en œuvre d'une réserve stratégique? N'y a-t-il pas une obligation à ce sujet? On sait qu'elle a un coût pour les entreprises et les particuliers, et que cela peut être un élément de compétitivité. Y a-t-il une remarque dans la réglementation européenne à ce sujet?

 

Nous avons évoqué le manque d'informations transmises à la CREG par les opérateurs. Vous avez évoqué des tableaux incomplets. Que faire pour réformer cette situation? Quelles conclusions tirer de l'épisode de cette année pour que cela ne se reproduise plus? Quelles réformes initier pour arriver à une transparence?

 

01.92  Marco Van Hees (PTB-GO!): La CREG plaide pour ne pas activer la réserve stratégique, parce que cela résulterait en une augmentation de prix. La situation n'a jamais été aussi inquiétante que cette année, et on n'activerait pas la réserve? Dans quel cas l'activerait-on alors? Y a-t-il un sens à avoir cette réserve?

 

Par ailleurs, est-il normal que l'activation de la réserve augmente les prix? Ne devrait-on pas prévoir un système de réquisition sans compensation?

 

La ministre a parlé d'une possible manipulation des marchés par Electrabel et vous aurait demandé d'enquêter sur la chose. Avez-vous reçu la demande de la ministre? Avez-vous les résultats d'une enquête similaire qui aurait été faite l'an dernier?

 

01.93  Andreas Tirez: De eerste vraag ging erover of wij bij de loop flows de dwarsregeltransformatoren of de PST's kunnen gebruiken. Ja, dat kan zeker, en in de komende tijd zullen wij dat met Elia ook opnemen. Er moet wel rekening mee worden gehouden dat het gebruik van de PST's de stromen niet wegneemt. De stromen worden alleen weggeduwd, terug naar Duitsland. Het wordt daarbij ook belangrijk om een van de andere maatregelen te kunnen garanderen, namelijk dat minstens 20 % van de lijncapaciteit aan de marktkoppeling wordt gegeven. Als wij daarentegen de redispatching gebruiken, dus de capaciteit in het zuiden van Duitsland, dan pakken we de bron aan, de oorzaak van de loop flows.

 

Hebben de loop flows een impact op de prijzen en op mogelijke stroomtekorten? Ja, die impact is er zeker. De loop flows nemen fysiek capaciteit in, capaciteit wij niet kunnen gebruiken om te importeren. Het is dus een mogelijk en zelfs eerder waarschijnlijk scenario dat hoge prijzen en een elektriciteitstekort samengaan met loop flows.

 

Er werd gevraagd waarom de CREG geen opmerkingen heeft bij de 3,6 % onbeschikbaar­heid die Elia hanteert. Welnu, de reden is dat Elia niet enkel met de aspecten van ongeplande onbeschikbaarheden rekening houdt, maar ook met een contingencyscenario, een scenario waarbij Elia er al rekening mee houdt dat er 1 000 megawatt minder beschikbaar zou zijn in België en bij een aantal centrales in Frankrijk. Dat leek ons op dat moment een goede aanpak. Ex ante hadden wij daar dus geen vragen bij en ex post evenmin. Het verschil tussen de niet-geplande en de geplande onbeschikbaarheden moet ook als volgt bekeken worden. Een centrale kan onverwacht uitvallen, maar de producent, bijvoorbeeld ENGIE, kan er vervolgens wel een zicht op krijgen wanneer die centrale terug geactiveerd kan worden en vanaf dan kan die uitval een geplande uitval genoemd worden. Elke dag is er ook een nieuwe markt, de dagmarkt. Producenten die onverwachts capaciteit verloren hebben, kunnen zich op die markt terug sourcen. Voor ons is het belangrijk, vanaf het moment dat zich een gebeurtenis voordoet die voor de prijzen significant kan zijn, dat er via REMIT gecommuni­ceerd wordt vooraleer er gehandeld wordt op de markt.

 

Nu kom ik tot de vragen over de data, de datatransfer en het Elia-model. Ik wil alvast de heer Peeters van Elia erin geruststellen dat wij bij de CREG geen leerling-tovenaars zijn. Als wij toegang zouden krijgen tot het model van Elia, dan zullen wij dat oordeelkundig doen. Wij zullen ook een leerproces moeten doormaken om dat model te begrijpen.

 

Ik vind het maar heel normaal dat de regulator een gereguleerd bedrijf kan controleren. We zullen dat dan ook doen in het belang van de consument.

 

Ik wil nog iets zeggen over strategische reserves.

 

Waarom zijn er geen strategische reserves? Waarom is de CREG in deze context geen voorstander van strategische reserves? Het principe van deze reserves is dat de capaciteit uit de markt wordt gehaald en enkel kan gebruikt worden op het moment dat de prijzen aanduiden dat er een tekort is, als de prijzen 3 000 euro worden.

 

Dat betekent dat er ook geen impact is op de prijs, die hoog zal blijven. Zo kan de markt haar werk blijven doen, maar wordt er toch vermeden dat er problemen optreden met de bevoorradings­zekerheid. Dat is het hele principe. Op deze manier kan dit ook goedgekeurd worden door de Europese commissie en kan het niet gezien worden als een vorm van staatssteun. Dit is een noodzakelijke regel die bij de strategische reserves hoort, anders krijgen we dit nooit goed­gekeurd en wordt het bekeken als staatssteun.

 

In deze situatie zien we de prijzen nog niet naar 3 000 euro gaan, maar ze zijn wel al hoog. Ze trekken de capaciteit hoe dan ook naar de markt. We zouden deze capaciteit ook veel liever op de markt houden, zodat we geen vergoeding moeten betalen voor strategische reserves. Deze wordt immers uiteindelijk toch op de consument verhaald. Bovendien zal de capaciteit ook eerder kunnen worden ingezet, niet enkel als de prijzen 3 000 euro zijn, maar ook al bij 100, 200 of 300 euro.

 

Het effect voor de consument is dus veel gunstiger, als er op dit moment geen strategische reserves worden aangelegd en de capaciteit zijn weg vindt naar de markt. Daar zijn voldoende regels en mechanismen voor. Recent hebben we de barrières hiervoor ook verlaagd. We hopen dat er nog capaciteit naar de markt komt.

 

01.94  Laurent Jacquet: Si M. Tirez a terminé, je vais répondre à la question en matière de prix, en deux parties.

 

La première concerne le remboursement possible de la hausse par rapport à une éventuelle législation. Comme on l'a mentionné, la hausse de prix est constatée au niveau européen. Elle est en grande partie provoquée par le CO2 et l'augmen­tation du gaz. Il est donc relativement complexe d'aller isoler, dans cette augmentation, la part qui découle des annonces qui auraient été faites par ENGIE à un moment donné. C'est une première chose.

 

Au niveau de la base légale, pour arriver à pointer une éventuelle responsabilité et un dédommage­ment, il convient d'examiner toutes les bases légales disponibles: le droit économique, le droit de la concurrence, le droit de l'énergie, voire aussi les différents contrats que ce soit l'équilibrage au niveau d'Elia ou que ce soient les autres contrats au niveau d'Electrabel. À ce stade et à la suite d'une analyse préliminaire des législations, nous n'avons pas encore trouvé de dispositions suffisantes qui aillent dans le sens d'un dédommagement, mais l'analyse juridique doit se poursuivre.

 

L'autre volet de la question concernait le filet de sécurité. Aujourd'hui, en 2018, on est dans une situation où le filet était inscrit dans la loi électricité qui prévoyait automatiquement une fin à partir du 31 décembre 2017. Par contre, il subsiste encore deux arrêtés royaux qui mettent en œuvre le filet de sécurité. La question est donc de savoir s'il faut suivre plutôt la loi ou les arrêtés royaux. En tout cas, si nécessaire, la CREG fait son monitoring, comme elle l'a toujours fait au niveau du fonctionne­ment du marché et des prix. Elle alertera les autorités si cela s'avère nécessaire.

 

01.95  Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen): Je vous invite à ne pas traîner pour alerter, le cas échéant, les autorités parce que la question du prix est un facteur extrêmement important pour de nombreux consommateurs, citoyens ou entreprises. Je voulais surtout revenir sur la validation par la CREG des hypothèses retenues par Elia. Pourquoi avez-vous validé le fait que l'on travaille en N-1 cette année, alors que l'an dernier, on travaillait en N-2?

 

01.96  Andreas Tirez: Prestaties uit het verleden zijn niet noodzakelijk indicaties voor de toekomst. Ik herhaal: op dat moment zagen wij geen reden te twijfelen aan de assumpties van Elia ter zake, namelijk een contingency waarbij er één centrale niet beschikbaar zou zijn, en waarbij er in Frankrijk ook enkele niet beschikbaar zouden zijn. Voor ons was dat op dat moment voldoende. Wij willen daar ex post niet op schieten, dat het een slechte inschatting was als het uiteindelijk slecht uitdraait.

 

01.97  Marco Van Hees (PTB-GO!): Monsieur le président, j'avais posé une question concernant la demande de la ministre quant à la manipulation du marché.

 

01.98  Andreas Tirez: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van Hees, dat antwoord was ik nog vergeten. Neem mij niet kwalijk.

 

Wij hebben over november 2017 tien tot twaalf vragen van marktspelers gekregen over het toen ook plots onbeschikbaar zijn van nucleaire centrales. Wij hebben toen alle communicatie tussen het FANC en ENGIE opgevraagd, omdat het uiteindelijk het FANC zal zijn dat zal beslissen wanneer de centrales opnieuw al dan niet kunnen terugkomen. Wij hebben toen geverifieerd op welke manier of wanneer ENGIE zich op de markt heeft begeven, om al dan niet aankopen te doen. Wij hebben vastgesteld dat de REMIT-regels werden gerespecteerd.

 

Dezelfde oefening zullen wij nu voor de huidige periode doen. Wij zullen daarover op dezelfde manier communiceren, wanneer ons rapport ter zake klaar is.

 

Le président: Chers collègues, nous n'avons pas épuisé le sujet, mais nous avons épuisé le temps qui nous était imparti. Nous l'avons même largement dépassé. Nous avons eu un débat intéressant.

 

En votre nom à tous, je remercie nos invités, qui ont pris du temps  pour participer à cet échange franc et important.

 

Chers collègues, nous reparlerons certainement du sujet, mais je vais à présent clôturer cette commission.

 

La réunion publique de commission est levée à 14.46 heures.

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 14.46 uur.